LVI 256 RIN - Vaatwassers ROSIERES - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LVI 256 RIN ROSIERES in PDF-formaat.
| Kenmerken | Details |
|---|---|
| Apparaattype | Vaatwasser |
| Capaciteit | Aantal couverts (nog te specificeren) |
| Energieklasse | (nog te specificeren) |
| Geluidsniveau | (nog te specificeren) |
| Wasprogramma's | (nog te specificeren) |
| Waterverbruik | (nog te specificeren) |
| Afmetingen | (nog te specificeren) |
| Gewicht | (nog te specificeren) |
| Gebruik | Gebruiksaanwijzing en gebruikstips (nog te specificeren) |
| Onderhoud | Onderhouds- en reinigingstips (nog te specificeren) |
| Reparatie | Informatie over reserveonderdelen en klantenservice (nog te specificeren) |
| Veiligheid | Veiligheidsinstructies (nog te specificeren) |
| Algemene informatie | Garantie en klantenservice (nog te specificeren) |
Veelgestelde vragen - LVI 256 RIN ROSIERES
Gebruikersvragen over LVI 256 RIN ROSIERES
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Vaatwassers in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LVI 256 RIN - ROSIERES en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LVI 256 RIN van het merk ROSIERES.
GEBRUIKSAANWIJZING LVI 256 RIN ROSIERES
A Aan-en uitknop
B Toets halve lading
C Handgreep voor deuropening
D Knop voor programmakeuze
E Timer voor een vertraagde start
F Controlelampje werking
G Controlelampje spoelglans
H Controlelampje zout
Aantal standaard couverts
Inhoud incl. pannen en schalen
Toegestane druk in waterleidingen
Max. stroomsterkte zekering
Max. geabsorbeerd vermogen
Netspanning
12
8 personen
Min. 0,08 - Max 0,8 MPa
(Zie type plaatje)
(Zie type plaatje)
(Zie type plaatje)
Afmetingen:
Hoogte cm
Diepte cm
Breedte cm
Diepte met geopende deur cm
82÷88,5
55
59,7
117

Attentie
Deze vaatwasser is uitgevoerd met een "waterblock", dit is een beveiliging tegen overstroming.
Deze beveiliging werkt zelfs wanneer de machine is uitgeschakeld en stopt de water-toevoer als het niveau te hoog wordt door een eventuele storing.
Belangrijk
Om te voorkomen dat deze beveiliging onbedoeld in werking treedt, is het aanbevolen de machine niet te verplaatsen of op te beuren terwijl deze in werking is.
Als het nodig is de machine te verplaatsen of op te beuren, wacht dan tot het wasprogramma is afgelopen en het water uit de kuip is afgepompt.
Programmakeuze en bijzondere funkties
Om een programma in te stellen draalt u de knop met de klok mee tot de wijzer het symbool van het gevraagde programma aangeeft, en drukt u vervolgens op de Aan-Ult knop. Controleer of waterkraan open staat en de deur goed dicht zil.
Toets halve lading
Demi charge
Door deze toets in te drukken, is het mogelijk een kleine hoeveelheid servies af te wassen in alleen de bovenste korf.
Het water-, energie- en wasmiddelverbruik is door het gebruik van deze toets aanzlenlijk lager.
Timer voor een vertraagde start
Départ différé
De vertraagde start is mogelijk op alle programma's. U kunt de start uitstellen tot maximaal 12 uur.
Indien u deze optie wilt instellen, dient u de machine gewoon te laden, afwasmiddel toe te voegen en de programmaknop met de klok mee te draaien naar het gewenste aantal uren dat de machine later moet starten.
Bijvoorbeeld: het is 8 uur 's avonds en u wilt dat de machine om middemacht gaat draaien; draai de vertraagde start knop naar 4. Druk op de aan/uit toets. Het rode lichtje gaat branden ten teken dat de machine aan staat. De start van het programma wordt nu uitgesteld volgens de ingestelde tijd.
N.B.: Wanneer u een hele korte vertraagde start instelt (1 of 2 uur), adviseren wij u de knop naar de laatste positie te draaien en deze vervolgens terug te draaien naar de gewenste tijd.
Einde cyclus
Wanneer de programmaknop het symbool I bereikt, is de cyclus ten einde.
Druk op de Aan-Uit knop in om de machine uit te zetten en open daama de deur.
