MSA 120 CBQ - Zaag STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MSA 120 CBQ STIHL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MSA 120 CBQ STIHL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MSA 120 CBQ - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MSA 120 CBQ van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING MSA 120 CBQ STIHL
1 Voorwoord 196
2 Informatie met betrekking tot deze handleiding 196
2.1 Geldende documenten 196
2.2 Aanduiding van de waarschuwingen in de tekst 196
2.3 Symbolen in de tekst 196
3Overzicht 197
3.1Kettingzaag, accu en acculader 197
3.2 Pictogrammen 198
4Veiligheidsinstructies 199
4.1 Waarschuwingssymbolen 199
4.2 Gebruik conform de voorschriften 199
4.3 Eisen aan de gebruiker 200
4.4 Kleding en uitrusting 200
4.5 Werkgebied en -omgeving 201
4.6 Veilige staat 203
4.7 Werken 205
4.8 Reactiekrachten 207
4.9 Laden 209
4.10 Elektriciteit aansluiten 209
4.11 Vervoeren 210
4.12 Opslaan 210
4.13 Reinigen, onderhouden en repareren 211
5 Motorzaag klaarmaken voor gebruik 212
5.1 Kettingzaag klaarmaken voor gebruik 212
6 Accu laden en leds 212
6.1 Acculader aan een muur monteren 212
6.2 Accu laden 213
6.3 Laadtoestand weergeven 213
6.4Leds op de accu 214
6.5 Led op acculader 214
7 Motorzaag completeren 214
7.1 Zaagblad en zaagketting monteren en uitbouwen .214
7.2 Zaagketting spannen 216
7.3 Zaagkettingolie bijvullen 216
8 Kettingrem inschakelen en losers 217
8.1Kettingreminschakelen 217
8.2Kettingrem losen 217
9 Accu aanbrengen en wegemen 217
9.1 Accu aanbrengen 217
9.2 Accu wegemen 218
10 Motorzaag inschakelen en uitschakelen 218
10.1 Kettingzaag inschakelen 218
10.2 Kettingzaag uitschakelen 218
11 Kettingzaag en accu controleren 218
11.1Kettingtandwielcontroleren 218
11.2 Zaagblad controlleren 219
11.3 Zaagketting controlleren 219
11.4 Kettingrem controlleren 220
11.5 Bedieningselementen controleren 220
11.6 Kettingsmering controleren 220
11.7 Accu controlleren/testen 220
12 Met de motorzaag werken 221
12.1 Kettingzaag vasthouden en bedienen 221
12.2 Zagen 221
12.3 Van takken ontdoen 221
12.4 Vellen 222
13 Na de werkzaamheden 226
13.1 Na de werkzaamheden 226
14 Vervoeren 227
14.1 Kettingzaag vervoeren 227
14.2 Accu vervoeren 227
15 Opslaan 227
15.1 Kettingzaag opslaan 227
15.2 Accu opslaan 227
15.3 Acculader opbergen 227
16 Reinigen 228
STIHL
Op deze handleiding rust autursrecht. Alle rechten blijven voorbehonden, vooral hetrecht op verspreiding, vertaling en verworking met elektronische systemen.
Inhoudsopgave
Nederlandss
16.1Kettingzaag reinigen 228
16.2 Zaagblad en zaagketting reinigen 228
16.3 Accu reinigen 228
16.4 Acculader reinigen 228
17 Onderhoud 228
17.1Bramen verwijderen van zaagblad 228
17.2 Zaagketting slijpen 229
17.3 Kettingrem onderhoden 229
18 Repareren 229
18.1 Kettingzaag, accu en acculader repareren 229
19 Storingen opheffen 231
19.1 Storingen in de kettingzaag of de accu opheffen...231
19.2 Storingen in de acculader opheffen 232
20 Technische gegevens 233
20.1 Kettingzagen STIHL MSA 120 C, MSA 140 C 233
20.2 Kettingtandwielen en kettingsnelheden 233
20.3 Minimale groefdiepte van de zaagbladen 233
20.4 STIHL AK-accu 233
20.5 Acculader STIHL AL 101 233
20.6 Verlengkabels 233
20.7 Geluids- en trillingswaarden 234
20.8 REACH 234
21 Combinations van zaagbladen en zaagkettingen 235
21.1 Kettingzagen STIHL MSA 120 C, MSA 140 C .235
22 Onderdelen en toebehoren 236
22.1 Onderdelen en toebehoren 236
23 Milieuverantwoord afvoeren 236
23.1 Motorzaag, accu en acculader milieuvriendelijk afvoeren 236
24 EU-conformiteitsverklaring 236
24.1 Kettingzagen STIHL MSA 120 C, MSA 140 C 236
24.2 Opmerking conformiteit acculader STIHL AL 101 .237
25 Algemene veilgheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen 237
25.1 Inleiding 237
25.2 Veiligheid op de werkplek 237
25.3 Elektrische verilgheit 237
25.4 Veiligheid van personen 238
1 Voorwoord
Geachte client(e),
Wij zijn bijdat u hebt gekozen voor STIHL. Wij ontwikkelen en produceren once producten in topkwaliteit in overeenstemming met de behoeften van onze klanten. Zo ontstaan producten met een hove betrouwbaarheid, ook bij extreme belasting.
STIHL staat ook voor service met topkwaliteit. Onze dealers staan garant voor deskundig advies en instructie alsmede een uitgebreide technische begeleiding.
Wij danken u voor uw vertrouwen in ons en wensen u veel plezier met uw STIHL product.
S_ ACD = 12 · AC · PD = 12 × CD × PD = CD.
Dr. Nikolas Stihl
BELANGRIJK! VOOR GEBRUIK GOED DOORLEZEN EN BEWAREN.
2 Informatie met betrekking tot deze handleiding
2.1 Geldende documenten
De lokale veriligeidsvoorschriften要去en worden aangehonden.
- Naast deze handleiding de volgende documenten lezen, begrijpen en Bewaren:
- Veiligheidsinstructies accu STIHL AK
- Veiligheidsinformatie voor STIHL accu's en producten met ingebouwde accu: www.stihl.com/safety-datasheets
2.2 Aanduiding van de waarschuwingen in de tekst

GEVAAR
De aanwijzing duidt op gezaren die leiden tot ernstig letsel of zelfs tot de dood.
- De genoemde maatregelen können ernstig letsel of dedood voorkomen.

WAARSCHUWING
De aanwijzing duidt op gevaren die kuren leiden tot ernstig letsel of zichs tot de dood.
- De genoemde maatregelen können ernstig letsel of dedood voorkomen.
LETOP
De aanwijzing duidt op gezaren die kuren leiden tot materièle schade.
- De genoemde maatregelen können materiële schade voorkomen.
2.3 Symbolen in de tekst

Dit symbol verwijst maar een hoofdstuk in deze handledig.


3.1 Kettingzaag, accu en acculader
1 Achterste handbeschermer
De achechterste handbeschermer beschermt de rechterhand gegen contact met een wegeworpen of gebroken zaagketting.
2 Voorste handbeschermer
De voorste handbeschermer beschermt de linkerhand gegen het contact met de zaagketting, dient voor het inschakelen van de kettingrem en schakelt bij een terugslag de kettingrem automatisch in.
3 Kettingtandwiel
Het kettingtandwiel drijft de zaagketting aan.
4 Spanning
De spanring verschuift het zaagblad en spans of onntspart hierdoor de zaagketting.
5 Kam
De kam ligtijdens de werkzaamheden met de hettingzaag gegen het hout.
6 Zaagketting
De zaagketting zaagt het hout.
7 Zaagblad
Het zaagblad geleidt de zaagketting.
8 Kettingtandwieldeksel
Het kettingtandwieldeksel dekt het kettingtandwief af en bevestigt het zaagblad op de kettingzaag.
9 Spantandwiel
Via het spantandwiel kan de kettingspanning worden afgesteld.
10 Vleugelmoer
De vleugelmoer bevestigt het kettingtandwieldeksel op de kettingzaag.
11 Kettingvanger
De kettingvanger vangt een weggeworpen of gebroken zaagketting op.
12 Bedieningshandgreep
De bedieningshandgreep dient voor het bedieren,
vasthonden en hanteren van de kettingzaag.
13 Blokkerhendel
De blokkeerhendel borgt de accu in de accuschacht.
14 Accuschacht
De accuschacht neemt de accu op.
Nederland's
3 Overzicht
15 Draagbeugel
De draagbeugel dient voor het vasthouden, hanteren en dragen van de kettingzaag.
16 Olietankdop
De olietankdop sluit de olietank af.
17 Blokkeerknop
De blokkeerknop deblokkeert de schakelhendel.
18 Schakelhendel
De schakelhendel schakelt de kettingzaag in en UIT.
19 Accu
De accu voorziet de kettingzaag van energia.
20 LEDs
De leds geleven de laadtoestand van de accu en storingen aan.
21 Druktoets
De druktoets activeert de leds op de accu.
22 Acculader
De accelader laadt de accu.
23 Led
De led geeft de status van de acculader wee.
24 Aansluitkabel
De aansluitkabel verbindt de acculader met de netstekker.
25Netstekker
De netstekker verbindt de aansluitkabel met een contactdoos
26 Kettingbeschermer
De kettingbeschermer bildt beschemming gegen het contact maken met de zaagketting.
Typeplaatje met machinenummer
3.2 Pictogrammen
De pictogrammen konnen op de kettingzaag, de accu en de acculader staan en hebben de volgende betekenis:

Dit pictogram geeft de draairichting van de zaagketting aan.

In deze richting draaien om de zaagketting te spannen.

pictogram duidt de olietank voor zaagkettingolie.

eze richting worden de kettingrem ingeschakeld.

eze richting worden de kettingrem gelost.

De led brandt groen en de leds op de accu branden of knipperen groen. De accu worden geladen.

De led knippert rood. Tussen de accu en de acculader is geen elektrisch contact of in de accu of in de acculader is een storing.

Lengte van een zaagblad dat mag worden gebruikt.

Gegarandeerd geluidvermogensniveau volgens de rechtlijn 2000/14/EG in dB(A) om de geluidsemissies van producten vergelijkbaar te make.

De gegevens naast het pictogram duiden op de energie-inhoud van de accu volgens specificatie van de fabrikant van de accucellen. Het voor het gebruik beschikbare aantal ampere-uren is minder.

Elektrisch apparatus in een gesloten en droge ruimte gebruiken.

Het product nicht met het huisvuil afvoeren.
4 Veiligheidsinstructies
4.1 Waarschuwingssymbolen
De waarschuwingssymbolen op de motorzaag, de accu en de accelader hebben de volgende betekenissen:

Op de veiligheidsinstructies en de maatregelen hiervoort letten.

De handleiding lezen, begrijpen en bewaren.

Veiligheidsbril en veiligheidshelm dragen.

Op de veiligheidsinstrumentes met betrekking tot terugslag en de maatregelen hiervoor letten.

De accuijdens werkonderbrekingen, het vervoer, de opslag, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden uit het apparaat nemen.

Motorzaag en acculader beschermen gegen regen en vocht.

Accu beschermen gegenitte en vuur.

Het toelaatbare temperatuurbereik van de accu aanhonden.
4.2 Gebruik conform de voorschriften
De kettingzagen STIHL MSA 120 C en STIHL MSA 140 C dienen voor het zagen van hout en voor het snoeien en vellen van bomen met eenkleine stamdiameter en voor de verzorging van bomen rond het huis.
De kettingzaag mag nicht worden gebruikt bij regen.
De STIHL AK-accu voorziet de kettingzaag van energia.
De accelader STIHL AL 101 laadt de STIHL AK-accu.
WAARSCHUWING
Accu's en acculaders die nicht door STIHL voor de kettingzaag zijn vrijgeveen, hunnen leiden tot brand en explosiegevaar. Personen hunnen zwaar letsel oplopen of worden gedood en er kan materialei schade ontstaan.
Kettingzaag gebruiken met een STIHL AK-accu.
De STIHL AK-accu laden met behulp van een acculader STIHL AL 101, AL 300 of AL 500.
Nederland's
4 Veiligheidsinstructies
- Als de kettingzaag, de accu of de acculader Niet volgens voorschrift worden gebruikt, kan dit leiden tot ernstig personlijk letsel of zelfs de dood en er kan materiele schade ontstaan.
- Kettingzaag, accu en acculader zo gebruiken als staat beschreiben in de handleiding.
4.3 Eisen aan de gebruiker
WAARSCHUWING
- Gebruikers die nicht zich geinstruereeerd{kunnen de gezaren van de kettingzaag, de accu en de acculader nicht herkennen of nicht inschatten. De gebruiker of andere Personen{kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.

