Powerduction 220LG - Fornuis GYS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Powerduction 220LG GYS in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Powerduction 220LG GYS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Powerduction 220LG - GYS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Powerduction 220LG van het merk GYS.
GEBRUIKSAANWIJZING Powerduction 220LG GYS
Deze handleiding bevat belangrijke aanwijzingen voor het gebruik van uw apparaat en de veiligheidsmaatregelen die in acht moeten worden genomen.
Leest u deze handleiding aandachtig door alvorens het apparaat in gebruik te nemen, en bewaar de handleiding vervolgens als naslagwerk.
Voor het in gebruik nemen van dit apparaat moeten deze instructies zorgvuldig gelezen en goed begrepen worden.
Voer geen onderhoud of wijzigingen uit die niet in de handleiding vermeld staan.
Iedere vorm van lichamelijk letsel of schade, veroorzaakt door het niet naleven van de instructies in deze handleiding, zal niet verhaald kunnen worden op de fabrikant van het apparaat.
Raadpleeg, in geval van problemen of onzekerheid over het gebruik, een gekwalificeerd en bevoegd persoon, die u kan helpen het apparaat correct te gebruiken.
Dit apparaat mag uitsluitend gebruikt worden voor het verhitten van ijzerhoudende materialen, en enkel met inachtneming van de beperkingen en instructies zoals die vermeld staan op het apparaat en in de handleiding. De veiligheidsvoorschriften moeten gerespecteerd worden. In geval van onjuist of gevaarlijk gebruik kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld.
OMGEVING
Gebruikstemperatuur :
Gebruik tussen -10 en +40°C (+14 en +104°F).
Opslag tussen -25 en +55°C (-13 en 131°F).
Luchtvochtigheid :
Lager of gelijk aan 50% bij 40°C (104°F).
Lager of gelijk aan 90% bij 20°C (68°F).
Hoogte :
Tot 1000 m boven het niveau van de zeespiegel (3280 voet).
PERSOONLIJKE BESCHERMING EN BESCHERMING VAN ANDEREN
Het verhitten met de inductie-methode kan gevaarlijk zijn en ernstige of zelfs dodelijke verwondingen veroorzaken.
Inductieverwarming stelt personen bloot aan een bron van warmte, elektromagnetische velden en lichtstraling die gevaarlijk kan zijn.
Bescherm uzelf en bescherm anderen, respecteer de volgende veiligheidsinstructies :






- Om de aanwezige personen te beschermen tegen optische straling en tegen wegspattende metaaldeeltjes moeten deze een lashelm of een beschermende bril tint 5 dragen.
- Draag, om uzelf te beschermen tegen brandwonden en straling, droge, goed isolerende kleding zonder omslagen, brandwerend en in goede staat, die het gehele lichaam bedekt.
- Draag geen kleding met metalen sluitingen, metalen knopen, of een ander metalen onderdelen.
- Draag handschoenen die de elektrische en thermische isolatie garanderen.
- Het apparaat mag niet worden gebruikt door dragers van metalen implantaten.
- Dragers van metalen implantaten moeten op minimaal één meter afstand van het apparaat blijven wanneer dit in werking is.
- Risico op storing van het functioneren van pacemakers in de buurt van het apparaat.
- Het apparaat mag niet worden gebruikt door dragers van metalen implantaten.
- Dragers van metalen implantaten moeten op minimaal één meter afstand van het apparaat blijven wanneer het in werking is.
- Zorg ervoor dat sieraden (vooral trouwringen) of metalen onderdelen (sleutels, horloge) tijdens de werking niet in de buurt van het inductiesysteem en de inductor komen.
- Verwijder alle sieraden en andere metalen voorwerpen van uw lichaam voordat u deze apparatuur gebruikt.
De opwarm-procedure door inductie verhoogt de temperatuur van het metaal zeer snel!
- Raak de opgewarmde onderdelen en de inductor niet met blote handen aan.
- Wacht tot de onderdelen en het apparaat afgekoeld zijn alvorens ze aan te raken.
- Bij brandwonden, grondig en met veel water afspoelen en onmiddellijk een arts raadplegen.
BRAND EN EXPLOSIE-RISICO




- Plaats het apparaat niet op of nabij brandbare oppervlaktes.
- Plaats het apparaat niet dichtbij ontvlambare of oxiderende stoffen.
- Verwarm geen containers, houders, of leidingen op waarin ontvlambare stoffen (vloeibaar of in gasvorm) zitten of hebben gezeten.
- De onderdelen en de hechtmiddelen niet oververhitten.
- Gebruik, bij het ontstaan van brand, een brandblusser of een blusdeken.
- Gebruik het apparaat niet in een explosie-gevaarlijke omgeving.
- Verhit geen houders onder druk.
- Houd AIRBAGS, spuitbussen en andere houders onder druk ver verwijderd van deze inductie-apparatuur.
- Houd uw hoofd verwijderd van rook, adem de dampen niet in.
- Wanneer er binnen gewerkt wordt, moet de werkruimte goed worden geventileerd en/of moet er een luchtafzuigsysteem worden gebruikt om dampen en gassen te evacueren.
- Verwarming door inductie van sommige materialen, hechtmiddelen en vloeistoffen kan dampen en gassen produceren. Het inademen van deze dampen en gassen kan gevaarlijk zijn voor uw gezondheid. Bijvoorbeeld : het opwarmen van urethaan doet het gas waterstofcyanide vrijkomen, dat dodelijk kan zijn voor mensen.
- Gebruik, wanneer er onvoldoende ventilatie is, een goedgekeurde adembescherming.
- Lees de hygiënevoorschriften en de veiligheidsinstructies (MSDS) van de fabrikanten van de hechtmiddelen, vloeistoffen, metalen, verbruiksartikelen, coatings, reinigingsmiddelen en afbijtmiddelen die u gebruikt.
- Er mag alleen in beperkte ruimtes gewerkt worden als deze voldoende geventileerd worden, of wanneer er een goedgekeurde adembescherming gebruikt wordt. Er moet altijd toezicht gehouden worden door een gekwalificeerd persoon. De dampen en de gassen die vrijkomen tijdens het opwarmen kunnen de zuurstof in de lucht vervangen en een ongeluk of de dood veroorzaken. Verzekert u zich ervan dat de ingeademde lucht van goede kwaliteit is.
- Onderdelen die ontvet worden of onderdelen die worden gespoten mogen niet worden verhit. Het opwarmen kan een reactie met de dampen veroorzaken en zeer giftige en irriterende gassen doen ontstaan.
- Metalen zoals gegalvaniseerd staal, bekleed met lood of cadmium, mogen alleen verwarmd worden nadat deze bekleding verwijderd is van het te verwarmen oppervlak, wanneer de werkplek voldoende geventileerd wordt en als er, indien nodig, met een goedgekeurde adembescherming wordt gewerkt. Gietijzer en alle overige metalen die deze elementen bevatten kunnen giftige gassen vrijgeven als ze worden oververhit. Raadpleeg de MSDS voor informatie over de temperaturen.
ELEKTROMAGNETISCHE STRALING


