5IE64252 - Fornuis BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 5IE64252 BLAUPUNKT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 5IE64252 - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 5IE64252 van het merk BLAUPUNKT.
GEBRUIKSAANWIJZING 5IE64252 BLAUPUNKT
3 VEILIGHEID 3 Voorzorgsmaatregelen voor de ingebruikname 4 Algemene veiligheidsaanwijzingen 5 Bescherming tegen beschadigingen 6 Voorzorgsmaatregelen bij uitvallen van het apparaat 6 Bescherming tegen andere gevaren 7 APPARAATBESCHRIJVING 7 Technische beschrijving 9 Bedieningsveld
10 Voor het eerste gebruik 10 Inductieprincipe 11 Touch control-functie 11 Smart-slider-functie 11 Kookplaat in- en uitschakelen 12 Panherkenning 12 Restwarmte-indicator 13 Booster-functie (Powerniveau) 14 Tijdschakelklok 15 Voorkookautomaat 16 Stop & Go-functie 16 Memory-functie 17 Warmhoudfuncties 17 Automatische brugfunctie (modellen 5II84251,5II94291) 18 Kinderbeveiliging/vergrendeling van de kookplaat 18 Grillfunctie (modellen 5II84251,5II94291) 19 KOOKADVIEZEN 19 Kookgerei 20 Grootte van het kookgerei 21 Instelbereiken21 INGEBRUIKNAME VAN DE KAP (NIET VOOR 5IZ34291) 21 Blaupunkt Multi Control – unieke verbinding tussen kookplaat en kap 22 Kapverlichting in- of uitschakelen 22 Beheermodus voor de kap selecteren 23 Ventilatievermogen instellen 23 Booster-functie 24 Standaard snelheidsinstelling in de halfautomatische modus 24 Ventilatie-timer
- Alle delen van de verpakking verwijderen.
- Het apparaat mag alleen door een elektricien worden geïnstalleerd en aangesloten. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door fouten bij de installatie of het aansluiten. Gebruik het apparaat uitsluitend in ingebouwde toestand.
- Het apparaat mag alleen worden gebruikt als het is opgesteld en geïnstalleerd in een meubelstuk en als er een goedgekeurd en aangepast werkplan wordt gebruikt.
- Dit apparaat mag alleen worden gebruikt voor in het huishouden gebruikelijke koken en braden van voedsel en is niet bedoeld voor commerciële doeleinden.
- Verwijder alle etiketten en stickers van het glas.
- Het apparaat mag niet worden gewijzigd.
- Gebruik de kookplaat niet als werkoppervlak of legplaats.
- De veiligheid is alleen gegarandeerd als het apparaat is aangesloten op een aardedraad die voldoet aan de geldende voorschriften.
- Gebruik geen verlengkabel om het apparaat aan te sluiten op het elektriciteitsnet.
- Het apparaat mag niet boven een vaatwasser of wasdroger worden gebruikt: de vrijkomende waterdampen kunnen de elektronica beschadigen.
- Schakel het apparaat niet in via een externe tijdschakelklok of een aparte afstandsbediening.
- OPGELET: Het kookproces moet worden bewaakt. Een kortstondig kookproces moet voortdurend worden gecontroleerd.4 ALGEMENE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN
- Schakel de kookzones na elk gebruik uit.
- Oververhitte vetten en oliën ontbranden snel. Als u voedsel in vet of olie (bijv. frites) bereidt, moet u het kookproces observeren.
- Als u kookt en braadt, worden de kookzones heet. Pas daarom op voor verbrandingen tijdens en na gebruik van het apparaat.
- Zorg ervoor dat er geen elektriciteitskabel van een vrijstaand of ingebouwd apparaat in contact komt met de plaat of de hete kookzone.
- Magnetische voorwerpen zoals creditcards, diskettes, zakrekenmachines enz. mogen zich niet in de onmiddellijke nabijheid van het ingeschakelde apparaat bevinden. Hun functie zou nadelig kunnen worden beïnvloed.
- Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en pannendeksels mogen niet op de kookplaat worden gelegd, omdat ze heet kunnen worden.
- Plaats in het algemeen geen metalen voorwerpen (bijv. lepels, pannendeksels enz.) op het inductieoppervlak, omdat deze tijdens het gebruik kunnen verwarmen.
- Dek het kookoppervlak nooit af met een doek of beschermfolie; deze kunnen zeer heet worden en in brand vliegen.
- Dit apparaat kan gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of te weinig ervaring en/of kennis, als toezicht op hen wordt gehouden of als zij instructies hebben ontvangen betreffende het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit voortvloeiende gevaren.
- Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
- Reiniging en onderhoud door de gebruiker mogen niet zonder toezicht door kinderen worden uitgevoerd.5
BESCHERMING TEGEN BESCHADIGINGEN
- Gebruik geen potten of pannen met een ongepolijste of beschadigde bodem (bijvoorbeeld van gietijzer). Deze kunnen krassen maken op de keramische glasplaten.
- Houd er rekening mee dat zandkorrels ook krassen kunnen veroorzaken.
- Glaskeramiek is ongevoelig voor temperatuurschokken en zeer resistent, maar niet onbreekbaar. Vooral puntige en harde voorwerpen die op het kookoppervlak vallen kunnen het beschadigen.
- Stoot geen pannen en randen tegen de plaat.
- Gebruik de kookzones niet met leeg kookgerei.
