KMI6350.0SR - Fornuis Küppersbusch - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KMI6350.0SR Küppersbusch in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KMI6350.0SR - Küppersbusch en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KMI6350.0SR van het merk Küppersbusch.
GEBRUIKSAANWIJZING KMI6350.0SR Küppersbusch
2 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen ..... 76
2.1 Voor aansluiting en werking ............................... 76
2.2 Voor de kookplaat in het algemeen .................... 76
3 Beschrijving van het toestel .................................. 78
3.1 Bediening met sensortoetsen ............................. 79
3.2 Wat u moet weten over de slider (sensorveld) ... 79
4 Bediening ................................................................ 80
4.1 Het inductiekookveld .......................................... 80
4.6 Kookgerei voor inductiekookplaat ...................... 81
4.12 Kookplaat en kookzone inschakelen ................ 82
4.13 Kookzone uitschakelen .................................... 82
4.14 Kookplaat uitschakelen .................................... 82
7.1 Veiligheidsinstructies voor de
7.4 Variabele montagemogelijkheden:
Opliggende montage .......................................... 94
7.5 Variabele montagemogelijkheden:
8 Buitenbedrijfstelling, afvoer .................................. 97
8.1 Buitenbedrijfstelling ............................................ 97
8.2 Verwijderen van de verpakking .......................... 97
8.3 Verwijderen van oude apparaten ........................ 97Algemeen
Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer u uw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijnen voor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onderhoud van het toestel, zodat u er lang plezier aan beleeft. Als er een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofdstuk „Wat te doen bij problemen?”. Kleinere storingen kunt u vaak zelf verhelpen en u vermijdt op die manier onnodige servicekosten. Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiks- en montagehandleiding ter informatie en veiligheid aan een nieuwe eigenaar door.
1.2 Reglementair gebruik
De kookplaat is alleen voor de bereiding van levensmiddelen in het huishouden en in gelijkaardige omgevingen bedoeld. Gelijkaardige omgevingen zijn:
- Het gebruik in winkels, kantoren en gelijkaardige werkomstandigheden
- Het gebruik in landbouwbedrijven
- Het gebruik door klanten in hotels, motels en andere typische woonomgevingen
- Het gebruik in logies en ontbijt
- Ze mag niet voor een ander doel en alleen onder toezicht worden gebruikt. 1 Algemeen
1.1 Küppersbusch klantenservice
Centrale klantenservice- / reservedelenaanvraag Duitsland: Küppersbusch Hausgeräte GmbH Im Welterbe 2 D - 45141 Essen Telefoon: +49 209-401-0 Telefax: +49 209 4 01-7 14 / 7 15 Internet: www.home-kueppersbusch.com U bereikt ons: Maandag tot donderdag van 8:30 uur tot 18:00 uur Vrijdag van 8:30 uur tot 17:00 uur Buiten de diensturen kunt u ons uw wensen per telefax of internet onder www.kueppersbusch.de meedelen. Belangrijk: Opdat onze klantenservice reparaties zorgvuldig kan voorbereiden en voor de nodige reservedelen kan zorgen, hebben we bij uw serviceaanvraag de volgende informatie nodig:
3. Wanneer kan de klantenservice u bezoeken?
4. De juiste benaming van het apparaat: Mod. en F.-nr.
(te vinden op het typeplaatje en/of het aankoopbewijs)
5. De aankoopdatum of leveringsdatum
6. De precieze beschrijving van het probleem of van uw
servicewens Gelieve ook uw aankoopbewijs klaar te houden. Zo helpt u ons onnodige tijd en kosten te vermijden en ook voor u effi ciënter te werken. Gelsenkirchen, november 2010 KÜPPERSBUSCH HAUSGERÄTE GmbHVeiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen
2 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen
2.1 Voor aansluiting en werking
- De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoorschriften gebouwd.
- Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het apparaat mogen alleen door een erkend vakman volgens de geldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risico voor uw veiligheid.
- Als de netaansluitkabel van dit toestel beschadigd is, moet ze door de fabrikant of zijn klantenservice of door een gelijkaardig gekwalifi ceerde persoon worden vervangen om risico's te vermijden.
- Het toestel mag niet met een externe schakelklok of een extern afstandsbesturingssysteem worden gebruikt.
2.2 Voor de kookplaat in het algemeen
- Wegens de zeer snelle reactie bij een hoog ingestelde kookstand de inductiekookplaat niet zonder toezicht gebruiken!
- Houd bij het koken rekening met de hoge opwarmsnelheid van de kookzones. Vermijd het leegkoken van pannen omdat daarbij het gevaar bestaat dat de pannen oververhit raken!
- Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakelde kookzones.
- Wees voorzichtig bij het gebruik van au-bain-marie- pannen. Au-bain-marie-pannen kunnen ongemerkt droogkoken! Dat veroorzaakt beschadigingen aan de pan en aan de kookplaat. De fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld!
- Schakel een kookzone na gebruik altijd uit met behulp van het regel- en/of bedieningsapparaat en niet alleen met behulp van de panherkenning.
- Oververhitte vetten en olie kunnen spontaan ontbranden. Bij het bereiden van gerechten met vet en olie altijd in de buurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen! Het toestel uitschakelen en dan de vlammen voorzichtig met bijv. een deksel of een blusdeken afdekken.
- De keramische plaat is zeer stevig. Zorg er niettemin voor dat er geen harde voorwerpen op de keramische plaat vallen. Puntvormige slagbelastingen kunnen de kookplaat doen breken.
- Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het toestel onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.
- Als de kookplaat door een defect in de sensorregeling niet meer kan worden uitgeschakeld, onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.
- Voorzichtig bij het werken met huishoudelijke apparatuur! Netsnoeren mogen niet met de hete kookzones in contact komen.
- Brandgevaar: nooit voorwerpen op de kookplaat laten liggen.
- De keramische kookplaat mag niet worden gebruikt om er voorwerpen op neer te leggen!
- Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen. Alles wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzone houden, bijv. kunststof, folie, in het bijzonder suiker en gerechten met een hoog suikergehalte. Suiker onmiddellijk met een speciale glasschraper volledig van de keramische kookplaat verwijderen zolang deze nog warm is, om beschadigingen te vermijden.
- Metalen voorwerpen (zoals keukengerei, bestek...) mogen niet op de inductiekookplaat worden gelegd omdat ze heet kunnen worden. Gevaar voor verbranding!
- Geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of vervormbare voorwerpen direct onder de kookplaat leggen.
- Metalen voorwerpen die op het lichaam worden gedragen, kunnen in de onmiddellijke nabijheid van de inductiekookplaat heet worden. Opgelet, gevaar van verbranding. Voor niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. gouden of zilveren ringen) geldt dit niet.
- Nooit gesloten conservenblikken en compoundverpakkingen op kookzones verwarmen. Door de energietoevoer kunnen deze uiteenspatten!
- De sensoren schoonhouden omdat verontreinigingen door het apparaat als vingercontact kunnen worden herkend. Nooit voorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz.) op de sensortoetsen plaatsen!
- Als pannen tot over de sensortoetsen overkoken, is het raadzaam om op de UIT-toets te drukken.
- Hete pannen niet in de buurt van de sensortoetsen schuiven en deze niet afdekken. In dat geval wordt het toestel automatisch uitgeschakeld.
- Plaats de pan zoveel mogelijk in het midden van de kookzone!
- Grote pannen zoveel mogelijk op de achterste kookzones gebruiken, om te vermijden dat de sensortoetsen te warm worden (oververhitting van de touch-control; foutmelding E2).
- Als er zich in de woning huisdieren bevinden die aan de kookplaat kunnen, moet de kinderbeveiliging worden geactiveerd.
- Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, mag de inductiekookplaat niet worden gebruikt.
- De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoomreinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt!
- Zorg ervoor dat er geen voorwerpen (bijv. schoonmaakdoekje) in de directe nabijheid van de kookplaatafzuiging liggen. Deze kunnen door de luchtstroom naar binnen gezogen worden. In beginsel moeten vloeistoff en en kleine onderdelen uit de buurt van het toestel worden gehouden.
- Gebruik het toestel nooit zonder vetfi lter.
- Verzadigde vetfi lters leveren brandgevaar op!
- Frituren is alleen onder voortdurend toezicht toegestaan, fl amberen is niet toegestaan!Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen
- Bij het gebruik van haardgekoppeld hout-, kool-, gas- of olievuur moet voor voldoende aanvoerlucht worden gezorgd. De maximaal toelaatbare onderdruk die door de afzuigkap in de ruimte van het haardgekoppeld vuur wordt veroorzaakt, mag de 4 Pa (0,04 mbar) niet overschrijden, anders bestaat er vergiftigingsgevaar.
- Tijdens het koken wordt door de damp extra vocht aan de kamerlucht afgegeven.
- In circulatiebedrijf wordt het vocht uit de damp maar voor een klein deel verwijderd. Er moet daarom altijd voor voldoende toevoer van verse lucht, worden gezorgd, bijvoorbeeld door een geopend raam of door het gebruik van huisventilatie.
- Zorg altijd voor een normaal en behaaglijk ruimteklimaat (45 - 60 % luchtvochtigheid).
- Schakel na elk gebruik in circulatiebedrijf de kookplaatafzuiging ca. 20 minuten lang op een lage stand of activeer de automatische naloop.
- Deze toestellen kunnen door kinderen vanaf 8 jaar alsook door personen met verminderd lichamelijk, zintuiglijk of geestelijk vermogen of met gebrek aan ervaring en/of kennis worden gebruikt als erop toezicht wordt gehouden of als ze over het veilige gebruik van het toestel zijn geïnstrueerd en ze de bijbehorende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. De reiniging en het onderhoud door de gebruiker mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij het onder toezicht gebeurt.
- De oppervlakken van verwarmings- en kookzones worden heet tijdens de werking. Daarom moeten kleine kinderen principieel uit de buurt worden gehouden.
- Er mogen alleen fornuisrekken of kookplaatafdekkingen van de kookplaatfabrikant of door de fabrikant in de gebruiksaanwijzing van het toestel vrijgegeven fornuisrekken of kookplaatafdekkingen worden gebruikt. Het gebruik van niet geschikte fornuisrekken of kookplaatafdekkingen kan tot ongevallen leiden.
- Personen met pacemakers of geïmplanteerde insulinepompen moeten zich ervan verzekeren dat hun implantaten niet door de inductiekookplaat worden beïnvloed (het frequentiebereik van de inductiekookplaat bedraagt 20-50 kHz).
2.4 Symbool- en instructieverklaring
Het apparaat werd volgens de huidige stand van de techniek geproduceerd. Desondanks kunnen machines risico's opleveren, die constructief niet te vermijden zijn. Om voldoende veiligheid voor de bediener te waarborgen, worden extra veiligheidsinstructies gegeven in de vorm van de hiervolgend beschreven tekstmarkeringen. Alleen als deze in acht worden genomen, is er voldoende veiligheid tijdens de werking gewaarborgd. De gemarkeerde tekstpassages hebben verschillende betekenissen: GEVAAR Opmerking die op een direct dreigend gevaar wijst, waarvan de mogelijke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zijn. OPGELET Opmerking die op een mogelijk gevaarlijke situatie wijst, waarvan de mogelijke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zijn. LET OP Opmerking die op een gevaarlijke situatie wijst, waarvan de mogelijke gevolgen lichte verwondingen of beschadiging van het apparaat zijn. OPMERKING Het in acht nemen van opmerkingen vergemakkelijkt de omgang met het apparaat. Bovendien worden op sommige plekken de volgende gevaarsymbolen gebruikt: WAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE ENERGIE! ER BESTAAT LEVENSGEVAAR! In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht. Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektromonteur worden verwijderd. OPGELET! HETE OPPERVLAKKEN! Dit symbool is aangebracht op oppervlakken die heet worden. Er bestaat gevaar voor ernstig brandletsel of verbrandingen. De oppervlakken kunnen ook na het uitschakelen van het apparaat heet zijn. GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN VOOR
MODULES (ESD) IN ACHT NEMEN!. Achter afdekkingen die met het hiernaast staande symbool gekenmerkt zijn, bevinden zich elektrostatisch gevoelige componenten en modules. Aanraken van stekkeraansluitingen, geleiders en componentenpins moet absoluut worden vermeden. Alleen vakpersoneel met elektronicakennis en -ervaring is bevoegd om hierin wijzigingen aan te brengen!Beschrijving van het toestel
3 Beschrijving van het toestel Het decor kan van de afbeeldingen afwijken.
1. Inductiekookzone voor
2. Inductiekookzone achter
6. Aan/Uit-toets (kookplaat)
8. STOP-toets (pauzefunctie)
14. Aanwijzing voor kookzonetimer
OPMERKING De meeste van de hier weergegeven toetsen zijn pas zichtbaar na het inschakelen van de kookplaat.
16Beschrijving van het toestel
3.1 Bediening met sensortoetsen
De bediening van de keramische kookplaat gebeurt met touch-control-sensortoetsen. De sensortoetsen functioneren als volgt: met de vingertop kort een symbool op het keramische oppervlak aanraken. Elke correcte bediening wordt door een signaaltoon bevestigd. In de rest van de tekst wordt voor de touch-control- sensortoets het woord 'toets' gebruikt. Permanente panherkenning Als de kookplaat over een permanente panherkenning beschikt, kan een kookstand pas via het sensorveld worden ingeschakeld, nadat een pan op de kookplaat is herkend en de kookstandindicatie 0 weergeeft. Aan/uit-toets (6) Deze toets wordt gebruikt om de hele kookplaat aan en uit te zetten. Deze toets is de hoofdschakelaar. Powerstand in het sensorveld De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekookzones ter beschikking. STOP-toets (8) Het koken kan met de STOP-toets even worden onderbroken. Recall-functie (Herstelfunctie) (8) Na het per ongeluk uitschakelen van de kookplaat kan de laatste instelling weer worden hernomen. Vergrendeltoets (9) Met de vergrendeltoets kunnen de toetsen worden geblokkeerd. Warmhoudtoets (10) Om warm te houden Grilltoets (11) voor het gebruik van de grillfunctie met een inductie- grillplaat. Min-toets / Plus-toets (12) Met deze toetsen worden de timer en de automatische uitschakeling van de kookzones en de automatische naloop van de ventilator ingesteld. Symbolen (14) ..................Timerfunctie, automatische uitschakeling Kookstandweergave (15) De kookstandweergave toont de gekozen kookstand, of: ..................Restwarmte ..................Powerstand ..................Panherkenning ..................Automatisch aankoken ..................Stop-functie ...................Kinderbeveiliging ..................Brugfunctie ...................Grillfunctie ..................Warmhoudstand Weergave ventilator (16) De ventilatorweergave toont de gekozen afzuigstand, of: ...................Automatisch bedrijf ...................Reiniging vetfi lter ...................Koolfi ltervervanging
3.2 Wat u moet weten over de slider
(sensorveld) De slider functioneert in principe zoals de sensortoetsen, met het verschil dat u de vinger op het keramische oppervlak plaatst en dan kunt verschuiven. Het sensorveld herkent deze beweging en verhoogt of verlaagt de aangetoonde waarde (kookstand) volgens de beweging. Het begrip „slider” [Engels „slide”: schuiven, laten glijden] is in deze handleiding identiek met de term sensorveld. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 P Waarop moet u bij de bediening letten? De vinger mag niet te vlak op de keramische plaat worden gezet om te verhinderen dat naburige toetsen/ sensorvelden per ongeluk reageren. Sensorveld aantikken of de vinger verschuiven Het sensorveld kan met de vinger worden aangetikt; dan verandert de aangetoonde waarde (kookstand) stapsgewijs. Als de vinger op het sensorveld wordt geplaatst en dan naar links of naar rechts wordt verschoven, verandert de aangetoonde waarde continu. Hoe sneller de beweging, hoe sneller de aanwijzing verandert. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 P 1 2 3 4 5 6 7 8 9 P Sensorveld fout goed schuiven aantikkenBediening
4.1 Het inductiekookveld
De kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductiespoel onder de keramische kookplaat wekt een elektromagnetisch wisselveld op, dat de vitrokeramiek doordringt en in de bodem van de pan een warmtevormende stroom induceert. Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer door een verwarmingselement via de pan op de te koken gerechten overgedragen; de nodige warmte wordt m.b.v. inductiestromen direct in de pan gevormd. Voordelen van het inductiekookveld
- Energiebesparend koken door rechtstreekse energieoverdracht op de pan (aangepaste pannen van magnetiseerbaar materiaal zijn noodzakelijk),
- meer veiligheid omdat de energie alleen wordt doorgegeven als er een pan op de kookzone staat,
- energieoverdracht tussen inductiekookzone en panbodem met een hoog rendement,
- hoge opwarmsnelheid,
- weinig risico op verbrandingen omdat de kookplaat alleen door de panbodem wordt verwarmd, overkokende gerechten branden niet vast,
- snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer.
