PA2400RC - Microfoon Monacor - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PA2400RC Monacor in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PA2400RC Monacor
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Microfoon in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PA2400RC - Monacor en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PA2400RC van het merk Monacor.
GEBRUIKSAANWIJZING PA2400RC Monacor
Deze handleiding is bedoeld voor installmenters van geluidsinstallaties (hoofdstuk 4 tot 7) en voor gebruikers zonder specifieke vakkennis (hoofdstuk 8). Lees de handleiding grondig door, alvorens het apparaat in gebruik te nemen, en bewaar ze voor latere raadpleging.
Op pagina 2 vindt u een overzicht van alle bedieningselementen en de aansluitingen.
Inhoudsopgave
1 Overzicht van de bedienings-elementen en aansluitingen 36
1.1 Mengversterker PA-2410Z/PA-2420Z...36
1.2 Tafelmicrofoon PA-4300PTT. 37
1.3 Commandomicrofoon PA-2400RC. 37
2 Veiligheidsvoorschriften. 38
3 Toepassingen entoebehoren. 38
4 Keuze van de gongmelodie 38
5 Prioriteit van de plug-inmodule 38
5.1 PA-2400RC: Bericht M6 sperren. 39
6 Opstelmogelijkheden 39
6.1 Montage in een rack 39
7 Het apparaat aansluiten. 39
7.1 Luidsprekers 39
7.1.1 Uitgang LOW IMP. 39
7.2 Monogeluidsbronnen, microfoons. 39
7.2.1 Fantoomvoeding 39
7.2.2 Prioriteit vastleggen 39
7.2.3 Paging-ingang. 40
7.3 Stereogeluidsbronnen. 40
7.4 Tafelmicrofoon PA-4300PTT. 40
7.5 Commandomicrofoon PA-2400RC 40
7.5.1 Apparaatadressen instellen 40
7.6 Opnameapparaat, monitorsysteme 40
7.7 Externe signaalbewerking. 40
7.8 Schakelingangen 40
7.8.1 Afstandsbediend in- en uitschaken. 40
7.8.2 Alarmingang 40
7.9 Net-enoodvoeding 41
8 Bediening 41
8.1 In-/uitschakelen. 41
8.2 Keuze van de PA-zones 41
8.2.1 PA-2420Z. 41
8.2.2 PA-2410Z 41
8.3 De ingangskanalen instellen 41
8.4 Het gongsignal activeren. 41
8.5 Sirene. 41
8.6 Tafelmicrofoon PA-4300PTT. 41
8.6.1 Installingen op de PA-4300PTT 41
8.7 Commandomicrofoon PA-2400RC 42
8.7.1 Extra versterker in de PA-2410Z . . . 42
8.7.2 Groepsgeheugen 42
8.7.3 Verdere instellingen op de PA 2400RC 42
9 Beveiligingscircuits en foutsignalisatie. 42
10 Technische gegevens 43
10.1 Versterker. 43
10.2 Commandomicrofoon PA-2400RC 43
10.3 Tafelmicrofoon PA-4300PTT. 43
Blokschema 62
1 Overzicht van de bedienings-elementen en aansluitingen
1.1 Mengversterker PA-2410Z/PA-2420Z
1 Afsluitplaat voor de moduleopening; hier kan een module van MONACOR worden ingestoken, bijv. tuner, cd-speler, geheugen voor digitale boodschappen
2 Volumeregelaar voor elk van de ingangskanalen CH1-CH5 Regelaar CH 1 dient ook om het geluidsvolume van de tafelmicrofoons PA 4300PTT te regelen.
Regelaar CH 2 dient ook om het geluidsvolume van de commandomicrofoons PA-2400RC te regelen. (uitzondering met de PA-2410Z: hoofdstuk 8.7.1)
3 Regelaars lage en hoge tonen voor het instellen van de klank voor elk van de ingangskanalen CH1-CH5
4 Regelaars lage en hoge tonen voor het instellen van de klank voor een plug-in-module
5 Toets CHIME om de gong te activeren
6 Volumeregeling van het gongsignal
7 Geluidsvolumeregeling TEL PAGING voor een signaalbron op de ingangsklemmen PAGING IN (24)
8 Volumeregeling van de sirene
9 Toetsen voor het in- en uitschakelen van het sirenegeluid herhaald stijgende en dalende toon na het stijgen aangehonden toon
10 Controle-led PROTECT; brandt bij het uitvallen van de versterker, bijv. door overlast of oververhitting
11 Regelaar MASTER voor het totale geluids-volume
12 Controle-led's STAND BY: Stand-by ON: In bedrijf
13 POWER-schakelaar
14 alleen PA-2420Z: zoneselectietoetsen Z1-Z20: zones 1-20
ALL CALL: alle zones van deze rij toetsen Nadat u de respectieve toetsen opnieuw 2 seconden lang hebt ingedrukt, geldt waar de vorige selectie.
15 Het uitgangsiveau weergeven
CLIP: Oversturingsaanduiding
16 alleen PA-2410Z: volumekeuzeschakelaar telkens voor de zones 1-10
OFF: Zone ui t
17 Netsnoer voor aansluiting op een stopcontact (230V / 50Hz)
18 Steekschroefklemmen (aftrekbaar) voor de 100-V-luidsprekers van de zones 1-10 of 1-20
Belangrijk: Elke uitgang is alleen met een sinusvermogen tot 60 W (PA-2420Z) of 30 W (PA-2410Z) belastbaar. De belasting van alle aan
gesloten 100 V-luidsprekers mag samen in geen geval de waarde van 240 W overschrijden.
19 Schroefklemmen AC POWER REMOTE voor het afstandsbediend in- en uitschaeken van de versterker via een sluitcontact
20 Schroefklemmen DC POWER voor een noodvoeding (= 24V)
21 Steekschroefklemmen LOW IMP voor een laagohmige luidspreker met een minimale impedantie van 4 onafhankelijk van de zoneselectie
Belangrijk: Deze uitgang nooit gegliktijdig met de 100 V-uitgangen (18, 22) gebruiken; de versterker zou overbelast konnen worden.
22 Steekschroefklemmen HIGH IMP voor het aansluiten van 100V-luidsprekers, onafhankelijk van de zoneselectie
Belangrijk: De belasting op deze uitgang mag met de luidspeakers op de zone-uitgangen (18) samen in geen geval hoger zich dan 240 W; deversterker zou overbelast:kennen worden.
23 Zekering voor de nooodvoeding van 24 V Vervang een gesmolten zekering uitsluitend door een zekering van hetzelfde type!
24 Steekschoefklemmen PAGING IN voor de aansluiting van een signaalbron met lijniveau-uitgang voor aankondigingen met verhoogde prioriteit (tabel afb. 5 in hoofdstuk 3)
25 Steekschoreklemmen E/MMESSAGE CONTROL voor het aansluiten van een sluitcontact om een bericht te activeren (bijv.oodbericht), wanneer een berichtengeugen (bijv. PA-1120DMT) geinstalleerd is.
