STIGA eRide S300 - Tractor

eRide S300 - Tractor STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis eRide S300 STIGA in PDF-formaat.

📄 224 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice STIGA eRide S300 - page 180
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Italiano IT Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over eRide S300 STIGA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Tractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding eRide S300 - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. eRide S300 van het merk STIGA.

GEBRUIKSAANWIJZING eRide S300 STIGA

Grasmaier met zittende bediener, voeding met accu

GEBRUIKERSHANDLEIDING

LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.

ITALIANO - Istruzioni Originali IT
БьлГAPСИ - Иструкция заEkспloатуця BG
BOSANSKI - Prijevod originalinh uputa BS
CESKY - Ppreklad puvodniho navodu k pouzivani CS
DANSK - Oversættelse af den originale brugsanvising DA
DEUTsCH - Übersetzung der Originalbetriebsanleitung DE
EAAHNIKA - Mεταφραη των πρωτοῦν σθηγιων
ENGLISH - Translation of the original instruction
ESPANOL-Traduccion del Manual Original
EESTI - Algupärase kasutusjuhendi tölge ET
SUOMI - Alkuperäisten ohjeiden kännös
FRANÇAIS - Traduction de la notice originale
HRVATSKI - Prijevod originalinh uputa
MAGYAR - Eredeti hasznalati utasitas forditasa HU
LIETUVISKAI - Originaliu instrukciju vertimas LT
LATVIEŠU - Instrukciju tulkojums no original valodas
MAKEHOHCHN-ПпeвOD ha opuHaJIHnTe ynaTCTBa MK
NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
NORSK-Oversettelse av den originale bruksanvisingen
POLSKI - Tlumaczenie instrukcji oryginalnej PL
PORTUGUES - Traducao do manual original
ROMAN-Traducerea manualului fabricantului RO
PYCCKIN - IpeBOD opnHaJIbHbIX INcTpyKcN
SLOVENSKY - Preklad pôvodného námodu na použitie
SLOVENsCINA - Prevod izvirnih navodil
SRPSKI - Prevod originalnih uputstva
SVENSKA - Oversätting av bruksanvisning i original
TURKCE-Original Talimatlarin Tercumesi TR

STIGA eRide S300 - 1
1
2

STIGA eRide S300 - 2

STIGA eRide S300 - 3
3

STIGA eRide S300 - 4
0

STIGA eRide S300 - 5

STIGA eRide S300 - 6

STIGA eRide S300 - 1
4

STIGA eRide S300 - 2

STIGA eRide S300 - 3

STIGA eRide S300 - 4

STIGA eRide S300 - 5

STIGA eRide S300 - 6

STIGA eRide S300 - 7
10

STIGA eRide S300 - 8

STIGA eRide S300 - 9

STIGA eRide S300 - 10

STIGA eRide S300 - 11

STIGA eRide S300 - 12
11

STIGA eRide S300 - 13

STIGA eRide S300 - 14

STIGA eRide S300 - 15
12

STIGA eRide S300 - 16

STIGA eRide S300 - 17

STIGA eRide S300 - 18

STIGA eRide S300 - 19

STIGA eRide S300 - 20

STIGA eRide S300 - 21

STIGA eRide S300 - 22

STIGA eRide S300 - 23
13
0
BAC

STIGA eRide S300 - 24
BAC

STIGA eRide S300 - 25

STIGA eRide S300 - 1

STIGA eRide S300 - 2

STIGA eRide S300 - 3

STIGA eRide S300 - 4

STIGA eRide S300 - 5

STIGA eRide S300 - 6

STIGA eRide S300 - 7

STIGA eRide S300 - 8

STIGA eRide S300 - 9

STIGA eRide S300 - 10

STIGA eRide S300 - 11

STIGA eRide S300 - 12

STIGA eRide S300 - 13

STIGA eRide S300 - 14

STIGA eRide S300 - 15

STIGA eRide S300 - 16

STIGA eRide S300 - 17

STIGA eRide S300 - 18

STIGA eRide S300 - 19
31

STIGA eRide S300 - 20

STIGA eRide S300 - 21
32

STIGA eRide S300 - 22

STIGA eRide S300 - 1

STIGA eRide S300 - 2

STIGA eRide S300 - 3

STIGA eRide S300 - 4

STIGA eRide S300 - 5

STIGA eRide S300 - 6

STIGA eRide S300 - 7

STIGA eRide S300 - 8

STIGA eRide S300 - 9

STIGA eRide S300 - 10

STIGA eRide S300 - 11

STIGA eRide S300 - 12

STIGA eRide S300 - 13

STIGA eRide S300 - 14

STIGA eRide S300 - 15

STIGA eRide S300 - 16

STIGA eRide S300 - 17

STIGA eRide S300 - 18

STIGA eRide S300 - 19

STIGA eRide S300 - 20

STIGA eRide S300 - 21

STIGA eRide S300 - 22

STIGA eRide S300 - 23

[4] Maximale snelheid voor de werking van de motor

[5] Accu

[5a] Li-ion-accu

[6] Capaciteit accu

[7]Acculader

[8] Maximum duur lading

[9] Vermogen tractiemotor

[10] Vermogen motor messen

[11] Frequentieband(en) waar in de radioapparatuur functioneert

[12] Maximaal radiofrequent vermogen uit gezonden in de frequenteband(en) waarin de radioapparatuur functioneert

[13]Voorbanden

[14]Achterbanden

[15]Bandenspanningvooraan

[16]Bandenspanningachteraan

[17]Massa(*)

[18] Minimum straal ongemaaid gras

[19]Maaihoogte

[20]Maaibreedte

[21] Rijsnelheid (bij benadering), vooruit

[22] Rijsnelheid (bij benadering), achteruit

[23] Maximaal toegestane helling

[24] Afmetingen

[25]Lenght

[26] Lengte met zak (lengte zonder zak)

[27]Breedte

[28] Breedte met zijdelingse aflaatdeflector(Breedte zonder zijdelingse aflaatdeflector)

[29]Hoothe

[30]Codesnj-inrichting

[31] Niveau geluidsdruk

[32] Meetonzekerheid

[33] Gemeten akoestisch vermogen

[34] Gewaarborgd akoestisch vermogen

[35] Niveau trillingen op de bestuurdersplaats

[36] Niveau trillingen aan het stuur

[44] Optionele accessoires

[44.A1, 42.A2] Kit voor "mulching"

[44.B]Acculader

[44.C]Kittractie

[44.D] Afdekzeil

[44.E] Kit achterste aflaatbeveiliging (alleen voor MP-serie)

[44.F] Sneeuwkettingen

[44.G] Modderwielen/sneeuwwielen

[44.H] Aanhangwagen

[44.I]Verspreider

[44.J] Opvanger voor bladeren en gras

[44.K] Sneeuwschuiver

  • Voor het specifiek gegeven, verwijst men waar wat aangegeven is op het identificatielabel van de machine.

[1] NO-TEKNISKE DATA

[2] Matespenning MAX

[3] Matespenning NOMINAL

[4] Motorens maks driftshastighet

[5] Batteri

[5a] Med litiumion (Li-on)

[6] Batteriets kapasitet

[7]Batterilader

[8] Maksimal varighet for ladingen

3.2 Voorafgaande werkzaamheden...5
3.3 Tijdens het gebruik 5
3.4 Onderhoud, stalling 6
3.5 Bescherming van de omgeving 7

4.LEER DE MACHINE KENNEN 7

4.1 Beschrijving machine en beoogd gebruik 7
4.2 Veiligheidssignalen.. 8
4.3 Identificatie-etiket 9
4.4 Belangrijkste onderdelen.. 9

  1. MONTAGE 9

5.1 Onderdelen voor de montage 10
5.2 Montage van het stuurwiel. 10
5.3 Montage van de stoel 10
5.4 Montage van de Voorbumper 10

5.5 Montage van de zijdelingse aflaatdeflector (enkel voor modellen met zijdelingse aflaat) 10

5.6 Montage van de zijdelingse
versterkingen van de maagroep (enkel voor modellen met zijdelingse aflaat, indien voorzien) 11
5.7 Montage en verwollediging van dechterplaat (enkel voor modellen met opvang achteraan). 11
5.8 Montage van de opvangzak (enkel voor modellen met opvang achteraan) (enkel voor modellen type "III") 11

  1. BEDIENINGSELEMENTEN 12

6.1 Contactslot 12
6.2 Gaspedaal 12
6.3 Hendel koppeling/ontkoppeling transmissie 12
6.4 regelingmaaihoogte 12
6.5 Noodstopknop 13

6.6 Hulpaansluiting voor accessoires USB 13
6.7 Akoestisch signalapparaat 13
6.8 Hendel kanteling opvangzak (indien voorzien, enkel voor modellen met opvang zicheraan) 13
6.9 Knoppenbord 14
6.10 Functie Bluetooth (indien voorzien) ... 19

  1. GEBRUIK VAN DE MACHINE 20

7.1 Voorafgaande werkzaamheden 20
7.2 Veiligheidscontroles 20

7.3 Gebruik op hellend terrein 22
7.4 Starten 22
7.5 Hetwerk 22
7.6 Stoppen 24
7.7 Na het gebruik 24

  1. GEWOON ONDERHOUD 24

8.1 Algemeen 24
3.2 Accu 251
8.3 antiscalpwielen 27
3.4 Reiniging 27
8.5 Smering 28

8.6 Moeren en schroeven voor bevestiging 28

  1. BUITENGEWOON ONDERHOUD 28

9.1 Veiligheidsaanbevelingen 28
9.2 Maiagroep / maai-inrichtingen 28

9.3 Vervanging van de voorste /chterste wielen 29
9.4 Vervanging ledlampen 30

10.STALLING 30
11. HANTERING EN TRANSPORT 30
12. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN.....31
13. GARANTIEDEKKING 31
14. ONDERHOUDSTABEL 32
15. IDENTIFICATIE PROBLEMEN 32
16. ACCESSORIES 36

16.1 Kit voor 'mulching' 36
16.2 Acculader (snelle lading) 36
16.3 TREKSET 36
16.4 Afdekzeil 36
16.5 Kit achefterste aflaatbeveiliging 36

16.6 Sneeuwkettingen 18" 36
16.7 Modderwielen/sneeuwwielen 18"......36
16.8 Aanhanger 36
16.9 Verspreider 36
16.10 Opvanger voor bladeren en gras.....36
16.11 Sneeuwruimer met sneeuwschuif....36

1. ALGEMEEN

1.1 HOE DE HANDLEIDING LEZEN

In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de veiligheid of de werkung, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben:

GEVAAR

Het Niet naleven van de waarschuwing leidt tot een dreigende risicosituatie die, indien Niet vermeden, onmiddelijkdeood of ernstige of blijvende letsels verooorzaakt.

WAARSCHUWING

Het Niet naleven van de waarschuwing leidt tot een potentièle risicosituatie die, indien nicht vermeden, kan leiden tot de dood of ernstige schade aan de gezondheid.

A LET OP

Het Niet naleven van de waarschuwing leidt tot een potentièle risicosituatie die, indien nicht vermeden, lichte schade aan de machine kan verroorzaken.

KENNISGEVING

Geeft instructies die verwijzenaar het gebruik van gedrag dat nodig is om praktijken aan te pakken die geen verband honden met lichamelijkeLetsels.

VEILIGHEIDSINSTRUCTIE

Geeft een instructie die verwijst maar specifieke procedures die moeten worden gevolgd in het geval van situaties die de menselijke gezondheid of de veiligheid van machines in gevaar brengen.

OPMERKING

Geeft aanvullende informatatie bij de instructies van de vorige verligheidsberichten.

De paragrafen die aangegeven zijn met een vrijze stippenrand wijzen op optionele kenmerken die Niet aanwezig waren op alle modellen die in deze handledig beschreibenন. Controller of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie.

De aanwijzingen 'voor', 'achter', 'rechts' en 'links' hebben betrekking op de werkpositie van de bediener.

1.2 REFERENCES

1.2.1 Afbeeldingen

De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen
zijn genummerd 1, 2, 3 enz.
De onderden die op de afbeeldingen
zijn aangegeven, zich gekentekend
met de letters A, B, C enz.
Een verwijzingaar het onderdeel C in
afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst: 'Zie
afbeelding 2.C' of eenvoudigweg '(Afb. 2.C)'.
De afbeeldingen zich indicatief. De effectieve delen
kunnen wijzigten ten opzichte van wat aangegeven is.

1.2.2 Titels

De handleiding is onerverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de paragraaf '2.1 Training' is een ondertitel van '2. Veiligheidsvoorschriften'. De verwijzingen waar titels of paragrafen zijn aangegeven met de afkorting hst. of par. en het desbetreffend nummer. Voorbeeld: "hfdst. 2" of "par. 2.1"

Lees alle verilgheidswaarschuwingen, alle instructies, alle illustraties en alle specificaties door die bij deze machine worden geleverd. Het Niet opvolgen van de onderstaande instructies kan elektrische schokken, brand en/of ernstige letsels tot gevolg hebben.

Bewaar alle waarschuwingen en instructies voor toekomstig gebruik.

De term "elektrisch gereedschap" in de waarschuwingen verwijst maar uw machine met voeding via het stroomnet (met kabel) of met accutoevoer (zonder kabel).

1) Veiligkeit van het werkgebied

a) Houd het werkgebied schoon en goed verlicht. Ongeordende of donkere gebieden vergemakkelijken ongevallen.
b) Gebruik het elektrische gereedschap Niet in een explosieve atmosefer, bijvoorbeeld in de buurt van brandbare vloeistoffen, gassen of stof. De elektrische gereedschappen genereren vonken die stof of dampen+kunnendoen ontvlammen.

c) Houd kinderen en omstaanders uit de buurt als u het elektrische gereedschap gebruikt. Afleidingen konnen controverlies veroorzaken.

a) De stekker van de kabel van de acculader要去 compatibel zich met de aansluiting. De stekker mag nooit gewijzigd worden. Gebruik geen adapters met een geaarde laadkabel voor de accu. Ongewijzigde stekkers die geschikt zich voor de aansluiting verminderen het risico voor elektrische schokken.
b) De stekker van het elektrische gereedschap moet compatibel zijn met het stopcontact. De stekker mag nooit gewijzigd worden. Gebruik geen adapters met de geaarde elektrische gereedschappen. Ongewijzigde stekkers die geschiktঃ voor de aansluiting verminderen het risico voor elektrische schokken.
c) Voorkom met het lichaam in contact te komen met geaarde oppervlakken, zoals buizen, radiatoren, keukens of koelkasten. Het risico voor elektrische schokken neemt toe als het lichaam zich op de aarde of de grond bevindt.
d) Stel elektrische gereedschappen nicht bloot aan regen of natte omgevingen. Water dat in het elektrische gereedschap sijpelt, verhoogt het risico op elektrische schokken.
e) Trek Niet aan de laadkabel van de accu om de stekker te verwijderen. Houd de laadkabel van de accu uit de buurt van ditte, olie, oplosmiddelen, scherpe voorwerpen, scherpe randen of bewegende delen. Een beschadigde of verwarde kabel verhoogt het risico voor elektrische schokken.
f) Gebruik de kabel nicht op ongepaste wijze. Gebruik de kabel nicht om het gereedschap te vervoeren, eraan te trekken of om het uit het stopcontact te halen. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe hoeken of bewegende delen. Een beschadigde of verwarde kabel verhoogt het risico voor elektrische schokken.
g) Als u het elektrisch gereedschap buitenshuis gebruikt, gebruik dan een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis. Het gebruik van een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis vermindert het risico op een elektrische schok.
h) Als het gebruik van elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving Niet kan worden vermeden, gebruik dan een stopcontact dat is beveiligd met een aardlekschakelaar (RCD-Residual Current Device). Het gebruik van een aardlekschakelaar verminder het risico op een elektrische schok.

i) Sluit de acculader alleen aan op aansluitingen met de netspanning en -frequentie die is aangeduid op hetplaatje.

STIGA eRide S300 - 1) Veiligkeit van het werkgebied - 1

GEVAAR

Vochtigheid en elektriciteit zichn Niet compatibel:

  • Het hanteren en aansluiten van de stroomkabels要去 droog gebeuren.
  • Stel nooit een stopcontact of een kabel in contact met een natte zone (plas of vochtig terrein).
  • Gebruik zo nodig verlengsnoeren met waterdichte en goedgekeurde integrale aansluitingen, die op de markt verkrijgbaar zijn.
  • Het voorzien van een aansluiting voor het opladen die is aangesloten op het elektriciteitsnet van het gebouw, moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerde elektricien en要去 geschikt beschermd worden door een aardlekschakelaar (RCD-reststroomapparaat) met een uitschakelstroom die voldoet aan de geldende voorschriften.
  • Een onjuiste aansluiting kan kortsluiting, ernstige persoonlijke letsels en zichs de dood veroorzaken.

