GTSFLE01 - Ontvochtiger QUIGG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GTSFLE01 QUIGG in PDF-formaat.

📄 84 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice QUIGG GTSFLE01 - page 2
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Nederlands NL

Download de handleiding voor uw Ontvochtiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GTSFLE01 - QUIGG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GTSFLE01 van het merk QUIGG.

GEBRUIKSAANWIJZING GTSFLE01 QUIGG

Inhoudsopgave 2 Algemeen 3 Inleiding 3 EU-conformiteitsverklaring 3 Gebruik volgens de voorschriften 3 Productonderdelen / Bij de levering inbegrepen 4 Veiligheid 6 Algemene veiligheidsaanwijzingen 6 Gevaren voor kinderen en personen met beperkte vermogens 6 Gevaren bij de omgang met elektrische apparaten 7 Gevaren bij het gebruik van de luchtontvochtiger 8 Verklaring van de symbolen en verdere informatie 11 Opbouw en montage 12 Voor het eerste gebruik 12 Bediening 13 Timerfunctie 14 Modi 15 Bediening van het apparaat 18 Storing en oplossing 22 Onderhoud, reiniging en verzorging 23 Technische gegevens 25 Afvoeren 26 Inhoudsopgave3

Inleiding Hartelijk dank dat u gekozen hebt voor een luchtontvochtiger van Quigg. Hiermee hebt u een kwalitatief hoog- waardig product aangeschaft, dat voldoet aan de hoogste prestatie- en veiligheidsstandaards. Voor de juiste omgang en een lange levensduur raden wij u aan de volgende aanwij- zingen in acht te nemen. Lees de handleiding en vooral de vei- ligheidsaanwijzingen zorgvuldig door, voordat u het apparaat in gebruik neemt. U vindt een aantal belangrijke en nuttige aanwijzingen die voor het in gebruik nemen door iedere gebrui- ker begrepen en opgevolgd moeten worden. Onderhoud, reiniging en verzorging Bewaar de bedieningshandleiding en geef deze mee als u het apparaat aan iemand anders geeft. EU-conformiteitsverklaring De EU-conformiteitsverklaring kan bij de fabrikant/importeur worden aangevraagd. Producten met CE-markering voldoen aan de eisen van alle toepasselijke EG-richtlijnen. Het apparaat voldoet aan de eisen van de Duitse wet op productveiligheid. Dit wordt aangetoond met het GS-teken van het onafhankelijke testinstituut: Gebruik volgens de voorschriften Het apparaat is uitsluitend bes- temd voor het ontvochtigen van gesloten ruimtes. Bovendien is het apparaat niet bestemd voor commercieel gebruik, maar uitsluitend voor gebruik in de privéhuishouding. Iedere andere toepassing van of wijziging aan het apparaat is niet volgens de voorschriften en is principieel verboden. Voor schade die ont- staan is door niet reglementair gebruik of een verkeerde bedie- ning, kan geen aansprakelijkheid geaccepteerd worden. Dit apparaat is geclassificeerd als algemeen openbaar toegan- kelijk apparaat. Uitgever van de handleiding: Globaltronics GmbH & Co. KG Bei den Mühren 5 20457 Hamburg Duitsland Algemeen5

Productonderdelen / Bij de levering inbegrepen Technische en optische wijzigingen voorbehouden.

A) Transportrollen B) Condensaatreservoir C) Vulstandindicator (vlotter) D) Slangaansluiting E) Afvoerslang F) Luchtinlaatopeningen G) Led-display H) Verstelbare klep aan de luchtuitlaat

J) AAN/UIT-toets K) Toets voor modus L) Toets verlaging M) Display N) Toets verhoging O) Toets voor ventilatorstand P) Toets voor timerfunctie Q1) Controlelampje - timerfunctie Q2) Controlelampje - lage ventilatorstand Q3) Controlelampje - hoge ventilatorstand Q4) Controlelampje - lucht- vochtigheid bereikt Q5) Controlelampje - ontdooien Q6) Controlelampje - con- densaatreservoir vol Q7) Controlelampje - tem- peratuur (°C) Q8) Controlelampje - lucht- vochtigheid (%) Q9) Controlelampje - nor- maal gebruik Q10) Controlelampje - luchtcirculatie Q11) Controlelampje - drogen wasgoed Q12) Controlelampje + toets LOCK - toetsvergrendeling Q13) Controlelampje - in gebruik R) Aansluitstuk voor slangschroef- aansluiting (zie pagina 21) S) Bedieningshandleiding en garantiekaart (zonder afb.) Technische en optische wijzigingen voorbehouden.7

Veiligheid Lees alle onderstaande veiligheidsaanwij- zingen zorgvuldig en neem deze in acht. Bij het niet in acht nemen bestaat er gevaar voor ernstige ongelukken en verwondingen en het risico voor materi- ele schade en schade aan het apparaat. Algemene veiligheids- aanwijzingen Gevaren voor kinderen en personen met beperkte vermogens - Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar en ouder en door personen met be- perkte fysieke, sensorische of mentale vermogens of gebrek aan ervaring en/of kennis , als ze onder toe- zicht staan of geïnstrueerd werden over het veilige gebruik van het apparaat en de eventueel daaruit voortkomende gevaren begrepen hebben. - Het reinigen en onderhoud door de gebruiker mo- gen niet zonder toezicht uitgevoerd worden door kinderen. Het apparaat, de stekkernetvoeding en zijn aansluitsnoer moeten bij kinderen jonger dan 8 jaar uit de buurt gehouden wor- den. - Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Kinde- ren herkennen het gevaar niet dat ontstaan kan bij het omgaan met elektri- sche apparaten. Gebruik en bewaar het apparaat daar- om buiten het bereik van kinderen jonger dan 8 jaar. Laat het verbindingssnoer niet naar beneden hangen, zodat er niet aan getrokken kan worden. - Houd het verpakkingsmate- riaal buiten het bereik van kinderen – verstikkings- gevaar!7

