CTDI K 840C NE - Fornuis BAUKNECHT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CTDI K 840C NE BAUKNECHT in PDF-formaat.

📄 120 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice BAUKNECHT CTDI K 840C NE - page 97
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BAUKNECHT

Model : CTDI K 840C NE

Categorie : Fornuis

Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CTDI K 840C NE - BAUKNECHT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CTDI K 840C NE van het merk BAUKNECHT.

GEBRUIKSAANWIJZING CTDI K 840C NE BAUKNECHT

Voor uitgebreide klantenservice, verzoeken wij uw product te registreren op www.bauknecht.eu/ Lees voor ingebruikname van uw toestel in elk geval de veiligheidsaanwijzingen. 1 Veiligheids- en gevarenaanwijzingen ......................97 2 Montagehandleiding ................................................100

2.1 Veiligheidsinstructies voor de

2.4 Variabele montagemogelijkheden:

Opliggende montage ...........................................101

2.5 Variabele montagemogelijkheden:

Randloze montage ..............................................101

2.6 Afbeeldingen keukenkast .....................................102

2.7 Montage afzuigsysteem .......................................103

2.8 Belangrijke Instructies voor het inbouwen ...........104

2.9 7-polige stekker aansluiting ventilator .................105

2.10 4-polige stekker aansluiting

3 Beschrijving van het toestel ...................................108

4.1 Het inductiekookveld ............................................110

4.6 Servies voor inductiekookplaat ............................ 111

4.12 Kookplaat en kookzone inschakelen .................112

4.13 Kookzone uitschakelen ......................................112

4.14 Kookplaat uitschakelen ......................................112

1 Veiligheids- en gevarenaanwijzingen BELANGRIJK Lees en download de complete gebruiksaan- wijzing via docs.bauknecht.eu of bel het in de garantieverklaring vermelde telefoonnummer. Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer u uw kookplaat in ge- bruik neemt en bewaar deze voor later gebru- ik. Neem altijd immer alle veiligheidsaanwijzin- gen in deze gebruiksaanwijzing en op het toestel zelf in acht. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die door fouten bij het gebruik, negeren van de veiligheidsaanwijzingen en onjuiste instellin- gen werden veroorzaakt. Kleine kinderen onder de 3 jaar mogen zich niet zonder toezicht in de directe omgeving van het toestel ophouden. Kinderen jonger dan 8 jaar zouden uit de buurt van het toestel moeten worden gehouden, tenzij zij door- lopend onder toezicht staan. Dit toestel is niet bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen vanaf 8 jaar) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke mogelijkhe- den of met gebrek aan ervaring en/of kennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoor- delijke persoon erop toezicht houdt of hen aanwijzingen heeft gegeven hoe het toestel moet worden gebruikt. Zorg er ook voor, dat kinderen niet met het toestel kunnen spelen. Houd kinderen ook tijdens reinigings- en on- derhoudswerkzaamheden op afstand van het toestel. LET OP Toegankelijke toestelonderdelen war- men zeer sterk op tijdens het gebruik. Zorg ervoor dat u hete onderdelen niet aanraakt. Kinderen jonger dan 8 jaar zouden uit de bu- urt van het toestel moeten worden gehouden, tenzij zij doorlopend onder toezicht staan. OPGELET! Toegankelijke toestelonderdelen van de kookplaat warmen op tijdens het ge- bruik. LET OP: Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de glazen plaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. LET OP: Brandgevaar! De kookplaat mag niet worden gebruikt om er voorwerpen op neer te leggen! OPGELET: Houd ieder kort of langer kookpro- ces nauwlettend in de gaten. LET OP: Bereid gerechten met vet of olie altijd onder toezicht – brandgevaar. Brandende olie / vet NOOIT met water blussen! Het toestel uitschakelen en dan de vlammen voorzichtig met bijv. een deksel of een blusdeken afdek- ken. Pannen met frituurvet of olie nooit zonder toezicht achterlaten, omdat hete olie kan ont- branden. De kookplaat nooit gebruiken om er voorwer- pen op te leggen! Brandbare materialen zoals kleding uit de buurt van het toestel houden, totdat de kookzones volledig afgekoeld zijn – BRANDGEVAAR. Geen metalen voorwerpen zoals messen, vor- ken, lepels en deksels op de kookplaat leggen omdat deze heet kunnen worden en kunnen smelten. Schakel een kookzone na gebruik altijd met de knop uit en niet alleen met de panherkenning. REGLEMENTAIR GEBRUIK OPGELET: Het toestel mag niet via externe schakelapparatuur zoals timers of een afzon- derlijke afstandsbediening worden bediend. Dit toestel is bedoeld voor huishoudelijk gebruik en voor gebruik binnen andere, so- ortgelijke toepassingen, bijv. in medewer- kerskeukens in bedrijven, kantoren en andere werkomgevingen, in landbouwbedrijven en door klanten in hotels, motels, B&B's en ande- re specifi eke woonomgevingen. Het toestel is niet voor professioneel gebruik bestemd. Gebruik het toestel niet in de open lucht. INSTALLATIE Het toestel moet altijd door minstens twee personen verplaatst en ingebouwd worden - gevaar voor ongevallen! Draag bij het uit- pakken en de montage beschermende hand- schoenen om snijwonden te voorkomen.Veiligheids- en gevarenaanwijzingen

De installatie, inclusief de wateraansluiting (indien nodig) mag alleen door een gekwa- lifi ceerde technicus worden uitgevoerd. Re- pareeren of vervang geen toestelonderdelen, behalve wanneer dit uitdrukkelijk in de gebru- iksaanwijzing beschreven mocht staan. Nadat u het toestel uit de verpakking hebt ge- haald, dient u het te controleren op eventuele transportbeschadigingen. Bij problemen moet u contact opnemen met uw handelaar of met de dichtstbijzijnde klantenservice. Verwijder na de montage alle verpakkingsafval (plastic, schuimstofonderdelen enz.) buiten de reikwi- jdte van kinderen - gevaar voor verstikking. Haal het toestel voor het inbouwen van de stroomvoorziening - anders bestaat het risico op elektrische schokken. Let er bij de monta- ge op dat het netsnoer niet wordt beschadigd - brandgevaar en gevaar voor elektrocutie. Schakel het apparaat alleen in als de installa- tie volledig is afgerond. Alle uitsnijdingen in meubelen of in het aan- rechtblad voor het inzetten van de apparaten uitvoeren en spaanders verwijderen. Als het apparaat NIET boven een oven wordt ingebouwd moet een afscheiding (niet in de levering inbegrepen) onder het apparaat in het keukenmeubel worden aangebracht. Bij gelijktijdige werking van het ingebouwde toestel met andere gasverbrandingsappara- ten of andere haarden/fornuizen moet voor voldoende vers aangevoerde lucht worden gezorgd. De afzuiglucht in een voor dat doel aange- brachte ventilatieschacht of door de huismuur naar buiten leiden. Alle nationale voorschriften voor afvoerlucht en afzuiging moeten worden nageleefd. TOEGESTAAN GEBRUIK OPGELET: Het toestel mag niet via externe schakelapparatuur zoals timers of een afzon- derlijke afstandsbediening worden bediend. Dit toestel is bedoeld voor huishoudelijk gebruik en voor gebruik binnen andere, so- ortgelijke toepassingen, bijv. in medewer- kerskeukens in bedrijven, kantoren en andere werkomgevingen, in landbouwbedrijven en door klanten in hotels, motels, B&B's en ande- re specifi eke woonomgevingen. Het toestel is niet voor professioneel gebruik bestemd. Gebruik het toestel niet in de open lucht.

