EcoCOMPACT VSC FR 2462C 170 - Cv-ketel VAILLANT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EcoCOMPACT VSC FR 2462C 170 VAILLANT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Cv-ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EcoCOMPACT VSC FR 2462C 170 - VAILLANT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EcoCOMPACT VSC FR 2462C 170 van het merk VAILLANT.
GEBRUIKSAANWIJZING EcoCOMPACT VSC FR 2462C 170 VAILLANT
Bedienung 4 BEDEVoor de gebruiker Gebruiksaanwijzing ecoCOMPACT Compacte HR-gasketel BENL2 Gebruiksaanwijzing ecoCOMPACT 0020040939_02 Inhoudsopgave 1 Aanwijzingen bij de documentatie ...................... 3
2.1 Veiligheids- en waarschuwingsaanwijzingen .......4
2.1.1 Classificatie van de
waarschuwingsaanwijzingen ....................................4
2.1.2 Opbouw van waarschuwingsaanwijzingen ...........4
3 Aanwijzingen bij installatie en gebruik .............6
3.1 Fabrieksgarantie .........................................................6
3.2 Vereisten aan de installatieplaats ..........................7
3.5 Tips voor energiebesparing .....................................7
4.2 Maatregelen voor inbedrijfstelling ....................... 10
4.4 Instellingen voor de warmwaterbereiding ...........11
4.5 Instellingen voor CV-bedrijf ....................................12
4.5.1 Aanvoertemperatuur instellen (bij gebruik
van een regeltoestel) ................................................12
4.5.2 Aanvoertemperatuur instellen (geen
regeltoestel aangesloten)........................................12
4.5.3 CV-bedrijf uitschakelen (zomerbedrijf) ................13
4.6 Kamerthermostaat of weersafhankelijke
4.8.2 Storingen bij het ontbrandingsproces .................14
Toesteleigenschappen De Vaillant ecoCOMPACT-toestellen zijn compacte HR- gasketels met een geïntegreerde gelaagde warmwater- boiler. Aanbevolen garnituren Vaillant biedt voor de regulering van de ecoCOMPACT verschillende uitvoeringen van regelaars die aangeslo- ten kunnen worden op de schakellijst (klem BUS / 7-8-9) of ingestoken in het bedieningsfront. Uw installatiebedrijf adviseert u bij de keuze van een geschikt regeltoestel. Inhoudsopgave Toesteleigenschappen Aanbevolen garniturenGebruiksaanwijzing ecoCOMPACT 0020040939_02 3 1 Aanwijzingen bij de documentatie De volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de volledige documentatie. In combinatie met deze bedieningshandleidiing zijn nog andere documenten van toepassing. Voor schade die ontstaat door het niet naleven van deze handleidingen, kan Vaillant niet aansprakelijk gesteld worden. Aanvullend geldende documenten Houd bij de bediening van de ecoCOMPACT alle handlei- dingen aan, die horen bij andere componenten van uw installatie. Deze handleidingen zijn bij de betreffende componenten van de installatie meegeleverd.
1.1 Bewaren van de documenten
Bewaar deze bedieningshandleidiing en alle aanvullend geldende documenten zodanig dat ze direct ter beschik- king staan. Geef de documenten bij verhuizing of verkoop aan de volgende eigenaar.
1.2 Gebruikte symbolen
Hieronder worden de in de tekst gebruikte symbolen verklaard:
Symbool voor een gevaar onmiddellijk levensgevaar gevaar voor zwaar letsel gevaar voor licht letsel
Symbool voor een gevaar levensgevaar door elektrische schok–
Symbool voor een gevaar risico op materiële schade risico op milieuschade
Symbool voor een nuttige aanvullende aan- wijzing en informatie > Symbool voor een vereiste activiteit
1.3 Geldigheid van de handleiding
Deze bedieningshandleiding geldt uitsluitend voor toe- stellen met de volgende artikelnummers:
Het artikelnummer van uw toestel kunt u vinden op het typeplaatje.
Met de CE-markering wordt aangegeven dat de toestel- len volgens het typeplaatje voldoen aan de fundamen- tele vereisten van de geldende richtlijnen.
Bij de ecoCOMPACT-toestellen is het typeplaatje boven op de isoleerplaat van de boiler aangebracht. Neem de plaat onder de schakelkastdeur weg. Afb. 1,1 Typeplaatje (voorbeeld) 1 Serienummer 2 Type-aanduiding 3 Identificatie van de typetoelating 4 Technische gegevens van het toestel
Aanwijzingen bij de documentatie 1 BENL4 Gebruiksaanwijzing ecoCOMPACT 0020040939_02 2 Veiligheid
2.1 Veiligheids- en waarschuwingsaanwijzingen
Neem tijdens de bediening de algemene veiligheids- en waarschuwingsaanwijzingen in acht die voor han- delingen kunnen staan.
2.1.1 Classificatie van de
waarschuwingsaanwijzingen De waarschuwingsaanwijzingen zijn als volgt vastgelegd met waarschuwingssymbolen en signaalwoorden die betrekking hebben op mogelijke gevaren: Waarschu-wingssymboolSignaal-woordToelichting Gevaarlijk! Direct levensgevaar of gevaar voor ernstig lichamelijk letsel Gevaarlijk! Levensgevaar door elektrische schok Waarschu-wing!Gevaar voor lichte lichamelijke letsels Wees voor-zichtig!Kans op materiële schade of mili-euvervuiling
2.1.2 Opbouw van waarschuwingsaanwijzingen
Waarschuwingsaanwijzingen herkent u aan de bovenste en onderste scheidingslijn. Ze zijn volgens het onder- staande principe opgebouwd:
Signaalwoord! Gevarensoort en -bron! Toelichting van de gevarensoort en -bron Maatregelen voor het afwenden van gevaar
2.2 Gebruik volgens de bestemming
De Vaillant compacte gasketels ecoCOMPACT zijn gebouwd volgens de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Desondanks kunnen bij ondeskundig of onreglementair gebruik gevaren voor lijf en leven van de gebruiker of derden, resp. schade aan het toestel en andere waardevolle voorwerpen ontstaan.
Dit toestel is niet bedoeld om door personen (met inbe- grip van kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vaardigheden of gebrek aan ervaring en/of ontbrekende kennis gebruikt te worden, tenzij zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of die hen in het gebruik van het toestel geïnstrueerd heeft. Kinderen mogen zich uitsluitend onder toezicht in de buurt van het toestel bevinden om te voorkomen dat zij met het toestel spelen. De toestellen zijn ontworpen als warmteopwekker voor gesloten warmwater-CV-installaties en voor de centrale warmwaterfunctie. Een ander of daarvan afwijkend gebruik is niet conform de voorschriften. Voor schade die hieruit voortvloeit, kan de fabrikant/leverancier niet aansprakelijk worden gesteld. Uitsluitend de gebruiker is hiervoor verantwoordelijk. Tot het gebruik conform de voorschriften horen ook het in acht nemen van de bedieningshandleiding, de installa- tiehandleiding en alle andere geldende documenten, als- mede het naleven van de inspectie- en onderhoudsvoor- schriften. Elk misbruik is verboden. De toestellen moeten worden geïnstalleerd door een erkend installateur die verantwoordelijk is voor de nale- ving van de bestaande voorschriften, regels en richt- lijnen.