De handleiding lezen, begrijpen en bewaren.
- Als de kettingzaag, de accu de de acculader aan een andere person wordt doorgegeven: de handleiding meegeven.
-
Controlleren of de gebruiker aan de volgende eisen voldoet:
-
De gebruiker is uitgerust.
-
De gebruiker is lichamelijk, sensorisch en geestelijk in staat de kettingzaag, de accu en de acculader te bedieren en hiermee te werken. Als de gebruiker lichamelijk, sensorisch of geestelijk beperkt is, mag de gebruiker slechts
onder toezicht van of na instructie dooreen hiertoe verantwoordelijke ofbevoegde persoon hiermee werken.
- De gebruiker kan de bevaren van de kettingzaag, accu en acculader herkennen en inschatten.
- De gebruiker is meerderjarig of de gebruiker worden overeenkomstig de nationale regelgeving onder toezicht onderwezen in een beroep.
- De gebruiker is geinstrueree door een STIHL dealer of een hiertoe bevoegd person, voordat deze voor de eerste keer met de hettingzaag gaat werken en de acculader in gebruik neemt.
-
De gebruiker verkeert nicht onder invloed van alcohol, medicamenten of drugs.
-
Als de gebruiker voor het eerst met een kettingzaag werk: het zagen van rondhout op een zaagbok of een schraag oefenen.
- Indien er onduuidelijkheden bestaan: contact opnemen met een STIHL dealer.
4.4 Kleding en uitrusting
WAARSCHUWING
Tijdens de werkzaamheden können lange haren in de hettingzaag worden gezogen. De gebruiker kan hierdoor ernstig letsel oplopen.
- Lang haar in een knot dragen en zo beveiligden dat dit Niet in de kettingzaag kan worden gezogen.
- Tijdens de werkzaamheden konnen voorwerpen met een hoge slelheid aan boven worden geslingerd. De gebruiker kan letsel oplopen.

Een nauwsluitende veiligheidsbril dragen. Geschikte veiligheidsbrillen zich aan de hand van de norm EN 166 of de nationale voorschriften getest en met de betreffende codering te koop.
STIHL adviseeert een gelaatsbeschermer te dragen.
Een strak bovenstuk met lange mouwen dragen.
Vallende voorwerpen konnen leiden tot letsel aan het hoofd.

- Alsijdens de werkzaamheden voorwerpen kuren vallen: een veiligheidshelm dragen.
Tijdens de werkzaamheden kan stof opdwarrelen en kuren er dampen ontstaan. Ingeademd(e) stof en dampen kuren schadelijk zijn voor de gezondheid en allergische reacties veroorzaken.
Een stofmasker dragen.
Hiertoe ongeschikte kleding kan blijven haken in hout, struikgewas en in de kettingzaag. Gebruikers zonder geschikte kleding konnen ernstig letsel oplopen.
Nauwsluitende kleding dragen.
Sjaals en sieraden afdoen.
Tijdens de werkzaamheden kan de gebruiker in contact komen met de ronddraaiende zaagketting. De gebruiker kan hierdoor ernstig letsel oplopen.
Een lange broek met snijprotectie dragen.
- Tijdens de werkzaamheden kan de gebruiker zich snijden aan het hout. Tijdens de reinigings- of onderhoudswerkzaamheden kan de gebruiker in contact komen met de zaagketting. De gebruiker kan letsel oplopen.
Werkhandsschoenen van een slijt vast materiaal dragen.
- Als de gebruiker ongeschickt schoeisel draagt, kan hij uitglijden. Als de gebruiker in contact kommt met de ronddraaiende zaagketting, kan deze snijwonden oplopen. De gebruiker kan letsel oplopen.
Kettingzaaglaarzen met snijprotectie dragen.
4.5 Werkgebied en -omgeving
4.5.1 Kettingzaag
WAARSCHUWING
■ Buitenstaanders, kinderen en dieren können de gevaren van de kettingzaag en de opgeworpen voorwerpen nicht herkennen en de gevaren hiervan Niet inschatten. Onbevoegde Personen, kinderen en dieren können ernstig letsel oplopen en er kan materièle schade ontstaan.
Buitenstaanders, kinderen en huisdieren op afstand honden van het werkgebied.
Kettingzaag nicht zonder toezicht latent.
Zorg ervoor dat kinderen nicht met de kettingzaag kuren spelen.
- De kettingzaag is nicht waterdicht. Als er in de regen of in een vochtige omgeving worden gewerkt, kan dit leiden tot een elektrische stroomstoot. De gebruiker kan letsel oplopen en de kettingzaag kan worden beschadigd.

Niet in de regen en Niet in een vochtige omgeving werken.
-
Elektrische componenten van de kettingzaag hunnen vonden verroorzaken. Vonden hunnen inlicht ontvlambare of een explosieve omgeving brand en explosies verroorzaken. Personen hunnen zwaar letsel oplopen of worden gedood en er kan materiele schade ontstaan.
-
Niet werken in eenlicht ontvlambare en Niet in een explosieve omgeving.
4.5.2 Accu
WAARSCHUWING
- Buitenstaanders, kinderen en dieren können de gevaren van de accu Niet herkennen en de gevaren hiervan nicht inschatten. Buitenstaanders, kinderen en dieren können ernstig letsel oplopen.
- Buitenstaanders, kinderen en huisdieren op afstand houden.
Accu nicht zonder toezicht lately.
Zorg ervoor dat kinderen nicht met de accu können spelen. - De accu is Niet beschermrd gegen alle invloeden van buitenaf. Als de accu blootstaat aan bepaalde invloeden van buitenaf kan de accu in brand vliegen of exploderen. Personen können ernstig letsel oplopen en er kan materiele schade ontstaan.

Accu beschermen gegenitte en vuur.
Accu's nooit in het vuur gooien.

- De accu gebruiken bij temperaturen tussen de - 10^ en + 50 °C en bij deze temperaturen ook opslaan.

Accu weghouden van metalen voorwerpen.
Accu nied blotstellen aan hoge druk.
Accu Niet in de magnetron plaatsen.
Accu gegen chemicalien en zouten beschemmen.
4.5.3 Acculader
WAARSCHUWING
- Buitenstaanders, kinderen kuren de gevaren van de acculader en de elektrische stroom Niet herkennen en ook nicht inschatten. Buitenstaanders, kinderen en dieren kuren ernstig of fataal letsel oplopen.
Buitenstaanders, kinderen en huisdieren op afstand houden.
Acculader nicht zonder toezicht laten.
Zorg ervoor dat kinderen nicht met de acculader können spelen.
- De acculader is nicht waterdicht. Als er in de regen of in een vochtige omgeving worden gewerkt, kan dit leiden tot een elektrische stroomstoot. De gebruiker kan letsel oplopen en de acculader kan worden beschadigd.

-
Deze Niet gebruiken in de regen en Niet in een vochtige omgeving.
-
De acculader is nicht beschermd gegen alle invloeden van buitenaf. Als de acculader aan bepalde invloeden van buitenaf is blootgesteld, kan de acculader in brand vliegen of exploderen. Personen können ernstig letsel oplopen en er kan materiele schade ontstaan.
Acculader in een gesloten en droge ruimte gebruiken.
Acculader nicht in een Licht ontvlambare en ook Niet in een explosieve omgeving gebruiken.
Acculader Niet op een Licht ontvlambare ondergrund gebruiken.
- De acculader gebruiken bij temperaturen:tussen de +5^ en +40^ en bij deze temperaturen ook opslaan.
Personen können struikelen over de aansluitkabel. Personen können letsel oplopen en de acculader kan worden beschadigd.
- De aansluitkabel plat op de vloer leggen.
4 Veiligheidsinstructies
Nederland
4.6 Veilige staat
4.6.1 Kettingzaag
De kettingzaag verkeert in de veilige staat als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- De kettingzaag is nicht beschadigd.
- De kettingzaag is schoon en droog.
- De kettingvanger is nicht beschadigd.
- De kettingrem fonctioneert.
- De bedieningselementen functioneren en er zich geen wijzigingen aan aangebracht.
- De kettingsmering functioneert.
- De inloopsporen op het kettingtandwiei zich Niet dieper dan 0,5mm
- Een in deze handleiding aangegeven combinatie van zaagblad en zaagketting is gemonteerd.
- Het zaagblad en de zaagketting�n correct gemonteerd.
- De zaagketting is correct gespannen.
- Alleen origineel STIHL toebehoren voor deze kettingzaag is gemonteerd.
- Het toebehoren is correct gemonteerd.
- De olietankdop is gesloten.
WAARSCHUWING
In een nicht-veilige staat kann den componenten nicht mehr correct functioneren en kann den veiligheidsinrichtingen worden uitgeschakeld. Personen kann ernstig of zichs dodelijk letsel oplopen.
- Met een onbeschadigde hettingzaag werkken.
- Als de kettingzaag vuil of nat is: de kettingzaag reinigen en laden drogen.
Met een onbeschadigde hettingvanger werken.
Aan de kettingzaag geen wijzigingen aanbrengen. Uitzondering: montage van een in deze handleiding aangegeven combinatie van zaagblad en zaagketting.
- Als de bedieningselementen nicht functioneren: nicht met de kettingzaag werken.
Alleen origineel STIHL toebehoren voorDEXe kettingzaag monteren. - Zaagblad en zaagketting zo monteren als in deze handleiding staat beschreiben.
- Toebehoren zo monteren als in deze handleiding of in de handleiding van het toebehoren staat beschreiben.
- Geen voorwerpen in de openingsen van de hettingzaag steken.
- Als een en ander nicht duidelijk is: verzoeken wij u contact op te nemen met een STIHL dealer.
4.6.2 Zaagblad
Het zaagblad verkeert in de veilige staat als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
-Het zaagblad is nicht beschadigd.
-Het zaagblad is Niet verrormd.
- De groef is zo diep als of dieper dan de minimale groefdiepe, 20.3.
- Er bevinden zich geen bramen op de randen van de groef.
- De groef is nicht versmald of verbreed.
WAARSCHUWING
In een onveiligste staat kan het zaagblad de zaagketting Niet更是 correct geleiden. De ronddraaiende zaagketting kan van het zaagblad springen. Personen konnen ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.
Met een onbeschadigd zaagblad werken.
- Als de diepte van de groefkleiner is dan de minimale groefdiepte: zaagblad verrangen.
Zaagblad wekelijks ontdoen van bramen.
- Als een en ander nicht duidelijk is: verzoeken wij u contact op te nemen met een STIHL dealer.
Nederland's
4 Veiligheidsinstructies
4.6.3 Zaagketting
De zaagketting verkeert in de veilige staat als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- De zaagketting is nicht beschadigd.
- De zaagketting is correct aangescherpt/geslepen.
- De slijtagemarkeringen op de zaagtanden zijn zichtaar.
WAARSCHUWING
In een nicht-veilige staat kann den componenten nicht mehr correct functioneren en kuren de veiligheidsinrichtingen zich uitgeschakeld. Personen kuren ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.
- Met een onbeschadigde zaagketting werken.
Zaagketting correct aanscherpen/slijpen.
- Indien er onduuidelijkheden bestaan: contact opnemen met een STIHL dealer.
4.6.4 Accu
De accu verkeert in de veilige staat als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- De accu is nicht beschadigd.
- De accu is schoon en droog.
- De accu fonctioneert en is nicht gemodifieerd.
WAARSCHUWING
In een nicht veilige staat kan de accu Niet更是 correct functioneren. Personen konnen ernstig letsel oplopen.
Alleen met een onbeschadigde en goed werkende accu werken.
Een beschadigde of defe cate accu nicht laden.
- Als de accu vuil of nat is: de accu reinigen en laten drogen.
- Geen wijzigingen aanbrengen aan de accu.
- Geen voorwerpen in de openingsen van de accu steken.
- Elektrische contacten van de accu Niet met metalen voorwerpen met elkaar verbinden en kortsluiten.
-
Accu Niet openmaken.
-
Uit een beschadigde accu kan vloeistof weglekken. Als de vloeistof in contact kommt met de huid of de ogen, kannen de huid of de ogen geirriteerd raken.
Contact met de vloeistof voorkomen.
- Indien er vloeistof in contact is gekommen met de huid: de betreffende plek met ruim water en zeep wassen.
- Indien er vloeistof in contact is gekomen met de ogen: de ogen minimaal 15 minuten rijkelijk met water spoelen en contact opnemen met een arts.
-
Een beschadigde of defecte accu kan een ongewone geurveroorzaken, roken of branden. Personen konnen zwaar letsel oplopen of worden gedood en er kan materiele schade ontstaan.
-
Als de accu een ongewone geur afgeeft of rookit: de accu Niet gebruiken en weghouden van brandbare stoffen.
- Als de accu brandt: de accu met een brandblusser of water proberen te blussen.
4.6.5 Acculader
De acculader verkeert in de veilige staat als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- De acculader is nicht beschadigd.
- De acculader is schoon en droog.
WAARSCHUWING
In een nicht-veilige staat kann den componenten nicht mehr correct functioneren en kann den veiligheidsinrichtingen worden uitgeschakeld. Personen kann ernstig of zichs dodelijk letsel oplopen.
Een onbeschadigde acculader gebruiken.
- Als de acculader vuil of nat is: de acculader reinigen en laden drogen.
Aan de acculader geen wijzigingen aanbrengen.
4 Veiligheidsinstructies
Nederlandds
- Geen voorwerpen in de openingsen van de acculader steken.
- Elektrische contacten van de acculader Niet met metalen voorwerpen verbinden en kortsluiten.
De accelader nicht demonteren.
4.7 Werken
4.7.1 Zagen
WAARSCHUWING
- Als er zich buiten het werkgebied geen personen binnen gezehoorafstand bevinden, kan er in geval van noood geen hulp worden geboden.
- Waarborgen dat er zich buiten het werkgebied Personen binnen gehoorafstand bevinden.
- De gebruiker kan in bepaalde situatuies nicht meer geconcentreerd werkken. De gebruiker kan de controle over de kettingzaag verliezen, struikelen, vallen en ernstig letsel oplopen.
Rustig en met overleg werken. - Als delichtomstandigheden en het zich slecht zijn: Niet met de kettingzaag werken.
Kettingzaag alleen bedienen.
Niet boven schouderhoogte werken.
Op obstakels letten.
Staand op de grond werkken en het evenwicht behouden. Als er op hoogte moet worden gewerkt: een hefbordes of een veilige steiger gebruiken. -
Wanner vermoeidheidsverschijnselen optreden: een pauze inlassen.
-
Door de ronddraiende zaagketting kan de gebruiker snijwonden oplopen. De gebruiker kan hierdoor ernstig letsel oplopen.
- De ronddraaiende zaagketting Niet aanraken.
- Als de zaagketting door een voorwerp worden geblokkeerd: Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inschakelen en accu eruit nemen. Pas dan het voorwerp wegnemen.
- De ronddraaiende zaagketting worden warm en zet UIT. Als de zaagketting Niet voldoende worden gesmeerd en nagespannen, kan de zaagketting van het zaagblad springen of breken. Personen können ernstig letsel oplopen en er kan materièle schade ontstaan.
Zaagkettingolie gebruiken.
Tijdens de werkzaamheden regelmatig het oliepeil in de olietank controeren. Voordat de zaagkettingolie is opgebruikt: Zaagkettingolie bijvullen. - Tijdens de werkzaamheden regelmatig de spanning van de zaagketting controeren. Als de spanning van de zaagketting te laag is: de zaagketting spannen.
- Als de werkking van de kettingzaag zichijdens de werkzaaamheden wijzigt of deze zich ongewoon gedraagt, kan de kettingzaag in een onveilige staat verkeren. Personen können ernstig letsel oplopen en er kan materiele schade ontstaan.
- De werkzaamheden beëindigen, accu wegnen en contact opnemen met een STIHL dealer.
- Tijdens de werkzaamheden können trillingen door de hettingzaag worden gezvormd.
- Handschoenen dragen.
- Werkpauzes inlassen.
- Als er tekenen van een slechte doorbloeding optreden: een arts raadplegen.
Nederland's
- Als de rondraaiende zaagketting contact maakt met een hard voorwerp+kunnen vonden ontstaan. Vonden kuren in een brandbare omgeveening leiden tot brand. Personen kuren zwaar letsel oplopen of worden gedood en er kan materiele schade ontstaan.
Niet in een brandbare omgeving werken. - Als de schakelhendel worden losgelaten draait de zaagketting nog even door. De bewegende zaagketting kan snijwonden toebrengen aan Personen. Personen können ernstig letsel oplopen.
Wacht tot de zaagketting nicht meer draait.