Gevaren bij de omgang met elektrische apparaten - Sluit het apparaat alleen aan een volgens de voor- schriften geïnstalleerd, geaard stopcontact aan met een netspanning die in overeenstemming is met de opgave op het type- plaatje. - Als het snoer beschadigd is, mag dit alleen vervan- gen worden door een door de fabrikant genoemd servicestation om gevaar voor letsel en ongevallen of schade aan het apparaat te voorkomen. - Zorg er voor dat het stop- contact in de buurt zit van het apparaat en goed bereikbaar is, zodat de stekker er in geval van storing snel uitgehaald kan worden. - Reparaties mogen alleen uitgevoerd worden door erkende werkplaatsen. Niet deskundig gerepareerde apparaten vormen een gevaar voor de gebruiker. - Laat het apparaat niet zonder toezicht als het aanstaat om ongevallen te voorkomen. - Om ongelukken te voor- komen, mogen er nooit meerdere huishoudelijke apparaten aan hetzelfde geaarde stopcontact aan- gesloten worden (bijv. met een 3-weg stekker). - Dompel het apparaat nooit in water en gebruik het niet buiten, zodat het niet bloot- gesteld wordt aan regen of ander vocht! Gevaar voor een elektrische schok! - Indien het apparaat toch in het water gevallen zou zijn, trek dan eerst de stekker uit het stopcontact en haal dan het apparaat eruit! Ge- bruik het apparaat daarna niet meer, maar laat het eerst controleren door een erkend servicestation. Dit geldt ook als het snoer of het apparaat beschadigd is of als het apparaat ge- vallen is. Gevaar voor een elektrische schok!9

- Haal altijd de stekker uit het stopcontact als het ap- paraat niet gebruikt wordt en voor iedere reiniging of bij storingen! Nooit aan het snoer trekken! Gevaar voor een elektrische schok! - Let erop dat het snoer of het apparaat nooit op hete oppervlakken of in de buurt van warmtebronnen geplaatst wordt. Leg het snoer zo neer dat het niet in contact komt met hete of scherpe voorwerpen. Gevaar voor een elektri- sche schok! - Knik in geen geval het net- snoer en wikkel het niet om het apparaat, want dit kan leiden tot een breuk in het snoer. Gevaar voor een elektrische schok! - Gebruik het apparaat niet als u op een vochtige ondergrond staat of als uw handen of het apparaat nat zijn. Gevaar voor een elektrische schok! - Open het apparaat nooit zelf en probeer in geen ge- val om met metalen voor- werpen in het apparaat te komen. Gevaar voor een elektrische schok! Gevaren bij het gebruik van de luchtontvochtiger - Gebruik het apparaat nooit in een explosiegevaarlijke omgeving. - Zet of gebruik het apparaat niet in een zwavel-, chloor-, zout- of oliehoudende atmosfeer. - Steek geen voorwerpen in de luchtinlaat- of luchtuitlaat- openingen of het apparaat. Let er ook op dat geen losse voorwerpen zoals gordijnen of ook lang haar, dassen enz. in de ventilatieopeningen komen, ze zouden door de luchtstroom aangezogen kun- nen worden. - Er mogen geen voorwerpen op het apparaat gezet worden. - Als er een verlengsnoer ge- bruikt wordt, moet dit vol- doen aan de geldende veilig- heidsvoorschriften.9

- Laat het apparaat en alle ac- cessoires voor het reinigen eerst afkoelen tot op kamer- temperatuur. - Als u het apparaat niet ge- bruikt, trek dan altijd de stek- ker uit het geaarde stopcon- tact om gevaarlijke situaties te voorkomen. - Zorg ervoor dat u bij het uit- schakelen van het apparaat ook de stekker uit het geaarde stopcontact trekt, om het apparaat volledig van het net te koppelen. - Zorg ervoor dat u het appa- raat op een effen, stabiel, an- tislip en droog oppervlak zet. Zet het apparaat niet direct tegen een wand of onder een hangkastje of dergelijke. Het apparaat heeft naar boven een vrije ruimte van min. 30 cm nodig. - Dek het apparaat niet af ter- wijl u het gebruikt. Zorg voor voldoende vrije ruimte en een veilige afstand ten opzichte van wanden, plafonds en andere voorwerpen. - Gebruik alleen originele ac- cessoires. Als er geen originele accessoires gebruikt worden, bestaat er groot gevaar voor ongevallen. Bij ongevallen of schade met niet originele ac- cessoires vervalt elke aanspra- kelijkheid. Bij het gebruik van vreemde accessoires en de daaruit voortvloeiende scha- de aan het apparaat vervalt elke aanspraak op garantie. - Gebruik voor het reinigen nooit scherpe of schurende reinigingsmiddelen of voor- werpen met scherpe randen. - De luchtinlaat- en luchtuit- laatopeningen mogen niet afgedekt of geblokkeerd zijn. Houdt altijd voldoende vrije ruimte en reinig de ventilatie- gleuven regelmatig om ver- stopping van de openingen te voorkomen. - Het apparaat mag alleen rechtop getransporteerd wor- den, het condensaatreservoir moet voor het transport in elk geval leeggemaakt worden. Transporteer het apparaat niet als het op een geaard stopcontact aange-sloten is. Gebruik voor het transport de aan de zijkant aangebrachte handgrepen.11

