VC851 - Multimeter VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VC851 VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over VC851 VOLTCRAFT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VC851 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VC851 van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING VC851 VOLTCRAFT
NL Gebruiksaanwijzing
Digitale multimeter VC851
Pagina
Item No. 2576865
135 - 178
2 Inleiding 137
3 Bedoeld gebruik 138
4 Overzicht van de onderdelen 140
5 Omvang van de levering. 142
6 Nieuwste productinformatie 142
7 Verklaring van de symbolen 142
8 Veiligheidsinstructies 143
8.1 Algemeen 143
8.2Hanteren 144
8.3 Werkomgeving 144
8.4 Gebruik 145
9 Productbeschrijving 146
10 Aanduidingen en symbolen op het display 148
11 Meten. 149
11.1 Meetapparaat aan- en uitzetten 150
11.2 Waarschuwing bij verkeerde keuze van de bus 150
11.3 Meten van gelijkspanning V 151
11.4 Meten van wisselspanning 152
11.5 LoZ-spanningsmeting 153
11.6 Stroommeting 153
11.7 Frequentiemeting/Duty cycle in % 155
11.8 Weerstandsmeting 156
11.9 Diodetest 157
11.10 Continuiteitstest 158
11.11 Capaciteitsmeting 159
11.12 Temperatuurmeting 160
12 Extra functions 161
12.1 RANGE 161
12.2 MAX/MIN-functie 161
12.3 REL-functie 161
12.4 HOLD-functie 162
12.5 Auto power-off functie 162
12.6 SELECT-functie 162
12.7 SETUP-functie 162
12.8Zaklantaarnfunctie 163
13 Problemen oplossen 164
14 Reiniging en onderhoud. 165
14.1 Algemeen 165
14.2 Reiniging 165
14.3 Batterij- en zekeringvak openen 166
14.4 Zekering verrangen 167
14.5 Plaatsen en verwangen van de batterij 167
15 Verwijdering 169
15.1 Product 169
15.2 Batterijen/accu's. 170
16.1 Stroomvoorziening 171
16.2 Omgevingsomstandigheden 171
16.3 Apparaat 171
16.4 Meettolerantie 172
2 Inleiding
Geachte klant,
Met dit Voltcraft®-product hebts u een hele goede beslissing genomen, waar voor we u van harte wilnen bedanken.
U hebt een hoogwaardig product uit de merkenfamilie gekocht dat zich onderscheidt op het gebied van de meet-, laad- en netwerktechnologieen door hun buitengewone vakkundigheid en permanente innovatie.
Met Voltcraft® kan zowel de kieskeurige hobbyist als de professionele gebruiker zichs de moeilijkste taken probleemloos uitvoeren. Voltcraft® biedt u betrouwbare technologie met een uitstekende prijs-kwaliteitsverhouding.
We zijn ervan overtuigd: Uw keuze voor Voltcraft is tegelijkkertijd het begin van een langdurige en prettige samenwerking.
Veel plezier met uw nieuwe Voltcraft®-product!
Bij technische vragen kut u zich wenden tot unsere helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be
3 Bedoeld gebruik
- Meting en weergave van elektrische grootheden in het bereik van meetcategorie CAT III tot max. 1000V of CAT IV tot max. 600V gegen aardpotentiaal, conform EN 61010-1 en alle lagere categorieen.
- Meten van gelijkspanning tot max. 1000 V
- Meten van wisselspanning tot max. 1000 V
- Meten van gelijkstroom en wisselstroom tot max. 10 A.
- Frequentiemeting van 10Hz tot 10 MHz (max. 20 Vrms)
- Weergave van pulsverhouding (Duty Cycle) in %
- Meten van capacititeiten tot 60mF
- Weerstandsmetingen tot 60 MΩ
- Meten van temperatuur van -40 tot +1000 °C
- Continuiteitstest (<50 Ω akoestisch)
Diodetest
De meetfuncties worden via de draaiknop geselecteerd. Het meetbereik worden in veel meetbereiken automatisch geselecteerd (behalte continuitistest, diodetest en stroommeetbereiken).
In het AC-spannings- en AC-stroommeetbereik worden echte effectieve meetwaarden (True RMS) weergegeven tot een freiagentie van 1kHz . Dit maakt de exacte meting van sinusoide en Niet-sinusoide meetwaarden (spanning/stroom) möglichk.
De polariteit worden bij negatieve meetwaarden automatisch met het teken (-) weergegeben.
Een lage impedantie (LoZ)-functie maakt spanningsmeting möglichk met verminderde interne waarstand. Dit onderdukt fantoomspanningen die kuren optreten in hoogohmige metingen. Metingen met verminderde impedantie+zijn toegestaan in meetcircuits tot maximaal 1000V en maximaal 3 sec.
Beide stroommeetingangen zijn beveiligd gegen overbelasting met keramische hoogvermogenzekeringen. De spanning in het meetcircuit mag 1000V nicht overschrijden.
De multimeter worden gevoed door drie standard micro-batterijen (type AAA). Gebruik het apparaat alleen met het aangegeven batterijtype. Accu's zijn vanwege de lagere celspanning Niet toegestaan.
Een automatische uitschakeling schakelt het apparaat na een vooraf ingesteldeijduit als er geen knop op het apparaat worden ingedrukt. Dit voorkomt voortijdige ontla-ding van de batterij. Deze functie kan worden uitgeschakeld.
Aan de voorkant en aan dechterkant van het apparaat bevindt zich een schakelbare LED-lamp die als zaklantaarn kan worden gezruikt.
Aan de achechterkant van het apparaat bevindt zich een uitklapbare standard. Hiermee kan het meetapparaat zo worden neergezet dat het better kan worden afgelezen. Aan de achechterkant is ook een statiefschroefdraad geintegreerd.
Gebruik de multimeter nicht wanner de behuizing of het batterijvak open is of als het batterijdeksel ontbreekt. Een beschemingsmechanisme voorkomt dat het batterijvak worden geopend wanner de meetsnoeren zijn aangesloten.
Metingen in explosiegevaarlijke omgevingen of vochtige ruimtes, bijvoorbeeld onder ongunstige omgevingsomstandigheden, zichn Niet toegestaan. Ongunstige omgevingsomstandigheden zich: Vocht of hoge luchtvochtigheid, stof en brandbare gassen, dampen of oplosmiddelen, onweer of soortgelijke omstandigheden zoals sterke elekstrostatice velden enz.
Gebruik voor de metingen alleen meetsnoren en -accessoires die op de specifica-ties van de multimeter zijn afgestemd.
De multimeter mag alleen worden gebruikt door Personen die vertrouwd zich met de geldende meetvoorschriften en alle möglichke bevaren. Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen worden aanbevolen.
Elk ander gebruik dan hierboven beschreiben zar het product beschadigen en kan andere gezaren met zich meebrengen, zoals kortsluiting, brand, elektrische schokenz. Het gehele product mag nicht worden gewijzigd of worden omgebouwd!
Lees de gebruiksaanwijzing goed door en bewaar deze om later nogmaals te kunnen raadplegen.
De veiligheidsrichtlijnen dienen altijd in acht te worden genomen!
4 Beschrijving van de onderdelen