- Wanneer het inductie-apparaat in werking is komt er onzichtbare elektro-magnetische straling vrij.
- Het apparaat is dusdanig ontworpen dat de risico's, veroorzaakt door elektromagnetische velden, tot het minimum beperkt worden.
- Er moet een afstand van minimaal 30 cm tussen de inductor en het hoofd en de romp van de gebruiker bewaard worden.
- De inductor moet uitsluitend georiënteerd worden naar de metalen onderdelen die opgewarmd moeten worden.
- Wikkel nooit de kabels rond uw lichaam.
OPTISCHE STRALING

- Risico optische straling wanneer verhitte metalen elementen een smeltpunt bereiken.
- De optische stralingen kunnen schadelijk zijn voor ogen en huid.
RISICO ELEKTRISCHE SCHOKKEN

Een elektrische schok kan, direct of indirect, ernstige en zelfs dodelijke ongelukken veroorzaken.

| 110LG / 160LG / 220LG400 V | • Het apparaat is een «klasse I» apparaat, en mag alleen worden gebruikt in combinatie met een 400V (50/60 Hz) driefasen elektrische installatie met vier draden waarvan één geaard. |
| 110LG / 160LGUL-norm | • Het apparaat is een «klasse I» apparaat, en mag alleen worden gebruikt in combinatie met een 208-240V (50/60 Hz) driefasen elektrische installatie met vier draden waarvan één geaard. |
- De maximaal geabsorbeerde stroom (I1) bij gebruik in optimale omstandigheden wordt aangegeven op het materiaal. Controleer of de stroomvoorziening en de bijbehorende beveiligingen (netzekering en/of hoofdschakelaar) geschikt zijn voor de stroom die nodig is voor het gebruik van dit apparaat.
- De aarding van het apparaat mag niet worden onderbroken of afgekoppeld worden (bijvoorbeeld door het aansluiten van een verlengsnoer).
- Het apparaat niet gebruiken als de voedingskabel, de stekker of de inductor beschadigd zijn.
- Gebruik de inductor niet wanneer het regent of op vochtige of natte metalen onderdelen.
EMC CLASSIFICATIE VAN HET MATERIAAL


220LG alleen
110LG / 160LG
- Deze apparaten (klasse A _r ,Groep 2) zijn bestemd voor industrieel gebruik, en zijn niet geschikt voor gebruik in woonwijken, waar de stroom wordt geleverd door een openbaar laagspanningsnet. Het is mogelijk dat er problemen ontstaan met de elektromagnetische compatibiliteit in deze omgevingen, vanwege storingen of radio-frequente straling.
- Dit materiaal voldoet aan de CEI 61000-3-12 norm, op voorwaarde dat het kortsluitvermogen Ssc hoger is of gelijk is aan 7.6 MVA op het punt van de aansluiting van de voeding van de gebruiker en het publieke distributienetwerk. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de installateur of de gebruiker van het apparaat, indien nodig na raadpleging van de beheerder van het distributienetwerk, om ervoor te zorgen dat de apparatuur uitsluitend aangesloten wordt aan een voeding met een kortsluitvermogen Ssc hoger of gelijk aan 7.6 MVA.
- Dit materiaal is niet conform aan de CEI 61000-3-12 norm en is bedoeld om aangesloten te worden op private laagspanningsnetwerken, aangesloten op een openbaar netwerk met uitsluitend midden of hoogspanning. Als het apparaat aangesloten wordt op een openbaar laagspanningsnetwerk is het de verantwoordelijkheid van de installateur of de gebruiker van het apparaat om de stroomleverancier te contacteren en zich ervan te verzekeren dat het apparaat daadwerkelijk zonder risico op het betreffende netwerk aangesloten kan worden.
- Dit materiaal voldoet aan de norm CEI 61000-3-11.
ONDERHOUD / ADVIES

- Het onderhoud kan alleen door gekwalificeerd personeel uitgevoerd worden. We raden u aan een jaarlijkse onderhoudsbeurt uit te laten voeren.
- Waarschuwing ! Haal altijd eerst de stekker uit het stopcontact voor u werkzaamheden op het apparaat verricht. De spanning en de stroom binnenin het apparaat zijn hoog en gevaarlijk.
- Regelmatig de kap afnemen en met een blazer stofvrij maken. Maak van de gelegenheid gebruik om, met geïsoleerd gereedschap, ook de elektrische verbindingen te laten controleren.
- Gebruik nooit oplosmiddelen of andere agressieve reinigingsmiddelen
-
Reinig de oppervlaktes van het apparaat met een droge doek.
-
Als de voedingskabel of de inductor beschadigd zijn, moeten deze vervangen worden door de fabrikant, zijn after-sales dienst of een gelijkwaardig gekwalificeerde technicus, om ieder risico op ongelukken te vermijden.
- Als de interne zekering is gesmolten, moet deze vervangen worden door de fabrikant, zijn reparatie dienst of een gelijkwaardig gekwalificeerd persoon, om zo ieder risico te vermijden.
- Houd de openingen van de ventilator vrij. Raadpleeg het gedeelte «installatie» alvorens het apparaat in gebruik te nemen.
- Houd ten minste een ruimte van 50 cm rondom het apparaat vrij.
TRANSPORT
- Gebruik de voedingskabel of de toorts niet om het apparaat te verplaatsen. Het apparaat moet in verticale positie verplaatst worden.
- De handvatten zijn niet bedoeld om het apparaat aan omhoog te hijsen.
REGELGEVING

