DOM416 - Airconditioning LIVOO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DOM416 LIVOO in PDF-formaat.
| Producttype | Mobiele airconditioner |
| Merk | Livoo |
| Model | DOM416 |
| Afmetingen (verpakt) | 372 x 372 x 850 mm |
| Gewicht (verpakt) | 22 kg |
| Voeding | 220-240 V ~ 50 Hz |
| Koelmiddel | R290 (135 g) |
| Koelcapaciteit | 7000 BTU/h |
| Nominaal vermogen (koelen) | 2000 W |
| Opgenomen vermogen (koelen) | 750 W |
| EER (koelprestatiecoëfficiënt) | 2,6 |
| Verbruik in stand-by | 0,419 W |
| Ontvochtigingscapaciteit | 0,8 l/u |
| Luchtdebiet | 252 m³/u |
| Geluidsdruk | 65 dB(A) |
| Geluidsvermogen | 54 dB(A) |
| Energielabel | A |
| Minimale ruimteoppervlakte | 4 m² |
| Elektrische beveiliging | Klasse I |
| Hoofdfuncties | Koelen, ontvochtigen, ventileren, afstandsbediening, timer, oscillatie, slaapmodus |
| Meegeleverde accessoires | Afvoerslang, adapters, schuifraamkit |
| Filterreiniging | Om de 2 weken of na 100 uur gebruik |
| Foutcode E4 | Waterreservoir vol – onmiddellijk legen |
| Kinderslot | Houd de slaapknop 3 seconden ingedrukt om de toetsen te vergrendelen |
Veelgestelde vragen - DOM416 LIVOO
Gebruikersvragen over DOM416 LIVOO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DOM416 - LIVOO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DOM416 van het merk LIVOO.
GEBRUIKSAANWIJZING DOM416 LIVOO
Van harte gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuwe mobiele airconditioner van LIVOO. U heeft een product van hoge kwaliteit uitgekozen.
De gebruikershandeleiding is een bestanddeel onderdeel van dit product. Deze bevat belangrijk informatie over veiligheid, gebruik en afdanken.
Maak uzelf vertrouwd met alle bedienings- en veiligheidsinstructies voordat u het product gebruikt.
Gebruik het product uitsluitend zoals beschreven en voor degenoemde toepassingsgebieden.
Als u het product doorgeeft aan een derde geef dan altijd ook alle documentatie door.
We wensen u veel plezier met uw nieuwe mobiele kamer airconditioner van LIVOO.
Beoogd gebruik
De mobiele airconditioner van LIVOO is ontworpen om functies voor koeling, ontvochtiging en ventilator te bieden.
Dit apparaat is bedoeld voor privé-gebruik en is niet geschikt voor commerciële doeleinden.
Dit apparaat is ontworpen voor gebruik binnenshuis.
Voldoet aan de WEE regelgeving.
Dit product bevat gefluoreerde kas gassen die onder het Kyoto-protocol vallen.
De gefluoreerde broeikasgassen zijn opgenomen in hermetisch afgesloten apparatuur.
Inhoudsopgave
Veiligheidsmaatregelen 119
Betekenis van de symbolen 119
Veiligheidsmaatregelen 119
Waarshuwing (als u R290 koudemiddel gebruikt) 121
WEEE Waarschuwing en F-Gas-instructie 125
Beschrijving van onderdelen 126
Mobiele airconditioner 126
Afstandsbediening 127
Installatie 128
Selecteer de beste locatie 128
Aanbevolen installatie 128
Accessoires 129
Installatie 130
Bediening 131
Bedieningspaneel 131
Bewerking 132
Onderhoud 133
Probleemoplossing 135
Specificaties 136
Betekenis van de symbolen
De volgende symbolen worden in de verschillende hoofdstukken van deze handleiding en op het product gebruikt. Lees de ebruikersinstructies zorgvuldig en neem ze in acht

Belangrijke informatie of nuttige tips over het gebruik.

Waarschuwing voor gevaarlijke situaties met betrekking tot leven en eigendommen.

Waarschuwing voor handelingen die nooit mogen worden uitgevoerd.

Waarschuwing voor elektrische schokken.

Dit symbool duidt aan dat dit apparaat een ontvlambaar koudemiddel gebruikt. Als het koudemiddel lekt en wordt blootgesteld aan een externe ontstekingsbron, bestaat er brandgevaar.

Waarschuwing voor hete oppervlakken

Het niet afdekken

Dit symbool duidt aan dat de gebruikershandleiding zorgvuldig moet worden gelezen.