- Gebruik het apparaat alleen bij een omgevingstempera- tuur van ca. 5 °C - 35 °C. - Om oververhitting van het ap- paraat te vermijden, mag de verstelbare klep aan de lucht- uitlaat tijdens het gebruik niet volledig gesloten zijn. - Het apparaat mag alleen wor- den opgesteld, gebruikt of be- waard in ruimtes waarvan de vloeroppervlakte groter dan 4 m² is. - Probeer niet het ontdooings- proces met een of ander hulpmiddel te versnellen. - Tijdens het opbergen moet het toestel worden be- schermd tegen mechanische beschadigingen. - Houd er rekening mee dat brandbare koudemidde- len alleen mogen worden afgevoerd in overeenstem- ming met de respectievelijke nationale voorschriften. Neem hiervoor contact op met uw plaatselijke afvalverwerkings- station. - Als u vragen hebt of onder- houd of reparatie nodig hebt, kunt u contact opnemen met onze klantenservice. Het ser- viceadres vindt u in onze ga- rantiebepalingen op de apart bijgevoegde garantiekaart. - Het apparaat mag alleen wor- den gebruikt resp. bewaard in ruimtes zonder continu ge- bruikte ontstekingsbronnen, zoals open vuur, gasverwar- mingsapparaten of elektrische verwarmingsapparaten. - Boor niet in het apparaat en stel het niet bloot aan stoten, vlammen of hete voorwerpen. - Houd er rekening mee dat het koudemiddel geurloos is. Een eventueel vrijkomen van het koudemiddel kan daarom niet op basis van de geur worden opgemerkt.11

Verklaring symbolen en verdere informatie De volgende symbolen en signaalwoorden worden in deze bedieningshandleiding, op het apparaat en/of op de verpakking gebruikt of dienen voor de weergave van extra informatie. Deze bedieningshandleiding bevat ook aan- wijzingen m.b.t. installatie en onderhoud. Bedieningshandleiding lezen en in acht nemen! Belangrijke veiligheidsaanwijzingen worden gekenmerkt met dit symbool. Gevaar – met betrekking tot persoonlijk letsel Let op – met betrekking tot materiële schade Belangrijke informatie wordt gekenmerkt met dit symbool Dit symbool wijst op speciale voorschriften voor de verwijdering van oude apparaten (zie hoofdstuk ‚Afvalverwijdering‘). Let op, brandgevaar!13

Voor het eerste gebruik Controleer het apparaat na het uitpakken op volledigheid en eventuele transportschade om gevaarlijke situaties te voorkomen. Gebruik het in geval van twijfel niet, maar neem in dat geval contact op met onze klantenservice. Het serviceadres vindt u in onze Garantiebepalingen op de Garantiekaart. Uw apparaat bevindt zich in een verpakking om het te beveiligen tegen transportschade.

  • Haal het apparaat voorzichtig uit zijn verpakking.
  • Verwijder alle delen van de verpak- king.
  • Verwijder de stofresten van de verpakking van het apparaat en alle accessoires volgens de opgaven in hoofdstuk “Onderhoud, reiniging en verzorging”. Aanwijzing: Voor het eerste gebruik raden wij aan het apparaat ca. een uur met open raam te gebruiken, om eventueel aanwezige, productieafhan- kelijke resten te verwijderen. De hierbij eventueel optredende geur is normaal en verdwijnt na korte tijd. Dit is geen storing van het apparaat. Zorg voor voldoende ventilatie. Opbouw en montage13

Bediening Allereerst zouden wij u wat algemene informatie over het werkingsprincipe alsmede een overzicht over de gebruiks- eigenschappen en instelmogelijkhe- den van het apparaat willen geven. Algemeen Uw luchtontvochtiger werkt volgens het condensatieprincipe. Binnen in het apparaat bevindt zich een venti- lator waarmee lucht via een koelin- stallatie getrokken wordt. Hierdoor condenseert de vochtigheid die zich in de lucht bevindt, en druppelt in het condensaatreservoir (B). De afgekoelde lucht wordt daarna weer lichtjes ver- warmd en stroomt vervolgens weer uit het apparaat. Het apparaat beschikt over een automatische ontdooifunctie en een aansluitmogelijkheid voor een slang. Op die manier is een probleem- loos continubedrijf mogelijk. Ontdooifunctie Het apparaat beschikt over een automatische ontdooifunctie die afhankelijk van de omgevingstempe- ratuur van tijd tot tijd ingeschakeld kan worden, als de compressor of de koelinstallatie met een ijslaag bedekt is. In dit geval schakelt het apparaat de ontvochtigingsfunctie automatisch uit, de ventilator van het apparaat blijft echter in gebruik. Het controlelampje - ontdooien (Q5) brandt en toont dat de ontdooifunctie actief is. Schakel het apparaat tijdens het ontdooiproces niet uit en koppel het niet van het net. Houd hierbij rekening met de volgende informatie.