A Led-zaklantaarn
B Optische bedieningscontrole
C Display, grafisch geschikt, gekleurd
(1) Systeemsymbolen (van batterijniveau links, APO, geluid, zaklantaarn, flits voor gevaarlijke spanning)
(2) MAX-MIN-weergave actief
(3) HOLD-weergave actief
(4) Weergave relatieve waarde
(5) Weergave voor gelijk-/wisselstroom
(6) Weergave van de meetwaarden
(7) Weergave van de meeteenheid
(8) Weergave van staafdiagram
(9) LoZ lage impedantie actief
(10) Functies voor de knappen F1 tot F4
(11)MAX/MIN-enAUTO-Range-function
D Functieknoppen
E Draaiknop voor het kiezen van de gewenste meetfunctie
F Meetbussen
G Statief-verbindingsdraad
H Uitklapbare standard
I Schroef voor batterij- en zekeringvak
J Magnetische meetpenhouder voor de meegeleverde meetpennen

Opgelet, sterke magneet! Houd het apparaat uit de buurt van pacemakers, defibrillators of bankkaarten. .
5 Leveringsomvang
Digitale multimeter
2x veiligheidsmeetkabels met CAT III/CAT IV-beschermkappen
Draadtemperatuursensor, type K (-20 bis +230 °C)
3x microbatterijen (AAA)
Gebruiksaanwijzing
6 Nieuwste productinformationie
Download de meest recente gebruiksaanwijzing via onderstaande link www.conrad.com/downloads of scan de afgebeelde QR-code. Volg de aanwijzingen op de website op.

7 Verklaring van symbolen
De volgende symbolen zijn te vinden op het product/apparaat of in de tekst:

Het symbol waarschuwt voor gezaren die tot letsel konnen leiden.

Het symbol waarschuwt voor gevaarlijke spanning, die tot letsel als gevolg van een elektrische schok kan leiden.

Beschermingsklasse 2 (dubbele of versterkte isolatie, beschemende isolatie)
CATI
Meetcategorie I voor het meten van elektrische en elektronische apparaten die Niet direct op de voeding� zijn aangesloten (bijv. op batterijen werkende apparaten, extra lage verilgheidsspanning, signal- en stuurspanning, etc.)
CAT II
Meetcategorie II voor metingen aan elektrische en elektronische apparaten die met behulp van een stekker direct+zijn aangesloten op het elektrische stroomnet. Onder deze categorie vallen ook alle lagere categorieën (bijv. CAT I voor het meten van signal- en stuurspanningen).
CAT III
Meetcategorie III voor metingen aan installations in gebouwen (bijv. stopcontacten of groepen). Onder deze categorie vallen ook alle lagere categorieën (bijvoorbeeld CAT II voor metingen aan elektrische apparaten). Het uitvoeren van metingen in CAT III is alleen toegestaan met behulp van meetpennen met een maximale blootgestelde contactlengte van 4 mm of meetpennen met afdekdopen.
CAT IV
Meetcategorie IV voor het meten aan de bron van laagspanningsinstallaties (bijv. hoofdverdeling, huisdistributiepunter van de energieverzorger, etc.) en buitenshuis (bijv. werk aan aardkabels, vrijleidingen, enz.).
Onder deze categorie vallen ook alle lagere categorieën. Het uitvoeren van metingen in CAT IV is alleen toegestaan met behulp van meetpunter met een maximale bloatgestelde contactlengte van 4mm of meetpunter met afdekdappen.

Aardpotentiaal
8 Veiligheidsinstructies

Lees de gezbruiksaanwijzing zorgvuldig door en let vooral op de veiligheidsinstructies. Als u de veiligheidsinstructies en informatatie voor correct gezruik in deze handleiding Niet in acht neemt, dan aanvaarden wij geen aansprakelijkheid voor letsel of materiele schade. Bovendien vervalt in dergelijkke geallen de aansprakelijkheid/garantie.
8.1 Algemeen
Het product is geen spelelgoed. Houd het buiten bereik van kinderen en huisdieren.
Laat het verpakkingsmateriaal Niet zomaar rondslingeren. Dit kan gevaarlijk materiaal worden voor spelende kinderen.
Als uvragen hebtdie nicht met dit document kuren worden beantwoord,neem dan contact op met once technische klantenservice of ander gespecialiseerd personeel.
Laat onderhouds-, aanpassings- en reparatiewerkzaamheden uitsluitend dooreenvakman of een gespecialiseerde werkplaats uitvoeren.
8.2 Hanteren
Behandel het product met zorg. Schokken, stoten of vallen vankleine hoogte hunnen het product beschaden.
Om een elektrische schok te vermijden, dient u erop te letten, dat u de te meten aansluitingen/meetpunten tijdens de meting Niet, ook nicht indirect, aanraakt. Pak de meetpunten tijdens het meten Niet vast boven de voelbare handgreepmarkeringen.
8.3 Gebruiksomgeving
Stel het product Niet bloot aan welke mechanische belasting dan ook.
Beschem het product gegen extreme temperatures, sterke schokken, ontvlambare gassen, dampen en oplosmiddelen.
Beschem het product gegen hoge vochtigkeit en nattigheid.
Beschem het product gegen direct zonlicht.
Zet het product nooit direct aan nadat het van een koude maar een warme ruimte is overgebracht. De condens die hierbij ontstaat kan in bepaalde geallen het product onherstelhaar beschadigen. Laat de oplader eerst op kamertemperaturekomen, voordat u hem in gebruik neemt.
Gebruik het apparaat Niet kort voor,ijdens of direct na onweer (blikseminslag! / energierijke overspanningen!). Let erop dat uw handen, schoenen, kleding, de vloer, schakelingen en schakelcomponenten enz..altijd droog+zijn.
Vermijd een gebruik van het apparaat in de onmiddelijkke buurt van sterke magnetische of elektromagnetische velden, zendantennes of HF-generatoren. Anders bestaat de möglichkheid dat het product Niet maar behoren functioneert.
8.4 Gebruik
Raadpleeg een expert wanner u twijfelt over het juiste gebruik, de verilgheid of het aansluten van het apparaat.
Neem in industrielle omgevingen de Arbo-voorschriften met betrekking tot het voorkomen van ongevallen in acht.
In scholen en opleidingsinstituten, hobby- en werkplaatsen, evenals bij mensen met beperkte lichamelijke en geestelijkke vaardigheden moet werken met meet-apparatuur gebeuren onder toezicht van daartoe opgeleid personeel.
Controleer voor elke meting of het meetapparaat op de juiste meetfunctie is ingesteld.
Verwijder de meetkabels algijd van het te meten object voordat u hetmeetbereik wijzigt.
Controleer voor elke meting uw meetapparaat en de meetsnoeren op beschadigingen. Voer nooit metingen uit als de beschemende isolatie is beschadigd (gescheurd, losgetrokken enzovoort). De meegeleverde meetkabels zijn voorzien van een slijtage-indicator. Bij beschadiging worden er een tweede isolatielaag met een andere kleur zichtaar. De meetapparatuur mag dan nicht langer worden gebruikt en moet worden verrangen.
De spanning:tussen de aansluitpunten van het meetapparaat en de aardpotenti-aal mag Niet hoger zichn dan 1000 V DC/AC in CAT III of 600 V DC/AC in CAT IV.
Wees bijzonder voorzichtigijdens de omgang met spanningen >33V wisselspanning (AC) en >70V gelijkspanning (DC)! Bij deze spanningen(Int sunt u in geval van contact met een elektrische kabel een levensgevaarlijke elektrische schok krijgen.
Bij het gebruik van meetpennen zonder afdekkappen mogen metingen:tussen hetmeetapparaat en aardpotentiaal nicht boven de meetcategorie CAT II uitgevoerd worden.
Bij metingen vanaf de meetcategorie CAT III要去enmeetpennen met afdekappen (max. 4 mm vrije con

