FA390X4 - Koelkast SMEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FA390X4 SMEG in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over FA390X4 SMEG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FA390X4 - SMEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FA390X4 van het merk SMEG.
GEBRUIKSAANWIJZING FA390X4 SMEG
Gebruiksaanwijzing nl
smeg
STANDGERÄT
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 82
Aanwijzingen over de afvoer 84
Omvang van de levering 84
Let op de omgevingstemperatuuren de beluchting 85
Apparaat aansluiten 85
Kennismaking met het apparatusat .... 86
Inschakelen van het apparatus 87
Instellen van de temperatuur 88
Alarm function 88
Netto-inhoud 89
De koelruimte 89
Superkoelen 90
Diepvriesruimte 91
Maximaleinvriescapaciteit 91
Invriezen en opslaan 91
Verse levensmiddelen invriezen 91
Supervriezen 92
Uitvoering 93
Sticker "OK" 94
Apparaat uitschakelen en buiten
werking stellen 94
Ontdooien 94
Schoonmaken van het apparatusat .... 95
Verlichting (LED) 95
Energie bespare 96
Bedrijfsgeluiden 96
Kleine storingen zelf verhelpen 97
Servicedienst 100
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordatu het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installmentievoorschrift nauwkeurig door. U vindtkaarin belangrijke informatatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparatusat.
De fabrikant aanvaardt geen
aansprakelijkheid als de aanwijzingen
en waarschuwingen
in de gebruiksaanwijzing Niet in acht
worden genomen. Bewaar
de gebruiksaanwijzing en het
montagevoorschrift voor later gebruik
of voor een eventuele latere bezitter.
Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijk maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installmentiet nicht beschadigd worden. Koelmiddel dat waar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
Bij beschadiging
Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;
Ruimte gedurende een paar minutengoodluchten;
Apparaat uitschakelen en de stekkeruit het stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat,des te groter moet de ruimte+zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een tekleine ruimte kan bij een lekeen ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel要去hertrek minstens 1m^3 mootzijn.Dehoeveelheid koelmiddel inuwapparaatvindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden verrangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installmentie en reparations können groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificierde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gezruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Bij het gebruik
Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Gevaar voor explosie!
Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluitingveroorzaken. Kans op een elektrisch eschok!
- Gebruik geen suntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. Hierdoor kunt u de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat maar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare vrijfussen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparatus opslaan. Gevaar voor explosie!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. Niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Om te ontdooien of schoon te make: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage alsijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze können pereus worden.
De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
Personen (inclusief kinderen) met fysieke, sensorische of psychische beperkingen of gebrekkige kennis mogen dit apparaat uitsluitend gebruiken indien ze onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of door deze persoon zich ingelicht over de wijze waarop het apparaat dient te worden gebruikt.
Flessen en blikjes met vloeistoffen - vooral koolzuurhoudende dranken - Niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blikjes{kennen springen!
Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddelijk in de mond nemen. Kans op verbranding!
Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op verbranding!
Kinderen in het huishouden
- Verpakkingsmaterial en onderdelen ervan zich geen spelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozens en folie!
Het apparaat is geen spelelgoed voor kinderen!
Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparatus is geschikt
- voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,
voir het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor privilegegebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparatus voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat gegen transportschade. De gebruiktematerialen zijn onschadelijk voor het milieu en+kunnen opnieuw worden gebruikt. Helpaarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk worden afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het neue apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijkke verwerking.
Afvoeren van uw oude apparatus
Oude apparaten zijn geen waardeeloos afval! Door een milieuvriendelijkke afvoer+kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). Deze richtlijn geeft het kader aan voor een in de EU geldende terugname en verwerking van oude apparaten.
Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken nicht eruit halen om het kinderen moeilijk te makeerin te klimmen!
- Laat kinderen nicht met het afgedankte apparatusaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig要去en worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijk afvoer mooten de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport nicht beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kurz u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij once klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Vrijstaand apparatus
Zakje met montagematerialial
Uitrusting (modelafhankelijk)
Gebruiksaanwijzing
Montagevoorschrift
Klantenserviceboekje
Garantiebijlage
Informatie over energieverbruik en geluiden
Let op de omgevingstemperat uu r en de beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklassie geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklassie kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 12.
| Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuur |
| SN +10 °C tot 32 °C |
| N +16 °C tot 32 °C |
| ST +16 °C tot 38 °C |
| T +16 °C tot 43 °C |
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanner een apparaat uit klimaatklasse SN worden gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, hunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5^
Beluchting
Afb. 3
De lucht aan de weiterwand en aan
de zichwanden van het apparaat worden
verwamd. De verwarmde lucht要去
ongehinder afgevoerd+kennen worden.
Anders moet de koelmachineeer
presteren waardoor het energieverbruik
toeneemt.
De be en ontluchtingsopeningen mogendan ook nooit worden afgedekt!
Apparaat aansluiten
Na hetplaatsen van het apparaat要去 u minimaal 1aar wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsystem terecht komt.
Voor het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat").
nl
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparatusaat bevinden en ook na het opstellen van het apparatusaat goed bereikbaar�.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geinstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact要去en beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.
Bij apparaten die in nicht Europese landen
worden gebruikt op het typeplaatje
controleren of de aansluitspanning
en de stroomsoort overeenkomen met
de waarden van uw elektriciteitsnet.
U vindt deze gegevens
op het typeplaatje. Afb. 12

Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor once apparaten können netvoedingsinverters en sinusinverters worden gezruikt. Netvoedingsinverters worden gezruikt bij fotovoltaische installations die rechtstreeks+zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geenrechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moeteen sinusinverter worden gezruikt.
Kennismaking met het apparaat

De)[-]t de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan een type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variieren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zichen möglichk.
Afb. 1
*Niet bij alle modellen.
1-8 Bedieningselementen
9 Lichtschakelaar
10 Verlichting (LED)
11 Luchtopening
12 Legroosters/plateaus in de koelruimte
13 Groentelade
14 Chillerhouser
15 Diepvrieslade
16 Vriesrooster
17 Schroefvoetjes
18 Eierrekje
19 Boter en kaasvak *
20 Koolstoffilters
21 Flessenhouser
22 Vak voor große flessen
23 Koude-accu/Diepvrieskalender *
A K O e l r u i
B Diepvriesruimte
Bedieningselementen
Afb. 2
1 Toets Aan/Uit
Om het hele apparaat in en uit te schakelen.
2 Alarmtoets
Om het alarmsignaaluit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function").
3 Toets „super" (Diepvriesruimte)
Om het supervriessystem in en uit te schakelen.
4 Insteltoets temperatuur in de diepvriesruimte
Met de toets worden de temperatuur van de diepvriesruimte ingesteld.
5 Temperatuurindicatie Diepvriesruimte
De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de diepvriesruimte in ^ C
6 Toets „super" (Koelruimte)
Om het superkoelsystem in eenuit te schakelen.
7 Temperatuurinsteltoets koelruimte
Met de toets worden de temperatuur van de koelruimte ingesteld.
8 Temperatuurindicatie Koelruimte
De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in ^ C
Aanwijzing
Wonneer het apparaat eenijdje nicht wordt bediend, wordt deindicatie van het bedieningspaneel op de energiespaarmodus gezet.
Inschakelen van het apparaat
Het apparatus met de insteltoets 2/1 inschakelen.
Er is een alarmsignaal te horen. De alarmtoets 2/2 knippert.
Druk op de alarmtoets 2/2. Het alarmsignaal worden uitgeschakeld.
De alarmtoets 2/2 brandt tot de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte is bereikt.
Bij geopende deur brandt de verlichting in de koelruimte.
De fabriek advisert de volgende temperaturen:
Koelruimte: +4^ C
Diepvriesruimte: -18 °C
Aanwijzingen bij het gebruik
- Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt.
Door het volledig automatische NoFrost-systeme blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.
De voorzijde van het apparaat achefter de deur worden gedeeltekijklicht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting worden voorkomen.
Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten nicht direct waar geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
Instellen van de temperatuur
Afb. 2
Koelruimte
De temperatuur is instelbaar van +2^ tot +8^ .
Temperatuur-insteltoets 7 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld.
DeIRST ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 8.
Wij adviseren een temperatuurinstelling van +4^ voor de koelruimte.
Gevoelige levensmiddelen nicht warmer dan bij +4^ bewaren.
Diepvriesruimte
De temperatuur is instelbaar van -16 ^ C tot-24 ^ C .
Temperatuur-insteltoets 4 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de diepvriesruimte is ingesteld.
DeIRST ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 5.
Alarm function
Het alarmsignal wordt automatisch ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is.
Alarmsignaal uitschakelen Afb. 2
De alarm-toets 2 indrukken om het alarmsignaaluit te schakelen.
Deuralarm
Het deuralarm wordt ingeschakeld als een deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten worden het alarmsignaal weeuitgeschakeld.
Temperatuur-alarm
Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is.
| Alarmtoets | Temperature display | Verklaring |
| brandt knippert Temperatuur-alarm: | ||
| De diepvrieswaren lopen geen gevaar. | ||
| knippert knippert Ontdooialarm: | ||
| De diepvrieswaren lopen gevaar. | ||
| knippert brandt Ontdooialarm: | ||
| In het verleden was het te warm. De diepvrieswaren lopen gevaar. | ||
Temperatuurwaarschuwing
