INVENTUM AC127WSET - Airconditioning

AC127WSET - Airconditioning INVENTUM - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis AC127WSET INVENTUM in PDF-formaat.

📄 64 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice INVENTUM AC127WSET - page 4
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : INVENTUM

Model : AC127WSET

Categorie : Airconditioning

Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AC127WSET - INVENTUM en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AC127WSET van het merk INVENTUM.

GEBRUIKSAANWIJZING AC127WSET INVENTUM

2. productomschrijving pagina 11

3. vóór het eerste gebruik pagina 12

4. de bediening van de airconditioner pagina 13

5. condensvocht afvoeren pagina 15

6. reiniging en onderhoud pagina 15

7. tips voor efficient gebruik pagina 16

algemene service- en garantievoorwaarden pagina 56 Deutsch Français

conditions générales de garantie et de service après-vente page 61• Lees eerst de gebruiksaanwijzing aandachtig en geheel door voordat u het apparaat gaat gebruiken en bewaar deze zorgvuldig voor latere raadpleging.

  • Gebruik geen middelen die het ontdooiproces versnellen of reinigingsmiddelen, dan deze die door de fabrikant zijn aanbevolen.
  • Berg het apparaat op in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijv. een open vlam, ingeschakeld gastoestel of een ingeschakeld elektrisch verwarmingstoestel).
  • Niet doorboren of verbranden.
  • Opgelet, bepaalde koelmiddelen bevatten geen geur.
  • Installeer, gebruik en bewaar het apparaat in een ruimte met een vloeroppervlak van minstens 12 m
  • Installeer dit apparaat enkel wanneer het voldoet aan de lokale/nationale wetgeving, regelgeving en normen. BELANGRIJK
  • Dit apparaat is bedoeld om gebruikt te worden als een airconditioner in woningen en is alleen geschikt voor gebruik binnenshuis in woonkamers, keukens en garages op droge plaatsen, in normale huishoudelijke omstandigheden.
  • Gebruik het apparaat nooit met een beschadigd snoer of stekker. Klem het snoer nooit af en voorkom contact met scherpe kanten.
  • De installatie moet volledig in overeenstemming zijn met de ter plaatse geldende voorschriften, bepalingen en normen.
  • Het apparaat is uitsluitend geschikt voor gebruik op droge plaatsen, binnenshuis.
  • Controleer de netspanning.
  • Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor een geaard stopcontact, aansluitspanning 220-240 Volt/ ~50 Hz.
  • Het apparaat MOET altijd geaard worden aangesloten. Als de stroomvoorziening niet geaard is, mag u het apparaat absoluut niet aansluiten.
  • De stekker moet altijd makkelijk toegankelijk zijn als het apparaat is aangesloten.
  • Vervoer het apparaat altijd rechtop en plaats deze op een stabiele, vlakke ondergrond tijdens het gebruik. Als het apparaat liggend is vervoerd, dient u deze gedurende 6 uur recht op te laten rusten voordat u de stekker in het stopcontact steekt.
  • Laat de elektrische installatie controleren door een erkend vakman als u er niet zeker van bent dat alles in orde is.
  • Installeer het apparaat op een stevige, vlakke vloer die sterk genoeg is om een gewicht tot 50 kg te dragen. Installatie op een zwakke of oneven vloer kan resulteren in schade aan uw eigendommen of persoonlijk letsel.
  • De luchtinlaten en luchtuitlaten nooit afdekken.
  • Leeg het waterreservoir via het wateraftappunt voordat u het apparaat verplaatst.
  • Breng het apparaat nooit in contact met chemicaliën.
  • Steek geen vingers of voorwerpen in de openingen van het apparaat.
  • Breng het apparaat nooit in contact met water. Het apparaat niet met water besproeien of onderdompelen in verband met kortsluitingsgevaar.
  • Haal altijd eerst de stekker uit het stopcontact voordat het apparaat of een onderdeel ervan moet worden schoongemaakt of vervangen.
  • Sluit het apparaat NOOIT aan met behulp van een verlengsnoer. Is een geschikt geaard stopcontact niet voorhanden, laat dit dan installeren door een erkend elektricien.
  • Wees uit veiligheidsoverwegingen altijd voorzichtig met kinderen in de buurt van dit apparaat, zoals met ieder elektrisch apparaat.
  • Gebruik het apparaat niet wanneer de stekker, het snoer of het apparaat beschadigd is, ofwanneer het apparaat niet meer naar behoren functioneert of wanneer het gevallen of op een andere manier beschadigd is. Raadpleeg dan de winkelier of onze technische dienst. In geen geval de stekker of het snoer zelf vervangen. Nederlands 4 • Nederlands veiligheidsvoorschriften 1• Haal altijd de stekker uit het stopcontact als het apparaat niet wordt gebruikt.
  • Een beschadigd elektriciteitssnoer alleen laten vervangen door de leverancier of een bevoegd persoon/servicepunt.
  • Het apparaat buiten bereik van kinderen houden. Kinderen beseffen de gevaren niet, die kunnen ontstaan bij het omgaan met elektrische apparaten. Laat kinde ren daarom nooit zonder toezicht met elektrische apparaten werken. Houd het apparaat en het snoer buiten bereik van kinderen jonger dan 8 jaar.
  • Het apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door personen met beperkte fysieke, zintuiglijke of mentale vermogens of gebrek aan ervaring of kennis, wanneer zij het apparaat onder toezicht gebruiken of zijn geïnstrueerd over het veilige gebruik ervan en zij de daaruit voortkomende gevaren begrijpen.
  • Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
  • Het apparaat mag niet door kinderen worden gereinigd of onderhouden, tenzij dit onder toezicht gebeurt. LET OP!
  • De ruimte waarin dit apparaat wordt gebruikt nooit volledig luchtdicht afsluiten. Dit voorkomt onderdruk in deze ruimte. Negatieve druk (=onderdruk) de veilige werking van geisers, afzuigkappen, ovens e.d. ontregelen.
  • Het niet volgen van de aanwijzingen kan leiden tot het vervallen van de garantie op het apparaat.
  • Til het toestel altijd met twee personen.
  • Zorg er altijd voor dat het apparaat op een stevige, vlakke ondergrond staat.
  • Laat het apparaat niet onbeheerd achter indien het apparaat in werking is.
  • Indien u het apparaat wilt verplaatsen, dient u ervoor te zorgen dat het apparaat uitgeschakeldis. U dient bij het verplaatsen van het apparaat beide handen te gebruiken.
  • Het apparaat nooit gebruiken met onderdelen die niet door de fabrikant zijn aanbevolen of geleverd.
  • Niet aan het snoer c.q. het apparaat trekken om de stekker uit de wandcontactdoos te halen. Het apparaat nooit met natte of vochtige handen aanraken.
  • Indien het apparaat na het inschakelen niet functioneert, dan kan de zekering of de aardlekschakelaar in de elektra verdeelkast zijn aangesproken. De groep kan te zwaar zijn belast of een aardlekstroom kan zijn opgetreden.
  • Ga bij storing nooit zelf repareren; het doorslaan van de beveiliging in het apparaat kan duiden op een defect, dat niet wordt verholpen door verwijdering of vervanging van deze beveiliging. Het is noodzakelijk dat er uitsluitend originele onderdelen gebruikt worden.
  • De printplaat (PCB) van het apparaat is voorzien van een zekering tegen overspanning. Despecificaties van de zekering staan op de printplaat, zoals: T 3,15A/250V, etc.
  • Dompel het apparaat, het snoer of de stekker nooit onder in water.
  • Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor huishoudelijk gebruik. Wanneer het apparaat oneigenlijk gebruikt wordt, kan er bij eventuele defecten geen aanspraak op schadevergoeding worden gemaakt en vervalt het recht op garantie. Als u besluit het apparaat, vanwege een defect, niet langer te gebruiken, adviseren wij u, nadat u de stekker uit het stopcontact heeft verwijderd, het snoer af te knippen. Huishoudelijke apparaten horen niet in de vuilnisbak. Breng ze naar de betreffende afvalverwerkingsafdeling van uw gemeente. WAARSCHUWING Specifieke informatie voor apparaten met R290 koelgas.
  • Lees alle waarschuwingen grondig door.
  • Tijdens het ontdooien en reinigen van het apparaat, gebruik alleen gereedschap dat door de fabrikant is aanbevolen.
  • Plaats het apparaat in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijv. een open vlam, ingeschakeld elektrisch of gastoestel).
  • Niet doorboren of verbranden.
  • Installeer, gebruik en bewaar het apparaat in een ruimte met een vloeroppervlak van minstens 12 m
  • Dit apparaat bevat 240 gram R290 koelgas (zie het typeplaatje aan de achterkant van het toestel).
  • R290 is een koelgas dat in overeenstemming is met de Europese milieurichtlijnen. Doorboor geen enkel deel van het koelcircuit. Nederlands • 5• Als het apparaat wordt geïnstalleerd, bediend of bewaard in een ruimte zonder ventilatie, moet de ruimte aldus zijn ingericht dat de ophoping van koelmiddel door een lek wordt vermeden. Dit kan leiden tot brand- of explosiegevaar door het ontsteken van het koelmiddel door een elektrisch verwarmingstoestel, fornuis of andere ontstekingsbron.
  • Bewaar het apparaat op een dergelijke wijze zodat mechanische storing wordt vermeden.
  • Personen die het koelcircuit bedienen of er aan werken, moeten in het bezit zijn van een gepast certificaat van een bevoegde organisatie, zodat deze personen bevoegd zijn om koelmiddelen op een veilige manier te behandelen overeenkomstig de specificaties die in industrie van kracht zijn.
  • Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant van het apparaat. Onderhoud en reparatie die de hulp van ander opgeleid personeel vereisen, moeten worden uitgevoerd onder het toezicht van een persoon die weet hoe brandbare koelmiddelen te gebruiken. KOELMIDDEL (CE) N 842/2006: Deze airconditioner bevat het koelmiddel R290. De hoeveelheid koelmiddel is minder dan 1 kg en bevindt zich in een gesloten koelcircuit. Het koelmiddel heeft geen zonafbrekend vermogen. Het is echter een broeikasgas onder het Kyoto protocol en kan aldus bijdragen aan de globale opwarming van de aarde wanneer het in de atmosfeer vrijkomt. Alleen opgeleide technici met een gepast koelmiddelcertificaat mogen het toestel vullen of legen. Uw airconditioner dient bij een juist gebruik en een onbeschadigd koelmiddelcircuit niet te worden bijgevuld met koelmiddel. GWP: R290: 3. 6 • NederlandsSpecifieke informatie over apparaten die R290/R32 koelgas bevatten
  • Lees alle waarschuwingen aandachtig door.
  • Gebruik voor het ontdooien en reinigen van het apparaat geen ander gereedschap dan door de fabrikant wordt aanbevolen.
  • Plaats het apparaat in een ruimte zonder ontstekingsbronnen (denk hierbij aan: open vuur, gasapparaten of elektrische apparaten die vonken kunnen veroorzaken).
  • Niet doorboren en niet verbranden.
  • Koelgassen kunnen reukloos zijn.
  • Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en opgeslagen in een ruimte die groter is dan 12 m
  • R290/R32 is een koelgas dat voldoet aan de Europese milieurichtlijnen. Doorboor geen enkel deel van het koelcircuit.
  • Als het apparaat wordt geïnstalleerd, gebruikt of opgeslagen in een niet-geventileerde ruimte, moet de ruimte zodanig zijn ontworpen dat lekkend koelgas zich niet kan ophopen. Dit om het ontstaan van brand of explosies als gevolg van ontsteking van het koelmiddel door elektrische kachels, branders of andere ontstekingsbronnen te voorkomen.
  • Sla het apparaat zodanig op dat er geen mechanische defecten kunnen ontstaan.
  • Personen die aan of met het koelmiddelcircuit werken, moeten de juiste certificering hebben die is uitgegeven door een erkende organisatie die deskundigheid garandeert in de omgang met koelmiddelen volgens specifieke certificeringsafspraken in de bedrijfstak.
  • Neem bij reparaties altijd de aanbevelingen van de fabrikant in acht.
  • Onderhoud en reparaties die de hulp van ander gekwalificeerd personeel vereisen, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van een persoon die is gecertificeerd in de omgang met ontvlambare koelmiddelen.
  • Gebruik geen andere middelen om het ontdooiproces te versnellen of om schoon te maken dan die door de fabrikant worden aanbevolen.
  • Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld: open vuur, een werkend gasapparaat of een werkende elektrische kachel).
  • Niet doorboren of verbranden.
  • Houd er rekening mee dat koelmiddelen geurloos kunnen zijn.
  • Neem altijd de nationale wet- en regelgeving voor gassen in acht.
  • Blokkeer de ventilatieopeningen niet.
  • Sla het apparaat zodanig op dat er geen mechanische beschadigingen kunnen ontstaan.
  • Breng een waarschuwing aan dat het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waarvan de afmetingen overeenkomen met de ruimte die is gespecificeerd voor gebruik.
  • Elke persoon die betrokken is bij het werken aan, of het demonteren van een koelmiddelcircuit, moet in het bezit zijn van een geldig certificaat van een door de bedrijfstak erkende beoordelingsinstantie, die hun competentie aantoont in de veilige omgang met koelmiddelen volgens de erkende certificeringsafspraken in de bedrijfstak.
  • Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd volgens de aanbevelingen van de fabrikant van de apparatuur.
  • Onderhoud en reparaties die de hulp van ander gekwalificeerd personeel vereisen, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van een deskundige persoon die is gecertificeerd in de omgang met ontvlambare koelmiddelen.
  • Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en opgeslagen in een ruimte met een vloeroppervlak groter dan 13 m