2.3 Basis veiligheidsinstructies
Neem altijd de volgende veiligheidsvoorschriften in acht. Handelwijze in noodgevallen bij gaslucht Door een storing kan er gasgeur optreden die tot vergif- tigings- en explosiegevaar leidt. Bij gaslucht in gebou- wen handelt u als volgt: Vermijd ruimtes met gaslucht. Doe, indien mogelijk, deuren en ramen wijd open en zorg voor doortocht. Vermijd open vuur (bv. aansteker, lucifer). Niet roken. Bedien geen elektrische schakelaars, geen stekkers, geen deurbellen, geen telefoons en andere communi- catiesystemen in huis. Sluit de gasteller-afsluitkraan of de hoofdkraan. Sluit, indien mogelijk, de gaskraan op het toestel. Waarschuw andere huisbewoners door te roepen of aan te kloppen. Verlaat het gebouw. Verlaat bij hoorbaar uitstromen van gas onmiddellijk het gebouw en voorkom dat derden het gebouw bet- reden. Alarmeer de brandweer en politie buiten het gebouw. Neem contact op met de storingsdienst van het ener- giebedrijf vanaf een telefoonaansluiting buiten het huis.
2 VeiligheidGebruiksaanwijzing ecoCOMPACT 0020040939_02 5 Handelwijze in noodgevallen bij gaslucht Door een storing kan gaslucht uittreden en tot vergifti- gingsgevaar leiden. Bij gaslucht in gebouwen handelt u als volgt: Doe, indien mogelijk, deuren en ramen wijd open en zorg voor doortocht. Schakel het compacte gastoestel uit. Opstelling en instelling Het toestel mag uitsluitend door een erkend installateur worden geïnstalleerd. Die is ook verantwoordelijk voor de deskundige installatie en inbedrijfname. Deze installateur is eveneens bevoegd voor inspectie, onderhoud en reparatie van het toestel en voor wijzigin- gen van de ingestelde gashoeveelheid. Verkeerd functioneren voorkomen Om verkeerd functioneren en daaruit resulterend vergif- tigings- en explosiegevaar te voorkomen, moet u het volgende respecteren: Stel veiligheidsinrichtingen nooit buiten werking. Manipuleer geen veiligheidsinrichtingen. Voer geen veranderingen uit: aan het toestel in de omgeving van het toestel, aan de toevoerleidingen voor gas, verbran- dingslucht, water en spanning, aan de veiligheidsklep en de afvoerleiding voor het verwarmingswater en aan de afvoerleidingen voor rookgas. Ontploffingsgevaar voorkomen Ontploffingsgevaar ontstaat door ontvlambare gas- luchtmengsels! Daarom moet u op het volgende letten: Explosieve of licht ontvlambare stoffen (bijv. benzine, verf enz.) niet in de plaatsingsruimte van het toestel gebruiken of opslaan. Gevaar voor lichamelijk letsel door verbranding voorkomen Let op: Uit de warmwaterkraan stromend water kan heet zijn. Schade door ondeskundige veranderingen aan het toestel vermijden Let op het volgende: Voer in geen geval zelf wijzigingen of handelingen aan het compacte HR-toestel of aan andere delen van de installatie uit. Probeer nooit onderhoud of reparaties aan het toestel zelf uit te voeren. Beschadig of verwijder geen verzegelingen van bouw- delen. Alleen erkende installateurs en de service- dienst van de fabriek zijn geautoriseerd, verzegelde onderdelen te veranderen.
Schade door ondeskundige veranderingen in de omgeving van het toestel voorkomen. Voor bouwconstructies in de omgeving van het toestel, voor zover die een invloed op de bedrijfsveiligheid van het toestel kunnen hebben, geldt een veranderingsver- bod. Voor wijzigingen aan het toestel of in de omgeving ervan moet u in elk geval een beroep doen op de erkende installateur. Voor wijzigingen aan het toestel of in de omgeving ervan moet u in elk geval contact opnemen met de erkende installateur. Voorbeelden: Een kastachtige mantel van het toestel valt onder de betreffende uitvoeringsvoorschriften. Bekleed nooit eigenmachtig het toestel. Vraag uw installateur om informatie, als u een derge- lijke mantel wenst. Openingen voor ventilatie. Deze moeten vrij zijn. Let erop dat bv. afdekkingen van de openingen bij werkzaamheden opnieuw verwijderd worden. Materiële schade door corrosie Om corrosie aan het toestel en ook in de rookgasinstal- latie te voorkomen, moet u op het volgende letten: Gebruik geen sprays, oplosmiddelen, chloorhoudende reinigingsmiddelen, verf, lijm etc. in de omgeving van het toestel. Deze stoffen kunnen onder ongunstige omstandigheden corrosie tot gevolg hebben. Vermijd schade door bevriezing Bij uitval van de stroomvoorziening of bij een te lage instelling van de kamertemperatuur in afzonderlijke ver- trekken kan niet worden uitgesloten dat gedeelten van de CV-installatie door vorst beschadigd worden. Verzeker u ervan dat, als u tijdens een vorstperiode afwezig bent, de cv-installatie in bedrijf blijft en de kamers voldoende op temperatuur worden gehouden. Houd u beslist aan de aanwijzingen voor vorstbeveili- ging in hoofdstuk 4.10. Gedrag bij lekkage in de tapwaterleidingen Let op het volgende: Sluit bij lekkages in de warmwaterleidingen tussen toestel en tappunten meteen de koudwaterstopkraan. Laat de lekkage door een erkend installateur verhel- pen. Bij ecoCOMPACT-toestellen is de koudwaterstopkraan niet bij de levering van het toestel inbegrepen. Vraag uw installateur, waar hij een deze heeft gemon- teerd.
