CFA834GC1 - Magnetron BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CFA834GC1 BOSCH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Magnetron in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CFA834GC1 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CFA834GC1 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING CFA834GC1 BOSCH
[nl] Gebruikershandleiding en installatie-instructies
1 Veiligheid Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht. 1.1 Algemene aanwijzingen ¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro- ductinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transport- schade niet aan. 1.2 Bestemming van het apparaat Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie. De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montage- handleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van op- stelling. Gebruik het apparaat uitsluitend: ¡ om voedsel en dranken te bereiden. ¡ onder toezicht. Houd kortstondige kookpro- cessen ononderbroken in het oog. ¡ In het huishouden en soortgelijke toepas- singen zoals bijvoorbeeld: in keukens voor medewerkers in winkels, kantoren en ande- re commerciële omgevingen, in boerderij- en; van klanten in hotels en andere verblij- ven, in bed and breakfasts. ¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni- veau. Dit apparaat voldoet aan de norm EN55011 resp. CISPR11. Het is een product van groep 2, klasse B. Groep 2 betekent dat er micro- golven worden geproduceerd om levensmid- delen te verwarmen. Klasse B houdt in dat het apparaat geschikt is voor huishoudelijk ge- bruik. 1.3 Inperking van de gebruikers Dit apparaat kan worden bediend door kinde- ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie- ke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begre- pen. Kinderen mogen niet met het apparaat spe- len. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht staan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.Veiligheid nl
1.4 Veiliger gebruik Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven.
- "Accessoires", Pagina8 WAARSCHUWING‒Kans op brand! Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten.
Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de binnenruimte.
Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehou- den om eventueel optredende vlammen te doven. Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden! Accessoires of vormen worden zeer heet.
Neem hete accessoires en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de bin- nenruimte. In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam- pen vlam vatten.
Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage.
Open de apparaatdeur voorzichtig. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden! Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten. WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Wanneer er krassen op het glas van de appa- raatdeur zitten, kan dit barsten.
Gebruik geen scherp of schurend reini- gingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de appa- raatdeur omdat dit het oppervlak kan be- schadigen. Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnie- ren. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveon- derdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat bescha- digd raakt, moet het ter vermijding van risi- co's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalifi- ceerde persoon. Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat- onderdelen of warmtebronnen in contact brengen.
Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen.
Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen. Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.nl Veiligheid
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Nooit een apparaat met gescheurd of ge- broken oppervlak gebruiken.
Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap- paraat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trek- ken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de ze- kering in de meterkast uitschakelen.
Contact opnemen met de servicedienst.
- Pagina17 WAARSCHUWING‒Gevaar: magnetisme! In het bedieningspaneel of de bedieningsele- menten bevinden zich permanente magneten. Deze kunnen elektronische implantaten, zoals pacemakers, of insulinepompen beïnvloeden.
Dragers van elektronische implantaten die- nen een afstand van minstens 10 cm tot het bedieningspaneel aan te houden. WAARSCHUWING‒Kans op verstikking! Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin- deren houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateri- aal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinde- ren houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen. 1.5 Magnetron BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIF-
WAARSCHUWING‒Kans op brand! Oneigenlijk gebruik van het apparaat is ge- vaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarm- de pantoffels, granen- pittenkussens kunnen bijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten.
Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat.
Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens, zwammen, vochtige poetslappen e.d. met het apparaat opwarmen.
Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken. Levensmiddelen en de verpakkingen ervan kunnen ontbranden.
Nooit levensmiddelen opwarmen in verpak- kingen die bestemd zijn om ze warm te houden.
Levensmiddelen nooit zonder toezicht ver- warmen in voorwerpen van kunststof, pa- pier of ander brandbaar materiaal.
Bij de magnetron nooit een te groot vermo- gen of te lange tijdsduur instellen. Houd u aan de opgaven in deze gebruiksaanwij- zing.
Nooit levensmiddelen drogen met de mag- netron.
Levensmiddelen die weinig water bevatten, zoals bijv. brood, nooit met een te hoog magnetronvermogen of gedurende een te lange tijd ontdooien of verwarmen. Spijsolie kan vlam vatten.
Nooit uitsluitend spijsolie opwarmen met de magnetron. WAARSCHUWING‒Kans op explosie! Vloeistof of andere voedingsmiddelen in dicht afgesloten vormen kunnen gemakkelijk explo- deren.
Nooit vloeistof of andere voedingsmiddelen verhitten in dicht afgesloten vormen.Veiligheid nl
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden! Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwar- men, exploderen.
Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekookte eieren in de eierschaal op- warmen.
Nooit schaal- en kreeftachtige dieren ko- ken.
Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te prikken.
Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de schil of vel. De warmte wordt niet gelijkmatig verdeeld in de babyvoeding.
Warm nooit babyvoeding op in gesloten verpakkingen.
Verwijder altijd het deksel of de speen.
Na het verwarmen goed roeren of schud- den.
Voordat de voeding aan het kind wordt ge- geven dient de temperatuur te worden ge- controleerd. Verhitte gerechten geven warmte af. De vor- men kunnen heet worden.
Neem vormen en accessoires altijd met be- hulp van een pannenlap uit de binnenruim- te. De verpakking van luchtdicht verpakte levens- middelen kan knappen.
Houd altijd de opgaven op de verpakking aan.
Neem gerechten altijd met een pannenlap uit de binnenruimte. Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Het onjuiste gebruik van het apparaat is ge- vaarlijk. Voorwerpen zoals oververhitte pantof- fels, pitten- of graankussen, sponzen, vochtige schoonmaakdoekjes e.d. kunnen verbranding tot gevolg hebben.
Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat.
Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens, zwammen, vochtige poetslappen e.d. met het apparaat opwarmen.
Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden! Bij het verwarmen van vloeistof kan er kook- vertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kook- temperatuur wordt bereikt zonder de kenmer- kende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en weg- spatten.
Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen. WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormen van porselein en keramiek kunnen kleine gaatjes hebben in de handgrepen en deksels. Achter deze gaatjes bevindt zich een holle ruimte. Als er vocht in deze ruimte komt, kan dit barsten veroorzaken in de vormen.
Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor de magnetron. Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnen vormen van metaal of vormen met metalen coating leiden tot het ontstaan van vonken. Het apparaat wordt dan beschadigd.
Gebruik nooit metalen vormen bij gebruik van uitsluitend de magnetron.
Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor de magnetron.nl Materiële schade vermijden
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Het apparaat werkt met hoogspanning.
Nooit de behuizing verwijderen. WAARSCHUWING‒Kans op ernstig gevaar voor de gezondheid! Gebrekkige reiniging kan het oppervlak van het apparaat vernietigen, de gebruiksduur ver- korten en tot gevaarlijke situaties leiden, zoals bijvoorbeeld naar buiten komende magnetron- energie.
