VeloCompact 2 - Fietsendrager THULE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VeloCompact 2 THULE in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fietsendrager in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VeloCompact 2 - THULE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VeloCompact 2 van het merk THULE.
GEBRUIKSAANWIJZING VeloCompact 2 THULE
A.0 Algemeen A.1 Thule aanvaardt geen aansprakelijkheid voor letsel aan personen, schade aan roerend of onroerend goed, verlies of winst, of andere verliezen of schade die is veroorzaakt door onjuiste montage of gebruik van de drager, met inbegrip van maar niet beperkt tot montage of gebruik die in strijd is met de bevestigings-, montage- of andere instructies die schriftelijk of mondeling zijn aangegeven door Thule of door een Thule-dealer. A.2 De drager en de onderdelen daarvan mogen op generlei wijze worden veranderd. A.3 Raadpleeg uw Thule-dealer als u vragen hebt over bediening, gebruik en beperkingen van de drager. Lees alle instructies en garantiebewijs zorgvuldig door voordat u de drager monteert en gebruikt. B.0 Montage B.1 Controleer aan de hand van de bevestigingsinstructies of alle benodigde onderdelen van de drager zijn meegeleverd. B.2 Lees en volg de bevestigingsinstructies en de lijst van aanbevelingen zorgvuldig, als die lijst is meegeleverd. Monteer het pakket daarna in de juiste volgorde door punten 1, 2, 3 enzovoorts te volgen. B.3 Probeer de drager niet op een andere manier dan in de montage- instructies wordt aangegeven, te monteren. C.0 Laden C.1 De maximale belasting voor de drager, zoals gespecificeerd in de bevestigingsinstructies, mag niet worden overschreden. Daarnaast heeft de aanbevolen maximale belasting van het voertuig zelf altijd prioriteit boven de belasting die in de bevestigingsinstructies staat aangegeven. De laagste aanbevolen maximale belasting moet altijd worden aangehouden en mag niet worden overschreden. C.2 De maximale belasting voor de drager, zoals die is aangegeven in de bevestigingsinstructies, geldt zowel voor rijdende als voor geparkeerde voertuigen. C.3 De lading moet zorgvuldig worden vastgezet. Elastische snelbinders mogen niet worden gebruikt. C.4 Controleer en overschrijd het maximale gewicht per fiets niet dat in de montage-instructies staat aangegeven. C.5 Plaats bij het laden van de drager voor op de achterklep of trekhaak de grootste en zwaarste fietsen het dichtst bij de auto, en daarna de kleinere en lichtere fietsen. C.6 De drager is uitsluitend bestemd voor standaard fietsframes. Tandems mogen niet op de drager worden vervoerd. Controleer en overschrijd nooit de maximale grootte (diameter) van het fietsframe dat in de montage-instructies staat aangegeven. C.7 Vraag bij fietsen met frames of vorken van carbon altijd aan de fietsenfabrikant of dealer of u de drager daarvoor kunt gebruiken. C.8 We adviseren u om de Thule fietsframe-adapter 982 te gebruiken voor dragers achterop de wagen, zoals de dragers voor op de trekhaak of op de achterklep. C.9 Thule aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade aan frames of vorken van carbon die is ontstaan tijdens montage en/of gebruik van de drager. C.10 Alle makkelijk te verwijderen onderdelen van de fietsen moeten voor vervoer worden verwijderd, inclusief maar niet beperkt tot kinderzitjes, manden, sloten (indien niet permanent gemonteerd) en fietspompen. Deze onderdelen kunnen tijdens vervoer losraken door de hogere luchtweerstand en trillingen, en kunnen een gevaar betekenen voor andere weggebruikers. C.11 Indien de koer of achterklep van het voertuig automatisch kan worden geopend, moet die functie uitgeschakeld worden en moet de koer met de hand worden geopend wanneer de drager voor op de achterklep erop zit om schade aan het voertuig en/of de drager te voorkomen. C.12 De lading moet, indien nodig, conform plaatselijke wetgeving worden voorzien van de juiste verlichting en waarschuwingstekens. C.13 Voor voertuigen die voor het eerst na 1 oktober 1998 zijn gekeurd, geldt dat dragers voor op de achterklep en/of de belasting het derde remlicht van het voertuig niet mogen belemmeren. Het derde remlicht van het voertuig moet zichtbaar zijn vanuit:
- 10 graden aan de linkerkant en aan de rechterkant van de lengte-as van het voertuig