Als er geen of een te kleine pan op de kookzone staat als de kookzone is ingeschakeld, dan wordt deze niet van energie voorzien. Een knipperende in de kookstandweergave maakt daarop attent. Als er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, wordt de ingestelde stand ingeschakeld en de kookstandweergave brandt. De energietoevoer wordt onderbroken als de pan wordt verwijderd, in de kookstandweergave verschijnt een knipperende . Indien kleinere pannen worden opgezet, waarbij de panherkenning toch in werking treedt, wordt slechts zoveel energie toegevoerd als nodig is. De permanente panherkenning herkent op welke kookzone een pan is gezet en toont een 0 in de betreff ende kookstandindicatie. Panherkenningsgrenzen Kookzonediameter (mm) Aanbevolen minimum- diameterpanbodem (mm) 210x190 110 De bodem van de pan mag niet kleiner dan een bepaalde minimumdiameter zijn, omdat de inductie anders niet wordt ingeschakeld. Plaats de pan altijd in het midden van de kookzone om een optimaal rendement te verkrijgen. Belangrijk: naargelang van de kwaliteit van de pan kan de vereiste minimumdiameter voor het reageren van de panherkenning afwijken!
4.3 Gebruiksduurbeperking
De inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeperking. De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhankelijk van de gekozen kookstand (zie tabel). De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellingen van de kookzone niet worden veranderd. Als de gebruiksduurbeperking heeft gereageerd, wordt de kookzone uitgeschakeld; er is een kort signaal te horen en in de aanwijzing verschijnt een H. De automatische uitschakeling heeft voorrang op de bedrijfsduurbeperking, d.w.z. de kookzone wordt pas uitgeschakeld als de tijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (bijv. automatische uitschakeling met 99 minuten en kookstand 9 is mogelijk). Gebruiksduurbeperking Ingestelde kookstand Gebruiksduurbeperking in minuten
Als één of meer sensortoetsen langer of tegelijk worden ingedrukt (bijv. door een per ongeluk op de sensortoetsen geplaatste pan), wordt er niet geschakeld. Het symbool of ER03 knippert en er is gedurende een zekere tijd een signaal te horen. Na een paar seconden wordt er uitgeschakeld. A.u.b. het voorwerp van de sensortoetsen halen. Om het symbool of ER03 te wissen, op dezelfde toets drukken of de kookplaat uit- en inschakelen.
4.5 Oververhittingsbeveiliging (inductie)
Als de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebruikt, kan bij een hoge kamertemperatuur de elektronica niet meer voldoende worden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektronica optreden, wordt evt. het vermogen van de kookzone automatisch gereduceerd. Als bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamertemperatuur regelmatig E2 verschijnt, is de koeling waarschijnlijk onvoldoende. Ontbrekende koelopeningen in het meubel kunnen de oorzaak zijn. Eventueel moet de inbouw worden gecontroleerd (zie hoofdstuk 'Ventilatie').Bediening
4.6 Kookgerei voor inductiekookplaat
De pannen die voor de inductiekookplaat worden gebruikt, moeten van metaal zijn, magnetische eigenschappen bezitten en een voldoende grote bodem hebben. Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voor inductie geschikt is. Geschikte pannen Ongeschikte pannen Geëmailleerde stalen pannen met dikke bodem Pannen van koper, roestvrij staal, aluminium, vuurvast glas, hout, keramiek of terracotta Gietijzeren pannen met geëmailleerde bodem Pannen van roestvrij gelaagd staal, roestvrij ferrietstaal of aluminium met speciale bodem Zo kunt u vaststellen of uw pan geschikt is: Voer de hierna beschreven magneettest uit of kijk of de pan het symbool voor het koken met inductiestroom draagt. Magneettest: Ga met een magneet over de bodem van uw pan. Wordt de magneet aangetrokken, dan kunt u de pan op de inductiekookplaat gebruiken. Opmerking: Bij het gebruik van sommige pannen die geschikt zijn voor inductie, kunnen geluiden optreden, die te wijten zijn aan de bouwwijze van deze pannen. Fout: de panbodem is gewelfd. De temperatuur kan door de elektronica niet correct worden bepaald.
4.7 Tips om energie te besparen
Hier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig en effi ciënt met uw nieuwe inductiekookplaat en uw kookgerei om te gaan.
- De panbodemdiameter moet even groot zijn als de kookzonediameter.
- Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te houden dat vaak de bovenste pandiameter wordt vermeld. Die is meestal groter dan de panbodem.
- Snelkookpannen zijn door de gesloten kookruimte en de overdruk bijzonder tijdbesparend en zuinig. Door de korte bereidingsduur blijven vitamines bewaard.
- Zorg er altijd voor, dat er voldoende vloeistof in de snelkookpan zit, want bij een leeggekookte pan kunnen de kookzone en de pan door oververhitting beschadigd raken.
- Kookpannen indien mogelijk altijd met een passend deksel sluiten.
- Voor elke te bereiden hoeveelheid de passende pan gebruiken. Een grote, nauwelijks gevulde pan verbruikt veel energie.
Het verwarmingsvermogen van de kookzones kan in meerdere standen worden ingesteld. In de tabel vindt u toepassingsvoorbeelden voor de verschillende standen. Kookstand Toepassing
UIT-stand, benutting van de restwarmte Warm houden Verder koken van kleine hoeveelheden Doorkoken Gaar koken van grote hoeveelheden, gaar braden van grote stukken Braden, bechamelsaus maken Braden Aan de kook brengen, aanbraden, braden Powerstand (hoogste vermogen) Bij kookpannen zonder deksel moet evt. een hogere kookstand worden gekozen.
4.9 Restwarmteweergave
De keramische kookplaat is met een restwarmteweergave H uitgerust. Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan de restwarmte worden gebruikt om te smelten en om gerechten warm te houden. Na het uitdoven van de letter H kan de kookzone nog heet zijn. Er bestaat gevaar voor verbranding! Bij een inductiekookzone wordt de keramiek niet direct, maar alleen door de terugstralende warmte van de pan verwarmd.Bediening
Als de kookplaat over een permanente panherkenning beschikt, kan een kookstand pas via het sensorveld worden ingeschakeld, nadat een pan op de kookplaat is herkend en de kookstandindicatie 0 weergeeft.
