Gyspot 3902 - Generator GYS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Gyspot 3902 GYS in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur Gyspot 3902 GYS
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Generator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Gyspot 3902 - GYS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Gyspot 3902 van het merk GYS.
GEBRUIKSAANWIJZING Gyspot 3902 GYS
NORM ALGEMENE INSTRUCTIES Voor het in gebruik nemen van het apparaat moeten deze instructies gelezen en goed begrepen worden. Voer geen wijzigingen of onderhoud uit die niet in de handleiding vermeld staan. Iedere vorm van lichamelijk letsel of schade, veroorzaakt door het niet naleven van de inructies in deze handleiding, kan niet ve- rhaald worden op de fabrikant van het apparaat. Raadpleeg, in geval van problemen of onzekerheid over het gebruik, een bevoegd persoon om het apparaat correct te inalleren. Bewaar deze handleiding zorgvuldig, zodat u hem kunt raadplegen in geval van vragen. Deze inructies hebben betrekking op het materiaal zoals het geleverd wordt. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebrui- ker om een risico-analyse uit te voeren, wanneer de inructies niet worden gerespecteerd. OMGEVING Dit apparaat mag enkel gebruikt worden om te lassen, en uitsluitend volgens de in de handleiding en/of op het typeplaatje vermelde inructies. De veiligheidsvoorschriften moeten gerespecteerd worden. In geval van onjui of gevaarlijk gebruik kan de fabrikant niet aansprakelijk worden geeld. De inallatie moet worden gebruikt in een of- en zuur- vrije ruimte, in afwezigheid van ontvlambaar gas of andere corrosieve subanties. Voor de opslag van deze apparatuur gelden dezelfde voorwaarden. Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik. Gebruikemperatuur : Gebruik tussen -10 en +40°C (+14 en +104°F). Opslag tussen -20 en +55°C (-4 en 131°F). Luchtvochtigheid : Lager of gelijk aan 50% bij 40°C (104°F). Lager of gelijk aan 90% bij 20°C (68°F). Hoogte : Tot 1000 m boven de zeespiegel (3280 voet).
PERSOONLIJKE BESCHERMING EN BESCHERMING VAN ANDEREN
Weerstandlassen kan gevaarlijk zijn en ernstige of zelfs dodelijke verwondingen veroorzaken. Deze techniek mag alleen door gekwaliceerd personeel uitgevoerd worden, dat een adequate opleiding (bv. een schadeherstel-opleiding) heeft genoten. Tijdens het lassen worden de individuen blootgesteld aan een gevaarlijke warmtebron en aan elektro-magnetische velden (waarschuwing voor dragers van een pacemaker), aan elektrocutie gevaar, aan lawaai en aan uitstoting van gassen. Bescherm uzelf en bescherm anderen, respecteer de volgende veiligheidsinstructies : Draag, om uzelf te beschermen tegen brandwonden en straling, droge, goed isolerende kleding zonder omslagen, brandwerend en in goede staat, die het gehele lichaam bedekt. Draag handschoenen die de elektrische en thermische isolatie garanderen. Draag een lasbescherming en/of een lashelm die voldoende bescherming biedt (afhankelijk van de lastoepassing). Bescherm uw ogen tijdens schoonmaakwerkzaamheden. Contactlenzen zijn uitdrukkelijk verboden. Soms is het nodig om het lasgebied met brandwerende gordijnen af te schermen tegen projectie en