- Om onderbrekingen in de stroomtoevoer tijdens het laden te voorkomen:

  • controller dat het complessieve vermogen van de elektrische installmentie gespast is.
  • sluit de machine aan op een stopcontact met voldoende stroomsterkte.
  • vermijd het gelijktijdige gebruik van andere hoog absorberende elektrische apparatuur.

3) Persoonlijke veiligheid

a) Wees voorzichtig, controller wat u doet, en gebruik uw gezond verstand bij het gebruik van het elektrische gereedschap. Gebruik het elektrische gereedschap Niet als u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid tijdens het gebruik van het elektrische gereedschap kan ernstige persoonlijke letselsveroorzaken.
b) Draag een persoonlijk beschemmingsmiddel. Draag altijd een veiligheidsbril. Het gebruik van persoonlijke beschemmingsmiddelen zoals stofmaskers, antislip veiligheidsschoenen, veiligheidshelmen of gehoorbeschemingen vermindert lichamelijke letsels.
c) Vermijd een onbedoelde start. ControllerDat de schakelaar op OFF staat voordat u de stekker in het stopcontact steekt, het elektrische gereedschap vastpakt of draagt. Het vervoeren van een elektrisch gereedschap met uw vinger op de schakelaar of het in het stopcontact steken met de schakelaar op ON vergemakkelijkt ongelukken.

d) Verwijder elke sleutel of afstelgereedschap voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Een sleutel of gereedschap dat in contact blijft met een draaiend deel van de machine kan persoonlijke letsels veroorzaken.
e) Ga Niet overleunen. Zorg altijd voor voldoende ondersteuning en balans. Dit maakt een betere controle over het elektrische gereedschap möglichk in onverwachte situatuies.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen brede kleding of juwelen. Houd haar en kleding uit de buurt van de bewegende delen. Losse kleding, sieraden of langhaar hunnen verstrikt raken in bewegende delen.
g) Als er apparaten moeten worden aangesloten op installations voor het afzuigen en verzamelen van stof, zorg er dan voor dat ze op de juiste manier worden aangesloten en gebruikt. Het gebruik van deze apparaten kan het risico betreffende stof verminderen.
h) Laat u door de vertrouwdheid die u met het gebruik van de machine heeft verkreten, Niet zichfgenoegzaam worden en de veiligheidsprincipes van het elektrische gereedschap negeren. Nalatigheid kan in een fractie van een seconde ernstige letselsveroorzaken.

4) Gebruik en bescherming van het elektrische gereedschap

a) Overbelast het elektrische gereedschap Niet. Gebruik het elektrische gereedschap dat geschikt is voor de werkzaamheden.
Het juiste elektrische gereedschap zal de werkzaamheden beter en veiliger uitvoeren, met de能力和 waarhoort het is ontworpen.
b) Gebruik het elektrisch gereedschap nicht indien de schakelaar hem Niet kan in- en uitschakelen. Een elektrisch gereedschap dat Niet bediend kan worden met de schakelaar is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.
c) Gebruik de machine nicht als de sleutelschakelaar Niet regelmatig kan starten of stoppen. Een machine die Niet met de sleutelschakelaar kan worden bediend, is gevaarlijk en要去 hersteld worden in een servicecentrum.
d) Verwijder de contactsleutel voordat u eender welke afstelling uitvoert, accessoires verwisselt of voordat u het elektrische gereedschap opbergt.

Dezepreventieveveiligheidsmaatregelen verminderen het risico voor onbedoeld starten van het elektrische gereedschap.

e) Bewaar ongebruekte elektrische gereedschappen buiten het bereik van kinderen, en sta Niet toe dat personen die nichtbekend zijn met het gereedschap zich en deze instructies de machine gebruiken.

Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk in de handen van Niet-opgeleide gebruikers.

f) Zorg voor het onderhoud van het elektrische gereedschap en van de accessoires. ControllerDat de bewegende delen+zijn uitgelijnd en vrij hunnen bewegen,dat geen beschadigde onderdelen aanwezig zijn of dat enige andere voorwaarde aanwezig is die de werking van het elektrische gereedschap kan beinvloeden. In geval van schade moet het elektrische gereedschap worden gerepareerd voordat het wordt gebruikt.Veel ongevallen wordenveroorzaakt door slecht onderhoud.
g) Houd de snijmechaniek alsijd scherp en schoon. Een gepast onderhoud van de snijmechaniek, met scherpe snijkanten, maakt ze minder gevoelig voor vastlopen en gemakkelijk bedienbaar.
h) Gebruik het elektrische gereedschap en de relatieve accessoires volgens de aangeduide instructies, reckening houdend met de werkomstandigheden en de soort werkzaamheden die要去en worden uitgevoerd. Het gebruik van een elektrische gereedschap voor andere dan de voorziene bewerkingen kan gevaarlijke situatuies veroorzaken.
i) Houd de handgrepen en alle grijpvlakken droog, schoon en vrij van sporen van olie en vet. Gladde grepen en grijpvlakken staan Niet toe dat u het gereedschap veilig kunt verplaatsen en bedieren in onverwachtete situatuies.

5) Gebruik en voorzorgsmaatregelen van gereedschappen met accu

a) Gebruik voor het laden van de accu enkel de door de fabrikant aanbevolen accruladers. Een lader die geschikt is voor een type accu, kan bij gebruik met een andere accu het risico op brand, elektrische schokken, oververhitting of lekkage van bijtende accuvloeistof met zich meebrengen.
b) Gebruik enkel de specifieke accu's die voor uw toestel voorzien zijn. Het gebruik van een ander accugroep kan het risico voor letsels en brand veroorzaken.
c) Als het.accupak Niet worden gebruikt, moet ze uit de buurt worden gehouden van andere metalen voorwerpen zoals nietjes, munten, sleutels, spijkers, schroeven of anderekleine metalen voorwerpen die kortsluiting van de contacten+kennenvooorzaken.Een kortsluiting van de contacten van de accu kan tot brand leiden.
d) Als de accu in slechte condities verkeert, kan ze vloeistof lekken. Vermijd contact met

de vloeistof. In geval van toe Vallig contact, spoelen met water. In geval van contact van de vloeistof met de ogen, een arts raadplegen. Vloeistof die uit de accu stroomt, kan huidirritatie of brandwonden veroorzaken.

e) Gebruik geen beschadigd of gewijzigd gereedschap of accurak. Beschadigde of gewijzigde accu's kuren een onvoorspelbaar gedrag hebben wat kan leiden tot brand, ontploffing of risico voor letsels.
f) Stel de accu of het gereedschap Niet bloat aan vuur of buitensporige temperaturen. Bootstelling aan vuur of temperaturen boven 70^ kan een explosie veroorzaken.
g) Volg alle oplaadinstructies, en laad de accu of het gereedschap Niet op buiten het temperatuurbereik dat is aangeduid in de instructies. Oneigenlijk opladen of bij temperaturen buiten het gespecifieerde bereik, kan de accu beschadigen en het risico op brand vergroten.
h) Laad de accugroep Niet op in omgevingen waar dampen, ontvlambare stoffen of te vochtige ruimtes aanwezig zijn. Als de vochtige omgeving Niet te vermijden is, gebruik dan een stopcontact dat is beschermd met een aardlekschakelaar om het risico voor elektrische schokken te beperken.
i) Bewaar de kabel van de acculader Niet binnen het bereik van kinderen.

6) Assistentie

a) Laat het elektrische gereedschap door gekwalificeerd personeel herstellen, met alleen originele reserveonderdelen. Hierdoor kan de veiligheid van het elektrische gereedschap worden behouden.
b) Voer geen herstellingen uit op de accu. De reparatiewerkzaamheden要去en worden uitgevoerd door de fabrikant of door een gespecialiseerd servicecentrum.

3. VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN VAN DE GRASMAIER MET ZITTENDE BEDIENER

3.1 TRAINING

Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de machine snel af te zetten.
- Laat nooit toe dat de machine gebruikt worden door kinderen of door personen die nicht vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
- Vervoer geen kinderen of andere passagiers.

Denk eraan dat de gebruiker aansprakelijk is voor ongevalten en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen können overkomen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico's, die het terrein waarop hij要去 werknen met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodsige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op+zijn eigen verilgheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
- Deze handleiding is een integraal onderdeel van de machine, en moet waarom algijd worden opgevolgd in geval van tijdelijke of permanente overdracht van de machine.

3.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

  • Draag geschikte kledij, stevige werksochoenen met antislipzolen en een lange broek. Schakel de machine Niet wanner u geen schoenen draagt of met open sandalen. Draag gehoorbeschemingen.
  • Het gebruik van gehoorbeschemmers kan het vermogen eventuele waarschuwingen (roepen of alarmen) te horen, verminderen. Verleen de maximale aandacht aan wat rond de werkzone geleurt.
  • Draag geen sjaal, hemd, halsketting, armbanden, kledij met losse delen, of met bandjes ofassen of andere hangende of wijde accessoires die vastgegrepenuron worden door de machine of voorwerpen en materiaal aanwezig op de werkplaats.
  • Lang haar moet opgestoken worden.

Werkzone / Machine

Controleer grondig de hele werkzone en verwijder alles wat van door de machine weg zou konnenuitgestoten worden of het maaimechanisme/ draaiende organen zou konnen beschadigen worden (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz.).

3.3 Tijdens HET GEBRUIK

Werkzone

  • Gebruik de machine Niet in omgevingen met gevaar op ontploffing, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen, gas of stof. Elektrische contacten of mechanische wrijvingen können vonden ontstaan, die stof of dampen können doen ontbranden.
    Enkel bij daglicht of met goed kunstmatig Licht en bij goede zichtbaarheid reinigen.
  • Verwijder Personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen要去en onder toezicht van een andere volwassicene staan.
    Werk nicht op nat gras, bij regen of bij risico op onweer, in het bijzonder wonneer er kans op bliksem bestaat.

  • Let bijzonder goed op de onregelmatigheden van het terrein (drempels, geulen), op de hellingen, op verborgen bevaren en op de aanwezigheid van eventuele hinderissen die de zichtaarheid zouden+kunnen beperken.

  • Wees zeer voorzichtig nabij ravijnen, grachten of bijken. De machine kan omkantelen indien een wil over de rand gaat of indien de rand inzakt.
  • Let op in geval van hellende terreinen, waar bijzondere aandacht vereist is om omkanteelen of verlies van controle over de machine te vermijden. De voornaamste oorzaken waardoor de macht over het stuur kwijt geraakt kan worden zich:

  • Onvoldoende grip van de wielen.
    Overdreven snelheid.

  • Bruuske richtingsveränderingen.
  • Niet passende remming.
  • De machine is nicht geschickt voor het doel waarvoorte gebruikt worden.
  • Gebrek aan kennis van de gevolgen te wijten aan de toestand van het terrein.
  • Onjuist gebruik van de machine als trekvoertuig.
  • Let goed op het verkeer, wonneer de machine zich bij de straat gezebruikt worden.

STIGA eRide S300 - Werkzone - 1

KENNISGEVING

De machines die in deze handleiding worden behandeld, zich Niet ontworpen voor gebruik als trekvoertuig.

Gedrag

  • Laat u tijdens het rijden Niet afleiden, behoud de nodige concentratie.
  • Let op wanner uchteruit of achterwaarts rijdt. Kijk hinteruit voor en tijdens het achteruit rijden om u ervan te verzekeren dat er geen hinderissen zijn.
  • Let op bij het gebruik van accessoires die de stabiliteit van de machine kan wijzigen, in het bijzonder op hellingen.
  • Houd als handen en voeten ver van het maaimechanisme, zowel wanner de motor gestart wordt alsijdens het gebruik van de machine.
  • Houd handen en voeten uit de buurt van de stoelsteun. Hier bestaat risico voor letsels door verplefterting.

STIGA eRide S300 - Gedrag - 1

WAARSCHUWING

Het maai-element blijft gedurende enkele seconden na zich afkoppeling of na uitschakeling van de motor draaien.

STIGA eRide S300 - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

Let goed op de maaigroep met meerdere maaiinrichtingen, aangezien een draaiende maaiinrichting ook de andere zou=kennen doen draaien.

STIGA eRide S300 - WAARSCHUWING - 1

VEILIGHEIDSINSTRUCTIE

In geval van breuken of incidentenijdens het werk, dient men de motor onmiddelijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddelijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur terichten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren hunnenveroorzaken indien ze onopgemerkt blijven.

Beperkingen voor het gebruik

  • Gebruik de machine nooit wanneer de beveiligingen beschadigd zijn, ontbreken of nicht correct geplaatst�in (opvangzakken, zijdelingse aflaatbescherming,chterste aflaatbescherming).
  • Gebruik de machine Niet indien de toebehoren/werktuigen Niet op de voorziene plaatsen geinstalleerd zich.
  • De aanwezige veiligheidsinrichtingen/ microschakelaars nicht uitschakelen, aftschakelen, verwijderen of schenden.
    Overbelast de machine Niet en gebruik geen ongeschikte machine om zware werken te verrachten; het gebruik van een machine met aangepaste afmetingen za de risico's beperken en de kwaliteit van het werk verbeteren.
  • De machine is nicht goedgekeurd om op de openbare weg te rijden. Ze mag (volgens het Wegverkeersregelement) uitsluitend gezrukt worden op privetein dat voor verkeer gesloten is.

3.4 ONDERHOUD, STALLING

Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veilighheid van de machine en het niveau van de performance.

Onderhoud

  • Gebruik de machine nooit als er onderden versleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderden要去en verrangen en nicht gerepareerd worden.
    Tijdens de afstellenen van de machine, moet men erop letten dat de vingers Niet:tussen de bewegende maai-inrichting en de vaste delen van de machine geklemd geraken.
  • Laat de machine door gekwalificeerd personeel herstellen, met alleen originele reserveonderdelen. Hierdoor kan de verilgheid van de machine worden behouden.
  • Voer geen herstellingen uit op de accu. De reparatiewerkzaamheden要去en worden uitgevoerd door de fabrikant of door een gespecialiseerd servicecentrum.

STIGA eRide S300 - Onderhoud - 1

VEILIGHEIDSINSTRUCTIE

Het niveau van geluid en trillingen als aangegeven inckehandleiding,zijnmaximalewaarden voor het gebruik van de machine.Het gebruik van een Niet gebalanceerd maai-element,een overdreven snelheid van de beweging en gebrekkig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het moodzakelijkpreventie maatregelen te treffen om mogelijk schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine,draag gehoorbescherming,maak pauzesijdens het werk.

Stalling

Laat geen houders met restmaterial in een gesloten ruimte, om het risico op brand te voorkomen.

De milieuubescherming要去en belangrjken prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.

  • Volg nauwgezet deplaatselijkke normen voor het verwerken van de verpakking, accu's, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op het milieu; dit afval mag Niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
  • Volg scrupuleus de lokale normen op voor de afdanking van het afval.
  • Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar要去 een container park gebracht worden, volgens de geldendeplaatselijkne normen.

STIGA eRide S300 - Stalling - 1

Gooi elektrische apparatuur nicht bij het gewoon huishoudelijk afval. Volgens de Europese Richtlijn 2012/19/EG inzake elektrisch en elektronisch afval en de toepassing ervan overeenkomstig de

nationale wetgeving,要去 de afgedankte elektrische apparatuur apart ingezameld worden voor recyclagedoeleinden.Indien de elektrische apparatuur afgedankt worden in een afvalpark of in de ondergrond, kuren de schadelijke stoffen de waterlaag bereiken en in de voedingsketen verechtkommen, met nadelige gevolgen voor uw gezondheid en welzijn. Neem voor更是 informatie over de afdanking van dit product contact op met de instantie die bevoegd is voor de verwerking van het huishoudelijk afval of raadpleeg uw Verkoper.

STIGA eRide S300 - Stalling - 2
Li-ion

Aan het einde van hun bedrijfsduur, moet men de accu's met de nodige zorg en in overeenstemming met deplaatselijke

voorschriften afdanken. De accu bevat materialen die gevaarlijk zijn voor uzelf en voor het milieu. Ze要去 verwijderd worden en gescheden ingezameld worden nabij een structuur die lithium-ion-accu's aanvaardt.

