GTI640SL - Fornuis Glem Gas - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GTI640SL Glem Gas in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GTI640SL - Glem Gas en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GTI640SL van het merk Glem Gas.
GEBRUIKSAANWIJZING GTI640SL Glem Gas
INDUCTION HOB GEBRUIKSAANWIJZING GTI640SL NEDERLANDS Waarschuwingsinstructies: Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit product gebruikt en bewaar deze voor toekomstig gebruik.Het ontwerp en de technische specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd ter verbetering van het product. Neem voor meer informatie contact op met uw dealer of de fabrikant. De bovenstaande afbeelding dient alleen ter referentie. Het werkelijke product is bepalend. Bedankt dat u voor Airlux heeft gekozen. Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u uw nieuwe product gebruikt, zodat u verzekerd bent van een veilig gebruik van de functies en eigenschappen van uw nieuwe apparaat.102 INHOUDSOPGAVE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
De volgende veiligheidsrichtlijnen zijn bedoeld om onvoorziene risico’s of schade door onveilig of onjuist gebruik van het apparaat te voorkomen. Controleer bij levering de verpakking en het apparaat op onbeschadigde staat om een veilige werking te garanderen. Als u beschadigingen constateert, neem dan contact op met uw dealer of leverancier. Wijzigingen of aanpassingen aan het apparaat zijn om veiligheidsredenen niet toegestaan. Oneigenlijk gebruik kan gevaren opleveren en leiden tot het verlies van garantieclaims. BESTEMD GEBRUIK Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en aandachtig door voordat u het apparaat gebruikt of in gebruik neemt en bewaar deze in de directe omgeving van de installatielocatie of het apparaat voor toekomstig gebruik. Uitleg van de symbolen GEVAAR Dit symbool wijst op levens- en gezondheidsrisico’s die kunnen ontstaan door zeer ontvlambaar gas. WAARSCHUWING Dit signaalwoord duidt op een gevaar met een gemiddeld risico, dat bij niet-naleving kan leiden tot ernstig letsel of de dood. LET OP Dit signaalwoord duidt op belangrijke informatie (bijv. materiële schade), maar vormt geen gevaar. VOORZICHTIG Dit signaalwoord duidt op een gevaar met een laag risico, dat bij niet-naleving kan leiden tot lichte tot matige verwondingen.
WAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE SPANNING
Dit symbool wijst op een gevaar voor leven en gezondheid door elektrische spanning. INSTRUCTIES OPVOLGEN Dit symbool geeft aan dat dit apparaat alleen door een servicetechnicus mag worden gebruikt en onderhouden volgens de handleiding. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VEILIGHEIDSINSTRUCTIES104 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES INSTALLATIE Uw veiligheid is belangrijk voor ons. Lees deze informatie zorgvuldig door voordat u uw kookplaat gebruikt.
Koppel het apparaat los van het stroomnet voordat u onderhouds- of installatiewerkzaamheden uitvoert.
- Aansluiting op een correct geïnstalleerd en geaard stroomnet is absoluut noodzakelijk.
- Wijzigingen aan de elektrische installatie van de woning mogen alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerde elektricien.
- Het niet naleven van deze aanwijzingen kan leiden tot elektrische schokken of dodelijk letsel.
- Let op: de randen van het bedieningspaneel zijn scherp.
- Onvoorzichtig gebruik kan leiden tot verwondingen of snijwonden.
- Lees deze instructies zorgvuldig door voordat u het apparaat installeert of gebruikt.
- Er mogen geen brandbare materialen of producten op dit apparaat worden geplaatst.
- Zorg ervoor dat de persoon die verantwoordelijk is voor de installatie deze informatie heeft om installatiekosten te beperken.
- Om gevaren te voorkomen, moet dit apparaat volgens de installatie-instructies worden gemonteerd.
- Dit apparaat mag alleen correct worden geïnstalleerd en geaard door een gekwalificeerde persoon.
- Het apparaat moet worden aangesloten op een stroomkring met een scheidingsschakelaar die volledige ontkoppeling van de stroomtoevoer mogelijk maakt.
Onjuiste installatie kan leiden tot het vervallen van de garantie of aansprakelijkheid. Gevaar voor elektrische schokken Snijgevaar Belangrijke veiligheidsinstructies VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN
GEBRUIK EN ONDERHOUD
- Gebruik geen beschadigde of gebarsten kookplaat. Als het glas van de kookplaat breekt of er scheuren ontstaan, schakel dan onmiddellijk de stroomtoevoer uit via de hoofdstroomschakelaar en neem contact op met een gekwalificeerde technicus.
- Schakel de kookplaat uit voordat u deze schoonmaakt of onderhoud uitvoert.
- Het niet naleven van deze aanwijzingen kan leiden tot elektrische schokken of dodelijke verwondingen. Gevaar voor elektrische schokken
- Dit apparaat voldoet aan de normen voor elektromagnetische veiligheid.
- Personen met pacemakers of andere elektronische implantaten (bijv. insulinepompen) moeten hun arts of de fabrikant van het implantaat raadplegen voordat zij dit apparaat gebruiken, om te controleren of het implantaat niet wordt beïnvloed door het elektromagnetische veld.
- Het niet naleven van deze aanwijzingen kan dodelijke gevolgen hebben. Gezondheidsrisico105 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
- Tijdens het gebruik kunnen toegankelijke delen van dit apparaat zo heet worden dat ze brandwonden kunnen veroorzaken.
- Vermijd contact met uw lichaam, kleding of andere objecten – behalve geschikt kookgerei – totdat het oppervlak volledig is afgekoeld.
- Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op het kookoppervlak worden geplaatst, omdat deze heet kunnen worden.
- Houd kinderen uit de buurt van het apparaat.
- De handvatten van potten en pannen kunnen heet worden. Zorg ervoor dat de handvatten niet boven ingeschakelde kookzones uitsteken. Houd ze buiten het bereik van kinderen.