WAARSCHUWING: Dit systeem bevat koelmiddel onder zeer hoge druk. Het systeem mag alleen door gekwalificeerd personeel worden onderhouden.

2. Markering van apparatuur met behulp van borden (Bijlage CC.2)

Neem de lokale regelgeving in acht.

3. Afvoeren van apparatuur die ontvlambare koelmiddelen bevat (Bijlage CC.3)

Neem de nationale regelgeving in acht.

4. Opslag van apparatuur/apparaten (Bijlage CC.4)

Sla de apparatuur op volgens de aanwijzingen van de fabrikant.

5. Opslag van verpakte (onverkochte) apparatuur (Bijlage CC.5)

De opslagverpakking dient zodanig stevig te zijn ontworpen dat er bij mechanische beschadiging van de apparatuur in de verpakking geen koelmiddel kan gaan lekken. Plaatselijke voorschriften bepalen het maximale aantal apparaten dat in één ruimte mag worden opgeslagen. Nederlands • 76. Informatie over onderhoud (Bijlage DD.3)

1) Controleer de omgeving

Voorafgaand aan werkzaamheden aan systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten, zijn veiligheidscontroles noodzakelijk om ervoor te zorgen dat het risico van ontsteking tot een minimum wordt beperkt. Neem bij reparaties aan koelsystemen de volgende voorzorgsmaatregelen voordat werkzaamheden aan het systeem worden uitgevoerd.

Voer de werkzaamheden uit volgens een gereguleerde procedure om het risico op het vrijkomen van ontvlambare gassen of dampen tijdens de werkzaamheden te minimaliseren.

3) Algemeen werkgebied

Breng al het onderhoudspersoneel en anderen die in de omgeving werken op de hoogte over de aard van de werkzaamheden die worden uitgevoerd. Vermijd het werken in besloten ruimtes. Zet het gebied rondom de werkplek af. Zorg dat het werkgebied veilig is door te controleren op de aanwezigheid van brandbaar materiaal en ontstekingsbronnen.

4) Controleer op de aanwezigheid van koelmiddel

Controleer het gebied vóór en tijdens het werk met een geschikte koelmiddeldetector, die de monteur waarschuwt voor de aanwezigheid van mogelijk ontvlambare omgevingslucht. Gebruik alleen lekdetectieapparatuur die geschikt is voor gebruik met ontvlambare koelmiddelen, d.w.z. vonkvrij, adequaat afgeschermd of intrinsiek veilig.

5) Houd een brandblusser onder handbereik

Als er hete werkzaamheden aan de koelapparatuur of aanverwante onderdelen moeten worden uitgevoerd, dienen geschikte blusmiddelen onder handbereik aanwezig te zijn. Hang direct naast het vulgebied een poederblusser of een CO2-blusser op.

6) Houd ontstekingsbronnen weg

Iedereen die werkzaamheden uitvoert aan een koelsysteem waarbij leidingen bloot komen te liggen die ontvlambaar koelmiddel bevatten of ooit hebben bevat, mag geen ontstekingsbronnen gebruiken die een brand of explosie kunnen veroorzaken. Houd alle mogelijke ontstekingsbronnen, waaronder aangestoken sigaretten, voldoende ver verwijderd van de plaats van installatie, reparatie, verwijdering of afvoer, waar er ontvlambaar koelmiddel in de omgeving kan vrijkomen. Controleer vóór het uitvoeren van de werkzaamheden of er geen ontvlambare materialen of ontstekingsbronnen aanwezig zijn in het gebied rond de apparatuur. Hang waarschuwingsborden met de tekst "Verboden te roken" op.

