Purista F230101 - Koffiemachine MELITTA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Purista F230101 MELITTA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koffiemachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Purista F230101 - MELITTA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Purista F230101 van het merk MELITTA.
GEBRUIKSAANWIJZING Purista F230101 MELITTA
4.4 Uitloop voor koespecialiteiten instellen ....................................................88
5.6 Twee koespecialiteiten tegelijk bereiden ..................................................90
1 Overzicht van het apparaat
1.1 Overzicht van de onderdelen
Afb. 1: Apparaat vooraan links
Afb. 2: Apparaat vooraan rechts 1 Watertank 2 Deksel van de watertank 3 Bonenreservoir met deksel 4 Kopjesplateau 5 Bedieningspaneel 6 Uitloop met 2 koebuisjes voor kof- especialiteiten 7 Lekbakje 8 Schakelaar "Maalgraadinstelling" (intern) 9 Afdekpaneel 10 Zetgroep (intern) 11 Residubak (intern) 12 Vlotter 13 DruproosterOverzicht van het apparaat
1.2 Overzicht van het bedieningspaneel
Geachte klant, Hartelijk dank voor de aankoop van deze volautomatische koemachine Melitta®Purista®. De gebruiksaanwijzing helpt u de diverse mogelijkheden van het apparaat te leren kennen, zodat u maximaal van de koe kunt genieten. Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door. Zo vermijdt u letsel en materiële schade. Bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Voeg de gebruiksaanwijzing bij het apparaat, als u dit later doorgeeft. Melitta aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade door het niet in acht nemen van de gebruiksaanwijzing. Als u meer informatie wenst of vragen over het apparaat heeft, neem dan contact op met Melitta of bezoek ons op het inter- net onder: www.melitta.nl of www.melitta.be Wij wensen u veel plezier met het appa- raat. 2 Voor uw veiligheid Het apparaat voldoet aan de geldende Europese richtlijnen en is gebouwd vol- gens de actuele stand van de techniek. Toch bestaan er enkele restrisico's. Om risico's te vermijden, dient u de veiligheidsinstructies in acht te nemen. Melitta aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade door het niet in acht nemen van de veiligheidsinstruc- ties.
2.1 Reglementair gebruik
Het apparaat is bestemd voor de bereiding van koespecialiteiten van koebonen. Het apparaat is bestemd voor privégebruik. Elke andere vorm van gebruik geldt als niet-reglementair en kan letsel en materiële schade veroorzaken. Melitta aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die het gevolg is van niet-reglementair gebruik van het apparaat.
2.2 Gevaar door elektrische
stroom Als het apparaat of het netsnoer beschadigd is, bestaat levensge- vaar door een elektrische schok. Neem de volgende veiligheidsin- structies in acht om gevaren door elektrische stroom te vermijden: ū Gebruik geen beschadigd netsnoer. ū Een beschadigd netsnoer mag alleen worden vervangen door de fabrikant, zijn servicedienst of zijn servicepartner. ū Open geen vastgeschroefde afdekpanelen van de behui- zing van het apparaat. ū Gebruik het apparaat alleen, wanneer het zich in een onbe- rispelijke, technische toestand bevindt. ū Een defect apparaat mag alleen worden gerepareerd door een geautoriseerd bedrijf.Eerste stappen
Repareer het apparaat nooit zelf. ū Breng geen veranderingen aan het apparaat, de onderdelen en de accessoires aan. ū Dompel het apparaat niet onder in water. ū Zorg ervoor dat het netsnoer niet in contact komt met water.
brandwonden Uitstromende vloeistoen en stoom kunnen zeer heet zijn. Delen van het apparaat worden ook zeer heet. Neem de volgende veiligheidsin- structies in acht om brandwon- den te vermijden: ū Vermijd huidcontact met de uitstromende vloeistoen en stoom. ū Raak de buisjes van de uitloop tijdens of onmiddellijk na een drankbereiding niet aan. Wacht tot de onderdelen zijn afgekoeld.
Neem de volgende veiligheids- instructies in acht om letsel en materiële schade te vermijden: ū Gebruik het apparaat niet in een kast e.d. ū Grijp tijdens het gebruik niet in het apparaat. ū Houd het apparaat en het net- snoer uit de buurt van kinde- ren jonger dan 8jaar. ū Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met verminderde fysieke, sensori- sche of mentale vaardigheden, of een gebrek aan ervaring en kennis, indien deze onder toezicht staan of geïnfor- meerd werden over het veilige gebruik van het apparaat en de gevaren die daaruit voort- vloeien, begrijpen. ū Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mogen niet wor- den uitgevoerd door kinderen jonger dan 8 jaar. Kinderen ouder dan 8 jaar moeten bij reiniging en onderhoud onder toezicht staan. ū Ontkoppel het apparaat van het stroomnet, wanneer het gedurende langere tijd niet onder toezicht staat. ū Het apparaat mag niet worden gebruikt op niveaus met een hoogte van meer dan 2000m. ū Neem bij de reiniging van het apparaat en zijn componen- ten de aanwijzingen in het betreende hoofdstuk in acht (Verzorging en onderhoud op pagina94). 3 Eerste stappen Dit hoofdstuk beschrijft hoe u het appa- raat voorbereidt voor gebruik.
3.1 Apparaat uitpakken
Pak het apparaat uit. Verwijder het verpakkingsmateriaal, de hechtstrokenEerste stappen
en de beschermende folie van het apparaat. Bewaar het verpakkingsmateriaal voor transport of een eventuele terugzen- ding. Informatie In het apparaat kunnen zich koe- en waterresten bevinden. De correcte wer- king van het apparaat werd in de fabriek getest.
3.2 Apparaat opstellen
Neem de volgende aanwijzingen in acht: ū Plaats het apparaat niet in vochtige ruimten. ū Plaats het apparaat op een stabiele, vlakke en droge ondergrond. ū Plaats het apparaat niet in de buurt van gootstenen e.d. ū Plaats het apparaat niet op een hete ondergrond. ū Houd ca. 10cm afstand van de wand en andere voorwerpen. De vrije afstand boven het apparaat moet minstens 20cm bedragen. ū Plaats het netsnoer zo dat het niet beschadigd kan worden door scherpe randen of hete oppervlakken.