Veiligheid 2 BENL6 Gebruiksaanwijzing ecoCOMPACT 0020040939_02 Schade door lage installatiedruk van de verwarmingsinstallatie vermijden Om het gebruik van de installatie met een te kleine hoe- veelheid water te vermijden en om te voorkomen dat daardoor schade ontstaat, moet u op het volgende let- ten: Controleer regelmatig de waterdruk van de CV-instal- latie. Houd u beslist aan de aanwijzingen voor installatie- druk in hoofdstuk 4.2.2. Bedrijf bij spanningsuitval in stand houden Uw installateur heeft uw toestel bij installatie aangeslo- ten op het elektriciteitsnet. Bij uitval van de voedingsspanning kan niet worden uit- gesloten, dat deelsectoren van de verwarmingsinstalla- tie door vorst beschadigd raken. indien u het toestel bij netspanningsuitval via een nood- stroomaggregaat bedrijfsgereed wilt houden, moet u op het volgende letten: Waarborg, dat het noodstroomaggregaat qua tech- nische waarden (frequentie, spanning, aarding) met het spanningsnet overeenkomt. Laat u hiervoor door een installateur adviseren.
3 Aanwijzingen bij installatie en gebruik
3.1 Fabrieksgarantie
De producten van de NV Vaillant zijn gewaarborgd tegen alle materiaal- en constructiefouten voor een periode van twee jaar vanaf de datum vermeld op het aankoopfactuur dat u heel nauwkeurig dient bij te hou- den. De waarborg geldt alleen onder de volgende voorwaar- den :
1. Het toestel moet door een erkend gekwalificeerd
vakman geplaatst worden, onder zijn volledige ver- antwoordelijkheid, en zal erop letten dat de nor- men en installatievoorschriften nageleefd worden.
2. Het is enkel aan de technici van de Vaillant fabriek
toegelaten om herstellingen of wijzigingen aan het toestel onder garantie uit te voeren, opdat de waarborg van toepassing zou blijven. De originele onderdelen moeten in het Vaillant-toestel gemon- teerd zijn, zoniet wordt de waarborg geannuleerd.
3. Teneinde de waarborg te laten gelden, moet u ons
de garantiekaart volledig ingevuld, ondertekend en gefrankeerd terugzenden binnen de veertien dagen na de installatie! De waarborg wordt niet toegekend indien de slechte werking van het toestel het gevolg is van een slechte regeling, door het gebruik van een niet overeenkomstige energie, een verkeerde of gebrekkige installatie, de niet- naleving van de gebruiksaanwijzing die bij het toestel gevoegd is, door het niet opvolgen van de normen betreffende de installatievoorschriften, het type van lokaal of verluchting, verwaarlozing, overbelasting, bev- riezing, elke normale slijtage of elke handeling van over- macht. In dit geval zullen onze prestaties en de gele- verde onderdelen aangerekend worden. Bij facturatie, opgesteld volgens de algemene voorwaarden van de na- verkoop-dienst, wordt deze steeds opgemaakt op de naam van de persoon die de oproep heeft verricht en/of de naam van de persoon bij wie het werk is uitgevoerd, behoudens voorafgaand schriftelijk akkoord van een derde persoon (bv. huurder, eigenaar, syndic, enz.) die deze factuur uitdrukkelijk ten zijne laste neemt. Het fac- tuurbedrag zal contant betaald moeten worden aan de fabriekstechnicus die het werk heeft uitgevoerd. Het herstellen of vervangen van onderdelen tijdens de garantieperiode heeft geen verlenging van de waarborg tot gevolg. De toekenning van garantie sluit elke betaling van scha- devergoeding uit en dit tot voor om het even welke reden ze ook gevraagd wordt. Voor elk verschil, zijn enkel de Tribunalen van het district waar de hoofdzetel van de vennootschap gevestigd is, bevoegd. Om alle functies van het Vaillant toestel op termijn vast te stel- len en om de toegelaten toestand niet te veranderen, mogen bij onderhoud en herstellingen enkel nog origi- nele Vaillant onderdelen gebruikt worden. 2 Veiligheid 3 Aanwijzingen bij installatie en gebruikGebruiksaanwijzing ecoCOMPACT 0020040939_02 7
3.2 Vereisten aan de installatieplaats
De Vaillant compacte gasketels ecoCOMPACT moeten zodanig op de vloer staand worden geïnstalleerd, dat de afvoer van het condenswater en de verbrandingslucht- toevoer/rookgasafvoer mogelijk zijn. Ze kunnen geïnstalleerd worden in bijvoorbeeld kelder- ruimtes, bergruimtes of ruimtes bestemd voor meerdere doeleinden. Vraag uw installateur welke geldende natio- nale voorschriften in acht genomen moeten worden. De installatieplaats moet permanent vorstvrij zijn. Als u dit niet kunt garanderen, neem dan de in deel 4.10 ver- melde vorstbeveiligingsmaatregelen in acht.
Een afstand van het toestel tot componenten van brandbaar materiaal resp. naar brand- bare onderdelen is niet vereist, omdat bij het nominale warmtevermogen van het toestel aan het behuizingsoppervlak een lagere tem- peratuur voorhanden is dan de max. toeges- tane temperatuur van 85 °C.
Wees voorzichtig! Materiële schade door verkeerd onderhoud! Niet geschikte reinigingsmiddelen hebben schade aan de buitendelen en de mantel van het toestel tot gevolg. Gebruik geen schu- rende of oplossende reinigingsmiddelen (alle soorten schuurmiddelen, benzine e.d.). Reinig het toestel met een vochtige, evt. in zeepwater gedrenkte doek.
3.4 Recycling en afvoer
De Vaillant compacte gasketel ecoCOMPACT en de bij- behorende transportverpakking bestaan voor het grootste deel uit recycleerbaar materiaal.
De Vaillant compacte gasketel ecoCOMPACT en de gar- nituren behoren niet tot het huishoudelijk afval. Zorg ervoor dat het oude toestel en eventuele garnituren op een verantwoorde manier worden afgevoerd.
Het afvoeren van de transportverpakking kunt u het beste overlaten aan de installateur die het toestel geïnstalleerd heeft.
U dient de toepasselijke nationale wettelijke voorschriften in acht te nemen.