Dit symbool duidt aan dat onderhoudspersoneel met deze apparatuur moet werken aan de hand van de installatiehandleiding.
Veiligheidsmaatregelen
Om elk risico van de dood of persoonlijk letsel van de gebruiker of een andere persoon of schade aan eigendommen te voorkomen, volg de onderstaande instructies. Onjuiste handelen als gevolg van het negeren van instructies kan leiden tot de dood, schade of ongevallen.
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder als ze toezicht of instructies over het gebruik van het apparaat op een veilige manier hebben gekregen en de gevaren begrijpen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij ze ouder zijn dan 8 jaar en onder toezicht staan. Houd
het apparaat en snoer buiten bereik van kinderen jonger dan 8 jaar.
- Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of mentale vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze instructies hebben gekregen over het gebruik van het apparaat
door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen. (Behalve de AC met CE-markering).
- Onjuiste installatie of bediening door het niet volgen van deze instructies kan leiden tot letsel aan personen, schade aan eigendommen, enz.
- Het apparaat zal worden geïnstalleerd conform nationale bedradingsregels.
- De airconditioner moet worden geaard. Slechte aarding kan resulteren in elektrische schokken. Het aardedraad niet aansluiten op de gasleiding, waterleidng, bliksemafleider, of aardedraad van de telefoon.
- Na de installatie, aardelekonderzoek uitvoeren door elektrificatie.
- Een aardelekschakelaar met nominale capaciteit moet geïnstalleerd worden tegen elektrische schokken.
- De airconditioner niet op een plaats installeren waar is ontvlambaar gas of vloeistof aanwezig is. Er is kans op explosiegevaar.
- Indien het netsnoer is beschadigd, moet het worden vervangen door de fabrikant of serviceagent of een gekwalificeerd persoon.
- De specificatie van de zekering is afgedrukt op de circuitkaart, zoals: AC 250V/5A.
- Plaats handen of voorwerpen niet in lucht in-of uitlaten. Dit kan resulteren in persoonlijk letsel of beschadiging aan het apparaat.
- De draailamellen niet aanraken. Dit kan letsel aan uw vinger veroorzaken en rotatiedelen van de lamellen beschadigen.
- Bij onweer, gaarne de hoofdstroom uitschakelen bij de schakelaar om schade aan het apparaat te voorkomen.
- Niet zelf proberen de airconditioner te repareren. U heeft kans op lestel of het kan
- storingen veroorzaken.
- Gebruik geen vloeibaar of bijtend schoonmaakmiddel om het apparaat te reinigen en spuit geen water erop, anders, kunnen de plastic delen beschadigen, zelf elektrische schokken veroorzaken.
- Het apparaat niet in een natte ruimte
gebruiken zoals badkamer of wasruimtes.
- Het apparaat niet aanraken met natte of vochtige handen of met blote voeten.
- Niet aan het apparaat trekken bij het netsnoer.
- Geen delen verwijderen van het apparaat tenzij geïnstrueerd door een geautoriseerde technicus.
- Het apparaat niet bewegen, tenzij de stroom is afgesloten en het netsnoer is opgewikkeld en bevestigd aan de wikkelkolom.
- Het apparaat niet gebruiken met beschadigde stekker of los stopcontact.
- Leidingen aangesloten op een apparaat mogen geen ontstekingsbron bevatten.
- Stekker uit het stopcontact trekken voor reinigings- of onderhouds Werkzaamheden.
- Niet handmatig proberen het ontdooi- of reinigingsproces te versnellen, andere dan aanbevolen door de fabrikant. Het apparaat moet in een ruimte worden opgeslagen zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijv: open vlammen, een op gas werkend apparaat of een elektrische verwarmer.) Niet doorboren of verbranden. Let erop dat koudemiddelen geurloos zijn.
- Het apparaat zal de isolatie vermelden van een aardlekschakelaar (RCD) met een nominale bedrijfsstroom die 30mA niet zal overschrijden.
- Dit apparaat is niet bestemd te worden gebruikt in huishoudens en vergelijkbaar gebruik in:
- Personeelskeuken in winkels, kantoren en andere werkomgevingen;
- boerderijen;
- door clienten in hotels, motels en andere type woonomgevingen;
- bed en breakfast type omgevingen