3.3 Apparaat aansluiten
Neem de volgende aanwijzingen in acht: ū Controleer of de netspanning over- eenstemt met de bedrijfsspanning die vermeld is in de technische gegevens (zie tabelTechnische gegevens op pagina102). ū Sluit het apparaat alleen aan op een correct geïnstalleerde en geaarde contactdoos. Neem in geval van twijfel contact op met een elektricien. ū De geaarde contactdoos moet min- stens met een zekering van 10 A zijn beveiligd.
3.4 Apparaat de eerste keer
inschakelen Zodra u het apparaat voor de eerste keer inschakelt, voert het een automatische spoeling uit. Er stroomt heet water uit de uitloop. Daarbij wordt het apparaat ontlucht. Informatie ū Wij adviseren de eerste kopjes koe na de ingebruikname weg te gieten. ū Als u een waterlter wilt gebruiken, dient u deze pas na de eerste inge- bruikname te plaatsen.
Afb. 4: "Aan/Uit"-knop Voorwaarde: het apparaat is opgesteld en aangesloten.
1. Plaats een kopje of glas onder de
2. Druk op de Aan/Uit-knop(15).
» De stand-by-indicatie brandt kort. » Op het display brandt Water. U krijgt de vraag om de watertank te vullen.
3. Open het deksel van de watertank en
trek de watertank aan de handgreep omhoog uit het apparaat.
4. Spoel de watertank uit met schoon
water. Vul de watertank met vers water.
5. Plaats de watertank langs de boven-
kant in het apparaat en sluit het deksel. » Op het display brandt Ontluch- ten. U krijgt de vraag om het apparaat te ontluchten.
6. Druk op de bedieningstoets
"Koesterkte". » Er stroomt water in het lekbakje. » Het apparaat warmt op en er stroomt heet water uit de uitloop.Basisprincipes van de bediening
7. Zodra er geen water meer uit de
uitloop stroomt, brandt op het display Koebonen. » Het apparaat is ontlucht.
8. Vul het bonenreservoir met koe-
bonen (zie hoofdstuk4.3 Het bonen- reservoir met koebonen vullen, op pagina11).
9. Indien gewenst, kunt u nu
a) de waterhardheid instellen (zie hoofdstuk6.3 Waterhardheid instel- len op pagina91) of b) een waterlter inschroeven (zie hoofdstuk7.5 Waterlter gebruiken op pagina99). 4 Basisprincipes van de bediening
uitschakelen Lees het hoofdstuk3.4 Apparaat de eerste keer inschakelen op pagina85 voor u het apparaat voor de eerste keer inschakelt. Informatie ū Bij het in- en uitschakelen voert het apparaat een automatische spoeling uit. ū Het spoelwater komt ook in het lek- bakje terecht. Apparaat inschakelen
1. Plaats een kopje of glas onder de
2. Druk op de "Aan/Uit"-knop (15).
» Het apparaat warmt op en voert een automatische spoeling uit. » Het apparaat schakelt om naar de stand-by modus. Informatie Als het apparaat slechts korte tijd uitge- schakeld was, wordt na het inschakelen geen automatische spoeling uitgevoerd. Apparaat uitschakelen
1. Plaats een kopje of glas onder de
2. Druk op de "Aan/Uit"-knop (15).
» Het apparaat voert een automatische spoeling uit. » Het apparaat schakelt nu uit. Informatie ū Het apparaat schakelt automatisch uit, wanneer het gedurende langere tijd niet wordt bediend. Ook in dit geval wordt een automatische spoeling uitgevoerd. ū De uitschakeltijd kunt u instellen in de servicemodus1 (zie hoofdstuk6.2 Automatische uitschakeling instellen op pagina91). ū Wanneer sinds het inschakelen geen drank werd bereid of de watertank leeg is, wordt er geen spoeling uitgevoerd.
4.2 Bonenreservoir vullen met
koebonen Gebrande koebonen verliezen hun aroma. Vul het bonenreservoir daarom niet met meer koebonen dan u de komende 3 tot 4dagen gebruikt. OPGELET Door het gebruik van ongeschikte koesoorten kan het maalwerk verstopt raken. Gebruik geen gevriesdroogde of geka- ramelliseerde koebonen. Gebruik geen gemalen koe of instant- producten. Informatie Bij een verandering van de bonensoort kunnen zich nog resten van de oude bonensoort in het maalwerk bevinden. Ook wanneer het bonenreservoir leeg wordt gemaakt en daarna met een nieuwe bonensoort wordt gevuld, blijft er altijd nog een rest van de oude bonensoort inBasisprincipes van de bediening
het maalwerk. Daarom kunnen de eerste beide koebereidingen nog resten van de oude bonensoort bevatten. Op het display knippert Koebonen. U krijgt de vraag om koebonen bij te vullen.
Afb. 5: Deksel van het bonenreservoir openen
1. Open het deksel van het bonenreser-
2. Vul het bonenreservoir met koebo-
3. Sluit het deksel van het bonenreservoir.
Bij de volgende koebereiding knip- pert de weergave niet meer. Als het bonenreservoir tijdens de drank- bereiding leegloopt, wordt de afgifte afgebroken en knippert op het display Koebonen. Als u het bonenreservoir met koebonen vult, knippert de weergave eerst opnieuw. Na het drukken op een bereidingstoets vallen koebonen in het maalwerk. Er wordt koe bereid en de weergave stopt met knipperen. De stand-by weergave en de weergave Koe- bonen branden.
4.3 Watertank vullen
Gebruik alleen vers en koud water zonder koolzuur om optimaal te kunnen genieten van de koe. Ververs het water dagelijks. Informatie De kwaliteit van het water is bepalend voor de smaak van de koe. Gebruik daarom een waterlter (zie hoofdstuk6.3 Waterhardheid instellen op pagina91 en hoofdstuk7.5 Waterlter gebruiken op pagina99). Op het display brandt Water. U krijgt de vraag om water bij te vullen.
Afb. 6: Watertank verwijderen
1. Open het deksel(2) van de water-
tank(1) en trek de watertank aan de handgreep omhoog uit het apparaat.
2. Vul de watertank met water.
3. Plaats de watertank langs de boven-
kant in het apparaat en sluit het deksel.Dranken bereiden
4.4 Uitloop voor koespecia-
liteiten instellen De uitloop(6) is in hoogte verstelbaar. Zorg voor een zo klein mogelijke afstand tussen uitloop en kopje. Verplaats de uitloop afhankelijk van het kopje omhoog of omlaag.
Afb. 7: Uitloop voor koespecialiteiten instellen
4.5 Lekbakje en residubak
legen Wanneer het lekbakje(7) en de residubak(11) vol zijn, brandt op het display Lekbakje en wordt u verzocht om deze te legen. De weergave verschijnt na ca. 8drankbereidingen. De zichtbare vlotter(12) wijst eveneens op een gevuld lekbakje. Leeg steeds beide bakjes. Wanneer het lekbakje eruit is getrokken, knippert op het display Lekbakje.
1. Trek het lekbakje(7) naar voren uit het
2. Verwijder de residubak(11) en leeg
3. Leeg het lekbakje.
4. Zet de residubak weer terug.
5. Schuif het lekbakje tot tegen de aan-
slag in het apparaat. Informatie Wanneer u het lekbakje en de residubak leegt, terwijl het apparaat uitgeschakeld is, registreert het apparaat dit proces niet. Het kan hierdoor gebeuren dat u de vraag krijgt om de bakjes te legen alhoewel het lekbakje en de residubak nog niet vol zijn. 5 Dranken bereiden Let op: ū De watertank dient altijd voldoende water te bevatten. Wanneer het vulpeil te laag is, krijgt u de vraag van het apparaat om bij te vullen. ū Ook het bonenreservoir dient altijd voldoende koebonen te bevatten. Wanneer er geen koebonen meerDranken bereiden
zijn, breekt het apparaat de bereiding van een koespecialiteit af. ū De kopjes of glazen voor de dranken moeten groot genoeg zijn. De maximale koehoeveelheid bedraagt 220ml.
5.1 Koesterkte instellen
Zodra het apparaat klaar is voor gebruik geeft het de actuele instelling van de koesterkte weer. De volgende instellingen van de koes- terkte zijn mogelijk: Display Koesterkte mild
sterk U kunt de koesterkte instellen door één of meerdere malen te drukken op de bedieningstoets "Koesterkte". U kunt de koesterkte instellen vóór de drankbereiding of tijdens het maalproces. Informatie Bij het uitschakelen van het apparaat wordt de als laatste ingestelde koes- terkte opgeslagen.
Afb. 9: Koehoeveelheid instellen De koehoeveelheid kunt u instellen met de draaiknop "Koehoeveelheid"(17). U kunt de koehoeveelheid instellen vóór of tijdens de drankbereiding. U kunt koehoeveelheden traploos instel- len tussen 25ml en 220ml.
5.3 Koespecialiteit bereiden
Voorwaarde: het apparaat is klaar voor gebruik.
1. Plaats een kopje of glas onder de
2. Druk op één van de berei-
dingstoetsen. » Het maalproces en de drankuitgifte gaan van start. » De drankuitgifte eindigt automa- tisch.
3. Verwijder het kopje of glas.
programmeren Met behulp van de bereidingstoets "Favoriete koe" kunt u de koesterkte en koehoeveelheid van uw voorkeur permanent opslaan. De instellingen worden gebruikt tijdens de bereiding van een kopje koe. Voorwaarde: het apparaat is klaar voor gebruik.
2. Druk één of meerdere keren op de
bedieningstoets "Koesterkte" om de gewenste koesterkte in te stellen.
3. Druk op de bereidingstoets
"Favoriete koe". » Het maalproces gaat van start. Tijdens het maalproces kunt u de koesterkte opnieuw veranderen. » De drankuitgifte gaat van start.
4. Wanneer de koehoeveelheid
van uw voorkeur is bereikt, drukt uBasisinstellingen wijzigen
tijdens de drankuitgifte op de berei- dingstoets "Favoriete koe". » De drankuitgifte stopt. » De instellingen worden opgeslagen. Als de drankbereiding met de berei- dingstoets "Koe" wordt afgebroken, worden de koehoeveelheid en de kof- esterkte niet opgeslagen. Druk op de bereidingstoets "Favo- riete koe" om een kopje koe te bereiden met de opgeslagen koesterkte en koehoeveelheid.
5.5 Koebereiding afbreken
Als u de bereiding van een koespeci- aliteit voortijdig af wilt breken, drukt u opnieuw op de bereidingstoets.
5.6 Twee koespecialiteiten
tegelijk bereiden Met de bedieningstoets "2kopjes" bereidt u tegelijkertijd twee koespecialiteiten. Bij de bereiding van twee kopjes voert het apparaat twee maalprocessen uit.
Afb. 10: Bereiding van twee kopjes
1. Plaats twee kopjes onder de uitloop.
2. Druk op de bedieningstoets
"2kopjes"(18). » Op het display brandt 2 keer.
3. Druk op een bereidingstoets.
Informatie ū De instelling geldt alleen voor een afzonderlijke drankbereiding. ū Wanneer u binnen 1 minuut geen koespecialiteit bereidt, schakelt het apparaat naar de bereiding van één kopje. 6 Basisinstellingen wijzigen U kunt de basisinstellingen van het appa- raat via verschillende functies wijzigen. De functies zijn ingedeeld in twee service- modi.
Elke functie heeft een eigen weergave. Servicemodus1 Display Functie Automatische uitschakeling Waterhardheid Uitschakelspoeling Filterprogramma Reinigingsprogramma Ontkalkingsprogramma Zettemperatuur Ga als volgt te werk voor het oproepen van de Servicemodus1:Basisinstellingen wijzigen
Voorwaarde: het apparaat is klaar voor gebruik.
