VC13A - Multimeter VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VC13A VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over VC13A VOLTCRAFT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VC13A - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VC13A van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING VC13A VOLTCRAFT
- Meten en weergeven van elektrische grootheden in het gebied van meetcategorie CAT III tot max. 300 V tegen aardpotentiaal, conform EN 61010-1
- Meten van gelijk- en wisselspanningen tot max. 300 V
- Meten van gelijkstromen tot 250 mA
• Meten van demping van -20 tot +22 dBm
- Meten van weerstand tot 2 Mohm
- Batterijtest voor 1,5 V- en 9 V-batterijen
Bedrijf is uitsluitend toegestaan met een Mignon-batterij (AA, UM3, LR6 of soortgelijk).
Gebruik het meetapparaat niet in geopende toestand, met geopend batterijvak resp. bij ontbrekend klepje van het batterijvak. Metingen in explosiegevaarlijke bereiken of in vochtige ruimtes resp. onder slechte omgevingsomstandigheden zijn niet toegestaan. Ongunstige omgevingsomstandigheden zijn: nattigheid of hoge luchtvochtigheid, stof en brandbare gassen, dampen of oplosmiddelen, evenals onweer of onweerachtige omstandigheden zoals sterke elektrostatische velden, enz.
Gebruik voor het meten alleen de meegeleverde meetsnoeren resp. meetaccessoires, die afgestemd zijn op de specificaties van de multimeter.
Metingen in elektrische circuits >33 V/AC en >70 V/DC mogen alleen door vakmensen en aangewezen personen worden uitgevoerd, die vertrouwd zijn met de vereiste normen en de mogelijke, daaruit voortvloeiende, gevaren.
Een andere toepassing dan hierboven beschreven kan leiden tot beschadiging van het product. Daarnaast bestaat het risico op bijv. kortsluiting, brand of elektrische schokken enz. Het samengestelde product dient niet aangepast resp. omgebouwd le worden!
Neem te allen tijde de veiligheidsaanwijzingen in acht!
OMVANG VAN DE LEVERING
- Multimeter
- Meetleidingen
- Batterij (Type AA)
- Gebruiksaanwijzing

Geactualiseerde gebruiksinstructies:
- Open www.conrad.com/downloads in een browser of scan de afgebeelde QR-code.
- Kies het documententype en de taal en vul het productnummer in het zoekveld in. Nadat u de zoekopdracht heeft uitgevoerd, kunt u de weergegeven documenten downloaden.

Een uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke instructies in deze gebruiksaanwijzing die absoluut moeten worden opgevolgd.

Een bliksem in een driehoek waarschuwt voor een elektrische schok of een veiligheidsbeperking van elektrische onderdelen in het apparaat.

Het „pijl*-pictogram vindt u bij bijzondere tips en aanwijzingen over de bediening.

Dit apparaat is CE-goedgekeurd en voldoet aan de betreffende Europese richtlijnen.

Beschermklasse 2 (dubbele of versterkte isolatie).
CAT III
Meetcategorie III voor metingen in de gebouwinstallatie (bijv. stopcontacten of onderverdelingen). Deze categorie omvat ook alle lagere categorieën (bijvoorbeeld CAT II voor het meten aan elektrotechnische apparaten resp. CAT I voor het meten van signaal- en stuurspanningen). Het meten in CAT III is alleen toegestaan met meetsondes met een maximale vrije contactlengte van 4 mm of met afdekkappen over de meetsondes.

Aardpotentiaal
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN

Lees voor ingebruikneming de volledige handleiding door; deze bevat belangrijke aanwij hetingen te voorkomen, zingen voor het juiste gebruik.
hadigingen veroorzaakt door het niet in acht nemen van deze gebruiksaanwijzing, vervalt de waarborg/garantie! Wij zijn niet aansprakelijk voor gevolgschadel
vaarden geen aansprakelijkheid voor materiële schade of persoonlijk letsel veroorzaakt door ondeskundig gebruik of het niet opvolgen van de veiligheidsvoorschriften! In dergelijke gevallen vervalt de waarborg/garantie.
- Dit apparaat heeft de fabriek in veiligheidstechnische onberispelijke staat verlaten.

- Om deze conditie te bewaren en om een risicovrije werking te garanderen, moet de gebruiker de veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen, die in deze gebruiksaanwijzingen vermeld staan, in acht nemen.
- Om redenen van veiligheid en toelating (CE) is het eigenmachtig ombouwen en/of wijzigen van het apparaat niet toegestaan.
- Raadpleeg een vakman als u twijfelt over de werkwijze, veiligheid of aansluiting van het apparaat.
- Houd meetapparaten en accessoires buiten bereik van kinderen. Het is geen speelgoed!
- In commerciële inrichtingen moeten de voorschriften ter voorkoming van ongevallen van de brancheverenigingen voor elektrotechnische installaties en bedrijfsmiddelen worden nageleefd.
- In scholen, opleidingscentra, hobbyruimten en werkplaatsen moet door geschoold personeel voldoende toezicht worden gehouden op de bediening van meetapparatuur.
- Zorg er bij elke spanningsmeting voor dat het meetapparaat zich niet in het stroommeetbereik bevindt.
- De spanning tussen een willekeurige bus van het meetapparaat en aarde mag niet groter zijn dan 300 V (DC/AC) in meetcategorie III.
- Wees met name voorzichtig bij de omgang met wisselspanningen (AC) groter dan 33 V resp. gelijkspanningen (DC) groter dan 70 V! Het aanraken van een draad onder deze spanning kan al leiden tot een levensgevaartlijke elektrische schok.
- Om een elektrische schok te voorkomen, dient u ervoor te zorgen dat u de te meten aansluitingen/meelpunten tijdens de meting niet, ook niet indirect, aanraakt. Pak tijdens het meten niet boven de tastbare handgreepmarkeringen op de meetsondes vast.
- Gebruik de multimeter nooit kort voor, tijdens, of kort na een onweersbui (blikseminslag! / energierijke overspanningen!). Let op dat uw handen, schoenen, kleding, de vloer, het meet-instrument resp. de meetdraden, schakelingen en schakeldelen enz. te allen tijde droog zijn.
- Bedien het meetapparaat niet in ruimtes of onder ongunstige omgevingsomstandigheden waarin/waarbij brandbare gassen, dampen of stoffen aanwezig zijn of kunnen zijn.
- Vermijd een gebruik van het apparaat in de onmiddellijke buurt van sterke magnetische of elektromagnetische velden, zendantennes of HF-generatoren. Dit kan leiden tot miswijzing van de meetwaarde.
- Gebruik voor het meten alleen de meegeleverde meetdraden resp. meetaccessoires, die op de specificaties van de multimeter afgestemd zijn. Gebruik uitsluitend dubbele of verzwaarde, geïsoleerde meetaccessoires.
-
Schakel het apparaat uit en beveilig het tegen onbedoeld gebruik, als aannemelijk is dat veilig gebruik niet meer mogelijk is. Ga ervan uit dat veilig gebruik niet langer mogelijk is, als:
-
het apparaat zichtbaar beschadigd is,
- het apparaat niet meer werkt en
- na lange opslag onder ongunstige omstandigheden of
-
na zware transportbelastingen.
-
Schakel het meetinstrument nooit onmiddellijk in nadat het van een koude naar een warme ruimte is overgebracht. De condens die hierbij ontstaat, kan uw instrument onherstelbaar beschadigen. Laat het apparaat zonder het in te schakelen op kamertemperatuur komen.
- Laat het verpakkingsmateriaal niet rondslingeren; dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed zijn.
- Neem ook de veiligheidsvoorschriften in de afzonderlijke hoofdstukken in acht.
OMSCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN

text_image
① ② ③ ④ ⑤ ⑥ VCC-12A OFF VCC-12A VCC-12A VCC-12A VCC-12A VCC-12A VCC-12A VCC-12A VCC-12A VCC-12A VCC-12A VCC-12A VCC-12A VCC-12A VCC-12A VCC-12A BAT BAT BAT BAT1 Analoge schaalaanduiding
2 Justeerschroef voor de wijzer
3 0 ohm-instelling voor het meten van weerstand
4 Draaischakelaar voor het instellen van de meetfunctie en het bereik
5 COM-bus (referentiemeetpunt, minpool)
6 V/mA/Ω-bus (pluspool)
7 Batterij- en zekeringvak aan de achterzijde
PRODUCTBESCHRIJVING
- De analoge multimeter (hierna multimeter genoemd) is voorzien van een wijzerinstrument met schokdemping.
- De multimeter is in elke stand te gebruiken.
- Het mA-stroommeetbereik is met een keramische zekering beveiligd tegen overbelasting.
- Met behulp van een draaischakelaar kiest u de afzonderlijke meetfuncties en meetbereiken.
- Het meetapparaat is inzetbaar voor hobbygebruik evenals voor beroepsmatig gebruik tot een spanning van CAT III maximaal 300 V.
- De meetsnoeren zijn in de geleverde toestand voorzien van beschermdoppen. Haal voor gebruik de beschermdoppen van de veiligheidstekers.
- Na gebruik kunt u deze terugplaatsen als bescherming bij het vervoeren.
- De wijzer is door middel van een justeerschroef in te stellen. Doe dit voor elke meting, om foutieve
VERKLARING VAN DE SYMBOLEN EN TEKENS
| Overmaat; het meetbereik van de weerstand werd overschreden | |
| Symbool voor de ingebouwde batterijgegevens | |
| Symbool voor de ingebouwde stroomzekering | |
| OFF schakelaarstand UIT | |
| COM Meetinggang referentiepotentiaal, - bij gelijkspanning (DC) | |
| VmAΩ Meetinggang van het te meten potentiaal, + bij gelijkspanning | |
| AC Symbol voor wisselstroom | |
| DC Symbol voor gelijkstroom | |
| V Volt (eenheid van elektrische spanning) | |
| mA Millampère (eenheid van elektrische stroomsterkte, exponent-3) | |
| Ω Ohm (eenheid van elektrische weerstand) | |
| x10 Vermengivuldig de afgelezen weerstandswaarde met 10 | |
| x1k Vermengivuldig de afgelezen weerstandwaarde met 1000 | |
| dB | Decibel, demping in het 10 V wisselspanningmeetcircuit(0 dB = 1 mW / 600 ohm = 0,775 V) |
| BAT Batteritest | |
| 9 V/1.5 V Meetbereik voor batterijen met 9 V of 1,5 V netspanning | |
| REPLACE Vervang de geteste batterij | |
| ? Vervang de geteste batterij zo spoedig mogelijk | |
| GOOD | De geteste batterij is te gebruiken |
INGEBRUIKNAME
→ Plaats eerst de meegeleverde batterij om het meetapparaat binnen het weerstandsmeetbereik te kunnen gebruiken. Plaats de batterij zoals beschreven in het hoofdstuk „Reiniging en onderhoud“.
Draaischakelaar (4)
- Stel de afzonderlijke meetfuncties en meetbereiken in met behulp van de draaischakelaar.
- Het meetapparaat is op stand „OFF“ uitgeschakeld.
- Schakel het meetapparaat altijd uit als u het niet gebruikt.
- De pomp zal niet automatisch uitschakelen binnen het weerstandsmeetbereik.
METEN

Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak schakelingen en onderdelen daarvan niet aan als daarin hogere middelbare wisselspanningen dan 33 V of hogere gelijkspanningen dan 70 V kunnen voorkomen! Levensgevaar! Controleer voor elke meting het meetapparaat en de aangesloten meetsnoeren op beschadigingen, zoals sneden, scheuren of pletten. Defecte meetsnoeren direct verwijderen en vervangen door nieuwe meetkabels. Defecte meetsnoeren mogen niet meer worden gebruikt. ! Levensgevaar!
Neem - alvorens van meetbereik te wisselen - de meetpennen weg van het te meten object.
Begin altijd elke meting op het hoogste meetbereik. Ga daarna stapsgewijs over naar een lager bereik, om een zo nauwkeurig mogelijk meetresultaat te verkrijgen. De beste nauwkeurigheld wordt bereikt in het middelste schaalbereik (schaalbereik ca. 70° tot 110°).
De meetbereiken op de draaischakelaar komen overeen met de eindwaarde van de schaal. Voor het aflezen gebruikt u steeds de overeenkomstige waarde (bijv. schaal 10 voor het meetbereik 10).
a) Nulinstelling
Stel voor elke meting de nulstand (schaalwaarde 0 V) in met behulp van de justeerschroef (2). Daarbij mag geen meetsignaal op de meetsnoeren aanwezig zijn.
a) Meten van gelijk- of wisselspanning

Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden.
Voor het meten van gelijkspanningen (DC) gaat u als volgt te werk:
- Kies met behulp van de draaischakelaar de meetfunctie V
- Sluit het zwarte meetsnoer aan op de COM-bus (5) en het rode meetsnoer op de V-bus (6).
- Denk om een correcte polariteit (rood = + / zwart = -) en verbind beide meetpennen parallel met het meetobject (batterij, schakeling enz.).
- Bij een onjuiste aansluiting van de polen slaat de wijzer uit in negatieve richting. Hierdoor kan het meetinstrument beschadigd raken. Onderbreek onmiddellijk de meting en herhaal de meting met de juiste polariteit.
- Lees de meetwaarde af op de schaal „V“.
| DC V meetbereik | V-schaal voor aflezing | Vermenigvuldiger |
| 2,5 | 0 - 250 | 0,01 |
| 10 | 0 - 10 | 1 |
| 50 | 0 - 50 | 1 |
| 250 | 0 - 250 | 1 |
| 300 | 0 - 300 | 1 |
- Neem - na het voltooien van de meting - de meetpennen weg van het meetcircuit en schakel de multimeter uit (draaischakelaar naar stand „OFF“).
Voor het meten van wisselspanningen (AC) gaat u als volgt te werk:
- Kies met behulp van de draaischakelaar de meetfunctie V ∼.
- Sluit het zwarte meetsnoer aan op de COM-bus (5) en het rode meetsnoer op de V-bus (6).
- Maak nu met beide meetpennen contact parallel met het te meten object (generator, schakeling, enz.).
- Lees de meetwaarde af op de schaal „V“
- Neem - na het voltooien van de meting - de meetpennen weg van het meetcircuit en schakel de multimeter uit (draaischakelaar naar stand „OFF“).
c) Meten van weerstand

Controleer of alle te meten onderdelen van de schakeling, schakelingen en componenten evenals andere te meten objecten volledig spanningsloos en ontladen zijn.
Voor de weerstandsmeting gaat u als volgt te werk:
- Kies met de draaischakelaar de meetfunctie „Ω“.
- Sluit het zwarte meetsnoer aan op de COM-bus (5) en het rode meetsnoer op de meetbus „ ^* (6).
- Houd beide meelpennen tegen elkaar en wacht, tot de wijzer zich stabiliseert. Er moet een waarde van ongeveer 0 ohm worden aangegeven. Justeer - bij afwijking van de 0 ohm-waarde - de wijzer met behulp van de 0 ohm-afregeling (3) op 0 ohm. Controleer dit steeds, als u van meetbereik verandert.
- Lees de meetwaarde af op de schaal „Ω“.
- Vermenigvuldig in het meetbereik „x1k“ de getoonde waarde met een factor 1000 om de meetwaarde te verkrijgen, bijvoorbeeld 5 Ω (aflezing) x1000 = 5 x 1000 = 5 kΩ (meetwaarde).
- Vermenigvuldig in het meetbereik „x10“ de getoonde waarde met een factor 10 om de meetwaarde te verkrijgen, bijvoorbeeld 50 Ω (aflezing) x10 = 50 x 10 = 500 Ω (meetwaarde).
- Neem - na het voltooien van de meting - de meetpennen weg van het meetcircuit en schakel de multimeter uit (draaischakelaar naar stand „OFF“).
d) Meten van gelijkstroom

Overschrijd in geen geval de maximaal toelaatbare ingangswaarden in de desbetreffende meetbereiken.
Stroommetingen zijn alleen toegestaan in stroomcircuits tot max. 300 V.
Voor het meten van gelijkstromen tot 250 mA/DC gaat u als volgt te werk:
- Kies met de draaischakelaar het meetbereik „mA“.
- Sluit het zwarte meetsnoer aan op de COM-bus (5) en het rode meetsnoer op de meetbus „mA“ (6).
• Schakel het meetobject stroomloos. - Let op de correcte polariteit (rood = + / zwart = -) en verbind beide meetpennen in serie met het meetobject (batterij, schakeling enz.).
- Bij een onjuiste aansluiting van de polen slaat de wijzer uit in negatieve richting. Hierdoor kan het meetinstrument beschadigd raken. Onderbreek onmiddellijk de meting en herhaal de meting met de juiste polariteit.
- Lees de meetwaarde af op de schaal „mA“.
- Schakel het meetobject stroomloos en neem - na het voltooien van de meting - de meetpennen van de meetstroomloop weg. Schakel de multimeter uit (draaischakelaarstand „OFF*).
e) Meten van demping in dBm
De multimeter maakt een absolute „dB*-meting mogelijk in schakelingen met een impedantie van 600 ohm. De meting gebeurt op het bereik „10 V\~“. 0 dB = 1 mW (0,775 V).
Voor het meten gaat u als volgt te werk:
- Kies met behulp van de draaischakelaar het meetbereik „10 V\~“.
- Sluit het zwarte meetsnoer aan op de COM-bus (5) en het rode meetsnoer op de meetbus „V” (6).
- Maak nu met beide meetpennen contact parallel met het te meten object (generator, schakeling, enz.).
- Lees de meetwaarde van de demping af op de schaal „dB“. Het aflezen van de spanning gebeurt met de schaal „AC10V“.
- Neem - als signalen met een gelijkspanningscomponent moeten worden gemeten - een condensator van >0,1 nF op in serie met de meetsnoeren (ontkoppeling).
- Neem - na het voltooien van de meting - de meetpennen weg van het meetcircuit en schakel de multimeter uit (draaischakelaar naar stand 'OFF').
f) Batterijtest
De multimeter test 1,5 V- en 9V-batterijen door middel van een kleine belasting. Dit voorkomt een foutieve meting bij nullast en geeft een goede indicatie over de toestand van de batterij.
| „REPLACE“ | geeft aan dat de batterij moet worden vervangen. |
| „?“ | geeft aan dat de batterij uitsluitend nog geschikt is voor verbruikers die weinig energie vergen. |
| „GOOD“ | geeft aan dat de batterij in orde is. |
Voor een batterijtest gaat u als volgt te werk:
- Kies met behulp van de draaischakelaar de meetfunctie „BAT“ en het meetbereik 1,5 V of 9 V.
- Sluit het zwarte meetsnoer aan op de COM-bus (5) en het rode meetsnoer op de meetbus „V” (6).
- Let op de correcte polariteit (rood = + / zwart = -) en verbind beide meetpennen met de batterij.
- Bij een onjuiste aansluiting van de polen slaat de wijzer uit in negatieve richting. Hierdoor kan het meetinstrument beschadigd raken. Onderbreek onmiddellijk de meting en herhaal de meting met de juiste polariteit.
- Lees de toestand van de batterij af op de schaal „BAT“.
- Neem - na het voltocien van de meting - de meetpennen weg van het meetcircuit en schakel de multimeter uit (draaischakelaar naar stand „OFF“).
SCHOONMAKEN EN ONDERHOUD
Algemeen
Om de nauwkeurigheid van de multimeter over een langere periode te kunnen garanderen, moet het apparaat jaarlijks worden gekalibreerd.
De wijze van het vervangen van batterij en zekering vindt u in het aanhangsel.

Controleer regelmatig de technische veiligheid van het apparaat en de meetdraden, bijv. op beschadiging van de behuizing of afknellen van de draden.
Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand. ! LEVENSGEVAARI
Schoonmaken
Neem de volgende veiligheidsaanwijzingen in acht voordat u het apparaat schoonmaakt:

Bij het openen van afdekplaten of het verwijderen van onderdelen, ook als dit handmatig mogelijk is, kunnen spanningvoerende delen worden blootgelegd.
Maak - voorafgaand aan het schoonmaken of instandhouden - alle op het apparaat aangesloten leidingen los en schakel de multimeter uit.
Gebruik voor het schoonmaken geen schurende schoonmaakmiddelen, benzine, alcohol en dergelijke. Hierdoor wordt het oppervlak van het meetapparaat aangetast. De dampen van dergelijke middelen zijn bovendien explosief en schadelijk voor de gezondheid. Gebruik voor het schoonmaken ook geen gereedschappen met scherpe randen, schroevendraaiers of metalen borstels e.d.
Gebruik - om het apparaat, resp. het scherm en de meetsnoeren schoon te maken - een schone, pluisvrije, antistatische en droge stofdoek.
Plaatsen/vervangen van de batterij
Voor het gebruik van het meetapparaat in weerstandsmeetbereik is een batterij van het type Mignon (AA) nodig, welke is meegeleverd.
Plaats een nieuwe batterij:
- bij het voor het eerst in gebruik nemen,
- als in het weerstandmeetbereik geen 0 ohm-instelling meer mogelijk is.
Ga voor het plaatsen/vervangen als volgt te werk:
- Verwijder alle meetsnoeren van het apparaat en schakel de multimeter uit.
- Draai aan de achterzijde de schroef van het batterijvakje los en trek het deksel van het batterijvak (7) voorzichtig naar achteren toe weg.
- Plaats een nieuwe batterij met de juiste poolrichting in de multimeter. Let op de polariteitsweergave in het batterijvak.
- Sluit de behuizing weer zorgvuldig.

Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand. ! LEVENSGEVAAR! ge batterijen niet in het meetapparaat, omdat zelfs batterijen die tegen lekken zijn bevelligd kunnen corroderen. Hierdoor kunnen chemicalien vrijkomen die schadelijk zijn voor uw gezondheid of schade toebrengen aan het apparaat.
Lekkende of beschadigde batterijen kunnen bij huidcontact bijtende wonden veroorza- ken. Draag in dit geval altijd beschermende handschoenen.
Verwijder de batterij als u het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt, om lekkage te voorkomen.
Laat batterijen niet achteloos rondslingeren. Kinderen of huisdieren zouden deze kunnen inslikken. Raadpleeg direct een arts als er toch een batterij is ingeslikt.
Let erop, dat batterijen niet worden kortgesloten. Geen batterijen in het vuur werpen.
Batterijen mogen niet worden opgeladen. Er bestaat explosiegevaar.

Een geschikte alkalinebatterij is onder het volgende bestelnummer verkrijgbaar:
Bestelnr. 652501 (a.u.b. 1x bestellen).
VERVANGEN VAN DE ZEKERING

Neem bij het vervangen van zekeringen absoluut de veiligheidsvoorschriften in acht! In bij het vervangen van zekeringen alleen zekeringen van het aangeduide type en de aangegeven nominale stroomsterkte als vervanging worden gebruikt. Het gebruik van verkeerde of gerepareerde zekeringen resp. het overbruggen van de zekeringhouder is niet toegestaan en kan brand of explosies tot gevolg hebben.
De meetingang is beschermd tegen overbelasting. Vervang de ingebouwde hoogwaardige zekering als meten niet meer mogelijk is.
Voor het vervangen van een zekering gaat u als volgt te werk:
- Verwijder alle meetsnoeren en schakel de multimeter uit.
- Draai aan de achterzijde de schroef van de behuizing los en trek het deksel van de behuizing (7) voorzichtig naar achteren toe weg.
- Vervang de defecte hoogwaardige zekering door een nieuwe van hetzelfde type en dezelfde stroomsterkte.
• Keramiek F500mA H 500 V Flink 6,3 x 32 mm. - Sluit de behuizing weer zorgvuldig.
VERWIJDERING

Afgedankte elektronische apparaten bevatten waardevolle stoffen en behoren niet bij het huishoudelijk afval. Verwijder het product aan het einde van zijn levensduur conform de geldende wettelijke bepalingen.

e geplaatste batterij eruit en voer deze gescheiden van het product af.
VERWIJDEREN VAN GEBRUIKTE BATTERIJEN/ACCU'S!
U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu's in te leveren; verwijdering via het huishoudelijk afval is niet toegestaan!

Op batterijen/accu's die schadelijke stoffen bevatten, vindt u de hiernaast vermelde symbolen. Deze geven aan dat ze niet via het huisvuil mogen worden verwijderd. De aanduidingen voor de betreffende zware metalen zijn: Cd=cadmlum, Hg=kwik, Pb=lood (aanduiding wordt op de batterijen/accu's vermeld, bijv. onder het links afgebeelde vuilnisbakpictogram). Uw lege batterijen/accu's kunt u kosteloos inleveren bij de inzamelpunten in uw gemeente, bij al onze vestigingen en overal waar batterijen/accu's verkocht worden!
Zo voldoet u aan de wettelijke verplichtingen en draagt u bij aan het beschermen van het milieu!
VERHELPEN VAN STORINGEN

U heeft met de multimeter een product aangeschaft dat volgens de nieuwste stand der techniek is ontwikkeld en veilig is in het gebruik.
Toch kunnen zich problemen of storingen voordoen. Hieronder vindt u enkele maatregelen om eventuele storingen eenvoudig zelf te verhelpen. Neem altijd de veiligheidsaanwijzingen in acht!
| Fout Mogelijke oorzaak | |
| Meten van de weerstand niet mogelijk. | Is de batterij leeg?Controleer de staat van de batterij en eventueel de zekering. |
| Geen meting mogelijk. | Is de zekering defect?Controleer de zekering (zekering vervangen). |
| Geen verandering van meetwaarde. | Is het juiste meetbereik resp. de juiste soort meting gekozen (AC/DC)? |
| Er worden incorrecte meetwaardes weergegeven. | Werd er voor aanvang van de meting een nulinstelling van de afiezing resp. een 0-ohm-instelling bij weerstandsmeting uitgevoerd? |

Andere reparaties dan hierboven beschreven, mogen uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd.
Neem bij technische vragen omtrent het gebruik van het instrument contact op met onze technische helpdesk.
TECHNISCHE GEGEVENS
| Max. meetspanning 300 V | |
| Ingangsweerstand V-bereik | DC: ca.10 kΩ/VAc: ca. 4,5 kΩ/V |
| Stroomvoorziening 1 mignonbatterj | 1,5 V (AA, UM3, LR6 enz.) |
| Gebruikscondities 0 °C tot +40 °C | <75 %rF, niet condenserend |
| Opslagtemperatuur | -10 °C tot +50 °C, <80 %rF, niet condenserend |
| Meetcategorie | CAT III 300 V |
| Vervuilingsgraad | 2 |
| Gebruikshoogte | max. 2000 m boven de zeespiegel |
| Beschemingsklasse | 2 |
| Gewicht | ca. 120 g |
| Afmetingen (I x b x h) | 116 x 68 x 34 mm |
| Lengte meetsnoer | ca. 650 mm |
Meettoleranties
Aanduiding van de nauwkeurigheid in ± (% volle schaal). De nauwkeurigheid geldt een jaar lang bij een temperatuur van +23 °C ±2 °C, bij een rel. luchtvochtigheid van minder dan 60%, niet condenserend.
Gelijkspanningsbereik
| Bereik | Nauwkeurigheid | Opmerking |
| 2,5 V / 10 V / 50 V / 250 V / 300 V | ± 4% | Inwendige weerstand 10 k / V |
Wisselspanningsbereik (50/60 Hz)
| Bereik | Nauwkeurigheid | Opmerking |
| 10 V / 50 V / 250 V / 300 V | ± 5% | Inwendige weerstand 4,5 kΩ / V |
Gelijkstroombereik
| Bereik | Nauwkeurigheid | Opmerking |
| 10 mA / 250 mA | ±4% | F500mA H 500V snel6,3 x 32 mm, keramiek |
Weerstandsbereik
| Bereik | Nauwkeurigheid | Opmerking |
| X10 / x1k | ± 4% | Meetspanning: -1,5 VMeetstroom (x10): ca. 15 mAMeetstroom (x1k): ca. 0,15 mA |
batterijtest
| Bereik | Nauwkeurigheid | Opmerking |
| 1,5 V / 9 V | niet gespecificeerd |
Dempingmeting dBm
| Bereik | Nauwkeurigheid | Opmerking |
| -20 dBm tot +22 dBm | niet gespecificeerd | 10 V/AC-meetbereik0 dB = 1 mW / 600 Ω (0,775 V) |

Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak schakelingen en onderdelen daarvan niet aan als daarin hogere middelbare wisselspanningen dan 33 V of hogere gelijkspanningen dan 70 V kunnen voorkomen! Levensgevaar!
NL Colofon
Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen.