QLIMA SC5332 - Airconditioning

SC5332 - Airconditioning QLIMA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SC5332 QLIMA in PDF-formaat.

📄 208 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice QLIMA SC5332 - page 130
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : QLIMA

Model : SC5332

Categorie : Airconditioning

Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SC5332 - QLIMA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SC5332 van het merk QLIMA.

GEBRUIKSAANWIJZING SC5332 QLIMA

1. LEES EERST DE GEBRUIKSAANWIJZING.

2. RAADPLEEG BIJ TWIJFEL UW DEALER.

Geachte mevrouw, mijnheer, Van harte gefeliciteerd met de aankoop van uw Qlima airconditioner. U heeft een kwaliteitsproduct aangeschaft waar u nog vele jaren plezier van zult hebben, mits u het apparaat verantwoord gebruikt. Lees daarom eerst deze gebruiksaanwijzing voor een optimale levensduur van uw airconditioner. Wij geven u namens de fabrikant twee jaar garantie op mogelijke materiaal- of fabricagefouten en vier jaar garantie op de compressor. Wij wensen u veel comfort met uw airconditioner. Met vriendelijke groet, PVG Holding B.V. Afdeling Klantenservice131

In de handleiding vindt u vele nuttige tips over hoe u de airconditioner op de juiste manier gebruikt en onderhoudt. In het hoofdstuk Storingen Verhelpen vindt u oplossingen voor algemene problemen. Als u eerst hoofdstuk J “Storingen Verhelpen” doorleest hoeft u misschien geen contact op te nemen met de service- afdeling.132

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Installeer dit toestel enkel wanneer het voldoet aan de lokale/nationale wetgeving, regelgeving en normen. Dit product is bedoeld om gebruikt te worden als een aircon- ditioner in woningen en is alleen geschikt voor gebruik binnenshuis in woonkamers, keukens en garages op droge plaatsen, in normale huishoudelijke omstandigheden. Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor een geaard stopcon- tact, aansluitspanning 220-240 V~/ 50 Hz. De 4,8kW model- len moeten direct met de voedingskabel op de spannings- bron worden aangesloten. BELANGRIJK

  • Het apparaat MOET altijd geaard worden aangesloten. Als de stroomvoorziening niet geaard is, mag u het apparaat niet aansluiten. De stekker moet altijd makkelijk toegankelijk zijn als het apparaat is aangesloten. Lees deze gebruiksinstructie zorgvuldig en volg de aanwijzingen.
  • De airco bevat een koudemiddel en kan worden aangemerkt als apparatuur onder druk. Schakel daarom altijd een bevoegde aircomonteur in voor installatie van en onderhoud aan de airco. De airco dient jaarlijks te worden gecontroleerd en onderhouden door een bevoegde aircomonteur of anders vervalt de garantie. Controleer vóór het aansluiten van het apparaat of:
  • De voedingsspanning overeenkomt met de netspanning op het typeplaatje;
  • Stopcontact en stroomvoorziening geschikt zijn voor de elektrische spanning vermeld op het typeplaatje;
  • De stekker van het snoer in het stopcontact past;
  • Het apparaat op een stabiele ondergrond staat.
  • De middelen voor afkoppeling moeten zijn opgenomen in de vaste bedrading, overeenkomstig de regels voor elektri- sche bedrading.

Laat de elektrische installatie controleren door een erkend vak- man als u er niet zeker van bent dat alles in orde is.

  • Dit apparaat is volgens de CE veiligheidsnormen gefabri- ceerd. Toch dient u, zoals bij ieder elektrisch apparaat, voor- zichtig te zijn.
  • Dek de luchtinlaat en luchtuitlaat nooit af.
  • Houd ventilatieopeningen vrij.
  • Breng het apparaat nooit in contact met chemicaliën.
  • Het apparaat nooit in contact brengen met water, met water besproeien of in water onderdompelen. Schakel het apparaat uit en onderbreek de energievoorziening wan- neer water de binnenunit inloopt.
  • Steek niet uw handen, vingers of voorwerpen in de openin- gen van het apparaat.
  • Sluit het apparaat nooit aan met behulp van een verleng- snoer. Als er geen geschikt geaard stopcontact voorhanden is, laat dit dan installeren door een erkend elektricien.
  • Laat eventuele reparaties en/of onderhoud alleen uitvoeren door een bevoegd monteur of door uw erkende leverancier. Volg de gebruiks- en onderhoudsinstructies vermeld in deze handleiding.
  • Onderbreek altijd de stroomtoevoer als het apparaat niet gebruikt wordt.
  • Zet nooit de airconditioner aan of uit door de stekker in het stopcontact te steken of eruit te halen. Gebruik daarvoor alleen de speciale bedieningsknoppen op de airconditioner of op de afstandsbediening.
  • Open de airconditioner nooit als deze in werking is. Verbreek de stroomtoevoer alvorens het apparaat te openen.
  • Haal altijd de stekker uit het stopcontact of verbreek de stroomtoevoer wanneer de airconditioner wordt gereinigd of wanneer er onderhoud wordt gepleegd.
  • Plaats nooit gasbranders, ovens of kooktoestellen in de luchtstroom.
  • Bedien nooit de knoppen en raak de airconditioner nooit aan met natte handen.134
  • De buitenunit produceert geluid wanneer het apparaat aanstaat. Dit kan in strijd zijn met plaatselijke wettelijke regelingen. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om na te gaan of de apparatuur volledig voldoet aan de plaatselijke wettelijke regelingen.
  • Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, geeste- lijke of zintuiglijke vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij er toezicht wordt gehouden op en instructies worden gegeven voor het gebruik van het apparaat door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
  • Er dient toezicht te worden gehouden op kinderen om er zeker van te zijn dat zij niet met het apparaat spelen.
  • Ga nooit in de directe luchtstroom staan.
  • Drink nooit het condenswater uit de airconditioner
  • Breng geen wijzigingen aan het product aan.
  • Indien de voedingskabel beschadigd is, dient deze vervan- gen te worden door de fabrikant, zijn klantenservice of personen met vergelijkbare kwalificaties om gevaren te voorkomen.
  • Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en mensen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstan- delijke beperking en door mensen die geen ervaring met of kennis over het apparaat hebben als er toezicht op hen wordt gehouden of ze instructies hebben gekregen over veilig gebruik van het apparaat en op de hoogte zijn van de risico’s. Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat spe- len. Reiniging en onderhoud dient niet te worden uitgevoerd door kinderen waarop geen toezicht wordt gehouden.
  • Gebruik het apparaat nooit met een beschadigd snoer, stekker, behuizing of bedieningspaneel.
  • Niet volgen van de aanwijzingen kan leiden tot het vervallen van de garantie op dit apparaat.

Specifieke informatie met betrekking tot toestellen met R290 / R32 koelgas.

  • Lees alle waarschuwingen aandachtig.
  • Gebruik tijdens het ontdooien en reinigen van het toe- stel geen andere hulpmiddelen dan deze die aanbevolen worden door de fabrikant.
  • Het toestel moet geplaatst worden in een ruimte zonder continue ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld: open vuur, toestellen op gas of elektriciteit in werking).
  • Niet doorboren en niet verbranden.
  • Dit toestel bevat Y g (zie typeplaatje op de achterkant van het toestel) R290 / R32 koelgas.
  • R290 / R32 is een koelgas dat voldoet aan de Europese richtlijnen op milieugebied. Geen delen van het koelmid- delcircuit doorboren. Houd er rekening mee dat koelmid- delen een geurstof kunnen bevatten.
  • Als het toestel geïnstalleerd, gebruikt of bewaard wordt in een niet geventileerde ruimte, moet deze ruimte geschikt zijn om de ophoping van koelmiddel te voorkomen. Een risico op brand of een explosie kan het gevolg zijn van- wege het ontsteken van het koelmiddel door elektrische verwarmers, kachels of andere ontstekingsbronnen.
  • Het toestel moet opgeslagen worden op een manier waarop mechanische defecten voorkomen worden.
  • Personen die aan het koelmiddelcircuit werken of het bedienen moeten over de juiste certificatie beschikken die werd uitgegeven door een erkende organisatie die de bekwaamheid garandeert voor het werken met koel- middelen overeenkomstig een specifieke beoordeling die erkend wordt door de industriële organisaties.
  • Reparaties moeten uitgevoerd worden gebaseerd op de aanbevelingen van de fabrikant.136 Onderhoud en reparaties die de hulp van ander gekwalificeerd personeel vereisen, moeten uitgevoerd worden onder toezicht van een persoon die gespecialiseerd is in het gebruik van brand- bare koelmiddelen. Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en bewaard in een kamer met een oppervlakte van meer dan 4 m

. Het appa- raat moet worden bewaard in een goed geventileerde ruimte met afmetingen die overeenstemmen met de gespecificeerde afmetingen voor werking. INSTRUCTIES VOOR HET HERSTELLEN VAN APPARATEN DIE R290 / R32 BEVATTEN 1 ALGEMENE INSTRUCTIES Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor personen met de nodige ervaring in elektronica, elektriciteit, koel- techniek en mechanica.