STIGA eRide S300 - Stalling - 3

De geschienen inzameling van gebrukke producten en verpakkingen staat recycling en hergebruik van de materialen toe. Het hergebruik van gerecycleerd materiaal helpt de verruiling van het milieu te voorkomen enert de vraag maar grondstoffen.

4. LEER DE MACHINE KENNEN

4.1 BESCHRIJVING MACHINE EN BEOOGD GEBRUK

Dit is een grasmaier met zittende bestuurder.
De machine is uitergerust met een elektrische motor die de maai-inrichting aandrijft en met een elektrische motor die de tractie regelt.
De machine is voorzien van afterwardsaandrijving.

De bediener kan de machine bedieren en de hoofdcommando's inschakelen verwijl hij steeds op+zijnplaats blijft zitten.

De veiligheidsinrichtingen op de machine doen de motor en de maai-inrichting na enkele seconden stilvallen (par. 7.2.2).

4.1.1 Voorzien gebruik

Deze machine is ontworpen en gebouwd voor het maaien van gras.

Meer bepaald, de modellen:

  • MP 84 Li 48 Series V1/V2 en MP 98 Li 48 Series V3+kunnen:

  • het gras maaien en het opvangen in de opvangzak;

  • het gras maaien en het achteraar op het terrein (indien voorzien);
  • het gras maaien, het fijnmalen en het op het gazon achechterlaten ('mulching'-effect) (indien voorzien). De modellen:
  • SD 98 Li 48 Series V1/V2 en SD 108 Li 48 Series V3+kunnen:
  • het gras maaien en het zijdelings achefterlaten;
  • het gras maaien, het fijnmalen en het op het gazon acheterlaten ('mulching'-effect) (indien voorzien).

Het gebruik van bijzondere accessoires, voorzien door de Fabrikant als oorspronkelijke utrusting of afzonderlijk aan te kopen, staat toe dit werk uit te voeren volgens de verschillende werkwijzen die in deze handleiding of in de instructies die met de accessoires geleverd worden, beschreiben zich.

Tegelijkkortijd kan de möglichkeid bijkomende accessoires te gebruiken (indien voorzien door de Fabrikant) het gebruik ervan uitbreiden maar andere functies, volgens de limieten en conditions die beschreiben zich in de instructies die de accessoires zich vergezellen.

4.1.2 Onjuist gebruiK

Elk ander gebruik dat afwikt van wat is voorzien, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken. De volgende situatuies behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar Niet uitsluitend):

  • andere Personen, kinderen of dieren op de machine vervoeren, die bij een möglichke val ernstige letsels hunnen oplopen en veilig sturen van de machine hunnen belemmeren;
    lastenduwen;
  • gebruik van de machine op onstabile, gladde, bevoren, stenige of oneffen terreinen, in geval van plassen of moerassen die nicht toestaan de consistentie van het terrein in te schatten;
  • de maai-inrichting aanschakenen op zones zonder gras;
  • gebruik van de machine voor het verzamelen van bladeren of afval.

STIGA eRide S300 - Onjuist gebruiK - 1

KENNISGEVING

Oneigenlijk gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teween waardoor de gebruiker zich verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.

4.1.3 Type gebruiker

Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door Niet professionele bedieners. Het is bedoeld voor "hobbygebruik", en moet door een bediener worden gebruikt.

4.2

VEILIGHEIDSSIGNALEN

Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (Afb. 2). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij要去 aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen:

STIGA eRide S300 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 1

LET OP

Lees de aanwijzingen door voordat de machine worden gebruikt.

STIGA eRide S300 - LET OP - 1

LET OP

Verwijder de sleutel, en lees de aanwijzingen door voordat eender welke handelingen van het onderhoud of de herstelling wordenuitgevoerd.

STIGA eRide S300 - LET OP - 1

GEVAAR VOOR WEGSCHIE-TENDE VOORWERPEN

Niet werknen zonder dechterste aflaatbeveiliging of de opvangzak erop bevestigde te hebben. (enkel voor modellen met opvang achteraan)

STIGA eRide S300 - GEVAAR VOOR WEGSCHIE-TENDE VOORWERPEN - 1

GEVAAR VOOR WEGSCHIETENDE VOORWERPEN

Niet werken zonder dat de zichdelingse aflaatdeflector is gemonteerd. (enkel voor modellen met zichdelingse aflaat)

STIGA eRide S300 - GEVAAR VOOR WEGSCHIETENDE VOORWERPEN - 1

GEVAAR VOOR WEGSCHIETENDE VOORWERPEN

Houd alle personen buiten het werkgebiedijdens het gebruik.

STIGA eRide S300 - GEVAAR VOOR WEGSCHIETENDE VOORWERPEN - 1

GEVAAR VOOR OMKANTELENVAN DE MACHINE

Gebruik deze machine nicht op hellingen vaneer dan 10^

STIGA eRide S300 - GEVAAR VOOR OMKANTELENVAN DE MACHINE - 1

GEVAAR VOOR VERPLETTERING

Controleer dat kinderen op voldoende afstand van de machine bijven wonneer ze in werkig is.

STIGA eRide S300 - GEVAAR VOOR VERPLETTERING - 1

GEVAAR VOOR SNIJWONDEN

Bewegende maai-inrichtingen.
Plaats de handen of de voeten nooit in de zitting van de maai-iRCTingen.

STIGA eRide S300 - GEVAAR VOOR SNIJWONDEN - 1

VEILIGHEIDSINSTRUCTIE

De beschadigde of onleesbaar geworden labels要去en verrangen worden. Vraag neue labels aan uw eigengeautoriseerd Dienstcentrum.

4.3 IDENTIFICATIE-ETIKET

Het identificerende etiket bevat de volgende gegevens (afb. 1):

  1. Geluidsvermogenniveau.
  2. CE-conformiteitsteken.
  3. Bouwjaar.
  4. Machinetype.
  5. Serienummer.
  6. Naam en adres van de fabrikant.
  7. Artikelcode.
  8. Maximale snelheid voor de werking van de motor.
  9. Gewicht in kg.
  10. Elektrische beschermingsgraad.
  11. Nominale spanning.
  12. Capaciteit accu.

Schrijf de identificatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag.

STIGA eRide S300 - IDENTIFICATIE-ETIKET - 1

VEILIGHEIDSINSTRUCTIE

Gebruik de identificatiegegevens die aangegeven zijn op het identificatielabel van het product bij ieder contact met de geauthoriseerde werkplaats.

OPMERKING

Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming bevindt zich op de LASTE pagina's van de handleiding.

4.4 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN

De machine bestaat uit de volgende hoofdonderdelen, met de volgende functies (Afb. 1):

A. Snijgroep: dit is het geheel bestaandeuit de carter, waarin zich de draaiendemaai-inrichtingen bevinden, ende maai-inrichtingen zelf.
B. Maai-inrichtingen: dit zich de elementen die ervoor dieren om het gras te maaien; de windvleugels die aan de uiteinden zitten bevorderen de afvoer van het gemaaid gras maar het UITwerpkanaal.
C. Zijdelingse aflaatdeflector: dit is een veiligheidsbescherming die voorkomt dat voorwerpen die door de maai-inrichtingen worden opgevangen, ver van de machine worden weggeslingerd (enkel voor modellen met zijdelingse aflaat).
D. Uitwerpkanaal: dit is het verbindingselement tussen de snijgroep en de opvangzak (enkel voor modellen met opvang achteraan).
E. Opvangzak: naast de functie van het opvangen van het gemaaide gras, betreft het een veiligheidselement dat er voor zorgt dat eventuele voorwerpen opgevangen

door de maai-inrichtingen Niet ver van de machine worden weggeslingerd (enkel voor modellen met opvang achteraan).

F. Achterste aflaatbeveiliging (beschikbaar op aanvraag): wonneer deze op de plaat van de opvangzak gemonteerd is, verhindert ze dat eventuele voorwerpen die door desnij-inrichting opgevangen werden, ver weg van de machine geschoten worden (enkel voor modellen met opvang achteraan).
G. Bestuurdersstoel: dit is de werkplaats van de bestuurder, uitgerust met een sensor die de aanwezigheid van de bestuurder waarneemt met het oog op de werkking van de beveiligingssystemen.
H. Motor messen: geeft de beweging aan de maai-inrichtingen.
I. Transmissiemotor: geeft de beweging aan de wielen.
J. Accu: levert energia aan de motoren en aan alle elektrische componenten van de machine.
K. Buffer vooraan: biedt bescherming aan de voorkant van de machine.
L. Stuur: hiermee können de voorwielen bestuurd worden.
M. Knoppenbord: interface die de hoofdbedieningen van de machine groepeert.

5. MONTAGE

STIGA eRide S300 - MONTAGE - 1

WAARSCHUWING

De veiligheidsnormen die in acht genomen要去en worden, worden beschreiben in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Gebruik de machine Niet vooraler de aanwijzingen van de sectie 'MONTAGE' teneinde gebracht te hebben.

Om vervoers- en opsgredenen worden sommige onderdelen van de machine nicht direct in de fabriek gemonteerd. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd te worden.

De machine要去envlakke en solide ondergrunduitgepakt en gemonteerd worden, met voldoendebewegingsruimte voor de machine en de verpakking, en steeds met gebruik van geschikte werktuigen.

5.1 ONDERDELEN VOOR DE MONTAGE

De verpakking bevat de onderdelen voor de montage die in de volgende tabel vermeld zijn:

Beschrijving
1 Stuur
2 Deksel van het instrumentenpaneel en van de onderdelen voor montage van het stuur
3 Bestuurdersstoel
4 Acculader
5 Buffer vooraan
6 Antiscalp wielen
7 Zakmet de relatieve schroeven voor de montage en de relatieve instructies (enkel voor modellen met opvang achteraan)
8 Onderste deel van dechterplaat, de hou ders van de zak en de relatieve accessoires voor de vervollediging en de montage (enkel voor modellen met opvang achteraan)
9 Zijdelingse aflaatdeflector (enkel voor modelen met zichdelingse aflaat)
10 Zijdelingse versterkingen van de maagiroep (enkel voor modellen met zichdelingse aflaat, indien voorzien).
11 Enveloppe met: - de verschillende gebruikershandleidingen en de documenten, - schroeven voor montage van de stool - kit voor montage van de zichdelingse aflaatdeflector (enkel voor modellen met zichdelingse aflaat) - 2 contactsleutels
12 Kit telefoonhouser (indien voorzien)

5.1.1 Uitpakken

  1. Open de verpakking voorzichtig, let erop geen onderdelen te verliezen.
  2. Raadpleeg de documentatie in de doos, inclusief deze gebruiksaanwijzingen.
  3. Haal alle onderdelen die nicht gemonteerd zijn uit de doos.
  4. Haal de machine uit de verpakking, met de volgende voorzorgsmaatregelen:
  5. breng de maiagroep op de maximale hoogte (par. 6.4) om deze Niet te beschadigen wonneer de machine van het basispallet gehaal dwt;
  6. plaats de hendel voor de ontgrendeling van deijkenste transmissie in de ontgrendelde positie (par. 6.3);
  7. Haal de machine van het basispallet.

5.2 MONTAGE VAN HET STUURWIEL

  1. Plaats de machine op een vlakke ondergrond en zorg er voor dat de voorwieten uitgelijnd zijn.
  2. Monteer de naaf (Afb. 3.A) op de as (Afb. 3.B) en zorg ervoor dat de pen (Afb. 3.C) correct in de naafzitting is geplaatst.
  3. Breng de bedekking van het dashboard (afb. 3.D) aan door de vrij haken in de respectievelijke zittingen te klemmen.
  4. Monteer het stuur (Afb. 3.E) op de naaf (Afb. 3.A) zodenig dat de spakenaar de stoel zich gericht.
    5a. Enkel voor stuur type "I" - Plaat de afstandsbus (afb. 3.F) en bevestig het stuur met de bijgeleverde schroeven (afb. 3.G), in de aangeduide sequentie.
    5b. Enkel voor stuur type "II" - Bevestig het stuur met de bijgeleverde schroeven (afb. 3.F, 3.G), in de aangeduide sequentie.
    6a. Enkel voor stuur type "I" - Breng de stuurbedekking (afb. 3.H) aan en klem ze in de respectievelijke zitting.
    6b. Enkel voor stuur type "II" - Breng de telefoonhouser (afb. 3.H) aan en klem hem in de respectievelijke zitting.

5.3 MONTAGE VAN DE STOEL

Monteer de stoel (afb. 4.A) op de planta (afb. 4.B) met behulp van de schroeven (afb. 4.C).

5.4 MONTAGE VAN DE VOORBUMPER

1a. Enkel voor bumpers type "I" - Monteer de Voorbumper (afb. 5.A) op het onderste deel van het chassis (afb. 5.B) met behulp van de vier schroeven (afb. 5.C).

1b. Enkel voor bumpers type "II"

  1. Monteer de twee holders (afb. 5.A) en (afb. 5.B) op het onderste deel van het chassis (afb. 5.C) door de montagezin te respecteren die is aangeduid op de afbeelding: R = rechts; L = links.
  2. draai de schroeven helemaal vast (afb. 5.D).
  3. Bevestig de Voorbumper (afb. 5.E) op de houders (afb. 5.A) en (afb. 5.B) met behulp van de schroeven (afb. 5.F) en de moeren (afb. 5.G).

5.5 MONTAGE VAN DE ZIJDELINGSE AFLAATDEFLECTOR (ENKEL VOOR MODELLEN MET ZIJDELINGSE AFLAAT)

  1. Monteer de veer (afb. 6.B) aan de binnenkant van de zijdelingse aflaatdeflector (afb. 6.A), door het uiteinde (afb. 6.B.1) in de opening te voeren en te draaien zodate wovel de veer (afb. 6.B) als het uiteinde (afb. 6.B.2) goed in hun respectieve zitteringen rusten.

  2. Positioneer de zichdelingse aflaatdeflector (afb. 6.A) ter hoogte van de houders (afb. 6.C) van de snijgroep, en gebruik een schroevendraaier om het tweede uiteinde (afb. 6.B.2) van de veer (afb. 6.B) te draaien zodate这家伙 aan de buitenzijde van de zichdelingse aflaatdeflector worden gesteld.

  3. Steek de pin (afb. 6.D) in de gaten van de hounders (afb. 6.C) en van de zijdelingse aflaatdeflector, doorheen de windingen van de veer (afb. 6.B) tot het open uiteinde ervan helemaaluit de meest interne houder komt.
  4. Steek de stift (afb. 6.E) in de opening (afb.6.D.1) van de pin (afb. 6.D) en verdraai de pin zodat de twee uiteinden (afb. 6.E.1) van de stift (met behulp van een tang), geplood worden, zodat de stift Niet los kan komen en zo de pin kan doeen vrijkomen (afb. 6.D).

STIGA eRide S300 - MONTAGE VAN DE ZIJDELINGSE AFLAATDEFLECTOR (ENKEL VOOR MODELLEN MET ZIJDELINGSE AFLAAT) - 1

WAARSCHUWING

Waak erover dat de veer op correcte wijze werk et en de zijdelingse aflaatdeflector stabel op+zijnplaats houdt in de lage stand, en zorg ervoor dat de pin goed geplaatst is en Niet per ongeluk maar buiten kan steken. controllerer dat de bescherming van de zijdelingse aflaat (afb.7.A) laag is gesteld en worden geblokkeerd door de veiligheidshendel (afb.7.B).

STIGA eRide S300 - WAARSCHUWING - 1

LET OP

Voordat de demontage of het onderhoud van de deflector worden uitgevoerd, moet de veiligheidshendel (afb. 8.B) geduwd worden en moet de bescherming van de zijdelingse aflaat (afb. 8.A) hoog gesteld worden om de demontage ervan toe te staan.

OPMERKING

Voor de demontage van de deflector moeten de handelingen van de montage in de omgekeerde volgorde uitgevoerd worden.