IWAARSCHUWINGEN BETREFFENDE ELE-

KTRICITEIT Het moet mogelijk zijn om het apparaat van het stroomnet te halen, door een bereikbare stekker uit het stopcontact te trekken of door een boven de contactdoos aangebrachte meerpolige schakelaar uit te zetten. In over- eenstemming met de aansluiteisen en na- tionale veiligheidsnormen moet het toestel correct geaard zijn. Contactdozen met meerdere aansluitingen of verlengsnoeren bieden niet de noodzake- lijke veiligheid. De elektrische componenten mogen voor de gebruikers na de inbouw niet langer toegankelijk zijn. Gebruik het apparaat nooit als u nat of blootsvoets bent. Gebruik het toestel niet als het netsnoer of de steker beschadigd is, als het niet correct functionee- rt, beschadigd of gevallen is. Als het netsnoer beschadigd is, moet het door de fabrikant, een geautoriseerde klantenser- vice of gekwalifi ceerde technicus door een identiek, origineel snoer worden vervangen, zodat schade wordt voorkomen - gevaar voor elektrische schokken. LET OP! Onjuist aanbrengen van schroeven of bevestigingen die niet met deze veilig- heidsaanwijzingen overeenstemmen, kunnen tot elektrische schokken leiden. Aarding van het toestel is absoluut noodzake- lijk (niet nodig voor klasse II afzuigkappen, die met het symbool (*) op het typeplaatje kunnen worden geïdentifi ceerd).

REINIGING EN ONDERHOUD

LET OP: Haal het toestel voor reiniging en onderhoud van de stroomvoorziening; gebruik nooit stoomreinigingsapparaten - gevaar voor elektrische schokken. Gebruik géén schuurmiddelen, reinigingsmid- delen op chloorbasis of pannensponsjes. De kap moet zowel aan de binnen- als de buitenzijde regelmatig en in overeenstemming met de onderhoudsinstructies in deze gebru- iksaanwijzing gereinigd worden (MINIMAAL ÉÉN KEER PER MAAND).Veiligheids- en gevarenaanwijzingen

SCHE ENERGIE! ER BESTAAT LEVENSGEVAAR! In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht. Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektro- monteur worden verwijderd. OPGELET! HETE OPPERVLAKKEN! Dit symbool is aangebracht op oppervlakken die heet worden. Er bestaat gevaar voor ernstig brandletsel of verbrandingen. De oppervlakken kunnen ook na het uitscha- kelen van het apparaat heet zijn. OPMERKING Het in acht nemen van opmerkingen verge- makkelijkt de omgang met het apparaat. Ontbrekende of onvoldoende reiniging of negeren van de aanwijzingen kan uiteindelijk brand veroorzaken.

VERWIJDEREN VAN DE VERPAKKING

  • Het verpakkingsmateriaal is 100% recycle- baar en draagt het recyclingsymbool . De verschillende verpakkingsonderdelen mogen daarom alleen met inachtneming en in volle- dige overeenstemming met de plaatselijke bepalingen van de regeringen m.b.t. afvalver- wijdering worden verwijderd.

VERWIJDEREN VAN OUDE APPARATEN

  • Dit apparaat is van recyclebare en hergebru- ikbare materialen gemaakt en mag alleen in overeenstemming met de plaatselijke afval- verwijderingsvoorschriften worden verwijderd.
  • Meer informatie over de behandeling, terug- winning en recycling van dit huishoudelijk apparaat verkrijgt u bij de plaatselijke over- heid, bij het verzamelpunt voor huishoudelijk afval of in de winkel waar u het product hebt gekocht. Dit apparaat is overeenkomstig de WEEE-richtlijn 2012/19/EU betreff ende afge- dankte elektrische en elektronische apparatu- ur gemarkeerd.
  • Door ervoor te zorgen dat dit product correct wordt verwijderd, helpt u om potentiële ne- gatieve gevolgen voor het milieu en voor de gezondheid van mensen te vermijden.
  • Het symbool op het product of op de ver- pakking wijst erop dat dit product niet als hu- ishoudelijk afval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled.

TIPS VOOR ZUINIG ENERGIEVERBRUIK

  • Schalel de afzuigkap enkel met minimale snelheid in als u begint met koken en laat hem maar een paar minuten na het koken doorlopen.
  • Verhoog de snelheid als u grote hoeveelhed- en met veel damp kookt en gebruik de kook- stoot alleen in extreme gevallen.
  • Vervang de koolstoffi lters als het nodig is om een eff ectieve geurabsorptie te behouden.
  • Reinig het vetfi lter telkens als dit nodig is.
  • Gebruik altijd de grootst mogelijke luchtafvoer, zoals in deze gebruiksaanwijzing beschreven, voor een optimale eff ectiviteit en gering volu- me. CONFORMITEITSVERKLARING
  • Dit toestel voldoet aan de Ecodesign-eisen van de Europese verordeningen: nr. 65/2014 en nr. 66/2014 in overeenstemming met de Europese normen EN 61591 en EN 60704-2- 13Montagehandleiding

2.1 Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubel-

  • Het apparaat moet altijd door minstens twee personen verplaatst en ingebouwd worden - gevaar voor onge- vallen! Draag bij het uitpakken en de montage bescher- mende handschoenen om snijwonden te voorkomen.
  • Het fi neer, de lijm of de kunststofbekleding van de aan- grenzende meubels moeten temperatuurbestendig zijn (min. 75°C). Als het fi neer en de bekleding onvoldoen- de temperatuurbestendig zijn, kunnen ze vervormen.
  • Bij het ingebouwde toestel mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan.
  • Het gebruik van muurstrips van massief hout op het werkblad achter de kookplaat is toegelaten voor zover de minimumafstanden volgens de inbouwtekeningen worden gerespecteerd.
  • De minimumafstanden aan de achterkant van de kook- plaatuitsparingen moeten volgens de inbouwtekening worden gerespecteerd.
  • Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veiligheid- safstand van minstens 50 mm vereist. De zijkant van de hoge kast moet met warmtebestendig materiaal worden bekleed. Om goed te kunnen werken dient de afstand echter ten minste 300 mm te bedragen.
  • De afstand tussen kookplaat en afzuigkap moet mins- tens zo groot zijn als in de montagehandleiding van de afzuigkap is voorgeschreven.
  • Het verpakkingsmateriaal (plastic folie, piepschuim, nagels, enz.) moet uit de buurt van kinderen worden gehouden omdat deze delen eventuele risicobronnen vormen. Kleine onderdelen kunnen worden ingeslikt en bij folie bestaat er verstikkingsgevaar.
  • De inductiekookplaat is voorzien van een ventilator die automatisch aan- en uitgaat. Als de temperatuurwaar- den van de elektronica een bepaalde drempel over- schrijden, start de ventilator met lage snelheid. Wordt de inductiekookplaat intensief gebruikt, dan schakelt de ventilator over naar een hogere snelheid. Als de elekt- ronica voldoende is afgekoeld, reduceert de ventilator zijn snelheid en schakelt automatisch uit.
  • De afstand tussen de inductiekookplaat en de keuken- meubels of de ingebouwde apparaten moet groot genoeg zijn, zodat de inductie voldoende geventileerd wordt.
  • Als het vermogen van een kookzone regelmatig vanzelf gereduceerd of uitgeschakeld wordt (zie hoofdstuk 'Oververhittingsbeveiliging'), is de koeling waarschijnlijk onvoldoende. In dat geval is het aanbevolen de acht- erwand van de onderkast ter hoogte van de uitsparing in het werkblad te openen en de voorste dwarslijst van het meubel over de gehele breedte van de kookplaat te verwijderen, zodat een betere luchtcirculatie mogelijk is. Voor een betere ventilatie van de kookplaat wordt vooraan een luchtspleet van 5 mm aanbevolen.