wegspattende gloeiende deeltjes. Informeer de personen in de laszone om aangepaste beschermende kleding te dragen die voldoende bescherming biedt. Gebruik een bescherming tegen lawaai als de laswerkzaamheden een hoger geluidsniveau bereiken dan de toegestane norm (dit geldt tevens voor alle personen die zich in de las-zone bevinden). De elementen die net gelast zijn zijn heet en kunnen brandwonden veroorzaken bij het aanraken. Zorg ervoor dat, tijdens onderhoudswerkzaamheden aan de klem of het pistool, deze voldoende afgekoeld zijn en wacht ten minste 10 minuten alvorens met de werkzaamheden te beginnen. De koelgroep moet in werking zijn tijdens het gebruik van een watergekoelde klem, om zo te voorkomen dat de vloeistof brandwonden veroorzaakt. Het is belangrijk om, voor vertrek, het werkgebied veilig achter te laten, om mensen en goederen niet in gevaar te brengen.Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
Dampen, gassen en stof uitgestoten tijdens het lassen zijn gevaarlijk voor de gezondheid. Zorg voor voldoende ventilatie, soms is toevoer van verse lucht tijdens het lassen noodzakelijk. Een lashelm met verse luchtaanvoer kan een oplossing zijn als er onvoldoende ventilatie is. Controleer of de zuigkracht voldoende is, en verieer of deze aan de gerelateerde veiligheidsnormen voldoet. Waarschuwing : tijdens het lassen in kleine ruimtes moet de veiligheid op afand gecontroleerd worden. Bovendien kan het lassen van materialen die bepaalde oen zoals lood, cadmium, zink, kwik of beryllium bevatten bijzonder schadelijk zijn. Ontvet de te lassen ukken alvorens met het lassen te beginnen. Het lassen in de buurt van vet of verf is verboden.
BRAND EN EXPLOSIE-RISICO
Scherm het lasgebied volledig af, brandbare oen moeten op minimaal 11 meter afand geplaat worden. Een brandblusinallatie moet aanwezig zijn in de buurt van laswerkzaamheden. Pas op voor projectie van hete onderdelen of vonken. Zelfs door kieren heen kunnen deze deeltjes brand of explosies veroorzaken. Houd personen, ontvlambare voorwerpen en containers onder druk op veilige en voldoende afand. Het lassen in containers of gesloten buizen moet worden verboden, en als ze open zijn dan moeten ze ontdaan worden van ieder ontvlambaar of explosief product (olie, brandof, gas-reen....). Slijpwerkzaamheden mogen niet worden gericht naar het lasapparaat, of in de richting van brandbare materialen. ELEKTRISCHE VEILIGHEID Het elektrische netwerk dat wordt gebruikt moet altijd geaard zijn. Een elektrische schok kan, direct of indirect, ernstige en zelfs dodelijke ongelukken veroorzaken. Raak nooit delen aan de binnen- of buitenkant van de machine aan (kabels, elektroden, armen, toortsen....) die onder spanning aan. Deze delen zijn aangesloten op het lascircuit. Koppel, voordat u het lasapparaat opent, dit los van het room-netwerk en wacht 2 minuten totdat alle condensatoren ontladen zijn. Zorg ervoor dat, als de kabels, elektroden of las-armen beschadigd zijn, deze vervangen worden door gekwaliceerde en bevoegde personen. Gebruik alleen kabels met de geschikte doorsnede. Draag altijd droge, in goede aat verkerende kleren om uzelf van het lascircuit te isoleren. Draag isolerend schoeisel, waar u ook werkt.