5.6 MONTAGE VAN DE ZIJDELINGSE VERSTERKINGEN VAN DE MAIGROEP (ENKEL VOOR MODELLEN MET ZIJDELINGSE AFLAAT, INDIEN VOORZIEN)

Vervolledig de montage van de maagroep door de zijdelingse versterkingen op het profiel van de maagroep te monteren met behulp van de respectievelijke schroeven (afb. 9)

5.7 MONTAGE EN VERVOLLEDIGING VAN DE ACHTERPLAAT (ENKEL VOOR MODELLEN MET OPVANG ACHTERAAN)

  1. Monteer de twee onderste beugels (afb. 10.A) en (afb. 10.B), respecteer de montagezin die is aangeduid op de afbeeling, en bevestig ze met de schroeven (afb. 10.C) en de moeren (afb. 10.D) die helemaal要去en vastgedraaid worden.
  2. Verwijder de twee schroeven (afb. 10.H) die later zullen gezebruikt worden.
  3. Monteer het onderste deel (afb. 10.E) van dechterplaat en bevestig ze op de onderste beugels met de schroeven (afb. 10.F) en de moeren (afb. 10.G), zonder helemaal vast te draaien.
  4. Vervolledig de bevestiging van het onderste deel (afb. 10.E) van dechterplaat door de twee erder verwijderde centrale schroeven (afb. 10.H) en de vier bovenste schroeven (afb. 10.I) helemaal vast te draaien.
  5. Draai de twee onderste moeren (afb. 10.G) helemaal vast.
  6. Plaats de hendel (afb. 10.J) van de signalering van 'opvangzak vol' in de zitting (afb. 10.K) en duw hem waar onder tot de klik worden gevoeld.
  7. Monteer de twee houlders van de opvangzak (afb. 10.L) e (afb. 10.M), respecteer de montagezin die is aangeduid op de afbeelding, bevestig ze met de schroeven (afb. 10.N) en de veerringen (afb. 10.O), en draai helemaal vast.

5.8 MONTAGE VAN DE OPVANGZAK (ENKEL VOOR MODELLEN MET OPVANG ACHTERAAN) (ENKEL VOOR MODELLEN TYPE "III")

  1. Gebruik de knoppen voor de opening/sluiting van de opvangzak (afb. 13.U, V) om de hendel met twee nokken (afb. 11.A)uit te lijnen met de houders (afb. 11.B) van de opvangzak.

OPMERKING

Om de uitlijing uit te voeren en dus de positie van de hendel met twee nokken (afb. 11.A) handmatig te regelen, moet op de knop voor de opening (afb. 13.U) of de sluiting (afb. 13.V) van de opvangzak gedrukt worden.

  1. Haak de opvangzak (afb. 16.A) aan de houders (afb. 16.B) en centreer hem ten opzichte van dechterplaat. De centering worden gegardeerd als de rechter houder als zijsteun worden gebruikt.

  2. Sluit de opvangzak (afb. 11.C) door de knop voor de sluiting van de opvangzak (afb. 13.V) ingedrukt te houden.

OPMERKING

Voor de verwijdering van de opvangzak (afb. 11.C), moet deze getild worden zodate een afstand van de planta van ongeveer 10÷ 15 cm worden gehonden zoals is aangeduid in afb. 11.

6. BEDIENINGSELEMENTEN

6.1 CONTACTSLOT

Deze sleutelbediening heeft de functie van hoofdschakelaar: activering en deactivering van het inschakelcircuit van de machine.

De sleutelschakelaar (Afb. 12.A) heeft 2 posities:

  1. Sleutel verwijderd. Het voedingscircuit is gedestructiveerd en de machine valt stil. Geen functie activeerbaar
  2. Sleutel helemaal geplaatst. De machine is maar voor de inschakeling.

6.2 GASPEDAAL

Het gaspedaal (Afb. 12.F) activeert de tractie van de wielen en regelt de snelheid van de machine zowel in de vooruit- als dechteruitversnelling.

STIGA eRide S300 - GASPEDAAL - 1

  1. Vooruitversnelling: als het pedaal vooruit worden ingedrukt, beweegt de machine vooruit. Door de druk op het pedaal te verhogen, neemt de snugheid van de machine geleidelijk toe.
  2. Achteruitversnelling: als het pediaal achteruit worden ingedrukt, beweegt de machine achteruit. Door de druk op het pediaal te verlagen, neemt de snugheid van de machine geleidelijk af.
  3. Bedrijfsrem: wonneer het pedaal wordt losgelaten, wordt automatisch een bedrijfsrem geactiveerd die de machine vertraagt en stopt, waardoor elke beweging wordt geblokkeerd tot het gaspedaal opnieuw wordt ingedrukt.

OPMERKING

Het gaspedaal wordt gedeactiveerd wanneer de bediener de stoel verlaat.

6.3 HENDEL KOPPELING/ ONTKOPPELING TRANSMISSIE

Met behulp van de hendel voor de koppeling/ ontkoppeling van de transmissie (Afb. 12.H) kan de machine handmatig verplaatst worden (geduwd of getrokken) zonder ze in te schakelen. Deze bediening heeft twee posities, aangeduid met de volgende symbolen:

STIGA eRide S300 - HENDEL KOPPELING/ ONTKOPPELING TRANSMISSIE - 1

  1. Transmissie ingeschakeld: verplaats de hendel (Afb. 12.H) in de horizontale positie (A). De machine kan normal averplaatst worden door de start uit te voeren.

STIGA eRide S300 - HENDEL KOPPELING/ ONTKOPPELING TRANSMISSIE - 2

  1. Transmissie uitgeschakeld: verplaats de hendel (Afb. 12.H) maar onder (B). De machine kan handmatig verplaatst worden zonder ze te starten.

WAARSCHUWING

Verplaats de machine alleen handmatig wanner ze op een vlakke ondergrond staat.

STIGA eRide S300 - WAARSCHUWING - 1

VEILIGHEIDSINSTRUCTIE

De hendel voor de koppeling/ontkoppeling mag zich nooit in de tussenpositie bevinden. Deze conditie veroorzaakt de oververhitting en de beschadiging van de transmissie.

6.4 REGELING MAAIHOOGTE

6.4.1 Instelhendel (enkel voor modellen type "I" en "II")

Met deze hendel (afb. 12.G) kan de maaigroep hoog en laag gesteld worden, op 7 verschillende maaihoogtes.

STIGA eRide S300 - Instelhendel (enkel voor modellen type "I" en "II") - 1

De zeven standen zijn aangegeven van «1» t/m «7» op het relatieveplaatje, en stemmen overeen metdezelfde aanalmaaihoogtes:tussen3en8cm.

STIGA eRide S300 - Instelhendel (enkel voor modellen type "I" en "II") - 2

Om van de ene positie waar de andere te gaan, moet de hendel zichwaarts worden bewogen en in een van de aanslaggroeven worden verplaatst.

6.4.2 Instelknoppen (enkel voor modellen type "III")

Met deze knappen kan de maiagroep hoog (afb. 13.S) en laag (afb. 13.T) gesteld worden, op 7 verschillende maaihoogtes.

STIGA eRide S300 - Instelknoppen (enkel voor modellen type "III") - 1

De zeven standen worden grafisch weergegeven op de display (afb. 13.W) en ze stemmen overeen met evenveel maaihoogtes, tussen 3 en 8 cm.

Om over te gaan van de ene maar de andere moet op de instelknoppen (afb. 13.S, afb. 13.T) gedrukt worden tot de gewenste stand is bereikt. Door een van de twee instelknoppen ingedrukt te houden, is het als alternatif碍elijk om de hoogte van de maagroep traploos�de gewenste positie te veranderen.

OPMERKING

Als de sleutel helemaal is geplaatst (afb. 12.A), is het door op de knop van deijkenuitversnelling (afb. 13.C) samen met de knappen voor de stijging (afb. 13.S) of daling (afb. 13.T)可想而知 om de maiagroep ook hoog of laag te stellen wanner de bestuurder Niet op de stoel zit.

6.5 NOODSTOPKNOP

Met de noodstopknop (Afb. 12.B) kan de machine in noodgevalten onmiddelijk stilgelegd worden. De knop heeft twee posities:

STIGA eRide S300 - NOODSTOPKNOP - 1

  1. Geactiveerd: het indrukken van de noodstopknop stopt de motoren van de maai- en tractie-inrichtingen.

STIGA eRide S300 - NOODSTOPKNOP - 2

  1. Gedeactiveerd: draai de noodstopknop rechtsom om hem te deactiveren en alle functies te herstellen. Om de machine te starten, herhaalt u de startup procedure met de sleutel (par. 7.4).

OPMERKING

Wanner de noodstopknop is ingedrukt, kan de machine nicht gestart worden.

STIGA eRide S300 - OPMERKING - 1

KENNISGEVING

De noodstopknop mag nooit worden gebruikt als een gebruikelijke methode om de machine te stoppen.

6.6 HULPAANSLUITING VOOR ACCESSORIES USB

Deze aansluiting (Afb. 12.l) kan USB-apparaten opladen. Zijn functie is alleen voor het opladen. De aansluiting heeft geen communicatiefunctie met het aangesloten USB-apparaat.

De aansluiting is onder spanning gesteld wanneer de sleutel (12.A) helemaal is geplaatst.

Laad het accessoire dat op de USB-aansluiting is aangesloten Niet op in regenachtige, vochtige omstandigheden of bij hove temperaturen met directe bloatstelling aan zonlicht. Gebruik in de bovengenoemde voorwaarden leidt tot het verwallen van de garantie en wijst de fabrikant af van elke aansspraelijkheid in geval van problemen.

Open de dop van de USB-aansluiting nicht in regenachtige of stoffige gebieden.

De fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af in geval van schade aan het op de USB-aansluiting aangesloten accessoire of verlies van gegevensijdens het gebruik.

  • Het uitzenden van een dubbel geluidssignaal duidt op het ontbreken van de opvangzak. Controller de aanwezigheid of de correcte montage van de opvangzak (enkel voor modellen met opvang achteraan).
  • Het uitzenden van een continu geluidssignaal geeft aan dat de opvangzak vol is. Maak hem leeg (zie par. 7.5.4) (enkel voor modellen met opvang achteraan).
  • Het uitzenden van een enkel geluidssignaal duidt op het ontbreken van toestemming om te maaien in dechteruitversnelling. Zie de icoon Afb. 13.C.
  • Het uitzenden van een intermitterend geluidssignaal duidt aan dat de sleutel is geplaatst maar de machine Niet werk gestart binnen enkele Minutes na de plaatsing.

6.8 HENDEL KANTELING OPVANGZAK (INDIEN VOORZIEN, ENKEL VOOR MODELLEN MET OPVANG ACHTERAAN)

Deze hendel, die uit+zijn zitting kan verwijderd worden, dient voor de Kanteling van de opvangzak zodate ze kan leeg gemaatk worden en de bediener minder krachtinspanning moet leveren (afb. 12.E).

6.9 KNOPPENBORD

Afhankelijk van het model kan uw machine worden uitergerust met een van de knoppenbordversies (afb. 12.C, afb. 12.D en afb. 12.L) die hieronder worden beschreiben:

6.9.1 Knoppenbord (type "I") Afb. 13

STIGA eRide S300 - Knoppenbord (type "I") Afb. 13 - 1

Startknop van de machine

Met de sleutel volledig ingestoken, schakelt deze knop (afb. 13.A) de machine in en worden alle functies ingeschakeld.

OPMERKING

Als aan alle veiligheidsvoorwaarden is voldaan,licht het pictogram "READY" op (Afb. 13.K) en is de machine klaar voor gebruik (zie par.7.4).

STIGA eRide S300 - OPMERKING - 1

Knop voor het inschakelen en stoppen van de maai-inrichtingen

Wanneer de knop Afb. 13.B wordt ingedrukt, worden de maai-inrichtingen gekoppeld/ontkoppeld.

  • Wanneer de maai-inrichtingen zich ingeschakeld, worden ze na enkele seconden operationeel.
  • Wonneer de maai-inrichtingen worden ontkoppeld, worden tegelijkkertijd een rem geactiveerd die de rotatie ervan binnen enkele seconden stocht.

OPMERKING

Het inschakelen van de messen\ zonder het in acht nemen van de\ voorgeschreiben veiligheidsmaatregelen\ veroorzaakt de stillegging van de\ machine die nicht meer kan worden\ ingeschakeld (zie par. 7.2.2).

STIGA eRide S300 - OPMERKING - 1

Knop voor vrijgave maaien in dechteruitversnelling

Wanner de knop

Afb. 13.C ingedrukt worden gehonden, wordt de vrijgave voor het maaien in dechteruitversnelling gegeven. Om,achteruit te maaien, koppelt u de maai-inrichtingen en houdt u tegelijkkertijd de knop ingedrukt.

OPMERKING

Als er geen vrijgave worden gegeven om awhile te maaien, worden dit gesignaleerd door een geluidssignaal.

STIGA eRide S300 - OPMERKING - 1

Knop inschakeling lichten

Druk op de knop afb. 13.D om de lichten in/uit te schakelen. Wanner de lichten aan zich, worden de icoon Afb. 13.L verlicht.

STIGA eRide S300 - Knop inschakeling lichten - 1

Icoon Opgelet

De icoon Afb.13.E, indien verlicht, wordt aangeduid dat de veiligheidscondities Niet aanwezig zich en dat er een möglichke storing van de machine is (zie hfdst. 15).

STIGA eRide S300 - Icoon Opgelet - 1

Led accu

De leds Afb. 13.F duiden normal gezien de acculading van de machine aan, maar bepaalde combinaties van hun verlichtingsstatus given informatie over machinestoringen (zie hfdst. 15).

STIGA eRide S300 - Led accu - 1

Icoon "Ready"

De icoon Afb. 13.K Licht op wanner de machine is ingeschakeld en klaar is voor gebruik.

STIGA eRide S300 - Icoon "Ready" - 1

Iconoon "Bluetooth"

De icoon Afb. 13.M Licht op wanner de machine en de inrichting voor de gegevensuitwisseling in verbinding+zijn.

STIGA eRide S300 - Iconoon "Bluetooth" - 1

Icoon overtemperatuur controllers en/of motor

De icoon Afb. 13.N duidt de oververhitting aan van de elektrische componenten. Zie hfdst. 15.

STIGA eRide S300 - Icoon overtemperatuur controllers en/of motor - 1

Icoon hendel koppeling/ ontkoppeling transmissie

De icoon Afb. 13.O Licht op wanner de transmissie Niet is gekoppeld (zie par. 6.3 en hfdst. 15).

STIGA eRide S300 - Icoon hendel koppeling/ ontkoppeling transmissie - 1

Icoon aanwezigheid bediener aan board

De icoon Afb. 13.Plicht op wanner de bediener nicht op de stoel zit (zie par.7.2.2).

STIGA eRide S300 - Icoon aanwezigheid bediener aan board - 1

Icoonoodstopknop

De icoon Afb. 13.Qlicht op wanner de noodstopknop is geactiveerd (zie par.6.5).

6.9.2 Knoppenbord (type "II") Afb. 13

STIGA eRide S300 - Knoppenbord (type "II") Afb. 13 - 1

Startknop van de machine

Met de sleutel volledig ingestoken, schakelt deze knop (afb. 13.A) de machine in en worden alle functies ingeschakeld.

OPMERKING

Als aan alle veiligheidsvoorwaarden is voldaan,licht het pictogram "READY" op (Afb. 13.K) en is de machine klaar voor gebruik (zie hfdst. 7.4).

STIGA eRide S300 - OPMERKING - 1

Knop voor het inschakelen en stoppen van de maai-inrichtingen

Wanneer de knop Afb. 13.B wordt ingedrukt, worden de maai-inrichtingen gekoppeld/ontkoppeld.

  • Wanner de maai-inrichtingen zich ingeschakeld, worden ze na enkele seconden operationeel.
  • Wanner de maai-inrichtingen worden ontkoppeld, worden tegelijkkertijd een rem geactiveerd die de rotatie ervan binnen enkele seconden stocht.

OPMERKING

Het inschakelen van de messen zonder het in acht nemen van de voorgeschreiben veiligheidsmaatregelenveroorzaakt de stillegging van demachine die nicht更是 kan worden ingeschakeld (zie par.7.2.2).

STIGA eRide S300 - OPMERKING - 1

Knop voor vrijgave maaien in dechteruitversnelling

Wanner de knop

Afb. 13.C ingedrukt worden gehonden, wordt de vrijgave voor het maaien in dechteruitversnelling gegeven. Om achechteruit te maaien, koppelt u de maai-inrichtingen en houdt u tegelijkertijd de knop ingedrukt.

OPMERKING

Als er geen vrijgave worden gegeven om awhile te maaien, worden dit gesignaleerd door een geluidssignaal.

STIGA eRide S300 - OPMERKING - 1

Knop inschakeling lichten

Druk op de knop afb. 13.D om de lichten in/uit te schakelen. Wanner de lichten aan zich, worden de icoon Afb. 13.L verlicht.

Knop "CRUISE CONTROL"

Wanner de knop Afb. 13.G wordt ingedrukt, wordt de functie "CRUISE CONTROL" geactiveerd/gedeactiveerd. De Cruise Control is een bediening waarmee u de gewenste snelheid in de vooruitversnelling kunt handhaven zonder dat u het tractiepedaal ingedrukt hoeft te houden.