1. Houd de bedieningstoets
"Service" langer dan 2seconden ingedrukt om de Servicemodus1 op te roepen. » De stand-by-indicatie knippert snel en op het display brandt 2 keer.
2. Door één of meerdere keren te
drukken op de bedieningstoets "Service" komt u terecht bij de gewenste functie. » Er brandt een weergave in overeen- stemming met de gekozen functie, zie de tabel Servicemodus1. » Het aantal brandende bonensymbo- len geeft de actieve instelling van de functie aan. Druk op de bereidingstoets "Koe" om de servicemodus te verlaten zonder de instellingen op te slaan. Informatie Wanneer er binnen 1minuut niets meer wordt ingevoerd, schakelt het apparaat terug naar de stand-by modus.
6.2 Automatische uitschake-
ling instellen Wanneer u het apparaat gedurende langere tijd niet bedient, wordt het eerst in de energiebespaarmodus gezet. Na een andere, ingestelde periode schakelt het apparaat uit. De volgende instellingen zijn mogelijk: Display Energiebe- spaarmodus na: Uitschakelen na: 3 minuten 30 minuten
20 minuten 4 uur Display Energiebe- spaarmodus na: Uitschakelen na:
knippe- ren 30 minuten 8 uur Informatie U kunt de energiebespaarmodus beëin- digen door op een willekeurige toets te drukken. Voorwaarde: het apparaat is klaar voor gebruik.
2. Druk zo vaak op de bedie-
ningstoets "Service" tot de weergave voor de functie Automatisch uitschake- len verschijnt.
3. Druk zo vaak op de bedie-
ningstoets "Koesterkte" tot de gewenste tijd is ingesteld.
4. U kunt de volgende functie
oproepen of de servicemodus verlaten: a) Druk kort op de bedieningstoets "Service" om naar de volgende func- tie te navigeren. b) Houd de bedieningstoets "Service" langer dan 2seconden ingedrukt om de instelling op te slaan en de servicemodus te verlaten.
6.3 Waterhardheid instellen
Met de instelling van de waterhardheid wordt gereguleerd hoe vaak het apparaat erom vraagt, ontkalkt te worden. Hoe harder het water is, des te vaker moet het apparaat ontkalkt worden. Informatie Terwijl u een waterlter gebruikt, kunt u geen waterhardheid instellen (zieBasisinstellingen wijzigen
hoofdstuk7.5 Waterlter gebruiken op pagina99). Bepaal de waterhardheid met het meege- leverde teststrookje. Neem de instructies op de verpakking van het teststrookje en in de tabel Waterhardheidsklasse op pagina102 in acht. De volgende instellingen zijn mogelijk: Display Waterhardheid zacht, ontkalken na 150liter
knipperen zeer hard, ontkalken na 30liter geen koebonen Er wordt een waterlter gebruikt. Instellen is niet mogelijk. Voorwaarde: het apparaat is klaar voor gebruik.
2. Druk zo vaak op de bedie-
ningstoets "Service" tot de weergave voor de functie Waterhardheid verschijnt.
3. Druk zo vaak op de bedie-
ningstoets "Koesterkte" tot de gewenste waterhardheid is ingesteld.
4. U kunt de volgende functie
oproepen of de servicemodus verlaten: a) Druk kort op de bedieningstoets "Service" om naar de volgende func- tie te navigeren. b) Houd de bedieningstoets "Service" langer dan 2seconden ingedrukt om de instelling op te slaan en de servicemodus te verlaten.
6.4 Uitschakelspoeling
activeren/deactiveren Het koesysteem wordt altijd onmid- dellijk na inschakeling gespoeld. Alleen de uitschakelspoeling kan worden geactiveerd/gedeactiveerd. Als deze is geactiveerd, wordt het koesysteem na uitschakeling gespoeld. Informatie Wij adviseren om de uitschakelspoeling niet permanent te deactiveren, omdat de uitschakelspoeling het koesysteem reinigt. De volgende instellingen zijn mogelijk: Display Uitschakelspoeling geactiveerd geen koebonen gedeactiveerd Voorwaarde: het apparaat is klaar voor gebruik.
2. Druk zo vaak op de bedie-
ningstoets "Service" tot de weergave voor de functie Uitschakelspoeling verschijnt.
3. Druk zo vaak op de bedie-
ningstoets "Koesterkte" tot de uitschakelspoeling is geactiveerd of gedeactiveerd.
4. U kunt de volgende functie
oproepen of de servicemodus verlaten: a) Druk kort op de bedieningstoets "Service" om naar de volgende func- tie te navigeren. b) Houd de bedieningstoets "Service" langer dan 2seconden ingedrukt om de instelling op te slaan en de servicemodus te verlaten.Basisinstellingen wijzigen
6.5 Zettemperatuur instellen
De zettemperatuur heeft invloed op de smaak van de koespecialiteit. De volgende instellingen zijn mogelijk: Display Zettemperatuur laag
hoog Voorwaarde: het apparaat is klaar voor gebruik.
2. Druk zo vaak op de bedie-
ningstoets "Service" tot de weergave voor de functie Zettemperatuur verschijnt.
3. Druk zo vaak op de bedie-
ningstoets "Koesterkte" tot de gewenste zettemperatuur is ingesteld.
4. U kunt de volgende functie
oproepen of de servicemodus verlaten: a) Druk kort op de bedieningstoets "Service" om naar de volgende func- tie te navigeren. b) Houd de bedieningstoets "Service" langer dan 2seconden ingedrukt om de instelling op te slaan en de servicemodus te verlaten.
Elke functie heeft een eigen weergave. Servicemodus2 Display Functie Fabrieksinstellingen Ontluchten Ga als volgt te werk voor het oproepen van de Servicemodus2: Voorwaarde: het apparaat is klaar voor gebruik.
1. Houd de bedieningstoets
"Service" en bovendien de berei- dingstoets "Koe" langer dan 2secon- den ingedrukt om de Servicemodus2 op te roepen. » De stand-by-indicatie en de weergave 2 keer knipperen snel.
