EcoCOMPACT VSC - Cv-ketel VAILLANT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EcoCOMPACT VSC VAILLANT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over EcoCOMPACT VSC VAILLANT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Cv-ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EcoCOMPACT VSC - VAILLANT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EcoCOMPACT VSC van het merk VAILLANT.
GEBRUIKSAANWIJZING EcoCOMPACT VSC VAILLANT
Toesteleigenschappen
De Vaillant ecoCOMPACT-toestellen zijn compacte HRgasketels met een geintegreerde gelaagde warmwaterboiler.
1 Aanwijzingen bij de documentatie 3
1.1 Bewaren van de documenten 3
1.2 Gebruikte symbolen 3
1.3 Geldigheid van de handleiding 3
1.4 CE-markering Aanbevolen garnituren
1.5 Typeplaatje 3
2 Veiligheid 4
Vaillant biodt voor de regulering van de ecoCOMPACT verschillendeuitvoeringen van regelaars die aangeslo
2.1 Veiligheids- en waarschuwingsaanwijzinge hnen kunen4worden op de schakelijst (klem BUS / 7-8-9)
2.1.1 Classificatie van de of ingestoken in het bedieningsfront. waarschuwingsaanwijzingen 4 Uw installmentiebedrijf adviseeert u bij de keuze van een
2.1.2 Opbouw van waarschuwingsaanwijzingen
2.2 Gebruik volgens de bestemming 4
2.3 Basis veiligheidsinstructies 4
3 Aanwijzingen bij installmente en gebruik. 6
3.1 Fabrieksgarantie 6
3.2 Vereisten aan de installmentieplaats 7
3.3 Verzorging 7
3.4 Recycling en afvoer 7
3.4.1 Toestel
3.4.2 Verpakking 7
3.5 Tips voor energiebesparing 7
4 Bediening 9
4.1 Overzicht van de bedieningselementen 9
4.2 Maatregelen voor inbedrijfstelling 10
4.2.1 Afsluitkranen openen 10
4.2.2 Installatiedkruk controeren 10
4.3 Toestel inschakelen 11
4.4 Instellingen voor de warmwaterbereiding 11
4.4.1 Warm water aftappen.. 12
4.4.2 Warmwaterbereiding uitschakelen 12
4.5 Instellingen voor CV-bedrijf 12
4.5.1 Aanvoertemperatuur instellen (bij gebruik van een regeltoestel) 12
4.5.2 Aanvoertemperatuur instellen (geen regeltoestel aangesloten). 12
4.5.3 CV-bedriju uitschakelen (zomerbedrijf) 13
4.6 Kamerthermostat of weersafhankelijke regelaar instellen 13
4.7 Statusweergaven.. 13
4.8 Verhelpen van storingen 14
4.8.1 Storingen wegens watergebrek.. 14
4.8.2 Storingen bij het ontbrandingsproces 14
4.8.3 Storingen in het verbrandingslucht/ rookgastraject 15
4.8.4 Toestel/CV-installatie vullen 15
4.9 Buitenbedrijfstelling. 15
4.10 Vorstbeveiliging 16
4.10.1 Vorstbeveiligingsfunctie 16
4.10.2 Vorstbeveiliging door aftappen 16
4.11 Onderhoud en servicedienst.. 16
4.11.1 Inspectorie/onderhoud.. 16
4.11.2 Installateur-meting. 17
4.11.3 Klantendienst 17
1 Aanwijzingen bij de documentatie
De volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de volledige documentatie.
In combinatie met deze bedieningshandleidiing zich nog andere documenten van toepassing.
Voor schade die ontstaat door het Niet naleven van deze handleidingen, kan Vaillant Niet aansprakelijk gesteld worden.
Aanyullend geldende documenten
Houd bij de bediening van de ecoCOMPACT alle handleidingen aan, die horen bij andere componenten van uw installmentie. Deze handleidingen zijn bij de betreffende componenten van de installmentie meegeleverd.
1.1 Bewaren van de documenten
Bewaar deze bedieningshandleidiing en alle aanvullend geldende documenten zodanig dat ze direct ter beschikking staan.
Geef de documenten bij verhuizing of verkoop aan de volgende eigenaar.
1.2 Gebruikte symbolen
Hieronder worden de in de tekst gebruike symbolen verklaard:

Symbool voor een gevaar
- onmiddelijk levensgevaar
-gevaar voor zwaar letsel - gevaar voorlicht letsel

Symbool voor een gevaar levensgevaar door elektrische schok

Symbool voor een gevaar
- risico op materielle schade
- risico op milieuschade

Symbool voor een nuttige aanvullende aanwijzing en informatie
Symbool voor een vereiste activiteit
1.3 Geldigheid van de handleiding
Deze bedieningshandleiding geldt uitsluitend voor toestellen met de volgende artikelnummers:
-0010003870
-0010003871
-0010003880
Het artikelnummer van uw toestel kut u vinden op het typeplaatje.
1.4 CE-markering
Met de CE-markering worden aangegeven dat de toestellen volgens het typeplaatje voldoen aan de fundamente tele vereisten van de geldende richtlijnen.
1.5 Typeplaatje
Bij de ecoCOMPACT-toestellen is het typeplaatje boven op de isoleerplaat van de boiler aangebracht.
Neem deplaat onder de schakelkastdeur weg.

Afb. 1,1 Typeplaatje (voorbeeld)
1 Serienummer
2 Type-aanduiding
3 Identificatie van de typetoelating
4 Technische gegevens van het toestel
2 Veiligheid
2.1 Veiligheids- en waarschuwingsaanwijzinc
Neemijdens de bediening de algemene veiligheidsen waarschuwingsaanwijzingen in acht die voor handelingen konnen staan.
2.1.1 Classificatie van de waarschuwingsaanwijzingen
De waarschuwingsaanwijzingen zijn als volgt vastgelegd met waarschuwingssymbolen en signalaalwoorden die betrekking hebben op möglichke bevaren:
| Waarschu- wingssymbol | Signaal- woord | Toelichting |
| ! | Gevaarlijk! | direct levensgevaar of gevaar voor ernstig lichamelijk hetsel |
| 5 | Gevaarlijk! | levensgevaar door elektrische schok |
| ! | Waarschu- wing! | Gevaar voor lichte lichamelijke hetsels |
| ! | Wees voor- zichtig! | Kans op materièle schade of mili- euvervuiling |
2.1.2 Opbouw van waarschuwingsaanwijzingen
Waarschuwingsaanwijzingen herkent u aan de bovenste en onderste scheidingslijn. Ze zijn volgens het onderstaande principe opgebouwd:

Signaalwoord!
Gevarensoort en -bron!
Toelichting van de gevarensoort en -bron
Maatregelen voor het afwenden van gevaar
2.2 Gebruk volgens de bestemming
De Vaillant compacte gasketels ecoCOMPACT zich gebouwd volgens de huidige stand van de techniek en de erkende verilgheidstechnische regels. Desondanks können bij ondeskundig of onreglementair gebruik gesvaren voor lijf en leven van de gebruiker of derden, resp. schade aan het toestel en andere waardevolle voorwerpen ontstaan.
Dit toestel is nicht bedoeld om door personen (met inbegrip van kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of genestelijke vaardigheden of gebrek aan ervaring en/of ontbrekende kennis gebruikt te worden, tenzij zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of die hen in het gebruik van het toestel geinstrueree heeft.
Kinderen mogen zich uitsluitend onder toezicht in de buurt van het toestel bevinden om te voorkomen dat zij met het toestel spelen.
De toestellen zijn ontworpen als warmteopwekker voor gesloten warmwater-CV-installaties en voor de centrale warmwaterfunctie. Een ander of waarvan afwijkend gebruik is Niet conform de voorschriften. Voor schade die hieruit voortvloeit, kan de fabrikant/leverancier nicht aansprakelijk worden gesteld. Uitsluitend de gebruiker is hiervoor verantwoordelijk.
Tot het gebruik conform de voorschriften horen ook het in acht nemen van de bedieningshandleiding, de installmentiehandleiding en alle andere geldende documenten, alsmede het naleven van de inspectie- en onderhoudsvoorschriften.
Elk misbruik is verboden.
De toestellen moeten worden geinstalleerd door een erkend installmenteur die verantwoordelijk is voor de naleving van de bestaande voorschriften, regels en richtlijnen.
2.3 Basis veiligheidsinstructies
Neem altijd de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
Handelwijze in noodgevallen bij gaslucht
Door een storing kan er gasgeur optreden die tot vergiftigings- en explosiegevaar leidt. Bij gaslucht in gebouwen handelt u als volgt:
Vermijd ruimtes met gaslucht.
Doe, indien möglichk, deuren en ramen wijd open en zorg voor doortocht.
Vermijd open vuur (bv. aansteker, lucifer).
Niet roken.
Bedien geen elektrische schakelaars, geen stekkers, geen deurbellen, geen telefoons en andere communi-cationsystemen inHSV.
Sluit de gasteller-afsluitkraan of de hoofdkraan.
Sluit, indien möglichk, de gaskraan op het toestel.
- Waarschuw andere huisbewoners door te roepen of aan te kloppen.
Verlaat het gebouw.
Verlaat bij hoeoorbaar uitstromen van gas onmiddelijk het gebouw en voorkom dat derden het gebouw betreden.
Alarmeer de brandweer en politicte buiten het gebouw.
Neem contact op met de storingsdienst van het energiebedrijf vanaf een telefoonaansluiting buiten het huis.
Handelwijze in noodgevallen bij gaslucht
Door een storing kan gaslucht uittreden en tot vergiftigingsgevaar leiden. Bij gaslucht in gebouwen handelt u als volgt:
Doe, indien möglichk, deuren en ramen wijd open en zorg voor doortocht.
Schakel het compacte gastroesteluit.
Opstelling en instilling
Het toestel mag uitsluitend door een erkend installmenter worden geinstalleerd. Die is ook verantwoordelijk voor de deskundige installmenten in bedrijfname.
Deze installmenteur is eveneens bevoegd voor inspectie, onderhoud en reparatie van het toestel en voor wijzigingen van de ingestelde gashoeveelheid.
Verkeerd functioneren voorkomen
Om verkeerd functioneren en waaruit resulterend vergiftigings- en explosiegevaar te voorkomen, moet u het volgende respecteren:
Stel veiligheidsinrichtingen nooit buiten werking.
Manipuleer geen veiligheidsinrichtingen.
Voer geen veranderingingen UIT:
- aan het toestel
- in de omgeving van het toestel,
aan de toevoerleidingen voor gas, verbrandingslucht, water en spanning, - aan de veiligheidsklep en de afvoerleiding voor het verwarmingswater en
- aan de afvoerleidingen voor rookgas.
Ontploffingsgevaar voorkomen
Ontploffingsgevaar ontstaat door ontvlambare gasluchtmengsels! Daarom moet u op het volgende letten:
Explosieve of Licht ontvlambare stoffen (bijv. benzine, verf enz.) Niet in de plaatsingsruimte van het toestel gebruiken of opslaan.
Gevaar voor lichamelijk letsel door verbranding voorkomen
Let op:
Uit de warmwaterkraan stromend water kan het een.
Schade door ondeskundige veranderingen aan het toestel vermijden
Let op het volgende:
Voer in geen geval zichzigingen of handelingen aan het compacte HR-toestel of aan andere delen van de installmentieuit.
Probeer nooit onderhoud of reparaties aan het toestel zich uij te voeren.
Beschadig of verwijdener geen verzegelingen van bouwdelen. Alleen erkende installmenteurs en de service-dienst van de fabriek zich geauthoriseerd, verzegelde onderdelen te veranderen.
Schade door ondeskundige veranderingen in de omgeving van het toestel voorkomen.
Voor bouwconstructies in de omgeving van het toestel, voor zover die een invloed op de bedrijfsveiligheid van het toestel hunnen hebben, geldt een veranderingsverbod.
Voor wijzigingen aan het toestel of in de omgeving ervan moet u in elk geval een beroep doeon op de erkende installmenteur.
Voor wijzigingen aan het toestel of in de omgeving ervan moet u in elk geval contact opnemen met de ergkende installmenteur.
Voorbeelden:
Een kastachtige mantel van het toestel valt onder de betreffende uitvoeringsvoorschriften.
Bekleed nooit eigenmachtig het toestel.
Vraag uw installerateur om informatie, als u een dergelijke mantel wenst.
Opengen voor ventilatie. Deze要去en vrij়n.
Let erop dat bv. afdekkingen van de openings bij werkzaamheden opnieuw verwijderd worden.
Materielle schade door corrosie
Om corrosie aan het toestel en ook in de rookgasinstallatie te voorkomen,要去 op het volgende letten:
- Gebruik geen sprays, oplosmiddelen, chloorhoudende reinigingsmiddelen, verf, lijm etc. in de omgeving van het toestel.
Deze stoffen können onder ongunstige omstandigheden corrosie tot gevolg hebben.
Vermijd schade door bevriezing
Bij uitval van de stroomvoorziening of bij een te lage instelling van de kamertemperatuur in afzonderlijke vertrekken kan Niet worden uitgesloten dat gedeelten van de CV-installatie door vorst beschadigd worden.
Verzeker u ervan dat, als u tijdens een vorstperiode afwezig bent, de cv-installatie in bedrijf blijft en de kamers voldoende op temperatuur worden gehonden.
Houd u beslist aan de aanwijzingen voor vorstbeveilig ing in hoofdstuk 4.10.
Gedrag bij lekkage in de tapwaterleidingen
Let op het volgende:
Sluit bij lekkages in de warmwaterleidingen:tussen toestel en tappunten meteen de koudwaterstopkraan. Laat de lekkage door een erkend installateur verhelpen.
Bij ecoCOMPACT-toestellen is de koudwaterstopkraan Niet bij de levering van het toestel inbegrepen.
Vraag uw installateur, waar hij een deze heeft gemonteerd.
2 Veiligkeit
3 Aanwijzingen bij installment en gebruik
Schade door lage installment.dkruk van de verwarmingsinstallatie vermijden
Om het gebruik van de installmentie met een tekleine hoeveelheid water te vermijden en om te voorkomen dat daardoor schade ontstaat, moet u op het volgende letten:
Controller regelmatig de waterdruk van de CV-installatie.
Houd u beslist aan de aanwijzingen voor installmentedruk in hoofdstuk 4.2.2.
Bedrijf bij spanningsuitval in stand honden
Uw installmenter heeft uw toestel bij installmenta aangeslo- ten op het elektriciteitsnet.
Bij uitval van de voedingsspanning kan nicht worden uitt gesloten, dat deelsectoren van de verwarmingsinstallatie door vorst beschadigd raken.
indien u het toestel bij netspanningsuitval via een moodstroomaggregaat bedrijfsgereed wilt houden, moet u op het volgende letten:
Waarborg, dat het moodstroomaggregaat qua technische waarden (frequentie, spanning, aarding) met het spanningsnet overeenkomt.
Laat u hiervoor door een installmentar adviseren.
3 Aanwijzingen bij installmentengebruik
3.1 Fabrieksgarantie
De producten van de NV Vaillant zijn gewaarborgd gegen alle materiaal- en constructiefouten voor eenperiode van twee maar vanaf de datum vermeld op het aankoopfactuur dat u heel nauwkeurig dient bij te houden.
De waarborg geldt alleen onder de volgende voorwaarden :
- Het toestel要去 door een erkend gekwalificeerd vakman geplaatst worden, onder zich volledige verantwoordelijkheid, en zal erop letten dat de normen en installmentevoorschriften nageleefd worden.
- Het is enkel aan de technici van de Vaillant fabriek toegelaten om herstellingen of wijzigingen aan het toestel onder garantie uit te voeren, opdat de waarborg van toepassing zou blijven. De originele onderdelen moeten in het Vaillant-toestel gemonteerd zichn, zoniet worden de waarborg geannuleerd.
- Teneinde de waarborg te lately gelden, moet u ons de garantiekaart volledig ingevuld, ondertekend en gefrankeerd terugzenden binnen de veertienragen na de installment!
De waarborg worden nicht toegekend indien de slechte Working van het toestel het gevolg is van een slechte regeling, door het gebruik van een Niet overeenkomstige energia, een verkeerde of Gebrekkige installmentie, de niedaleving van de gebruiksaanwijzing die bij het toestel gevoed is, door het Niet opvolgen van de normen betreffende de installmentevoorschriften, het type van lokaal of verluchting, verwaarlozing, overbelasting, bevriezing, elke normale slijtage of elke handeling van overmacht. In dit geval zullen once prestaties en de geleverde onderdelen aangerekend worden. Bij facturatie, opgesteld volgens de algemene voorwaarden van de naverkoop-dienst, wordt deze steeds opgemaakt op de naam van de persoon die de oproep heeft verricht en/of de naam van de persoon bij wie het werk is uitgevoerd, behoudens voorafgaand schriftelijk akkoord van een derde persoon (bv. huurder, eigenaar, syndic, enz.) die deze factuur uitdrukkelijk ten zijne lste neemt. Het factuurbedrag za contant betaald moeten worden aan de fabrikstechnicus die het werk heeft uitgevoerd. Het herstellen of verrangen van onderdelen tijdens de garantieteperiode heeft geen verlenging van de waarborg tot gevolg.
De toekenning van garantie sluit elke betaling van schadervergoeding uit en dit tot voor om het even welkereden ze ook gesvraagd worden. Voor elk verschil, zijnenkel de Tribunalen van het district waar de hoofdzetel van de vennootschap gesvestigd is, bevoegd. Om allefuncties van het Vaillant toestel op termijn vast te stellen en om de toegelaten toestand Niet te veranderen, mogen bij onderhoud en herstellingen enkel nog origi-nele Vaillant onderden gebruikt worden.
3.2 Vereisten aan de installmentieplaat
De Vaillant compacte gasketels ecoCOMPACT要去en zodenig op de vloer staand worden geinstalleerd, dat de afvoer van het condenswater en de verbrandingsluchttoevoer/rookgasafvoer möglichk zich.
Ze kuren geinstalleerd worden in bijvoorbeeld kelderruimtes, bergruimtes of ruimtes bestemd voor meerderedoeleinden. Vraag uw installeur welke geldende nationale voorschriften in acht genomen要去en worden.
De installmentieplaats moet permanent vorstvrij zich. Als u dit Niet kurz garanderen, neem dan de in deel 4.10 vermelde vorstbeveiligingsmaatregelen in acht.

