54K Vario B - Grasmaaier SABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 54K Vario B SABO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 54K Vario B - SABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 54K Vario B van het merk SABO.
GEBRUIKSAANWIJZING 54K Vario B SABO
Motor oil SAE 10W30, SAE 10W40 4-stroke engine oil API service class SE or a higher-class oil Roller bearing grease SAA11300 Spark plug SAU16040 Air filter insert SAU15985 Pre-filter SAU15986 Deflector SA592 (54-K VARIO B) Conversion kit for mulching system BSA626 (47-K VARIO B) SA610 (54-K VARIO B) Cutter bar For safety reasons, the cutter bar must always be replaced by an authorised workshop. This workshop has the respective spare part numbers for the cutter bar available.1 1 Inleiding .................................................................................................................... 2 2 Verklaring van het op de machine aangebrachte typeplaatje ............................ 2 3 Verduidelijking van de pictogrammen .................................................................. 2 4 Verklaring van de symbolen ................................................................................... 2 5 Gebruik conform de voorschriften ........................................................................ 3 6 Algemene veiligheidsvoorschriften voor handmatig bestuurde cirkelmaaiers (benzine) ........................................................................ 3 Algemene veiligheidsinstructies ................................................................................ 3 Voorbereidende maatregelen .................................................................................... 3 Gebruik ...................................................................................................................... 4 Onderhoud en opslag ................................................................................................ 5 7 Beschrijving van de componenten ........................................................................ 6 8 Voorbereidende werkzaamheden .......................................................................... 6 Duwboom omhoog zetten (Afbeelding A1 + B1 + V4 ) ........................................ 6 Montage van de startstang (Afbeelding L1 ) ............................................................ 7 Opvangzak aan de maaier hangen (Afbeelding R1 + S1 ) .................................... 7 Instellen van de maaihoogte (Afbeelding I ) ............................................................. 7 9 Voor de eerste ingebruikneming ........................................................................... 7 Olie bijvullen (Afbeelding Y1 ) .................................................................................. 7 Brandstof invullen ...................................................................................................... 7 10 Starten van de motor (Afbeelding A + C + E ) ................................................. 7 11 Inschakelen van het maaisysteem (Afbeelding H3 ) .......................................... 7 12 Uitschakelen van het maaisysteem (Afbeelding I3 ) .......................................... 8 13 Uitschakelen van de motor (Afbeelding I3 + G3 + A ) ................................... 8 14 Stoppen in geval van nood ..................................................................................... 8 15 Rijaandrijving ........................................................................................................... 8 Bediening van de achterwielaandrijving (Afbeelding G ) ......................................... 8 Regelen van de snelheid (Afbeelding H )................................................................. 8 16 Grasopvanginrichting ............................................................................................. 8 Gebruik met grasopvangzak ..................................................................................... 8 Turbosignaal (vulstandsindicatie van de grasopvangzak) (Afbeelding J + K ) ..... 8 Leegmaken van de opvangzak (Afbeelding I3 + L ) .............................................. 8 Gebruik zonder opvangzak ....................................................................................... 8 17 Het maaien................................................................................................................ 8 Maaien op hellingen .................................................................................................. 8 Oliepeilcontrole .......................................................................................................... 9 Controle van de bedrijfsveiligheid ............................................................................. 9 Tijdelijke beperkingen ................................................................................................ 9 Tips voor de verzorging van het gazon ..................................................................... 9 Maaien (Afbeelding M ) ............................................................................................ 9 Mulchen ..................................................................................................................... 9 Ombouw naar achteruitworp (Afbeelding U2 + S1 ) .............................................. 9 18 Onderhoudsintervallen ........................................................................................... 9 19 Verzorging en onderhoud van de maaier ........................................................... 10 Reiniging (Afbeelding O ) ....................................................................................... 10 Opbergen ................................................................................................................. 10 Neerklappen van de geleidestangen (Afbeelding A1 ) .......................................... 10 Transport en beveiliging van het apparaat (Afbeelding N + N4 )......................... 10 Onderhoud van de messenbalk .............................................................................. 10 Bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk (Afbeelding Q ) ............................ 10 Vervangen van de messenbalk ............................................................................... 11 Onderhoud van de voorwielen ................................................................................ 11 Onderhoud van de achterwielaandrijving (Afbeelding R ) ..................................... 11 Onderhoud van de aandrijving ................................................................................ 11 Het vervangen van de remkoppeling en de aandrijf-V-riem ................................... 11 Bijregelen van de messen-rem-bowdenkabel ......................................................... 11 20 Onderhoud van de motor ..................................................................................... 11 Olie wisselen............................................................................................................ 11 Schoonmaken resp. vervangen van de luchtfilter (Afbeelding W ) ........................ 12 Controle van de bougie (Afbeelding Y ) ................................................................. 12 Overwinteren van de motor volgens voorschrift (of bij langdurige stilstand) .......... 12 21 Oorzaken van storingen en het verhelpen daarvan .......................................... 12 22 Technische gegevens ........................................................................................... 13 Motor ........................................................................................................................ 13 Maaier ...................................................................................................................... 13 Geluidsvermogen .................................................................................................... 13 Geluidsdrukniveau ................................................................................................... 13 Trillingen .................................................................................................................. 13 23 Originele onderdelen............................................................................................. 14 Conformiteitsverklaring .................................................... zie achter, na de laatste taal2 1 INLEIDING Beste tuinliefhebber, als bij de trots op een verzorgd gazon ook nog het plezier aan het werk in de tuin komt, dan weet men pas wat men aan zijn tuingereedschappen heeft. Met uw nieuwe grasmaaier heeft u een goede keuze getroffen. Hij verenigt de sterke prestaties van een merk met een rijke traditie met de innovaties van moderne high-tech snufjes. Dat merkt u als u ermee werkt, en dat verheugt u als u het wonderlijke resultaat ziet. Maar voordat u een begin maakt met de verzorging van uw gazon, hier wat belangrijke informatie, waarmee u absoluut rekening moet houden. Voordat u de maaier voor de eerste keer in gebruik neemt, leest u deze gebruiksaanwijzing aandachtig door om u vertrouwd te maken met de correcte bediening en het onderhoud van de machine en om verwondingen en schade aan uw grasmaaier te vermijden. Gebruik de grasmaaier voorzichtig. De op het apparaat aangebrachte pictogrammen wijzen u op de belangrijkste voorzorgsmaatregelen. De veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing zijn gekenmerkt met symbolen. De betekenis van de pictogrammen en symbolen wordt in de volgende hoofdstukken uitgelegd. De benamingen links en rechts hebben altijd betrekking op de in rijrichting geziene linker- of rechterkant van het apparaat. Als de technische aanwijzingen zorgvuldig in acht worden genomen, zal uw grasmaaier betrouwbaar werken. Wij wijzen erop dat schade aan de maaier als gevolg van bedieningsfouten niet onder de garantieplicht vallen. Wij wensen u veel plezier bij de verzorging van gazon en terrein. 2 VERKLARING VAN HET OP DE MACHINE AANGEBRACHTE TYPEPLAATJE 1 Model 2 Productidentificatienummer 3 Nominaal vermogen 4 Gewicht 5 Gecontroleerde veiligheid (afhankelijk van het model) 6 Nominaal toerental motor 7 Bouwjaar 8 CE-conformiteitsteken 9 Handgeleide grasmaaier 10 Gegarandeerd geluidsdrukniveau 11 Serienummer Deze gebruiksaanwijzing geldt voor de volgende modellen: 47-K VARIO B (SA221720): met inschakelbare VARIO-aandrijving met snelheidsregeling, met mesrem, snijbreedte 470 mm 54-K VARIO B (SA222720): met inschakelbare VARIO-aandrijving met snelheidsregeling, met mesrem, snijbreedte 540 mm Gelieve de correcte modelbenaming van uw apparaat en het serienummer af te leiden van het typeplaatje. De paragraaf onder een opschrift in tekst cursief en onderlijnd geldt tot aan het volgende zo gemarkeerde opschrift voor het betreffende model.
3 VERDUIDELIJKING VAN DE PICTOGRAMMEN
Vóór inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies lezen en in acht nemen! Gevaar door weggeslingerde delen bij lopende motor - veiligheidsafstand aanhouden / derden uit de gevarenzone houden! Opgelet voor scherpe messen! Contact met roterende mesbalk vermijden! Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen! – Vóór reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor afzetten en de bougiestekker uittrekken. Mesbalk STOP Aandrijving inschakelen Gevaar voor geluid - Oorbescherming aanbevolen bij langdurige blootstelling. Dit toestel hoort niet bij het huisvuil; breng apparaat, toebehoren en verpakking naar een milieuvriendelijk recyclagepunt.