- Het apparaat voldoet aan de Europese richtlijnen,
- De verklaring van overeenstemming is beschikbaar op onze internet site (zie omslag).
- EAC (Euraziatische Economische Gemeenschap) merkteken van overeenstemming

- Materiaal in overeenstemming met de Britse richtlijnen.
- De Britse verklaring van overeenstemming kunt u downloaden van onze website (zie omslag).
- Dit apparaat voldoet aan de Marokkaanse normen.
- De C_ (CMIM) verklaring van overeenstemming is beschikbaar op onze internet site.
AFVALVERWERKING

- Afzonderlijke inzameling vereist. Apparaat niet weggooien met het huishoudelijk afval.
- Product recyclebaar, niet bij het huishoudelijk afval gooien.
- Afzonderlijke inzameling vereist. Gooi dit produkt niet bij het huishoudelijk afval.
PRODUCT IDENTIFICATIE
Aan de achterzijde van het product bevindt zich een naamplaatje met de volgende informatie:
- Naam en adres van de fabrikant
- Productie datum
- Model
- Type product
• Voedingsspanning
Deze gegevens moeten vermeld worden bij iedere technische interventie, en bij het bestellen van onderdelen.
PRODUCT GEGEVENS
| 110LG 160LG 220LG | |||||
| Nominale ingangsspanning 208-240 V 400 V 208-240 V 400 V | |||||
| Nominale frequentie 50 Hz - 60 Hz | |||||
| Aantal geleiders 3 fasen + Aarde | |||||
| Nominale ingangsstroom 32 A 16 A 45 A 29 A 32 A | |||||
| Nominaal ingangsvermogen 11 000 W 16 000 W 22 000 W | |||||
| Verwerkingsfrequentie | 20-60 kHz microprocessorgestuurd. | ||||
| Nominaal uitgangsvermogen | 5 500 W | 8 000 W | 11 000 W | ||
| Lengte stroomkabel | 5 m | 4 m | |||
| Lengte van de lans | 4 m | 6 m | 6 m / 10 m | ||
| Tankinhoud | 7 litres | 30 litres | |||
| Koelvloeistof | Speciaal laskoelmiddel (ref. 052246) | ||||
| Beschermingsklasse | IP 21 | ||||
| Afmetingen (cm) | 88 x 60 x 60 cm | 118 x 80 x 60 | |||
| Gewicht (kg) | 86 | 80 | 146 | 136 | 141 |
| Interne zekering | T5A - 250VAC - 6.3x32 | T2.5A - 500VAC - 6.3x32 | T5A - 250VAC - 6.3x32 | T2.5A - 500VAC - 6.3x32 | |
| 1 | Knop «toestemming opwarmen» |
| 2 | Hoofdschakelaar |
| 3 | Indicatielampje opwarmingsvermogen (110LG : 1 kW – 11 kW, 160LG : 1 kW – 16 kW 220LG : 2 kW – 22 kW). |
| 4 | Knoppen voor het instellen van het verwarmingsvermogen of keuze van de temperatuur-eenheid |
| 5 | Temperatuur koelvloeistof en advies |
| 6 | Lampje storing generator of inductor |
| 7 | Alarm-lampje koelcircuit |
| 8 | Lampje thermische beveiliging van de generator of van het koelcircuit |
| 9 | Lampje modus vervangen inductor |
| 10 | Aan/uit knop modus vervangen inductor |
| 11 | Lansknop : activeert het opwarmen |
| 12 | LED lampje verwarmingspunt |
| 13 | Inkeping voor sleutel 36 mm. |
| 14 | Inkeping voor sleutel 27 mm. |
| 15 | Adapter |
| 16 | Inductor |
| 17 Pneumatische pedaalaansluiting |
| 18 USB herprogrammeringsaansluiting |
| 19 Aansluiting voor buitentemperatuurregeling (160LG) |
| 20 Pneumatisch pedaal |
De POWERDUCTION 110LG (behalve 208-240V) wordt geleverd met een netsnoer van 5 m voorzien van een 16 A, 5-polig geaard stopcontact. De POWERDUCTION 160LG / 220LG (behalve 208-240V) wordt geleverd met een netsnoer van 4 m voorzien van een 32A, 5-polig geaard stopcontact.
- Wanneer het apparaat opgesteld is, moet de lans op de houder worden geplaatst. Schroef de inductor en de knop van het reservoir los.
- Vul het reservoir met speciaal laskoelmiddel aan het maximum niveau (30 l / 7 l).
- Neem de lans en plaats deze bij de tankinlaat of boven de vulbus.
- Sluit het apparaat aan op de netspanning. Zet de schakelaar (1) op aan.
- Het apparaat start en schakelt automatisch over op Error 6/7 («E-6» of «E-7»).
- Druk 2 keer op de knop «vervangen van onderdelen» (10). De zuiveringscyclus duurt 5 seconden en wordt aangegeven door een looplichtje op de display. Een dubbel piepsignaal geeft het eind van de cyclus aan.
- Zodra de vloeistof uit de lans komt, de lans stoppen door een druk op de lansknop, de knop «toestemming opwarmen» of de knop «vervangen van onderdelen». Of : wacht totdat « E-6 » getoond wordt. Als Error 7 wordt getoond : opnieuw beginnen vanaf stap 6 (Max 5 keer, zie correctie storing E-7).
- Schroef de inductor met de hand aan.
- Druk twee keer op de knop «vervangen van onderdelen». De zuiveringscyclus duurt 5 seconden en wordt aangegeven door een looplichtje op de display. Een dubbel piepsignaal geeft het eind van de cyclus aan.
- De temperatuur van de koelvloeistof en het gewenste vermogen worden aangegeven.
- Vul indien nodig de koelvloeistof bij.
- Herplaats de knop van het reservoir. Het apparaat is klaar om te gebruiken.
Correctie storing E-7
Controleer, wanneer het probleem aanhoudt, of de pomp correct werkt, en of de kabel niet afgeknepen wordt of verstopt is. Na het uitvoeren van 5 zuiveringscycli zonder resultaat kunt u :
- De lans boven het apparaat houden, zodat de waterbellen kunnen wegspoelen en de pomp beter op kan starten.
- Het apparaat ongeveer 30° naar de kant van de lans over laten hellen.
- Het is mogelijk om in het uiteinde van de lans te blazen. Gebruik een blazer met een doek om af te schermen, en vermijd wegspatten.
- Herstart één of twee cycli na ieder gebruik.
Controleer, wanneer het probleem aanhoudt, of de pomp correct werkt en of de kabel niet afgeknepen wordt of verstopt is.
GEBRUIKSINSTRUCTIES
- Draai de hoofdschakelaar (1) op de ON stand.
Het apparaat begint de opstartfase (duur 2 seconden). - Druk op de knop «toestemming opwarmen» (2) beschreven op pagina 7. Het lampje op knop (2) en het LED lampje op de lanshouder (12) gaan branden, en geven aan dat het apparaat klaar is om op te warmen.
- Leg de inductor (13) plat op het op te warmen (deel van het) werkstuk (plaats het open deel van de ferriet tegen het op te warmen werkstuk).
- Druk op de knop (11) op de lans of op het pneumatische pedaal om de verwarming te starten; beweeg indien nodig de spoel om een groter oppervlak te verwarmen. Twee indicatoren geven aan dat de verwarming actief is:
- De helderheid van de LED die de spoel (12) verlicht, neemt af
- Het indicatorlampje voor het minimumvermogen op de indicator voor het verwarmingsvermogen (3) knippert snel (in de HI-modus knipperen zowel de min- als max-lampjes).