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:
■ bij het in gebruik nemen van het apparaat,
■ bij het inladen van grothehoeveelheden verse levensmiddelen,
als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werk.
Ontdooiwaarschuwing
Als smaak, geur en uiterlijk onveranderd, zijn,+kunnen de levensmiddelen na koken of bakken opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd Niet meer ten volle benutten.
Aanwijzing
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren nicht opniew invriezen. Pas na het koken of braden tot een Kant-en-klaargerecht konnen ze opniew worden ingevroren.
De maximale bewaartijd nicht meer ten volle benutten.
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat.
Afb. 12
Diepvriesinhoud volledig benutten
Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren aan te brengen, küssen alle diepvriesladen behalte de ondersteuit het apparaat worden genomen.
De levensmiddelen können direct op de vriesroosters gestapeld worden.
Onderdelen eruit halen
Om de diepvriesladen eruit te halen: de diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken, aan de voorkantiets optillen en eruit halen.Afb.8
De koelruimte
De koelruimte is een idealeplaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket.
In acht nemen bij het bewaren
Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard.
Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen.
De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte.
- Warme gerechten en dranken erst latenten afkoelen en pas daarna in het apparatusat zetten.
Aanwijzing
Voorkom dat de levensmiddelende hinterwand raken. Anders worden de luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddleslen of verpakkingen können aan de weiterwand vastvriezen.
Let op de koudezones in de koelruimte
Door de luchtcirculation in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones:
De koudste zone
In de koudste zones gevoelige levensmiddelen opslaan zoals vis, worst en vlees.
De warmste zone
behindt zich—helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzing
Bewaar in de warmste zone bijv.
harde kaas en boter. Kaas kan zo+zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.
Groentelade met vochtigheidsregelaar
Afb. 6
Om optimale omstandigheden te scheppen voor het bewaren van groente en fruit, kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast aan de hoeveelheid levensmiddelen:
- kleine hoeveelheid fruit en groente - hoge luchtvochtigheid
grote hoeveelheid fruit en groente -lage luchtvochtigheid
Aanwijzingen
Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8^ tot +12^ .
- Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.
Chillerhouser
Afb. 1/14
In de chillerhouser heersen lagere temperaturen dan in de koelruimte. Er kuren ook temperaturen onder 0^ optreden.
Ideaal voor het bewaren van vis, vlees en worst. Niet geschikt voor salades, groente en koudegevoelige levensmiddelen.
Superkoelen
Tijdens het superkoelen worden de koelruimte ca. 6 uur zo koud möglich gekoeld. Hierna worden automatisch omgeschakeld maar de voor het superkoelen ingestelde temperatur.
Het superkoelsystem inschakelen bijv.
vór het inladen van grothehoeveelheden levensmiddelen.
om dranken snel te koelen.
In- en uitschakelen
Afb. 2
Toets "super" 6 indrukken.
De toets brandt als het superkoelsystem is ingeschakeld.
Diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
■ voor het opslaan van diepvriesproducten,
om ijsblokjes te make,
om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vomt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. 12
Invriezen en opslaan
Inkopen van diepvriesproducten
De verpakking mag nicht beschadigd zichn.
Neem de houdbaarheidsdatum inRCT.
De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 ^ C of kouder zich.
- De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
Attentie bij het inruimen
Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenstevak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.
De levensmiddelen naast elkaar in de vakken resp, diepvriesladen leggen.
Aanwijzing
De vers in te vriezen levensmiddelen
mogen Niet met de al ingevroren
levensmiddelen in aanrakingkommen.
Tot in de Kern bevroren
levensmiddelen eventueel in een