WAARSCHUWING

- Als hout dat onder spanning staat worden gezaagd, kan het zaagblad worden ingeklemd. De gebruiker kan de controle over de kettingzaag verliezen en zwaar letsel oplopen.
- Eerst een ontlastingszaagsnede in de drukzijde (1) aanbrengen, verwolgens een kapzaagsnede in de trekzijde (2) aanbrengen.

GEVAAR
- Als in de buurt van onder spanning staande kabels worden gewerkt kan de zaagketting in contact komen met de onder spanning staande kabels en deze beschadigen. De gebruiker kan ernstig of dodelijk letsel oplopen.
- Niet in de buurt van onder spanning staande kabels werken.
4.7.2 Van takken ontdoen

WAARSCHUWING
-
Als de gevelde boom eerst aan de onderzijde van alle takken worden ontdaan kan de boom Niet更是 worden ondersteund door takken op de grond. Tijdens de werkzaamheden kan de boom bewegen. Personen konnen ernstig of zichs dodelijk letsel oplopen.
-
Grotere takken aan de onderzijde pas doorzagen als deBoom op lengte is gezaagd.
Niet staand op de stam werken.
Tijdens het van takken ontdoen kan een afgezaagde tak maar beneden vallen. De gebruiker kan struikelen, vallen en ernstig letsel oplopen.
- Boom vanaf de voet van de stam maar de boomkruin toe van takken ontdoen.
4.7.3 Vellen

WAARSCHUWING
- Ongeofende Personen können de gezaren bij het vellen nicht inschatten. Personen können ernstig letsel oplopen of worden gedood en er kan materiaiele schade ontstaan.
- Als een en ander nicht duidelijk is: nied zelf vellen.
Tijdens het vellen kan een boom en{kennen takken op personen of voorwerpen vallen. Personen kuren ernstig letsel oplopen of worden gedood en er kan materiele schade ontstaan. - Velrichting zo bepalen dat het gebied waarin de boom valt open/vrij is.
- Buitenstaanders, kinderen en dieren buiten een afstand van een cirkel van 2,5 booblengtes om het werkgebied houden.
- Afgeb broken of dunne takken voor het vellenuit de kroon van deBoom verwijderen.
- Als afgeb broken of dunne takken nicht uit de kroon van de boom;kennen worden verwijderd:de boom Niet vellen.
Op de boomkroon en boomkronen van naast staande bomen letten en vallende takken ontwijken.
4 Veiligheidsinstructies
Nederlands
- Als deBoom valt kan deze op de stam breken of in de richting van de gebruiker terugslaan. De gebruiker kan ernstig of dodelijk letsel oplopen.
Een vluchtweg zijwaarts ache ter de boom inplannen. - Achterwaarts de vluchtweg inlopen en op de vallende boom letten.
-
Niet中断eruitlopend de helling af lopen.
-
Obstakels in het werkgebied en op de vluchtweg hunnen de gebruiker hinderen. De gebruiker kan struikelen en vallen. De gebruiker kan ernstig of dodelijk letsel oplopen.
- Obstakels verwijderen uit het werkgebied en van de vluchtweg.
- Als de breuklijk, de veiligheidsband of de borglijst worden ingezaagd of te vroeg worden doorgezaagd, kan de velrichting Niet meer worden aangehonden of de boom kan te vroeg vallen. Personen können ernstig letsel oplopen of worden gedood en er kan materiele schade ontstaan.
- Breuklijst nicht in- of doorzagen.
De veiligheidsband of borglijst als staat doorzagen. - Als deBoom te vroeg begint te vallen: de velsnede onderbreken en op de vluchtweg terugwijkten.
■ Als de rondraaiende zaagketting met het bovenste kwart gedeelte van de zaagbladneus contact maakt met een harde velwig en zo snel worden afgeremd, kan er terugslag ontstaan. Personen können ernstig of zichs dodelijk letsel oplopen. - Gebruik aluminium of kunststof velwiggen.
■ Als een boom Niet geheel op de grond valt of in een andere boom blijft hangen kan de kettingzaaggebruiker het vellen Niet meer gecontroleerd voltooien. - Het vellen onderbreken en de boom met behulp van een lier of een hiertoe geschikt voertuig maar de grond trekken.
4.8 Reactiekrachten
4.8.1 Terugslag

Een terugslag kan door de volgende oorzaken ontstaan:
- De ronddraaiende zaagketting maakt met het bovenste kwart gedeelte van de zaagbladneus contact met een hard voorwerp en worden snel afgeremd.
- De ronddraaiende zaagketting is bij de zaagbladneus ingeklemd.
De kettingrem kan een terugslag Niet voorkomen.
WAARSCHUWING

Nederland's
4 Veiligheidsinstructies
- Als er terugslag ontstaat kan de kettingzaag in de richting van de gebruiker omhoog worden geslingerd. De gebruiker kan de controle over de kettingzaag verliezen en zwaar letsel oplopen of zichs worden gedood.
- De kettingzaag met beiden handen vasthonden.
- Het lichaam buiten het verlangde zwenkbereik van de kettingzaag honden.
Zo werken als in denen handleiding staat beschreiben.
Niet met het bovenste kwart gedeelte van de zaagbladneus werken. - Met een correct aangescherpte/geslepen en correct gespannen zaagketting werken.
Een terugslaggereduceerde zaagketting gebruiken.
Een zaagblad met eenkleine zaagbladneus gebruiken.
Met vol gas zagen.
4.8.2 In het hout trekken

Als met de onderzijde van het zaagblad worden gewerkt,\ wordt de kettingzaag wegetrokken van de gebruiker.
WAARSCHUWING
- Als de rondraaiende zaagketting contact maakt met een hard voorwerp en snel worden afgeremd, kan de kettingzaag plotseling met große kracht van de gebruiker
weg worden getrokken. De gebruiker kan de contrôle over de kettingzaag verliezen en zwaar letsel oplopen of zichs worden gedood.
- De kettingzaag met beiden handen vasthonden.
Zo werken als in denen handleiding staat beschreiben.
Het zaagbladrecht in de zaagsnede geleiden.
De kam correct plaatsen.
Met vol gas zagen.
4.8.3 Terugstoot

Als met de bovenzijde van het zaagblad worden gewerkt,\ wordt de kettingzaag maar de gebruiker toe gestoten.
WAARSCHUWING
-
Als de rondraaiende zaagketting contact maakt met een hard voorwerp en snel worden afgeremd, kan de kettingzaag plotseling met groe kracht maar de gebruiker toe worden gestoten. De gebruiker kan de controle over de kettingzaag verliezen en zwaar letsel oplopen of zichs worden gedood.
-
De kettingzaag met beiden handen vasthonden.
Zo werken als in deze handleiding staat beschreiben.
Het zaagbladrecht in de zaagsnede geleiden.
Met vol gas zagen.
4.9 Laden
WAARSCHUWING
Tijdens het laden kan een beschadigde of een defecte acculader stinken of roken. Personen können letsel oplopen en er kan materiaiele schade ontstaan.
- De netstekker uit de contactdoos trekken.
- De acculader kan bij een ontoereikende warmteafvoer oververhit worden en in brand raken. Personen können zwaar letsel oplopen of worden gedood en er kan materiele schade ontstaan.
Acculader nicht afdekken.
4.10 Elektricite aansluiten
Contact met stroom geleidende componenten kan ontstaan door de volgende oorzaken:
- De aansluitkabel of de verlangkabel is beschadigd.
- De netstekker van de aansluitkabel of de verlangkabel is beschadigd.
- De contactdoos is nicht correct geinstalleerd.
GEVAAR
-
Contact met stroom geleidende componenten kan leiden tot een stroomschok. De gebruiker kan ernstig of dodelijk letsel oplopen.
-
Controller dat de aansluitkabel, de verlangkabel en de netstekker hiervan Niet zich beschadigd.