Warm niet te lang dezelfde plek op (enkele seconden voldoen, afhankelijk van de dikte), het oppervlak kan anders gaan smelten.
- Het is mogelijk om de vermogensinstellingen te wijzigen tijdens het opwarmen.

De verwarmingssetwaarde kan op Hi worden ingesteld. Het vermogen is identiek aan de 100% modus maar de Powerduction gedraagt zich anders:
- Bij 100%: hij draagt het deel rood en behoudt het juiste vermogen voor een paar seconden voordat hij langzaam zijn maximale vermogen bereikt.
-
In de Hi-modus: het maximale vermogen wordt bereikt, ongeacht de toestand van de te verwarmen ruimte. Blijf zeer waakzaam, de verwarming is sterk en snel en kan het onderdeel beschadigen zonder controle over deze modus.
-
De display geeft voortdurend de temperatuur van de koelvloeistof aan (max 60°C/140°F).
- Tijdens de opstartfase functioneren de pomp en de ventilator van het koelcircuit enkele seconden, om de correcte werking te testen.
- Laat na afloop van het opwarmen het koelcircuit de inductor afkoelen, alvorens het apparaat uit te schakelen.
- De eenheid voor temperatuur van de koelvloeistof kan gewijzigd worden door het ingedrukt houden van de twee afstelknoppen (4), tot de gewenste eenheid verschijnt (" -F-" = Fahrenheit / " -C- " = Celsius). Bij het loslaten van de knoppen is de wijziging direct van kracht en wordt deze opgeslagen.

Het apparaat is dusdanig ontworpen dat de risico's, veroorzaakt door elektromagnetische velden, tot het minimum beperkt worden. Overige risico's blijven bestaan en het wordt aanbevolen om een minimale veiligheidsafstand van 30 cm te bewaren tussen de inductor en het hoofd en de romp van de gebruiker.
Standby-stand
Vanwege veiligheidsredenen schakelt het apparaat zelf, na 5 minuten non-actief te zijn geweest, de functie «toestemming opwarmen» uit. Het groene lampje «toestemming opwarmen» en het LED lampje van de lanshouder gaan uit. Druk, om de generator weer op te starten, op de knop «toestemming opwarmen» (2), of houd de knop van de lans (11) 1 seconde lang ingedrukt.
Deze functie wordt gedeactiveerd nadat de generator 20 minuten non-actief is geweest.
Het is zo mogelijk in werkpositie te blijven, zonder dat men zich naar de generator hoeft te begeven.
CORRECT GEBRUIK VOOR EEN LANGERE LEVENSDUUR VAN DE INDUCTOR
Het verhitte metaal straalt een zeer intense warmte uit naar de inductor. De inductor wordt dus blootgesteld aan bijzonder hoge temperaturen. Wanneer het metaal donkerrood is, is de temperatuur lager dan 850°C. Wanneer het metaal helder rood / oranje wordt, is de temperatuur hoger dan 1000°C. Wanneer het metaal wit van kleur wordt, is de temperatuur hoger dan 1200°C (het kleurenbalkje hieronder is terug te vinden in kleur in de handleiding op onze internet site).
600 °C 900 °C 1300 °C
Om de levensduur van de inductor te verlengen is het belangrijk dat de temperatuur ervan rond de 850°C wordt gehouden. Tevens moet worden voorkomen dat de inductor langdurig opgewarmd wordt.
De ferrietkern in de inductor heeft een uitzettingscoëfficiënt die hoger is dan die van het mechanische omhulsel. Het excessief opwarmen van de inductor zal een wijziging in de ferrietkern teweegbrengen. De gebruiker moet te allen tijde voorkomen dat de temperatuur van de inductor te hoog oploopt.