tactlengte) worden gezruikt, om onbedoelde kortsluitingijdens de meting te voorkomen. Deze zijn bij de levering inbegren op de meetpennen gemonteerd.
Als het nicht langer möglichk is het producteilig te gebruiken, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Zie er ABSO-LUUT vanaf het product zich te repareren. Veilig gebruik kan nicht langer worden gegardeerd wonneer het product:
- zichtbaar is beschadigd,
- nicht meer maar behoren werkt,
- gedurende langereijd onder ongunstige omstandigheden werden opgeslagen of
- onderhevig is geweest aan ernstige transportgerelateerde belastingen.
9 Productbeschrijving
De gemeten waarden worden weergegeven op de multimeter (hierna DMM genoemd) op een digitaal display. De weergave van de meetwaarden van de DMM bevat 6000 counts (count =kleinste weergavewaarde). De juiste bustoewijzing worden bewaakt door de DMM. Als de bustoewijzing Niet juist is, klinkt er een waarschuwingstoon en verschijnt er een waarschuwingsmelding op het display. Dit verhoogt de bedrijfszekerheid van hetmeetapparaat voor de gebruiker.
Als de DMM langereijd nicht worden gebrukt, schakelt het apparaat automatisch UIT. De batterijen worden hierdoor bespaard en het maakt een langere gebruiksperiode möglich. De automatische uitschakeling kan vooraf worden ingesteld en kan handmatig worden gedestructiveerd.
Hetmeetapparaat kan zowel in de hobby als in het professionele veld worden gebruikt tot de meetcategorie CAT III 1000 V/CAT IV 600 V.
De DMM kan met de beugel aan dechterzijde zo worden neergezet dat deze beter kan worden afgelezen.
Het batterij- en zekeringvak kan alleen worden geopend als alle meetkabels van hetmeetapparaat zijn verwijderd. Als het batterij- en zekeringvak is geopend, is het Niet möglich de meetkabels in demeetbussen te steken. Dit verhoegt deeiligheid voor de gebruiker.
Draiknop (E)
De verschiedene meetfunctionies worden via de draaiknop geselecteerd. In de meeste meetfunctionies is de automatische bereikselectie "Autorange" actief. Hierbij worden als好多 het desbeteffende geschikte meetbereik ingesteld. De stroom-meetbereiken moeten handmatig worden ingesteld. Begin de stroommetingen algtd op het hoogste meetbereik en schakel indien nodig om maar een lager meetbereik.
Op de draaiknop zit een indicatielampje om de instelpositie duidelijk aan te gehen. Met de knop "SELECT" schakelt u maar een subfunctie als een meetfunctie dubbel bezet is (bijv. omschakelen waarstandsmeting - diodetest en continuiteitstest of AC/ DC-omschakeling). Met elke keer drukken schakelt u de functie om.
Het meetapparaat is uitgeschakeld wanner de schakelaar op "OFF" staat. Zet het meetapparaat algijd uit wanner u het nicht gebruikt.
10 Aanduidingen en symbolen op het display
De volgende symbolen en aanduidingen zijn zichtaar op het apparaat of op het display. Er können andere symbolen op het display aanwezigং (displaytest). Deze hebben darüber geen functie.
TrueRMS Echte effectieve-waardemeting
Deltasymbool voor relatieve waardemeting (=referentiewaardemeting)
M Symbool voor mega (exp.6)
k Symbool voor kilo (macht 3)
Ohm (eenheid van elektrische waterd)
Hz Hertz (eenheid van freqentie)
n Symbool voor nano (macht -9)
Symbol voor micro (macht -6)
m Symbool voor milli (macht -3)
V Volt (eenheid van elektrische spanning)
A Ampère (eenheid van elektrische stroomsterkte)
F Farad (eenheid van elektrische capaciteit)
°C/°F graden Celsius/graden Fahrenheit (eenheid van temperatuur)
REL Knop voor meting van relatieve waarden (=referentiewaarden)
SELECT Knop voor omschakeling van de subfuncties
HOLD Knop voor het vasthouden van de huidige meetwaarde.
OL Overload = overbelasting; het meetbereik is overschreten
Check inPut Waarschuwingsmelding "Verkeerde selectie keuze van de bus"
OFF Schakelaarstand "Meetapparaatuit"
Symbool voor de diodetest
Symbol voor de akoestische continuiteitsmeting
Symbool voor het capacitieitsmeetbereik
Symbool voor wisselstroom
Symbool voorgelijkstroom
COM Meetaansluiting referentiepotentiaal
11 Meten

Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreten. Raak geen schakelingen of schakelcomponenten aan, als hierin hogere spanningen dan 33 V ACrms of 70 V DC kunnen voorkomen! Levensgevaar!

Het meten is alleen möglichk als het batterij- en zekeringvak gesloten is. Als het vak open is,+zijn alle meetbussen mechanisch gegen insteken beveiligd.
Controller voor het begin van de metingen de aangesloten meet-kabels op beschadigingen zoals bijv. sneden, scheuren of gelette segmenten. Defecte meetkabels mogen nicht meer worden gezruikt! Levensgevaar!
Pak de meetpunten tijdens het meten nicht vast boven de voelbare handgreepmarkeringen.
Er mogen algijd alleen de twee voor het meten benodigde meet-kabels op het meetapparaat aangesloten zich. Verwijder om veiligheidsredenen alle ongebruike meetsnoeren van het meetapparaat.
Het meten van stroomkringen >33 V/AC en >70 V/DC mag alleen worden uitgevoerd door een vakman en door Personen die vertrouwd zijn met de geldende voorschriften en alleaaruit voortvloeije mogelijkke gezaren.
Controleer voor elke meting het meetapparaat op correcte werking met behulp van een bekende meetgrootheid. Een onjuist testresultaat duidt op een möglichke storing. Het meetapparaat moet gecontroleerd worden.
Zodra "OL" (voor overload = overbelast) worden weergegeben op het display, heeft u het meetbereik overschreten.
11.1 Meetapparaat aan- en uitzetten
Draai de draaiknop (E) in de overeenkomstige meetfunctie.
De meetbereiken worden behalte bij de stroommeetbereiken automatisch op het Beste weergavebereik ingesteld. Begin bij het meten van de stroom algijd met het hoogste meetbereik en schakel eventueel over maar een lager meetbereik. Verwijder voor het omschakelen algijd de meetkabels van het te meten object.
Zet de draaiknop op "OFF" om het apparaat UIT te schakelen. Zet het meetapparaat algijd UIT wanner u het Niet gebruikt.
Sluit de meetkabels bij opslag bij voorkeur aan op de hoogohmigemeetbussen COM en V. Dit kan een eventuele verkeerde bediening voorkomen wanner het apparaat later wee wordt gebruikt.

Demeetkabelstekkers zijn bij levering voorzien van beschemende transportkappen. Verwijder每次都voordat u ze in demeetbussen steegt.
Vór ingebruikname van het meetapparaat要去en eerst de meegeleverde batterijen worden geplaatst. Raadpleeg het hoofdstuk "Reiniging en onderhoud" om de batterij op een juiste manier teplaatsen of te verrangen.
11.2 Waarschuwing bij verkeerde keuze van de bus
De DMM is voorzien van een meetbuscontrole. Bij een verkeerde aansluiting, die voor de gebruiker en de DMM gevaar kan opleveren, geeft de DMM een hoorbare en zichtbare waarschuwingeer.
Zodra de meetkabels in de stroommeetbussen zitten en er maar een andere meet-functionie (behalte stroommeting) omgeschakeld worden, LAST DMN nadrukkelijk een waarschuwing horen en zien. Dit is ook het geval als de meetingang tussen de 10A-meetbus en de mA/μA-meetbus verwisseld is.
Klinkt het alarm en wordt op het display "Check InPut" (gevolgd door de betreffende bus) weergegeven, controlleren dan direct de keuze van de meetbus of de ingestelde meetfunctie.