- Het niet naleven van deze aanwijzingen kan leiden tot brandwonden en verbrandingen. Gevaar door hete oppervlakken
- Het mes van een kookplaatschraper is vlijmscherp wanneer de beschermkap is verwijderd. Gebruik deze met uiterste voorzichtigheid en bewaar hem veilig buiten het bereik van kinderen.
- Onvoorzichtig gebruik kan leiden tot verwondingen of snijwonden. Snijgevaar Belangrijke veiligheidsinstructies
- Laat het apparaat nooit onbeheerd achter tijdens gebruik. Overkokende vloeistoffen kunnen rook of vette spetters veroorzaken, die kunnen ontbranden.
- Gebruik het apparaat niet als werk- of opbergoppervlak.
- Laat geen metalen voorwerpen of keukengerei op het apparaat liggen.
- Plaats of bewaar geen magnetiseerbare voorwerpen (bijv. creditcards, geheugenkaarten) of elektronische apparaten (bijv. computers, MP3-spelers) in de buurt van het apparaat, omdat deze kunnen worden beïnvloed door het elektromagnetische veld.
- Zet na gebruik altijd de kookzones en de kookplaat uit zoals beschreven in deze handleiding (bijv. via de touch-bediening). Vertrouw niet op de panherkenningsfunctie om de kookzones uit te schakelen wanneer u de pannen verwijdert.
- Gebruik het apparaat niet om een kamer te verwarmen.
- Controleer vóór gebruik of er geen voorwerpen op de kookplaat staan.
- Laat kinderen niet met het apparaat spelen of erop zitten, staan of klimmen.
- Bewaar geen voor kinderen aantrekkelijke voorwerpen in kastjes boven de kookplaat. Kinderen kunnen proberen op de kookplaat te klimmen en zich verwonden.
- Laat kinderen niet onbeheerd in de buurt van het ingeschakelde apparaat.
- Kinderen of personen met een fysieke of mentale beperking die de bediening van het apparaat hindert, mogen het alleen gebruiken onder toezicht van een verantwoordelijke en competente persoon die ervoor zorgt dat zij het apparaat veilig kunnen bedienen.
- Voer geen reparaties of vervangingen van onderdelen uit op het apparaat, tenzij dit specifiek in de handleiding wordt aanbevolen. Alle andere onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerde technicus.
- Stel of laat geen zware voorwerpen op de kookplaat vallen.
- Ga niet op de kookplaat staan.106 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuwe inductiekookplaat. Wij raden u aan de tijd te nemen om deze installatie- en gebruikershandleiding zorgvuldig te lezen, zodat u de correcte installatie en bediening volledig begrijpt. Voor de installatie raadpleegt u het hoofdstuk “Installatie”. Lees vóór het eerste gebruik alle veiligheidsinstructies zorgvuldig door en bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik.
- Gebruik geen pannen met oneffen of scherpe bodems en schuif geen pannen over het inductieglas, omdat dit krassen kan veroorzaken.
- Gebruik geen schuurmiddelen of agressieve reinigingsmiddelen om de kookplaat schoon te maken, omdat deze het inductieglas kunnen beschadigen.
- Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in huishoudens en vergelijkbare toepassingen, zoals: Keukenruimtes voor medewerkers in winkels, kantoren en andere werkomgevingen; Boerderijen; Door gasten in hotels, motels en andere verblijfsaccommodaties; In bed-and-breakfastaccommodaties.
- WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke delen ervan worden heet tijdens gebruik.
- Es is belangrijk om hete verwarmingselementen niet aan te raken.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt van het apparaat worden gehouden, tenzij ze onder toezicht staan.
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens, of met onvoldoende ervaring en kennis, mits ze onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd over het veilige gebruik van het apparaat en de risico’s begrijpen.
- Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen zonder toezicht.
- WAARSCHUWING: Onbewaakt koken met vet of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorzaken. Probeer NOOIT een brand met water te blussen. Schakel het apparaat uit en doof de vlammen bijvoorbeeld met een deksel of een blusdeken.
- WAARSCHUWING: Brandgevaar – Plaats geen voorwerpen op de kookzones.
- WAARSCHUWING: Als het oppervlak barsten vertoont, schakel dan het apparaat uit om het risico op elektrische schokken te voorkomen. Dit geldt vooral voor kookplaten van glas of een vergelijkbaar materiaal dat stroomvoerende delen afschermt.
- Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te maken.