  • Wanner op de knop "CRUISE CONTROL" (Afb. 13.G) worden gedrukt verwijl vooruit worden gereden, handhaaf de machine de snugheid die op dat moment is bereikt zichder dat het tractiepedaal要去 geactiveerd worden (Afb. 12.F). Wanner de functie actief is,licht de icoon Afb. 13.I op het toetsenbord op.

OPMERKING

In de weiteruitversnelling is het nicht möglichk om de functie "CRUISE CONTROL" te activeren.

OPMERKING

Tijdens hellingen of afdalingen kan de slelheid varieren ten opzichte van diegene die is ingesteld op een vlak terrein.

Om de inrichting uit te schakelen en de bediening van de voortbewegingssnelheid te resetten met het gaspedaal (afb. 12.F), moet als volgt gehandeld worden:

druk op de knop Afb. 13.G. of
- druk het tractiepedaal in (Afb. 12.F).

STIGA eRide S300 - OPMERKING - 1

Selectieknop spelheid maai-inrichting

Met deze knop (Afb. 13.H) können 3 verschillende maaisnelheden geselecteerd worden.

  1. ECO: De rotatiesnelheid van de maai-inrichting worden verlaagd om de bedrijfsduur van de accu te verlengen. Wanner deze functie is geactiveerd,licht de icoon "blad" op (Afb. 13.J).

A LET OP

Men raadt het gebruik van deze functie af bij moeilijke maaicondities (maaien met zich, hoog, vochtig grayscale).

  1. NORMAL: standard rotatiesnelheid van de maai-inrichting voor gebruik in normale grasmaaiomstandigheden
  2. BOOST: De rotatiesnelheid van de maai-inrichting worden verhoogd voor het maaien van gras in moeilijke omstandigheden (dicht, hoog, vochtig gras). Wanner deze functie is geactiveerd,licht de icoon "draaiend mes" op (Afb.13.R).De autonomie van de accu neemt af.

STIGA eRide S300 - A LET OP - 1

Icoon Opgelet

De icoon Afb.13.E, indien verlicht, wordt aangeduid dat de veiligheidscondities Niet aanwezig zich en dat er een möglichke storing van de machine is (zie hfdst. 15).

Led accu

De leds Afb. 13.F duiden normal gezie n de acculading van de machine aan, maar bepaalde combinaties van hun verlichtingsstatus given informatie over machinestoringen (zie hfdst. 15).

STIGA eRide S300 - Led accu - 1

Icoon "Ready"

De icoon Afb. 13.K Licht op wanner de machine is ingeschakeld en klaar is voor gebruik.

STIGA eRide S300 - Icoon "Ready" - 1

Icoon "Bluetooth"

De icoon Afb. 13.M Licht op wanneer de machine en de inrichting voor de gegevensuitwisseling in verbinding+zijn.

STIGA eRide S300 - Icoon "Bluetooth" - 1

Icoon overtemperatuur controllers en/of motor

De icoon Afb. 13.N duidt de oververhitting aan van de elektrische componenten. Zie hfdst. 15.

STIGA eRide S300 - Icoon overtemperatuur controllers en/of motor - 1

Icoon hendel koppeling/ ontkoppeling transmissie

De icoon Afb. 13.O Licht op wanner de transmissie Niet is gekoppeld (zie par. 6.3 en hfdst. 15).

STIGA eRide S300 - Icoon hendel koppeling/ ontkoppeling transmissie - 1

Icoon aanwezigheid bediener aan board

De jcoon Afb. 13.P licht op

De icoon Afb. 13.Qlicht op wanner de noodstopknop is geactiveerd (zie par.6.5).

STIGA eRide S300 - Icoon aanwezigheid bediener aan board - 1

Icoon ECO

De icoon Afb. 13.J Licht op wanner de maaisinelheid ECO is geselecteerd.

STIGA eRide S300 - Icoon ECO - 1

IconoB BOOST

De icoon Afb. 13.R Licht op wanner de maaisnelheid BOOST is geselecterd.

6.9.3 Knoppenbord (type "III") Afb. 13

STIGA eRide S300 - Knoppenbord (type "III") Afb. 13 - 1

Startknop van de machine

Met de sleutel volledig ingestoken, schakelt deze knop (afb. 13.A) de machine in en worden alle functies ingeschakeld.

OPMERKING

Als alle veiligheidsvoorwaarden zijn gerespecteerd,licht het witte deel van de cirkelvormige element van de display (afb. 13III.F, 13III.Y, 13III.Z) op en worden de status van de accu (13.F en 13.Y), de maaihoogte (13.W) en de actieve functies weergegeven. De machine is maar voor gebruik (zie hfdst. 7.4).

STIGA eRide S300 - OPMERKING - 1

Knop voor het inschakelen en stoppen van de maai-inrichtingen

Wanner de knop Afb. 13.B wordt ingedrukt, worden de maai-inrichtingen gekoppeld/ontkoppeld.

  • Wonneer de maai-inrichtingen zich ingeschakeld, worden ze na enkele seconden operationeel.
  • Wanner de maai-inrichtingen worden ontkoppeld, worden tegelijkkertijd een rem geactiveerd die de rotatie ervan binnen enkele seconden stocht.

OPMERKING

Het inschakelen van de messen\ zonder het in acht nemen van de\ voorgeschreven veiligheidsmaatregelen\ veroorzaakt de stilleging van de\ machine die nicht meer kan worden\ ingeschakeld (zie par. 7.2.2).

STIGA eRide S300 - OPMERKING - 1

Knop voor vrijgave maaien in dechteruitversnelling

Wanneer de knop
Afb. 13.C ingedrukt worden gehonden,
wordt de vrijgave voor het maaien in
dechteruitversnelling gegeven.
Om weiteruit te maaien, koppelt
u de maai-inrichtingen en houdt u
tegelijkertijd de knop ingedrukt.

OPMERKING

Als er geen vrijgave wordt gegeven om awhile te maaien, worden dit gesignaleerd door een geluidssignaal.

STIGA eRide S300 - OPMERKING - 1

Knop inschakeling lichten

Druk op de knop afb. 13.D om de lichten in/uit te schakelen.

Wanner de lichten aan+zijn,wordt de icoon Afb.13.L verlicht.

Knop "CRUISE CONTROL"

Wanner de knop Afb. 13.G worden ingedrukt, wordt de functie "CRUISE CONTROL" geactiveerd/gedeactiveerd. De Cruise Control is een bediening waarmee u de gewenste snelheid in de vooruitversnelling kunt handhaven zichonder dat u het tractiepedaal ingedrukt hoeft te houden.

  • Wanner op de knop "CRUISE CONTROL" (Afb. 13.G) worden gedrukt verwijl vooruit worden gereden, handhaaf de machine de snugheid die op dat moment is bereikt zichder dat het tractiepedaal要去 geactiveerd worden (Afb. 12.F). Wanner de functie actief is,licht de icoon Afb. 13.l op het toetsenbord op.

OPMERKING

In de weiteruitversnelling is het nicht möglichk om de functie "CRUISE CONTROL" te activeren.

OPMERKING

Tijdens hellingen of afdalingen kan de slelheid varieren ten opzichte van diegene die is ingesteld op een vlak terrein.

Om de inrichting uit te schakelen en de bediening van de voortbewegingssnelheid te resetten met het gaspedaal (afb. 12.F), moet als volgt gehandeld worden:

druk op de knop Afb. 13.G. of
- druk het tractiepedaal in (Afb. 12.F).

STIGA eRide S300 - OPMERKING - 1

Selectieknop spelheid maai-inrichting

Met deze knop (Afb. 13.H) können 3 verschillende maaisnelheden geselecteerd worden.

  1. ECO: De rotatiesnelheid van de maai-inrichting worden verlaagd om de bedrijfsduur van de accu te verlengen. Wanner deze functie is geactiveerd,licht de icoon "blad" op (Afb. 13.J).

A LET OP

Men raadt het gebruik van deze functie af bij moeilijke maaicondities (maaien met zich, hoog, vochtig grayscale).

  1. NORMAL: standard rotatiesnelheid van de maai-inrichting voor gebruik in normale grasmaaiomstandigheden
  2. BOOST: De rotatiesnelheid van de maai-inrichting worden verhoogd voor het maaien van gras in moeilijke omstandigheden (dicht, hoog, vochtig gras). Wanner deze functie is geactiveerd,licht de icoon "draaiend mes" op (Afb.13.R).De autonomie van de accu neemt af.

STIGA eRide S300 - A LET OP - 1

Instelknoppen maahoogte

Met deze knoppen kan de
maaigroep hoog (afb. 13.S) en
laag (afb. 13.T) gesteld worden, op
7 verschillende maaihoogtes.
Zie de paragraaf 6.4.2.

STIGA eRide S300 - Instelknoppen maahoogte - 1

Knoppen voor de opening/ sluiting van de opvangzak

Met deze knoppen kan de opvangzak geopend (afb. 13.U) en gesloten (afb.13.V) worden. Zie de paragraaf 7.5.4.

STIGA eRide S300 - Knoppen voor de opening/ sluiting van de opvangzak - 1

Icoon Opgelet

De icoon Afb.13.E, indien verlicht, wordt aangeduid dat de veiligheidscondities Niet aanwezig zich en dat er een möglichke storing van de machine is (zie hfdst. 15).

STIGA eRide S300 - Icoon Opgelet - 1

Led accu

De leds Afb. 13.F duiden normal gezie n de acculading van de machine aan, maar bepaalde combinaties van hun verlichtingsstatus given informatie over machinestoringen (zie hfdst. 15).

*Ioon "Bluetooth" De icoon Afb. 13.Mlicht op wanner de machine en de inrichting voor de gevevensuitwisseling in verbinding+zijn.188%Digits accumulating De digits afb. 13.Yduiden het percentage van de acculading aan.
#Ioon overtemperatuur controllers en/of motor De icoon Afb. 13.Nduit de oververhitting aan van de elektrische componenten. Zie hfdst. 15.OPMERKING Als de machine een storing zou hebben, leveren de digits een numerieke code die de storing identificiert.
#Ioon hendel koppelng/ ontkoppelng transmissie De icoon Afb. 13.Olicht op wanner de transmissie Niet is gekoppeld (zie par. 6.3 en hfdst. 15).ALET OP Geef indien nodig deze identificatiecode door aan het geauthoriseerd servicecentrum.
#Ioon aanwezigheid bediener aan board De icoon Afb. 13.Plicht op wanner de bediener Niet op de stool zit (zie par. 7.2.2).Indicator stroomverbruik De indicator afb. 13.Z.duidt het stroomverbruik van de accu door de machine aan.
#Ioon noodstopknop De icoon Afb. 13.Qlicht op wanner de noodstopknop is geactiveerd (zie par. 6.5).OPMERKING Om de bedrijfsduur van de accu te verlengen, past u de maaihoogte en de vooruitbewegingsnelheid van de machine aan zodate het stroomverbruik van de accu in het groene gebied van de indicator blijft.
#Ioon ECO De icoon Afb. 13.Jlicht op wanner de maaisinelheid ECO is geselecteerd.
#Ioon BOOST De icoon Afb. 13.Rlicht op wanner de maaisinelheid BOOST is geselecteerd.
#Ioon opvangzak De icoon afb. 13.Xduit aan dat de opvangzak hoog is gesteld en dat hij要去 gesloten worden voordat de werkzaamheden worden hervat.6.10 FUNC TIE BL U E O T H (INDIEN VOORZ IEN) De Bluetooth-functie maakt een directe draadloze verbinding möglichtussen de machine en een apparaat over een korte afstand. De specifieke app voor de geveensuitwisseling要去 op het apparaat zijn geinstalleerd: 1. download de App via de QR Code van Afb. 43. volg de aanwijzingen.
#Ioon maaihoogte De icoon afb. 13.Wis grafisch onderverdeeld in zeven delen. Elk deel duidt een verschillende maaihoogte aan.

STIGA eRide S300 - Led accu - 1

De Bluetooth-verbinding worden automatisch geactiveerd wonneer de machine worden gestart en de succesvolle verbinding met het apparaat worden bevestigd door het oplichten van de icoon Afb.13.M.

Controleer dat de verbinding met het apparaat/de App actief is.

7. GEBRUK VAN DE MACHINE

STIGA eRide S300 - GEBRUK VAN DE MACHINE - 1

WAARSCHUWING

De veiligheidsnormen die in acht genomen moeten worden, worden beschreiben in hfdst.
2. Neem deze aanwijzingen strikt in acheit om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.

7.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Alvorens te beginnen met werken dieren er enkele controles en handelingen uitgevoerd te worden om er zeker van te+zijn dat het werk op de meest nuttige en veilige manier zal verlopen.

7.1.1 Controle van de accu

Laad de accu volledig op voordat u de machine voor de eerste keer na aankoop gezruikt (par.8.2.2).

Controleer voor elk gebruik de lading van de accu (Afb. 13.F).

7.1.2 Verstelling van de stoel

Om de positie van de stoel te veranderen, draait u de vier bevestigingsschroeven los (Afb. 14.A) en schuift u deze langs de sleuven op de steun. Zodra u de positie hebt gezonden, draait u de vier schroeven volledig vast (Afb. 14.A).

7.1.3 Druk van de banden

Een juiste bandenspanning isoodzakelijk om de maagroep geheel evenredig boven het grasoppervlakte te krijgen, zodat u een moot maaibeeld krijgt.

  1. Draai de beschermende dopjes los.
  2. Sluit de kleppen aan op een persluchttoevoer die is voorzien van een manometer (Afb. 15).
  3. Regel de druk op de waarden aangegeven in de tabel "Technische Gegevens".

7.1.4 Voorbereiding van de machine voor het werk

OPMERKING

Met deze machine kan men het gras op verschillende wijzen maaien; vooraleer het werk aan te vangen, raadt men aan de machine af te stellen al naargelang de wijze waarop men het gras wil maaien.

a. Voorbereiding voor het maaien en de zijdelingse aflaat van het gras op de grond (enkel voor modellen met zijdelingse opvang):

Controleer aktijd dat de interne veer van de deflector (afb. 6.B) en de veiligheidshendel (afb. 7.B, 8.B) correct werken, door ze stabiel in de lage stand te houden.

b. Voorbereiding voor het maaien en het opvangen van het gras in de opvangzak (enkel voor modellen met opvang achteraan type "I" en "II")

Haak de opvangzak (afb. 16.A) aan de houders (afb. 16.B) en centreer hem ten opzichte van dechterplaat. De centering worden gegardeerd als de rechter houder als zijsteun worden gebruikt.

Zorg dat de onderste pijp van de opvangzakmonding zich vast haakt aan de waarvoor bestemde veerhaak (afb. 16.C).

c. Voorbereiding voor het maaien en het opvangen van het gras in de opvangzak (enkel voor modellen met opvang achteraan type "III") Zie par. 5.8.

d. Voorbereiding voor het maaien en het opvangen van het gras in de opvangzak (enkel voor modellen met opvang achteraan)

Als u zicher opvangzak wilt werken is er op verzoek een set aflaatbeveiliging achteraan beschikbaar (afb. 17; par. 16.5) die, Zoals aangegeven in de bijbehorende instructies, op dechterplaat bevestigd dient te worden.

e. Voorbereiding voor het maaien en versnipperen van het gras

Indien men het gras wil maaien, zeer fijn hakken en op het gazon lately liggen, is er, op aanvraag, een kit voor "mulching" (hfdst. 16.1) beschikbaar die bevestigd要去 worden zoals aangegeven is in de relativieve instructies.

7.1.5 Herpositionering van de antiscalp wielen

De functie van de antiscalp wielen is het risico op scheuren in het gazon te vermijden, die veroorzaakt zouden+kennen worden doordat de rand van de snijgroep op onregelmatige grond sleept.
Plaats de wielen zoals aangegeven (par. 8.3).

7.2 VEILIGHEIDSCONTROLES

Voer de volgende veiligheidscontroles uit en controllerer of de resultaten overeenstemmen met wat aangegeven is in de tabellen.

STIGA eRide S300 - VEILIGHEIDSCONTROLES - 1

VEILIGHEIDSINSTRUCTIE

Voer voor het gebruik.altijd een veiligheidscontroleuit.

