Renkforce MAC608 - Alarmsysteem

MAC608 - Alarmsysteem Renkforce - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MAC608 Renkforce in PDF-formaat.

📄 72 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Renkforce MAC608 - page 54
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL

Download de handleiding voor uw Alarmsysteem in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MAC608 - Renkforce en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MAC608 van het merk Renkforce.

GEBRUIKSAANWIJZING MAC608 Renkforce

Geachte klant, Hartelijk dank voor de aanschaf van dit product. Dit product voldoet aan de wettelijke nationale en Europese voorschriften. Volg de instructies van de ge- bruiksaanwijzing op om deze status van het apparaat te handhaven en een ongevaarlijke werking te ga- randeren! Lees voor de ingebruikneming van dit product de volledige gebruiksaanwijzing door en neem alle bedienings- en veiligheidsvoorschriften in acht. Alle vermelde bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaren. Alle rech- ten voorbehouden. Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be55

2. Voorgeschreven gebruik

Deze alarminstallatie met 8 zones is optimaal geschikt voor de beveiliging van woningen, kantoren en kleine ondernemingen tegen „kleine risico’s”. De alarminstallatie is niet geschikt voor de beveiliging tegen middelgrote of grote risico’s, zoals deze in grote ondernemingen, industriële gebouwen of industriële installatie bestaan. De alarminstallatie meldt het niet geoorloofde binnendringen in het beveiligde gebouw door het schakelen van uitgangen, waarop u optische, akoestische of stille signaalgevers kunt aansluiten. De alarminstallatie beschikt over acht alarmzones, een interne signaalgever en een aansluiting voor een optionele, afzonderlijk als accessoire verkrijbare loodaccu (12 V DC, 1,2 Ah) om het gebruik ook bij stroom- uitval te kunnen verder zetten. De loodaccu bevindt zich in de behuizing van de alarminstallatieplaats. Een aansluiting op het openbare stroomnet is noodzakelijk, zodat de installatie in bedrijf kan worden genomen. Gebruik zonder loodaccu is mogelijk, deze moet echter om veiligheidsredenen ook worden geplaatst. Tijdens het gebruik geschiedt de volledige bediening van de alarminstallatie via de ingebouwde sleutel- schakelaar en het op de behuizing aangebrachte toetsenveld of een optionele, externe remote-schakelaar. De basisinstellingen kunnen na een succesvolle montage via DIP-schakelaars op de platine worden aan- gepast. De alarminstallatie is uitsluitend geschikt voor gebruik in droge ruimtes binnenshuis. Een ander gebruik dan hiervoor beschreven is niet toegestaan en kan het product beschadigen, wat risico’s zoals kortsluiting, brand en elektrische schokken met zich meebrengt. Het complete product mag niet gewijzigd of omgebouwd worden. De veiligheidsvoorschriften in deze ge- bruiksaanwijzing dienen absoluut te worden opgevolgd. Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door en bewaar deze voor toekomstig gebruik. Het is absoluut noodzakelijk, de alarminstallatie aanvullend via externe sensoren (bewegingsmelder, ma- gneetcontacten enz.) te beveiligen, om beïnvloedingen aan de centrale van de installatie uit te sluiten. Aanbevolen wordt, om sabotagelussen in te bouwen in de leidingen naar de alarmcomponenten.56

  • Alarminstallatie met 8 zones in afsluitbare metalen behuizing voor wandmontage.
  • 4x montageschroef en 4x pennen voor de bevestiging van de behuizing van de alarminstallatie aan de muur
  • 2x sleutel voor het in- en uitschakelen van de alarminstallatie
  • 2x sleutel voor het sluiten van de metalen behuizing

Dit symbool wordt gebruikt wanneer er gevaar bestaat voor uw gezondheid, bijv. door een elek- trische schok. Een uitroepteken in een driehoek wijst op speciale gevaren bij gebruik, ingebruikneming of be- diening. Het „pijl”-symbool staat voor speciale tips en bedieningsinstructies.57