2. Door één of meerdere keren te
drukken op de bedieningstoets "Service" komt u terecht bij de gewenste functie. » Er brandt een weergave in overeen- stemming met de gekozen functie, zie de tabel Servicemodus2. » Het aantal brandende bonensymbo- len geeft de actieve instelling van de functie aan. Druk op de bereidingstoets "Koe" om de servicemodus te verlaten zonder de instellingen op te slaan. Informatie Wanneer er binnen 1minuut niets meer wordt ingevoerd, schakelt het apparaat terug naar de stand-by modus.Verzorging en onderhoud
fabrieksinstellingen U kunt het apparaat resetten naar de fabrieksinstellingen. Bij het resetten raakt u uw instelwaarden van de functies kwijt. De koesterkte en koehoeveelheid die met de functie Favoriete koe zijn opge- slagen, raakt u ook kwijt. Voorwaarde: het apparaat is klaar voor gebruik.
2. Druk zo vaak op de bedie-
ningstoets "Service" tot de weergave voor de functie Fabrieksinstellingen verschijnt.
3. Druk zo vaak op de bedie-
ningstoets "Koesterkte" tot op het display één koeboon brandt.
4. Houd de bedieningstoets
"Service" langer dan 2seconden ingedrukt om het apparaat naar de fabrieksinstellingen te resetten en de servicemodus te verlaten.
6.8 Maalgraad instellen
De maalgraad van de gemalen koe heeft invloed op de smaak van de koe. Wanneer u de maalgraad jner instelt, wordt de koe sterker. OPGELET Zeer jn gemalen koepoeder kan de zetgroep verstoppen. De maalgraad werd voor de levering optimaal ingesteld. Stel de maalgraad ten vroegste na ca. 100koebereidin- gen weer af (na ongeveer1maand, afhankelijk van de koeconsumptie). Stel de maalgraad niet te jn in. De maalgraad is optimaal ingesteld, wan- neer de koe gelijkmatig uit de uitloop stroomt en een jne, vaste crema ontstaat. Stel de maalgraad in, terwijl het maalwerk loopt. Voorwaarde: het apparaat is klaar voor gebruik.
1. Open het afdekpaneel(9). Grijp daar-
voor in de uitsparing aan de rech- terkant van het apparaat en trek het afdekpaneel er naar de zijkant toe af.
2. Bereid een kopje koe.
3. Beweeg de schakelaar(8) naar links of
naar rechts, terwijl het maalwerk loopt. Naar links = maalgraad jner Naar rechts = maalgraad grover
4. Plaats het afdekpaneel(9) er aan de
zijkant in tot het vastklikt. 7 Verzorging en onderhoud Door regelmatige verzorging en onder- houd van het apparaat zorgt u voor een permanent hoge kwaliteit van uw dranken.Verzorging en onderhoud
Reinig het apparaat regelmatig. Maak externe verontreinigingen door koe onmiddellijk schoon. OPGELET Het gebruik van ongeschikte reinigings- middelen kan krassen veroorzaken op het oppervlak van het apparaat. Gebruik geen schurende doeken, spon- zen of reinigingsmiddelen. Voorwaarde: het apparaat is uitgescha- keld. Reinig het apparaat aan de buitenkant met een zachte, vochtige doek en een normaal vaatwasmiddel. Spoel het lekbakje, de residubak en het druprooster af. Gebruik hierbij een zachte, vochtige doek en een normaal vaatwasmiddel. De residubak mag worden gereinigd in de vaatwasmachine. Reinig het bonenreservoir met een zachte, droge doek.
7.2 Zetgroep reinigen
Om schade aan het apparaat te vermijden, adviseren wij de zetgroep eenmaal per week te reinigen.
Afb. 12: Zetgroep demonteren
Afb. 13: Zetgroep reinigen Voorwaarde: het apparaat is uitgescha- keld.
1. Open het afdekpaneel(9). Grijp daar-
voor in de uitsparing aan de rech- terkant van het apparaat en trek het afdekpaneel er naar de zijkant toe af.
2. Houd de rode knop(19) aan de hendel
van de zetgroep(10) ingedrukt en draai deze met de wijzers van de klok mee tot hij vastklikt.
3. Trek de zetgroep aan de greep uit het
4. Spoel de volledige zetgroep langs alle
kanten zorgvuldig af onder stromend water. Zorg er met name voor dat er geen koeresten meer aanwezig zijn in de zeef(20).
5. Laat de zetgroep uitdruppelen.
6. Verwijder met een zachte, droge doek
koeresten van de oppervlakken bin- nenin het apparaat.
7. Plaats de zetgroep in het apparaat.
Houd de rode hendel aan de greep van de zetgroep ingedrukt en draai deze tegen de wijzers van de klok in tot deze vastklikt.
8. Plaats het afdekpaneel er aan de zijkant
in tot het vastklikt. Bij een ingeschakeld apparaat geven afwisselend knipperen van de stand-by-in- dicatie en de weergave clean weer dat er een zetgroep ontbreekt. Nadat de zet- groep is geplaatst, schakelt het apparaat om naar de stand-by modus.Verzorging en onderhoud
uitvoeren Met het reinigingsprogramma worden koe- en koeolieresten verwijderd met behulp van een reinigingsmiddel voor volautomatische koemachines. Om schade aan het apparaat te vermijden, adviseren wij het reinigingsprogramma alle 2 maanden uit te voeren – of wanneer het apparaat erom vraagt. Op het display brandt Reinigen. U krijgt de vraag om het apparaat te reinigen. VOORZICHTIG Contact met het reinigingsmiddel voor volautomatische koemachines kan irri- tatie van de ogen en de huid tot gevolg hebben. Neem de gebruiksinstructies op de verpakking van het reinigingsmiddel voor volautomatische koemachines in acht. OPGELET Het gebruik van een ongeschikt rei- nigingsmiddel voor volautomatische koemachines kan schade aan het apparaat tot gevolg hebben. Gebruik uitsluitend de Melitta® PER- FECT CLEAN Reinigingstabletten voor volautomatische koemachines. Het reinigingsprogramma duurt ongeveer 15minuten en mag niet worden onder- broken. Het reinigingsprogramma verloopt in ver- schillende fasen. Het aantal weergegeven koebonen maakt de voortgang duidelijk. Tijdens het reinigingsprogramma voert het apparaat verschillende spoelprocessen uit. Daarbij wordt ook de binnenkant van het lekbakje gespoeld. Voorwaarde: het apparaat is klaar voor gebruik.