- Voorkom suiker, kunststof of aluminiumfolie op de hete kookzones. Deze materialen smelten, kleven vast en kunnen bij afkoeling scheuren, breuken of andere permanente veranderingen in de plaat veroorzaken. Als ze toch nog op de hete kookzones terechtkomen, schakelt u het apparaat uit en verwijdert u deze materialen terwijl ze nog warm zijn. Omdat de kookzones heet zijn, bestaat er verbrandingsgevaar.
- Leg geen voorwerpen op de kookplaat.
- Plaats in geen geval heet kookgerei op de regeling. De elektronica onder het glas kan beschadigd raken.
- Als er een lade onder het ingebouwde apparaat zit, zorg dan voor een minimale afstand van 2 cm tussen de onderkant van het apparaat en de inhoud van de lade, anders is de ventilatie van het apparaat niet gegarandeerd.
- In deze lade mogen geen brandbare voorwerpen (bijv. spuitbussen) worden opgeborgen. Het eventuele bestekbakje in de lade moet gemaakt zijn van hittebestendig materiaal.
- Verhit geen gesloten reservoirs (bijv. blikjes) op de kookzones. De reservoirs of blikken kunnen barsten door de bijbehorende overdruk en er bestaat verwondingsgevaar!6
- Als er een fout wordt ontdekt, moet het apparaat worden uitgeschakeld en van het stroomnet worden losgekoppeld.
- Als er breuken, barsten of scheuren in het glas ontstaan: Schakel de kookplaat onmiddellijk uit, schroef de zekering voor de kookplaat los of verwijder deze en neem contact op met onze klantenservice of uw dealer.
- Reparaties aan het apparaat mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd.
- WAARSCHUWING: Als het glasoppervlak gebarsten is, moet het apparaat worden uitgeschakeld om het risico van elektrische schokken te vermijden.
- Zorg ervoor dat het kookgerei altijd in het midden van de kookzone geplaatst wordt. De bodem van de pan moet een zo groot mogelijk deel van de kookzone bedekken.
- Voor personen met een pacemaker: in de buurt van het ingeschakelde apparaat wordt een elektromagnetisch veld opgewekt, dat mogelijk de pacemaker kan beïnvloeden. Neem in geval van twijfel contact op met de fabrikant van de pacemaker of met uw arts.
- Gebruik geen kookgerei van aluminium of plastic: het kan smelten op de hete kookzones.
- Probeer NOOIT een brand met water te blussen, schakel het apparaat uit en dek dan de vlam af, b.v. B. met een deksel of een blusdeken. WAARSCHUWING Het gebruik van slechte potten resp. van adapterringen voor inductie leidt tot een voortijdige beëindiging van de garantie. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, die op of rond de kookplaat kan ontstaan.7 APPARAATBESCHRIJVING TECHNISCHE BESCHRIJVING
Energieverbruik ECcw**
Energieverbruik ECcw**
Gestandaardiseerd kookgerei categorie**
Energieverbruik ECcw**
Gestandaardiseerd kookgerei categorie**
Energieverbruik ECcw**
Gestandaardiseerd kookgerei categorie**
Energieverbruik ECcw**
- Deze prestaties kunnen variëren afhankelijk van de vorm, grootte en kwaliteit van de pannen. ** berekend volgens de methode voor het meten van de gebruikseigenschappen (EN 60350-2).9 Smart-slider Aan/uit
Nul De kookzone is geactiveerd 1…9 Vermogensniveau Instelling van het vermogen
Geen pandetectie Pan niet geplaatst of niet geschikt
Voorkookautomaat Hoogste vermogen+ voorkoken
Booster Het Booster-vermogen is geactiveerd
Warmhoudfunctie Met deze functie worden gerechten warm gehouden bij 70°C
Pauze De kookplaat staat op pauze
Bridge Twee kookzones kunnen worden gecombineerd tot één kookzone GRILL Grillfunctie De grillfunctie is geactiveerd
Kap - Handmatig bedrijf De ventilatie gebeurt in de handmatige modus
Kap - Halfautomatisch bedrijf De ventilatie gebeurt in de halfautomatische modus
Kap – Automatische werking De ventilatie gebeurt in de automatische modus Pauze-functie Grill-functie Warmhoud-functie Kap-licht-functie Timer- functie [+/-] Timer Selectieknop Vermogens Selectieknop Timer10 VENTILATIE De ventilator werkt automatisch. Hij begint met een lage snelheid zodra de door de elektronica vrijgegeven waarden een bepaalde drempelwaarde overschrijden. De hogere snelheid wordt ingeschakeld wanneer de inductiekookplaat intensief wordt gebruikt. De ventilator verlaagt zijn snelheid en schakelt automatisch uit zodra de elektronica voldoende is afgekoeld.
Reinig eerst uw apparaat met een vochtige doek en veeg het vervolgens droog met een schone doek. Gebruik geen reinigingsmiddel dat een blauwachtige tint op het geglazuurde oppervlak kan veroorzaken. INDUCTIEPRINCIPE Onder elke kookzone bevindt zich een inductiespoel. Bij het inschakelen van de kookzone genereert de inductiespoel een variabel elektromagnetisch veld. Het magnetisch veld genereert inductieve stromen in de bodem van de pan (die magnetisch moet zijn). Het resultaat is een verwarming van de bodem van de pan die zich op de verwarmingszone bevindt. De kookzone warmt alleen indirect op door de warmte die door de pan wordt afgegeven. De inductiekookzones werken alleen, met magnetisch kookgerei:
- Geschikt inductiekookgerei met magnetische bodem zoals: gietijzer, staal, geëmailleerd staal, roestvrij staal met magnetisch bodem.