5. Veiligheidsvoorschriften

Bij schade veroorzaakt door het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing, vervalt het recht op garantie! Voor vervolgschade die hieruit ontstaat, zijn wij niet aansprakelijk! Voor materiële of persoonlijke schade, die door ondeskundig gebruik of niet inachtname van de veiligheidsaanwijzingen veroorzaakt worden zijn wij niet aansprakelijk. In zulke gevallen vervalt de garantie. Let op! De installatie van het product mag alleen door een erkend elektrovakman (bijv. elektricien) worden uitgevoerd, die vertrouwd is met de betreffende voorschriften (bijv. KEMA/KIVI/IEEE)! Door ondeskundige werkzaamheden aan netspanning brengt u niet alleen uw eigen veiligheid, maar ook die van anderen in gevaar! Wanneer u niet over de nodige vakkennis beschikt om de montage zelf uit te kunnen voeren, laat dit dan aan een vakman over.

  • Het product mag niet veranderd of omgebouwd worden; daarbij vervalt niet alleen de garantie/ aansprakelijkheid, maar ook de toelating (CE).
  • U mag het product enkel in droge binnenruimtes monteren en gebruiken. Het mag niet vochtig of nat worden! Er bestaat het levensgevaar door een elektrische schok!
  • Gebruik het product niet in ruimten of onder ongunstige omstandigheden waarbij brandbare gassen, dampen of stoffen aanwezig zijn of aanwezig kunnen zijn!
  • Het product mag niet worden blootgesteld aan extreme temperaturen, vocht, direct zonlicht, sterke trillingen of sterke mechanische belastingen.
  • Ga voorzichtig om met dit product. Het heeft scherpe randen.
  • Het product is geen speelgoed en is niet geschikt voor kinderen.
  • Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos liggen. Plasticfolie, plastic zakken, enz. kunnen voor kinderen gevaarlijk speelgoed zijn. Er bestaat verstikkingsgevaar.
  • Wanneer men aanneemt dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is, dan mag het apparaat niet meer worden gebruikt en moet het worden beveiligd tegen onbedoeld gebruik.
  • Onweer kan een gevaar opleveren voor elk elektrisch apparaat. Overspanningen op de stroom- leiding kunnen het apparaat beschadigingen.
  • Er mogen zich ook geen apparaten met sterke elektrische velden in de buurt van de alarmin- stallatie bevinden (vb. draadloze telefoons, draadloze apparaten, elektrische motoren, enz.). Ook directe warmtebronnen kunnen tot functiestoringen leiden.
  • Zorg dat elektrische apparatuur niet in contact komt met vloeistof.
  • Gebruik het product nooit afgedekt. Zorg altijd voor voldoende ventilatie.
  • Installatiegewijs moet een installatie worden voorzien die alle polen van de netspanning kan ontkoppelen (vb. aardlekschakelaar).58
  • Neem bovendien ook de gebruiksaanwijzing van de producten in acht, die met deze alarmin- stallatie kunnen worden gebruikt.
  • Reparatiewerkzaamheden mogen alleen door een gekwalificeerd vakman resp. in een vak- werkplaats worden uitgevoerd.
  • Wanneer bij de montage, aansluiting of installatie iets niet duidelijk is of wanneer u twijfelt over de werking van deze alarminstallatie, raadpleeg dan een deskundige.

7. Voorschriften met betrekking van een optionele

  • Houd accu´s buiten het bereik van kinderen. Monteer en gebruik het product zo, dat het zich buiten bereik van kinderen bevindt.
  • Accu‘s mogen niet kortgesloten, geopend, uit elkaar gehaald of in het vuur gegooid worden. Er bestaat brand- en explosiegevaar!
  • Uit verouderde accu’s kunnen chemische vloeistoffen lekken die het apparaat kunnen be- schadigen.
  • Lekkende of beschadigde accu‘s kunnen bij huidcontact bijtende wonden veroorzaken; draag in dit geval beschermende handschoenen.