Belangrijke opmerkingen

  • Overmatige warmteontwikkeling langs onder, bijv. door een oven zonder dwarsstroomventilator, moet worden vermeden.
  • Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebru- ikt, mag de inductiekookplaat niet worden gebruikt.
  • Bij de inbouw boven een lade moet erop worden gelet dat er geen puntige voorwerpen in de lade worden bewaard. Die kunnen anders aan de onderkant van de kookplaat blijven haken en de lade blokkeren.
  • Als er zich een tussenbodem onder de kookplaat be- vindt, moet de minimale afstand tot de onderkant van de kookplaat 20 mm bedragen om voldoende ventilatie van de kookplaat te garanderen.
  • De kookplaat mag niet boven koelkasten, vaatwassers, wasmachines of droogkasten worden ingebouwd.
  • Om brand te vermijden, moet erop worden gelet dat geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of door warm- te vervormbare voorwerpen direct naast of onder de kookplaat worden geplaatst of gelegd.
  • De 170 mm lange frontstrip moet worden gemonte- erd en mag alleen met gereedschap kunnen worden verwijderd. Kookplaatafdichting Vóór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaataf- dichting zonder onderbreking worden ingelegd.
  • U moet verhinderen dat er tussen de rand van de ko- okplaat en het werkblad of tussen het werkblad en de muur vloeistoff en in de daaronder ingebouwde elektri- sche apparaten kunnen indringen.
  • Bij inbouw van de kookplaat in een oneff en werkblad, bijv. met een keramisch of vergelijkbaar oppervlak (te- gels enz.) moet de pakking, die zich evt. aan de kook- plaat bevindt, worden verwijderd. In de plaats daarvan moet de verbinding tussen kookplaat en werkblad met plastische afdichtmaterialen (kit) worden afgedicht.
  • De kookplaat in geen geval met silicone vastkleven! Anders is het later niet meer mogelijk de kookplaat weer te verwijderen zonder ze te vernielen. Uitsparing in het werkblad De uitsparing in het werkblad moet zo nauwkeurig mogelijk met een goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitgezaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden ver- zegeld zodat er geen vocht kan binnendringen. De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens de af- beeldingen uitgezaagd. De keramische kookplaat moet absoluut horizontaal en op gelijke hoogte met het werkblad liggen. Eventuele spanningen kunnen de glazen plaat doen breken. Controleren of de pakking van de kookplaat correct zit en volledig afsluit.Montagehandleiding

Minimumafstand tot naburige wanden Afmetingen uitsparing Uitfreesmaat Buitenmaat kookplaat Belangrijk: Als de keramische kookplaat scheef zit of spant, bestaat er verhoogd breukgevaar bij de montage! Afdichttape in de hoek van de steunrand van het aanrecht aanbrengen, zodat geen siliconenlijm onder de kookplaat kan terechtkomen. De kookplaat zonder lijm in de uitsparing van het werkblad leggen en uitlijnen. Eventueel hoogtecompensatieplaten eronder leggen. De spleet tussen kookplaat en aanrechtblad met siliconen- lijm voegen. Belangrijk Siliconenlijm mag op geen enkele plaats onder het opleg- vlak terechtkomen. Het uitnemen op een later tijdstip wordt daardoor onmogelijk. Bij negeren komt de garantie te vervallen.

2.4 Variabele montagemogelijkheden: Opliggen-

de montage Afmetingen in mm

2.5 Variabele montagemogelijkheden:

max.430 Afzuiging naar keuze links of rechts: de afvoer- lucht kan afhankelijk van de inbouwsituatie links of rechts gekozen worden. Houd hierbij rekening met de hiernaast vermelde afmetingen voor een optimale planning.

2.6 Afbeeldingen keukenkast

Werkblad 600 mm Afzuigeruitlaat links Afzuigeruitlaat rechts

≥680 ≥150220 ≥370 max. 430 max. 430 Afzuiging naar keuze links of rechts: de afvoer- lucht kan afhankelijk van de inbouwsituatie links of rechts gekozen worden. Houd hierbij rekening met de hiernaast vermelde afmetingen voor een optimale planning. Afzuigeruitlaat links Afzuigeruitlaat rechts Werkblad > 600 mmMontagehandleiding

De verbinding tussen kookplaat en ventilator kan met een fl exibele slang of een plat kanaal tot stand worden ge- bracht. Het platte kanaal indien nodig met een fi jne zaag inkorten. Betreff ende punt c Het fl exibele verbindingselement wordt bij een werkblad- diepte van 600 mm gebruikt. Zorg bij het aanleggen op een liefst strakke en vouwvrije installatie. Kort overtollig materiaal in. Betreff ende punt f Voor het opsteken van het overgangselement (d) op de plintventilator (e) afdichtingstape rond de aansluitmof (f) aanbrengen. Belangrijk: Alle componenten moeten na het in elkaar steken met het bijgevoegde plakband zoals afgebeeld worden afgeplakt. Ventilator Afdichtingstape Actieve koolfi lter Afzuigluchtkanaal-componenten (optioneel): Plintfi lter (optioneel):

2.8 Belangrijke Instructies voor het inbouwen

  • Het apparaat moet altijd door minstens twee personen verplaatst en ingebouwd worden - gevaar voor onge- vallen! Draag bij het uitpakken en de montage bescher- mende handschoenen om snijwonden te voorkomen.
  • Kinderen altijd uit de buurt van het montagebereik houden.
  • Controleer het apparaat na het uitpakken op transport- schade. Bij problemen moet u contact opnemen met uw handelaar of met de dichtbijzijnde klantenservice.
  • Verwijder na de montage alle verpakkingsafval (plastic, schuimstofonderdelen enz.) buiten de reikwijdte van kinderen - gevaar voor verstikking.
  • Het apparaat moet voor alle montagemaatregelen van het elektriciteitsnet worden gescheiden - gevaar voor elektrocutie. Let er bij de montage op dat het netsnoer niet wordt beschadigd - brandgevaar en gevaar voor elektrocutie. Gebruik het apparaat alleen als het volle- dig is ingebouwd.
  • Alle uitsparingen in meubels en werkbladen moeten vóór het inbouwen worden gemaakt. Verwijder alle houtafval en zaagsel.
  • Als het apparaat NIET boven een oven wordt in- gebouwd moet een afscheiding (niet in de levering inbegrepen) onder het apparaat in het keukenmeubel worden aangebracht.
  • De kookplaatventilator kan als afvoerlucht- en als circu- latieluchtapparaat worden ingezet.
  • De afzuiglucht in een voor dat doel aangebrachte venti- latieschacht of door de huismuur naar buiten leiden.
  • De afzuiglucht mag niet via een in gebruik zijnde rook- of gasafvoerschouw worden afgevoerd. Vraag in geval van twijfel advies bij een erkend schoorsteenveger.
  • Als in de buurt van de kookplaatventilator een haardaf- hankelijk vuur (hout-, kool-, olie- of gasvuur) aanwezig is, moet er voor voldoende, vers aangevoerde lucht worden gezorgd. Anders bestaat er gevaar voor vergif- tiging. Een veilige werking van de kookplaatventilator is gewaarborgd als de door de kookplaatventilator veroorzaakte onderdruk de 0,04 mbar (4 Pa) niet over- schrijdt en er voldoende verse lucht de ruimte in kan stromen.
  • Afvoerluchtleidingen moeten voldoen aan brandklasse B 1 DIN 4102. Zorg ervoor dat er geen kleinere maat aansluitmof wordt gekozen dan de minimale, nominale wijdte.
  • Het is van belang dat er altijd gebruik wordt gemaakt van het voor de luchtgeleiding aanbevolen en met de kookplaatafzuiging compatibele systeem Compair Flow 150 (Naber).
  • De nominale wijdte van de circulatieluchtbuizen mag niet lager zijn dan 150 mm.
  • Afvoerluchtleidingen zouden zo kort mogelijk moeten zijn, niet in een hoek van 90 graden maar in wijde bochten doorgetrokken moeten worden en geen dia- meterreducties mogen hebben.
  • Buisdiameters nooit kleiner dan 150 mm kiezen. 50 cm voor de ventilatiemodule mogen geen bochten/hoeken worden aangebracht.
  • Tussen twee hoeken/bochten altijd een recht stuk van ca. 50 cm plaatsen.
  • De diameters van roosters en de uitsparing in de plint zouden minimaal overeen moeten komen met de diameter van de afvoerluchtleiding. Er dient een uitstroomopening van minstens 500 cm² aanwezig te zijn. De plintlijsthoogte inkorten of passende openingen aanbrengen.
  • Zorg er tijdens de installatie voor dat de circulatieluch- teenheid ook na het afmonteren van de keuken toegan- kelijk blijft. Eventueel moeten plintpoten van de keuken- kastjes worden verplaatst. Montage
  • Neem de algemeen geldende voorschriften van de elektriciteitsmaatschappij en de brandweer in acht.
  • Montage/aansluiting door vakkundig personeel.
  • Voor schade door het niet naleven van deze en met het apparaat meegeleverde documenten kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld.
  • Minimum afstanden t.o.v. muren in acht nemen: aan de zijkant minstens 100 mm, aan de achterkant minstens 50 mm. Uitsparing in de tafel voorbereiden
  • Uitsparing uitfrezen of met houten lijsten aanbrengen.
  • Uitsparingen op maat en met rechte hoeken
  • Op de hoogte letten zodat kookplaat en fi lterunit pre- cies passen.
  • Voor een zijdelingse ventilatie-uitsparing van min. 400 cm² zorgen
  • Meubelen en afdekkingen moeten temperatuurbesten- dig zijn (< 75°C).
  • Filterset alleen links voorzien. Ventilatie-unit inbouwen
  • Unit (actieve kool of plasma) in de uitsparing plaatsen.
  • Luchtpijp uitlijnen, fi xeren.
  • Elektrische verbindingen maken.
  • Kookplaat inleggen, centreren.
  • Kookplaat tijdens het uitharden van de silicone niet in gebruik nemen.
  • Voor het inkleven de bruikbaarheid van de primer/in- kleefmassa testen.
  • Kookplaat niet vastschroeven daar het 18 kg weegt (zonder fi lter).
  • Brandbare wanden/plafonds boven de kookplaten moeten overeenkomstig de plaatselijke brandpreventie- voorschriften brandwerend bekleed zijn. Elektrische aansluiting
  • Zekeringen/hoofdschakelaar pas na het inbouwen/be- dragen van de kookplaat inschakelen.
  • Het bijgevoegde plaatje op een goed zichtbare plaats bevestigen omdat het na de montage niet meer toe- gankelijk is.
  • Brandbare wanden/plafonds boven de kookplaten moeten overeenkomstig de plaatselijke brandpreventie- voorschriften brandwerend bekleed zijn.
  • De bescherming tegen aanraken van de kookplaat moet door een correcte montage gegarandeerd zijn.
  • Het actieve-kool- of plasmafi lter moet voor onder- houdsdoeleinden zo geïnstalleerd worden dat het altijd makkelijk en eenvoudig toegankelijk is. OPMERKING Bij circulatiebedrijf dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren.Montagehandleiding