7.2.1 Algemene veiligheidscontrole

Object Resultaat
Accu Geen schade aanhet omhulsel en de bedekking ervan.
Aflaatbeveiliging achteraan, opvangzak (enkel voor modellen met opvang achteraan).Ongeschonden. Geen schade. Correct gemonteerd.
Zijdelingse aflaatbeveiliging (enkel voor modellen met+zijdelingse aflaat).Ongeschonden. Geen schade. Correct gemonteerd.
Elektrische kabels. Isolatie volledig intact. Geen mechanische schade.
Activeer de machine in vooruit/achteruit, en LAST het gaspedaal los.De machine vergraagt en stopt.
VeiligheidsnrichtingenDeze werken zoals beschreiben in par. 7.2.2

7.2.2 Controle van de veiligheidsinrichtingen

De veiligheidsmechanismen haben twee functies:

A. ze voorkomen de start van de elektrische motor als de veiligheidsmaatregelen Niet in acht zich genommen;

B. ze stoppen de elektrische motor als er ook maar een enkel verilgheidsconditie wegvalt.

Status Actie Resultaat
De gebruiker zit op de machine. Tractiepedaal in vrijstand (pediaal gelost). Noodstopknop gedeactiveerd.Steeke de veiligheidssleutel goed in+zijn zitting.De machine is maar voor de inschakeling.
Machine ingeschakeld of in beweging.De bediener staat op van de stoe.Alle services worden gedeactiveerd. De icoon Afb. 13.E knippert en de icoon Afb. 13.Plicht op.
De gebruiker zit op de machine. Tractiepedaal in positie van vooruit- ofchteruitbeweging.Probeer de machine in te schakelen.De iconen Afb. 13.E en Afb. 13.O blijven aan, de leds van de accu 1, 2, 4 en 5 knipperen. Knuppenbord type "I" en "II"Knuppenbord type "III"
Noodstopknop geactiveerd. Probeer de machine in te schakelen. De machine wordenNageschakeld. De icoon Afb. 7.E knippert en de icoon Afb. 7.Q Licht op. De tractie en de maai-inrichtingen werken nicht.
Maai-inrichtingen gekoppeld Deachine writtengoodtDe maai-inrichtingen worden ontkoppeld.
Maai-inrichtingen gekoppeld. De opvangzak worden getild of de weiterste aflaatbescherming worden verwijderd (enkel voor modellen met opvang中断aan).De maai-inrichtingen worden ontkoppeld.
Machine ingeschakeld en in beweging. Het tractiepedaal wordt losgelaten. De machine verstraagt en stocht.
Machine ingeschakeld en in beweging. Rite test. Geen abnormale trillingen, geenabnormal geluid, correcte werkking van het stuur, van de bedieningen en van de pedalen.

STIGA eRide S300 - Controle van de veiligheidsinrichtingen - 1

GEVAAR

Indien eender welke van deze resultaten verschlit van wat aangegeven is in de tabellen, mag de machine Niet gebruikt worden. Neem contact op met een servicecentrum voor de nodige controles en herstelling.

OPMERKING

Denk er aktijd aan dat de beveiligingssystemen het starten van de elektrische motor beletten wanneer de veiligheidsvoorschriften Niet in acht worden genomen. In dezeGeVallen, nadat de vrijgave voor de start is hersteld, verwijdert u de sleutel voordat u de machine opnieuw start.

7.3 GEBRUIK OP HELLEND TERREIN

Neem de limieten van de Tabel "Technische Gegevens" en van afb.18 in acht, onafgezien van de rijrichting.

Denk eraan dat er geen "veilige" hellingen bestaan. Werken op bij hellingen vereist bijzondere aandacht. Om omkanteelen of verlies van controle over de machine te vermijden, raadt men aan:

  • Het gazon in geen geval te maaien in de dwarsrichting ten opzichte van de helling. Maai een hellend gazon altijd van bovenaar beneden en nooit in de dwarsrichting, en in de vooruitversnelling. Pas erg goed op bij het veranderen van richting en let erop Niet op obstakels te stuiten (bijv. stenen, takken, wortels, enz.). Deze obstakels konnen het zichwaarts glijden en het omkiepen van de machine veroorzaken of de macht over het stuur doein verliezen.
  • Niet plotseling te stoppen of weg te rijden bij het op- of afrijden van een helling.
  • Schakel de aandrijving zacht en uiterst voorzichtig in om te vermiiden dat de machine zou steigeren.
  • Verminder de spelheid:

  • Vooraleer vanrichting te veranderen en in smalle bochten;

  • voordat u een helling aangaat, vooral bergafwaarts, om een veilige remweg te garanderen.
  • Gebruik dechteruitversnelling nooit om能力和 te minderen: dit kan de macht over het stuur doen verliezen, vooral op gladde terreinen.

7.4 STARTEN

Om de machine te starten:

  1. Controller dat de transmissie is ingeschakeld (par. 6.3).
  2. Op de bestuurdersstoel gaan zitten.
  3. Plaats de sleutel helemaal (Afb. 12.A).
    a. Voor modellen type "I" en "II":
  4. Wacht tot de elektrische check van de machine is uitgevoerd, waar bij de iconen op het knoppenbord oplichten.
  5. Druk op de startknop (afb.13.A).
  6. Wacht tot de icoon "Ready" (Afb. 13.K) vast oplicht.
    b. Voor modellen type "III":
  7. Wacht tot de elektrische controle van de machine is uitgevoerd, waar bij de iconen in het centrale cirkelvormige gebied van het knoppenbord oplichten (afb. 13III.F, 13III.Y, 13III.Z).
  8. Druk op de startknop (afb.13.A).
  9. Wacht tot de iconen van de status van de accu (13.F en 13.Y), de maaihoogte (13.W) en de andere actieve functies oplichten.

OPMERKING

Na afloop van de elektrische controgaan de lichten eventjes aan.

7.5 HET WERK

7.5.1 Rijden en verplaatsen

Tijdens het vervoer:

  1. schakel de maai-inrichtingenuit (afb. 13.B);
  2. plaats de maaigroep op de maximale hoogte;
  3. Druk het gaspedaal in om de machine in de gewenste rijrichting te verplaatsen en de gewenste snelheid te bereiken door de druk op het pedaal zich af te stellen.
  4. Bereik de werkzone.

GEVAAR

De inschakeling van de aandrijving moet gebeuren volgens de beschreiben modi (par. 6.2) om te vermijden dat een te bruuske koppeling het steigeren en controverlies van het voertuig kan veroorzaken, en dit vooral op hellingen.

OPMERKING

Het inschaken van de weiteruitversnelling dient uitgevoerd te worden als de machine stilstaat.

7.5.2 Het gras maaien

  1. Plaats de maai-inrichting in de werkstand (par. 6.4).
  2. Schakel de maai-inrichtingen in (afb. 13.B), enkel op het grasveld, en schakel de snij-inrichtingen Niet in op terreinen met grind of te hoog gras.
  3. Begin geleidelijk aan en zeer voorzichtig te rijden en te maaien.
  4. Pas de vooruitbewegingssnelheid en de maaihoogte aan (par 6.4) aan de toestand van het grayscale (hoogte, dichtheid en vochtigheid van het grayscale) en aan de hoeveelheid verwijderd grayscale.

STIGA eRide S300 - Het gras maaien - 1

KENNISGEVING

De vooruitbewegingssnelheid neemt af wanner de accelading onder de waarde van 40% daalt (par. 8.2.2).

OPMERKING

Het uitzicht van het grayscale zal Mooier zich als de maaibeurten alkijd opdezelfde hoogte wordenuitgevoerd, en afwisselend in beidenrichtingen (afb. 20).

OPMERKING

Om anschteruit te konnen rijden met de maaiinrichtingen ingeschakeld, moet men de toets voor toelating ingedrukt houden (afb. 13.C) om te vermijden dat de motor stilvalt.

Schakel de snij-inrichtingen uit en breng de snijgroep maar de hoogste stand.

Tijdens verplaatsingen:tussen werkzones

  • Bij het oversteken van oppervlaktes zonder gras.

Elke keer wanner men een hindernis moet overkomen.

7.5.3 Tips om altaijd een moot gazon te hebben

  • Voor een Mooi, groen en zacht gazon is het nodig dat het gras regelmatig gemaaid worden. Het gazon kan van verschillende soorten gras+zijn. Bij regelmatige maaibeurten, groeit het gras sneller, waardoor meer wortelgroei ontstaat en een moot zichd gazon bekomen worden; indien minder vaak gemaaaid worden, worden ook de groei van hoog en wild gras bevorderd (klaver, margrieten, enz.).
  • Het is better het gras te maaien als het gazon goed droog is.
  • De maai-inrichtingen dieren geen gebreken te vertonen en goed scherp te zich, zodat het gras op de juiste manier worden gemaaid

zonder uitergerukt te worden. Dit kan namelijk tot vergeling van de punten leiden.

  • De maaifrequency wordt bepaald aan de hand van de groei van het gras, waar bij vermeden moet worden dat het gras te hoog worden.
  • In de warmste en droogsteijden van het Jaar is het better om het gras iets hoger te lately worden zDat het gazon Niet uittroogt.
  • De optimale hoogte van het gras van een goed verzorgd gazon bedraagt onceveer 4 - 5cm en met een enkele maaibeurt worden het best Niet meer dan een derde van de volledig lenghte gemaaid. Als het gras erg hoog is, raden wij aan om het gazon, met tussenpoos van een dag, in twee keer te maaien, de eerste keer met de maaiinrichtingen in de hoogste stand en eventueel met verminderd zag, en de tweede keer met de maai-inrichtingen in de gewenste stand.
  • Het uitzicht van het gras zal better+zijn als afwisseled in beiden richtingen wordt gemaaid (Afb. 20).
  • Als het uitwerpkanaal telkens met grayscale verstopt, is het better om de snelheid te vertragen zodat het maaien Niet te snel gebeurt ten opzichte van de toestand van het gazon; maar het probleem aanhouden dan kan het ook�at de maai-inrichtingen Niet goed geslepen zich of dat het profiel van de vleugels verrormd is.
  • Pas erg goed op bij het maaien langs struiken en boorden. Deze+kunnen de stand van de maiaigroep ontregelen en de zijkant van de maiaigroep en de maai-inrichtingen beschadigen.

7.5.4 Lediging van de opvangzak (enkel voor modellen met opvang achteraan)

OPMERKING

Het legen van de opvangzak kan alleén worden uitgevoerd als de messen uitgeschakeld zich; is dit Niet het geval dan slaat de motor af.

OPMERKING

Zorg dat de opvangzak Niet te vol raakt om verstopping van het uitwerpkanaal te voorkomen.

Een continu geluidssignaal geeft aan dat de opvangzak vol is.

Ga als volgt te werk:

  1. schakel de maai-inrichtingen uit (afb. 13.B) en het signaal stopt.
  2. Stop de machine.
    a. Voor modellen type "I" en "II":
  3. Neem de hendel (afb. 21.A - indien voorzien) of de greep achteraan (afb. 21.A1) vast en kantel de opvangzak om hem leeg te make.
  4. Rijd de machine ongeveer 1 m vooruit.

  5. Sluit de opvangzak zodat dat hij worden vastgekoppeld aan de veerhaak (afb. 21.B).
    b. Voor modellen type "III":

  6. De onceveer 1 s lang op de knop voor de opening van de zak (afb. 13.U) om hem—helemaal te openen en leeg te maken; als alternatifiek kan de knop voor de opening van de zak ingedrukt worden gezchoolden tot de vereiste opening voor de lediging is bereikt. Wanner de knop worden losgelaten, za de zar in de bereekte stand blijven.
  7. Rijd de machine ongeveer 1 m vooruit.
  8. Houd de knop voor de sluiting van de zak (afb. 13.V) ingedrukt om hem helemaal te sluiten.

OPMERKING

Als de sleutel helemaal is geplaatst (afb. 12.A), is het door op de knop van de achteruitversnelling (afb. 13.C) samen met de knappen voor de opening (afb. 13.U) of sluiting (afb. 13.V) möglichk om de opvangzak te openen of te sluiten wonneer de bestuurder nicht op de stoel zit.

7.5.5 Reiniging van het uitwerpkanaal (enkel voor modellen met opvang achteraan)

In geval van hoog en nat gras gecombineerd met een te hoge snelheid kan er zich een verstopping van hetuitwerpkanaal voordoen. In geval van verstopping dient men in acht te nemen wat beschreiben is in par. 8.4.2.

7.5.6 Einde van het maaien

Na het maaien:

  1. de maai-inrichtingen uitschakelen;
  2. de terugweg afleggen met de maiagroep in de hoogste stand (par. 6.4).

7.6 STOPPEN

  1. Het gaspedaal losesom de beweging te stoppen.
  2. Schakel de machine uit doo sleutel te verwijderen.

OPMERKING

Om de acculading te sparen, LAST dan de sleutel nicht in de stand "rijden" als de machine nicht in gebruik is.

7.7 NA HET GEBRUIK

  1. Laat de machine eerst afkoelen voordat ze in elke willekeurige ruimte op te bergen.
  2. Reinig de machine (par. 8.4).
  3. Controller of er geen onderdelen los of beschadigd zichn. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventuele

schroeven en moeren die losgekomen zijn weeer vast of neem contact op met het geauthoriseerde Dienstcentrum.

  1. Plaats de machine in de buurt van een stopcontact en laad de accu op (par. 8.2.2), zodat ze volledig doeltreffend is bij het volgende gebruik.

Elke keer wanner men de machine onbewaaktThat, de bestuurdersplaats verlaat of de machine parkeert:

  1. Stop de machine;
  2. Plaats de maiagroep op de minimum hoogte (1);
  3. Controller dat alle bewegende delen volledig stilstaan;
  4. Verwijder de contactsleutel;

LET OP

Laat de machine algijd op een schaduwrijkplek of in een beschutte omgeving staan, bij een temperatuur lager dan +35^

8. GEWOON ONDERHOUD

8.1 ALGEMEEN

GEVAAR

De veiligheidsnormen die in acht genomen要去en worden, worden beschreiben in hfdst.
2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.

Vooraleer eender welke controle, reiniging of ingreep voor onderhoud/afstelling op de machine uit te voeren:

  1. ontkoppel de maiaigroep;
  2. Stop de machine;
  3. controller dat alle bewegende delen volledig stilstaan;
  4. De sleutel verwijden;

GEVAAR

Laat de sleutel nooit in het contact zitten of binnen het bereik van kinderen of ongeschikte Personen.

  1. lees de desbeteffende instructies;
  2. Draag geschichte kledij, werkhandsschoenen en een beschemende bril

De frequencies en de aard van de interventions zijn samengevat in de "Tabel met onderhoudswerkzaamheden". Het doel van de tabel is om uw machine een optimale conditie te latenten behouden. Hierin staan de voornaamste ingrepen en de tijsden waarop ze uitgevoerd要去en worden. Voer de desbeteffende handelinguit in functie van de eerstkomende vervaldatum.

Het gebruik van Niet originele ofiet correct gemonteerde wisselstukken en toebehoren kan negatieve gevolgen hebben op de werking en de veiligheid van de machine. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af in geval van schade, letsels of ongevaltenveroorzaakt door die producten. De originele wisselstukken worden geleverd door geautoriseerde Dienstcentra en wederverkopers.

8.2 ACCU

8.2.1 Autonomie van de accu

De autonomie van de accu (en dus de maaibare groote van het grasveld voordat worden opgeladen) worden voornamelijk geconditioneerd door:

A. Arbeidsfactoren die een grotere energiabehoefte veroorzaken (bijv. maaien met)dicht,hoog,vochtig gras).
B. Gedrag van de bediener, die de volgende punten要去 vermijden:
- de machine vaak aan- en uit te schakelenijdens het werken;
- een te lage maaihoogte ten opzichte van de condities van het gras;
- een te hoge voortbewegingssnelheid vergeleken met de hoeveelheid grayscale gemaaid moet worden.
C. Omgevingsfactoren, zoals een hoge omgevingstemperatuur, boven de waarde van +35^

Om de autonomie van de accu te optimaliseren, hoeft u:

  • het gras te maaien wanneer de gazon droog is;
  • het gras vaak te maaien om te vermijden dat het te hoog groeiit;
  • een hogere maaihoogte in te stellen wanner het gras hoger staat en een tweede maaibeurtuit te voeren op een lagere hoogte;
  • de machine nicht te gebruiken in de 'mulching'-functie bij heel hoopLAS.
  • het gras te maaien bij een temperatuur tussen +5 en +35^ .
  • de functie "Eco" gebruiken (par. 6.9.2, par. 6.9.3).

8.2.2 Herlading van de accu

De energia die nodig is om de machine te bedieren,\ wordt gegarandeerd door een accu die zorgvuldig\ moet worden onderhonden om de efficientie\ en een lange bedrijfsduur te garanderen.