De aansluiting van de alarminstallatie mag alleen in spanningsvrije toestand worden uitgevoerd. Hiervoor is het niet voldoende, de alarminstallatie uit te schakelen! Schakel de elektrische net- leiding stroomloos door het verwijderen van de betrokken zekering resp. het uitschakelen van de zekeringautomaat. Schakel bovendien de FI-aardlekschakelaar uit. Controleer vervolgens met een geschikt meetapparaat of de nettoevoerleiding geheel spanningsvrij is. Trek eventueel de aansluitstekkers van de loodaccu (apart als toebehoren verkrijgbaar) er af. Let bij het boren van gaten in de muur op, dat u niet per ongeluk stroom-, gas-, of waterleidingen beschadigt! a) Montageplaats van de alarminstallatie Kies de montageplaats zo dat hij voor de gebruiker van de installatie goed toegankelijk is, maar niet direct zichtbaar. Onbevoegden mogen de alarminstallatie niet kunnen bereiken om ze te deactiveren. Eventueel is het aan- gewezen dee montageplaats bijkomend te beveiligen, vb. door een bewegingsmelder. Let er bij de keuze van de montageplaats op dat uw alarminstallatie niet is blootgesteld aan direct, intens zonlicht, trillingen, stof, hitte, kou en vocht. b) Tips voor de montage Voor de eigenlijke montage van de alarminstallatie en de extra componenten moet u met de plattegrond van het te bewaken object nauwkeurig plannen hoe de optimale beveiliging van uw object kan worden ge- realiseerd. Teken de melders van de te bewaken deuren, ramen, kamers, enz. op hun plaats. Denk daarbij aan de bijzondere eigenschappen (bjv. meethoek van een bewegingsmelder) van de afzonderlijke melders. Deze werkwijze helpt ook om het effectief noodzakelijke materiaal (vb. lengte en aantal aders van de leidin- gen, aantal bewegingsmelders, deur-/venstermodel, etc.) beter in te schatten. De alarminstallatie ondersteunt acht alarmzones. Aan de overeenkomstige ingangen op de platine van de alarminstallatie sluit u de verschillende sensoren voor de respectievelijke melders aan.60 De functies van de alarmzones worden in hoofdstuk 9.3 „Eigenschappen van de 8 alarmzones” beschreven. Wij raden u aan om voor de montage de informatie over de verschillende functies van de alarmzones vol- ledig door te lezen. Nadat een geschikte montageplaats is gevonden en ook de lengte en aantal aders van de leidingen die voor de aansluiting van de sensoren/melders nodig zijn, vaststaat kan met de montage worden begonnen. Voor de alarminstallatie wordt gemonteerd is het nodig, de kabel voor de netaansluiting en de aansluitleidingen van de sensoren/melders van achter door de daarvoor voorziene ronde ope- ning in het midden van de achterzijde van de behuizing te voeren. Het is belangrijk om de kabel te verbergen (vb. onder pleisterwerk) om sabotage te verhinderen. De aansluiting aan het stroom- net en aan de leidingen van de sensoren/melders gebeurt na de montage. Markeer eventueel reeds bij het verleggen van de leidingen de overeenkomstige leidingsuitein- des, om de aansluitleidingen aan de sensoren te kunnen toewijzen. c) Verplaatsen van de leidingen van de sensoren/melders voor de alarmin- stallatie Monteer eerst de sensoren/melders die aan de alarminstallatie moeten worden aangesloten, op de voor- ziene plaatsen in het gebouw. Let daarbij op de montage- en bedieningshandleiding van deze producten. Verberg de nodige leidingen van de sensoren/melders (vb. onder pleisterwerk) naar de plaats van de alarminstallatie om ze na de montage van de alarminstallatie te kunnen aansluiten. d) Montage van de alarminstallatie