2.9 7-polige stekker aansluiting ventilator

Werkwijze Voor de ventilatoraansluiting dient u beide 7-polige stek- kers met elkaar te verbinden. Stekkerborging op de 7-polige stekker (ventilator) van de kookplaat openen en de 7-polige contrastekker van de ventilator(en) insteken tot deze goed vastklikt. Aansluitend de stekkerborging weer goed vastzetten. De stekkers moeten na de montage aan de achterwand of aan een kastwand worden bevestigd.

2.10 4-polige stekker aansluiting plasmafi lter

(optioneel) Werkwijze Stekkerverbindingen op de 4-polige stekker (plasma) van de kookplaat openen en de beschermkappen weghalen. Vervolgens de 4-polige contrastekker van het plasmafi l- ter (g) insteken tot deze goed vastklikt. Aansluitend de stekkerborging weer goed vastzetten. De stekkers moeten na de montage aan de achterwand of aan een kastwand worden bevestigd.

SCHE ENERGIE! ER BESTAAT LEVENSGEVAAR! In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht. Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektro- monteur worden verwijderd.

  • De elektrische aansluiting mag uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd!
  • De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van de plaatselijke elektriciteitsmaatschappij moeten strikt worden nageleefd.
  • Bij het aansluiten van het apparaat moet een installatie worden voorzien die het mogelijk maakt het apparaat met een contactopeningswijdte van ten minste 3 mm met alle polen van het net te scheiden. Geschikte scheidingsinstallaties zijn LS-schakelaars, zekeringen en contactoren. Bij aansluiting en reparatie het toestel met een van deze installaties stroomloos maken.
  • De aardleider moet zo lang zijn dat hij bij het begeven van de trekontlasting pas na de stroomvoerende aders van de aansluitkabel met trekkracht wordt belast.
  • De overtollige kabellengte moet uit de inbouwzone onder het toestel worden getrokken.
  • U moet er ook op letten dat de netspanning met de op het typeplaatje aangegeven netspanning overeenstemt.
  • Bij het ingebouwde toestel mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan.
  • Let op: door een verkeerde aansluiting kan de vermo- genselektronica worden vernield.
  • Het apparaat is alléén toegelaten voor een vaste aansluiting. Het mag niet met een geaard stopcontact worden aangesloten.Montagehandleiding
  • Het product mag alleen door een erkende vakman met inachtneming van de plaatselijk geldende voorschriften worden aangesloten; hetzelfde geldt voor de afzui- gingsaansluitingen. De installateur is verantwoordelijk voor de storingsvrije werking op de montageplek!
  • Let bij de inbouw op de geldende bouwvoorschriften van de desbetreff ende landen en de energiebedrijven.
  • De kookplaatventilator kan als afvoerlucht- en als circu- latieluchtapparaat worden ingezet.
  • De afzuiglucht in een voor dat doel aangebrachte venti- latieschacht of door de huismuur naar buiten leiden.
  • De afzuiglucht mag niet via een in gebruik zijnde rook- of gasafvoerschouw worden afgevoerd. Vraag in geval van twijfel advies bij een erkend schoorsteenveger.
  • Als in de buurt van de kookplaatventilator een haardaf- hankelijk vuur (hout-, kool-, olie- of gasvuur) aanwezig is, moet er voor voldoende, vers aangevoerde lucht worden gezorgd. Anders bestaat er gevaar voor vergif- tiging. Een veilige werking van de kookplaatventilator is gewaarborgd als de door de kookplaatventilator veroorzaakte onderdruk de 0,04 mbar (4 Pa) niet over- schrijdt en er voldoende verse lucht de ruimte in kan stromen.
  • Afvoerluchtleidingen moeten voldoen aan brandklasse B 1 DIN 4102.
  • Zorg ervoor dat er geen kleinere maat aansluitmof wordt gekozen dan de minimale, nominale wijdte.
  • Het is van belang dat er altijd gebruik wordt gemaakt van het voor de luchtgeleiding aanbevolen en met de kookplaatafzuiging compatibele systeem.
  • De nominale wijdte van de circulatieluchtbuizen mag niet lager zijn dan 150 mm.
  • Afvoerluchtleidingen zouden zo kort mogelijk moeten zijn, niet in een hoek van 90 graden maar in wijde bochten doorgetrokken moeten worden en geen dia- meterreducties mogen hebben.
  • Buisdiameters nooit kleiner dan 150 mm kiezen. 50 cm voor de ventilatiemodule mogen geen bochten/hoeken worden aangebracht.
  • Tussen twee hoeken/bochten altijd een recht stuk van ca. 50 cm plaatsen.
  • De diameters van roosters en de uitsparing in de plint zouden minimaal overeen moeten komen met de diameter van de afvoerluchtleiding. Er dient een uitstroomopening van minstens 500 cm² aanwezig te zijn. De plintlijsthoogte inkorten of passende openingen aanbrengen.
  • Zorg er tijdens de installatie voor dat de circulatieluch- teenheid ook na het afmonteren van de keuken toegan- kelijk blijft.
  • Eventueel moeten plintpoten van de keukenkastjes worden verplaatst. OPMERKING Bij circulatiebedrijf dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren. Aansluitwaarden Netspanning: 380-415V 3N~, 50/60Hz Nominale componentenspanning: 220-240V Aansluitkabel standaard aanwezig
  • De kookplaat is bij levering met een temperatuurbes- tendige aansluitkabel uitgerust.
  • De aansluiting op het net wordt volgens het aansluit- schema uitgevoerd, tenzij de aansluitkabel al met een stekker is uitgerust.
  • Als de netaansluitkabel van dit apparaat wordt bescha- digd, moet hij door een speciale aansluitkabel worden vervangen. Om risico’s te vermijden mag dit alleen door de fabrikant of zijn klantenservice gebeuren. Aansluitingsmogelijkheden zwart bruin grijs wit blauw groen-geel groen-geel zwart bruin grijs wit blauw groen-geel groen-geel zwart bruin grijs blauw groen-geel zwart bruin grijs blauw groen-geelMontagehandleiding

