MS 194 T - Zaag STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MS 194 T STIHL in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MS 194 T - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MS 194 T van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING MS 194 T STIHL
- Niveau de puissance acoustique garanti : 114 dB(A) Conservation des documents techniques : ANDREAS STIHL AG & Co. KG Produktzulas‐ sung. L'année de fabrication et le numéro de machine sont indiqués sur la tronçonneuse. Waiblingen, le 03/02/2020 ANDREAS STIHL AG & Co. KG P.O. Dr. Jürgen Hoffmann, Chef du service Données, Prescriptions et Homologation Produits Inhoudsopgave 1 Voorwoord p. 58
- 2 Informatie met betrekking tot deze handlei‐ ding p. 58
- 3 Overzicht p. 59
- 4 Veiligheidsinstructies p. 60
- 5 Motorzaag klaarmaken voor gebruik p. 67
- 6 Motorzaag completeren p. 67
- 7 Kettingrem inschakelen en lossen p. 69
- 8 Brandstof mengen en kettingzaag vullen p. 70
- 9 Motor starten en afzetten p. 71
- 10 Motorzaag controleren p. 73
- 11 Met de motorzaag werken p. 74
- 12 Na de werkzaamheden p. 77
- 13 Vervoeren p. 77
- 14 Opslaan p. 77
- 15 Reinigen p. 77
- 16 Onderhoud p. 79
- 17 Repareren p. 80
- 18 Storingen opheffen p. 80
- 19 Technische gegevens p. 82
- 20 Combinaties van zaagbladen en zaagkettin‐ gen p. 83
- 21 Onderdelen en toebehoren p. 83
- 22 Milieuverantwoord afvoeren p. 83
- 23 EU-conformiteitsverklaring 1 Voorwoord Geachte cliënt(e), Wij zijn blij dat u hebt gekozen voor STIHL. Wij ontwikkelen en produceren onze producten in topkwaliteit in overeenstemming met de behoef‐ ten van onze klanten. Zo ontstaan producten met een hoge betrouwbaarheid, ook bij extreme belasting. STIHL staat ook voor service met topkwaliteit. Onze dealers staan garant voor deskundig advies en instructie alsmede een uitgebreide technische begeleiding. STIHL kiest uitdrukkelijk voor een duurzame en verantwoordelijke omgang met de natuur. Deze gebruiksaanwijzing is voor u bedoeld als onder‐ steuning om uw STIHL-product gedurende een lange levensduur veilig en milieuvriendelijk te gebruiken. Wij danken u voor uw vertrouwen in ons en wen‐ sen u veel plezier met uw STIHL product. Dr. Nikolas Stihl p. 83
BELANGRIJK! VOOR GEBRUIK GOED DOOR‐
LEZEN EN BEWAREN. 2 Informatie met betrekking tot deze handleiding
2.1 Aanduiding van de waarschu‐
wingen in de tekst WAARSCHUWING ■ De aanwijzing duidt op gevaren die kunnen leiden tot ernstig letsel of zelfs tot de dood. ► De genoemde maatregelen kunnen ernstig letsel of de dood voorkomen. LET OP ■ De aanwijzing duidt op gevaren die kunnen leiden tot materiële schade. ► De genoemde maatregelen kunnen materi‐ ele schade voorkomen.
2.2 Symbolen in de tekst
Dit symbool verwijst naar een hoofdstuk in deze handleiding. Nederlands 58 0458-568-9421-B © ANDREAS STIHL AG & Co. KG 2021 0458-568-9421-B. VA0.C21. Gedrukt op chloorvrij gebleekt papier. Drukinkten bevatten plantaardige olie, papier is recyclebaar. Vertaling van de originele handleiding 0000008461_005_NL3 Overzicht
0000-GXX-7572-A0 1 Carburateurstelschroeven De carburateurstelschroeven dienen voor het afstellen van de carburateur. 2 Bedieningshandgreep De bedieningshandgreep dient voor het bedienen, vasthouden, hanteren en dragen van de kettingzaag. 3 Kam De kam ligt tijdens de werkzaamheden met de kettingzaag tegen het hout. 4 Zaagblad Het zaagblad geleidt de zaagketting. 5 Zaagketting De zaagketting zaagt het hout. 6 Spanbout De spanbout dient voor het instellen van de kettingspanning. 7 Kettingtandwiel Het kettingtandwiel drijft de zaagketting aan. 8 Uitlaatdemper De uitlaatdemper reduceert de geluidsemissie van de kettingzaag. 9 Kettingtandwieldeksel Het kettingtandwieldeksel dekt het ketting‐ tandwiel af en bevestigt het zaagblad op de kettingzaag. 10 Moer De moer bevestigt het kettingtandwieldeksel op de kettingzaag. 11 Kettingvanger De kettingvanger vangt een weggeworpen of gebroken zaagketting op. 12 Voorste handbeschermer De voorste handbeschermer beschermt de linkerhand tegen het contact met de zaagket‐ ting, dient voor het inschakelen van de ket‐ tingrem en schakelt bij een terugslag de ket‐ tingrem automatisch in. 13 Combischakelaar De combischakelaar dient voor het instellen voor het starten, werken en voor het afzetten van de motor. 14 Gashendel De gashendel dient voor het accelereren van de motor. 15 Gashendelblokkering De gashendelblokkering dient voor het deblokkeren van de gashendel. 16 Kap De kap dekt de motor af. 17 Kapsluitdop De kapsluitdop bevestigt de kap op de ket‐ tingzaag. 18 Luchtfilter Het luchtfilter filtert de door de motor aange‐ zogen lucht. 19 Oog Het oog dient om de kettingzaag aan te han‐ gen tijdens de werkzaamheden in de boom. 20 Bougiesteker De bougiesteker verbindt de bougiekabel met de bougie. 21 Bougie De bougie ontsteekt het brandstof-luchtmeng‐ sel in de motor. 22 Hand-benzinepomp De hand-benzinepomp vergemakkelijkt het starten van de motor. 23 Chokeknop De chokeknop dient voor het starten van de motor. 3 Overzicht Nederlands 0458-568-9421-B 5924 Starthandgreep De starthandgreep dient voor het starten van de motor. 25 Draagbeugel De draagbeugel dient voor het vasthouden en hanteren van de kettingzaag. 26 Olietankdop De olietankdop sluit de olietank af. 27 Brandstoftankdop De brandstoftankdop sluit de brandstoftank af. 28 Kettingbeschermer De kettingbeschermer biedt bescherming tegen het contact maken met de zaagketting. # Machinenummer
De pictogrammen kunnen op de kettingzaag staan en hebben de volgende betekenis: Dit pictogram duidt de brandstoftank aan. Dit pictogram duidt de olietank voor zaag‐ kettingolie aan. In deze richting wordt de kettingrem ingeschakeld of gelost. Dit pictogram geeft de draairichting van de zaagketting aan. Draairichting om de zaagketting te span‐ nen Dit pictogram duidt de hand-benzinepomp aan. In deze richting wordt de combischakelaar geplaatst om de motor af te zetten. In deze stand wordt de combischakelaar geplaatst om de motor af te zetten. In deze stand van de combischakelaar is de motor in werking. In deze stand van de combischakelaar wordt de motor gestart. In deze stand van de chokeknop wordt de motor op het starten voorbereid. In deze stand van de chokeknop wordt de motor gestart.
Gegarandeerd geluidvermogensniveau volgens de richtlijn 2000/14/EG in dB(A) om de geluidsemissies van pro‐ ducten vergelijkbaar te maken. 4 Veiligheidsinstructies
4.1 Waarschuwingssymbolen
De waarschuwingssymbolen op de kettingzaag hebben de volgende betekenis: Op de veiligheidsinstructies en de maatregelen hiervoor letten. De handleiding lezen, begrijpen en bewaren. Veiligheidsbril, gehoorbescherming en veiligheidshelm dragen. Een lange broek met snijprotectie en snijprotectie op beide mouwen dragen. De kettingzaag met beide handen vast‐ houden. Op de veiligheidsinstructies met betrekking tot terugslag en de maatre‐ gelen hiertegen letten. De kettingzaag alleen gebrui‐ ken als de gebruiker voor het gebruik van een kettingzaag voor de boomverzorging is opgeleid.
4.2 Gebruik conform de voorschrif‐
ten De kettingzaag voor de boomverzorging STIHL MS 194 T dient voor de boomverzorging en voor het zagen in de kroon van een staande boom. De kettingzaag mag niet worden gebruikt voor werkzaamheden op de grond. WAARSCHUWING
Als de kettingzaag niet volgens voorschrift wordt gebruikt kunnen personen ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen en kan er materi‐ ele schade ontstaan.
De kettingzaag zo gebruiken als in deze handleiding staat beschreven.
4.3 Eisen aan de gebruiker
Gebruikers die niet zijn opgeleid voor werk‐ zaamheden met een kettingzaag voor de boomverzorging kunnen de gevaren van de Nederlands 4 Veiligheidsinstructies 60 0458-568-9421-Bkettingzaag niet herkennen of niet inschatten. De gebruiker of andere personen kunnen ern‐ stig of zelfs dodelijk letsel oplopen. ► De handleiding lezen, begrijpen en bewaren. ► De kettingzaag alleen gebruiken als de gebruiker voor het gebruik van een kettingzaag voor de boomver‐ zorging is opgeleid.
Als de kettingzaag aan een andere persoon wordt overhandigd: de handleiding meege‐ ven.
Controleren of de gebruiker aan de vol‐ gende eisen voldoet:
De gebruiker is uitgerust.
De gebruiker is lichamelijk, sensorisch en geestelijk in staat, de kettingzaag te gebruiken en hiermee te werken.
De gebruiker kan de gevaren van de kettingzaag herkennen en inschatten.