  • Hoe lager de omgevingstempe- ratuur is, waarbij u het apparaat gebruikt, des te eerder of vaker de ontdooifunctie geactiveerd wordt.
  • Hoe lager de omgevingstempera- tuur, des te langer het ontdooipro- ces.
  • Als de ontdooifunctie geactiveerd wordt, wordt de ontvochtigings- functie uitgeschakeld en wordt de hoge ventilatorstand geactiveerd. Het controlelampje - ontdooien (Q5) brandt tijdens het ontdooiproces.
  • Als het ontdooiproces afgesloten is, gaat het apparaat door met het gebruik met de eerder geselec- teerde instellingen. Houd er hierbij rekening mee dat de ontvochti- gingsfunctie pas met een vertraging van circa 3 minuten opnieuw ge- activeerd wordt. Dit beschermt het apparaat resp. de compressor tegen oververhitting. Aanwijzing: Het ontdooiproces wordt automatisch geactiveerd en kan handmatig uitgeschakeld worden. Het apparaat kan tijdens het ontdooipro- ces niet uitgeschakeld worden, ook als een op de timer ingestelde tijd tijdens het ontdooiproces afloopt, wordt deze eerst afgesloten, voordat het apparaat uitgeschakeld wordt.15

Verstelbare klep Aan de bovenkant van het apparaat bevindt zich een verstelbare klep (H) aan de luchtuitlaat, die u kunt openen. Deze klep (H) mag tijdens het gebruik niet compleet gesloten zijn. Bij een volledig geopende klep (H) kan de lucht rechtstreeks naar boven uit het apparaat ontsnappen. Verder kunt u de klep (H) in verschillende hoeken instel- len en zo de richting bepalen waarin de lucht uit het apparaat moet stromen. Deze instelmogelijkheid kan u helpen als u het apparaat bijvoorbeeld bij het drogen van wasgoed gebruikt. De afge- voerde luchtstroom kan op die manier in de richting van de het te drogen wasgoed geleid worden. Timerfunctie Het apparaat is met een timerfunctie uitgerust, die u bij iedere modus kunt gebruiken. Door op de toets voor de timerfunctie (P) te drukken, schakelt u over naar de timerfunctie en kunt u volgens de gewenste tijd instellen via de frequentie waarmee u op de timer- functietoets (P) drukt. Hier hebt u de mogelijkheid om ofwel een tijd in te stellen wanneer het toestel automatisch opstart, ofwel te selecteren hoelang het toestel in wer- king moet zijn tot het zich automatisch uitschakelt. Timerfunctie voor automatisch op- starten

  • Druk, terwijl het apparaat is uitge- schakeld, op de toets voor de timer- functie (P). Het cijfer “00” knippert op het display (M).
  • Druk meerdere malen op de toets voor de timerfunctie (P) om de gewenste tijd voor het opstarten van het apparaat in te stellen. Het controlelampje van de timerfunctie (Q1) licht op om aan te geven dat de timerfunctie is geactiveerd. De ingestelde waarde knippert enkele seconden op het display (M) en wordt daarna permanent weergege- ven.
  • Na het verstrijken van de ingestelde tijd begint het apparaat te werken met de laatst ingevoerde instellin- gen. Timerfunctie voor automatische uitschakeling
  • Druk, terwijl het apparaat is uitge- schakeld, op de toets voor de timer- functie (P). Het cijfer “00” knippert op het display (M).
  • Druk meerdere malen op de toets voor de timerfunctie (P) om de gewenste tijd voor het uitschakelen van het apparaat in te stellen. Het controlelampje van de timerfunctie (Q1) licht op om aan te geven dat de timerfunctie is geactiveerd. De ingestelde waarde knippert enkele seconden op het display (M) en gaat15

vervolgens over naar de weergave van de huidige luchtvochtigheid.

  • Na afloop van de ingestelde tijd schakelt het toestel automatisch uit. Modi Houd er rekening mee dat bij veranderen van modus of bij onderbrekingen van het gebruik de betreffende ventilatorstand meteen weer geactiveerd is; de ontvochti- gingsfunctie kan echter eventueel pas met een vertraging van circa 3 minuten opnieuw starten. Dit be- schermt het apparaat resp. de compressor tegen oververhit- ting. Normaal gebruik: Om de modus “normaal gebruik” te selecteren, drukt u meerdere keren op de toets voor modus (K) totdat het controlelampje normaal gebruik (Q9) gaat braden. De modus normaal gebruik is geactiveerd. Het apparaat biedt u in deze modus de mogelijkheid om de gewenste luchtvochtigheid, die moet worden bereikt, zelf te selecteren. Hierbij kunt u instellingen tussen 30% luchtvochtigheid en 90% luchtvochtig- heid aanbrengen. De instelling gebeurt in stappen van vijf procent en kan uitgevoerd worden door op de toetsen “verhoging” (N) en “verlaging” (L) te drukken. Houd rekening met de alge- mene eigenschappen van het apparaat afhankelijk van de luchtvochtigheid.
  • Indien de luchtvochtigheid hoger is dan de ingestelde waarde, werkt het apparaat met de ontvochtigings- functie.
  • Indien de luchtvochtigheid onder de ingestelde waarde daalt, wordt de ontvochtigingsfunctie automatisch uitgeschakeld. Als bescherming tegen oververhitting loopt de venti- lator dan nog circa 3 minuten na en wordt vervolgens ook uitgeschakeld. Het controlelampje - luchtvoch- tigheid bereikt (Q4) toont dat de ingestelde luchtvochtigheid bereikt of onderschreden werd.
  • Zodra de luchtvochtigheid weer hoger is dan de ingestelde waarde, worden de ontvochtigingsfunctie en de eerder ingestelde ventilator- stand automatisch geactiveerd. Het controlelampje - luchtvochtigheid bereikt (Q4) dooft. Aanwijzing: Let erop dat bij de bo- venstaande gegevens met een zekere tolerantie rekening gehouden moet worden en dat het uit- of inschakelen van het apparaat resp. van de ontvoch- tigingsfunctie wat vertraagd gebeurt. Daarom wordt de ontvochtigings- functie uitgeschakeld als er al een wat lagere luchtvochtigheid (ca. 3% lager) dan de ingestelde waarde bereikt is, en ook pas weer geactiveerd als de lucht- vochtigheid de ingestelde waarde met circa 3% overschrijdt.17