Onderbreek bij een waarschuwing onmiddelijk de meetprocedure en controllerer of de meetfunctie en aansluitingen correct ingesteld zich.
11.3 Meten van gelijkspanning "V"
Ga voor het meten van gelijkspanning als volgt te werk:
Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie "V" Op het display versuschijnt "en de eenheid "V". Voor keine spanningen tot max. 600mV kiest u het meetbereik mV".
Steek de rode meetkabel in de V-meetbus, het zwart in de COMaansluiting.
Sluit nu de beiden meetpennen parallel aan op het te meten object (batterij, schakeling enz.). Het rode meetpunt staat voor de pluspool, het zwarte meetpunt staat voor de minpool.
De betrokken polariteit van de
meetwaarde worden met de actuèle meetwaarde in het display weergegeven.

Is er bij gelijkspanning voor de meetwaarde een "-"(min)-teken te zien, dan is de gemeten spanning negatief (of+zijn de meetkabels verwisseld).
Het spanningsbereik "V DC" toont een ingangsweerstand van ≥ 10 MOhm, het meetbereik "mV DC" ≥ 10 MOhm.
Verwijder na het meten de meetkabels van het te meten object en zet de DMMuit.
11.4 Meten van wisselspanning "V"
Ga voor het meten van wisselspanning als volgt te werk:
Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie "V". Druk op de knop "SELECT" om over te schakelenaar het AC-bereik. Ophet display verschijnt " " en deeenheid "V".
Voorkleine spanningen tot max. 600 mV kiest u het meetbereik "mV"
Steek de rode meetkabel in de V-meetbus, het zwart in de COMaansluiting.
Sluit nu de beiden meetpennen parallel aan op het te meten object (generator, schakeling enz.).
De meetwaarde wordt op het display weergegeven.
Verwijder na het meten de meetkabels van het te meten object en zet de DMMuit.
Het spanningsbereik "V/AC" heeft een ingangsweerstand van ≥ 10M Daardoor wordt de schakeling bijna Niet belast.

11.5 LoZ-spanningsmeting
Met de LoZ-meetfunctie=kunt u gelijk- en wisselspanning meten met een lagere impedantie (ong. 400k ). De lagere interne waterrstand van het meetapparaat reduceert het verkeerd meten van lek- en fantoomspanningen. Het meetcircuit worden echter sterker belast dan bij de standard meetfunctie.
Om de LoZ-meetfunctie te gebruiken, drukt u tijdens de spanningsmeting op de knop "LoZ". De meetimpedantie worden verlaagd zolang de knop ingedrukt worden gehonden. Tijdens de LoZ-meetfunctie klinkt een akoestisch signaal en Licht de in-dicator (B) op.
In het display verschijnt het symbol "Loz" (C9).

De LoZ-meetfunctie mag alleen worden gebruikt tot een maximale spanning van 1000 V. De LoZ-meting mag maximaal 3 seconden duren.
Na het gezruik van de LoZ-functionie is een hersteltijd van 1 minuut nodig.
11.6 Stroommeting

Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak geen schakelingen of schakelcomponenten aan, als hierin hogere spanningen dan 33 V ACrms of 70 V DC kūnen voorkomen! Levensgevaar!
De maximaal toelaatbare spanning in het meetcircuit mag 1000 V Niet overschrijden.
Metingen aan de 10A-meetingang mogen maximaal 10 seconden en alleen met tussenpozen van 10 minuteu worden uitgevoerd.
Begin de stroommeting algijd op het hoogste meetbereik en schakel indien nodig maar een lager meetbereik. Zet voordat u hetmeetapparaat verbindt of wisselt van meetbereik algijd de stroom op deschakelinguit. Alle stroommeetbereiken zijn gezekerd en dus beveiligd gegen overbelasting.
Meet op het bereik A in geen geval stromen van meer dan 10 A resp. in het mA/μA-gebied stromen groter dan 600mA : anders spreken dezekeringen aan.
Voer de stroommeting zo snel möglichkuit. Continue metingen要去en worden vermeden.
Als het meetbereik worden overschreten, worden een optisch en akoestisch alarm weergegeben.
Voer de volgende procedureuit om gelijkstroom(A)te meten:
Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie "10A", mA, of A
De tabel toont de verschillende meetfuncties en de möglichke meetbereiken. Selecteer het meetbereik en de bijbehorende meetbussen.
| Meetfungtie Meetbereik Meetbussen | |
| μA <6000 μA COM + mAμA | |
| mA 6 mA – 600 mA COM + mAμA | |
| 10A 600 mA – 10 A COM + 10A |
Steek de rode meetkabel in de mAµA- of 10A-testaansluiting. Steek de zwarte meetkabel in de COM-meetbus.
Sluit nu in stroomloze toestand de\ beide meetpennen in serie met het\ te meten object (batterij, schakeling\ enz.). De betreffende schakeling\ moet hiervoor worden onderbroken.
Nadat de aansluiting tot stand is gebracht, neemt u de stroomkring in bedrijf. De meetwaarde worden op het display weergegeven.
Zet na de meting de stroom in de schakeling weeu uiten verwijder verrolgens de meetkabels van het gemeten object. Zet de DMM uit.

Voer de volgende procedureuit om wisselstroom(A)te meten
Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie "10A", mA, of A . Druk op de knop "SELECT" om maar het AC-meetbereik te schakelen. Het display geeft
"weer. Door nogmaals op de knop te drukken, worden wee teruuggeschakeld enz.
Sluit het meetapparaat aan op de bijbehorende meetingangen en het meetcircuit zoals beschreiben onder "Gelijkstroommeting" en volg de verdere beschreiben stappen.
11.7 Frequentiemeting/Duty Cycle in %
De DMM kan de freiestie van een signalspanning van 10Hz - 10MHz meten en weergeven. Het maximale ingangsbereik bedraagt 20 Vrms. Deze meetfunctie is nicht geschikt voor netspanningmetingen. Houd rekening voor de ingangswaarden in de technische geevens.
Voor het meten van frequencies gaat u als volgt te werk:
Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie "Hz". Op het display verschijnt "Hz".
Stek de rode meetkabel in de Hzmeetbus, de zwarte meetkabel in de COM-meetbus
Sluit nu de beidenmeetennen aan op het te meten object (signaalgenerator, schakeling enz.).
De frequentie worden in het hoofddisplay weergegeven met de bijbehorende eenheid. De pulsverhouding van de positieve halve golf verschijnt in % in het subdisplay Door te drukken op de knop "SELECT" kan de weergave "Hz / % " (2000) (2000) (2000) (2000) (2000) (2000) (2000)
Verwijder na het meten de meetkabels van het te meten object en zet de DMVuit.