  • Open het frontpaneel van de behuizing met de meegeleverde sleutel.
  • Voor de montage heeft de alarminstallatie vier montagegaten aan de achterzijde van de behuizing.
  • Voer de reeds gelegde leidingen door de daarvoor voorziene ronde opening in het midden van de achter- zijde van de behuizing.
  • Bevestig de behuizing met overeenkomstig montagemateriaal aan de muur. Gebruik daarvoor evt. de in de leveringsomvang inbegrepen schroeven en pennen.61

De installatie van het product mag uitsluiltend door een gekwalificeerde elektrovakman (vb. elektricien) gebeuren! Door ondeskundige werkzaamheden aan netspanning brengt u niet alleen uw eigen veiligheid, maar ook die van anderen in gevaar! Wanneer u niet over de nodige vakkennis beschikt om de montage zelf uit te kunnen voeren, laat dit dan over aan een vakman. Denk eraan dat de aansluiting van de alarminstallatie alleen in spanningsvrije toestand mag worden uitgevoerd! Schakel hiervoor de elektrische netleiding stroomloos door het verwij- deren van de betrokken zekering resp. het uitschakelen van de zekeringautomaat. Schakel bovendien de FI-aardlekschakelaar uit. Controleer vervolgens met een geschikt meetapparaat of de nettoevoerleiding geheel spanningsvrij is. a) Aansluiting aan het openbare stroomnet In de behuizing van de alarmisntallatie bevindt zich een schroefklem voor drieaderige kabelverbindingen via dewelke u de alarminstallatie met de netspanning verbindt. Let op dat telkens de correcte kabels (met kleuren gemarkeerd) met elkaar worden verbonden om het product niet te beschadigen! Verbind hiervoor telkens de afzonderlijke kabels aan de schroefklemmen zodat de kleuren van de isoleringen bij elkaar passen: L = fase (bruine kabel), N = nulleiding (blauwe ka- bel) en PE = beschermingsleiding (geelgroene kabel). Daarvoor steekt u de geïsoleerde uiteinden van de afzonderlijke aders in de daartoe voorziene contacten en maakt u met schroeven vast. De stroomnetkabel zelf beschermt u vervolgens tegen het wegglijden door deze onder de zwarte kunststofbrug met de klem vast te schroeven. b) Aansluiting loodaccu Om het gebruik van de alarminstallatie ook bij stroomuitval te continueren, moet de loodaccu (12 V/DC, met minimaal 1,2 Ah) worden aangesloten op het systeem. Gebruik hiervoor beide stekkers aan de rode („+”-pool) en zwarte kabel („-”-pool) - let hierbij ook op de correcte polariteit om schade aan het product te vermijden. Activeer de bedrijfsspanning pas nadat u alle aansluitwerken en de individuele instellingen van de DIP-schakelaars hebt uitgevoerd!62

  • Als de sleutelschakelaar in de „ON“-positie staat, zijn zones Z7 en Z8 scherpgesteld. De zones Z7 en Z8 moeten scherp zijn geschakeld, om Z1 - Z6 scherp te kunnen schakelen. Z1 – Z6 worden vervolgens via het toetsenveld via wachtwoordinvoer of via optionele, externe remote-schakelaar scherp en onscherp geschakeld. Om het systeem na een geactiveerd alarm opnieuw uit te schakelen draait u de sleutelscha- kelaar in de „OFF“-positie.
  • Als de sleutelschakelaar zich in de “OFF”-positie bevindt, zijn alle zones Z1 – Z8 gedeactiveerd.
  • Voer het correcte wachtwoord in om de zones Z1 – Z6 scherp te stellen of te deactiveren. Voor de instelling van een individueel wachtwoord gaat u tewerk, zoals beschreven in hoofdstuk „11. b Wacht- woordinstellingen“.
  • Als een alarm wordt geactiveerd, moet u de sleutelschakelaar in de „OFF“-positie draaine om het alarm te deactiveren.
  • Als de sleutelschakelaar zich in de „OFF”-positie bevindt, is ook het toetsenbord gedeactiveerd.