Een afstand van het toestel tot componenten van brandbaar materiaal resp. waarbrandbare onderdelen is Niet vereist, omdat bij het nominale warmtevermogen van het toestel aan het behuizingssoppervlak een lagere temperatuur voorhanden is dan de max.toegestane temperatuur van 85^
3.3 Verzorging

Wees voorzig!
Materièle schade door verkeerd onderhoud!
Niet geschikte reinigingsmiddelen hebben schade aan de buitendelen en de mantel van het toestel tot gevolg. Gebruik geen schurende of oplossende reinigingsmiddelen (alle soorten schuurmiddelen, benzine e.d.).
Reinig het toestel met een vochtige,evt. in zoepwater gedrenkte doeK.
3.4 Recycling en afvoer
De Vaillant compacte gasketel ecoCOMPACT en de bijbehorende transportverpakking bestaan voor hetgrootste peel uit recycleraar materiaal.
3.4.1 Toestel
De Vaillant compacte gasketel ecoCOMPACT en de garnituren behoren Niet tot het huishoudelijk afval. Zorg ervoor dat het oude toestel en eventuele garnituren op een verantwoorde manier worden afgevoerd.
3.4.2 Verpakking
Het afvoeren van de transportverpakking kut u het Beste overlaten aan de installateur die het toestel geinstalleerd heeft.

U dient de toepasselijkke nationale wettelijk voorschriften in acht te nemen.
3.5 Tips voor energiebesparing
Inbouw van een weersafhankelijkke CV-regeling
Weersafhankelijkke CV-regelingen regelen de CV-aanvoertemperatuur afhankelijk van de buitentemperatuur. Er worden nicht更是 warmte opgewekt dan nodig. Hiervoor moet op de weersafhankelijkke regeling de CV-aanvoertemperatuur worden ingesteld, die bij een bepaalde buitentemperatuur gewenst is. Deze instelling mag net hoger zichn dan noodzakelijk is voor de configuratie van de CV-installatie.
Normaal voert uw installerateur de juiste instellenen uit. Door geintegreerdeijdprogramma's worden de gewenstein verwarmings- en afkoelingsfases (bijv. 's nachts) automatisch in- en uitgeschakeld.
Weersafhankelijkke CV-regelingen vormen in combinatie metthermostaatkranen momenteel de comfortabelste vorm van CV-regeling.
Afkoeling van de CV-installatie
Verlaag de kamertemperatuur tijdens de nachtrust en als u Niet thus bent. Dit kurz u gemakkelijk en betrouwbaar realiseren met behulp van kamerthermostaten met instelbare tijdprogramma's.
Stel de kamertemporatuur tijdens de minimale-temperatuurtijden ca. 5^ lager in dan tijdens de maximale temperatuurtijden. Met een afkoeling vaneer dan 5^ bespaart u Niet更是nergie, aangezien dan voor de volgende maximale temperatuurperiode een hogere verwarmingscapaciteit nodig is. Alleen bij langere afwezigheid, zoals bijv. vakantie, loont het zich de temperaturen verder te verlagen. Let erECHTER wel op, dat er in de winter voldoende vorstbeveiliging is gegarandeerd.
Kamertemperatuur
Stel de kamertemperatuur nicht hoger in dan net voldoende is om u comfortabel te voelen. Ledere graad waarboven betekent een hoger energieverbruik van onceveer 6% .
Houd bij het instellen van de kamertemperatuur ook rekening met het gebruik van de kamer. Zo is het bij voorbeeld in het normale geval Niet nodig slapkamers of weinig gebruekte kamers op 20^ te verwarmen.
Instellen van de bedrijfsfunctie
In het warme jaargetijde, als de woning Niet hoeft te worden verwarmd, adviseren wij de verwarming op zomerfunctie tezetten.
De CV-functie is dan uitgeschakeld, maar het toestel of de installmentatie blijft in bedrijf voor de warmwaterfunctie.
Gelijkmatig verwarmen
Vaak worden in een woning slechts een kamer verwarmd met de centrale verwarming. Via de oppervlaktes die deze kamer omgeven, zoals wanden, deuren, ramen, pla-fond en vloer worden onverwarmde aangrenzende kamers ongecontroleerd meeverwarmd en gaat er onbedoeld warmte-energie verloren. Het vermogen van deradiator in deze ene verwarmde kamer is voor een dergelijk gebruik naturulijk Niet meer voldoende.
Het gevolg is dat de kamer Niet meer voldoende worden verwarmd en deze onbehaaglijk koud aanvoelt (overigens ontstaat hetzelfde effect, als er deuren openstaan tussen de verwarmde kamer en Niet of beperkt verwarmde kamers).
Dit is verkeerde zuinigheid: de verwarming staat aan en toch is het in de kamer Niet behaaglijk warm. Een groter verwarmingscomfort en eenmeer efficienct gebruik worden bereikt als alle kamers in een woning gelijkmatig en in overeenstemming met het gebruik worden verwarmd.
Overigens kan ook het bouwmateriaal nadelig worden beinvloed als delen van het pand Niet of onvoldoende worden verwarmd.
Thermostaatkranen en kamerthermostaten
Het zou vandaag de dag vanzelfsprekend moeten zich om op alle radiatorenthermostataktaranen teplaaten. Ze zorgen ervoor dat de eenmaal ingestelde kamertemperatuur exact worden aangehoven. Met behulp van thermostataktaranen in combinatie met een kamerthermostat (of weersafhankelijkeregeling) kunt u de kamertemporatuur aanpassen aan uw individuele behoeftes en bent uzeker van een efficien gebruik van uw CV-installatie.
Laat in de kamer, waarin zich de kamerthermostat teb vindt, steeds alle radiatorkranen volledig geopend, aangezien de beiden regelingen elkaar anders over en weer beinvloeden en de regelkwaliteit kan worden beperkt.
Vaak kan het volgende gebruikersgedrag worden geconstasteerd: als het in de kamer te warm wordt, worden dethermostatatkranen dichtgodraaid (of de kamterthermostat op een lagere temperatuur gezet). Als het na een tijdje wee te koud wordt, wordt de thermostatkaan wee opengedraaid.
Dit is nicht nodig aangezien de temperatuurregulering worden overgenomen door de thermostaatkraan zichl. Als de kamertemporatuur boven de op de sensorkop ingestelde waarde stijgt, sluit de thermostaatkraan automatisch en bij het dalen onder de ingestelde waarde opent deze wee.
Regelapparatuur nicht afdekken
Zorg ervoor dat de regelapparatuur Niet worden afgedekt door meubels, gordijnen of andere voorwerpen. De circulerende kamerlucht moet ongehinderd+kunnen worden gedetecteerd. Afgedektethermostaatkransenkunnen met afstandssensoren worden uitgerust en blijven daardoorwerken.
Gepaste warmwatertemperatuur
Het warme water dient slechts zover opgewarmd te worden als het voor het gebruik nodig is. Elke verdere opwarming leidt tot onnodig energieverbruik. Warmwatertemperaturen vaneer dan 60^ leiden bovendien tot versterkte kalkaanslag.
Bewuste omgang met water
Door bewust om te gaan met water kuren de verbruistkosten duidelijk dalen.
Bijvoorbeeld douchen in plaats van een bad nemen: terwijl voor een bad ca. 150 liter water nodig is, heeft een met moderne, waterbesparende mengkraan uitergeruste douche slechts ca. een derde van deze hoeveelheid nodig.
Overigens: een druppelende waterkraan verspilt tot 2000 liter water, een lekkende toiletspoeling tot 4000 liter water peraar. Daarentegen kost een neue pakking slechts een pauereurocent.
Circulatiepompen alleen indien nodig lately draaien
Vaak zijn warmwaterleidingsystemen uitgerust met zogenoemde circulatiepompen. Deze zorgen voor een voortdurende circulatie van warmwater in het leidingsysteme, zodate ook bij veraf gelegen tappunten meteen warm water ter beschikking staat.
Ook in combinatie met de Vaillant ecoCOMPACT kunnendergelijkce circulatiepompen gekruikt worden. Deze zorgen ongetwijfeld voor een comfortverhoging bij de warmwaterbereiding. Denk erECHter aan, dat deze pompen stroom verbruiken. Bovendien koelt het ongebruikt circulerende warmwater op+zijnweg door die pijpleidingen af en moet dan weer bijverwarmd worden. Circulatiepompen要去en daarom slechts bij tijd en wijle gekruikt worden, namelijk wanner daadwerkelijk warmwater in het huishouden nodig is.
Met behulp van schakelklokken waarmee de meeste circulatiepompen zich uitgerust resp.uitgebrecht+kunnen worden, kuren individuèle tijdprogramma's ingesteld worden.Vaak bieden ook weersafhankelijkke regelaars via extra functies de möglichkheid circulatiepompen tijdafhankelijk te regelen. Vraag uw installmenter.
Ventileren van de woning
Open tijdens het verwarmen de ramen alleen om te ventileren en Niet om de temperatuur te regelen. Het raam gedurende korteijd hebmaal openzetten is effectiever en bespaart更是nergie dan een langdurig op een kier openstaand raam. Daarom adviseren wij, de ramen gedurende korteijd volledig te openen. Sluit tijdens het ventileren allethermostaatkranen die zich in de kamer bevinden en/of zet, als deze aanwezig is, de kamthermostaat op de minimale temperatuur. Door deze maatregelen is voldoende ventilatie gegardeerd,+zonder onnodige afkoeling en energieverlies (bijv. door onbedoeld inschakelen van de verwarming tijdens het ventileren).
4 Bediening
4.1 Overzicht van de bedieningselementen
De bedieningselementen zijn na openen van de manteldeur toegankelijk.

Afb. 4.1 Manteldeur openen

De manteldeur kan voor aanpassing aan deplaatselijkke omstandigheden rechts of links de aanslag hebben.

Afb. 4.2 Bedieningselementen
De bedieningselementen haben de volgende functies:
1 Display voor weergave van de actuèle temperatuur, bedrijfsmodus of bepalde extra informatie
2 Toets "i" voor oproepen van informatie
3 Inbouwregelaar (accessoires)
4 Manometer voor weergave van vul- of bedrijfsdruk in de CV-installatie
5 Hoofdschakelaar voor in- en uitschakelen van toestel
6 Weergave van boilertemperatuur Toets, +' voor verder bladeren van displayweergave (voorde installeur bij instelwerkzaamheden en foutopsporing)
7 Weergave van druk in de CV-installatie Toets · · · voor terugbladeren van displayweergave (voor de installmenteur bij instelwerkzaamheden en foutopsporing)
8 Toets "Reset" voor terugzieten van bepaalde storingen
9 Draaiknop voor instellen van de CV-aanvoertemperatuur
10 Draaiknop voor instellen van de boilertemperatuur

Digital Informatie- en Analyse-system (DIA-system)
Afb. 4.3 Display van DIA-system
Uw toestel is uitgerust met een Digitaal Informatie- en Analyse-systeme (DIA-systeme). Dit systeme geeft u informatie over de bedrijfstoestand van uw toestel en helpt u bij het verhelpen van storingen.
4 Bediening
Bij normaal bedrijf van het toestel worden in het display (1) van het DIA-systeme de actuèle CV-aanvoertemperatuur aangeduid (in het voorbeeld 45^ ). In het geval van een storing worden de weergave van de temperatuur verrangen door de betreffende storingscode.
Bovendien gegen de weergegeven symbolen de volgende informatie:
1 Weergave van de actuele CV-aanvoertemperaatuur of weergave van een status- of storingscode

Storing in het verbrandingslucht-/rookgastraject

Storing in het verbrandingslucht-/rookgastraject

Verwarmingsbedrijf actief permanent aan: bedrijfsmodus CV-functie knippert: branderwachttijd actief

Warmwaterbereiding actief permanent aan: bedrijfsmodus boilerlading standby knippert: boilerlading is in bedrijf, bran der aan

CV-pomp is in bedrijf

Intern gasventiel worden aangestuurd

Vlam met kruis:
storingijdens het branderbedrijf;
toestel isuitgeschakeld

Vlam zonder kruis: reglementair branderbedrijf
4.2 Maatregelen voor inbedrijfstelling
4.2.1 Afsluitkranen openen

De afsluitkranen worden nicht meegeleverd met uw toestel. Ze worden apart door de installmenter geinstalleerd. Deze dient u toelichting te geben bij de positie en het gebruik van deze componenten.
Open de gaskraan door unde in te drukken en tot de aanslag linksom te draaien.
Controller of alle stopkranen geopend zich. Dit is het geval, wanner de inkeping in het vierkant van de stopkranen overeenstemt met de pijpleidingrichting. Mochten de stopkranen gesloten zich, dan können
deze met behulp van een steeksleutel door een kwartslag maar rechts of links geopend worden.
Open de koudwaterstopkraan door deze tot de aanslag linksom te draaien.
Vul de warmwaterboiler in de compacte gasketel met water. Open waarvoor een warmwaterkraan bij een tappunt totaar water zonder luchtbellen naar buiten stroomt.
4.2.2 Installatiedkruk controlleren

Afb. 4.4 Vuldruk van de CV-installatie controlleren
Controller er voor de inbedrijfstelling de vuldruk van de installmente op de manometer (1).
Voor een correct bedrijf van de CV-installatie要去 bij koude installmentie de wijzer op de manometer in het donkergijze gebied staan. Dit komt overeen met een vuldruk tussen 1,0 en 2,0 bar. Staat de wijzer in hetlichtgrijze bereik (< 0,8 bar), dan moet voor de inbedrijfstelling water bijgevuld worden.

Wanneer u op de toets, " (2) drukt, worden de actuèle vuldruk (in bar) op het display getoond.

Om het gebruik van de installmentie met een tekleine hoeveelheid water te vermijden en om te voorkomen dat daardoor schade ontstaat, beschikt uw toestel over een waterduksen-sor. Daalt de druk beneden een bepaalde Waarde, dan schakelt uw toestel uit. Op het display verschijnt de foulmeling .F.23" of .F.24". Om het toestel wee in bedrijf te nemen, moet de installmentie eerst met water worden gezuld.
Als de CV-installatie zich over meertere etages uittstrekt, kan een hogere waterdruk van de installation nodig+zijn. Vraag hiervoor uw installateur.
4.3 Toestel inschakelen

Wees voorzigt!
Materièle schade bij nicht gevulde verwarmingsinstallatie!
Pomp en warmtewisselaar hunnen beschadigd raken, wanner de hoofdschakelaar bij nicht gezulde boiler en Niet voldoende gezulde verwarmingsinstallatie worden geschakeld.
Vul de boiler van het toestel (zie paragraaf 4.2.1).
Vul de verwarmingsinstallatie (zie paragraaf 4.2.2).
Schakel pas dan de aan/uit-schakelaar in.

Afb. 4.5 Toestel inschakelen
Met de hoofdschakelaar (1) kunt u het toestel in- en uitschakelen.
AAN
O: "UIT"
Wonneer de hoofdschakelaar (1) zich in stand „I" bevindt, is het toestel ingeschakeld. Op het display (2) verschijnt de standardweergave van het Digitale Informatie- en Analyse-system (details zie deel 4.1).
Lees voor de instelling van het toestel volgens uw behoeften de delen 4.4 en 4.5, waarin de instelmogelijkheden voor de warmwaterbereiding en het CV-bedrijf worden beschreiben.