4.11 Bediening van de toetsen
De hier beschreven besturing verwacht na het bedienen van een (keuze-) toets daarna de bediening van een volgende toets. De volgende toets moet principieel binnen 10 seconden worden bediend, anders wordt de keuze geannuleerd.
4.12 Kookplaat en kookzone inschakelen
1. Zolang op de Aan/Uit-toets drukken (ca. 1 sec.) tot de
kookstandweergaven 0 aantonen en een kort signaal te horen is. De besturing is klaar voor gebruik. De permanente panherkenning herkent op welke kookzone een pan is gezet en toont een 0 in de betreff ende kookstandindicatie.
2. Om een kookzone te selecteren, de kookstandweergave
(als toets) aanraken. De gereedheidsstip van de gekozen kookzone brandt.
3. Meteen daarna het sensorveld aanraken. Er wordt
een kookstand ingeschakeld. .......links Kookstand 0 .......centrum Kookstand 5 .......rechts Kookstand P* Zlie hoofdstuk Wat u moet weten over de slider (sensorveld) Om de kookstand te veranderen of om een andere kookzone in te schakelen moet u het bijbehorende sensorveld aanraken. Belangrijk: de bijbehorende gereedheidsstip moet branden!
4. Meteen daarna voor inductie geschikt kookgerei op
de kookzone plaatsen. De panherkenning schakelt de inductiespoel in. De pan wordt verwarmd. Zolang geen pan op de kookzone wordt geplaatst, wisselt de aanwijzing tussen de ingestelde kookstand en het symbool
Zonder pan wordt de kookzone om veiligheidsredenen na 10 minuten uitgeschakeld. Meer hierover in het hoofdstuk 'Panherkenning'.
4.13 Kookzone uitschakelen
Om een kookzone te selecteren, de kookstandweergave (als toets) aanraken. De gereedheidsstip van de gekozen kookzone moet branden.
5. a) Het sensorveld uiterst links aanraken
b) de op het sensorveld geplaatste vinger naar links verschuiven om de kookstand op 0 te verlagen.
4.14 Kookplaat uitschakelen
6. Op de Aan/Uit-toets drukken. De kookplaat wordt
onafhankelijk van de instelling volledig uitgeschakeld. Opmerking: Als alle kookzones handmatig worden uitgeschakeld (kookstand
0) en vervolgens op geen enkele toets of sensorveld meer
wordt gedrukt, wordt de kookplaat na 10 seconden automatisch uitgeschakeld.
- De powerstand wordt meteen geactiveerd. Zie alinea „Powerstand”. geschikt voor inductie GereedheidsstipBediening
Het koken kan tijdelijk met de STOP-toets worden onderbroken, bijv. als er aan de deur wordt gebeld. Om het koken met dezelfde kookstanden voort te zetten, moet de STOP-functie worden beëindigd. Een evt. ingestelde timer wordt gestopt en loopt daarna verder. Om veiligheidsredenen is deze functie slechts 10 minuten beschikbaar. Daarna wordt de kookplaat uitgeschakeld.
1. Het kookgerei staat op de kookzones en de gewenste
kookstanden zijn ingesteld.
drukken. In plaats van de gekozen kookstanden gaat het pauzesymbool aan.
3. De onderbreking wordt beëindigd door eerst op de
STOP-toets en daarna op een willekeurige andere toets (behalve de Aan/Uit-toets) te drukken. De tweede toets moet binnen 10 seconden worden bediend, anders wordt de kookplaat uitgeschakeld.
(Herstelfunctie) Na het per ongeluk uitschakelen van de kookplaat kan de laatste instelling weer worden hernomen. De recall-functie functioneert alleen als er ten minste één kookzone is ingeschakeld.
1. De kookplaat werd per ongeluk met de Aan/Uit-toets
uitgeschakeld. Binnen 6 seconden na het uitschakelen opnieuw op de Aan/Uit-toets drukken. De stop-toets knippert.
2. Meteen daarna op de STOP-toets drukken.
De oorspronkelijke kookstanden zijn weer ingesteld. Het kookproces wordt voortgezet. Hersteld worden
- De kookstanden van alle kookzones
- Minuten en seconden van voor welbepaalde kookzones geprogrammeerde timers
- Powerstand Niet hersteld worden
- De tellers van de gebruiksduurbeperking (er wordt weer vanaf 0 geteld)Bediening
De kinderbeveiliging moet verhinderen dat kinderen de inductiekookplaat per ongeluk of opzettelijk inschakelen. Hiervoor wordt de bediening geblokkeerd. Kinderbeveiliging inschakelen
1. Zolang op de Aan/Uit-toets drukken tot de
kookstandweergaven 0 aantonen.
2. Direct daarna een kookstandweergave activeren en
ingedrukt houden (ca. 3 sec.) tot het sliderveld van 0-P oplicht.
3. Aansluitend over het hele sensorveld 0-P strijken (sliden)
om de kinderbeveiliging te activeren. In de kookstandweergaven verschijnt een L voor Child- Lock; de bediening is geblokkeerd en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Kinderbeveiliging uitschakelen
4. Op de Aan/Uit-toets drukken.
5. Direct daarna een kookstandweergave activeren en
ingedrukt houden (ca. 3 sec.) tot het sliderveld van P-0 oplicht.
6. Aansluitend over het hele sensorveld P-0 strijken (sliden)
om de kinderbeveiliging uit dte schakelen. De L verdwijnt. Opmerkingen
- Bij een stroomstoring wordt de ingeschakelde kinderbeveiliging niet beëindigd.
(indien aanwezig) De voorste en de achterste kookzone kunnen voor het koken aaneengeschakeld worden (brugfunctie). Daardoor kunnen grote pannen worden gebruikt.
1. De kookplaat inschakelen.
2. Om de brugfunctie in te schakelen de
kookstandweergave (als toets) aanraken van de voorste en achterste kookzone tegelijkertijd aanraken. De brugfunctie is ingeschakeld en in de achterste kookstandweergave verschijnt de brug
De bediening vindt plaats met de voorste kookstandweergave en het sensorveld .
3. Voor het deactiveren opnieuw tegelijkertijd op de
twee kookstandweergaven (als toets) van de voorste en achterste kookzone drukken of de kookplaat uitschakelen. Opmerking De braadslede of de pan moet de gebruikte kookzones ten minste voor de helft bedekken om door de panherkenning te worden herkend! ca. 3 sec. ca. 3 sec.Bediening
(indien aanwezig) Voor de grillfunctie de door ons aanbevolen inductie- grillplaat gebruiken.
1. De kookplaat inschakelen.
2. Om te selecteren de kookstandweergave (als toets)
aanraken. De gereedheidsstip van de gekozen kookzone brandt.
drukken om de grillfunctie in te schakelen. De voorste en achterste kookzone worden gecombineerd en samen geschakeld.
4. Meteen daarna het sensorveld aanraken.
Er wordt een kookstand ingeschakeld.
5. De grillplaat op de kookzone zetten en het te grillen
product erin leggen: stand 1 - 3 voor groenten stand 4 - 6 voor vis stand 7 - 9 voor vlees
6. Voor het uitschakelen van de grillfunctie de grilltoets
of de kookplaat uitschakelen. Opmerkingen
- Kookplaat niet zonder toezicht laten.
- De betreff ende standen naar eigen voorkeur instellen.Bediening
4.20 Automatische uitschakeling (timer)
Door de automatische uitschakeling wordt elke ingeschakelde kookzone na een instelbare tijd automatisch uitgeschakeld. Er kunnen kooktijden van 0.01 tot 9.59 minuten worden ingesteld.
1. De kookplaat inschakelen.
2. Een of meer kookzones inschakelen en gewenste
3. Om een kookzone te selecteren, de kookstandweergave
(als toets) aanraken. De gereedheidsstip van de gekozen kookzone brandt. Vervolgens kan met de plus- of min-toets timer de gewenste tijd wo ingesteld. Linkerpositie: uren Middelste positie: decimale minuten Rechterpositie: enkele minuten Na enkele seconden wordt de waarde overgenomen en de tijd begint te lopen. Het timersymbool van de kookplaat brandt.