Het apparaat regelmatig schoonmaken en resten van voedingsmiddelen direct verwij- deren.
Houd de binnenruimte, deur en deuraan- slag altijd schoon.
- "Reiniging en onderhoud", Pagina14 Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte beschadigd is. Er kan energie van de microgolven naar buiten komen.
Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte of de kunststof omlijsting van de deur beschadigd is.
Alleen door de servicedienst laten repare- ren. Bij apparaten waarvan de behuizing niet is af- gedekt komt energie van microgolven vrij.
De afdekking van de behuizing nooit verwij- deren.
Neem voor onderhouds- of reparatiewerk- zaamheden contact op met de klantenservi- ce. 2 Materiële schade vermijden 2.1 Algemeen LET OP! Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen- ruimte ontstaat er corrosie.
Veeg het condenswater na elk bereiding af.
Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
Geen eten in de binnenruimte bewaren. Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be- schadigd raken.
Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of laten steunen. Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoi- res krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaat- deur wanneer deze gesloten wordt.
Accessoires altijd op de juiste manier in de binnen- ruimte leggen. 2.2 Magnetron Volg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetron gebruikt. LET OP! Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be- schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de bin- nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn. Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken ver- oorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het ap- paraat beschadigd.
Gebruik geen vormen van aluminium in het appa- raat. Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
Start nooit de magnetron zonder dat er zich etens- waar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering. De meervoudige bereiding van magnetron-popcorn di- rect na elkaar met een te hoog magnetronvermogen kan leiden tot beschadiging van de binnenruimte.
Laat tussen de bereidingen het apparaat meerdere minuten afkoelen.
Stel nooit een te hoog magnetronvermogen in.
Gebruik maximaal 600Watt.
Het popcornzakje altijd op een glazen bord leggen.Milieubescherming en besparing nl
3 Milieubescherming en besparing 3.1 Afvoeren van de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-nen worden hergebruikt. De afzonderlijke componenten op soort gescheidenafvoeren. 3.2 Energie besparen Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaatminder stroom.De tijd in stand-bystand verbergen. Het apparaat spaart energie in stand-by. 4 Uw apparaat leren kennen 4.1 Bedieningspaneel Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap-paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks-toestand.Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op deafbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
KnoppenDe knoppen hebben een drukpunt. Druk op deknop voor het bedienen.
BedieningsringU kunt de bedieningsring onbegrensd naarlinks of rechts draaien. Druk licht op de bedie-ningsring en beweeg deze met de vinger in degewenste richting.
DisplayHet display toont de actuele instelwaarde, se-lectiemogelijkheden en instructieteksten.KnoppenMet de knoppen kiest u de verschillende functies direct.Symbool Knop Gebruikon/off Apparaat in- of uitschakelenstart/stop Werking starten of onderbrekenTouchveldenTouch-velden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Om een functie te kiezen het betreffende veld selecteren.Symbool Touchveld Gebruik90 Magnetronvermogen 90Watt instellen180 Magnetronvermogen 180Watt instellen360 Magnetronvermogen 360Watt instellen600 Magnetronvermogen 600Watt instellen900 Magnetronvermogen 900Watt instellenTijdfuncties Tijdfuncties kiezenProgramma's Programma kiezennl Accessoires
Symbool Touchveld Gebruik Gewicht Gewicht bij de programma's kiezen Informatie Instructie laten weergeven, of door langer drukken (ca.3s) de basisin- stellingen oproepen Opmerking:Wanneer brandt, tik dan op , om gedu- rende enkele seconden informatie weer te geven. Het touchveld, waarvan u de waarde in het display kunt wijzigen, of welke in de voorgrond wordt weergegeven, gaat rood branden. Bedieningsring Met de bedieningsring wijzigt u de instelwaarden die op het display worden weergegeven. Bij de meeste keuzelijsten, bijv. programma's, begint na het laatste punt het eerste weer. Bij enkele keuzelijs- ten, bijv. tijdsduur, moet u de bedieningsring weer te- rugdraaien wanneer de minimale of maximale waarde bereikt is. Display Op het display ziet u de actuele instelwaarden of keu- zemogelijkheden. Display Beschrijving Focus De waarde in de focus kan direct worden veran- derd, zonder dat u de waarde eerst te heeft ge- selecteerd. Nadat de wer- king is gestart, staat altijd de tijdsduur in de focus. Vergroting Zolang u de waarde in de focus met de bedienings- ring verandert, wordt op het display alleen deze waarde vergroot weerge- geven. Ringlijn Aan de buitenkant van het display bevindt zich de ring- lijn. Wanneer u een waarde wijzigt, toont de ringlijn u waar u zich in de keuzelijst bevindt. Afhankelijk van het instelgebied en de lengte van de keuzelijst is de ringlijn ononderbroken of verdeeld in segmenten. Bij gebruik van het apparaat geeft de ringlijn de voort- gang weer en vult deze per seconde rood in. Na elke volle minuut vullen de segmenten zich weer van voren af aan. Bij een aflopende tijdsduur dooft elke seconde een segment. 4.2 Binnenruimte Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat. Verlichting van de binnenruimte Wanneer u de apparaatdeur opent, gaat de verlichting van de binnenruimte aan. Wanneer de apparaatdeur langer dan ca. 5minuten is geopend, dan schakelt de verlichting van de binnenruimte weer uit. Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is de verlichting van de binnenruimte aan als het programma loopt. Wanneer het gebruik eindigt, gaat de verlichting van de binnenruimte uit. Koelventilator De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. Warme lucht komt vrij via de ventilatiesleuven boven de apparaatdeur. LET OP! Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het apparaat oververhit.
Dek de ventilatiesleuven niet af. De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat de binnenruimte na gebruik sneller afkoelt. Wanneer het apparaat in de magnetronfunctie wordt gebruikt, blijft het apparaat koud, de koelventilator schakelt niettemin in. De koelventilator kan blijven draaien, ook wanneer het gebruik van de magnetron reeds is beëindigd. Condenswater Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur van het apparaat condensvorming optreden. Condens is normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af. 5 Accessoires Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. Accessoires Gebruik Glazen braadslede ¡ Voor het ontdooien van gerechten ¡ Voor het garen van ge- rechtenVoor het eerste gebruik nl
6 Voor het eerste gebruik Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap- paraat en de accessoires. 6.1 Eerste gebruik Na het aansluiten op het elektriciteitsnetwerk of na een langere stroomuitval verschijnen de instellingen voor de eerste ingebruikname van uw apparaat. Opmerkingen ¡ U kunt de instellingen op elk moment aanpassen in de basisinstellingen.