WAARSCHUWING
Iedereen die betrokken is bij het werken aan of openen van een koudemiddelcircuit moet in het bezit zijn van een geldig geldig certificaat van een door de industrie erkendebeoordelingsinstantie, die hun toestemming geeft koudemiddelen veilig te behandelen in overeenstemming met een door de industrie erkende beoordelingsspecificatie. Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant van de apparatuur. Onderhoud en reparatie waarbij de hulp van ander bekwaam personeel is vereist, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van de persoon die bevoegd is voor het gebruik van ontvlambare koudemiddelen.
Waarschuwing
1. Onderhoud
1) Controleer het gebied
Voorafgaand aan de werkzaamheden aan systemen die bevatten brandbare koelmiddelen, veiligheidscontroles zijn noodzakelijk om ervoor te zorgen dat het risico van ontsteking is geminimaliseerd. Voor reparatie aan het koelsysteem, zijn de volgende voorzorgsmaatregelen nageleefd alvorens werkzaamheden aan het systeem uit te voeren.
2) Werkprocedure
De werkzaamheden moeten volgens een gecontroleerde procedure worden uitgevoerd om het risico van ontvlambare gassen of dampen tijdens de werkzaamheden te minimaliseren.
3) Algemeen werkgebied
Al het onderhoudspersoneel en anderen die in de omgeving werken, moeten worden geïinstrueerd over de aard van het werk die worden uitgevoerd. Werk in besloten ruimtes moet worden vermeden. Het gebied rond de werkruimte wordt afgesloten. Zorg ervoor dat de omstandigheden in het gebied veilig zijn gesteld door controle van ontvlambaar materiaal.
4) Controle op aanwezigheid van koudemiddel
Het gebied moet vóór en tijdens het werk worden gecontroleerd met een geschikte koudemiddeldetector, om ervoor te zorgen dat de technicus weet van mogelijk ontvlambare atmosferen. Zorg ervoor dat de gebruikte lekdetectieapparatuur geschikt is voor gebruik met ontvlambare koelmiddelen,
d.w.z. niet-vonkend, voldoende afgedicht of intrinsiek veilig.
5) Aanwezigheid van een brandblusapparaat
Als er hete werkzaamheden aan de koelapparatuur of aanverwante onderdelen moeten worden uitgevoerd, moeten geschikte blusmiddelen beschikbaar zijn. Heb van een droge poeder of CO2-brandblusser grenzend aan het laadgebied.
6) Geen onstekingsbronnen
Geen persoon die werkzaamheden uitvoert in verband met een koelsysteem waarbij leidingen worden blootgesteld die ontvlambaar koelmiddel bevatten of hebben bevat moet alle ontstekingsbronnen zodanig gebruiken dat dit kan leiden met het risico van brand of explosie. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, waaronder het roken van sigaretten, moeten voldoende ver verwijderd worden gehouden van de plaats van installatie, reparatie, afdanken en verwijdering, gedurende welke ontvlambaar koelmiddel mogelijk in de omliggende ruimte kan vrijkomen. Alvorens werkzaamheden worden uitgevoerd, moet het gebied rond de apparatuur worden onderzocht om te controleren of er geen ontvlambare gevaren of ontstekingsrisico's zijn. Er zullen «Niet roken» borden worden geplaatst.
7) Geventileerd gebied
Zorg ervoor dat het gebied vrij is of voldoende geventileerd is voordat u in het systeem opent of heet werk uitvoert. Een zekere mate van ventilatie moet blijven gedurende de periode dat de werkzaamheden worden uitgevoerd. De ventilatie moet eventueel vrijgekomen
koelmiddel veilig verspreiden en bij voorkeur extern naar de atmosfeer verdrijven.
8) Controle van koudemiddel apparatuur
Wanneer elektrische componenten worden vervangen, moeten deze geschikt zijn voor het doel en volgens de juiste specificaties. De richtlijnen voor onderhoud en service van de fabrikant moeten te allen tijde worden opgevolgd. Raadpleeg bij twijfel de technische afdeling van de fabrikant voor hulp.
De volgende controles moeten worden gebruikt voor installaties met koudemiddel:
- De laadgrootte is in overeenstemming met de kamergrootte waarbinnen het koudemiddel bevattende onderdelen zijn geïnstalleerd;
- De ventilatieapparatuur en uitlaatpunten functioneren naar behoren en worden niet belemmerd;
- Wanneer een indirect koelcircuit wordt gebruikt, moet het secundaire circuit worden gecontroleerd op de aanwezigheid van koudemiddel;
- Markering op de apparatuur zichtbaar en leesbaar blijven. Markeringen en tekens die onleesbaar zijn, moeten worden gecorrigeerd;
- Koelbuizen of -componenten worden geïnstalleerd op een plek waar het onwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan een stof die componenten die koudemiddel bevatten kunnen corroderen, tenzij de componenten zijn gemaakt van materialen die inherent bestand zijn tegen corrosie of voldoende zijn beschermd om zo te worden gecorrodeerd.
9) Controles van elektrische apparaten
Reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan elektrische componenten omvat initiele veiligheidscontroles en inspectieprocedures voor componenten. Indien er een storing aanwezig is die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten totdat deze naar tevredenheid is afgehandeld. Als de storing niet onmiddellijk kan worden verholpen, maar de werking moet worden voortgezet,
moet een geschikte tijdelijke oplossing worden gebruikt. Dit wordt gerapporteerd aan de eigenaar van de apparatuur, zodat alle partijen worden geïnformeerd. Eerste veiligheidscontroles omvatten het volgende:
- Condensatoren worden ontladen: dit moet op een veilige manier gebeuren om vonkvorming te voorkomen;
- Er geen onder spanning staande elektrische componenten en bedrading worden blootgesteld tijdens het opladen, herstellen of spoelen van het systeem;
- Dat er continuïteit van aardverbindingen is.
2. Reparaties aan afgedichte componenten
1) Tijdens reparaties aan afgedichte componenten moeten alle elektrische voedingen worden losgekoppeld van de apparatuur waaraan wordt gewerkt alvorens de verzegelde deksels enz. worden verwijderd. Als het absoluut noodzakelijk is om tijdens onderhoudswerkzaamheden de stroom aan te laten staan op de apparatuur, moet op het meest kritieke punt een permanent werkende vorm van lekdetectie worden geplaatst om te waarschuwen voor een mogelijk gevaarlijke situatie.
2) Speciale aandacht moet worden besteed aan het volgende om ervoor te zorgen dat door het werken aan elektrische componenten de behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt beïnvloed. Dit omvat schade aan kabels, overmatig aantal verbindingen, klemmen die niet volgens de oorspronkelijke specificaties zijn aangesloten, schade aan afdichtingen, onjuiste montage van pakkingen, enz.
Controleer of het apparaat veilig is gemonteerd. Controleerofafdichtingenofafdichtingsmaterialen niet zodanig zijn aangetast dat ze niet langer dienen om het binnendringen van ontvlambare atmosferen te voorkomen. Vervangende onderdelen moeten in overeenstemming zijn met de specificaties van de fabrikant.

