Estate 7102 HWSY - Tractor STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Estate 7102 HWSY STIGA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Estate 7102 HWSY STIGA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Tractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Estate 7102 HWSY - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Estate 7102 HWSY van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING Estate 7102 HWSY STIGA
Dank u voor uw aanschaf van een Honda motor! We helpen u graag om met uw nieuwe motor optimale resultaten te behalen en deze veilig te gebruiken. Deze handleiding bevat informatie hierover; lees deze daarom zorgvuldig door voordat u uw motor gebruikt. Als zich een probleem voordoet of als uw vragen heeft over uw motor, neem dan contact op met een erkende Honda onderhoudsdealer.
Alle in deze uitgave opgenomen informatie is gebaseerd op de meest recente beschikbare informatie bij het ter perse gaan. Honda Motor Co., Ltd. behoudt zich te allen tijde het recht voor om zonder kennisgeving vooraf wijzigingen aan te brengen zonder hiermee verplichtingen op zich te nemen. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming.
Deze handleiding is te beschouwen als een permanent onderdeel van de motor en hoort bij verkoop ervan aan de nieuwe eigenaar te worden overhandigd.
Neem de instructies bij de door deze motor aangedreven apparatuur door voor aanvullende informatie over starten en uitschakelen van de motor, bediening, afstellingen of eventuele speciale onderhoudsinstructies.
Verenigde Staten, Puerto Rico en Amerikaanse Maagdeneilanden: Wij raden u aan de garantiepolis door te lezen om de dekking ervan en uw verantwoordelijkheden als eigenaar helemaal te begrijpen. Het garantieboekje is een afzonderlijk document dat uw dealer aan u hoort te hebben overhandigd.
VEILIGHEIDSMEDEDELINGEN
Uw eigen veiligheid en die van anderen zijn van het grootste belang. Overal in deze handleiding en op de motor zelf vindt u belangrijke veiligheidsmededelingen. Lees deze mededelingen aandachtig.
Een veiligheidsmededeling maakt u attent op potentiële risico's waarbij letsel aan uzelf of anderen kan worden toegebracht. Vóór elke veiligheidsmededeling ziet u een veiligheidssymbool. Raan en een van de drie aanduidingen GEVAAR, WAARSCHUWING of VOORZICHTIG.
Deze signaalwoorden betekenen:
GEVAAR
WAARSCHUWING
VOORZICHTIG
U loopt BESLIST DODELIJK of ERNSTIG letsel op als u instructies niet opvolgt.
U loopt MOGELIJK DODELIJK of ERNSTIG letsel op als u instructies niet opvolgt.
U KUNT LETSEL oplopen als u instructies niet opvolgt.
Elke mededeling maakt duidelijk wat het risico is, wat er kan gebeuren en wat u kunt doen om letsel te vermijden of te beperken.
INFORMATIE OVER SCHADEPREVENTIE
U treft ook andere belangrijke mededelingen aan waarbij het woord OPMERKING staat.
Dit woord betekent:
ATTENTIE Uw motor, andere eigendommen of het milieu kunnen beschadigingen oplopen als u instructies niet opvolgt.
Dit gehele handboek bevat vele belangrijke veiligheidsinformatie - lees het aandachtig.
HONDA
INSTRUCTIEBOEKJE
GXV630 · GXV690

De motoruitlaatgassen van dit product bevatten chemische stoffen die volgens de staat van Californië kanker, geboorteafwijkingen of schade aan voortplantingsorganen kunnen toebrengen.
INHOUD
INLEIDING....1
VEILIGHEIDSMEDDELINGEN......1
VEILIGHEIDSINFORMATIE....2
LOCATIE VEILIGHEIDSSTICKER.....2
Locatie serienummer.... 13
Accuaansluitingen voor elektrische
starter....13
Verbinding voor externe
bediening 14
Carburateurmodificaties voor
werking op grotere
geografische hoogte....14
Informatie over het
emissieregelsysteem 15
Air Index (luchtindex)...... 16
Specifications.... 16
Afstelspecificaties.... 17
Beknopte naslaginformatie ..... 17
Bedradingsschema's.... 17
GEBRUIKERSINFORMATIE 18
GARANTIE EN INFORMATIE OVER
DISTRIBUTEURS/DEALERS..... 18
KLANTENSERVICE-
INFORMATIE....18





VEILIGHEIDSINFORMATIE
- Zorg dat u de werking van alle bedieningsorganen begrijpt en dat u weet hoe u de motor in een noodgeval snel uitschakelt. Zorg dat de gebruiker de juiste instructies krijgt voordat hij de apparatuur gaat gebruiken.
- De motor mag niet door kinderen worden gebruikt. Houd kinderen en huisdieren uit de buurt terwijl de motor in gebruik is.
- De uitlaatgassen van uw motor bevatten giftig koolmonoxidegas. Laat de motor niet draaien zonder voldoende ventilatie en laat de motor nooit binnenshuis draaien.
- De motor en de uitlaat worden tijdens gebruik zeer heet. Zet de motor minstens op één meter afstand van gebouwen en apparatuur als deze in gebruik is. Houd ontvlambaar materiaal bij de motor vandaan en zet niets op de motor terwijl deze draait.
LOCATIE VEILIGHEIDSSTICKER
Deze sticker waarschuwt u voor risico's die ernstig letsel tot gevolg kunnen hebben. Lees deze aandachtig door. Als de sticker losraakt of niet meer goed leesbaar is, kunt u bij uw Honda-onderhoudsdealer een nieuwe sticker krijgen.

| WAARSCHUWINGSLABEL Voor EU | EU | Uitgezonderd EU |
| bevestigdaan het product | meegeleverd met product | |
| meegeleverd met product | bevestigdaan het product | |
| meegeleverd met product | meegeleverd met product |