- 10 graden boven en 5 graden onder de horizontale as Indien van deze getallen wordt afgeweken, moet er een vervangend remlicht naar keuze worden gemonteerd. Bij gebruik van de drager moet nationale wetgeving in acht worden genomen. C.14 Bewaar de montage- en veiligheidsinstructies en (indien van toepassing) de ECE-goedkeuring in het voertuig waarop de drager is gemonteerd. D.0 Belangrijke informatie voor dragers voor op de trekhaak D.1 De drager voor op de trekhaak is niet geschikt voor trekhaken die geheel gemaakt zijn van aluminium of GGG40 (gietijzer). D.2 De kogel en de cilinder van de trekhaak die 2 cm onder de kogel hangt, moeten van staal zijn. De kogelhouder mag wel van aluminium gemaakt zijn. D.3 Het gecombineerde gewicht van de drager en de lading mag nooit het toegestane vermogen van de trekhaak overschrijden. Informatie over het vermogen van de trekhaak is te vinden op een plaatje naast de trekhaak of in de informatie over uw voertuig. D.4 Controleer de trekhaakkogel altijd op vuil, olie of schade. Sommige kogelfabrikanten dekken hun trekhaakkogels af met een beschermende folie of laag. Deze folie of laag moet worden verwijderd voordat de drager wordt gebruikt, aangezien die een negatief eect heeft op wrijving en stabiliteit. D.5 Voor vertrek moeten de lichten worden gecontroleerd. Zorg ervoor dat wanneer het mistlicht op de drager wordt gebruikt, het mistlicht op het voertuig niet tegelijkertijd aan staat. Het mistlicht van het voertuig wordt normaal gesproken automatisch uitgeschakeld wanneer het voertuig het signaal krijgt dat de plug erin zit. Controleer of dat het geval is. D.6 Indien de drager op de trekhaakkogel wordt verplaatst of als de klemkracht is afgenomen bij het bedienen van de trekhaakkoppeling, moet de klemkracht van de kogel worden bijgesteld conform de montage-instructies. Vraag uw plaatselijke Thule-dealer om advies of hulp. D.7 Zorg ervoor dat indien de drager een kantelmechanisme heeft om gemakkelijker bij de koerbak te kunnen, het mechanisme tijdens vervoer stevig in de transportstand staat. D.8 Houd een veilige afstand aan tussen de drager/fietsen en de uitlaatpijp om schade aan de drager en/of de fietsen door hitte te voorkomen. De hete uitlaatpijp en/of hete uitlaatgassen zouden de onderdelen van de drager en/of de fietsen kunnen beschadigen. Op sommige voertuigen is een verlengstuk op de uitlaatpijp nodig. Raadpleeg bij twijfel uw Thule-dealer voor de eisen die van toepassing zijn op uw voertuig. E.0 Belangrijke informatie voor dragers voor op de achterklep E.1 Monteer de drager nooit indien uw voertuig een optionele/extra achterspoiler heeft (zelfs als het model is aanbevolen in onze Thule Koopgids, zie hieronder). E.2 Controleer altijd voordat u de drager monteert de meest recente aanbevelingen voor uw voertuig in de Thule Koopgids op www.thule.com.95560032001 E.3 Nieuwe of bijgewerkte aanbevelingen kunnen voor uw voertuig zijn uitgegeven nadat deze instructies zijn gepubliceerd. Er zijn verschillende redenen waarom uw voertuig niet in de Thule Koopgids wordt vermeld: E.3. A. Uw auto heeft een plastic/zwakke/grote spoiler of E.3. B. Uw auto heeft een plastic/glazen achterklep of een dubbele achterdeur of E.3. C. De autofabrikanten staan geen dragers op de achterklep toe of E.3. D. Uw auto is heel nieuw op de markt (minder dan zes maanden verkrijgbaar). De meest recente informatie is altijd te vinden op www.thule.com. E.4 Autofabrikanten zetten hun voertuigmodellen met verschillende kenmerken in verschillende landen ter wereld op de markt, bv. met een extra chromen onderdeel of spoiler op de achterdeur. Dragers voor op de achterklep mogen niet worden gemonteerd op voertuigen die met deze accessoires zijn uitgerust, ook al worden die modellen in de Thule Koopgids goedgekeurd. E.5 Thule aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade of verlies als gevolg van onvolledige of achterhaalde informatie die in de Thule Koopgids staat vanwege regionale verschillen in de kenmerken van het voertuig. E.6 Wees erop bedacht dat het niet altijd mogelijk is om een achterruitwisser te gebruiken als de drager voor op de achterklep is gemonteerd. De wisserfunctie moet worden uitgeschakeld (bv. door verwijdering van de zekering - lees de handleiding van uw voertuig erop na), of de wisser moet eraf worden gehaald. Deze functie moet op voertuigen met automatische wisserfunctie helemaal worden ontkoppeld wanneer de