- Ongeschikt inductiekookgerei: koper, aluminium, glas, hout, aardewerk, keramiek, niet magnetisch roestvrij staal. De inductiekookzone wordt automatisch aangepast aan de grootte van het kookgerei. De bodemdiameter van het kookgerei mag niet kleiner zijn dan een bepaalde waarde, anders wordt de inductie niet ingeschakeld. De bodemdiameter van elke pan moet een minimumgrootte hebben, afhankelijk van de grootte van de kookzone. Als het kookgerei niet geschikt is voor inductie, verschijnt de melding [ U ].11 TOUCH CONTROL-FUNCTIE De kookplaat wordt aangestuurd via sensortoetsen. Deze reageren op lichte aanrakingen van het glas met de vinger. Als u de toetsen ongeveer een seconde aanraakt, worden de besturingscommando's uitgevoerd. Elke reactie van de schakelvelden wordt bevestigd met een akoestisch en/of visueel signaal. Druk voor algemeen gebruik slechts op één toets tegelijk. SMART-SLIDER-FUNCTIE Voor de keuze van het vermogen met de smart slider, beweegt u uw vingers over de slider- zone. De gewenste uitvoering kan ook rechtstreeks worden geselecteerd door het betreffende niveau aan te raken.
Schakel eerst de kookplaat in en vervolgens de kookzone.
Als er geen verdere invoer plaatsvindt, wordt de kookplaat om veiligheidsredenen na ca. 20 seconden uitgeschakeld.
PANHERKENNING Voor meer comfort en eenvoud is deze kookplaat uitgerust met een besturingssysteem. Schakel de kookplaat in en plaats een pan op de kookplaat. De intuïtieve bediening zal de pan automatisch herkennen resp. zal u het [0]-symbool boven de te gebruiken smart-slider tonen. U kunt nu het verwarmingsniveau naar wens aanpassen. De panherkenning garandeert volledige veiligheid. De inductie werkt niet:
- Als er geen kookgerei op de kookzone staat of als er een pan wordt gebruikt die niet geschikt is voor inductie. In dit geval kan het vermogensniveau niet worden verhoogd en het [ U ]-symbool verschijnt op het display. De [ U ] verdwijnt wanneer een pan op de kookzone wordt gezet.
- Wordt de pan tijdens het koken van de kookzone genomen, schakelt de kookzone onmiddellijk uit en op het display verschijnt het teken [ U ]. De [ U ] verdwijnt wanneer weer een pan op de kookzone wordt gezet. De kookzone gaat verder op het eerder ingestelde vermogensniveau. Na gebruik schakelt u de kookzone uit: zodat de panherkenning [ U ] niet meer verschijnt. RESTWARMTE-INDICATOR Na het uitschakelen van de kookzones of de kookplaat wordt de restwarmte van de nog warme kookzones met een [ H ] aangegeven. De [ H ] verdwijnt als de kookzones zonder gevaar kunnen worden aangeraakt. Zolang de restwarmte-indicator brandt, mogen de kookzones niet worden aangeraakt en mogen er geen warmtegevoelige voorwerpen op worden geplaatst: Verbrandingsgevaar!
Kookzone inschakelen/uitschakelen: Bediening Bedieningsveld Display Vermogen verhogen Met de vinger over de smart- slider glijden [ 1 ] tot [ P ] Uitschakelen Met de vinger over de smart- slider glijden [ 0 ] of [ H ]13 BOOSTERFUNCTIE (POWERNIVEAU) Alle kookzones zijn uitgerust met een boosterfunctie, d.w.z. met vermogensversterking. De boosterfunctie wordt met [ P ] aangegeven. Als ze zijn ingeschakeld, werken deze kookzones gedurende een periode van 10 minuten. Dit grote vermogen is ontworpen om bijv. grote hoeveelheden water snel te verhitten, zoals het koken van pastawater. Nadat het apparaat na 10 minuten automatisch is teruggeschakeld, mag u niet opnieuw de booster inschakelen. Het apparaat kan oververhit raken en een veiligheidsuitschakeling activeren.
Booster inschakelen/uitschakelen: Bediening Bedieningsveld Display Booster inschakelen Met de vinger over de smart- slider glijden of meteen op het einde drukken [ P ] Booster uitschakelen Met de vinger over de smart- slider glijden of meteen op het einde drukken [ 9 ] t/m [ 0 ] Beheer van het maximale vermogen: De kookplaat is uitgerust met een maximumvermogen. Om dit maximumvermogen niet te overschrijden, verlaagt de elektronica automatisch het kookniveau van een andere kookzone als de boosterfunctie wordt geactiveerd. Deze kookzone geeft dan knipperend het gereduceerd vermogen [ 9 ] aan.