Hieruit volgt dat de inductor, of alleen de ferrietkern wanneer deze gedemonteerd kan worden slijtonderdelen zijn, waarop geen garantie van toepassing is.
ALARMLAMPJES
- Lampje (6) geeft een storing van de inductor of de generator aan.
- Lampje (7) geeft een storing in de aanvoer van het koelcircuit aan.
- Lampje (8) geeft aan dat het voedingsblok in thermische beveiliging is gesteld, of dat de hoogste limiet van de temperatuur van de koelvloeistof bereikt is dat is 60°C/140°F.
Wacht tot het lampje uit is, het apparaat kan weer opgestart worden.
Display 5 geeft error code :
| Code défaut | Raison | |
| E - 1 | Knop «toestemming opwarmen» (2) blijft ingedrukt. | Kortsluiting of mechanisch geblokkeerd. |
| E - 2 Lanceringsknop blijft ingedrukt (11). Kortsluiting of mechanisch geblokkeerd. | ||
| E - 3 | Knoppen van toetsenbord blijven ingedrukt (9) en (11). | Kortsluiting of mechanisch geblokkeerd. |
| E - 4* | Intensiteit inductor te hoog of niet verenigbaar. | Defecte lans of kortsluiting inductor. |
| E - 5* Intensiteit inductor te zwak. Inductor slecht aangedraaid of defecte lans. | ||
| E - 6 | Te hoge toevoer >6l/min. | Slang geperforeerd of afwezigheid inductor. |
| E - 7 Te zwa kke toevoer <4l/min. | Slang afgeknepen of verstopt, de pomp functioneert niet. | |
| E - 8* Interne storing. Besturingskabels losgekoppeld. | ||
| E - 9 Default netwerk voltage. De netspanning te laag. | ||
| E - 10 Fout bij het aansluiten aan de netspanning. | Het pneumatisch pedaal was geactiveerd tijdens het aanschakelen van het apparaat. | |
| E - 11 Meetfout temperatuur-regulering. Temperatuur-sensor niet aangesloten of kortsluiting. | ||
| E - 12 Meetfout temperatuur-regulering. Foutief geplaatste temperatuursensor. | ||
| E - 13 | De temperatuur evolueert niet tijdens het opwarmen. | De temperatuur-sensor is niet correct gepositioneerd. |
| E - 14 Stroomuitval | Het pneumatische voetpedaal is actief bij het inschakelen wanneer de Powerduction Heat Controller op het product is aangesloten. | |
| --- Storing vermogensrelais. Kabel is niet aangesloten. | ||
| [IMAGE] | Afwezigheid van fase. | Ontkoppelde fase in stopcontact / product of zekering / schakelaar buiten gebruik |
| *In geval van de storingen E-4, E-5 en E-8 : start het apparaat opnieuw, nadat u de storing heeft verholpen. | ||
| Error code E5Probleem met de inductieschroef :(controleer de schroeven, let op dat u ze niet te vast aandraait!) | Error code E6Stroomfouten zie pagina 6, 7 & 13 | Error code E7Stroomfouten zie pagina 6, 7 & 13 |
![]() | ![]() | ![]() |
NB : Bij alarm warmt het apparaat niet op.
Het apparaat is uitgerust met meerdere elektronische beveiligingssystemen, ter voorkoming van elektrische overbelasting en ter bescherming van het koelsysteem. Om het apparaat weer in werking te stellen, wachten tot het voldoende afgekoeld is. Voor alle andere beveiligingen, het apparaat uitschakelen met de hoofdschakelaar en opnieuw opstarten.
Bij alarm vanwege de storingen E-6 et E-7, controleer of er geen lekkage in de toevoer is, of dat er geen toevoer verstopt of afgeknepen is, of de pomp niet geblokkeerd of buiten werking is, en dat er voldoende koelvloeistof aanwezig is.
Druk, wanneer de storing opgelost lijkt, twee keer op de knop «vervangen van de inductor» (10). Het apparaat start een zuiveringscyclus op. Apparaat klaar om te functioneren.
Press x 2

Met de "Timing" functie kunt u de verwarmingstijd van de Powerduction regelen.
De tijd is instelbaar van 1 tot 30 seconden.* (De duur kan worden ingesteld van 1 tot 120 s, vanaf Soft V6.50)*.
Om naar deze modus te gaan:
-
Druk op de verwarmingsautorisatietoets (2). Het indicatielampje gaat branden.
-
Druk vervolgens tegelijkertijd op beide aan/uit-knopjes (4). Op het display verschijnt "SEC" en vervolgens "T 00" of "SEC" en dan "AAN" als er al een tijd is ingesteld.
-
De aan/uit-toetsen (4) worden tijdinsteltoetsen. Wijzig het setpoint van tijd tot tijd naar wens.
Als de tijdwaarde niet meer dan 3 seconden is gewijzigd en nog steeds "T 00" wordt weergegeven, keert de Powerduction terug naar de normale modus.
Gebruik in de "Timer"-modus:
Nadat het tijdinstelpunt is geselecteerd, is het product klaar voor gebruik. De verlichtings-LED (12) brandt.
-
Druk op de lansknop (11). De intensiteit van de LED (12) neemt af om aan te geven dat de verwarming actief is.
-
De verwarming stopt aan het einde van de tijdslimiet. Zolang de lansknop (11) wordt ingedrukt, knipperen de LED (12) en de vrijgaveknop voor verwarming (2) om te waarschuwen dat de stroom is uitgeschakeld. Pas het tijdinstelpunt zo nodig aan.
-
Druk op de lansknop (11) voor een nieuwe verwarmingscyclus.
De "Timer"-modus verlaten
De modus blijft te allen tijde actief, ook wanneer de Powerduction uit- en weer ingeschakeld is.
- Om de modus te verlaten, stelt u het tijdinstelpunt in op ∞ of druk tegelijkertijd op beide aan/uit-knopjes (4). De Powerduction keert terug naar de normale bedrijfsmodus. Op het scherm verschijnt "SEC" en vervolgens "OFF".
Speciaal kenmerk van de vermogensinstelling in deze modus
Zoals uitgelegd, kunt u in de normale gebruiksmodus met de instellingsknoppen de stroom wijzigen terwijl ze in deze modus het tijdinstelpunt veranderen. Om het vermogen te veranderen zonder de modus te verlaten:
- Druk op de verwarmingsautorisatietoets (2). Het groene licht gaat uit.
- Met de insteltoetsen (4) kunt u de stroomvoorziening wijzigen. Pas de stroom aan.
- Druk nogmaals op knop (2). Het indicatielampje gaat weer branden. De insteltoetsen (4) worden weer de tijdinstelling.
MODUS «ONDERDELEN VERVANGEN»