AFWAS PROGRAMMA-TABEL
| Programma | Beschrijving |
| Te verrichten handelingen | Programma verloop | Gemiddelde duur in minuten | Keuze funkties | |||||||||
| Voorspoelmiddel | Afwasmiddel | Reiniging filterplaat | Voorraad controle spoelglansmiddel | Controle zoutvoorraad | Warm voorspoelen | Koud voorspoelen | Afwassen | Tussenspoelgang | Warm spoelen en spoel glansmiddel | Mel koud-wateraam-sluiting (15°C) | Toets halve lading | |
| 1Tremhage | Koud voorspoelen | Kort voorspoel-programma voor serviesgoed dat u 'sochtends of 's middags gebruikt, als u de afwas wilt uitstellen tot na het avondeten. |
| 2Intensie 65°c | Intensief | Geschikt voor het wassen van zeer verontreinigde pannen en ander soort vaatwerk. Voor dagelijks gebruik. |
| 3Unieersel 65°c | Universeel | Voor het wassen van serviesgoed en normaal verontreinigde pannen en serviesgoed. Voor dagelijks gebruik. Programma volgens Norm I.E.C. 436. |
| 4Eco 55°c | Eco 55°C | Geschikt voor normaal bevuilde pannen en keukengerei. Gebruik makend van wasmiddelen met enzymen. Programma volgens norm EN 50242. |
Veiligheidsvoorschriften
Wilt u de instructies in deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig doorlezen, want het bevat niet alleen aanwijzingen m.b.t. veiligheid bij installatie, gebruik en onderhoud, maar ook een aantal belangrijke tips voor het dagelijks gebruik van de machine.
Bewaar daarom dit boekje zorgvuldig.
Bij het gebruik van ongeacht welk elektrisch huishoudelijk apparaat moet een aantal elementaire veiligheidsvoorschriften in acht worden genomen:
- Zorg altijd voor een goed geïsoleerde onder grond als u het apparaat bedient.
- Stel de machine nooit in werking op een natte bodem.
- Geen verlangsnoeren en meervoudige contactdozen gebruiken, zeker niet in vochtige ruimtes. Indien dit onvermijdelijk is wees dan extra voorzichtig.
- Als u de stekker uit het stopcontact wilt halen, trekt u dan wel aan de stekker zelf. Nooit aan de kabel trekken! Probeer nooit de stekker eruit te trekken door de machine te verplaatsen.
- De machine dient op een veilige plaats te staan. Niet aan extreme dingen blootstellen zoals sterke zonneschijn of regen.
- Controleer of het apparaat niet op elektrici teitskabels staat.
- Als uw woning is uitgerust met een water- ontharder of de waterhardheid is laag, dan is het niet nodig waterontharder toe te voegen.
- De afwasautomaat is ingesteld op gebruikelijke huishoudelijke chemicaliën.
Voorwerpen die in aanraking zijn gekomen met petroleum, verf of alkalische zuren mogen niet in de afwasmachine gewassen worden.
- De afwasautomaat is samengesteld uit materialen die gerecycled kunnen worden zodat deze bij afdanking op een milieuvriendelijke manier kunnen worden verwerkt.
- Kinderen buiten bereik van de machine houden.
Als u de elektrische aansluiting wilt veranderen kunt u dat alleen door gekwalificeerde vakmensen laten verrichten.
- U mag alleen reinigingsmiddel gebruiken dat geschikt is voor een afwasautomaat.
- Uw automaat is alleen geschikt voor het wassen van afwas van huishoudelijke aard, u kunt uw afwasautomaat niet ergens anders voor gebruiken!
- Controleer of de op het apparaat aangegeven waarden voor netspanning en frequentie overeenkomen met de netspanning en frequentie in uw huis.
- De reinigingsmiddelen die u voor uw afwasautomaat gebruikt zijn niet geschikt voor inwendig gebruik. Houd ook daarom deze middelen ver weg van kinderen.
- De machine en de afwas aan het eind van het programma behoren niet doordrenkt te zijn van water.
- Leunen of zitten op de open deur van de vaatwasser is niet aan te raden, de deur kan afbreken.
- Bestek wordt het best gewassen wanneer het met het handvat naar beneden in het bestekrekje wordt geplaatst. Om verwondingen van scherpe messen en punten te voorkomen kan het betreffende bestek met het handvat naar boven worden geplaatst.