- "Basisinstellingen", Pagina13 ¡ Open en sluit de apparaatdeur ten behoeve van de interne controle vóór het eerste gebruik en na elke stroomonderbreking eenmaal. Taal instellen
Met de bedieningsring de taal instellen.
Druk op . a Het display geeft de volgende instelling aan. Tijd instellen
Met de bedieningsring de tijd instellen.
Druk op . a Op het display verschijnt een melding dat de eerste inbedrijfstelling is afgesloten. Opmerking:In de
- "Basisinstellingen", Pagina13 legt u vast, of het dis- play de tijd bij uitgeschakeld apparaat weergeeft of niet. 6.2 Accessoires reinigen
Reinig de accessoires grondig met zeepsop en een zacht schoonmaakdoekje. 7 De Bediening in essentie 7.1 Apparaat inschakelen
Schakel het apparaat in met . a Alle touchvelden gaan rood branden. Het display geeft het Bosch logo weer en daarna het maximale magnetronvermogen. a Het apparaat is klaar voor gebruik. a gaat rood branden. 7.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit met . a Het apparaat breekt de lopende functies af. a Het display geeft de tijd weer. Opmerking:Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig heeft. Wanneer er langere tijd niets wordt in- gesteld, gaat het apparaat automatisch uit. 7.3 In werking stellen
Start de werking met . a Het display geeft de instellingen weer. a De ringlijn verschijnt en toont het verloop van de tijdsduur. Opmerking:Als u tijdens de werking de deur van de binnenruimte opent, dan onderbreekt het apparaat de werking en pauzeert het ingestelde tijdsverloop. Als u de werking opnieuw wilt starten, sluit dan de deur van het apparaat en druk op . 7.4 Werking onderbreken
Druk op . a Het apparaat onderbreekt de werking.
Druk op om alle instellingen te wissen. Opmerking:Als u de apparaatdeur opent, onderbreekt het apparaat de werking. Na een onderbreking of het annuleren van de werking, kan de koelventilator verder lopen. 7.5 Functie instellen Wanneer u het apparaat inschakelt, toont het display de ingestelde voorgestelde functie. U kunt de voorge- stelde functie direct starten of een andere functie kie- zen.
Druk op het veld van de gewenste functie.
Met de bedieningsring veranderen wat in de focus staat. Voer nodig andere instellingen uit. Hiervoor het be- treffende veld aanraken en met de bedieningsring de waarde wijzigen.
Druk op . a Het programma wordt gestart.nl Magnetron
8 Magnetron Met de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten be- reiden, verwarmen of ontdooien. 8.1 Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het ap- paraat niet te beschadigen, dient u geschikte vormen en accessoires te gebruiken. Opmerking:Voordat u vormen voor de magnetron ge- bruikt dient u de informatie van de fabrikant in acht te nemen. Voer bij twijfel een serviestest uit. Geschikt voor de magnetron Vormen en accessoires Toelichting Vormen van hitte- en magnetronbestendig ma- teriaal: ¡ Glas ¡ Glaskeramiek ¡ Porselein ¡ Temperatuurbestendi- ge kunststof ¡ Volledig geglaceerd keramiek zonder bar- sten Deze materialen laten mi- crogolven door. Microgol- ven beschadigen hittebe- stendige vormen niet. Bestek van metaal Opmerking:Om kookver- traging te voorkomen kunt u metalen bestek ge- bruiken, bijv. een lepel in een glas. LET OP! Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be- schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de bin- nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn. Niet geschikt voor de magnetron Vormen en accessoires Toelichting Vormen van metaal Metaal laat geen micro- golven door. De gerech- ten warmen nauwelijks op. Servies met goud- of zil- verdecor Microgolven kunnen gouddecor en zilverdecor beschadigen. Tip:Wanneer door de fa- brikant wordt gegaran- deerd dat de vorm ge- schikt is voor de magne- tron, kunt u de vorm ge- bruiken. 8.2 Vormen testen op hun magnetronbestendigheid Controleer m.b.v. een serviestest of vormen geschikt zijn voor de magnetron. Het apparaat mag alleen bij een serviestest met gebruik van de magnetronfunctie zonder gerechten worden gebruikt. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden! Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderde- len heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut op het maxi- male magnetronvermogen instellen.
De vorm meerdere keren controleren: – Wanneer de vorm koud of handwarm is, dan is deze geschikt voor de magnetron. – Wanneer de vorm heet is of er vonken ontstaan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan niet geschikt voor de magnetron. 8.3 Magnetronvermogen Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en het gebruik ervan. Magnetronvermo- gen in watt Maximale tijdsduur Gebruik 90 W 1:30 uur Gevoelige gerechten ontdooien. 180 W 1:30 uur Gerechten ontdooien en verder bereiden. 360 W 1:30 uur Vlees en vis klaarmaken of gevoelige gerechten opwarmen. 600 W 1:30 uur Gerechten verwarmen en bereiden. 900 W 30 minuten Vloeistoffen verwarmen. Het maximale vermogen is niet bedoeld voor het verwarmen van gerechten.Programma's nl
Voorgestelde waarden Bij elk magnetronvermogen stelt het apparaat een tijds- duur voor. U kunt de voorgestelde waarde overnemen of in het betreffende bereik wijzigen. 8.4 Magnetron instellen Wanneer u het apparaat inschakelt, verschijnt als voor- stel altijd de hoogste magnetron-stand op het display.
De veiligheidsaanwijzingen in acht nemen.
De aanwijzingen voor het vermijden van materiële schade in acht nemen. →Pagina6
De aanwijzingen voor magnetronbestendige vormen en accessoires in acht nemen. →Pagina10
Druk op . a Het apparaat is klaar voor gebruik. Het display geeft als voorgestelde waarde het maximale magnetron- vermogen aan. Het magnetronvermogen kan altijd worden gewijzigd.
Druk op het veld van het gewenste magnetronver- mogen. a Op het display wordt het magnetronvermogen en een voorgestelde tijdsduur weergegeven. a gaat rood branden.
Stel de gewenste tijdsduur in met de bedienings- ring.
Druk op . a Het programma wordt gestart. a Op het display loopt de tijdsduur af. a Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge- luidssignaal.
Druk op om het signaal voortijdig te beëindigen.
Schakel het apparaat uit met . Opmerkingen ¡ Wanneer u op drukt, toont het display kortstondig de timerfunctie. Druk opnieuw op om de tijdsduur te verlengen. ¡ Wanneer u de apparaatdeur tussentijds opent, kan de koelventilator doorlopen. 8.5 Tijdsduur wijzigen U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
Wijzig de tijdsduur met de bedieningsring. a De werking wordt voortgezet. 8.6 Magnetronvermogen wijzigen U kunt het magnetronvermogen tijdens het gebruik wij- zigen.