flowchart
graph LR
A["1 STOP"] --> B["2 INDUCTOR 160LG"]
B --> C["3 Inductor"]
C --> D["4 Switch"]
D --> E["5 OK"]
serigrafie van het product

Deze modus is uitsluitend toegankelijk wanneer het opwarmen niet geactiveerd is (groene lampje brandt niet).
- Druk op de knop (10), de pomp stopt en het LED lampje (9) gaat branden.
- Plaats de lans op de houder en plaats de kabel op de grond (om verlies van vloeistof te voorkomen).
- Schroef het onderdeel met de hand los.
- Afhankelijk van de keuze van de nieuwe inductor: schroef de adapter met de bijgeleverde sleutel los en schroef vervolgens de juiste adapter weer vast (max. 7 N.m) of houd de adapter al op zijn plaats.
- Vervang en bevestig de nieuwe inductor.
- Druk opnieuw op de knop (10).
De pomp stelt zichzelf in werking. Een looplichtje brandt gedurende 5 seconden.
Wanneer de aanvoer correct is, klinkt een dubbele «BIP»en is het apparaat klaar om te functioneren.
Wanneer de aanvoer niet correct is, wordt er een storing aangegeven (kijk op de storingstabel).

De Powerduction 110LG/160LG/220LG worden standaard geleverd met de 32L adapter en de L90 of L20/B4 inductor. (afhankelijk van het model).
De andere accessoires zijn optioneel, ze maken het mogelijk om de verwarmingsmogelijkheden uit te breiden naar meerdere toepassingen.

text_image
Ontdek het volledige gammaAdapters

32L
Ref. 064515

32S
Ref. 064508
Inductoren
Deze module is alleen toegankelijk wanneer het opwarmen niet geactiveerd is (groene knop uit).
- Druk op knop (10), de pomp stopt en het LEDlampje (9) gaat branden.
- Plaats de lans op de houder en leg de kabel op de grond (om verlies van vloeistof te voorkomen).
- Schroef het onderdeel met de hand los.
- Houd de knop «toestemming opwarmen» (2) 3 seconden lang ingedrukt, totdat deze gaat branden.
- Plaats de lans-knop boven een reservoir met een inhoud van ten minste 10 liter.
- Druk op de lans-knop (11). De pomp stelt zich in werking totdat het gepompte volume kleiner wordt dan 2 liter per minuut, gedurende twee minuten. De display toont het gepompte volume in deciliter per minuut. Om de pomp in het midden van een cyclus te laten stoppen, kunt u op iedere willekeurige knop drukken.
- Om het koelvloeistofcircuit geheel leeg te laten lopen, moet u in het uiteinde van de lans blazen (30PSI) totdat u de luchtstroom hoort, of totdat u koelvloeistof uit het reservoir ziet komen.
- Om de resterende vloeistof uit de bodem van de tank te verwijderen
110 LG: gebruik een vacuümpomp of kantel het product naar voren.
160LG/220LG: draai de dop onder de Powerduction met een sleutel (6 pannen van 8) los.
Wanneer de tank volledig leeg is, schroeft u de dop er weer op.

- Raadpleeg, voor het bijvullen van de koelvloeistof, de instructies voor het opstarten van het apparaat (p9/10).
Het is raadzaam om de koelvloeistof elk jaar te verversen als je hem intensief gebruikt, anders gaat de Powerduction-lans achteruit.
KOELSYSTEEM EN MODUS «GEFORCEERDE KOELING»
De Powerduction is uitgerust met ventilatoren. De eerste, gemeenschappelijk aan 110LG, 160LG en 220LG, begint wanneer de koelmiddeltemperatuur 35°C (95°F) bereikt. De tweede, alleen beschikbaar op de 160LG en 220LG, begint wanneer de temperatuur 40°C (104°F) bereikt. Zodra de vloeistoftemperatuur onder de gewenste waarde (35°C of 40°C) daalt, worden de ventilatoren uitgeschakeld.
Tijdens langere opwarmingsperiodes heeft de POWERDUCTION een modus «geforceerde koeling». Om deze modus in werking te stellen :
- Draai de hoofdschakelaar (1) op positie ON.
Het apparaat begint de opstartfase (duur 2 seconden). - Druk op knop (2) beschreven op pagina 7. Het lampje op knop (2) en het LED lampje op de lanshouder (12) gaan branden, en geven aan dat het apparaat klaar is om op te warmen.
- Druk langere tijd (>3 seconden) op knop (10). De modus «Geforceerde koeling» is geactiveerd.
De ventilator stelt zich automatisch in werking. Het geluid van een werkende ventilator en de melding «Fan ON» die op de display verschijnt getuigen van de werking van de ventilator.
Om de modus «Geforceerde koeling» te stoppen, druk op de aan/uit knop om het opwarmen te stoppen, of druk op-nieuw langere tijd op knop (10). De melding «Fan OFF» verschijnt op de display.
UITVOERING VAN DE BUITENTEMPERATUURREGELING BUITENSHUIS
- Gebruik een pyrometer of thermokoppelsensor met een analoge uitgang.
In dit geval moet de waarde van de shuntweerstand overeenkomstig de gewenste waarde en de gewenste nauwkeu- righeid op U T° worden ingesteld.
Correspondentietabel
| Spanning U T° Temperatuur in Celsius Temperatuur in Fahrenheit | |
| 1 V 0°C 32°F | |
| 2 V 100°C 210°F | |
| 3 V 200°C 390°F | |
| 4 V 300°C 570°F | |
| 4.5 V 350°C 660°F |
Of
- Gebruik het hiervoor bestemde apparaat op de POWERDUCTION (061644 - POWERDUCTION HEAT CONTROLLER & 064119 - PYROMETER VOOR POWERDUCTION HEAT CONTROLLER):
- Sluit uw temperatuursensor aan op de interface voor het meten van de buitentemperatuur (optie). Zie in dit geval de instructies voor de temperatuurregelkast.
- Sluit de temperatuursensor rechtstreeks aan op de POWERDUCTION-interface of rechtstreeks op de connector op het frontpaneel.
Pinbezetting van de connector van het frontpaneel