Geselecteerde kookzone Andere kookzone (bijvoorbeeld: vermogensniveau 9) [ P ] brandt [ 9 ] wordt tot [ 6 ] of [ 8 ] gereduceerd en knippert14 TIJDSCHAKELKLOK Met de geïntegreerde tijdschakelklok kan op alle vier de kookzones een kooktijd van 1 tot 999 minuten worden ingesteld. Elke kookzone kan een andere instelling hebben. Na enkele seconden stopt het knipperen. De duur wordt geactiveerd en het tijdsverloop begint. Wanneer meerdere tijdschakelklokken in bedrijf zijn, de procedure herhalen. Inschakeling of wijziging van de duur: Bediening Bedieningsveld Display Kookzone selecteren Op de overeenkomstige kookzoneknop drukken
Vermogen selecteren Met de vinger over de smart- slider glijden [ 1 ] tot [ P ] Tijdschakelklok kiezen Op [ ] drukken De indicator van de gekozen kookzone licht op Tijd verkorten Druk op [ - ] van de tijdschakelklok [ 60 ] … Tijd verlengen Druk op [ + ] van de tijdschakelklok Tijd in min. verhoogt Tijdschakelklok uitschakelen: Bediening Bedieningsveld Display Tijdschakelklok kiezen Op [ ] drukken De indicator van de gekozen kookzone licht op Tijdschakelklok uitschakelen Op [ - ] tot [ 000 ] drukken [ 000 ] Tijdschakelklok als zandloper: De tijdschakelklok werkt onafhankelijk van de kookzones en schakelt uit zodra een kookzone in bedrijf is. Het proces gebeurt zelfs wanneer de kookplaat is uitgeschakeld.
Bediening Bedieningsveld Display Inschakelen van de kookplaat 2 sec. op [ ] drukken [ 0 ]15 Na enkele seconden stopt het knipperen. De duur wordt geactiveerd en het tijdsverloop begint.
VOORKOOKAUTOMAAT Alle kookzones zijn uitgerust met een voorkookautomaat. Wanneer de voorkookautomaat is geactiveerd, verhit de kookzone automatisch met maximaal vermogen en schakelt dan terug naar het door u gekozen kookniveau. De voorkooktijd is afhankelijk van het gekozen doorkookniveau.
Tijdschakelklok kiezen Op [ 000 ] drukken [ 000 ] Tijd verkorten Druk op [ - ] van de tijdschakelklok [ 60 ] … Tijd verlengen Druk op [ + ] van de tijdschakelklok Tijd in min. verhoogt Automatisch uitschakelen: Na afloop van de geprogrammeerde kooktijd wordt knipperend [ 000 ] aangegeven en wordt er een akoestisch signaal gegeven. Om het geluidssignaal en het knipperen uit te schakelen, drukt u gewoon op de toets [ - ] of [ + ]. Activering van de voorkookautomaat: Bediening Bedieningsveld Display Vermogen selecteren (bijvoorbeeld « 7 ») Met de vinger over de smart-slider glijden en 3s blijven [ 7 ] knippert met [ A ]
Ingestelde doorkookniveau Voorkookautomaat Tijd (min:sec)
STOP & GO-FUNCTIE Met deze functie kunt u het kookproces tijdelijk onderbreken en kunt u opnieuw starten met dezelfde instellingen.
MEMORY-FUNCTIE Na het uitschakelen van de kookplaat blijven de laatste instellingen bewaard. Met de Memory- functie kunt u deze waarden weer activeren. De volgende instellingen kunnen door de Memory- functie opnieuw worden geactiveerd:
- Vermogensniveaus van de kookzones.
- Timer-instellingen van de kookzones. Instellingen van de voorkookautomaat Memory-functie oproepen:
- Kookplaat inschakelen ( 2 sec. op [ ] drukken)
- Binnen 6 Seconden, op [ II ] drukken.
- De waarden van de laatste instellingen zijn weer geactiveerd.
Uitschakelen van de voorkookautomaat: Bediening Bedieningsveld Display Vermogen selecteren Met de vinger over de smart-slider glijden [ 0 ] t/m [ 9 ] STOP & GO-FUNCTIE inschakelen/uitschakelen: Bediening Bedieningsveld Display Stop & Go inschakelen 2 s op [ II ] drukken [ II ] op weergaven Stop & Go uitschakelen 2 s op [ II ] drukken Knipperende smart-slider
Op de knipperende smart-slider drukken Vorige instelling17 WARMHOUDFUNCTIE Met deze functie worden gerechten warm gehouden bij 70 °C. Deze functie voorkomt overloop en verbranding.
(MODELLEN 5II84251,5II94291) Met deze functie kunnen twee kookzones met elkaar worden verbonden voor één kookproces.
In- en uitschakelen: Bediening Bedieningsveld Display Inschakelen Op [ ] drukken [ U ] Uitschakelen Op [ ] drukken [ 0 ] Proces Bedieningsveld Display Inschakelen van de kookplaat 2 sec. op [ ] drukken [ 0 ] Brug inschakelen Plaats een pan op een van beide te overbruggen kookzones en druk tegelijkertijd de overeenkomstige keuzetoetsen [ 0 ] en [ ]
of plaats een grote pan op beide zones die u met deze functie wilt gebruiken [ ] knippert
Vermogen verhogen Via de smart-slider, die het vermogen aangeeft, naar rechts te glijden [ 1 ] tot [ P ] Brug uitschakelen Op de beide gewenste zones drukken [ 0 ]18
KINDERBEVEILIGING/VERGRENDELING VAN DE
KOOKPLAAT Om een verandering van de kookzone-instelling te vermijden, bijvoorbeeld bij de reiniging van het glas, kunnen de bedieningstoetsen (met uitzondering van de toets [ ]) worden vergrendeld.