3.5 Tips voor energiebesparing
Inbouw van een weersafhankelijke CV-regeling Weersafhankelijke CV-regelingen regelen de CV-aanvo- ertemperatuur afhankelijk van de buitentemperatuur. Er wordt niet meer warmte opgewekt dan nodig. Hiervoor moet op de weersafhankelijke regeling de CV-aanvoer- temperatuur worden ingesteld, die bij een bepaalde bui- tentemperatuur gewenst is. Deze instelling mag niet hoger zijn dan noodzakelijk is voor de configuratie van de CV-installatie. Normaal voert uw installateur de juiste instellingen uit. Door geïntegreerde tijdprogramma's worden de gewen- ste verwarmings- en afkoelingsfases (bijv. 's nachts) automatisch in- en uitgeschakeld. Weersafhankelijke CV-regelingen vormen in combinatie met thermostaatkranen momenteel de comfortabelste vorm van CV-regeling. Afkoeling van de CV-installatie Verlaag de kamertemperatuur tijdens de nachtrust en als u niet thuis bent. Dit kunt u gemakkelijk en betrouw- baar realiseren met behulp van kamerthermostaten met instelbare tijdprogramma's. Stel de kamertemperatuur tijdens de minimale-tempera- tuurtijden ca. 5 °C lager in dan tijdens de maximale tem- peratuurtijden. Met een afkoeling van meer dan 5 °C bespaart u niet meer energie, aangezien dan voor de volgende maximale temperatuurperiode een hogere ver- warmingscapaciteit nodig is. Alleen bij langere afwezig- heid, zoals bijv. vakantie, loont het zich de temperaturen verder te verlagen. Let er echter wel op, dat er in de winter voldoende vorstbeveiliging is gegarandeerd. Kamertemperatuur Stel de kamertemperatuur niet hoger in dan net voldo- ende is om u comfortabel te voelen. Iedere graad daar- boven betekent een hoger energieverbruik van onge- veer 6 %. Houd bij het instellen van de kamertemperatuur ook rekening met het gebruik van de kamer. Zo is het bij- voorbeeld in het normale geval niet nodig slaapkamers of weinig gebruikte kamers op 20 °C te verwarmen. Instellen van de bedrijfsfunctie In het warme jaargetijde, als de woning niet hoeft te worden verwarmd, adviseren wij de verwarming op zomerfunctie te zetten. De CV-functie is dan uitgeschakeld, maar het toestel of de installatie blijft in bedrijf voor de warmwaterfunctie. Aanwijzingen bij installatie en gebruik 3 BENL8 Gebruiksaanwijzing ecoCOMPACT 0020040939_02 Gelijkmatig verwarmen Vaak wordt in een woning slechts één kamer verwarmd met de centrale verwarming. Via de oppervlaktes die deze kamer omgeven, zoals wanden, deuren, ramen, pla- fond en vloer worden onverwarmde aangrenzende kamers ongecontroleerd meeverwarmd en gaat er onbe- doeld warmte-energie verloren. Het vermogen van de radiator in deze ene verwarmde kamer is voor een der- gelijk gebruik natuurlijk niet meer voldoende. Het gevolg is dat de kamer niet meer voldoende wordt verwarmd en deze onbehaaglijk koud aanvoelt (overi- gens ontstaat hetzelfde effect, als er deuren openstaan tussen de verwarmde kamer en niet of beperkt ver- warmde kamers). Dit is verkeerde zuinigheid: de verwarming staat aan en toch is het in de kamer niet behaaglijk warm. Een groter verwarmingscomfort en een meer efficiënt gebruik wordt bereikt als alle kamers in een woning gelijkmatig en in overeenstemming met het gebruik worden ver- warmd. Overigens kan ook het bouwmateriaal nadelig worden beïnvloed als delen van het pand niet of onvoldoende worden verwarmd. Thermostaatkranen en kamerthermostaten Het zou vandaag de dag vanzelfsprekend moeten zijn om op alle radiatoren thermostaatkranen te plaatsen. Ze zorgen ervoor dat de eenmaal ingestelde kamertem- peratuur exact wordt aangehouden. Met behulp van thermostaatkranen in combinatie met een kamerther- mostaat (of weersafhankelijke regeling) kunt u de kamertemperatuur aanpassen aan uw individuele beho- eftes en bent u zeker van een efficiënt gebruik van uw CV-installatie. Laat in de kamer, waarin zich de kamerthermostaat bevindt, steeds alle radiatorkranen volledig geopend, aangezien de beide regelingen elkaar anders over en weer beïnvloeden en de regelkwaliteit kan worden beperkt. Vaak kan het volgende gebruikersgedrag worden geconstateerd: als het in de kamer te warm wordt, wor- den de thermostaatkranen dichtgedraaid (of de kamer- thermostaat op een lagere temperatuur gezet). Als het na een tijdje weer te koud wordt, wordt de thermostaat- kraan weer opengedraaid. Dit is niet nodig aangezien de temperatuurregulering wordt overgenomen door de thermostaatkraan zelf. Als de kamertemperatuur boven de op de sensorkop inge- stelde waarde stijgt, sluit de thermostaatkraan automa- tisch en bij het dalen onder de ingestelde waarde opent deze weer. Regelapparatuur niet afdekken Zorg ervoor dat de regelapparatuur niet wordt afgedekt door meubels, gordijnen of andere voorwerpen. De cir- culerende kamerlucht moet ongehinderd kunnen worden gedetecteerd. Afgedekte thermostaatkranen kunnen met afstandssensoren worden uitgerust en blijven daar- door werken. Gepaste warmwatertemperatuur Het warme water dient slechts zover opgewarmd te worden als het voor het gebruik nodig is. Elke verdere opwarming leidt tot onnodig energieverbruik. Warmwa- tertemperaturen van meer dan 60 °C leiden bovendien tot versterkte kalkaanslag. Bewuste omgang met water Door bewust om te gaan met water kunnen de verbru- ikskosten duidelijk dalen. Bijvoorbeeld douchen in plaats van een bad nemen: ter- wijl voor een bad ca. 150 liter water nodig is, heeft een met moderne, waterbesparende mengkraan uitgeruste douche slechts ca. een derde van deze hoeveelheid nodig. Overigens: een druppelende waterkraan verspilt tot 2000 liter water, een lekkende toiletspoeling tot 4000 liter water per jaar. Daarentegen kost een nieuwe pakking slechts een paar eurocent. Circulatiepompen alleen indien nodig laten draaien Vaak zijn warmwaterleidingsystemen uitgerust met zogenoemde circulatiepompen. Deze zorgen voor een voortdurende circulatie van warmwater in het leiding- systeem, zodat ook bij veraf gelegen tappunten meteen warm water ter beschikking staat. Ook in combinatie met de Vaillant ecoCOMPACT kunnen dergelijke circulatiepompen gebruikt worden. Deze zor- gen ongetwijfeld voor een comfortverhoging bij de warmwaterbereiding. Denk er echter aan, dat deze pom- pen stroom verbruiken. Bovendien koelt het ongebruikt circulerende warmwater op zijn weg door de pijpleidin- gen af en moet dan weer bijverwarmd worden. Circula- tiepompen moeten daarom slechts bij tijd en wijle gebruikt worden, namelijk wanneer daadwerkelijk warm- water in het huishouden nodig is. Met behulp van schakelklokken waarmee de meeste cir- culatiepompen zijn uitgerust resp. uitgebreid kunnen worden, kunnen individuele tijdprogramma's ingesteld worden. Vaak bieden ook weersafhankelijke regelaars via extra functies de mogelijkheid circulatiepompen tijdafhankelijk te regelen. Vraag uw installateur. Ventileren van de woning Open tijdens het verwarmen de ramen alleen om te ven- tileren en niet om de temperatuur te regelen. Het raam gedurende korte tijd helemaal openzetten is effectiever en bespaart meer energie dan een langdurig op een kier openstaand raam. Daarom adviseren wij, de ramen gedurende korte tijd volledig te openen. Sluit tijdens het ventileren alle thermostaatkranen die zich in de kamer bevinden en/of zet, als deze aanwezig is, de kamerther- mostaat op de minimale temperatuur. Door deze maat- regelen is voldoende ventilatie gegarandeerd, zonder onnodige afkoeling en energieverlies (bijv. door onbedo- eld inschakelen van de verwarming tijdens het ven- tileren). 3 Aanwijzingen bij installatie en gebruikGebruiksaanwijzing ecoCOMPACT 0020040939_02 9 4 Bediening