text_image
110LG 160LG / 220LG
text_image
3 1 11 10 9 8 14 13 12
text_image
IR R Start ok/Secur 3 1 11 10 9 8 14 13 12 +15V| Functie | Garen-nummer | Type | Elektrische parameters | Waarden Logica | |
| Klaar voor de generator OK/Secur | 1/3 Digitale uitgang | TypeToelaatbare gelijkstroom | Droog contact5 A 30 V | GeslotenGenerator klaar om te verwarmen | |
| OpenStoring in de generator | |||||
| Aarde 8 Aarde Aarde Aarde | |||||
| Start 9/10 | Digitale ingang | Restspanning (open circuit)Ingangsimpedantie | 15 V3.5 kΩ | Vereist het gebruik van een droog contact: een gesloten contact activeert de verwarming. | |
| Regelspanning U T° | 11 - / 14+ | Analoge ingang | Maximale ingangsspanningIngangsimpedantieNauwkeurigheid | 5 V5.4 kΩ+/-5% | Beeldinvoer van de gemeten temperatuur.Zie correspondentietabel |
| Interface voeding | 12/13 | Continue stroom-voorziening | UitgangsspanningUitgangsimpedantie | 15 V100 Ω | |
Handmatige modus
Om de modus "buitentemperatuurregeling" te activeren:
- Houd de vrijgaveknop voor verwarming (2) 5 seconden ingedrukt.
- De knop knippert elke seconde en "rEG" wordt weergegeven.
→ Het OK/beveiligingscontact wordt gesloten (Tab 1-3).

De knop op de lans (11) en de pneumatische bediening (15) op het product zijn in deze modus uitgeschakeld!
Om de verwarming in te stellen en vervolgens te activeren:
- Stel de instelwaarde in: druk op de afsteltoetsen (4).
De instelwaarde van de regeling varieert van 80°C tot 350°C (standaardwaarde bij 250°C) in 10°C-stappen. Het setpoint wordt gedurende 1 seconde weergegeven. - Stel het gewenste verwarmingsvermogen in (%): houd de knop "spoelverandering" (10) ingedrukt en druk op de bedieningsknoppen (4). Het setpoint van het verwarmingsvermogen varieert van 10% tot 100% (standaardwaarde is 50%). Het vermogen wordt bijgewerkt op de staafdiagram.
- Verwarming activeren: Sluit het gebruikerscontact (Start 9-10). Zolang deze gesloten blijft, is de verwarming actief. Het minimum vermogen indicatielampje voor de stroomvoorziening (3) knippert bij 10 Hz om aan te geven dat het vermogen actief is.

Het is mogelijk om de verwarming te resetten wanneer deze actief is. In dit geval is het niet nodig om stap 3 uit te voeren omdat het gebruikerscontact al gesloten is. De lopende verwarming past zich aan zijn nieuwe instructies aan.

Bij gebruik van de buitentemperatuurinterface moet het pneumatische pedaal van het product worden losgekoppeld en op de interface worden aangesloten.
PLC-modus
Het is mogelijk om het product te bestellen via een PLC (zie pinnen).
Gebruik de connector op het voorpaneel of via de externe interface.
Om de modus "buitentemperatuurregeling" te activeren:
- Schakel het product in.
- Wacht 5 s tot het einde van de opstartfase.
- Sluit het Startcontact.
- Wacht tot de OK/beveiligingsuitgang is gesloten.
- Laat het Startcontact los nadat u de OK/Secure hebt gedetecteerd.
- Controleer of de OK/Secure-uitgang gesloten blijft.
Het product gaat in de "externe regelmodus" en genereert een melodie.
De vrijgaveknop voor verwarming (2) en de lansknop-LED (11) knipperen eenmaal per seconde zolang de modus ge-activeerd is.
Voor het instellen van de ingestelde temperatuur en het verwarmingsvermogen voert u dezelfde handelingen uit als in de handmatige modus.
Om de verwarming te activeren
- Sluit het Startcontact. Het product zal opwarmen tot het de ingestelde temperatuur bereikt en reguleert.