- Dit apparaat is niet ontworpen voor gebruik met een externe timer of een apart afstandsbedieningssysteem.107 Kookplaat GTI640SL Kookzones 4 KochzonesBedrijfsspanning220-240V~ 50Hz or 60 Hz380-415V 3NGeïnstalleerd elektrisch vermogen 7200 WProductafmetingen L×B×H (mm) 590 x 520 x 60Inbouwafmetingen A×B (mm) 560 x 480 Kookplaat Symbool Waarde Eenheid Modelaanduiding - GTI640SLType kookplaat - Inbouw inductiekookplaatAantal kookzones en/of gebieden - 4 KochzonenVerwarmingstechnologie (inductiekookzones en kookop-pervlakken, stralingskookzones, massieve kookplaten)- Ingebouwde inductiekookplaatVoor ronde kookzones of -gebieden: diameter van het bruikbare oppervlak per elektrisch verwarmde kookzone, afgerond op de dichtstbijzijnde 5 mm. Kochzone 1 : 18 Kochzone 2 : 16Kochzone 3 : 18Kochzone 4 : 16Voor niet-ronde kookzones of -gebieden: lengte en breed-te van het bruikbare oppervlak per elektrisch verwarmde kookzone of -gebied, afgerond op de dichtstbijzijnde 5 mm. L,W --- cmEnergieverbruik per kookzone of -gebied, berekend per kg EKKochzone 1: 188,8Wh-kgKochzone 2: 192,5Kochzone 3: 188,7Kochzone 4: 195,9 Energieverbruik van de kookplaat, berekend per kg EK 191,5 Wh-kg Gewicht en afmetingen zijn bij benadering. Aangezien wij onze producten voortdurend verbeteren, kunnen specificaties en ontwerpen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. elektrisches kochen TECHNISCHE GEGEVENS TECHNISCHE GEGEVENS Gegevens vastgesteld volgens norm EN 60350-2 en Verordening (EU) nr. 66/2014 van de Commissie.108 Max. 1500W zone Max. 3000/ 3800 W zone Max. 2100W zone Boost-bediening Bedieningsveld Timerinstelling Vermogens-/ tijdregeling Aan/uit-knop Toetsvergrendeling Kookzonekeuze glasplaat PRODUCTOVERZICHT PRODUCTOVERZICHT BOVENKANT BEDIENINGSPANEEL Alle afbeeldingen in deze handleiding dienen alleen ter illustratie. Afwijkingen tussen het werkelijke product en de tekeningen zijn mogelijk; het werkelijke product is altijd bepalend. OPMERKING109 PRODUCTOVERZICHT Magnetische kringloop Geïnduceerde stromen Inductiespoel Glaskeramische kookplaat Gietijzeren pan Inductiekoken is een veilige, geavanceerde, efficiënte en economische kooktechnologie. Het werkt via elektromagnetische trillingen die de warmte direct in het kookgerei opwekken, in plaats van indirect via het verwarmen van het glasoppervlak. Het glas wordt alleen warm doordat het door de pan wordt verwarmd.
- Lees deze handleiding zorgvuldig door, in het bijzonder het gedeelte “Veiligheidswaarschuwingen”.
- Verwijder eventuele beschermfolies van uw inductiekookplaat. WERKING VOOR HET EERSTE GEBRUIK VAN UW NIEUWE INDUCTIEKOOKPLAAT110 SNELSTARTGIDS Wees extra voorzichtig bij het bakken, omdat olie en vet zeer snel opwarmen, vooral wanneer u de PowerBoost- functie gebruikt. Bij extreem hoge temperaturen kunnen olie en vet vlam vatten, wat een ernstig brandgevaar vormt.
- Zodra het voedsel begint te koken, verlaagt u de temperatuurinstelling.
- Het gebruik van een deksel verkort de kooktijd en bespaart energie door de warmte vast te houden.
- Gebruik zo weinig mogelijk vocht of vet om de kooktijd te verkorten.
- Begin met een hoge temperatuur en verlaag deze zodra het voedsel is opgewarmd.
- Zachtjes sudderen vindt plaats onder het kookpunt, rond 85°C, waarbij slechts af en toe belletjes opstijgen naar het oppervlak. Dit is essentieel voor aromatische soepen en zachte stoofgerechten, omdat de aroma’s zich ontwikkelen zonder dat het voedsel overkookt. Sauzen die zijn ingedikt met meel moeten onder het kookpunt worden gehouden.
- Sommige gerechten, zoals rijst bereid volgens de absorptiemethode, vereisen een iets hogere temperatuurinstelling dan de laagste stand om in de aanbevolen tijd goed te garen. Voor sappige en smaakvolle steaks:
1. Laat het vlees ongeveer 20 minuten op kamertemperatuur komen voordat u het bakt.
2. Gebruik een zware koekenpan.
3. Bestrijk beide zijden van de steak met olie. Voeg een kleine hoeveelheid olie toe aan de hete pan en leg het vlees erin. 4. Draai de steak slechts één keer om tijdens het bakken. De exacte tijd hangt af van de dikte van de steak en de gewenste gaarheid en varieert van 2 tot 8 minuten per zijde. Druk lichtjes op de steak – hoe steviger deze aanvoelt, hoe meer doorbakken hij is.
5. Laat de steak na het bakken een paar minuten rusten op een warm bord, zodat deze ontspannen en mals wordt.
1. Gebruik een inductiegeschikte wok met platte bodem of een grote koekenpan.
2. Zorg ervoor dat alle ingrediënten en keukengerei klaarstaan. Roerbakken moet snel gebeuren. Als u grote hoeveelheden
bereidt, kook dan het voedsel in kleine porties.
3. Verhit de pan kort en voeg vervolgens twee eetlepels olie toe.
4. Bak eerst het vlees en zet het apart om warm te houden.
5. Roerbak daarna de groenten. Zodra ze heet maar nog knapperig zijn, verlaagt u de temperatuur, voegt u het vlees terug
in de pan en voegt u de saus toe.
6. Roer de ingrediënten voorzichtig door zodat ze gelijkmatig worden verwarmd.
7. Onmiddellijk serveren.
STEAK AANBAKKEN ROERBAKKEN (STIR-FRYING) SNELSTARTGIDS111 SNELSTARTGIDS De volgende instellingen zijn slechts richtlijnen. De exacte instelling hangt af van verschillende factoren, zoals het gebruikte kookgerei en de hoeveelheid voedsel. Test verschillende instellingen om te ontdekken welke het beste bij u past. Als een ongeschikte pan (bijv. aluminium) of een niet-magnetische pan wordt gebruikt, of als een klein voorwerp (bijv. een mes, vork of sleutel) op de kookplaat ligt, schakelt de kookplaat automatisch na 1 minuut over op stand-by. De ventilator blijft nog 1 minuut draaien om de inductiekookplaat af te koelen. TEMPERATUURINSTELLINGEN Temperatuurinstelling Geschikt voor: 1-2
- Voorzichtig verwarmen van kleine hoeveelheden voedsel
- Smelten van chocolade, boter en delicate voedingsmiddelen
- Langzaam verwarmen 3-4
- Rijst koken 5-6 • Pannenkoeken bakken 7-8
- Soep aan de kook brengen
- Water aan de kook brengen
Zaag het werkblad uit volgens de in de tekening aangegeven afmetingen. Voor de installatie en veilig gebruik moet een minimale afstand van 5 cm rond de uitsparing worden aangehouden. De dikte van het werkblad moet minimaal 30 mm zijn. Gebruik een hittebestendig en geïsoleerd materiaal voor het werkblad. Houten en vergelijkbare vochtgevoelige materialen mogen alleen worden gebruikt als ze geschikt geïmpregneerd zijn om elektrische schokken en vervorming door warmteafgifte van de kookplaat te voorkomen. OPMERKING: De veiligheidsafstand tussen de zijkanten van de kookplaat en de binnenranden van het werkblad moet minimaal 3 mm zijn.