3. Functie-indicatielampjes (LED’s)

  • „ON”-LED licht permanent op: De sleutelschakelaar bevindt zich in de „ON”-positie.
  • „ON”-LED knippert langzaam: Wachtwoord-programmeermodus.
  • „POWER”-LED licht permanent op: systeem wordt van stroom voorzien.
  • „READY”-LED licht permanent op: alle alarmzones bevinden zich in de „normale” modus (NC = normally closed).
  • „ALARM“-LED licht op wanneer in een scherpgestelde alarmzone, een alarm werd uitgegeven.
  • ARMED“-LED knippert bij scherpstelling (tijdens de in- en uittreedtijd) en brandt aansluitend permanent, als het systeem met het toetsenveld wordt scherp geschakeld.63
  • Uitgeschakeld: de respectievelijke alarmzone is niet scherpgesteld (NC-modus, normale toestand)
  • Melder van deze lus is geactiveerd of alarmlus onderbroken. Voorafgaand aan scherpstelling de reden lokaliseren en open contact of onderbreking van de alarmlus verhelpen.
  • Snel knipperen: in een scherpgestelde alarmzone werd een alarm gegeven
  • Langzaam knipperen: snel knipperen geeft aan dat een alarm in een zone werd gegeven. Als de sleutel schakelaar vervolgens in de „OFF“-positie wordt gebracht, knippert de LED van de getroffen alarmzone langzaam.

11. Aansluiting van de bewakingscomponenten

In de leveringstoestand zijn bij de alarminstallatie de alarmzones met kortsluitbruggen gesloten.64 Ingangen 1 – 8 voor NC-contactmelder