4.1 Overzicht van de bedieningselementenDe bedieningselementen zijn na openen van de mantel-deur toegankelijk.
Afb. 4.1 Manteldeur openen De manteldeur kan voor aanpassing aan de plaatselijke omstandigheden rechts of links de aanslag hebben. bar
Afb. 4.2 BedieningselementenDe bedieningselementen hebben de volgende functies:1 Display voor weergave van de actuele tempera-tuur, bedrijfsmodus of bepaalde extra informatie2 Toets "i" voor oproepen van informatie3 Inbouwregelaar (accessoires)4 Manometer voor weergave van vul- of bedrijfs-druk in de CV-installatie5 Hoofdschakelaar voor in- en uitschakelen van toestel6 Weergave van boilertemperatuurToets „+” voor verder bladeren van displayweer-gave (voor de installateur bij instelwerkzaamhe-den en foutopsporing)7 Weergave van druk in de CV-installatieToets „-” voor terugbladeren van displayweer-gave (voor de installateur bij instelwerkzaamhe-den en foutopsporing)8 Toets "Reset" voor terugzetten van bepaalde storingen9 Draaiknop voor instellen van de CV-aanvoertem-peratuur10 Draaiknop voor instellen van de boilertempera- tuur Digitaal Informatie- en Analyse-systeem (DIA-systeem) bar
Afb. 4.3 Display van DIA-systeemUw toestel is uitgerust met een Digitaal Informatie- en Analyse-systeem (DIA-systeem). Dit systeem geeft u informatie over de bedrijfstoestand van uw toestel en helpt u bij het verhelpen van storingen. Bediening 4 BENL10 Gebruiksaanwijzing ecoCOMPACT 0020040939_02 Bij normaal bedrijf van het toestel wordt in het display (1) van het DIA-systeem de actuele CV-aanvoertempera- tuur aangeduid (in het voorbeeld 45 °C). In het geval van een storing wordt de weergave van de temperatuur vervangen door de betreffende storingscode. Bovendien geven de weergegeven symbolen de volgende informatie: 1 Weergave van de actuele CV-aanvoertempera- tuur of weergave van een status- of storings- code Storing in het verbrandingslucht-/rookgastraject Storing in het verbrandingslucht-/rookgastraject Verwarmingsbedrijf actief permanent aan: bedrijfsmodus CV-functie knippert: branderwachttijd actief Warmwaterbereiding actief permanent aan: bedrijfsmodus boilerlading standby knippert: boilerlading is in bedrijf, bran- der aan CV-pomp is in bedrijf Intern gasventiel wordt aangestuurd Vlam met kruis: storing tijdens het branderbedrijf; toestel is uitgeschakeld Vlam zonder kruis:
4.2 Maatregelen voor inbedrijfstelling
De afsluitkranen worden niet meegeleverd met uw toestel. Ze worden apart door de installateur geïnstalleerd. Deze dient u toe- lichting te geven bij de positie en het gebruik van deze componenten. Open de gaskraan door deze in te drukken en tot de aanslag linksom te draaien. Controleer of alle stopkranen geopend zijn. Dit is het geval, wanneer de inkeping in het vierkant van de stopkranen overeenstemt met de pijpleidingrichting. Mochten de stopkranen gesloten zijn, dan kunnen
deze met behulp van een steeksleutel door een kwartslag naar rechts of links geopend worden. Open de koudwaterstopkraan door deze tot de aans- lag linksom te draaien. Vul de warmwaterboiler in de compacte gasketel met water. Open daarvoor een warmwaterkraan bij een tappunt tot daar water zonder luchtbellen naar buiten stroomt.
bar Afb. 4.4 Vuldruk van de CV-installatie controleren Controleer vóór de inbedrijfstelling de vuldruk van de installatie op de manometer (1). Voor een correct bedrijf van de CV-installatie moet bij koude installatie de wijzer op de manometer in het don- kergijze gebied staan. Dit komt overeen met een vuldruk tussen 1,0 en 2,0 bar. Staat de wijzer in het lichtgrijze bereik (< 0,8 bar), dan moet vóór de inbedrijfstelling water bijgevuld worden.
Wanneer u op de toets „-“ (2) drukt, wordt de actuele vuldruk (in bar) op het display getoond.
Om het gebruik van de installatie met een te kleine hoeveelheid water te vermijden en om te voorkomen dat daardoor schade ontstaat, beschikt uw toestel over een waterdruksen- sor. Daalt de druk beneden een bepaalde waarde, dan schakelt uw toestel uit. Op het display verschijnt de foutmelding „F.23“ of „F.24“. Om het toestel weer in bedrijf te nemen, moet de installatie eerst met water worden gevuld. Als de CV-installatie zich over meerdere etages uit- strekt, kan een hogere waterdruk van de installatie nodig zijn. Vraag hiervoor uw installateur.
4 BedieningGebruiksaanwijzing ecoCOMPACT 0020040939_02 11
Wees voorzichtig! Materiële schade bij niet gevulde verwar- mingsinstallatie! Pomp en warmtewisselaar kunnen beschadigd raken, wanneer de hoofdschakelaar bij niet gevulde boiler en niet voldoende gevulde ver- warmingsinstallatie wordt ingeschakeld. Vul de boiler van het toestel (zie paragraaf
Vul de verwarmingsinstallatie (zie para- graaf 4.2.2). Schakel pas dan de aan/uit-schakelaar in. bar
Afb. 4.5 Toestel inschakelen Met de hoofdschakelaar (1) kunt u het toestel in- en uitschakelen. I: „AAN“ 0: „UIT“ Wanneer de hoofdschakelaar (1) zich in stand „I” bevindt, is het toestel ingeschakeld. Op het display (2) verschijnt de standaardweergave van het Digitale Infor- matie- en Analyse-systeem (details zie deel 4.1). Lees voor de instelling van het toestel volgens uw beho- eften de delen 4.4 en 4.5, waarin de instelmogelijkheden voor de warmwaterbereiding en het CV-bedrijf worden beschreven.