Als de aansluitkabel of de verlangkabel beschadigd is:
- beschadigdeplaats Niet aanraken.
- De netstekker uit de contactdoos trekken.
Aansluitkabel, verlengkabel en de netstekkers ervan met droge handen beetpakken.
- Netstekker van de aansluitkabel of de verlangkabel in een correct geinstalleerde en beveiligde contactdoos met randaarde steken.
Acculader via een aardlekschakelaar (30 mA, 30 ms) aansluiten.
Een beschadigde of nicht geschichte verlangkabel kan leiden tot een elektrische schok. Personen können ernstig of zichs dodelijk letsel oplopen.
- Een verlangkabel met de juiste kabeldoorsnede gebruiken, 20.6.
WAARSCHUWING
Tijdens het laden kan een verkeerde netspanning of een verkeerde netfrequentie leiden tot overspanning in de acculader. De acculader kan hierbij worden beschadigd.
- Controlleren of de netspanning en de netfrequentie van het lichtnet corresponderen met de gegevens op het typeplaatje van de acculader.
- Een verkeerd neergelegde aansluitkabel en verlangkabel kuren beschadigd raken en personen kuren hierover struikelen. Personen kuren letsel oplopen en de aansluitkabel of verlangkabel kan worden beschadigd.
- De aansluitkabel en verlangkabel zo neerleggen en kenmerken, dat personen nicht können struikelen.
- De aansluitkabel en verlangkabel zo neerleggen, dat deze Niet gespannen zijn of verwikkeld können raken.
- De aansluitkabel en verlangkabel zo neerleggen, dat deze Niet;kennen worden beschadigd, kennen knikken of afgekneld worden of ergens tegenaan schuren.
Aansluitkabel en verlangkabel beschermen gegenitte, olie en chemicalien.
- De aansluitkabel en verlangkabeleerleggen op een droge ondergrond.
- Tijdens de werkzaamheden worden de verlangkabel warm. Als de warmte Niet kan worden afgevoerd, kan dit leiden tot brand.
- Als een kabelhaspel worden gebruikt: De kabelhaspel volledig uitrollen.
■ Als er elektrische bedrading en leidingen in de muur zitten, können deutsche worden beschadigd als de acculader op de muur worden bevestigd. Contact met elektrische
Nederland's
bedrading kan leiden tot een elektrische schok. Personen können ernstig letsel oplopen en er kan materiaèle schade ontstaan.
-
Controller of er op de geplande plaats geen elektrische bedrading en leidingen in de muur zitten.
-
Als de acculader Niet Zoals in deze handleiding staat beschreiben op de muur is gemonteerd, kan de acculader of de accu van de muur vallen of kan de acculader te heet worden. Personen können letsel oplopen en er kan materiele schade ontstaan.
Acculader zo op de muur monteren als in deze handleiding staat beschreiben. - Als de acculader met aangebrachte accu op een muur worden gemonteerd, kan de accu uit de acculader vallen. Personen können letsel oplopen en er kan materiele schade ontstaan.
- De acculader eerst aan de muur monteren en daarna de accu plaatsen.
4.11 Vervoeren
4.11.1 Kettingzaag
WAARSCHUWING
Tijdens het vervoer kan de kettingzaag kantelen of versuschuiven. Personen können letsel oplopen en er kan materiele schade ontstaan.

Accu wegemen.
Kettingrem inschakelen.
Kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt.
Kettingzaag met spanbanden, riemen of een net dusdanig beveiligien, dat hij Niet kan Kantelen en nicht kan bewegen.
4.11.2 Accu
WAARSCHUWING
- De accu is nicht beschermd gegen alle invloeden van buitenaf. Als de accu aan bepaalde invloeden van buitenaf worden blootgesteld, kan de accu worden beschadigd en kan er materièle schade ontstaan.
Een beschadigde accu Niet vervoeren.
- De accu in een elektrisch nicht geleidende verpakking vervoeren.
Tijdens het vervoer kan de accu omvallen of verschuiven. Personen konnen letsel oplopen en er kan materièle schade ontstaan.
- De accu in de verpakking zo verpakken dat deutsche nicht kan bewegen.
- De verpakking zo zekeren, dat deze nicht kan verschuiven.
4.12 Opslaan
4.12.1 Kettingzaag
WAARSCHUWING
- Kinderen kuren de gezaren van de kettingzaag nicht herkennen en ook Niet inschatten. Kinderen kuren ernstig letsel oplopen.

Accu wegemen.
Kettingrem inschakelen.
- Kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt.
- De kettingzaag buiten het bereik van kinderen opslaan.
- De elektrische contacten op de kettingzaag en metalen onderdelen können door vocht corroderen. De kettingzaag kan worden beschadigd.

Accu wegemen.
De kettingzaag schoon en droog opslaan.
4.12.2 Accu
WAARSCHUWING
- Kinderen können de gezaren van de accu Niet herkennen en ook Niet inschatten. Kinderen können ernstig letsel oplopen.
- De accu buiten het bereik van kinderen opslaan.
- De accu is Niet beschermd gegen alle invloeden van buitenaf. Als de accu aan bepaalde invloeden van buitenaf worden blootgesteld, kan de accu worden beschadigd.
De accu schoon en droog opslaan. - De accu in een gesloten ruimte opslaan.
- De accu apart van de kettingzaag en de acculader opslaan.
- De accu in een elektrisch nicht geleidende verpakking opslaan.
- De accu bij temperaturetussen de - 10^ en +50^ opslaan.
4.12.3 Acculader
WAARSCHUWING
- Kinderen können de gezerven van de acculader nicht herkennen en ook Niet inschatten. Kinderen können ernstig of zichs dodelijk letsel oplopen.
Accu wegemen. -
De acculader buiten het bereik van kinderen opslaan.
-
De acculader is nicht beschermd gegen alle invloeden van buitenaf. Als de acculader aan bepaalde invloeden van buitenaf worden blootgesteld, kan de acculader worden beschadigd.
Accu wegemen.
- Als de acculader warm is: de acculader lately afkoelen.
- De acculader schoon en droog opslaan.
De accrulader in een gesloten ruimte opslaan.
- De acculader bij temperaturenussen de +5^ en +40^ opslaan.
-
De aansluitkabel is nicht bedoeld om de acculader daaraan te dragen of op te hangen. De aansluitkabel en de acculader konnen worden beschadigd.
-
De acculader bij het huis vastpakken en vasthouden. Een handgreepkom voor het gemakkelijk optillen van de acculader is aan de acculader aangebracht.
- De acculader ophangen aan de muurhouser.
4.13 Reinigen, onderhoden en repareren
WAARSCHUWING
- Alsijdens de reinigings-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden de accu in de kettingzaag worden geplaatst, kan de kettingzaag onbedoeld worden ingeschakeld. Personen können ernstig letsel oplopen en er kan materiele schade ontstaan.

Accu wegemen.
Kettingrem inschakelen.
Agressieve reinigingsmiddlesen, het reinigen met een waterstraal of puntige voorwerpen hunnen de kettingzaag, het zaagblad, de zaagketting, de accu en de acculader beschaden. Als de kettingzaag, het zaagblad, de zaagketting, de accu of de acculader Niet op de juiste wijze werden gereinigd, hunnen componenten Niet meer
Nederland's
correct functioneren en{kunnen de veiligheidsinrichtingen...,
zijn uitgeschakeld. Personen kuren ernstig letsel oplopen.
- Kettingzaag, zaagblad, zaagketting, accu en acculader zo reinigen als staat beschreiben in deze handleiding.
- Als de kettingzaag, het zaagblad, de zaagketting, de accu en de acculader Niet op de juiste wijze werden onderhonden of gerepareerd, kunnen componenten nicht meer correct functioneren en kunnen de verilgheidsinrichtingen zijn uitgeschakeld. Personen kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel oplopen.
- De kettingzaag, accu en acculader nicht zich selbst onderhonden of repareren.
- Als aan de kettingzaag, de accu of de acculader onderhouds- of reparatiewerkzaamheden要去en worden uitgevoerd: contact opnemen met een STIHL dealer.
- Zaagblad en zaagketting zo onderhonden of repareren als in deze handleiding staat beschreiben.
- Tijdens de reinigings- of onderhoudswerkzaamheden aan de zaagketting kan de gebruiker letsel oplopen door descherpe zaagtanden. De gebruiker kan letsel oplopen.
Werkhandsschoenen van een slijt vast materiaal dragen.
5 Motorzaag klaarmaken voor gebruik
5.1 Kettingzaag klaarmaken voor gebruik
Telkens voor het begin van de werkzaamheden要去en de volgende handelingen worden uitgevoerd:
-
Controlleren of de volgende delen zich in de veilige staat bevinden:
-
Kettingzaag, 4.6.1.
-Zaagblad,4.6.2.
-Zaagketting,14.6.3. - Accu, 4.6.4.
-Acculader, 4.6.5.
Accu controlleren/testen, 11.7.
Accu volledig laden, 6.2.
Kettingzaag reinigen, 16.1.
Zaagblad en zaagketting monteren, 7.1.1.
Zaagketting spannen, 117.2.
Zaagkettingolie bijvullen, 7.3.
Kettingrem controlleren, 11.4.
Bedieningselementen controleren, 11.5.
- Kettingsmering controlleren, 11.6.
- Als deutsche handelingen nichturon worden uitgevoerd: de kettingzaag Niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer.
6 Accu laden en leds
6.1 Acculader aan een muur monteren
De acculader kan aan een muur worden gemonteerd.

Acculader zo op een muur monteren dat aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
- Juiste bevestigingsmaterialen zichn gebrukt.
- De acculader is waterpas.
-
De volgende maatvoering is aangehonden:
-
a = minimaal 100 mm
-b (voor AL 101) = 75 mm
-b (voor AL 300 en AL 500) = 120mm
-c = 4,5 ~mm
-d = 9 ~mm - e = 2.5 mm
6.2 Accu laden
De laadtijd is afhankelijk van diverse invloeden, zoals bijv. de temperatuur van de accu of de omgevingstemperatuur. De werkelijkke laadtijd kan afwijken van de aangegeven laadtijd. De laadtijd staat onder www.stihl.com/chargingtimes weergegeven.
Als de netstekker op een contactdoos is aangesloten en de accu in de acculader worden geplaatst, start de laadprocedure automatisch. Als de accu volledig is geladen schakelt de acculader automatisch UIT.
Tijdens het laden worden de accu en de acculader warmer.

Netstekker (6) in een goed bereikbare contactdoos (7) aansluiten. De acculader (3) voert een zelftest door. De led (4) brandt ca. 1 seconde lang groen en ca. 1 seconde lang rood.
Aansluitkabel (5) aanbrengen.
Accu (2) in de geleidingen van de acculader (3)plaaten en tot aan de aanslag hierop drukken. De led (4) brandt groen. De leds (1) branden groen en de accu (2) worden geladen.
- Als de led (4) en de leds (1) Niet meer branden: netstekker (6)uit de contactdoos (7) trekken. De accu is volledig geladen.
Accu (2) Wegnemen.
6.3 Laadtoestand weergeven

Nederland's
7 Motorzaag completeren
Druktoets (1) indrukken.
De leds branden ca. 5 seconden lang groen en geven de laadtoestand wee.
Als de rechterled groen knippert: accu laden.
6.4 Leds op de accu
De leds kuren de laadtoestand van de accu of storingen aangeven. De leds kuren groen of rood branden of knipperen.
Als de leds groen branden of knipperen worden de laadtoestand weergegeven.
- Als de leds rood branden of knipperen: storingen opheffen, 19.
In de kettingzaag of in de accu zit een storing.
6.5 Led op acculader
De led geeft de status van de acculader wee.
Als de led groen brandt, worden de accu geladen.
- Als de led rood knippert: storingen opheffen. In de acculader zit een storing.
7 Motorzaag completeren
7.1 Zaagblad en zaagketting monteren en uitbouwen
7.1.1 Zaagblad en zaagketting monteren
De combinaties van zaagblad en zaagketting, die passen bij het kettingtandwiel en mogen worden gemonteerd, staan aangegeven in de technische gegevens, 21.
- Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschakelen en accu eruit nemen.

Greep (1) van de vleugelmoer (2) omhoog klappen.
Vleugelmoer (2) zo lang linksom draaien tot het kettingtandwieldeksel (3) kan worden weggenomen.
Kettingtandwieldeksel (3) wegemen.

Spanring (4) Wegnemen.
Bout (5) losdraaien.
- Zaagblad (6) zo op de spanning (4) leggen dat beiden tappen van de spanning (4) in de boringen van het zaagblad zitten.
De orientreng van het zaagblad (6) speelt geen rol. De opdruk op het zaagblad kan ook ondersteboven staan.
Bout (5) aanbrengen en vastdraaien.
7 Motorzaag completeren
Nederlands

- Zaagketting zo in de groef van het zaagblad leggen, dat de pijlen op de verbindingsschakels van de zaagketting aan de boenzijde in de draairichting� geldicht.
Spanring (4) tot aan de aanslag rechtsom draaien.

Zaagblad met spanning en zaagketting zo op de motorzaagplaatsen dat aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
- De spanning (4) is maar de gebruiker gericht.
- De aandrijschakels van de zaagketting vallen in detanden van het kettingtandwie1 (2).
- De kop van de bout (3) valt in het sleufgat van het zaagblad (6).

Kettingrem losses.
- Spanring (4) zo lang linksom draaien tot de zaagketting gegen het zaagblad ligt. Hierbij de aandrijfschakels van de zaagketting in de groef van het zaagblad geleiden. Het zaagblad en de zaagketting liggen gegen de motorzaag.
- Het kettingtandwieldeksel zo op de motorzaag aanbrengen, dat dit gelrijkigt met de motorzaag.
- Als het kettingtandwieldeksel Niet gelijktigt met de motorzaag: het spantandwiei verdraaien en het kettingtandwieldeksel opnieuw aanbrengen. De tanden van het spantandwiei vrijpen aan in de tanden van de spanning.
- De vleugelmoer zo lang rechtsom draaien tot het kettingtandwieldeksel stevig op de motorzaag is bevestigd.
Greep van de vleugelmoer inklappen.
7.1.2 Zaagblad en zaagketting uittbouwen
- Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inschakelen en accu eruit nemen.
Greep van de vleugelmoer omhoog klappen.
Vleugelmoer zo lang linksom draaien tot het kettingtandwieldeksel kan worden weggenomen.
Kettingtandwieldeksel wegnemen. - Spanring tot aan de aanslag rechtsom draaien. De zaagketting is ontspannen.
Zaagblad en zaagketting wegemen.
Nederlandds
7 Motorzaag completeren
Bout van de spanning losdraaien.
Spanring wegemen.
7.2 Zaagketting spannen
Tijdens de werkzaamheden kan de zaagketting losser of strakker gaan staan. De zaagkettingspanning wijzigt.
Tijdens de werkzaamheden moet de zaagkettingspanning regelmatig worden gecontroleerd en moet deze zo nodig worden nagespannen.
- Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inschakelen en accu eruit nemen.