Indien het nodig is de aanvoerslang te vervangen, dient u contact op te nemen met de service afdeling. In geval van storing of niet goed functioneren: machine uitschakelen en waterkraan afsluiten. Doet u zelf verder niets maar neem contact op met onze service dienst! Raadpleeg bij storingen altijd de service dienst. Alleen dan bent u verzekerd van de nodige deskundlgheld en het gebruik van originele onderdelen.
Wij verzoeken u vriendelijk de bovenstaande regels zorgvuldig in acht te nemen omdat anders de veilgheld bij het gebruik van de machine nadelig beinvloed zou kunnen worden.
Installatie
(Technische Beschrijving)
Als u het apparaat op een ondergrond met een hoogpolig tapijt zet, controleer dan of de opening aan de onderkant vrij blijft.
Zorg ervoor dat de stekker van het apparaat toegankelijk blijft na de installatie.
Electrische aansluiting (230 V)
De machine moet worden aangesloten op een wandcontactdoos met randaarde, gezekerd conform de waarden aangegeven op het lypeplaatje van de machine.
Raadpleeg, in geval van twijfel, uw elektricien of installateur.
Let op: de fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade en storingen aan het apparaat of andere goederen die ontstaan door het niet nakomen van de installatievoorschriften.
CE Dit apparaat voldoet aan de EEC richtlijnen 89/336, 73/23 en eventuele wijzigingen.
Watertoevoer
De aan-en afvoerbulzen voor het water kunt u naar keuze naar rechts of links draaien.
De afwasmachine mag naar keuze worden aangesloten op een koude of een warme leiding, mits de temperatuur niet boven de
60°C kommt.
De waterdruk moet liggen tussen minimaal 0,08 MPa en maximaal 0,8 MPa. Als de waterdruk onder het minimum zakt, raadpleeg dan onze technische dienst.
Tussen de waterleiding en de afwasmachine moet zich een kraan bevinden, zodat de toevoer kan worden afgesloten wanneer de
afwasmachine niet in werking is (fig. 1 B). De afwasmachine is voorzien van een "drukvaste" waterslang
"A" met een 3/4 aansluitnippel voor aansluiting op de afsluitkraan
"B" (fig. 2).
Bevestig de toevoerslang "A" aan de water- kraan "B" en controleer of deze goed vastzit. Indien het nodig is de toevoerslang te verlen- gen is er een slang verkrijgbaar, art. 9225014. De lengte is 1,5 m.
Als de afwasmachine wordt aangesloten op een nieuwe waterkraan, of eentje die al lang niet meer in gebruik is, laat dan het water een paar minuten uit de kraan stromen voordat u de toevoerslang bevestigd. Op deze manler voorkomt u ophoping van zand of roest in de filter.
Aansluiting op de afvoerleiding
De afvoerslang moet worden aangesloten op de ingebouwde, permanente afvoerbuis. Controleer bij deze bevestiging of er geen knlk in de afvoerslang zit (fig. 4).
De afvoerbuis mag niet hoger dan 40 cm vanaf het vloerniveau zijn en moet een mini-male doorsnede van 4 cm hebben. Om onaan-gename geuren te voorkomen is het aan te bevelen voor de afvoerslang een zwanehals te gebruiken.
Wanneer noodzakelijk kan de afvoerslang verlengd worden tot een totale lengte van 2.6 m milts u een hoogte van 85 cm boven het vloerniveau in acht neemt.
De afvoerslang kan ook in een wasbak gelegd worden (om te voorkomen dat het waswater niet terug loopt, mag de afvoerslang niet in water gelegd worden) (fig. 4).
Wanneer het apparaat onder een werkblad geplaatst wordt, moet de afvoerbuisklem zo hoog mogelijk geplaatst worden onder het werkblad.
Controleer of er geen knikken in de toevoer- of
afvoerslang zitten.
Voor het verlengen van de toevoerslang kan een verlengstuk gebruikt worden.
Installatie in een ingebouwde keuken Raadpleeg a.u.b. de betreffende technische gegevens
Openen van de deur
Steek uw hand in de opening en druk omhoog. Als de deur wordt geopend terwijl de machine in werking is zorgt
een elektrische zekering ervoor dat alle functies automatisch worden onderbroken.