Wees voorzichtig! Materiële schade door vorst! Vorstbeveiligings- en bewakingsinrichtingen zijn alleen actief, wanneer geen scheiding van het voedingsnet is opgetreden. Verbreek nooit de verbinding van het toestel met het elektriciteitsnet. Schakel de aan/uit-schakelaar van het toestel in stand „I“.
Om ervoor te zorgen dat de veiligheidsinrichtingen actief blijven, moet u uw compacte gasketel met de reg- elapparatuur in- en uitschakelen (informatie daarover vindt u in de betreffende bedieningshandleiding). Hoe u uw compacte gasketel helemaal buiten werking kunt zetten, leest u in deel 4.9.
4.4 Instellingen voor de warmwaterbereiding
Wees voorzichtig! Materiële schade door kalkaanslag! Bij een waterhardheid van meer dan
(10 °dH) bestaat gevaar voor kalkaanslag. Zet de draaiknop (3) maximaal in de mid- denstand. bar
Afb. 4.6 Instelling van de boilertemperatuur Voor een comfortabele warmwaterbereiding is in de ecoCOMPACT-toestellen een warmwaterboiler geïn- tegreerd. De boilertemperatuur kan met de draaiknop (3) traploos ingesteld worden. Voor de instelling gaat u als volgt te werk: Stel de draaiknop (3) op de gewenste temperatuur in. Daarbij betekent: Linkeraanslag, vorstbeveiliging Minimaal instelbare watertemperatuur 15 °C Rechteraanslag Maximaal instelbare watertemperatuur 40 °C Bij het instellen van de gewenste temperatuur wordt deze waarde in het display (2) van het DIA-systeem getoond. Na ca. vijf seconden verdwijnt deze weergave en ver- schijnt op het display weer de standaardweergave (actuele CV-aanvoertemperatuur).
Uit economische en hygiënische overwegin- gen (b.v. legionellabacteriën) adviseren wij instelling op 60 °C.
Bediening 4 BENL12 Gebruiksaanwijzing ecoCOMPACT 0020040939_02
Wanneer u op de toets „+“ (1) drukt, wordt 5 seconden lang de actuele boilertempera- tuur getoond.
4.4.1 Warm water aftappen
Open een warmwaterkraan bij een tappunt (wasbak, douche, bad etc.). Het warmwater wordt uit de geïn- tegreerde warmwaterboiler getapt. Komt de boilertemperatuur beneden de ingestelde waarde, dan treedt het toestel automatisch in bedrijf en warmt de boiler bij. Tijdens de boilerlading knippert in het display (2) de weergave , zie afbeelding 4.6. Bij bereiken van de door u ingestelde boilertemperatuur schakelt het toestel automatisch uit. De pomp loopt nog een korte tijd na.
4.4.2 Warmwaterbereiding uitschakelen
U kunt de warmwaterbereiding uitschakelen, maar de CV-functie verder in bedrijf laten. Draai hiervoor de draaiknop (3) voor instelling van de warmwatertemperatuur helemaal naar links, zie afbe- elding 4.6. De vorstbeveiligingsfunctie voor de boiler blijft actief. In het display (2) wordt gedurende ca. vijf seconden een boilertemperatuur van 15 °C getoond.
4.5 Instellingen voor CV-bedrijf
4.5.1 Aanvoertemperatuur instellen (bij gebruik van
een regeltoestel) bar
Afb. 4.7 Aanvoertemperatuur instellen bij gebruik van een regeltoestel Overeenkomstig de Duitse verordening betreffende energiebesparende eisen aan CV-technische installa- ties en warmwaterinstallaties (HeizAnlV) moet uw CV-installatie uitgerust zijn met een weersafhankelijke regeling of een kamerthermostaat. In dit geval moet de volgende instelling uitgevoerd wor- den:
Zet de draaiknop (1) voor instelling van de CV-aanvo- ertemperatuur helemaal naar rechts. De aanvoertemperatuur wordt automatisch ingesteld door het regeltoestel (informatie daarover vindt u in de betreffende bedieningshandleiding).
4.5.2 Aanvoertemperatuur instellen (geen
regeltoestel aangesloten) bar
Afb. 4.8 Aanvoertemperatuur instellen zonder regeltoestel Als geen regeltoestel aanwezig is, stelt u de aanvoer- temperatuur op de draaiknop (1) overeenkomstig de betreffende buitentemperatuur in. Daarbij adviseren wij de volgende instellingen: stand links (echter niet totaan de aanslag) in de overgangstijd: buitentemperatuur ca. 10 tot 20 °C stand midden bij matige kou: buitentemperatuur ca. 0 tot 10 °C stand rechts bij sterke kou: buitentemperatuur ca. 0 tot –15 °C Bij het instellen van de temperatuur wordt de ingestelde temperatuur in het display (2) van het DIA-systeem getoond. Na ca. vijf seconden verdwijnt deze weergave en verschijnt op het display weer de standaardweergave (actuele CV-aanvoertemperatuur). Normaal kan de draaiknop (1) traploos worden ingesteld tot een aanvoertemperatuur van 75 °C. Als u echter hogere waarden kunt instellen op uw toestel, dan heeft uw installateur een zodanige afstelling uitgevoerd, dat uw CV-installatie ook met aanvoertemperaturen tot 85 °C kan werken.
4 BedieningGebruiksaanwijzing ecoCOMPACT 0020040939_02 13
4.5.3 CV-bedrijf uitschakelen (zomerbedrijf)
Afb. 4.9 CV-bedrijf uitschakelen (zomerbedrijf) In de zomer kunt u het CV-bedrijf uitschakelen, maar de warmwaterbereiding verder in bedrijf laten. Draai hiervoor de draaiknop (1) voor instelling van de CV-aanvoertemperatuur helemaal naar links.
4.6 Kamerthermostaat of weersafhankelijke
Afb. 4.10 Kamerthermostaat/weersafhankelijke regelaar instel- len Stel de kamerthermostaat (1), de weersafhankelijke regelaar en de thermostaatkranen (2) volgens de betreffende bedieningshandleidingen van deze garni- turen in.