  • Normaal gezien in de NC-modus (NC = normally closed, i.e. het contact wordt in geval van alarm ge- opend). Zo sluit u een NC-contactmelder aan: Op deze afbeelding ziet u een voorbeeld hoe melders met NC-contacten worden aangesloten.
  • Ongebruikte alarmzones blijven via kortsluitbruggen gesloten. Signaallichtuitgang (maximaal 40 mA) De volgende signaaluitgangen zijn beschikbaar: Aansluiting „RE”: alarminstallatie bedrijfsklaar Aansluiting „AL”: Alarminstallatie is geactiveerd (alarm is actief) Aansluiting „AR”: Alarminstallatie op scherp Elke uitgang levert bij activering een spanning van 12 V/DC (max. telkens 40 mA). Omwille van deze reden moet bij de aansluiting van een LED een overeenkomstige voorweerstand worden gebruikt. Uitgang voor een extern bedienelement (REMOTE) Aansluting voor een optionele, op een andere plaats van het gebouw aangebrachte schakelaar voor het scherpstellen en deactiveren van de alarminstallatie. Alarmuitgangen (NO/NC)
  • Output 1: voor de aansluiting van een alarmknipperlicht of een automatische keuzeinrichting
  • Output 2: voor de aansluiting van een alarmsirene (12V/DC, max. 1 A)
  • Bij beide alarmuitgangen betreft het potentiaalvrije relaiscontacten
  • Spanningvoorzieningsklemmen met DC 12 V output65 Spanningvoorzieningsklemmen met DC 12 V output Met de beide plus- en min-aansluitingen kunnen sensoren, melders, flitsers en alarmsirene met gelijkspanning (12 V/DC, max. 1 A) worden gevoed. a) Tijdsinstellingen Tijdsinstellingen voor de alarmduur en alarmvertraging bij onbevoegde toe- of uitgang voert u op de platine in de behuizing van de alarminstallatie aan de met „T1”, „T2” en „T3” gemarkeerde DIP-schakelaars uit door de DIP-schakelaarposities als volgt aan te passen: DIP-schakelaar „T1”: Uitgangsvertraging: Alarmactiveringsvertraging instelbaar tussen 15 seconden en 4 minuten (uitsluitend alarmzones Z1 en Z2) Jumperpositie Tijd OFF OFF OFF 15 seconden OFF OFF ON 30 seconden OFF ON OFF 45 seconden OFF ON ON 60 seconden ON OFF OFF 90 seconden ON OFF ON 2 minuten ON ON OFF 3 minuten ON ON ON 4 minuten DIP-schakelaar „T2” toegangsvertraging: Alarmactiveringsvertraging instelbaar tussen 15 seconden en 4 minuten (uitsluitend alarmzone Z1) Jumperpositie Tijd OFF OFF OFF 15 seconden OFF OFF ON 30 seconden OFF ON OFF 45 seconden OFF ON ON 60 seconden ON OFF OFF 90 seconden ON OFF ON 2 minuten ON ON OFF 3 minuten ON ON ON 4 minuten66 DIP-schakelaar „T3” alarmuitgang (alarmduur): Tijd instelbaar instelbaar tussen 5 seconden en 15 minu- ten (uitsluitend alarmzones Z1 en Z7) Jumperpositie Tijd OFF OFF OFF 5 seconden OFF OFF ON 30 seconden OFF ON OFF 2 minuten OFF ON ON 3 minuten ON OFF OFF 5 minuten ON OFF ON 8 minuten ON ON OFF 12 minuten ON ON ON 15 minuten Denk hierbij om de geldende wettelijke en plaatselijke bepalingen! In Duitsland is een maximale alarmduur van 3 minuten (= 180 seconden) toegestaan. Deze tijd kan echter in bepaalde woon- plaatsen en regio‘s andere geregeld zijn (bijv. in kuuroorden). b) Wachtwoordinstellingen Het element „SW1” op de platine is af fabriek voorbereid voor het instellen van een individueel wacht- woord voor de bediening van de alarminstallatie. Stel eerst de DIP-schakelaar op „SW1” in, zoals getoond in programmeerstap <1> en wijzig in stap <2> het wachtwoord via het toetsenbord. Vervolgens zegt u de jumpers op „SW1” allemaal in de stand OFF. Programmeerstap Jumperpositie

In de tabel staat UUUU voor het nieuwe wachtwoord.67 c) Eigenschappen van de 8 alarmzones „Z1”: Alarmlus met toe-/uitgangsvertraging

  • Vertragingstijd: Als de alarmzone via het toetsenbord of de externe schakelaar (REMOTE) wordt scherp- gesteld, gaat ze na een uitgangsvertraging van „T1“ in de scherpgestelde, normale toestand over. De NC-contacten van deze alarmlussen moeten gesloten zijn resp. binnen de uittreedtijd worden gesloten – anders wordt een alarm geactiveerd.
  • Inschakelvertraging: Als de installatie scherpgesteld is, moet de alarmzone binnen de geprogrammeerde periode „T2“ via het toetsenbord of de externe schakelaar (REMOTE) geactiveerd worden. Anders wordt een alarm uitgegeven. „Z2”: Alarmlus met uitgangsvertraging Als de alarmzone via het toetsenbord of de externe schakelaar (REMOTE) wordt scherpgesteld, gaat ze na een uitgangsvertraging van „T1” in de scherpgestelde, normale toestand over. De NC-contacten van deze alarmlussen moeten gesloten zijn resp. binnen de uittreedtijd worden gesloten – anders wordt een alarm geactiveerd. „Z3” – „Z6” alarmlus met onmiddellijke activering Als de alarminstallatie via het toetsenbord of de externe schakelaar (REMOTE) wordt geschakeld, wordt bij een weerstandswijziging onmiddellijk een alarm uitgegeven. „Z7”: 24-uur alarmlus In sleutelschakelaarstand „ON“ wordt de alarmlus Z7 permanent gecontroleerd (24-uurs alarmlus). Bij activering van een sensor van de alarmlus of onderbreking van de alarmlus wordt onmiddellijk een alarm geactiveerd. Bij alarmactivering wordt het interne, akoestische signaal geactiveerd en de potentiaalvrije uitgangen „Output 1“ en „Output 2“ geactiveerd. „Z8”: 24-uurs alarmlus (stil sabotage-alarm) In sleutelschakelaarstand ON“ wordt de alarmlus Z8 permanent gecontroleerd (24-uur alarmlus). Bij acti- vering van een sensor van de alarmlus of onderbreking van de alarmlus wordt onmiddellijk een alarm geac- tiveerd. Bij alarmactivering wordt nu de potentiaalvrije relaisuitgang „Output 1“ onmiddellijk geactiveerd. Er wordt echter geen intern, akoestisch signaal geactiveerd. Om deze reden kan deze alarmlus voor een „stil alarm“ worden gebruikt (bijv. voor een optioneel telefoonkeuzetoestel). De alarmzones Z1 - Z6 kunnen alleen dan worden scherp geschakeld, als Z7 en Z8 voorafgaand met de sleutelschakelaar werden scherp geschakeld. Z1 - Z6 geven alleen een alarm, als Z7 en Z8 via sleutel-schakelaar werden scherpgesteld en aansluitend de scherpstelling van Z1 - Z6 via het toetsenveld of de afstandsbediening geschiedt.68