7) Zorg voor ventilatie

Werk in de open lucht of zorg dat het werkgebied voldoende geventileerd is voordat u het systeem openmaakt of heet werk uitvoert. Zorg continu voor voldoende ventilatie tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. De ventilatie moet eventueel vrijkomend koelmiddel naar een veilige plek wegblazen en bij voorkeur afvoeren naar de buitenlucht.

8) Controleer de koelapparatuur

Vervang elektrische componenten alleen door soortgelijke onderdelen die voldoen aan de juiste specificaties. Neem altijd de richtlijnen voor onderhoud en reparatie van de fabrikant in acht. Neem bij twijfel contact op met de technische ondersteuning van de fabrikant voor assistentie. Controleer installaties die ontvlambare koelmiddelen gebruiken op de volgende punten: - Het vulvolume moet overeenkomen met de afmetingen van de ruimte waarin de koelmiddelhoudende onderdelen zijn geïnstalleerd; - De ventilatieapparatuur en -afvoeren moeten naar behoren werken en mogen niet zijn geblokkeerd; - Als er een indirect koelcircuit wordt gebruikt, moet het secundaire circuit worden gecontroleerd op de aanwezigheid van koelmiddel; - Alle markeringen op de apparatuur moeten zichtbaar en leesbaar zijn. Herstel vooraf alle onleesbaar geworden markeringen en borden; - De koelleidingen en componenten die koelmiddelen bevatten moeten zodanig zijn geïnstalleerd dat het onwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan stoffen die ze kunnen aantasten, voor zover de componenten niet zijn gemaakt van materialen die inherent bestand zijn tegen corrosie, of adequaat zijn beschermd tegen corrosie.

9) Controleer elektrische apparaten

Controleer bij reparatie en onderhoud van elektrische componenten altijd eerst op veiligheid, en neem de inspectieprocedures voor de componenten in acht. Als er sprake is van een storing die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten voordat deze storing is verholpen. Als de storing niet onmiddellijk kan worden verholpen maar het apparaat moet wel in bedrijf blijven, dan dient er een geschikte tijdelijke oplossing te worden gerealiseerd. Meld dit altijd aan de eigenaar van de apparatuur, zodat alle betrokkenen op de hoogte zijn. Tot de veiligheidscontroles vooraf behoort:

  • Het ontladen van condensatoren: dit moet op een veilige manier gebeuren om vonkvorming te voorkomen;
  • Controleer of er geen onder spanning staande elektrische componenten en bedrading blootliggen tijdens het vullen, aftappen of spoelen van het systeem;
  • Controleer of de continuïteit van de aardverbindingen is gewaarborgd. 8 • Nederlands7. Reparaties aan afgeschermde componenten (Bijlage DD.4)

1) Koppel tijdens reparaties aan afgeschermde componenten alle elektrische voedingen los van de apparatuur waaraan wordt

gewerkt, voordat afdekplaten en dergelijke worden verwijderd. Als het absoluut noodzakelijk is om de stroomvoorziening ingeschakeld te laten tijdens onderhoud aan apparatuur, moet er een permanent werkende lekdetector worden geplaatst op het meest kritieke punt om te waarschuwen voor het ontstaan van mogelijk gevaarlijke situaties.

2) Besteed extra aandacht aan de volgende punten om te zorgen dat bij de werkzaamheden aan elektrische componenten de

behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt beïnvloed. Denk hierbij aan beschadigde kabels, het maken van te veel verbindingen per aansluiting, klemmen die niet aan de oorspronkelijke specificaties voldoen, beschadigde afdichtingen, onjuiste montage van pakkingen, enz. Zorg dat het apparaat stevig is bevestigd. Controleer of afdichtingen en afdichtingsmaterialen nog steeds voldoende in staat zijn om te voorkomen dat ontvlambare omgevingslucht binnendringt. Gebruik uitsluitend vervangende onderdelen die voldoen aan de specificaties van de fabrikant. LET OP: Het gebruik van siliconenhoudende afdichtmiddelen kan de werking van sommige soorten lekdetectieapparatuur verstoren. Intrinsiek veilige componenten hoeven niet te worden losgekoppeld voordat eraan wordt gewerkt.

8. Reparaties aan intrinsiek veilige componenten (Bijlage DD.5)

Sluit geen permanente inductieve of capacitieve belastingen aan op het circuit zonder te controleren of daarmee de toegestane spanningen en stromen voor de gebruikte apparatuur worden overschreden. Intrinsiek veilige componenten zijn de enige typen componenten waaraan gewerkt mag worden terwijl ze onder spanning staan in de aanwezigheid van ontvlambare omgevingslucht. Gebruik uitsluitend testapparatuur met de juiste certificeringen. Vervang componenten alleen door onderdelen die overeenkomen met de specificaties van de fabrikant. Het gebruik van afwijkende onderdelen kan brand veroorzaken wanneer er koelmiddel door lekkage naar de omgevingslucht ontsnapt.

9. Kabels (Bijlage DD.6)

Controleer of de kabels niet zijn blootgesteld aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige omgevingsinvloeden. Houd bij de controle ook rekening met de gevolgen van veroudering en voortdurende trillingen van compressoren of ventilatoren.

10. Detectie van ontvlambare koelmiddelen (Bijlage DD.7)

Gebruik nooit potentiële ontstekingsbronnen bij het zoeken naar, of opsporen van koelmiddellekken. Gebruik geen halogeenlamp (of een andere detector met een open vlam).

11. Lekdetectiemethoden (Bijlage DD.8)

De volgende lekdetectiemethoden mogen worden gebruikt voor systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten. Gebruik bij voorkeur elektronische lekdetectoren om ontvlambare koelmiddelen te detecteren. Soms is de gevoeligheid van dergelijke apparatuur echter niet toereikend, of moeten ze opnieuw worden gekalibreerd. (Kalibreer detectieapparatuur altijd in een koelmiddelvrije ruimte.) Controleer of de detector geen potentiële ontstekingsbron is, en of hij geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Stel de lekdetectieapparatuur in op een percentage van de LFL (onderste ontvlammingsgrens) van het koelmiddel en kalibreer de apparatuur op het gebruikte koelmiddel en het juiste gaspercentage (maximaal 25%). Ook lekdetectievloeistoffen zijn geschikt voor gebruik met de meeste koelmiddelen, maar vermijd het gebruik van chloorhoudende stoffen omdat het chloor kan reageren met het koelmiddel en het koperen leidingwerk kan aantasten. Als een lek wordt vermoed, moeten alle open vlammen worden gedoofd of verwijderd. Als er een koelmiddellek wordt gevonden dat solderen vereist, moet eerst al het koelmiddel uit het systeem worden afgetapt, of moet het koelmiddel worden geïsoleerd (door middel van afsluiters) in een deel van het systeem op afstand van het lek. Spoel het systeem vervolgens met zuurstofvrije stikstof (OFN), zowel vóór als tijdens het soldeerproces.

12. Aftappen en leegmaken (Bijlage DD.9)

Bij het openmaken van een koelcircuit om reparaties uit te voeren - alsmede voor alle andere doeleinden - moeten altijd de juiste voorschriften en procedures worden nageleefd. Probeer daarnaast altijd zo veilig mogelijk te werken vanwege de ontvlambaarheid van koelmiddelen. Hanteer daarom altijd de volgende procedure:

  • Verwijder het koelmiddel;
  • Spoel het circuit met inert gas;
  • Maak het systeem leeg;
  • Spoel nogmaals met inert gas;
  • Open het circuit door te zagen of te solderen. Vang het koelmiddel op in een geschikte opslagcilinder. Spoel het systeem met OFN (zuurstofvrije stikstof) om de installatie veilig te maken. Mogelijk moet u dit proces enkele keren herhalen. Gebruik nooit perslucht of zuurstof om een installatie te spoelen. Spoel het vacuümsysteem door er OFN in te laten stromen, en vul het systeem daarna met OFN totdat de werkdruk is bereikt. Laat dit vervolgens naar de atmosfeer ontsnappen en trek het systeem opnieuw vacuüm. Herhaal dit proces totdat er geen koelmiddel meer in het systeem zit. Na de laatste OFN-spoeling, moet het systeem worden ontlucht tot atmosferische druk om werkzaamheden mogelijk te maken. Dit is een absoluut noodzakelijke voorwaarde als er soldeerwerkzaamheden aan het leidingwerk moeten plaatsvinden. Zorg dat de uitlaat van de vacuümpomp niet in de buurt van ontstekingsbronnen ligt en dat de omgeving voldoende wordt geventileerd. Nederlands • 913. Vulprocedures (Bijlage DD.10) Neem bij het vullen naast de standaardprocedures ook de volgende vereisten in acht. - Voorkom bij het gebruik van de vulapparatuur dat er verschillende koelmiddelen met elkaar vermengd raken. Slangen en leidingen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koelmiddel die ze bevatten te minimaliseren. - Zet cilinders altijd rechtop. - Aard het koelsysteem voordat u het systeem vult met koelmiddel. - Markeer het systeem dat het is gevuld (als dit nog niet eerder is gedaan). - Let goed op dat het koelsysteem niet overmatig wordt gevuld. Voer een druktest uit met OFN (zuurstofvrije stikstof) voordat het systeem wordt gevuld. Controleer het systeem op lekken na het vullen, maar vóór de inbedrijfstelling. Voer altijd een laatste lektest uit voordat u de locatie verlaat.