Opmerking
Het gebruik van siliconenkit kan de effectiviteit van sommige soorten lekdetectieapparatuur belemmeren. Intrinsiek veilige componenten hoeven niet te worden geïsoleerd alvorens eraan wordt gewerkt.
3. Reparatie van intrinsiek veilige componenten
Plaats geen permanente inductieve of capaciteitsbelastingen op het circuit aan zonder ervoor te zorgen dat dit de toegestane spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijdt. Intrinsiek veilige componenten zijn de enige typen waaraan kan worden gewerkt als ze onder stroom staan in de aanwezigheid van een ontvlambare atmosfeer. Het testapparaat moet de juiste classificatie hebben. Vervang componenten alleen door onderdelen die door de fabrikant zijn gespecificeerd. Andere delen kunnen resulteren in de ontbranding van koudemiddel in de atmosfeer door een lek.
4. Bekabeling
Controleer of de kabels niet worden blootgesteld aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige milieueffecten. Bij de controle wordt ook rekening gehouden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen van bronnen zoals compressoren en ventilatoren.
5. Detectie van brandbare koudemiddelen
In geen geval mogen potentiële ontstekingsbronnen worden gebruikt bij het zoeken naar of detecteren van koudemiddellekken. Een halogenidetoorts (of een andere detector die een open vlam gebruikt) mag niet worden gebruikt.
6. Lekdetectiemethoden
De volgende lekdetectiemethoden worden aanvaardbaar geacht voor systemen die ontvlambare koudemiddelen bevatten. Elektronische lekdetectoren moeten worden gebruikt om brandbare koudemiddelen te detecteren, maar de gevoeligheid is mogelijk niet voldoende of moet mogelijk opnieuw worden gekalibreerd. (Detectieapparatuur
moet worden gekalibreerd in een koudemiddel vrije ruimte.) Zorg ervoor dat de detector geen potentiële ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koudemiddel. Lekdetectieapparatuur moet worden ingesteld op een percentage van de LFL van het koudemiddel en moet worden gekalibreerd op het gebruikte koudemiddel en het juiste percentage gas (maximaal 25%) wordt bevestigd. Vloeistoffen voor lekdetectie zijn geschikt voor gebruik met de meeste koudemiddelen, maar het gebruik van chloorhoudende reinigingsmiddelen moet worden vermeden, omdat het chloor kan reageren met het koudemiddel en het koperen leidingwerk kan aantasten. Als een lek wordt vermoed, moeten alle open vlammen worden verwijderd/gedoofd. Als er een lek van koudemiddel wordt gevonden dat solderen vereist, moet al het koelmiddel uit het systeem worden teruggewonnen of worden geïsoleerd (door middel van afsluiters) in een deel van het systeem op afstand van het lek. Zuurstofvrije stikstof (OFN) moet dan zowel vóór als tijdens het soldeerproces door het systeem worden gespoeld.
7. Verwijdering en doorspoelen
Bij het openen van het koelcircuit om reparaties uit te voeren - of voor enig ander doel – moeten conventionele procedures worden gebruikt. Echter is het belangrijk dat de beste praktijk wordt gevolgd, aangezien ontvlambaarheid een mogelijkheid is. De volgende procedure moet worden gevolgd:Remove refrigerant:
• Verwijder koudemiddel;
- Ontlucht het circuit met inert gas;
- Doorspoelen;
- Spoel opnieuw met inert gas;
- Open het circuit door te snijden of hardsolderen.
De koudemiddelvulling wordt teruggewonnen in de juiste terugwinningscilinders. Het systeem moet worden «gespoeld» met OFN om het apparaat veilig te maken. Dit proces moet mogelijk meerdere keren worden herhaald. Perslucht of zuurstof mag niet voor deze taak worden gebruikt. Spoelen moet worden bereikt door het vacuum in het systeem met OFN te
verbreken en te blijven vullen totdat de werkdruk is bereikt, vervolgens naar de atmosfeer te ventileren en uiteindelijk naar een vacuum te brengen. Dit proces moet worden herhaald totdat er geen koudemiddel in het systeem aanwezig is. Wanneer de laatste OFN-lading wordt gebruikt, moet het systeem worden ontlucht tot atmosferische druk om werkzaamheden mogelijk te maken. Deze bewerking is absoluut noodzakelijk als soldeerwerkzaamheden aan de leidingen moeten plaatsvinden. Controleer of de uitlaat voor de vacuumpomp niet in de buurt van ontstekingsbronnen is geplaatst en dat er ventilatie beschikbaar is.
8. Laadprocedures
In aanvulling op de conventionele laadprocedures, moeten de volgende voorschriften worden opgevolgd.
- Zorg ervoor dat bij gebruik van laadapparatuur geen verontreiniging met verschillende koudemiddelen optreedt. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koudemiddel erin te minimaliseren.
- Cilinders moeten rechtop worden gehouden.
- Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is alvorens u het systeem met koudemiddel vult.
- Label het systeem wanneer het laden is voltooid (indien nog niet gebeurt).
- Wees uiterst voorzichtig om het koelsysteem niet te overladen.
Alvorens het systeem wordt opgeladen, moet het op druk worden getest met OFN. Het systeem moet op lekken worden getest na voltooiing van het laden, maar vóór de inbedrijfstelling. Een tweede lektest wordt uitgevoerd voorafgaand aan het verlaten van de plaats.
9. Buitengebruikstelling
Alvorens u deze procedure uitvoert, is het essentieel dat de technicus volledig vertrouwd is met de apparatuur en alle details ervan. Het wordt aanbevolen goede gewoonte te maken dat alle koudemiddelen veilig worden teruggewonnen. Voorafgaand aan de werkzaamheden die worden uitgevoerd, moet een monster van het olie- en koudemiddel worden genomen voor het geval een analyse vereist is voordat het teruggewonnen koudemiddel opnieuw wordt gebruikt. Het is van essentieel belang dat er stroom beschikbaar is alvorens de werkzaamheden worden begonnen.
a. Vertrouwd raken met de apparatuur en de werking ervan.
b. Isoleer het systeem elektrisch.
c. Voordat u de procedure gaat uitvoeren, moet u ervoor zorgen dat: Mechanische handlingapparatuur beschikbaar is, indien vereist voor het hanteren van koudemiddelcilinders; 2) Alle persoonlijke beschermingsmiddelen zijn beschikbaar en worden correct gebruikt; 3) Het herstelproces staat te allen tijde onder toezicht van een vakbewaam persoon;
Herstelapparatuur en cilinders voldoen aan de juiste normen.
d. Indien mogelijk, het koelsysteem naar beneden pompen.
e. Als vacuum niet mogelijk is, maakt u een verdeelstuk zodat koudemiddel uit verschillende delen van het systeem kan worden verwijderd.
f. Controleer of de cilinder zich op de weegschaal bevindt voordat terugwinnen plaatsvindt.
g. Start de terugwinmachine en werk in overeenstemming met de instructies van de fabrikant.
h. De cilinders niet te overvullen. (Niet meer dan 80% vloeistofvolume).
i. Overschrijd de maximale werkdruk van de cilinder niet, zelfs niet tijdelijk.
j. Wanneer de cilinders correct zijn gevuld en het proces is voltooid, moet u ervoor zorgen dat de cilinders en de apparatuur onmiddellijk van de locatie worden verwijderd en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur zijn afgesloten.
k. Teruggewonnen koudemiddel mag niet in een ander koelsysteem worden bijgevuld tenzij het is gereinigd en gecontroleerd.