De gebruiker is meerderjarig of de gebruiker wordt overeenkomstig de nationale regelgeving onder toezicht onderwezen in een beroep.
De gebruiker is geïnstrueerd door een STIHL dealer of een hiertoe vakkundig persoon, voordat deze voor de eerste keer de kettingzaag in gebruik neemt.
De gebruiker verkeert niet onder invloed van alcohol, medicamenten of drugs. ► Indien er onduidelijkheden bestaan: contact opnemen met een STIHL dealer. ■ Het ontstekingssysteem van de kettingzaag genereert een elektromagnetisch veld. Het elektromagnetische veld kan pacemakers beïnvloeden. De gebruiker kan ernstig of dodelijk letsel oplopen.
Als de gebruiker een pacemaker draagt: Garanderen dat de pacemaker niet wordt beïnvloed.
4.4 Kleding en uitrusting
Tijdens de werkzaamheden kunnen lange haren in de kettingzaag worden getrokken. De gebruiker kan hierdoor ernstig letsel oplopen.
Lang haar in een paardenstaart binden en dusdanig vastmaken, dat het zich boven de schouders bevindt.
Tijdens de werkzaamheden kunnen voorwer‐ pen met een hoge snelheid naar boven wor‐ den geslingerd. De gebruiker kan letsel oplo‐ pen. ► Draag een nauwsluitende veilig‐ heidsbril. Geschikte veiligheidsbrillen zijn aan de hand van de norm EN 166 of de nationale voorschriften getest en met de betreffende code‐ ring te koop.
STIHL adviseert een gelaatsbeschermer te dragen. ► Een strak bovenstuk met lange mouwen dragen. ■ Tijdens de werkzaamheden wordt geluid geproduceerd. Geluid kan het gehoor bescha‐ digen. ► Een gehoorbeschermer dragen. ■ Vallende takken kunnen leiden tot hoofdletsel. ► Als tijdens de werkzaamheden tak‐ ken kunnen vallen: een veiligheids‐ helm dragen. ■ Tijdens de werkzaamheden kan stof opdwar‐ relen en kunnen er dampen ontstaan. Inge‐ ademd(e) stof en dampen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid en allergische reac‐ ties veroorzaken.
Als er stof opdwarrelt of damp ontstaat: Een stofmasker dragen. ■ Hiertoe ongeschikte kleding kan blijven haken in hout, struikgewas en in de kettingzaag. Gebruikers zonder geschikte kleding kunnen ernstig letsel oplopen.
Draag nauwsluitende kleding. ► Doe sjaals en sieraden af. ■ Tijdens de werkzaamheden kan de gebruiker in contact komen met de ronddraaiende zaag‐ ketting. De gebruiker kan hierdoor ernstig let‐ sel oplopen. ► Een lange broek met snijprotectie en snijprotectie op de beide armen dra‐ gen. ■ Tijdens de werkzaamheden kan de gebruiker zich snijden aan het hout. Tijdens de reini‐ gings- of onderhoudswerkzaamheden kan de gebruiker in contact komen met de zaagket‐ ting. De gebruiker kan letsel oplopen.
Draag werkhandschoenen van slijtvast materiaal. ■ Als de gebruiker ongeschikte schoenen draagt, kan hij uitglijden. Als de gebruiker in contact komt met de ronddraaiende zaagket‐ ting, kan deze snijwonden oplopen. De gebrui‐ ker kan letsel oplopen.
Kettingzaaglaarzen met snijprotectie dra‐ gen. 4 Veiligheidsinstructies Nederlands 0458-568-9421-B 61■ Als in de boom wordt gewerkt, kan de gebrui‐ ker vallen. De gebruiker kan ernstig of dodelijk letsel oplopen.
4.5 Werkgebied en -omgeving
WAARSCHUWING ■ Buitenstaanders, kinderen en dieren kunnen de gevaren van de kettingzaag en de opge‐ worpen voorwerpen niet herkennen en de gevaren hiervan niet inschatten. Onbevoegde personen, kinderen en dieren kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ont‐ staan.
Buitenstaanders, kinderen en huisdieren op afstand houden van het werkgebied. ► Kettingzaag niet zonder toezicht laten. ► Zorg ervoor dat kinderen niet met de ket‐ tingzaag kunnen spelen. ■ Als de motor draait, stromen hete uitlaatgas‐ sen uit de uitlaatdemper. Hete uitlaatgassen kunnen licht ontvlambare materialen ontsteken en branden veroorzaken.
De hete uitlaatgassen uit de buurt van licht ontvlambare materialen houden.
De kettingzaag verkeert in de veilige staat als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
De kettingzaag is niet beschadigd.
Er lekt geen brandstof uit de kettingzaag.
De brandstoftankdop en de olietankdop zijn gesloten.
De kettingvanger is gemonteerd en niet beschadigd.
De bedieningselementen werken en zijn niet gewijzigd.
De inloopsporen op het kettingtandwiel zijn niet dieper dan 0,5 mm.
Een in deze gebruiksaanwijzing aangegeven combinatie van zaagblad en zaagketting is gemonteerd.
Het zaagblad en de zaagketting zijn correct gemonteerd.
Alleen origineel STIHL toebehoren voor deze kettingzaag is gemonteerd.
Het toebehoren is correct gemonteerd. WAARSCHUWING ■ In een niet-veilige staat kunnen de componen‐ ten niet meer correct functioneren en kunnen de veiligheidsinrichtingen worden uitgescha‐ keld en kan er olie weglekken. Personen kun‐ nen ernstig of dodelijk letsel oplopen.
Met een onbeschadigde kettingzaag wer‐ ken. ► Als er brandstof uit de kettingzaag lekt: niet met de kettingzaag werken en contact opnemen met een STIHL dealer.
Brandstoftankdop en olietankdop sluiten. ► Als de kettingzaag vuil is: kettingzaag reini‐ gen. ► Met een gemonteerde en onbeschadigde kettingvanger werken. ► Aan de kettingzaag geen wijzigingen aan‐ brengen. Uitzondering: montage van een in deze gebruiksaanwijzing aangegeven com‐ binatie van zaagblad en zaagketting.
Als de bedieningselementen niet functione‐ ren: Niet met de kettingzaag werken. ► Alleen origineel STIHL toebehoren voor deze kettingzaag monteren. ► Zaagblad en zaagketting zo monteren als in deze gebruiksaanwijzing staat beschreven. ► Monteer toebehoren zoals in deze gebruiksaanwijzing of in de gebruiksaanwij‐ zing van het toebehoren beschreven staat.
Geen voorwerpen in de openingen van de kettingzaag steken. ► Versleten of beschadigde stickers vervan‐ gen. ► Als er onduidelijkheid bestaat: contact opnemen met een STIHL dealer.
Het zaagblad verkeert in de veilige staat als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Het zaagblad is niet beschadigd.
Het zaagblad is niet vervormd.
De groef is zo diep als of dieper dan de mini‐ male groefdiepte, 19.3.
Er bevinden zich geen bramen op de randen van de groef.
De groef is niet versmald of verbreed. WAARSCHUWING
In een onveilige staat kan het zaagblad de zaagketting niet meer correct geleiden. De ronddraaiende zaagketting kan van het zaag‐ blad springen. Personen kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.
Met een onbeschadigd zaagblad werken. Nederlands 4 Veiligheidsinstructies 62 0458-568-9421-B► Als de diepte van de groef kleiner is dan de minimale groefdiepte: zaagblad vervangen. ► Zaagblad wekelijks ontdoen van bramen. ► Als één en ander niet duidelijk is: verzoe‐ ken wij u contact op te nemen met een STIHL dealer.
De zaagketting verkeert in de veilige staat als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
De zaagketting is niet beschadigd.
De slijtagemarkeringen op de zaagtanden zijn zichtbaar. WAARSCHUWING ■ In een niet-veilige staat kunnen componenten niet meer correct functioneren en kunnen de veiligheidsinrichtingen zijn uitgeschakeld. Per‐ sonen kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.
Met een onbeschadigde zaagketting wer‐ ken. ► Zaagketting correct aanscherpen/slijpen. ► Indien er onduidelijkheden bestaan: contact opnemen met een STIHL dealer.
De voor deze kettingzaag gebruikte brandstof bestaat uit een mengsel van benzine en twee‐ taktmotorolie. De brandstof en benzine vatten zeer gemakkelijk vlam. Als brandstof of ben‐ zine in contact komen met open vuur of hete voorwerpen, kunnen de brandstof of de ben‐ zine branden of explosies veroorzaken. Perso‐ nen kunnen zwaar letsel oplopen of worden gedood en er kan materiële schade ontstaan. ► De brandstof en benzine beschermen tegen hitte en vuur. ► Brandstof en benzine niet morsen. ► Als er brandstof werd gemorst: brandstof opvegen met een doek en de motor pas proberen te starten als alle onderdelen van de kettingzaag droog zijn.
Niet roken. ► In de nabijheid van vuur niet tanken. ► Voor het tanken de motor afzetten en laten afkoelen. ► De motor op minstens 3 m van de plek waar werd getankt starten. ■ Ingeademde brandstof- en benzinedampen kunnen personen vergiftigen. ► De brandstof- en benzinedampen niet inademen. ► Op een goed geventileerde plaats tanken. ■ Tijdens de werkzaamheden of in een zeer warme omgeving loopt de temperatuur van de kettingzaag op. Afhankelijk van de soort brandstof, de hoogte, de omgevingstempera‐ tuur en de temperatuur van de kettingzaag zet de brandstof uit en kan overdruk in de brand‐ stoftank ontstaan. Als de brandstoftankdop wordt geopend kan er brandstof naar buiten spuiten en ontbranden. De gebruiker kan ern‐ stig letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan. ► De kettingzaag laten afkoelen voordat de brandstoftankdop wordt geopend. ► De brandstoftankdop langzaam en niet ineens opendraaien. ■ Kleding, die in contact komt met brandstof of benzine, is gemakkelijker ontvlambaar. Perso‐ nen kunnen zwaar letsel oplopen of worden gedood en er kan materiële schade ontstaan.