Bovendien hebt u de mogelijkheid de instelling “CO” te selecteren, als u een luchtvochtigheid van minder dan 30% wilt instellen. Druk hiervoor zo vaak op de toets “verlaging” (L) tot de weergave “CO” op het display (M) ver- schijnt. Bij deze instelling is een bijna ononderbroken ontvochtiging moge- lijk. Deze zorgt ervoor dat u een zeer lage luchtvochtigheid in ruimtes kunt bereiken, omdat hier de ontvochti- gingsfunctie continu geactiveerd is. De minimale luchtvochtigheid die in deze modus kan worden bereikt, hangt van heel wat factoren af, bijvoorbeeld de omgevingstemperatuur of de grootte van de ruimte, enz. Daarom is het niet mogelijk om een algemeen geldende minimumwaarde te noemen.

  • Meteen na het instellen van de gewenste waarde (luchtvochtigheid in % of “CO”) wordt deze gedurende enkele seconden knipperend op het display (M) getoond, daarna wisselt het display (M) naar de weergave van de actuele luchtvochtigheid.
  • Druk nogmaals op de toets verlaging (L) om over te schakelen naar de “AU” instelling. De volgende voorwaarden zijn van toepassing, afhankelijk van de kamertemperatuur 50% luchtvochtigheid bij een kamer- temperatuur boven 27 °C. 55% luchtvochtigheid bij een kamer- temperatuur tussen 20-27 °C. 60% luchtvochtigheid bij een kamer- temperatuur tussen 5-20 °C. Bij een kamertemperatuur onder 5 °C schakelt de ontvochtigingsfunc- tie automatisch uit.
  • U kunt te allen tijde kiezen of u het apparaat met de hoge of de lage ventilatorstand wilt gebruiken. De ventilatorstand kunt u instellen door op de toets voor ventilatorstand (O) te drukken. Het betreffende contro- lelampje toont u welke ventilator- stand u geselecteerd hebt. Controlelampje (Q2) “LOW”: lage ventilatorstand Controlelampje (Q3) “HIGH”: hoge ventilatorstand Modus drogen wasgoed: Deze modus maakt het mogelijk uw wasgoed snel te drogen. De beste resultaten bereikt u, als u de lucht- stroom die uit het apparaat stroomt, met behulp van de verstelbare klep voor de luchtuitlaat (H) op het was- goed richt. Bij deze modus is de hoge ventilatorstand en de ontvochtigings- functie geactiveerd. Houd verder nog rekening met de volgende eigenschap- pen bij het gebruik van de modus “drogen wasgoed”. Om deze modus te activeren, drukt u zo vaak op de toets voor modus (K) totdat het controle- lampje - drogen wasgoed (Q11) brandt. Het controlelampje - in gebruik (Q13) knippert gedurende korte tijd. Zodra het lampje continu brandt is de modus “drogen wasgoed” geactiveerd.17

Opmerking: Na het wijzigen van de modus is het mogelijk dat het contro- lelampje - in gebruik (Q13) gedurende maximaal 3 minuten knippert, totdat de betreffende modus volledig is geac- tiveerd.

  • Op het display (M) wordt de actuele luchtvochtigheid getoond. Wijzigin- gen met betrekking tot de gewenste luchtvochtigheid zijn bij deze modus niet mogelijk.
  • De hoge ventilatorstand is geacti- veerd en kan in deze modus niet gewijzigd worden.
  • Om de modus “drogen wasgoed” uit te schakelen, drukt u opnieuw op de toets voor modus (K), om naar een andere modus te wisselen of op de AAN/UIT-toets (J) om het apparaat uit te schakelen. Modus luchtcirculatie: Bij deze modus is alleen de betreffende ventilatorstand (zonder ontvochti- gingsfunctie) actief. Selecteer deze modus indien u wenst dat de ruimte- lucht “bewogen”, maar niet ontvoch- tigd wordt. Om de modus “luchtcirculatie” te selec- teren, drukt u zo vaak op de toets voor modus (K) totdat het controlelampje - luchtcirculatie (Q10) brandt. Het con- trolelampje - in gebruik (Q13) knippert kort, zodra het permanent brandt, is de luchtcirculatiemodus geactiveerd.
  • Door op de toets voor ventilator- stand (O) te drukken, kunt u kiezen of de hoge of de lage ventilatorstand geactiveerd is.
  • Op het display wordt de actuele luchtvochtigheid getoond. Wijzigin- gen met betrekking tot de gewenste luchtvochtigheid zijn bij deze modus niet mogelijk. Led-display Aan de voorkant van uw apparaat bevindt zich een led-display (G) dat, ongeacht de modus waarin de luch- tontvochtiger werkt, u de huidige luchtvochtigheid als een waarde en het respectievelijke bereik met behulp van verschillende kleuren laat zien. Zo kunt u met één blik op het apparaat inschat- ten of de luchtvochtigheid laag, mid- delmatig of hoog is. Let op de respec- tievelijke indicaties van het led-display (G) afhankelijk van de luchtvochtigheid.
  • Indien de relatieve luchtvochtigheid in de omgeving lager dan 50% is, brandt het led-display (G) blauw en geeft daarmee aan, dat de relatieve luchtvochtigheid gering is.
  • Bij een relatieve luchtvochtigheid tussen 50% en 70% brandt het led- display (G) groen en geeft aan, dat de relatieve luchtvochtigheid in het gemiddelde bereik ligt.
  • Indien de relatieve luchtvochtigheid hoger dan 70% is, brandt het led-dis- play rood. Op die manier is duidelijk dat de relatieve luchtvochtigheid in de omgeving hoog is.19