Opmerking
De identificatie moet worden gemaakt nadat het apparaat is gesloopt en koudemiddelen zijn verwijderd. De identificatie moet de datum en de goedkeuring bevatten. Zorg ervoor dat de identificatie op het apparaat de brandbare koudemiddelen in dit apparaat kan weerspiegelen.
10. Etikettering
Apparatuur moet worden geëtiketteerd met de vermelding dat deze buiten gebruik is gesteld en geen koudemiddel bevat. Het etiket wordt gedateerd en ondertekend. Zorg ervoor dat er etiketten op de apparatuur staan waarop staat dat de apparatuur brandbaar koudemiddel bevat.
11. Terugwinning
Bij het verwijderen van koudemiddel uit een systeem, voor onderhoud of buitenbedrijfstelling, is het aanbevolen om alle koudemiddelen veilig te verwijderen. Zorg er bij het overbrengen van koudemiddel in cilinders voor dat alleen geschikte terugwinningscilinders voor het koudemiddel worden gebruikt. Zorg ervoor dat het juiste aantal cilinders voor het opslaan van de totale systeemlading beschikbaar is. Alle te gebruiken cilinders zijn geschikt voor het teruggewonnen koudemiddel en geëtiketteerd voor dat koudemiddel (d.w.z. speciale cilinders voor het terugwinnen van koudemiddel). De cilinders moeten compleet zijn met overdrukventiel en bijbehorende afsluiters in goed werkende staat. Lege terugwinningscilinders worden geëvacueerd en, indien mogelijk, afgekoeld alvorens het terugwinnen plaatsvindt. De terugwinningsapparatuur moet in goede staat verkeren met een reeks instructies met betrekking tot de apparatuur die beschikbaar is en moet geschikt zijn voor de terugwinning van brandbare
koudemiddelen. In aanvulling daarop, moet een set gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn en in goede staat verkeren. Slangen moeten compleet zijn met lekvrije ontkoppelingen en in goede staat verkeren. Alvorens u de terugwinningsappartuur gaat gebruiken, moet u controleren of deze in goede staat verkeert, goed is onderhouden en of alle bijbehorende elektrische componenten zijn afgedicht om ontsteking te voorkomen in geval van een afgifte van koudemiddel. Raadpleeg bij twijfel de fabrikant. Het teruggewonnen koudemiddel moet in de juiste terugwinningscilinder naar de koudemiddelleverancier worden geretourneerd en de betreffende Overdrachtsnota voor Afval moet worden meegestuurd. Meng geen koelmiddelen in terugwinningseenheden en helemaal niet in cilinders. Indien compressoren of compressoroliën moeten worden verwijderd, zorg er dan voor dat ze tot een acceptabel niveau zijn doorspoeld om te zorgen dat er geen brandbaar koudemiddel in het smeermiddel achterblijft. Het doorspoelingsproces moet worden uitgevoerd vóór de compressor naar de leveranciers wordt teruggestuurd. Uitsluitend elektrische verwarming van het compressorlichaam mag worden gebruikt om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem wordt afgetapt, moet dit veilig worden uitgevoerd.
WEEE-waarschuwing en F-gasinstructie
Betekenis van doorgekruiste vuilnisbak: elektrische apparaten niet weggooien als ongesorteerd gemeentelijk afval, gebruik aparte inzamelingsfaciliteiten.
Neem contact op met uw lokale overheid voor informatie met betrekking tot de beschikbare inzamelsystemen. Wanneer elektrische apparaten worden gestort op stortplaatsen of afvalplaatsen, kunnen gevaarlijke stoffen in het grondwater lekken en in de voedselketen terechtkomen, wat uw gezondheid en welzijn schaadt. Bij het vervangen van oude apparaten door een nieuwe, is de detailhandelaar wettelijk verplicht om uw oude apparaat terug te nemen voor verwijdering, zijnde gratis.