26 Aansluitmogelijkheid, bijv. voor een apparaat om de klank te bewerken, via 6,3 mm-stekkerbussen PRE OUT en AMP IN Het gebruik van de bus AMP IN onderbreekt de interne signaalverbinding met de eindversterker
27 Aansluitingen REC voor een opnameapparaat zoals cinch-jacks De bussen zijn als L (links) en R (rechts) beschikbaar voor stereo-opnameapparatuur. Omdat de versterker monostabel werk,ijken de signalen op beiden bussen identiek.
28 Ingangen LINE IN voor de kanalen CH4 en CH5 als cinch-jacks; de bussen zijn voor stereo-signaalbronnen als L (links) en R (rechts) beschikbaar. Omdat de versterker monofoon werk, worden het monomastersignaal intern steeds op basis van de stereosignalen gezormd.
29 Ingang voor het microfoon- en lijniveaua als gecombineerde XLR-/stekkerbus, gebalanceerd bedraad, voor elk van de ingangskanalen CH1-CH3
30 Regelaar GAIN om de ingangsversterking aan de signaalbron (microloon- tot lijniveau) aan te passen voor elk van de ingangskanalen CH1-CH3
31 Schakelaar PHANTOM POWER voor elk van de ingangskanalen CH 1-CH 3; bij ingedrukte schakelaar is aan de XLR-contacten van de ingangsbus (29) een gelijkspanning van 15V voor microfoons met fantoomvoeding
Opgelet: Schakel de versterker uit, damp deuitgangen of draai de MASTER-regelaar (11) in
de stand "0", om de schakelaar te bedieren. Zo vermijdt u liude schakelploppen. Bovendien mag bij ingeschakelde fantoomvoeding geen microfoon (of andere signaalbron) met ongebalancerde signaaluitgang aangesloten zich, odomat deze beschadigd kan worden.
32 Afdekplaat, worden bij de inbouw van sommige plug-inmodules verrangen door een aansluitplaat
33 alleen PA-2410Z: volumeregelaar voor de extra 60 W-versterker die alleen bij aankondigingen via een commandomicroloon PA-2400RC werkzaam is, als hierop minder dan drie zones zijn geselecteerd
34jack voor de aansluiting van de commandomicrofoon PA-2400RC
35jack voor de aansluiting van de tafelmicrofoon PA-4300PTT
Opmerking: De tafelmicrofoon maakt gebruikt van het ingangskanaal CH 1. De fantoomvoeding voor ingang CH 1要去 zich ingeschakeld en op de ingangsbus CH 1 mag niets zich aangesloten.
36DIP-schakelaars PRIORITY voor het instellen van de voorrang voor de ingangskanalen CH1-CH3:
1.2 Tafelmicrofoon PA-4300PTT
(afzonderlijk verkrijgbaar toebehoren)
37 DIP-schakelaars CHIME; in de stand ON werkklassm meteen een gongsignaal bij het indrukken van de spreekte toets TALK (43)
38 DIP-schakelaars PRIORITY;
OFF: Er is een aankondiging hoorbaar in de PA-zones die op de versterker zijn geselecteerd.
ON: Zolang de spreektoets TALK (43) ingedrukt is, worden alle zone-uit-gangen ingeschakeld.
39 Schakelaar MASTER / SLAVE voor het vast leggen van de prioriteit bij het gebruik van meerdere microfoons PA-4300PTT
SLAVE: Naar MASTER geschakelde microfoons haben voorrang.
MASTER: De microfoon heeft voorrang op microfoons die maar SLAVE geschakeld+zijn.
40 RJ-45-aansluiting OUTPUT voor aansluiting op de bus PA-4300PTT (35) van de versterker of op de bus LINK (41) van een andere PA-4300PTT
41 RJ-45-aansluiting LINK voor aansluiting van een bijkomende microloon PA-4300PPT Maximaal 3 met elkaar verbonden microfoons+kennen op de versterker aangeslo-ten worden.
42 Microfoonkapsel met windschem
43 Spreektoets TALK; houd de toets ingedrukt voor een aankondiging en wacht evt. op het gongsignaal, bij ingedrukte toets brandt de groene led TALK erboven De rode led BUSy geeft aan dat via een andere PA-4300PTT gesproken worden.
1.3 Commandomicrofoon PA-2400RC
(afzonderlijk verkrijgbaar toebehoren)
44Jack 24V -voor de bijkomende voedingsspanning via een netadapter met een laagspanningsstekker5,5/2,1mm(buiten-/binnendiameter);let op de polariteit: centercontact 0
De bijkomende netadapter is nodig, als de voedingsspanning via de versterker Niet volstaat [als de led AMP-POWER (55) knippert, bijv. bij aansluiting vaneer dan drie PA-2400RC-microfoons of als het snoer heel erg lang is].
45 RJ-45-aansluiting LINK voor aansluiting van een bijkomende PA-2400RC
46 RJ-45-aansluiting OUTPUT voor de verbind ing met de aansluiting PA-2400RC (34) van de versterker of met de aansluiting LINK (45) van een andere PA-2400RC
47 DIP-schakelaars voor het busadres en de leidingafsluiting
Met de schakelaars 1-5要去 u op alle PA 2400RC-microfoons verschillende adressen instellen,voordat ze aangesloten worden (hoofdstuk 7.5.1).
Bij de laatste van alle PA-2400RC-microfoons in de ketting plaatst u de schakelaar 6 (TERMINATION) in de stand ON om deafsliutweerstand in te schakelen.
48 DIP-schakelaars
Schakelaar 1 (PRIORITY) - In de stand ON heeft de PA-2400RC voorrang op de andere microfoons waar bij deze functie Niet is ingeschakeld, en kan hij de aankondigingen ervan onderbreken.
Schakelaar 2 (COMPRESSION) - Met de schakelaar in de stand ON worden de dynamiek van het microfoonsignal gereduceerd om verrormingen bij luid spreken te verminderen.
Schakelaar 3 (CHIME ON / OFF) - Met de schakelaar in de stand ON is bij het indrukken van de toets TALK (52) eerst een gongsignal hoorhaar:
gongsignaal van vier tonen bij schakelaar 4 in de stand ON;
gongsignaal van tweet tonen bij schakelaar 5 in de stand ON en schakelaar 4 in de bovenste stand
Schakelaar 6 - Instelling bepaalt met welke versterker de commandomicrofoon gebruikt worden:
Stand ON: PA-2410Z (10 zones)
Bovenste stand: PA-2420Z (20 zones)
49 Regelaar CHIME om het geluidsvolume van het gongsignal in te stellen
50 Regelaar MIC om het geluidsvolume van de aankondiging in te stellen
51 Microfoonkapsel met windschem
52 Spreektoets TALK; houd de toets ingedrukt voor een aankondiging en wachtevt. op het gongsignaal, bij ingedrukte toets brandt de groene led TALK erboven
53 Toets RECALL om een groep van zones op te slaan en op te vragen
Om de geseleerde zones op te slaan, houdt u de toets ingedrukt tot de led ON (55) stopt met knipperen.
Om de opgeslagen groep op te vragen, drukt u kort op de toets. Nadat u opnieuw op de toets hebt gedrukt, geldt wee der vorige selectie.