Zorg er onder alle omstandigheden voor dat de inductiekookplaat goed geventileerd is en dat noch de luchtinlaat- noch de luchtuitlaatopeningen geblokkeerd zijn. Zorg ervoor dat de inductiekookplaat correct functioneert. Zoals hieronder weergegeven: L (mm) W (mm) H (mm) D (mm) A (mm) B (mm) X (mm) F (mm) 590 520 60 56 560 + 4 +1 490 + 4 +1 50 min 3 min A (mm) B (mm) C (mm) D E 760 50 min 20 min Luchtinlaat Luchtuitlaat 5 mm. OPMERKING: De veiligheidsafstand tussen de kookplaat en de bovenliggende kast moet minimaal 760 mm zijn.
Zorg ervoor dat de inductiekookplaat goed geventileerd is en dat de luchtinlaat- en luchtuitlaatopeningen niet worden geblokkeerd. Om onbedoeld contact met de oververhitte onderkant van de kookplaat of onverwachte elektrische schokken tijdens het gebruik te voorkomen, moet een houten afdekplaat met schroeven op een minimale afstand van 50 mm onder de kookplaat worden geplaatst. Volg de onderstaande vereisten:
- Het werkblad vlak en stabiel is en dat geen dragende structuren de ruimtevereisten beïnvloeden.
- Het werkblad is gemaakt van hittebestendig en geïsoleerd materiaal.
- Als de kookplaat boven een oven wordt geïnstalleerd, moet deze een geïntegreerde ventilator hebben.
- De installatie voldoet aan alle minimale afstanden en toepasselijke normen en voorschriften.
- De juiste isolatieschakelaar is opgenomen in de permanente bedrading en correct is geïnstalleerd.
- De schakelaar gemakkelijk toegankelijk is na installatie van de kookplaat.
- De wandafwerking rond de kookplaat is hittebestendig en gemakkelijk schoon te maken (bijv. keramische tegels). Rondom de kookplaat bevinden zich ventilatieopeningen. Deze openingen mogen bij de installatie van de kookplaat niet door het werkblad worden geblokkeerd.
- De lijm die kunststof- of houten delen met de meubels verbindt, moet bestand zijn tegen een temperatuur van minimaal 150°C om loslaten van de bekleding te voorkomen.
- De achterwand en aangrenzende of omliggende oppervlakken moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 90°C. WAARSCHUWING: ZORG VOOR VOLDOENDE VENTILATIE. VOORDAT U DE KOOKPLAAT INSTALLEERT, VERZEKER U ERVAN DAT: min. 50 mm Max. 5 mmMax. 5 mm
- De stroomkabel niet toegankelijk is via kastdeuren of laden.
- Er voldoende luchtstroom beschikbaar is om de kookplaat goed te laten functioneren.
- Als de kookplaat boven een kast of lade is geïnstalleerd, er een thermische beschermingsplaat is geplaatst.
- De isolatieschakelaar toegankelijk blijft voor de gebruiker. NA DE INSTALLATIE VAN DE KOOKPLAAT, VERZEKER U ERVAN DAT:114 Onder geen enkele omstandigheid mogen de beugels na installatie de binnenoppervlakken van het werkblad raken (zie afbeelding). VOORZORGSMAATREGELEN Bevestig de kookplaat aan het werkblad door de beugels aan de onderzijde van de kookplaat met schroeven vast te zetten (zie afbeelding). Pas de positie van de beugels aan op de verschillende diktes van het werkblad. De kookplaat moet op een stabiel, vlak oppervlak worden geplaatst (gebruik de verpakking als ondergrond). Oefen geen druk uit op de uitstekende bedieningsknoppen.
1. De inductiekookplaat moet worden geïnstalleerd door gekwalificeerd vakpersoneel of technici. Onze
klantenservice staat tot uw beschikking. Voer de installatie nooit zelf uit.
2. De kookplaat mag niet direct boven een vaatwasser, koelkast, vriezer, wasmachine of droger worden
geïnstalleerd, omdat vocht de elektronica van de kookplaat kan beschadigen.
3. De inductiekookplaat moet zo worden geïnstalleerd dat optimale warmteafvoer wordt gegarandeerd, om de
betrouwbaarheid van het apparaat te waarborgen.
4. De muur en het gebied onder de kookplaat moeten hittebestendig zijn.
5. Om schade te voorkomen, moeten de isolatielagen en de lijm hittebestendig zijn.
6. Gebruik geen stoomreiniger.
Bevestiging Kookplaat Aanrechtblad Bevestiging115
- Als de kabel beschadigd is of moet worden vervangen, mag dit alleen worden uitgevoerd door de klantenservice met speciaal gereedschap om ongelukken te voorkomen.
- Als het apparaat direct op het stroomnet wordt aangesloten, moet een meerpolige zekering worden geïnstalleerd, waarbij een minimale afstand van 3 mm tussen de contacten wordt gegarandeerd.
- De installateur moet ervoor zorgen dat de elektrische aansluiting correct is uitgevoerd en voldoet aan de veiligheidsvoorschriften.