14. Buitengebruikstelling (Bijlage DD.11)

Om deze procedure uit te voeren, is het essentieel dat de monteur zich vooraf volledig vertrouwd heeft gemaakt met de apparatuur en alle onderdelen ervan. Het wordt standaard aanbevolen om gebruikte koelmiddelen altijd veilig af te tappen en af te voeren. Neem voorafgaand aan de werkzaamheden een olie- en koelmiddelmonster wanneer hergebruik van het afgetapte koelmiddel een analyse vooraf vereist. Het is essentieel om te controleren of er een stroomvoorziening aanwezig is voordat met de werkzaamheden wordt begonnen. a) Maak uzelf vertrouwd met de apparatuur en de werking ervan. b) Verbreek de elektrische aansluiting tussen het systeem en de stroomtoevoer. c) Controleer voor aanvang van de werkzaamheden of aan de volgende punten is voldaan:

  • Alle vereiste mechanische voorzieningen zijn aanwezig, bijv. om de koelmiddelcilinders te hanteren;
  • Alle persoonlijke beschermingsmiddelen zijn aanwezig en worden correct gebruikt;
  • Er is te allen tijde een competente persoon aanwezig die toezicht houdt op het aftapproces;
  • Alle aftapapparatuur en opslagcilinders voldoen aan de geldende normen. d) Pomp bij voorkeur het koelsysteem leeg, indien dit mogelijk is. e) Is leegpompen niet mogelijk, gebruik dan een passend verdeelstuk om zo veel mogelijk koelmiddel uit de verschillende delen van het systeem te verwijderen. f) Plaats de cilinder op de weegschaal voordat het aftappen begint. g) Start de aftapinstallatie en werk volgens de instructies van de fabrikant. h) Vul cilinders nooit meer dan is toegestaan. (Maximaal 80% vloeistofvolume).

i) Overschrijd nooit de maximale werkdruk van de cilinder, zelfs niet kortstondig.

j) Wanneer de cilinders correct zijn gevuld en het proces is voltooid, verwijder dan onmiddellijk alle cilinders en apparatuur van de locatie en sluit alle afsluiters van de apparatuur. k) Vul nooit afgetapt koelmiddel in een ander koelsysteem voordat het eerst is gereinigd en gecontroleerd.

15. Markeringen (Bijlage DD.12)

Breng markeringen aan op de apparatuur met de vermelding dat deze buiten bedrijf is gesteld en is ontdaan van koelmiddel. Zet de datum op de markering, én uw naam. Breng markeringen aan op de apparatuur die aangeven dat de apparatuur ontvlambaar koelmiddel bevat.

16. Aftappen (Bijlage DD.13)

Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, voor onderhoud of buitenbedrijfstelling, verdient het de aanbeveling om alle koelmiddelen veilig te verwijderen. Gebruik bij het aftappen van koelmiddel alleen cilinders die geschikt zijn voor het opslaan van koelmiddel. Zorg dat er genoeg cilinders beschikbaar zijn om de totale inhoud van het koelsysteem in op te slaan. Gebruik uitsluitend cilinders die geschikt zijn voor het opslaan van het af te tappen koelmiddel en breng er markeringen op aan welk koelmiddel ze bevatten (gebruik dus speciale opslagcilinders). De cilinders moeten compleet zijn, inclusief goed werkende overdrukventielen en afsluiters. Pomp lege opslagcilinders vacuüm en koel ze af, indien mogelijk, voordat er gas in wordt opgeslagen. De aftapinstallatie moet in goede staat verkeren en over een handleiding beschikken die de gebruikte apparatuur beschrijft, en moet geschikt zijn voor het opvangen van ontvlambare koelmiddelen. Daarnaast moet er een gekalibreerde weegschaal beschikbaar zijn die correct werkt. Alle slangen dienen te zijn voorzien van lekvrije koppelingen die correct werken. Controleer voor gebruik van de aftapinstallatie of deze in goede staat verkeert, goed is onderhouden en of alle bijbehorende elektrische componenten voldoende zijn afgeschermd om ontsteking te voorkomen in geval van een koelmiddellekkage. Raadpleeg bij twijfel de fabrikant. Lever het opgevangen koelmiddel in de juiste opslagcilinder in bij de koelmiddelleverancier en vraag om een ontvangstbewijs voor de ingeleverde afvalstoffen. Combineer geen koelmiddelen met elkaar in de aftapinstallatie en zeker niet in de cilinders. Als compressoren of compressoroliën moeten worden verwijderd, maak het apparaat dan eerst leeg tot een niveau waarop er geen ontvlambaar koelmiddel in het smeermiddel achterblijft. Het leegmaken moet gebeuren voordat de compressor naar de leverancier wordt teruggestuurd. Het compressorlichaam mag alleen elektrisch worden verwarmd om dit proces te versnellen (niet met een open vlam). Wanneer er olie uit een systeem moet worden verwijderd, doe dit dan op een veilige manier. 10 • Nederlands1. Voorkant

2. Luchtuitlaat met lamellen

5. Schroefdop voor waterafvoer

6. Luchtfilter (achter het rooster)

8. Aansluiting voor afvoerslang

9. Aansluitsnoer met stekker

13. Afvoerslang - lucht

15. Muuruitlaat met klep

16. Afvoerslang - water

8Voordat u het apparaat voor de eerste maal in gebruik neemt, dient u als volgt te werk te gaan: pak de airconditioner en alle accessoires voorzichtig uit en verwijder al het verpakkingsmateriaal en eventuele promotionele stickers. De verpakking (plastic zakken en karton) buiten het bereik van kinderen houden. Controleer na het uitpakken het apparaat zorgvuldig op uiterlijke schade, mogelijk ontstaan tijdens transport. Plaats het apparaat op een stevige, vlakke ondergrond en let op dat er genoeg ruimte omheen is voor voldoende ventilatie. Controleer of alle genoemde accessoires meegeleverd zijn. Reinig de airconditioner met een licht vochtige doek. Controleer vóór het aansluiten van het apparaat of:

  • de aansluitspanning overeenkomt met die op het typeplaatje;
  • stopcontact en stroomvoorziening geschikt zijn voor het apparaat;
  • de stekker van het snoer in het stopcontact past;
  • het apparaat op een stabiele en vlakke ondergrond staat.

HET PLAATSEN VAN DE AIRCONDITIONER

  • Het apparaat moet geplaatst worden op een stevige, vlakke ondergrond met voldoende vrije ruimte erom heen.
  • Blokkeer de luchtuitlaat niet en zorg voor een vrije ruimte van minimaal 25 cm rondom het apparaat.
  • Laat het apparaat nadat het rechtop geplaatst is, minimaal 2 uur staan voordat u de stekker in het stopcontact steekt.
  • Om het apparaat eenvoudig te (ver)plaatsen, is deze voorzien van zwenkwielen. Rol het apparaat rustig over de vloer. Let op dat de vloer vlak is en probeer niet over dingen heen te rijden.
  • OPMERKING: Het optimaal functioneren van het apparaat is afhankelijk van de lengte van de afvoerslang en het aantal bochten. Probeer beide te beperken. De bijgeleverde flexibele afvoerslang heeft een maximale lengte van ca. 150cm en is berekend op de capaciteit van het apparaat. Het gebruik van andere slangen of verlengstukken kan storingen aan het apparaat veroorzaken. De lucht moet ongehinderd kunnen stromen, anders kan dit oververhitting van het apparaat of condensatie van water in de luchtafvoerslang tot gevolg hebben. Zorg er daarom voor dat er geen knikken of scherpe bochten in de afvoerslang zitten. Om een optimaal resultaat te verkrijgen, dient de afvoerslang tijdens gebruik van het apparaat korter gehouden te worden dan 1 meter. 12 • Nederlands vóór het eerste gebruik

De flexibele raamafdichtingsset is geschikt voor veel ramen. Bijvoorbeeld: draai-kiepramen, naar buiten en naar binnen draaiende ramen. Het zorgt ervoor dat u de afvoerslang naar buiten kunt hangen, zonder dat de warme lucht weer naar binnen stroomt of dat u last krijgt van insecten. Voor naar buiten draaiende ramen adviseren wij om alle vier de zijden (a+b+c+d) om het raam te plakken en voor naar binnen draaiende ramen maar drie zijden (a+b+c).