Druk op het veld voor het gewenste magnetronver- mogen. a De tijdsduur blijft ongewijzigd. a De werking wordt voortgezet. Opmerking:Wanneer de ingestelde tijdsduur de maxi- male tijdsduur voor het magnetronvermogen van 900W overschrijdt, dan reduceert het apparaat de tijdsduur automatisch. De werking wordt niet voortge- zet. In werking stellen met . 9 Programma's Met de programma's helpt u uw apparaat bij de berei- ding van verschillende gerechten en kiest u automa- tisch de optimale instellingen. 9.1 Aanwijzingen bij de instellingen voor gerechten Volg deze aanwijzingen op om een optimaal berei- dingsresultaat te behalen. ¡ Gebruik alleen levensmiddelen van onberispelijke kwaliteit. ¡ Haal de levensmiddelen uit de verpakking en weeg de levensmiddelen af. Wanneer u het exacte ge- wicht op het apparaat niet kunt instellen, dan rondt u het gewicht naar boven af. ¡ Gebruik uitsluitend vormen voor magnetron geschik- te vormen, bijv. van glas of keramiek. ¡ Zet de levensmiddelen in de onverwarmde binnen- ruimte. Ontdooien ¡ Levensmiddelen vlak en verdeeld in porties bij -18°C invriezen en bewaren. ¡ Leg de diepvriesproducten op een ondiepe vorm, bijvoorbeeld een glazen of porseleinen bord. ¡ Het kan zijn dat levensmiddelen na beëindigen van het programma nog niet volledig zijn ontdooid. De levensmiddelen kunnen echter goed verder worden verwerkt. ¡ Bij het ontdooien van vlees of gevogelte ontstaat vloeistof. Verwijder bij het keren de vloeistof. Verder niet gebruiken of met andere levensmiddelen in contact laten komen. ¡ Gehakt dat al ontdooid is na het keren verwijderen. ¡ Gevogelte in zijn geheel eerst met de borstzijde en stukken gevogelte eerst met de kant van het vel op de vorm leggen. Groente ¡ Verse groente: in stukken van gelijke grootte snij- den. Voeg per 100g één eetlepel water toe. ¡ Diepvriesgroente: alleen geblancheerde, niet voor- gekookte groente is geschikt. Diepvriesgroente met roomsaus is niet geschikt. 1 tot 3 eetlepels water toevoegen. Bij spinazie en rode kool geen water toevoegen. Aardappelen ¡ Aardappels om te koken: snijd deze in stukken van gelijke grootte. Voeg per 100g twee eetlepels water en een beetje zout toe. ¡ Aardappels in de schil: gebruik aardappels van ge- lijke grootte. Wassen en meerdere gaatjes in de schil prikken. Nog vochtig in een vorm zonder water doen. ¡ Aardappels in de oven: aardappels van gelijke grootte gebruiken. Wassen, drogen en meerdere gaatjes in de schil prikken.nl Programma's
Rijst ¡ Gebruik geen zilvervliesrijs of rijst in kookzakjes. ¡ Twee tot twee en een half keer de hoeveelheid wa- ter bij de rijst doen. Rusttijd Sommige gerechten moeten na het einde van het pro- gramma nog even rusten in de binnenruimte. Gerecht Rusttijd Groente ca. 5minuten Aardappelen ca. 5minuten Eerst het water dat ont- staan is afgieten Rijst ca. 5-10minuten 9.2 Programma instellen
Druk op . a Het apparaat is klaar voor gebruik.
Druk op . a Het display toont het eerste programma.
Stel het gewenste programma in met de bedienings- ring.
Druk op . a Het display toont een voorgestelde waarde voor het gewicht.
Stel het gewenste gewicht in met de bedieningsring.
Druk op . a Het programma wordt gestart. a Op het display loopt de tijdsduur af.
Wanneer tijdens het programma aanwijzingen op het display worden getoond voor keren of omroe- ren: ‒ Open de apparaatdeur. ‒ Het gerecht verdelen, omroeren of keren. ‒ Sluit de apparaatdeur. ‒ Druk op . Opmerking:Wanneer u het gerecht niet keert of om- roert, loopt het programma toch normaal verder tot het einde. De programma's berekenen de tijdsduur. 9.3 Programmatabel Met de programma's kunt u heel eenvoudig gerechten klaarmaken. U kiest een programma en voert het gewicht van uw gerecht in. Het programma neemt de optimale instelling over. Ontdooien Gerecht Geschikte levensmiddelen Gewichtsbereik inkg Vormen/Toebehoren Brood ontdooien
Brood, heel, rond of langwerpig, brood in sneetjes, cake, gistgebak, vruchtengebak, taart zonder glazuur, slagroom of gelatine 0,10-0,55 Vlakke open vorm Bodem van de binnenruim-
Braadstukken, platte stukken vlees, gehakt, kip 0,10-0,55 Vlakke open vorm Bodem van de binnenruim-
Let op het keersignaal. Bereiden Gerecht Geschikte levensmiddelen Gewichtsbereik inkg Vormen/Toebehoren Groente, vers
Bloemkool, broccoli, wortelen, koolrabi, prei, paprika, courgettes 0,10-0,55 Gesloten vorm Bodem van de binnenruim-
Bloemkool, broccoli, wortelen, koolrabi, rode kool, spinazie 0,10-0,55 Gesloten vorm Bodem van de binnenruim-
Gekookte aardappe- len Aardappels met of zonder schil, aardappel- partjes even groot 0,10-0,55 Gesloten vorm Bodem van de binnenruim-
Let op het roersignaal.Wekker nl
Gerecht Geschikte levensmiddelen Gewichtsbereik inkg Vormen/Toebehoren Rijst
Rijst met lange korrel 0,10-0,55 hoge, gesloten vorm Bodem van de binnenruim-
Aardappels met schil, ca.6cm dik 0,10-0,55 Rooster Bodem van de binnenruim-
Let op het roersignaal. 10 Wekker U kunt een timertijd vastleggen, waarbij er na afloop een signaal klinkt. U kunt een timertijd van maximaal 24uur instellen. De functie werkt onafhankelijk van de werking en ande- re tijdfuncties. Het timersignaal onderscheidt zich van andere signalen. 10.1 Timer instellen
Druk op . a Het display geeft de timer weer.
Stel de timertijd in met de bedieningsring.
Druk op . Na enkele seconden start de timer ook automatisch. a De timertijd loopt af. a Na korte tijd is het vorige display weer te zien. a Het display geeft tevens een timer-symbool weer. a Wanneer de timer-tijd is verstreken, klinkt een sig- naal.
Druk op om het signaal voortijdig te beëindigen. 10.2 Timer wijzigen
Druk op . a Het display geeft de timer weer.