Als kleding in contact komt met brandstof of benzine: kleding verwisselen. ■ Brandstof, benzine en tweetaktmotorolie kun‐ nen schadelijk zijn voor het milieu. ► De brandstof, benzine en tweetaktmotorolie niet morsen. ► De brandstof, benzine en tweetaktmotorolie volgens voorschrift en milieuvriendelijk afvoeren.
Als de brandstof, benzine of tweetaktmotorolie in contact komen met de huid of ogen, kunnen de huid of ogen geïrriteerd raken.
Contact met brandstof, benzine en twee‐ taktmotorolie voorkomen. ► Als contact met de huid heeft plaatsgevon‐ den: de betreffende plekken op de huid met veel water en zeep wassen.
Als contact met de ogen heeft plaatsgevon‐ den: ogen minimaal 15 minuten spoelen met veel water en een arts raadplegen.
Het ontstekingssysteem van de kettingzaag genereert vonken. Vonken kunnen naar buiten ontsnappen en in licht ontvlambare of een explosieve omgeving brand en explosies ver‐ oorzaken. Personen kunnen zwaar letsel oplo‐ pen of worden gedood en er kan materiële schade ontstaan.
Bougies gebruiken die in deze handleiding staan beschreven. ► Bougie aanbrengen en vastdraaien. ► Bougiesteker stevig aandrukken. ■ Als in de kettingzaag een brandstof wordt getankt die werd gemengd uit ongeschikte benzine of ongeschikte tweetaktmotorolie of 4 Veiligheidsinstructies Nederlands 0458-568-9421-B 63die een verkeerde mengverhouding van ben‐ zine en tweetaktmotorolie heeft, kan de ket‐ tingzaag worden beschadigd.
De brandstof zo mengen als in deze hand‐ leiding staat beschreven. ■ Als brandstof gedurende langere tijd wordt opgeslagen, kan het mengsel uit benzine en tweetaktmotorolie zich ontmengen. Als de ket‐ tingzaag wordt getankt met ontmengde brand‐ stof kan de kettingzaag worden beschadigd.
Voordat de kettingzaag wordt getankt: Brandstof doormengen. ► Mengsel van benzine en tweetaktmotorolie gebruiken dat niet ouder is dan 30 dagen (STIHL MotoMix: 2 jaar).
WAARSCHUWING ■ Als er zich buiten het werkgebied geen perso‐ nen binnen gehoorafstand bevinden, kan er in geval van nood geen hulp worden geboden.
Waarborgen dat er zich buiten het werkge‐ bied personen binnen gehoorafstand bevin‐ den.
Als de gebruiker de motor niet correct start, kan de gebruiker de controle over de ketting‐ zaag verliezen. De gebruiker kan hierdoor ern‐ stig letsel oplopen.
De motor zo starten als in deze handleiding staat beschreven. ► Als de zaagketting de grond of voorwerpen raakt: de motor niet starten. ■ De gebruiker kan in bepaalde situaties niet meer geconcentreerd werken. De gebruiker kan de controle over de kettingzaag verliezen, struikelen, vallen en ernstig letsel oplopen.
Rustig en met overleg werken. ► Als de lichtomstandigheden en het zicht slecht zijn: niet met de kettingzaag werken. ► Kettingzaag alleen bedienen. ► Niet boven schouderhoogte werken. ► Op obstakels letten. ► Wanneer vermoeidheidsverschijnselen optreden: een pauze inlassen. ■ Als in de boom wordt gewerkt, kan de ketting‐ zaag naar beneden vallen. Personen kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.
Kettingzaag zekeren via het oog. ■ Als de motor draait, worden uitlaatgassen geproduceerd. Ingeademde uitlaatgassen kun‐ nen personen vergiftigen.
Uitlaatgassen niet inademen. ► Op een goed geventileerde plaats met de kettingzaag werken. ► Als er misselijkheid, hoofdpijn, gezichts‐ stoornissen, gehoorverlies of duizeligheid optreedt: de werkzaamheden beëindigen en contact opnemen met een arts.
Als de gebruiker gehoorbeschermers draagt en de motor draait, kan de gebruiker geluiden beperkt waarnemen en inschatten.
Rustig en met overleg werken. ■ Als met de kettingzaag wordt gewerkt en de combischakelaar in stand staat, kan de gebruiker niet met de kettingzaag goed onder controle werken. De gebruiker kan hierdoor ernstig letsel oplopen.
Controleren dat de combischakelaar bij het werken in stand staat. ► De motor zo starten als in deze handleiding staat beschreven. ■ Als met ingeschakelde kettingrem gas wordt gegeven, kan de kettingrem worden bescha‐ digd.
Voor het zagen de kettingrem lossen. ■ Door de ronddraaiende zaagketting kan de gebruiker snijwonden oplopen. De gebruiker kan hierdoor ernstig letsel oplopen.
De ronddraaiende zaagketting niet aanra‐ ken. ► Als de zaagketting door een voorwerp wordt geblokkeerd: Motor afzetten en ket‐ tingrem inschakelen. Pas dan het voorwerp wegnemen.
De ronddraaiende zaagketting wordt warm en zet uit. Als de zaagketting niet voldoende wordt gesmeerd en nagespannen, kan de zaagketting van het zaagblad springen of bre‐ ken. Personen kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.
Zaagkettingolie gebruiken. ► Tijdens de werkzaamheden regelmatig het oliepeil in de olietank controleren. Voordat de zaagkettingolie is opgebruikt: Zaagket‐ tingolie bijvullen.
Tijdens de werkzaamheden regelmatig de spanning van de zaagketting controleren. Als de spanning van de zaagketting te laag is: de zaagketting spannen.
Als de werking van de kettingzaag zich tijdens de werkzaamheden wijzigt of deze zich onge‐ woon gedraagt, kan de kettingzaag in een onveilige staat verkeren. Personen kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.
De werkzaamheden beëindigen en contact opnemen met een STIHL dealer. Nederlands 4 Veiligheidsinstructies 64 0458-568-9421-B■ Tijdens de werkzaamheden kunnen trillingen door de kettingzaag worden gevormd. ► Handschoenen dragen. ► Werkpauzes inlassen. ► Als er tekenen van een slechte doorbloe‐ ding optreden: een arts raadplegen. ■ Als de ronddraaiende zaagketting contact maakt met een hard voorwerp kunnen vonken ontstaan. Vonken kunnen in een brandbare omgeving leiden tot brand. Personen kunnen zwaar letsel oplopen of worden gedood en er kan materiële schade ontstaan.
Niet in een brandbare omgeving werken. ■ Als de gashendel wordt losgelaten draait de zaagketting nog even door. De bewegende zaagketting kan snijwonden toebrengen aan personen. Personen kunnen ernstig letsel oplopen.
Wacht tot de zaagketting niet meer draait. WAARSCHUWING
Als hout dat onder spanning staat wordt gezaagd, kan het zaagblad worden ingeklemd. De gebruiker kan de controle over de ketting‐ zaag verliezen en zwaar letsel oplopen.
Eerst een ontlastingszaagsnede (1) in de drukzijde (A) aanbrengen, vervolgens dich‐ ter bij de stam een kapzaagsnede (2) in de trekzijde (B) aanbrengen.
Ongeoefende personen kunnen de gevaren bij het vellen niet inschatten. Personen kunnen zwaar letsel oplopen of worden gedood en er kan materiële schade ontstaan.
Indien er onduidelijkheden bestaan: niet zelf vellen. ■ Tijdens het vellen kunnen te verwijderen delen van de boom en takken op personen of voor‐ werpen vallen. Personen kunnen zwaar letsel oplopen of worden gedood en er kan materiële schade ontstaan.
Velrichting zo bepalen dat het gebied waarin het te verwijderen deel van de boom valt open/vrij is.
Buitenstaanders, kinderen en dieren buiten een afstand van een cirkel van 2,5 boom‐ lengtes om het werkgebied houden.
0000-GXX-7574-A0 Een terugslag kan door de volgende oorzaken ontstaan:
De ronddraaiende zaagketting maakt met het bovenste kwart gedeelte van de zaagbladneus contact met een hard voorwerp en wordt snel afgeremd.
De ronddraaiende zaagketting is bij de zaag‐ bladneus ingeklemd. De kettingrem kan een terugslag niet voorko‐ men. WAARSCHUWING 0000-GXX-7575-A0
Als er terugslag ontstaat kan de kettingzaag in de richting van de gebruiker omhoog worden geslingerd. De gebruiker kan, vooral door het ontwerp van het handgreepsysteem met een korte greepafstand, de controle over de ket‐ tingzaag verliezen en ernstig letsel oplopen of zelfs worden gedood. ► De kettingzaag met beide handen vasthouden. ► De kettingzaag met beide handen vasthou‐ den. ► Het lichaam buiten het verlengde zwenkbe‐ reik van de kettingzaag houden. ► Zo werken als in deze handleiding staat beschreven. 4 Veiligheidsinstructies Nederlands 0458-568-9421-B 65► Niet met het bovenste kwart gedeelte van de zaagbladneus werken. ► Met een correct aangescherpte/geslepen en correct gespannen zaagketting werken. ► Een terugslaggereduceerde zaagketting gebruiken. ► Een zaagblad met een kleine zaagbladneus gebruiken. ► Met vol gas zagen.
4.9.2 In het hout trekken
0000-GXX-1348-A0 Als met de onderzijde van het zaagblad wordt gewerkt, wordt de kettingzaag weggetrokken van de gebruiker. WAARSCHUWING ■ Als de ronddraaiende zaagketting contact maakt met een hard voorwerp en snel wordt afgeremd, kan de kettingzaag plotseling met grote kracht van de gebruiker weg worden getrokken. De gebruiker kan de controle over de kettingzaag verliezen en zwaar letsel oplo‐ pen of zelfs worden gedood.