11.8 Meten van waterdstand

ControllerDat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absolut spanning-sloos en ontladen+zijn.
Ga voor het meten van de wonderstand als volgt te werk:
Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie
Stek de rode meetkabel in de -meetansluiting, de zwarte meetkabel in de COM-meetaansluiting.
Controleer de meetkabels op geleiding door de twee meetennen met elkaar te verbinden. Er worden een wonderstand weergegeven van ca. 0 - 0,5 Ω (de eigien wonderstand van de meetkabels).
Voor metingen met lage waarstand < 600 drukt u met kortgeslotenmeetpunten kort op de knop F3"REL", om te voorkomen dat de

eigen verbessand van de meetkabels worden opgenomen in de volgende waarstandsmeting. Het display geeft 0 weeR.
Verbind nu de beiden meetpennen met het meetobject. Als het gemeten object geen hoge waarstand heeft of onderbroken is, dan verschijnt demeetwaarde op het display. Wacht totdat de waarde op het display zich heeft gestabiliseerd. Bij waarstanden van >1 MΩ kan dit enkele seconden duren.
Het meetbereik is overschreten of de stroomkring is onderbroken als het display "OL" (voor overload = overbelast) weergeeft.
Verwijder na het meten de meetkabels van het te meten object en zet de DMMuit.
Als u een onderstandsmeting uitvoert, dient u erop te letten, dat de meetpunten, die u met de meetpennen voor het meten aanraakt, vrij় van verontreinigingen, olie, soldeerlak of soortgelijke. Dergelijkke omstandigheden konnen hetmeetresultaat beinvloeden.
De knop "REL" werkt alleen als er een meetwaarde worden weergegeven. Als er "OL" worden weergegeven, kan这一切 functie nicht worden geactiveerd.
11.9 Diodetest

ControllerDat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absolut spanningsloos en ontladen+zijn.
Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie
Druk 2x op de toets "SELECT" om de meetfunctie om te schakelen. Op het display verschijnt het diodesymbol en de eenheid Volt (V). Door nogmaals op de knop te drukken schakelt u door maar de volgende meetfunctie, etc.
Stek de rode meetkabel in de -meetansluiting, de zwarte meetkabel in de COM-meetaansluiting.
Controleer de meetkabels op geleiding door de twee meetennen met elkaar te verbinden. Vervolgens

moet zich een meetwaarde van ca. 0,000 V instellen.
Sluit de beiden meetpennen aan op het meetobject (diode). Verbind de rode meetkabel met de anode (+) en de zwarte meetkabel met de kathode (-).
Het display toont de doorlaatspanning "UF" in Volt (V). Als het display "OL" weergeeft, worden de diode verkeerd om (UR) gemeten of is de diode defect (onderbroken). Voer ter controle nog een meting met omgekeerde polenuit.
Verwijder na het meten de meetkabels van het te meten object enzet de DMMuit.
11.10 Continuiteitstest

ControllerDat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absolut spanningsloos en ontladen zich.
Zet de DMM aan en selecteer de meetfunctie.
Druk 1x op de knop "SELECT" om de meetfunctie om te schakelen. Op het display verschijnt het symbool voor de continuiteitstest en het symbool voor de eenheid .Door nogmaals op de knop te drukken schakelt u door maar de volgende meetfunctie, etc.
Steek de rode meetkabel in de -meetansluiting, de zwarte meetkabel in de COM-meetaansluiting.
En vooraf ingestelde meetwaarde van ≤ 50 wordt herkend als con

tinuiiteit en er klinkt een pieptoon. Vanaf >50 is er geen pieptoon meer. Het meetbereik loopt tot 600 .
Het meetbereik is overschreten of de stroomkring is onderbroken als het display "OL" (voor overload = overbelast) weergeeft.
Verwijder na het meten de meetkabels van het te meten object en zet de DMMuit.
11.11 Capaciteitsmeting

Controller dat alle te meten schakelcomponenten, schakelingen en bouwelementen evenals andere meetobjecten absoluut spanningsloos en ontladen+zijn.
Houd bij elektrolytische condensatoren absolut rekencing met de juiste polariteit.
Schakel de DMM in en kies het meetbereik
Steek de rode meetkabel in de V-meetbus, het zwart in de COMaansluiting.
Het display toont de eenheid "nF".
Verbind verwolgens beiden meetpennen (rood = positieve pool/ zwart = negatieve pool) met het meetobject (condensator). Het display geeft na een korteperiode de capacititeit weeR. Wacht totdat de Waarde op het display zich heeft gestabiliseerd. Bij capaciteiten >60 F kan dit enkele seconden duren.
Zodra "OL" (voor overload = overb-
elast) worden weergegeven op het display, heeft u het meetbereik overschreden.
Verwijder na het meten de meetkabels van het te meten object en zet de DMMuit.
Op basis van de gevoelige meetingang kan bij "open" meetkabels een weergave op het display verschijnen. Druk voor het meten vankleine capaciteiten (<600 nF) op de knop "REL". Hierbij worden het display geseset op "0". De Auto-range-functie worden waarbij echter gedeactiveerd.

11.12 Temperatuurmeting

Tijdens het meten van de temperatuur mag enkel de temperatuursensor aan de te meten temperatuur onderhevig worden gesteld. Over- of onserschrijd de bedrijfstemperatuur van de DMM Niet om fouitieve metingen te vermijden.
De contact-temperatuursensor mag alleen op spanningsvrije oppervlakken worden gebruikt.
Alle temperatuursensoren van het type K konnen worden gebruikt om de temperaatur te meten. De temperaatur kan in ^ C of ^ F worden weergegeven. De meegeleverde draadsensor is geschikt voor het bereik van -20 tot +230^ . Met een optionele sensor kan het gehele meetbereik (-40 tot +1000^ ) worden gebruikt.
Schakel de DMM in en selecteer de meetfunctie ^^
Stek de meegeleverde draadtemperatuursensor met de juiste polariteit in de ^ C (+) en COM (-) meetbus.
Op het display wordt de temperatuurwaarde met de bijbehorende eenheid weergegeven.
Het omschakelen van ^ C aan F gebeurt met de toets "SELECT".
Zodra "OL" (voor overload = overbelast) worden weergegeben op het display, heeft u het meetbereik overschreten.
Als er geen sensor is aangesloten,\ wordt de apparaattemperatuur wee
Verwijder na het meten de sensor van het te meten object en zet de DMM UIT.

12 Extra functions
Met de functieknoppen (F1 - F4) können verschillende extra functies worden ge-activeerd. Bij elke druk op de knop hoort u een akoestisch signaal ter bevestig-ing. Sommige extra functies zich nicht beschikbaar in sommige meetfuncties. Deze worden dan donkergrijs weergegeben en{kunnen nicht worden geactiveerd.
12.1 RANGE
Met de knop RANGE kan handmatig een vast meetbereik worden ingesteld. De Autorange-functie worden waar bij gedeactiveerd. Elke druk op de knop gaat een meetbereik verder. Om de AUTO-functie wee te activeren, houdt u de knop ong. 1 sec. ingedrukt. Er klinkt een pieptoon en "AUTO" verschijnt op het display.
12.2 MAX/MIN-function
De MAX/MIN-functie maakt het möglichk om meetwaarden uit een reeks metingen voor korteijd op te slaan. Het geselecteerde bereik (MAX of MIN) worden vastgehonden en weergegeven. Met elke keer drukken schakelt u de functie om. Om de MAX/MIN-functie wee te activeren, houdt u de knop ong. 1 sec. ingedrukt. Er klinkte een pieptoon en "AUTO" verschijnt op het display.
12.3 REL-functie
De REL-functie maakt een referentiewaarde möglichk, om eventueel prestatieverlies zoals bijvoorbeeld bij waarstandsmetingen te vermijden. De actueel weergegeven waarde worden.daar bij op nul gezet. Er is nu een neue referentiewaarde ingesteld.
Om denen functie te activeren, drukt u op de knop "REL". Op het display verschijnt en de meetweergave worden op nul gezet. De automatische meetbereikkeuze worden hierbij gedeactiveerd.
Om diesen functie uit te schakelen, schakelt u om maar een andere meetfunctie of houdt u de knop nogmaals ongeveer 1 seconde ingedrukt.