2. Druk zo vaak op de
bedieningstoets "Service" tot de weergave voor het reinigingspro- gramma verschijnt.
3. Houd de bedieningstoets
"Service" langer dan 2seconden ingedrukt om het reinigingspro- gramma te starten. » De weergave Reinigen knippert tot aan het einde van het reinigingsprogramma. De eerste fase van het reinigingspro- gramma start. Op het display brandt één koeboon. » Op het display brandt Lekbakje. U krijgt de vraag om het lekbakje en de residubak te legen.
4. Leeg het lekbakje en de residubak.
5. Plaats het lekbakje zonder de residubak
6. Zet de residubak onder de uitloop.
» Het apparaat spoelt twee keer. » Op het display knippert Reinigen snel. U krijgt de vraag om de zetgroep te verwijderen en een reinigingstablet erin te leggen.
7. Verwijder de zetgroep. Schakel het
apparaat hierbij niet uit.
8. Spoel de zetgroep af onder stromend
water (zie hoofdstuk7.2 Zetgroep reini- gen op pagina95).
9. Leg een reinigingstablet in de zetgroep.
Plaats de zetgroep in het apparaat.Verzorging en onderhoud
Afb. 14: Reinigingstablet in de zetgroep leggen. De tweede fase van het reinigings- programma gaat van start. Op het display branden twee koebonen. » Het apparaat voert verschillende spoelprocessen uit. » Op het display brandt Lekbakje. U krijgt de vraag om het lekbakje en de residubak te legen. De derde fase van het reinigings- programma gaat van start. Op het display branden drie koebonen.
10. Leeg het lekbakje en de residubak.
11. Plaats het lekbakje zonder de residubak
terug. De vierde fase van het reinigings- programma gaat van start. Op het display knipperen de drie koebonen.
12. Zet de residubak onder de uitloop.
» Het apparaat voert verschillende spoelprocessen uit. » Op het display brandt Lekbakje. U krijgt de vraag om het lekbakje en de residubak te legen.
13. Leeg het lekbakje en de residubak.
14. Plaats het lekbakje en de residubak
terug. » Het reinigingsprogramma is voltooid. » Op het display dooft Reinigen. » Het apparaat is klaar voor gebruik. Informatie Indien het reinigingsprogramma werd afgebroken, bijv. omdat u het apparaat onopzettelijk hebt uitgeschakeld, moet u het apparaat opnieuw inschakelen en de aanwijzingen vanaf stap 10 volgen. Ver- volgens is het apparaat klaar voor gebruik. Dat geldt ook, wanneer het niet volledig werd gereinigd. Voor een volledige rei- niging moet u het reinigingsprogramma vanaf het begin uitvoeren.
7.4 Ontkalkingsprogramma
uitvoeren Met het ontkalkingsprogramma worden kalkafzettingen uit het apparaat verwij- derd met behulp van een ontkalker voor volautomatische koemachines. Om schade aan het apparaat te vermijden, adviseren wij het ontkalkingsprogramma elke 3 maanden uit te voeren – of wanneer het apparaat erom vraagt – mits u regel- matig een waterlter gebruikt. Op het display brandt Ontkalken. U krijgt de vraag om het apparaat te ontkalken. VOORZICHTIG Contact met ontkalker kan irritaties van de ogen en de huid tot gevolg hebben. Neem de gebruiksinstructies op de verpakking van de ontkalker in acht. OPGELET Het gebruik van een ongeschikte ontkal- ker en het negeren van de gebruiksin- structies kunnen schade veroorzaken aan het apparaat. Gebruik uitsluitend de Melitta® ANTI CALC Vloeibare ontkalker voor volauto- matische koemachines. Neem de gebruiksinstructies op de verpakking van de ontkalker in acht. OPGELET Een ingeschroefde waterlter kan tijdens het ontkalkingsprogramma beschadigd raken. Verwijder de waterlter (zieAfb. 15 op pagina99).Verzorging en onderhoud
Leg de waterlter tijdens het ontkal- kingsprogramma in een bakje met leidingwater. Na aoop van het ontkalkingspro- gramma kunt u de waterlter weer aanbrengen en verder gebruiken. Het ontkalkingsprogramma duurt onge- veer 25minuten en mag niet worden onderbroken. Het ontkalkingsprogramma verloopt volgens verschillende fasen. Het aantal weergegeven koebonen maakt de voortgang duidelijk. Tijdens het ontkalkingsprogramma voert het apparaat verschillende spoelprocessen uit. Daarbij wordt ook de binnenkant van het lekbakje gespoeld. Voorwaarde: het apparaat is klaar voor gebruik.
2. Druk zo vaak op de
bedieningstoets "Service" tot de weergave voor de functie Ontkalken verschijnt.
3. Houd de bedieningstoets
"Service" langer dan 2seconden ingedrukt om het ontkalkingspro- gramma te starten. » Op het display knippert Ontkalken totdat het ontkalkings- programma is voltooid. De eerste fase van het ontkalkingspro- gramma gaat van start. Op het display brandt één koeboon. » Op het display brandt Lekbakje. U krijgt de vraag om het lekbakje en de residubak te legen.
4. Leeg het lekbakje en de residubak.
5. Plaats het lekbakje terug.
» Op het display brandt Water. U krijgt de vraag om de watertank te vullen met de ontkalkingsoplossing.
6. Verwijder de watertank.
7. Vul de watertank met 0,5 liter ontkal-
keroplossing. Neem hierbij de over- eenkomstige gebruiksaanwijzing van de ontkalker voor volautomatische koemachines in acht.