De kettingzaag met beide handen vasthou‐ den. ► Zo werken als in deze handleiding staat beschreven. ► Het zaagblad recht in de zaagsnede gelei‐ den. ► De kam correct plaatsen. ► Met vol gas zagen.
0000-GXX-1349-A0 Als met de bovenzijde van het zaagblad wordt gewerkt, wordt de kettingzaag naar de gebruiker toe gestoten. WAARSCHUWING ■ Als de ronddraaiende zaagketting contact maakt met een hard voorwerp en snel wordt afgeremd, kan de kettingzaag plotseling met grote kracht naar de gebruiker toe worden gestoten. De gebruiker kan de controle over de kettingzaag verliezen en zwaar letsel oplo‐ pen of zelfs worden gedood.
De kettingzaag met beide handen vasthou‐ den. ► Zo werken als in deze handleiding staat beschreven. ► Het zaagblad recht in de zaagsnede gelei‐ den. ► Met vol gas zagen.
WAARSCHUWING ■ Tijdens het vervoer kan de kettingzaag kante‐ len of verschuiven. Personen kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ont‐ staan.
Motor afzetten. ► Kettingrem inschakelen. ► Kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt.
Kettingzaag met spanbanden, riemen of een net dusdanig beveiligen, dat hij niet kan kantelen en niet kan bewegen. 0000-GXX-7576-A1
Nadat de motor heeft gedraaid kunnen de uit‐ laatdemper en de motor heet zijn. De gebrui‐ ker kan bij contact hiermee brandwonden oplopen.
Kettingzaag met de linkerhand zo op de bedieningshandgreep dragen dat het zaag‐ blad naar achteren is gericht.
Kinderen kunnen de gevaren van de ketting‐ zaag niet herkennen en ook niet inschatten. Kinderen kunnen ernstig letsel oplopen.
Motor afzetten. Nederlands 4 Veiligheidsinstructies 66 0458-568-9421-B► Kettingrem inschakelen. ► Kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt.
De kettingzaag buiten het bereik van kinde‐ ren opslaan. ■ De elektrische contacten op de kettingzaag en metalen onderdelen kunnen door vocht corro‐ deren. De kettingzaag kan worden bescha‐ digd.
De kettingzaag schoon en droog opslaan.
4.12 Reiniging, onderhoud en repa‐
ratie WAARSCHUWING ■ Als tijdens de reinigings-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden de motor draait, kan de zaagketting onbedoeld gaan draaien. Per‐ sonen kunnen ernstig letsel oplopen en er kan materiële schade ontstaan.
Motor afzetten. ► Kettingrem inschakelen. ■ Nadat de motor heeft gedraaid kunnen de uit‐ laatdemper en de motor heet zijn. Personen kunnen zich verbranden.
Wachten tot de uitlaatdemper en de motor zijn afgekoeld. ■ Agressieve reinigingsmiddelen, het reinigen met een waterstraal of puntige voorwerpen kunnen de kettingzaag, het zaagblad en de zaagketting beschadigen. Als de kettingzaag, het zaagblad of de zaagketting niet op de juiste wijze werden gereinigd, kunnen compo‐ nenten niet meer correct functioneren en kun‐ nen de veiligheidsinrichtingen zijn uitgescha‐ keld. Personen kunnen ernstig letsel oplopen. ► Kettingzaag, zaagblad en zaagketting reini‐ gen zoals staat beschreven in deze hand‐ leiding.
Als de kettingzaag niet zo wordt onderhouden of gerepareerd als staat beschreven in deze handleiding kunnen componenten niet meer correct functioneren en kunnen de veiligheids‐ inrichtingen zijn uitgeschakeld. Personen kun‐ nen ernstig of dodelijk letsel oplopen.
Kettingzaag zo onderhouden of repareren als in deze handleiding staat beschreven. ■ Als het zaagblad en de zaagketting niet zo worden onderhouden of gerepareerd als staat beschreven in deze handleiding kunnen com‐ ponenten mogelijk niet meer correct functione‐ ren en kunnen de veiligheidsinrichtingen wor‐ den uitgeschakeld. Personen kunnen ernstig letsel oplopen.
Zaagblad en zaagketting zo onderhouden of repareren als in deze gebruiksaanwijzing staat beschreven.
Tijdens de reinigings- of onderhoudswerk‐ zaamheden aan de zaagketting kan de gebrui‐ ker letsel oplopen door de scherpe zaagtan‐ den. De gebruiker kan letsel oplopen.
Werkhandschoenen van een slijtvast mate‐ riaal dragen. 5 Motorzaag klaarmaken voor gebruik
5.1 Kettingzaag klaarmaken voor
gebruik Telkens voor het begin van de werkzaamheden moeten de volgende handelingen worden uitge‐ voerd: ► Controleren of de volgende delen zich in de veilige staat bevinden:
Zaagkettingolie bijvullen, 6.3.
Kettingsmering controleren, 10.6. ► Als de stappen niet kunnen worden uitge‐ voerd: de kettingzaag niet gebruiken en con‐ tact opnemen met een STIHL dealer. 6 Motorzaag completeren
De combinaties van zaagblad en zaagketting, die passen bij het kettingtandwiel en mogen wor‐ den gemonteerd, staan aangegeven in de tech‐ nische gegevens,
► Motor afzetten en kettingrem lossen. 5 Motorzaag klaarmaken voor gebruik Nederlands 0458-568-9421-B 673
0000-GXX-7577-A0 ► Moer (1) zolang linksom draaien tot het ket‐ tingtandwieldeksel (2) kan worden weggeno‐ men. ► Kettingtandwieldeksel (2) wegnemen. ► Spanbout (3) zo ver linksom draaien, tot de spanschuif (4) links tegen het huis ligt.
0000-GXX-7553-A0 ► Zaagblad zo op de kettingzaag plaatsen dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Het tapeind (5) valt in het sleufgat van het zaagblad (6).
De pen van de spanschuif (4) valt in de boring (8) van het zaagblad (6). De oriëntering van het zaagblad (6) speelt geen rol. De opdruk op het zaagblad (6) kan ook ondersteboven staan.
0000-GXX-7569-A0 ► Zaagketting zo om het kettingtandwiel (7) leg‐ gen, dat de aandrijfschakels van de zaagket‐ ting in de tanden van het kettingtandwiel (7) zitten. ► Zaagketting zo in de groef van het zaagblad (6) leggen, dat de pijlen op de verbindings‐ schakels van de zaagketting aan de boven‐ zijde in de draairichting zijn gericht.
0000-GXX-7554-A0 ► Spanbout (3) zo ver rechtsom draaien, tot de zaagketting tegen het zaagblad ligt. Hierbij de aandrijfschakels van de zaagketting in de groef van het zaagblad geleiden. Het zaagblad (6) en de zaagketting liggen tegen de kettingzaag. ► Kettingtandwieldeksel (2) zo op de kettingzaag plaatsen, dat deze gelijkligt met de ketting‐ zaag. ► Moer (1) aanbrengen en vastdraaien.
6.1.2 Zaagblad en zaagketting uitbouwen
► Motor afzetten en kettingrem lossen. ► Moer zolang linksom draaien tot het ketting‐ tandwieldeksel kan worden weggenomen. ► Kettingtandwieldeksel wegnemen. ► Spanbout tot aan de aanslag linksom draaien. De zaagketting is ontspannen. ► Zaagblad en zaagketting wegnemen.
6.2 Zaagketting spannen
Tijdens de werkzaamheden kan de zaagketting losser of strakker gaan staan. De zaagketting‐ spanning wijzigt. Tijdens de werkzaamheden moet de zaagkettingspanning regelmatig worden gecontroleerd en moet deze zo nodig worden nagespannen. ► Motor afzetten en kettingrem inschakelen.
► Moer (1) losdraaien. ► Kettingrem lossen. Nederlands 6 Motorzaag completeren 68 0458-568-9421-B► Zaagblad bij de neus optillen en de span‐ schroef (2) zo lang rechtsom of linksom draaien, tot aan de volgende voorwaarden is voldaan:
De afstand a in het midden van het zaag‐ blad bedraagt 1 mm tot 2 mm.
De zaagketting kan nog met twee vingers en geringe krachtsinspanning over het zaagblad worden getrokken. ► Zaagblad bij de neus verder optillen en de moer (1) vastdraaien. ► Als de afstand a in het midden van het zaag‐ blad niet 1 mm tot 2 mm bedraagt: zaagketting opnieuw spannen.
6.3 Zaagkettingolie bijvullen
De zaagkettingolie zorgt voor de smering en de koeling van de ronddraaiende zaagketting. STIHL adviseert STIHL zaagkettingolie of een andere voor kettingzagen vrijgegeven zaagket‐ tingolie te gebruiken. ► Motor afzetten en kettingrem inschakelen. ► Motorzaag zo op een vlakke ondergrond plaat‐ sen dat de olietankdop naar boven is gericht. ► Het gebied rondom de olietankdop schoonma‐ ken met een vochtige doek. 0000-GXX-2930-A0 ► De beugel van de olietankdop opklappen. ► Olietankdop tot aan de aanslag linksom draaien. ► Olietankdop wegnemen. ► De zaagkettingolie zo bijvullen dat er geen zaagkettingolie wordt gemorst en de olietank niet tot aan de rand wordt gevuld. ► Als de beugel van de olietank is ingeklapt: de beugel opklappen.