Om een correcte werking te garanderen dient u het apparaat
niet te openen als het in werking is.
Sluiten van de deur
Breng de mandjes op hun plaats.
Zorg ervoor dat beide wassproeiers vrij kunnen draaien en er geen
bestek, pannen of borden in de weg staan. Sluit de deur en blokkeer hem door hem aan te drukken.
Wateronthardingssysteem
Naar gelang de bron van de wateraansluiting, bevat het water zouten en mineralen die vlekken en beschadigingen aan kunnen brengen op de vaat. Hoe meer van deze zouten en mineralen in het water aanwezig zijn, des te harder het water is.
De vaatwasser heeft een wateronthardings- systeem, wat met neutraliserend zout het water onthardt voor het in de vaatwasser komt. Het systeem kan water met hardheid tot 60° fH (Franse weergave) of 33° dH (Duitse weergave) neutraliseren door vljf verschillende posities. De hoogte van de hardheid van uw water kunt u opvragen bij het Waterschap.
Naar gelang de mate van de hardheid van uw water, kunt u het wateronthardings-syteem op de volgende manier instellen.
- Verwijder het onderste rek. Schroef het dekseltje van de zoutverdeler, deze verdeler zit op de bodem van de kuip (fig. A '1')
- Draai de positieknop naar de gewenste stand met een schroevendraaier of met een mes.

Gebruik van het wateronthardingssysteem
In de tabel hieronder zijn de verschillende graden weergegeven die corresponderen met de positlezetting van het systeem.
| Niveau | Hardheid fH | Hardheid cH | Gobruk van neutral- second zout | Wator-onthar-dings- positive | Na aantal was- sen |
| 0 | 0-9 | 0-5 | NEE | VRIU | |
| 1 | 10-30 | 6-16 | JA | Posito N.1 | 50 |
| *2 | 31-40 | 17-22 | JA | Posito N.2 | 40 |
| 3 | 41-50 | 23-27 | JA | Posito N.3 | 30 |
| 4 | 51-60 | 28-33 | JA | Posito N.4 | 20 |
- Positie 2 van het wateronthardingssysteem, waar de machine standaard op is ingesteld, is de meest gangbare positie voor de meeste gebruikers.
Wanneer uw waterhardheid 0 is, hoeft u geen neutraliserend zout te gebruiken of gebruik te maken van het onthardingssysteem.
Het vullen van het zoutreservoir
De afwasmachine is uitgerust met een automatische waterverzachter die de harde bestanddelen aan het water onttrekt.
Hard water laat witachtige vlekken op het servies achter.
Op de bodem van de vaatwasser bevindt zich het zoutreservoir voor de regeneratie van de wasverzachter. Het is aan te bevelen slechts het speciale regenereerzout voor afwasautomalen te gebruiken.
Ander zout bevat kleine hoeveelheden onoplosbare deeltjes, die na verloop van tijd de automatische waterverzachter aantasten en verslechteren.
Schroef het dekseltje van het reservoir los (fig. 8).
Bij de eerste vulling het reservoir eerst met water vullen en daarna het zout erin gieten tot het reservoir vol is. Het is normaal dat tijdens het bijvullen wat water over loopt. Verwijder de zoutresten en draai het dekseltje er weer vast op. Als de afwasmach niet direkt gebruikt hoeft te worden, schakel dan het programma "voorwas" in, zodat de zoutoplossing die overloopt meteen door water wordt weggespoeld. De inhoud van de ontharder is tussen de 1,5 en 1,8 kg, om de ontharder efficiënt te laten werken, moet het apparaat van tijd tot tijd gevuld worden met neutraliserend zout, naar gelang het water-onthardingssysteem.
Zout indicator
Dlt model heeft een indicatielampje op het controlepaneel dat gaat branden als het zou- treservoir bijgevuld moet wor den.
Belangrijk: Witte vlekken op het servies geven aan dat het zoutreservoir aangevuld moet worden.
Het verstellen van de bovenste korf
Borden met een doorsnee van 27 tot 31 cm moeten in de onderste korf geplaatst worden nadat de bovenste korf in de hoogste positie versteld is. Dit gaat als volgt:
1) Draai het voorste hendeltje A naar buiten (fig. 20).