54 Zoneselectietoetsen
Z1-Z10: zones 1-10 (met PA-2410Z)
Z1-Z20: zones 1-20 (met PA-2420Z)
ALL CALL: alle zones van deze rij toetsen Na opnieuw indrukken van de toets ALL CALL geldt waar de vorige selectie.
55 Status-led's
ON - bedrijsled;
knippertijdens het opslaan met de toets
RECALL (53)
BUSY - brandt bij een aankondiging of knippert bij aankondigingen met hogere prioriteit
MIC FAULT - geeft uitvallen van de microfoon aan
AMP POWER - geeft stroomvoorziening via de versterker aan; knippert bij een te lage voedingsspanning
SIGNAL - brandt, als er een microfoon- of gongsignaal beschikbaar is
56 Bedieningstoetsen voor het oproepen van opgeslagen berachten uit de plug-inmoduIe PA-1120DMT
De toetsen hebbendezelfdect functies als de overeenkomstige toetsen op de module.
2 Veiligheidsvoorschriften
De apparaten (versterkers PA-2410Z, PA-2420Z en microfoons PA-2400RC en PA-4300PTT) zijn in overeenstemming met alle relevante Europese Richtlijnen en dragen waarom de Cnarkering.
WAARSCHUWING De netspanning van de versterkers is levensgevaarlijk. Open ze waarom Niet en zorg dat u niets in de ventilatieopeningen steekt. U loopt immers het risico van een elektrische schok.
Tijdens het gebruik staan de luidsprekeraansluitingen (18, 21, 22) onder een spanning tot 100V die bij aanraking gevaarlijk kan zich. Wijzig de aansluitingen alleen, als deversterker van het stroomnet en deoodvoeding is gekoppeld
-
Schakel de apparaten nicht in en koppel ze onmiddelijk van de voedingsspanning,
-
De apparaten zichen enkel geschikt voor gebruik binnenshuis; vermijd druip- en spatwater enplaatsen met een hove vochtigheid. Het toegestane omgevingstemperatuurbereik bedraagt 0 - 40^
- Plaats geen bekers met vloeistof zoals drinkglazen enz. op de apparatuur.
-
De warmte die in de versterkers ontstaat, moet door ventilatie worden afgevoerd. Dek.daarom de ventilatieopeningen Niet af.
-
wonneer een apparaat of het netsnoer zichtaar beschadigd is,
- wanneer u een defect vermoedt nadat het apparaat bijvoorbeeld gezallen is.
- wonneer het apparaat slecht functio- neert.
De apparaten要去en in elk geval hersteld worden door een gekwalificeerd vakman.
- Een beschadigd netsnoer mag alleen in een werkplaats worden verrangen.
- Trek de stekker nooit aan het snoeruit het stopcontact, maar aan de stekker zich.
- Verwijder het stof met een droge, zachte doek. Gebruik zeker geen water of chemicalien.
In geval van ongeoorloofd of verkeerd gebruik, verkeerde aansluiting, foutieve bediening of van herstelling door een Niet-gekwalificeerd persoon vervalt de garantie en de aansprakelijkheid voor hieruit resulteren de materiele of lichamelijke schade.

Wanner de apparaten definitief uit bedrijf worden genomen, bezorg ze dan voor verworking aan een plaatselijk recyclagebedrijf.
3 Toepassingen en toebehoren
De versterkers PA-2410Z en PA-2420Z met een sinusvermögen van elk 240 W zijn speciaal ontworpen voor het gebruik in 100 V-geluidsinstallaties.
Uitvoeringskenmerken:
-
PA-2420Z: 100 V-uitgangen voor 20 zones, individuel selecteerbaar
-
PA-2410Z: 100 V-uitgangen voor 10 zones met individuele, 5-trapse geluidsvolumeregeling
- 1 van de zoneselectie onafhankelijkke 100V -luidsprekeruitgang
- 1 alternativee luidsprekeruitgang voor laagohmige luidsprekers, testdoeleinden
-3 ingangskanalen met instelbare geveoligheid van lijn- tot microfoonniveau via gecombineerdeXLR-/busaansluitingenen fantoomvoeding (15 V) voor elk kanaal individuel schakelbaar - 2 ingangskanalen voor signalen met lijniveau via cinch-aansluitingen
- 1 inganskanaal voor aankondigingsignalen met lijniveau via schroefklemmen (PAGING)
-3 tafelmicrofoons PA-4300PTT met spreektoets aansluitbaar (toebehoren) - 32 commandomicrofoons PA-2400RC met zoneselectie en statusindications aansluit-baar (toebehoren)
- PA-2410Z: extra geintegreerde 60 W-versterker voor onafhankelijkte aankondigingen via de commandomicrofoons PA-2400RC in maximaal 2 zones
- 1 signaalgong, bijv. voor aanduiding van een aankondig met selecteerbare gongmelodie (2 tonen, 4 tonen)
- 2 sireneklanken voor alarmering
- 1 ingang voor 24 V-noodvoeding in geval van bedrijf bij stroomuiitval
In de uitbreidingsopening (1) Aunt u bijv. een van de volgende plug-inmodules van MONACOR plaatsen:
PA-1120DMT berichtengeheugen voor 6 aankondigingen, met schakelklok
PA-1140RCD radio/cd-speler
PA-1200C schakelklok
PA-1200RDSUFM/MW-radio met USB-audiospeler
Door de prioriteit van de ingangen te bepalen, verhoogt de verstaanbaarheid van belangrijke aankondigingen. Hierbij worden signalen van een ingang met lagere rang automatisch gedempt, als er een aankondiging via een ingang met hogere rang volgt. De hierarchie is de volgende:
| Rang Ingang | |
| 1 (hoog) | Noodbericht uit berichtengeheugen (jumper MS2 = PRI en contact „E/M Message Control" gesloten) Gong |
| 2 PA-4300PTT (PRIORITY = ON) Plug-inmodule (jumper MS2 = PRI) | |
| 3 Ingangen CH 1-CH 3 (MIC PRIORITY = ON) PA-4300PTT (PRIORITY = OFF, MIC PRI.1 = ON) PA-2400RC (MIC PRIORITY 2 = ON!) PAGING IN | |
| 4 Ingangen CH1-CH 3 (MIC PRIORITY = OFF) PA-4300PTT (PRIORITY = OFF, MIC PRI.1 = OFF) Sirenes | |
| 5 (laag) | Plug-inmodule (jumper MS2 = SLAVE) Ingangen CH4 en CH5 |
⑤ Prioriteit van de ingangen
4 Keuze van de gongmelodie
Voor het type gongsignal dat via de toets CHIME (5) of een tafelmicroloon PA-4300PTT kan worden geactiveerd, zich twee varianten möglichk. Om de gongmelodie te wijzigen:
1) Koppel de versterker van het net en van de noodvoeding.
2) Neem de afluitplaat (1) van de moduleopening of van een plug-inmodule die in de opening steekt.
3) Steek de jumper MS1 die via de opening in de frontplaat toegankelijk is, op de printplaat overeenkomstig om (afbeeling 6).