4 VERKLARING VAN DE SYMBOLEN
WAARSCHUWING Gebruiksaanwijzing en algemene veiligheidsvoorschriften zorgvuldig lezen en in acht nemen. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden. WAARSCHUWING Derden uit de gevaarszone verwijderd houden! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware letsels leiden. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken. Maai nooit, terwijl personen, bijzonder kinderen, of dieren in de omgeving zijn. WAARSCHUWING Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Uitlopende benzine en olie op de hete motor zijn licht ontvlambaar. Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken. Terwijl de motor loopt of bij hete machine mag de tankdop niet geopend en geen benzine bijgevuld worden. Bij lopende motor moet de oliepeilstaaf steeds vast ingeschroefd zijn. WAARSCHUWING Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken. Roken en open vuur zijn bij het tanken verboden. WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware voetletsels leiden. De motor alleen achter de maaier staand starten. Er op letten, dat de voeten niet onder de behuizing komen. WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware hand- en voetletsels leiden. Bij lopende motor/messen de door de lengte van de stuurboom geboden veiligheidsafstand aanhouden. Er op letten, dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.3 WAARSCHUWING Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. Vóór het maaien, met name bij met loof bedekte vlakken, alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen verwijderen van het gazon. Het apparaat nooit gebruiken met beschadigde of ontbrekende bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar. Vóór de eerste inbedrijfstelling de bevestiging van de messchroef controleren, daarna de mesbalk vóór elk maaien onderzoeken op goede bevestiging, slijtage en schade. Een versleten of beschadigd mes door een geautoriseerde werkplaats laten vervangen. De schroef van het mes door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien. Vóór het starten van de motor controleren of de gereedschappen verwijderd zijn. WAARSCHUWING Elektrische schok kan zware verwondingen veroorzaken. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Controleer voor en tijdens het maaien het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Bij beschadiging van een stroomvoerende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen. VOORZICHTIG Uitlaat en motor bereiken bij het gebruik zeer hoge temperaturen. Verbrandingsgevaar! Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machine tenminste 15 minuten laten af-koelen. Het toestel nooit met beschadigd of zonder veiligheidsrooster van de uitlaat gebruiken. VOORZICHTIG Als bij werkzaamheden aan het apparaat de bougiestekker niet wordt uitgetrokken, zou de motor gestart kunnen worden en kunnen zware verwondingen het gevolg zijn. Vóór onderhouds- en reparatiewerkzaamheden de motor afzetten, de bougiestekker uittrekken en de contactsleutel, indien voorhanden, eruit halen. Bougie nooit bij lopende motor eraf trekken. Gevaar: elektrische schok! Voor reinigings- of onderhoudsinstructies de gebruiksaanwijzing raadplegen. Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken. WAARSCHUWING Contact met de roterende mesbalk kan ernstige verwondingen aan handen en voeten veroorzaken. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. Het maaiwerk uitschakelen en wachten tot het snijgereedschap stilstaat: – bij het rijden buiten het gazon op wegen of straten; – voordat de snijhoogte wordt ingesteld; – voordat de grasopvangzak eraf wordt genomen; – voordat de mulchstop wordt verwijderd. Bovendien de motor afzetten: – als de maaier opgetild of gekanteld moet worden, bijv. voor het transport; – als de machine korte tijd zonder toezicht blijft; – vóór het bijtanken. Alleen bijtanken bij koude motor! VOORZICHTIG Het contact met de scherpe kanten van de messenbalk en met andere scherpe kanten van het toestel kan tot letsels leiden. Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden steeds veiligheidshandschoenen dragen. VOORZICHTIG Gevaar voor geluid - Oorbescherming aanbevolen bij langdurige blootstelling.
5 GEBRUIK CONFORM DE VOORSCHRIFTEN
- Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor het maaien van gras en gazon in het kader van de tuin- en landschapsverzorging ("Doelmatig gebruik"). Elke daarboven uitgaande inzet geldt als niet doelmatig; voor hieruit resulterende schade is de fabrikant niet aansprakelijk; het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden.
- Bij de inzet in publieke plantsoenen, parken, op sportterreinen, straten en in agrarische en bosbouwbedrijven is bijzondere voorzichtigheid vereist.
- De maaier mag met name niet worden ingezet voor het snoeien van struikgewas, heggen en struiken, voor het snoeien van rankende klimplanten of van begroeiing op daken en balkons, noch voor het afzuigen en/of vrij blazen van stoepen.
- Het gebruik van alle door de fabrikant niet vrijgegeven aanvullende en aanbouwapparaten is niet toegelaten. Bij gebruik van zulke aanvullende en aanbouwapparaten komen de CE-conformiteit en het recht op garantie te vervallen. Eigenmachtige veranderingen aan deze grasmaaier sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant voor daaruit resulterende schade uit.
6 ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR
HANDMATIG BESTUURDE CIRKELMAAIERS (BENZINE) Algemene veiligheidsinstructies Lees voor uw eigen veiligheid en om een goede werking te garanderen zorgvuldig de gebruiksaanwijzing. Maak u vertrouwd met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen.
- Denk eraan dat de bediener van de machine of de gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen met andere personen of hun eigendom.
- Deze gebruiksaanwijzing hoort bij de machine en moet in het geval van doorverkoop aan de koper van het apparaat worden overhandigd.
- Sta nooit toe dat kinderen en personen onder 16 jaar, noch andere personen die de gebruiksaanwijzing niet kennen, de machine gebruiken. Plaatselijke voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker vastleggen.
- Geef iedereen die met het apparaat moet werken uitleg over de mogelijk gevaarlijke momenten, en over hoe ongevallen kunnen worden vermeden. Dit apparaat mag alleen door personen gebruikt, onderhouden en gerepareerd worden, die hiermee vertrouwd en over de gevaren onderricht zijn.
- Dit apparaat is niet ervoor bedoeld om te worden gebruikt door personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens en/of bij gebrek aan kennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon op hen toeziet en hen aanwijzingen geeft hoe het apparaat gebruikt moet worden. Deze toezichthouder moet van tevoren beslissen of de persoon met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens voor deze activiteit geschikt is. Maai nooit als er personen, met name kinderen, of dieren in de buurt zijn.
- Berg uw machine veilig op! Ongebruikte apparaten moeten in een droge, afgesloten ruimte en ontoegankelijk voor kinderen bewaard worden.
- Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden!
- De kabelinstallering mag niet worden gemanipuleerd, bijv. door verwijderen van kabelklemmen of aanbrengen van extra kabelbinders! De kabels moeten zodanig tegen de buitenkant van de boom liggen dat ze bij het neerklappen van de boom niet verpletterd of overbelast worden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. Voorbereidende maatregelen
- Tijdens het maaien moet altijd stevig, gesloten, antislip schoeisel of werkschoenen en een lange broek worden gedragen. Vermijd het dragen van losse kleding of kleding met hangende touwen of riemen. Maai niet op blote voeten of in sandalen. Ter bescherming van de ogen draagt u een veiligheidsbril.
- Luide geluiden kunnen tot gehoorschade leiden. Gehoorbescherming dragen. Controleer vóór en tijdens het maaien het terrein waarop het apparaat wordt ingezet volledig, en verwijder alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen die gegrepen en weggeslingerd kunnen worden. Controleer voor en tijdens het maaien het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk.4 Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Gevaar: elektrische schok! Bij beschadiging van een stroomvoerende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen.
- Wanneer u voor het onderhoud van uw gazon ook een maairobot gebruikt, moeten de volgende veiligheidsinstructies met betrekking tot werkoppervlak van de maairobot in acht worden genomen: – Vóór het maaien op deze oppervlakken moet altijd het bereik van de begrenzingskabel worden gecontroleerd. – Wanneer de kabels in de aarde zijn gelegd, moeten deze worden gecontroleerd, er mogen geen kabels te zien zijn, speciale aandacht is geboden voor het laadstation. – Wanneer de begrenzingskabels bovengronds zijn gelegd, moeten deze direct op de ondergrond gespannen verlopen en niet slap rondslingeren in het gras. De kabels moeten voldoende door begrenzingsnagels gefixeerd zijn, zie gebruiksaanwijzing. – De begrenzingsnagels mogen niet uitsteken, anders moeten ze ingedrukt worden. – Rondslingerende kabelresten voor het maaien verwijderen. Bij de hierboven beschreven omstandigheden bestaat het gevaar dat de kabel door het werkgereedschap naar binnen getrokken en opgewikkeld wordt, wat kan leiden tot ernstige verwondingen.
- Naar beneden hangende takken en soortgelijke hindernissen kunnen de gebruiker verwonden of het maaien belemmeren. Vóór het maaien op mogelijke hindernissen zoals bijv. naar beneden hangende takken letten en deze snoeien of verwijderen. WAARSCHUWING – Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken. – Benzine alleen in een goedgekeurde jerrycan en voor kinderen ontoegankelijk bewaren. – Tank niet in het voertuig, op een laadvloer of een aanhanger met kunststofbekleding vullen. Tank voor het vullen met brandstof niet in de nabijheid van het voertuig en steeds op de bodem afzetten. – Tank alleen in de open lucht met een koude motor. Tijdens het tanken zijn roken en open vuur verboden. – Met benzine aangedreven apparaten die zich op een laadvlak of een aanhanger bevinden, niet vanuit de pomp voltanken, maar voltanken met een draagbare jerrycan. – Tank benzine voor u de motor start. – Open de tankdop niet en tank geen benzine bij een draaiende motor of als het apparaat heet is. – Probeer de motor niet te starten als u benzine heeft gemorst. Verwijder in plaats daarvan het apparaat van de met benzine vervuilde plek en veeg de overgelopen brandstof van de motor af. Probeer de motor niet te starten voordat de benzinedampen zijn vervlogen. – Sluit benzinetank en jerrycan om veiligheidsredenen weer volledig af. – Vervang bij beschadiging de benzinetank en de tankdop.
- Vóór het gebruik moet altijd door een zichtcontrole gecontroleerd worden of het snijgereedschap, bevestigingsschroeven en de hele snijeenheid versleten of beschadigd zijn. Ter vermijding van onbalans moeten versleten of beschadigde messen en bevestigingsschroeven door een geautoriseerde vakwerkplaats worden vervangen.
- De toestand van de pictogrammen moet bij elke inzet gecontroleerd worden. Versleten of beschadigde pictogrammen moeten worden vervangen. Gebruik
- Het machine mag niet in explosiegevaarlijke omgeving worden gebruikt.
- Laat de verbrandingsmotor niet draaien in afgesloten ruimten waarin zich gevaarlijke verbrandingsgassen kunnen ophopen. Gevaar voor vergiftiging!