Afmetingen kookplaat hoogte/ breedte/ diepte mm 170 x 800 x 520 Kookzones links voor . . . . Ø cm / kW links achter . . . . Ø cm / kW rechts achter . . Ø cm / kW rechts voor . . . Ø cm / kW 19 x 21 / 1,6 (1,85)* 19 x 21 / 2,1 (3,00)* 19 x 21 / 1,6 (1,85)* 19 x 21 / 2,1 (3,00)* Kookplaat ...................kW Ventilator ....................kW Plasma .......................kW 7,4 0,115 0,01

  • Vermogen bij ingeschakelde powerstand

2.13 Inbedrijfstelling

Na het inbouwen van de kookplaat en na het inschakelen van de voedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftest van de besturing plaats en verschijnt er een service-informatie voor de klantenservice. Belangrijk: bij de aansluiting op het net mogen er geen voorwerpen op de touch-control sensoren liggen! Met een sponsje en wat afwasmiddel even over het opper- vlak van de kookplaat vegen en vervolgens droogwrijven.Beschrijving van het toestel

3 Beschrijving van het toestel Het decor kan van de afbeeldingen afwijken.

1. Inductiekookzone links voor

2. Inductiekookzone links achter

7. Aan/Uit-toets (kookplaat)

8. Kookzonekeuzetoets

9. Symbool voor het aanwijzen van de kookzonepositie

op de keramische kookplaat

15. Weergave ventilatorBeschrijving van het toestel

3.1 Bediening met sensortoetsen

De bediening van de keramische kookplaat gebeurt met touch-control-sensortoetsen. De sensortoetsen functio- neren als volgt: met de vingertop kort een symbool op het keramische oppervlak aanraken. Elke correcte bediening wordt door een signaaltoon bevestigd. In de rest van de tekst wordt voor de touch-control-sensor- toets het woord 'toets' gebruikt. Stand-by-toets (13) Met deze toets wordt het toestel in de operationele modus geschakeld. De toets is bij wijze van spreken de hoofd- schakelaar. Na het uitschakelen met deze toets blijft het toestel nog ca. 120 min. in de operationele modus. Let op! Is het toestel volledig uitgeschakeld, dan is er ook geen restwarmteweergave meer zichtbaar! Aan/uit-toets (7) kookzones links of rechts Met deze toets wordt de desbetreff ende kookzone in- en uitgeschakeld. Kookzonekeuzetoets, bijv. voor (8) Door op een van de beschikbare kookzonekeuzetoetsen te drukken wordt een kookzone geselecteerd, waarvoor vervolgens met de plus-toets of min-toets een kookstand kan worden ingesteld. Min-toets / Plus-toets (10) Met deze toetsen worden de kookstanden, de automati- sche uitschakeling en de kookwekker ingesteld. Met de min-toets wordt de aangetoonde waarde verlaagd, met de plus-toets verhoogd. Kookstandweergave (11) De kookstandweergave toont de gekozen kookstand, of: brandt fel kookzone is gekozen (geselecteerd) ........................................... Restwarmte ........................................... Powerstand ............................................ Vergrendeling ........................................... Brugfunctie ER03 ..................................... foutmelding Controlelampje .............. timerfunctie Min-toets / Plus-toets ventilator (14) Met deze toetsen wordt de ventilator (afzuiging) bediend. Deze kan onafhankelijk van de kookplaat worden gebruikt. Weergave ventilator (15) .................Ventilatorstand ................VentilatornaloopBediening

4.1 Het inductiekookveld

De kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductiespoel onder de keramische kookplaat wekt een elektromagnetisch wisselveld op, dat de vitrokeramiek doordringt en in de bodem van de pan een warmtevor- mende stroom induceert. Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer door een verwarmingselement via de pan op de te koken gerechten overgedragen; de nodige warmte wordt m.b.v. inductiestromen direct in de pan gevormd. Voordelen van het inductiekookveld

  • Energiebesparend koken door rechtstreekse energieo- verdracht op de pan (aangepaste pannen van magneti- seerbaar materiaal zijn noodzakelijk)
  • Meer veiligheid omdat de energie alleen wordt doorge- geven als er een pan op de kookzone staat
  • Energieoverdracht tussen inductiekookzone en panbo- dem met een hoog rendement
  • Weinig risico op verbrandingen omdat de kookplaat al- leen door de panbodem wordt verwarmd, overkokende gerechten branden niet vast
  • Snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer.

Als er geen of een te kleine pan op de kookzone staat als de kookzone is ingeschakeld, dan wordt deze niet van energie voorzien. Een knipperende in de kookstand- weergave maakt daarop attent. Als er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, wordt de ingestelde stand ingeschakeld en de kookstand- weergave brandt. De energietoevoer wordt onderbroken als de pan wordt verwijderd, in de kookstandweergave verschijnt een knipperende

Indien kleinere pannen worden opgezet, waarbij de pan- herkenning toch in werking treedt, wordt slechts zoveel energie toegevoerd als nodig is. Panherkenningsgrenzen Kookzonediameter (mm) Aanbevolen minimumdiameter panbodem (mm) 190 x 210 mm 120 De bodem van de pan mag niet kleiner dan een bepaal- de minimumdiameter zijn, omdat de inductie anders niet wordt ingeschakeld. Plaats de pan altijd in het midden van de kookzone om een optimaal rendement te verkrijgen. Belangrijk: naargelang van de kwaliteit van de pan kan de vereiste minimumdiameter voor het reageren van de panherkenning afwijken!

4.3 Gebruiksduurbeperking

De inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksdu- urbeperking. De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhankelijk van de gekozen kookstand (zie tabel). De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellin- gen van de kookzone niet worden veranderd. Als de gebruiksduurbeperking heeft gereageerd, wordt de kookzone uitgeschakeld; er is een kort signaal te horen en in de aanwijzing verschijnt een H. De automatische uitschakeling heeft voorrang op de bed- rijfsduurbeperking, d.w.z. de kookzone wordt pas uitge- schakeld als de tijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (bijv. automatische uitschakeling met 99 minu- ten en kookstand 9 is mogelijk). Gebruiksduurbeperking Ingestelde kookstand Gebruiksduurbeperking in uren 1, 2 3, 4

Als één of meer sensortoetsen langer of tegelijk worden ingedrukt (bijv. door een per ongeluk op de sensortoetsen geplaatste pan), wordt er niet geschakeld. U hoort een signaaltoon en in het display verschijnt ER03. Na een paar seconden wordt er uitgeschakeld. A.u.b. het voorwerp van de sensortoetsen halen.