Opmerking: Onafhankelijk van deze instelling kan op de commandomicrofoons PA-2400RC een eigengongmelodie geseleerd worden.
4) Sluit de opening met de aflsuitplaat op-nieuw af of plaats de plug-inmodule er weer in.

⑥ Selectie van de gongmelodie en moduleprioriteit
5 Prioriteit van de plug-inmodule
Voordat de plug-inmodule in de opening (1) wordt ingebouwd, stelt u de prioriteit van de module in. De jumpers voor deze instelling is bij een ingebouwde module nietmeer toegankelijk.
1) Koppel de versterker van het net en van de noodvoeding.
2) Schroef de aflsuitplaat (1) voor de moduleopening los.
3) Steek de jumper MS2 die via de opening in de frontplaat toegankelijk is, op de printplaat overeenkomstig om (afbeeling 6).
Stand "SLAVE": Het signal van de plug-inmodule heeft de laagste prioriteit.
Stand "PRI": Het signal van de module heeft verhoogde prioriteit (vgl. tabel figuur 5 in hoofdstuk 3). Deze instelling is aanbevolen voor het berichtengehuugen PA-1120DMT, zodate bijv. awhilen muziek bij een opgevraagde aankondiging gedempt worden.
Belangrijk: Als via een commandomicroloon PA-2400RC of het schakelcontact E/MMESSAGE CONTROL (25) een (nood)bericht UIT de PA1120DMT moet worden gestart, dan要去 de jumper in de stand "PRI" steken. Het geluid van het bericht worden anders onderdrukt.
4) Monteer de module Zoals beschreiben in de handleding ervan.
Het aansluietsnoer voor de voedingsspanning en het audiosignaal worden in afb. 6
getoond. De extra aansluitingen voor de module PA-1120DMT worden in afb. 7 getoond.
5.1 PA-2400RC: Bericht M6 sperren
Als het berichtengeheugen PA-1120DMT samen met commandomicrofoons PA2400RC worden gezrukt, kan de weergave van het onder M6 opgeslagen bericht voor de commandomicrofoons worden gesperd.
Omdat de geheugenplaats M6 voor een noodbericht is voorzien, worden een onbedoelde weergave van dit bericht bij het gebruik van een commandomicrofoon verhinderd.
1) Koppel de versterker van het net en van de noodvoeding.
2) Draai de schroeven van het behuizingsdekssel los en neem het deksel weg.
3) Indien nodig steekt u de jumper MS601 "M6" om maar de bovenste printplaat (achteraan bij de RJ-45-aansluitingen) (afb. 7).
Stand ON: Weergave möglichk
stand OFF: Weergave gesperd
4) Sluit de behuizing opniew af met het deksel.
Op de module PA-1120DMT zich is de weergave van het bericht M6 in elk geval möglichk.

⑦ M6-weergavetoelaten/sperren
6 Opstelmogelijkheden
De versterker is voorzien voor montage in een 19^ -rack (482 mm),aar kan ook als tafelmodel gebruikt worden. In elk geval moet er lucht door alle ventilatieopengingen konnen stromen, om voldoende ventilatie van de versterker te verzekeren.
6.1 Montage in een rack
Voor de montage in een rack zichn 3 HE (1 rack-eenheid = 44,45mm nodig. Om te voorkomen dat het rack topzwaar worden, dient de versterker in het onderste gedeelte van het rack gemonteerd te worden. De frontplaat alleen is Niet voldoende voor een veilige bevestiging. Het apparaat moet links en rechts ook door rails of onderaan door een bodemplaat ondersteund worden.
De lustcht die door de versterker wordt afgegeben, moet uit het rack kunnen worden afgevoerd. Anders hoopt de warmte zich op in het rack, waardoor Niet enkel de versterker
maar ook andere apparaten in het rack kunnen worden beschadigd. Boven en onder deversterker moet u telkens een hoogte-eenheidvrijlaten. Bij een onvoldoende warmteafvoermoet u in het rack een ventilator plaatsen.
7 Het apparaat aansluiten
Koppel de versterker van de stroomvoorziening los en schakel de aan te sluiten apparatuuruit, Alvorens apparaten aan te sluiten of bestaande aansluitingen te wijzigen.
7.1 Luidsprekers
WAARSCHUWING

Tijdens het gebruik staan de luidsprekeraansluitingen (18, 21, 22) onder een spanning tot 100V die bij aanraking gevaarlijk kan+zijn.
De aansluiting mag alleen door opgeleid personeel uitgevoerd worden. Wijzig de aansluitingen alleen, als de versterker van het stroomnet en de noodvoeding is gekoppeld.
Sluit de 100 V-luidsprekers voor de verschillende zones aan op de overeenkomstige klemmenparen SPEAKER OUTPUTS Z1-Z 10 (PA-2410Z) of SPEAKER OUTPUTS Z1-Z 20 (PA-2420Z) (18). U(Int) de klemmenparen van het apparaat lostrekken.
De uitgang van elke zone mag met maximaal 30 W (PA-2410Z) of 60 W (PA-2420Z) sinusvermogen door de luidsprekers worden belast.
Op het klemmenpaar HIGH IMP (22) aangesloten 100 V-luidsprekers zich steeds ingeschakeld, ongeacht de via de toetsen Z1-Z 20 (14) of draaischakelaar (16) geselekteerde zones.
In elk geval mag de som van het sinusvermogen van alle op de versterker aangesloten 100 V-luidsprekers Niet groter zichn dan 240 W, anders kan de versterker beschadigd worden (figuur 8).

SPEAKER OUTPUTS
Aansluiting van de 100 V-luidsprekers
Let bij aansluiting van de luidspekers steeds op de gelijke polariteit.
7.1.1 Uitgang LOW IMP
Op het klemmenpaar van de uitgang LOW/ IMP (21)(Int 21)kunt u, bijv. voor testdoeleinden, een luidspreker of een luidsprekergroep met een totale impedantie van ten minste 4 aansluien. Deze uitgang kan Niet via de zoneselectie uitgeschakeld worden en mag Niet samen met de 100 V-uitgangen (18, 22) gebruikt worden. De versterker zou hierdoor immers overbelast worden.
7.2 Monogeluidsbronnen, microfoons
Monofone signalen van microfoons of geluidsbronnen met lijniveau hunnen via XLRof 6,3 mm-stekkers op de gecombineerde XLR-/ stekkerbussen (29) van de ingangen CH1-CH3 aangesloten worden.
De aansluitingen zijn bedraad voor gelbalanceerde signalen. Geluidsbronnen met ongebalanceerde signalenlopen via 2-polige stekkerbussen aangesloten worden of via een XLR-stekker, waar bij de contacten 1 en 3 verbonden zijn.
Draai de regelaar voor de ingangsversterking GAIN (30) met behulp van eenkleine schroevendraaier voor microfoons in de richting "MIC", voor geluidsbronnen met lijniveau in de richting "LINE". Corrigeer de instelling tijdens het gebruik, indien nodig. (Als het geluid via deze ingang te stil is, draait u de regelaar rechtsom; als het geluid vervormd is, draait u de regelaar linksom.)