1.1 Controle van de omgeving

Voer vóór het werken aan systemen die brandbare koelmiddelen bevatten de veiligheidscontroles uit die nodig zijn om te verzekeren dat het risico op ontsteking minimaal is. Vooraleer het koelsysteem hersteld kan worden moet vóór aanvang van de werkzaamheden aan de volgende voorzorgsmaatregelen voldaan zijn.

Het werk zal uitgevoerd worden volgens een gecontroleerde procedure om het risico uit te sluiten dat er een brandbaar gas of brandbare damp aanwezig is terwijl het werk uitgevoerd wordt.

1.3 Algemene werkomgeving

Al het onderhoudspersoneel en alle andere personen die in de omgeving aan het werk zijn zullen op de hoogte gebracht worden van het werk dat uitgevoerd wordt. Werken in besloten ruimtes zal vermeden worden. De omgeving rond de werken zal afgezet worden. Verzeker dat de toestand in de ruimte veilig is en vrij is van brandbare stoffen.

1.4 Controle op de aanwezigheid van koelmiddel

De omgeving zal vóór en tijdens de werkzaamheden gecontroleerd worden met een geschikt detectiemid- del voor koelmiddel om te verzekeren dat de technicus op de hoogte is van mogelijk brandbare atmosferen. Verzeker dat de apparatuur die gebruikt wordt voor lekdetectie geschikt is om gebruikt te worden bij koelmid- delen, dit wil zeggen vonkvrij, adequaat afgedicht of intrinsiek veilig.

1.5 Aanwezigheid van een brandblusapparaat

Als er heet werk uitgevoerd wordt op de koeluitrusting of daaraan verbonden onderdelen zal geschikte brand- blusapparatuur ter plaatse beschikbaar zijn. Plaats een brandblusapparaat met droog poeder of CO

naast het laadgebied.

1.6 Geen ontstekingsbronnen

Niemand zal tijdens werken aan een koelsysteem waarbij leidingen blootgesteld worden waarin zich eerder het brandbare koelmiddel bevond of nog steeds in bevindt, ontstekingsbronnen gebruiken op een manier die een risico op brand of een explosie met zich meebrengt. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief sigaret- ten roken, moeten op een voldoende afstand gehouden worden tijdens het installeren, herstellen, verwijderen en afvoeren. Tijdens deze handelingen kan brandbaar koelmiddel in de omgeving vrijkomen. Vóór aanvang van de werken zal de omgeving rond de apparatuur gecontroleerd worden om te verzekeren dat er geen brandgevaar of risico op explosie aanwezig is. Er zullen borden met “Verboden te roken” geplaatst worden.

1.7 Geventileerde omgeving

Verzeker dat de omgeving open is of dat er voldoende geventileerd wordt vooraleer het systeem te openen of heet werk uit te voeren. Het niveau van ventilatie zal behouden blijven tijdens de periode waarin de werk- zaamheden uitgevoerd worden. De ventilatie moet vrijgekomen koelmiddel veilig afvoeren en het liefst zo veel mogelijk naar de atmosfeer verdrijven.

1.8 Controles van de koeluitrusting

Wanneer er elektrische onderdelen vervangen worden zullen de nieuwe onderdelen geschikt zijn voor hun

doel en aan de juiste specificaties voldoen. De onderhoudsrichtlijnen van de fabrikant zullen te allen tijde gevolgd worden. Contacteer bij twijfel de technische dienst van de fabrikant voor bijstand. De volgende con- troles zullen uitgevoerd worden bij installaties die brandbare koelmiddelen gebruiken:

  • De grootte van de lading overeenkomstig de afmetingen van de kamer waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten geïnstalleerd worden is.
  • De in- en uitlaten van de ventilatie naar behoren werken en niet geblokkeerd worden.
  • Als er een onrechtstreeks koelcircuit gebruikt wordt, zal het secundaire circuit gecontroleerd worden op de aanwezigheid van koelmiddel.
  • De aanduidingen op de uitrusting zichtbaar en leesbaar blijven. Aanduidingen en tekens die onleesbaar zijn zullen gecorrigeerd worden.
  • Leidingen of onderdelen met koelmiddel worden in een positie geïnstalleerd waarbij het onwaarschijnlijk is dat ze blootgesteld worden aan stoffen die de onderdelen die koelmiddel bevatten zullen corroderen, tenzij de onderdelen gemaakt zijn uit materialen die van nature bestand zijn tegen corrosie of gepast beveiligd zijn tegen corrosie.

1. 9 Controle van elektrische apparatuur

Initiële veiligheidscontroles zullen deel uitmaken van de procedure voor het herstellen en onderhouden van elektrische onderdelen. Indien er een fout aanwezig is die de veiligheid in het gedrang kan brengen zal er geen voeding op het circuit aangesloten worden tot wanneer dit probleem opgelost is. Als de fout niet onmiddellijk gecorrigeerd kan worden maar de werking verder gezet moet worden, zal een adequate tijdelijke oplossing gebruikt worden. Dit zal gemeld worden aan de eigenaar van de uitrusting zodat alle partijen op de hoogte zijn. Initiële veiligheidscontroles zullen het volgende bevatten:

  • dat condensatoren ontladen zijn: dit zal gebeuren op een veilige manier om de kans op vonken te vermij- den;
  • dat er geen onderdelen en bedrading onder spanning blootgesteld worden tijdens laden, recupereren of spoelen van het systeem;
  • dat het systeem voortdurend geaard is.

2 HERSTELLINGEN AAN AFGEDICHTE ONDERDELEN

2.1 Tijdens herstellingen aan afgedichte onderdelen moet alle elektrische voeding afgekoppeld worden van de

apparatuur vóór het verwijderen van afgedichte deksels, enz. Als het absoluut nodig is dat de voeding tijdens onderhoudswerken aan de apparatuur aangesloten blijft moet een permanente lekdetectie geplaatst worden ter hoogte van het meest kritische punt om te waarschuwen voor een mogelijk gevaarlijke situatie.

2.2 Er zal in het bijzonder aandacht besteed worden aan het volgende om te verzekeren dat tijdens het werken

aan elektrische onderdelen de behuizing niet gewijzigd wordt op een manier waarop het niveau van bevei- liging beïnvloed wordt. Dit zal beschadiging van kabels, een teveel aan aansluitingen, klemmenblokken die niet volgens specificatie zijn, beschadigingen aan dichtingen, onjuiste plaatsing van pakkingen, enz. bevatten. Verzeker dat de apparatuur stevig gemonteerd is. Verzeker dat de dichtingen of dichtingsmaterialen niet zodanig verouderd zijn dat ze het binnendringen van brandbare atmosferen niet meer kunnen voorkomen. Vervangonderdelen zullen voldoen aan de specificaties van de fabrikant. OPMERKING Het gebruik van siliconen afdichtingsmiddel kan de effectiviteit van sommige types van appara- tuur voor lekdetectie verminderen. Intrinsiek veilige onderdelen moeten niet geïsoleerd worden vooraleer er aan gewerkt wordt.

3 HERSTELLINGEN AAN INTRINSIEK VEILIGE ONDERDELEN

Breng geen permanent inductieve of capacitieve ladingen aan op het circuit zonder te verzekeren dat deze de maximaal toegelaten spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijden. Intrinsiek veilige onderdelen zijn enkel deze onderdelen van het type waaraan gewerkt kan worden onder spanning in een brandbare atmosfeer. De testapparatuur zal van de juiste klasse zijn. Vervang onderdelen enkel door onderdelen met de specificaties van de fabrikant. Andere onderdelen kunnen leiden tot ontsteking van het koelmiddel in de atmosfeer ten gevolge van een lek. 4 BEKABELING Controleer dat de bekabeling niet beïnvloed is door slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere negatieve omgevingseffecten. De controle zal ook rekening houden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen die veroorzaakt worden door compressoren of ventilatoren.

5 DETECTIE VAN BRANDBARE KOELMIDDELEN

Er zullen onder geen omstandigheden mogelijke ontstekingsbronnen gebruikt worden tijdens het zoeken naar of detecteren van lekken van koelmiddel. Een halidelamp (of een andere detector met open vlam) zal niet gebruikt worden.

6 METHODES VAN LEKDETECTIE

De volgende methodes van lekdetectie worden als aanvaardbaar beschouwd voor systemen die brandbare koelmiddelen bevatten. Elektronische lekdetectoren zullen gebruikt worden om brandbare koelmiddelen te detecteren maar de gevoeligheid kan onvoldoende zijn of ze moeten opnieuw gekalibreerd worden.138 (Detectieapparatuur zal gekalibreerd worden in een omgeving vrij van koelmiddel.) Verzeker dat de detector geen mogelijke ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Lekdetectie-apparatuur zal ingesteld worden op een percentage van de LEL van het koelmiddel en zal geka- libreerd worden volgens het koelmiddel dat gebruikt wordt en het gepaste percentage aan gas (25 % maxi- mum) bevestigd is. Vloeistoffen voor lekdetectie zijn geschikt voor gebruik voor de meeste koelmiddelen maar het gebruik van detergenten die chloor bevatten zal vermeden worden omdat het chloor kan reageren met het koelmiddel en het koperen leidingwerk kan corroderen. Als er een vermoeden van een lek is zullen alle open vlammen verwijderd/gedoofd worden. Als er een lek van koelmiddel gevonden dat soldeerwerk vereist zal al het koelmiddel uit het systeem gerecu- pereerd worden of geïsoleerd worden (door middel van afsluitventielen) in een deel van het systeem op een veilige afstand van het lek. Zuurstofvrije stikstof (OFN) zal dan door het systeem geblazen worden, zowel vóór als tijdens het soldeerwerk.