- De kabel mag niet worden gebogen of samengedrukt.
- De kabel moet regelmatig worden gecontroleerd en mag alleen door bevoegde technici worden vervangen.
- Deze kookplaat mag alleen door een gekwalificeerde technicus op het elektriciteitsnet worden aangesloten. Voordat u de kookplaat op het elektriciteitsnet aansluit, controleer:
1. Of de elektrische installatie van uw woning het benodigde vermogen voor de kookplaat kan leveren.
2. Of de netspanning overeenkomt met de waarden op het typeplaatje.
3. Of de draaddoorsnede voldoet aan de belastingseisen die op het typeplaatje staan vermeld.
- Gebruik geen adapters, verlengkabels of aftakstukken, omdat deze oververhitting en brandgevaar kunnen veroorzaken.
- De stroomkabel mag geen hete onderdelen raken en moet zo worden geplaatst dat de temperatuur op geen enkel punt 75°C overschrijdt. Laat door een elektricien controleren of wijzigingen aan de elektrische installatie nodig zijn. Eventuele aanpassingen mogen alleen door een gekwalificeerde elektricien worden uitgevoerd. Als het geselecteerde apparaat minstens 4 kookzones heeft, kan het direct via een enkelfasige elektrische verbinding op het stroomnet worden aangesloten (zie afbeelding). Na de installatie zijn de onderzijde van de kookplaat en de netkabel niet meer toegankelijk. Blau Geel / Groen Geel / Groen Zwart Bruin Zwart Bruin Blau 220 / 240V- 220 / 240V- 220 / 240V- 380-415V-116 GEBRUIKSAANWIJZING AANRAAKBEDIENING
KEUZE VAN HET JUISTE KOOKGEREI
- De bedieningselementen reageren op aanraking, druk is niet nodig.
- Gebruik de vingertoppen, niet de vingernagels.
- Bij elke aanraking klinkt er een signaaltoon.
- Zorg ervoor dat de bedieningsknoppen altijd schoon en droog zijn en niet bedekt worden door voorwerpen (bijv. keukengerei of een doek). Zelfs een dun laagje water kan de bediening bemoeilijken.
- Gebruik alleen pannen met een bodem die geschikt is voor inductie. Let op het inductiesymbool op de verpakking of op de bodem van de pan.
- Controleer de geschiktheid van uw kookgerei met een magneet: als de magneet wordt aangetrokken door de bodem van de pan, is deze geschikt voor inductie.
- Als u geen magneet heeft:
1. Giet wat water in de pan die u wilt testen.
2. Als het symbool niet knippert op het display en het water warm wordt, is de pan geschikt voor inductie.
- Niet geschikt kookgerei: puur roestvrij staal, aluminium of koper zonder magnetische bodem, glas, hout, porselein, keramiek en aardewerk.
- Als alleen een deel van de panbodem ferromagnetisch is, zal alleen dat deel opwarmen, waardoor de rest mogelijk niet heet genoeg wordt om te koken.
- Als het ferromagnetische deel niet homogeen is of andere materialen zoals aluminium bevat, kan dit de verwarming beïnvloeden en de pannendetectie verstoren.
- Kookgerei met een in de afbeelding getoonde bodem wordt mogelijk niet herkend. GEBRUIKSAANWIJZING117 GEBRUIKSAANWIJZING
- Gebruik geen kookgerei met oneffen of bolle bodems.
- Zorg ervoor dat de bodem van de pan vlak is, volledig op het glas rust en even groot is als de kookzone. Gebruik pannen waarvan de diameter minstens zo groot is als de markering van de gekozen kookzone. Als de pan iets groter is, wordt de energie optimaal benut. Als de pan te klein is, wordt mogelijk niet de verwachte efficiëntie bereikt. Plaats de pan altijd in het midden van de kookzone.
- Til de pan op wanneer u deze van de kookplaat haalt – schuif hem niet, om krassen op het glas te voorkomen. PANGROOTTE De kookzones passen zich automatisch aan de panmaat aan binnen bepaalde grenzen. De panbodem moet echter minimaal de diameter van de gekozen kookzone hebben. Voor maximale efficiëntie moet de pan altijd gecentreerd op de kookzone worden geplaatst. Kookzone Diameter van de panbodem voor inductiekookgerei Minimum (mm) Maximaal (mm) 180 mm 140 180 Flexibele zone 250 386 * 180118 BEDIENING
1. Starten van het kookproces
1. Druk op de aan/uit-knop. Na het inschakelen klinkt
er een signaaltoon en alle indicatoren geven “-” of “0” weer, wat betekent dat de inductiekookplaat zich in de stand-bymodus bevindt.
2. Plaats een geschikte pan op de gewenste kookzone.
- Zorg ervoor dat de bodem van de pan en het oppervlak van de kookzone schoon en droog zijn. GEBRUIKSAANWIJZING Als de display afwisselend met het vermogensniveau knippert Dit betekent dat:
- u geen pan op de juiste kookzone hebt geplaatst, of
- de pan die u gebruikt niet geschikt is voor inductiekoken, of
- de pan te klein is of niet goed gecentreerd op de kookzone staat. Er vindt geen verwarming plaats tenzij er een geschikte pan op de kookzone staat. De aanduiding verdwijnt automatisch na 2 minuten als er geen geschikte pan wordt herkend.
3. Raak de kookzonekeuze aan, de bijbehorende indicator
begint te knipperen.
4. Stel een warmtestand in door de “+” of “-” bediening
- Als er binnen één minuut geen warmtestand wordt gekozen, schakelt de inductiekookplaat automatisch uit.