Greep van de vleugelmoer (1) omhoog klappen.
Vleugelmoer (1) 2 slagen linksom draaien. De vleugelmoer (1) is losgedraaid.
Kettingrem losses.
- Zaagblad bij de neus optillen en het spantandwiei (2) zo lang rechtsom of linksom draaien, tot aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- De afstand a in het midden van het zaagblad bedraagt 1mm tot 2mm .
- De zaagketting kan nog met twee vingers en geringe krachtsinspanning over het zaagblad worden getrokken.
-
Als er een Carving-Zaagblad is gemonteerd: Spantandwiei (2) zo lang rechtsom of linksom draaien tot de aandrijfschakels van de zaagketting aan de onderzijde van het zaagblad nog voor de helft zichtaar zich.
-
Zaagblad bij de neus verder optillen en de vleugelmoer (1) zo lang rechtsom draaien tot het kettingtandwieldeksel stevig op de kettingzaag is bevestigd.
- Als de afstand a in het midden van het zaagblad Niet 1 mm tot 2 mm bedraagt: Zaagketting opnieuw spannen.
- Als bij een gemonteerd Carving-Zaagblad de aandrijschakels van de zaagketting aan de onderzijde van het zaagblad voor minder dan de helft zichtaar�: Zaagketting opnieuw spannen.
Greep van de vleugelmoer (1) inklappen.
7.3 Zaagkettingolie bijvullen
De zaagkettingolie zorgt voor de smering en de koeling van de ronddraaiende zaagketting.
- Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inschakelen en accu eruit nemen.
- Kettingzaag zo op een vlakke ondergrond plaatsen dat de olietankdop maar boven is gericht.
- Het gebied rondom de olietankdop schoonmaken met een vochtige doeck.

- De olietankdop zo lang linksom draaien tot de olietankdop kan worden weggenomen.
Olietankdop wegemen. - De zaagkettingolie zo bijvullen dat er geen zaagkettingolie worden gemorst en de olietank Niet tot aan de rand worden gezuld.

- Olietankdop op de olietank plaatsen.
- Olietankdop rechtsom handvast draaien. De olietank is gesloten.
8 Kettingrem inschakelen en losers
8.1 Kettingrem inschakelen
De motorzaag is uitgerust met een kettingrem.
De kettingrem worden bij een voldoende sterke terugslag automatisch ingeschakeld door de massatraagheid van de handbeschermer of kan worden ingeschakeld door de gebruiker.

- Handbeschermer met de linkerhand weg van de draagbeugel duwen.
De handbeschermer klikt hoorbaar vast. De kettingrem is ingeschakeld.
8.2 Kettingrem loses

- Handbeschermer met de linkerhand richting de gebruiker trekken.
De handbeschermer klikt hoorbaar vast. De kettingrem is gelost.
9 Accu aanbrengen en wegnemen
9.1 Accu aanbrengen
Kettingrem inschakelen.

Nederland's
10 Motorzaag inschakelen en uitschakelen
Accu (1) zo lang in de accuschacht (2) drukken tot er een klik worden gehoord.
De pijlen (3) op de accu (1) zijn nog zichtaar en de accu (1) is in de accuschacht (2) geborgd. Tussen de kettingzaag en de accu (1) is geen elektrisch contact.
Accu (1) tot aan de aanslag in de accuschacht (2) drukken.
De accu (1) klikt met een tweede klik vast en ligt gelijk met de behuizing van de kettingzaag. De kettingzaag is maar voor gebruik.
9.2 Accu wegemen
- Motorzaag op een vlakke ondergrond plaatsen

Blokkerhendel (1) indrukken.
De accu (2) is ontgrendeld en kan worden weggenomen.
10 Motorzaag inschakelen en uitschakelen
10.1 Kettingzaag inschakelen
Kettingrem losses.

Kettingzaag met de rechterhand op het deel (1) van de bedieningshandgreep zo vasthouden dat de duim om de bedieningshandgreep valt.
- Blokkeerknop (2) met de duim indrukken en ingedrukt houden.
Schakelhendel (3) met de wijsvinger indrukken en ingedrukt honden. De kettingzaag loopt aan en de zaagketting draait. De blokkeerknop (2) kan worden losgelaten.
- Kettingzaag met de linkerhand op de draagbeugel zo vasthonden dat de duim om de draagbeugel valt.
10.2 Kettingzaag uitschakelen
Schakelhendel loslaten.
De zaagketting draaait Nieteer.
- Als de zaagketting verder draait: de kettingrem inschakelen, accu wegemen en contact opnemen met een STIHL dealer. De kettingzaag is defect.
11 Kettingzaag en accu controleren
11.1 Kettingtandwiel controlleren
- Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inschakelen en accu eruit nemen.
Kettingrem losses.
Kettingtandwieldeksel uitbouwen.
11 Kettingzaag en accu controleren
Nederlands
Zaagblad en zaagketting uitbouwen.

Inloopsporen op het kettingtandwiel controlleren met behulp van een STIHL kaliber.
- Als de inloopsponen dieper zich dan a = 0,5 mm: de hettingzaag Niet gebruiken en contact opnemen met een STIH dealer.
Het kettingtandwiel moet worden verrangen.
11.2 Zaagblad controleren
- Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inschakelen en accu eruit nemen.
- Zaagketting en zaagblad uitbouwen.

- De groeffdiepte van het zaagblad meten met behulp van het meetkaliber van het STIHL vijlkiber.
Zaagblad verrangen, als aan een een van de volgende voorwaarden worden voldaan:
-Het zaagblad is beschadigd.
- De gemeten groefdiepte is kleiner dan de minimale groefdiepte van het zaagblad, 20.3.
- De groef van het zaagblad is versmald of verbreed.
- Als een en ander nicht duidelijk is: verzoeken wij u contact op te nemen met een STIHL dealer.
11.3 Zaagketting controlleren
- Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inschakelen en accu eruit nemen.

- De hoogte van de dieptebegrenzer (1) meten met behulp van het STIHL vijlkaliber (2). Het STIHL vijlkaliber要去 passen bij de steek van de zaagketting.
Als een dieptebegrenzer (1) boven het vijlkaliber (2)uitsteekt: dieptebegrenzer (1) afvijlen, 17.2.

- Controlleren of de slijtagemarkeringen (1 tot 4) op de zaagtanden zichtaarহ.
Nederland's
- Als een van de slijtagemarkeringen op een zaagtand nicht zichtaar is: de zaagketting Niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer.
- Met behulp van een STIHL vijlkaliber controleren of de aanscherphoek van de zaagtanden van 30^ is aangehouden. Het STIHL vijlkaliber要去 passen bij de steek van de zaagketting.
- Als de aanscherphoek van 30^ nicht werden aangehonden: de zaagketting aanscherpen/slijpen.
- Als een en ander nicht duidelijk is: verzoeken wij u contact op te nemen met een STIHL dealer.
11.4 Kettingrem controlleren
- Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen.

WAARSCHUWING
De zaagtanden van de zaagketting�n scherp. De gebruiker kan zich verwonden.
Werkhandsschoenen van een slijt vast materiaal dragen.
Proberen, de zaagketting met de hand over het zaagblad te trekken. Als de zaagketting Niet met de hand over het zaagblad kan worden getrokken werkt de kettingrem.
- Als de zaagketting met de hand over het zaagblad kan worden getrokken: de kettingzaag Niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. De kettingrem is defect.
11.5 Bedieningseinlementen controleren
Blokkeerknop en schakelhendel
Kettingrem inschakelen en accu eruit nemen.
Probeer de schakelhendel in te drukken zonder de blokkeerknop in te drukken.
- Als de schakelhendel kan worden ingedrukt: contact opnemen met een STIHL dealer. De blokkeerknop is defect.
Blokkekrnop indrukken en ingedrukt honden.
11 Kettingzaag en accu controleren
- Schakelhendel indrukken en waar loslaten.
- Als de schakelhendel moeilijk beweegt of nicht terugveert in de uitgangsstand: de kettingzaag Niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. De schakelhendel is defect.
Kettingzaag inschakelen
Accuaanbrengen.
Kettingrem丢失.
- Blokkekrnop indrukken en ingedrukt honden.
- Schakelhendel indrukken en ingedrukt houden. De zaagketting draait.
Schakelhendel loslaten. De zaagketting draait nichteer.
- Als de zaagketting blijdt draaien: de kettingrem inschakelen, accu wegnen en contact opnemen met een STIHL dealer. De kettingzaag is defect.
11.6 Kettingsmering controleren
Accu aanbrengen.
Kettingrem losses.
Zaagblad op een lichtgeleurd oppervlakRCTEN.
Kettingzaag inschakelen. Zaagkettingolie worden weggeslingerd en is herkenbaar op hetlichtgeleurde oppervlak. De kettingsmering functioneert.
Als er geen weggeslingerde zaagkettingolie zichtaar is:
Zaagkettingolie bijvullen.
Kettingsmering opniew controlleren.
Als er nog steeds geen zaagkettingolie op het lichtgeleurde oppervlak zichtaar is: de kettingzaag Niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. De kettingsmering is defect.
11.7 Accu controlleren/testen
Druktoets op de accu indrukken. De leds branden of knipperen.
12 Met de motorzaag werken
Nederlandss
- Als de leds nicht branden of knipperen: accu Niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. In de accu zit een storing.
12 Met de motorzaag werken
12.1 Kettingzaag vasthouden en bedieren

- De kettingzaag zo met de linkerhand op de draagbeugel en derechterland op het vlak (1) van de bedieningshandgreep vasthouden en bedieren, dat de duim van de linkerhand om de draagbeugel en de duim van derechterland om de bedieningshandgreep valt.
12.2 Zagen

WAARSCHUWING
Als er een terugslag optreedt kan de kettingzaag maar boven in de richting van de gebruiker worden geslingerd. De gebruiker kan ernstig of dodelijk letsel oplopen.
Met vol gas zagen.
Niet met het bovenste kwart gedeelte van de zaagbladneus zagen.
- Zaagblad met vol gas zo in de zaagsnede geleiden dat het zaagblad Niet scheef worden gedrukt.

Kam gegen het houtplaatsen en als draaipunt gebruiken.
Zaagblad volledig zo door het hout geleiden, dat de kam.altijd weer opnieuw gegen het hout worden geplaatst.
Aan het einde van de zaagsnede het gewicht van de kettingzaag opvangen.
12.3 Van takken ontdoen

Motorzaag op de stam lately rusten.
Zaagblad met vol gas met een hefboombeweging gegen de tak drukken.
Tak met de bovenzijde van het zaagblad doorzagen.

- Als de tak onder spanning staat: ontlastingssnede (1) in de drukzijde zagen enervoigens vanaf de trekzijde met een zaagsnede (2) doorzagen.
12.4 Vellen
12.4.1 Velrichting en vluchtwegen vastleggen
- Velrichting zo bepalen dat het gebied waarin de boom valt open/vrij is.

Vluchtweg (B) zo bepalen dat aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
- De vluchtweg (B) ligt in een hoek van 45^ ten opzichte van de velrichting (A).
- Op de vluchtweg (B) bevinden zich geen obstakels.
- De boomkruin kan in het oog worden gezchoolen.
- Als de vluchtweg (B) op een helling ligt要去 de vluchtweg (B) evenwijdig aan de helling lopen.
12.4.2 Werkgebied bij de stam voorbereiden
- Obstakels in het werkgebied op de stam verwijdenen.
Begroeling op de stam verwijderen.

- Als de stam große, gezonde worteluitlopers heeft: de worteluitlopers eerst loodrecht en verwolgens horizontally inzagen en verwolgens verwijderen.
12.4.3 Valkerf inzagen
De valkerf bepaalt de richting waarin deBoom valt. De nationale richtlijnen voor het aanbrengen van de valkerf要去en worden aangehonden.

- Motorzaag zo uittijnen dat de valkerf haaks ten opzichte van de velrichting is en de motorzaag vlak bij de grond is.
Horizontale zoolzaagsnede inzagen. - De schuine daksnede in een hoek van 45^ ten opzichte van de horizontale zoolzaagsnede inzagen.