EMC CLASSIFICATIE VAN HET MATERIAAL
Dit Klasse A materiaal is niet geschikt voor gebruik in een woonomgeving waar de stroom wordt geleverd door een openbaar laagspanningsnet. Het is mogelijk dat er problemen ontstaan met de elektromagnetische compatibiliteit in deze omgevingen, vanwege storingen of radio-frequente straling. GYSPOT2600 / 2700 / 34.04 / 39.04 / PRO 400 Dit materiaal voldoet aan de norm CEI 61000-3-11 als de impedantie van het netwerk op het aansluitpunt met de elektrische installatie lager is dan de maximaal toegestane impedantie van het netwerk Zmax = 0,77 Ohms. GYSPOT34.02 / 39.02 /PRO 230 Dit materiaal voldoet aan de norm CEI 61000-3-11 als de impedantie van het netwerk op het aansluitpunt met de elektrische installatie lager is dan de maximaal toegestane impedantie van het netwerk Zmax = 0,84 Ohms. Dit materiaal is niet conform aan de CEI 61000-3-12 norm en is bedoeld om aangesloten te worden op private laagspanningsnetwerken, aangesloten op een openbaar netwerk met uitsluitend midden of hoogspanning. Als het apparaat aangesloten wordt op een openbaar laagspanningsnetwerk is het de verantwoordelijkheid van de installateur of de gebruiker van het apparaat om de stroomleverancier te contacteren en zich ervan te verzekeren dat het apparaat daadwerkelijk op het netwerk aangesloten kan worden. ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES Elektrische stroom die door een geleider gaat veroorzaakt plaatselijk elektrische en magnetische velden (EMF). De lasstroom wekt een elektromagnetisch veld op rondom de laszone en het lasmateriaal. De elektromagnetische velden, EMF, kunnen de werking van bepaalde medische apparaten, zoals pacemakers, veroren. Voor mensen met medische implantaten moeten veiligheidsmaatregelen in acht genomen worden. Bijvoorbeeld : toegangsbeperking voor voorbijgangers of een individuele risico-evaluatie voor de lassers. Alle lassers moeten de volgende procedures opvolgen om blootelling aan elektromagnetische raling veroorzaakt door het lassen zoveel mogelijk te beperken :
- plaats de laskabels dicht bij elkaar – bind ze indien mogelijk va;
- houd uw hoofd en uw romp zo ver mogelijk van het lascircuit af;Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
- wikkel nooit de kabels om uw lichaam;
- zorg ervoor dat u zich niet tussen de laskabels bevindt. Houd de twee laskabels aan dezelfde kant van uw lichaam;
- beveig de geaarde kabel zo dicht als mogelijk is bij de lasplek;
- voer geen werkzaamheden uit dichtbij de laszone, ga niet zitten op of leun niet tegen het lasapparaat;
- niet lassen wanneer u het lasapparaat of het draadaanvoersyeem draagt. Personen met een pacemaker moeten een arts raadplegen voor gebruik van het apparaat. Blootstelling aan elektromagnetische straling tijdens het lassen kan gevolgen voor de gezondheid hebben die nog niet bekend zijn. AANBEVELINGEN OM DE LASZONE EN DE LASINSTALLATIE TE EVALUEREN Algemene aanbevelingen De gebruiker is verantwoordelijk voor het inalleren en het gebruik van het booglasmateriaal, en moet hierbij de inructies van de fabrikant opvolgen. Als elektromagnetische oringen worden geconateerd, is het de verantwoordelijkheid van de gebruiker van de lasapparatuur om het probleem op te lossen, in samenwerking met de technische dien van de fabrikant. In sommige gevallen kan de oplossing liggen in een eenvoudige aarding van het lascircuit. In andere gevallen kan het nodig zijn om met behulp van lters een elektromagnetisch schild rondom de roomvoorziening en om het vertrek te creëren. In ieder geval moeten de oringen veroorzaakt door elektromagnetische ralingen beperkt worden tot een aanvaardbaar niveau. Evaluatie van de las-zone Voor het inalleren van de las-inallatie moet de gebruiker de mogelijke elektro-magnetische problemen in de omgeving evalueren. Daarbij moeten de volgende gegevens in acht genomen worden : a) de aanwezigheid boven, onder, of naa het lasmateriaal van andere voedingskabels, van beuringskabels, signaleringskabels of telefoonkabels; b) ontvangers en zenders voor radio en televisie; c) computers en ander