2) Neem de korf eruit en plaats het in de hoogste positie.
3) Plaats het hendeltje A terug in de oorspronkelijke positie (fig. 21).
Borden die groter zijn dan 20 cm ø kunnen niet geplaatst worden in de bovenste korf en de "wijnglashouders" kunnen niet in de hoogste positie gebruikt worden als ook de korf in de hoogste positie staat.
De belading
Het laden van het apparaat
Voor een goed wasresultaat is het belangrijk eerst de grove etensresten zoals pitten, botjes en schillen te verwijderen.
Zo wordt vermeden dat het filter verstopt raakt en het afwasresultaat nadelig beïnvloed wordt. Het is daarentegen niet altijd nodig het vuile servies eerst af le spoelen onder de kraan.
Als pannen en ovenschalen zijn aangekoekt of aangebrand is het aan te raden deze eerst in een sopje te laten weken.
Het laden van de bovenkorf
De bovenkorf is uitgerust met uitschuifbare rails en kan door middel van de wiletjes op twee verschillende hoogtes geplaatst worden al naar gelang de hoogte van het serviesgoed. Let op dat de wiletjes goed in de rails lopen. Op de bovenkorf plaatst men klein en middelmatig serviesgoed zoals glazen, kleine bordjes, kopjes, lage kommetjes en lichte plastic voorwerpen die tegen hitte bestand zijn.
De bovenkorf heeft aan de linkerkant een rekje waarop lage kopjes en keukengerei geplaatst kunnen worden.
Glazen, kopjes, lage kommetjes en kleine bordjes kunnen onder het rekje geplaatst worden.
Glazen op een voetje kunnen veilig aan de uiteinden van het rekje geplaatst worden.
Soepborden en platte borden kunnen naast het rekje geplaatst worden in één rij (fig. 13) of in twee rijen naast elkaar (fig. 14).
Borden worden met hun bovenkant naar voren geplaatst en met de achterkant van de borden gericht naar de achterkant van de afwasautomaat. Kopjes en bakjes worden altijd met de opening naar beneden geplaatst. Grote borden moeten altijd iets schuiner geplaatst worden, zodat deze ook in de machine passen. Voor een goed wasresultaat is het van belang om enige ruimte tussen de borden te bewaren. Voor een optimale korfindeling is het aan te raden de borden op grootte te sorteren.
Plastic bakjes en schalen kunnen ook in de bovenste korf geplaatst worden. Het is aan te raden deze vast te zetten tussen het andere serviesgoed, zodat deze niet door hun lichte gewicht omver gesproeid worden.
De bovenste korf is ontworpen voor maximale flexibllitelt in gebruik en kan beladen worden met 24 borden in twee rijen of 30 glazen in vijf rijen, of een combinatie hiervan.
Het laden van de onderkorf
Pannen, deksels, ovenschalen, saladeschalen, soepterrines, platte borden, dessertborden, soepborden, kommen en soeplepels kunnen in de onderste korf geplaatst worden.
Plaats het bestek in het daarvoor bestemde plastic rekje. Plaats het bestekrekje vervolgens in de onderste korf (fig. 15) en controleer dat er geen uitslekende bestekdelen zijn die het draalen van de spoelarm verhinderen.
Een standaard dagelijkse belading wordt weergegeven in de figuren 13, 14 en 15.
Bovenkorf (fig. 13)
A = Soepborden
B = Platte border
C = Dessert borden
D = Lage kommeties
E = Kopies
F = Glazen
Bovenkorf (fig. 14)
A = Soe
B = Platte borden
C = Dessert borden
D = Lage kommetjes
E = Kopjes
F = Glazen op voetje
G = Glazen
H = Eéndelige bestekkorf
Onderkorf (fig. 15)
A = Pan
B = Grote pan
C = Frituurpan
D = Deksels
E = Borden
F = Bestek
G = Ovenschalen
Het efficiënt beladen van de afwasmachine is essentieel voor een goed wasresultaat.
12 Internationale couverts
(ret. I.E.C. 436 - EN 50242) Flguur 16 laat de julste belading van de bovenkorf zien en flguur 17 van de onderkorf. Fig. 22 bestekkorf.