► De olietankdop zo aanbrengen dat de marke‐ ring (1) naar de markering (2) is gericht. ► De olietankdop naar beneden drukken en tot aan de aanslag rechtsom draaien. De olietankdop klikt hoorbaar vast. De marke‐ ring (1) is naar de markering (3) gericht. ► Controleren of de olietankdop naar boven kan worden losgetrokken. ► Als de olietankdop niet naar boven kan wor‐ den losgetrokken: de beugel van de olietank‐ dop inklappen. De olietank is gesloten. Als de olietankdop naar boven kan worden los‐ getrokken, moeten de volgende stappen worden uitgevoerd: ► De olietankdop in een willekeurige positie aan‐ brengen.
► De olietankdop naar beneden drukken en tot aan de aanslag rechtsom draaien. ► De olietankdop naar beneden drukken en zolang linksom draaien tot de markering (1) naar de markering (2) is gericht. ► Opnieuw proberen de olietank te sluiten. ► Als de olietank nog steeds niet kan worden gesloten: niet met de kettingzaag werken en contact opnemen met een STIHL dealer. De kettingzaag verkeert niet in de veilige staat. 7 Kettingrem inschakelen en lossen
7.1 Kettingrem inschakelen
De kettingzaag is uitgerust met een kettingrem. De kettingrem wordt bij een voldoende sterke terugslag automatisch ingeschakeld door de massatraagheid van de handbeschermer of kan worden ingeschakeld door de gebruiker. 7 Kettingrem inschakelen en lossen Nederlands
0458-568-9421-B 690000-GXX-7578-A0
► Handbeschermer met de linkerhand weg van de draagbeugel duwen. De handbeschermer klikt hoorbaar vast. De kettingrem is ingeschakeld.
7.2 Kettingrem lossen
0000-GXX-7579-A0 ► Handbeschermer met de linkerhand richting de gebruiker trekken. De handbeschermer klikt hoorbaar vast. De kettingrem is gelost. 8 Brandstof mengen en ket‐ tingzaag vullen
8.1 Brandstof mengen
De voor deze kettingzaag benodigde brandstof bestaat uit een mengsel van tweetaktmotorolie en benzine, in de mengverhouding 1:50. STIHL adviseert de kant-en-klaar gemengde brandstof STIHL MotoMix. Als brandstof zelf wordt gemengd mag alleen een STIHL tweetaktmotorolie of een andere hoogwaardige motorolie van de klasse JASO FB, JASO FC, JASO FD, ISO-L-EGB, ISO-L-EGC of ISO-L-EGD worden gebruikt. STIHL schrijft de tweetaktmotorolie STIHL HP Ultra of een gelijkwaardige hoogwaardige motor‐ olie voor om de emissiegrenswaarden gedu‐ rende de machinelevensduur te kunnen waarbor‐ gen. ► Controleren dat het octaangetal van de ben‐ zine minimaal 90 RON bedraagt en het alco‐ holpercentage van de benzine niet hoger is dan 10%. ► Controleren dat de gebruikte tweetaktmotor‐ olie voldoet aan de eisen. ► Afhankelijk van de gewenste hoeveelheid brandstof, de juiste hoeveelheden tweetakt‐ motorolie en benzine in de mengverhouding 1:50 afmeten. Voorbeelden van brandstof‐ mengsels:
100 ml tweetaktmotorolie, 5 l benzine ► Eerst tweetaktmotorolie, vervolgens benzine in een schone, voor brandstof vrijgegeven jerry‐ can bijvullen. ► Brandstof doormengen.
8.2 Kettingzaag tanken
► Motor afzetten en kettingrem inschakelen. ► De kettingzaag laten afkoelen. ► De kettingzaag zo op een vlakke ondergrond plaatsen dat de brandstoftankdop naar boven is gericht. ► Het gebied rondom de brandstoftankdop schoonmaken met een vochtige doek. ► De beugel van de brandstoftankdop opklap‐ pen. 0000-GXX-2934-A1 Nederlands 8 Brandstof mengen en kettingzaag vullen 70 0458-568-9421-BWAARSCHUWING■ Tijdens de werkzaamheden of in een zeerwarme omgeving loopt de temperatuur van dekettingzaag op. Afhankelijk van de soortbrandstof, de hoogte, de omgevingstempera‐tuur en de temperatuur van de kettingzaag zetde brandstof uit en kan overdruk in de brand‐stoftank ontstaan. Als de brandstoftankdopwordt geopend kan er brandstof naar buitenspuiten en ontbranden. De gebruiker kan ern‐stig letsel oplopen en er kan materiële schadeontstaan.► De kettingzaag laten afkoelen voordat debrandstoftankdop wordt geopend.► De brandstoftankdop langzaam en nietineens opendraaien.► De brandstoftankdop ca. 1/8 slag linksomdraaien.Als de brandstoftank onder druk staat, bouwtde overdruk zich hoorbaar af.► Als de overdruk volledig is afgebouwd: Brand‐stoftankdop zolang linksom draaien tot demarkeringen op de brandstoftankdop en op debrandstoftank met elkaar in lijn liggen.► Brandstoftankdop wegnemen. LET OP ■ Brandstof kan onder inwerking van licht, zon‐nestraling en extreme temperaturen snellerontmengen Als ontmengde brandstof wordtgetankt kan de kettingzaag worden bescha‐digd. Brandstof doormengen.► Brandstof die langer dan 30 dagen werdbewaard, niet tanken.► De brandstof zo tanken dat er geen brand‐stof wordt gemorst en minimaal 15 mm totaan de rand van de brandstoftank vrij laten.► Als de beugel van de brandstoftank is inge‐klapt: De beugel opklappen.
► De brandstoftankdop zo aanbrengen dat demarkering (1) naar de markering (2) is gericht.► De brandstoftankdop naar beneden drukkenen tot aan de aanslag rechtsom draaien.De brandstoftankdop klikt hoorbaar vast. Demarkering (1) ligt in lijn met de markering (4)en is gericht naar de markering (3).► Controleren of de brandstoftankdop naarboven kan worden losgetrokken.► Als de brandstoftankdop niet naar boven kanworden losgetrokken: De beugel van debrandstoftankdop inklappen.De brandstoftank is gesloten.Als de brandstoftankdop naar boven kan wordenlosgetrokken, moeten de volgende stappen wor‐den uitgevoerd:► De brandstoftankdop in een willekeurige posi‐tie aanbrengen. 0000-GXX-3136-A1
ABC ► De brandstoftankdop naar beneden drukkenen tot aan de aanslag rechtsom draaien.► De brandstoftankdop naar beneden rukken entot aan de aanslag linksom draaien tot de mar‐kering (1) naar de markering (2) is gericht.► Opnieuw proberen de brandstoftank te sluiten.► Als de brandstoftank nog steeds niet kan wor‐den gesloten: niet met de kettingzaag werkenen contact opnemen met een STIHL dealer.De kettingzaag bevindt zich niet in de veiligestaat. 9 Motor starten en afzetten
9.1 Juiste startprocedure kiezen
Wanneer moet de motor op het starten wordenvoorbereid?De motor moet op het starten worden voorbe‐reid, als aan één van de volgende voorwaardenwordt voldaan: De motor is op omgevingstemperatuur. De motor sloeg af bij de eerste keer gasgeven na het starten. De motor sloeg af omdat de brandstoftankleeg was. Motor voorbereiden op het starten, 9.2 envervolgens de motor starten, 9.3.9 Motor starten en afzetten Nederlands0458-568-9421-B 71Wanneer kan de motor direct worden gestart? De motor kan direct worden gestart als de motor minimaal 1 minuut heeft gedraaid en slechts voor een korte werkonderbreking werd afgezet.
9.2 Motor op het starten voorberei‐
Chokeknop (5) in stand plaatsen. 0000-GXX-7581-A0 ► Kettingzaag op een vlakke ondergrond plaat‐ sen. ► Bedieningshandgreep met de rechterhand zo vasthouden dat de duim om de bedienings‐ handgreep valt. ► Kettingzaag met de rechterhand op de grond drukken. ► Kettingzaag met de rechterknie op de kap fixe‐ ren. ► Starthandgreep met de linkerhand langzaam uittrekken tot er weerstand waarneembaar is. ► Net zo lang de starthandgreep snel uittrekken en teruggeleiden tot de motor eenmalig ont‐ steekt en afslaat.
Chokeknop (5) in stand plaatsen.
Chokeknop (5) in stand plaatsen. ► Gashendelblokkering (3) indrukken en inge‐ drukt houden. ► Gashendel (4) indrukken en ingedrukt houden.
Combischakelaar (2) in stand plaatsen. 0000-GXX-7581-A0 ► Kettingzaag op een vlakke ondergrond plaat‐ sen. ► Met de rechterhand op de bedieningshand‐ greep zo vasthouden dat de duim om de handgreep valt. ► Kettingzaag met de rechterhand op de grond drukken. ► Kettingzaag met de rechterknie op de kap fixe‐ ren. ► Starthandgreep met de linkerhand langzaam uittrekken tot er weerstand waarneembaar is. ► Net zo lang de starthandgreep snel uittrekken en teruggeleiden tot de motor draait. ► Gashendelblokkering (3) indrukken en inge‐ drukt houden. ► Gashendel (4) kort indrukken. De combischakelaar (2) springt in stand . De motor draait stationair. Nederlands 9 Motor starten en afzetten
72 0458-568-9421-BLET OP
■ Als met ingeschakelde kettingrem gas wordtgegeven, kan de kettingrem worden bescha‐digd. Voor het zagen de kettingrem lossen.► Kettingrem lossen.De motorzaag is klaar voor gebruik.► Als de zaagketting bij stationair toerental mee‐draait: storingen verhelpen.Het stationair toerental is niet correct inge‐steld.► Als de motor niet start: de motor voorbereidenop het starten en vervolgens opnieuw probe‐ren de motor te starten.