De REL-functie is nicht actief in de meetfunctie "Continuiteitstest".
De knop "REL" werkt alleen als er eenmeetwaarde wordt weergegeven. Als er "OL" worden weergegeven, kan diese functie nicht worden geactiveerd.
12.4 HOLD-function
De Hold-functie houdt de momenteel weergegeven meetwaarde op het display vast, om deze in alle rust te konnen lezen en opschrijyen.

Controleer bij de contrôle van spanningvoerende leidingen of deze functie aan het begin van de test is uitgeschakeld. Dit zou anders tot verkeerde metingen können leiden!
Om de Hold-functie in te schakelen, drukt u kort op de knop "HOLD"; een pieptoon bevestigt deze actie en "HOLD" worden weergegeven op het display.
Om de Hold-functie uit te schakelen, drukt u opnieuw op de knop "HOLD" of verandert u de meetfunctie.
12.5 Auto power-off functie
De DMM schakelt automatisch uit na een vooraf ingesteldeijd als er geen knop of de draaiknop worden ingedrukt. Deze functie beschermt en spaart de batterij en verlangt de gebruiksduur. De actieve functie worden aangegeven door het tijdsymbol linksboven in het display.
De DMM geeft een korte pieptoon ongeveer 1 minuut voordat hij uitschakelt. Het uitschakelen worden aangegeven met een lang geluidssignaal. Deze uitschakelprocedure kan worden onderbroken door op een willekeurige knop of de draaiknop te drukken.
Om de DMM waar aan te zetten na een automatische uitschakeling,zet u de draaiknop in de stand "OFF" of drukt u op de knop SELECT".
De automatische uitschakeling kan via de Setup-functie worden ingesteld en handmatig worden uitgeschakeld.
12.6 SELECT-functie
Meerdere meetfuncties zijn voorzien van subfuncties. De subfuncties zijn in het draaibereik grijs gemarkeerd. Druk op de knop "SELECT" om dit te selecteren. Met elke keer drukken schakelt u een subfunctie verder.
12.7 SETUP-functie
Via het Setup-menu können verschillende systeeminstellenen maar wens worden ingesteld. Druk op de knop "SETUP" om het instellingenmenu te openen. De functieknoppen "F1" en "F2" dienen als navigatieknoppen.
De menupunten können worden geseleerd.
Met de functieknoppen "F3" en "F4" kan de waarde können worden gewijzigd. Druk op de knop "SETUP" om het Setup-menu te verlaten.
Brightness Displayverlichting
Sound Knoptonen
Color Mode Weergaveschema (licht/donker)
Auto Power Off Automatische uitschakeling (Always ON = uitgeschakeld)
Key Light Positieverlichting op de draaiknop
Torch Light Uitschakeltijd zaklantaarn (Always ON = uitgeschakeld)
Factory Reset Terugzettenaar fabrieksinstelligen
Device Info Weergave systeeminformatie
12.8 Zaklantaarnfunctie
De DMM heeft twee witte LED-lampjes geintegrereerd. Deze{kunnen als zaklantaarn worden gezruikt.
Druk op de knop met het zaklantaarnsymbool om de zaklantaarn-functie te activeren. De functieknappen "F1" tot "F4" zijn nu toegewezen aan functies voor lampbediening.
F1 TORCH De boven- en achechterzaklampen gelijktijdig in- of uitschakelen
F2 FRONT Activeert de LED aan de voorkant
F3 BACK Activeert de LED aan de achterkant
F4 EXIT Het lampmenu verlaten
13 Problemen oplossen
| Probleem Reden Oplossing | ||
| De multimeter werkt nicht. Is de batterij leeg? Controleer de batterijsta-tus. Batterij verrangen. | ||
| Geen verandering vanmeetwaarde. | Is er een verkeerdemeetfunctie ingesteld(AC/DC)? | Controleer het display(AC/DC) en schakelzo nodig om maar eenandere functie. |
| Zijn de verkeerdemeetbussen gezruikt? | Controleer of de meetka-bels goed+zijn aanges-loten en vastzitten. | |
| Is de Hold-functiegeactiveerd? | Schakel de Hold-functieuit. | |
| Geen meting maybeik inhet 10A-meetbereik | Is de zekering inhet 10A-meetbereikdefect? | Controleer de10 A zekering |
| Geen meting maybeik inhet mA/μA-meetbereik | Is de zekering in hetmAμA-meetbereikdefect? | Controleer de600 mA zekering |
14 Reiniging en onderhoud
Belangrijk:
- Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen, reinigingsalcohol of andere chemische oplosmiddelen. Deze{kunnen de behuizing beschadigen en ervoor zorgen dat het product Niet goed werkt.
- Dompel het product Niet onder in water.
14.1 Algemeen
Om de nauwkeurigheid van de multimeter gedurende een langeperiode te garanderen, moet deze eenmaal peraar worden gekalibreerd.
Hetmeetapparaat is onderhoudsvrij met uitzondering van incidentele reiniging,evenals verranging van batterijen en zekeringen.
Het verrangen van de batterij en de zekeringen vindt u verderop in de gebruik-saanwijzing.

Controller regelmatig de technische veiligheid van het apparaat en de meetsnooren, bijv. op beschadiging van de behuizing of afknellen van de snoeren.
14.2 Reiniging
Voordat u het apparaat reinigt, dient u absolutut de volgende veiligheidsinstructies in acht te nemen:

Bij het openen van afdekkingen of het verwijderen van onderdelen, behalte als dit met de hand möglich is, können onder spanning staande onderdelen blootgelegd worden.
Voor een reiniging of reparatie要去en de aangesloten kabels van de meetapparatuur en van alle meetobjecten worden geschienen. Zet de DMM UIT.
Gebruik voor de reiniging geen schurende reinigingsmiddelen, benzine, alcohol of dergelijkte. Daardoor wordt het oppervlak van het meetinstrument aangetast. De dampen zijn bovendien schadelijk voor de gezondheid en explosief. Gebruik voor de reiniging ook geen scherp gereedschap zoals schroevendraiers of staalborstels e.d.
Gebruik voor de reiniging van het apparaat, het display en de meetsnoeren een schone, pleasvrijne, antistatische en enigszins vochtige doek. Laat het apparaat compleet drogen voordat u het voor de volgende meting gebruikt.
14.3 Batterij- en zekeringvak openen
Om veiligheidsredenen mogen de batterij en de zekeringen alleen worden verwangen als alle meetkabels van het meetapparaat zijn verwijderd. Het batterij- en zeker-ingvak (I) kan nicht worden geopend als de meetkabelsং aangesloten.
Bovendien worden bij het openen allemeetbussen mechanisch geblokkeerd om te voorkomen dat de meetkabels later worden aangesloten wanner de behuizing open is. De vergrendeling worden automatisch ontgrendeld zodia het batterij- enzekeringvak waaricht is.
De behuizing is zo ontworpen dat, wanner het batterij- en zekeringvak open staat, men alleen toegang heeft tot de batterij en de zekeringen. De behuizing hoeft nicht volledig te worden geopend en gedemonteerd.
Deze maatregelen verhogen de veiligheid en het bedieningsgemak voor de gebruiker.
Ga voor het openen als volgt te werk:
Koppel alle meetsnoeren van het meetapparaat los en schakel het UIT.
Klap de achefterste standarduit.
Draai dechterste schroef uit het batterijvak (I) los en verwijder.Deze.
Schuif het deksel van het batterij- en zekeringvak (P) omhoog en til het van het meetapparaat. Het deksel kan alleen worden verwijderd als allemeetkabels van de meter zijn verwijderd.
Dezekeringen en het batterijvak zijn nu toegankelijk.
Sluit de behuizing in omgekeerde volgorde en draai het batterij- en zekeringvak vast.
Hetmeetapparaatisnuweer klaar voor gebruik.