Wijzig de timertijd met de bedieningsring. Opmerking:Loopt er een functie met ingestelde tijds- duur, dan staat de tijdsduur in de focus. U kunt de ti- mer kiezen met . De timertijd staat dan enige tijd in de focus. U kunt de timertijd wijzigen. 10.3 Timer annuleren
Timer-tijd resetten. a Daarna brandt het symbool niet meer. 11 Basisinstellingen U kunt uw apparaat instellen volgens uw behoeften. 11.1 Basisinstelling wijzigen Vereiste:Het apparaat is uitgeschakeld.
Houd ca. 3 seconden ingedrukt. a Op het display verschijnen aanwijzingen over de procedure.
Bevestig de aanwijzingen met . a Op het display verschijnt de eerste instelling "Taal".
Wijzig indien gewenst de instelling met de bedie- ningsring.
Druk op . a De volgende instelling verschijnt op het display en kan met de bedieningsring worden gewijzigd.
Doorloop de basisinstellingen met en wijzig in- dien nodig met de bedieningsring.
Om wijzigingen op te slaan, ca. 3 seconden inge- drukt houden. a Op het display verschijnt een melding dat de instel- lingen zijn opgeslagen. Opmerking:Na een stroomonderbreking blijven de in- gevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behou- den. 11.2 Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken
Druk op . a Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgesla- gen. 11.3 Overzicht van de basisinstellingen Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksin- stellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitrusting van uw apparaat. Opmerkingen ¡ Wijzigingen van de instellingen van de taal, het toetssignaal en de display-helderheid hebben direct effect. Alle andere instellingen zijn pas actief wan- neer u de instellingen opslaat. ¡ Uw wijzigingen van de basisinstellingen blijven ook na een stroomstoring bewaard. Alleen de instellin- gen voor het eerste gebruik moet u bij een stroom- onderbreking opnieuw uitvoeren.
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat- type afwijken)nl Reiniging en onderhoud
Basisinstellin- gen Keuze Tijd "Tijd " instellen Geluidssignaal Korte duur Gemiddelde duur
Lange duur Toetssignaal Uitgeschakeld
Ingeschakeld Helderheid dis- play De helderheid van het display is in 5 stappen instelbaar Stand3
Tijdsweergave Ingeschakeld
Uitgeschakeld Nachtverduis- tering Uitgeschakeld
Ingeschakeld (display verduistert tus- sen 22:00 en 6:00 uur) Demomodus Uitgeschakeld
Ingeschakeld (wordt alleen in de eer- ste 3 minuten na een reset of bij de eerste ingebruikneming weergege- ven) Fabrieksinstel- lingen Resetten Niet resetten
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat- type afwijken) Opmerking:Wijzigingen aan de instellingen van de taal, het toetssignaal en de display-helderheid hebben direct effect. Alle andere gaan pas in nadat de instellin- gen zijn opgeslagen. 11.4 Tijd wijzigen Vereiste:Het apparaat is uitgeschakeld.
Houd ca. 3 seconden ingedrukt. a Op het display verschijnen aanwijzingen over de procedure.
Bevestig de aanwijzingen met . a Op het display verschijnt de eerste instelling "Taal".
Druk op . a De instelling voor de tijd verschijnt.
Wijzig de tijd met de bedieningsring.
Om wijzigingen op te slaan, ca. 3 seconden inge- drukt houden. a Op het display verschijnt een melding dat de instel- lingen zijn opgeslagen. 12 Reiniging en onderhoud Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken. 12.1 Reinigingsmiddelen Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. LET OP! Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de op- pervlakken van het apparaat.
Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmid- delen.
Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmid- delen.
Gebruik geen harde schuursponsjes of afwasspons- jes.
Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen voor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende on- derdeel worden aanbevolen. Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uit- wassen. In de verschillende reinigingshandleidingen kunt u le- zen welke reinigingsmiddelen geschikt zijn voor de ver- schillende oppervlakken en onderdelen. 12.2 Apparaat reinigen Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zo- dat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigings- middelen beschadigd raken. WAARSCHUWING‒Kans op brand! Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar- mingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging. WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de apparaatdeur omdat dit het opper- vlak kan beschadigen.
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. →Pagina14
De aanwijzingen voor de reiniging van de onderde- len en oppervlakken van het apparaat in acht ne- men.
Indien niet anders vermeld: ‒ De verschillende onderdelen van het apparaat reinigen met warm zeepsop en een schoon- maakdoekje. ‒ Droog na met een zachte doek.Reiniging en onderhoud nl
12.3 Binnenruimte reinigen LET OP! Ondeskundige reiniging kan de binnenruimte beschadi- gen.
Gebruik geen ovenspray, geen schuurmiddelen of andere agressieve reinigingsproducten voor de oven.
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. →Pagina14
Met warm zeepsop of azijnwater reinigen.
Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. Ovenreiniger uitsluitend in een koude binnenruimte gebruiken. Tip:Om onaangename geuren te verhelpen, een kopje water met een paar druppels citroensap ge- durende 1 tot 2minuten met maximaal magnetron- vermogen verwarmen. Om kookvertraging te vermij- den altijd een lepel er in plaatsen.
De binnenruimte met een zachte doek afnemen.
De binnenruimte met geopende deur laten drogen. 12.4 Voorzijde van het apparaat reinigen LET OP! Ondeskundige reiniging kan de voorzijde van het appa- raat beschadigen.
Geen glasreiniger, metalen of glazen schraper ge- bruiken voor het schoonmaken.
Om corrosie op RVS-fronten te vermijden, kalkvlek- ken, vetvlekken, zetmeelvlekken en eiwitvlekken on- middellijk verwijderen.
Bij RVS-oppervlakken speciale RVS-reinigingsmid- delen voor warme oppervlakken gebruiken.
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. →Pagina14
De voorkant van het apparaat met heet zeepsop en een vaatdoek reinigen. Opmerking:Geringe kleurverschillen op de voorzij- de van het apparaat ontstaan door gebruik van ver- schillende materialen, zoals glas, kunststof en me- taal.
Bij RVS-apparaatfronten het RVS-reinigingsmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. Het RVS-reinigingsmiddel is verkrijgbaar bij de klan- tenservice of in de vakhandel.
Met een zachte doek nadrogen. 12.5 Bedieningspaneel reinigen LET OP! Ondeskundige reiniging kan het bedieningspaneel be- schadigen.
Het bedieningspaneel nooit nat afnemen.
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. →Pagina14
Het bedieningspaneel met een microvezeldoek of een zachte, vochtige doek reinigen.
Met een zachte doek nadrogen. 12.6 Accessoires reinigen
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. →Pagina14
Ingebrande etensresten met een vochtige vaatdoek en heet zeepsop losweken.