- Dragers van pacemakers mogen bij draaiende motor geen motoronderdelen aanraken die onder spanning staan.
- Opgelet! Apparaat niet voor aanzuigopeningen van ruimtebeluchtingstoestellen laten lopen.
- Maai niet bij slecht weer, als het gevaar van blikseminslag bestaat.
- Bougiestekker nooit bij lopende motor eraf trekken. Gevaar: elektrische schok!
- Koppel de bougiestekker alleen los als de motor is afgekoeld. Verbrandingsgevaar!
- Geen koptelefoon dragen om naar de radio of muziek te luisteren. Veiligheid bij het onderhoud en het bedrijf vereisen onbeperkte aandacht.
- Maai alleen bij daglicht of met voldoende licht. Bestuur de machine stapvoets.
- Pas de rijsnelheid aan de persoon en het terrein aan. Verhoog de snelheid langzaam totdat u de juiste snelheid heeft bereikt en schakel eventueel de rijaandrijving uit.
- Bijzonder voorzichtig zijn als onoverzichtelijke hoeken, struiken, bomen of andere hindernissen het zicht kunnen beïnvloeden.
- niet te dicht bij gaten, sloten en taluds rijden. De machine kan plotseling over de kop gaan als een wiel over de rand van een gat of talud rijdt of als een rand plotseling meegeeft.
- Voorzichtig bij het maaien onder speeltoestellen (bv. schommels). Het apparaat zou in een onveilige positie kunnen komen. Er bestaat gevaar voor letsel.
- De machine niet tijdens ziekte, moeheid of onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs bedienen.
- Indien mogelijk moet het gebruik van het toestel bij nat weer worden vermeden. Er bestaat gevaar voor uitglijden.
- Zorg ervoor dat u op hellingen altijd stevig staat. Maai op een helling in dwarsrichting, nooit naar boven of naar beneden. Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van rijrichting verandert.
- Maai niet op al te steile hellingen! Het maaien op hellingen brengt extra gevaren met zich mee. Uw grasmaaier is zo krachtig, dat hij nog kan maaien op hellingen die tot 48% (26° helling) aflopen. Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg altijd voor een stabiele stand. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat.
- Wees bijzonder voorzichtig als u de machine omkeert of deze naar u toe trekt.
- Bij achterwaartse bewegingen met de machine kunt u struikelen. Vermijd achteruitlopen. Vermijd abnormale lichaamshoudingen. Zorg ervoor dat u stevig staat en niet uw evenwicht verliest.
- Houd de door de lengte van de stuurboom bepaalde veilige afstand aan.
- Om een afglijden van het toestel tijdens het dragen te verhinderen, dient u het toestel steeds vast te nemen met de daarvoor voorziene grijpinrichtingen (draaggreep, behuizing, duwstangeinden of onderste gedeelte van de duwstang). Niet vastnemen aan de uitwerpklep!
- Neem voor het optillen of dragen het gewicht van de machine in acht (zie technische gegevens). Het optillen van grote gewichten kan leiden tot problemen met de gezondheid.
- Til de machine nooit op en draag deze nooit met draaiende motor.
- Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheids- en bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar. Veiligheidsinrichtingen zijn (zie hoofdstuk Beschrijving van de componenten): – Veiligheidsschakelbeugel messtop (1) De grasmaaier is uitgerust met een messtop-inrichting. In het lopende bedrijf en op een moment van gevaar wordt door de beugel los te laten het mes van de mesbalk gestopt. De mesbalk moet binnen 3 seconden tot stilstand komen. De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding „Beschrijving van de componenten“ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar! Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meer gebruiken en naar een geautoriseerde vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het inschakelen van het maaiwerk draait het mes en is een windgeluid hoorbaar. De nalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na het stoppen van de mesbalk, en deze kan met een stopwatch worden gemeten. De functie van de veiligheidsschakelbeugel mag in geen geval buiten werking worden gesteld. Men moet controleren of de veiligheidsschakelbeugel werkt zoals voorgeschreven. Als dat niet het geval is, moet hij door een erkend vakbedrijf gerepareerd worden. Om de goede werking van de veiligheidsinrichting te garanderen5 moet de schakelbeugel, het schakelhuis met bowdenkabel en de mesrem regelmatig, echter ten minste eenmaal per maaiseizoen, door een erkend vakbedrijf gecontroleerd worden. Bescherminrichtingen zijn (zie hoofdstuk Beschrijving van de componenten): – Behuizing, grasopvangzak, uitwerpklep (14), deflector Deze bescherminrichtingen beschermen tegen letsels door omhoog geslingerde voorwerpen. Het toestel mag niet met beschadigde behuizing c.q. zonder reglementair bevestigde opvangzak resp. deflector of tegen de behuizing aanliggende uitwerpklep worden gebruikt. – Behuizing Deze beveiligingsvoorziening beschermt tegen letsel door contact met de roterende mesbalk. Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing worden gebruikt. Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. – Afdekkingen van de riemaandrijving (12), motorafdekkingen (5) Deze beveiligingsvoorzieningen beschermen tegen letsel door bewegende onderdelen. Het apparaat mag niet met beschadigde c.q. zonder op de voorgeschreven wijze bevestigde afdekkingen worden gebruikt. – Veiligheidsrooster voor de uitlaat (11) De motor/uitlaat wordt zeer heet. Het veiligheidsrooster beschermt tegen verbrandingen. Het toestel niet zonder veiligheidsrooster voor de uitlaat gebruiken. De bescherminrichtingen mogen niet veranderd worden.
- Wijzig de basisafstelling van de motor niet of jaag hem niet over zijn toeren.
- Tijdens het startproces de aandrijving, indien voorhanden, niet inschakelen. Let er bij het in bedrijf nemen op dat uw voeten op een veilige afstand van het maaisysteem staan. Bij het inschakelen van het maaiwerk mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het snijgereedschap in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat het apparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van de duwboom bevinden. Houd handen en voeten altijd uit de buurt van draaiende onderdelen. Zorg ervoor dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. Houd u altijd verwijderd van de uitwerpopening. Stop de motor, trek de bougiestekker eraf, vergewis u ervan dat alle bewogen delen volledig stilstaan en dat de contactsleutel, indien voorhanden, uitgetrokken is: – als de machine verlaten wordt; – voordat u de machine controleert, reinigt of er werkzaamheden aan uitvoert; – voordat u blokkeringen loswerkt of verstoppingen in het uitwerpkanaal elimineert; – als er een vreemd voorwerp werd geraakt; – als de machine abnormaal begint te trillen.
- Wanneer er een vreemd voorwerp werd getroffen en als de machine blokkeert, bijv. als u tegen een hard voorwerp rijdt, moet u een vakhandelaar laten controleren of er onderdelen van de machine beschadigd of vervormd zijn. Ook de mogelijk noodzakelijke reparaties steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren.
- Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist. Hoge trillingen op uw handen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Wend u als er sterke trillingen optreden meteen tot een geautoriseerde vakwerkplaats.
- WAARSCHUWING De in deze bedieningshandleiding vermelde geluids- en trillingsniveaus zijn de maximum waarden voor de inzet van het apparaat. De inzet van een snij-element in onbalans, overmatige bewegingssnelheid of gebrekkig onderhoud zijn van aanzienlijke invloed op geluidsemissie en trillingen. Daarom is het noodzakelijk om voorzorgsmaatregelen te treffen, zodat eventuele schade als gevolg van hoge geluidsniveaus en belasting door trilling wordt vermeden. Onderhoud het apparaat goed, draag een gehoorbescherming, en neem pauzes tijdens het werk. De in deze bedieningshandleiding opgesomde onderhoudswerkzaamheden uitvoeren en het apparaat regelmatig door een geautoriseerde werkplaats laten controleren en onderhouden. Schakel het maaiwerk uit door de beugel voor de messtop los te laten, en vergewis u ervan dat het snijgereedschap stilstaat: – bij het rijden buiten het gazon op wegen of straten; – als u de snijhoogte wilt verstellen; – voordat u de grasvangzak eraf neemt; – voordat u de mulchstop verwijdert.
- Zet de motor af en controleer of de contactsleutel, indien voorhanden, uitgetrokken is: – als u de maaier moet optillen of kantelen, bijv. voor het transport; – als u de machine korte tijd verlaat; – voordat u bijtankt. Alleen bijtanken bij koude motor!
- Indien de motor een benzinekraan bezit, dient deze na het maaien dicht te worden gedraaid. Onderhoud en opslag
- Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken.
- Zorg ervoor dat alle schroefverbindingen goed zijn vastgeschroefd en dat het toestel in een veilige arbeidstoestand is. U mag alleen bij uitgeschakeld maaisysteem de uitwerpklep openen en de grasopvangzak verwijderen of de mulchprop verwijderen. Bewaar de machine nooit met benzine in de tank in een gesloten ruimte waarin eventueel benzinedampen met open vuur of vonken in contact kunnen komen of kunnen ontvlammen. Uitlaat en motor bereiken tijdens het gebruik zeer hoge temperaturen. Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machine tenminste 15 minuten laten afkoelen.
- Houd, om brandgevaar te vermijden, de motor, uitlaat en brandstoftank vrij van gras, bladeren en lekkende olie (vet). Bij het omhoog kantelen of op de zijkant leggen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar! Laat de motor eerst afkoelen, voordat u de machine in een afgesloten ruimte wegzet. De machine in geen geval in de nabijheid van open vuur of warmtebronnen zoals boilers of verwarmingen wegzetten. Controleer elke keer voordat u gaat maaien of de grasopvangbak niet versleten is en of die nog goed functioneert. Controleer elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen. Het vervangen, bijslijpen en uitbalanceren van het mes moet worden uitgevoerd door een erkend vakbedrijf. Door een foutief gemonteerde meskoppeling kan de mesbalk losraken, wat tot ernstige verwondingen kan leiden. Een ondeskundig geslepen en niet uitgebalanceerd mes kan sterke trillingen veroorzaken en de grasmaaier beschadigen.