GRILLFUNCTIE (MODELLEN 5II84251,5II94291) Deze functie maakt een optimaal gebruik van de Blaupunkt grillplaat/Teppan Yaki-plaat mogelijk. Door de overbrugging van twee kookzones en een passend vermogensniveau zorgt deze Functie voor indoor-grillplezier. De passende toebehoren vindt u in onze onlineshop op www.blaupunkt-einbaugeraete.com of bij uw dealer.
Vergrendeling activeren: Bediening Bedieningsveld Display Inschakelen van de kookplaat 2 sec. op [ ] drukken [ 0 ] Vergrendeling inschakelen De toets van een kookzone 3s lang vasthouden. Daarna legt u uw vinger op de smart-slider en glijdt met uw vinger van links naar rechts Licht aan Vergrendeling uitschakelen De toets van een kookzone 3s lang vasthouden. Daarna legt u uw vinger op de smart-slider en glijdt met uw vinger van rechts naar links Licht uit Grillfunctie inschakelen/uitschakelen: Bediening Bedieningsveld Display Grillfunctie inschakelen Op [ GRILL ] drukken
Grillfunctie uitschakelen Op [ GRILL ] drukken [ 0 ]19
KOOKADVIEZEN KOOKGEREI Geschikte materialen: staal, geëmailleerd staal, gietijzer, roestvrij staal met magnetische bodem, aluminium met magnetische bodem Niet geschikte materialen: aluminium en roestvrij staal zonder magnetisch bodem, koper, messing, glas, aardewerk, porselein De specificaties van de fabrikant controleren, of het kookgerei geschikt is voor inductie. Zo controleert u de inductiecompatibiliteit van de pannen:
- Vul het gerei met wat water en plaats ze op de inductiekookzone. Zet de kookzone op vermogensniveau [ 9 ]. Dit water moet binnen een paar seconden warm worden.
- Houd een magneet bij de panbodem. Blijft de magneet hechten dan is het kookgerei geschikt. Bepaalde pannen kunnen een geluid maken wanneer ze op een inductiekookzone worden geplaatst. Dit geluid veroorzaakt geen storing aan het apparaat en heeft geen invloed op de kookwerking. Werkingstijdbegrenzing: De kookplaat heeft een automatische werkingstijdbegrenzing. De continue gebruiksduur van elke kookzone is afhankelijk van het gekozen verwarmingsniveau. Voorwaarde is dat de instellingen van de kookzone tijdens de gebruiksduur niet worden gewijzigd. Als de werkingstijdbegrenzing geactiveerd is, wordt de kookzone uitgeschakeld. Ingestelde verwarmingsniveau Werkingstijdbegrenzing (uur:min)
1:3020 De hoedanigheid van de panbodem kan de gelijkmatigheid van het garingsresultaat beïnvloeden. Gebruik alleen potten en pannen met een gladde bodem. Ruwe pot- of panbodems kunnen anders krassen maken op de keramische glasplaat. Gebruik indien mogelijk pannen met rechte rand. Bij pannen met een schuine rand werkt inductie ook in het randgebied van de pan. Dit kan de rand van de pan doen verkleuren.
De kookzones passen zich automatisch aan de grootte van de panbodem aan tot een zekere grens. De bodemdiameter van het kookgerei mag niet kleiner zijn dan een bepaalde waarde, anders wordt de inductie niet ingeschakeld. Centreer de pan altijd in het midden van de kookzone om het beste rendement te bereiken.21 INSTELBEREIKEN (deze gegevens zijn richtwaarden)
Blaupunkt Multi Control – Unieke Verbinding Tussen Kookplaat En Kap Gebruikersmenu oproepen Druk binnen 3 seconden na het inschakelen een tweede keer op de AAN / UIT-knop. De knop "Pauze" (||) knippert. Houd deze knop ingedrukt en druk tegelijkertijd alle kookzones in met de klok mee (beginnend met de linker voorkant). Gebruikersmenu « U9 » Selecteer "U9" met behulp van de "slider". Het display toont 0 en 1 als beschikbare opties. 0 is de standaardinstelling en betekent dat de verbinding is gedeactiveerd. Zet de parameter "U9" op 1, om de pairing te starten. Druk op de aan/uit-knop om de instelling op te slaan en de pairen af te sluiten. De Bluetooth- verbinding schakelt over van de pairingsmodus naar de normale modus. 1 tot 2 Smelten, opwarmen Sauzen, boter, chocolade, gelatine, voorgekookte gerechten 2 tot 3 Gaar koken, ontdooien, warmhouden Rijst, pudding, suikersiroop, gedroogd groenten, vis, diepvriesproducten 3 tot 4 Stomen Groenten, vis, vlees 4 tot 5 Stomen, gaar koken, ontdooien Gestoomde aardappelen, soepen, pasta,verse groenten 6 tot 7 Voorkoken, doorkoken Goulash, rollades, worst, hardgekookte eieren 7 tot 8 Zacht braden Aardappelen, vis, schnitzels, braadworst, spiegeleieren
Koken Grote waterhoeveelheden22
KAPVERLICHTING IN- OF UITSCHAKELEN
Deze functie schakelt de kapverlichting in of uit.