8. Plaats de watertank weer terug.
De tweede fase van het ontkalkings- programma gaat van start. Op het display branden twee koebonen. De ontkalker moet gedurende ca. 20minuten inwerken. Tijdens deze peri- ode worden verschillende spoelprocessen uitgevoerd. » Op het display brandt Lekbakje. U krijgt de vraag om het lekbakje en de residubak te legen.
9. Leeg het lekbakje en de residubak.
10. Plaats het lekbakje terug.
» Op het display brandt Water. U krijgt de vraag om de watertank te vullen.
11. Verwijder de watertank.
12. Spoel de watertank grondig uit en vul
deze met vers water.
13. Plaats de watertank terug.
De derde fase van het ontkal- kingsprogramma gaat van start. Op het display branden drie koebonen. » Er stroomt heet water in het lek- bakje. » Op het display brandt Lekbakje. U krijgt de vraag om het lekbakje en de residubak te legen.
14. Leeg het lekbakje.
15. Plaats het lekbakje en de residubak
terug. » Het ontkalkingsprogramma is voltooid. » Op het display dooft Ontkalken. » Het apparaat is klaar voor gebruik.Verzorging en onderhoud
Informatie Indien het ontkalkingsprogramma werd afgebroken, bijv. omdat u het apparaat onopzettelijk hebt uitgeschakeld, moet u het apparaat opnieuw inschakelen en de aanwijzingen vanaf stap 9 volgen. Vervol- gens is het apparaat klaar voor gebruik. Dat geldt ook, wanneer het niet volledig werd ontkalkt. Voor een volledige ontkal- king moet u het ontkalkingsprogramma vanaf het begin uitvoeren.
7.5 Waterlter gebruiken
Het gebruik van een waterlter verlengt de levensduur van het apparaat en u hoeft het apparaat niet zo vaak te ontkalken. De waterlter ltert kalk en andere schade- lijke stoen uit het water. Gebruik uitsluitend de Melitta® Pro Aqua Filterpatronen voor volautomatische koemachines. Neem de gebruiksinstruc- ties op de verpakking van de waterlter in acht. Informatie Bij gebruik en regelmatige vervanging van de Melitta® Pro Aqua Filterpatronen moet het apparaat nog maar één keer per jaar worden ontkalkt. De opgave is gebaseerd op gemiddeld 6kopjes koe van telkens 120ml per dag en 6 ltervervangingen per jaar.
Afb. 15: Waterlter vast- of losschroeven De waterlter(21) wordt in of uit het schroefdraad(22) op de bodem van de watertank(1) geschroefd. Informatie De waterlter mag niet gedurende langere tijd droogstaan. Wij adviseren de waterlter in een bakje met leidingwater in de koelkast te bewaren, als het appa- raat gedurende langere tijd niet wordt gebruikt. Waterlter aanbrengen Voorwaarde: het apparaat is klaar voor gebruik.
2. Druk zo vaak op de bedie-
ningstoets "Service" tot de weergave voor de functie Filter verschijnt.
3. Druk op de bedieningstoets
"Koesterkte" tot er één koeboon brandt.
4. Volg de aanwijzingen vanaf stap 3 in
het hoofdstuk Waterlter vervangen. Waterlter vervangen Om een stabiele werking van de water- lter te behouden, adviseren wij om de waterlter om de 2maanden te vervangen – of wanneer het apparaat daarom vraagt. Op het display brandt Filter. U krijgt de vraag om de waterlter te vervangen. Informatie ū Wanneer u een waterlter gebruikt, kunt u geen waterhardheid instellen. De waterhardheid is automatisch inge- steld op Zacht (zie hoofdstuk6.3 Water- hardheid instellen op pagina91). ū Leg de waterlter enkele minuten in een bakje met vers leidingwater voor u deze in de watertank schroeft.Transport, bewaring en verwijdering
Voorwaarde: het apparaat is klaar voor gebruik.
2. Druk zo vaak op de bedie-
ningstoets "Service" tot de weergave voor het lterprogramma verschijnt. » Op het display brandt één boon.
3. Houd de bedieningstoets
"Service" langer dan 2seconden ingedrukt om het lterprogramma te starten. » Op het display knippert Filter totdat het lterprogramma is voltooid. » Op het display brandt Lekbakje. U krijgt de vraag om het lekbakje en de residubak te legen.
4. Leeg het lekbakje en de residubak.
5. Plaats het lekbakje zonder de residubak
6. Zet de residubak onder de uitloop.
» Op het display brandt Water. U krijgt de vraag om de watertank te verwijderen en de waterlter erin te zetten.
7. Verwijder de watertank.
8. Leeg de watertank.
9. Plaats een nieuwe lter in de watertank
» De lter wordt met water gespoeld. » Er stroomt water in het lekbakje.
12. Leeg het lekbakje en de residubak.
13. Plaats het lekbakje en de residubak
terug. » Het lterprogramma is voltooid. » Op het display dooft Filter. » Het apparaat is klaar voor gebruik. Waterlter permanent afmelden Wanneer u een aangebrachte waterlter heeft verwijderd en het apparaat zonder waterlter verder wilt gebruiken, meldt u de waterlter af op het apparaat:
1. Verwijder de watertank.
2. Leeg de watertank.
3. Verwijder de waterlter (zie Afb. 15).
7. Druk zo vaak op de bedie-
ningstoets "Service" tot de weergave voor de functie Filter verschijnt.
8. Druk zo vaak op de bedie-
ningstoets "Koesterkte" tot er geen koeboon meer brandt.
9. Houd de bedieningstoets
"Service" langer dan 2seconden ingedrukt om de instelling op te slaan en de servicemodus te verlaten. » De waterlter is afgemeld. » De waterhardheid is gereset naar de hardheid die het apparaat vóór het aanbrengen van een waterlter had opgeslagen.