Benzine is uiterst brandbaar en explosief. Schakel de motor uit en laat deze afkoelen voordat u brandstof bijvult.
De uitlaatgassen van de motor bevatten giftig koolmonoxidegas. Laat de motor niet draaien in een afgesloten ruimte.
Lees het instructieboekje voordat u de motor gebruikt.
Magneetklep onderbreking brandstoftoevoer
De motor is uitgerust met een magneetklep voor brandstoftoevoer; deze geeft de brandstoftoevoer naar de hoofdsproeier van de carburateur vrij wanneer de motorschakelaar in de stand ON of START staat en sluit de brandstofstroom naar de hoofdsproeier af wanneer de motorschakelaar in de stand OFF staat.
De motor moet zijn aangesloten op de accu om de magneetklep voor brandstoftoevoer te kunnen bekrachtigen en zo de motor te laten lopen. Als de accu niet is aangesloten, is de brandstoftoevoer naar de carburateur onderbroken.
GEBRUIKSCONTROLES VOORAF
IS UW MOTOR GEBRUIKSKLAAR?
Voor uw eigen veiligheid en voor een maximale levensduur van uw apparatuur, is het van groot belang om voordat u de motor aanzet steeds even tijd te nemen en de conditie van de motor te controleren. Los eventuele gevonden problemen op of laat ze door uw onderhoudsdealer verhelpen voordat u de motor weer gebruikt.
WAARSCHUWING
Als de motor niet correct wordt onderhouden of problemen niet worden verholpen voordat de motor wordt gebruikt, kunnen ernstige storingen ontstaan.
Sommige storingen kunnen ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
Voer voorafgaand aan elk gebruik een controle uit en verhelp eventuele problemen.
Controleer voordat u de gebruikscontrole uitvoert eerst of de motor wel horizontaal staat en de motorschakelaar in de stand OFF (UIT) staat.
Controleer altijd de volgende punten voordat u de motor start:
Controleer de algehele conditie van de motor
- Inspecteer voor elk gebruik de ruimte rond en onder de motor op sporen van olie- of benzinelekkage.
- Verwijder een teveel aan vuil of rommel, vooral rondom de uitlaatdemper.
- Verwijder eventuele voorwerpen of vuil die de koelluchttoevoer blokkeren bij de afdekking van het zeefrooster. Als de motor draait met een geblokkeerde luchttoevoer, kan er motorschade ontstaan.
- Let op tekenen van schade.
- Controleer of alle afschermkappen en deksels op hun plaats zitten en of alle moeren, bouten en schroeven goed zijn vastgedraaid.
Controleer de motor
- Controleer het brandstofniveau. Als u met een volle tank begint, hoeft u uw werk niet of nauwelijks te onderbreken om te tanken.
- Controleer het motoroliepeil (zie pagina 7). Als de motor draait met een te laag oliepeil, kan er motorschade ontstaan.
- Controleer het luchtfilterelement (zie pagina 9). Een vervuild luchtfilterelement belemmert de luchtstroming naar de carburateur, zodat de motor minder goed presteert.
- Controleer de apparatuur die door deze motor wordt aangedreven.
Neem de instructies door die worden geleverd bij de apparatuur die door deze motor wordt aangedreven en let op voorzorgsmaatregelen en procedures die u hoort te volgen voordat u de motor start.
BEDIENING
VOORZORGEN VOOR VEILIG GEBRUIK
Lees bij de ingebruikname van de motor de paragraaf met VEILIGHEIDSINFORMATIE op pagina 2 en de GEBRUIKSCONTROLES VOORAF op pagina 4.
Gevaar voor koolmonoxide
Laat voor uw eigen veiligheid de motor niet draaien in een afgesloten ruimte zoals een garage. De uitlaatgassen van de motor bevatten giftig koolmonoxide dat in een afgesloten ruimte snel een concentratie bereikt die schadelijk of dodelijk is.
WAARSCHUWING
Uitlaatgassen bevatten giftig koolmonoxide dat in afgesloten ruimten een gevaarlijke concentratie kan bereiken.
Het inademen van koolmonoxide kan leiden tot bewusteloosheid of de dood.
Laat de motor nooit in een (deels) afgesloten ruimte draaien.
Lees de instructies die zijn meegeleverd bij de apparatuur die wordt aangedreven door deze motor om te zien welke veiligheidsmaatregelen u in acht moet nemen bij het starten, uitschakelen of gebruik van de motor.
Gebruik de motor niet op hellingen van meer dan 20° (36%).
DE MOTOR STARTEN
- Als de brandstoftank een kraan heeft, draai de kraanhendel dan naar de stand OPEN of ON voordat u de motor start.
- Zet om een koude motor te starten de chokehendel in de stand CLOSED (DICHT).
Zet om een nog warme motor te herstarten de chokehendel in de stand OPEN.
Sommige motoruitvoeringen hebben een extern gemonteerde chokehendel en geen aan de motor gemonteerde chokehendel zoals hier is afgebeeld. Raadpleeg de instructies meegeleverd met de door deze motor aangedreven apparatuur voor informatie over externe bediening.

text_image
CHOKEHENDEL CLOSED (DICHT) OPEN4 NEDERLANDS



- Zet de gashendel uit de stand SLOW, tot op ca. 1/3 van de afstand naar de stand FAST.
Sommige motoruitvoeringen hebben een extern gemonteerde gashendel en geen aan de motor gemonteerde gashendel zoals hier is afgebeeld. Raadpleeg de instructies meegeleverd met de door deze motor aangedreven apparatuur voor informatie over externe bediening.

text_image
GASHENDEL SNEL LANGZAAM-
Zet de motorschakelaar in de stand ON (AAN).
-
Bedien de starter.
Draai de motorschakelaar in de stand START en houd in die stand vast totdat de motor aanslaat.
Als de motor niet binnen 5 seconden aanslaat, laat de motorschakelaar dan los en wacht minstens 10 seconden voordat u de starter opnieuw bedient.
ATTENTIE
Als u de elektrische starter per keer langer dan 5 seconden gebruikt, raakt de startmotor oververhit en kunt u deze zo beschadigen.
Laat zodra de motor aanslaat de motorschakelaar los, zodat deze terugkomt in de stand ON.
-
Laat de motor 2 tot 3 minuten warmdraaien.
-
Als u de chokehendel in de stand CLOSED hebt gezet om de motor starten, zet deze dan geleidelijk in de stand OPEN naarmate de motor opwarmt.

text_image
CHOKEHENDEL CLOSED (DICHT) OPENDE MOTOR UITZETTEN
Als u in een noodgeval de motor snel moet uitschakelen, draait u de motorschakelaar gewoon naar de stand UIT. Hanteer onder normale omstandigheden de volgende procedure. Zie de instructies die door de fabrikant van de apparatuur zijn meegeleverd.
- Zet de chokehendel in de stand SLOW (langzaam).
Sommige motoruitvoeringen hebben een extern gemonteerde gashendel en geen aan de motor gemonteerde gashendel zoals hier is afgebeeld. Raadpleeg de instructies meegeleverd met de door deze motor aangedreven apparatuur voor informatie over externe bediening.

text_image
GASHENDEL LANGZAAM-
Zet de motorschakelaar in de stand OFF (UIT).
-
Als de brandstoftank een kraan heeft, draai deze dan naar de stand CLOSED of OFF.
MOTORTOERENTAL INSTELLEN
Zet de gashendel in de stand voor het gewenste motortoerental.
Sommige motoruitvoeringen hebben een extern gemonteerde gashendel en geen aan de motor gemonteerde gashendel zoals hier is afgebeeld. Zie de instructies die door de fabrikant van de apparatuur zijn meegeleverd.
Zie voor het aanbevolen motortoerental de instructies bij de apparatuur die door deze motor wordt aangedreven.