-
Als het hout gezond en langdradig is: Splintsneden zo inzagen, dat aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
-
De spintsneden zijn aan beiden zijden gelijk.
- De spintsneden bevinden zich ter hoogte van de valkerfzool.
- De spintsneden zijn 1/10 van de stam diameter breed.
De stam scheurt Niet open als de boom valt.
12.4.4 Basisbeginselen voor de velsnede

C Valkerf
De valk erf bepaalt de velrichting.
NL Breuklijst
De breuklijst geleidt deBoom als een scharnier maar degrond. De breuklijst is 1/10 van de stam diameter breed.
E Velsnede
Door middel van de velsnede worden de stam doorgezaagd. De velsnede ligt 1/10 van de stam diameter (minimaal 3cm boven de zool van de valkerf.
F Veiligheidsband
De veiligheidsband steunt de boom en voorkomt voortijdig omvallen. De veiligheidsband is 1/10 tot 1/5 van de stam diameter breed.
G Borglijst
De borglijst steunt de boom en voorkomt voortijdig omvallen. De borglijst is 1/10 tot 1/5 van de stam diameter breed.
12.4.5 Insteken
Het insteken is een werktechniek die voor het vellen moodzakelijk is.

- Het zaagblad met de onderzijde van de zaagbladneus en vol gas aanbrengen.
- Zo ver inzagen, dat de zaagsnede tweemaal zo diep is als de breedte van het zaagblad.
In de insteekstand zwenken.
Zaagblad insteken.
12.4.6 Geschikte velsnede kiezen
Het kiezen van de juiste velsnede hangt van de volgende omstandigheden af:
- de naturuurlijke hoek waaronder deBoom staat
Nederland's
- de takvorming van de boom
-beschadigingen aan de boom - de gezondheidstoestand van de boom
- indien er sneeuw op deBoom ligt: de sneeuwbelasting
- de hellingrichting
- de windrichting en de windsnelheid
- aanwezigenaast staande bomen
Er worden anderscheid gemaakt:tussen de verschillende ontwikkelingen van deze omstandigheden. In deze handleiding worden slechts 2 ontwikkelingen beschreiben.

12 Met de motorzaag werken
1 Normale boom
Een normale boom staatrechtop en heeft eengelijkmatige boomkruin.
2 Overhangende boom
Een overhangende boom staat schuin en heeft een boomkruin die in de velrichting is gericht.
12.4.7 Normale boom met petite stam diameter vellen
Een normale boom worden geveld door middel van een velsnede met veiligheidsband. Deze velsnede要去 worden uitgevoerd als de stam diameter kleiner is dan de werkelijkke zaagbladlenge van de motorzaag.
Waarschuwing roepen.

- Het zaagblad insteken in de velsnede tot dit aan de andere zijde van de stam waar zichtbaar is, 12.4.5.
- De kam anschter de breuklijstplaatsen en als draaipunt gebruiken.
- De velsnede make in de richting van de breuklijst.
- De velsnede make in de richting van de veiligheidsband.

- Velwig aanbrengen. De velwig要去 bij de stam diameter en de breedte van de velsnede passen.
Waarschuwing roepen.
Veiligheidsband met uitgestrekte armen, van buitenaf en horizontal in het vlak van de velsnede doorzagen. De boom valt.
12 Met de motorzaag werken
Nederlandss
12.4.8 Normale boom met große stam diameter vellen
Een normale boom worden geveld door middel van een velsnede met veiligheidsband. Deze velsnede要去 worden uitgevoerd als de stam diameter groter is dan de werkelijkke zaagbladlengthe van de motorzaag.
Waarschuwing roepen.

- Kam ter hoogte van de velsnede aanbrengen en als draaipunt gebruiken.
- Motorzaag horizontally in de velsnede geleiden en zo ver möglichk zwenken.
- De velsnede make in de richting van de breuklijst.
- De velsnede make in de richting van de veiligheidsband.
Wisselenaar de tegenoverliggende zijde van de stam.
Zaagblad in hetzelfde vlak in de velsnede steken. - De velsnede make in de richting van de breuklijst.
De velsnede make in de richting van de veiligheidsband.

- Velwig aanbrengen. De velwig要去 bij de stam diameter en de breedte van de velsnede passen.
Waarschuwing roepen.
Veiligheidsband met uitgestrekte armen, van buitenaf en horizontaal in het vlak van de velsnede doorzagen. De boom valt.
12.4.9 Overhangende boom met kleine stam diameter vellen
Een overhangende boom worden door middel van een velsnede met borglijst gemeld. Deze velsnede moet worden uitgevoerd als de stam diameter kleiner is dan de werkelijke zaagbladlengthe van de motorzaag.
Waarschuwing roepen.

- Het zaagblad insteken in de velsnede tot dit aan de andere zijde van de stam waar zichtbaar is, [1]12.4.5.
- De velsnede make in de richting van de breuklijst.
- De velsnede make in de richting van de borglijk.

Nederland's
13 Na de werkzaamheden
Waarschuwing roepen.
- De borglijst met uitgestrekte armen van buitenaf en schuin van boven doorzagen. De boom valt.
12.4.10Overhangende boom met große stam diameter vellen
Een overhangende boom worden gemeld door middel van een velsnede met borglijk. Deze velsnede要去 worden uitgevoerd als de stam diameter groter is dan de werkelijkke zaagbladlengthe van de motorzaag.
Waarschuwing roepen.

- Kam ter hoogte van de velsnede anschter de borglijk aanbrengen en als draaipunt gebruiken.
- Motorzaag horizontally in de velsnede geleiden en zo ver möglichk zwenken.
- De velsnede make in de richting van de breuklijst.
De velsnede make in de richting van de borglijst.
Wisselenaar de tegenoverliggende zijde van de stam. - Kam ter hoogte van de velsnede anschter de breuklijk aanbrengen en als draaipunt gebruiken.
- Motorzaag horizontally in de velsnede geleiden en zo ver möglichk zwenken.
- De velsnede make in de richting van de breuklijst.
De velsnede make in de richting van de borglijk.

Waarschuwing roepen.
- De borglijst met uitgestrekte armen van buitenaf en schuin van boven doorzagen.
De boom valt.
13 Na de werkzaamheden
13.1 Na de werkzaamheden
Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inschakelen en accu eruit nemen.
- Als de kettingzaag nat is: de kettingzaag laten drogen.
- Als de accu nat is: de accu tarden drogen.
Kettingzaag reinigen.
Zaagblad en zaagketting reinigen.
Vleugelmoer losdraaien.
- Spantandwiel 2 slagen linksom draaien. De zaagketting is ontspannen.
Vleugelmoer vastdraaien.
- Kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt.
Accurinigen.
14 Vervoeren
14.1 Kettingzaag vervoeren
- Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inschakelen en accu eruit nemen.
- Kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt.
- Kettingzaag met de rechterhand zo op de draagbeugel dragen dat het zaagblad waar achteren is gericht.
- Als de kettingzaag in een auto worden vervoerd: De kettingzaag zo borgen dat deze Niet kan kantelen en verschuiven.
14.2 Accu vervoeren
- Motorzaag uitschakelen, kettingrem inschakelen en accu eruit nemen.
-
Controlleren of de accu in een veilige, goede staat verkeert.
Accu zo verpakken dat aan de volgende voorwaarden worden voldaan: -
De verpakking is nicht elektrisch geleidend.
-
De accu kan in de verpakking Niet schuiven.
-
De verpakking zo zekeren, dat deze nicht kan verschuiven. De accu valt onder de eisen die worden gesteld aan het transport van gevaarlijke goederen. De accu is als UN 3480 (lithium-ionen-accu's) geclassified en werk conform het UN handboek Prüfungen und Kriterien Teil III (Tests en criteria deel III), sub 38.3, gecontrolerd/getest.
De transportvoorschriften zijn onder www.stihl.com/safety-data-sheets weergegeven.
15 Opslaan
15.1 Kettingzaag opslaan
-
Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inschakelen en accu eruit nemen.
-
Kettingbeschermer zo over het zaagblad schuiven dat deze het gehele zaagblad afdekt.
-
De kettingzaag zo opslaan dat aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
-
De kettingzaag bevindt zich buiten het bereik van kinderen.
-
De kettingzaag is schoon en droog.
-
Als de kettingzaag langer dan 3 maanden worden opgeslagen: het zaagblad en de zaagketting uitbouwen.
15.2 Accu opslaan
STIHL adviseert, de accu bij een laadtoestand:tussen 40% en 60% (2 groen brandende leds) op te slaan.
-
De accu zo opslaan dat aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
-
De accu bevindt zich buiten het bereik van kinderen.
- De accu is schoon en droog.
- De accu befindt zich in een gesloten ruimte.
- De accu is losgekoppeld van de kettingzaag en de acculader.
- De accu zit in een elektrisch nicht geleidende verpakking.
- De accutemperatuur ligt:tussen de - 10^ en +50^
15.3 Acculader opbergen
- De netstekker uit de contactdoos trekken.
Accu wegemen.


Nederland's
16 Reinigen
- De aansluitkabel opwikkelen en aan de acculader bevestigen.
-
De acculader zo opslaan dat aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
-
De acculader bevindt zich buiten het bereik van kinderen.
- De acculader is schoon en droog.
- De acculader bevindt zich in een gesloten ruimte.
- De accrulader is losgekoppeld van de accu.
- De acculader is nicht opgehagen aan de aansluitkabel.
- De acculader staat bloot aan temperaturenussen +5^ en +40^
16 Reinigen
16.1 Kettingzaag reinigen
- Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inschakelen en accu eruit nemen.
Kettingzaag met een vochtige doeck of STIHL harsoplosmiddel reinigen.
Kettingtandwieldeksenuitbouwen. - Gebied rondon het kettingtandwiel met een vochtige doek of STIHL horsoplosmiddel reinigen.
Vreemde delenuit de accuschacht verwijderen en de accuschacht met een vochtige doek schoonmaken. - Elektrische contacten in de accuschacht met een kwast of een zachte borstel reinigen.
Kettingtandwieldeksel monteren.
16.2 Zaagblad en zaagketting reinigen
- Kettingzaag uitschakelen, kettingrem inschakelen en accu eruit nemen.
Zaagblad en zaagketting uitbouwen.
1
3
2
3
C
- Oliekanaal (1), olietoevoerboring (2) en groef (3) met een kwast, een zachte borstel of STIHL horsoplosmiddel reinigen.
- Zaagketting met een kwast, een zachte borstel of STIHL harsoplosmiddel reinigen.
Zaagblad en zaagketting monteren.
16.3 Accu reinigen
- De accu met een vochtige doek reinigen.
16.4 Acculader reinigen
- De netstekeruit decontactdoos trekken.
- De acculader met een vochtige doek reinigen.
- Elektrische contacten van de acculader met een kwast of een zachtte borstel reinigen.
17 Onderhoud
17.1 Bramen verwijderen van zaagblad
Aan de buitenzijde van het zaagblad kan een braam worden gezvermd.
- Braam met behulp van een platte vijl of een STIHL zaagbladrichter verwijderen.
- Als een en ander nicht duidelijk is: verzoeken wij u contact op te nemen met een STIHL dealer.
18 Repareren
Nederlandds
17.2 Zaagketting slijpen
Het vraagt veel oefening zaagkettingen correct aan te scherpen/slijpen.
STIHL vijlen, STIHL vijlholders, STIHL slijpapparaten en de brochure "STIHL zaagkettingen aanscherpen/slijpen" helpen om de zaagketting correct aan te scherpen/slijpen. De brochure is via www.stihl.com/sharpening-brochure beschikbaar.
STIHL adviseert de zaagkettingen door een STIHL dealer te latent aanscherpen/slijpen.

WAARSCHUWING
De zaagtanden van de zaagketting zijn scherp. De gebruiker kan zich verwonden.
Werkhandsschoenen van een slijt vast materialaal dragen.

- Elke zaagtand met behulp van een Ronde vrij zo vrijden dat aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
- De ronde vijl past bij de steek van de zaagketting.
- De ronde vijl worden van binnen maar buiten geleid.
- De ronde wijl worden haaks ten opzichte van het zaagblad gezhogen.
- De aanscherphoek van 30^ worden aangehouden.