- U kunt de warmtestand op elk moment tijdens het koken aanpassen.119
3. Gebruik van de boostfunctie
1. Raak de bediening van de kookzone aan.
2. Raak de boosttoets “B” aan. De zone-indicator toont “P”
en het vermogen bereikt het maximum. Boostfunctie activeren
1. Raak de bediening van de kookzone aan die u wilt
3. Schakel de volledige kookplaat uit door op de aan/uit-
4. Let op bij hete oppervlakken:
“H” geeft aan dat de kookzone heet is. De aanduiding verdwijnt zodra het oppervlak is afgekoeld tot een veilige temperatuur. Deze restwarmte kan worden gebruikt om energie te besparen – bijvoorbeeld om voedsel warm te houden of verder te koken.
2. Schakel de kookzone uit door de schuifregelaar aan
te raken. Zorg ervoor dat de aanduiding “0” wordt weergegeven. GEBRUIKSAANWIJZING120
- U kunt het bedieningspaneel vergrendelen om onbedoeld gebruik te voorkomen (bijv. kinderen die per ongeluk een kookzone inschakelen).
- Als de bediening is vergrendeld, zijn alle functies uitgeschakeld, behalve de AAN/UIT-knop.
4. Bedieningselementen vergrendelen
Om het bedieningspaneel te vergrendelen Houd de vergrendeltoets enkele seconden ingedrukt. De timerweergave toont “Lo”. Om het bedieningspaneel te ontgrendelen Houd de vergrendeltoets opnieuw enkele seconden ingedrukt. Als het kookveld vergrendeld is, zijn alle bedieningselementen uitgeschakeld, behalve de AAN/UIT-knop . U kunt het kookveld in noodgevallen uitschakelen met de AAN/UIT-knop , maar moet het voor volgende gebruik eerst ontgrendelen. De Boost-functie deactiveren
1. Raak de bediening van de kookzone aan waarvoor u de
boostfunctie wilt uitschakelen.
2. Raak de Boost-knop “B” aan om de Boost-modus te
deactiveren. De kookzone keert terug naar het vorige vermogensniveau OF kies een nieuw vermogensniveau via de schuifregelaar.
- De functie kan op elke kookzone worden gebruikt.
- De kookzone keert na 5 minuten terug naar het oorspronkelijke vermogen.
- Als het oorspronkelijke vermogensniveau 0 was, wordt dit niveau weer actief na 5 minuten. OPMERKING GEBRUIKSAANWIJZING121 Met de timer kunt u één of meerdere kookzones automatisch uitschakelen na een ingestelde tijd. Opmerking: In tegenstelling tot wat mogelijk in eerdere versies van deze handleiding wordt vermeld, werkt de timer niet als een eenvoudige herinneringsfunctie. De timer zorgt altijd voor het automatisch uitschakelen van de geselecteerde kookzone(s) zodra de ingestelde tijd is verstreken.
1. Raak de bediening van de kookzone aan waarvoor u de
timer wilt instellen..
2. Raak kort de timerfunctie aan – “10” verschijnt, en “0”
knippert. Timer instellen om één of meerdere kookzones uit te schakelen
3. Raak opnieuw de timerfunctie aan – het cijfer “1” knippert.
5. Stel de tijd verder in via de schuifregelaar (bijv. 9) de
ingestelde tijd is nu 95 minuten.
4. Stel de tijd in via de schuifregelaar (bijv. 5).
6. Zodra de tijd is ingesteld, begint na 3 seconden het
aftellen automatisch. Het display toont de resterende tijd. OPMERKING: Het rode punt naast het vermogensniveau geeft aan dat de zone geselecteerd is.122
7. Zodra de ingestelde tijd verstreken is, wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld.
Andere kookzones blijven actief als ze eerder werden ingeschakeld. De hierboven getoonde afbeeldingen dienen alleen ter illustratie. Het definitieve product is bepalend.
1. Als u voor meerdere kookzones tegelijk een tijd instelt, lichten de decimale punten van de betreffende
kookzones op. De minutenweergave toont de kortste resterende tijd. Het punt van de betreffende zone knippert. Voorbeeld hieronder:
2. Zodra de timer voor een zone afloopt, schakelt deze automatisch uit.
Daarna wordt de volgende (kortste) resterende tijd weergegeven en de bijbehorende zone-punt knippert. Raak de bediening van de gewenste kookzone aan om de bijbehorende timer te tonen. Meerdere zones instellen (set to 15 minutes) (set to 45 minutes) (set to 30 minutes) (ingesteld op 15 minuten) (ingesteld op 45 minuten) (ingesteld op 30 minuten) GEBRUIKSAANWIJZING123 c) Timer annuleren
1. Raak de bediening van de kookzone aan waarvoor u de
timer wilt annuleren.
2. Raak de timerfunctie aan – het display begint te knipperen.
3. Gebruik de schuifregelaar om de timer op “00” in te stellen – de timer is nu geannuleerd.
GEBRUIKSAANWIJZING124
6. Vermogensbeheerfunctie
Vermogensbeheerfunctie activeren
- Het is mogelijk om een maximaal vermogensverbruik voor het inductiekookveld in te stellen, waarbij verschillende vermogensniveaus kunnen worden gekozen.
- Inductiekookvelden kunnen zichzelf automatisch begrenzen om op een lager vermogensniveau te werken en zo het risico op overbelasting te vermijden.
- Het is niet nodig om pannen op de kookzones te plaatsen. U moet de vermogensmodus binnen 60 seconden na het aansluiten van de stroomvoorziening activeren. Elke instelling moet binnen 60 seconden worden voltooid.
1. Schakel eerst het kookveld in. Druk in dit stadium
gelijktijdig op de toetsen “Boost” en “Lock”. Het symbool “S” wordt weergegeven op zone #1.