4. Na afl oop van de tijd wordt de kookzone uitgeschakeld.
Er is een tijd lang een signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalve de Aan/Uit-toets van de kookplaat ) te drukken. Opmerkingen
- Om de automatische uitschakeling voor een andere kookzone te programmeren, de stappen 2 tot 4 herhalen.
- Om de afgelopen tijd (automatische uitschakeling) te controleren, de kookstandweergave (als toets) aanraken. De aangetoonde waarde kan afgelezen en veranderd worden.
- Automatische uitschakeling vervroegd wissen: De gewenste kookzone selecteren en de tijd door aanraken van de min-toets Timer wissen (‘0’).
- Als meerdere kookzones met automatische uitschakeling geprogrammeerd zijn, wordt in de timer-weergave steeds de kookzone met de kortste tijd aangetoond.
4.21 Kookwekker (eierwekker)
1. De kookplaat inschakelen.
2. Geen kookzone selecteren.
Vervolgens kan met de plus- of min-toets timer de gewenste tijd wo ingesteld.
3. Na afl oop van de tijd is er een tijd lang een signaal
te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalve de Aan/Uit-toets van de kookplaat ) te drukken. Opmerking
- De kookwekker blijft werken, zelfs als de kookplaat is uitgeschakeld. Schakel de kookplaat in om de tijd te wijzigen.Bediening
lang drukken (ca. 3 sec.) Ingestelde Kookstand Aankookautomaat Tijd (min:sec)
Bij de aankookautomaat gebeurt het aan de kook brengen met kookstand 9. Na een bepaalde tijd wordt automatisch naar een lagere doorkookstand (1 tot 8) teruggeschakeld. Bij het gebruik van het automatisch aankoken moet alleen de doorkookstand worden gekozen waarmee de bereiding verder moet worden gekookt, omdat de elektronica automatisch terugschakelt. Het automatisch aankoken is geschikt voor gerechten die koud worden opgezet, op hoog vermogen worden verwarmd en op de doorkookstand niet permanent in het oog moeten worden gehouden (bijv. het koken van soepvlees).
1. De kookplaat inschakelen.
2. Lang (ca. 3 sec.) op het sensorveld
drukken om de functie te activeren en meteen een bepaalde doorkookstand te kiezen: ......... links ............kookstand 1 ......... centrum ......kookstand 5 ......... rechts .........kookstand 8 en de gekozen doorkookstand knipperen afwisselend.
3. Het automatisch aankoken verloopt volgens de
programmering. Na een bepaalde tijd (zie tabel) wordt het kookproces op de doorkookstand voortgezet. Het symbool dooft uit. Opmerking
- Tijdens het automatisch aankoken kan de doorkookstand verhoogd worden. Door de doorkookstand te verlagen wordt het automatisch aankoken uitgeschakeld.
Met de warmhoudfunctie kunnen gerechten die klaar zijn warm gehouden worden. De kookzone wordt met laag vermogen gebruikt.
1. Kookgerei staat op een kookzone en een kookstand
(bijv. 3) is gekozen.
2. Door meermaals drukken op de warmhoudtoets
wordt de gewenste warmhoudstand ingeschakeld.
3. Om uit te schakelen het sensorveld links
aanraken of op de warmhoudtoets drukken. De smeltfunctie staat 120 minuten ter beschikking, daarna wordt de kookzone uitgeschakeld.Bediening
Door de vergrendeling kunnen de bediening van de toetsen en de instelling van een kookstand worden geblokkeerd. Alleen de Aan/Uit-toets kan nog altijd worden bediend om de kookplaat uit te schakelen. Vergrendeling inschakelen
1. Op de vergrendeltoets
drukken. De vergrendeltoets licht sterk op. De vergrendeling is ingeschakeld. Vergrendeling uitschakelen
2. Op de vergrendeltoets
drukken. De vergrendeltoets brandt gedimd. De vergrendeling is uitgeschakeld. Opmerkingen De geactiveerde vergrendeling blijft ook behouden als de kookplaat uitgeschakeld is! Vooraleer weer kan worden gekookt, moet ze daarom eerst gedeactiveerd worden! Bij stroomuitval en uitschakelen met de Aan/Uit-toets van de kookplaat wordt de ingeschakelde vergrendeling opgeheven, d.w.z. gedeactiveerd.
De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekookzones ter beschikking. Een grote hoeveelheid water kan snel aan de kook worden gebracht.
1. De kookplaat inschakelen. Om een kookzone te
selecteren, de kookstandweergave (als toets) aanraken. De gereedheidsstip van de gekozen kookzone brandt.
2. Op het meest rechtse sensorveld drukken.
De powerstand is ingeschakeld.
3. Na 10 minuten wordt de powerstand automatisch
uitgeschakeld. De verdwijnt en er wordt naar kookstand 9 teruggeschakeld. Opmerking Om de powerstand vervroegd uit te schakelen, op het overeenkomstige sensorveld drukken.
4.26 Powermanagement
Telkens twee kookzones zijn – om technische redenen – tot een module gecombineerd en beschikken over een maximaal vermogen. Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of de powerfunctie wordt overschreden, reduceert het powermanagement de kookstand van de bijbehorende module-kookzone. De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, daarna wordt de maximaal mogelijke kookstand constant getoond. 10 min. Modules (powermanagement) Weergave ventilatorBediening
4.27 Ventilator gebruiken
In het midden van de kookplaat bevindt zich de ventilator met afzuiging naar onderen. Belangrijk: Leg het deksel niet op de inductiekookplaat! Gevaar voor verbranding!
4.27.1 Ventilator in- en uitschakelen
1. Zolang op de Aan/Uit-toets
drukken (ca. 1 sec.) tot de ventilatorweergaven 0 aantonen en een kort signaal te horen is. De besturing is klaar voor gebruik.
2. Om een ventilator te selecteren, de ventilatorweergave
(als toets) aanraken. De gereedheidsstip brandt.
3. Meteen daarna het sensorveld aanraken. Er
wordt een ventilatorstand ingeschakeld. ........ Links .......ventilatorstand 1 ........ centrum ..ventilatorstand 5 ........ rechts .....ventilatorstand P Om de ventilatorstand te wijzigen, selecteert u de ventilatorweergave en drukt u vervolgens op de sensorknop. Belangrijk: de bijbehorende gereedheidsstip moet branden! Automatisch bedrijf
1. Om automatisch bedrijf te selecteren, drukt u op de
ventilatorweergave (als toets) totdat er een A voor automatisch bedrijf op het display wordt weergegeven. De gereedheidsstip brandt.
2. Selecteer vervolgens een of meer kookplaten en stel een
3. De ventilatorstand wordt nu automatisch geregeld op
basis van de ingestelde kookstanden. Automatisch bedrijf regelt een beetje vertraagd en stapsgewijs volgens de ingestelde kookstanden. U kunt op elk moment teruggaan naar de handmatige modus door de ventilatorweergave langer ingedrukt te houden of de ventilatorweergave te selecteren en op het sensorveld te drukken. Tip Om te zorgen dat de afzuiging ook bij hoge pannen (bijv. aspergepan) goed werkt, kunt u aan de ventilatorzijde een kooklepel onder het pandeksel leggen. Weergave ventilator lang indrukkenBediening
De ventilatornaloop wordt na het koken gebruikt om kookgeurtjes weg te zuigen. Bovendien worden hierdoor de fi lters in de ventilator gedroogd. Ventilatornaloop instellen
1. Weergave ventilator selecteren
2. Vervolgens kan de gewenste tijd voor het opstarten van
de de ventilatornaaloop worden ingesteld met de plus- of min-toets timer. Linkerpositie: uren Middelste positie: decimale minuten Rechterpositie: minuten
3. Na enkele seconden wordt de waarde overgenomen en
de tijd begint te lopen. Het timersymbool ventilator brandt.