7 VERWIJDEREN EN VERDRIJVEN

Bij het openen van het koelmiddelcircuit om herstellingen uit te voeren - of voor een andere reden - zullen de conventionele procedures gebruikt worden. Het is echter belangrijk dat de beste praktijken gevolgd worden omdat er met brandbaarheid rekening gehouden moet worden. De volgende procedure zal gevolgd worden: verwijder het koelmiddel; spoel het circuit met een inert gas; verdrijf; spoel opnieuw met het inert gas; open het circuit door snijden of solderen. De lading aan koelmiddel zal gerecupereerd worden in de gepaste recuperatieflessen. Het systeem zal “gespoeld” worden met OFN om de eenheid in een veilige toestand te brengen. Dit proces moet mogelijk enkele keren herhaald worden. Perslucht of zuurstof zal niet gebruikt worden voor deze taak. Spoeling zal bereikt worden door het breken van het vacuüm met OFN en er zal verder gevuld worden tot de werkingsdruk bereikt wordt. Daarna wordt de druk afgelaten naar atmosfeer en wordt er uiteindelijk terug vacuüm getrok- ken. Dit proces zal herhaald worden tot er zich geen koelmiddel meer in het systeem bevindt. Na het gebruiken van de laatste lading OFN zal de druk afgelaten worden tot atmosferische druk om werken aan de apparatuur toe te laten. Deze handeling is zeer belangrijk als er soldeerwerken aan het leidingwerk uitgevoerd moeten worden. Verzeker dat de uitlaat van de vacuümpomp zich niet in de buurt bevindt van ontstekingsbronnen en dat er ventilatie is. 8 LAADPROCEDURES Naast de conventionele laadprocedures zullen de volgende vereisten gevolgd worden. Verzeker dat de verschil- lende koelmiddelen niet gemengd worden tijdens het gebruiken van de laadapparatuur. Slangen of leidingen zullen zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid aan koelmiddel dat zich hierin kan bevinden te minimaliseren. De flessen zullen rechtop geplaatst worden. Verzeker dat het koelsysteem geaard is vooraleer het systeem met koelmiddel geladen wordt. Breng etiketten aan op het systeem als het volledig geladen is (als dit nog niet het geval is). Men moet uiterst voorzichtig zijn om het koelsysteem niet te overvullen. Vooraleer het systeem opnieuw te laden zal er een druktest met OFN uitgevoerd worden. Het systeem zal na het laden, maar vóór ingebruikname, getest worden op lekken. Een tweede controle op lekken zal uitgevoerd laten vóór het verla- ten van de site. 9 ONTMANTELING Vooraleer deze procedure uitgevoerd wordt is het van essentieel belang dat de technicus de apparatuur en al zijn details volledig kent. Het is goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden. Vóór het uitvoeren van deze taak zal een monster van de olie en het koelmiddel genomen worden voor het geval een analyse vereist is vooraleer het gerecupereerde koelmiddel opnieuw gebruikt wordt. Het is van essentieel 4 GB belang dat er voeding beschikbaar is vooraleer met deze taak gestart wordt. a) Leer de uitrusting en de werking kennen. b) Isoleer het systeem elektrisch. c) Verzeker vóór het proberen uitvoeren van deze procedure dat: mechanische behandelingsapparatuur beschikbaar is, indien nodig, voor het behandelen van de flessen met koelmiddel. d) Alle persoonlijke beveiligingsapparatuur beschikbaar is en gebruikt wordt; er wordt te allen tijde tijdens het recuperatieproces toezicht gehouden door een bevoegd persoon. e) Recuperatie-apparatuur en flessen voldoen aan de gepaste normen. f) Pomp het koelsysteem leeg, indien mogelijk. g) Maak, als er geen vacuüm getrokken kan worden, een verdeelstation zodat het koelmiddel uit de verschil- lende delen van het systeem verwijderd kan worden. h) Verzeker dat de fles op de weegschaal staat vóór aanvang van de recuperatie.

i) Start de recuperatiemachine en bedien deze volgens de instructies van de fabrikant.

j) Overvul de flessen niet. (Niet meer dan 80 % van het volume van vloeibare lading.) k) Overschrijd de maximale werkdruk van de fles niet, zelfs niet tijdelijk. l) Verzeker dat de flessen na het vullen en het voltooien van het proces de flessen en de apparatuur onmid- dellijk van de site verwijderd worden en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur in gesloten stand staan. m) Gerecupereerd koelmiddel zal niet in een ander koelsysteem geladen worden tenzij het gereinigd en gecon- troleerd werd.

10 ETIKETTERING Er zal een etiket op de apparatuur aangebracht worden dat aangeeft dat het ontmanteld werd en er geen koelmiddel meer aanwezig is. Dit etiket zal gedateerd en ondertekend worden. Verzeker dat er etiketten op de apparatuur aangebracht zijn die aangeven dat de uitrusting brandbaar koelmiddel bevat. 11 RECUPERATIE Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, voor onderhoud of ontmanteling, is het goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden. Verzeker dat tijdens het overbrengen van koelmiddel in flessen de juiste flessen voor recuperatie van koelmiddel gebruikt worden. Verzeker dat een voldoende aantal flessen voor het opslaan van de totale lading van het systeem beschikbaar is. Alle cilinders die gebruikt zullen worden zijn toegewezen aan het gerecupereerde koelmiddel en voorzien van een etiket voor dat koelmiddel (dit wil zeggen speciale cilinders voor de recuperatie van koelmiddel). Cilinders zullen voorzien zijn van een overdruk- ventiel en bijhorende afsluitventielen die zich in goed werkende staat bevinden. De inhoud van recuperatie- flessen wordt verdreven en, indien mogelijk, worden de flessen gekoeld vóór de recuperatie van start gaat. De recuperatie-apparatuur zal zich in goed werkende staat bevinden en voorzien zijn van een reeks met instructies betreffende de beschikbare uitrusting en zal geschikt zijn voor de recuperatie van brandbare koel- middelen. Daarnaast zal een set van goed werkende, gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn. Slangen zullen volledig zijn met lekvrije koppelingen en in goede staat verkeren. Controleer vóór het gebruiken van de recuperatiemachine dat deze goed werkt, gepast onderhouden werd en dat verbonden elektrische onderdelen afgedicht zijn om ontsteking te voorkomen in het geval van vrijgekomen koelmiddel. Raadpleeg de fabrikant bij twijfel. Het gerecupereerde koelmiddel zal terug gestuurd worden naar de leverancier in de juiste fles en met de correct ingevulde Waste Transfer Note. Meng koelmiddelen niet in recuperatie-eenheden en vooral niet in cilinders. Verzeker dat, wanneer compressoren of de olie van compressoren verwijderd moet worden, deze leeg gemaakt werden tot een aanvaardbaar peil om te garanderen dat er geen brandbaar koelmiddel achterblijft in het smeermiddel. Het verwijderingsproces zal uitgevoerd worden vooraleer de compressoren teruggestuurd wor- den naar de leveranciers. Elektrische verwarming van de behuizing van de compressor zal enkel toegepast worden om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem afgelaten wordt, zal dit op een veilige manier gebeuren. Opmerking over gefluoreerde gassen

1. Deze air-conditioning unit bevat gefluoreerde gassen. Voor specifieke informatie over het type gas

en de hoeveelheid, verwijzen wij u naar het relevante label op het apparaat zelf.

2. Installatie, service, onderhoud en reparatie van dit toestel moet worden uitgevoerd door een gecer-

tificeerd technicus.

3. Product demonteren en recycling moet worden uitgevoerd door een erkend vakman.

4. Indien er een lekdetectiesysteem geïnstalleerd is op het systeem, moet er minstens elke 12 maanden

op lekken gecontroleerd worden.

5. Het is ten zeerste aanbevolen om de gegevens van alle controles van de eenheid op lekken nauwkeurig

te noteren en te bewaren.