- Vervang om veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
- Bij de omgang met bedrijfsmiddelen, zoals motorolie en brandstof, moet geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen (bijv. geschikte veiligheidshandschoenen) worden gedragen. De gegevensbladen van de bedrijfsmiddelen moeten in acht worden genomen. Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen. Onderhouds- en reinigingswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd op vlakke ondergronden bij uitgeschakelde motor en uitgetrokken bougiestekker. Een regelmatig onderhoud is onontbeerlijk voor de veiligheid en het behoud van het prestatievermogen.
- Bougiestekker nooit bij lopende motor eraf trekken! Gevaar: elektrische schok.
- Koppel de bougiestekker alleen los als de motor is afgekoeld. Verbrandingsgevaar!6
- Op goede zitting van de bougiestekker letten! Gevaar: elektrische schok.
- Indien de tank geledigd dient te worden, dan moet dit in open lucht en bij koude motor te gebeuren. Er op letten, dat er geen brandstof wordt gemorst. Om garantie- en veiligheidsredenen mogen er alleen originele onderdelen worden gebruikt. Niet gelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen.
1 Veiligheidsschakelbeugel messtop 2 Varioactivering 3 Aandrijfschakelbeugel 4 Tankafsluiting 5 Motorafdekking 6 Brandstofkraan 7 Luchtfilter 8 Bougie 9 Snijhoogte-instelling 10 Draaggreep 11 Uitlaatrooster 12 Afdekkingen van de riemaandrijving 13 Olievulopening met peilstok 14 Uitwerpklep 15 Snelspanner 16 Startkabelgreep 17 Activeringshendel voor motor 18 Inschakelhendel snijwerk
1 Veiligheidsschakelbeugel messtop 2 Varioactivering 3 Aandrijfschakelbeugel 4 Tankafsluiting 5 Motorafdekking 6 Snijhoogte-instelling 7 Brandstofkraan 8 Luchtfilter 9 Bougie 10 Draaggreep 11 Uitlaatrooster 12 Afdekkingen van de riemaandrijving 13 Olievulopening met peilstok 14 Uitwerpklep 15 Snelspanner 16 Startkabelgreep 17 Activeringshendel voor motor 18 Inschakelhendel snijwerk 8 VOORBEREIDENDE WERKZAAMHEDEN Voor de montage van de maaier zitten de volgende onderdelen in de verpakking:
- Maaier met voorgemonteerde duwboom
- Vangdoek, vangzakframe
- Gereedschapszak met de volgende inhoud: – Bedieningshandleiding met Conformiteitsverklaring – Garantiebepalingen (afhankelijk van het model) – bougiesleutel – Diverse montageonderdelen. Als er onverwacht een deel ontbreekt, gelieve dan contact op te nemen met uw specialist. OPGELET Vóór montage van de duwboom en van de startkabelhouder en bij het openen van het duwboom altijd de bougiestekker uittrekken! Na montage, ten laatste vóór het starten van de motor de bougiestekker weer erop drukken! Duwboom omhoog zetten (Afbeelding A1 + B1 + V4 ) BELANGRIJK Let erop, dat de bowdenkabels bij optillen van de duwboom niet geknikt worden of bekneld raken! BELANGRIJK Let erop, dat de kabel bij het uit elkaar- en dichtklappen van de stuurbomen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt kan worden! De kabel altijd aan van de buitenkant van de boomverbinding leiden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. De Z-vormig ingeklapte duwboom in onderstaande volgorde naar boven uit elkaar trekken: – Eerst het onderstuk van de duwboom omhoog tillen A1 , dan de uiteinden van het onderstuk zo ver uit elkaar duwen, dat de aan beide kanten naar binnen wijzende arrêteringsnokken inklikken in de bijhorende boringen B1 . Er kunnen drie verschillende hoogtes van de duwboom worden ingesteld. – De vleugelmoeren/gerande moeren aan beide kanten met de hand stevig aandraaien B1 . – Het bovenste deel van de duwboom zover optillen tot het bovenstuk en onderstuk op één niveau liggen V4 . – De snelspanner voor het bevestigen van het bovenstuk en onderstuk van de boom wordt vooraf in de fabriek ingesteld.
1. Snelspanner naar boven tegen de boom trekken.
2. Schroeven handvast aandraaien.
3. Snelspanner openen.
4. Schroeven een kwart tot halve omwenteling vastdraaien.
5. De snelspanner weer naar boven trekken en controleren of de bomen stevig
met elkaar verbonden zijn, anders nogmaals corrigeren. – De instelling noteren. Wanneer de spanning te zijner tijd verslapt moeten de schroeven opnieuw worden aangedraaid. VOORZICHTIG Bij de activering van de hoogteverstelling van de duwboom kan het gebeuren dat de boom ongewild omslaat bij het losdraaien van de geribde moeren B1 voor de bevestiging van het onderstuk aan de behuizing (maar zo ver losdraaien, dat de boom vrij kan worden bewogen) en het losspringen van de vergrendelingsnokken uit de boringen van de boombevestiging. Bovendien kunnen er tussen onderstuk7 van de duwboom en boombevestiging/behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar! Montage van de startstang (Afbeelding L1 ) – Startkabelhouder (1) uit de gereedschapszak nemen. – Moer zo ver eruit draaien, dat de beide helften over de duwboom kunnen worden geschoven. – Op de bovenste duwboom zit een sticker (2) voor de positionering van de startkabelhouder. OPGELET Om veiligheidsredenen mag de startkabelhouder alleen in de opgegeven positie worden gemonteerd. – De activeringshendel (3) in stand „STOP“ (4) schuiven, de startkabel (5) uittrekken en in de startkabelhouder leiden. – De beide helften samenvoegen (6), moer weer vastdraaien. Zo wordt verhinderd dat de startkabel eruit springt. De startkabelhouder moet zo gemonteerd/uitgericht worden, dat de startkabel vrij loopt en niet tegen andere delen aanwrijft. Opvangzak aan de maaier hangen (Afbeelding R1 + S1 ) – Het vangzakframe met de beugel vooraan in de vangdoek zetten. De bovenste naden van de vangdoek aan de beugel uitrichten. Erop letten dat de beschermhoeken van de opvangdoek de achterste hoeken van het vangzakframe omhullen (alleen voor model 54-K VARIO B). – De bevestigingsprofielen op het voorste raam van het vangzakframe drukken R1 . – De uitwerpklep van de maaier naar boven openen. – De grasvangzak optillen aan de draagbeugel, de schans (1) R1 aan de vangzakopening in de uitwerpopening zetten en de grasvangzak met de beide zijdelingse haken boven aan de maaierbehuizing inhangen S1 . – De uitwerpklep op de grasvangzak klappen. Instellen van de maaihoogte (Afbeelding I ) Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 De door u gewenste maaihoogte wordt ingesteld met de hendel (1) op de linkerkant van de maaimachine. – De hendel uit de inkeping trekken en na verschuiving naar de zijkant weer fixeren in de gewenste positie. – De markering links op het huis geeft de maaihoogte aan. BELANGRIJK Het maaien op de laagste snijhoogte mag alleen gebeuren op vlakke en gladde gazons! Gelieve er rekening mee te houden dat de onderste snijhoogte-instellingen alleen bij optimale omstandigheden gebruikt mogen worden. Als u de snijhoogte te laag kiest, dan kan de grasnerf beschadigd en onder bepaalde omstandigheden zelfs vernield worden. Behalve de snijhoogte beïnvloedt ook de rijsnelheid het snijbeeld en opvangresultaat. Snijhoogte en rijsnelheid aanpassen aan de hoogte van het te snijden gras, indien nodig de rijaandrijving niet inschakelen. Alle modellen
9 VOOR DE EERSTE INGEBRUIKNEMING
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 Alle schroefverbindingen en de bougiestekker controleren op goede bevestiging. De schroeven eventueel aandraaien! Met name de bevestiging van de mesbalk moet gecontroleerd worden (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de mesbalk“). De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. De grasmaaier is uitgerust met een messtop-inrichting. Vóór de eerste inbedrijfstelling controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de messtop foutloos functioneert. Als de schakelbeugel wordt losgelaten, dan moet de mesbalk binnen drie seconden tot stilstand komen. De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding „Beschrijving van de componenten“ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar! Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meer gebruiken en naar een geautoriseerde vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het inschakelen van het maaiwerk draait het mes en is een windgeluid hoorbaar. De nalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na het stoppen van de mesbalk, en deze kan met een stopwatch worden gemeten. Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden! Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn! Olie bijvullen (Afbeelding Y1 ) Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 BELANGRIJK Schade vermijden! De motor wordt zonder olie geleverd. De motor moet voor het starten met olie worden gevuld. Vóór de eerste start motorolie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) met een trechter na de meetstaaf eraf te hebben geschroefd in deze opening gieten. – De maaier parkeren op vlakke ondergrond. – Olie langzaam in de vulopening gieten. Niet overvullen. – Oliepeil controleren Meetstaaf eruit nemen. De meetstaaf afvegen met een schone doek, weer erin steken, maar niet vastschroeven. Dan de meetstaaf weer uit nemen en het oliepeil aflezen. De olie moet tussen de markeringen „L" en „H" staan. Eventueel olie bijvullen. Het oliepeil mag echter de max.