Afb. 4.11 Statusweergaven De statusweergave geeft u informatie over de bedri- jfstoestand van uw toestel. Activeer de statusweergaven door toets „i” (1) in te drukken. Op de display (2) verschijnt nu een weergave van de betreffende statuscodes, bijv. „S. 4“ voor branderbe- drijf. De betekenis van de belangrijkste statuscodes vindt u in de onderstaande tabel. Tijdens omschakelfases, bijv. na herstart door het uitbli- jven van de vlam, wordt kort de statusmelding „S.” weergegeven. Schakel de display door nogmaals indrukken van de toets „i” (1) weer in de normale modus terug. Weergave Betekenis Weergave tijdens CV-bedrijf S. 0 Geen warmtevraag S. 1 Ventilatoraanloop S. 2 Pompaanloop S. 3 Ontsteking S. 4 Branderbedrijf S. 5 Ventilator- en waterpompnaloop S. 6 Ventilatornaloop S. 7 Pompnaloop S. 8 Resterende branderwachttijd na CV-bedrijf Weergaven bij boilerlading S.20 Boilercyclusbedrijf actief S.21 Ventilatoraanloop S.23 Ontsteking S.24 Branderbedrijf S.25 Ventilator- en waterpompnaloop S.26 Ventilatornaloop S.27 Pompnaloop S.28 Branderblokkering na boilerlading Tabel 4.1 Statuscodes en hun betekenis
Bediening 4 BENL14 Gebruiksaanwijzing ecoCOMPACT 0020040939_02 Weergave Betekenis Weergaven van installatie-invloeden S.30 Kamerthermostaat blokkeert CV-bedrijf (regelaar op klemmen 3-4-5) S.31 Zomerbedrijf actief of eBUS-regelaar of inbouwti- mer blokkeert CV-bedrijf S.32 Vorstbeveiliging warmtewisselaar actief S.34 Vorstbeveiliging actief S.36 Continuregelaar/kamerthermostaat blokkeert CV-bedrijf (instelwaarde < 20 °C) S.41 Installatiedruk te hoog Tabel 4.1 Statuscodes en hun betekenis
4.8 Verhelpen van storingen
Als tijdens de werking van uw compacte gasketel proble- men optreden, kunt u de volgende punten zelf contro- leren. Geen warm water, verwarming blijft koud; toestel gaat niet in bedrijf: Zijn de gasafsluitklep aan de kant van het gebouw in de aanvoerleiding en de gasafsluitklep bij het toestel geopend (zie deel 4.2)? Is de koudwatervoorziening gewaarborgd zie deel 4.2)? Is de voedingsspanning bij het gebouw ingeschakeld? Is de hoofdschakelaar op de compacte gasketel inge- schakeld (zie deel 4.3)? Is de draaiknop op de compacte gasketel niet hele- maal naar links gedraaid, dus op vorstbeveiliging gezet (zie deel 4.4 en 4.5)? Is de vuldruk van de CV-installatie voldoende (zie deel
Zit er lucht in de CV-installatie (zie deel 4.8.4)? Is er sprake van een storing bij het ontbrandingspro- ces (zie deel 4.8.2)? Warmwaterbedrijf storingsvrij; CV gaat niet in bedrijf: Is er eigenlijk sprake van een warmtevraag door de externe regelaar (bijv. door regelaar type VRC) (zie deel 4.7)?
Wees voorzichtig! Gevaar voor beschadiging door ondeskun- dige veranderingen! Wanneer uw compacte HR-ketel na de con- trole van de bovengenoemde punten niet optimaal werkt, houdt dan het volgende aan: Probeer nooit zelf reparaties bij uw com- pacte gasketel uit te voeren. Schakel een erkende installateur in voor advies.
Het toestel schakelt op „Storing”, als de waterdruk in de CV-installatie te laag is. Deze storing wordt door de storingscodes „F.22” (droogkoken) of „F.23” of „F.24” (watergebrek/installatiedruk < 0,5 bar) weergegeven. Het toestel kan pas weer in bedrijf worden genomen, als de CV-installatie voldoende met water is gevuld (zie deel 4.8.4).
4.8.2 Storingen bij het ontbrandingsproces
Afb. 4.12 Reset Als na vijf ontstekingspogingen geen ontsteking van de brander volgt, schakelt het toestel niet in en schakelt naar „Storing”. Dit wordt aangegeven door de weergave van de storingscodes „F.28” of „F.29” op het display (1). Bovendien verschijnt in het display (1) een vlamsymbool met een kruis erdoor. Een hernieuwde automatische ontsteking vindt pas plaats na een handmatige „reset” door op de toets (2) te drukken. Druk voor „reset” op de resetknop (2) en houd deze ca. een seconde ingedrukt.
Wees voorzichtig! Gevaar voor beschadiging door ondeskun- dige veranderingen! Wanneer uw compacte gastoestel na de derde ontstoringspoging nog steeds niet in bedrijf gaat, houd dan het volgende aan: Probeer nooit zelf reparaties bij uw com- pacte gasketel uit te voeren. Schakel een erkende installateur in voor advies.
4 BedieningGebruiksaanwijzing ecoCOMPACT 0020040939_02 15
4.8.3 Storingen in het
verbrandingslucht-/rookgastraject De toestellen zijn uitgerust met een ventilator. Als de ventilator niet goed werkt schakelt het toestel de venti- lator uit. In het display verschijnen dan de symbolen en als- mede de foutmeldingen „F.32” en „F.37“.
Wees voorzichtig! Gevaar voor beschadiging door ondeskun- dige veranderingen! Bij de foutmeldingen „F.32” en „F.37” moet u een erkende installateur inschakelen. Probeer nooit zelf reparaties bij uw com- pacte gasketel uit te voeren.
Wees voorzichtig! Gevaar voor beschadiging door ondeskundig vullen! Door ondeskundig vullen kunnen beschadigin- gen aan afdichtingen en membranen, alsmede geluiden in CV-bedrijf ontstaan. Hiervoor en voor eventuele vervolgschade kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld. Gebruik voor het vullen van de CV-installa- tie uitsluitend schoon leidingwater. Gebruik geen chemische middelen zoals bijv. vorst- en corrosiewerende middelen (inhibitoren). bar
bar Afb. 4.13 Vuldruk van de CV-installatie controleren Voor een correct bedrijf van de CV-installatie moet bij koude installatie de wijzer op de manometer (1) in het
bereik tussen 1,0 en 2,0 bar vuldruk staan. Staat deze lager dan 0,75 bar, vul dan a.u.b. water bij.
Wanneer u op de toets „-“ (2) drukt, wordt 5 seconden lang de installatiedruk op het dis- play getoond. Als de CV-installatie zich over meerdere etages uit- strekt, kan een hogere waterdruk van de installatie nodig zijn. Vraag hiervoor uw installateur. Voor het vullen en bijvullen van de CV-installatie kunt u normaal leidingwater gebruiken. In uitzonderingsgeval- len bestaan er waterkwaliteiten, die onder omstandighe- den niet geschikt zijn voor het vullen van de CV-installa- tie (water met veel ijzer of kalk). Neem in een dergelijk geval contact op met een erkend installateur. Voor het vullen van de installatie gaat u als volgt te werk. Open alle thermostaatkranen van de installatie. Verbind de vulkraan van de installatie met behulp van een slang met een koudwatertapklep (uw installateur moet de vularmaturen aan u hebben getoond en het bujvullen of aftappen van de installatie hebben uitge- legd). Draai de vulkraan langzaam open. Draai de tapklep langzaam open en vul zolang water bij tot op de manometer (1) de noodzakelijke installa- tiedruk bereikt is. Sluit de tapklep. Ontlucht alle radiatoren. Controleer vervolgens op de manometer (1) de instal- latiedruk en vul evt. nogmaals water bij. Sluit de vulkraan en verwijder de vulslang.