andere diepvrieslade leggen.
Diepvrieswaren opslaan
De diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven om een goede luchtcirculatie te waarborgen.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en dekleur zo goed möglich te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroen. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren nicht noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen.
niet met de nog in te vriezen
levensmiddelen in aanraking komen.
nl
Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, poter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekooke eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodate ze Niet uitdrogen of hun smoak verliezen.
- Levensmiddleslen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyethene en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilnis zakkenengebruikte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polyetheen können met een folielasapparaat worden dichtgelast.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden.
Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden.
Groente, fruit: tot 12 maanden.
Supervriezen
De levensmidelen zo snel möglichk dooren door invriezen zodate vitamine,voedingswaarden, uiterlijk en smaakbehouden blijven.
Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.
Doorgaans is 4-6 eer van tevoren voldoende.
Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte worden een zeer lage temperatuur bereikt.
Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur voor het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) können zonder gebruik van het supervriessystem worden ingevroren.
Aanwijzing
Als het supervriessystem is ingeschakeld,kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
In- en uitschakelen
Afb. 2
Toets "super" 3 indrukken.
Is super vriezen ingeschakeld, danlicht de toets op.
Het supervriessystem wordt na 21 / 2 ragen automatischuitgeschakeld.
Uitvoering
(niet bij alle modellen)
Legplateaus en Voorraadvakken
U kunt de legplateaus en de Voorraadvakken in de deur maar wens verplaatsen. Legplateauaar voren trekken,ietslaten zakken en aan de zijkant uitzwenken.Voorraadvakietsoptillen en eruit halen.
Flessenrek
Afb. 5
In de flessenrek kuren flessen veilig worden bewaard. De houder is variabel.
Diepvrieskalender
Afb. 1/23
Om kwaliteitverminderung van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur Niet te overschrijden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht.
Koude-accu
Afb. 7
De koude-accu vertraagt bij het uittvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opslagtijd worden bereikt wanner u het koeelement in het bovenstevak op de levensmiddelen lept.
Om ruimte te besparen kan de accu in hetvakindeurbewaard worden.
De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhonden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genommen worden.
IJsbakje
Afb. 10
- IJsbakje voor 3/4 met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten.
- Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).
- Om de ijsblokjes los te make: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
nl
Koolstoffilters
Afb. 1/20
Het actief koolstofffilter verwangt en zuivert de lucht in het apparaat.
Sticker „OK”
(niet bij alle modellen)
Met de „OK“-temperatuurcontrole kuren temperaturen onder +4^ worden gereisteerd. Stel de temperatuur trapsgewijs kouder de sticker nicht „OK" aangeeft.
Aanwijzing
Bij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
Apparaat uitschakelen en buiten werkinq stellen
Uitschakelen van het apparatus
Afb. 2
Toets Aan/Uit 1 indrukken.
De temperatuurindicatie gaat uit
en de koelmachine wordenuitgeschakeld.
Buiten werkig stellen van het apparatus
Als u het apparaat langere vrijd nicht gebruikt:
- Uitschakelen van het apparatus.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- Schoonmaken van het apparatus.
- Deur van het apparat open lately.
Ontdooien
Koelruimte
Het apparatus wordt automatisch ontdooid.
Het dooiwater loopt via het afvoergaatje\ aar een verdampingsschaal aan\ de achechterkant van het apparaat.
Diepvriesruimte
Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijdt de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.
Schoonmaken van het apparaat