4.5 Oververhittingsbeveiliging (inductie)

Als de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebru- ikt, kan bij een hoge kamertemperatuur de elektronica niet meer voldoende worden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektro- nica optreden, wordt evt. het vermogen van de kookzone automatisch gereduceerd. Als bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamertemperatuur regelmatig E2 of ER21 verschijnt, is de koeling waarschijnlijk onvoldoende. Ontbrekende koelopeningen in het meubel kunnen de oorzaak zijn. Eventueel moet de inbouw worden gecontro- leerd (zie hoofdstuk 'Ventilatie').Bediening

4.6 Servies voor inductiekookplaat

De pannen die voor de inductiekookplaat worden gebru- ikt, moeten van metaal zijn, magnetische eigenschappen bezitten en een voldoende grote bodem hebben. Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voor induc- tie geschikt is. Geschikte pannen Ongeschikte pannen Geëmailleerde stalen pan- nen met dikke bodem Pannen van koper, roestvrij staal, aluminium, vuurvast glas, hout, keramiek of terracotta Gietijzeren pannen met geëmailleerde bodem Pannen van roestvrij gelaagd staal, roestvrij fer- rietstaal of aluminium met speciale bodem Zo kunt u vaststellen of uw pan geschikt is: Voer de hierna beschreven magneettest uit of kijk of de pan het symbool voor het koken met inductiestroom draagt. Magneettest: Ga met een magneet over de bodem van uw pan. Wordt de magneet aangetrokken, dan kunt u de pan op de inductiekook- plaat gebruiken. Noot: Bij het gebruik van sommige pannen die geschikt zijn voor inductie, kunnen geluiden optreden, die te wijten zijn aan de bouwwijze van deze pannen. Fout: de panbodem is gewelfd. De temperatuur kan door de elektronica niet correct worden bepaald.

4.7 Tips om energie te besparen

Hier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig en effi ciënt met uw nieuwe inductiekookplaat en uw kookgerei om te gaan.

  • De panbodemdiameter moet even groot zijn als de kookzonediameter.
  • Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te houden dat vaak de bovenste pandiameter wordt vermeld. Die is meestal groter dan de panbodem.
  • Snelkookpannen zijn door de gesloten kookruimte en de overdruk bijzonder tijdbesparend en zuinig. Door de korte bereidingsduur blijven vitamines bewaard.
  • Let erop dat er altijd voldoende vloeistof in de snel- kookpan is, want bij een leeggekookte pan kunnen de kookzone en de pan door oververhitting beschadigd raken.
  • Kookpannen indien mogelijk altijd met een passend deksel sluiten.
  • Voor elke te bereiden hoeveelheid de passende pan gebruiken. Een grote, nauwelijks gevulde pan verbruikt veel energie.

Het verwarmingsvermogen van de kookzones kan in meerdere standen worden ingesteld. In de tabel vindt u toepassingsvoorbeelden voor de verschillende standen. Kookstand Toepassing

UIT-stand, benutting van de restwarmte Verder koken van kleine hoeveelheden Doorkoken Gaar koken van grote hoeveelheden, gaar braden van grote stukken Braden, bechamelsaus maken Braden Aan de kook brengen, aanbraden, braden Powerstand (hoogste vermogen) Bij kookpannen zonder deksel moet ev. een hogere kook- stand worden gekozen.

4.9 Restwarmteweergave

De keramische kookplaat is met een restwarmteweergave H uitgerust. Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan de restwarm- te worden gebruikt om te smelten en om gerechten warm te houden. Na het uitdoven van de letter H kan de kookzone nog heet zijn. Er bestaat gevaar voor verbranding! Bij een inductiekookzone wordt de keramiek niet direct, maar alleen door de terugstralende warmte van de pan verwarmd.Bediening

Met de stand-by-toets wordt het toestel in de operatione- le modus geschakeld. De toets is bij wijze van spreken de hoofdschakelaar. Er vindt eerst een zelftest van de besturing plaats en de weergavelampjes gaan kort branden. Na het uitschakelen met deze toets blijft het toestel nog ca. 120 min. in de operationele modus. Let op! Is het toestel volledig uitgeschakeld, dan is er ook geen restwarmteweergave meer zichtbaar!

4.11 Bediening van de toetsen

De hier beschreven besturing verwacht na het bedienen van een (keuze-) toets daarna de bediening van een volgende toets. De volgende toets moet principieel binnen 10 seconden wor- den bediend, anders wordt de keuze geannuleerd. De plus-/min-toetsen kunnen apart worden aangeraakt of ingedrukt gehouden worden.

4.12 Kookplaat en kookzone inschakelen

1. Zolang op de Aan/Uit-toets drukken tot de kookstand-

weergaven 0 aantonen. De besturing is klaar voor gebruik.

2. Vervolgens op een kookzonekeuzetoets drukken (bijv.

voor vooraan). De geselecteerde kookstandweergave is helder verlicht.

3. Met de plus-toets of min-toets een kookstand

kiezen. Door de plus-toets wordt de kookstand 1 ingescha- keld, door de min-toets de kookstand 9.

4. Meteen daarna voor inductie geschikt kookgerei op de

kookzone plaatsen. De panherkenning schakelt de induc- tiespoel in. De pan wordt verwarmd. Zolang geen pan op de kookzone wordt geplaatst, wisselt de aanwijzing tussen de ingestelde kookstand en het sym- bool . Zonder pan wordt de kookzone om veiligheidsre- denen na 10 minuten uitgeschakeld. Meer hierover in het hoofdstuk „panherkenning”. Om tegelijk op andere kookzones te koken de punten 2 tot 4 herhalen.

4.13 Kookzone uitschakelen

5. Op de gewenste kookzonekeuzetoets drukken (bijv.

voor vooraan). De geselecteerde kookstandweergave is helder verlicht.

6. a) Meermaals op de min-toets drukken tot de kook-

standweergave 0 aantoont, of b) op de Aan/Uit-toets drukken. De volledige kookplaat wordt uitgeschakeld (alle kookzones worden uitgescha- keld).

4.14 Kookplaat uitschakelen

7. Op de Aan/Uit-toets drukken. De kookplaat wordt onaf-

hankelijk van de instelling volledig uitgeschakeld. geschikt voor inductie KookzonekeuzetoetsBediening

De vergrendeling moet verhinderen dat kinderen de kookplaat per ongeluk of opzettelijk inschakelen. Hiervoor wordt de bediening geblokkeerd. Vergrendeling inschakelen

1. Op de Aan/Uit-toets

drukken om de kookplaat in te schakelen.

2. Meteen daarna gelijktijdig op de min-toets en de

rechts ernaast liggende kookzonekeuzetoets druk- ken.

3. Vervolgens op de kookzonekeuzetoets drukken om

de vergrendeling te activeren. In de kookstandweergaven verschijnt een L voor Child- Lock; de bediening is geblokkeerd en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Vergrendeling uitschakelen

4. Op de Aan/Uit-toets drukken.

5. Meteen daarna gelijktijdig op de min-toets en de

rechts ernaast liggende kookzonekeuzetoets druk- ken.

6. Vervolgens op de min-toets drukken om de vergren-

deling uit te schakelen. De L verdwijnt. Vergrendeltoets alleen voor een kookproces opheff en Voorwaarde: De vergrendeling is volgens punt 1-3 inge- schakeld.

  • Op de Aan/Uit-toets drukken.
  • Meteen daarna gelijktijdig op de min-toets en de rechts ernaast liggende kookzonekeuzetoets druk- ken. Nadat de L is verdwenen kan door de gebruiker een kookzone ingeschakeld worden. Na het uitschakelen van de kookplaat is de vergrendeling weer actief (ingeschakeld). Opmerking Bij een stroomstoring wordt de ingeschakelde vergren- deling niet opgeheven, d.w.z. ze blijft behouden (geacti- veerd).Bediening

4.16 Automatische uitschakeling (timer)

Door de automatische uitschakeling wordt elke ingescha- kelde kookzone na een instelbare tijd automatisch uit- geschakeld. Er kunnen kooktijden van 01 tot 99 minuten worden ingesteld.

1. De kookplaat inschakelen. Een of meer kookzones

inschakelen en gewenste kookstanden kiezen.

2. Zo vaak tegelijkertijd op de plus-toets

en de min-toets drukken tot het controlelampje (decimale punt) van de gewenste kookzone brandt. De timer- weergave brandt fel.