text_image
GASHENDEL LANGZAAM SNELKoppel de accu niet af van de motor terwijl de motor draait. Als u de accu afkoppelt, onderbreekt de magneetklep voor brandstoftoevoer de brandstofstroom naar de hoofdsproeier van de carburateur en slaat de motor af.
ONDERHOUD AAN UW MOTOR
HET BELANG VAN ONDERHOUD
Deugdelijk onderhoud is van groot belang voor een veilige, zuinige en storingsvrije werking. Ook helpt u zo milieuverontreiniging voorkomen.
WAARSCHUWING
Als de motor niet correct wordt onderhouden of problemen niet worden verholpen voordat de motor wordt gebruikt, kunnen ernstige storingen ontstaan.
Sommige storingen kunnen ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
Volg altijd de aanbevelingen voor inspectie en onderhoud en de schema's in deze instructiehandleiding.
Op de volgende pagina's staan een onderhoudsschema en beschrijvingen van routine-inspecties en eenvoudige onderhoudsprocedures met basisgereedschap zodat u uw motor goed kunt onderhouden. Andere onderhoudstaken die wat ingewikkelder zijn of waarvoor speciaal gereedschap nodig is, kunt u beter overlaten aan vakmensen en laten uitvoeren door een monteur van Honda of een andere geschoolde monteur.
Het onderhoudsschema is van toepassing op normale gebruiksomstandigheden. Als u de motor gebruikt onder zware omstandigheden, zoals bij continu gebruik onder zware belasting of bij hoge temperaturen of onder ongewoon vochtige of stoffige condities, neem dan contact op met uw onderhoudsdealer voor advies over uw specifieke behoeften en gebruik.
Onderhoud, vervanging of reparatie van voorzieningen en systemen voor emissieregeling mogen door een motorreparatiebedrijf of monteur alleen worden uitgevoerd met gebruikmaking van onderdelen die "gecertificeerd" zijn volgens EPA-normen (Environmental Protection Agency; instituut voor milieubescherming in Verenigde Staten).
VEILIG ONDERHOUD
In dit deel wordt een aantal zeer belangrijke veiligheidsvoorzorgen beschreven. We kunnen echter niet waarschuwen tegen elk mogelijk risico dat zich bij het uitvoeren van onderhoud kan voordoen. U kunt alleen zelf beslissen of u een bepaalde taak al dan niet aankunt.
WAARSCHUWING
Verkeerd uitgevoerd onderhoud kan leiden tot onveilige situaties.
Als de onderhoudsinstructies en voorzorgsmaatregelen niet juist worden gevolgd, kan dat leiden tot ernstig letsel of de dood.
Volg altijd de procedures en voorzorgsmaatregelen in deze instructiehandleiding.
VEILIGHEIDSVOORZORGEN
- Schakel de motor uit voordat u begint met onderhoud of een reparatie. Haal de bougiedop los van de bougie om onbedoeld starten te voorkomen. Daarmee neemt u enkele potentiële risico's weg:
- Koolmonoxidevergiftiging door uitlaatgassen.
Buiten uitvoeren, niet in de buurt van open ramen of deuren.
Brandwonden door hete onderdelen.
Laat de motor en het uitlaatsysteem afkoelen voordat u deze aanraakt,
Letsel door bewegende onderdelen.
Schakel de motor pas in als de instructie dat aangeeft.
- Lees de instructies voordat u begint en controleer of u het vereiste gereedschap en de deskundigheid bezit.
- Wees voorzichtig wanneer u met benzine werkt, om het risico op brand of explosie te verminderen. Gebruik een niet-ontvlambaar oplosmiddel en geen benzine om onderdelen te reinigen. Blijft met een brandende sigaret, vonken of open vuur uit de buurt van alle onderdelen van het brandstofsysteem.
Denk eraan dat een erkende Honda-onderhoudsdealer uw motor het beste kent en goed is uitgerust om deze te onderhouden en te repareren.
Gebruik voor de beste kwaliteit en betrouwbaarheid alleen nieuwe originele Honda- of gelijkwaardige onderdelen ter reparatie en vervanging.
ONDERHOUDSSCHEMA
| NORMAAL ONDERHOUDSINTERVAL (3)Uitvoeren bij elke aangegeven maand of na het aantal bedrijfsuren, waarbij de eerst bereikte limiet geldt. | Elk gebruik | Eerste maand of 20 uur | Iedere 6 maanden of 100 uur | Elk jaar of 300 uur | Iedere 2 maanden of 500 uur | Raadpleeg pagina | |
| ONDERDEEL | |||||||
| Motorolie | Peil controleren | o | 7 | ||||
| Verversen o o 8 | |||||||
| Motoroliefilter Vervangen Elke 200 uur 8 | |||||||
| Luchtfilter | Controleren | o | 9 | ||||
| Reinigen | o (1) | 9 | |||||
| Vervangen | o * | ||||||
| Bougle | Controleren-afstellen | o | 10 | ||||
| Vervangen | o | ||||||
| Stationair toerental | Controleren-afstellen | o (2) | ** | ||||
| Klepspeling | Controleren-afstellen | o (2) | ** | ||||
| Verbrandingskamer | Reinigen | Na elke 1000 uur (2) | ** | ||||
| Brandstofffilter Vervangen | o (2) | ** | |||||
| Brandstofleiding | Controleren | Elke 2 jaar (Vervangen indien nodig) (2) | ** | ||||
* Vervang uitsluitend het papieren filterelement.
** Raadpleeg het werkplaatshandboek.
(1) Voer vaker onderhoud uit wanneer u in een stoffige omgeving werkt.
(2) Onderhoud op deze punten moet worden uitgevoerd door uw onderhoudsdealer, als u niet over het juiste gereedschap beschikt en geen ervaren monteur bent. Zie het Honda-werkplaatshandboek voor onderhoudsprocedures.
(3) Houd bij commerciële toepassingen het aantal bedrijfsuren schriftelijk bij, om de correcte onderhoudsinterval te kunnen bepalen.
Als dit onderhoudsschema niet wordt opgevolgd, kan dit leiden tot defecten die niet door de garantie worden gedekt.
BRANDSTOF TANKEN
Aanbevolen brandstof
| Loodvrije benzine | |
| VS Pompoctaangehalte van 86 of hoger | |
| Uitgezonderd VS Research-octaangehalte van 91 of hoger | |
Deze motor is alleen vrijgegeven voor gebruik met loodvrije benzine met een pomp-octaangehalte (RON) van 86 of hoger (een research-octaangehalte (PON) van 91 of hoger).
Tanken dient plaats te vinden in een goed geventileerde ruimte en met uitgezette motor. Als de motor heeft gedraaid, laat deze eerst afkoelen. Tank nooit in een gebouw waar benzinedampen in contact kunnen komen met vlammen of vonken.
U kunt ongelode benzine gebruiken met niet meer dan 10% ethanol (E10) of 5% methanol per volume. Daarnaast moet de methanol verdunners en corrosieremmers bevatten. Gebruik van brandstoffen met een hoger ethanol- of methanolgehalte dan hierboven wordt aangegeven, kan leiden tot start- en/of prestatieproblemen. Er kan dan ook schade optreden aan metalen,
rubberen en kunststoffen onderdelen van het brandstofsysteem. De garantie dekt geen motorschade of prestatieproblemen die het gevolg zijn van het gebruik van een brandstof met een hoger percentage ethanol of methanol dan hierboven is aangegeven.
Als de apparatuur onregelmatig of slechts sporadisch wordt gebruikt, raadpleeg dan het gedeelte Brandstof in het hoofdstuk UW MOTOR STALLEN (zie pagina 10) voor meer informatie over verslechtering van de brandstofkwaliteit.
WAARSCHUWING
Benzine is uiterst brandbaar en explosief.
Bij de omgang met benzine kunt u brandwonden of ernstig letsel oplopen.
- Schakel de motor uit en laat hem afkoelen voordat u met brandstof gaat werken.
• Houd warmte, vonken en open vuur uit de buurt. - Werk alleen in de buitenlucht met benzine.
• Houd afstand tot uw voertuig. - Veeg gemorste brandstof direct weg.
ATTENTIE
Brandstof kan schade toebrengen aan de lak en sommige soorten kunststof. Wees voorzichtig en mors geen brandstof terwijl u de brandstoftank bijvult. Schade veroorzaakt door morsen van brandstof wordt niet gedekt door de dealergarantie (Distributor's Limited Warranty).
Gebruik nooit oude of vervuilde benzine of benzine waaraan olie is toegevoegd. Zorg dat er geen vuil of water in de brandstoftank terechtkomt.
Plaats de uitgeschakelde motor op een vlakke ondergrond, verwijder de brandstofvuldop en controleer het brandstofniveau. Vul de tank bij als het brandstofniveau laag staat.
Zie de instructies bij de apparatuur die door deze motor wordt aangedreven.
Vul in een goed geventileerde ruimte brandstof bij voordat u de motor start. Als de motor gedraaid heeft, laat dan eerst afkoelen. Vul zorgvuldig bij om morsen van brandstof te voorkomen. Eventueel moet u het brandstofniveau iets verlagen, dat hangt af van de gebruiksomstandigheden. Breng na bijvullen de tankdop aan en zet stevig vast.
Blijf met benzine uit de buurt van waakvlammen, barbecues, elektrische huishoudelijke apparatuur, elektrisch gereedschap, enz.
Gemorste benzine levert niet alleen een brandgevaar op, maar veroorzaakt ook milieuverontreiniging. Veeg gemorste brandstof direct weg.
MOTOROLIE
Olie heeft een belangrijke invloed op de prestaties en de levensduur. Gebruik olie voor 4-takt automotoren met reinigende eigenschappen.
Aanbevolen olie
Gebruik 4-taktmotorolie die voldoet aan de eisen voor API-classificatie SJ of hoger (of gelijkwaardig). Controleer altijd het API-servicelabel op de olieverpakking om te zien of de aanduidingen SJ of hogere klasse (of gelijkwaardig) vermeld staan.

bar
| Category | Value | |---|---| | 30 | 40 | | 5W-30-10W-30 | 40 | | Synthetic 5W-30 | 40 |OMGEVINGSTEMPERATUUR
SAE 10W-30 of 5W-30 wordt aanbevolen voor algemene gebruiksdoeleinden. Gebruik een volledig synthetische 5W-30 olie voor start-/ bedrijfstemperaturen tussen -15°C en -25°C. Andere viscositeitsklassen die in het schema staan aangegeven, kunt u gebruiken als de gemiddelde temperatuur in uw omgeving binnen het aangeduide bereik ligt.
Oliepeil controleren
Controleer het motoroliepeil terwijl de motor is uitgeschakeld en horizontaal staat.
- Start de motor en laat deze 1 tot 2 minuten stationair draaien. Zet de motor af en wacht 2 tot 3 minuten.
- Verwijder de olievuldop/peilstok en veeg deze schoon.
- Steek de olievuldop/peilstok in de olievulpijp zonder deze vast te draaien en neem weer uit om het op de peilstok getoonde olieniveau te controleren.
-
Als het olieniveau bij of beneden de onderste peilstreep op de peilstok staat, vul dan bij met aanbevolen olie tot aan de bovenste peilstreep.
-
Plaats de olievuldop/peilstok terug.