2. Houd de toets “Lock” enkele seconden ingedrukt. Het symbool “S” verschijnt op zone #1 en het symbool “E”
3. Druk opnieuw gelijktijdig op de toetsen “Boost” en
“Lock” gedurende enkele seconden. Het symbool “S” wordt weergegeven op zone #1, het symbool “E” op zone #2 en het symbool “t” op zone #3. GEBRUIKSAANWIJZING125
7. Standaardwerktijden
De automatische uitschakeling is een veiligheidsfunctie van uw inductiekookplaat. Deze schakelt automatisch uit als u vergeet de kookplaat uit te schakelen. De standaardwerktijden voor verschillende vermogensniveaus staan in onderstaande tabel: Wanneer de pan wordt verwijderd, stopt de inductiekookplaat onmiddellijk met verwarmen en schakelt deze na 2 minuten automatisch uit. Vermogensniveau 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Standaard-tijd (uur) 8 8 8 4 4 4 2 2 2 Personen met een pacemaker wordt aangeraden hun arts te raadplegen vóór gebruik van dit toestel.
4. Wisselen naar een ander vermogensniveau. Druk kort op de “Boost”-toets. Er zijn 6
vermogensniveaus, van “7.2” tot “1.0”. De timerweergave toont één van de volgende waarden:
- “7.2” : Het maximale vermogen is 7,2 kW.
- “5.8” : Het maximale vermogen is 5,8 kW.
- “4.5” : Het maximale vermogen is 4,5 kW.
- “3.5” : Het maximale vermogen is 3,5 kW.
- “2.8” : Het maximale vermogen is 2,8 kW.
- “1.0” : Het maximale vermogen is 1,0 kW. Bevestigen en afsluiten van de vermogensbeheerfunctie Na het instellen drukt u op de “Aan/Uit”-toets om het kookveld uit te schakelen. De vermogensmodus is nu succesvol ingesteld. GEBRUIKSAANWIJZING126
REINIGING EN ONDERHOUD
Wat? Hoe? Belangrijk! Dagelijkse vervuiling op glas (vingerafdrukken, vlekken, voedselresten of niet- suikerrijke vloeistoffen).
1. Schakel de kookplaat uit.
2. Breng een kookplaatreiniger aan
terwijl het glas nog warm is (maar niet heet!).
3. Spoel af en droog met een schone
doek of papieren handdoek.
4. Schakel de kookplaat weer in.
- Na het uitschakelen is er geen "hete oppervlakte"-indicatie, maar de kookzone kan nog heet zijn. Wees voorzichtig! - Schuursponsjes, nylonreinigers en agressieve schoonmaakmiddelen kunnen het glas krassen. Controleer het etiket van de reiniger. - Laat geen schoonmaakresten achter op de kookplaat, omdat dit vlekken kan veroorzaken. Overgekookte vloeistoffen, gesmolten of hete suikerrijke resten op het glas. Verwijder onmiddellijk met een spatel, paletmes of een scheermesje voor glaskeramische kookplaten. Let op: hete oppervlakken!
1. Schakel de kookplaat uit.
2. Houd het mes of het gereedschap
in een hoek van 30° en schuif het vuil naar een koel gebied.
3. Reinig de plek met een doek of
4. Volg stappen 2 tot 4 voor
"dagelijkse vervuiling op glas". - Schuursponsjes, nylonreinigers en agressieve schoonmaakmiddelen kunnen het glas krassen. Controleer het etiket van de reiniger. Vervuiling op de touch-be- dieningselementen.
1. Schakel de kookplaat uit.
af met een vochtige spons of doek.
4. Droog het gebied volledig met
een papieren handdoek.
5. Schakel de kookplaat weer in.
- Laat geen schoonmaakresten achter op de kookplaat, omdat dit vlekken kan veroorzaken.
REINIGING EN ONDERHOUD127
FOUTOPSPORING FOUTOPSPORING De bediening van uw apparaat kan leiden tot fouten en storingen. De volgende tabellen bevatten mogelijke oorzaken en aanwijzingen voor het verhelpen van foutmeldingen of storingen. Het wordt aanbevolen de tabellen zorgvuldig te lezen om tijd en kosten voor de klantenservice te besparen. Probleem Mogelijke oorzaken Oplossing De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld. Geen stroomvoorziening. Zorg ervoor dat de kookplaat op het stroomnet is aangesloten en is ingeschakeld. Controleer of er een stroomstoring is in uw huis of omgeving. Als het probleem aanhoudt, neem dan contact op met een technicus. De touch-bediening reageert niet. De bedieningselementen zijn vergrendeld. Ontgrendel de bediening. Zie het gedeelte "Vergrendelen van de bedieningselementen". De touch-bediening reageert traag. Een dunne laag water of vet kan zich op de bedieningselementen bevinden. Zorg ervoor dat het bedieningspaneel droog is en gebruik de vingertoppen in plaats van de vinger- nagels. Het glas wordt bekrast. Ruwe pannenbodems of het gebruik van ongeschikte schoonmaakmiddelen. Gebruik pannen met een gladde en egale bodem. Zie het gedeelte "De juiste kookpot kiezen". Sommige pannen maken een knappend of tikkend geluid. Materiaalsamenstelling van de pan. Dit is normaal bij inductiekookplaten en duidt niet op een defect. De inductiekookplaat maakt een zacht zoemend geluid bij gebruik op hoge temperatuur. Inductietechnologie. Dit is normaal. Het geluid zou echter stiller moet- en worden of verdwijnen wanneer de temperatuur wordt verlaagd. Ventilatorgeluid uit de inductiekookplaat. De ventilator voorkomt oververhitting van elektronische onderdelen en blijft draaien, zelfs wanneer de kookplaat is uitgeschakeld. Dit is normaal en vereist geen actie. Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet worden geblok- keerd. Pannen worden niet warm en verschijnen op het display. De pan is niet geschikt voor inductie of te klein. Gebruik geschikte inductiepannen. Zorg ervoor dat de panbodem volledig de kookzone bedekt. De inductiekookplaat of een kookzone is onverwachts uitgeschakeld, een pieptoon klinkt en er wordt een foutcode weergegeven (meestal afwisselend met één of twee cijfers in de kookwekkerweergave). Technische storing. Noteer de foutletters en -nummers, schakel de kookplaat uit bij de hoofdschakelaar en neem contact op met een technicus.128 De inductiekookplaat is uitgerust met een automatische diagnosefunctie. Met deze functie kan de technicus verschillende componenten controleren zonder het apparaat te demonteren.