Aanwijzing: Let er ook hier op dat bij de bovenstaande gegevens met een zekere tolerantie rekening gehouden moet worden en dat de wissel van de betreffende kleuraanduiding wat vertraagd gebeurt. Bediening van het apparaat Let er bij het gebruik van het apparaat steeds op dat ramen en deuren gesloten zijn. Houd er rekening mee dat de kamertemperatuur tijdens het gebruik van het apparaat kan verhogen. Uw apparaat werkt alleen met een correct ge- plaatst condensaatreservoir. Dek de ventilatieopeningen (boven- en achterkant van het apparaat) nooit af. Dit kan tot oververhitting van de lucht- ontvochtiger leiden. Houd voldoende afstand met muren of andere voorwerpen (min. 30 cm). Het controlelampje - in gebruik brandt permanent zodra de ontvochtigingsfunctie actief is. Zodra de compressor, d.w.z. de ontvochtigingsfunctie, zich uitschakelt, knippert het controlelampje - in gebruik.

Plaats het apparaat in de buurt van een geaard stopcontact (met een net- spanning volgens het typeplaatje), zorg er daarbij voor dat het geaarde stopcontact vrij toegankelijk is.

  • Let op een vlakke en droge stand- plaats. Controleer voor elk gebruik of alle ventilatieopeningen, roosters en filters vrij van vuil en niet geblokkeerd zijn. Reinig het apparaat en de accessoires indien nodig volgens het hoofdstuk “Onderhoud, reiniging en verzorging”.
  • Steek de stekker van het apparaat in het geaarde stopcontact.
  • Druk op de AAN/UIT-toets (J) om het apparaat in te schakelen. Het con- trolelampje - in gebruik (Q13) gaat branden en het apparaat begint met werken. Het apparaat beschikt over een “memoryfunctie”, d.w.z. dat het apparaat de aangebrachte instellingen opslaat. Mocht het apparaat tijdens het gebruik van het net gekoppeld worden of de stroomvoorziening bijvoorbeeld wegens stroomuitval onderbro- ken worden, start het apparaat bij de hernieuwde aansluiting op het net resp. bij weer geactiveerde stroomvoorzie- ning automatisch met het gebruik met de laatste gebruik- te instellingen. De instellingen worden ook opgeslagen (met uitzondering van de timerfunc- tie) als u het apparaat uitscha-19

kelt en op een later tijdstip weer inschakelt.

  • Selecteer nu de modus waarin u het apparaat wilt gebruiken (dro- gen wasgoed, normaal gebruik of luchtcirculatie). Het betreffende controlelampje toont welke modus geselecteerd werd.
  • Als u de modus “normaal gebruik” hebt geselecteerd, kunt u zoals hierboven beschreven bovendien de waarde van de gewenste lucht- vochtigheid of de instelling “CO” voor continue ontvochtiging of “AU” voor automatische werking selec- teren met behulp van de toetsen verhoging (N) of verlaging (L). Houd echter rekening met de gegevens met betrekking tot het automatische uitschakelen van het apparaat tij- dens de ontdooifunctie. Bovendien kunt u te allen tijde kiezen of u het appa- raat met de hoge of de lage ventila- torstand wilt gebruiken.
  • Indien gewenst, kunt u nu nog de instellingen voor de timerfunctie aanbrengen.
  • Om het apparaat uit te schakelen, drukt u op de AAN/UIT-toets (J).
  • Bovendien biedt het apparaat u de mogelijkheid de actuele omgevings- temperatuur weer te geven. Om dit te doen, drukt u tegelijkertijd op de toets verhoging (N) en de toets verlaging (L) en de omgevingstem- peratuur wordt gedurende ca. 5 seconden op het display (M) en het led-display (G) weergegeven. Het controlelampje - temperatuur (°C) (Q7) gaat branden om aan te geven dat de waarde voor de tempera- tuur wordt weergegeven. Na ca. 5 seconden geven het display (M) en het led-display (G) weer de huidige luchtvochtigheid aan en gaat het controlelampje temperatuur (°C) (Q7) uit. Het controlelampje - lucht- vochtigheid (%) (Q8) wordt ingeschakeld en signaleert de weer- gave van de luchtvochtigheid. Condensaatreservoir Het condensaatreservoir (B) is uitge- rust met een vlotter die het apparaat uitschakelt wanneer het condesaatre- servoir (B) vol is. In dat geval gaat het controlelampje - condensaatreservoir vol (Q6) branden en klinkt er een akoestisch signaal.
  • Verwijder het condensaatreservoir (B) door het aan de handgrepen aan de zijkant uit het apparaat te trekken. In het condensaatreservoir (B) bevindt zich een handgreep die een eenvoudig transport mogelijk maakt.
  • Leeg het condensaatreservoir (B) en zet het terug in het apparaat.
  • Het apparaat gaat door met het gebruik met de eerder gekozen instellingen.21

Continubedrijf met slangaansluiting Uw apparaat is met een slang- aansluiting uitgerust. Hier kunt u voor het continubedrijf een slang aansluiten en op die manier het legen van het condensaatreservoir voorko- men, omdat het water nu via de slang aangevoerd wordt en niet meer in het condensaatre- servoir loopt. Bovendien is een aansluitstuk meegeleverd, waar u gangbare slangschroef- aansluitingen op kunt schroe- ven en daar een passende slang naar keuze op aan kunt sluiten (bijv. tuinslang). Zorg ervoor dat de slang op geen enkele plaats hoger loopt dan de slangaansluiting op het apparaat. Het water moet naar het einde van de slang toe kunnen aflopen. Schakel het apparaat steeds uit en kop- pel het van het net voordat u een slang aanbrengt of verwijdert. Om de slang op het apparaat aan te sluiten gaat u als volgt te werk.