Belangrijk:
- Bij gelebruik van een of meerde tafelmicrofoons PA-4300PTT bezetten deze het kanaal CH1 en mag er geen microloon of een andere geluidsbron op de XLR-/stekkerbus CH1 worden aangesloten.
- Bij het gebruik van een of meertere commando microfoons PA-2400RC moet in alot worden genomen dat de signalen ervan met het signala van de ingang CH 2 worden gemengd.De volumere-gelaar (2) evenals de klankregelaars (3) van kanaal CH 2 beinvloeden dan beiden signalen.
Geluidsbronnen met ongebalanceerde monosignalen, waaroor geen prioriteit vereist is (bijv. voor acheergrandmuziek), kuren ook op een van de cinch-bussen (28) van de kanalen CH 4 of CH 5 aangesloten worden (hoofdstuk 7.3).
7.2.1 Fantoomvoeding
Als voor een geluidsbron (bijv. elektrelmetmicroloon) fantoomvoeding nodig is, drukt u de schakelaar PHANTOM POWER (31) in. De fantoomspanning (= 15V) is alleen beschikbaar op de XLR-contacten van de aansluiting.
Opgelet:
- Schakel de versterkeruit, damp de uitgangen of draai de MASTER-regelaar (11) in de stand 0^ om de schakelaar te bedieren. Zo vermijdt u luide schakelploppen.
- Bij ingeschakelde fantoomvoeding mag er geen geluidsbron met ongebalanceerde signaaluitgang via de XLR-bus+zijn aangesloten. Deze zou immers beschadigd+kunnen worden.
7.2.2 Prioriteit vastleggen
Voor elk van de ingangen CH 1-CH 3 kan een verhoogde prioriteit worden vastgelegd. Een signalaal op een ingang met verhoogde prioriteit heeft voorrang en schakelt de signalen van de ingangen met lagere prioriteit UIT.
Selecteer met de schakelaars MIC PRIORITY (36) voor elk van de drie ingangen of de prioriteit verhoogd要去en (onderste stand ON) of Niet (onderste stand).
De rang van deze drie ingangen met betrekking tot de overige ingangen van de versterker vindt u in tabel afb. 5 in hoofdstuk 3.
7.2.3 Paging-ingang
De ingang PAGING IN (24) met verhoogde prioriteit (tabel afb. 5 in hoofdstuk 3) biedt een bijkomende möglichkheid voor het aansluiten van een monogeluidsbron met lijniveau (bijv. een microloon met voorsterker of de lijniveau-uitgang van een telefooinstallatie). De steekschroefklemmen zijn gebalanceerd bedraad.
7.3 Stereogeluidsbronnen
Sluit apparaten met een stereo-uitgang (bv. cd-speler) aan op de cinch-jacks LINE IN (28) van de ingangen CH 4 of CH 5. Omdat de versterker monofoon werk, worden het linker en rechtter stereokanaal maar een monosignal gemengd.
De signalen van de ingangen CH 4 en CH 5 hebben de laagste prioriteit en worden door een signal op een ingang met hogere prioriteit automatisch gedempt (w-tabel figuur 5 in hoofdstuk 3).
7.4 Tafelmicrofoon PA-4300PTT
Met deze tafelmicrofoon (afzonderlijk toebehoren, figuur 3) kannen er aankondigin gen gedaan worden in de PA-zones die op de versterker zich geselecteerd. Het darüber ook möglichk om aankondiginen met erg hoge prioriteit, ongeacht de geselecteerde zone op de versterker, in alle zones weir te gehen.
1) Verbind de jack OUTPUT (40) van de tafelmicrofoon met de RJ-45-aansluiting PA-4300PTT (35) van de versterker.
2) Op elke PA-4300PTT-microfoon kurz u wee een volgende microfoon aansluten. Verbind hiervoor de aansluiting LINK (41) met de aansluiting OUTPUT (40) van een andere PA-4300PTT etc. tot maximaal 3 tafelmicrofoons en de versterker met elkaar verbonden zijn. De totale lengte van de aansluitleiding mag Niet meer dan 1000 m bedragen.
3) De tafelmicroloon is verbonden met ka-naal CH 1, waarom mag tegelijk geen microfoonopdeXLR-/stekkerbusCH1 worden aangesloten.
4) Draai de regelaar GAIN (30) op de ingang CH 1 met behulp van eenkleine schroeendraaier volledig maar rechts (-50) .
5) Voor de PA-4300PTT is fantoomvoeding nodig. Druk waarom de toets PHANTOM POWER (31) op de ingang CH 1 in.
Opgelet: Schakel de versterker uit, damp deuitgangen of draai de MASTER-regelaar (11) in de stand "0", om de schakelaar te bedieren. Zo vermijdt u luide schakelplopen.
6) Selecteer met de schakelaar MIC PRIORITY (36) met nummer 1 of de prioriteit voor de tafelmicrofoons verhoogd moet+zijn (onderste stand ON) of Niet (bovenste stand). Deze instelling geldtECHter alleen voor de PA-4300PTT waarop de schakelaar PRIORITY is uitgeschakeld (hoofdstuk 8.6.1).
7.5 Commandomicrofoon PA-2400RC
Met deze commandomicrooon (afzonderlijk toebehoren, afb. 4), hunnen aankondigingen met hoogste prioriteit gedaan worden tabel aff. 5 in hoofdstuk 3). Daar bij kunt u op de PA-2400RC telkens selecteren, in welke PA-zone de aankondiging hoortbaar moet+zijn. Bovendien is het möglichk om opgeslagen berachten uit de plug-inmodule PA-1120DMT op te vragen.
De signalen van de commandomicrofoons worden met het signala van de ingang CH 2 gemengoed. De volumeregelaar (2) en de klankregelaars (3) van kanaal CH 2 beinvloeden zo beiden signalen.
1) Stel via de schakelaar nr. 6 van het rechter DIP-schakelblok (48) aan de zichijde van de commandomicrofoon in, metwelke versterker de commandomicrofoon gebruikt worden:
Stand ON: PA-2410Z (10 zones) bovenste stand: PA-2420Z (20 zones)
2) Verbind de jack OUTPUT (46) van de commandomicroloon met de RJ-45-bus PA-2400RC (34) van de versterker. Op elke commandomicroloon kurz u opniewu een andere microloon aansluten. Verbind hiervoordaansluiting LINK (45) met de aansluiting OUTPUT (46) van een andere PA-2400RC etc. tot maximaal 32 commandomicrofoons en de versterker met elkaar verbonden zijn. De totale lenghte van de leiding mag Niet meer dan 1000m bedragen.
3) Zorg voor een correcte aflsuiting van de leiding om storingen bij de signaaloverdracht te vermijden. Hiervoorplaatst u op het LASTe apparaat van de ketting de 6de schakelaar TERMINATION van het DIP-schakelblok (47) in de onderste stand (ON). Bij alle andere apparaten moet de schakelaar in de bovenste stand blijven staan.
4) De commandomicrofoons worden via de versterker gevoed. Bij aansluiting vaneer dan 3 commandomicrofoons op een versterker of bij gebruik van een te lange kabelverbinding, volstaat de voedingsspanning Niet.