-markering „H“ van de meetstaaf niet overschrijden. Overvullen leidt tot beschadigingen aan de motor. Meetstaaf weer erin zetten en vastdraaien. – Na de eerste vulling het bord „NO OIL“ (GEEN OLIE) boven aan de motor verwijderen. Brandstof invullen Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 – Gebruik als tankvulling alleen verse en schone loodvrije standaard brandstof. In geen geval alkylaatbenzine gebruiken! Brandstof met maximaal 10% ethanol of 15% MTBE is acceptabel. Nooit benzine met een ethanolgehalte van meer dan 10% of een MTBE-gehalte van meer dan 15% gebruiken, omdat daardoor schade aan de motor of het brandstofsysteem kan ontstaan. – Brandstofkraan moet gesloten zijn A ! – Tankdeksel eraf schroeven. – Brandstof met een trechter erin doen tot max. onderkant van de vulopening. – Tankdeksel erop zetten en vastschroeven. 10 STARTEN VAN DE MOTOR (AFBEELDING A + C + E ) De motor mag alleen achter de maaier staande worden gestart. VOORZICHTIG Startkabelgreep tijdens het starten stevig vastpakken. De greep zou anders uit de hand kunnen glijden. Verwondingsgevaar! – Brandstofkraan (1) openen A . – De activeringshendel (2) in stand "MAX" (3) schuiven C . – De startkabel (4) langzaam uittrekken, tot er een weerstand merkbaar wordt. Nu de greep weer terugbrengen in zijn uitgangspositie en dan snel uittrekken E , – de motor begint te lopen, de kabel langzaam terugvoeren. – In stand "MAX" werkt de motor met zijn hoogste vermogen bij max. toerental, dat vereist is voor een mooi snijbeeld (motortoerental = mestoerental). – Om de grasvangzak leeg te maken kan de hendel (2) in stand (5) worden geschoven C . 11 INSCHAKELEN VAN HET MAAISYSTEEM (AFBEELDING H3 ) Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 Het maaisysteem alleen achter de maaier staande inschakelen. De maaier in elk geval op een vlak, niet met hoog gras begroeide ondergrond zetten (te8 hoog gras remt de aanloop van de mesbalk en bemoeilijkt het startproces). Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het snijgereedschap in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat het apparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van de duwboom bevinden. – De veiligheidsschakelbeugel (1) op het bovenste deel van de stuurboom drukken en vasthouden. – De hendel (2) tot aan de aanslag vlot naar voren schuiven en loslaten. De hendel komt automatisch terug in zijn uitgangspositie. BELANGRIJK Langzaam inschakelen van het maaisysteem leidt tot een overmatige slijtage van de rem- en koppelingvoeringen en een oververhitting van het volledige remkoppelingsysteem. Voor een onberispelijke functie van het startsysteem is het noodzakelijk, dat het maaisysteem overeenkomstig de bovenstaand beschreven volgorde wordt gestart. 12 UITSCHAKELEN VAN HET MAAISYSTEEM (AFBEELDING I3 ) – Veiligheidsbedieningshendel voor de messenrem vlot loslaten. BELANGRIJK Op het moment dat de veiligheidsbedieningshendel wordt losgelaten, klapt deze door veerkracht weer terug in zijn uitgangspositie, de messenrem is nu geactiveerd en binnen drie seconden komt het messenbalk tot stilstand.
Veiligheidsschakelbeugel en aandrijfschakelbeugel loslaten. – De maaier stopt. – Het mes komt tot stilstand. OPGELET Vóór elk maaien controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de mesrem en de schakelbeugel voor de rijaandrijving foutloos functioneren. – als de veiligheidsschakelbeugel wordt losgelaten, dan moet de mesbalk binnen drie seconden blijven stilstaan. – als de schakelbeugel voor de rijaandrijving wordt losgelaten, dan moet de machine meteen tot stilstand komen. Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken. 15 RIJAANDRIJVING Bediening van de achterwielaandrijving (Afbeelding G ) De achterwielaandrijving wordt via de schakelbeugel (1) aan de bovenste duwboom (2) bij lopende motor en maaiwerk in- en uitgeschakeld: – Aan de schakelbeugel trekken en vasthouden = maaier rijdt. – Schakelbeugel loslaten = maaier blijft staan (0-stand). Bij het rijden buiten het gazon op wegen of straten de aandrijving alleen inschakelen bij lopende motor. AANWIJZING De achterwielen klikken, als de maaier voorwaarts wordt geschoven.
De schakelbeugel moet altijd stevig tegen de bovenste duwboom aan worden getrokken. Ondeskundige activering leidt tot beschadiging van de transmissie. De hogere weerstand van de beugel in de begintoestand is gewenst, en heeft als doel om een verkeerde bediening te bemoeilijken. Alle modellen Regelen van de snelheid (Afbeelding H ) BELANGRIJK Het regelen van de snelheid mag alleen geschieden als de motor draait, om beschadigingen te voorkomen! De rijsnelheid wordt ingesteld met de links aangebrachte greep. – Om de snelheid in te stellen de greep in beide richtingen draaien en aldus de gewenste snelheid instellen. De pijl op de draaigreep geeft de rijsnelheid aan. – Stand „Haas” = snel (max. snelheid). – Stand „Schildpad” = langzaam (min. snelheid). AANWIJZING Maaien met te hoge snelheid leidt tot een slecht snijbeeld resp. Opvangresultaat. Pas de snelheid altijd aan aan de omstandigheden. Bij langere afgesneden grassprieten moet een langzamere rijsnelheid worden gekozen. 16 GRASOPVANGINRICHTING Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 Gebruik met grasopvangzak WAARSCHUWING Bij gebruik van de grasvangzak moet deze volledig gemonteerd en in perfecte technische staat zijn. Bij het maaien erop letten, dat de grasvangzak tijdig wordt leeggemaakt. Het TurboSignaal op de grasvangzak geeft u het juiste moment aan om hem leeg te maken.
In plaats van de grasvangzak kan ook een stootbescherming (in de gespecialiseerde handel verkrijgbaar als toebehoren onder bestel-nr. SA592) worden ingehangen. Alle modellen BELANGRIJK Men moet erop letten dat bij het hanteren met de opvangzak de schans (1) R1 niet verbogen wordt. Turbosignaal (vulstandsindicatie van de grasopvangzak) (Afbeelding J + K ) Aan de bovenkant van de opvangzak is een indicatie geplaatst, waarmee men zien kan of de opvangzak leeg of vol is: – Indien de opvangzak leeg is gaat het signaal onder het maaien bol staan J . – Indien de opvangzak vol is valt het signaal in elkaar; dan moet het maaien dadelijk gestaakt en de opvangzak leeg gemaakt worden K . BELANGRIJK Indien het weefsel van de opvangzak erg vuil is gaat het signaal niet bol staan. Het weefsel moet dan worden schoongemaakt! Alleen met een luchtdoorlatende opvangzak is een foutloos opnemen van het gras mogelijk. BELANGRIJK Opvangzak niet met warm water reinigen! Leegmaken van de opvangzak (Afbeelding I3 + L ) Veiligheidsbedieningshendel loslaten I3 . De daardoor in functie gestelde messenrem brengt het mes binnen 3 seconden tot stilstand. Bij lopende motor kan nu de opvangzak als volgt geledigd worden: – Uitwerpklep openen. – De gevulde opvangzak van de maaier met de draagbeugel uit de maaier loshaken – de uitwerpklep sluit automatisch. – Opvangzak aan beugel en handgleuf op de bodem vasthouden en goed leegschudden L . Gebruik zonder opvangzak WAARSCHUWING Bij het gebruik zonder opvangzak moet de uitwerpklep aan het maaichassis steeds gesloten zijn (naar onder geklapt). 17 HET MAAIEN Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 Maaien op hellingen OPGELET De maaier kan in bermen en op hellingen die tot 48% (26° helling) aflopen, worden ingezet. Steilere schuinstanden kunnen schade aan de motor veroorzaken. Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg er altijd voor dat u stevig en stabiel staat.9 In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat! Oliepeilcontrole Vóór elk maaien het oliepeil controleren Y1 . De motor nooit met te weinig of te veel olie laten lopen. Onherstelbare schade zou het gevolg kunnen zijn. Controle van de bedrijfsveiligheid De grasmaaier is uitgerust met een messtop-inrichting. Vóór elk maaien controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de messtop foutloos functioneert. Als de schakelbeugel wordt losgelaten, dan moet de mesbalk binnen drie seconden tot stilstand komen. De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding „Beschrijving van de componenten“ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar! Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meer gebruiken en naar een geautoriseerde vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het inschakelen van het maaiwerk draait het mes en is een windgeluid hoorbaar. De nalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na het afzetten van de verbrandingsmotor resp. stoppen van de mesbalk (afhankelijk van het model), en deze kan met een stopwatch worden gemeten. Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden! Ook de foutloze werking van de schakelbeugel voor de rijaandrijving moet vóór elk maaien gecontroleerd worden. Als de schakelbeugel voor de rijaandrijving wordt losgelaten, dan moet de machine meteen tot stilstand komen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn! Ter vermijding van een gevaar elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes controleren. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de mesbalk”). Om de 10 bedrijfsuren ventilator, meskoppeling en ventilatorhuis controleren op slijtage en zitting. Daarnaast schroeven en moeren van het apparaat controleren op goede bevestiging en eventueel aandraaien! Controleren of de bougie goed bevestigd is! Gevaar: elektrische schok. Koppel de bougiestekker alleen los als de motor is afgekoeld. Verbrandingsgevaar! Bij blokkering van het maaiwerk, bijv. door tegen een hindernis aan te rijden, door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren of delen van de maaier beschadigd of vervormd zijn. Ook de eventueel noodzakelijke reparaties altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren. Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist. Tijdelijke beperkingen In Duitsland is de tijdelijke werking van grasmaaiers in de 32e verordening tot uitvoering van de bundes-Immissionsschutzgesetz (32e BImSch-V)“ geregeld. Bovendien zijn regionale beperkingen mogelijk (bijvoorbeeld om de middagrust te beschermen), die door de verantwoordelijke lokale autoriteit aan u kunnen worden gecommuniceerd. Tips voor de verzorging van het gazon Maaien (Afbeelding M ) WAARSCHUWING Verwijder vóór elke maaibeurt alle vreemde voorwerpen (stenen, hout, takken enz.) van het gazon; let echter ook tijdens het maaien nog op rondslingerende voorwerpen. Een instructie over het thema gazonverzorging krijgt u op aanvraag van uw handelaar. Informatie en instructies voor het maaien vindt u ook op de homepage van de fabrikant. Mulchen Uw grasmaaier kan worden uitgerust met een mulchkit. De voor de ombouw op mulchsysteem benodigde ombouwset is in de gespecialiseerde handel verkrijgbaar als toebehoren (bestel-nr. ombouwset zie Originele onderdelen en toebehoren). De mulchkit bevat ook tips en informatie over mulchen. Ook op de homepage van de fabrikant vindt u informatie over het thema mulchen WAARSCHUWING De ombouw van de maaier op mulchsysteem altijd laten uitvoeren door een geautoriseerde vakwerkplaats. Door een verkeerd geassembleerde meskoppeling of door een te vast of te los aangedraaide messchroef kunnen de mesbalken loskomen, hetgeen zware verwondingen tot gevolg kan hebben. Als het gras toch eens te hoog is om te mulchen, dan kan de mulchmaaier in een handomdraai worden omgebouwd voor het maaien met grasvangzak. Ombouw naar achteruitworp (Afbeelding U2 + S1 ) – Het maaisysteem uitschakelen. – Uitwerpklep optillen. – De mulchstop verwijderen uit het kanaal U2 . – De grasopvangzak in de voorziene houder aan de behuizing van de maaier hangen S1 . Een ombouw van het mulchmessysteem is niet noodzakelijk! Bij moeilijke maaiomstandigheden (bijv. nat gras) kan het wel voorkomen dat de opvangzak minder gevuld wordt. Opdat het apparaat opnieuw als mulchmaaier kan worden ingezet, moet de mulchstop weer worden ingebouwd. Hiervoor het maaisysteem uitschakelen, de grasopvangzak eraf nemen, de muIchstop in het uitwerpkanaal steken en de uitwerpklep sluiten. Uitwerpkanaal van tevoren reinigen. 18 ONDERHOUDSINTERVALLEN BELANGRIJK Vermijd schade! Onder extreme resp. uitzonderlijke voorwaarden zijn eventueel kortere onderhoudsintervallen vereist dan hierboven vermeld. Indien u gebreken vaststelt, gelieve u dan te wenden tot een geautoriseerde vakwerkplaats. Routineonderhoud aan de machine uitvoeren conform de volgende onderhoudsintervallen. De volgende onderhoudsintervallen moeten worden aangehouden naast de in deze gebruiksaanwijzing opgesomde intervallen voor onderhoudswerkzaamheden. Vóór de eerste inbedrijfstelling
- Het oliepeil controleren Y1 .
- Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
- De messchroef controleren en eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
- Controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de mesrem foutloos werkt.
- Controleren of de schakelbeugel voor de rijaandrijving foutloos werkt.
- Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn! Vóór elk bedrijf
- Gazon controleren en alle vreemde voorwerpen verwijderen.
- Radius van de begrenzingskabel controleren (indien ook een automatische maaier wordt ingezet voor de verzorging van het gazon).
- Het oliepeil controleren Y1 .
- Toestand en goede bevestiging van het mes controleren, de messchroef eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
- Controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de mesrem foutloos werkt.
- Controleren of de schakelbeugel voor de rijaandrijving foutloos werkt.
- Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!
- Grasopvanginrichting controleren op slijtage of slechter functioneren. Om de 10 bedrijfsuren
- Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
- Ventilator, meskoppeling en ventilatorhuis controleren op slijtage en zitting. Na elk bedrijf
- De maaier schoonmaken.
- Het mes controleren op beschadigingen en slijtage. Inrijtijd – Na de eerste 20 bedrijfsuren
- De motorolie verversen.10 Om de 15-20 bedrijfsuren of jaarlijks
- De lagers van de wielen invetten. Om de 50 bedrijfsuren
- De motorolie verversen.
- Papierelement van het luchtfilter schoonmaken W .
- Voorfilter reinigen W .
- Bougie reinigen en elektrodenafstand instellen Y . Bij de jaarlijkse inspectie
- Papierelement van het luchtfilter laten vervangen W .
- Voorfilter laten vervangen W .
- Bougie laten vervangen Y .
- De overbrenging en het gebied onder de snaarafdekking laten reinigen.
- De bowdenkabel van de aandrijving controleren en zo nodig laten afstellen.
- Verbrandingsresten laten verwijderen van de cilinderkop.
- Regelaarstangen laten controleren en carburateur laten instellen.
- Brandstofleidingen controleren en zo nodig laten vervangen.
19 VERZORGING EN ONDERHOUD VAN DE MAAIER
Regelmatige verzorging is de beste garantie voor een lange levensduur en een storingsvrij bedrijf! Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken! Gebruik uitsluitend originele onderdelen, want alleen deze staan borg voor veiligheid en kwaliteit! Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 Reiniging (Afbeelding O ) BELANGRIJK Voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden altijd de brandstofkraan sluiten A , de maaier eerst vooraan omhoog kantelen O (bougie naar boven). Als het noodzakelijk zou zijn om de maaier toch eens op de zijkant te leggen, leg hem dan neer op de kant van de uitlaat en geen geval op die van de carburateur, aangezien er anders startmoeilijkheden zouden kunnen optreden. Bij het omhoog kantelen van de maaier erop letten dat de uitwerpklep niet beschadigd wordt. In opgetilde toestand de maaier beveiligen! OPGELET Bij het omhoog kantelen of op de zijkant leggen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar! Vuil en grasresten direct na het maaien verwijderen. Voor de reiniging een borstel of doek gebruiken. OPGELET De vingers niet in de openingen van het ventilatorhuis steken en de ventilator vasthouden. Als de mesbalk bij het reinigen gedraaid moet worden, bestaat het gevaar dat de vingers geplet raken tussen ventilator en ventilatorhuis! BELANGRIJK Nooit met een hogedrukreiniger of normale waterstraal de omgeving van de aandrijving, motordelen (zoals ontstekingssysteem, carburateur enz.) afdichtingen en lagerplaatsen reinigen. Beschadigingen resp. dure reparaties kunnen het gevolg zijn. BELANGRIJK Indien de onderkant van de maaier per ongeluk met water werd gereinigd, absoluut nog een keer de motor starten en het maaiwerk inschakelen. Achterblijvend water kan onder bepaalde omstandigheden de constructiedelen (bijv. kogellagers) beschadigen; daarom de koppeling enkele minuten laten lopen, opdat water wordt weggeslingerd van de constructiedelen. Opbergen De machine moet altijd in schone toestand in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard. Laat de motor afkoelen voordat u de machine in gesloten ruimten opbergt. Neerklappen van de geleidestangen (Afbeelding A1 ) BELANGRIJK Let erop, dat de kabel bij het uit elkaar- en dichtklappen van de stuurbomen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt kan worden! De kabel altijd aan van de buitenkant van de boomverbinding leiden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. – Voor de ruimtebesparende opslag of voor het transport de snelspanner openen, de gerande moeren zo ver losdraaien, dat de duwboom zonder weerstand in Z-vorm boven de motor ingeklapt kan worden A1 . De arrêteringsnokken aan het onderste uiteinde van de boom moeten uit de boringen van de boomaansluiting springen. – De bowdenkabels daarbij niet knikken of samendrukken. VOORZICHTIG Bij het omleggen van de duwboom voor transport- en opslagdoeleinden kan bij het openen van de snelspanner, bij het losdraaien van de gerande moeren en als de arrêteringsnokken uit de boringen van de behuizing springen, de boom onverwacht omslaan. Bovendien kunnen er drukplaatsen met pletgevaar ontstaan tussen het onderste en bovenste deel van de duwboom en de boombevestiging/behuizing. Er bestaat verwondingsgevaar! Transport en beveiliging van het apparaat (Afbeelding N + N4 )
– Als het apparaat gedragen moet worden, het niet vastpakken aan de uitwerpklep! Pak het voor en achter vast aan de draaggreep (zie afbeelding N ).