4. Na afl oop van de tijd wordt de ventilator uitgeschakeld.
Als een kookzone is ingeschakeld, loopt de timer pas af na het uitschakelen van de kookzone. Als de kookplaat tijdens de ventilatornaloop met de aan/uit-knop wordt uitgeschakeld, loopt de timer af in combinatie met een lage ventilatorstand.
Telkens na het koken zou een nalooptijd van de ventilatormotor van 10 - 20 minuten moeten worden ingesteld. Als de ventilator minstens 15 minuten heeft gewerkt, vindt er na het uitschakelen een automatische naloop op een lage stand plaats. Zo wordt een optimale werking en verwijdering van resterende kookdampen gewaarborgd. Bij werking met recirculatiefi lter is het raadzaam om na het koken altijd een nalooptijd van 10 - 60 minuten in te stellen, om een optimale geurverwijdering te bereiken. Bij het opnieuw inschakelen van de ventilator kan het in zeldzame gevallen voorkomen, dat de in het fi lter achtergebleven geurmoleculen zich hechten aan waterdamp en weer even geroken kunnen worden. Deze restgeurtjes verdwijnen tijdens de verdere werking weer snel. Belangrijk Bij circulatiebedrijf dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren. Filterreiniging / fi ltervervanging Als een fi lter moet worden gereinigd of vervangen, wordt dit op het display van de ventilator aangegeven door een voor vetfi lters of een voor koolstoffi lters. Door het inschakelen van de ventilator wordt de weergave voor een kookproces gewist. Om het display te resetten, drukt u ca. 3 seconden op de ventilator-display. Als er geen koolstoffi lter wordt gebruikt, moet de weergave ook worden gereset.Reiniging en onderhoud
5 Reiniging en onderhoud
- Vóór het reinigen de kookplaat uitschakelen en laten afkoelen.
- De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoomreinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt!
- Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/Uit-toets wordt geveegd. Op die manier wordt vermeden dat de kookplaat per ongeluk wordt ingeschakeld!
5.1 Keramische kookplaat
Belangrijk! Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoals grove schuurmiddelen, krassende pannenreinigers, roest- en vlekkenverwijderaar enz. Reiniging na gebruik
1. Maak de hele kookplaat altijd schoon als ze vuil
is – het beste telkens na gebruik. Gebruik hiervoor een vochtige doek en wat afwasmiddel. Daarna wrijft u de kookplaat met een schone doek droog, zodat er geen resten van afwasmiddel op het oppervlak achterblijven. Wekelijks onderhoud
2. Reinig en onderhoud de kookplaat een keer in de
week grondig met gebruikelijke reinigingsproducten voor vitrokeramiek. Houdt u zich in elk geval aan de instructies van de fabrikant. De reinigingsproducten vormen bij het aanbrengen een beschermend laagje dat water en vuil tegenhoudt. Alle verontreinigingen blijven op deze laag zitten en kunnen daarna veel gemakkelijker worden verwijderd. Vervolgens met een schone doek droogwrijven. Er mogen geen resten van reinigingsmiddelen op het oppervlak achterblijven, omdat ze bij het opwarmen agressief reageren en het oppervlak veranderen.
5.2 Speciale verontreinigingen
Sterk verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoerachtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als de kookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reinigingsmiddelen. Ga daarbij te werk zoals onder punt 2 beschreven. Overgekookte spijzen eerst met een natte doek inweken en vervolgens de vuilresten met een speciale glasschraper voor keramische kookplaten verwijderen. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder punt 2 beschreven. Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen – zolang ze nog heet zijn – met een glasschraper. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder punt 2 beschreven. Zandkorrels die mogelijk tijdens het aardappelen schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschuiven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkorrels op het oppervlak blijven liggen. Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed op de werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hierbij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet verwijderde en daarom ingebrande resten. Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, in het bijzonder bij het gebruik van kookgerei met een aluminium bodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnen slechts moeizaam met gebruikelijke reinigingsmiddelen worden verwijderd. Eventueel de reiniging meermaals herhalen. Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurende panbodems wordt het decor in de loop van de tijd afgeschuurd en ontstaan er donkere vlekken.
5.3 Kookplaatventilator
Reiniging van de metalen vetfi lters Reinig de metalen vetfi lters minimaal één keer per maand of bij te vette toestand en intensief gebruik in de vaatwasmachine of in een mild sopje. Voor het uitnemen van een fi lter de kap van de ventilator optillen en de vetfi lter verwijderen. Filters kunt u in de vaatwasmachine reinigen. Filters in de vaatwasmachine verticaal zetten. Gebruik a.u.b uitsluitend naspoelmiddel dat geschikt is voor aluminium, om schade en verkleuringen aan de fi lters te voorkomen. Niet vlak naast glazen of licht porselein laten afwassen. Gebruik de ventilator niet zonder vetfi lters! Na de fi lterreiniging de fi lters droog weer in de ventilator Neem liefst bij ieder fi ltervervanging de goed toegankelijke binnenzijde van de ventilator af met een met afwasmiddel bevochtigd doekje en let hierbij vooral op uitstekende delen binnenin de ventilator Reiniging en onderhoud van de ventilator Het geniet de voorkeur om de ventilator bij iedere fi lterreiniging te reinigen. Na langdurige koken van water met geopend deksel kan zich condenswater onder het fi lter verzamelen. Dat is volkomen normaal. Het water zou echter verwijderd en de binnenzijde van de ventilator gereinigd moeten worden. De ventilatieopeningen in het deksel zorgen ervoor dat ook in ruststand met geplaatst deksel zonder lopende ventilator mogelijke restvochtigheid van het koken en reinigen vanuit de ventilatorbinnenzijde kan ontsnappen. Als hierbij vervelende restgeurtjes mochten ontsnappen, is het raadzaam om zowel fi lter als ventilatorbinnenzijde te reinigen. De ventilator kunt u het beste met een vochtig, zacht doekje en wat mild afwasmiddel reinigen.Wat te doen bij problemen?
6 Wat te doen bij problemen? Ongekwalifi ceerde ingrepen en reparaties aan het apparaat zijn gevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluiting bestaat. Om lichamelijk letsel en schade aan het toestel te voorkomen, moeten deze worden vermeden. Daarom mogen dergelijke werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd. Denk eraan Als er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerst aan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken niet zelf kunt verhelpen. Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit? Neem contact op met de klantenservice of een elektromonteur! De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld?
- Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gereageerd?
- Is het netsnoer aangesloten?
- Is de kinderbeveiliging ingeschakeld, d.w.z. wordt er een L aangetoond?
- Zijn de sensoren gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistof of een metalen voorwerp bedekt? A.u.b. verwijderen.