text_image
OLIEVULDOP/ PEILSTOK BOVENGRES ONDERGRESATTENTIE
Als de motor draait met een te laag oliepeil, kan er motorschade ontstaan. Dergelijke schade wordt niet gedekt door de dealergarantie (Distributor's Limited Warranty).
Olie verversen
Tap de verbruikte olie af terwijl de motor warm is. Warme olie stroomt snel en gemakkelijk uit de motor.
-
Plaats een geschikte opvangbak onder de motor om de verbruikte olie op te vangen en verwijder dan de olievuldop/peilstok, de aftapplug en de afdichtring.
-
Laat de verbruikte olie helemaal uitstromen, breng dan de aftapplug en de nieuwe afdichtring aan en draai de aftapplug stevig vast.
AANHAALMOMENT: 45,0 N·m (4,5 kgf·m)
Voer verbruikte motorolie op correcte wijze af, zodat u het milieu geen schade toebrengt. We raden aan om de verbruikte olie voor verdere verwerking in een afgesloten verpakking af te leveren bij uw plaatselijk inzamelstation voor hergebruik. Gooi de olie niet weg bij het huisvuil en giet deze niet op de grond of in het riool.
- Vul met de motor in horizontale positie de aanbevolen olie bij tot aan de bovenste peilstreep op de peilstok.
Vulhoeveelheid motorolie:
Zonder vervanging van het oliefilter: 1,7 L
Met vervanging oliefilter: 1,9 L

text_image
OLIEVULDOP/ PEILSTOK BOVENGRENS ONDERGRENS OLIEAFTAPPLUG ONDERLEGRING (Vervangen)ATTENTIE
Als de motor draait met een te laag oliepeil, kan er motorschade ontstaan. Dergelijke schade wordt niet gedekt door de dealergarantie (Distributor's Limited Warranty).
- Breng de olievuldop/peilstok weer stevig aan.
OLIEFILTER
Verversen
-
Tap de motorolie af en draai de aftapplug weer stevig vast.
-
Verwijder het oliefilter met een oliefilterinbussleutel en laat de nog achtergebleven olie in een geschikte opvangbak weglopen. Voer de verbruikte olie en het filter op milieuvriendelijke wijze af.
ATTENTIE
Gebruik liever een oliefilterinbussleutel in plaats van een riemsleutel, om schade aan het oliefilter te voorkomen.

text_image
OLIEFILTER AFDICHTRING OLIEFILTEROPENING FILTERVOET- Reinig de filtervoet en smeer de afdichtring van het nieuwe oliefilter in met schone motorolie.
ATTENTIE
Gebruik alleen een origineel Honda oliefilter of een filter van gelijkwaardige kwaliteit zoals gespecificeerd voor uw motoruitvoering. Bij gebruik van een verkeerd filter of een niet origineel Honda filter van een verkeerde kwaliteit kan er schade aan de motor ontstaan.
- Schroef het nieuwe oliefilter met de hand op totdat de afdichtring de filtervoet raakt en gebruik dan een oliefilterinbussleutel om het filter nog een extra 3/4 slag vast te zetten.
Aantrekkoppel oliefilter: 12 N·m (1,2 kgf·m)
-
Vul het carter met de voorgeschreven hoeveelheid aanbevolen motorolie (zie pagina 7). Plaats de olievuldop/peilstok terug.
-
Start de motor en controleer op lekkage.
-
Zet de motor af en controleer het olieniveau zoals beschreven op pagina
- Vul zo nodig olie bij tot aan de bovenste peilstreep op de peilstok.
LUCHTFILTER
Een vervuild luchtfilter belemmert de luchtstroming naar de carburateur, zodat de motor minder goed presteert. Als u de motor in een erg stoffige omgeving gebruikt, reinig het luchtfilter dan vaker dan staat aangegeven in het ONDERHOUDSSCHEMA (zie pagina 6).
ATTENTIE
Als de motor draait zonder luchtfilter of met een beschadigd luchtfilter, komt er vuil in de motor, wat snelle slijtage van de motor veroorzaakt. Dergelijke schade wordt niet gedekt door de dealergarantie (Distributor's Limited Warranty).
Inspectie
Verwijder het luchtfilterdeksel en inspecteer de luchtfilterelementen. Reinig of vervang vervuilde luchtfilterelementen. Vervang beschadigde luchtfilterelementen altijd.
Reinigen
- Zet de luchtfilterdekselvergrendeling in de ontgrendelde stand en verwijder het deksel.
- Maak de twee veerklemmen los van de elementhouder, verwijder vervolgens de elementhouder en verwijder het schuimrubberen filterelement uit de elementhouder.
- Verwijder het papieren filterelement.

text_image
LUCHTKAMER LUCHTFILTERHUIS VEERKLEM-MEN PAPIEREN FILTERELEMENT ELEMENTHOUDER SCHUIMRUBBEREN FILTERELEMENT LUCHTFILTERDEKSEL LUCHTFILTERDEKSEL-
Controleer beide filterelementen en vervang ze als ze beschadigd zijn. Vervang het papieren filterelement altijd volgens het interval uit het onderhoudsschema (zie pagina 6).
-
Reinig de filterelementen als u ze opnieuw gebruikt.
Papieren filterelement: Tik een paar keer met het filterelement op een hard oppervlak om vuil te verwijderen, of blaas met perslucht [maximale druk 207 kPa (2,1 kgf/cm²)] het filterelement vanaf de schone zijde (aan motorzijde) door. Borstel vuil nooit weg, u drukt de vuildeetjes zo in de vezelstructuur. Vervang het papieren filterelement als dit erg vervuild is.

Schuimrubberen filterelement: Reinig in een warm zeepsopje, spoel met schoon water en laat dan grondig drogen. Of reinig in een niet-ontvlambaar oplosmiddel en laat vervolgens drogen. Doop het filterelement in schone motorolie en knijp vervolgens alle overtollige olie eruit. De motor zal bij de eerstvolgende start veel rook afgeven als er te veel olie in het schuimrubber achterblijft.

flowchart
graph LR
A["Reinigen"] --> B["In olie dompelen"]
B --> C["Uitknijpen not draaien"]
D["Niet draaien"] --> E["In olie dompelen"]
E --> F["Uitknijpen en drogen"]
- Veeg met een vochtige doek vuil weg vanuit de binnenkant van het luchtfilterhuis en het filterdeksel. Wees voorzichtig en voorkom dat vuil in de luchtkamer aan carburateurzijde binnendringt.
- Breng het papieren filterelement opnieuw aan.
- Plaats het schuimrubberen luchtfilterelement op de elementhouder en monteer de elementhouder op het luchtfilterhuis. Haak de twee veerklemmen stevig vast.
- Zet de luchtfilterdekselvergrendeling stevig vast.
BOUGIE
Aanbevolen bougie: ZFR5F (NGK) FR2A (NGK)
De aanbevolen bougie heeft de correcte warmtegraad voor de normale bedrijfstemperatuur van de motor.
ATTENTIE
Het gebruik van verkeerde bougies kan de motor beschadigen.
Als de motor gedraaid heeft, laat deze dan eerst afkoelen voordat u onderhoud aan de bougies pleegt.
Voor een goede werking moeten de bougies de juiste elektrodenafstand hebben en mag er geen aanslag op aanwezig zijn.
-
Haal de bougiedoppen los van de bougies en verwijder eventueel vuil direct rondom de bougies.
-
Verwijder de bougies met een 5/8-inch bougiesleutel.