Voedingsspanning boven de nominale waarde. Controleer de aansluitingen of vervang de keramische plaat temperatuursensor.
Voedingsspanning onder de nominale waarde.
Hoge temperatuur van de keramische plaat temperatuursensor 1#. Wacht tot de temperatuur daalt en druk op de “AAN/UIT”- toets om opnieuw op te starten.
Hoge temperatuur van de keramische plaat temperatuursensor 2#. E5 Hoge temperatuur van de IGBT 1#. Wacht tot de temperatuur daalt en druk op de “AAN/UIT”- toets om opnieuw op te starten. Controleer of de ventilator correct werkt. Als dat niet het geval is, vervang deze dan. E6 Hoge temperatuur van de IGBT 2#.
GEEN AUTOMATISCH HERSTEL
F3/F6 Kortsluiting van de keramische plaat temperatuursensor. (F3 voor 1#, F6 voor #). Controleer de aansluitingen of vervang de keramische plaat temperatuursensor. F4/F7 Open stroomkring van de keramische plaat temperatuursensor. (F4 voor 1#, F7 voor 2#). F5/F8 Defecte keramische plaat temperatuursensor. (F5 voor 1#, F8 voor 2#). F9/FA Defecte keramische plaat temperatuursensor. (F5 voor 1#, F8 voor 2#). Vervang de besturingsprintplaat. FC /FD Kortsluiting of defecte stroomkring van de IGBT- temperatuursensor voor 2#.
1. Foutcodes en oplossingen129
FOUTOPSPORING Fout Probleem Oplossing A Oplossing B Het LED-lampje brandt niet wanneer het apparaat is aangesloten. Geen stroomtoevoer. Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit en of het stopcontact werkt. Fout in de verbinding tussen de accessoirevoeding en de displayprintplaat. Controleer de verbinding. Defecte accessoirevoeding. Vervang de accessoirevoeding. De displayprintplaat is beschadigd. Vervang de displayprintplaat. Sommige toetsen werken niet of het LED-display function- eert niet normaal. De displayprintplaat is beschadigd. Vervang de displayprintplaat. De indicator van de kookmo- dus brandt, maar het verwar- men start niet. Hoge temperatuur van de kookplaat. De omgevingstemperatuur is mogelijk te hoog. Controleer of de luchtinlaat of de luchtuitlaat is geblokkeerd Defecte ventilator. Controleer of de ventilator correct werkt. Als dat niet het geval is, vervang deze dan. De stroomvoorzieningsprintplaat is beschadigd. Vervang de stroomvoorzieningsprintplaat. Het verwarmen stopt plotsel- ing tijdens gebruik en de indi- cator knippert “u”. Verkeerd type pan. Gebruik een geschikte pan (zie handleiding). Panerkennungsschaltkreis defekt, Stromversorgungsplatine ersetzen. De diameter van de pan is te klein. De kookplaat is oververhit. Wacht tot de temperatuur daalt en druk op de "AAN/UIT"-toets om het apparaat opnieuw op te starten. Kookzones aan dezelfde kant (bijv. de eerste en tweede zone) tonen “u”. Defecte verbinding tussen de stroomvoorzieningsprintplaat en de displayprintplaat. Controleer de verbinding. Communicatiefout op de displayprintplaat. Vervang de displayprintplaat. De hoofdprintplaat is beschadigd. Vervang de stroomvoorzieningsprintplaat. De ventilatormotor maakt ongewone geluiden. De ventilatormotor is defect. Vervang de ventilator.
2. Specifieke fouten en oplossingen
De bovenstaande punten dienen voor foutdiagnose en het verhelpen van veelvoorkomende storingen. Demonteer het apparaat niet zelf om gevaren en schade aan de inductiekookplaat te voorkomen.130
VERWIJDERING EN RECYCLING
Dit apparaat voldoet aan Europese Richtlijn 2012/19/EU over afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA). Om ervoor te zorgen dat dit apparaat op de juiste manier wordt verwijderd, dient u het in te leveren bij een geschikt inzamelpunt voor AEEA-recycling. Door het correct te recyclen, helpt u mogelijke schade aan het milieu en de volksgezondheid te voorkomen die kan ontstaan door onjuiste verwijdering. Dit symbool geeft aan dat dit product niet met het huishoudelijk afval mag worden weggegooid. Het apparaat moet worden ingeleverd bij een speciaal inzamelpunt voor elektrische en elektronische apparatuur. Neem voor informatie over inzamelingssystemen contact op met uw lokale afvalverwerkingsdienst of uw verkoper. Iedereen speelt een belangrijke rol bij het hergebruik en recyclen van oude apparaten. Een correcte verwijdering van gebruikte apparaten helpt negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid te voorkomen. Dit apparaat moet op een speciale manier worden afgevoerd en mag niet met het normale huisvuil worden weggegooid. Voor gedetailleerde informatie over de verwerking, terugwinning en recycling van dit product kunt u contact opnemen met: Uw lokale afvalinzamelingsdienst, of De winkel waar u het apparaat heeft gekocht. Zij kunnen u specifieke instructies geven voor een correcte en milieuvriendelijke verwijdering. De verpakkingsmaterialen van dit product zijn gemaakt van recyclebare materialen, in overeenstemming met de milieuregels. Gooi de verpakking niet weg met het huishoudelijk afval. Breng de materialen naar de aangewezen inzamelpunten voor verpakkingsafval, zoals bepaald door de lokale autoriteiten.
Notice-Facile