3. Meteen daarna met de plus-toets of min-toets

een kooktijd invoeren. Om de automatische uitschakeling voor nog een kookzone te programmeren, zo vaak tegelijk op de plus-toets en de min-toets drukken tot het con- trolelampje (decimale punt) van de overeenkomstige kookstandweergave brandt.

4. Na afl oop van de tijd wordt de kookzone uitgescha-

keld. Er is een tijd lang een signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalve de Aan/Uit-toets) te drukken. Opmerkingen

  • Ter controle van de verstreken tijd (automatische uitschakeling) zo vaak tegelijk op de plus-toets en de min-toets drukken, tot het controlelampje (decimale punt) van de overeenkomstige kookstandweergave brandt. De aangetoonde waarde kan afgelezen en veranderd worden.
  • Automatische uitschakeling vervroegd wissen: de res- pectievelijke kookzone selecteren en met de min-toets 0 instellen.

4.17 Kookwekker (eierwekker)

(kookzone uitgeschakeld)

1. De kookplaat inschakelen.

2. Eén keer tegelijkertijd op de plus-toets en min-to-

ets drukken. De timerweergave brandt fel. In de kookstandweergaven mag het controlelampje (deci- male punt) niet gaan branden.

3. Meteen daarna met de plus-toets of min-toets

de tijd in minuten instellen.

4. Na afl oop van de tijd is er een tijd lang een signaal

te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalve de Uit-toets) te drukken. Opmerking

  • De kookwekker blijft ook dan in werking als de linker of rechter kookplaatzijde uitgeschakeld is. Om de tijd te wijzigen de linker of rechter kookplaatzijde inscha- kelen. controlelampje (decimale punt) 5 minuten ingesteld 12 minuten ingesteldBediening

De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekook- zones ter beschikking. Een grote hoeveelheid water kan snel aan de kook worden gebracht. De powerstand werkt geduren- de 5 minuten, vervolgens wordt automatisch naar kookstand 9 teruggeschakeld.

1. De kookplaat inschakelen.

2. Vervolgens op een kookzonekeuzetoets drukken (bijv.

voor achteraan). De geselecteerde kookstandweergave is helder verlicht.

3. Eén keer op de min-toets drukken om de hoogste ko-

okstand 9 in te stellen.

4. Eén keer op de plus-toets drukken om de powerstand

te activeren. In de kookstandweergave verschijnt een P.

5. Na 5 minuten wordt de powerstand automatisch uitge-

schakeld. De P verdwijnt en er wordt naar kookstand 9 teruggeschakeld. Opmerkingen

  • Om de powerstand vervroegd uit te schakelen, op de min-toets drukken.
  • Opgelet, gevaar voor oververhitting! Geen olie/frituur- vet met de powerstand heet maken.

De voorste en de achterste kookzone kunnen voor het koken aaneengeschakeld worden (brugfunctie). Daardoor kunnen grote pannen worden gebruikt.

1. De kookplaat inschakelen.

2. Om de brugfunctie in te schakelen het sensorveld van de

voorste en achterste kookzone gelijktijdig aanraken. De brugfunctie is ingeschakeld, het symbool verschijnt. Met de plus-toets of min-toets een kookstand kie- zen.

3. Om de combinatie te desactiveren opnieuw op beide toet-

sen tegelijk drukken of de kookplaat uitschakelen. Opmerkingen De braadslede of de pan moet de gebruikte kookzones ten minste voor de helft bedekken om door de panherkenning te worden herkend!

4.20 Powermanagement

Telkens twee kookzones zijn – om technische redenen – tot een module gecombineerd en beschikken over een maximaal vermogen. Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of de powerfunctie wordt overschreden, reduceert het powermanagement de kookstand van de bijbehorende module-kookzone. De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, daarna wordt de maximaal mogelijke kookstand constant getoond. Modules (powermanagement)Bediening

4.21 Ventilator gebruiken

In het midden van de kookplaat bevindt zich de ventilator met afzuiging naar onderen. Belangrijk: Leg het deksel niet op de inductiekookplaat! Gevaar voor verbranding!

4.21.1 Ventilator in- en uitschakelen

2. De plus-toets van de ventilator indrukken.

Daarna kan met de plus- / of min-toets een gewenste vermogensstand 1, 2, 3 of 4 worden gekozen. Het symbool van de ventilator brandt. De intensieve stand 4 blijft 10 minuten lang ingeschakeld, daarna wordt automatisch teruggeschakeld naar stand 3.

3. Voor het uitschakelen op de min-toets van de ventilator

drukken tot er 0 wordt weergegeven. Tip Om te zorgen dat de afzuiging ook bij hoge pannen (bijv. asper- gepan) goed werkt, kunt u aan de ventilatorzijde een kooklepel onder het pandeksel leggen.

4.21.2 Ventilatornaloop

De ventilatornaloop wordt na het koken gebruikt om kookgeurt- jes weg te zuigen. Bovendien worden hierdoor de fi lters in de ventilator gedroogd. Ventilatornaloop instellen

1. De plus- en min-toets van de ventilator tegelijk indruk-

ken. Vervolgens is er een ventilatornaloop van 10 minuten ingesteld. Het symbool van de naloop brandt .

2. Door opnieuw gelijktijdig indrukken van de plus- en

min-toets worden 60 minuten ingesteld.

3. Door nogmaals tegelijkertijd indrukken wordt de naloop

uitgeschakeld. De ventilatorstand bij een ingeschakelde ventilatornaloop kan naar wens ingesteld en gewijzigd worden.

Telkens na het koken zou een nalooptijd van de ventilatormotor van 10 - 20 minuten moeten worden ingesteld. Als de ventilator minstens 15 minuten heeft gewerkt, vindt er na het uitschakelen een automatische naloop van ca. 15 minuten op een lage stand plaats. Zo wordt een optimale werking en verwijdering van resterende kookdampen gewaarborgd. Bij werking met recirculatiefi lter is het raadzaam om na het koken altijd een nalooptijd van 10 - 60 minuten in te stellen, om een optimale geurverwijdering te bereiken. Bij het opnieuw inschakelen van de ventilator kan het in zeld- zame gevallen voorkomen, dat de in het fi lter achtergebleven geurmoleculen zich hechten aan waterdamp en weer even geroken kunnen worden. Deze restgeurtjes verdwijnen tijdens de verdere werking weer snel. Belangrijk Bij circulatiebedrijf dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren.Reiniging en onderhoud

5 Reiniging en onderhoud

  • Vóór het reinigen de kookplaat uitschakelen en laten afkoelen.
  • De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoomreinigingsapparaat of dergelijke worden schoon- gemaakt!
  • Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/ Uit-toets wordt geveegd. Op die manier wordt verme- den dat de kookplaat per ongeluk wordt ingeschakeld!

5.1 Keramische kookplaat

Belangrijk! Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoals grove schuurmiddelen, krassende pannenreinigers, roest- en vlekkenverwijderaar enz. Reiniging na gebruik

1. Maak de hele kookplaat altijd schoon als ze vuil is – het

beste telkens na gebruik. Gebruik hiervoor een vochtige doek en wat afwasmiddel. Daarna wrijft u de kookplaat met een schone doek droog, zodat er geen resten van afwasmiddel op het oppervlak achterblijven. Wekelijks onderhoud

2. Reinig en onderhoud de kookplaat een keer in de week

grondig met gebruikelijke reinigingsproducten voor vitro- keramiek. Houdt u zich in elk geval aan de instructies van de fabrikant. De reinigingsproducten vormen bij het aan- brengen een beschermend laagje dat water en vuil tegen- houdt. Alle verontreinigingen blijven op deze laag zitten en kunnen daarna veel gemakkelijker worden verwijderd. Vervolgens met een schone doek droogwrijven. Er mogen geen resten van reinigingsmiddelen op het oppervlak ach- terblijven, omdat ze bij het opwarmen agressief reageren en het oppervlak veranderen.