6. Deze airco-unit is een hermetisch gesloten eenheid die gefluoreerde gassen bevat.140

B ONDERDELEN EN FUNCTIESBINNENUNIT Binnenunit Luchtfilter (achter voorpaneel) Voorpaneel Luchtuitlaat Schermpje Afstandsbediening (zie hoofdstuk D voor meer bijzonderheden en bediening) BUITENUNIT Buitenunit Aansluitleiding, afvoerslang (Voor S-modellen is de aansluitleiding niet inbegrepen) Luchtinlaat (zij- en achterkant) Luchtuitlaat

LET OP!Alle afbeeldingen in deze handleiding en op de verpakking zijn alleen bedoeld als toelichting en indicatie en kunnen enigszins afwijken van de airconditioner die u heeft gekocht. Alleen de werkelijke vorm is belangrijk.FUNCTIE VAN DE INDICATIELAMPJES OP HET SCHERMPJE VAN DE BINNENUNIT Page 6 Unit Specifications and Features

C BEDRIJFSTEMPERATUUR Koelen, verwarmen en / of ontvochtigen zijn mogelijk bij de volgende binnen- en buitentemperatuur: Temperatuur Modus Koelen Verwarmen Ontvochtigen Kamertemperatuur 17ºC - 32ºC 0ºC - 30ºC 10ºC - 32ºC Buitentemperatuur -25ºC - 50ºC -25ºC - 30ºC 0ºC - 50ºC WAARSCHUWING

  • Wanneer de airconditioner wordt gebruikt bij temperaturen anders dan hierboven aangegeven, kunnen bepaalde beveiligingsvoorzieningen gaan werken, waardoor de unit niet meer goed functioneert.
  • Wanneer de airconditioner in bedrijf is bij een relatieve luchtvochtigheid van meer dan 80% in de ruimte kan er op de oppervlakte van de airconditioner condens ontstaan. In dat geval dient u de verticale luchtstroom lamel in de uiterste stand (verticaal naar de vloer gericht) en de ventilator op Hoog (“HIGH”) te zetten.
  • Sluit, voor een maximaal effect van uw airconditioner, altijd deuren en ramen wanneer wordt gekoeld of verwarmd.
  • Richt de afstandsbediening altijd op de signaalontvanger van de binnenunit en zorg ervoor dat zich geen obstakels bevinden tussen de afstandsbediening en de ontvanger. Als dat wel het geval is kan het signaal van de afstandsbediening niet worden opgevangen en werkt de airconditioner niet goed.
  • De afstandsbediening werkt tot op een maximale afstand van ongeveer 6 tot 7 meter. Introductie van functieknoppen op de afstandsbediening

SLEEP FRESH fig. 1 Aan/uit “ON/OFF” knop: Druk deze knop in om de werking van de unit te starten. Druk deze knop weer in om de werking van de unit te beëindigen.142 Modus knop: Iedere keer dat u de knop indrukt wordt een modus geselecteerd in de volgorde: Automatisch “AUTO”, Koelen “COOL”, Drogen “DRY””, Verwarmen “HEAT” en Alleen Ventileren ““FAN ONLY”. Zie de volgende figuur:

AUTO COOL DRY HEAT FAN

+ Knop: Druk de knop in om de binnentemperatuur instelling te verhogen tot max. 30ºC. - Knop: Druk de knop in om de binnentemperatuur instelling te verlagen tot min. 17ºC. Ventilator “FAN” Knop: Deze knop wordt gebruikt om de ventilatorsnelheid te selecteren. Steeds wanneer u de knop indrukt, wordt een ventilatorsnelheid geselecteerd die verspringt van “AUTO” naar Laag “LOW” naar Medium “MED” naar Hoog “HIGH” en dan terug naar “Auto”. Wanneer u de “AUTO” of “DRY”modus selecteert wordt de ventilatorsnelheid automatisch geregeld en kunt u deze snelheid niet instellen. SLEEP-knop: Druk deze knop in om de energiebesparingstand in te schakelen. Druk de knop nogmaals in om deze stand uit te schakelen. Deze functie, die alleen kan worden gebruikt in combinatie met koel-, verwarmings- of automatisch bedrijf [COOL, HEAT en AUTO], zorgt ervoor dat de airconditio- ner automatisch de ingestelde temperatuur met 1ºC per uur verhoogt (in koelmodus) of verlaagt (in verwarmmodus) gedurende de eerste 2 uur. De airconditioner zal vervolgens gedurende 5 uur deze temperatuur (ingestelde temperatuur + of - 2 graden) handhaven. Vervolgens schakelt het apparaat zich automatisch uitschakelen. FRESH-knop: Lang indrukken om de FRESH-functie te activeren. Zwenk “SWING” Knop: Druk op de “SWING” knop om de Zwenkfunctie te activeren. Druk nogmaals op de knop om deze functie te stoppen. Luchtrichting “AIR DIRECTION” Knop: Druk op deze knop om de stand van de lamel te wijzigen. De lamel verandert 6 graden van positie bij iedere druk op de knop. Als de lamel in een bepaalde stand staat, waarbij deze het koelings- of verwarmingseffect van de airconditioner zou beïnvloeden, wordt de positie van de lamel automatisch veranderd. Er verschijnt geen symbool op het schermpje wanneer op deze knop wordt gedrukt. Zwenk “SWING” Knop (links en rechts): Druk op de “SWING” knop om de Zwenkfunctie te activeren. Druk nogmaals op de knop om deze functie te stoppen. i “TIMER ON” Knop: Druk op deze knop om de Automatische inschakeltijd functie te activeren. Bij iedere druk op de knop verspringt de automatisch ingestelde tijd met 30 minuten. Als de insteltijd 10 uur aangeeft verspringt de automatisch ingestelde tijd met iedere druk op de knop met 60 minuten. Om het programma Timer On op te heffen dient u op de knop te blijven drukken tot er niets meer op het schermpje wordt weergegeven. j “TIMER OFF” Knop: Druk op deze knop om de Automatische uitschakeltijd functie te activeren. Bij iedere druk op de knop verspringt de automatisch ingestelde tijd met 30 minuten. Als de insteltijd 10 uur aangeeft verspringt de automatisch ingestelde tijd met iedere druk op de knop met 60 minuten. Om het programma Timer Off op te heffen dient u op de knop te blijven drukken tot er niets meer op het schermpje wordt weergegeven. k Resetknop: Door op de verzonken resetknop te drukken, kunt u alle bestaande instellingen annuleren en de afstandsbediening weer terugstellen op de oorspronkelijke waarden. l TURBO-knop/Active Clean-knop: Als u deze knop indrukt terwijl de airconditioner in koelbedrijf [COOL] werkt, wordt het koelvermogen verhoogd. Door deze knop nogmaals in te drukken schakelt u de TURBO-functie weer uit. Door deze knop ingedrukt te houden (> 2 sec) gaat het toestel over in de Active Clean-modus. Er zal een proces gestart worden om de binnenkant van de verdamper schoon te maken en de vermenigvuldiging van bacteriën te verminderen. Als deze functie geactiveerd is, worden alle timer-instellingen geannuleerd. Om de airco Active Clean-modus te beëindigen, houdt u de knop nogmaals (> 2 sec) ingedrukt. m LOCK-knop: Door de verzonken LOCK-knop in te drukken kunt u alle actuele instellingen vastzetten. De afstandsbediening reageert nu alleen nog op de LOCK-knop. Druk de knop nogmaals in om de LOCK- modus uit te schakelen.

n LED DISPLAY-knop: Door deze knop in te drukken, kunt u de verlichting van het display van de afstandsbediening inschakelen. De verlichting schakelt autmoatisch weer uit wanneer er binnen 3 seconden geen toetsen meer worden ingedrukt (geldt niet voor apparaten welke niet voorzien zijn van deze functie). o Gereduceerd geluidsknop / bevriezingspreventie: Druk op deze knop om het geluidsniveau aan de binnenkant terug te brengen tot 21 dB(A). De ventilator van het binnentoestel wordt tot het laagste niveau gebracht. Door deze knop in te drukken (> 2 seconden), wordt de vorstpreventiestand van het apparaat ingeschakeld. Het apparaat negeert de bestaande binnentemperatuurinstelling dan en stelt de binnentemperatuur in op ca. 8 °C. Zo wordt vorst in uw huis voorkomen tijdens koude periodes terwijl het apparaat met het laagst mogelijke energieverbruik draait. Als deze stand geselecteerd is, verschijnt op het binnendisplay van het apparaat “FP”. Deze knop kan alleen worden bediend in de verwarmings- modus. U kunt de vorstpreventiestand weer uitschakelen door de knop opnieuw in te drukken. Namen en functies van indicatielampjes op de afstandsbediening auto cool dryheatfan sleep lock run

Schermpje Verzendingslampje: Dit lampje brandt terwijl de afstandsbediening signalen stuurt naar het apparaat. Indicatie van bedrijfsstand: Toont de actuele bedrijfsstand: AUTO , COOL [koelen] , DRY [drogen] , HEAT [verwarmen] , Fan [ventileren] . Temp. / Timer aanduiding: Toont de temperatuurinstelling (17º C ~ 30ºC). Wanneer u de bedrijfsstand op FAN staat, wordt er geen temperatuur getoond. Wanneer de timerfunctie is ingeschakeld, toont het display de stand ON of OFF van de timer. Aanduiding ventilatorsnelheid: Toont de geselecteerde ventilatorsnelheid, Auto (geen aanduiding), Laag , Midden of Hoog . Bij de bedrijfsstand AUTO of DRY staat de ventilatorsnelheid op Auto. Aan/uit-indcatie: Wordt getoond door het drukken op de On / Off knop. Druk opnieuw op de On / Off knop om te verwijderen. Lock-weergave: De melding LOCK verschijnt wanneer de LOCK-bedrijfsstand is ingeschakeld. Druk opnieuw op LOCK om te verwijderen. Sleep-weergave: De melding Sleep verschijnt wanneer de Sleep-bedrijfsstand is ingeschakeld. Druk opnieuw op SLEEP om te verwijderen.