- Wordt verkeerd kookgerei gebruikt? Zie hoofdstuk „Servies voor inductiekookplaat”. Het symbool of Er03 knippert en er is gedurende een bepaalde tijd een signaal te horen. Er is een permanente activering van de touch-control- sensortoetsen door overgekookte levensmiddelen, kookgerei of andere voorwerpen. Oplossing: het oppervlak schoonmaken of het voorwerp verwijderen. Om het symbool of Er03 te wissen, op dezelfde toets drukken of de kookplaat uit- en inschakelen. De foutcode E2 wordt getoond? De elektronica is te heet. De inbouwsituatie van de kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten. Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie. De foutcode E8 wordt getoond? Fout aan de ventilator rechts of links. De aanzuigopening is geblokkeerd of afgedekt, of de ventilator is defect. De montage van de kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten. Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie. De foutcode U400 wordt getoond? De kookplaat is verkeerd aangesloten. De besturing wordt na 1s uitgeschakeld en er is een continu signaal te horen. De correcte netspanning aansluiten. Er wordt een foutcode (ERxx of Ex) getoond? Er is een technisch defect. A.u.b. contact opnemen met de service. Het pansymbool verschijnt? Er werd een kookzone ingeschakeld en de kookplaat verwacht dat er een geschikte pan wordt opgezet (panherkenning). Pas dan wordt er energie afgegeven. Het pansymbool blijft verschijnen, hoewel er een pan werd opgezet? De pan is niet geschikt voor inductie of heeft een te kleine diameter. De gebruikte kookpannen maken geluid? Dat heeft een technische oorzaak; er bestaat geen gevaar voor de inductiekookplaat of de pan. De koelventilator blijft na het uitschakelen nog lopen? Dat is normaal omdat de elektronica wordt afgekoeld. De kookplaat maakt geluiden (klikgeluiden)? Dat heeft een technische oorzaak en is niet te vermijden. De kookplaat heeft barsten of breuken? Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het toestel onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.Montagehandleiding
7.1 Veiligheidsinstructies voor de
- Het fi neer, de lijm of de kunststofbekleding van de aangrenzende meubels moeten temperatuurbestendig zijn (min. 75°C). Als het fi neer en de bekleding onvoldoende temperatuurbestendig zijn, kunnen ze vervormen.
- Bij het ingebouwde toestel mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan.
- Het gebruik van muurstrips van massief hout op het werkblad achter de kookplaat is toegelaten voor zover de minimumafstanden volgens de inbouwtekeningen worden gerespecteerd.
- De minimumafstanden aan de achterkant van de kookplaatuitsparingen moeten volgens de inbouwtekening worden gerespecteerd.
- Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veilig- heidsafstand van minstens 50 mm vereist. De zijkant van de hoge kast moet met warmtebestendig materi- aal worden bekleed. Om goed te kunnen werken dient de afstand echter ten minste 300 mm te bedragen.
- De afstand tussen kookplaat en afzuigkap moet minstens zo groot zijn als in de montagehandleiding van de afzuigkap is voorgeschreven.
- Het verpakkingsmateriaal (plastic folie, piepschuim, nagels, enz.) moet uit de buurt van kinderen worden gehouden omdat deze delen eventuele risicobronnen vormen. Kleine onderdelen kunnen worden ingeslikt en bij folie bestaat er verstikkingsgevaar.
- De inductiekookplaat is voorzien van een ventilator die automatisch aan- en uitgaat. Als de temperatuur- waarden van de elektronica een bepaalde drempel overschrijden, start de ventilator met lage snelheid. Wordt de inductiekookplaat intensief gebruikt, dan schakelt de ventilator over naar een hogere snelheid. Als de elektronica voldoende is afgekoeld, reduceert de ventilator zijn snelheid en schakelt automatisch uit.
- De afstand tussen de inductiekookplaat en de keukenmeubels of de ingebouwde apparaten moet groot genoeg zijn, zodat de inductie voldoende geventileerd wordt.
- Als het vermogen van een kookzone regelmatig vanzelf gereduceerd of uitgeschakeld wordt (zie hoofdstuk 'Oververhittingsbeveiliging'), is de koeling waarschijnlijk onvoldoende. In dat geval is het aanbevolen de achterwand van de onderkast ter hoogte van de uitsparing in het werkblad te openen en de voorste dwarslijst van het meubel over de gehele breedte van de kookplaat te verwijderen, zodat een betere luchtcirculatie mogelijk is. min. 5 mm
Belangrijke opmerkingen
- Overmatige warmteontwikkeling langs onder, bijv. door een oven zonder dwarsstroomventilator, moet worden vermeden.
- Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, mag de inductiekookplaat niet worden gebruikt.
- Bij de inbouw boven een lade moet erop worden gelet dat er geen puntige voorwerpen in de lade worden bewaard. Die kunnen anders aan de onderkant van de kookplaat blijven haken en de lade blokkeren.
- Als er zich een tussenbodem onder de kookplaat bevindt, moet de minimale afstand tot de onderkant van de kookplaat 20 mm bedragen om voldoende ventilatie van de kookplaat te garanderen.
- De kookplaat mag niet boven koelkasten, vaatwassers, wasmachines of droogkasten worden ingebouwd.
- Om brand te vermijden, moet erop worden gelet dat geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of door warmte vervormbare voorwerpen direct naast of onder de kookplaat worden geplaatst of gelegd. Kookplaatafdichting Vóór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaatafdichting zonder onderbreking worden ingelegd.
- U moet verhinderen dat er tussen de rand van de kookplaat en het werkblad of tussen het werkblad en de muur vloeistoff en in de daaronder ingebouwde elektrische apparaten kunnen indringen.
- Bij inbouw van de kookplaat in een oneff en werkblad, bijv. met een keramisch of vergelijkbaar oppervlak (tegels enz.) moet de pakking, die zich evt. aan de kookplaat bevindt, worden verwijderd. In de plaats daarvan moet de verbinding tussen kookplaat en werkblad met plastische afdichtmaterialen (kit) worden afgedicht.
- De kookplaat in geen geval met silicone vastkleven! Anders is het later niet meer mogelijk de kookplaat weer te verwijderen zonder ze te vernielen. Uitsparing in het werkblad De uitsparing in het werkblad moet zo nauwkeurig mogelijk met een goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitgezaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeld zodat er geen vocht kan binnendringen. De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens de afbeeldingen uitgezaagd. De keramische kookplaat moet absoluut horizontaal en op gelijke hoogte met het werkblad liggen. Eventuele spanningen kunnen de glazen plaat doen breken. Controleren of de pakking van de kookplaat correct zit en volledig afsluit. Voor een betere ventilatie van de kookplaat wordt vooraan een luchtspleet van 5 mm aanbevolen.Montagehandleiding
Minimumafstand tot naburige wanden Afmetingen uitsparing Uitfreesmaat Buitenmaat kookplaatBelangrijk:Als de keramische kookplaat scheef zit of spant, bestaat er verhoogd breukgevaar bij de montage!Afdichttape in de hoek van de steunrand van het aanrecht aanbrengen, zodat geen siliconenlijm onder de kookplaat kan terechtkomen.De kookplaat zonder lijm in de uitsparing van het werkblad leggen en uitlijnen. Eventueel hoogtecompensatieplaten eronder leggen.De spleet tussen kookplaat en aanrechtblad met siliconenlijm voegen.Belangrijk:Siliconenlijm mag op geen enkele plaats onder het oplegvlak terechtkomen. Het uitnemen op een later tijdstip wordt daardoor onmogelijk. Bij negeren komt de garantie te vervallen.
7.4 Variabele montagemogelijkheden:
Opliggende montage Afmetingen in mm
7.5 Variabele montagemogelijkheden:
Randloze montage De kookplaat inzetten en justeren.560+1min.50490+1
- Het product mag alleen door een erkende vakman met inachtneming van de plaatselijk geldende voorschriften worden aangesloten; hetzelfde geldt voor de afzuigingsaansluitingen. De installateur is verantwoordelijk voor de storingsvrije werking op de montageplek!
- Let bij de inbouw op de geldende bouwvoorschriften van de desbetreff ende landen en de energiebedrijven.
- De kookplaatventilator kan als afvoerlucht- en als circulatieluchtapparaat worden ingezet.
- De afzuiglucht in een voor dat doel aangebrachte ventilatieschacht of door de huismuur naar buiten leiden.
- De afzuiglucht mag niet via een in gebruik zijnde rook- of gasafvoerschouw worden afgevoerd. Vraag in geval van twijfel advies bij een erkend schoorsteenveger.