De led AMP POWER (55) geeft de voedingsspanning via de versterker aan. Als deze led knippert, dan is de voedingsspanning te laag. In dit geval sluit u op de bus 24V = 44) een stabiele netadapter met een laagspanningsstekker 5,5 / 2,1mm (buiten-/binnendiameter) aan. Let hierbij op de correcte polariteit:
centercontact =
De voedingsspanning die via de netadapter worden geleverd, worden via de aansluitingen OUTPUT (46) en LINK (45) ook aan deaarop aangesloten commandomicrofoons doorgestuurd, zodat deze geen eigen netadapter nodig hebben, als de eerste voldoende groot is (stroomverbruik per PA-2400RC: 130 mA).
5) Stel op de versterker met de schakelaar MIC PRIORITY (36) met het nummer 2 een verhoogde prioriteit (onderste positie ON) in.
7.5.1 Apparaatadressen instellen
Om decommunicatie:tussen deversterker en de commandomicrofoons vlot te laten verlopen, moeten aan alle aangesloten PA-2400RC-apparaten verschillende databusadressen worden toegewezen.Dit gebeurt (als binaire code) met de schakelaars 1-5 "ID" van het DIP-schakelblok (47) aan de achterzijde van de commandomicrofoon.
Opmerking: Stel de adressen steeds in bijuitgeschakelde versterker, waar dat een adreswijziging tijdens het gebruik Niet herkend worden.
7.6 Opnameapparaat, monitorsysteme
Een opnameapparaat, een monitorsysteme of een bijkomende versterkerinstallatie kan op de jacks REC (27) aangesloten worden. Hier is het mengsinaal van alle ingangen onafhanke-ijk van de regelaar MASTER (11) beschikbaar. De cinch-jacks zich als L (links) en R (rechts) beschikbaar voor stereo-opnameapparatuur. Omdat de versterker monostabel werkt, zich de signalen op beiden bussen identiek.
PA-2410Z: Neem hoofdstuk 8.7.1 in acht!
7.7 Externe signaalbewerking
Voor de externe klank- of dynamiekbewerking kunt u bijv. een equalizer of compressor via de jacks PRE OUT en AMP IN (26) op de signalweg aansluiten.
1) Verbind de ingang van het apparaat met de jack PRE OUT om het signal te bewerken.
2) Verbind de uitgang van het apparaat met de jack AMP IN.
Door het gebruik van de jack AMP IN wordt de interne verbinding tussen de Voorversterker en de eindversterker voor de volumeregelaar MASTER (11) onderbroken.
PA-2410Z: Neem hoofdstuk 8.7.1 in acht!
7.8 Schakelingangen
Voor de afstandsbesturing van de versterker via schakelcontacten zijn de volgende schroefklemparen beschikbaar.
7.8.1 Afstandsbediend in- en uitschakele
Om de versterker afstandsbediend en uit te schakelen, verbindt u een sluitcontact met de klemmen POWER REMOTE (19).
Opmerking: Bij een gesloten POWER REMOTE-contact kurz u de versterker Niet uitschakelen met de schakelaar POWER (13).
7.8.2 Alarmingang
Via een sluitcontact op de klemmen E/MMESSAGE CONTROL (25) worden de versterker voor eenoodbericht ingeschakeld (als hij al Niet in gebruik is) en alle zone-uitgangen worden geseleerd; bij het model PA-2410Z is het volume van hetoodbericht onafhankelijk van de ingestelde zonevolumes. Als er berichtengeheugenmodule (bijv. PA-1120DMT) geinstalleerd is, kan automatisch een opgeslagen noodbericht (geheugenplaats M6) weergegeven worden.
Deze ingang kan bijv. met de schakeluitgang van een alarminstallatie worden verbonden.
7.9 Net- en noodvoeding
Als de versterker bij een eventuele stroomuit valverder moet werken, sluit u op de klemmen DC POWER (20) een 24 V-noonvoeding aan (bijv. PA-24ESP van MONACOR).
Tot slot verbindt u het netsnoer (17) met een stopcontact (230V / 50Hz)
8 Bediening
Plaats de regelaar MASTER (11) in de minimumstand, voordat u het apparaat de eerste koer inschakelt. Zo vermijdt u een te hoog geluidsvolume.
8.1 In-/uitschakelen
Bij aansluiting op het stroomnet staat de versterker bij ontbrekende noodvoeding in de stand-bymodus. De led STAND BY (12) brandt.
Om in te schakelen, drukt u op de schakelaar POWER (13). De led ON brandt nu in plaats van de led STAND BY. Omuit te schakelen (stand-bymodus) drukt u opnieuw op de schakelaar POWER.
Via een schakelcontact op de klemmen POWER REMOTE (19) kurz u het apparaat ook afstandsbediend in- en uitschakelen.
Opmerking: Bij een gesloten POWER REMOTE-contact kurz u de versterker nicht met de schakelaar POWER (13) uitschakelen.
Als de versteker ook op eenoodvoed ingeschakeld. Met de schakelaar POWER kunt u dan gewoon schakelen tussen netstroom (schakelaar ingedrukt) en deoodvoeding (schakelaaruitgedrukt).
8.2 Keuze van de PA-zones
Alle gewenste zone-uitgangen können bijv. voor een aankondiging of acheergrundmuziek afzonderlijk worden in- en uitgeschakeld. Bij de PA-2410Z is bovendien een individuele aanpassing van het zonevolume möglichk.
8.2.1 PA-2420Z
1) Om een zone in te schakelen, drukt u op de overeenkomstige toets Z1-Z 20 (14) Een led boven de toets brandt bij ingeschakelde uitgang.
2) Om een zone uit te schakelen, houdt u de betreffende toets ingedrukt, tot de led erboven uitgaat.
3) Om alle zones van een rij toetsen in te schakelen, drukt u op de toets ALL CALL (helemaal rechts) naast de rij.
4) Om terug te schakelen maar de vorige zonelectie van deze rij toetsen, houdt u de toets ALL CALL ca. 2 sec ingedrukt.
8.2.2 PA-2410Z
Selecteer met de draaischakelaar Z1-Z10 (16) voor elke zone-uitgang het volume (niveau 1-5) of schakel de zone uit (positie OFF). Deze instelling heeft geen invloed op het geluidsvolume
van een via de schakelingang E/MMESSAGE CONTROL (25) geactiveerd noodbericht,
- van een aankondiging via een tafelmicrofoon PA-4300PTT met deinstilling PRIORITY = ON,
- een aankondiging via een commandomicrofoon PA-2400RC.
8.3 De ingangskanalen instellen
1) Om de volgende instellingen te{kunnen doorvoeren, schakelt u ten minste een zone-uitgang in en draait u de regelaar voor het totale geluidsvolume MASTER (11) voor de helft open.
2) Stel voor de ingangskanalen CH 1 tot CH 5 het geluidsvolume met de overeenkomstige regelaar (2) in. Plaats de regelaars van Niet-gebruekte ingangen in de stand "0".