De accessoires met heet zeepsop en een vaatdoek of een afwasborstel reinigen.
Met een zachte doek nadrogen. 12.7 Ruiten van de deur schoonmaken LET OP! Ondeskundige reiniging kan de deurruiten beschadi- gen.
Geen schraper gebruiken.
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. →Pagina14
Reinig de deurruiten met een vochtige vaatdoek een glasreiniger. Opmerking:Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflecties van de ver- lichting van de binnenruimte.
Met een zachte doek nadrogen. 12.8 Deurafdichting reinigen LET OP! Ondeskundige reiniging kan de deurafdichting bescha- digen.
Gebruik geen metalen schraper of schraper voor vi- trokeramische kookplaat voor het reinigen.
Geen schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. →Pagina14
Reinig de deurafdichting met heet zeepsop en een zachte vaatdoek.
Met een zachte doek nadrogen. 12.9 Reinigingsondersteuning De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reini- gingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd. Reinigingsondersteuning instellen
Doe een paar druppels afwasmiddel in een kopje met water.
Doe er ook een lepel in, om kookvertraging te voor- komen.
Zet het kopje in het midden van de binnenruimte.
Magnetronvermogen op 600W instellen.
Tijdsduur op 5minuten instellen.
Na het verstrijken van de tijdsduur de deur nog 3minuten gesloten laten.
De binnenruimte met een zachte doek afnemen.
De binnenruimte met geopende deur laten drogen.nl Storingen verhelpen
13 Storingen verhelpen Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenser- vice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Bel de servicedienst als het apparaat defect is. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa- raties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervan- gen door de fabrikant, de servicedienst of een ande- re gekwalificeerde persoon. 13.1 Functiestoringen Storing Oorzaak en probleemoplossing Apparaat werkt niet. Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken.
Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
Controleer de zekering in de meterkast. Stroomvoorziening is uitgevallen.
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. Storing
Zekering in zekeringkast uitschakelen.
Zekering na ca. 10seconden weer inschakelen. a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding.
Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door.
- "Servicedienst", Pagina17 Apparaat kan niet worden gestart Apparaatdeur is niet helemaal gesloten.
Sluit de apparaatdeur. Apparaat warmt niet op, op het display is het symbool ver- licht Demomodus is geactiveerd.
Haal de stroom van het apparaat door de zekering in de meterkast kort uit te schakelen.
Deactiveer de demo-modus binnen 3 minuten in de basisinstellingen. De bedieningsring is uit het houder geval- len. De bedieningsring werd ontgrendeld.
Leg de bedieningsring in de lagering op het bedieningspaneel.
Druk de bedieningsring in de lagering, zodat deze inklikt en gedraaid kan worden. De bedieningsring draait niet meer soe- pel. Er zit vuil onder de bedieningsring. De bedieningsring is afneembaar. Opmerking:Neem de bedieningsring niet te vaak af, zodat het lager stabiel blijft.
Om de bedieningsring los te maken, drukt u op de buitenste rand ervan. a De bedieningsring kantelt en kan gemakkelijk worden beetgepakt.
Trek de bedieningsring uit de houder.
De bedieningsring en het lager op het apparaat voorzichtig reinigen met zeepsop en een schoonmaakdoekje. Gebruik hiervoor geen scherpe of schurende middelen. Laat de bedieningsring niet weken. Reinig de bedieningsring niet in de vaatwasmachine.
Droog de bedieningsring met een zachte doek. Verlichting van de binnenruimte werkt niet. Verlichting van de binnenruimte is defect
Neem contact op met de klantenservice.
13.2 Aanwijzingen op het display Storing Oorzaak en probleemoplossing Op het display wordt de foutmelding "Exxx" weergegeven Er is een fout opgetreden.
Wanneer het display een foutmelding weergeeft, schakel dan het apparaat uit en weer aan. a Wanneer het display de foutmelding daarna niet meer weergeeft, dan was het een een- malig probleem.
Wanneer het display de foutmelding weer of herhaaldelijk weergeeft, neem dan contact op met de klantenservice en geef aan wat de foutcode is.
Wanneer het display de foutcode E0532 weergeeft, open en sluit dan de apparaatdeur.
Wanneer het display de foutmelding E6501 weergeeft, schakel dan het apparaat uit en na 10minuten weer aan. 14 Afvoeren Wij leggen u hier uit hoe u afgedankte apparaten op de juiste manier afvoert. 14.1 Afvoeren van uw oude apparaat Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek- ken.
Het netsnoer doorknippen.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer- methoden. Dit apparaat is gekenmerkt in over- eenstemming met de Europese richt- lijn 2012/19/EU betreffende afge- dankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and elec- tronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten. 15 Servicedienst Als u vragen hebt over het gebruik, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst. Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig. De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. Dit product bevat lichtbronnen van de energieklasse E. De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mogen uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen. 15.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent. Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele- foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.nl Zo lukt het
16 Zo lukt het Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassen- de instellingen alsmede de beste accessoires en vor- men. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd. 16.1 Zo kunt u het best te werk gaan Hier vertellen we u hoe u als beste stap voor stap opti- maal kunt profiteren van het insteladvies. U krijgt infor- matie over vele gerechten met informatie en tips, zoals hoe u het apparaat handmatig ideaal kunt gebruiken en instellen. Tip Aanwijzingen voor de bereiding ¡ De insteladviezen gelden altijd voor de koude en le- ge binnenruimte. ¡ De opgegeven tijden in de overzichten zijn richt- waarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
Vóór het gebruik niet benodigde vormen uit de bin- nenruimte verwijderen.
Kies een gewenst gerecht uit de insteladviezen.
Doe het gerecht in een geschikte vorm.
Plaats de vorm in het midden op de bodem van de binnenruimte. Zo kunnen de microgolven de gerechten van alle kanten bereiken.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad- vies. Eerst de kortste tijdsduur instellen. Indien nodig de tijdsduur verlengen.