Dit product bevat gefluoreerde broeikasgassen die onder het Kyoto-protocol vallen. De gefluoreerde broeikasgassen bevinden zich in hermetisch afgesloten apparatuur.
nstallaties, dienstverlening, onderhoud, reparaties, controles op lekken of buiten gebruik gestelde apparatuur en productrecycling moeten worden uitgevoerd door natuurlijke personen die in het bezit zijn van relevante certificaten.
Indien het systeem is uitgerust met een lekdetectiesysteem, moeten de lekkagecontroles tenminste om de 12 maanden worden uitgevoerd, zorg ervoor dat het systeem correct werkt. Als het product lekkagecontroles moet ondergaan, moet het de inspectiecyclus specificeren, gegevens over lekkagecontroles opstellen en opslaan.
BESCHRIJVING VAN ONDERDELEN
Mobiele airconditioner


Afstandsbediening
Alvorens u uw nieuwe airconditioner gaat gebruiken, dient u zich vooraf vertrouwd te maken met de afstandsbediening. Hieronder vindt u een korte inleiding tot de afstandsbediening. Raadpleeg voor instructies met betrekking tot het gebruik van uw airconditioner het hoofdstuk Bediening van deze handleiding.

INSTALLATIE
Selecteer de beste locatie

Uw installatielocatie moet aan de volgende vereisten voldoen:
- Installeer de mobiele airconditioner op een vlakke en ruime locatie waar de luchtuitlaten niet worden belemmerd.
- Een minimale afstand van 30 cm vanaf muren of andere obstakels aanhouden.
- Oneven grond kan extra geluid of trillingen veroorzaken of leiden tot schade aan het apparaat.
Aanbevolen installatie

Alle afbeeldingen in deze handleiding zijn slechts ter illustratie. Uw apparaat kan enigszins afwijken.
Het apparaat kan worden bediend via het bedieningspaneel op het apparaat of met de afstandsbediening. Voor meer informatie, raadpleegt u de instructies bij de afstandsbediening die bij dit apparaat zijn geleverd.
| Onderdelen Beschrijving Hoeveelheid | ||
![]() | Uitlaatkanaal 1 stuk | |
![]() | Adapter A (apparaatzijde) 1 stuk | |
![]() | Adapter B (buitenzijde) 1 stuk | |
![]() | Vensterschuifse 1 stuk |
Installatie
![]() | Voorbereiding van het kanaalSluit het uitlaatkanaal aan op de adapter van het vensterschuifset en zet deze vast met de elastische lussenadapters. |

Installatie van het uitlaatkanaal
Sluit het uitlaatkanaal aan op het luchtuitlaat verbindingsstuk aan de achterkant van het apparaat. Schuif de adapter A naar beneden totdat deze vastklikt op zijn plaats.

Voorbereiding vensterschuifset
Pas de lengte van het vensterschuifset aan.
Wanneer het uitlaatkanaal en het vensterschuifset gereed zijn, selecteert u een van deze installatiemethoden om ze aan te sluiten.

Installatie van het vensterschuifset
Verwijder het apparaat met het verpakte uitlaatkanaal dichtbij het venster en verbind vervolgens de adapter van het uitlaatkanaal met het venster.

Opmerking: bedek het gat met de adapterdop wanneer deze niet in gebruik is.
Installatie

Opmerking
Om een goede werking te garanderen, draai de slang niet te strak aan of buig deze niet. U vindt geen obstakels tegen bij de uitgang van de uitlaatpijp (minder dan 50 cm) om een optimale werking van het uitlaatsysteem te garanderen.
Alle afbeeldingen in deze handleiding zijn uitsluitend bedoeld ter illustratie. Uw airconditioner kan enigszins afwijken