Wees voorzig!
Materièle schade door vorst!
Vorstbeveiligings- en bewakingsinrichtingen zich alleen actief, wonneer geen scheiding van het voedingsnet is opgetreden.
Verbreek nooit de verbinding van het toestel met het elektriciteitsnet.
Schakel de aan/uit-schakelaar van het toestel in stand.
Om ervoor te zorgen dat de veiligheidsinrichtingen actief blijven, moet u uw compacte gasketel met de regelapparatuur in- en uitschakelen (informatie waarover vindt u in de betreffende bedieningshandleiding). Hoe u uw compacte gasketel helemaal buiten werkinq kunt zetten, leest u in deel 4.9.
4.4 Instellungen voor de warmwaterbereiding

Wees voorzichtig! Materièle schade door kalkaanslag!
Bij een waterhardheid van meer dan 1.79 mol/m(10 ^ dH) bestaat gevaar voor kalkaanslag.
Zet de draaiknop (3) maximaal in de midenstand.

Afb. 4.6 Instelling van de boilertemperatuur
Voor een comfortabile warmwaterbereiding is in de ecoCOMPACT-toestellen een warmwaterboiler geintegreerd.
De boilertemperatuur kan met de draaiknop (3) traploos ingesteld worden.
Voor de instelling্রaat u als volgt te werk:
Stel de draaiknop (3) op de gewenste temperatuur in. Daar bij betekent:
Linkeraanslag, vorstbeveiliging
Minimaal instelbare watertemperatuur 15 °C Rechteraanslag
Maximaal instelbare watertemperatuur 40^
Bij het instellen van de gewenste temperatuur wordt deze waarde in het display (2) van het DIA-system getoond.
Na ca. vijf seconden verdwijnt deze weergave en verschijnt op het display wee de standardweergave (actuele CV-aanvoertemperatuur).

Uit economische en hygienische overwegingen (b.v. legionellabacterien) adviseren wij instelling op 60^
4 Bediening

Wanneer u op de toets ^, + ^ (1) drukt, worden 5 seconden lang de actuèle boilertempoatuur getoond.
4.4.1 Warm water aftappen
- Open een warmwaterkraan bij een tappunt (wasbak, douche, bad etc.). Het warmwater worden uit de geintegreerde warmwaterboiler getapt.
Komt de Boilertemperatuur beneden de ingestelde Waarde, dan treedt het toestel automatisch in bedrijf en warmt de boiler bij. Tijdens de boilerlading knippert in het display (2) de weergave, zie afbeelding 4.6.
Bij bereiken van de door u ingestelde boilertemperatuur schakelt het toestel automatisch UIT. De pomp loopt nog een korteijd na.
4.4.2 Warmwaterbereiding uitschakelen
U kunt de warmwaterbereiding uitschakelen, maar de CV-functie verder in bedrijf lately.
Draai hiervoor de draaiknop (3) voor instelling van de warmwatertemporatuur helemaalaar links, zie afbeelding 4.6.De vorstbeveiligingsfunctie voor de boiler blijft actief.
In het display (2) worden gedurende ca. vijf seconden een boilertemperatuur van 15^ getoond.
4.5 Instellingen voor CV-bedrijf
4.5.1 Aanvoertemperatuur instellen (bij gebruik van een regeltoestel)

Afb. 4.7 Aanvoertemperatuur instellen bij gebruik van een regeltoestel
Overeenkomstig de Duitse verordering betreffende energiebesparende eisen aan CV-technische installaties en warmwaterinstallaties (HeizAnIV)要去 uw CV-installatie uitergerust+zijn met een weersafhankelijkregeling of een kamthermostaat. In dit geval moet de volgende instelling uitgevoerd worden:
Zet de draaiknop (1) voor instelling van de CV-aanvoertemperatuur hebelaal maar rechts.
De aanvoertemperatuur worden automatisch ingesteld door het regeltoestel (informatie waarover vindt u in de betreffende bedieningshandleiding).
4.5.2 Aanvoertemperatuur instellen (geen regeltoestel aangesloten)

Afb. 4.8 Aanvoertemperatuur Instellen zonder regeltoestel
Als geen regeltoestel aanwezig is, stelt u de aanvoertemperatuur op de draaiknop (1) overeenkomstig de betreffende buitentemperatuur in. Daar bij adviseren wij de volgende instellen:
stand links (echter nicht totaan de aanslag) in de overgangsstijd: buitentemperatuur ca. 10 tot 20^
- stand midden bij matige kou: buitentemperatuur ca. 0 tot 10^
standrechts bij sterke kou: buitentemperatuur ca. O tot -15 ^ C
Bij het instellen van de temperatuur wordt de ingestelde temperatuur in het display (2) van het DIA-system getoond. Na ca. vijf seconden verdwijnt deze weergave en verschijnt op het display waar de standardweergave (actuele CV-aanvoertemperatuur).
Normaal kan de draaiknop (1) traploos worden ingesteld tot een aanvoertemperatuur van 75^ . Als u城县 hongere waarden kunt instellen op uw toestel, dan heeft uw installateur een zodanige afstelling uitgevoerd, dat uw CV-installatie ook met aanvoertemperaturen tot 85^ kan werkken.

4.5.3 CV-bedrijf uitschakelen (zomerbedrijf)
Afb. 4.9 CV-bedrijf uitschakelen (zomerbedrijf)
In de zomer kurz u het CV-bedrijf uitschakelen, maar de warmwaterbereiding verder in bedrijf lately.
Draai hiervoor de draaiknop (1) voor instelling van de CV-aanvoertemperatuur helemaal maar links.

4.6 Kamerthermostat of weersafhankelijke regelaar instellen
Afb. 4.10 Kamerthermostaat/weersafhankelijkere regelaar instellen
Stel de kamerthermostat (1), de weersafhankelijkke regelaar en de thermostaatkranen (2) volgens de betreffende bedieningshandleidingen van deze garnituren in.