beuringsapparatuur; d) essentiële beveiligingsinallaties, zoals bijvoorbeeld beveiliging van induriële apparatuur; e) de gezondheid van personen in de omgeving, bijvoorbeeld bij gebruik van pacemakers of gehoorapparaten; f) materiaal dat gebruikt wordt bij het kalibreren of meten; g) de immuniteit van overig aanwezig materiaal. De gebruiker moet zich ervan verzekeren dat alle apparatuur in de werkruimte compatibel is. Dit kan aanvullende veiligheidsmaatregelen vereisen; h) het tijdip waarop het lassen of andere activiteiten moeten plaatsvinden. De afmeting van het omliggende gebied dat in acht genomen moet worden hangt af van de ructuur van het gebouw en van de overige activiteiten die er plaatsvinden. Het omliggende gebied kan groter zijn dan de begrenzing van de inallatie. Evaluatie van de lasinallatie Naa een evaluatie van de laszone kan een evaluatie van de lasapparatuur elementen aanreiken om oringen va te ellen en op te lossen. Bij het evalueren van de emissies moeten de werkelijke resultaten worden bekeken, zoals die zijn gemeten in de reële situatie, zoals geipuleerd in Artikel 10 van de CISPR 11. De metingen in de specieke situatie, op een specieke plek, kunnen tevens helpen de eciëntie van de maatregelen te beveigen. AANBEVELINGEN VOOR METHODES OM ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES TE REDUCEREN a. Openbare spanningsnet : het lasmateriaal moet aangesloten worden op het openbare net volgens de aanbevelingen van de fabrikant. Als er oringen plaatsvinden kan het nodig zijn om extra voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals het lteren van het openbare roomnetwerk. Er kan overwogen worden om de voedingskabel van de lasinallatie af te schermen in een metalen leiding of een gelijkwaardige bescherming. Het is wenselijk de elektrische continuïteit van het omhulsel te verzekeren over de hele lengte. De bescherming moet aangekoppeld worden aan de lasroomvoeding, om er zeker van te zijn dat er een goed elektrisch contact is tussen de geleider en het omhulsel van de lasroomvoeding. b. Onderhoud van het lasapparaat : onderhoud regelmatig het lasmateriaal, en volg daarbij de aanbevelingen van de fabrikant op. Alle toegangen, service ingangen en kleppen moeten gesloten en correct vergrendeld zijn wanneer het lasmateriaal in werking is. Het lasmateriaal mag op geen enkele wijze veranderd of aangepa worden, met uitzondering van veranderingen en inellingen zoals genoemd in de handleiding van de fabrikant. c. Laskabels : De kabels moeten zo kort mogelijk zijn, en dichtbij elkaar en vlakbij of, indien mogelijk, op de grond gelegd worden d. Potentiaal-vereening : Het is wenselijk om alle metalen objecten in en om de werkomgeving te aarden. Waarschuwing : de metalen objecten verbonden aan het te lassen voorwerp vergroten het risico op elektrische schokken voor de gebruiker, wanneer hij tegelijkertijd deze objecten en de elektrode aanraakt. Het wordt aangeraden de gebruiker van deze voorwerpen te isoleren. e. Aarding van het te lassen voorwerp : wanneer het te lassen voorwerp niet geaard is, vanwege elektrische veiligheid of vanwege de afmetingen en de locatie, zoals bijvoorbeeld het geval kan zijn bij scheepsrompen of metalen ructuren van gebouwen, kan een verbinding tussen het voorwerp en de aarde, in sommige gevallen maar niet altijd, de emissies verkleinen. Vermijd het aarden van voorwerpen, wanneer daarmee het risico op verwondingen van de gebruikers of op beschadigingen van ander elektrisch materiaal vergroot wordt. Indien nodig, is het wenselijk dat het aarden van het te lassen voorwerp rechtreeks plaatsvindt, maar in sommige landen waar deze directe aarding niet toegeaan is is het aan te raden te aarden met een daarvoor geschikte condensator, die voldoet aan de reglementen in het betreende land.Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
f. Beveiliging en afscherming : Selectieve afscherming en bescherming van andere kabels en materiaal in de omgeving kan problemen verminderen. De beveiliging van de gehele laszone kan worden overwogen voor speciale toepassingen.