LET OP In Fig. 2 worden voor alle duidelijkheid alle functies getoond. Tijdens de werkelijke werking worden echter alleen de van toepassing zijnde functies op het schermpje getoond. Werken met de afstandsbediening Plaatsen / vervangen van batterijen Gebruik twee droge cel alkaline batterijen (AAA/LR03).Gebruik geen oplaadbare batterijen.144

1. Verwijder het batterijklepje aan de achterkant van de afstandsbediening in de richting van de pijl.

2. Plaats nieuwe batterijen en let op dat de positieve (+) en negatieve (-) polen van de batterijen in de

juiste richting geplaatst zijn.

3. Schuif het klepje weer terug.

  • Wanneer de batterijen verwijderd zijn, wist de afstandsbediening alle programma’s. Na het vervangen van de batterijen, moet de afstandsbediening opnieuw geprogrammeerd worden.
  • Wanneer u batterijen vervangt dient u geen oude batterijen of batterijen van een ander type te gebruiken. Hierdoor kan de afstandsbediening slecht gaan functioneren.
  • Als u de afstandsbediening gedurende enkele weken niet gaat gebruiken kunt u beter de batterijen verwijderen. Op deze manier voorkomt u dat lekkende batterijen de afstandsbediening beschadigen.
  • De gemiddelde levensduur van batterijen is bij normaal gebruik ongeveer een half jaar.
  • Vervang de batterijen wanneer er geen antwoordtoon komt van de binnenunit of wanneer het Transmissie indicatielampje niet oplicht.
  • Gebruik nooit oude en nieuwe batterijen tegelijkertijd. Gebruik nooit verschillende types (bijv. alkaline en manganese dioxide) tegelijkertijd. AUTOMATISCHE BEDIENING Als de airconditioner gebruiksklaar is (controleer of het apparaat aan stroomnet aangesloten is en of er stroom beschikbaar is), schakel de stroom dan in en het Bedrijfsmodus indicatielampje op het schermpje van de binnenunit gaat knipperen.

1. Druk op de “MODE” selecteerknop om AUTO te selecteren.

2. Druk op de + of - knop om de gewenste kamertemperatuur in te stellen.

3. Druk op de “On/off” knop om de airconditioner te starten. Het Bedrijfsmodus indicatielampje op het

schermpje van de binnenunit gaat branden. De Ventilatorsnelheid wordt automatisch geregeld.

4. Druk weer op de “On/off” knop om de werking van de unit te stoppen.

  • In de AUTO modus zal de airconditioner automatisch de bedrijfsmodus Koelen, Ventileren of Verwarmen selecteren aan de hand van het gemeten verschil tussen de werkelijke omgevingstemperatuur in de ruimte en de ingestelde temperatuur op de afstandsbediening.
  • Als de AUTO modus u niet bevalt kan de gewenste modus handmatig worden geselecteerd. KOELEN, VERWARMEN en ALLEEN VENTILEREN regelen

1. Als de AUTO modus u niet bevalt kunt u handmatig de instellingen tijdelijk opheffen. U drukt hiervoor

knop in om de Koelen, Drogen, Verwarmen of de Alleen Ventileren modus te gebruiken.

2. Druk de knop + of - in ( en ) om de gewenste kampertemperatuur in te stellen.

3. Druk op Ventileren “FAN” knop om AUTO, HIGH, MED of LOW in de Ventileren modus te selecteren.

4. Druk op “ON/OFF” knop . Het bedrijfsmodus indicatielampje brandt en de airconditioner begint te wer-

ken volgens uw instellingen. Druk nogmaals op “ON/OFF” knop om deze functie van de unit te stoppen.

LET OP! De modus Alleen Ventileren kan niet worden gebruikt om de temperatuur te regelen. In deze modus zijn alleen stap 1, 3 en 4 mogelijk.

2. Druk op knop + of - ( en ) om de gewenste temperatuur in te stellen.

3. Druk op “On/off” knop . Het bedrijfsmodus indicatielampje brandt en de airconditioner begint te wer-

ken in de modus Drogen. Druk nogmaals op “On/off” knop om deze functie van de unit te stoppen.

LET OP! Vanwege het verschil tussen de ingestelde temperatuur van de unit en de werkelijke binnentemperatuur zal de airconditioner in de modus Drogen regelmatig automatisch inschakelen, zonder de modus Koelen en Ventileren te laten werken. Regeling van de TIMER Druk op de “TIMER ON/OFF” knop (i en j) om de “aan” en “uit” tijd van de unit in te stellen. De effec- tieve, met de afstandsbediening ingestelde werkingstijd voor de timer functie is beperkt tot een periode van 0,5 tot minder dan 24 uur.

1. De START tijd instellen.

1.1 Druk op “TIMER ON” knop i. Op het schermpje van de afstandsbediening verschijnt ON TIMER, de

laatst ingestelde tijd voor het inschakelen van de unit, en het symbool “h” wordt getoond in het Timer gedeelte van het schermpje. U kunt nu de START tijd van de unit opnieuw instellen.

1.2 Druk weer op “TIMER ON” knop i om de gewenste inschakeltijd van de unit in te stellen.

1.3 Na de instelling van de “TIMER ON” duurt het een halve seconde voor de afstandsbediening het signaal

naar de airconditioner verzendt.

2. De STOP tijd instellen.

2.1 Druk op “TIMER OFF” knop j. Op het schermpje van de afstandsbediening verschijnt OFF TIMER en de

laatst ingestelde tijd voor het uitschakelen van de unit in uren wordt getoond in het Timer gedeelte van het schermpje. U kunt nu de STOP tijd van de unit opnieuw instellen.

2.2 Druk weer op “TIMER OFF” knop j om de tijd in te stellen waarop u de unit wilt laten uitschakelen.

2.3 Na de instelling van de “TIMER OFF” duurt het een halve seconde voor de afstandsbediening het sig-

naal naar de airconditioner verzendt. Voorbeeld van timer instelling Om de airco over 6 uur aan te laten slaan.

1. Druk op de TIMER ON knop, de laatste ingestelde starttijd en het signaal „h“

wordt getoond op het display

2. Druk op de TIMER ON knop tot „6.0h“ verschijnt

3. Wacht een seconde en het digitale display zal de temperatuur weer tonen. De

TIMERON TIMER ON indicator zal blijven branden en de functie is ingeschakeld. Gecombineerde timer (Instellen van zowel TIMER ON als TIMER OFF simultaan)

TIMER OFF --> TIMER ON

(Aan --> Stop --> Start) Deze functie is bruikbaar wanneer u de airo bijvoorbeeld uit wilt schakelen nadat u

Stop2hSet 10 h TIMERONOFF bent gaan slapen, en het apparaat in de ochtend in te schakelen wanneer u wakker wordt of wanneer u thuiskomt.146 Voorbeeld: Om de airconditioner 2 uur na de instelling uit te schakelen en opnieuw in te laten schakelen na 10 uur.

1. Druk op de TIMER OFF knop

2. Druk opnieuw op de TIMER OFF knop tot 2.0h verschijnt op het TIMER OFF display

3. DRUK op de TIMER ON knop

4. Druk opnieuw op de TIMER ON knop tot 10.h verschijnt op het TIMER ON display

5. Wacht een seconde en het digitale display zal de temperatuur weer tonen. De TIMER ON OFF indicator

zal blijven branden en de functie is ingeschakeld.

  • Als de ingestelde tijd voor STARTEN en STOPPEN hetzelfde is, wordt de stoptijd automatisch een half uur (de ingestelde tijd geeft minder dan 10 uur aan) of een uur (de ingestelde tijd geeft 10 uur of meer aan) later.
  • Om de “TIMER ON/OFF” tijd in te stellen drukt u op de desbetreffende TIMER knop en stelt de tijd opnieuw in.
  • De insteltijd is een relatieve tijd, d.w.z. dat deze tijd is gebaseerd op een tijdsverschil tussen de werkelijke tijd en de ingestelde tijd. WAARSCHUWING
  • Bescherm de afstandsbediening tegen hoge temperaturen en blootstelling aan straling.
  • Bescherm de ontvanger van het binnendeel tegen direct zonlicht om te voorkomen dat de airconditioner niet goed functioneert.