  • Plak het meegeleverde dubbelzijdige plakband op het raamkozijn en het raam volgens één van de onderstaande tekeningen die op uw situatie lijkt.
  • Bevestig vervolgens het doek op het plakband wat u in de openingen heeft geplakt.

1. Plak het meegeleverde dubbelzijdige tape op het raamkozijn.

2. Plak vervolgens dubbelzijdig tape op het raam.

3. Snijd de overtollige tape af.

4. Zorg dat de tape op de hoeken elkaar goed overlapt om een goede afdichting te krijgen.

5. Bevestig het doek op de tape die op het raamkozijn en het raam geplakt zijn.

6. Zorg ervoor dat het doek aan beide zijden netjes op de tape geplakt wordt.

7. Rits het doek open.

8. Steek de afvoerslang door de opening en rits het doek dicht om een goede afdichting te krijgen.

Fig. 1 Fig. 2 Fig. 3 Fig. 4 Fig. 5 Fig. 6 Fig. 7 Fig. 8 MUURINSTALLATIE

  • Boor een gat in de muur met een doorsnede van 125 mm voor de muuruitlaat met klep.
  • Schroef de muuruitlaat met klep vast met behulp van de bijgeleverde schroeven en pluggen.
  • Bevestig het uiteinde van de afvoerslang waarop het aansluitstuk voor de muuruitlaat is bevestigd aan de muuruitlaat.
  • Gebruikt u het apparaat niet, sluit dan de klep van de muuruitlaat. pluggen muuruitlaat met klep max. 140 cm. min. 80 cm.de bediening van de airconditioner

De airconditioner heeft naast het koelen nog twee andere functies, namelijk luchtcirculatie en lucht ontvochtigen. De airconditioner kan bedient worden via het bedieningspaneel op het apparaat en met de bijgeleverde afstandsbediening.

  • Kies een locatie waar een stopcontact in de buurt is.
  • Installeer de afvoerslang volgens de afbeeldingen en zorg dat het raam zover als mogelijk gesloten is.
  • Steek de stekker in een geaard stopcontact.
  • Druk op de aan/uit toets om de airconditioner aan te zetten. De klep van de luchtuitlaat openen automatisch.
  • Het temperatuurbereik van de airconditioner is: 16 tot 30°C.
  • Controleer of de afvoerslang correct is gemonteerd.
  • Deel het stopcontact niet met andere apparaten. KOELEN
  • Druk op de functie toets [ mode / ] totdat het indicatie lampje - koelen - brandt. In het display verschijnt de ingestelde temperatuur.
  • Druk op de toetsen [ omhoog en omlaag ] om de gewenste kamertemperatuur in te stellen (tussen de 16°C en 30°C).
  • Druk op de toets [ fan / ] om de windsnelheid in te stellen. Er zijn vier ventilatiestanden: automatisch, laag, middel en hoog. De beste temperatuur gedurende de zomer zal tussen de 21 en 24°C zijn. De snelheid van de ventilator zal op de luchtciruclatie stand beter voelbaar zijn dan op de koelen stand. ONTVOCHTIGEN
  • Druk op de functie toets [ mode / ] totdat het indicatie lampje - ontvochtigen - brandt.
  • De windsnelheid staat op automatisch en kan niet veranderd worden.
  • Houd ramen en deuren gesloten voor het beste resultaat.De luchtafvoerslang hoeft voor deze functie niet naar buiten af te voeren. Tijdens het gebruik van deze stand moet er een afvoerslang (niet meegeleverd) worden aangesloten om het condensvocht af te voeren, zoals bijvoorbeeld een tuinslang.
  • Draai de schroefdop aan de achterzijde van het apparaat los.
  • Monteer het uiteinde van een tuinslang of soortgelijke afvoerslang op de afvoer en leg het andere uiteinde in een verzamelbak die lager gesitueerd is dan de afvoer van het apparaat zodat het condenswater goed afgevoerd kan worden. Advies: slangaansluiting is 5/8" en de slang is 3/4". Let op:
  • Er kan condensvocht uit de afvoer lopen als de schroefdop verwijderd wordt en het apparaat is gebruikt op de stand koelen. Houdt een lekbakje bij de hand als de schroefdop verwijderd wordt om het condensvocht op te vangen.
  • Zorg ervoor dat de afvoerslang voor het condensvocht goed afloopt en niet hoger hangt dan de afvoer van het apparaat.
  • Bij het gebruik van de stand koelen wordt geadviseerd om het condenswater niet continue af te voeren, maar om de schroefdop weer te sluiten. Zo kan het apparaat maximaal presteren. LUCHTCIRCULATIE Bij het gebruik van deze stand hoeft de luchtafvoerslang niet aangesloten te zijn.
  • Druk op de functie toets [ mode / ] totdat het indicatie lampje - luchtcirculatie - brandt.
  • Druk op de toets [ fan / ] om de windsnelheid - laag, middel of hoog - in te stellen. Het bijbehorende indicatielampje zal branden. AUTOMATISCHE STAND Bij het gebruik van de automatische stand [ auto ] selecteert het apparaat zelf of deze moet koelen of de lucht moet circuleren. Dit is afhankelijk van de ingestelde temperatuur en de kamertemperatuur.
  • Druk op de functie toets [ mode / ] totdat het indicatie lampje - auto - brandt.
  • Druk op de toetsen [ en ] om de gewenste temperatuur in te stellen (tussen de 16°C en 30°C). Bijvoorbeeld 23°C. Als de kamertemperatuur onder de 23°C is, zal het apparaat de lucht laten circuleren en boven de 23°C zal het apparaat koelen.
  • De windsnelheid kan in deze stand niet ingesteld worden. SWING FUNCTIE Met de swing functie kunt u het op en neer bewegen van de lamellen bepalen en daarmee de luchtstroom.
  • Zet het apparaat aan op de gewenste stand (koelen, luchtcirculatie of ontvochtigen).
  • Druk op de swing toets en de lamellen stoppen met bewegen in verschillende posities of de lamellen bewegen continue.
  • Verander de stand van de lamellen niet handmatig.

1. Toets voor oscilleren [ swing /

3. Functie toets [ mode /

6. Toets voor windsnelheid [ fan / ]

7. Slaap-functie [ sleep /

8. aan-/ uit toets [ power /

9. Waarschuwingslampje - filter reinigen

10. Indicatie lampje - slaap functie

11. Indicatie lampje - ventilatie snelheid: auto / laag / middel / hoog

13. Indicatie lampjes - auto / koelen / ontvochtigen / luchtcirculatie

14. Indicatie lampjes - timer aan / uit

afvoerslang uitloop schroefdop Nederlands • 13DE TIMER INSTELLEN De timerfunctie kan gebruikt worden om het apparaat automatisch aan te laten gaan (uitgestelde start) of om deze automatisch op een ingestelde tijd uit te laten gaan (automatische uitschakeling). Uitgestelde start