Attentie
- Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken.
Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
- De legplateaus en voorraadvakken mogen Niet in de afwasmachine gereinigd worden.
Ze können verrormen!
de openingsssleuf aan de voorkant in de bodem van het vriesvak,
de bedieningselementen en
deverlichting.
U gaat als volgt te werk:
- Vóor het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
-
De diepvrieswaren eruit halen en op een koele plaats bewaren. Koudeaccu (indien aanwezig) op de levenmiddelen leggen.
-
Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag nicht in de verlichting terechtkomen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.
- Diepvrieswaren wee in het apparaat leggen.
Uitvoering
Voor het reinigen kuren alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.
Glasplateaus eruit halen
De glasplateaus waar voren trekken en verwijderen.
Reservoir verwijderen
Afb. 9
Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Diepvrieslade verwijderen
Afb. 8
Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Verlichting (LED)
Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.
Reparaties aan deze verlichtingogens alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.
Energie bespare
Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat Niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
Warme gerechten en dranken eerst latent afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.
Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen.
- Deuren van het apparaat zo kort可想而知 openen.
- Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, dient de achechterkant van het apparaat af en toe gereinigd te worden.
- Indien aanwezig: Wandafstandhouser monteren om de geplande energiaopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een Kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werkking van het apparaat. Het energieverbruik kan dan iets hoger worden. De afstand van 75mm mag nicht worden overschreten.
De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparatusat.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Knakkende geluiden
Het automatische ontdooisystem treedt in werking.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat nicht waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.
Het apparaat staat gegen een andermeubel of apparaat
Het apparatus van het meubel of apparaat ernaat wegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald\ kunnen worden enzet ze eventueel\ opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geben om de storing te verhelppen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing Eventuele oorzaak Oplossing | ||
| De temperatuur wijkt erg af van deinstilling. | In sommige geallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minutes uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controlleden of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. | |
| De verlichtung functioneert nicht. | De LED verlichting is kapot. | Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”. |
| De deur stond te lang open. De verlichting wordt na ca. 10 minutenuitgeschakeld. | Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting wee. | |
| Gedimde verlichting van de bedieningselementen. | Wonneer het apparaat eenijdje Niet worden bediend, worden de indicateie van het bedieningspaneel op de energiespaarmodus gezet. | Zodra het apparaat waar in gebruik is, bijv. bij het openen van de deur, schakelt de indicateie waar op de normale verlichting om. |
| Geen enkele individatie brandt. | Stroomuitval; de zekering isuitgeschakeld; de stekker zich nicht goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. Controller of er stroom is. Controller de zekeringen. |
| Het alarmsignaal iste horen.De alarmtoets brandt.Afb. 2/2 | Storing - in diepvriesruimte is het te warm! | Om het alarmsignaal uit te schakelen de alarmtoets 2 indrukken. |
| De deur is geopend. Deur sluiten. | ||
| De be- en ontluchtingsopeningen+zijn afgedekt. | Afdekking verwijderen. | |
| Er werden te veel levensmiddelen in een keer ingeladen om in te vriezen. | Max. invriescapacitet nicht overschrijden. | |
| Nadat de storing is verholpen, gaat de alarmtoets na enigeijd UIT. | ||
| Het alarmsignaal ist te horen. De alarmtoets knippert. Afb. 2/2 | Storing - in de diepvriesruimte is het te warm! | Om het alarmsignaaluit te schakelen de alarmtoets 2 indrukken. De alarmtoets stopt met knipperen. |
| Gevaar voor de diepvrieswaren | AanwijzingHalf en geheel ontdooide diepvrieswaren+kunnen opnieuw worden ingevroen als vlees en vis Niet langer dan een dag, andere diepvrieswaren Niet langer dan drieragen warmer dan +3 °C waren. Als smoak, geur en uiterlijk onverandererdijken, dan hunnen de levensmiddelen na koken of braden opnieuw worden ingevroen. De maximale bewaartijd Niet meer ten volle benutten. | |
| De deur is geopend. Deur sluiten. | ||
| De be- en ontluchtingsopeningen�afgedekt. | Afdekking verwijderen. | |
| Er werden te veel levensmiddelen in eenkeer ingeladen om in te vriezen. | Max. invriescapacitet Niet overschrijden. | |
| Nadat de storing is verholpen, gaat de alarmtoets na enige tijd UIT. | ||
| De temperatuur in de diepvriesruimte ist te warm. | De deur van het apparaat ward te vaak geopend. | Deur van het apparaat Niet onnodig openen. |
| De be en ontluchtingsopeningen�afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Invriezen van grotere hoeveelheden verselevensmiddelen. | Max. invriescapacitet Niet overschrijden. | |
| De deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur worden nicht meer bereikt. | Er zit zo veel ijs op de verdamper dat het NoFrost-systeem Nietmeer volautomatisch ontdooit. | Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerd op een koeleplaats bewaren. Apparaat uitschakelen en van de wand wegchuiven. Deur van het apparat open lately. Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan dechterwand van het apparaat te lopen. Afb. 11 Om te voorkomen dat de dooiwateropvanschaal overloopt: het dooiwater met een spons opnemen. Als er geen dooiwater meer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat wee in werkung stellen. |
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kut u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparatusat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 12
Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kurz u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meer Kosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.


1
2



3

4

5

6
7
8


9
11


10
12