HANDMATIGE BEDIENING (ZONDER AFSTANDSBEDIENING) Hoe uw apparaat te bedienen zonder de afstandsbediening. In het geval dat uw afstandsbediening niet werkt, kan uw apparaat handmatig worden bediend met de MANUAL CONTROL-knop op de binnenunit. Merk op dat handmatige bediening geen langetermijnoploss- ing is en dat het sterk wordt aanbevolen de unit te bedienen met uw afstandsbediening.

1. Zoek de knop MANUAL CONTROL op het rechter zijpaneel van het apparaat.

2. Druk één keer op de MANUAL CONTROL-knop om de modus FORCED AUTO te

4. Druk een derde keer op de MANUAL CONTROL-knop om het apparaat uit te

LET OP! De handmatige knop is alleen bedoeld voor testdoeleinden en voor noodbediening. Gebruik deze functie alleen als de afstandsbediening verloren is en het absoluut noodzakelijk is. Om de normale werking te herstellen, gebruikt u de afstandsbediening om het apparaat te activeren. Manual control buttonManual control knop

Om uw apparaat optimaal te laten functioneren dient u op het volgende te letten:

  • Stel de richting van de luchtstroom zo in dat deze niet rechtstreeks op personen is gericht.
  • Stel de temperatuur in die voor u het meest comfortabel is. Stel de unit niet in op overdreven hoge of lage temperaturen.
  • Sluit deuren en ramen omdat anders het gewenste effect misschien niet wordt bereikt.
  • Zet niets vlakbij de luchtinlaat of -uitlaat omdat anders de werking van de airconditioner kan worden verstoord of de airconditioner misschien helemaal niet meer functioneert. Zorg ervoor dat er geen obstakels zijn die de luchtstroom blokkeren. De luchtstroom moet ongehinderd de hele kamer kunnen bereiken. De luchtstroom moet bovendien ongehinderd de airconditioner kunnen bereiken.
  • Het luchtfilter dient regelmatig schoongemaakt te worden omdat anders het apparaat niet voldoende koelt of verwarmt. U wordt geadviseerd om de filters eens in de twee weken schoon te maken.
  • Laat de unit niet werken met de horizontale lamellen in gesloten positie.

G INSTELLEN RICHTING LUCHTSTROOM

  • De uitgaande luchtstroomrichting van de airconditioner kan worden ingesteld door het instellen van de horizontale lamellen en de vertikale lamellen.
  • Stel de richting van de lamellen zodanig in dat de luchtstroom niet direct op personen blaast.
  • Zorg ervoor dat de uitgaande luchtstroom de gehele ruimte kan bereiken om temperatuurverschillen in de ruimte te voorkomen.
  • De vertikale lamellen kunnen met de afstandsbediening worden ingesteld.
  • De horizontale lamellen moeten met de hand worden ingesteld. Instellen van de verticale luchtstroomrichting (op - neer) Verricht deze handeling wanneer de airconditioner in bedrijs is. Gebruik de afstandsbediening om de verticale lamellen in te stellen. Druk op de knop AIR DIRECTION van de afstandsbediening. De lamel zal bij iedere druk op de knop 6º versteld worden. De luchtstroom automatisch laten zwenken (op - neer) Verricht deze handeling terwijl de airconditioner in werking is.
  • Druk op Zwenkrichting “SWING” knop op de afstandsbediening.
  • Druk weer op “SWING”, knop om de functie te beëindigen. Druk op Luchtrichting “AIR DIRECTION”, knop om de lamel in de gewenste stand vast te zetten. Instellen van de horizontale luchtstroomrichting (links - rechts) Beweeg de hendels van de horizontale lamellen met de hand naar links of naar rechts om de gewenste luchtstroom in te stellen. WAARSCHUWING Zorg ervoor dat u de ventilator achter de verticale lamellen niet aanraakt!148 WAARSCHUWING
  • De knoppen “AIR DIRECTION” en “SWING” werken niet wanneer de airconditioner af staat (ook wanneer de “TIMER ON” is ingesteld).
  • Laat de airconditioner nooit lange tijd in de koel- of droogstand werken met de luchtstroom naar omlaag gericht. Als u dit toch doet kan er condensvorming ontstaan op de vericale lamel, waardoor er water kan lekken.
  • Beweeg de verticale lamel niet met de hand. Gebruik altijd de “AIR DIRECTION” knop of de “SWING” knop . Als u dit blaasrooster met de hand beweegt kan de werking worden verstoord. Wanneer het verticale lamel niet naar behoren functioneert, zet dan de airconditioner af en weer aan.
  • Wanneer de airconditioner meteen na het afzetten weer wordt aangezet, zal de verticale lamel gedurende ongeveer 10 seconden mogelijk niet bewegen.
  • Laat de unit niet werken met de horizontale lamel in gesloten positie.
  • Wanneer u de airconditioner in de Automatische stand “AUTO” zet, (knop op de afstandsbediening), worden KOELEN, VERWARMEN of Alleen VENTILEREN automatisch geselecteerd, afhankelijk van de temperatuur die u heeft ingesteld en de kamertemperatuur.
  • De airconditioner regelt de kamertemperatuur automatisch volgens de door u ingestelde temperatuur.
  • Wanneer de “AUTO” stand u niet bevalt, kunt u de instellingen ook hand- matig aanpassen.

SLEEP/ZUINIGE WERKING

  • Deze functie, die alleen kan worden gebruikt in combinatie met koel-, verwar- mings- of automatisch bedrijf [COOL, HEAT en AUTO], zorgt ervoor dat de air- conditioner automatisch de ingestelde temperatuur met 1ºC per uur verhoogt (in koelmodus) of verlaagt (in verwarmmodus) gedurende de eerste 2 uur. De airconditioner zal vervolgens gedurende 5 uur deze temperatuur (ingestelde temperatuur + of - 2 graden) handhaven. Vervolgens schakelt het apparaat zich automatisch uitschakelen.

Druk op de Slaapstand “SLEEP” knopDruk op de Slaapstand “SLEEP” knop KOELEN VERWARMEN ONTVOCHTIGEN Stel de tempera-tuur in1 uur 1 uur1 uur 1 uurStel de tempera-tuur inTemperatuur instellen Tijd Kamer-tempera- tuur KoelenKoelenKoelenAlleen Ventileren “FAN ONLY” Alleen Ventileren “FAN ONLY” ONTVOCHTIGEN

  • De stand Ontvochtigen selecteert automatisch de bedrijfsmodus Ontvochtigen op basis van het verschil tus- sen de ingestelde temperatuur en de werkelijke temperatuur in de ruimte.
  • Tijdens het ontvochtigen wordt de functie Koelen of Alleen Ventileren regelmatig in- en uitgeschakeld om de temperatuur te regelen. De ventilatorsnelheid wordt automatisch ingesteld.
  • In de normale stand Koelen wordt de lucht ook door de airconditioner ontvochtigd.

LET OP Wanneer de airconditioner bezig is met ontvochtigen zal de kamertemperatuur waarschijnlijk dalen. Het is daarom normaal dat een vochtigheidsgraadmeter een verhoogde relatieve luchtvochtigheid aangeeft. De absolute luchtvochtigheid in de ruimte daalt echter, afhankelijk van de hoeveelheid vocht welke in de ruimte wordt geproduceerd (koken, mensen enz.).

WAARSCHUWING Schakel eerst de airconditioner uit en trek de stekker uit het stopcontact vóór u het apparaat gaat schoonmaken. Binnenunit en afstandsbediening schoonmaken

  • Gebruik een droge doek om de binnenunit en de afstandsbediening schoon te maken.
  • U kunt een doek en wat koud water gebruiken als de binnenunit erg vuil is.
  • Het voorpaneel van de unit kan worden verwijderd en met water worden schoongemaakt. Droog het paneel met een droge doek.
  • Gebruik geen chemisch behandeld doekje of stofdoek om de unit schoon te maken.
  • Gebruik nooit benzine, verdunningsmiddel (thinner), schuurmiddel of een oplosmiddel om het apparaat schoon te maken. Het plastic kan er van gaan breken of vervormen. Luchtfilter schoonmaken Verstopte luchtfilters verminderen het effect van koeling van dit apparaat. Maak het filter eens in de twee weken schoon.

1. Til het voorpaneel van de binnenunit omhoog tot het vastklikt.

2. Pak de hendel van het gaasfilter vast en druk het filter voorzichtig omhoog uit de hou-

der en trek het daarna omlaag.

3. Haal HET Gaasfilter uit de binnenunit.

  • Maak HET Gaasfilter eens in de twee weken schoon.
  • Maak HET Gaasfilter schoon met een stofzuiger of met water.

4. Het zwarte actief koolfilter kan niet gereinigd worden. Wanneer dit filter vies is zal het

simpelweg de onaangename luchtjes niet meer filteren. Het filter moet dan vervangen worden door een nieuw filter (verkrijgbaar bij uw dealer). Wij raden aan het actief kool- filter tweemaal per seizoen te vervangen.