Bovenkorf (fig. 16)
A = 5 ÷ 5 + 2 glazen
B = 12 lage kommetjes
C = 4 ÷ 4 + 4 kop
D = Kleine schaal
E = Normale schaal
F = Grote schaal
G = 1 + 1 vorken
H = 1 + 1 lepels
1 = 3 + 3 + 3 + 3 dessertlepels
L = 3 + 3 + 3 + 3 theelepels
Onderkorf (fig. 17)
M = 8 + 4 soepborden
N = 11 + 1 platte borden
O = 12 dessert bordjes
P = Dienblad
Q = Bestek
Bestekkorf (fig. 22)
Plaats de zijrekken in de onderste positie en vul deze met 6 +6 messen (R); plaats in de overgebleven ruimte bestek met de handgrepen naar beneden.
Let op dat u niet meer dan twee besteksoorten in hetzelfde bakje plaatst.
Bestekkorf (fig. 23)
De bestekkorf is uitgerust in twee te scheiden delen, die verschillende beladingen mogelijk maken. De twee delen kunnen gescheiden worden door het linkerdeel van het rechterdeel af te schuiven.
Halve lading bovenste korf
1/2 gemengde belading (fig. 18)
A = glazen
B = kopjes
C = soepborden
D = platte borden
E = dessert borden
E - sauskommeties
G - steelpan
H - deksel
H - DERSER
I - brando
I = braadupan
L = middelgrote kom
M = kleine kom
1/2 standaard belading (fig. 19)
A = 6 glazen
B = 5 + 1 kopjes
C = dienblad
D = 6 soepborden
E = 6 platte border
F = 6 dessert borden
G = 6 sauskommetjes
H = middelgröte kom
I = kleine kom
Verplaats de uitneembare bestekhouder van de onderste korf naar de bovenste korf.
Informatie voor de testlaboratoria.
Algemene programma vergelijking
(Zie programma keuze)
1) Bovenkorfpositie: laag
2) Normale belading
3) Glansstand: 3
4) Hoeveelheid wasmiddel:
- 5 gr voor voorwas
- 25 or voor hoofdwas.
Ref. EN 50242 standaard:
1) Bovenkorfpositie: Iaag
2) Normale belading
3) Glansstand: 3
4) Hoeveelheid wasmiddel:
— 30 or voor hoofdwaas
Invoer van afwasmiddelen spoelmiddel Het wasmiddelbakje vullen
Het is noodzakelijk een wasmiddel te gebruiken, dat speciaal bestemd is voor afwasmachines ofwel in poedervorm, vloelbaar of in een tablet.
Niet geschikte afwasmiddelen (zoals afwasmiddel voor handafwas) bevatten niet de juiste ingrediënten voor gebruik in een afwasautomaat waardoor de afwasautomaat niet goed zal werken.
Normale was
Het wasmiddelbakje bevindt zich aan de binnenkant van de deur (fig. A "2"). Als het klepje van het wasmiddelbakje gesloten is druk dan op het knopje om deze te openen. Aan het eind van elk programma is dit klepje altijd open en is hierdoor gereed voor een volgende keer dat de afwasmachine gebruikt wordt. De hoeveelheid wasmiddel dat nodig is varleert en is afhankelijk van de vuittegraad en het soort servies dat gewassen moet worden. Wij adviseren een gebruik van 20-30 gr per wasbeurt in het wasgedeelte van het wasmiddelbakje 1 (Fig.9).
Als het wasmiddel in het wasmiddelbakje zit, sluit dan het wasmiddelbakje door het klepje dicht te doen.
Omdat niet alle afwasmiddelen hetzelfde zijn kan de hoeveelheid variëren. Te weinig
wasmiddel kan tot gevolg hebben dat het servies niet goed schoon wordt, maar met teveel wasmiddel krijgt u geen betere resultaten en verspilt u wasmiddel.
Gebruik dus geen overdadige hoeveelheid wasmiddel en spaar hiermee het milieu.
Wassen met voorwas
Als u het Intensief programma gebruikt moet u nog eens 20 gr. (= 1 eetlepel) alwasmiddel toevoegen in het voorwasgedeelte van het wasmiddelbakje 2 (Fig.10).
Voeg voor het universele programma 5 gr. toe. Deze dosering kan op de bodem in het voorwasgedeelte van het wasmiddelbakje 2.