4.9 Buitenbedrijfstelling
Afb. 4.14 Toestel uitschakelen Om uw compacte gasketel volledig buiten bedrijf te stellen, moet u de hoofdschakelaar (1) op stand „0” zetten.
Bediening 4 BENL16 Gebruiksaanwijzing ecoCOMPACT 0020040939_02
Wees voorzichtig! Materiële schade door vorst! Vorstbeveiligings- en bewakingsinrichtingen zijn alleen actief, wanneer geen scheiding van het voedingsnet is opgetreden. Verbreek nooit de verbinding van het toestel met het elektriciteitsnet. Schakel de aan/uit-schakelaar van het toestel in stand „I“. Om ervoor te zorgen dat de veiligheidsinrichtingen actief blijven, moet u uw compacte gasketel tijdens de normale bedrijfsfunctie met de regelapparatuur in- en uitschakelen (informatie daarover vindt u in de betref- fende bedieningshandleiding).
Bij langere buitenbedrijfstelling (bijv. vakan- tie) moet u bovendien de gasafsluitklep en de koudwaterafsluitklep sluiten. Let in dit verband ook op de instructies voor vorstbeveiliging in deel 4.10.
De afsluitkranen worden niet meegeleverd met uw toestel. Ze worden apart door de installateur geïnstalleerd. Vraag hem om informatie over positie en onderhoud van deze componenten.
Wees voorzichtig! Materiële schade door vorst! Vorstbeveiligings- en bewakingsinrichtingen zijn alleen actief, wanneer geen scheiding van het voedingsnet is opgetreden. Verbreek nooit de verbinding van het toestel met het elektriciteitsnet. Schakel de aan/uit-schakelaar van het toestel in stand „I“.
Wees voorzichtig! Gevaar voor beschadiging door ondeskundig vullen! Door ondeskundig vullen kunnen beschadigin- gen aan afdichtingen en membranen, alsmede geluiden in CV-bedrijf ontstaan. Hiervoor en voor eventuele vervolgschade kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld. Gebruik voor het vullen van de CV-installa- tie uitsluitend schoon leidingwater. Gebruik geen chemische middelen zoals bijv. vorst- en corrosiewerende middelen (inhibitoren).
De CV-installatie en de waterleidingen zijn voldoende tegen vorst beschermd, als de CV-installatie tijdens een vorstperiode ook in bedrijf blijft als u afwezig bent en de kamers voldoende op temperatuur blijven.
4.10.1 Vorstbeveiligingsfunctie
De compacte gasketel is - bij ingeschakelde hoofdscha- kelaar - met een vorstbeveiligingsfunctie uitgerust: als de CV-aanvoertemperatuur beneden 8 °C daalt, gaat de CV-pomp in bedrijf en circuleert het water in het CV- systeem. Als de CV-aanvoertemperatuur beneden 5 °C daalt, gaat het toestel in bedrijf en verwarmt het CV-cir- cuit naar ca. 30 °C. Als de boilertemperatuur - ook wanneer de warmwater- temperatuurschakelaar op 0 staat - beneden 10 °C daalt, wordt de boiler naar 15 °C verwarmd.
Wees voorzichtig! Gevaar voor bevriezing van delen van de hele installatie! De doorstroming van de hele CV-installatie kan met de vorstbeveiligingsfunctie niet wor- den gewaarborgd. Waarborg dat de verwarmingsinstallatie voldoende wordt opgewarmd. Schakel een erkende installateur in voor advies.
4.10.2 Vorstbeveiliging door aftappen
Een andere mogelijkheid van vorstbeveiliging is de CV-installatie en het toestel af te tappen. Daarbij moet u er zeker van zijn, dat de installatie en het toestel volle- dig zijn afgetapt. Alle koud- en warmwaterleidingen in de woning en van de warmwaterboiler in het toestel moeten ook worden afgetapt. Laat u hierover adviseren door een erkend installateur.
4.11 Onderhoud en servicedienst
4.11.1 Inspectie/onderhoud
Voorwaarde voor de permanente inzetbaarheid en vei- ligheid, betrouwbaarheid en lange levensduur is een jaarlijkse inspectie/onderhoud van het toestel door een installateur.
4 BedieningGebruiksaanwijzing ecoCOMPACT 0020040939_02 17
Gevaarlijk! Gevaar voor lichamelijk letsel en materiële schade door ondeskundig onderhoud en reparatie! Nagelaten en ondeskundig onderhoud kan de bedrijfsveiligheid van het toestel in gevaar brengen. Probeer nooit zelf onderhoudswerkzaam- heden of reparaties bij uw compacte gas- ketel uit te voeren. Laat dit doen door een erkend installateur. We raden u aan om een onderhoudscon- tract af te sluiten. Regelmatig onderhoud zorgt voor een optimaal rende- ment en daarmee voor een economisch bedrijf van uw compacte gasketel.
De in dit deel beschreven meet- en controle- werkzaamheden worden alleen door uw installateur uitgevoerd.
Afb. 4.16 Installateur-bedrijf inschakelen Voor het uitvoeren van de metingen gaat u als volgt te werk (zie afb. 4.15 en 4.16): Verwijder de toestelafdekking (1, 2) en het bovenste frontdeel (5). De testopeningen zijn nu toegankelijk. Activeer het installateur-bedrijf door tegelijkertijd de toetsen „+” (6) en „-” (7) van het DIA-systeem in te drukken. Weergave in display: S.Fh = installateurbedrijf CV S.Fb = installateurbedrijf warmwater Voer de metingen op z'n vroegst na een bedrijfsduur van 2 minuten van het toestel uit. Schroef de afsluitkappen van de testopeningen (3) en (4) af. Voer de metingen in het rookgastraject uit bij de test- stomp (4) (induikdiepte: 110 mm). Metingen in het ver- brandingsluchttraject kunt u uitvoeren bij teststomp (3) (induikdiepte: 65 mm). Door de toetsen „+” (6) en „-” (7) tegelijkertijd in te drukken kunt u het meetbedrijf weer verlaten. Het meetbedrijf wordt ook verlaten als gedurende 15 minuten geen toets ingedrukt wordt. Schroef de afsluitkappen weer op de testopeningen (3) en (4). Breng de toestelafdekking (1, 2) en het bovenste frontdeel (5) weer aan.
Notice-Facile