![]() | Aan/Uit Ventilator ellen - | ![]() | ||
![]() | Timer Modus In n - | ![]() | ||
![]() | Slapen Draaien L Indicator | ![]() |
Stroom (AAN/UIT)
Druk op deze knop om het apparaat in- of uit te schakelen.
Bedieningspaneel
Timerfunctie
Druk op de Timerknop, het timer-indicatielampje gaat branden. Druk op (+) of (-) om de gewenste tijd te selecteren. De tijd kan worden aangepast binnen een bereik van 1 uur tot uur.
MODUS-functie
Druk op de MODUS-knop om de gewenste modus te selecteren. Ieder keer wanneer u op de Modus-knop drukt, gaat het indicatielampje van de bedrijfsmodus branden om aan te duiden welke modus is geselecteerd: Auto, Koelen, Drogen en Ventilator.
Instellingenknop (+) en (-)
Elke keer wanneer op de + of - knop wordt gedrukt, wordt de insteltemperatuur met 1°C verhoogd of verlaagd. De ingestelde temperatuur varieert van 15°C - 31°C.
Draaifunctie
Druk op deze knop om het draaien van de lamellen voor automatisch op en neer te activeren.
Ventilatorfunctie
Deze knop regelt de ventilatorsnelheid. Druk meerdere keren om de gewenste ventilatorsnelheid te selecteren. Er zijn twee opties beschikbaar: langzaam en snel. Het aanduidingslampje voor de geselecteerde ventilatorsnelheid zal gaan branden.
Slaapfunctie
Druk op deze knop om de slaapmodus te openen.
LED-scherm
Het duidt de temperatuur ingesteld in graden «°C» aan, evenals de automatische timerinstellingen. Wanneer het apparaat in de Drogen of Ventilator modus staat, duidt het display de kamertemperatuur aan.
Bediening
Modus van koelenbedrijf
- Druk achtereenvolgens op de MODUS-knop totdat het indicatielampje voor het koelen brandt.
- Stel de gewenste temperatuur in met de knoppen (+) »of (-).
- Druk op de VENTILATOR-knop om de ventilatorsnelheid te selecteren.
Modus voor drogenbedrijf
- Druk achtereenvolgens op de MODUS-knop totdat het indicatielampje voor het koelen brandt.
- De ingestelde temperatuur en ventilatorsnelheid kunnen niet worden aangepast. De ingestelde temperatuur is laag en de ventilatorsnelheid draait langzaam.
- Sluit vensters en deuren voor het beste ontvochtigende effect.
- Installeer het uitlaatkanaal niet op het venster.
Auto bedrijfsmodus
- Druk achtereenvolgens op de MODUS-knop totdat het auto-indicatielampje gaat branden.
- Wanneer de Auto-functie draait, zal de airconditioner de koel- of ventilatorwerking selecteren op basis van de gewenste kamertemperatuur.
Modus voor ventilatorbedrijf
- Druk achtereenvolgens op de MODUS-knop totdat het indicatielampje van de ventilator gaat NL 132
Bediening
branden.
- Druk op de VENTILATOR-knop om de ventilatorsnelheid te selecteren.
- De ingestelde temperatuur kan niet worden aangepast.
- Installeer het uitlaatkanaal niet op het venster.
Timer bedrijfsmodus
- Wanneer de airconditioner is uitgeschakeld, drukt u op de Timerknop om het apparaat te activeren en de timer uit te schakelen, gaat het Indicatielampje Uitschakelen branden.
- Druk op de knoppen (+) en (-) om de Timer Uitschakelen of Tijd in te schakelen
- Met het apparaat ingeschakeld, drukt u op deze knop om de timer in te stellen op uitschakelen.
- Met het apparaat uitgeschakeld, drukt u op deze knop om de timer in te stellen op inschakelen.
Modus Standby-werking
- Druk op deze knop om naar de slaapmodus te openen, die het apparaat na 6 uur ononderbroken werking verlaat en de vorige status hersteld.
- De temperatuur stijgt van 1°C na 60 minuten en 2°C na 120 minuten.
Afvoerwater
- Tijdens de ontvochtigingsmodus, verwijdert u de bovenste aftapplug aan de achterkant van het apparaat. Bevestig de afvoerslang op de opening. Plaats het andere uiteinde van de slang in de afvoer of andere afvoergebieden.
- Als het apparaat dat u hebt gekocht is uitgerust met de afvoeruitlaat van de pomp, zoals hieronder weergegeven, moet u op de onderstaande wijze aftappen: Verwijder de aftapplug van de pomp aan de achterkant van het apparaat, bevestig de afvoerslang op de opening. Plaats het andere uiteinde van de slang in de afvoer of andere afvoergebieden.
- Wanneer het waterpeil van de onderste lade een vooraf bepaald niveau bereikt, duidt het digitale display «E4» aan en zal het WATER FULL-indicatielampje gaan branden. Verplaats het apparaat voorzichtig naar een aftaplocatie, verwijder de onderste aftapplug en laat het water weglopen. Herinstalleer de onderste aftapplug en start het apparaat opnieuw totdat het E4-symbool verdwijnt. Bel de servicedienst als de storing zich herhaalt.
ONDERHOUD

WAARSCHUWING
- Voor het reinigen van de airconditioner moet deze worden uitgeschakeld en de elektriciteit moet langer dan 5 minuten worden uitgeschakeld, anders bestaat het risico op elektrische schokken.
- Gebruik geen benzine, benzeen, verdunner of andere chemicaliën, of een ander vloeibaar insecticide op de airconditioner, omdat deze stoffen de verf kunnen doen afbladderen, laten barsten en vervormen van plastic onderdelen.
- Probeert u nooit het apparaat te reinigen door water rechtstreeks over één van de oppervlakken te gieten, omdat dit verslechtering van elektrische componenten en bedrading kan veroorzaken.

- Zorg ervoor dat de stekker van de airconditioner uit het stopcontact is getrokken.
- Verwijder het luchtfilter. Gebruik een stofzuiger of water om het filter af te spoelen, en als het filter erg vuil is (bijv., met vetresten), maakt u het schoon met warm water (lager dan 40oC) met mild reinigingsmiddel opgelost in water, en plaats het filter in de schaduw om aan de lucht te drogen.
- Reinig het luchtfilter elke 2 weken of elke 100 uur.
- Installeer het gedroogde filter opnieuw in omgekeerde volgorde van verwijdering. Draai het filterdeksel terug op zijn plaats.
Reinigen van het apparaat en opslag
Het apparaat reinigen
- Wanneer het apparaat verontreinigd is, maakt u het voorzichtig reinigen met een uitgewrongen doek en lauw water onder de 40°C.
Opslag
- Leeg de opvangbak voor water in overeenstemming met de instructies in het vorige hoofdstuk.
- Laat het apparaat gedurende 12 uur in de ventilatormodus in een warme ruimte draaien om het te laten drogen en schimmelgroei te voorkomen.
- Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact.
- Reinig het luchtfilter volgens de instructies in het vorige hoofdstuk. Herinstalleer het gedroogde en schone filter alvorens u het apparaat opbergt.
- Haal de batterijen uit de afstandsbediening.
- Bewaar het apparaat op een donkere, koele plaats. Directe blootstelling aan de zon of extreme hitte kan de levensduur verkorten.