Dieptebegrenzer met behulp van een vlakke vijl zo vrijden dat deze gelrijkigt met het STIHL vijlkaliber en evenwijdig aan de slijtagemarkering. Het STIHL vijlkaliber要去 passen bij de steek van de zaagketting.
- Als er onduuidelijkheden zijn: contact opnemen met een STIHL dealer.
17.3 Kettingrem onderhoden
De gebruiker kan de kettingrem nicht zichl onderhoden.
-
De kettingrem met de volgende intervallen door een STIHL dealer latent onderhoden:
-
Continu gebruik: elk kwartaal
- Periodek gebruik: halflaarlijks
- Incidenteel gebruik: jaarlijks
18 Repareren
18.1 Kettingzaag, accu en acculader repareren
De gebruiker kan de kettingzaag, het zaagblad, de zaagketting, de accu en de acculader nicht zich repareren.
- Als de kettingzaag, het zaagblad of de zaagketting zijn beschadigd: de kettingzaag, het zaagblad of de zaagketting Niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer.
- Als de accu defect of beschadigd is: de accu verrangen.
Nederland's
18 Repareren
- Als de acculader defect of beschadigd is: de acculader verrangen.
- Als de aansluitkabel defect of beschadigd is: de acculader Niet gebruiken en de aansluitkabel door een STIHL dealer latentervangen.
19 Storingen opheffen
19.1 Storingen in de kettingzaag of de accu opheffen
| Storing Leds op de accu Oorzaak Remedie | |||
| De kettingzaag loopt bij het inschakenen nicht aan. | 1 led knippert groen. | De laadtoestand van de accu is te laag. | Accu laden. |
| 1 led brandt rood. | De accu is te warm of te koud. | Kettingrem inschakenen en accu eruit nemen.Accu latent afkoelen of verwarmen. | |
| 3 leds knipperen rood. | In de kettingzaag zit een storing. | Kettingrem inschakenen en accu eruit nemen.Elektrische contacten in de accuschacht reinigen.Accu aanbrengen.Kettingrem loses.Kettingzaag inschaken.Als er nog steeds 3 leds rood knipperen: de kettingzaag Niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. | |
| 3 leds branden rood. | De kettingzaag is te warm. | Kettingrem inschakenen en accu eruit nemen.De kettingzaag latent afkoelen. | |
| 4 leds knipperen rood. | In de accu zit een storing. | Kettingrem inschakenen en accu eruit nemen opnieuw aanbrengen.Kettingrem loses.Kettingzaag inschaken.Als er nog steeds 4 leds rood knipperen: de accu nit gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. | |
| De elektrische aansluiting tussen de kettingzaag en de accu is onderbroken. | Accu wegnen.Elektrische contacten in de accuschacht reinigen.Accu aanbrengen. | ||
| De kettingzaag of de accu zichn vochtig. | De kettingzaag of accu latent drogen. | ||
| De kettingzaag schakeltijdens het gebruik UIT. | 3 leds branden rood. | De kettingzaag is te warm. | Kettingrem inschakenen en accu eruit nemen.De kettingzaag latent afkoelen. |
| Er is een elektrische storing. | De accu wegnen en opnieuw aanbrengen.Kettingzaag inschakenen. | ||
| Storing Leds op de accu Oorzaak Remedie | |||
| De werktijd van de kettingzaag is te kort. | De accu is nicht voldoende geladen. | ||
| De levensduur van de accu is overschreden. | |||
| Na hetplaatsen van de accu in de acculader start de laadprocedure nicht. | 1 led brandt rood. | De accu is te warm of te koud. | |
| Accu in de acculader latent zitten. De laadprocedure start automatisch zodia het toelaatbare temperatuurbereik is bereikt. | |||
19.2 Storingen in de acculader opheffen
| Storing Led op acculader Oorzaak Remedie | |||
| De accu worden nicht opgeladen. | De led knippert rood. | De elektrische aansluiting:tussen de acculader en de accu is onderbroken. | ➢Accu wegemen.➢Elektrische contacten op de acculader reinigen.➢Accu aanbrengen. |
| In de acculader zit een storing. | ➢Acculader Niet gebruiken en contact opnemen met een STIHL dealer. | ||
Vrijgegeven accu: STIHL AK
Gewicht zonder accu, zaagblad en zaagketting: 2,3 kg
Maximale inhoud olietank: 110~cm^3 (0,11 I)
MSA 140 C
Vrijgegeven accu: STIHL AK
Gewicht zonder accu, zaagblad en zaagketting: 2,3 kg
Maximale inhoud olietank: 110~cm^3 (0,11 I)
De werkelijk staat onder www.stihl.com/battery-life, weergegeven.
20.2 Kettingtandwielen en kettingsnelheden
MSA 120 C
De volgende kettingtandwielen können worden gemonteerd:
-6-tands voor 1 / 4'' P
Maximale kettingsnelheid volgens ISO 11681: 14,0 m/s
MSA 140 C
De volgende kettingtandwielen können worden gemonteerd:
-6-tands voor 1 / 4'' P
Maximale kettingsnelheid volgens ISO 11681: 14,0 m/s
20.3 Minimale groefdiepte van de zaagbladen
De minimale groefdiepte hangt af van de steek van het zaagblad.
-1/4"P: 4mm
20.4 STIHL AK-accu
- Accutechnologie: lithium-ionen
- Spanning: 36 V
- Capaciteit in Ah: zie typeplaatje
Aantal ampere-uren in Wh: zie typeplaatje
Gewicht in kg: zie typeplaatje - Toelaatbaar temperatuurbereik voor gebruik en opslag: - 10^ tot + 50 °C
20.5 Acculader STIHL AL 101
Nominale spanning: zie typeplaatje
-Frequentie: zietypeplaatje
- Nominal vermogen: zie typeplaatje
- Laadstroom: zie typeplaatje
-Toelaatbaar temperatuurbereik voor gebruik en opslag: +5^ tot +40^
De laadtijden zijn onder www.stihl.com/charging-times weergegeven.
20.6 Verlengkabels
Als gebruik worden gemaakt van een verlangkabel, moeten de aders, afhankelijk van de spanning en de lenghte van de verlangkabel minimaal de volgende doorsnede hebben:
220 V tot 240 V
Kabellengte tot 20m : AWG 15/1,5 mm²
- Kabellenge 20 m tot 50 m: AWG 13/2,5 mm²
100 V tot 127 V
Kabellengte tot 10 m: AWG 14/2,0 mm²
- Kabellengte 10 m tot 30 m: AWG 12/3,5 mm²
Nederland's
20.7 Geluids- en trillingswaarden
De K-waarde voor het geluiddrukniveau bedraagt 2 dB(A). De K-waarde voor het geluidvermogensniveau bedraagt 2 dB(A). De K-waarde voor de trillingswaarden bedraagt 2m / s^2
MSA 120 C
STIHL adviseert een gehoorbeschermer te dragen.
Geluiddrukniveau LpA gemeten volgens EN 60745-2-13:83 dB(A)
Geluidvermogensniveau LwA gemeten volgens EN 60745-2-13:94 dB(A)
- Trillingswaarde a a_hy gemeten volgens EN 60745-2-13:
Bedieningshandgreep: < 3,2m / s^2
Draagbeugel: < 3,4m / s
MSA 140 C
STIHL adviseerteen gehoorbeschermer te dragen.
Geluiddrukniveau LpA gemeten volgens EN 60745-2-13:83 dB(A)
Geluidvermogensniveau LwA gemeten volgens EN 60745-2-13:94 dB(A)
- Trillingswaarde a hv gemeten volgens EN 60745-2-13:
Bedieningshandgreep: < 4,8m / s^2
Draagbeugel: < 4,3m / s
De gegeven trillingswaarden zijn volgens een genormeerde testprocedure gemeten en+kunnen worden geraadpleegd voor de vergelijkking van elektrische apparaten. De werkelijk optredende trillingswaarden kan denafwijken van de vermelde gevevens, afhankelijk van het gebruik. De opgegeven trillingswaarden kan den worden gebruikt voor een eerste inschatting van de trillingsbelasting. De werkelijk trillingsbelasting moet worden geschat. Hierbij kan ook rekening worden gehonden met de tijden waar in het elektrische apparaat is uitgeschakeld en die waarin dit weliswaar is ingeschakeld, maar zonder belasting draait.
Informatie m.b.t. de arbo-wetgeving voor wat betreft trillingen 2002/44/EG staat onder www.stihl.com/vib weergegeven.
20.8 REACH
REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, classificatie en vrijgave van chemicalien.
Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACHvoorschrift is onder www.stihl.com/reach weergegeven.
21 Combinations van zaagbladen en zaagkettingen
21.1 Kettingzagen STIHL MSA 120 C, MSA 140 C
| Steek Dikte | aandrijfschakel/ groefbreedte | Lengte Zaagblad Aantal tanden | neustandwiel | Aantal aandrijfschakels | Zaagketting | |
| 1/4" P 1,1 | mm | 25 cm Rollomatic E Mini | 8 | 56 | 71 PM3 (type 3670) | |
| 30 cm Rollomatic E Mini 64 | ||||||
De zaaglengte van een zaagblad is afhankelijk van de gebruike kettingzaag en de zaagketting. De werkelijkke zaaglengte van een zaagblad kankleiner zijndan de aangegeven lengte.
22 Onderdelen en toebehoren
22.1 Onderdelen en toebehoren
STIHLC Deze symbolen kenmerken de originele STIHL onderdelen en het originele STIHL toebehoren.
STIHL adviseert alleen originele STIHL onderdelen en origineel STIHL toebehoren te gebruiken.
Originele STIHL onderdelen en origineel STIHL toebehoren zich leverbaar via de STIHL dealer.
23 Milieuverantwoord afvoeren
23.1 Motorzaag, accu en acculader milieuvriendelijk afvoeren
Informatie betreffende het milieuvriendelijk verwerken/afvoeren is verkrijgbaar bij de STIHL dealer.
- Motorzaag, zaagblad, zaagketting, accu, acculader, toebehoren en verpakking volgens voorschrift en milieuvriendelijk afvoeren.
24 EU-conformiteitsverklaring
24.1 Kettingzagen STIHL MSA 120 C, MSA 140 C
verklaart als enige verantwoordelijke, dat
- Constructie: Accukettingzaag
Fabrieksmerk: STIHL -
Type: MSA 120 C, série-identificatie: 1254
-
Type: MSA 140 C, série-identificatie: 1254
voldoen aan de betreffende bepalingen van de richtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG, 2014/30/EU en 2000/14/EG en in overeenstemming met de tenijd de van de productiedatum geldende versies van de volgende normen zich ontwikkeld en geprodueerd: EN 55014-1, EN 55014-2, EN 60745-1 en EN 60745-2-13.
De EG-typegoedkeuring werd uitgevoerd aan de hand van de richtlijn 2006/42/EG, art. 12.3(b) door: VDE Pruf- u. Zertifizierungsinstitut (keurings- en certificeringsinstituut) (NB 0366), Merianstraße 28, 63069 Offenbach, Duitsland
- Certificeringsnummer:
Voor het bepalen van het gemeten en het gegarandeerde geluidvermogensniveau werden gehandeld volgens de richtlijn 2000/14/EG, bijlage V.
MSA 120 C
Gemeten geluidvermogens niveau: 95 dB(A)
- Gegerandeerd geluidvermogensniveau: 97 dB(A)
MSA 140 C
- Gemeten geluidvermogensniveau: 96 dB(A)
- Gegerandeerd geluidvermogensniveau: 98 dB(A)
De technische documentation wird bij de productgoedkeuring van ANDREAS STIHL AG & Co. KG bewaard.
Het productiejaar, het productieland en het machinenummer staan vermeld op de kettingzaag.
Waibingen, 1-10-2017
24.2 Opmerking conformiteit acculader STIHL AL 101
Deze acculader is overeenkomstig de volgende richtlijnen geproduced en in omloop gebracht: 2014/35/EU, 2014/30/EU en 2011/65/EU.
Het productiejaar, het productieland en het machinenummer staan vermeld op de acculader.
De complete EG-conformiteitsverklaring is bij de firma ANDREAS STIHL AG & Co. KG, Badstraße 115, 71336 Waiblingen, Duitsland verkrijgbaar.
25 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen
25.1 Inleiding
In dit hoofdstuk staan de algemene veiligheidsinstrumenties volgens de norm EN/IEC 62841 voor handgeleide, door een elektromotor aangedreten gereedschappen.
STIHL moet deze teksten afdrukken.
De onder "Elektrische verilgheit" beschreiben verilgheidsinstructies ter voorkoming van elektrische schokken gelden nicht voor de STIHL accuproducten.
WAARSCHUWING
Lees alle verilgheidsinstructies, voorschriften, illustraties en technische gegevens, waarvan dit elektrische gereedschap is voorzien. Als de hierna volgende instructies Niet worden opgevolgd, kan dit leiden tot elektrische schokken, branden/of ernstig letsel. Bewaar alle verilgheidsaanwijzingen en voorschriften voor toekomstig gebruik.
Het in de veiligheidsaanwijzingen gebrukke begrip 'elektrisch gereedschap' heeft betrekking op elektrisch gereedschap voor aansluiting op het lichtnet (met netkabel) of op elektrisch gereedschap dat als energiebron een accu heeft (zonder netkabel).
25.2 Veiligheid op de werkplek
a)Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelig of onverlicht werkgebied kan leiden tot ongevallen.
b)Niet met elektrisch gereedschap werken in een omgeving waar explosiegevaar bestaat en waarin zich brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen bevinden. Elektrisch gereedschap genereert vomken die stof of dampen tot ontsteking konnen brengen.
c) Kinderen en andere Personenijdens het werken met elektrisch gereedschap op afstand honden. Als de aandacht worden afgeleid,kest u de controle over het apparaat verliezen.
a)De aansluitsteker van het elektrische gereedschap moet in de contactdoos passen. Aan de steker mogen op geen enkele wijze wijzigingen worden aangebracht. Gebruik geen verloopstekers in combinatie met geaard elektrisch gereedschap. Ongewijzigde stekers en passende contactdozen beperken het risico op een elektrische schok.
b)Voorkom lichaamscontact met geaarde oppervlakken, zoals bijvoorbeeld buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er is een hoger risico op een elektrische schok wanner uw lichaam geaard is.
c) Elektrisch gereedschap beschemmen gegen regen of vocht. Het binnendringen van water/vocht in elektrisch gereedschap verhoogt de kans op een elektrische schok.