text_image
BOUGIEDOP BOOGIESLEUTEL-
Inspecteer de bougies. Vervang bougies als ze beschadigd of erg vervuild zijn en als de afdichtring in slechte conditie is of de elektrode versleten is.
-
Meet de elektrodenafstand met een voelermaat van het draadtype. Corrigeer de elektrodenafstand zo nodig door de zijelektrode voorzichtig iets te buigen. De elektrodenafstand moet zijn: 0,7–0,8 mm
-
Monteer de bougies zorgvuldig met de hand, om beschadiging van de schroefdraad te voorkomen.
-
Trek de bougie nadat deze aanligt nog iets na met een 5/8-inch bougiesleutel om de afdichtring vast te zetten.
Bij het monteren van een nieuwe bougie moet deze nadat hij aanligt nog 1/2 slag extra worden aangedraaid om de ring samen te drukken.
Bij het opnieuw monteren van de oude bougie moet deze nadat hij aanligt nog 1/8-1/4 slag extra worden aangedraaid om de ring vast te zetten.
AANHAALMOMENT: 18,0 N·m (1,8 kgf·m)
ATTENTIE
Door een losse bougie kan de motor oververhit raken en schade oplopen. Als de bougie te strak wordt vastgedraaid, kan de schroefdraad in de cilinderkop worden beschadigd.
- Bevestig de bougiedoppen op de bougies.
10 NEDERLANDS
HANDIGE TIPS & SUGGESTIES
UW MOTOR STALLEN
Voorbereiding op stalling
Correct stallen is van groot belang om uw motor in storingsvrije conditie te houden en er goed te laten uitzien. Met de volgende stappen voorkomt u dat roest en corrosie de werking en de aanblik van uw motor verslechteren en zal de motor de volgende keer weer gemakkelijk starten.
Reinigen
Als de motor heeft gedraaid, laat dan minstens een half uur afkoelen voordat u gaat reinigen. Reinig de motor aan de buitenzijde, werk beschadigde lak bij en smeer andere gedeelten die kunnen roesten licht in met olie.
ATTENTIE
Door te reinigen met water uit een tuinslang of met een hogedrukreiniger, kan er water in het luchtfilter of in de uitlaatdemperopening dringen. Water in het luchtfilter wordt opgezogen door het luchtfilterelement en water dat zo het luchtfilter of de uitlaatdemper passeert kan in de cilinder terechtkomen en schade veroorzaken.
Brandstof
ATTENTIE
Afhankelijk van de regio waar u de apparatuur gebruikt, kan de samenstelling van de brandstof snel verslechteren en oxideren. Verslechtering en oxidatie van de brandstof kunnen al binnen 30 dagen optreden en kunnen schade veroorzaken aan de carburateur en/of het brandstofsystem. Raadpleeg uw onderhoudsdealer voor aanbevelingen voor opslag.
Benzine zal tijdens stalling oxideren en gaat dan kwalitatief achteruit. Met slechte benzine zal de motor moeilijk starten en blijft er een harsaanslag achter die het brandstofsysteem kan verstoppen. Als de kwaliteit van de benzine in uw motor tijdens stalling achteruitgaat, is mogelijk extra onderhoud nodig aan de carburateur of andere onderdelen van het brandstofsysteem of moeten deze worden vervangen.
De tijdsduur dat benzine in uw brandstoftank en carburateur kan worden gelaten, zonder functionele problemen te veroorzaken, hangt van verschillende factoren af zoals benzinemengsel, uw opslagtemperaturen, en of de brandstoftank helemaal of gedeeltelijk vol is. De lucht in een gedeeltelijke gevulde brandstoftank bevordert brandstofverval. Warme opslagtemperaturen versnellen het brandstofverval. Brandstofverslechteringsproblemen kunnen dan al binnen een paar maanden optreden, of zelfs eerder als de benzine waarmee uw benzinetank is gevuld niet nieuw was.
Schade aan het brandstofsysteem of problemen in de motorwerking als gevolg van een slechte stallingvoorbereiding, vallen niet onder de garantie van de dealer (Distributor's Limited Warranty).
U kunt de levensduur van brandstof in stalling verlengen door een benzinestabilisator toe te voegen die speciaal daarvoor is samengesteld, of u voorkomt problemen met brandstofkwaliteit door tevoren de brandstoftank en de carburateur af te tappen.

Een benzinestabilisator toevoegen voor langere brandstofhoudbaarheid
Wanneer u een benzinestabilisator toevoegt, vul de brandstoftank dan met nieuwe benzine. Als de tank slechts gedeeltelijk gevuld is, zal de lucht in de tank leiden tot brandstofverslechtering tijdens de stalling. Als u een benzinevat gebruikt om bij te tanken, zorg dan dat deze altijd alleen nieuwe benzine bevat.
- Voeg benzinestabilisator toe volgens de aanwijzingen van de fabrikant.
- Laat na toevoeging van een benzinestabilisator de motor gedurende tien minuten in de buitenlucht draaien, zodat in de carburateur alle onbehandelde benzine is vervangen door behandelde benzine.
- Zet de motor af en als de brandstoftank een brandstofkraan heeft, draai de kraanhendel dan naar de stand CLOSED of OFF.
Brandstoftank en carburateur aftappen
WAARSCHUWING
Benzine is uiterst brandbaar en explosief.
Bij de omgang met benzine kunt u brandwonden of ernstig letsel oplopen.
- Schakel de motor uit en laat hem afkoelen voordat u met brandstof gaat werken.
- Houd warmte, vonken en open vuur uit de buurt.
-
Werk alleen in de buitenlucht met benzine.
• Houd afstand tot uw voertuig.
• Veeg gemorste brandstof direct weg. -
Koppel de brandstofleiding naar de motor af en tap de brandstoftank af in een geschikte opvangbak. Als de brandstoftank een kraan heeft, draai deze dan naar de stand OPEN of ON zodat de brandstof gemakkelijk uitstroomt. Sluit na aftappen de brandstofleiding weer aan.
- Draai de aftapschroef van de carburateur los en tap de carburateur af in een geschikte opvangbak. Draai na het aftappen de aftapschroef in de carburateur weer stevig vast.

text_image
CARBURATEUR AFTAPSCHROEF CARBURATEURMotorolie
- Ververs de motorolie (zie pagina 8).
- Verwijder de bougies (zie pagina 10).
- Giet 5–10 cm ^3 (5–10 cc, een à twee theelepels) schone motorolie in elke cilinder.
- Laat de motor een paar seconden draaien door de motorschakelaar in de stand START te zetten, zodat de olie goed in de cilinders wordt verdeeld.
- Breng de bougies weer aan.
Voorzorgen bij stalling
Als u uw motor stalt met benzine in de brandstoftank en de carburateur, moet het risico op ontbranding van benzinedamp zoveel mogelijk worden tegengegaan. Kies een goed geventileerde stallingruimte, op ruime afstand van apparatuur met open vuur zoals een fornuis, een waterverwarmer of een kledingdroger. Vermijd ook een plek met een elektromotor die vonken produceert of waar elektrisch gereedschap wordt gebruikt.
Kies ook geen stallingruimte die erg vochtig is, want vocht bevordert roest en corrosie.
Zet de motor horizontaal neer bij het stallen. Door te kantelen kan er brandstof- of olielekkage ontstaan.
Wacht tot alle brandstof uit de tank is gestroomd voordat u de brandstofkraan uit de stand CLOSED of OFF zet, om lekkage van brandstof tegen te gaan.
Dek de motor af nadat de motor en het uitlaatsysteem zijn afgekoeld, om stof buiten te houden. Een warme motor en uitlaatsysteem kunnen sommige materialen doen ontbranden of smelten. Gebruik geen plastic folie als afdekking tegen stof.
Onder zo'n niet doorlatende afdekking blijft vocht rondom de motor achter en verloopt roestvorming en corrosie sneller.
Verwijder de accu en berg deze op een koele en droge plek op. Laad de accu eens per maand op zolang de motor in stalling staat. Hiermee verlengt u de levensduur van de accu.
Uit stalling nemen
Controleer uw motor zoals beschreven in de paragraaf GEBRUIKSCONTROLES VOORAF in deze handleiding (zie pagina 4).
Als u de brandstof heeft afgetapt ter voorbereiding op stalling, vul de tank dan weer met nieuwe benzine. Als u een benzinevat gebruikt om bij te tanken, zorg dan dat dit altijd alleen nieuwe benzine bevat. Na verloop van tijd oxideert benzine en verslechtert de kwaliteit, waardoor starten wordt bemoeilijkt.
Als de cilinders ter voorbereiding op stalling werden geolied, zal de motor heel even roken bij de eerste start. Dit is normaal.
TRANSPORT
Als de motor heeft gedraaid, laat dan eerst minstens 15 minuten afkoelen voordat u de motor op het transportvoertuig zet. Een hete motor en uitlaatsysteem kunnen brandwonden veroorzaken en materialen doen ontbranden.
Houd de motor horizontaal wanneer u deze vervoert, om de kans op lekkage van brandstof te verkleinen. Als de brandstoftank een brandstofkraan heeft, draai de brandstofkraanhendel dan naar de stand CLOSED of OFF.
ONVERWACHTE PROBLEMEN OPLOSSEN
MOTOR WIL NIET STARTEN
| Mogelijke oorzaak Correctie | |
| Accu leeg. Laad accu op. | |
| Zekering gesprongen. Vervang zekering. | |
| Brandstofkraan CLOSED (DICHT) of OFF (UIT) (indien aanwezig). | Zet hendel in stand OPEN of ON (AAN). |
| Choke OPEN. Zet hendel in stand CLOSED (DICHT)tenzij de motor warm is. | |
| Motorschakelaar OFF (UIT). Draai motorschakelaar in stand ON (AAN). | |
| Geen brandstof. Tanken (p. 7). | |
| Slechte brandstof: motor opgeslagen zonder behandeling/ aftappen van benzine of slechte benzine getankt. | Tap de brandstoftank en de carburateur af (p. 11).Tank nieuwe benzine (p. 7). |
| Bougies defect, vuil of met verkeerde elektrodenafstand. | Pas elektrodenafstand aan of vervang bougies (p. 10). |
| Bougies nat van brandstof (verzopen motor). | Droog de bougies en plaats deze terug (p. 10).Start motor met gashendel in stand FAST (SNEL) (p. 5). |
| Brandstofffilter verstopt, storing in carburateur, storing in ontsteking, kleppen vast, etc. | Breng de motor naar uw onderhoudsdealer of raadpleeg het werkplaatshandboek. |
MOTOR HEEFT GEEN VERMOGEN
| Mogelijke oorzaak Correctie | |
| Filterelement(en) verstopt. Reinig of vervang filterelement(en)(p. 9). | |
| Slechte brandstof: motor opgeslagen zonder behandeling/aftappen van benzine of slechte benzine getankt. | Tap de brandstoftank en de carburateur af (p. 11).Tank nieuwe benzine (p. 7). |
| Brandstofffilter verstopt, storing in carburateur, storing in ontsteking, kleppen vast, etc. | Breng de motor naar uw onderhoudsdealer of raadpleeg het werkplaatshandboek. |
Noteer het motorserienummer, de uitvoering en de aanschafdatum in de ruimtes hieronder. U heeft deze informatie nodig bij het bestellen van onderdelen en bij vragen over technische kwesties of over de garantie.

text_image
MOTORSERIENUMMER & MOTORTYPEMotorserienummer: ____ — ____ ____
Motortype: ____ ____ ____
Aanschafdatum: ____ / ____ / ____
Accuaansluitingen voor elektrische starter
Aanbevolen accu
| GXV630 | 12 V-36 Ah |
| GXV690 |
Pas op en sluit de accupolen niet omgekeerd aan, u veroorzaakt zo kortsluiting in het acculaad systeem. Sluit altijd de positieve (+) accukabel aan op de accupool voordat u de negatieve accukabel (-) aansluit; uw gereedschap kan dan geen kortsluiting veroorzaken als u hiermee een aan massa verbonden onderdeel aanraakt terwijl u de positieve kabel (+) vastzet.
WAARSCHUWING
Als u de correcte werkwijze niet opvolgt, kan een accu exploderen en dan omstanders ernstig letsel toebrengen.
Houd vonken, open vuur en rookartikelen bij de accu vandaan.
WAARSCHUWING
De accu bevat zwavelzuur (elektrolyt) dat sterk corrosief en giftig is.
Als u elektrolyt in uw ogen of op uw huid krijgt, kunnen ernstige brandwonden ontstaan.
Draag beschermende kleding en oogbescherming bij het werken dicht bij de accu.
HOUD KINDEREN OP AFSTAND VAN DE ACCU.
WAARSCHUWING: Accupolen, accuklemmen en bijbehorende accessoires bevatten lood en loodhoudende stoffen. Was uw handen na gebruik.
- Sluit de positieve accukabel (+) aan op de aansluiting van de startersolenoïde, zoals in de afbeelding getoond.
- Sluit de negatieve (−) accukabel aan op een motorbevestigingsbout, een framebout of een ander goed massapunt aan de motor.
- Sluit de positieve accukabel (+) aan op de positieve (+) accupool, zoals in de afbeelding getoond.
- Sluit de negatieve (−) accukabel aan op de negatieve (−) accupool, zoals in de afbeelding getoond.
- Smeer de aansluitpolen en de kabeluiteinden in met vet.

text_image
STARTSOLENOIDE NEGATIVE (-) ACCUKABEL POSITIEVE (+) ACCUKABELVerbinding voor externe bediening
De gas-en chokehendels zijn uitgevoerd met gaten om een extra kabel te kunnen bevestigen. De volgende afbeeldingen tonen installatievoorbeelden van een massieve draadkabel en een kabel met flexibele gevlochten draad.
BEDIENING LINKERZIJDE

text_image
GASBEDIENINGSHENDEL GASKLEPHENDEL 4x6 mm KABELHOUDER (2) 5x16 mm (2) CHOKEKABEL REGELVEER CHOKEBEDIENINGSHENDEL KABELBEDIENINGSKABEL

text_image
GASBEDIE- NINGSHENDEL 4x6 mm DRAADHOUDER REGELVEER CHOKEBEDIENINGS- HENDEL GASKLEPHENDEL CHOKEKABEL KABELHOUDER (2) 5x16 mm (2) KABELDRAADHOUDER
• Voor gasklephendel

text_image
CIRCLIP 5 mm GASBEDIENINGSHENDEL 4x6 mm GASKLEPHENDEL DRAADHOUDER (voor gasklephendel)• Voor chokehendel

text_image
5 mm BORGVEER CHOKEBEDIENINGSHENDEL 4x6 mm DRAADHOUDER (voor chokehendel) CHOKEKABELCarburateurmodificaties voor werking op grotere geografische hoogte
Op grotere geografische hoogte is het lucht/brandstof mengsel van de standaardcarburateur te rijk. Dit veroorzaakt zowel een verlies van het vermogen als een hoger brandstofverbruik. Als het mengsel erg rijk is, raakte ook de bougie vervuild en zal de motor moeilijker starten. Bij langdurig gebruik op een afwijkende geografische hoogte dan waarvoor deze motor is gecertificeerd, kan de emissie toenemen.
De werking op grotere geografische hoogte kan worden verbeterd door specifieke modificaties aan de carburateur. Als u uw motor altijd gebruikt op een hoogte boven 610 meter, laat deze carburateurmodificatie dan uitvoeren door uw onderhoudsdealer. Als u deze motor op grotere hoogten gebruikt na de daarvoor bedoelde carburateurmodificatie, zal gedurende de gehele levensduur aan de emissienorm worden voldaan.
Ook met de carburateurmodificatie neemt het motorvermogen af met ca. 3,5% per elke 300 meter toename in hoogte. De geografische hoogte werkt echter extra nadelig voor het motorvermogen dan zonder deze carburateurmodificatie.
ATTENTIE
Als de carburateur is gewijzigd voor gebruik op grotere geografische hoogte, is het lucht/brandstofmengsel te arm voor gebruik op lagere hoogten. Als u een gewijzigde carburateur gebruikt beneden 610 meter, kan de motor oververhit raken en kan er ernstige motorschade ontstaan. Laat bij gebruik op lagere hoogten uw onderhoudsdealer de carburateur weer wijzigen volgens de originele fabrieksspecificaties.
Informatie over het emissieregelsysteem
Garantie met betrekking tot het emissieregelsysteem
Uw nieuwe Honda voldoet aan de emissievoorschriften van zowel de Amerikaanse EPA als de staat Californië. American Honda biedt dezelfde emissiegarantiedekking voor Honda Power Equipment-motoren die in alle 50 staten worden verkocht. Uw Honda Power Equipment-motor is ontworpen, gebouwd en uitgerust om te voldoen aan de emissienormen voor vonkontstekingsmotoren van zowel de Amerikaanse EPA als het California Air Resources Board.
Garantie
Honda Power Equipment-motoren die zijn gecertificeerd volgens de Amerikaanse CARB- en EPA-voorschriften zijn gegarandeerd vrij van gebreken in materiaal en uitvoering die tot gevolg hebben dat de motor niet voldoet aan de toepasselijke CARB- en EPA-normen gedurende een periode van minimaal 2 jaar of de duur van de beperkte garantie van de Honda Power Equipment-distributeur, welke het langst duurt, vanaf de oorspronkelijke datum van levering aan de eerste eigenaar. Deze garantie kan worden overgedragen op elke volgende eigenaar voor de duur van de garantieperiode.
Garantiereparaties zullen worden uitgevoerd zonder kosten voor diagnose, onderdelen en arbeid. Neem voor informatie over het indienen van een garantieclaim en een beschrijving van het indienen van een claim en/of het verkrijgen van service contact op met een erkende Honda Power Equipment-dealer of met American Honda op een van de volgende manieren:
E-mail: powerequipmentemissions@ahm.honda.com Telefoon: (888) 888-3139
Deze garantie heeft betrekking op alle componenten waarvan een defect resulteert in een verhoging van de emissies van enige aan voorschriften onderworpen vervuilende stof of verdampingsemissies. Het afzonderlijk bijgevoegde emissiegarantiedocument bevat een overzicht van de specifieke componenten.
Het emissiegarantiedocument bevat ook de specifieke garantievoorwaarden, de omvang van de dekking, beperkingen en de procedure voor het verkrijgen van garantieservice. Het emissiegarantiedocument is ook beschikbaar op de website van Honda Power Equipment of via de volgende link:
Het verbrandingsproces produceert koolmonoxide, stikstofoxiden en koolwaterstoffen. De beperking van de uitstoot van koolwaterstoffen en stikstofoxides is erg belangrijk, omdat deze bij bepaalde omstandigheden onder invloed van zonlicht fotochemische smog vormen. Koolmonoxide reageert niet op deze manier, maar is giftig.
Honda-motoren maken gebruik van specifieke lucht/brandstofverhoudingen en emissieregelsystemen om de uitstoot van koolmonoxide, stikstofoxiden en koolwaterstoffen terug te dringen.
Daarnaast maken Honda-brandstofsystemen gebruik van componenten en regeltechnieken om verdampingsemissies te verminderen.
Wetgeving op luchtverontreiniging in de Verenigde Staten en in de staat Californië en de milieuwetgeving in Canada
De wet- en regelgeving van het Amerikaanse EPA (Environmental Protection Agency), de staat Californië en Canada verplicht alle fabrikanten om schriftelijke instructies op te stellen die de werking en het onderhoud aan emissieregelsystemen beschrijven.
De volgende instructies en procedures moeten worden opgevolgd om te zorgen dat de emissie van uw Honda-motor aan de emissienormen voldoet.
Manipulatie en aanpassing
ATTENTIE
Manipulatie is een overtreding van de Amerikaanse federale en Californische wetgeving.
Door manipulatie en aanpassing van het emissieregelsysteem kunnen de emissiewaarden toenemen tot boven de wettelijk toegestane grenswaarden. Onder manipulatie wordt onder andere verstaan:
- Het verwijderen of aanpassen van delen van het inlaat-, brandstof- of uitlaatsysteem.
- Het aanpassen of buiten werking stellen van het regelmechanisme of toerentalregelaar waardoor de motor kan functioneren buiten de originele ontwerpparameters.
Problemen die van invloed kunnen zijn op de emissie
Als de motor een van de volgende symptomen vertoont, laat hem dan inspecteren en repareren door uw onderhoudsdealer.
• Moeilijk starten of afslaan na het starten.
- Onregelmatig stationair lopen.
- Overslaan of terugslaan onder belasting.
• Naverbranding (terugslaan).
- Zwarte rook uit de uitlaat of een hoog brandstofverbruik.
Vervangingsonderdelen
De emissieregelsystemen van uw nieuwe Honda-motor zijn ontworpen, gebouwd en gecertificeerd om te voldoen aan de emissienormen van de Amerikaanse EPA, de staat Californië en Canada. Wij raden aan om bij alle onderhoud originele Honda-onderdelen te gebruiken. Deze door Honda ontworpen vervangingsonderdelen zijn geproduceerd volgens dezelfde normen als de originele onderdelen, zodat u kunt vertrouwen op een goede werking. Honda kan geen emissiegarantiedekking afwijzen enkel op grond van het gebruik van andere dan Honda-vervangingsonderdelen of het uitvoeren van onderhoud op een andere locatie dan een erkende Honda-dealer. U mag volgens de Amerikaanse EPA-voorschriften gecertificeerde onderdelen gebruiken en onderhoud laten uitvoeren bij andere dan Honda-locaties. Het gebruik van vervangingsonderdelen van een ander ontwerp of mindere kwaliteit kan de werking van uw emissieregelsysteem echter nadelig beïnvloeden.
De fabrikant van een los verkrijgbaar onderdeel is ervoor verantwoordelijk dat het onderdeel de emissieprestaties niet nadelig beïnvloedt. De fabrikant van het onderdeel of het revisiebedrijf moet aantonen dat het gebruik van het onderdeel niet betekent dat de motor niet meer aan de emissienormen kan voldoen.
Onderhoud
Als eigenaar van de Power Equipment-motor bent u verantwoordelijk voor de uitvoering van al het in uw instructiehandleiding aangegeven onderhoud. Honda raadt u aan om alle onderhoudsfacturen met betrekking tot uw Power Equipment-motor te bewaren, maar Honda kan geen garantiedekking afwijzen op grond van het uitsluitend ontbreken van onderhoudsfacturen of het niet zorgen voor uitvoering van al het geplande onderhoud. Volg het ONDERHOUDSSCHEMA op pagina 6.
Let erop dat dit schema is gebaseerd op de veronderstelling dat uw motor wordt gebruikt voor het doel waarvoor deze is ontworpen. Bij langdurige hoge belasting of gebruik bij hoge temperaturen of in stoffige omstandigheden moet uw motor vaker worden onderhouden.
(Uitvoeringen die zijn goedgekeurd voor verkoop in Californië)
Een label met luchtindexinformatie (Air Index Information) is bevestigd aan motoren die zijn gecertificeerd voor een emissieduurzaamheidsperiode overeenkomstig de eisen van de California Air Resources Board (Californisch instituut voor schone lucht).
De staafgrafiek is bedoeld om u, onze klant, in staat te stellen de emissie van de verkrijgbare motoren met elkaar te vergelijken. Hoe lager de Air Index, hoe minder uitstoot.
De duurzaamheidsbeschrijving is bedoeld om u te informeren over de duurzaamheid van de motoremissie.
De beschrijvende term geeft de nuttige gebruiksduur aan van het motoremissieregelsysteem. Zie de garantie voor uw emissieregelsysteem voor nadere informatie.
| Beschrijvende term | Van toepassing op emissieduurzaamheidsperiode |
| Matig 50 uur (0–80 cc, inclusief)125 uur (groter dan 80 cc) | |
| Gemiddeld 125 uur (0–80 cc, inclusief)250 uur (groter dan 80 cc) | |
| Verlengd 300 uur (0–80 cc, inclusief)500 uur (groter dan 80 cc)1.000 uur (225 cc en groter) | |
Het label/sticker met luchtindexinformatie moet aan de motor bevestigd blijven tot deze wordt verkocht. Verwijder het label voordat u de motor gaat gebruiken.
Specifications
GXV630 (type QAF)
| lengte×breedte×hoogte 443×420×446 mm | |
| Drooggewicht [gewicht] 45,7 kg | |
| Motortype 4-takt, overheadklep, 2 cilinders(90° V-Twin) | |
| Cilinderinhoud[boring×slag] | 688,0 cm3[78,0×72,0 mm] |
| Nettovermogen(In overeenstemming met SAE J1349*) | 15,5 kW (21,1 PS)bij 3.600 min-1(tpm) |
| Max. nettokoppel(In overeenstemming met SAE J1349*) | 48,3 N·m (4,93 kgf·m) bij 2.500 min-1(tpm) |
| Capaciteit motorolie Zonder | vervanging van het oliefilter:1,7 LMet vervanging oliefilter:1,9 L |
| Koelsysteem Geforceerde lucht | |
| Ontstekingssysteem Type CDI magneto ontsteking | |
| Draaiing PTO-as Linksom | |
GXV690 (type TAF)
| lengte×breedte×hoogte 443×420×463 mm | |
| Drooggewicht [gewicht] 45,9 kg | |
| Motortype 4-takt, overheadklep, 2 cilinders(90° V-Twin) | |
| Cilinderinhoud[boring×slag] | 688,0 cm3[78,0×72,0 mm] |
| Nettovermogen(in overeenstemming met SAE J1349*) | 16,5 kW (22,4 PS)bij 3.600 min-1(tpm) |
| Max. nettokoppel(in overeenstemming met SAE J1349*) | 48,3 N·m (4,93 kgf·m) bij 2.500 min-1(tpm) |
| Capaciteit motorolie Zonder | vervanging van het oliefilter:1,7 LMet vervanging oliefilter:1,9 L |
| Koelsysteem Geforceerde lucht | |
| Ontstekingssysteem Type CDI magneto ontsteking | |
| Draaiing PTO-as Linksom | |
* Het nominale vermogen van de motor dat staat vermeld in dit document is het netto geleverd vermogen zoals getest aan een productiemotor voor het betreffende model, gemeten in overeenstemming met SAE J1349 bij 3.600 min ^-1 (tpm) (nettovermogen) en bij 2.500 min ^-1 (tpm) (max. nettokoppel). Motoren afkomstig van massaproductie kunnen van deze waarde afwijken. Het feitelijk geleverd vermogen voor de motor die uiteindelijk in het chassis wordt ingebouwd, kan afhangen van talloze factoren, zoals het toerental van de motor in de praktijk, de omgevingsomstandigheden, het onderhoud en andere variabelen.
Afstelspecificaties GXV630/690
| ONDERDEEL SPECIFICATIE ONDERHOUD | ||
| Elektrodenafstand 0,7-0,8 mm Raadpleeg pagina 10. | ||
| Stationair toerental | 1.400±150 min ^1 (tpm) | Neem contact op met uw onderhoudsdealer |
| Klepspeling (koud) IN: | 0,08±0,02 mmUIT: 0,10±0,02 mm | |
| Overige specificaties | Geen andere afstellingen nodig. | |
Beknopte naslaginformatie
| Brandstof Ongelode benzine (zie pagina 7). | ||
| VS Pomp | octaangehalte van 86 of hoger | |
| Behalve de VS | Research-octaangehalte van 91 of hoger | |
| Pompoctaangehalte van 86 of hoger | ||
| Motorolie SAE 10W-30, API SJ of later, voor algemeen gebruik.Raadpleeg pagina 7. | ||
| Bougie ZFR5F (NGK), FR2A (NGK) | ||
| Onderhoud Vóor elk gebruik:• Controleer motoroliepeil. Raadpleeg pagina 7.• Controleer luchtfilter. Raadpleeg pagina 9. | ||
Bedradingsschema's
2,7 A Type laadspoel

text_image
ON TST MASS ACCU LD ST OFF (UIT) ON (AAN) START BI Zwart Br Bruin Y Geel O Oranje Bu Blauw Lb Lichtblauw G Groen Lg Lichtgroen R Rood P Roze W Wit Gr GrIjs (A) HOOFDZEKERING (B) MOTORSCHAKELAAR (C) MASSA MOTOR (D) ELEKTROMAGNETISCHE BRANDSTOFAFLUITER (E) STARTMOTOR (F) ACCU (G) LAADSPOEL (H) LINKER BOBINE (I) LINKER BOUGIE (J) RECHTER BOBINE (K) RECHTER BOUGIE (L) REGELAAR GELUKRICHTER17 A Type laadspoel

flowchart
graph TD
A["Relays"] --> B["Switch"]
B --> C[" meters"]
C --> D[" meters"]
D --> E[" meters"]
E --> F[" meters"]
F --> G[" meters"]
G --> H[" meters"]
H --> I[" meters"]
I --> J[" meters"]
J --> K[" meters"]
K --> L[" meters"]
L --> M[" meters"]
M --> N[" meters"]
N --> O[" meters"]
O --> P[" meters"]
P --> Q[" meters"]
Q --> R[" meters"]
R --> S[" meters"]
S --> T[" meters"]
T --> U[" meters"]
U --> V[" meters"]
V --> W[" meters"]
W --> X[" meters"]
X --> Y[" meters"]
Y --> Z[" meters"]
GEBRUIKERSINFORMATIE
GARANTIE EN INFORMATIE OVER DISTRIBUTEURS/DEALERS
Verenigde Staten, Puerto Rico en Amerikaanse Maagdeneilanden:
Bezoek onze website: www.honda-engines.com
Canada:
Bel (888) 9HONDA9
of bezoek onze website: www.honda.ca
Voor Europese gebiedsdelen:
Bezoek onze website: http://www.honda-engines-eu.com
KLANTENSERVICE-INFORMATIE
De onderhoudsmonteurs bij uw dealervestiging zijn goed opgeleide vakmensen. Zij zullen vrijwel elke vraag waarmee u zit kunnen beantwoorden. Als u een probleem heeft dat uw dealer niet naar tevredenheid oplost, bespreek dit dan met het management van de dealervestiging. De werkplaatsmanager, algemeen manager of de eigenaar kunnen u helpen.
Vrijwel alle problemen worden op deze wijze opgelost.
Verenigde Staten, Puerto Rico en Amerikaanse Maagdeneilanden:
Als u niet tevreden bent met een beslissing van het management van de dealervestiging, neem dan contact op met de regiodealer voor Honda motoren in uw gebied (Honda Regional Engine Distributor).
Als u ook na een gesprek met de regiodealer (Regional Engine Distributor) nog ontevreden bent, kunt u contact opnemen met het vermelde Honda kantoor.
Alle overige gebieden:
Als u niet tevreden bent met een beslissing van het management van de dealervestiging, neem dan contact op met het vermelde Honda kantoor.
《Honda kantoor》
Als u schrijft of belt, geef dan de volgende informatie door:
- De naam van de fabrikant en het modelnummer van de apparatuur waaraan de motor is gemonteerd
- Motoruitvoering, serienummer en type (zie pagina 13)
- Naam van de dealer die de motor aan u verkocht
- Naam, adres en contactpersoon van de dealer die het onderhoud aan uw motor verricht
• Aanschafdatum
• Uw naam, adres en telefoonnummer - Een gedetailleerde beschrijving van het probleem
Verenigde Staten, Puerto Rico en Amerikaanse Maagdeneilanden:
Ga naar www.honda.ca
voor adresinformatie
Telefoon: (888) 9HONDA9 Gratis
(888) 946-6329
Fax: (877) 939-0909 Gratis
Voor Europese gebiedsdelen:
Neem contact op met de Honda dealer in uw gebied voor assistentie.
HONDA
18 NEDERLANDS