Opmerking
Het stof op de voorkant van het bedieningspaneel kan worden verwijderd met een olievrije doek of worden gewassen met een doek die is bevochtigd met een oplossing van warm water en milde afwasmiddel. Goed afspoelen en afvegen. Gebruik nooit sterke reinigingsmiddelen, was of glans aan de voorkant van het apparaat. U moet het doek goed uitwringen voordat u het bedieningspaneel schoonveegt. Overtollig water in of rond het bedieningspaneel kan het apparaat beschadigen
PROBLEEMOPLOSSING
Om de kosten van een servicegesprek te besparen, probeer de onderstaande suggesties om te proberen of u uw probleem zonder externe hulp kunt oplossen.
| Probleem Oorzaken Oplossingen | ||
| Het apparaat start niet wanneer op de AAN-/UITknop wordt gedrukt | Foutcode «E4». | Schakel het apparaat uit en laat het condenswater afvloeien. |
| Stroomtoevoer werkt niet Controleer het netsnoer. | ||
| Het apparaat schakelt onmiddellijk uit. | In koelmodus: de kamertemperatuur is lager dan de ingestelde temperatuur. | Nieuwe temperatuur instellen. |
| Het uitlaatkanaal is geblokkeerd of niet correct geïnstalleerd. | Schakel het apparaat uit en installeer het uitlaatkanaal op de juiste manier of reinig het. | |
| De lucht wordt uitgeblazen, maar het koeleffect is slecht. | Het luchtfilter is verstopt door stof. | Reinig het luchtfilter. |
| Koelcapaciteit is onvoldoende. | Bevestig de vereiste koelcapaciteit opnieuw met uw dealer. | |
| U schakelt de airconditioner in binnen een hele hete ruimte. | Laat extra tijd, zodat opgeslagen warmte uit muren, plafond, vloer en meubels kan ontsnappen. | |
| De luchtinlaat of -uitlaat van het apparaat is geblokkeerd. | Onstoppen. | |
| De ruimte is te groot. | Bevestig de vereiste koelcapaciteit opnieuw met uw dealer. | |
| De deuren en vensters staan open. | Sluit deuren en vensters | |
| Unit makes too much noise or vibration | De grond is niet waterpas of niet vlak genoeg. | Plaats het apparaat, indien mogelijk, op een waterpas zijnde vlakke ondergrond. |
| Het luchtfilter is verstopt door stof. | Reinig het luchtfilter. | |
| Water leak De bodemlade is vol. | Schakel het apparaat uit en laat het condenswater afvloeien. | |
Opmerking met betrekking tot het productontwerp
Het ontwerp en de specificaties kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd om het product te verbeteren. Neem contact op met de distributeur of fabrikant voor meer informatie. Elke update van de gebruikershandleiding wordt geüpload naar de servicewebsite. Raadpleeg het voor het openen van de nieuwste versie.
Energie-efficiëntie
De energieclassificatie voor dit apparaat is gebaseerd op een installatie met een niet-geëxpandeerd uitlaatkanaal zonder een schuifraamadapter (zoals beschreven in het hoofdstuk Installatie van deze handleiding).
Specifcatie
| Model naam DOM416 | |
| Elektrische klasse Class 1 | |
| Spanning/frequentie (V/Hz) 220-240V~50Hz | |
| Koudemiddel R290 | |
| Totale hoeveelheid koudemiddel (g) 135 | |
| Koelcapaciteit (Btu/uur) 7000 | |
| Koelcapaciteit (W) 2000 | |
| Ingang koelvermogen (W) 750 | |
| Nominale energie-efficiëntieverhouding (EER-waardering) 2,6 | |
| Elektrisch verbruik in stand-bymodus (W) 0,419 | |
| Ontvochtigingscapaciteit (l/uur) 0,8 | |
| Luchtstroomvolume (m3/uur) | 252 |
| Geluidsdrukniveau dB(A) | LWA 65 |
| LPA 54 | |
| Energie-efficiëntie A | A |
| Gewicht van apparaat - verpakt (kg) | 22 |
| Verpakte apparaat (LxBxH) mm | 3,72x372x850 |
| Min. Benodigde ruimte (m2) | 4 |
| Aardopwarmingsvermogen (kgCO2eq) | 3 |
Geïmporteerd door:
DELTA
BP61071
67452 Mundolsheim
Frankrijk

ENERG
енергия · ενεργεια

LiVOODOM416
EER

A ^+++
A ^++
A
A
B
C
D

2,02,6
kW
EER

65db
0,778
kWh/60min*
ENERGIA · ЕНЕРГИЯ · ЕНЕРГЕИА · ENERGIJA · ENERGY · ENERGIE · ENERGI






ellen -

n -

Indicator