0000-GXX-7583-A0 ► Gashendel (3) en gashendelblokkering (2) los‐laten.De zaagketting beweegt niet meer. Combischakelaar (1) in stand plaatsen.De motor slaat af en de combischakelaar (1)veert terug in stand . 10 Motorzaag controleren
10.1 Kettingtandwiel controleren
► Motor afzetten.► Kettingrem lossen.► Kettingtandwieldeksel uitbouwen.► Zaagblad en zaagketting uitbouwen. 0000-GXX-7568-A0 ► Als er inloopsporen zichtbaar zijn: de ketting‐zaag niet gebruiken en contact opnemen meteen STIHL dealer.Het kettingtandwiel moet worden vervangen.
10.2 Zaagblad controleren
► Motor afzetten en kettingrem inschakelen.► Zaagketting en zaagblad uitbouwen. 0000-GXX-1217-A0 ► De groefdiepte van het zaagblad meten metbehulp van het meetkaliber van het STIHL vij‐lkaliber.► Zaagblad vervangen, als aan een van de vol‐gende voorwaarden wordt voldaan: Het zaagblad is beschadigd. De gemeten groefdiepte is kleiner dan deminimale groefdiepte van het zaagblad, 19.3. De groef van het zaagblad is versmald ofverbreed.► Als één en ander niet duidelijk is: verzoekenwij u contact op te nemen met een STIHL dea‐ ler.
► De hoogte van de dieptebegrenzer (1) metenmet behulp van het STIHL vijlkaliber (2). HetSTIHL vijlkaliber moet passen bij de steek vande zaagketting.► Als een dieptebegrenzer (1) boven het vijlkali‐ber (2) uitsteekt: dieptebegrenzer (1) afvijlen, 16.3.10 Motorzaag controleren Nederlands0458-568-9421-B 730000-GXX-1372-A0
► Controleren of de slijtagemarkeringen (1 tot 4) op de zaagtanden zichtbaar zijn. ► Als één van de slijtagemarkeringen op een zaagtand niet zichtbaar is: de zaagketting niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. ► Met behulp van een STIHL vijlkaliber controle‐ ren of de aanscherphoek van de zaagtanden van 30° is aangehouden. Het STIHL vijlkaliber moet passen bij de steek van de zaagketting. ► Als de aanscherphoek van 30° niet werd aan‐ gehouden: de zaagketting aanscherpen/slij‐ pen. ► Als één en ander niet duidelijk is: verzoeken wij u contact op te nemen met een STIHL dea‐ ler.
10.4 Kettingrem controleren
► Motor afzetten en kettingrem inschakelen. WAARSCHUWING ■ De zaagtanden van de zaagketting zijn scherp. De gebruiker kan zich verwonden. ► Werkhandschoenen van een slijtvast mate‐ riaal dragen. ► Proberen, de zaagketting met de hand over het zaagblad te trekken. Als de zaagketting niet met de hand over het zaagblad kan worden getrokken werkt de ket‐ tingrem. ► Als de zaagketting met de hand over het zaag‐ blad kan worden getrokken: de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. De kettingrem is defect.
10.5 Bedieningselementen controle‐
ren Gashendelblokkering en gashendel ► Motor afzetten en kettingrem inschakelen. ► Proberen de gashendel in te drukken, zonder de gashendelblokkering in te drukken. ► Als de gashendel kan worden ingedrukt: de kettingzaag niet gebruiken en contact opne‐ men met een STIHL dealer. De gashendelblokkering is defect. ► Gashendelblokkering indrukken en ingedrukt houden. ► Gashendel indrukken en weer loslaten. ► Als de gashendel moeizaam wordt ingedrukt of niet terugveert in de uitgangsstand: de ket‐ tingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. De gashendel is defect. Motor afzetten ► Motor starten.
Combischakelaar (1) in stand plaatsen. De motor slaat af en de combischakelaar veert terug in stand
► Als de motor niet afslaat:
chokeknop in stand plaatsen. De motor slaat af. ► de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. De combischakelaar is defect.
10.6 Kettingsmering controleren
► Motor starten en kettingrem lossen. ► Zaagblad op een lichtgekleurd oppervlak rich‐ ten. ► Gas geven. Zaagkettingolie wordt weggeslingerd en is her‐ kenbaar op het lichtgekleurde oppervlak. De kettingsmering functioneert. 11 Met de motorzaag werken
11.1 Carburateurafstelling aanpas‐
sen voor werkzaamheden op grote hoogtes Als met de kettingzaag wordt gewerkt op grote hoogtes, kan de kettingzaag niet meer het opti‐ male vermogen hebben. De carburateurafstelling kan zo worden aangepast dat de kettingzaag weer het optimale vermogen heeft. ► Motor starten en kettingrem lossen. ► motor ca. 1 minuut lang met gasgeven laten opwarmen. 0000-GXX-3132-A0
Nederlands 11 Met de motorzaag werken
74 0458-568-9421-BLET OP
■ Als weer op lagere hoogte met de kettingzaag wordt gewerkt kan de motor oververhit raken. ► Standaardafstelling uitvoeren. ► Hoofdstelschroef H zolang rechtsom draaien tot de kettingzaag bij de werkzaam‐ heden weer het optimale vermogen heeft.
11.2 Carburateurafstelling aanpas‐
sen voor werkzaamheden bij temperaturen beneden de ‑10 °C Als met de kettingzaag wordt gewerkt bij tempe‐ raturen beneden de ‑10 °C, kan de motor niet meer correct accelereren. De carburateurafstel‐ ling kan dusdanig worden aangepast dat de motor weer correct accelereert. ► Motor starten en kettingrem lossen. ► motor ca. 1 minuut lang met gasgeven laten opwarmen. 0000-GXX-3131-A0
LET OP ■ Als er weer met de kettingzaag wordt gewerkt bij temperaturen boven de ‑10 °C, kan het motorvermogen bij het zagen duidelijk afne‐ men.
Standaardafstelling uitvoeren. ► Stelschroef stationair toerental L 1/4 slag linksom draaien. ► Als de zaagketting continu meedraait of de motor afslaat: stationair toerental instellen.
11.3 Kettingzaag vasthouden en
bedienen 0000-GXX-7585-A0 ► De kettingzaag zo met de linkerhand op de draagbeugel en de rechterhand op de bedie‐ ningshandgreep vasthouden en bedienen, dat de duim van de linkerhand om de draagbeugel en de duim van de rechterhand om de bedie‐ ningshandgreep valt. WAARSCHUWING ■ Als de kettingzaag met één hand wordt bediend, is het risico op een terugslag ver‐ hoogd. Als er terugslag ontstaat kan de ket‐ tingzaag in de richting van de gebruiker omh‐ oog worden geslingerd. De gebruiker kan de controle over de kettingzaag verliezen en zwaar letsel oplopen of zelfs worden gedood.
Niet met het bovenste kwart gedeelte van de zaagbladneus werken. ► Met de andere hand niet de tak vasthouden die moet worden afgezaagd. ► Vallende takken niet vasthouden. De kettingzaag mag met één hand worden gebruikt als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Bediening van de kettingzaag met beide han‐ den is niet mogelijk.
De veilige werkpositie moet met één hand worden gewaarborgd.
De kettingzaag kan ook met één hand stevig worden vastgehouden.
Alle lichaamsdelen bevinden zich buiten het verlengde zwenkbereik van de kettingzaag. 11 Met de motorzaag werken Nederlands 0458-568-9421-B 7511.4 Zagen WAARSCHUWING ■ Als er een terugslag optreedt kan de ketting‐ zaag naar boven in de richting van de gebrui‐ ker worden geslingerd. De gebruiker kan ern‐ stig of dodelijk letsel oplopen.
Met vol gas zagen. ► Niet met het bovenste kwart gedeelte van de zaagbladneus zagen. ► Zaagblad met vol gas zo in de zaagsnede geleiden dat het zaagblad niet scheef wordt gedrukt. 0000-GXX-7586-A0 ► Kam tegen het hout plaatsen en als draaipunt gebruiken. ► Zaagblad volledig zo door het hout geleiden, dat de kam altijd weer opnieuw tegen het hout wordt geplaatst. ► Aan het einde van de zaagsnede het gewicht van de kettingzaag opvangen.
► Zaagblad met vol gas met een hefboombewe‐ ging tegen de tak drukken.
► Eerst een ontlastingszaagsnede (1) in de drukzijde (A) aanbrengen, vervolgens een kapzaagsnede (2) van boven, direct boven de eerste snede, in de trekzijde (B) aanbrengen. ► Maak de laatste zaagsnede (3) dicht bij de stam zonder de schors te beschadigen.
11.6.1 Basisbeginselen voor de velsnede
0000-GXX-A332-A0 A Valkerf De valkerf bepaalt de velrichting. B Breuklijst De breuklijst geleidt het te verwijderen deel als een scharnier naar de grond. De breuklijst is 1/10 van de stamdiameter breed. C Velsnede Door middel van de velsnede wordt de stam doorgezaagd.
11.6.2 Valkerf inzagen
De valkerf bepaalt de richting waarin het te ver‐ wijderen deel van de boom valt. De nationale richtlijnen voor het aanbrengen van de valkerf moeten worden aangehouden. 90° 0000-GXX-A333-A0 ► Kettingzaag zo uitlijnen dat de valkerf haaks ten opzichte van de velrichting is. ► Horizontale zoolzaagsnede inzagen. ► De schuine daksnede in een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale zoolzaagsnede inzagen.