TRANSPORT EN VERVOER VAN DE LASSTROOMVOEDING
De lasstroombron is uitgerust met één handvat waarmee het apparaat met de hand gedragen kan worden. Let op : onderschat het gewicht niet. De handvat mogen niet worden gebruikt om het apparaat aan omhoog te hijsen. Gebruik de kabels niet om de lasroombron te verplaatsen. Til nooit het apparaat boven personen of voorwerpen.
INSTALLATIE VAN HET MATERIAAL
- Zorg dat er voldoende ruimte is om de machine te ventileren en om toegang te hebben tot het controlepaneel.
- Niet geschikt voor gebruik in een ruimte waar roomgeleidend metaalof aanwezig is.
- Om oververhitting te voorkomen moeten de voedingskabels, verlengsnoeren en laskabels helemaal afgerold worden. De fabrikant kan niet verantwoordelijk gehouden worden voor lichamelijk letsel of schade aan voorwerpen veroorzaakt door niet correct of gevaarlijk gebruik van dit materiaal. ONDERHOUD / ADVIES
- De gebruikers van dit apparaat moeten een adequate opleiding hebben gevolgd, zodat ze deze machine optimaal kunnen gebruiken (bijvoorbeeld een opleiding tot carrosserie technicus).
- Alvorens een voertuig te repareren, moet geverieerd worden of de fabrikant van het voertuig de gebruikte lastechniek toestaat.
- Het onderhoud en de reparatie van de generator mogen alleen door de fabrikant uitgevoerd worden. Iedere vorm van onderhoud op deze generator uitgevoerd door derden zal de garantievoorwaarden nietig verklaren. De fabrikant kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor ieder incident dat zich voordoet nadat het apparaat door derden onderhouden is.
- Haal de ekker uit het opcontact om de elektriciteitsvoorziening te onderbreken, en wacht twee minuten alvorens werkzaamheden op het apparaat te verrichten. De spanning en de roomerkte binnen het toeel zijn hoog en gevaarlijk.
- Al het lasmateriaal is aan slijtage onderhevig. Let er op dat uw lasgereedschap schoon blijft, zodat het apparaat maximaal functioneert.
- Controleer, voor u het piool gebruikt, de aat van de verschillende onderdelen (er, elektrode, koolof elektrode...........), maak ze indien nodig schoon, of vervang ze als ze in slechte aat zijn.
- De kap regelmatig afnemen en met een blazer ofvrij maken. Maak van deze gelegenheid gebruik om met behulp van geïsoleerd gereedschap ook de elektrische verbindingen te laten controleren door gekwaliceerd personeel.
- Controleer regelmatig de aat van de voedingskabel en de aat van de kabel van het lascircuit. Als er slijtage zichtbaar is moeten ze vervangen worden door de fabrikant of diens after-sales dien, of door een gelijkwaardig gekwaliceerd technicus, om zo ieder risico op ongelukken te voorkomen.