14.4 De zekering verrangen
Beide stroomingangen zijn beveiligd met keramische hoogvermogenzekeringen. Als er geen meting in dit bereik meer möglichk is, moet de zekering worden verrangen.
Voor het verwangen gaat u als volgt te werk:
Ontkoppel de aangesloten meetkabels van de te meten stroomkring en uwmeetapparaat. Zet de DMMuit.
Open de behuizing zoals beschreiben in het hoofdstuk "Meetapparaat openen".
Vervang de defecte zekering door een neue zekering van hetzelfde type en nominale stroomsterkte. De zekeringen hebben de volgende waarden:
Keramisch supersnel 10 A/1000 V, 10 kA scheidingsvermögen
Afmetingen 37mm× 10mm
Keramisch supersnel 600mA / 1000V 6FA
Afmetingen 32mm× 6,4mm
Sluit de behuizing weeer zorgvuldig.

Om veiligheidsredenen is het gebruik van gerepareerde zekeringen of het kortsluiten van de zekeringhouser nicht toegestaan. Dit kan brand of een explosie tot gevolg hebben. Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand.
14.5 Plaatsen en verrangen van de batterij
Er zijn drie microbatterijen (AAA) nodig om het meetapparaat te lately werken. Bij de eerste ingebruikname of wanner het rode batterijsymbol op het display verschijnt,要去en drie nieuwe, volledig opgeladen batterijen worden geplaatst.
Ga voor hetplaatsen of verrangen van de batterij als volgt te werk:
Koppel het meetapparaat en de aangesloten meetkabels los van alle meetcircuits. Verwijder alle meetkabels van het meetapparaat. Zet de DMM UIT.
Open de behuizing zoals beschreiben in het hoofdstuk "Batterij- en zekeringvak openen".
Vervang de gebruikte batterijen door neue batterijen van hetzelfde type. Plaats de neue batterijen met de juiste polariteit in het batterijvak. Let op de polariteitsaanduiding in het batterijvak.
Sluit de behuizing weeer zorgvuldig.

Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand. !LEVENSGEVAAR!
Laat geen lege batterijen in het meetapparaat zitten. Zelfs lekbestendige batterijen konnen gaan roesten, waardoor er chemicalienuit hunnenlekken die schadelijk zijn voor de gezondheid en het apparaat hunnen beschadenigen.
Laat batterijen nicht achteloos rondslingeren. Deze{kunnen door kinderen of huisdieren worden ingeslikt. Raadpleeg onmiddelijk een arts als er een batterij is ingeslikt.
Haal om lekke te voorkomen de batterijen uit het apparaat wonneer het langereijd nicht worden gebruikt.
Lekkende of beschadigde batterijen können chemische brandwonden veroorzaken als deze met uw huid in aanraking komen. Draag waarom geschikte handschoenen als u dergelijkke batterijen aanraakt.
Zorg ervoor dat batterijen nicht worden kortgesloten. Gooi batterijen nicht in het vuur.
Normale batterijen mogen Niet opgeladen of uit elkaar gehald worden. Er bestaat dan explosiegevaar.
U kunt geschikte alkalische batterijen bestellen met gebruik van het volgend bestelnummer:
Bestelnr. 65 22 78 (gelieve 3x te bestellen).
Gebruik alleen alkalinebatterijen,ondat deze krachtig zich en lang meegaan.
15 Verwijdering
15.1 Product

Alle elektrische en elektronische apparaten die op de Europese markt worden gebracht,要去en van dit symbol়n voorzien.Dit symbolGHz aan dat dit apparaat aan het einde van zich levensduur gescheden van ongesorteerd huishoudelijk afval moet worden afgevoerd.
Elke eigenaar van oude apparatuur is verplicht om oude apparatuur geschienen van ongesorteerd huishoudelijk afval af te voeren. De ein-dgebruikers zijn verplicht om gebruikte batterijen en accu's die nicht door het oude apparaat zich omsloten, net als lampen die zonder het oude apparaat te vermietigen+kennen worden verwijderd, voor afgithe bij een inzamelingspunt te verwijderen.
Distributeurs van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk verplicht om oude apparatuur gratis terug te nemen. Conrad geeft u de volgende Gratis inlevermögelijkheden (meer informatie op unsere website):
In once Conrad-filialen
bij de door Conrad gecreeerde inzamelpunten
Bij de verzamelplaatsen van de openbare afvalverwerkingsbedrijven of bij de door fabrikanten en verkopers in de zin van de ElektroG ingestelde recyclingsysteme
De eindgeber is verantwoordelijk voor het wissen van persoonlijke gegevens op het te verwijdenen oude apparaat.
Houd er rekening mee dat in landen buiten Duitsland eventueel andere verplichtingen können gelden voor het returneren en de recycling van oude apparatuur.
15.2 Batterijen/accu's
Verwijder batterijen/accu's die möglichk in het apparaat zitten en gooi ze afzonderlijk van het product weg. U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu's in te leveren; verwijdering via het huisvuil is nicht toegestaan.