5.2 Speciale verontreinigingen

Sterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parel- moerachtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als de kookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruike- lijke reinigingsmiddelen. Ga daarbij te werk zoals onder punt 2 beschreven. Overgekookte gerechten eerst met een natte doek inweken en vervolgens de vuil- resten met een speciale glasschraper voor keramische kookplaten verwijderen. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder punt 2 beschreven. Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen – zolang ze nog heet zijn – met een glasschraper. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder punt 2 beschreven. Zandkorrels die mogelijk tijdens het aardappelen schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschuiven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkorrels op het oppervlak blijven liggen. Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed op de werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hierbij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet verwijderde en daarom ingebrande resten. Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbo- dem, in het bijzonder bij het gebruik van kookgerei met een aluminium bodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnen slechts moeizaam met gebruikelijke reinigingsmid- delen worden verwijderd. Eventueel de reiniging meermaals herhalen. Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurende panbodems wordt het decor in de loop van de tijd afgeschuurd en ontstaan er donkere vlekken.

5.3 Kookplaatventilator

Reiniging van de metalen vetfi lters Reinig de metalen vetfi lters minimaal één keer per maand of bij te vette toestand en intensief gebruik in de vaatwasmachi- ne of in een mild sopje. Voor het uitnemen van de fi lters het deksel van de ventilator weghalen en de U-vormige rvs-luchtgeleiderplaat in de aan- zuigopening naar boven toe uit de ventilator tillen. Vervolgens het fi lter uitnemen. Druk hiervoor de vergrendeling in de greepopening naar beneden en haal de fi lters eruit. Filters kunt u in de vaatwasmachine reinigen. Filters in de vaatwasmachine verticaal zetten. Gebruik a.u.b uitsluitend naspoelmiddel dat geschikt is voor aluminium, om schade en verkleuringen aan de fi lters te voorkomen. Niet vlak naast glazen of licht porselein laten afwassen. Gebruik de ventilator niet zonder vetfi lters! Na de fi lterreiniging de fi lters droog weer in de ventilator Belangrijk: de greepopening moet na het inzetten zichtbaar zijn. Neem liefst bij ieder fi ltervervanging de goed toegankeli- jke binnenzijde van de ventilator af met een met afwasmiddel bevochtigd doekje en let hierbij vooral op uitstekende delen binnenin de ventilator Reiniging en onderhoud van de ventilator Het geniet de voorkeur om de ventilator bij iedere fi lterreini- ging te reinigen. Na langdurige koken van water met geopend deksel kan zich condenswater onder het fi lter verzamelen. Dat is volkomen normaal. Het water zou echter verwijderd en de binnenzijde van de ventilator gereinigd moeten worden. De ventilatieopeningen in het deksel zorgen ervoor dat ook in ruststand met geplaatst deksel zonder lopende ventilator mogelijke restvochtigheid van het koken en reinigen vanuit de ventilatorbinnenzijde kan ontsnappen. Als hierbij vervelende restgeurtjes mochten ontsnappen, is het raadzaam om zowel fi lter als ventilatorbinnenzijde te reinigen. De ventilator kunt u het beste met een vochtig, zacht doekje en wat mild afwasmiddel reinigen. Service Het fi lter moet toegankelijk blijven. Bij een actieve koolfi lter om de 5 - 24 maanden de koolfi ltermatten vervangen. Bij een plasmafi lter na 5 jaar (max.) de koolfi ltermatten ver- vangen. Open hiervoor het behuizingdeksel en vervang de koolfi ltermatten.Wat te doen bij problemen?

6 Wat te doen bij problemen? Ongekwalifi ceerde ingrepen en reparaties aan het appa- raat zijn gevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluiting bestaat. Om lichamelijk letsel en schade aan het toestel te voorkomen, moeten ze worden vermeden. Daarom mogen dergelijke werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenser- vice, worden uitgevoerd. Denk eraan Als er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerst aan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken niet zelf kunt verhelpen. Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit? Neem contact op met de klantenservice of een elektro- monteur! De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld?

  • Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringen- kast) gereageerd?
  • Is het netsnoer aangesloten?
  • Zijn de sensortoetsen vergrendeld (kinderbeveiliging)?
  • Zijn de sensortoetsen gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistof of een metalen voorwerp afgedekt? A.u.b. verwijderen.
  • Wordt verkeerd kookgerei gebruikt? Zie hoofdstuk „Ser- vies voor inductiekookplaat”. Het symbool knippert en er is gedurende een be- paalde tijd een signaal te horen. Er is een permanente activering van de touch-control-sen- sortoetsen door overgekookte levensmiddelen, kookgerei of andere voorwerpen. Oplossing: het oppervlak schoonmaken of het voorwerp verwijderen. Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of de kookplaat uit- en inschakelen. De foutcode E2 wordt getoond? De elektronica is te heet. De inbouwsituatie van de kook- plaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten. Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie. De foutcode E8 wordt getoond? Fout aan de ventilator rechts of links. De aanzuigopening is geblokkeerd of afgedekt, of de ventilator is defect. De montage van de kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten. Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie. De foutcode U400 wordt getoond? De kookplaat is verkeerd aangesloten. De besturing wordt na 1s uitgeschakeld en er is een continu signaal te horen. De correcte netspanning aansluiten. Er wordt een foutcode (ERxx of Ex) getoond? Er is een technisch defect. A.u.b. contact opnemen met de service. Het pansymbool verschijnt

Er werd een kookzone ingeschakeld en de kookplaat verwacht dat er een geschikte pan wordt opgezet (panher- kenning). Pas dan wordt er energie afgegeven. Het pansymbool blijft verschijnen, hoewel er een pan werd opgezet? De pan is niet geschikt voor inductie of heeft een te kleine diameter. De gebruikte kookpannen maken geluid? Dat heeft een technische oorzaak; er bestaat geen gevaar voor de inductiekookplaat of de pan. De koelventilator blijft na het uitschakelen nog lopen? Dat is normaal omdat de elektronica wordt afgekoeld. De kookplaat maakt geluiden (klikgeluiden)? Dat heeft een technische oorzaak en is niet te vermijden. De kookplaat heeft barsten of breuken? Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektri- sche schokken. Het toestel onmiddellijk buiten gebruik ne- men. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice. Pulserend kookgedrag? De inductie-elementen kunnen hun vermogen slechts tot op een bepaalde kookstand reduceren. Onder deze kook- stand begint het verwarmingselement in fasen te werken. Dat betekent dat het inductie-element naargelang van de gekozen kookstand in een bepaald interval in- en weer uitgeschakeld wordt. Dit ritmisch gedrag is hoorbaar en wordt bij het koken door het opstijgen en verdwijnen van luchtbellen op de panbodem zichtbaar. Het pulserend kookgedrag op bepaalde kookstanden is normaal en heeft geen negatieve invloed op het kookresultaat. Oplossing: Indien mogelijk potten en pannen met een dikke bodem en dus een goede warmteaccumulatie en -verdeling gebruiken. Kookpannen indien mogelijk altijd met een passend deksel sluiten. Bij het koken zonder deksel gaat zeer veel energie verloren.Klantenservice

1. Probeer de storing zelf op te lossen (zie „Storing - Wat

2. Schakel het apparaat uit en weer aan om vast te stellen

of de storing weer optreedt. Als de storing na de eerder beschreven controles blijft bestaan of opnieuw optreedt, neem dan contact op met de klantenservice. Vermeld hierbij altijd:

  • Een korte beschrijving van de fout.
  • Apparaat en modelnummer;
  • Servicenummer (d.w.z. het getal na het woord SER- VICE op het typeplaatje) aan de onderkant van de kookplaat of in het blad bij de productbeschrijving. Het servicenummer staat ook op het garantiebewijs ver- meld.
  • Uw volledig adres en telefoonnummer met kengetal240 613 3200 J41