  • Zet het apparaat aan en selecteer de stand die u wilt gebruiken.
  • Zet het apparaat uit. Het apparaat onthoudt de laatste instelling en zal op die stand/temperatuur aan gaan.
  • Druk op de timer toets [ timer / ] als het apparaat uit staat. Het indicatie lampje timer - aan - brandt.
  • Druk op de toetsen [ en ] om de gewenste inschakeltijd in te stellen. De gewenste tijd waarop u de airconditioner aan wilt laten gaan, zal per halfuur toenemen tot een totaal van 10 uren. Wilt u de inschakeling meer dan 10 uren uitstellen dan komt er steeds een uur bij tot een maximum van 24 uur.
  • Het ingestelde aantal uren staat in het display.
  • Druk daarna binnen 5 seconden nogmaals op de timer toets om de instelling te bevestigen.
  • Zodra de ingestelde uren voorbij zijn, zal het apparaat automatisch inschakelen. Om de uitgestelde start te annuleren, houdt u de timer toets gedurende 3 seconden ingedrukt. Zodra u het apparaat zelf aan zet, vervalt de timer functie. Automatische uitschakeling
  • Druk op de timer toets [ timer / ] als het apparaat aan staat. Het indicatie lampje timer - uit - brandt.
  • Druk op de toetsen [ en ] om de gewenste uitschakeltijd in te stellen. De gewenste tijd waarop u de airconditioner uit wilt laten gaan, zal per halfuur toenemen tot een totaal van 10 uren. Wilt u de uitschakeling meer dan 10 uren uitstellen dan komt er steeds een uur bij tot een maximum van 24 uur.
  • Het ingestelde aantal uren staat in het display. Zodra de temperatuur weer op het display staat, is de instelling bevestigt.
  • Zodra de ingestelde uren voorbij zijn, zal het apparaat automatisch uitschakelen. Om de automatische uitschakeling te annuleren, houdt u de timer toets gedurende 3 seconden ingedrukt. Zodra u het apparaat zelf uit zet, vervalt de timer functie. De instellingen kunnen ook gecombineerd worden. SLAAP FUNCTIE Gebruik de slaap functie als u het apparaat ‘s nachts wilt gebruiken.
  • Zet het apparaat aan op de stand - koelen of auto.
  • Druk op de slaap functie toets [ sleep / ] . Het indicatie lampje - slaap - brandt.
  • Als u de display verlichting op het apparaat vervelend vind, kunt u deze uitschakelen door op de toets op de afstandsbediening te drukken. Druk opnieuw op de toets om de display verlichting weer in te schakelen. De slaap functie handhaaft de optimale temperatuur in de kamer zonder excessieve schommelingen in temperatuur of luchtvochtigheid. De kamertemperatuur en luchtvochtigheid variëren licht om ervoor te zorgen dat de kamer comfortabel blijft. De geselecteerde temperatuur zal ieder halfuur 1°C omhoog gaan gedurende een periode van een uur. Deze nieuwe temperatuur blijft gehandhaafd gedurende de volgende 7 uren. Daarna schakelt het apparaat terug naar de ingestelde temperatuur en zal aan blijven zoals ingesteld. De slaap functie kan geannuleerd worden door nogmaals op de toets [ sleep / ] te drukken. Bij het gebruik van de standen luchtcirculatie en ontvochtigen kan de slaap functie niet gebruikt worden. DE AFSTANDSBEDIENING omhoog toets slaap functie omlaag toets vergrendeling aan- / uit toets windsnelheid toets mode toets timer toets aan swing toets timer toets uit geheugentoets display verlichting aan/uit op airconditioner i-SENSE toets Richt de afstandsbediening op de sensor van het apparaat. Het bereik van de afstandsbediening is ca. 8 meter (zonder obstakels tussen het apparaat en de afstandsbediening). Let op: heeft u de airconditioner op het apparaat zelf aangezet dan moet u de afstandsbediening activeren voordat u het apparaat kunt bedienen met de afstandsbediening. Druk op de aan/uit toets [ ] op de afstandsbediening om deze te activeren. Plaats de twee meegeleverde AAA 1,5 Volt batterijen in de afstandsbediening volgens de tekening. Let op de plus- en minpooltekens aan de binnenkant van de afstandsbediening. Opmerking:
  • Als de afstandsbediening vervangen of niet langer gebruikt wordt, moeten de batterijen worden verwijderd en afgevoerd volgens de geldende wetgeving omdat ze schadelijk zijn voor het milieu.
  • Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar. Gebruik geen alkaline, standaard (carbon-zinc) of oplaadbare (nikkel-cadmium) batterijen doorelkaar.
  • Batterijen kunnen exploderen of lekken bij blootstelling aan open vuur. Lever batterijen in bij een milieustraat of erkend inleverpunt.
  • Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening als het apparaat gedurende langere tijd niet wordt gebruikt (winter opslag) en bewaar ze op een koele, droge plaats. Overige functies Met de afstandsbediening kunt u dezelfde functies bedienen als hiervoor beschreven zijn. Via de afstandsbediening kunt uextra functies bedienen, zoals de pre-set functie en de i-sense functie. GEHEUGENFUNCTIE Met de geheugentoets [ ] kunt u favoriete instellingen, zoals functie, windsnelheid en temperatuur, instellen en opslaan.
  • Druk op de geheugentoets [ ] wanneer de afstandsbediening geactiveerd is. Het apparaat gaat standaard terug naar de laatste instellingen van de koelen functie.
  • Wilt u andere instellingen opslaan of een andere functie dan zet u het apparaat aan op de gewenste stand (bijvoorbeeld: luchtcirculatie) met de gewenste instellingen en druk de geheugentoets [ ] 2 seconden in. Als u daarna het apparaat instelt op een andere functie (bijvoorbeeld: ontvochtigen) en op de geheugentoets [ ] drukt, zal het apparaat weer terug keren naar de huidige geheugen-instelling (volgens voorbeeld naar: luchtcirculatie). i-SENSE FUNCTIE In de afstandsbediening zit een temperatuursensor. Als u de i-SENSE functie [ ] activeert, wordt de kamertemperatuur gemeten van de locatie waar de afstandsbediening is en niet waar het apparaat staat. Zit u bijvoorbeeld wat verder weg van het apparaat dan zal deze langer blijven koelen om de juiste temperatuur te bereiken op de plek waar u zit, op voorwaarde dat de afstandsbediening bij u ligt. De afstandsbediening zendt de temperatuur elke 3 minuten naar het apparaat totdat u de i-sense functie weer uitschakelt.
  • Om de i-SENSE functie aan en uit te zetten, drukt u gedurende 7 seconden op de i-SENSE toets [ ] terwijl u de afstandsbediening op het apparaat richt. - Bij het inschakelen verschijnt op het display gedurende 3 seconden de tekst On om aan te geven dat de functie actief is. - Bij het uitschakelen van de functie verschijnt op het display gedurende 3 seconden de tekst Off om aan te geven dat de functie uitgeschakeld is.
  • Het aan- en uitzetten van het apparaat, veranderen van functie of een eventuele stroomstoring hebben geen invloed op de functie als deze is ingeschakeld.
  • De i-SENSE functie functioneert niet bij de functies ontvochtigen en luchtcirculatie. 14 • NederlandsVERGRENDELINGSKNOP Om te voorkomen dat uw instellingen met de afstandsbediening worden gewijzigd, kunt u deze vergrendelen met de vergrendeling.
  • Druk de beide toetsen [ ] en [ ] tegelijk in gedurende 5 seconden om de vergrendeling te activeren. In het display op de afstandsbediening verschijnt een slotje .
  • Het apparaat kan niet meer bedient worden met de afstandsbediening.
  • Druk opnieuw op de vergrendelingsknop om de vergrendeling te de-activeren. Het slotje verdwijnt en het apparaat kan weer bedient worden met de afstandsbediening. DISPLAY VERLICHTING
  • Als u de display verlichting op het apparaat vervelend vind, kunt u deze uitschakelen door op de toets [ ] te drukken. Druk opnieuw op de toets om de display verlichting weer in te schakelen.

AUTOMATISCHE OPSTART NA STROOMONDERBREKING

Bij stroomuitval zal het apparaat automatisch opstarten volgens de laatste instellingen zodra de stroomtoevoer herstelt is. Dit duurt een aantal minuten.

FAHRENHEIT Houd de + en de - toets tegelijkertijd ingedrukt gedurende 3 seconden om de weergave van de temperatuureenheid te veranderen van Celsius [ °C ] naar Fahrenheit [ F ]. BEVEILIGING Om het apparaat te beschermen, zit er een beveiliging in waardoor het apparaat niet binnen 3 minuten opnieuw aangezet kan worden nadat u deze heeft uitgschakeld. Als u het apparaat heeft uitgezet, moet u 3 minuten wachten voordat u het apparaat weer aan zet. Wanneer de airconditioner gedurende langere tijd niet gebruikt wordt, verwijder dan het afdekdopje van de afvoeropening aan de onderzijde van het apparaat en plaats een laag bakje onder de uitloop. Al het water zal uit de tank stromen. De watertank is voorzien van een alarmsensor. Zodra het water een bepaald niveau in de watertank bereikt, zal het apparaat 8 maal piepen en in het display verschijnt P1. Het koelproces zal automatisch uitgeschakeld worden. Het apparaat kan wel door gaan met de luchtcirculatie. Handmatige afvoer - bij het gebruik van het apparaat in een ruimte met een hoge luchtvochtigheid.