5. Het groen gekleurde 3M HAF filter toont zichtbare sporen van vuil op en in het filter

wanneer deze vervangen dient te worden. Dit filter kan niet gereinigd worden en moet vervangen worden door een nieuw filter (verkrijgbaar bij uw dealer). Wij raden aan het filter tweemaal per seizoen te vervangen. nieuw filter vernieuwing van filter aanbevolen

6. Na vervanging van het actief koolfilter en het 3M HAF filter in de filterhouder op het

gaasfilter, kan het gaasfilter teruggeplaatst worden in de airconditioner.

7. Zorg ervoor dat het filter helemaal droog is en niet beschadigd, voor u het

9. Zet het bovenste gedeelte van het luchtfilter terug in de unit. Let er daarbij

op dat de linker en rechter zijkant recht in de unit komen. Plaats het filter in de oorspronkelijke positie terug. Huishoudelijk ontstoppingsmiddel Nee Verdunnings- middel (thinner)f Filter Tabs Verwijder de luchtverversfilter aan de achterkant van de grotere filter (som- mige units)150 Onderhoud Wanneer de unit gedurende langere tijd niet gebruikt wordt dient u de volgende handelingen te verrichten:

1. Laat de Ventilator ongeveer 6 uur aan staan om de binnenkant van de unit te drogen.

2. Schakel de unit uit en haal de stekker uit het stopcontact. In geval van model S(C)5148 , onderbreek de

stroomtoevoer. Haal de batterijen uit de afstandsbediening.

3. De buitenunit moet regelmatig worden onderhouden en worden schoongemaakt. Dit mag alleen wor-

den uitgevoerd door een erkend airconditioning monteur. Controle vóór ingebruikname

  • Controleer of de bedrading niet beschadigd of los is.
  • Controleer of de luchtfilters geplaatst zijn.
  • Controleer of de luchtuitlaat of –inlaat niet geblokkeerd zijn wanneer de airconditioner gedurende langere tijd niet in gebruik is. WAARSCHUWING
  • Raak de metalen delen van het apparaat niet aan wanneer u het filter verwijdert. Scherpe metalen randen kunnen verwondingen voorzaken.
  • Gebruik geen water om de binnenzijde van de unit te reinigen. Water kan de isolatie beschadigen, hetgeen kan leiden tot elektrische schokken.
  • Controleer altijd voordat u de unit gaat schoonmaken of de stroom en de stroomonderbreker zijn uitgeschakeld. J BEDIENINGSTIPS De volgende problemen kunnen voorkomen tijdens normale werking.

1. Beveiliging van de airconditioner.

Beveiliging van de compressor

  • De compressor kan niet starten binnen 3 minuten nadat hij is uitgeschakeld. Anti-tocht
  • De unit is zo ontworpen dat hij in de stand Verwarmen “HEAT” geen koude lucht uitblaast wanneer de binnen warmtewisselaar zich in een van de volgende drie situaties bevindt en de ingestelde tempera- tuur nog niet is bereikt. A. Wanneer de unit net begint te verwarmen. B. Tijdens ontdooien. C. Bij verwarmen bij lage temperatuur. Ontdooien
  • De binnen- of buitenventilator stopt tijdens het ontdooien.
  • Tijdens de verwarmingscyclus kan zich ijs op de buitenunit vormen wanneer de buitentemperatuur laag is en de luchtvochtigheid hoog. Hierdoor heeft de airconditioner minder verwarmingscapaciteit.
  • In dit geval zal de airconditioner regelmatig stoppen met verwarmen en wordt de ontdooicyclus auto- matisch gestart.
  • De ontdooitijd kan variëren van 4 tot 10 minuten, afhankelijk van de buitentemperatuur en de hoe- veelheid gevormd ijs op de buitenunit.

2. Er komt een witte nevel uit de binnenunit.

  • In een ruimte met een hoge relatieve luchtvochtigheid kan een witte nevel ontstaan door een groot verschil tussen luchtinlaat- en luchtuitlaattemperatuur tijdens het Koelen.
  • Wanneer de airconditioner weer start in de bedrijfsmodus Verwarmen kan er een witte nevel ontstaan door vocht dat tijdens het koelen of drogen neerslaat op het oppervlak van de verdamper van de binnenunit.

3. De airconditioner maakt vreemde geluiden.

  • U kunt een zacht sissend geluid horen wanneer de compressor loopt of direct na het stoppen van de compressor. Dit geluid wordt veroorzaakt doordat het koelmiddel gaat circuleren of de circulatie van het koelmiddel stopt.
  • U kunt ook een piepgeluid horen wanneer de compressor loopt of direct na het stoppen van de compressor. Dit wordt veroorzaakt door het effect van temperatuurwisseling, uitzetten en inkrimpen, van de kunststof delen.
  • U kunt ook een geluid horen wanneer de stroom wordt ingeschakeld en het luchtuitblaasrooster naar zijn oor

spronkelijke stand gaat.

4. Er komt stof uit de binnenunit.

Dit is normaal en doet zich voor wanneer de airconditioner lange tijd niet is gebruikt of wanneer deze voor het eerst wordt gebruikt.

5. Er komt een vreemde geur uit de binnenunit.

  • Dit wordt veroorzaakt doordat de geuren van bouwmaterialen, meubilair of rook door de binnenunit worden aangezogen en worden verspreid.

6. De airconditioner gaat vanuit Koelen of Verwarmen in Alleen Ventileren werken.

  • Wanneer de temperatuur in de ruimte de op de airconditioner ingestelde temperatuur heeft bereikt, stopt de compressor automatisch en gaat de airconditioner over op Alleen Ventileren. De compressor start weer wanneer de temperatuur in de ruimte stijgt (bij Koelen) of daalt (bij Verwarmen) tot de vooraf ingestelde waarde.

Tijdens Koelen kan zich bij een hoge relatieve luchtvochtigheid (hoger dan 80%) condens vormen op het opper- vlak van de binnenunit. Stel de horizontale lamel in op de maximum geopende stand en selecteer de hoge “HIGH“ ventilatorsnelheid.

  • De airconditioner neemt warmte op van de buitenunit en leidt deze tijdens de bedrijfsmodus Verwarmen naar de binnenunit. Wanneer de buitentemperatuur daalt, zal ook de warmte die door de airconditioner wordt opgenomen verminderen, waardoor de verwarmingscapaciteit van het binnendeel zal dalen.

9. Automatische herstart.

  • Bij een spanningsonderbreking tijdens de werking van de unit wordt deze volledig uitgeschakeld. De airconditioner is voorzien van een Automatische herstartfunctie. Hierdoor blijven bij een spanningsonderbre

king alle ingestelde waarden bewaard in het geheugen en start de unit automatisch wanneer de stroomvoor- ziening weer is hersteld.

10. Detectiesysteem voor lekkage koudemiddel.

  • De airconditioner is uitgerust met een detectiesysteem voor eventuele lekkage van koudemiddel. Wanneer de buitenunit een tekort aan koudemiddel signaleert, stopt het apparaat en de binnenunit toont het alarm EC op het display. Herstart het apparaat niet en neem contact op met uw leverancier.152

PROBLEEM Zet bij een van de volgende problemen de airconditioner onmiddellijk uit en schakel de stroom uit. Neem contact op met uw leverancier.

  • Zekering slaat steeds door of de hoofdschakelaar springt regelmatig op “uit”.
  • Er is water of een andere vloeistof in de airconditioner gelopen.
  • De afstandsbediening werkt niet of niet goed.
  • Andere abnormale situaties. Probleem Mogelijke oorzakenEenheid schakelt niet aan na het drukken op de AAN/UIT-knopDe eenheid kan pas na 3 minuten wachten aangezet worden om overbelas-ting te voorkomen. De eenheid kan na uitzetten pas 3 minuten later opnieuw aangezet worden.De eenheid schakelt over van de modus KOELEN/VERWARMEN naar de modus VENTILATORDe eenheid kan de instelling wijzigen om te voorkomen dat er vorst op de een heid gevormd wordt. Zodra de temperatuur stijgt, zal de eenheid opnieuw wer-ken in de voordien geselecteerde modus.De insteltemperatuur werd bereikt. Op dit punt zal de eenheid de compressor uitschakelen. De eenheid zal verder werken als de temperatuur opnieuw schom melt.De binneneenheid verspreidt een witte mist.In vochtige regio’s zal een groot temperatuurverschil tussen de lucht in de kamer en de behandelde lucht een witte mist veroorzaken.Zowel de binnen- als buiteneen heid verspreiden een witte mistAls de eenheid na ontdooien opnieuw opstart in de modus VERWARMEN kan er een witte mist verspreid worden door het vocht dat gevormd werd tijdens het ontdooien.De binneneenheid maakt geluidenEr is mogelijk een geluid van stromende lucht hoorbaar wanneer de luchtklep naar een andere plaats beweegt.Er kan een krakend geluid hoorbaar zijn na het werken in de modus VERWARMEN vanwege het uitzetten en krimpen van de plastic onderdelen van de eenheid.Zowel de binnen- als buiteneenhe den maken geluidenEen laag sissend geluid tijdens werking: Dit is normaal en wordt veroorzaakt door het koelmiddel dat door zowel de binnen- als de buiteneenheden stroomt.Laag sissend geluid wanneer het systeem opstart, net stopte met draaien of aan het ontdooien is: Dit geluid is normaal en wordt veroorzaakt door het koelmid del dat stop of van richting verandert.Krakend geluid: Het normaal uitzetten en krimpen van plastic en metalen onder delen veroorzaakt door temperatuurwijzigingen tijdens werking kan krakende geluiden veroorzaken.De buiteneenheid maakt geluidenDe eenheid zal verschillende geluiden maken, gebaseerd op de huidige bedrijfs modus.Er wordt stof verspreid door de binnen- of buiteneenheidEr kan zich tijdens langere periodes van inactiviteit stof ophopen op de eenheid. Dit stof zal verspreid worden als de eenheid aangezet wordt. Dit kan voorkomen worden door de eenheid tijdens langere periodes van inactiviteit te bedekken.De eenheid verspreidt een vieze geur De eenheid kan geuren absorberen vanuit de omgeving (zoals van meubilair, koken, sigaretten, enz.) Deze geuren zullen tijdens de werking verspreid worden.De filters van de eenheid zijn beschimmeld en moeten gereinigd worden.De ventilator van de buiteneen heid werkt nietTijdens werking wordt de snelheid van de ventilator geregeld voor een optimale werking.De werking is onregelmatig, onvoorspelbaar of de eenheid rea- geert nietStoringen van masten voor mobiele telefonie en versterkers kunnen ervoor zor-gen dat de eenheid niet naar behoren werkt. Probeer in dit geval het volgende: • Schakel de voeding uit en daarna weer in. • Druk op de AAN/UIT-knop op de afstandsbediening om het apparaat opnieuw in werking te zetten.