- Als in de buurt van de kookplaatventilator een haardafhankelijk vuur (hout-, kool-, olie- of gasvuur) aanwezig is, moet er voor voldoende, vers aangevoerde lucht worden gezorgd. Anders bestaat er gevaar voor vergiftiging. Een veilige werking van de kookplaatventilator is gewaarborgd als de door de kookplaatventilator veroorzaakte onderdruk de 0,04 mbar (4 Pa) niet overschrijdt en er voldoende verse lucht de ruimte in kan stromen.
- Afvoerluchtleidingen moeten voldoen aan brandklasse B 1 DIN 4102.
- Zorg ervoor dat er geen kleinere maat aansluitmof wordt gekozen dan de minimale, nominale wijdte.
- Het is van belang dat er altijd gebruik wordt gemaakt van het voor de luchtgeleiding aanbevolen en met de kookplaatafzuiging compatibele systeem.
- De nominale wijdte van de circulatieluchtbuizen mag niet lager zijn dan 150 mm.
- Afvoerluchtleidingen zouden zo kort mogelijk moeten zijn, niet in een hoek van 90 graden maar in wijde bochten doorgetrokken moeten worden en geen diameterreducties mogen hebben.
- Buisdiameters nooit kleiner dan 150 mm kiezen. 50 cm voor de ventilatiemodule mogen geen bochten/ hoeken worden aangebracht.
- Tussen twee hoeken/bochten altijd een recht stuk van ca. 50 cm plaatsen.
- De diameters van roosters en de uitsparing in de plint zouden minimaal overeen moeten komen met de diameter van de afvoerluchtleiding. Er dient een uitstroomopening van minstens 500 cm² aanwezig te zijn. De plintlijsthoogte inkorten of passende openingen aanbrengen.
- Zorg er tijdens de installatie voor dat de circulatieluchteenheid ook na het afmonteren van de keuken toegankelijk blijft.
- Eventueel moeten plintpoten van de keukenkastjes worden verplaatst. OPMERKING Bij circulatiebedrijf dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren.
7.8 Aansluiting raamcontact/relaisaansluiting
WAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE ENERGIE! ER BESTAAT LEVENSGEVAAR! In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht. Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektromonteur worden verwijderd. Let op! De aansluiting voor de raamcontactschakelaar en de relaisaansluiting staat onder netspanning! Persoonlijk letsel door elektrische schokken! Voor het aansluiten van het schakelsysteem moet de kookplaat stroomloos worden geschakeld. De elektische aansluiting mag uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd! De aanwijzingen onder 7.9 Elektrische aansluiting moeten in acht worden genomen! Vooraanzicht Lamona
Raamcontactschakelaar (A) Spanning DC 16V, max. DC 20V Alleen goedgekeurde raamcontactschakelaars met potentiaalvrij contact mogen op de contactlus worden aangesloten. Het contact moet gesloten zijn wanneer het raam open is. Relaisaansluiting (B) Schakelvermogen max. 240V, 4A Potentiaalvrij relaiscontactMontagehandleiding
7.9 Elektrische aansluiting
WAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE ENERGIE! ER BESTAAT LEVENSGEVAAR! In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht. Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektromonteur worden verwijderd.
- De elektrische aansluiting mag uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd!
- De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van de plaatselijke elektriciteitsmaatschappij moeten strikt worden nageleefd.
- Bij het aansluiten van het apparaat moet een installatie worden voorzien die het mogelijk maakt het apparaat met een contactopeningswijdte van ten minste 3 mm met alle polen van het net te scheiden. Geschikte scheidingsinstallaties zijn LS-schakelaars, zekeringen en contactoren. Bij aansluiting en reparatie het toestel met een van deze installaties stroomloos maken.
- De aardleider moet zo lang zijn dat hij bij het begeven van de trekontlasting pas na de stroomvoerende aders van de aansluitkabel met trekkracht wordt belast.
- De overtollige kabellengte moet uit de inbouwzone onder het toestel worden getrokken.
- U moet er ook op letten dat de netspanning met de op het typeplaatje aangegeven netspanning overeenstemt.
- Bij het ingebouwde toestel mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan.
- Let op: Door een verkeerde aansluiting kan de vermogenselektronica worden vernield.
- Het apparaat is alléén toegelaten voor een vaste aansluiting. Het mag niet met een geaard stopcontact worden aangesloten. Aansluitwaarden Netspanning: 380-415V 2N~, 50/60Hz Nominale componentenspanning: 220-240V Geen aansluitkabel standaard aanwezig
- Om de aansluiting uit te voeren moet het deksel van de aansluitdoos aan de onderkant van het apparaat worden losgemaakt om zo de aansluitklem te bereiken. Na de aansluiting moet het deksel weer vastgemaakt en de aansluitleiding met de snoerklem beveiligd worden.
- De aansluitleiding moet minstens van het type H05 RR-F zijn. Aansluitingsmogelijkheden: 6-polige aansluiting Aansluitkabel standaard aanwezig
- De kookplaat is bij levering met een temperatuurbestendige aansluitkabel uitgerust.
- De aansluiting op het net wordt volgens het aansluitschema uitgevoerd, tenzij de aansluitkabel al met een stekker is uitgerust.
- Als de netaansluitkabel van dit apparaat wordt beschadigd, moet hij door een speciale aansluitkabel worden vervangen. Om risico’s te vermijden mag dit alleen door de fabrikant of zijn klantenservice gebeuren. Aansluitingsmogelijkheden zwart bruin blauw groen-geel blauw zwart bruin blauw groen-geel blauwBuitenbedrijfstelling, afvoer
Kookplaattype KMI6350.0 Afmetingen kookplaat hoogte/ breedte/ diepte mm 212 x 600 x 510 Kookzones 4 inductiekookzones mm / kW 190x220 / 2,1/3,0* Brugfunctie kW 3,7 Ventilator Max. luchtstroom m³/h 427,7 Aansluitwaarden Kookplaat kW 7,2 Ventilator kW 0,168
- Vermogen bij ingeschakelde powerstand
7.11 Inbedrijfstelling
Na het inbouwen van de kookplaat en na het inschakelen van de voedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftest van de besturing plaats en verschijnt er een service-informatie voor de klantenservice. Belangrijk: bij de aansluiting op het net mogen er geen voorwerpen op de touch-control sensoren liggen! Met een sponsje en wat afwasmiddel even over het oppervlak van de kookplaat vegen en vervolgens droogwrijven. Verordening EU nr. 66/2014 Merk Küppersbusch Modelidentifi catie KMI6350.0 Type kookplaat Inbouw-kookplaat Aantal kookzones en/of -vlakken
Verwarmingstechniek Inductie: Niet ronde kookzone I (LxB) mm 190 x 220 Niet ronde kookzone II (LxB) mm 190 x 220 Niet ronde kookzone III (LxB) mm 190 x 220 Niet ronde kookzone IV (LxB) mm 190 x 220
electric hob per kg Wh/kg 178,9 8 Buitenbedrijfstelling, afvoer
8.1 Buitenbedrijfstelling
Als het apparaat ooit is uitgediend, vindt de buitenbedrijfstelling plaats.
- Schakel de zekering in de huisinstallatie uit om het risico op elektrische schokken uit te sluiten.
- Voer de kookplaat na de demontage milieuvriendelijk af.
8.2 Verwijderen van de verpakking
Verwijder de transportverpakking op een zo milieubewust mogelijke manier. De recyclage van het verpakkingsmateriaal bespaart grondstoff en en vermindert de afvalberg.
8.3 Verwijderen van oude apparaten
Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Door dit product correct te verwijderen, draagt u bij aan de bescherming van het milieu en de volksgezondheid. Het milieu en de volksgezondheid worden in gevaar gebracht door het product verkeerd te verwijderen. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, kunt u het beste contact opnemen met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht.Küppersbusch Hausgeräte GmbH Im Welterbe 2, 45141 Essen - Germany Telefon: +49 209 -401-0, telefax: +49 209/ 401; -303 www.home-kueppersbusch.com
Notice-Facile