11.6.3 Velsnede uitvoeren
0000-GXX-A335-A0 Nederlands 11 Met de motorzaag werken 76 0458-568-9421-B► Horizontale velsnede zo uitvoeren dat de breuklijst in stand blijft. ► Waarschuwing roepen. ► Het te verwijderen deel van de boom via de breuklijst naar beneden kantelen. Het te verwijderen deel van de boom valt. 12 Na de werkzaamheden
12.1 Na de werkzaamheden
► Motor afzetten en kettingrem inschakelen. ► De kettingzaag laten afkoelen. ► Als de kettingzaag nat is: De kettingzaag laten drogen. ► Kettingzaag reinigen. ► Luchtfilter reinigen. ► Zaagblad en zaagketting reinigen. ► Moer op het kettingtandwieldeksel losdraaien. ► Spanbout 2 slagen linksom draaien. De zaagketting is ontspannen. ► Moer op het kettingtandwieldeksel vast‐ draaien. ► Kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt. 13 Vervoeren
13.1 Kettingzaag vervoeren
► Motor afzetten en kettingrem inschakelen. ► Kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt. ► Kettingzaag met de rechterhand zo op de bedieningshandgreep dragen dat het zaagblad naar achteren is gericht. ► Als de kettingzaag in een auto wordt vervoerd: De kettingzaag zo borgen dat deze niet kan kantelen en verschuiven.
0000-GXX-7588-A0 De kettingzaag kan aan het oog (1) aan de riem of aan een touw worden vervoerd. 14 Opslaan
14.1 Kettingzaag opslaan
► Motor afzetten en kettingrem inschakelen. ► Kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt. ► De kettingzaag zo opslaan dat aan de vol‐ gende voorwaarden wordt voldaan:
De kettingzaag bevindt zich buiten het bereik van kinderen.
► Motor afzetten en kettingrem inschakelen. ► De kettingzaag laten afkoelen. ► Kettingzaag met een vochtige doek of STIHL harsoplosmiddel reinigen. ► Ventilatiesleuven reinigen met behulp van een kwast.
► Kapsluitdop (1) 1/2 slag linksom draaien. ► Kap (2) wegnemen. ► Kettingtandwieldeksel uitbouwen. ► Binnenzijde van de kap reinigen met behulp van een kwast, een vochtige doek of STIHL harsoplosmiddel. ► Gebied rondom het kettingtandwiel met een vochtige doek of STIHL harsoplosmiddel reini‐ gen. ► Kap (2) aanbrengen. ► Kapsluitdop (1) zolang rechtsom draaien tot er een klik hoorbaar is. De kapsluitdop (1) is vergrendeld. ► Kettingtandwieldeksel monteren.
15.2 Zaagblad en zaagketting reini‐
gen ► Motor afzetten en kettingrem inschakelen. ► Zaagblad en zaagketting uitbouwen.
0000-GXX-7565-A0 12 Na de werkzaamheden Nederlands 0458-568-9421-B 77► Olietoevoerboring (1), oliekanaal (2) engroef (3) met een kwast, een zachte borstel ofSTIHL harsoplosmiddel reinigen.► Zaagketting met een kwast, een zachte borstelof STIHL harsoplosmiddel reinigen.► Zaagblad en zaagketting monteren.
15.3 Bougie reinigen
► Motor afzetten en kettingrem inschakelen.► De kettingzaag laten afkoelen.
► Kapsluitdop (2) 1/2 slag linksom draaien.► Kap (1) wegnemen.► Trek de bougiestekker (3) los.► Als het gebied rondom de bougie is vervuild:het gebied rondom de bougie schoonmakenmet een doek.► De bougie losdraaien.► De bougie schoonmaken met een doek.► Als de bougie is gecorrodeerd: bougie vervan‐ gen.
► Breng de bougie aan en draai deze stevigvast.► Bougiesteker (3) stevig aandrukken.► Kap (1) aanbrengen.► Kapsluitdop (2) zolang rechtsom draaien tot ereen klik hoorbaar is.De kapsluitdop (2) is vergrendeld.
► Kapsluitdop (1) 1/2 slag linksom draaien.► Kap (2) wegnemen.► Luchtfilter (3) wegnemen.► Luchtfilter (3) uitkloppen.► Luchtfilter (3) reinigen met behulp van eenzachte kwast.► Als het luchtfilter (3) is beschadigd: Luchtfilter(3) vervangen.► Luchtfilter (3) vanaf de schone zijde met pers‐lucht schoon blazen.WAARSCHUWING■ Als het reinigingsmiddel in contact komt metde huid of de ogen, kunnen de huid of de ogengeïrriteerd raken. Op de gebruiksaanwijzing van het reini‐gingsmiddel letten.► Contact met reinigingsmiddelen vermijden.► Als contact met de huid heeft plaatsgevon‐den: de betreffende plekken op de huid metveel water en zeep wassen. Als contact met de ogen heeft plaatsgevon‐den: ogen minimaal 15 minuten spoelenmet veel water en een arts raadplegen. Als het luchtfilter sterk is vervuild:
► Kapsluitdop (1) 1/2 slag linksom draaien. ► Kap (2) wegnemen. ► Luchtfilter (3) wegnemen. ► Luchtfilter (3) uitkloppen. ► Als het luchtfilter (3) is beschadigd: Luchtfilter (3) vervangen. ► Luchtfilter (3) vanaf de schone zijde met pers‐ lucht schoon blazen.
► Luchtfilter (3) aanbrengen. ► Kap (2) aanbrengen. ► Kapsluitdop (1) zolang rechtsom draaien tot er een klik hoorbaar is. De kapsluitdop (1) is vergrendeld. 16 Onderhoud
16.1 Onderhoudsintervallen
Onderhoudsintervallen zijn afhankelijk van de omgevings- en werkomstandigheden. STIHL adviseert de volgende onderhoudsinter‐ vallen: Kettingrem ► De kettingrem met de volgende intervallen door een STIHL dealer laten onderhouden:
Continu gebruik: elk kwartaal
Periodiek gebruik: halfjaarlijks
Incidenteel gebruik: jaarlijks Elke 100 bedrijfsuren ► bougie vervangen. Wekelijks ► Kettingtandwiel controleren. ► Zaagblad controleren en ontbramen. ► Zaagketting controleren en aanscherpen/slij‐ pen. Maandelijks ► Olietank door een STIHL dealer laten reinigen. ► Brandstoftank door een STIHL dealer laten reinigen. ► Aanzuigmond in de brandstoftank door een STIHL dealer laten reinigen. Jaarlijks ► Aanzuigmond in de brandstoftank door een STIHL dealer laten vervangen.
16.2 Bramen verwijderen van zaag‐
blad Aan de buitenzijde van het zaagblad kan een braam worden gevormd. ► Braam met behulp van een platte vijl of een STIHL zaagbladrichter verwijderen. ► Als één en ander niet duidelijk is: verzoeken wij u contact op te nemen met een STIHL dea‐ ler.
16.3 Zaagketting slijpen
Het vraagt veel oefening zaagkettingen correct aan te scherpen/slijpen. STIHL vijlen, STIHL vijlhouders, STIHL slijpappa‐ raten en de brochure "STIHL zaagkettingen aan‐ scherpen/slijpen" helpen om de zaagketting cor‐ rect aan te scherpen/slijpen. De brochure is via www.stihl.com/sharpening-brochure beschik‐ baar. STIHL adviseert de zaagkettingen door een STIHL dealer te laten aanscherpen/slijpen. WAARSCHUWING ■ De zaagtanden van de zaagketting zijn scherp. De gebruiker kan zich verwonden. ► Werkhandschoenen van een slijtvast mate‐ riaal dragen. 0000-GXX-1219-A0 16 Onderhoud Nederlands 0458-568-9421-B 79► Elke zaagtand met behulp van een ronde vijl zo vijlen dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
De ronde vijl past bij de steek van de zaag‐ ketting.
De ronde vijl wordt van binnen naar buiten geleid.
De ronde vijl wordt haaks ten opzichte van het zaagblad gehouden.
De aanscherphoek van 30° wordt aange‐ houden. 0000-GXX-1220-A1 ► Dieptebegrenzer met behulp van een vlakke vijl zo vijlen dat deze gelijkligt met het STIHL vijlkaliber en evenwijdig aan de slijtage‐ markering. Het STIHL vijlkaliber moet passen bij de steek van de zaagketting. ► Als er onduidelijkheden zijn: contact opnemen met een STIHL dealer. 17 Repareren
17.1 Kettingzaag, zaagblad en
zaagketting repareren De gebruiker kan de kettingzaag, het zaagblad en zaagketting niet zelf repareren. ► Als de kettingzaag, het zaagblad of de zaag‐ ketting zijn beschadigd: de kettingzaag, het zaagblad of de zaagketting niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. 18 Storingen opheffen
18.1 Storingen aan de kettingzaag opheffen
De meeste storingen hebben dezelfde oorzaken. ► De volgende maatregelen treffen: ► Luchtfilter reinigen. ► Bougie reinigen of vervangen. ► Standaardafstelling uitvoeren. ► Stationair toerental instellen. ► Carburateurafstelling aanpassen voor werkzaamheden op grote hoogtes. ► Carburateurafstelling aanpassen voor werkzaamheden bij temperaturen beneden de ‑10 °C. ► Als de storing aanhoudt: Maatregelen uit de volgende tabel treffen. Storing Oorzaak Remedie Motor kan niet wor‐ den gestart. In de brandstoftank zit niet voldoende brandstof. ► Brandstof mengen en in de kettingzaag tanken. De motor is "verzo‐ pen". ► Verbrandingskamer ventileren. De carburateur is te heet. ► De kettingzaag laten afkoelen. ► Als er een hand-benzinepomp beschikbaar is: hand- benzinepomp ten minste 10-maal indrukken, voordat de motor wordt gestart. IJsvorming in de car‐ burateur. ► Kettingzaag laten opwarmen tot +10 °C. De motor draait bij stationair toerental onregelmatig. IJsvorming in de car‐ burateur. ► Kettingzaag laten opwarmen tot +10 °C. De motor slaat bij stationair toerental af. IJsvorming in de car‐ burateur. ► Kettingzaag laten opwarmen tot +10 °C. Motor versnelt slecht. De zaagketting staat te strak. ► Zaagketting correct spannen. De kettingsmering levert te weinig zaag‐ kettingolie. ► de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. Nederlands 17 Repareren 80 0458-568-9421-BStoring Oorzaak Remedie De zaagketting komt niet op gang als gas wordt gegeven. De kettingrem is ingeschakeld. ► Kettingrem lossen. De zaagketting staat te strak. ► Zaagketting correct spannen. Het neustandwiel van het zaagblad is geblokkeerd. ► Het neustandwiel van het zaagblad met STIHL harso‐ plosmiddel reinigen. Tijdens de werk‐ zaamheden wordt rook gevormd of er is een brandlucht aan‐ wezig. De zaagketting is niet correct aangescherpt/ geslepen. ► Zaagketting correct aanscherpen/slijpen. In de olietank zit te weinig zaagkettingo‐ lie. ► Zaagkettingolie bijvullen. De kettingsmering levert te weinig zaag‐ kettingolie. ► de kettingzaag niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. De zaagketting staat te strak. ► Zaagketting correct spannen. De kettingzaag wordt niet correct gebruikt. ► De werking laten toelichten en oefenen.