Er zijn drie bedrijfsmogelijkheden beschikbaar voor de kap: Handmatige modus: Handmatige instelling van de ventilatie-intensiteit van de kookplaat. Halfautomatische modus: De ventilatie start automatisch op een vast tussenniveau zodra een kookzone wordt geactiveerd (minimumniveau als er geen pannen worden gedetecteerd). De ventilatie wordt uitgeschakeld wanneer de kookzones of de kookplaat worden uitgeschakeld (wanneer de ventilatietimer niet is geactiveerd). Automatische modus: De intensiteit van de ventilatie past zich automatisch aan het niveau van de kookzones aan. Wanneer de kookplaat is ingeschakeld, is de laatst geselecteerde modus vóór het uitschakelen actief.
Bediening Bedieningsveld Display Kookplaat inschakelen 2 sec. op [ ] drukken [ 0 ] Kapverlichting inschakelen op [ ] toets drukken
Kapverlichting uitschakelen op [ ] toets drukken
Bediening Bedieningsveld Display Kookplaat inschakelen 2 sec. op [ ] drukken
Van halfautomatisch naar automatisch omschakelen 3 sec. op [ ] drukken
Van automatisch naar handmatig omschakelen 3 sec. op [ ] drukken
Van handmatig naar halfautomatisch omschakelen 3 sec. op [ ] drukken [ ]23
VENTILATIEVERMOGEN INSTELLEN De ventilatiesnelheid kan worden ingesteld in de handmatige en halfautomatische modus. Als er een aanpassing wordt uitgevoerd in de automatische modus, zal de beheersmodus overschakelen naar de handmatige modus. BOOSTER-FUNCTIE De boosterfunctie vergroot het ventilatievermogen. Wanneer de functie is geactiveerd, werkt de ventilatie gedurende 6 minuten met een aanzienlijk groter vermogen. De booster dient er bijvoorbeeld voor, grote hoeveelheden damp af te voeren. De boosterfunctie kan handmatig worden gestopt, doordat de ventilatie gestopt of de ventilatiesnelheid verlaagd wordt. Bediening Bedieningsveld Display Ventilatie kiezen Ventilatie-indicator drukken
Vermogen verhogen op de rechterkant van de verlichte „smart-slider “ drukken
Ventilatie uitschakelen 3 sec. op de rechterkant van de verlichte slider drukken
Bediening Bedieningsveld Display Ventilatie kiezen Ventilatie-indicator drukken
Ventilatie booster 3 sec. op de rechterkant van de verlichte slider drukken24
STANDAARD SNELHEIDSINSTELLING IN DE
HALFAUTOMATISCHE MODUS De standaardsnelheid die in de halfautomatische modus wordt gebruikt, kan worden aangepast als deze binnen 10 seconden na het begin van de ventilatie handmatig op de gekozen kookzone wordt gewijzigd.
VENTILATIE-TIMER Uw kap heeft een tijdgestuurde uitschakelfunctie waarmee u uw ventilatie 10 minuten kunt laten draaien voordat het uitschakelen kan worden uitgevoerd. Deze functie is bijzonder nuttig, om damp en eventueel optredende geuren na het koken te verwijderen.
Bediening Bedieningsveld Display Kookplaat inschakelen 2 sec. op [ ] drukken [ 0 ] tot [ ] Kookzone selecteren op een kookzone-indicator drukken [ 0 ] Vermogensniveau kiezen op „smart-slider“ drukken [ 0 ] tot [ P ] Ventilatie kiezen Ventilatie-indicator drukken
Ventilatie-timer inschakelen: Bediening Bedieningsveld Display Ventilatie kiezen Ventilatie-indicator indrukken [ ] of [ ] of [ ] Tijdschakelklok kiezen Op [ ] drukken Timer-weergave aan en display toont 10 min. Ventilatie-timer uitschakelen: Bediening Bedieningsveld Display Ventilatie kiezen Ventilatie-indicator indrukken [ ] of [ ] of [ ] Tijdschakelklok kiezen Op [ ] drukken Timer-indicator uit25
REINIGING EN ONDERHOUD
Voordat u de kookplaat na het koken schoonmaakt, moet u hem eerst laten afkoelen. Anders bestaat er verbrandingsgevaar. Maak de vuile kookplaat regelmatig schoon. Gebruik daarvoor een vochtige doek en een beetje schoonmaakmiddel. Wrijf het dan droog met een schone doek.
- Om het apparaat te reinigen, moet het worden uitgeschakeld.
- Om veiligheidsredenen is het niet toegestaan het apparaat te reinigen met een stoom- of hogedrukreiniger.
- Gebruik in geen geval schurende of agressieve reinigingsmiddelen, zoals grill- en ovensprays, vlek- of roestverwijderaar, schuurzand of sponzen met krassende oppervlakken.
- Wrijf de kookplaat vervolgens droog met een schone doek.
- Als per ongeluk dingen zoals suiker, kunststof of aluminiumfolie op de kookplaat komen, moet u de kookplaat zo snel mogelijk uitschakelen en deze dingen onmiddellijk verwijderen. Wees hierbij zeer voorzichtig omdat anders verbrandingsgevaar bestaat. Verwijder ze onmiddellijk na het uitschakelen van de kookzones.
De kookplaat of de kookzones kunnen niet worden ingeschakeld:
- De kookplaat is onjuist op het stroomnet aangesloten.
- De zekering van de huisinstallatie is niet correct geplaatst of is defect.
- De kookplaat is vergrendeld.