– Als het apparaat gedragen moet worden, het niet vastpakken aan de uitwerpklep! Pak alleen vooraan vast aan de draaggreep en achteraan aan de uiteinden van de duwboom N . Erop letten dat het naar voren geklapte gedeelte van de duwboom niet wordt opgetild. Er bestaat verwondingsgevaar aan de uiteinden van de duwboom. Alle modellen – Houd bij het optillen of dragen rekening met het gewicht van de machine (zie Technische gegevens). Het optillen van zware gewichten kan problemen met de gezondheid veroorzaken. Wij raden aan om het apparaat altijd met minstens twee personen op te tillen of te dragen. – Het apparaat op alle 4 wielen staand transporteren, om brandstofverlies, beschadigingen van de machine en verwondingen van personen te vermijden. – Het transportmiddel parkeren op vlakke ondergrond, opdat het apparaat niet kan wegrollen voordat het wordt vastgezet. – De grasvangzak uithangen en tijdens het transport apart vastmaken. – Het apparaat met toegelaten borgmiddelen (bijv. sjorriemen met spanelement) veilig bevestigen op of in het voertuig. Sjorriemen zijn banden van synthetische vezels. Elke sjorriem is gekenmerkt met een etiket. Het etiket geeft belangrijke informatie over het gebruik. De aanwijzingen op dit etiket moeten bij gebruik van de sjorriem in acht worden genomen. – Bij ladingen die kunnen rollen wordt aanbevolen om ze direct vast te sjorren met vier spanriemen. Daarvoor worden de riemen direct aan de bevestigingspunten aan het apparaat (zie afbeelding N4 ) en in de vastsjorpunten op de laadvloer bevestigd en licht voorgespannen. OPGELET De riemen niet te strak aantrekken. Als het apparaat te strak wordt vastgezet, dan kunnen beschadigingen het gevolg zijn. Onderhoud van de messenbalk Een scherp mes garandeert optimaal snijresultaat. Controleer elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen Bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk (Afbeelding Q ) WAARSCHUWING Het bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren. Een ondeskundig geslepen en niet uitgebalanceerd mes kan sterke vibraties veroorzaken en de gazonmaaier beschadigen. De snijvlakken van de messenbalk mogen alleen worden bijgeslepen totdat de markering (1) op de messenbalk (ring) (zie afbeelding Q ) is bereikt. OPGELET! Slijphoek van 30° in acht nemen. Uw vakbedrijf kan deze waarde (slijtagelimiet) voor u controleren!11 WAARSCHUWING Een mes waarbij de slijtagegrens (markering) werd overschreden kan breken en weggeslingerd worden, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Vervangen van de messenbalk WAARSCHUWING Het vervangen van de mesbalk moet absoluut worden uitgevoerd door een geautoriseerde vakwerkplaats. Door een verkeerd geassembleerde meskoppeling of door een te vast of te los aangedraaide messchroef kan de mesbalk loskomen, hetgeen zware verwondingen tot gevolg kan hebben. – Bij de vervanging alleen originele mesbalken gebruiken. Niet gelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen. – Snijgereedschappen ter vervanging moeten permanent met de naam en/of het logo van de firma of leverancier en met het deel-nr. zijn gekenmerkt. Onderhoud van de voorwielen Eenmaal per jaar of om de 15-20 bedrijfsuren de lagers van de wielen invetten.
– Aan beide kanten de afdekking van de wielkap eraf nemen. – Met een steeksleutel de zeskantmoer losdraaien, onderlegplaatje verwijderen, wielen samen met wielkap en kraagschijf van de wielas aftrekken. Wielkap verwijderen van het wiel. – Nadat de lagers met een wentellagervet „KAJO-langetermijnvet LZR 2“ werden ingevet, de wielen erop schuiven. Eerst de kraagschijf in het wiel zetten, de wielkap erop zetten en aandrukken tot er een klik te horen is. Het onderlegplaatje erop zetten, met de zeskantmoer bevestigen en zo ver vastdraaien, dat de wielen nog licht maar zonder speling gedraaid kunnen worden. Afdekking van de wielkap weer erin zetten.
– Met een steeksleutel de zeskantmoer losdraaien, schijf en wielen eraf trekken. – Nadat de lagers met een wentellagervet „KAJO-langetermijnvet LZR 2“ werden ingevet, de wielen erop schuiven, schijf erop zetten, met de zeskantmoer bevestigen en zo ver vastdraaien, dat de wielen nog licht maar zonder speling gedraaid kunnen worden. Onderhoud van de achterwielaandrijving (Afbeelding R )
Eenmaal per jaar of om de 15-20 bedrijfsuren de lagers van de wielen invetten. – Aan beide kanten de afdekking van de wielkap eraf nemen. – Met een steeksleutel de zeskantmoer losdraaien, onderlegplaatje verwijderen, aandrijfwielen samen met wielkap en kraagschijf van de wielas aftrekken. – De wielafdekking eraf nemen, daarbij op de aanloopschijf letten. – Het vuil van de wielafdekking, het vrijlooprondsel op de tandwielas en de tandkrans aan de binnenkant van het wiel verwijderen. AANWIJZING Vrijlooprondsel niet van de as aftrekken! – De lagers invetten met een wentellagervet „KAJO-langetermijnvet LZR 2“. Vrijlooprondsel en tandkrans in het wiel niet invetten! – De wielafdekking erop zetten en de aanloopschijf op de wielas schuiven. Bij het erop steken van het aandrijfwiel erop letten dat rondsel en tandkrans in elkaar grijpen, evt. het wiel op de as licht verdraaien. – Indien de wielkap is losgekomen van het wiel, eerst de kraagschijf conform afbeelding R in het wiel zetten, de wielkap erop zetten en aandrukken tot er een klik te horen is. Het onderlegplaatje erop zetten, met de zeskantmoer bevestigen en zo ver vastdraaien, dat de wielen nog licht maar zonder speling gedraaid kunnen worden. Afdekking van de wielkap weer erin zetten.
Eenmaal per jaar of om de 15-20 bedrijfsuren de lagers van de wielen invetten. – De aandrijfwielen na de moer losgedraaid en de schijf verwijderd te hebben van de wielas aftrekken. – De wielafdekking eraf nemen, daarbij op de aanloopschijf letten. – Het vuil van de wielafdekking, het vrijlooprondsel op de tandwielas en de tandkrans aan de binnenkant van het wiel verwijderen. AANWIJZING Vrijlooprondsel niet van de as aftrekken! – De wielas invetten met wentellagervet „KAJO-langetermijnvet LZR 2“. Vrijlooprondsel en tandkrans in het wiel niet invetten! – De wielafdekking erop zetten en de aanloopschijf op de wielas schuiven. Bij het erop steken van het aandrijfwiel erop letten dat rondsel en tandkrans in elkaar grijpen, evt. het wiel op de as licht verdraaien. – Schijf erop zetten, met de zeskantmoer bevestigen en zo ver vastdraaien, dat de wielen nog licht maar zonder speling gedraaid kunnen worden. Alle modellen Onderhoud van de aandrijving – Voor een onberispelijke functie van de riemaandrijving is in ieder geval vereist, dat de bowdenkabel voor het in- en uitschakelen van de rijaandrijving makkelijk beweeglijk is. – De bowdenkabel is door de fabriek ingesteld en hoeft niet te worden bijgeregeld. Het vervangen van de remkoppeling en de aandrijf-V-riem Laat de remkoppeling en de aandrijf-V-riem alleen door erkend vakpersoneel uitvoeren. Bijregelen van de messen-rem-bowdenkabel Het bijstellen van de mes-rem-bowdenkabel moet minstens eenmaal per maaiseizoen door een geautoriseerde vakwerkplaats worden uitgevoerd. De juiste instelling van de bowdenkabel garandeert de wezenlijke veiligheidsfunctie van de schakelbeugel. Zodra de schakelbeugel wordt losgelaten, dan moet de mesbalk binnen drie seconden blijven stilstaaan.