  • Aan de achterkant van het apparaat bevindt zich de slangaansluiting (D).
  • Haal het condensaatreservoir (B) er- uit, om beter bij de slangaansluiting (D) te komen. De slangaansluiting (D) bevindt zich in de bovenste rech- terhoek van het inschuifvak voor het condensaatreservoir (B).
  • Steek nu een passende slang (bin- nendiameter ca. 10mm) op de slan- gaansluiting (D). Een passende slang wordt meegeleverd. Zorg ervoor dat de opening van de slang in een geschikte afvoer of een geschikt re- servoir leidt, waarin het afgevoerde water kan stromen.

Let op: als u een slangschroefdraad- aansluiting op het apparaat wilt aan- brengen, plaatst u eerst het aansluit- stuk (R) in de slangaansluiting (D), dan schroeft u een slangschroefaansluiting21

op het aansluitstuk (R) en vervolgens verbindt u een passende slang naar keuze met de slangschroefaansluiting. Let erop dat alle onderdelen correct en stevig aangebracht zijn en de gebruikte onderdelen niet los kunnen raken, om te voorkomen dat er ongewild water uitloopt.

Aanwijzing: Zorg ervoor dat het condensaatreservoir (B) altijd correct in het apparaat geplaatst is. Het apparaat werkt ook bij continubedrijf met slan- gaansluiting alleen, als het condensaat- reservoir (B) correct geplaatst is. Indien het condensaatreservoir niet of niet correct geplaatst is, brandt het controlelampje - condensaatreservoir vol (Q6) en klinkt gedurende enkele seconden een waarschuwingssignaal. Toetsvergrendeling Het apparaat heeft een blokkeer- functie waarmee u alle toetsen kunt vergrendelen nadat de instellingen zijn ingevoerd, om te voorkomen dat de instellingen ongewenst worden gewijzigd.

  • Om de blokkeerfunctie te activeren, houdt u de toets van het LOCK- gedeelte ongeveer 5 seconden ingedrukt. Het bijbehorende contro- lelampje (Q12) gaat branden om aan te geven dat alle toetsten vergren- deld zijn.
  • Om de blokkeerfunctie, d.w.z. de toetsvergrendeling, uit te schake- len, houdt u de toets nogmaals gedurende ongeveer 5 seconden in- gedrukt. Het bijbehorende controle- lampje (Q12) gaat uit en de toetsten worden ontgrendeld. Het apparaat moet na elk gebruik uitgeschakeld en de stekker moet uit het stopcontact gehaald worden. Laat het apparaat afkoelen tot op kamer- temperatuur, voordat u het reinigt en/ of opbergt. Leeg het condensaatreservoir en berg het apparaat op een droge en voor kinderen niet toegankelijke plaats op.23

Storing: Oorzaak: Oplossing: Het apparaat doet helemaal niets. De stekker zit niet in het geaarde stopcontact. Steek de stekker in het geaarde stopcontact. Het condensaatreservoir is vol of niet correct geplaatst. Leeg het condensaatreser- voir. Plaats het correct in het apparaat. Het apparaat heeft zichzelf tijdens het werk uitgeschakeld. Het condensaatreservoir is vol. Leeg het condensaatreser- voir. Het apparaat resp. de ontvochtigingsfunctie is korte tijd uitgescha- keld. Automatische ontdooifunctie is ingeschakeld. Wacht totdat het apparaat of de ontvochtigingsfunc- tie weer ingeschakeld wordt. Neem bij hier niet vermelde storingen a.u.b. contact op met onze klantenservice. Onze adviseurs helpen u graag verder. Het serviceadres vindt u in onze Garantie- bepalingen op de apart bijgevoegde Garantiekaart. Aangezien we voortdurend sleutelen aan onze producten om ze te verbeteren, kan het zijn dat we het ontwerp aanpassen en eventueel technische wijzigingen aanbrengen. Deze bedieningshandleiding kunt u ook als pdf-bestand downloaden op onze startpagina www.gt-support.de. Storing en oplossing23

Trek voor het reinigen altijd de stekker uit het stopcontact en laat het apparaat volledig afkoelen, voordat u het reinigt en opbergt! Gevaar voor een elektrische schok! Let er op dat er geen vloeistof binnen in het apparaat komt. Het apparaat nooit in water dompelen. Gevaar voor een elektrische schok! Gebruik voor het reinigen nooit scherpe of schurende reinigings-middelen of voorwerpen met scherpe randen.