- De sensortoetsen zijn bedekt met water of vuil.
- Een kookpan of voorwerpen bedekken de knoppen. Op het display verschijnt [ U ]:
- Het kookgerei staat niet op de kookzone.
- Het kookgerei is niet geschikt voor inductie
- De diameter van de panbodem is te klein voor deze kookzone. Op het display verschijnt [ E ]:
- Koppel het apparaat los van het stroomnet en sluit het opnieuw aan.
- De klantenservice bellen. Eén kookzone of de hele kookplaat schakelt zich uit:
- De veiligheidsuitschakeling is in werking getreden.
- Er is vergeten een kookzone uit te schakelen.
- Er zijn meerdere sensortoetsen bedekt.26
- De pan is leeg en oververhit.
- Door oververhitting wordt de elektronica automatisch gereduceerd of automatisch uitgeschakeld. De koelventilator blijft draaien nadat deze is uitgeschakeld:
- Dit is geen storing, de ventilator draait zo lang, tot het apparaat is afgekoeld.
- De ventilator schakelt automatisch uit. De voorkookautomaat schakelt niet in:
- De kookzone is nog heet [ H ]
- Het hoogste vermogensniveau is ingeschakeld [ 9 ] Display [ U ]:
- Vindt u in het hoofdstuk Warmhoud-niveau. Display [ II ]:
- Vindt u in het hoofdstuk Stop&Go-functie. Op de display verschijnt [ ] of [ Er03 ]:
- Een voorwerp of vloeistof bedekt de toetsen. De melding verdwijnt zodra de knoppen worden losgelaten of gereinigd. Op het display verschijnt [ E2 ]:
- De kookplaat is oververhit, laat hem eerst afkoelen en zet hem dan weer aan Op het display verschijnt [ E8 ]:
- De luchtinlaat van de ventilator is verstopt, verwijder de dingen die een belemmering veroorzaken. Op het display verschijnt [ U400 ]:
- De kookplaat is niet met het stroomnet verbonden. Controleer de aansluiting en schakel de kookplaat in. Op het display verschijnt [ Er47 ]:
- De kookplaat is niet met het stroomnet verbonden. Controleer de aansluiting en schakel de kookplaat in. Als een van de bovenstaande kenmerken aanhoudt, neem dan contact op met de klantenservice.27 MILIEUBESCHERMING De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en recyclebaar. Elektrische en elektronische apparaten bevatten nog waardevolle materialen. Ze bevatten echter ook nog schadelijke stoffen, die nodig zijn voor hun werking en veiligheid.
- Gooi daarom nooit uw oude apparaat bij het restafval.
- Gebruik in plaats daarvan de door uw gemeente ingerichte inzamelplaats voor inleveringen en recycling van elektrische en elektronische oude apparaten.
MONTAGE-INSTRUCTIES De montage en aansluiting mag alleen door een geautoriseerde specialist worden uitgevoerd. De gebruiker moet erop letten, dat de in zijn woonplaats geldende normen worden aangehouden. Afdichting inbouw
Na het verwijderen van de beschermfolie (3), plakt u de afdichting (2) op een afstand van 2 mm van de buitenrand van het glas. ventilatie28 Inbouw Inbouwafmetingen:
- De afstand van de uitsparing tot een muur en/of meubelstuk moet minstens 40 mm bedragen.
- Dit apparaat komt qua bescherming tegen brandgevaar overeen met type Y. Alleen units van dit type mogen aan één zijde van aangrenzende hoge units of wanden worden ingebouwd. Let op: aan de andere kant mogen geen meubels of apparaten hoger zijn dan de kookplaat.
- Het werkblad moet worden afgewerkt met een hittebestendige lijm (75 °C).
- De wandafsluitstrips moeten hittebestendig zijn.
- De kookplaat mag niet worden ingebouwd boven fornuizen zonder ventilatoren, vaatwassers, was- of droogapparatuur.
- Om voldoende ventilatie van de elektronica in de kookplaat te bereiken, is onder de uitsparing een luchtspleet van 20 mm noodzakelijk.
- Als er zich een lade onder de kookplaat bevindt, mogen er geen brandbare voorwerpen, bijv. spuitbussen, in de lade worden opgeborgen.
- De veiligheidsafstand tussen het apparaat en een afzuigkap moet worden aangehouden op de door de fabrikant aangegeven veiligheidsafstand. Als er geen informatie wordt gegeven, moet deze afstand minstens 650 mm bedragen.
- Er moet op worden gelet dat de aansluitkabel van de kookplaat na de installatie, bijv. door een lade, niet aan mechanische belasting wordt blootgesteld.
- De snijvlakken van werkbladen moeten worden afgedicht met speciale lak, siliconenrubber of giethars om zwelling door vocht te voorkomen. Zorg ervoor dat u de meegeleverde afdichtingstape voorzichtig opplakt.
- Lijm de kookplaat nooit met siliconen! Het later vernietigingsvrij verwijderen van de kookplaat is dan niet meer mogelijk.
- Gebruik geen ongeschikte beschermroosters of veiligheidsvoorzieningen voor de kookplaat. Dit kan leiden tot ongevallen.
- De achterwand van de onderkast moet open zijn in het gebied van de werkbladuitsparing om luchtverversing mogelijk te maken.
- De afstand tussen de inductiekookplaat en het keukenmeubilair of de inbouwapparatuur moet zo worden gekozen dat voldoende ventilatie van de inductie wordt gegarandeerd.