20 ONDERHOUD VAN DE MOTOR
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 WAARSCHUWING Verwondingen vermijden! Motoruitlaatgassen bevatten koolmonoxide en kunnen ernstige aandoeningen of dood tot gevolg hebben. De motor niet in gesloten ruimten, zoals garages, inschakelen, ook niet als deuren en vensters geopend zijn. De machine naar buiten bewegen voordat de motor wordt gestart. BELANGRIJK Voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden steeds de brandstofkraan sluiten A , de maaier eerst vooraan omhoog kantelen O (bougie naar boven). Als het noodzakelijk zou zijn om de maaier toch eens op de zijkant te leggen, leg hem dan neer op de kant van de uitlaat en geen geval op die van de carburateur, aangezien er anders startmoeilijkheden zouden kunnen optreden. Bij het omhoog kantelen van de maaier erop letten dat de uitwerpklep niet beschadigd wordt. In opgetilde toestand de maaier beveiligen! OPGELET Bij het omhoog kantelen of op de zijkant leggen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar! Het regelmatig uitvoeren van de voorgeschreven service- en onderhoudswerkzaamheden vormt de voorwaarde voor een duurzame en storingvrije functie van de motor en bovendien een basisvoorwaarde voor garantieaanspraken. De motor vooral uitwendig altijd schoonhouden, vooral de omgeving van geluiddemper en cilinder moet altijd vrij van vreemde voorwerpen zijn (bijv. grasresten). Uitlaat en motor bereiken tijdens het bedrijf zeer hoge temperaturen. Brandbare vreemde voorwerpen zoals loof, gras enz. kunnen ontbranden. Ook een foutloze koeling is alleen gegarandeerd als de cilinderribben steeds schoon zijn. BELANGRIJK De motor nooit met een hogedrukreiniger of een normale waterstraal reinigen. Beschadigingen resp. dure reparaties kunnen het gevolg zijn. Olie wisselen AANWIJZING Om het milieu te beschermen adviseren wij de olieverversing door een vakwerkplaats te laten uitvoeren. De eerste olieverversing bij nieuwe motor is vereist na ca. 20 bedrijfsuren. Later ongeveer om de 50 bedrijfsuren of minstens eenmaal per maaiseizoen. – Voordat de motor of het apparaat worden gekanteld om olie af te laten, de benzinetank leegmaken en de motor zo lang laten lopen, tot hij wegens brandstofgebrek stilvalt. – Motor afzetten en bougiestekker eraf trekken. – De olie verversen, zolang de motor warm is.12 – Voor de olieverversing de meetstaaf uit de olievulopening nemen en de maaier zo op zijn kant leggen, dat oude olie wegstroomt in een opvangvat. Oude olie niet in de riolering of in de grond terecht laten komen, maar verwerken conform de plaatselijke voorschriften. – De maaier recht zetten en aan de opening merkolie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) gieten. De meetstaaf erin steken, maar niet vastschroeven, en oliepeil controleren (zie hoofdstuk Olie vullen, afbeelding Y1 )! Bij oliepeil zoals voorgeschreven de oliemeetstaaf weer erin steken en vastdraaien. Schoonmaken resp. vervangen van de luchtfilter (Afbeelding W ) BELANGRIJK Nooit de motor met gedemonteerde luchtfilter starten of laten lopen. – De afdekking (1) openen, naar beneden kantelen en verwijderen. – Papierfilterelement (2) en voorfilter (3) wegnemen. Om het voorfilter uit de afdekking te nemen moet eerst het rooster (4) worden verwijderd. – Papierfilterelement om de 50 bedrijfsuren reinigen Bij lichte vervuiling voorzichtig uitkloppen op een glad oppervlak. Bij sterke vervuiling of beschadiging vernieuwen. Papierfilter niet uitwassen, niet uitblazen met perslucht en niet oliën. – De voorfilters om de 50 bedrijfsuren reinigen. Voorfilters met een vloeibaar reinigingsmiddel wassen in warm water, grondig uitspoelen in schoon water, overtollig water eruit drukken en grondig laten drogen aan de lucht. Het voorfilter niet oliën. – Na het reinigen resp. vervangen het filterelement in de luchtfilterplaat zetten, het voorfilter in de afdekking zetten en met het rooster fixeren. – De haak (5) aan de afdekking (1) in de adapter (6) onder in de luchtfilterplaat steken. – De afdekking naar boven kantelen en zorgvuldig sluiten. Bij ongunstige gebruiksomstandigheden (sterke stofontwikkeling) moet elke keer na het maaien worden gereinigd. Papierfilterelement en voorfilter jaarlijks of om de 100 bedrijfsuren vervangen. (Bestelnr. filterelement zie originele reserveonderdelen en accessoires) Controle van de bougie (Afbeelding Y ) Om de slijtage van de bougie te controleren, bougiestekker aftrekken en de bougie losschroeven. Als de elektrode sterk versleten is, dan dient de bougie te worden vervangen (bestelnummer: zie originele reserveonderdelen en accessoires). De bougie kan eventueel ook met een staalborstel worden gereinigd. Vervolgens dient de elektrodeafstand te worden afgesteld op 0,6-0,7 mm. De bougie (op omkeerring letten) met de hand in de motor vastschroeven en met een dopsleutel handvast monteren. Bougiestekker erop drukken. De bougie elk jaar vervangen. Overwinteren van de motor volgens voorschrift (of bij langdurige stilstand) – Benzinetank leegmaken en motor zo lang laten draaien tot deze door gebrek aan brandstof automatisch afslaat. – Schakel de motor uit en trek de bougiestekker af. – De olie aftappen zolang de motor nog warm is. Met verse olie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) bijvullen. – Gras- en maaibezinksel van cilinder en koelribben, onder de motorkap en rondom de uitlaat verwijderen. – De maaier moet altijd in schone toestand in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard.
21 OORZAKEN VAN STORINGEN EN HET VERHELPEN
DAARVAN Storingen Mogelijke oorzaken Oplossing Motor springt niet aan Brandstofkraan gesloten. Brandstofkraan openen A . Brandstoftank leeg. Schone en verse brandstof bijtanken. Bougiestekker los. Bougie erop drukken of door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Bougie defect resp. vervuild of elektroden afgebrand. Bougie vervangen resp. reinigen, elektrodenafstand instellen op 0,6-0,7 mm Y . Motor krijgt te veel benzine (bougie nat). Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Luchtfilter vervuild. Luchtfilterelement reinigen resp. vernieuwen W . Motorvermogen neemt
Luchtfilter vervuild. Luchtfilterelement reinigen resp. vernieuwen W . Bougie onder het roet. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Brandstof verouderd of vervuild Benzinetank leegmaken en verse brandstof erin gieten. Motor draait onregelmatig Luchtfilter vuil. Luchtfilter schoonmaken resp. vervangen W . Bougie verkoold. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Mes schakelt niet in Schakelbeugel niet omgeklapt. Schakelbeugel op het bovengedeelte van de duwboom drukken H3 . Inschakelhendel maaimes niet gebruikt De hendel tot aan de aanslag snel naar voren schuiven en loslaten H3 . De volgorde bij het inschakelen van het maaimes niet in acht genomen. Schakelbeugel en inschakelhendel maaimes moeten in de gespecificeerde volgorde worden gebruikt. Teveel grasresten onder de behuizing Maairuimte ontdoen van gras. Spleet tussen ventilator en behuizing schoonhouden. Controleren of mesbalk vrij loopt. Attentie! Vóór deze werkzaamheden veiligheidsinstructies in acht nemen! Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Maaier rijdt niet Schakelbeugel voor rijaandrijving niet ingetrokken. Trek aan de schakelbeugel voor rijaandrijving G Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Rijsnelheid kan niet worden geregeld Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Sterke trillingen (vibratie) Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Onzuivere afsnijding, gras wordt geel Messenbalk bot. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten slijpen en uitbalanceren Q . Snijhoogte te laag. Grotere snijhoogte instellen I . Toerental van de motor te laag. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Maaien met te hoge snelheid. Maaisnelheid aanpassen, indien nodig rijaandrijving uitschakelen. Maaibanen onvoldoende overlapt. Bij hoog gras moeten de maaibanen verder overlappen. Het gras vervilt Door gebruik een verticuteerder kan merkbare verbetering worden bereikt.13 Verstopte afvoer Turbo-signaal wordt niet waargenomen J + K . Leegmaken van de opvangzak L . Toerental van de motor te laag. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Bij lage snijhoogte bij te hoog gras. Grotere snijhoogte instellen I . Maaien met te hoge snelheid. Maaisnelheid aanpassen, indien nodig rijaandrijving uitschakelen. Het gras is vochtig. Gras laten drogen. De gemulchte gras ziet er slecht uit: Klonten, overmatige maaiselhoeveelheden, grof gesneden Messenbalk bot. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten slijpen en uitbalanceren. Mulchregel niet opgevolgd (max. 1/3 van grashoogte snijden; de af te snijden grashoogte moet minder dan 10 cm zijn) Grotere snijhoogte instellen I . Maaier ombouwen naar achterwaartse uitworp U2 + S1 en gras eerst met hoge snij-instelling maaien. Rijsnelheid te hoog. Rijsnelheid aanpassen, indien nodig rijaandrijving uitschakelen. Ophoping van gras onder het maaiwerk Grotere snijhoogte instellen I . Maaibanen onvoldoende overlapt. Bij hoog gras moeten de maaibanen verder overlappen. Het gras is vochtig. Grotere snijhoogte instellen I . Gras laten drogen. Neem in geval van hier niet nader beschreven storingen en defecten contact op met de dichtst bijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats. Laat reparaties die vakkennis vereisen, altijd alleen door een vakman uitvoeren. Uw geautoriseerde vakwerkplaats is u ook graag van dienst, wanneer u de hier beschreven onderhoudswerkzaamheden liever niet zelf uitvoert. 22 TECHNISCHE GEGEVENS Motor Motor Yamaha 4-takt motor, MA190V Slagvolume 190 cm
Nominaal vermogen 3,2 kW Elektrodenafstand 0,6 - 0,7 mm Brandstof Normale loodvrije brandstof, met max.10% ethanol of max.15% MTBE, geen alkylaatbenzine gebruiken! Tankinhoud ca. 1,2 liter Smeerolie SAE 10W30, SAE 10W40 4-takt motorolie API-serviceklasse SE of een olie van hogere klasse Oliehoeveelheid 0,6 liter Maaier
Behuizing Aluminium spuitgietwerk Maaibreedte 470 mm Maaihoogte Zentrale, 25, 30, 40, 45, 55, 60, 70, 80 mm Stuurboom in hoogte regelbaar 3-voudig Capaciteit opvangzak 65 liter Snelheid 2,7 – 4,3 km/h Gewicht 45,5 kg Lengte 1625 mm Breedte 500 mm Hoogte 935 mm Wielen voor / achter Ø 180 mm / Ø 200 mm Lagers voor Conische kogellagers Lagers achter Conische kogellagers
Behuizing Aluminium spuitgietwerk Maaibreedte 540 mm Maaihoogte Zentrale 20, 30, 40, 50, 60, 70, 80, 95 mm Stuurboom in hoogte regelbaar 3-voudig Capaciteit opvangzak 75 liter Snelheid 2,7 – 4,8 km/h Gewicht 56 kg Lengte 1720 mm Breedte 600 mm Hoogte 960 mm Wielen voor / achter Ø 210 mm / Ø 210 mm Lagers voor Conische kogellagers Lagers achter Naaldlagers Geluidsvermogen
Gegarandeerd geluidsvermogen; gemeten conform 2000/14/CE
Gegarandeerd geluidsvermogen; gemeten conform 2000/14/CE
Emissie - geluidsdrukniveau op de plaats van de operator; gemeten volgens EN ISO 5395-2 Meetonzekerheden; conform ISO 4871
Emissiegeluidsdrukniveau op de plaats van de bediener; gemeten volgens EN ISO 5395-2 Meetonzekerheden; volgens ISO 4871
= 86 dB(A) 1,5 dB Alle modellen Trillingen Trillingen aan de stuurboom; gemeten volgens EN ISO5395-2 Meetonzekerheden; conform EN12096
Notice-Facile