OPMERKING! Neem als het probleem aanhoudt contact op met een plaatselijke verdeler of uw dichtstbijzijnde servicecentrum. Geef ze een gedetailleerde beschrijving van de fout en het modelnummer. Probleem Mogelijke oorzaken Oplossing Slechte koeling De temperatuur is mogelijk hoger inge- steld dan de kamertemperatuur Stel de temperatuur lager in De warmtewisselaar op de binnen- of bui- teneenheid is vuil Reinig de vuile warmtewisselaar Het luchtfilter is vuil Verwijder het filter en reinig het volgens de instructies De luchtinlaat, -uitlaat of beide zijn geblokkeerd Zet de eenheid uit, verwijder de obstruc- tie en zet de eenheid terug aan Deuren en ramen staan open Zorg ervoor dat alle deuren en ramen tij- dens gebruik gesloten zijn Er wordt overmatige warmte opgewekt door zonlicht Sluit vensters en gordijnen bij periodes van grote warmte of heldere zonneschijn Er bevinden zich te veel warmtebronnen in de kamer (mensen, computers, elektro- nische apparatuur, enz.) Verminder het aantal warmtebronnen Laag peil van het koelmiddel vanwege een lek of langdurig gebruik Controleer op lekken, dicht het koelcircuit opnieuw af en vul koelmiddel bij De functie STIL is geactiveerd (optionele functie) De functie STIL kan de prestaties vermin- deren door de werkingsfrequentie te ver- lagen. Schakel de functie STIL uit. De eenheid werkt niet Stroomonderbreking Wacht tot de stroomtoevoer hersteld is De eenheid is uitgeschakeld. Zet de eenheid aan De zekering is doorgebrand Vervang de zekering De batterijen van de afstandsbediening zijn leeg Vervang de batterijen De 3-minuten veiligheidsfunctie van de eenheid is geactiveerd Wacht drie minuten na het opnieuw aan- zetten van de eenheid Timer is geactiveerd Zet de timer uit De eenheid start en stopt regelmatig Er bevindt zich te veel of te weinig koel- middel in het systeem Controleer op lekken en vul koelmiddel bij. Er is niet samendrukbaar gas of vloeistof in het systeem terechtgekomen. Verwijder het gas of de vloeistof en vul het systeem opnieuw met koelmiddel. De compressor is defect Vervang de compressor De spanning is te hoog of te laag Installeer een manostaat om de spanning te regelen Slechte verwarming Het is buiten extreem koud Gebruik een bijkomend verwarmingstoe- stel De koude lucht komt binnen door deuren en vensters Zorg ervoor dat alle deuren en ramen tij- dens gebruik gesloten zijn Laag peil van het koelmiddel vanwege een lek of langdurig gebruik Controleer op lekken, dicht het koelcircuit opnieuw af en vul koelmiddel bij Indicatielampje knip- pert voortdurend De eenheid kan stoppen of veilig verder werken Wacht ongeveer 10 minuten als het indicatielampje blijft knipperen of als er een foutcode verschijnt. Het probleem lost zichzelf mogelijk op. Schakel, als dit niet het geval is, de voeding uit en daarna opnieuw in. Zet de eenheid aan. Schakel als het probleem aanhoudt de voeding uit en neem contact op met uw dichtstbijzijnde servicecentrum. Volgende foutcode verschijnt in het weer- gavevenster van de binneneenheid:

Wanneer het probleem blijft bestaan, neem dan contact op met uw leverancier. Geef een goede omschrij- ving van het probleem en vermeld het typenummer van de unit.

LET OP! Laat eventuele reparaties aan het apparaat alleen uitvoeren door een bevoegd airconditioning monteur. L GARANTIEBEPALINGEN U krijgt op de airconditioner 48 maanden garantie op de compressor en 24 maanden garantie op overige onderdelen, vanaf de aankoopdatum. Hierbij gelden de volgende regels:

1. Alle verdere aanspraken op schadevergoeding, inclusief gevolgschade wijzen wij uitdrukkelijk af.

2. Reparatie of vervanging van onderdelen binnen de garantietermijn leidt niet tot verlenging van de

3. De garantie geldt niet wanneer veranderingen zijn aangebracht, niet-originele onderdelen zijn gemon-

teerd of reparaties zijn verricht door derden.

4. Onderdelen die aan normale slijtage onderhevig zijn, zoals het filter, vallen buiten de garantie.

5. De garantie geldt uitsluitend als u de originele, gedateerde aankoopbon overlegt en als daarop geen

veranderingen zijn aangebracht.

6. De garantie geldt niet bij schade ontstaan door handelingen die afwijken van die in de gebruiksaan-

wijzing of door verwaarlozing.

7. De verzendkosten en het risico van het opsturen van de airconditioner of onderdelen daarvan, komen

altijd voor rekening van de koper.

8. Schade, veroorzaakt door het niet gebruiken van de geschikte filters, valt buiten de garantie.

9. Het verlies van koelmiddel en/of lekkage ten gevolge van ondeskundig aansluiten / het ontkoppelen

van de units door niet gekwalificeerde personen valt niet onder de garantiebepalingen die op dit pro- duct van toepassing zijn. Schade aan apparaten die geïnstalleerd, gekoppeld en / of ontkoppeld niet conform lokale regels en wetgeving en / of conform deze installatiehandleiding vallen niet onder de garantiebepalingen die op dit product van toepassing zijn. In het geval van reparaties, raadpleeg uw dealer indien deze instructies geen oplossing bieden. Zorg ervoor dat in het uitzonderlijke geval van een noodzakelijke ontkoppeling dit te allen tijde door een gekwalifi- ceerde en geautoriseerde professional gedaan wordt volgens uw lokale wetten en regelgeving.

Werp elektrische apparatuur niet weg bij het huisvuil; lever het in op de daarvoor aangewezen plaats. Neem contact op met de plaatselijke autoriteiten voor informatie waar apparatuur kan worden ingeleverd. Wanneer elektrische apparaten worden weggegooid op de vuilstort of in de dump, kunnen gevaarlijke stoffen in het grondwater en in de voedselketen terecht komen met alle gevolgen voor de gezondheid. Bij de vervanging van oude apparaten door nieuwe is de leverancier wettelijk verplicht zonder kosten het oude apparaat voor vernietiging in te nemen. Batterijen niet in het vuur werpen, daar deze kunnen exploderen of gevaarlijke vloei- stoffen kunnen uitstoten. Indien u de afstandsbediening vervangt of vernietigt, de batterijen uitnemen en deze conform de geldende wetgeving·weggooien daar deze schadelijk zijn voor het milieu. Milieu-informatie: Deze apparatuur bevat gefluoreerde broeikasgassen zoals opgenomen in het Protocol van Kyoto. De apparatuur mag alleen worden gerepareerd of gedemonteerd door professioneel, geschoold personeel. Deze apparatuur bevat koelmiddel R32 in de hoeveelheid als aangegeven in bovenstaande tabel. Laat R32 niet ontsnappen in de atmosfeer: R32 is een gefluoreerd broeikasgas met een broeikasgaseffect (GWP) =

Internet: Om u nog beter van dienst te zijn kunt u de meest recente versie van de gebruikers-, installatie- en/of service handleiding downloaden op www.qlima.com.

Als u informatie nodig hebt of als u een probleem hebt, bezoek dan de onze website (www.qlima.com) of neem contact op met de afdeling sales support (adres en telefoon op www.qlima.com).