10. Stel de waterhardheid eventueel in (zie
hoofdstuk6.3 Waterhardheid instellen op pagina91). 8 Transport, bewaring en verwijdering
8.1 Apparaat ontluchten
Wij adviseren het apparaat te ontluchten als het gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, voordat het wordt getranspor- teerd of bij vorstgevaar. Bij het ontluchten wordt het resterende water uit het apparaat verwijderd.Transport, bewaring en verwijdering
Als u het apparaat opnieuw in gebruik neemt, wordt er na het inschakelen een automatische spoeling uitgevoerd en het apparaat wordt ontlucht (zie hoofdstuk3.4 Apparaat de eerste keer inschakelen op pagina85). Voorwaarde: het apparaat is klaar voor gebruik.
2. Druk zo vaak op de bedie-
ningstoets "Service" tot de weergave voor de functie Ontluchten verschijnt.
3. Houd de bedieningstoets
"Service" langer dan 2seconden ingedrukt om het ontluchten te starten. » De stand-by-indicatie knippert tot de stoomtoevoer in stand-by staat. » Op het display brandt Water. U krijgt de vraag om de watertank te verwijderen.
4. Verwijder de watertank en maak deze
leeg. » Het apparaat is ontlucht en wordt auto- matisch uitgeschakeld.
8.2 Apparaat transporteren
OPGELET Bevroren restwater kan schade aan het apparaat veroorzaken. Zorg ervoor dat het apparaat niet wordt blootgesteld aan temperaturen onder 0°C. Transporteer het apparaat in de originele verpakking. Op die manier vermijdt u transportschade. Voer de volgende stappen uit voor u het apparaat transporteert:
1. Ontlucht het apparaat (zie hoofd-
stuk8.1 Apparaat ontluchten op pagina100).
2. Leeg het lekbakje en de residubak.
5. Reinig het apparaat (zie hoofdstuk7.1
Algemene reiniging op pagina95).
6. Verpak het apparaat.
Informatie ū Bij verzending van het apparaat naar de servicepunten van Melitta is het niet nodig om het druprooster mee te sturen. Daardoor vermijdt u krassen die worden veroorzaakt door het transport. ū Gebruik geen gangbare plak- en pakketbanden voor het bevestigen van losse onderdelen. Wanneer deze worden verwijderd, blijven lijmresten aan het apparaat plakken, die slechts moeilijk kunnen worden verwijderd.
8.3 Apparaat afdanken
De met dit symbool gemarkeerde apparaten zijn onderworpen aan de Europese richtlijn 2002 / 96 / EG voor WEEE (Waste Electrical and Electronic Equipment, AEEA). Elektrische apparaten horen niet bij het huisvuil. Dank het apparaat op een milieuvriende- lijke manier af via de geschikte inzamel- punten.Technische gegevens
9 Technische gegevens Technische gegevens Bedrijfsspanning 220V – 240V, 50Hz – 60Hz Verbruik 1450W Pompdruk maximaal 15bar Afmetingen Breedte Diepte Hoogte 200mm 460mm 334mm Inhoud Bonenreservoir Watertank 125g 1,2l Gewicht (leeg) 7,9kg Omgevingsomstan- digheden Temperatuur Relatieve luchtvoch- tigheid 10°C – 32°C 30% – 80% (niet condenserend) Waterhardheids- klasse °dH °e °fH Zacht 0tot10 0tot13 0tot18 Gemiddeld 10tot15 13tot19 18tot27 Hard 15tot20 19tot25 27tot36 Zeer hard > 20 > 25 > 36 10 Storingen Wanneer de storingen niet met de onder- staande maatregelen verholpen kunnen worden of wanneer er storingen optreden die hier niet vermeld staan, kunt u contact opnemen met onze hotline (lokaal tarief). Het hotline-nummer vindt u in het deksel van de watertank of op onze internetpa- gina in het gedeelte Service.Storingen
Storing Oorzaak Maatregel Koe druppelt slechts uit de uitloop. Maalgraad is te jn. Maalgraad grover instellen (zie hoofdstuk6.8 op pagina94). Apparaat is verontreinigd. Zetgroep reinigen (zie hoofdstuk7.2 op pagina95). Reinigingsprogramma uitvoeren (zie hoofdstuk7.3 op pagina96). Apparaat is verkalkt. Ontkalkingsprogramma uitvoeren (zie hoofdstuk7.4 op pagina97). Koe loopt niet door. Watertank is niet gevuld of niet juist geplaatst. Watertank vullen en correcte plaat- sing controleren (zie hoofdstuk4.3 op pagina87). Zetgroep is verstopt. Zetgroep reinigen (zie hoofdstuk7.2 op pagina95). Hoewel het bonenreservoir gevuld is, geeft het appa- raat aan dat er koebonen bijgevuld moeten worden. Koebonen vallen niet in het maalwerk. Op een bereidingstoets drukken. Lichtjes tegen het bonenreservoir kloppen. Bonenreservoir reinigen. Koebonen hebben een te hoog oliegehalte. Andere koebonen gebruiken. Lawaai uit het maalwerk. Vreemd voorwerp in het maalwerk. Contact opnemen met de hotline. Zetgroep kan na verwij- dering niet terug worden geplaatst. Greep voor de vergrende- ling van de zetgroep niet op de juiste positie. Controleren of de greep voor de ver- grendeling van de zetgroep correct vergrendeld is (zie hoofdstuk7.2 op pagina95). Aandrijving niet op de juiste positie. Druk langer dan 2seconden gelijktij- dig op de bereidingstoets "Koe" en de bedieningstoets "2kopjes". Het apparaat voert een initialisatie uit. Snel afwisselend knipperen van de weergaven:
Softwarestoring Apparaat uit- en weer inschakelen (zie hoofdstuk4.1 op pagina86). Contact opnemen met de hotline. Snel afwisselend knipperen van de weergaven:
Zetgroep is niet geplaatst. Plaats de zetgroep en vergrendel deze. Branden van de weergave zonder dat deze geacti- veerd is. Apparaat is niet volledig ontlucht. Ontlucht het apparaat. Vul daarvoor evt. de watertank en druk vervolgens gelijktijdig op de bereidingstoetsen "Koe" en "Favoriete koe". Hierbij stroomt water in het lekbakje. Het apparaat is vervolgens klaar voor gebruik. Zetgroep reinigen (zie hoofdstuk7.2 op pagina95).104 NL105
Notice-Facile