De accu van uw machine dient steeds te worden opgeladen:

  • Bij het eerste gebruik na de aankoop van de machine.
    Bij het bereiken van de minimum laadlimiet (Afb. 13.F).
  • Voor elke langeperiode van inactiviteit van de machine
  • Minstens maandelijksijdens de stalling.
    Vórdemachinanaenlargeperiode van stilstandopniewin gebruike nemen.

STIGA eRide S300 - Herlading van de accu - 1

LETOP

Als de accu Niet met de correcte acculader op het stroomnet is aangesloten, worden de acculading verlaagd ook al wordt de machine Niet gebruikt. Als de accu's bijna—helemaal leeg zich, können ze ernstig beschadigd raken en onbruikbaar worden. De garantie dekt geen schade afkomstig van een accu die Niet regelmatig worden opgeladen.

STIGA eRide S300 - LETOP - 1

LET OP

De accu mag uitsluitend opgeladen worden met de acculader (afb. 23.A). Andere oplaadsystemen kannen de accu op een onherstelbare manier beschadigen.

STIGA eRide S300 - LET OP - 1

LET OP

De accu要去en opgeladen in een omgeving die is beschermd gegen weersinvloeden, met een aanbevolen temperatuur tessen +5 en +35^

OPMERKING

De accu kan op eender welt moment, ook gedeelelijk, opgeladen worden, zonder risico op beschadiging.

STIGA eRide S300 - OPMERKING - 1

VEILIGHEIDSINSTRUCTIE

Voertijdens het opladen van de accu's geen onderhoud of reinigingshandelingenuit.

Om de accu op te laden:

  • Breng de machine nabij een geaard stopcontact (om het gebruik van verlengsnoeren te vermijden) en verwijd der sleutel;
  • Tilde stoei op;
  • Open de laadaansluiting (Afb. 22.A);
  • Sluit de bijgeleverde acculader (Afb. 23.A) aan met de juiste bajonetsluiting en bevestig de respectievelijke connector (Afb. 23.B) aan de laadaansluiting;
  • Sluit de oplader aan op het stopcontact door de betreffende stekker in te steken (Afb. 24).

  • Om de accu op te laden, is een stopcontact voorzien van aardlekschakelaar (Afb. 25.A), indien aanwezig, waarop de laadkabel要去 worden aangesloten (Afb. 25.A).

Het stopcontact met aardlekschakelaar moet aangesloten worden op de netaansluiting. Voer de werkingstest UIT:

  1. Druk op de knop "RESET" (Afb. 25.B) om de fonctionering te activeren. De contrôlelamp要去 "ON" aanduiden (Afb. 25.C).
  2. Druk op de knop "TEST" (Afb. 25.D) om de werkingsstest uit te voeren. De controlamp要去 "OFF" aanduiden (Afb. 25.C).

STIGA eRide S300 - VEILIGHEIDSINSTRUCTIE - 1

GEVAAR

Als de werkingtest eindigt met een negatifresultaat, mag het stopcontact met aardlekschakelaar Niet worden gezruikt. Als de werkingtest met succes is voltooid, kan het wel gezruikt worden en kan opgeladen worden.

Een complete lading duurt 2-8,5aar (afhankelijk van de accu en van de accelader), tijdens het opladen knipperen de leds (afb.13.F) op progressieve wijze. Wanner elke individuele laadgrens is bereikt, blijft de respectievelijke led vast branden terwijl de andere blijven knipperen. De accu kan voor onbepaalde tjd worden opgeladen.

Het is möglichk om de lading van de accu te onderbreken wanner het laadiveau zich bevindt tussen de leds 1 en 4. Onderbreek de laadfase Niet wanner led 5 knippert, maar wacht tot deze vast oplicht. Wanner alle leds vast oplichten, is de lading 100%

STIGA eRide S300 - GEVAAR - 1

KENNISGEVING

De oplaadtijden van de accu konnen toenemen als de machine onder zware werkomstandigheden is gebruikt, met als gevolg eenindicatie van oververhitting van de accu (hfdst.15).

STIGA eRide S300 - KENNISGEVING - 1

KENNISGEVING

Bij een volledig ontladen accu blijven de ledsuit tot de minimum laaddrempel is bereikt.

OPMERKING

Wanner het laadiveau onder de waarde van 10% daalt, begint de eerste accuied te knipperen. De maai-inrichtingen worden ontkoppeld en de accu moet opgeladen worden.

Wanneer het opladen voltooid is, verminder het laadsysteme de toevoer van elektriciteit net genoeg om de acculading op optimale waarden te behouden en aan te vullen.

STIGA eRide S300 - OPMERKING - 1

KENNISGEVING

Indien met de acculader aangesloten op de trekker, knipperen de leds 5 Afb. 13.F tegelijkkertijd, wat betekent dat het opladen Niet bezig is. Controller de aansluiting van de acculader/het stroomnet.

OPMERKING

Het energieverbruik voor het handhaven van de lading is extreem laag en zeer goedkoop.

OPMERKING

Tijdens het opladen zijn alle machinefuncties gedestructiveerd, zichs als de sleutel volledig is ingestoken.

LET OP

De accu die op de machine is gemonteerd, is ontworpen en gebouwd voor dit type van gebr

  • Koppel de accu's NIET los of verwijder ze nicht van hun zitting;
  • Vervang de accu's nicht met andere die nicht origineel zich;
  • Voer geen interventries uit die nicht zich beschreiben in deze handleiding.

In problemen met de accu's moet u uw verkoper contacteren.

Dankzij de verschillende montageposities van de wieltjes kan een veiligheidsruimte "H" gehandhaafd worden:tussen de rand van de snijgroep en het terrein (afb. 26.A; afb. 27.A). Regel de positie van de antiscalp wieelen naar gelang de oneffenheid van de grond.

STIGA eRide S300 - LET OP - 1

VEILIGHEIDSINSTRUCTIE

Deze handeling moet alsijd uitgevoerd worden op beiden wielen, door ze opdezelfde hoogte te positioneren bij uitgeschakelde machine.

a. Voor modellen met zijdelingse aflaat

Om de positie te veranderen:

  1. draai de schroef los en verwijder ze (afb. 26.B);
  2. herpositioneer het wel (afb. 26.A) met de afstandsbus (afb. 26.C) in de opening op de gewenste afstand;
  3. draai de schroef (afb. 26.B) helemaal vast in de moer (afb. 26.D).

b. Voor modellen met opvang achteraan

Om de positie te veranderen:

  1. draai de moer los (afb. 27.B) en verwijder de pen (afb. 27.C);
  2. plaats het wieljtje (afb. 27.A) opnieuw in de gewenste stand;
  3. hermonteer de pen (afb. 27.C), let op dat de kop van de pen (afb. 27.C) maar de binnenkant van de machine is gericht;
  4. draai de moer helemaal vast (afb. 27.B).

8.4 REINIGING

Reinig de machine na ieder gebruik volgens de volgende aanwijzingen.

8.4.1 Reiniging van de machine

  • Reinig de buitenkant van de machine door met een vochtige spons en schoonmaakmiddel over de delen in kunststof van de machine te gaan. Let er op dat de elektrische motoren, de accu en de componenten van de elektrische installmentie Niet nat worden.
  • Houd de motor en de zitting van de accu vrij van resten gras, bladeren of teveel vet, om het risico op brand tot een minimum te herleiden.
  • Til de kap op en verwijder eventuele vuilresten of gras met behulp van perslucht van het.accupak.
  • Houd het knoppenbord vrij van vuil en afval.

STIGA eRide S300 - Reiniging van de machine - 1

LET OP

Gebruik nooit water onder hoge druk of agressieve vloeistoffen voor het wassen van de carrosserie en elektrische motoren.

8.4.2 Reiniging van het uitwerpkanaal (enkel voor modellen met opvang achteraan)

Als de uitwerpkanaal verstopt is, als volgt te werk gaan:

  1. de opvangzak of dechterste aflaatbeveiliging verwijderen;
  2. het opgehoopte gras bij de uitmonding van het uitwerpkanaal verwijdenen.

8.4.3 Reiniging van de zak (enkel voor modellen met opvang achteraan type "I" en "II")

  1. Maak de opvangzak leeg (par. 7.5.4).
  2. Schud de zak om hem schoon te makes van grasresten en aarde.
  3. De zak opnieuw monteren en de binnenkant van de maagroep reinigen (par. 8.4.4-a); cervolgens要去 men de zak verwijderen, ledigen, spoelen en zodanig ophangen dat hij snel kan drogen.

8.4.4 Reiniging van de zak (enkel voor modellen met opvang achteraan type "III")

  1. Maak de opvangzak leeg (par. 7.5.4).
  2. Verwijder de opvangzak (par. 5.8).
  3. Schud de zak om hem schoon te makes van grasresten en aarde
  4. Hermonteer de opvangzak (par. 5.8).
  5. Sluit de opvangzak (par. 5.8) en reinig de binnenkant van de maai-inrichting (par. 8.4.4-a).
  6. Demonteer de opvangzak (par. 5.8) en spoel hem zorgvuldig.

8.4.5 Reiniging van de maalgroep

Ga verder met een grondige reiniging van de maagroep om eventuele grasresten of vuil te verwijdersen.

STIGA eRide S300 - Reiniging van de maalgroep - 1

WAARSCHUWING

Verwijderijdens het schoonmaken van de snijgroep mensen en dieren uit het omliggende gebied.

a. Reiniging van de binnenkant

Het reinigen van de binnenkant van de snijgroep en het uitwerpkanaal dient, onder de volgende conditions, op een harde ondergrond te gebeuren:

  • wonneer de opvangzak of dechterste aflaatbescherming gemonteerd zijn (enkel voor modellen met opvang achteraan);
  • zijdelingse aflaatdeflector gemonteerd (enkel voor modellen met zijdelingse aflaat);
  • de gebruiker zit op de machine;
  • de maaigroep in de laagste stand;
  • de koppeling staat in de vrijie stand;
  • de maai-inrichtingen zich ingeschakeld.

  • Sluit afwisseleden een waterleiding aan op de specifieke verbindingen (afb. 28.A; afb. 29.A), maar het water enkele minutes in elke leiding stromen, met de maiagroep in beweging.

b. Reiniging van de buitenkant

STIGA eRide S300 - b. Reiniging van de buitenkant - 1

VEILIGHEIDSINSTRUCTIE

Op de bovenkant van de maiagroep mogen zich geen afval en droge grasresten ophopen om de doeltreffendheid en de veiligheid van de machine op maximaal niveau te honden.

Voor de reiniging van de bovenkant van de maagroep:

  • stel de maiagroep helemaal laag;
  • blaasuit met perslucht (afb.30).

8.5 SMERING

Object Actie
Stuur Reinig met perslucht.
Snijgroep Smeer de hijspunten met olie (Afb. 31).
Wielassen Verwijder de wielen. Smeer deleen met vet (Afb. 39).

8.6 MOEREN EN SCHROEVEN VOOR BEVESTIGING

  • Houd de schroeven en moeren goed vastgedraaid, om er zeker van te zich dat de machine altijd veilig werkt.

9. BUITENGEWOON ONDERHOUD

9.1 VEILIGHEIDSAANBEVELINGEN

STIGA eRide S300 - VEILIGHEIDSAANBEVELINGEN - 1

VEILIGHEIDSINSTRUCTIE

Men dient onmiddelijk de Verkoper of een gespecialiseerd Centrum te contacteren indien men onregelmatigheden aantreft in de werking:

  • van de vrijstand van het tractiepedaal (servicerem);
  • bij het inschakelen en stoppen van de maaiinrichtingen;
    -vandedeinschakeling van de aandrijvingvooruitofachteruit.

9.2 MAAIGROEP / MAAI-INRICHINGEN

9.2.1 Uitlijning maiagroep

Een correcte afstelling van de snijgroep is belangrijk om een mootgelijkmatig gemaaid gazon te verkrijgen (afb. 19). Als het gras onregelmatig gemaaid worden, de bandenspanning nakijken (par. 7.1.3). Indien dat Niet voldoende is voor een eenvormig gazon, neem dan contact op met uw verkoper voor de afstelling van de uitlijning van de maagroep.

9.2.2 Maai-inrichtingen

Een botte maai-inrichting rukt het gras uit eenveroorzaakt de vergeling van het gazon.

STIGA eRide S300 - Maai-inrichtingen - 1

VEILIGHEIDSINSTRUCTIE

Laat de beschadigde, geplooide of versleten maaiinrichtingen steeds als geheel verrangen, samen met de schroeven, om de balans te behouden.

STIGA eRide S300 - VEILIGHEIDSINSTRUCTIE - 1

WAARSCHUWING

Alle handelingen die betrekking hebben op de maaiinrichtingen (demontage, slijpen, in balans brengen, herstelling, hermontage en/of verranging) vergen een specifieke vaardigheid en het gebruik van geschikt gereedschap;uit verilgheidsoverwegingen要去en deze handelingen.daarom steeds uitgevoerd worden in een Gespecialiseerd centrum.

STIGA eRide S300 - WAARSCHUWING - 1

LET OP

Gebruik steeds originele inrichtingen, met de code aangegeven in de babel 'Technische Gegevens'.

OPMERKING

Gezien de ontwikkeling van het product,+kennen de maai-inrichtingen aangegeven in de 'Technische Gegevens' in de loop van deijd verrangen worden door andere, met soortgelijke eigenschappen voor wat betreft verwisselhaarheid en fonctionele verilgheid.

9.3 VERVANGING VAN DE VOORSTE / ACHTERSTE WIELEN

9.3.1 Voorafgaande werkzaamheden

STIGA eRide S300 - Voorafgaande werkzaamheden - 1

GEVAAR

Gebruik een geschikte hijsinrichting.

Vooraleer de wielen te verrangen, moet men de volgende werkzaamheden uitvoeren:

  1. Plaats de machine op een stevige en vlakke oppervlakte, die de stabiliteit van de machine garandeert.
  2. Stop de machine;
  3. De sleutel verwijderen;
  4. Plaats de hijsinrichting op het hijspunt nabij het wiei dat verwangen moet worden (par. 9.3.2; par. 9.3.3).
  5. Controller of de hijsinrichting perfect loodrecht op het terrein staat.

9.3.2 Keuze en plaatsing van de krik op de weiterwielen

Plaats houten wiggen (Afb. 32.A) aan de basis van de wielen (Afb. 32.B), aan de Kant van het wieel dat verwangen要去 worden (Afb. 32.C).

Voor modellen met opvang achteraan:

  • De maximale hoogte van de gesloten krik is 110mm . (Afb. 33).
  • Plaats de krik onder dechterplaat (afb. 34.A), op 180 mm. van de zijdelingse board (afb. 33).

Voor modellen met zijdelingse afloat:

  • De maximale hoogte van de gesloten krik is 110mm. (Afb. 35).
  • Plaats de krik onder dechterste as, op het op de afbeelding aangegeven punt (afb. 36.A).

OPMERKING

Wanner de krik geplaatst is zoals is beschreiben in deze paragraaf, is het möglichk enkel het wieI dat moet verrangen worden, op te tillen.

9.3.3 Keuze en plaatsing van de krik op de voorwielen

  1. Plaats houten wiggen (Afb. 37.A) aan de basis van de wielen (Afb. 37.B), awhile het wieI dat verwangen moet worden (Afb. 37.C).
  2. De maximale hoogte van de gesloten krik is 110mm.
  3. Leg op de krik (Afb. 38.A) een vierkant houten vulstuk (Afb. 38.B) van ongeveer 10 × 10 cm groot.

A LET OP

Het houten vulstuk vermijdt beschadiging van de vooras.

  1. Houdijdens deze fase met een hand de dikte op de krik in evenwicht. Til de krik op en zorg ervoor dat het vulstuk gegen het frame en de structurele delen rust (Afb. 38.C).

OPMERKING

De zo gespositioneerde krik staat de stijging van de ganse vooras toe.

9.3.4 Vervanging van het wiel

STIGA eRide S300 - Vervanging van het wiel - 1

VEILIGHEIDSINSTRUCTIE

Controleer dat de machine stabel en stil blijft staanijdens het optillen. Indien men ieits vreemds merkt, moet men de krik onmiddelijk omlaag brengen, controleren en eventuele problemen oplossen enervoigens de krik opnieuw optillen.

  1. Verwijder de bedekking (Afb. 39.A).
  2. Til de krik voldoende op om het wieI gemakkelijk te kunnen verwijdersen.
  3. Verwijder, met behulp van een schroevendraaier, de veerring (Afb. 39.B) en de drukring (Afb. 39.C.).
  4. Verwijder het wieel dat verwangen moet worden.
  5. Breng vet aan op de as (afb. 39.D).
  6. Monteer het neue wiel.
  7. Plaats de drukring en de veerring zorgvuldig weeer op hun plaats.