18.2 Standaardafstelling uitvoeren
► Hoofdstelschroef H tot aan de aanslag linksom draaien. ► Stelschroef stationair toerental L tot aan de aanslag rechtsom draaien. ► Stelschroef stationair toerental L 1/4 slag linksom draaien.
18.3 Stationair toerental instellen
0000-GXX-2938-A0 De motor slaat bij stationair toerental af ► Standaardafstelling uitvoeren. ► Motor starten en kettingrem lossen. ► Motor ca. 1 minuut warmdraaien door steeds gas te geven. ► Als de motor nog steeds bij stationair toerental afslaat: Aanslagschroef stationair toerental LA 1/2 slag rechtsom draaien en de motor opnieuw starten. ► Aanslagschroef stationair toerental LA rechtsom draaien tot de zaagketting mee begint te draaien. ► Aanslagschroef stationair toerental LA 1 slag linksom draaien. De zaagketting draait bij stationair toerental con‐ tinu mee ► Standaardafstelling uitvoeren. ► Motor starten en kettingrem lossen. ► Motor ca. 1 minuut warmdraaien door steeds gas te geven. ► Aanslagschroef stationair toerental LA linksom draaien tot de zaagketting stil blijft staan. ► Aanslagschroef stationair toerental LA 1 slag linksom draaien.
18 Storingen opheffen Nederlands 0458-568-9421-B 81► Kapsluitdop (2) 1/2 slag linksom draaien. ► Kap (1) wegnemen. ► Bougiesteker (3) lostrekken. ► De bougie losdraaien. ► Bougie droogwrijven. WAARSCHUWING ■ Als bij een losgetrokken bougiesteker de start‐ handgreep wordt uitgetrokken, kunnen vonken ontsnappen. Vonken kunnen in licht ontvlam‐ bare of een explosieve omgeving brand en explosies veroorzaken. Personen kunnen zwaar letsel oplopen of worden gedood en er kan materiële schade ontstaan.
Combischakelaar in stand plaatsen en vasthouden, voordat de starthandgreep wordt uitgetrokken.
Combischakelaar in stand plaatsen en vasthouden. ► Starthandgreep meerdere malen uittrekken en laten vieren. De verbrandingskamer is geventileerd. ► Bougie aanbrengen en vastdraaien.
► Bougiesteker (3) stevig aandrukken. ► Kap (1) aanbrengen. ► Kapsluitdop (2) zolang rechtsom draaien tot er een klik hoorbaar is. De kapsluitdop (2) is vergrendeld. 19 Technische gegevens
Cilinderinhoud: 31,8 cm³
Vermogen volgens ISO 7293: 1,4 kW (1,9 pk)
Stationair toerental volgens ISO 11681: 3000 ± 50 min
Vrijgegeven bougies: NGK CMR6H van STIHL
Gewicht bij lege brandstoftank, lege olietank, zonder zaagblad en zonder zaagketting: 3,3 kg
snelheden De volgende kettingtandwielen kunnen worden gemonteerd: 6-tands voor 3/8" P
Maximale kettingsnelheid volgens ISO 11681: 26,0 m/s
Kettingsnelheid bij maximaal vermogen: 18,6 m/s 8-tands voor 1/4" P
Maximale kettingsnelheid volgens ISO 11681: 23,6 m/s
Kettingsnelheid bij maximaal vermogen: 16,9 m/s
19.3 Minimale groefdiepte van de
zaagbladen De minimale groefdiepte is afhankelijk van de steek van het zaagblad.
19.4 Geluids- en trillingswaarden
Geluiddrukniveau L peq gemeten volgens ISO 22868: 100 dB(A). De K-waarde voor het geluiddrukniveau bedraagt 2 dB(A).
gemeten volgens ISO 22868: 112 dB(A). De K-waarde voor het geluidvermogensniveau bedraagt 2 dB(A).
Trillingswaarde a hv,eq gemeten volgens ISO 22867:
Draagbeugel: 3,6 m/s². De K-waarde voor de trillingswaarde bedraagt 2 m/s².
Bedieningshandgreep: 3,6 m/s². De K- waarde voor de trillingswaarde bedraagt 2 m/s². Informatie over het voldoen aan de EG-richtlijn 2002/44/EG inzake trillingen is op www.stihl.com/vib aangegeven.
REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, classificatie en vrijgave van chemica‐ liën. Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH-voorschrift is onder www.stihl.com/reach weergegeven.
19.6 Uitlaatgasemissiewaarde
-waarde staat weergegeven bij de voor Nederlands 19 Technische gegevens 82 0458-568-9421-Bhet product specifieke technische gegevens bij www.stihl.com/co2. De gemeten CO
-waarde werd op een represen‐ tatieve motor volgens een genormeerde testpro‐ cedure onder laboratoriumomstandigheden bepaald en vormt geen uitdrukkelijke of impli‐ ciete garantie van het vermogen van een bepaalde motor. Door het in deze handleiding beschreven gebruik conform de voorschriften en onderhoud, wordt aan de geldende uitlaatgasemissie-eisen vol‐ daan. Bij modificaties aan de motor vervalt de typegoedkeuring. 20 Combinaties van zaagbladen en zaagkettingen
20.1 Kettingzaag STIHL MS 194 T
Steek Dikte aand‐ rijfschakel/ groefbreedte Lengte Zaagblad Aantal tan‐ den neu‐ standwiel Aantal aand‐ rijfschakels Zaagketting 3/8“ P 1,1 mm 25 cm Rollomatic E light
71 PM3 (3670) 30 cm 64 35 cm 72 30 cm Carving E - 64 De zaaglengte van een zaagblad is afhankelijk van de gebruikte kettingzaag en de zaagketting. De werkelijke zaaglengte van een zaagblad kan kleiner zijn dan de aangegeven lengte. 21 Onderdelen en toebehoren
21.1 Onderdelen en toebehoren
Deze symbolen kenmerken de origi‐ nele STIHL onderdelen en het originele STIHL toebehoren. STIHL adviseert alleen originele STIHL onderde‐ len en origineel STIHL toebehoren te gebruiken. Reserveonderdelen en toebehoren van andere fabrikanten kunnen door STIHL wat betreft betrouwbaarheid, veiligheid en geschiktheid ondanks continue marktobservatie niet worden beoordeeld en STIHL kan ook niet borg staan voor het gebruik ervan. Originele STIHL onderdelen en origineel STIHL toebehoren zijn leverbaar via de STIHL dealer. 22 Milieuverantwoord afvoe‐ ren
22.1 Kettingzaag afvoeren
Informatie betreffende het milieuvriendelijk ver‐ werken/afvoeren is verkrijgbaar bij de STIHL dealer. ► De kettingzaag, het zaagblad, zaagketting, brandstof, benzine, tweetaktmotorolie, toebe‐ horen en verpakking volgens voorschrift en milieuvriendelijk afvoeren. 23 EU-conformiteitsverklaring
23.1 Kettingzaag STIHL MS 194 T
ANDREAS STIHL AG & Co. KG Badstraße 115 D-71336 Waiblingen Duitsland verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat 20 Combinaties van zaagbladen en zaagkettingen Nederlands 0458-568-9421-B 83– Constructie: Kettingzaag
Serie-identificatie: 1137
Cilinderinhoud: 31,8 cm³ voldoet aan de betreffende bepalingen van de richtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG, 2014/30/EU en 2000/14/EG en in overeenstemming met de ten tijde van de productiedatum geldende ver‐ sies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduceerd: EN ISO 11681‑1, EN 55012 en EN 61000‑6‑1. De EG-typegoedkeuring werd uitgevoerd aan de hand van de richtlijn 2006/42/EG, art. 12.3(b) door: DPLF, Deutsche Prüf- und Zertifizierungs‐ stelle für Land- und Forsttechnik GbR (Duits keu‐ rings- en certificeringsinstituut voor land- en bos‐ bouw) (NB 0363), Spremberger Straße 1, 64823 Groß‑Umstadt, Duitsland
Certificeringsnummer: K-EG 2018/8641 Voor het bepalen van het gemeten en het gega‐ randeerde geluidvermogensniveau werd volgens richtlijn 2000/14/EG, bijlage V, onder toepassing van de norm ISO 9207 gehandeld.
Gegarandeerd geluidvermogensniveau: 114 dB(A) De technische documentatie wordt bij de pro‐ ductgoedkeuring van ANDREAS STIHL AG & Co. KG bewaard. Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op de kettingzaag. Waiblingen, 3-2-2020 ANDREAS STIHL AG & Co. KG Bij volmacht Dr. Jürgen Hoffmann, Hoofd productgegevens, - voorschriften en goedkeuring Indice
Notice-Facile