Een bijkomende niveaucorrectie kan via de wijziging van de ingangsversterking met de regelaars GAIN (30) op dechterzijde van de versterker doorgevoerd worden. Gebruik hiervoor eenkleine schroevendraier.
Stel met de regelaars BASS en TREBLE (3) telkens de optimale klank in.
3) De klank van een plug-inmodule kan met de regelaars PACK BASS en TREBLE (4) worden geoptimaliseerd.
4) Stel het geluidsvolume voor een op de klemmen PAGING IN (24) aangesloten signaalbron met de regelaar TEL PAGING LEVEL (7) in. Als hier geen signaalbron is aangesloten, draait u de regelaar in de stand "0".
5) Stel het gewenste totale geluidsvolume in met de regelaar MASTER (11).
De led-ketting (15) toont het niveau van het mengsinaal dat met de regelaar MASTER is ingesteld. Als de led CLIP brandt, is het signala verrormd. In dit geval draait u de regelaar MASTER of de volumeregelaar van de betrokken ingang overeenkomstig terug.
OPGELET Stel het volume nooit te hoog in. Langdurige blootstelling aan hoge volumes kan het gehoor beschadenig!
Het gehoor raakt aangepast aan hoge volumes die na eenijdje Nieteer zo hoog lijken.Draai het volumeaarom Nietverder open,zelfs nadat u eraan gewoon bent.
8.4 Het gongsignal activeren
Als er via een van de ingangen CH 1-CH 5 een gongsignaal moet werkblinken, bv. om een aankondiging in te leiden, drukt u kort op de toets CHIME (5). Het geluidsvolume van het gongsignaal kan via de regelaar CHIME LEVEL (6) worden ingesteld (keuze van de gongmelodie hoofdstuk 4). Corrigeer zo nodig het geluidsvolume met de regelaar MASTER (11).
8.5 Sirene
Om het sirenegeluid in of uit te schakelen, drukt u op een van de beiden sireneschakelaars (9):
herhaald stijgende en dalende toon
na het stijgen aangehonden toon Er kan slechts een sirene tegelijk werkblinken. Het geluidsvolume van de sirene kan via de regelaar SIREN LEVEL (8) worden ingesteld. Corrigeer zo nodig het geluidsvolume met de regelaar MASTER (11).
8.6 Tafelmicrofoon PA-4300PTT
Voor aankondigingen met een PA-4300PTT:
1) Bepaal met de toets Z1-Z20(14) of met de draaischakelaars Z1-Z10 (16) van de versterker in welke PA-zones de aankondiging hoorbaar moet zichn (hoofdstuk 8.2).
Opmerking: Als de schakelaar PRIORITY (38) op de microfoon op ON staat, heeft de zoneselectie die op de versterker is ingesteld, geen invloed op deze tafelmicrofoon.
2) Draai de regelaar voor het geluidsvolume (2) van de ingang CH 1 op de versterker voor de eerste aankondigting tot onceveer in de helft open.
3) Houd de spreektetoets TALK (43) op de microfoon ingedrukt, wacht evt. op het gongsignaal (hoofdstuk 8.6.1, instelling "CHIME") en spreek in de microfoon (42). De controle-led TALK boven de toets brandt. Met het overschrijden van een bepaald spreekvolume worden de signalen van de ingangen met lage prioriteit automatisch uitgeschakeld (hoofdstuk 3 en 7.4).
Opmerking: Als de schakelaar PRIORITY (38) op de microloon op ON staat, worden de overige ingangssignalen reeds met het indrukken van de spreekteitsuitgeschakeld.
4) Corrigeer zo nodig het volume van de aankondiging met de regelaar CH 1 (2) en stel met de regelaars BASS en TREBLE (3) de optimale klank in. Corrigeer zo nodig het geluidsvolume met de regelaar MASTER (11).
5) De led BUSy boven de spreektoets geeft aan, dat er reeds via een andere tafelmicroloon gesproken worden.
8.6.1 Installingen op de PA-4300PTT
Met de schakelaars op de weiterijde van de tafelmicroloon kurz u volgende instellening doorvoeren:
CHIME (37) - Met de schakelaar in de stand ON is bij het indrukken van de toets TALK (43) eerst het gongsignaal van de versterker (135) hoofdstuk 8.4) hoorbaar.
PRIORITY (38) - Met de schakelaar in de stand ON worden met het indrukken van de toets TALK alle zone-uitgangen ingeschakeld. Met de schakelaar in de bovenste stand is de aankondiging darentegen alleen hoorbaar in de zones die momenteel op de versterker zich ingeschakeld.
MASTER / SLAVE (39) - Als er meerde tafel-microfoons PA-4300PTT op een versterker in gebruik zijn, hebben de microfoons met de instelling MASTER voorrang op deze met instelling SLAVE.
8.7 Commandomicrofoon PA-2400RC
Voor aankondigingen met een PA-2400RC:
1) Voordat u de eerste aankondiging doet, draait u de volumeregelaar MlC (50) aan dechterzijde van de commandomicrofoon ongeveer tot de helft open. Gebruik hiervoor eenkleine schroevendraaier. Draai de volumeregelaar (2) voor de ingang 2 eveneens eerst in de middelste stand.
2) Selecteer met de toetsen Z1-Z10/Z 20 (54) op voorhand de PA-zones waar de aankondiging hoebaar moet worden. Bij de geselecteerde zones brandt de led boven de toets.
Als een zone waar uitgeschakeld moet worden, drukt u opnieuw op de betreffende toets, zodat de led uitgaat. Om alle zones van een rij in of uit te schaken, drukt u op de toets ALL CALL van deze rij. Om terug te schakenaar de vorige zoneselectie van de rij, drukt u opnieuw op de toets ALL CALL.
Als de led BUSY (55) knippert, dan wordt op dat ogenblik een aankondiging via een andere commandomicrofoon of tafelmicrofoon PA-4300PTT gedaan. Een gelsektijdige aankondiging via meerdere commandomicrofoons is Niet möglichk. Een aankondiging kan darüber door een commandomicrofoon met hogere priori teit onderbroken worden (voor de instelling van de prioriteit hoofdstuk 8.7.3, "PRIORITY").
3) Houd de sprekoets TALK (52) ingedrukt, wacht evt. op het gongsignal (hoofdstuk 8.7.3, instelling "CHIME") en spreek in de microfoon (51). De contrôle-led boven de toets brandt en de versterker schakelt maar de zone-uitgangen die op de commandomicrooon geselecteerd werden, en doet dit zolang de sprekoets ingedrukt worden. De led SIGNAL (55) brandt tijdens het spreken of het gongsignal. De ingangssignalen met lagere prioriteit worden automatisch uitgeschakeld (tabel afb. 5 in hoofdstuk 3).
4) Indien nodig corrigeert u het volume van de aankondiging met de regelaar van de ingang CH 2. Bij gelebruik van meerdere commandomicrofoons kut u onderlinge volumeverschillen instellen de regelaars MIC (50). Corrigeer zo nodig het geluidsvolume met de regelaar MASTER (11).
Opmerking: Bij de PA-2410Z gelden de beschreven functie van de ingangsregelaar CH 2, van de regelaar MASTER evenals het uitschakelen van andere signalen uitsluiert als er meer dan 2 zones+zijn geseleeteerd (hoofdstuk 8.7.1).