- Laat de ventilatieopening vrij zodat de lucht gemakkelijk kan circuleren. HANDLEIDING ALGEMENE OMSCHRIJVING Deze apparaten zijn ontworpen voor het uitvoeren van de volgende carrosserie-werkzaamheden : Het verwijderen van deuken ; het lassen van nagels, klinknagels, ringen, bouten en sierlijsten ; het verwijderen van inslag ; het oprekken van plaatwerk. Deze apparaten zijn niet geschikt voor het assembleren van metalen platen. De apparaten worden geleverd met de volgende accessoires : Accessoires 2600
Aparte kabel voor piool
Manual Quick Gun Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
ELEKTRISCHE VOEDING - GYSPOT 2600 / 2700 / 34.02 / 39.02 / Pro 230 : Dit materiaal wordt geleverd met een 16 A aansluiting type CEE7/7, en mag alleen gebruikt worden in combinatie met een 230 V enkelfase elektrische installatie (50 - 60 Hz) met drie kabels waarvan één neutrale geleider. ((Zmax 39.02 / 34.02) = 0.84Ω) & (Zmax 2600 / 2700) = 0.77Ω)) - GYSPOT 34.04 / 39.04 / Pro 400 : Dit materiaal wordt geleverd met een 16 A aansluiting type CEE7/7, en mag alleen gebruikt worden in combinatie met een 400 V enkelfase elektrische installatie (50 - 60 Hz) met drie kabels waarvan één neutrale geleider. (Zmax = 0.77Ω) De permanente geabsorbeerde stroom (I1p of ILp) zoals vermeld in het gedeelte « elektrische eigenschappen » van deze handleiding is van toepassing bij optimale gebruiksomstandigheden. Controleer of de stroomvoorziening en de beveiligingen (netzekering en/of hoofdschakelaar) compatibel zijn met de elektrische stroom die nodig is voor gebruik. In sommige landen kan het nodig zijn om de elektrische aansluiting aan te passen om het toestel optimaal te kunnen gebruiken. Waarschuwing : Als door gebruik van dit apparaat de beveiliging van de elektrische installatie wordt geactiveerd, controleer dan het kaliber en het type schakelaar en de gebruikte zekeringen. TECHNISCHE SPECIFICATIES
- Sluit het apparaat aan op een daarvoor geschikt stroomnet.
- Koppel het pistool aan met behulp van de daarvoor bestemde aansluiting. Let op : Pro 230 en Pro 400 beschikken, naast een stroomaansluiting, ook over een aansluiting voor een afstandsbediening via de trekker : - Sluit deze aan als u wilt opstarten met behulp van de trekker. - Koppel deze af, als u de generator wilt gebruiken om automatisch op te starten (Zie hoofdstuk GE- BRUIK)Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
- De display en de lampjes gaan kort branden, en het apparaat toont : - Het gereedschap
, standaard n°1 (lassen met ster-schijven of gebruik slaghamer). - Niveau vermogen
, standaard n°5 (instelling geschikt voor stalen plaatwerk van 0,8mm).
- Druk op de toetsen + of –
. voor meer of minder vermogen. Wanneer u één van deze toetsen ingedrukt houdt, zult u de verschillende vermogensniveau’s automatisch voorbij zien komen.
- De verschillende vermogensniveaus maken het mogelijk plaatwerk van variabele diktes te herstellen (g. IV-
- Druk op de toets «keuze gereedschap»
om het type gereedschap op de pistool te vervangen. Het display dat het nummer van het gereedschap toont zal 5 seconden gaan knipperen. Tijdens deze 5 seconden is het mogelijk om het nummer te wijzigen door op de toetsen + of - te drukken (
Beschikbaar gereedschap (g. IV-
Herstelwerkzaamheden, met behulp van de sla- ghamer, ster-schijven of slagtrekker. 5 Lassen van klinknagels voor stootlijsten
Lassen van wave-draad of trek-ogen, voor hers- telwerkzaamheden. 6 Lassen van ringen om de massa te bevestigen.
Wegwerken van deuken met een speciaal koperen mondstuk.
Lassen van bouten, voor het bevestigen van de massa voertuigen en verbindingskabels
Koolstof-elektrode voor herstelwerkzaamheden. B - Gyspot 2600 / 2700 / 34.02 / 34.04
- Sluit het apparaat aan op een geschikte netvoeding.
- De GYSPOT 2600/2700/34.02/34.04 kan worden opgestart door aan de draaiknop te draaien (het apparaat kan weer in de standby positie gezet worden door de draaiknop op «O» te draaien). (
- Kies de gebruiksmodus met behulp van de draaiknop : - Werkbereik 7 (links) : het lassen van ster-schijven of ringen om plaatwerk recht te trekken. - Werkbereik 8 (hoog) : lassen van wave staaldraad, ideaal voor afgeronde zones plaatwerk. - Werkbereik 9 (rechts) : Wegwerken van deuken met een speciaal koperen mondstuk.