1. Verwijder de stekker uit het stopcontact.

2. Plaats een laag bakje onder de onderste uitloop voor condenswaterafvoer. Zie de tekening.

3. Verwijder het afdekdopje.

4. Het water zal uit de afvoer stromen in het bakje.

5. Plaats het afdekdopje terug zodra er geen water meer uit stroomt.

6. Zet het apparaat weer aan.

Continue afvoer - advies bij het gebruik van de stand ontvochtigen. Voor het continue afvoeren van condensvocht adviseren wij u de manier te volgen zoals omschreven op pagina 13 bij de paragraaf ONTVOCHTIGEN. condensvocht afvoeren

afdekdopje uitloop reiniging en onderhoud

Zet voordat u uw airconditioner wilt reinigen het apparaat uit met de aan-/ uit toets, wacht een paar minuten en verwijder de stekker uit het stopcontact. Het reinigen van de buitenkant Reinig de buitenkant van het apparaat met een vochtige doek en droog na met een droge doek. Indien noodzakelijk kunt u de buitenkant van het apparaat met behulp van een mild afwasmiddel reinigen.

  • Was het apparaat nooit met water. Dit kan gevaarlijk zijn.
  • Gebruik geen benzine, alcohol of soortgelijke oplosmiddelen om het apparaat schoon te maken.
  • Spuit nooit met insectensprays of soortgelijke middelen.
  • Gebruik geen agressieve of schurende schoonmaakmiddelen om het apparaat te reinigen.
  • Dompel het apparaat, het snoer of de stekker nooit in water of een andere vloeistof onder. Het luchtfilter Om het apparaat optimaal te laten functioneren, adviseren wij om het luchtfilter regelmatig te reinigen. Het luchtfilter kan namelijk verstopt raken met stof en vuil. Om u er aan te herinneren dat het luchtfilter schoongemaakt moet worden, kunt u het waarschuwingslampje voor het filter activeren.
  • Druk gedurende 3 seconden op de slaap functie toets [ sleep /
  • Nadat het apparaat 250 uren heeft gefunctioneerd, zal het waarschuwingslampje filter gaan branden om aan te geven dat u het luchtfilter moet reinigen. Reinig het filter volgens de voorschriften en reset de functie door opnieuw 3 seconden op de toets [ sleep / ] te drukken. Het reinigen van het luchtfilter
  • Schakel het apparaat uit en verwijder de stekker uit het stopcontact.
  • Verwijder het luchtfilter zoals getoond wordt in de tekeningen.
  • Gebruik een stofzuiger om al het stof van het luchtfilter te verwijderen. Als het luchtfilter erg vies is, mag deze met lauwwarm water gereinigd worden.
  • Dompel het luchtfilter in lauwwarm water (max. 40°C) met een zacht reinigingsmiddel. Spoel het luchtfilter een aantal malen en laat het aan de lucht drogen. Leg het luchtfilter niet in de zon of op de verwarming om te drogen.
  • Plaats het luchtfilter terug. Controleer of deze volledig droog is voordat het apparaat weer gebruikt wordt. Het reinigen van de luchtinlaten Om het apparaat optimaal te laten functioneren, kunt u de luchtinlaten reinigen met behulp van een stofzuiger met een zachte borstelzuigmond. Start of einde van het seizoen Controleer aan de start van het seizoen of het snoer en de stekker onbeschadigd zijn. Volg de installatie instructies om het apparaat te plaatsen. Zorg er aan het einde van het seizoen voor dat er geen condensvocht meer in het apparaat zit. Voer het vocht af volgens de instructies in het hoofdstuk CONDENSVOCHT AFVOEREN en zet het apparaat gedurende 12 uren aan op de functie luchtcirculatie om ervoor te zorgen dat het apparaat intern droogt en er geen schimmel kan ontstaan. Zorg er voor dat het luchtfilter schoon is voordat u het apparaat opbergt en verwijder de batterijen uit de afstandsbediening. Nederlands • 15technische specificaties

Typenummer AC127W Voltage 220-240Volt ~50Hz Aansluitwaarde 1600 Watt Koelcapaciteit* 12.000 Btu/h (3.5 kW) EE Class* A EER* 2,6 Opgenomen vermogen kW 1,4 Opgenomen vermogen Standby W 0,5 Stroomverbruik nom. A 5,9 Luchtverplaatsing max. m

/h 465 Ontvochtiging max. ** L/24h 69,6 Geschikt voor m

Controleer eerst het onderstaande voordat u de airconditioner inlevert voor reparatie. Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Het apparaat gaat niet aan wanneer op de aan/uit toets gedrukt wordt. Het indicatielampje van de watertank knippert en de watertank is vol. Leeg de watertank. De kamertemperatuur is lager dan de ingestelde temperatuur. Stel de temperatuur opnieuw in. Het apparaat koelt niet genoeg. Niet alle deuren en ramen zijn gesloten. Zorg ervoor dat alle deuren en ramen gesloten zijn. Er zijn warmtebronnen in de kamer actief. Verwijder de warmtebronnen of zet deze uit indien mogelijk. De temperatuur is te hoog ingesteld. Stel de temperatuur opnieuw in. De luchtinlaat is geblokkeerd. Reinig het luchtinlaatrooster. Het apparaat maakt lawaai. Het oppervlak waar het apparaat op staat is niet waterpas of vlak genoeg. Plaats het apparaat op een vlakke ondergrond, indien mogelijk waterpas. Het geluid komt van het stromen van de koelvloeistof binnenin de airconditioner. Dit is normaal. Het apparaat reageert niet op de afstandsbediening Het apparaat is via het bedieningspaneel op het apparaat zelf aangezet. De afstandsbediening is niet geactiveerd. Druk op de afstandsbediening op de aan/uit toets om deze activeren. Het apparaat gaat niet aan gedurende 3 minuten nadat deze opnieuw aan gezet is. De interne beveiliging van de compressor voorkomt dat het apparaat aan gezet worden totdat er 3 minuten voorbij zijn nadat het apparaat uit gezet is. Deze vertraging is normaal en het apparaat zal normaal functioneren zodat de 3 minuten voorbij zijn. Foutcode P1 De watertank is vol. Leeg de watertank. Om het apparaat maximaal te laten presteren, volgt u de onderstaande aanbevelingen:

  • Sluit ramen en deuren van de ruimte die gekoeld moet worden. Wanneer u het apparaat wilt laten staan in een ruimte, adviseren wij u om een deur op een kier te laten staan ( 1cm ) zodat er goed geventileerd kan worden.
  • Sluit gordijnen en/of jaloeziëen om de zon te weren, zodat het apparaat minder hoeft te koelen en zo energiezuiniger is.
  • Plaats niets op het apparaat.
  • Dek de luchtuitlaat en - inlaten niet af. Zorg dat de roosters onbedekt zijn.
  • Zorg ervoor dat er geen warmtebronnen in de ruimte zijn.
  • Gebruik het apparaat niet in hele vochtige ruimtes, zoals een badkamer of wasruimte.
  • Gebruik het apparaat nooit buitenshuis.
  • Zorg ervoor dat het apparaat op een vlakke, stabiele ondergrond staat. tips voor efficient gebruik

Français • 55Hoe belangrijk service is, hoeven we je niet te vertellen. We ontwikkelen onze producten zodat je er jarenlang onbezorgd plezier van kan hebben. Ontstaat er toch een probleem, dan vinden we dat je direct een oplossing mag verwachten. Daarom bieden we je op onze producten een omruilservice, bovenop de rechten en vorderingen die je op grond van de wet toekomen. Door een product of onderdeel om te ruilen, besparen we je tijd, moeite en kosten. 2 jaar volledige fabrieksgarantie 1. Op alle producten van Inventum krijg je als consument standaard 2 jaar volledige fabrieksgarantie. Binnen deze periode wordt een defect product of onderdeel altijd gratis omgeruild voor een nieuw exemplaar. Om aanspraak te maken op de 2 jaar volledige fabrieksgarantie, kun je teruggaan naar de winkel waar je het product hebt gekocht of contact opnemen met de consumentenservice van Inventum via het contactformulier op www.inventum.eu/service-aanvraag.