OPMERKING

Controleer of de achefterste wielen opdezelfde hoogte staan (afb. 40.A) en het verschil tussen de externe diameters tussen de twee wielen (afb. 40.B) Nieteer is dan 8 - 10mm .Indien dit wel zo is, moet men, om een onregelmatig maaien te voorkomen, de uitlijning van de maiagroep bij een geauthoriseerd Dienstcentrum lately afstellen.

9.3.5 De banden reparen of cervangen

De banden zijn "Tubeless" en iedere verranging of reparatie als gevolg van een lek dient dan ook door een vakman uitgevoerd te worden volgens de, voor dit type banden, geldende voorschriften.

9.4 VERVANGING LEDLAMPEN

9.4.1 LED TYPE I

Draai de ringmoer (afb. 41.A) los en verwijder de connector (afb. 41.B). Demonteer de LED-verlichting (afb. 41.C) die met de schroeven bevestigd (afb. 41.D) is.

9.4.2 LED TYPE II (met bajonetfitting)

De koplampen (W) zijn door middel van een bajonetfitting in de lamphouder gedraaid. De lamphouder kan verwijderd worden door deze met behulp van een tang linksom te draaien (afb. 42)

10. STALLING

Wonneer de machine gedurende meer dan 30 Tage opgeborgen要去 worden:

  1. Verwijder de contactsleutel.
  2. Reinig de machine zorgvuldig.
  3. Controller of de machine geen schade vertoont. Contacteer, indien nodig, het geauthoriseerde Dienstcentrum.
  4. Berg de machine op:

  5. met de maiaigroep omlaag

  6. in een droge omgeving;
  7. beschermd gegen weersinvloeden, in de schaduw, met een aanbevolen temperatuur:tussen 0 en +40^
  8. indien möglich bedekt met een doek;
  9. buiten bereik van kinderen;
  10. na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of gereedschappen die voor het onderhoud gebruikt werden, verwijderd te hebben.

STIGA eRide S300 - STALLING - 1

LET OP

De accu moet minstens een keer per maand volledig worden opgeladen, en.altijd voordat de activiteit worden hervat.

Wanner de machine opnieuw in werkung worden gesteld,要去 voorzien worden zoals is aangeduid in hfdst.7.Gebruik van de machine".

11. HANTERING EN TRANSPORT

  • Wanner men de machine hanteert, moet men:

  • ontkoppel de maiaigroep;

  • plaats de maiagroep op de maximale hoogte;
  • schakel de machine uit en haal de contactsleutel weg
  • schakel de transmissie uit (par. 6.3).

  • Wanner men de machine met een wagon of aanhangwagen vervoert, moet men:

  • opritten gebruiken met geschikte waarstand, breedte en lengte;

  • de machine laden met de elektrische motor uitgeschakeld, met de contactsleutel uit het stopcontact van de machine, zonder bediener, duwend, en met een geschikt aanlal Personen;
  • de maagroep omaaag brengen;
  • de machine zoplaatsen dat ze geen gevaar veroorzaakt;
  • schakel de transmissie in (par. 6.3);
    -的那一击,她将一击打飞。
    -她在半决赛中获得冠军。
    -她在半决赛中获得第二名。

STIGA eRide S300 - HANTERING EN TRANSPORT - 1

VEILIGHEIDSINSTRUCTIE

Als u denkt dat u Niet in staat bent om de verplaatsing of het transport onder veilige omstandighedenuit te voeren, neem dan contact op met het servicecentrum.

12. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN

Deze handleiding verstrekt alle gegevens die u nodig hebt om de machine te kuren gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhoudswerkzaamheden aan te kuren verrachten, die de gebruiker zich kan uitvoeren. Alle afstellingen en onderhoudshandelingen die Niet beschreibenন zich in deze handleiding要去en uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk niveau van verilgheid van de machine. Handelingen uitgevoerd in Niet geschikte structuren of door onbekwame Personen uitgevoerd, make n elke vorm van Garantie en alle verplichtingen of aanspraelijkheid van de Fabrikant onteldig.

  • Enkel de geauthoriseerde Dienstcentra mogende herstellungen en onderhoudsingrepen in garantie uitvoeren.
  • De geautoriseerde dienstencentra gebruiken enkel originele wisselstukken. De originele wisselstukken en toebehoren werden special voor de machines ontwikkeld.
  • Niet originele wisselstukken en toebehoren zijn nicht goedgekeurd; het gebruik van Niet originele wisselstukken en toebehoren brengt de verilgheid van de machine in gevaar en ontheft de Fabrikant van alle verplichtingen en aansprakelijkheden.
    Men raadt aan de machine eens per Jaar aan een geautorieerd Dienstcentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen.

13. GARANTIEDEKKING

De garantiedekking is enkel bestemd voor de consumenten, d.w.z. Niet professionle bedieners. De garantie dekt alle kwaliteits- en fabricagefouten dieijdens de garantieperiode door uw

Wederverkoper of door een gespecialiseerd
Centrum vastgesteld worden. De toepassing
van de garantie is beperkt tot de herstelling of
ervanging van het defect geachte onderdeel.
De toepassing van de garantie is ondergeschikt
aan een regelmatig onderhoud van de machine.
De gebruiker要去 aandachtig de aanwijzingen volgen
die in de bijgevoegde documentatie verschaft is.
De garantie geldt nicht voor schade te wijten aan:

  • Onvoldoende kennis van de vergezellende documentatie (Gebruiksaanwijzing).
    Professioneel gebruik.
  • Achteloosheid, nalatigheid.
  • Externe oorzaak (bliksem, stoten, aanwezigheid van vreemde voorwerpen in de machine) of incident.
  • Onjuist of Niet door de fabrikant toegestaan gebruik en montage.
  • Gebrekkig onderhoud.
  • Wijziging van de machine.
  • Gebruik van Niet originele wisselstukken (aanpasbare stukken).
  • Gebruik van toebehoren dat Niet door de fabrikant versuschaft of goedgekeurd werk. Deze garantie geldt bovendien Niet voor:
  • De handelingen voor gewoon/buitengewoon onderhoud (beschreven in de gebruiksaanwijzing).
  • de normale slijtage van verbruiksmaterialen zoals de maai-inrichting, wielen, lichten, veiligheidsbouten en bedradingen.
    Normale slijtage.
  • Esthetische slijtage van de machine wegens het gebruik.
  • De steunen van de maai-inrichtingen
  • De eventueel bijkomende onkosten voor activering van de garantie, zoals de reiskosten tot bij de gebruiker, het vervoer van de machine waar de Wederverkoper, deHuur van uitrustingen voor de verranging of de oproep van een externe maatschappij voor alle onderhoudswerkzaamheden.

De gebruiker is beschermd door de nationale wetten van zich eigen land. De rechten van de koper die voorzien zich in de nationale wetten van zich eigen land zich op geen enkele wijze beperkt door deze garantie.

14. ONDERHOUDSTABEL

In de vakjes hiernaast sunt u de datum of het aantal werkingsuren noteren waarop de ingreep werd uitgevoerd.

Ingreep Frequentie(uren)Uitgevoerd (datum en uren) Opmer-kingen
Controle van alle bevestigingenVóör eender welt gebruik
Controle bandendrukVóör eender welt gebruikpar. 7.1.3
Veiligheidscontroles / Controle van de commando'sVóör eender welt gebruikpar. 7.2
Controle van de ontgrendelingshendel van de transmissieVóör eender welt gebruikpar. 6.3
Montage/Controle van de beschermingen op de uitgangVóör eender welt gebruikpar. 5.5
Lading van de batterijVóör eender welt gebruikAan het einde van ieder gebruikVoor de stallingpar. 8.2
Algemene reiniging en controleAan het einde van ieder gebruikpar. 8.4
Controle van eventuele schade aan de machine. Contactor, indien nodig, het geautiserde Dienstcentrum.Aan het einde van ieder gebruik
Controle koppeleng en bijslijpen maai-inrichting25*
Vervanging maai-inrichtingen100 *
Algemene smering25 par. 8.5 **
  • Handeling die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum要去uitgevoerd worden.
    ** De algemene smering van alle bewegende onderdelen要去 bovendien, elkereer verwacht worden de machine voor geruime tijd Niet te gebruiken,uitgevoerd worden.

15. IDENTIFICATIE PROBLEMEN

Probleem Oorzaak Oplossing
1. De machine worden nicht ingeschakeld.Accu plat. Laad de accu op (par. 8.2.2).
2. Onregelmatig maaiwerk De maaiinrichtingen+zijniet scherp genoeg.Contacteer een erkend servicecentrum.
Hoge voortbewegingssnelheid ten opzichte van de hoogte van het te maaien grayscale.Verminder de voortbewegingssnelheid en/of verhoog de maaihoogte.
Wacht tot het gras droog is.
Maaigroep vol met grayscale.Reinig de maai-inrichting.
3. Abnormale trillingen tijdens het gebruik.Onbalans van de maai-inrichtingen. Maai-inrichtingen gelost. Geloste delen. Eventuele schadeContacteer een erkend servicecentrum voor de controles,ervangingen of herstellingen.
4. De icoon Afb. 13.E blijft aan en de acculeds 2 en 5 knipperen. Knoppenbord type "I" en "II"Knoppenbord type "III"Overbelasting van de accustroom:
1. Te zware werkomstandigheden.Verminder de voortbewegingsnelheid.
Verhoog de maaihoogte.
2. Te steile helling.Verlaag de voortbewegingsnelheid en controllerer de helling van het terrein waarup u werkt.
5. De icoon Afb. 13.N knippert. Alle andere indications in het drukknoppaneel (iconen/leds) blijven functioneel en zichtaar.Vooralarm van oververhitting van de accu, de tractiemotor en/of de motoren van de maai-inrichtingen voor:
1. Zware werkomstandigheden.Verminder de voortbewegingsnelheid.
Verhoog de maaihoogte.
6. De iconen Afb. 13.E en Afb. 13.N blijven aan, de leds van de accu 2 en 4 knipperen. Knoppenbord type "I" en "II"Knoppenbord type "III"Overtemperatuur/ondertemperatuur van de accu:Leg de machine stil, wacht minstens 5 minutes en start ze daarna opnieuw.
1. Zware werkomstandigheden.Verminder de voortbewegingsnelheid.
Verhoog de maaihoogte.
2. Niet geschikte omgevingscondities.Werk in een omgeving met geschikte temperatuur voor de bedrijscondities van de machine.
7. De icoon Afb. 13.E blijft aan en de acculeds 1, 4 en 5 knipperen. Knoppenbord type "I" en "II"Knoppenbord type "III"Stroomoverbelasting van de maai-inrichtingen:
1. Zware werkomstandigheden.Verminder de voortbewegingsnelheid.
Verhoog de maaihoogte.
2. Verstoppenen die de rotatie van de maai-inrichtingen verhinderen.Verwijder de verstoppenen.
3. De maiagroep zit vol metLAS.Reinig de maiagroep.
Probleem OorzaakOpling
8. De iconen Afb. 13.E en Afb. 13.N blijven aan, de leds van de accu 1 en 3 knipperen.Knuppenbord type "I" en "II"Knuppenbord type "III"Overtemperatuur van de motoren van de maai-inrichtingen:Leg de machine stil, wacht minstens 5 minutes en start ze daarna opnieuw.
Zware werkomstandigheden.Verminder de voortbewegingssnelheid.
Verhoog de maaihoogte.
9. De icoon Afb. 13.E blijft aan en de accules 1, 3 en 5 knipperen.Knuppenbord type "I" en "II"Knuppenbord type "III"De motoren van de maai-inrichtingen slaan af:
1. Zware werkomstandigheden.Verminder de voortbewegingssnelheid.
Verhoog de maaihoogte.
2. Verstoppenen die de rotatie van de maai-inrichtingen verhinderen.Verwijder de verstoppenen.
3. De maagroep zit vol met gras.Reinig de maagroep.
10. De iconen Afb. 13.E en Afb. 13.N blijven aanende leds van de accu 1, 2 en 4 knipperen.Knuppenbord type "I" en "II"Knuppenbord type "III"Overtemperatuur van de tractiemotor:Leg de machine stil en wacht minstens 5 minutes voordat u de startprocedure herhaalt.
1. Belasting van de tractiemotor.Verminder de voortbewegingssnelheid.
2. Te steile helling. Verlaag de snelheid en controller de helling waarup u werkt.
3. Teveel modder op de wielen.Controller of de wielen nicht geblokkeerd+zijn en reinig ze eventueel.
11. De iconen Afb. 13.E en Afb. 13.O blijven aan, de leds van de accu 1, 2, 4 en 5 knipperen.Knuppenbord type "I" en "II"Knuppenbord type "III"De machine is gestart en het tractiepedaal is nicht losgelaten (niet in vrijstand).Schakel de machine uit en herhaal de startprocedure pas nadat u heeft gecontroleerd dat het tractiepedaal in de vrijstand staat (pedaal losgelaten).
Probleem Oorzaak Oplossing
12. De iconen Afb. 13.E en Afb. 13.O blijven aan en de leds van de accu 1, 2, 3 en 5 knipperen.Knuppenbord type "I" en "II"De hendel voor de koppeleling/ontkoppeleling van de transmissie staat in deuitgeschakelde positie.Controler de stand van de hendel voor de koppeleling/ontkoppeleling van de transmissie en zet deze indien nodig terug in de ingeschakelde stand van de transmissie.
Als het probleem aanhoudt, contacteer dan een servicecentrum.
13. De.acculeds Afb. 13.Faan progressief aan en uit, van links maar rechts, en omgekeerd.Communicatiefoutussen de elektronische modules.Schakel de machine uit en herhaal de startprocedure.
Als het probleem aanhoudt, contacteer dan een servicecentrum.

OPMERKING

Voor de machines die zijn voorzien van knoppenbord type "III" worden met de foutcombinatie van de leds ook een numerieke foutcode weergegeven in de digits van de acculading (afb. 13.Y).

Geef indien nodig deze identificatiecode door aan het geauthoriseerd servicecentrum.

OPMERKING

Neem voor andere problemen die Niet in de tabel worden vermeld ommiddelijk contact op met een geauthoriseerd servicecentrum.

16. ACCESSORIES

16.1 KIT VOOR 'MULCHING'

Versnippert het gemaaide gras en LAST het中断 op het terrein (afb.44.A1; afb.44.A2).

16.2 ACCULADER (SNELLE LADING)

Acculader die het möglichk maakt om de oplaadtijd van de accu te verkorten. De lijst van de voor deze machine gehomologeerde acculaders bevindt zich in de tabel 'Technische Gegevens'. Laat toe de accu efficien'te houden tijdens de periodes van inactiviteit van de machine, waar bij een optimaal laad niveau en een langere duurzaamheid van de accu gegardeerd worden (Afb. 44.B).

16.3 TREKSET

Om eenkleine aanhangwagen te trekken (afb.44.C).

16.4 AFDEKZEIL

Beschermt de machine van stof alsdezeniet gebruikt worden (afb.44.D).

16.5 KIT ACHTERSTE AFLAATBEVEILIGING

Te gelebruiken inplaats van de opvangzak, wanneer het gras Niet worden opgevangen (afb. 44.E) (enkel voor modellen met opvang zichteraan).

16.6 SNEEUWKETTINGEN 18

Verbeteren de grip van de achterwielen op besneeuwde wegen, en staan het gebruik van sneeuwruimers toe (Afb. 44.F).

16.7 MODDERWIELEN/SNEEEUWWWIELEN 18"

Verbeteren de grip op sneeuw en modder (afb. 44.G).

16.8 AANHANGER

Voor het transport van gereedschappen of andere voorwerpen, binnen de toegestane laadlimieten (afb. 44.H).

16.9 VERSPREIDER

Om zout of meststoffen te strooien (afb. 44.l).

16.10 OPVANGER VOOR BLADEREN EN GRAS

Voor het verzamelen van bladeren en gras op grayscale (Afb. 44.J).

16.11 SNEEUWRIMER MET SNEEUWSCHUIF

Voor het zijdelings ophopen of ruimen van verwijdderde sneeuw (Afb. 44.K).

NL • De inhoud en de afbeeldingen van deze gebruikshandelieing werden gerealiseerd voor rekening van ST. S.p.A. en zijn beschermd door het autoursrecht - Elke Niet-geautoriserde reproductie of wijziging, ook gedeelijke, van het document is verboden.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIGA

Model : eRide S300

Categorie : Tractor