Als het product een fout herkent, dan opent de uitgang OK/Secure en stopt de verwarming. Om de storing te bevestigen, opent u het Startcontact en drukt u op de vrijgaveknop voor verwarming (2). Het product keert terug naar de "regel"-modus.
Start chronogram door PLC

flowchart
graph TD
A["START"] --> B["relais OK/SECUR"]
B --> C["mode Rijmodus"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
Veiligheid en storingsinstelling van het apparaat
- Als de temperatuursingang na 5 s niet verandert, gaat het product in de fout "E12".
- Als een thermokoppel uitvalt, dan stopt de regeling omdat de spanning U T° de maximale spanning van 4,9 V overschrijdt.
- Als de temperatuur in korte tijd aanzienlijk daalt (bijv. bij het loskoppelen van de thermokoppelsensoren), stopt de verwarming en gaat het product in de fout "E11". (Handmatige modus > 100°C, PLC-modus > 30°C)
- Vooreenzonauwkeurigmogelijkeregeling moet(en)hetmeetpunt(demeetpunten) zichzodichtmogelijkbijdespoelbevinden. Dit is de reden voor de 2 thermokoppels op de externe interface.
- Het display toont de hoogste temperatuur gemeten door de sensoren.
ONDERHOUD
Algemene aanbevelingen
- Het is raadzaam om de koelvloeistof uiterlijk om de 2 jaar te verversen, ongeacht het gebruik, anders kan de POWERDUCTION-lans verslechteren. Alvorens de vloeistof toe te voegen, bestrooit u het product en controleert u het op lekkage.
- Controleer regelmatig of de vermogensschroeven goed vastzitten en of de elektrische aansluitingen er goed uitzien.
- Open het product elk jaar (trek eerst de stekker uit het stopcontact en verwijder de 17 schroeven aan de rechterkant) om stof te verwijderen. Of regelmatiger als de omgeving erg stoffig is.
(alleen modellen 160LG en 220LG).

text_image
AANHAAAANHAALMOMENT 4 NM VOOR OPNIEUW VASTDRAAIEN
Aanbevolen aanhaalmoment voor vermogensschroeven
| Afmetingenschroeven | M5 | M6 | M8 | M10 | klem | Gas 14 3/8 Gas | M28 | M32 | Inductor16/22 |
| Materiaal staal | staal | messing | messing koperen | koperen koperen | |||||
| Paar 4 Nm 6 Nm | Nm 7 | Nm 7 Nm | 2,5 Nm 4 Nm 7 | Nm max 7 Nm max | persoonlijk,4 Nm max |
- Het is noodzakelijk dat het onderhoud van het apparaat wordt gedaan door gekwalificeerd en geautoriseerd personeel, dat op de hoogte is van de aanbevelingen zoals beschreven in deze handleiding.
- Nooit het apparaat reinigen, smeren, of onderhoud uitvoeren op het apparaat wanneer het in werking is.

Draai, alvorens met onderhoudswerkzaamheden te beginnen, de ON/OFF knop op positie « 0 » om het apparaat uit te schakelen, Haal vervolgens de stekker uit het stopcontact om zo een mogelijke elektrische schok en ieder risico op een verkeerde handeling te voorkomen.
- Draag geen ringen, horloges, sieraden, wijde of hangende kleding zoals stropdassen, gescheurde kleding, sjaals, openhangende jasjes of vesten of open ritssluitingen die gevaar kunnen opleveren tijdens het werken met het apparaat.
- Het is aan te raden om speciale kleding ter voorkoming van ongelukken te dragen, zoals bijvoorbeeld : veiligheids-schoenen met anti-slip zool, geluidswerende helmen, een veiligheidsbril en -handschoenen enz...
- Gebruik nooit benzine of ontvlambare oplosmiddelen om het apparaat te reinigen. Het is beter om water te gebruiken en, indien nodig, niet-giftige commerciële oplosmiddelen.
- Monteer, na verrichte werkzaamheden, altijd weer de metalen carters van het apparaat alvorens het apparaat opnieuw op te starten.
- De ferriet op inducerende kan worden vervangen als ze beschadigd zijn.
Preventief onderhoud
Het is noodzakelijk om regelmatig nauwgezette inspecties uit te voeren, om zo snel eventuele storingen op te kunnen sporen en deze te kunnen repareren, zodat deze geen schade kunnen veroorzaken aan het apparaat.

Controleer, elke keer dat u het apparaat POWERDUCTION moet gebruiken, eerst de veiligheidsonderdelen van het apparaat, en iedere storing die het correct functioneren van het apparaat zou kunnen hinderen. Controleer het apparaat dagelijks, om voorbodes van slijtage op te sporen.

De operationele veiligheid van het apparaat kan alleen worden gegarandeerd wanneer de reparaties worden uitgevoerd met originele onderdelen en als de onderhoudsinstructies correct worden nageleefd. Het apparaat moet na ieder gebruik uitgeschakeld en direct gereinigd worden om al het stof en vuiligheid te verwijderen, daar dit de ventilatie zou kunnen hinderen en het goed functioneren van het apparaat kan verminderen en de levensduur kan verkorten.
Controleer, voor ieder gebruik, het correct functioneren van de controle-elementen, de beveiligingsonderdelen, en alle elektrische verbindingskabels.

Voer periodiek visuele controles uit om te kijken of er geen vloeistof lekt, en om te verifiëren of de ventilatie-openingen niet verstopt zijn.
Het apparaat is geschikt voor een driefasen spanningsnet van 208V tot 460 of 340V tot 460V,
De garantie dekt alle gebreken en fabricagefouten gedurende twee jaar vanaf de aankoopdatum (onderdelen en arbeidsloon).
De garantie dekt niet :
- Alle overige schade als gevolg van vervoer.
- De gebruikelijke slijtage van onderdelen (Bijvoorbeeld : kabels, klemmen, enz.).
- Incidenten als gevolg van verkeerd gebruik (verkeerde elektrische voeding, vallen, ontmanteling).
- Gebreken ten gevolge van de gebruiksomgeving (vervuiling, roest, stof).
- De inductoren en de ferrietkernen die kunnen worden gedemonteerd en die dus slijtonderdelen zijn.
In geval van storing moet het apparaat teruggestuurd worden naar uw distributeur, samen met:
- Een gedateerd aankoopbewijs (betaalbewijs, factuur ...).
- Een beschrijving van de storing.
ISTRUZIONI GENERALI