2. De garantieperiode van 2 jaar begint te lopen op de datum van aankoop van het product.

3. Voor het recht op garantie dien je een kopie van het originele aankoopbewijs te kunnen overleggen.

4. De garantie geldt uitsluitend bij normaal huishoudelijk gebruik van de Inventum producten binnen Nederland.

5 jaar Inventum garantie 1. Op de meeste groot huishoudelijke apparatuur en een selectie klein huishoudelijke producten biedt Inventum de 5 jaar Inventum garantie. Deze 5 jaar Inventum garantie bestaat uit de 2 jaar volledige fabrieksgarantie en daarna 3 jaar aanvullende garantie. Het enige dat je hoeft te doen voor het recht op 3 jaar aanvullende garantie is het product te registreren binnen 45 dagen na aankoop. In de volgende paragraaf lees je meer over het registreren van het product. 2. Voor de 5 jaar Inventum garantie geldt dat een defect product of onderdeel gedurende de eerste 2 jaar altijd gratis wordt omgeruild voor een nieuw exemplaar. Gedurende het 3e tot en met het 5e jaar betaal je alleen de omruilkosten. De actuele omruilkosten kun je terugvinden op www.inventum.eu/omruilkosten. 3. Om aanspraak te maken op de 5 jaar Inventum garantie kun je teruggaan naar de winkel waar je het product hebt gekocht of contact opnemen met de consumentenservice van Inventum via het formulier op www.inventum.eu/service-aanvraag.

4. De garantieperiode van 5 jaar begint te lopen op de datum van aankoop van het product.

5. Voor het recht op garantie dien je een kopie van het originele aankoopbewijs te kunnen overleggen.

6. De garantie geldt uitsluitend bij normaal huishoudelijk gebruik van de Inventum producten binnen Nederland.

Productregistratie 1. De 3 jaar aanvullende garantie is eenvoudig en kosteloos te regelen door het product binnen 45 dagen na aankoop te registreren via de website www.inventum.eu/garantieregistratie. Wanneer je het product niet binnen 45 dagen na aankoop hebt geregistreerd, heb je nog tot 2 jaar na aankoop de tijd om dit te regelen. Er zijn dan wel kosten aan deze registratie verbonden. De eenmalige registratiekosten bedragen € 89,- voor elk afzonderlijk product. Registreren is alleen mogelijk voor producten waar de 5 jaar Inventum garantie op van toepassing is. Of het product in aanmerking komt voor de 5 jaar Inventum garantie vind je in de gebruiksaanwijzing van het product en bij de informatie over het product op de website van Inventum. 2. De garantieperiode begint steeds te lopen vanaf de datum van aankoop van het product. Ook wanneer het product pas later voor aanvullende garantie wordt geregistreerd, wordt de garantieperiode vanaf de originele aankoopdatum berekend. 3. De 3 jaar aanvullende garantie kun je alleen aanvragen als je beschikt over een kopie van het originele aankoopbewijs en het Inventum 5 jaar garantiecertificaat. Groot huishoudelijke apparatuur 1. Storingen of defecten aan groot huishoudelijke apparatuur (vrijstaand- en inbouw witgoed) kunnen worden gemeld via het formulier op www.inventum.eu/service-aanvraag, telefonisch bij de consumentenservice van Inventum of via de winkel waar je de apparatuur hebt gekocht. Het telefoonnummer van de consumentenservice vind je op www.inventum.eu. 2. Bij gemelde storingen of defecten aan groot huishoudelijke apparatuur heeft Inventum de mogelijkheid om ter plaatse bij de consument in Nederland een witgoedmonteur het defecte apparaat te laten onderzoeken en vervolgens een reparatie uit te laten voeren. De consumentenservice van Inventum kan ook besluiten dat het apparaat wordt omgeruild. 3. Als je een storing of defect aan groot huishoudelijke apparatuur meldt in de eerste 2 jaar vanaf de datum van aankoop, brengt Inventum geen kosten in rekening voor omruilen, voorrijden, onderdelen, materiaalgebruik en arbeidsloon. 4. Als je het product op de hiervoor beschreven wijze hebt geregistreerd op www.inventum.eu/garantie-registratie en je vervolgens een storing aan groot huishoudelijke apparatuur meldt in het 3e t/m 5e jaar vanaf de datum van aankoop, dan is de 5 jaar Inventum garantie van toepassing en wordt het apparaat kosteloos gerepareerd of omgeruild. Je bent dan bij reparatie of omruiling van het apparaat alleen omruilkosten verschuldigd. De actuele omruilkosten kun je terugvinden op www.inventum.eu/omruilkosten. Indien je het product niet hebt geregistreerd, dan is de 3 jaar aanvullende garantie niet van toepassing. 5. Bij een melding van een storing of defect zal een monteur binnen 1 werkdag contact opnemen voor het maken van een bezoekafspraak. Bij melding in het weekend of op feestdagen is dit de eerstvolgende werkdag. 6. Indien je een storing of defect meldt via het formulier op www.inventum.eu/service-aanvraag, word je via mobiele berichten en e-mail op de hoogte gehouden van de voortgang.

7. De garantieperiode begint te lopen op de datum van aankoop van het product.

8. Voor het recht op garantie dien je een kopie van het originele aankoopbewijs en het Inventum 5 jaar garantiecertificaat te kunnen overleggen.

9. De garantie geldt uitsluitend bij normaal huishoudelijk gebruik van de Inventum producten binnen Nederland.

Storingen of defecten buiten de garantieperiode 1. In geval van storingen of defecten aan klein huishoudelijke apparatuur of groot huishoudelijke apparatuur buiten de garantieperiode, kan hiervan melding worden gemaakt bij de consumentenservice via het contactformulier www.inventum.eu/service-aanvraag of door te bellen met de consumentenservice. 2. De consumentenservice kan je vragen het product voor onderzoek of reparatie op te sturen. De kosten van verzending zijn voor jouw rekening. 3. Aan het onderzoek naar de mogelijkheid tot repareren zijn kosten verbonden. Je moet hier vooraf toestemming voor geven. 4. Bij groot huishoudelijke apparatuur kan Inventum op jouw verzoek een witgoedmonteur sturen. De voorrijkosten, onderdeel- en materiaalkosten en arbeidsloon worden dan aan je in rekening gebracht. 5. In geval van opdracht tot reparatie moeten de reparatiekosten vooraf worden voldaan. Bij reparatie door een witgoedmonteur, dienen de kosten van de reparatie ter plaatse bij de monteur, bij voorkeur via pinbetaling, te worden afgerekend. Uitgesloten van garantie

1. De hiervoor genoemde garanties gelden niet in geval van:

  • onoordeelkundig of oneigenlijk gebruik;
  • onvoldoende onderhoud;
  • het niet in acht nemen van de bedienings- en onderhoudsvoorschriften;
  • ondeskundige montage of reparatie door derden of door de consument zelf;
  • door de consument toegepaste niet originele onderdelen;
  • zakelijk of bedrijfsmatig gebruik;
  • het serienummer en/of rating-label is verwijderd.

2. Tevens geldt de garantie niet voor normale verbruiksartikelen, zoals:

  • glazen accessoires en glazen delen zoals ovendeuren;
  • en soortgelijke zaken. 3. Buiten de garantie vallen transportschades, voor zover deze niet door Inventum zijn veroorzaakt. Controleer daarom je nieuwe apparatuur voordat je deze in gebruik neemt. Alsjebeschadigingen aantreft, dien je deze binnen 5 werkdagen na aankoop te melden bij de winkel waar je het product hebt gekocht, of bij de consumentenservice van Inventum via het contactformulier op de website www.inventum.eu/service-aanvraag. Indien transportschades niet binnen deze termijn worden gemeld, aanvaardt Inventum geen enkele aansprakelijkheid ter zake. 4. Van garantie en/of vervanging zijn uitgesloten: defecten aan, verlies en beschadiging aan het apparaat als gevolg van een gebeurtenis die gewoonlijk verzekerd is onder deinboedelverzekering. algemene service- en garantievoorwaarden 56 • NederlandsVan belang om te weten 1. Vervanging of herstel van een defect product of een onderdeel daarvan leidt niet tot verlenging van de oorspronkelijke garantietermijn. 2. Vervangen onderdelen, verpakkingsmateriaal en omgewisselde apparaten worden meegenomen door de witgoedmonteur en worden eigendom van Inventum.

3. Indien een klacht ongegrond is, komen alle kosten die daardoor zijn ontstaan voor rekening van de consument.

4. Na verloop van de garantietermijn worden alle kosten voor herstel of vervanging, inclusief administratie-, verzend- en voorrijkosten aan de consument in rekening gebracht.

5. Inventum is niet aansprakelijk voor schade die is ontstaan als gevolg van onjuiste inbouwsituaties.