8.7.1 Extra versterker in de PA-2410Z
Met een bijkomende 60 W-versterker in de PA-2410Z zich via de commandomicrofoon PA-2400RC onafhankelijkke aankondigingen möglichk, als er Niet meer dan twee zones worden geseleerd. In deplaats van het mengsinaal uit de hoofdversterker worden deze aankondigingen maar de uitgangen van de geseleeteerde zones geschakeld. Daardoor kan in een of twee zones een aankondiging plaatsvinden, terwijl bijv. in andere zones muziek hoorbaar blijft.
Het volgende geldt voor deze aankondigin-gen:
- De versterking is alleen afhankelijk van de instelling van de regelaar REMOTE (33) en van de regelaar MIC (50) op de betreffende commandomicrofoon. De volumeregelaar (2) voor de ingang CH 2 en de regelaar MASTER hebben hierop geen invloed.
- Er is geen möglichkeid tot instellen van de klank.
- Het signal wordt nicht via het aansluitpunt PRE OUT / AMP IN (26) gevoerd.
- De aankondigingen geraken Niet op deuitgangen HIGH IMP (22), LOW IMP (21) en REC (27).
- Een via het schakelcontact E/MMESSAGE CONTROL (25) geactiveerde weergave van een noodbericht heeft voorrang.
- Een aankondiging via een tafelmicrofoon PA-4300PTT heeft voorrang, wanner de schakelaar PRIORITY ervan op ON staat.
- Een op de PA-2400RC gestarte weergaveuit het berichtengeugen PA-1120DMT gebeurt steeds via de hoofdversterker.
Bij drie ofeer geenee de zones wordt de aankondiging automatisch via de volumere-gelaar en krankregelaar van de ingang CH 2, de regelaar MASTER en de hoofdversterker gevoerd.
8.7.2 Groepsgeugen
In elke PA-2400RC kan een willekeurige selectie van zone-uitgangen als groep worden opgeslagen en opnieuw opgevraagd.
1) Selecteer alle gewenste zones van de groep met de toetsen Z1-Z10/Z20 (54).
2) Houd de toets RECALL (53) ingedrukt, zodat de led ON (55) knippert. Laat de toets los, als de led Niet更是 knippert. De groep is nu opgeslagen.
3) Om de opgeslagen groep op te vragen, drukt u kort op de toets RECALL.
4) Om terug te kerenaar de selectie die voor het opvragen van de groep gold, drukt u nogmaals kort op de toets RECALL.
8.7.3 Verdere installingen op de PA 2400RC
De DIP-schakelblok (48) aan dechterzijde van de commandomicrofoon biedt volgende opties (ON = onderste schakelpositie):
PRIORITY - Met de schakelaar in de stand ON heeft de PA-2400RC voorrang op de andere microfoons waar bij deze functie Niet is ingeschakeld, en kan hij de aankondigingen ervan onderbreken.
COMPRESSION - Met de schakelaar in de stand ON worden de dynamiek van het microfoonsignaal gereduceerd om verrormingen bij luid spreken te verminderen
CHIME - Met de schakelaar in de stand ON werkblinkt bij drukken op de toets TALK (52) meteen een gongsignal, waarvan u de melodie via de volgende twee schakelaars selecteert.
4 TONE - Met de schakelaar in de stand ON is het gongsignaal met 4 tonen geselecteerd.
2 TONE - Met de schakelaar in de stand ON is het gongsignal met 2 tonen geresteerd als de schakelaar "4 TONE" zich in de bovenste stand bevindt.
Het geluidsvolume van het gongsignal kan via de regelaar CHIME (49) met behulp van eenkleine schroevendraier ingesteld worden.
9 Beveiligingscircuits en foutsignalisatie
De vermogensversterker van de PA-2410Z en van de PA-2420Z is uitergerust met een beveiligingscircuit gegen overbelasting en oververhitting. Dit om te voorkomen dat de luidspekters en de versterker beschadigd worden. Als de led PROTECT (10) brandt, is de veiligkeitsschakeling actief en is er een fouit opgetreden. In dit geval moet u de versterker van de netstroom koppelen en de oorzaak van de storing verhelpen.
Bij de commandomicroloon PA-2400RC wordt het uitvallen van de microfoon aangegeven via de led MIC FAULT (55).
impedantie, aansluitingstype)
"MIC": 2,5mV, 5kΩ, gebalanceerd
"LINE": 300mV, 5kΩ, gbalanceerd
Ingangen CH4,CH5
Cinch: .300mV, 15kΩ, ongebalanceerd
Ingang PAGING IN
Steekschroefklemmen: .245mV, 5kΩ, gebalanceerd
Ingang AMP IN
6,3mm-jack: .775mV, 100kΩ, ongebalanceerd
Uitgang PRE OUT
6,3mm-jack: .775mV, 100Ω, ongebalanceerd
Uitgang REC OUT
Cinch: .775mV, 3kΩ, ongebalanceerd
Klankregelaars
BASS: 100Hz, ±10 dB
Netvoeding: 230V/50Hz Vermogensverbruik
PA-2410Z: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. max. 700VA
PA-2420Z: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. max. 750VA
Noodtoevoer: 24V Stroomverbruik
PA-2410Z: .max. 16A
PA-2420Z: .max.17A
Omgevings
temperatuurbereik: . . .0-40°C
Afmetingen
| 1 Massa |
| 2 Signaal + (+15 V fantoomvoeding) |
| 3 Signaal - (+15 V fantoomvoeding) |
6,3 mm-Klinke
R TS

| S | Massa |
| T | Signaal + |
| R | Signaal - |
Penconfiguration van de stekkerbussen PRE OUT en AMP IN, 6,3 mm-jack

| S | Massa |
| T | Signaal |
10.2 Commandomicrofoon PA-2400RC
Voedingsspanning: 24V (16-35V)
viaPA-2410Z/
PA-2420Z of
netadapter
Stroomverbruik: .130mA
Audio-uitgang
Nominal niveau: . . . .245 mV
Impedantie: .600Ω
Aansluitwijze: . . .gebalanceerd
THD: <0.5%
Signaal/Ruis
verhouding: 60 dB
Frequentiebereik: . . . . .150-15000 Hz
Afmetingen
Max. aantal microfoons: 32
Totale aansluitlength: ..max. 1000m
Opmerking: Een bijkomende netadapter is nodig, als de voedingsspansning via de versterker Niet volstaat [als de led AMP POWER (55) knippert, bijv. bij aansluiting vaneer dan drie PAA-2400RC-microfoons of als het snoer heel erg lang is].
10.3 Tafelmicrofoon PA-4300PTT
Voedingsspanning (viaPA-2410Z/-2420Z)
Voedingsspanning: 24V
Fantoomvoeding: 15V
Afmetingen
(B×H×D): .126×54×156mm
Gewicht: .695g
Aansluiting:
RJ-45

Max. aantal microfoons: 3
Totale aansluitlength: ..max. 1000m
Wijzigingen voorbehonden.
SimpelGids