4.7 Statusweergaven
Afb. 4.11 Statusweergaven
De statusweergave geegt u informatatie over de bedrijfstoestand van uw toestel.
Activeer de statusweergaven door toets „i" (1) in te drukken.
Op de display (2) verschijnt nu een weergave van de betreffende statusescodes, bijv. "S. 4" voor branderbedrijf. De betekenis van de belangrijkste statusescodes vindt u in de onderstaande tabel.
Tijdens omschakelfases, bijv. na herstart door het uitblijven van de vlam, worden kort de statusmelding „s.” weergegeven.
Schakel de display door nogmaals indrukken van de toets, i" (1) wee in de normale modus terug.
Tabel 4.1 Statuscodes en hun betekenis
| Weergave Betekenis |
| Weergave tijdens CV-bedrijf |
| S. 0 Geen warmtevraag |
| S. 1 Ventilatoraanloop |
| S. 2 Pompaanloop |
| S. 3 Ontsteking |
| S. 4 Branderbedrijf |
| S. 5 Ventilator- en waterpompnaloop |
| S. 6 Ventilatornaloop |
| S. 7 Pompnaoop |
| S. 8 Resterende branderwachttijd na CV-bedrijf |
| Weergaven bij boilerlading |
| S.20 Boilercyclerbedrijf actief |
| S.21 Ventilatoraanloop |
| S.23 Ontsteking |
| S.24 Branderbedrijf |
| S.25 Ventilator- en waterpompnaloop |
| S.26 Ventilatornaloop |
| S.27 Pompnaloop |
| S.28 Branderblokkering na boilerlading |
Tabel 4.1 Statuscodes en hun betekenis
| Weergave Betekenis | |
| Weergaven van Installatie-Invloeden | |
| S.30 | Kamerthermostat blokkeert CV-bedrijf(regelaar op klemmen 3-4-5) |
| S.31 | Zomerbedrijf actief of eBUS-regelaar of inbouwti-mer blokkeert CV-bedrijf |
| S.32 Vorstbeveiliging warmtewisselaar actief | |
| S.34 Vorstbeveiliging actief | |
| S.36 | Continuregelaar/kamerthermostat blokkeertCV-bedrijf (instelwaarde < 20 °C) |
| S.41 Installat | edruk te hoog |
4.8 Verhelpen van storingen
Alsijdens de werkung van uw compacte gasketel problemen optreden,(Int u de volgende punten zelf contro-leren.
Geen warm water, verwarming blijft koud; toestel gaat Niet in bedrijf:
Zijn de gasafsluitklep aan de kant van het gebouw in de aanvoerleiding en de gasafsluitklep bij het toestel geopend (zie deel 4.2)?
Is de koudwatervoorzieening gewaarborgd.
zie deel 4.2)?
Is de voedingsspanning bij het gebouw ingeschakeld?
Is de hoofdschakelaar op de compacte gasketel ingeschakeld (zie deel 4.3)?
Is de draaiknop op de compacte gasketel nicht hebmaal maar links gedraaid, dus op vorstbeveiliging gezet (zie deel 4.4 en 4.5)?
- Is de vuldruk van de CV-installatie voldoende (zie deel 4.8.1)?
Zit er lucht in de CV-installatie (zie deel 4.8.4)?
Is er spreke van een storing bij het ontbrandingsproces (zie deel 4.8.2)?
Warmwaterbedrijf storingsvrij; CV gaat Niet in bedrijf:
Is er eigendijk spreake van een warmtevraag door de externe regelaar (bijv. door regelaar type VRC) (zie deel 4.7)?

Wees voorzichtig! Gevaar voor beschadiging door ondeskun-dige veranderingen!
Wanneer uw compacte HR-ketel na de controle van de bovengenoemde punten Niet optimaal werkt, houdt dan het volgende aan:
Probeer nooit zichre reparaties bij uw compa cate gasketel uit te voeren.
Schakel een erkende installerateur in voor advies.
Het toestel schakelt op „Storing“, als de waterdruk in de CV-installatie te laag is. Deze storing wordt door de storingscodes „F.22“ (droogkoken) of „F.23“ of „F.24“ (watergebrek/installatiedruk < 0,5 bar) weergegeven.
Het toestel kan pas waar in bedrijf worden genomen, als de CV-installatie voldoende met water is bevuld (zie deel 4.8.4).
4.8.2 Storingen bij het ontbrandingsproces

Afb. 4.12 Reset
Als na vrij ontstekingspogingen geen ontsteking van de brander volgt, schakelt het toestel Niet in en schakelt waar „Storing". Dit worden aangegeven door de weergave van de storingscodes „F.28" of „F.29" op het display (1).
Bovendien verschijnt in het display (1) een vlamsymbol met een kruis erdoor.
Een hernieuwde automatische ontsteking vindt pas plaats na een handmatige „reset" door op de toets (2) te drukken.
Druk voor „reset" op de resetknop (2) en houd deze ca. een seconde ingedrukt.

Wees voorzichtig! Gevaar voor beschadiging door ondeskun-dige veranderingen!
Wanneruw compacte gastroestel na de derde ontstoringspoging nog steeds Niet in bedrijf gaat, houd dan het volgende aan:
Probeer nooit zichre reparaties bij uw compa cate gasketel uit te voeren.
Schakel een erkende installerateur in voor advies.
4.8.3 Storingen in het verbrandingslucht-/rookgastraject
De toestellen zich uitgerust met een ventilator. Als de ventilator Niet goed werkt schakelt het toestel de ventilatoruit.
In het display verzchijnen dan de symbolen en alsmede de foutmeldingen „F.32" en „F.37".

Wees voorlichtig! Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen!
Bij de foutmeldingen „F.32" en „F.37"要去 een erkende installerateur inschakelen.
Probeer nooit zichre reparaties bij uw compa cate gasketel uit te voeren.
4.8.4 Toestel/CV-installatie vullen

Wees voorzichtig! Gevaar voor beschadiging door ondeskundig vullen!
Door ondeskundig vullen kennen beschadigin gen aan afdichtingen en membranen, alsmede geluiden in CV-bedrijf ontstaan. Hiervoor en voor eventuele verrolgschade kennen wij Niet aansprakelijk worden gesteld.
Gebruik voor het vullen van de CV-installatie uitsluitend schoon leidingwater.
Gebruik geen chemische middelen zoals bijv. vorst- en corrosiewerende middelen (inhibitoren).

Afb. 4.13 Vuldruk van de CV-installatie controleren
Voor een correct bedrijf van de CV-installatie要去 bij koude installmentie de wijzer op de manometer (1) in het
bereik tussen 1,0 en 2,0 bar vuldruk staan. Staat deze lager dan 0,75 bar, vul dan a.u.b. water bij.

Wonneer u op de toets, " (2) drukt, worden 5 seconden lang de installatiedruk op het display getoond.
Als de CV-installatie zich over meertere etages uittstrekt, kan een hogere waterdruk van de installment nodig+zijn. Vraag hiervoor uw installateur.
Voor het vullen en bijvullen van de CV-installatie kut u normala leidingwater gebruiken. In uitzonderingsgevallen bestaan er waterkwaliteiten, die onder omstandigheden Niet geschikt zichn voor het vullen van de CV-installatie (water met veel ijzer of kalk). Neem in een dergelijk geval contact op met een erkend installerateur.
Voor het vullen van de installmentie gaat u als volgt te werk.
Open alle thermostaatkranen van de installmentie.
Verbind de vulkraan van de installmentie met behulp van een slang met een koudwatertapklep (uw installeur moet de vularmaturen aan u hebben getoond en het bujvullen of aftappen van de installmentie hebben uitgelegd).
Draai de vulkraan langzaam open.
Draai de tapklep langzaam open en vul zolang water bij tot op de manometer (1) deoodzakelijkke installatiedruk bereikt is.
Sluit de tapklep.
Ontlucht alle radiatoren.
Controllerervolgens op de manometer (1) de instal-. latiedruk en vulevt. nogmaals water bij.
Sluit de vulkraan en verwijder de vulslang.
4.9 Buitenbedrijfstelling

Afb. 4.14 Toestel ultschakelen
- Om uw compacte gasketel volledig buiten bedrijf te stellen, moet u de hoofdschakelaar (1) op stand „O" zetten.

Wees voorzichtig! Materièle schade door vorst!
Vorstbeveiligings- en bewakingsinrichtingen zich alleen actief, wonneer geen scheiding van het voedingsnet is opgetreden.
- Verbreek nooit de verbinding van het toestel met het elektriciteitsnet.
Schakel de aan/uit-schakelaar van het toestel in stand.
Om ervoor te zorgen dat de veiligheidsinrichtingen actief blijven, moet u uw compacte gasketelijdens de normale bedrijfsfunctie met de regelapparatuur in- en uitschakelen (informatie waarover vindt u in de betreffende bedieningshandleiding).

Bij langere buitenbedrijfstelling (bijv. vakantie)要去 bovendien de gasafsluitklep en koudwaterafsluitklep sluiten.
Let in dit verband ook op de instructies voor vorstbeveiliging in deel 4.10.

De afsluitkranen worden nicht meegeleverd met uw toestel. Ze worden apart door de installmenter geinstalleerd. Vraag hem om informatatie over positie en onderhoud van deze componenten.
4.10 Vorstbeveiliging

Wees voorzichtig! Materièle schade door vorst!
Vorstbeveiligings- en bewakingsnrichtingen zich alleen actief, wanner geen scheiding van het voedingsnet is opgetreden.
Verbreek nooit de verbinding van het toestel met het elektriciteitsnet.
Schakel de aan/uit-schakelaar van het toestel in stand ^

Wees voorzichtig! Gevaar voor beschadiging door ondeskundig vullen!
Door ondeskundig vullen kennen beschadigin gen aan afdichtingen en membranen, alsmede geluiden in CV-bedrijf ontstaan. Hiervoor en voor eventueleervoVGschade kuren wij nicht aansprakelijk worden gesteld.
- Gebruik voor het vullen van de CV-installatieuitsluitend schoon leidingwater.
- Gebruik geen chemische middelen zoals bijv. vorst- en corrosiewerende middelen (inhibitoren).
De CV-installatie en de waterleidingen zijn voldoende gegen vorst beschermd, als de CV-installatieijdens een vorstperiode ook in bedrijf blijft als u afwezig bent en de kamers voldoende op temperatuur blijven.
4.10.1 Vorstbeveiligingsfunctie
De compacte gasketel is - bij ingeschakelde hoofdschakelaar - met een vorstbeveiligingsfunctie uitgerust: als de CV-aanvoertemperatuur beneden 8^ daalt, gaat de CV-pomp in bedrijf en circuleert het water in het CVsystemeem. Als de CV-aanvoertemperatuur beneden 5^ daalt, gaat het toestel in bedrijf en verwarmt het CV-circuit maar ca. 30^ .
Als de Boilertemperatuur - ook wanneer de warmwater- temperatuurschakelaar op O staat - beneden 10^ daalt, worden de boiler maar 15^ verwarmd.

Wees voorzichtig! Gevaar voor bevriezing van delen van de hele installmentie!
De doorstroming van de hele CV-installatie kan met de vorstbeveiligingsfunctie Niet worden gewaarborgd.
Waarborg dat de verwarmingsinstallatie voldoende worden opgewarmed.
Schakel een erkende installerateur in voor advies.
4.10.2 Vorstbeveiliging door aftappen
Een andere möglichkheid van vorstbeveiliging is de CV-installatie en het toestel af te tappen. Daar bij moet u er zeker van zich, dat de installmentie en het toestel volledig zich aan getapt.
Alle koud- en warmwaterleidingen in de woning en van de warmwaterboiler in het toestel要去en ook worden afgetapt.
Laat u hierover adviseren door een erkend installmenteur.
4.11 Onderhoud en servicedienst
4.11.1 Inspectie/onderhoud
Voorwaarde voor de permanente inzetbaarheid en veiligheid, betrouwbaarheid en lange levensduur is een aanlijke inspectie/onderhoud van het toestel door een installmenteur.

Gevaarlijk!
Gevaar voor lichamelijk letsel en materièle schade door ondeskundig onderhoud en reparatie!
Nagelaten en ondeskundig onderhoud kan de bedrijfsveiligung van het toestel in gevaar brengen.
Probeer nooit zich onderhoudswerkzaamheden of reparaties bij uw compacte gasketel uit te voeren.
Laat dit doeon door een erkend installateur. We raden u aan om een onderhoudscontract af te sluiten.
Regelmatig onderhoud zorgt voor een optimaal rendement en daarmee voor een economisch bedrijf van uw compacte gasketel.
De in dit deel beschreiben meet- en controlewerkzaamheden worden alleen door uwinstallateur uitgevoerd.

Afb. 4.15 Installateur-meting

Afb. 4.16 Installateur-bedrijf inschakelen
Voor het uitvoeren van de metingen gaat u als volgt te werk (zie aflb. 4.15 en 4.16):
Verwijder de toestelafdekking (1, 2) en het bovenste frontdeel (5). De testopeningen zijn nu toegankelijk.
Activeer het installmentar-bedrijf door tegelijkertijd de toetsen ^ + ^ (6) en ^ - ^ (7) van het DIA-systeem in te drukken.
S.Fh = installaturbedrijf CV
S.Fb = installaturbedrijf warmwater
Voer de metingen op z'n vroegt na een bedrijfsduur van 2 minutes van het toestel UIT.
Schroef de afsluitkappen van de testopeningen (3) en (4) af.
Voer de metingen in het rookgastraject uit bij de teststomp (4) (induikdiepe: 110~mm ). Metingen in het verbrandingsluchttraject kunt u uitvoeren bij teststomp (3) (induikdiepe: 65~mm ).
Door de toetsen ^ + ^ (6) en 一 ^ (7) tegelijkkertijd in te drukken kurz u het meetbedrijf waar verlaten. Het meetbedrijf worden ook verlaten als gedurende 15 minutes geen toets ingedrukt worden.
Schroef de aflsuitkappen weeop de testopeningen (3) en (4).
Breng de toestelafdekking (1, 2) en het bovenste frontdeel (5) waar aan.
4.11.3 Klantendienst
Vaillant SA-NV
Rue Golden Hopestraat 15
1620 Drogenbos
Tel:02/3349352
N.V. Vaillant S.A.
Rue Golden Hopestraat 15 B-1620 Drogenbos Tel. 02/334 93 00
Fax 02/334 9319 www.vaillant.be info@vaillant.be
VAILLANT GROUP FRANCE
"Le Technipole" 8, Avenue Pablo Picasso F-94132 Fontenay-sous-Bois Cedex
Telephone 01497411 Fax 0148768932 Assistance technique 0826270303 (0,15 EUR TTC/min)