- Draai, voor het verkrijgen van meer of minder vermogen, de draaiknop op de gewenste stand, binnen het geko- zen bereik. GEBRUIK
Gyspot Pro 230 / Pro 400 De Gyspot Pro 230 en Pro 400 beschikken over 2 opstart-systemen : - handmatig, met behulp van de trekker, (stroomaansluitingen en afstandbediening aangesloten) - automatisch : zie deel hierboven. (Alleen de stroomaansluiting aangesloten) Sluit, in de handmatige modus, de stroomaansluiting en de aansluiting van de afstandsbediening van de trekker aan. In de handmatige modus functioneert de automatische modus niet meer, alleen met een druk op de trekker kan gepuntlast worden. Met de schakelaar kan de trekker van het pistool geactiveerd of gedeactiveerd worden. GYSPOT 2600 / 39.02 / 39.04 / Pro 230 / Pro 400 met uitgeschakelde trekker Het apparaat beschikt over een automatisch startsysteem voor het puntlassen. De lasgenerator zal automatisch het elektrische contact herkennen en binnen 1 seconde een laspunt realiseren. Om een 2e punt te realiseren moet het contact aan het uiteinde van het pistool minimaal ½ sec verbroken worden. Daar- na moet opnieuw contact gemaakt worden. Gyspot 2700 / 34.02 / 34.04 Deze lasgenerator is uitgerust met een pistool met trekker, voor het handmatig uitvoeren van lasoperaties. Met behulp van een schakelaar kan de functie «graet potlood» (knop 10) geactiveerd worden. De draaiknop beschikt over 2 werk-bereiken, afhankelijk van de positie van knop 10 : Een bereik voor het graet potlood en een bereik voor andere hulpstukken. Wanneer, bij het aanzetten van het apparaat, het gele «STOP» ledlampje iedere ½ seconde knippert, betekent dit dat de trekker van het pistool ingedrukt is gebleven of dat de kabel van de trekker defect is.Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
- Koppel de massaklem van de generator aan op het te herstellen plaatwerk, volgens de volgende stappen : - plaats de massaklem zo dicht mogelijk bij de plek van de werkzaamheden. - sluit het niet aan op een afgescheiden stuk plaatwerk (Bijvoorbeeld : de massaklem niet aansluiten op een portier wanneer op motorkap van het voertuig gewerkt wordt) - schuur grondig het plaatwerk op de plek van de verbinding
- Schuur het plaatwerk dat u gaat bewerken.
- Plaats één van de meegeleverde hulpstukken op het uiteinde van het pistool
- Kies het juiste hulpstuk en vermogen (zie gedeelte opstarten en instellen)
- Breng het hulpstuk van het pistool in contact met het te lassen plaatwerk.
- Realiseer uw laspunt. Waarschuwing : Voor het optimaal functioneren wordt aangeraden de origineel meegele- verde massakabel en pistool te gebruiken
THERMISCHE BEVEILIGING VAN DE GENERATOR
Het apparaat is uitgerust met een automatische thermische beveiliging. Dit systeem blokkeert de generator enkele minuten bij te intensief gebruik. In dit geval gaat het gele thermische beveiligingslampje branden (g. III-
GARANTIE De garantie dekt alle gebreken en fabricagefouten gedurende twee jaar vanaf de aankoopdatum (onderdelen en ar- beidsloon). De garantie dekt niet :
- Alle overige schade als gevolg van vervoer.
- De gebruikelijke slijtage van onderdelen (Bijvoorbeeld : kabels, klemmen, enz.).
- Incidenten als gevolg van verkeerd gebruik (verkeerde elektrische voeding, vallen, ontmanteling).
- Gebreken ten gevolge van de gebruiksomgeving (vervuiling, roest, stof). In geval van storing moet het apparaat teruggestuurd worden naar uw distributeur, samen met: - Een gedateerd aankoopbewijs (betaalbewijs, factuur ...). - Een beschrijving van de storing.Traduzione delle istruzioni originali
SimpelGids