drager voor op de achterklep is gemonteerd. Vraag uw autodealer of garage om advies. E.7 Reinig het oppervlak en de hoeken van de laadklep en achterdeur voordat u de drager voor op de achterklep monteert. E.8 Vanwege het risico op beschadiging van het voertuig is het niet toegestaan om de koerbak van het voertuig te openen als u een met fietsen beladen drager voor op de achterklep op de koerbak heeft gemonteerd. De fietsendrager moet leeg zijn voordat u de koerbak van uw voertuig opent. F.0 Rij-eigenschappen en regelgeving F.1 Controleer regelmatig of de lading nog goed vastzit. F.2 De chaueur van het voertuig is er geheel voor verantwoordelijk dat de drager in perfecte staat verkeert, en dat de drager en de lading stevig vastzitten (zelfs als die door een derde is vastgezet). F.3 Controleer na een korte afstand (50 km) altijd, als de drager wordt gebruikt, met regelmatige tussenpozen of de drager stevig is vastgezet. Indien u ongebruikelijk lawaai, beweging van de lading en/of drager, ander gedrag van het voertuig of andere onregelmatigheden opmerkt, stop dan en controleer of de drager en de lading op de juiste wijze zijn vastgezet en conform de montage-instructies. F.4 De totale lengte en/of hoogte van het voertuig kan toenemen als er een drager op is gemonteerd. De fietsen kunnen ervoor zorgen dat de totale breedte en hoogte van het voertuig toenemen. Let goed op als u achteruit rijdt en/of een garage in of veerpont etc. oprijdt. F.5 Vervang beschadigde of versleten onderdelen van de drager direct. Tijdens vervoer moeten alle hendels, bouten en/of moeren strak worden vastgezet conform de montage-instructies. F.6 Dragers met een slot moeten altijd afgesloten worden. De sleutels moeten eruit worden verwijderd en tijdens het vervoer in het voertuig worden bewaard. F.7 Wees erop bedacht dat de rij-eigenschappen en het remgedrag (ook in bochten) van het voertuig kunnen veranderen, en dat het voertuig gevoeliger kan zijn voor zijwind wanneer de drager is gemonteerd. F.8 Afhankelijk van het model drager kunnen de achterlichten van de auto worden belemmerd. Als dat het geval is en als de drager niet al zelf ingebouwde achterlichten heeft, moet er een achterlichtbalk worden gemonteerd. F.9 Een extra nummerplaat kan nodig zijn. Die moet op de juiste plek op de drager worden gemonteerd conform plaatselijke wetgeving. F.10 De snelheid van het voertuig moet altijd worden afgestemd op de vervoerde lading en de actuele rijomstandigheden, zoals het soort weg, de kwaliteit van de weg, windomstandigheden, verkeersintensiteit en toepasselijke snelheidslimieten, maar mag onder geen enkel beding 130 km/u overschrijden. De toepasselijke snelheidslimieten en andere verkeersregels moeten altijd in acht worden genomen. F.11 Rijd op lage snelheid over verkeersdrempels, maximumsnelheid 10 km/u. F.12 Wees erop bedacht dat windgeruis tijdens vervoer kan ontstaan en afhankelijk van voertuig en lading kan variëren. F.13 Uit het oogpunt van brandstofbesparing, invloed op milieu en de veiligheid van andere weggebruikers moet de drager altijd van het voertuig gehaald worden als die niet wordt gebruikt. G.0 Onderhoud G.1 Reinig de drager regelmatig met warm water of autoshampoo, vooral als u de drager in kustgebieden gebruikt of hebt gebruikt (het eect van zout water) of tijdens periodes wanneer zout op de wegen wordt gestrooid (in de winter). G.2 Smeer, indien nodig, het koppelingsmechanisme (maar niet de oppervlakken die contact maken met de kogel) en andere bewegende delen van de drager. G.3 Verwijder de drager voordat u een wasstraat inrijdt. G.4 Wanneer de drager van het voertuig wordt gehaald, moet die in een droge ruimte worden bewaard. Alle onderdelen van de drager moeten veilig worden opgeborgen. Vergeet niet om de drager conform de instructies te reinigen en er onderhoud aan te plegen. G.5 Indien u onderdelen van de drager verliest of als die zijn versleten, vervang ze dan alleen door echte Thule-reserveonderdelen. Reserveonderdelen kunnen bij uw dealer of fabrikant worden gekocht. G.6 Geef voor snelle levering van reserveonderdelen en ter voorkoming van tijdrovende vragen de relevante productgegevens en het serienummer op wanneer u een bestelling plaatst of een vraag hebt. G.7 Noteer voor snelle vervanging van verloren of kapotte sleutels hetslot- en sleutelnummer dat op uw sleutel staat.
Notice-Facile