12. Onderhoud en reiniging

a) Onderhoud Controleer regelmatig de technische veiligheid van uw systeem, vb. op beschadiging van de aansluitkabel en de behuizing. Indien kan worden aangenomen dat gebruik zonder gevaren niet meer mogelijk is, dan moet het product buiten bedrijf worden gesteld en worden beveiligd tegen onopzettelijk gebruik. Ontkoppel de installatie van het stroomnet en sluit de accu aan! U mag ervan uitgaan dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is indien:

  • het systeem, de netadapter of de aansluitkabel duidelijk beschadigd is
  • het systeem of de netadapter niet meer goed functioneren
  • het systeem onder ongunstige omstandigheden is opgeslagen
  • tijdens het transport zwaar werd belast b) Reiniging Neem altijd de volgende veiligheidsinstructies in acht voordat u het systeem gaat schoonmaken of onder- houden:
  • Bij het openen van deksels of het verwijderen van onderdelen kunnen er elementen blootgelegd worden die onder spanning staan. Daarom dient het systeem voor onderhoud of reparatie te worden losgekop- peld van alle spanningsbronnen.
  • Condensatoren in het toestel kunnen nog geladen zijn, zelfs als het van alle spanningsbronnen is losge- koppeld.
  • Vervang beschadigde aansluitkabels nooit zelf. Koppel ze in dat geval van het net los en laat de reparatie over aan een deskundige elektrovakman.
  • Het apparaat mag enkel door een vakman gerepareerd worden die vertrouwd is met de daaraan verbon- den gevaren en de daarvoor geldende voorschriften.69

a) Algemeen Het product dient na afloop van de levensduur volgens de geldende wettelijke voorschriften te worden afgevoerd. b) Accu’s U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu’s in te leveren; verwijdering via het huisvuil is niet toegestaan! Accu’s die schadelijke stoffen bevatten worden gekenmerkt door het hiernaast vermelde sym- bool, dat erop wijst dat deze niet via het huisvuil mogen worden afgevoerd. De aanduidingen voor irriterend werkende, zware metalen zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood (aanduiding staat op accu‘s vb. onder het links afgebeelde vuilcontainer-symbool). Uw lege accu’s kunt u gratis inleveren bij de gemeentelijke inzamelpunten, bij onze nevenvestigingen, of afgeven bij alle verkooppunten van accu´s. Zo voldoet u aan de wettelijke verplichtingen voor afvalschei- ding en draagt u bij aan de bescherming van het milieu.

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Renkforce

Model : MAC608

Categorie : Alarmsysteem