Batterijen/accu's die schadelijke stoffen bevatten, zichen gemarkeerd met nevenstaand symbool. DezeMZogeniet via het huisvuil worden afgeoerd. De aanduidingen voor de zware metalen die het betreft zich: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood (de aanduiding staat op de batterijen/ accu's, bijv. onder de links afgebeelde vuilnisbaksymbool).
U kunt verbruikte batterijen/accu's gratis bij deinzamelingspunten van uw gemeente, once filialen of overal waar batterijen/accu's worden verkocht, afgeven. U voldoet daarmee aan de wettelijkke verplichtingen en draagt bij aan de bescherming van het milieu.
Dek blootliggende contacten van batterijen/accu's volledig met een stukje plakband af alvorens ze weg te werpen, om kortsluiting te voorkomen. Zelfs als batterijen/ accu's leeg zich, kan de rest-energie die zich bevatten gevaarlijk zich in geval van kortsluiting (barsten, sterke verhitting, brand, explosie).
16.1 Stroomvoorziening
Bedrijfsspanning 3 microbatterijen (3x 1,5 V, type AAA)
16.2 Omgevingsvoorwaarden
Gebruikstemperatuur. 0 tot +40^
Bedrijfsvochtigkeit ≤ 80% RV (niet-condenserend)
Opslagtemperatuur. -10 tot +60 °C
Opslagvochtigheid.. ≤ 80% RV (niet-condenserend)
Gebruikshoogte max. 2000 m boven NAP
Andere
Afmetingen (L x B x H) 200 x 91 x 43 mm
Gewicht. 430 g
16.3 Apparaat
Weergave 6000 Counts (cijfers), TFT
Meetsnelheid. 3 metingen/seconde
Meetprocedure AC....True RMS, AC-gekoppeld
Lengte meetkabels elk ca. 120 cm
Meetimpedantie. ≥ 10M /10pF (V-bereik)
Afstand meetbussen. 19 mm (COM-V)
Automatische uitschakeling 5, 10, 15, 30 minutes, continubedrijf
Meetcategorie...CAT III 1000 V, CAT IV 600 V
Verontreinigingsgraad. 2
Veiligheid volgens.. EN61010-1
16.4 Meettolerancies
Opgave van de nauwkeurigheid in ± (\% van de aflezing + weergavefout in counts (= aantal kleinste posities)). De nauwkeurigheid is geldig voor een jaar bij een temperatuur van +23^ ( ± 5^ ) bij een relatieve luchtvochtigheid vankleiner dan 80% Niet condenserend. Buiten dit temperatuurbereik geldt een temperatuurcoefficien: +0,1× (gespecificierde nauwkeurigheid)/1 °C.
De meting kan worden beinvloed als het apparaat binnen een hoogfrequente elektromagnetische veldsterkte worden gebruikt.
Gelijkspanning V/DC
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | |
| 60,00 mV* 0,01 mV ±(0,5% + 10) | |
| 600,0 mV* 0,1 mV ±(0,5% + 5) | |
| 6,000 V 0,001 V ±(0,5% + 5) | |
| 60,00 V 0,01 V ±(0,5% + 5) | |
| 600,0 V 0,1 V ±(0,5% + 5) | |
| 1000 V 1 V ±(0,8% + 5) | |
| *alleen via de meetfunctie "mV" beschikbaar Gespecificerd meetbereik: 5 - 100 % van het meetbereik Overbelastingsbeveiliging 1000 V; impedantie: 10 MΩ Bij een kortgesloten meetingang is een weergave van ≤10 counts maybeik. De LoZ-lage impedantiemeting is nicht gespecificerd. | |
Wisselspanning V/AC
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | |
| 600,0 mV* 0,1 mV ±(1,0% + 10) | |
| 6,000 V 0,001 V ±(0,8% + 8) | |
| 60,00 V 0,01 V ±(0,8% + 5) | |
| 600,0 V 0,1 V ±(0,8% + 5) | |
| 1000 V 1 V ±(1,0% + 5) | |
| *alleen via de meetfunctie "mV" beschikbaarGespecificeerd meetbereik: 5 - 100 % van het meetbereikFrequentiebereik 45 Hz - 1 kHz; Overbelastingsbeveiliging 1000 V; Impedantie:10 MΩDe frequentie geeft 20 - 100 % van het meetbereik aan.Bij een kortgesloten meetingang is een weergave van 10 counts möglichTrueRMS piekwaarde (Crest Factor (CF)) ≤3 CF tot 600 V600 mV meetbereik worden nicht ondersteund (CF ≤3)De LoZ-lage impedantiemeting is nicht gespecificeerd. | |
| TrueRMS piekwaarde voor nicht-sinusvormige signalen plus tolerantie:CF >1,0 - 2,0 + 3%CF >2,0 - 2,5 + 5%CF >2,5 - 3,0 + 7% | |
Gelijkstroom A/DC
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | |
| 600,0 μA 0,1 μA ±(0,8% + 8) | |
| 6000 μA 1 μA ±(0,8% + 5) | |
| 60,00 mA 0,01 mA ±(0,8% + 8) | |
| 600,0 mA 0,1 mA ±(0,8% + 5) | |
| 6,000 A 0,001 A ±(1,5% + 8) | |
| 10,00 A 0,01 A ±(1,5% + 8) | |
| Overbelastingsbeveiliging: Zekering Zekeringen: μA/mA = keramische hoogvermogenzekering 600mA 1000V 10 A = keramische hoogvermogenzekering F10AH1000V Meetduur 10 A-ingang: 10 sec. met meetpauze van 10 minutes | |
Wisselstroom A/AC
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | |
| 600,0 μA 0,1 μA ±(1,0% + 5) | |
| 6000 μA 1 μA ±(1,0% + 5) | |
| 60,00 mA 0,01 mA ±(1,0% + 5) | |
| 600,0 mA 0,1 mA ±(1,0% + 5) | |
| 6,000 A 0,001 A ±(1,5% + 10) | |
| 10,00 A 0,01 A ±(1,5% + 10) | |
| Overbelastingsbeveiliging: ZekeringGespecificerd meetbereik: 5 - 100 % van het meetbereikFrequentiebereik 45 Hz - 1 kHz; Overbelastingsbeveiliging 1000 V; Impedantie:10 MΩDe frequentie geeft 20 - 100 % van het meetbereik aan.Zekeringen: μA/mA = keramische hoogvermogenzekering F600mAh1000V10 A = keramische hoogvermogenzekering F10AH1000VMeetduur 10 A-ingang: 10 sec. met meetpauze van 10 minutes | |
| TrueRMS piekwaarde (Crest Factor (CF)) ≤3 CF over het gehele bereikTrueRMS piekwaarde voor nicht-sinusvormige signalen plus tolerantie:CF >1,0 - 2,0 + 3%CF >2,0 - 2,5 + 5%CF >2,5 - 3,0 + 7% | |
Weerstand
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | |
| 600,0 Ω* 0,1 Ω ±(0,8% + 5) | |
| 6,000 kΩ* 0,001 kΩ ±(0,8% + 5) | |
| 60,00 kΩ 0,01 kΩ ±(0,8% + 5) | |
| 600,0 kΩ 0,1 kΩ ±(0,8% + 5) | |
| 6,000 MΩ 0,001 MΩ ±(1,0% + 5) | |
| 60,00 MΩ 0,01 MΩ ±(2,0% + 5) | |
| Beveiliging gegen overbelasting 1000 V Meetspanning: ong. 1 V, meetstroom ong. 0,5 mA *Nauwkeurigheid voor meetbereik ≤600 Ω na aftrek van de meetsnoerweerstand via REL-functie | |
Capaciteit
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid | ||
| 60,00 nF* 0,01 nF ±(3,0% + 5) | ||
| 600,0 nF* 0,1 nF ±(3,0% + 5) | ||
| 6,000 μF* 0,001 μF | ±(3,0% + 5) | |
| 60,00 μF | 0,01 μF | ±(3,0% + 5) |
| 600,0 μF | 0,1 μF | ±(3,0% + 5) |
| 6,000 μF | 1 μF | ±(4,0% + 10) |
| 60,00 mF | 0,01 mF | ±(4,0% + 10) |
| Beveiliging gegen overbelasting 1000 V*Nauwkeurigheid voor meetbereik ≤ 600 nF alleen geldig met toegepaste REL-functie | ||
Akoestische continuiteitstester
| Meetbereik Resolutie | |
| 600,0 Ω 0,1 Ω | |
| Aanspreekdrempel: ≤50 Ω continue toon; >50 Ω geen toon Overbelastingsbeveiliging: 1000 V Testspanning ca. 1 V Teststroom 0,5 mA | |
Temperatuur
| Bereik Resolutie Nauwkeurigheid* | |
| -40 tot <+40 °C 1 °C ±(2,5% + 5) | |
| +40 tot <+100 °C 1 °C ±(1,0% + 3) | |
| +100 tot +1000 °C 1 °C ±(1,0% + 3) | |
| -40 tot <+32 °F 1 °F ±(4,0% + 8) | |
| +32 tot <+210 °F 1 °F ±(2,0% + 8) | |
| +210 tot +1832 °F 1 °F ±(5,0% + 8) | |
| Beveiling gegen overbelasting 1000 V *plus. Tolerantie van de temperatuursensor | |

Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak geen schakelingen of schakelcomponenten aan,,ondat hier spanningen hoger dan 33 V/ACrms 70 V/DC op kunnen staan! Levensgevaar!

Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle rechten, vertaling inbegren, voorbehonden. Reproductions van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of de registatie in elektronische gegevensverwerkingssapparatuur, vereisen de schriftelijktoestemming van deuitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen.