SL 59 ASDV - Fornuis DELONGHI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SL 59 ASDV DELONGHI in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SL 59 ASDV DELONGHI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SL 59 ASDV - DELONGHI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SL 59 ASDV van het merk DELONGHI.
GEBRUIKSAANWIJZING SL 59 ASDV DELONGHI
Gebruiksaanwijzing Bladzijde
105
De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor onwaarheden in deze folder veroorzaakt door druk- of vertaalfouten. De fabrikant heeft het recht alle wijzigingen aan het produkt aan te brengen die zij voor commerciële- of fabricagedoeleinden noodzakelijk acht, op ieder moment en zonder voorafgaande kennisgeving.
DEUTSCH
Bedankt dat u uw voorkeur heeft geschonken aan een van onze producten.
De adviezen en waarschuwingen vermeld in deze gebruiksaanwijzing zijn voor uw veiligheid en die van uw naasten.
Wij adviseren u deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door te lezen zodat u het apparaat optimaal kunt benutten.
Tevens is het belangrijk deze gebruiksaanwijzing als naslagwerk bij de hand te houden of bij de verkoop van het apparaat aan de volgende eigenaar te overhandigen.
Het apparaat mag alleen worden gebruikt voor het bereiden van voedingsmiddelen. Elk ander gebruik is oneigenlijk en dus gevaarlijk.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die te wijten is aan het oneigenlijke, verkeerde of onverantwoorde gebruik van het apparaat.
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN EN WAARSCHUWINGEN
√ Verwijder de verpakking en verzeker u ervan dat het apparaat niet beschadigd is. Gebruik het apparaat niet in geval van twijfel, maar raadpleeg dan eerst uw leverancier of een bevoegd vakman.
√ Het verpakkingsmateriaal (plastic zakken, piepschuim, spijkers, enz.) kan gevaarlijk zijn voor kinderen. Bewaar het daarom buiten het bereik van kinderen.
√ De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal en is gemerkt met het kring-loopsymbool △.
√ Wijzig in geen geval de technische specificaties van het apparaat, want dat kan zeer gevaarlijk zijn.
√ Dit apparaat is ontworpen voor niet-professioneel huishoudelijk gebruik.
√ De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die te wijten is aan het oneigenlijke, foute of onverstandige gebruik van het toestel.
√ Wanneer u het apparaat niet langer gebruikt of vervangt door een ander model, ontdoet u zich dan van het apparaat in overeenstemming met de voorschriften die in uw woonplaats gelden: zorgt u ervoor dat het niet meer functioneert en maak alle delen die gevaarlijk kunnen zijn, bijvoorbeeld voor kinderen die er mee spelen, onschadelijk.
√ De installatie en de aansluiting op het gas en elektra moeten door bevoegd personeel verricht worden en voldoen aan de plaatselijk geldende veiligheidsvoorschriften en aan de aanwijzingen van de fabrikant.
RAAD VOOR DE GEBRUIKER
√ Tijdens en meteen na het gebruik van het komfoor zijn sommige delen ervan zeer heet. Raak de hete delen niet aan.
√ Houd kinderen uit de buurt van het komfoor, vooral wanneer het aan staat.
√ Controleer nadat u het komfoor heeft gebruikt of alle gasknoppen in de gesloten stand staan en draai de kraan van de toevoerleiding of gasfles dicht.
√ Het is verstandig om de kraan van de toevoerleiding dicht te draaien wanneer het toestel niet gebruikt wordt.
√ De periodieke smering van de gaskranen mag alleen door een bevoegd vakman worden verricht. Bel de Servicedienst als de gaskranen niet goed werken.
√ Wend u tot de servicedienst als de gaskranen niet goed werken.
√ Sluit voor iedere ingreep de kookplaat af van het elektriciteitsnet.
Brandgevaar!
√ Leg geen brandbaar materiaal op de kookplaat.
√ Zorg dat de voedingskabels van andere apparaten niet in aanraking kunnen komen met de kookplaat.
√ Kook het voedsel in geen geval rechtstreeks op een kookzone, maar altijd in een pan.
BELANGRIJKE RAAD EN AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK VAN
Voor een veilig gebruik van elektrische apparaten dient u een aantal regels in acht te nemen. De belangrijkste zijn:
√ Raak het apparaat nooit aan wanneer uw handen of voeten nat of vochtig zijn.
√ Gebruik het apparaat nooit op blote voeten.
√ Laat kinderen of onbevoegden het apparaat niet zonder toezicht gebruiken.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor de gevolgen van het verkeerde, oneigenlijke of onverantwoorde gebruik.
- Dit komfoor is ontworpen om uitsluitend dienst te doen als kooktoestel. Ieder ander gebruik (bijv. als kachel) is oneigenlijk en dientengevolge gevaarlijk.
- Dit komfoor is ontworpen, gebouwd en op de markt gebracht in overeenstemming met:
- De veiligheidsvoorschriften van "Gas" Richtlijn 90/396/EEG; (gas- en gas/elektrische kooktoestellen).
- De veiligheidsvoorschriften van "Laagspanning" Richtlijn 73/23/EEG; (gas- en gas/elektrische kooktoestellen).
- De voorschriften van "EMC" Richtlijn 89/336/EEG;
- De voorschriften van Richtlijn 93/68/EEG.
CE
Deze aanwijzingen zijn slechts geldig voor de landen van bestemming, die met symbolen zijn aangeduid op de omslag van dit drukwerk en op het apparaat zelf.

text_image
1 2 4 10 12 14 19Afb. 1.1a

text_image
1 2 4 10 12 14 19Afb. 1.1b

text_image
14 13 12 10 19Afb. 1.2a

text_image
14 13 12 10 19Afb. 1.2b

text_image
14 13 11 10 19Afb. 1.3a

text_image
1 2 3 1 14 13 11 10 19Afb. 1.3b

text_image
5 2 4 1 20 14 12 10 17 19Afb. 1.4a Afb. 1.4b

text_image
20 14 12 10 17 19 1 2 4 5
text_image
5 6 20 18 17 16 15 6 5Afb. 1.5
Dit toestel behoort tot klasse 3 (gaskomforen of gas)
OPMERKING:
Als het komfoor van een model met veiligheidsventielen is (bij iedere brander is een sonde "T" aanwezig - zie afb. 3.1 - niet te verwarren met de elektrode "S" van de elektrische ontsteking), wordt de gastoevoer gestopt als de vlam per ongeluk dooft.
BESCHRIJVING BEDIENINGSKNOPPEN
- Bedieningsknop hulpbrander (1)
- Bedieningsknop snelle brander (3)
- Bedieningsknop superbrander (4)
- Bedieningsknop halfsnelle brander links (2)
- Bedieningsknop halfsnelle brander rechts (2)
- Bedieningsknop elektrische kookzon voorste rechts (5)
- Bedieningsknop elektrische kookzon voorste links (6)
- Bedieningsknop elektrische kookzon achter links (5)
-
Bedieningsknop elektrische kookzon achter rechts (6)
-
Drukknop van de elektrische ontsteking; deze knop is niet aanwezig in de volgende gevallen:
-
de elektrische ontsteking is ingebouwd in de bedieningsknoppen van de gasbranders (symbool ★ bij het symbool ⚠ - hoogste stand, grootste gasdebiet).
-
het komfoor heeft geen elektrische ontsteking (geen symbool ★ bij de bedieningsknoppen).
-
Controlelampje elektrische kookzone
WAARSCHUWING:
Als de vlammen van de brander per ongeluk uit gaan, moet u de bedieningsknop dichtdraaien en tenminste een minuut wachten voordat u opnieuw probeert het apparaat aan te steken.
WAARSCHUWING:
Het gebruik van een kookapparaat op gas veroorzaakt warmte en vochtigheid in de ruimte waar het is geïnstalleerd. Zorg voor een goede ventilatie van de ruimte door de natuurlijke ventilatieopeningen open te houden of door een afzuigkap met afvoerbuis te installeren.
WAARSCHUWING:
Bij intensief en langdurig gebruik van het apparaat kan een extra ventilatie nodig zijn, bijvoorbeeld door een raam te openen, of een doelmatigere ventilatie, door het mechanische afzuigvermogen te verhogen, als dat er is.

text_image
20 19 18 22 5 5Afb. 1.6a

text_image
20 19 18 22 5 ② ⑤ ⑤Afb. 1.6b

text_image
② ⑤ ① 14 13 12 10 22Afb. 1.7a

text_image
1 2 5 14 13 12 10 22Afb. 1.7b

text_image
① ② ③ ⑤ ② 14 13 12 11 10 22Afb. 1.8a

text_image
1 2 3 5 14 13 12 11 10 22Afb 1.8b

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22Afb. 1.9a

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22Afb. 1.9b

text_image
1 2 3 2 5 1 14 11 13 12 16 10 22Fig. 1.10a

text_image
14 11 13 12 16 10 22Fig. 1.10b

text_image
2 ② ⑥ ① ⑤ ② 21 17 14 13 12 10 22Fig. 1.11a

text_image
2 6 5 1 21 17 14 13 12 10 22Fig. 1.11b
- Hulpbrander (A) - 1,00 kW
- Halfsnelle brander (SR) - 1,75 kW
- Snelle brander (R) - 3,00 kW
- Viskookplaat (PS) - 2,95 kW
- Superbrander met driedubbele krans (TC)- 3,50 kW
- Elektrische kookzone: - Normaal (1000 W)
- Snel (1500 W)
BESCHRIJVING BEDIENINGSKNOPPEN
- Bedieningsknop hulpbrander (1)
- Bedieningsknop snelle brander (3)
- Bedieningsknop superbrander (5)
- Bedieningsknop halfsnelle brander links (2)
- Bedieningsknop halfsnelle brander rechts (2)
- Bedieningsknop viskookplaat (4)
- Bedieningsknop hulpbrander centraal (1)
- Bedieningsknop elektrische kookzone (6)
- Bedieningsknop superbrander rechts (5)
- Bedieningsknop superbrander links (5)
- Bedieningsknop halfsnelle brander centraal (2)
- Controlelampje elektrische kookzone
- Drukknop van de elektrische ontsteking;
deze knop is niet aanwezig in de volgende gevallen:
- de elektrische ontsteking is ingebouwd in de bedieningsknoppen van de gasbranders (symbool ★ bij het symbool ⚠ - hoogste stand, grootste gasdebiet).
- het komfoor heeft geen elektrische ontsteking (geen symbool ★ bij de bedieningsknoppen).
Dit toestel behoort tot klasse 3
OPMERKING:
Als het komfoor van een model met veiligheidsventielen is (bij iedere brander is een sonde "T" aanwezig – zie afb. 3.1 – niet te verwarren met de elektrode "S" van de elektrische ontsteking), wordt de gastoevoer gestopt als de vlam per ongeluk dooft.
WAARSCHUWING:
Als de vlammen van de brander per ongeluk uit gaan, moet u de bedieningsknop dichtdraaien en tenminste een minuut wachten voordat u opnieuw probeert het apparaat aan te steken.
WAARSCHUWING:
Het gebruik van een kookapparaat op gas veroorzaakt warmte en vochtigheid in de ruimte waar het is geïnstalleerd.
Zorg voor een goede ventilatie van de ruimte door de natuurlijke ventilatieopeningen open te houden of door een afzuigkap met afvoerbuis te installeren.
WAARSCHUWING:
Bij intensief en langdurig gebruik van het apparaat kan een extra ventilatie nodig zijn, bijvoorbeeld door een raam te openen, of een doelmatigere ventilatie, door het mechanische afzuigvermogen te verhogen, als dat er is.

De gastoevoer naar de branders wordt geregeld door bedieningsknoppen (afbeelding 2.1a - 2.1b) waarmee u de gaskranen van de branders opent en sluit.
De gaskraan is voorzien van een veiligheidssluiting.
U regelt de gastoevoer door de aanwijzer van de bedieningsknop te draaien op de symbolen die op het bedieningspaneel zijn gedrukt :
- merkpunt ● : gesloten kraan (uitgedoofde brander)
- merkpunt o vol depiet (brander op maximum)

- merkpunt : vertraagd debiet (brander op minimum)
√ Om de gastoevoer te verminderen draait u de knop verder tegen de klok in, desgewenst tot het aanslagpunt, waar de aanwijzer van de knop op het symbool kleine vlam wijst.
√ De maximale gastoevoer gebruikt u om vloeistof snel aan de kook te brengen, de minimale gastoevoer voor het voorzichtig opwarmen en warm houden.
√ Kook altijd met de bedieningsknop op een stand tussen maximaal en minimaal. Nooit tussen maximaal en uitstand.

Fig. 2.2
ONTSTEKING VAN BRANDER
Modellen zonder elektrische ont- steking
Voor het aansteken van de brander houdt u een lucifer dichtbij de brander.
Door nu de gasknop in te drukken en naar links te draaien, opent u de gastoevoer naar de brander (voor een maximale gastoevoer draait u de knop tot het merkpunt maximale vlamhoogte) en de vlam gaat aan.

Modellen met aparte ontstekingsknop
Bij deze modellen ontsteekt u een brander door de bijbehorende bedieningsknop in te drukken en naar de hoogste stand te draaien (symbool grote vlam) en tegelijkertijd op de knop van de ontsteking te drukken totdat de brander aan is.
Regel de gaskraan op de gewenste stand.
Modellen met ontsteking ingebouwd in de bedieningsknoppen van de branders
Deze modellen zijn te herkennen aan het symbool ★ bij het symbool ♦hoogste stand, grootste gasdebiet) (afb. 2.2).
Om een brander te ontsteken moet u de bijbehorende bedieningsknop indrukken en naar de hoogste stand (grote vlam) draaien; houd de bedieningsknop ingedrukt totdat de brander aan is.
Regel de gaskraan op de gewenste stand.
ONSTEKING VAN DE BRANDERS MET VEILIGHEIDS-VENTIEL
Om de branders aan te steken:
1 – Draai de knop van de gaskraan tegen de wijzers van de klok in tot aan het maximumdebiet, druk de knop in en houd hem ingedrukt.
Bij modellen met ontsteking ingebouwd in de bedieningsknoppen treedt de ontsteking nu in werking. Als de stroom is uitgevallen kunt u de brander ontsteken door er een vlam bij te houden.
2 – Alleen voor modellen met aparte ontstekingsknop: - druk de knop van de elektrische ontsteking in.
3 – Wacht ongeveer tien seconden na de ontsteking van de brander, alvorens de knop weer los te laten (de tijd om het veiligheidsventiel te bewapenen).
4 – Regel de gaskraan op de gewenste stand.
Mocht de vlam van de brander om welke reden ook doven, dan zal de veiligheids-klep de gastoevoer automatisch afbreken.
Om de werking weer te hervatten moet u de knop in de stand • draaien en de brander opnieuw ontsteken volgens bovenstaande instructies.
OPMERKING: Indien bijzondere lokale omstandigheden van het gedistribueerde gas de ontsteking van de brander moeizaam maken wanneer de bedieningsknop in de hoogste stand staat, adviseren wij de procedure nogmaals uit te voeren, maar nu met de knop in de minimumstand.
Controleer nadat u het komfoor heeft gebruikt of alle gasknoppen in de gesloten stand staan en draai de kraan van de toevoerleiding of gasfles dicht.
Het is verstandig om de kraan van de toevoerleiding dicht te draaien wanneer het toestel niet gebruikt wordt.
KEUZE VAN DE BRANDER
(afb. 2.4)
De positie van de branders staat aangeduid op het bedieningsbord. Het symbool met verschillende kleur of grafisme duidt de brander aan die bediend wordt door de kraan die zich er net onder bevindt. De brander dient gekozen te worden in funkcie van de diameter en de inhoud van de gebruikte kookpan.
Ter inlichting: de branders en kookpannen moeten volgens de hiernavolgende aanduidingen gebruikt te worden:
ROOSTERTJE VOOR KLEINE PANNEN (optioneel) (afb. 2.5).
Dit rooster kan bovenop het rooster van de hulpbrander (de kleinste brander) gezet worden, wanneer er pannen gebruikt worden met een heel kleine diameter, om te vermijden dat deze omvallen.

Afb. 2.5


Afb. 2.4
SPECIAAL ONDERSTEL VOOR DE "WOK" - (optioneel)
(afb. 2.6a, 2.6b en 2.7a, 2.7b)
Zet het speciale wokrooster op het rooster van de brander met driedubbele krans.
LET OP:
- Het gebruik van een wok zonder het speciale onderstel kan de werking van de brander zwaar storen.
- Zet geen pan met een platte bodem op het speciale onderstel.
DIAMETER VAN DE PANNEN
| BRANDER MINIMUM MAX. | |
| Hulpbrander (1) | 12 cm 14 cm |
| Halfsnelle brander | 16 cm 24 cm |
| Snelle brander | 24 cm 26 cm (2) |
| Superbrander | 26 cm 28 cm |
| Viskookplaat van | 12x30 tot 18x38 cm |
| diameter WOK maxiamaal | 36 cm |
| Gebruik geen pannen met een holle of bolle bodem | |
(1): met roostertje voor kleine pannen: diameter minimum 6 cm
(2): met glazen deksel - brander rechtsachter, maximum diameter 24 cm

text_image
FOUT Afb. 2.6a
text_image
GOED Afb. 2.6bHet is belangrijk dat de diameter van de kookpan aangepast is aan het vermogen van de brander teneinde het hoog rendement van de branders zo goed mogelijk te gebruiken en het onnodig gasverbruik te vermijden. Een kleine kookpan op een grote brander plaatsen teneinde het gerecht vlugger aan de kook te brengen, dient tot niets want de warmteabsorptie blijft steeds dezelfde tegenover het volume en de oppervlakte van de braadpan.

text_image
FOUT Afb. 2.7a
text_image
GOED Afb. 2.7bLet op: Het oppervlak van het komfoor wordt tijdens het koken zeer heet.
Houd kinderen uit de buurt van het komfoor
Kook voedsel nooit rechtstreeks op een elektrische zone, maar altijd in een pan.
NORMALE ELEKTRISCHE KOOKZONE
U schakelt de elektrische kookzone in door de bedieningsknop (zie afb. 2.8 of 2.9) op de gewenste stand te draaien.
De warmtestanden zijn aangeduid door de nummers van 1 t/m 6 of 1 t/m 12. Hoe hoger het nummer, des te hoger de temperatuur van de kookzone (afb. 2.10).
SNELLE ELEKTRISCHE KOOKZONE (rode stip)
De bedieningsknop van de snelle elektrische kookplaat is gelijk aan die van de normale kookplaat en voorzien van 6 of 12 warmtestanden (zie figuur 2.8 of 2.9). De specifieke kenmerken van deze kookzone, die bovendien is uitgevoerd met een thermische beveiliging tegen oververhitting, maken het mogelijk:
√ voedsel of vloeistof snel aan het koken te brengen
√ de warmte van de kookzone optimaal te benutten bij gebruik van pannen met een platte bodem
√ het energieverbruik automatisch te beperken bij het gebruik van pannen die niet geschikt zijn.

text_image
0 1 2 3 4 5 6Afb. 2.8

text_image
1. 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 0Afb. 2.9
DE ELEKTRISCHE KOOKZONE CORRECT GEBRUIKEN (afb. 2.11)
Minder het vermogen van de kookzone zodra de inhoud van de pan kookt. Houd er rekening mee dat de kookplaat na het uitschakelen nog 5 minuten voldoende warmte voor het koken afgeeft.
Houd u aan de volgende regels:
√ laat de kookzone niet zonder een pan met inhoud erop werken
√ zorg dat u geen vloeistof op de kookzone
morst wanneer deze heet is
√ gebruik pannen met een platte bodem, geschikt voor elektrische kooktoestellen
√ gebruik pannen met een ronde bodem die even groot is als de kookzone, of iets gro- ter
√ Kook met het deksel op de pan als dat mogelijk is, om energie te sparen.
√ Kook voedsel in geen geval rechtstreeks op een elektrische zone, maar altijd in een pan.
De indicatielampjes bij de bedieningsknoppen geven aan of de kookzone in werking is.

Let op: Het oppervlak van het komfoor wordt tijdens het koken zeer heet.
Houd kinderen uit de buurt van het komfoor
STANDEN VAN DE ELEKTRISCHE KOOKZONE
| Stand knop | Toepassing | |
| 0 | 0 | Uitgeschakeld |
| 12 | 12 | Voor het smelten (bijv. boter of chocola) |
| 2 | 234 | Voor het warm houden van voedsel of het opwarmen van een kleine hoeveelheid vloeistof |
| 3 | 456 | Voor het opwarmen van een grotere hoeveelheid vloeistof of voor het opkloppen van room en sauzen |
| 34 | 67 | Voor het langzaam koken (bijv. spaghetti, soepen, gekookt vlees) of voor het stoven (bijv. vlees) |
| 4 | 78 | Voor het bakken van bijv. karbonades en steaks en voor het koken zonder deksel |
| 45 | 8910 | Voor het aanbruinen van vlees, gekookte aardappelen, gekookte vis en om een grote hoeveelheid vloeistof aan de kook te brengen |
| 6 | 1112 | Voor het bakken of roosteren |
ALGEMENE RAAD
√ Sluit het komfoor af van het elektriciteitsnet en wacht totdat het is afgekoeld voordat u begint met het schoonmaken.
√ Schoonmaken met een doek gedrenkt in warm water met zeep of in warm water met een vloeibaar handafwasmiddel.
√ Gebruik geen schurende, bijtende, chloorhoudende producten en geen metalen schoonmaakgereedschap.
√ Verwijder op het komfoor gemorste zure of basische stoffen (azijn, zout, citroenzuur, enz.) voordat zij drogen.
GEËMAILLEERDE DELEN
√ De geëmailleerde delen mogen alleen met eens spons en zeepwater of met een niet-bijtend speciaal reinigingsmiddel worden schoongemaakt.
√ Zorgvuldig afdrogen.
ROESTVRIJSTALEN DELEN
√ Schoonmaken met een speciaal - in de handel verkrijgbaar - middel.
√ Afdrogen met een zachte doek, liefst met een zeem.
√ Opmerking: Bij een ononderbroken gebruik kan de voort-durend hoge temperatuur verkleuringen om de branders veroorzaken.
KNOPPEN
√ U kunt de knoppen losmaken om deze makkelijker schoon te maken. Let op dat u de pakking van de knoppen niet beschadigt.
GASKRANEN
√ De gaskranen moeten periodiek gesmeerd worden; dit mag uitsluitend worden gedaan door gespecialiseerd personeel.
√ Wend u tot de Servicedienst als de gaskranen niet goed werken.
√ Sluit het glazen deksel niet wanneer de branders of de elektrische kookzones nog warm zijn of wanneer de oven, als deze onder het komfoor staat, werkt of nog warm is.
√ Zet geen pannen of zware voorwerpen op het deksel.
√ Droog het deksel voordat u het opent als er vloeistof op is gemorst.
ONDERHOUD VAN DE ELEKTRISCHE KOOK-ZONE
√ Maak de kookzones schoon wanneer deze lauw zijn.
√ Schoonmaken met een doek gedrenkt in zout water en afwerken met een doek gedrenkt in olie.
BRANDERS EN ROOSTERS
√ Deze kunnen van het komfoor afgenomen worden en in een sopje gewassen worden
√ Na het schoonmaken moet u de branders goed afdrogen en zorgvuldig op hun plaats terugzetten.
√ Het is zeer belangrijk dat u controleert of u de vlamverdeler goed teruggezet heeft, omdat een verkeerd geplaatste vlamverdeler zware storing kan veroorzaken.
√ Model met veiligheidsventiel. Zorg ervoor dat de sonde in de buurt van elke brander goed schoon blijft, zodat de veiligheidskleppen probleemloos kunnen werken.
√ Bij toestellen met elektrische ontsteking moet er worden gecontroleerd of de elektrode schoon is, zodat deze goed kan vonken.
√ Opmerking: De elektrische ontsteking kan defect raken als deze wordt gebruikt wanneer de branders zijn verwijderd.
Gebruik geen stoomreiniger, omdat deze condens aan de binnenkant van het komfoor kan veroorzaken, hetgeen het kooktoestel onveilia maakt.
DE BRANDERS CORRECT PLAATSEN
Het is zeer belangrijk dat u de vlamver- deler "F" en de kap "C" van de branders goed op hun plaats teruggezet (afb. 3.1 - 3.2).
De brander kan niet goed werken als deze onderdelen verkeerd geplaatst zijn.
Modellen met elektrische ontsteking. Zorg ervoor dat de elektrode "S" (afb. 3.1) steeds goed schoon is zodat de vonken probleemloos weg kunnen springen.
Modellen met veiligheidsventiel. Zorg ervoor dat de sonde "T" (Afb. 3.1) in de buurt van elke brander goed schoon blijft, zodat de veiligheidskleppen probleem-loos kunnen werken.
Zowel de sonde als de ontsteker moe- ten heel voorzichtig schoon worden gemaakt.
Opmerking: De elektrische ontsteking kan defect raken als deze wordt gebruikt wanneer de branders zijn verwijderd.

text_image
C F T S Afb. 3.1
text_image
Afb. 3.2BRANDER MET DRIEDUBBE- LE KRANS
De brander moet geplaatst worden zoals in afb. 3.3 is aangegeven.
De ribben van de brander moeten in de uitsparingen steken zoals is aangeduid met de pijlen.
Als de brander goed geplaatst is kan hij niet draaien (afb. 3.4).
Zet de kap A en de ring B op hun plaats (afb. 3.4 - 3.5).

De brander moet geplaatst worden zoals in afb. 3.6 is aangegeven.

text_image
Afb. 3.6Aanwijzingen voor de installatie
4
INSTALLATIE
BELANGRIJK
√Het komfoor moet door een bevoegd vakman worden aangesloten. Als hieraan niet wordt voldaan, vervalt de garantie.
√Het komfoor moet volgens de geldende voorschriften worden geïnstalleerd.
√Schakel het komfoor altijd uit, voordat u onderhoud of reparatie uitvoert.
√ Deze kooktoestellen zijn ontworpen voor de inbouw in een warmtebestendig keukenmeubel met een diepte van 600 mm.
√ De wanden van het meubel mogen niet boven het werkblad uitsteken en moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 75 °C boven de omgevingstemperatuur.
√ Plaats het apparaat niet dichtbij ontvlambare materialen zoals gordijnen.
√ Installeer het komfoor niet in de buurt van brandbaar materiaal (bijv. gordijnen).
AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR
Om het komfoor in het keukenmeubel in te bouwen, moet er een gat gemaakt worden met de afmetingen die zijn aangegeven in afbeelding 4.1. Bovendien moet er aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
√ Tussen de onderkant van het komfoor en het eronder geplaatste meubel of een ander apparaat, moet een minimale afstand van 30 mm aangehouden worden. Is het gebruik van een scheidingspaneel tussen de bodem van het komfoor en het inbouwmeubel beslist geboden.
√ Wanden aan de zijkant die hoger zijn dan het komfoor moeten zich minstens op een afstand van 100 mm bevinden;
√ De wand achter het komfoor moet zich op een afstand bevinden van niet minder dan 60 mm;
√ Wanneer er boven het komfoor een keukenkastje of een wasemkap geïnstalleerd is, moet een afstand tussen het rooster van het komfoor en bovengenoemd kastje of wasemkap worden aangehouden van minsterns 650 mm (zie ook afb. 4.2).
√ Indien er sprake is van een koppeling oven/komfoor (hetgeen dus mogelijk is), moet een minimumafstand tussen de twee apparaten worden aangehouden van 30 mm.

text_image
500 580 60 100 560 9/2 480 9/2 Fig
text_image
0 0 450 mm 650 mm 60 mm min 100 mm min 500 mm Fig. 4.2Fig. 4.2
Fig. 4.1
AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR
Om het komfoor in het keukenmeubel in te bouwen, moet er een gat gemaakt worden met de afmetingen die zijn aangegeven in afbeelding 4.3 (modellen 860x500 mm) of 4.4 (modellen 580x500 mm). Bovendien moet er aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
√ Tussen de onderkant van het komfoor en het eronder geplaatste meubel of een ander apparaat, moet een minimale afstand van 30 mm aangehouden worden. Is het gebruik van een scheidingspaneel tussen de bodem van het komfoor en het inbouwmeubel beslist geboden.
√ Wanden aan de zijkant die hoger zijn dan het komfoor moeten zich minstens op een afstand van 200 mm bevinden;
√ De wand achter het komfoor moet zich op een afstand bevinden van niet minder dan 60 mm;
√ Wanneer er boven het komfoor een keukenkastje of een wasemkap geïnstalleerd is, moet een afstand tussen het rooster van het komfoor en bovengenoemd kastje of wasemkap worden aangehouden van minsterns 650 mm (zie ook afb 4.5-4.6);
√ Indien er sprake is van een koppeling oven/komfoor (hetgeen dus mogelijk is), moet een minimumafstand tussen de twee apparaten worden aangehouden van 30 mm. Bovendien moeten de oven en het komfoor apart op het gasnet worden aangesloten, in overeenstemming met de plaatselijk geldende veiligheidsvoorschriften.

text_image
500 860 200 min 840 0/2 480 0/2 60 min Fig. 4.3
text_image
500 580 200 560 480 60 Fig. 4.4Fig. 4.4

text_image
450 mm 650 mm 60 mm min 200 mm min 500 mmFig. 4.5 Fig. 4.6

text_image
450 mm 650 mm 80 mm min 200 mm min 500 mmMONTAGE VAN DE BEVESTIGINGSBEUGELS
(Afb. 4.7, 4.8, 4.9)
√ Leder komfoor is voorzien van een aantal beugels en schroeven voor het vastzetten in een werkblad met een dikte van 20 tot 40 mm.
√ Draai het komfoor om en bevestig de beugels "F en R" in de voorziene openingen zonder de schroeven "B" aan te draaien.
√ Controleer of de beugels correct gemonteerd zijn, zoals aangegeven in afbeelding 4.7.
BEVESTIGING VAN HET KOMFOOR (afb. 4.8, 4.9)
√ leg de pakking "D" precies langs de rand van de opening in het werkblad
√ plaats het komfoor in de opening
√ zet de beugels "F en R" goed en draai de schroeven "B" aan, zodat het komfoor vast zit.
√ verwijder de uitstekende rand van de pakking met behulp van een scherp mes.
ACHTERKANT

text_image
Fig. 4.8 D 20 mm min. 40 mm max. R B
text_image
R R Afb. 4.7 F VOORKANT FVOORKANT

text_image
Fig. 4.9 D B F 20 mm min. 40 mm max.HET KOMFOOR GEBRUIKEN (modellen 860x500 mm)
MONTAGE VAN DE BEVESTIGINGSBEUGELS
(Afb. 4.10)
√ Leder komfoor is voorzien van een aantal beugels en schroeven voor het vastzetten in een werkblad met een dikte van 20 tot 40 mm.
√ Draai het komfoor om en bevestig de beugels "A" in de voorziene openingen zonder de schroeven "B" aan te draai- en.
√Controleer of de beugels correct gemonteerd zijn, zoals aangegeven in afbeelding 4.10.
FISSAGGIO DEL PIANO DI COTTURA (fig. 4.11)
√ leg de pakking "C" precies langs de rand van de opening in het werkblad
√ plaats het komfoor in de opening
√ zet de beugels "A" goed en draai de schroeven "B" aan, zodat het komfoor vast zit.
√ verwijder de uitstekende rand van de pakking met behulp van een scherp mes.

text_image
Afb. 4.10 A A A A A A
text_image
Fig. 4.11 A B C 20 mm min. 40 mm max.INSTALLATIE IN EEN KEUKEN-KAST MET EEN DEUR (afb. 4.12)
Het is aan te bevelen een opening van 30 mm aan te houden tussen het komfoor en de bovenkant van het keukenmeubel (afb. 4.12).

text_image
Afb. 4.12 Depressieruimte Deurtje Ruimte voor aansluitingen 30 mmKIES DE JUISTE OMGEVING gaskomforen of gas/elektrische komforen
Het vertrek (de keuken) waar een gastoe- stel wordt geïnstalleerd moet voldoende geventileerd zijn voor een goede verbranding.
De verse lucht moet rechtstreeks toestromen door een of meer ventilatieopeningen in de buitenmuur met een gezamenlijke doorsnede van minstens 100 cm ^2 .
Als het gastoestel niet voorzien is van veiligheden die ingrijpen wanneer de vlam dooft, dan moet de doorsnede van de openingen minstens 200 cm ^2 bedragen.
De beste plaats voor de ventilatieopeningen is dicht bij de vloer, aan de overkant van de muur met de afvoeropening van de verbrandingsproducten.
De ventilatieopeningen moeten zo gemaakt zijn dat deze niet verstopt kunnen raken, noch van binnen af, noch van buiten af.
Als het niet mogelijk is te voorzien in de nodige ventilatieopeningen, dan moer er voor worden gezorgd dat er verse lucht toestroomt uit een aangrenzend vertrek dat wèl is geventileerd zoals aangegeven, op voorwaarde dat het geen slaapkamer of gevaarlijke ruimte is.
AFVOER VAN
VERBRANDINGSPRODUCTEN gaskomforen of gas/elektrische komforen
De verbrandingsproducten van een gaskomfoor moeten worden verwijderd door een afzuigkap met een afvoerkanaal dat rechtstreeks naar de buitenlucht voert (afb. 4.13).
Als dit niet mogelijk is, dan kan er een elektrische ventilator worden gemonteerd in een buitenmuur of vensterruit, met voldoende vermogen om per uur een doorstroming van 3 à 5 maal het volume van de keuken zeker te stellen (afb. 4.14).
Een ventilator mag slechts worden geïnstalleerd als er ventilatieopeningen aanwezig zijn die voldoen aan hetgeen vermeld in het hoofdstuk "Ventilatie".

text_image
Afzuigkap voor de afvoer van verbrandingsproducten H min 650 mm Opening luchttoevoer Afb. 4.13
text_image
Elektrische ventilator voor de afvoer van verbrandingsproducten Opening luchttoevoer Afb. 4.14Tijdens een intensief en langdurig gebruik kan extra ventilatie nodig zijn, bijvoorbeeld door een raam te openen of door de afzuiginstallatie - indien aanwezig - op een hogere vermogensstand te regelen.

Cat: II 2L 3B/P

Cat: II 2E+3+
GASSOORTEN
Het gas dat kan worden gebruikt kan in twee families worden onderverdeeld:
- Butaan en Propaan (in een fles) G31/G31
-Aardgas (G 25)
GASSOORTEN
Het gas dat kan worden gebruikt kan in twee families worden onderverdeeld:
- Butaan en Propaan (in een fles) G31/G31
-Aardgas (G 20/G25)
Het komfoor is door de fabrikant voorbereid en ingesteld om te werken op het type gas dat vermeld is op het typeplaatje van het komfoor en in deze handleiding.
Aansluiting op het gasnet:

De aansluiting van het komfoor is als volgt samengesteld (afb. 5.1):
√ 1 nippel "A"
√ 1 haaks verbindingsstuk "C"
√ 2 pakking "F"
√ 1 conisch verbindingsstuk "G"
De gasaansluiting moet door een bevoegd installateur verricht worden en voldoen aan de plaatselijk geldende voorschriften.
Bevestig het conische verbindingsstuk "G" (meegeleverd) aan het haakse verbindingsstuk "C" met de pakking "F" ertussen, voordat u het toestel aansluit op de gasleiding.
Het komfoor is voorzien van een gleuf voor de aansluitbuis, waarin deze laatste altijd zijn diameter van 3 cm behoudt.
De aansluiting kan in elke gewenste richting worden gedraaid nadat het verbindingsstuk "C" is losgedraaid van nippel "A" (afb. 5.1).
Het is raadzaam de aansluiting nooit volledig horizontaal of verticaal te draaien.

text_image
C F A 1/2" G F G 1/2" G conical Afb. 5.1
√ Draai het verbindingsstuk "C" nooit zonder eerst nippel A los te maken.
√ De pakking "F" (afb. 5.1) zorgen voor de dichtheid van de gasaansluiting. Het is raadzaam deze onderdelen bij de geringste vervorming of afwijking te vervangen. Het is raadzaam deze onderdelen bij de geringste vervorming of afwijking te vervangen.
√ De luchtdichte koppeling moet conform de normen zijn.
√ De aansluiting met een onbuigzame metalen buis mag geen kracht op het komfoor uitoefenen.
√ Als er een buigzame metalen buis wordt gebruikt moet er op worden gelet dat deze niet in aanraking kan komen met beweeglijke onderdelen of klem kan raken.
√ Buigzame buizen moeten over hun hele lengte te inspecteren zijn, voor de uiterste datum van gebruik (op de slang gedrukt) vervangen worden en zij mogen maximaal 2 meter lang zijn.
√ Controleer de afdichting van de gasaansluiting met zeepsop, nooit met een vlam.
Als er een type gas wordt gebruikt dat niet overeenstemt met hetgeen op het typeplaatje is vermeld, dan moet het komoor eerst aangepast worden.
Elk komfoor wordt geleverd met een serie sproeiers voor de verschillende gassoor- ten.
Als er geen spuitstukken zijn meegeleverd, dan zijn deze te verkrijgen bij de Servicecentra.
De nieuwe sproeiers moeten gekozen worden op grond van de "Tabel van de sproeiers".
De diameter van de sproeiers, uitgedrukt in honderdste millimeters, is aangegeven op de buitenkant.
TABEL VAN DE SPROEIERS
| NL Cat: II 2L 3B/P | |||||
| TYPE GAS G25 | BRANDERS | Max. debiet (HS - kW) | Min. debiet (HS - kW) | ∅ Sproeier (1/100 mm) | GASDRUK (mbar) |
| Hulpbrander (A) | 1,00 0,30 | 72 (X) | 25 | ||
| Halfsnelle brander (SR) | 1,75 0,45 | 94 (Z) | |||
| Snelle brander (R) | 3,00 0,75 | 121 (Y) | |||
| Driedubbele kroon (TC) | 3,50 1,50 138 (T) | ||||
| Viskookplaat (PS) | 2,95 1,50 | 120 (F3) | |||
| TYPE GAS G30/G31 | BRANDERS | Max. debiet (HS - kW) | Min. debiet (HS - kW) | ∅ Sproeier (1/100 mm) | GASDRUK (mbar) |
| Hulpbrander (A) | 1,00 | 0,30 | 50 | 30/30 | |
| Halfsnelle brander (SR) | 1,75 | 0,45 | 65 | ||
| Snelle brander (R) | 3,00 | 0,75 | 85 | ||
| Driedubbele kroon (TC) | 3,50 | 1,50 | 95 | ||
| Viskookplaat (PS) | 2,95 | 1,50 | 85 | ||
TABEL VAN DE SPROEIERS
| BE Cat: II 2E+ 3+ | |||||
| TYPE GAS G20/G25 | BRANDERS | Max. debiet (HS - kW) | Min. debiet (HS - kW) | ∅ Sproeier (1/100 mm) | GASDRUK (mbar) |
| Hulpbrander (A) 1,00 0,30 72 (X) | 20/25 | ||||
| Halfsnelle brander (SR) 1,75 0,45 97 (Z) | |||||
| Snelle brander (R) 3,00 0,75 115 (Y) | |||||
| Driedubbele kroon (TC) 3,50 1,50 135 (T) | |||||
| Viskookplaat (PS) 2,95 1,50 120 (F3) | |||||
| TYPE GAS G30/G31 | BRANDERS | Max. debiet (HS - kW) | Min. debiet (HS - kW) | ∅ Sproeier (1/100 mm) | GASDRUK (mbar) |
| Hulpbrander (A) 1,00 0,30 50 | 28-30/37 | ||||
| Halfsnelle brander (SR) 1,75 0,45 65 | |||||
| Snelle brander (R) 3,00 0,75 85 | |||||
| Driedubbele kroon (TC) 3,50 1,50 95 | |||||
| Viskookplaat (PS) 2,95 1,50 85 | |||||
VERVANGING SPROEIERS VAN DE BRANDERS
Ga als volgt te werk om de sproeiers te vervangen:
√ Verwijder de panroosters en de kapjes van de branders, trek de bedieningsknoppen en de eventueel aanwezige ontstekingsknop los en verwijder ook deze.
√ Vervang m.b.v. een pijpsleutel de sproeiers "J" (afb. 5.3 - 5.4) door nieuwe die geschikt zijn voor het type gas dat gebruikt wordt.
De branders zijn zodanig ontwikkeld dat regeling van de primaire lucht niet nodig is.

text_image
J Fig. 5.3DE GASKRANEN SMEREN
Als een gaskraan stroef draait moet deze worden gedemonteerd, schoongemaakt met benzine en ingesmeerd met speciaal warmtebestendig vet.
Deze ingreep moet door een bevoegd vakman worden gedaan.

Wanneer er wordt overgestapt op het gebruik van een ander type gas, moet de minimumstand van de gaskraan zodanig worden geregeld dat de brander een 4 mm lange vlam geeft en dat deze niet dooft wanneer de gaskraan snel van de hoogste naar de laagste stand wordt gedraaid. U regelt de minimumstand op de volgende wijze, terwijl de brander aan is:
- Draai de bedieningsknop in de mini- mumstand.
- V erwijder de bedieningsknop.
Voor kranen met een stelschroef binnenin de staaf (afb. 5.5):
- draai met een schroevendraaier met max. diam. 3 mm aan de schroef binnenin het staafje van de kraan, totdat de juiste instelling verkregen wordt.
Voor kranen met een stelschroef op het kraanlichaam (afb. 5.6):
√ draai de schroef "A" met een schroevendraaier, totdat de juiste instelling verkregen wordt.
√ Bij modellen met ontsteking ingebouwd in de knop van de gaskraan is schroef "A" te bereiken door een speciale opening in de microschakelaar.
Voor het gas G30/G31 moet de stelschroef geheel worden aangedraaid

BELANGRIJK: De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een bevoegd vakman en voldoen aan de geldende voorschriften.
Een foute installatie kan schade aan personen, dieren en zaken ten gevolge hebben waarvoor de fabrikant zich niet aansprakelijk stelt.
Alvorens reparaties aan de elektrische onderdelen van het apparaat te verrichten, moet het apparaat worden afgesloten van het elektriciteitsnet.
AANSLUITING OP HET ELEKTRICITEITSNET
√ De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een vakman en voldoen aan de geldende veiligheidsvoorschriften;
√ het apparaat moet aangesloten worden op het elektriciteitsnet, nadat men eerst heeft vastgesteld dat de netspanning overeenstemt met de voedingsspanning die op het typeplaatje is vermeld en dat de elektrische voorziening de aansluitwaarde van het toestel kan dragen;
√ In het geval dat het toestel zonder stekker is geleverd, moet er worden gezorgd voor een stekker die geschikt is voor het vermogen dat het toestel opneemt (alleen voor gas- en gas/elektrische komforen);
√ de tweepolige stekker moet worden aangesloten op een geaard stopcontact dat voldoet aan de plaatselijke veiligheids-normen.
√ het is mogelijk om het apparaat direct op het elektriciteitsnet aan te sluiten door middel van een lijnschakelaar met een mini-mumafstand van 3 mm tussen de contacten;
√ de voedingskabel mag niet in aanraking komen met hete oppervlakken en moet zo geplaatst worden dat de temperatuur nergens boven de 75°C komt;
√ het toestel moet zo worden geïnstalleerd dat het stopcontact of de lijnschakelaar altijd bereikbaar zijn.
√ De kookplaat moet afzonderlijk worden gevoed; eventuele apparaten in de buurt van de kookplaat moeten apart worden gevoed.
- N.B. Gebruik geen adapters, verloopstekkers en meervoudige stekkerdozen omdat deze oververhitting en verbrandingen kunnen veroorzaken.
- Sluit het komfoor af van het elekticiteitsnet als het oppervlak van het komfoor gebarsten is.
Als de elektrische voorziening in uw woning aangepast moet worden om het toestel te installeren of als de stekker niet in het stopcontact past, laat de nodige werkzaamheden dan verrichten door een bevoegd vakman.
Deze moet bovendien controleren of de doorsnede van de bekabeling van het stopcontact groot genoeg is voor het vermogen dat het toestel opneemt.
Het is verplicht het apparaat te aarden.
De fabrikant stelt zich niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit het veronachtzamen van dit voorschrift.
DOORSNEDE VAN DE VOEDINGSKABEL
type "H05V2V2-F" bestand tegen een temperatuur van 90°C
230 VAC 3 x 0.75 mm ^2
230 VAC 3 x 1 mm ^2
(modellen met elektrische snel kookzone - 1500 W)
DE VOEDINGSKABEL VERVANGEN
√ De voedingskabel mag alleen worden vervangen door een van hetzelfde type.
√ De draden van de voedingskabel moeten worden aangesloten op de contacten zoals aangegeven in afb 6.1.

Fig. 6.1
BELANGRIJK: De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een bevoegd vakman en voldoen aan de geldende voorschriften.
Een foute installatie kan schade aan personen, dieren en zaken ten gevolge hebben waarvoor de fabrikant zich niet aansprakelijk stelt.
AANSLUITING OP HET ELEKTRICITEITSNET
√ De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een vakman en voldoen aan de geldende veiligheidsvoorschriften;
√ het apparaat moet aangesloten worden op het elektriciteitsnet, nadat men eerst heeft vastgesteld dat de netspanning overeenstemt met de voedingsspanning die op het typeplaatje is vermeld en dat de elektrische voorziening de aansluitwaarde van het toestel kan dragen;
√ de oven kan direkt op het elektriciteitsnet worden aangesloten door een omnipolaire schakelaar tussen het apparaat en het elektriciteitsnet te plaatsen. De schakelaar moet voorzien zijn van een opening van minimaal 3 mm tussen de kontakten.
√ de voedingskabel mag niet in aanraking komen met hete oppervlakken en moet zo geplaatst worden dat de temperatuur nergens boven de 75°C komt;
√ het toestel moet zo worden geïnstalleerd dat het stopcontact of de lijnschakelaar altijd bereikbaar zijn.
√ De kookplaat moet afzonderlijk worden gevoed; eventuele apparaten in de buurt van de kookplaat moeten apart worden gevoed.
- N.B. Gebruik geen adapters, verloopstekkers en meervoudige stekkerdozen omdat deze oververhitting en verbrandingen kunnen veroorzaken.
- Sluit het komfoor af van het elekticiteitsnet als het oppervlak van het komfoor gebarsten is.
Als de elektrische voorziening in uw woning aangepast moet worden om het toestel te installeren of als de stekker niet in het stopcontact past, laat de nodige werkzaamheden dan verrichten door een bevoegd vakman.
Deze moet bovendien controleren of de doorsnede van de beka- beling van het stopcontact groot genoeg is voor het vermogen dat het toestel opneemt.

text_image
A B F F E D Fig. 6.2Alvorens reparaties aan de elektrische onderdelen van het apparaat te verrichten, moet het apparaat worden afgesloten van het elektriciteitsnet.
Het is verplicht het apparaat te aarden. De fabrikant stelt zich niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit het veronachtzamen van dit voorschrift.
DE VOEDINGSKABEL AANSLUITEN
Monteer de voedingskabel als volgt aan het komfoor:
√ Keer het komfoor om.
√ Draai de schroeven A los en verwijder het deksel B (afb. 6.2).
√ Plaats de stroombruggen C op de contacten D (afb. 6.3) in overeenstemming met het schema in afb. 6.4.
√ Open de kabelklem E (afb. 6.2).
√ Haal de voedingskabel – deze moet van een geschikt type zijn en een geschikte doorsnede hebben (zie hieronder) – door de opening F in het deksel B en sluit de fasen en de aardedraad aan op de bijbehorende contacten D, in overeenstemming met het schema in afb. 6.4.
√ Span de voedingskabel en zet hem vast met de kabelklem E.
√ Monteer het deksel B weer.
DOORSNEDE VAN DE VOEDINGSKABEL
type "H05V2V2-F" bestand tegen een temperatuur van 90°C
230 VAC 50/60 Hz 3 x 2,50 mm 2
400 VAC 3N 50/60 Hz 5 x 1,50 mm²
400 VAC 2N 50/60 Hz 4 x 2,50 mm²

text_image
1 2 3 4 5 D C CFig. 6.3



Fig. 6.4