  • Gebruik voor het reinigen van de buitenkant van het apparaat een droge, eventueel iets vochtige, goed uitgewrongen doek.
  • Daarna goed droog wrijven. Reiniging van de ventilatiegleuven Verwijder stof en vuil regelmatig met een geschikte, zachte borstel voorzich- tig van de ventilatiegleuven. Reiniging van de lter Reinig de ventilatieopeningen en de filter regelmatig (ca. om de 2 weken). Indien u merkt dat het vermogen van het apparaat vermindert, is dit meestal een teken dat filter en/ of ventilatieopeningen gereinigd moeten worden.
  • Aan de achterkant van het apparaat bevindt zich de afdekking van de filter met de luchtinlaatopeningen (F). Verwijder dit van het apparaat door de ontgrendellus iets omhoog te drukken en de afdekking aan de onderkant van het apparaat weg te trekken.
  • In de afdekking zijn een schuimstof- filter en een filterhouder bevestigd. Verwijder, indien nodig, de filter- houder en de schuimstoffilter uit de afdekking.
  • U kunt nu de afdekking, schuimstof- filter en filterhouder afzonderlijk reinigen. Onderhoud, reiniging en verzorging25
  • Reinig de afdekking, de schuimstof- filter en de filterhouder met een geschikte borstel of stofzuiger.
  • Zet alle onderdelen na de reiniging weer in elkaar en plaats de afdek- king in het apparaat. Reiniging van het condensaatreservoir Leeg en reinig het conden- saatreservoir regelmatig, om hygiënische redenen. Gebruik voor de reiniging mild afwas- middel en droog het reservoir vervolgens goed af. In het condensaatreservoir (B) bevindt zich een afdekking die u voor een gron- dige reiniging kunt verwijderen.
  • Zet hiervoor de handgreep van het condensaatreservoir (B) in de positie waarin de “neuzen” aan het scharnier van de handgreep met de bevesti- gingsopeningen van het waterreser- voir op één lijn staan.
  • Nu kunt u de handgreep aan beide kanten lossen door deze aan elke kant uit de bevestigingsopening te trekken.
  • Nu kan de afdekking van het con- densaatreservoir (B) naar boven afgenomen worden.
  • Reinig nu het condensaatreser- voir (B) en eventueel de afdekking alsmede de handgreep met water met afwasmiddel. Spoel daarna alle onderdelen grondig af met schoon water en laat ze helemaal drogen.
  • Zet daarna de afdekking weer erop en de handgreep in de hiervoor voorziene bevestiging van het con- densaatreservoir (B). Controleer of deze goed zit. Als u een afvoerslang gebruikt, spoel ook deze na elk gebruik met voldoende schoon water of bij continubedrijf 2 tot 3 keer per jaar. Doe dit precies zo met het aansluitstuk (R).25

Technische gegevens Nominale spanning: 220 – 240 V~ Nominale frequentie: 50 Hz Nominaal vermogen: 400 W (35°C; RH 80%) Nominale stroom: 2,2 A (35°C; RH 80%) Veiligheidsklasse: I Bedrijfstemperatuur: ca. 5 °C - 35 °C Koelmiddel/hoeveelheid: R 290/50g Netto gewicht: ca.13,8 kg Ontvochtigingscapaciteit: ca. 20l/dag (30 °C; 80% RH) Capaciteit Condensaatreservoir: ca. 6 l Maximaal toelaatbare werkdruk: - Aanzuigdruk: 1,0 MPa - Uitstroomdruk: 2,6 MPa Maximaal toelaatbare druk: - Aanzuigdruk: 1,2 MPa - Uitstroomdruk: 3,2 MPa Aanbevolen maximaal ruimteoppervlak (standplaats): 20 m² Zekering: AC250V, 2A27

Verpakking afvoeren Gooi de verpakking soort bij soort weg. Leg karton en kartonnen dozen bij het oud papier en breng folie naar de inzameling van herbruikbare materialen. Artikel afvoeren Oude apparaten mogen niet bij het huisvuil! Het symbool met de door- streepte vuilnisbak betekent dat elektrische en elektronische apparaten niet samen met het huisvuil mogen worden weggegooid. Consumenten zijn wettelijk verplicht elektrische en elektronische apparaten aan het einde van hun levensduur gescheiden van ongesorteerd huishoudelijk afval in te leveren. Dit garandeert dat de recycling op een milieuvriendelijke en grondstof- besparende manier wordt uitgevoerd. Batterijen en accu’s die niet vast in het elektrische of elektronische apparaat zijn ingesloten en die kunnen worden verwijderd zonder te worden vernietigd dienen van de apparaten te worden gescheiden voordat u het apparaat inlevert bij een inzamelpunt en naar een aangewezen verwijderingspunt brengt. Hetzelfde geldt voor lampen die uit het apparaat kunnen worden verwijderd zonder te worden vernietigd. Eigenaars van elektrische en elektroni- sche apparaten van particuliere huis- houdens kunnen deze inleveren bij de inzamelpunten van de overheidsinstan- ties voor afvalbeheer of bij de door de fabrikanten of distributeurs opgezette inzamelpunten. Het inleveren van oude apparaten is gratis. In het algemeen zijn de distributeurs verplicht ervoor te zorgen dat oude apparaten kosteloos worden terugge- nomen door geschikte terugnamefaci- liteiten binnen een redelijke afstand ter beschikking te stellen. Consumenten hebben de mogelijkheid een oud apparaat gratis terug te bren- gen naar een distributeur die verplicht is het terug te nemen indien u een gelijk- waardig nieuw apparaat met in wezen dezelfde functie koopt. Deze mogelijk- heid bestaat ook voor leveringen aan een particulier huishouden. Afgezien daarvan kunnen consumenten oude apparaten van een bepaald type gratis inleveren bij een inzamelpunt van een distributeur, zonder dat dit gekoppeld is aan de aankoop van een nieuw apparaat. De randlengtes van de respectieve apparaten mogen echter niet meer dan 25 cm zijn. Afvoeren27

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : QUIGG

Model : GTSFLE01

Categorie : Ontvochtiger