Gebruik pannenlappen wanneer u hete vormen uit de binnenruimte neemt. 16.2 Ontdooien, verwarmen en garen met de magnetron Instellingsadviezen voor het ontdooien, verwarmen en koken met de magnetron. De tijdsduur is afhankelijk van het servies en van de temperatuur, aard en hoeveelheid van het product. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer een hogere waarde in. Het kan zijn dat u andere hoeveelhe- den heeft dan in de tabellen zijn aangegeven. Hiervoor geldt een vuistregel: dubbele hoeveelheid - bijna dub- bele tijdsduur, halve hoeveelheid - halve tijdsduur. Ontdooien met de magnetron Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ Het voedsel vlak invriezen. ¡ Gebruik open servies dat geschikt is voor de magnetron. ¡ Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte. ¡ De gerechten tussendoor 2 tot 3 maal omroeren of keren. Bij het keren de ontdooivloeistof verwijderen. ¡ Bij het ontdooien van vlees of gevogelte ontstaat vloeistof. Verwijder bij het keren de vloeistof. Verder niet gebrui- ken of met andere levensmiddelen in contact laten komen. ¡ Gehakt dat al ontdooid is na het keren verwijderen. ¡ Bij het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden. ¡ Laat de gerechten na het ontdooien 10-60minuten rusten. Voedsel Gewicht Magnetronvermogen Tijdsduur Vlees in zijn geheel, met en zonder been 800g 1. 180W
Vlees in zijn geheel, met en zonder been 1000g 1. 180W
Vlees in zijn geheel, met en zonder been 1500g 1. 180W
Vlees in stukken of plakken 500g 1. 180W
Vlees in stukken of plakken 800g 1. 180W
Het voedsel herhaaldelijk keren.
Tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden.
Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren.
De verpakking volledig verwijderen.
Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien.
De stukken gebak van elkaar scheiden.Zo lukt het nl
Voedsel Gewicht Magnetronvermogen Tijdsduur Gehakt, gemengd 500g 1. 180W
Gevogelte of delen gevo- gelte 600g 1. 180W
Gevogelte of delen gevo- gelte 1200g 1. 180W
Fruit, bijv. frambozen 500g 1. 180W
Gebak, vochtig, bijv. vruch- tentaart, kwarktaart
Gebak, vochtig, bijv. vruch- tentaart, kwarktaart
Het voedsel herhaaldelijk keren.
Tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden.
Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren.
De verpakking volledig verwijderen.
Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien.
De stukken gebak van elkaar scheiden. Tips voor het de volgende keer ontdooien, verwarmen en bereiden met de magnetron Houd u deze tips aan voor goede resultaten bij het ont- dooien, opwarmen en bereiden met de magnetron. Vraag Tip Uw gerecht is te droog. ¡ Verkort de tijdsduur of kies een lager magne- tronvermogen. ¡ Dek het gerecht af en voeg meer vloeistof toe. Vraag Tip Uw gerecht is na het ver- strijken van de tijd nog niet ontdooid, opgewarmd of gaar. Verleng de tijdsduur. Bij grotere hoeveelheden en hogere gerechten is meer tijd nodig. Uw gerecht is na het ver- strijken van de tijd van binnen nog niet klaar, maar van de buitenkant reeds oververhit. ¡ Tussentijds doorroe- ren. ¡ Verlaag het magne- tronvermogen en ver- leng de tijdsduur. Uw vlees of gevogelte is na het ontdooien van bin- nen nog steeds niet ont- dooid, maar van buiten al gegaard. ¡ Verlaag het magne- tronvermogen. ¡ Grote te ontdooien producten meerdere malen keren.nl Zo lukt het
16.3 Opwarmen Met uw apparaat kunt u gerechten opwarmen. Opwarmen met de magnetron Neem de insteladviezen voor het opwarmen met de magnetron in acht. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden! Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten.
Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen. LET OP! Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be- schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de bin- nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn. Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of speciale magnetronfolie gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen. ¡ Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte. ¡ De gerechten tussendoor 2-3keer omroeren of ke- ren. ¡ Laat het voedsel na het opwarmen 2-5minuten rus- ten. ¡ De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen. Voedsel Gewicht Magnetronvermogen Tijdsduur Menu, bordgerecht, kant- en-klaar gerecht (2-3 com- ponenten) 600W 5-8min. Dranken
500 ml 900W 3-4min. 2, 3 Babyvoeding, bijv. flesjes melk
50 ml 360W ca. 0,5min. 5, 6 Babyvoeding, bijv. flesjes melk
100 ml 360W 0,5-1min. 4, 6 Babyvoeding, bijv. flesjes melk
Doe een lepel in het glas.
Alcoholische dranken niet verwarmen.
Het voedsel tussendoor controleren.
Babyvoedsel zonder speen of deksel verwarmen.
Na het verwarmen het voedsel altijd goed schudden.
Beslist de temperatuur controleren.
De lapjes vlees van elkaar scheiden.Zo lukt het nl
Opwarmen van diepgevroren voedsel met de magnetron Neem de insteladviezen voor het opwarmen met de magnetron in acht. Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of speciale magnetronfolie gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen. ¡ De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. ¡ Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte. ¡ De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen. ¡ De gerechten tussendoor 2-3keer omroeren of keren. ¡ Laat het voedsel na het opwarmen 2-5minuten rusten. ¡ De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen. ¡ De eigen smaak van de gerechten blijft goed behouden. Gebruik zout en specerijen met mate. Voedsel Gewicht Magnetronvermogen Tijdsduur Menu, bordgerecht, kant- en-klaar gerecht (2-3 com- ponenten) 300-400g 600W 8-13min. Soep 400g 600W 8-12min. Eenpansgerechten 500g 600W 10-15min. Plakken of stukken vlees in saus, bijv. goulash 500g 600W 10-15min. Vis, bijv. filetstukken 400g 600W 10-15min. Ovenschotels, bijv. lasagne of cannelloni 450g 600W 10-15min. Bijgerechten, bijv. rijst, pasta
250g 600W 3-7min. Bijgerechten, bijv. rijst, pasta
Een beetje vloeistof bij het voedsel doen.
Het voedsel bereiden zonder toevoeging van water. 16.4 Bereiden Met uw apparaat kunt u gerechten bereiden. Bereiden met magnetron Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte. ¡ De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. ¡ Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of speciale magnetronfolie gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen. ¡ De eigen smaak van de gerechten blijft goed behouden. Gebruik zout en specerijen met mate. ¡ Laat het voedsel na het opwarmen 2-5minuten rusten. ¡ De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen.nl Montagehandleiding
¡ Wanneer op verpakkingen een hoger vermogen dan 600Watt voor het bereiden van voedsel is aangegeven, ge- bruik dan toch maximaal 600Watt. Verleng indien nodig de aangegeven tijd tot het gewenste resultaat. Voedsel Gewicht Magnetronvermogen Tijdsduur Hele kip, vers, zonder ingewanden
Zoete gerechten, bijv.pud- ding (instant)
500 ml 600W 9-12min. Popcorn voor de magnetron
Keer het gerecht van 1/2 van de totale tijd.
In stukken van gelijke grootte snijden.
Een beetje water bij het voedsel doen.
Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren.
De dubbele hoeveelheid vloeistof toevoegen.