d)De kabel Niet voor andere doeleinden gebruiken, bijv. om het elektrische gereedschap te dragen, op te hangen of om de steker uit de contactdoos te trekken. De kabel uit de buurt honden van hittebronnen, olie, scherpe randen of
Nederland's
25 Algemeneavigilheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen
bewegende delen van het apparaat. Beschadigde of in de war geraakte kabels verhogen de kans op een elektrische schok.
e)Bij het in de open lucht werkden met elektrisch gereedschap, alleen verlangkabels gebruiken die geschikt zich voor gebruik buitenshuis. Het gebruik van voor buiten geschikte verlangkabels beperkt het risico op een elektrische schok.
f) Als werken met elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, kaak dan gebruik van een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar verkleint de kans op een elektrische schok.
25.4 Veiligheid van Personen
a) Wees alert, let goed op wat u doet en ga met overleg te werk bij het werken met elektrisch gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap als u moe of onder de invloed van drugs, alcohol of medicijnen bent. Eén moment van onoplettendheid bij het gebruik van het elektrische gereedschap kan leiden tot ernstig letsel.
b) Draag persoonlijke beschermende uitrusting en altijd een veiligheidsbril. Draag alttijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermende uitrusting zoals een stofmasker, werksochoenen met stroeve zool, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrische gereedschap, verminder de kans op letsel.
c) Voorkom het per ongeluk inschakelen. Controller of het elektrische gereedschap is uitgeschakeld voordat de steker in de contactdoos worden gestoken en/of de accu worden aangesloten, het gereedschap worden opgepakt of gedragen. Als bij het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar ligt of als het gereedschap ingeschakeld op hetlichtnet worden aangesloten, kan dit leiden tot oncevallen.
d)Afstelgereedschap of schroefsleutels verwijderen voordat het elektrische gereedschap worden ingeschakeld. Afstelgereedschap of een sleutel dat/die in een draaiend deel van het apparaat zit kan leiden tot letsel.
e)Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele houding en bewaar algtd het evenwicht. Hierdoor kan het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle worden gezogen.
f) Geschikte kleding dragen. Geen loshangende kleding of sieraden dragen. Haren en kleding uit de buurt van bewegende delen houden. Loshangende kleding, sieraden of lange haren können blijven haken aan bewegende delen.
g) Als er een stofafzuiig- en -opvanginrichting moet worden gemonteerd,要去en deze worden aangesloten en correct worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiiginrichting beperkt het gevaar door stof.
h)Wees alert, voorkom een vals gevoel van veiligheid en lap de veiligheidsregels voor elektrisch gereedschap Niet aan uw laars, ook als u na veelvuldig gebruik volledig vertrouwd bent met elektrisch gereedschap. Achteloos handelen kan binnen een fractie van een seconde tot zwaar letsel leiden.
25.5 Gebruik en behandeling van het elektrisch gereedschap
a)Het apparaat Niet overbelasten. Gebruik voor uw werkzaamheden het waarvoort bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u better en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik.
b)Geen elektrisch gereedschap gebruiken waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat Nieteer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk enmoet worden gerepareerd.
c) Trek de steker uit de contactdoos en/of verwijder de uitneembare accu alvorens afstelwerkzaamheden uit te voeren, toebehoren te verrangen of het apparaat op te bergen. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt het onbedoeld aanlopen van het elektrische gereedschap.
d)Niet-gebrukt elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen opbergen. Elektrisch gereedschap Niet laten gebruiken door Personen die er nicht mee vertrouwd zijn of
die de instructies nicht haben gelezen. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk als dit door onervaren personen worden gebruikt.
e)Elektrisch gereedschap en toebehoren zorgvuldig onderhoden. Controller of de bewegende delen correct functioneren en dat deze nicht klemmen, gebroken of zodanig beschadigd zichn dat de werkung van het elektrische gereedschap nadelig worden beinvloed. Beschadigde onderdelen voor het gebruik van het elektrische apparaat lately repareren. Vele ongevalten zijnte wijten aan slecht onderhoven elektrisch gereedschap.
f) De messen scherp en schoon houden. Zorgvuldig geslepen messen met scherpe snijkanten klemmen minder snel en zichn gemakkelijker te hanteren.
g)Elektrisch gereedschap, toebehoren, wisselgereedschap enz. volgens deze instructies gebruiken. Hierbij op de arbeidsomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden letten. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere dan de bedoelde toepassingen kan tot gevaarlijke situatuies leiden.
h)Houd de handgrepen en handgreepvlakken, schoon en olie- en vetvrij. Gladde handgrepen en handgreepvlakken staan een veilige bediening en controle over het elektrische gereedschap in onvoorziene situations in de weg.
25.6 Gebruik en behandeling van het accugereedschap
a)Laad de accu's alleen met acculaders die door de fabrikant worden geadviseerd. Met een acculader die geschikt is voor een bepaald type accu is er kans op brandgevaar als deze worden gelebruikt voor een ander type accu.
b) Gebruik alleen de waarvoort bedoelde accu's in de elektrische gereedschappen. Het gebruik van andere accu's kan leiden tot letsel en brandgevaar.
c) De nicht-gebrachte accu ut de buurt houden van paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere keine metalen voorwerpen waarmee de contacten+kennen worden overbrugd. Kortsluiting+tussen de accucontacten kan leiden tot brandwonden of brand.
d)Bij verkeerd gebruik kan accuvloeistof uit de accu weglekken. Contact hiermee voorkomen. Bij toevalig contact, met water afspoelen. Als de accuvloeistof in de ogen komt bovendien een arts raadplegen. Weglekkende accuvloeistof kan leiden tot huidirritaties of brandwonden.
e)Gebruik geen beschadigde accu's of accu's waaraan wijzigingen zijn aangebracht. Beschadigde of gewijzigde accu's können zich onvoorspelbaar gedragen en leiden tot kans op explosie of letsel.
f) Stel een accu Niet bloot aan vuur of hoge temperaturen. Vuur of temperaturen boven de 130^ (265^) kunnen leiden tot explosives.
g)Volg alle instructies met betrekking tot het laden op en laad de accu of het accugereedschap nooit op buiten het in de handleiding genoemde temperatuurbereik. Verkeerd laden of laden buiten het vrijgeveen temperatuurbereik kan de accu beschadigen en kans op brand verhogen.
25.7 Service
a)Laat elektrisch gereedschap alleen repareren door gekwalificeerd en vakkundig personeel en alleen met originele verrangingsonderdelen. Daarmee worden gewaarborgd dat de verilgheid van het elektrische apparatusat behouden blijft.
b)Voer geen onderhoudswerkzaamheden uit aan beschadigde accu's. Al het onderhoud aan accu's mag alleen door de fabrikant of een hiertoe gemachtigd bedrijf worden uitgevoerd.
25.8 Veiligheidsinstrumentes voor hettingzagen
- Houd bij draaiende zaagketting alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting. Controlleroor het starten of de zaagketting nergens tegenaan ligt. Bij werkzaamheden
Nederland's
25 Algemeneavigilheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen
met een kettingzaag kan een moment van onachtzaamheid ertoe leiden dat de kleding of lichaamsdelen door de zaagketting worden gegren.
- Houd de kettingzaag algtd met de rechterhand op de awhile ste handgreep en de linkerhand op de voorste handgreep vast. Het vasthonden van de kettingzaag in de omgekeerde werkhouding verhoegt het risico op letsel en mag dan ook nicht worden toegepast.
- De kettingzaag vasthouden aan de geisoleerde handgreepvlakken, waar de zaagketting contact zou konnen make met Niet-zichtbare elektrische kabels of met het eigien netsnoer. Het contact van de zaagketting met een onder spanning staande kabel kan de metalen delen van het apparaat onder spanning zetten en leiden tot een elektrische schok.
Draag oogbescherming. Verdere beschemende uitrusting voor het gehoor, hoofd, de handen, benen en voeten worden geadviseerd. Geschikte veiligheidskleding redueert het risico op letsel door rondvliegende spanen en onbedoeld contact met de zaagketting. - Met de kettingzaag Niet in een boom, op een ladder, een dak of onstabile draagvlakken werken. Bij het werken op een dergelijk manier is er kans op letsel.
- Let.altijd op een veilige houding en gebruik de kettingzaag alleen als u stevig op een stabiele en veilige ondergrund staat. Een gladde ondergrund en een instabel draagvlak, zoals op een ladder kuren leiden tot het verlies van de controle over de kettingzaag.
- Houd er bij het doorzagen van een onder spanning staande tak rekening mee dat deze terugveert. Als de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de onder spanning staande tak degene die met de zaag werk teken en/of de controle over de kettingzaag doein verliezen.
- Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen van kreupelhout enjonge bomen. Het dunne materiaal kan vastlopen in de zaagketting en tegen u aanslaan of uuit evenwicht brengen.
Draag de kettingzaag aan de voorste handgreep inuitgeschakelde staat, houd de zaagketting van het lichaam afgewend. Bij transport of opslag van de
kettingzaag alttjd de beschemer aanbrengen. Het voorzichtig omgaan met de kettingzaag redueert de kans op een onbedoeld contact met de draaiende zaagketting.
- Volg de instructies voor de smering, de kettingspanning en het verrangen van het toebehoren op. Een ondeskundig gespannen of gesmeerde ketting kan breken of de kans op terugslag aanzienlijk verhogen.
- Houd de handgrepen droog, schoon en olie- en vetvrij. Vet- of olie-aanslag op de handgrepen make den ze glad en leiden tot verlies van de controle.
- Alleen hout zagen. De kettingzaag Niet gebruiken voor werkzaamheden waarvoordeze Niet is bedoeld. Voorbeeld: de kettingzaag Niet gebruiken voor het zagen van plastic, metselwerk of materialen die Niet van hout zichn. Het gebruik van de kettingzaag voor werkzaamheden waarvoordeze Niet is bedoeld kan leiden tot gevaarlijke situatuies.
Niet proberen een boom te vellen voordat u een holderinzicht heb in alle waar bij behorende procedures. De gebruiker of andere personen konnen door een omvallende boom ernstig letsel oplopen.
25.9 Oorzaak en voorkomen van een terugslag
Terugslag kan optreden als de neus van het zaagblad een obstakel raakt of als het hout doorbuigt en de zaagketting in de zaagsnede vastklemt.
Contact met de zaagbladneus kan in vele gevallen tot een onverwachtte, maar achefteren gerichte reactie leiden, waar bij het zaagblad maar boven en in de richting van degene die de zaag bedient, worden geslagen.
Het vastklemmen van de zaagketting aan de boenzijde van het zaagblad kan het zaagblad bliksemsnel terugstoten in derichting van degene die ermee werk.
Elk van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en möglichk zwaar letsel oploopt. Vertrouv nicht alleen op de in de kettingzaag ingebouwde veiligheidsinrichtingen. Als gebruiker van een kettingzaag要去 u verschillende maatregelen nemen om zo een ongeval en letsel te voorkomen.
25 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen
Nederlandds
Een terugslag is het gevolg van verkeerd of onjuist gebruik van het elektrische gereedschap. Dit kan door geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hierna staat beschreven, worden voorkomen:
- Houd de zaag met beiden handen vast, waar bij de duim en de vingers de handgrepen van de kettingzaag omsluiten. Breng uw lichaam en de armen in een stand waarmee u de terugslagkracht kunt opvangen. Als de juiste maatregelen zich genomen, kan degene die de zaag bedient de terugslagkrachten beheersen. Nooit de kettingzaag loslaten.
- Voorkom een abnormale lichaamshouding en zaag nooit boven schouderhoogte. Hierdoor worden een onbedoeld contact met de zaagbladneus voorkomen en is een betere controle over de kettingzaag in onverwachtete situatuies möglichk.
- Monteer altijd de door de fabrikant voorgeschreve nervangingszaagbladen en zaagkettingen. Verkeerde nervangingszaagbladen en zaagkettingen+kennen leiden tot het breken van de ketting en/of terugslag.
- Volg de instructies van de fabrikant voor het slijpen en het onderhoud van de zaagketting op. Een te lage dieptebegrenzer verhoegt de neiging tot terugslag.
0458-716-9621-C
INT1

www.stihl.com

0458-716-9621-C