- Vermijd overmatige hitteontwikkeling van onderaf, bijv. van een oven zonder dwarsstroomventilator.
- Als de pyrolyse op een ingebouwd fornuis plaatsvindt, mag de inductiekookplaat niet worden gebruikt.
- Om het apparaat op het elektriciteitsnet aan te sluiten, moet u een elektricien inzetten die bekend is met de voorschriften van de plaatselijke elektriciteitsvoorzieningsbedrijven en deze zorgvuldig in acht neemt.
- Na de installatie moet de aanraakbeveiliging van bedrijfsgeïsoleerde onderdelen worden gewaarborgd.
- Of de vereiste aansluitgegevens met die van het net overeenkomen, vindt u op het typeplaatje.
- Het apparaat moet op alle polen door middel van scheidingsinrichtingen van het stroomnet kunnen worden losgekoppeld. In uitgeschakelde toestand moet er een contactafstand van 3 mm zijn. Overstroomschakelaars, zekeringen en geschikte gelden als geschikte scheidingsinrichtingen.
- De installatie moet worden beveiligd met zekeringen. Elektrische kabels moeten perfect worden afgedekt door de installatie.
- Als het apparaat niet is voorzien van een toegankelijke stekker, moet rekening worden gehouden met andere ontkoppelingsmogelijkheden voor permanente installatie in overeenstemming met de installatie-instructies.
- De voedingskabel moet zo worden bevestigd dat de hete delen van de kookplaat niet worden aangeraakt. Let op! Dit apparaat is alleen ontworpen voor een voeding van 230V/400 V ~ 50/60 Hz. Sluit ook altijd de aardleiding aan. Let op het aansluitschema. De aansluitkast bevindt zich aan de onderkant van het apparaat. Om de behuizing te openen, gebruikt u een schroevendraaier en schuift u deze in de daarvoor bestemde sleuven. Draai de schroeven in het aansluitklemmenblok na 4 weken vast.30 Modellen 3 en 4 verwarmingszones: 5IE64252, 5IE84252, 5II84251, 5IB64211 Stroomnet Aansluiting Diameter Kabel Zekering 230V~50/60Hz 1 fase + N 3 x 2,5 mm² H 05 VV - F H 05 RR - F 25 A * 400V~ 50/60Hz 2 fasen + N 4 x 1.5 mm² H 05 VV - F H 05 RR - F 16 A *
Aansluiting van de kookplaat Voor de verschillende aansluitmogelijkheden kunt u gebruik maken van de messing poolbruggen die zich in de behuizing bevinden. Eenfasige aansluiting 230V~1f+N: Plaats een poolbrug tussen de klemmen L1 en L2 en vervolgens tussen de klemmen N1 en N2. Sluit de aarde aan op de " aarde"-klem, de nul op de klem N1 of N2, de fase L op de klem L1 of L2. Tweefasige aansluiting 400V~2f+N: Plaats een poolbrug tussen aansluitklem N1 en N2. Sluit de aarde aan op de " aarde"-klem, de nul op de klem N1 of N2, de fase L1 op aansluitklem L1 en de fase L2 op aansluitklem L2. Model 5 verwarmingszones: 5II94291 Stroomnet Aansluiting Diameter Kabel Zekering 230V~50/60Hz 1 fase + N 3 x 2,5 mm² H 05 VV - F H 05 RR - F 25 A * 400V~ 50/60Hz 2 fasen + N 4 x 1.5 mm² H 05 VV - F H 05 RR - F 16 A * 400V~ 50/60Hz 3 fasen + N 5 x 1.5 mm² H 05 VV - F H 05 RR - F 16 A *
Aansluiting van de kookplaat Voor de verschillende aansluitmogelijkheden kunt u gebruik maken van de messing poolbruggen die zich in de behuizing bevinden. Eenfasige aansluiting 230V~1f+N: Plaats een poolbrug tussen de klemmen L1 en L2, dan tussen de klemmen L2 en L3 en dan tussen de klemmen N1 en N2. Sluit de aarde aan op de " aarde"-klem, de nul op de klem N1 of N2, de fase L op aansluitklem L1 of L2 of L3. Tweefasige aansluiting 400V~2f+N: Plaats een poolbrug tussen de klemmen L1 en L2 en vervolgens tussen de klemmen N1 en N2. Sluit de aarde aan op de " aarde"-klem, de nul op de klem N1 of N2, de fase L1 op aansluitklem L1 of L2 en de fase L2 op aansluitklem L3. Driefasige aansluiting 400V~3f+N: Plaats een poolbrug tussen aansluitklem N1 en N2. Sluit de aarde aan op de " aarde"-klem, de nul op de klem N1 of N2, de fase L1 op aansluitklem L1, de fase L2 op aansluitklem L2 en de fase L3 op de aansluitklem L3. Model 2 verwarmingszones: 5IZ34291 Stroomnet Aansluiting Diameter Kabel Zekering 230V~50/60Hz 1 fase + N 3 x 1.5 mm² H 05 VV - F H 05 RR - F 16 A *
Let op! Plaats de draden op de juiste manier en draai de schroeven vast. Wij zijn niet verantwoordelijk voor incidenten die worden veroorzaakt door een verkeerde aansluiting, of een niet-bestaande of foutieve aarding.INDICE
Notice-Facile