Het popcornzakje altijd op een glazen bord leggen. De aanwijzingen van de fabrikant in acht nemen. 16.5 Testgerechten Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1:2013 resp. IEC 60350-1:2011 en volgens de norm EN 60705:2012, IEC 60705:2010 te vergemakkelijken. Bereiden met magnetron Gerecht Magnetronvermogen in W Tijdsduur in min Aanwijzing Kandeel, 1000g 1. 600W
Pyrexvorm Biscuittaart, 475g 600W 7-9min. Pyrexvorm Ø22cm Gehakt, 900g 600W 25-30min. Pyrexvorm Ø28cm lang Ontdooien met de magnetron Insteladvies voor het ontdooien met de magnetron. Gerecht Magnetronvermogen in W Tijdsduur in min Aanwijzing Vlees, 500g 1. 180W
Pyrexvorm Ø24cm 17 Montagehandleiding Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.Montagehandleiding nl
17.1 Veilige montage Neem bij het monteren van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht. ¡ De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montage- handleiding. De installateur is verantwoor- delijk voor een goede werking op de plaats van opstelling. ¡ Het apparaat na het uitpakken controleren. Niet aansluiten in geval van transportscha- de. ¡ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateri- aal en plakfolie verwijderen uit de binnen- ruimte en van de deur. ¡ Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de monta- gebladen. ¡ Inbouwmeubels dienen bestand te zijn te- gen een temperatuur van maximaal 90 °C, aangrenzende voorzijden van meubels te- gen een temperatuur van maximaal 65 °C. ¡ Het apparaat niet inbouwen achter een de- cor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting. ¡ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uit voordat het apparaat wordt ge- plaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werking van elektri- sche componenten. ¡ Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aange- sloten. Bij schade door een verkeerde aan- sluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie. WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Onderdelen die tijdens de montage toeganke- lijk zijn, kunnen scherp zijn en tot snijletsels leiden.
Draag veiligheidshandschoenen WAARSCHUWING‒Kans op brand! Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
Geen verlengsnoeren of meervoudige stop- contacten gebruiken.
Als het netsnoer te kort is, contact opne- men met de servicedienst.
Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken. 17.2 Afmetingen van het apparaat Hier vindt u de afmetingen van het apparaat. 17.3 Inbouwmeubel Dit apparaat is uitsluitend voor inbouw bedoeld. Dit ap- paraat is niet bedoeld voor gebruik op tafel of in een kast. De inbouwkast mag achter het apparaat geen achter- wand hebben. Houd tussen de wand en de bodem van de kast of de achterwand van de kast erboven een af- stand van minstens 35mm aan. De inbouwkast moet aan de voorkant een ventilatieope- ning van 50cm² hebben. Hiervoor de sokkelplaat bij- snijden of een ventilatierooster aanbrengen. Ombouwmeubels zonder ventilatie-uitsparing moeten in het achterste deel van de zijwanden een ventilatie-ope- ning hebben van 200cm². Ventilatiesleuven en aanzuigopeningen mogen niet wor- den afgedekt. Het aansluitstopcontact van het apparaat dient zich in het gebied van het gearceerde vlak of buiten de in- bouwruimte te bevinden.nl Montagehandleiding
Niet-bevestigde meubels moeten met een gebruikelijke, in de handel verkrijgbare montagebeugel aan de wand worden bevestigd. 17.4 Elektrische aansluiting Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen. WAARSCHUWING‒Gevaar: magnetisme! Het apparaat bevat permanente magneten. Deze kun- nen elektronische implantaten, zoals pacemakers, of in- sulinepompen beïnvloeden.
Personen met elektronische implantaten dienen mi- nimaal een afstand van 10 cm tot het apparaat aan te houden. ¡ Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag alleen met een geaarde aansluiting worden ge- bruikt. ¡ De zekering dient in overeenstemming te zijn met de vermogensopgave op het typeplaatje en de loka- le voorschriften. ¡ Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden spanningsloos zijn. ¡ Wanneer de stekker na het inbouwen niet meer toe- gankelijk is, moet een alpolige schakelaar met een contactafstand van minstens 3 mm worden geïnstal- leerd. ¡ Het apparaat mag alleen op een geaarde contact- doos worden aangesloten die volgens de voorschrif- ten is geïnstalleerd. ¡ De bescherming tegen aanraking dient door de in- bouw te zijn gewaarborgd. 17.5 Inbouw onder een werkblad Neem de inbouwmaten en de veiligheidsafstanden bij de inbouw onder een werkblad in acht. Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dient het tussenschot te beschikken over een ventilatie-ope- ning. Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden be- vestigd. 17.6 Inbouw onder een kookplaat Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd, dan moeten de minimale afmetingen in acht worden genomen, eventueel inclusief onderbouw. Op basis van de vereiste minimale afstand wordt de minimale dikte van het werkblad berekend . Type kookplaat opbouw in mm vlak ge- monteerd in
Inductiekookplaat 48 49 5 Inductiekookplaat met doorlopend kookoppervlak
Gaskookplaat 38 49 5 Elektrische kook- plaat
De montagehandleiding van de kookplaat in acht ne- men.Montagehandleiding nl
17.7 Inbouw in een hoge kast Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden in de hoge kast in acht. Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat die- nen de tussenschotten te beschikken over een ventila- tie-opening. Wanneer de bovenkast naast de element-achterwan- den nog een achterwand heeft, dient deze verwijderd te worden. Het apparaat slechts zo hoog inbouwen, dat de acces- soires er zonder probleem uitgehaald kunnen worden. 17.8 Combinatie met een warmhoudlade Eerst de warmhoudlade inbouwen. Houd het het instal- latievoorschrift van de warmhoudlade aan. Het apparaat op de warmhoudlade in de inbouwkast schuiven. Beschadig de plaat van de warmhoudlade niet bij het inschuiven. 17.9 Hoekinbouw Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden bij hoekinbouw in acht. Houd om ervoor te zorgen dat de ovendeur kan wor- den geopend, bij de hoekinbouw de minimum afmetin- gen aan. De maat is afhankelijk van de dikte van het meubelfront en de greep. 17.10 Apparaat inbouwen LET OP! Door gebruik van een accuschroefmachine kunnen de panelen beschadigd raken.
Gebruik geen accuschroevendraaier voor het beves- tigen van de panelen.
Schuif het apparaat er helemaal in. De aansluitkabel niet knikken, inklemmen of over scherpe randen leiden.
Het apparaat gecentreerd uitlijnen.
Schroef het apparaat op het meubel vast.
Verwijder verpakkingsmateriaal en plakfolie uit de binnenruimte en van de deur. Opmerking:De spleet tussen werkblad en apparaat mag niet door extra lijsten worden afgesloten. Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen isolatieprofielen worden aangebracht. 17.11 Apparaat demonteren
Maak het apparaat spanningsloos.
Draai de bevestigingsschroeven los.
Til het apparaat iets op en trek het helemaal naar buiten.fr Sécurité
Notice-Facile