Spoelglansmiddel
Aan de rechterkant van het afwasmiddelbakje bevindt zich het tankje voor het spoeglansmiddel (Dit tankje kan ± 130 ml naglansmiddel bevatten) (fig. A "3"). Draal de dop (B) tegen de klok in en schenk de vloeistof, die meerdere wasbeurten mee gaat, tot aan het maximum niveau (Fig.11). Plaats de dop terug. Het naglansmiddel wordt door de machine automatisch tijdens de spoelingen opgenomen; maak altijd gebruik van naglansmiddel dat geschikt is voor afwasautomaten. Het niveau van de vloeistof in het tankje kan gemakkelijk gecontroleerd worden.
Zwart gekleurd doorkijkglas in het midden van de injector geeft aan of het tankje vol is, terwijl een wit gekleurd glas aangeeft dat het tankje leeg is.
Het afstellen van de naglans- middel injector van 1 tot 6
De instelling zit onder de dop (B) en kan gedraaid worden m.b.v. een muntstuk. Wij raden stand 3 aan (Fig.12).
De hoeveelheid aanwezige kalk in het water bepaalt de mate van kalkafzetting en drogingsgraad. Het is daarom belangrijk de hoeveelheid toe te dienen naglansmiddel te kunnen regelen om steeds optimale resultaten te verkrijgen.
Mocht het vaatwerk aan het einde van het programma strepen vertonen dan moet de afstelling met een streep terug gebracht worden. In het geval waarbij kringen of witachtige vlekken te zien zijn dan de afstelling met een streep verhogen.

donker

licht
Schoonmaak van de filters
Het filtersysteem (figuur A "4") bestaat uit:
- Een centrale houder die de grotere vuildeelties van de vaat trapsgewijs sorteert.
- Een platte zeef die het spoelwater voortdu-
rend filtert.
- Een micro filter onder de platte zeef dat de kleinste onzuiverheden uit het water haalt en zorgt voor een perfecte spoeling.
Om optimale resultaten te bereiken moeten de filters gecontroleerd worden na elke was. Om de filters te verwijderen, draai het handvat tegen de klok in (fig. 5). Om het schoonmaken te vergemakkolijken is de centrale houder verwilderbaar (fig. 6).
Verwijder de platte zeef (fig. 7) en spoel het gehele onderdeel met water, Indien nodig kan hierbij een klein borsteltje gebruikt worden. Het zelfreinigende microfilter hoeft maar een keer in de twee weken te worden gecontroleerd. Niettemln is het aan te raden na elke wasbeurt de centrale houder en de zeef te controleren op eventuele verstoppingen.
NB: Na het schoonmaken van de filters, controleer of ze correct zijn schoongemaakt en teruggeplaatst, voornamelijk de zeef, of deze op de juiste plaats zit onder in de vaatwasser.
Zorg dat het filter teruggedraaid is, met de klok mee. Niet goed teruggeplaatste onderdelen kunnen een omgekeerd effect geven op de werking.
Waarschuwing: Gebruik de vaatwasser nooit zonder de filters.
Algemene aanwijzingen
Programma keuze
Deze afwasmachine biedt een groot scala van afwasprogramma's, zodat u voor elke soort afwas, dus voor elk soort servies en voor elke vuiltegraad, een geschikt programma kunt vinden.
Gebruik de afwasprogrammatabel voor het kiezen van het meest geschikte programma.
Raadgevingen, voor na het afwassen
- Om het druppelen vanaf het bovenrek te voorkomen is het raadzaam na beeindiging van het programma eerst het onderrek leeg te halen.
- Mocht de vaat na beëindiging niet meteen uit de machine gehaald worden dan raden wij u aan de deur op een kler te zetten, om een nog betere droging te verkrijgen.
Hoe u kunt BESPAREN
1) Als u alleen de afwasmachine wilt gebruiken als deze vol beladen is, plaats dan na elke maaltijd het servies in de korven en gebruik wanneer nodig het koude voorspoelprogramma.
Als de afwasmachine uiteindelijk vol is stel dan het gewenste programma in.
2) Als het servies niet erg vuil is of als de afwasmachine nog niet helemaal vol is, gebruik dan de Economy-toets bij de programma's waarbij dit mogelijk is (zie afwasprogrammatabel).
Hoe goede WASRESULTATEN te verkrilgen 1) Plaats de kopjes, bakjes en pannen altijd met de bovenkant naar beneden.
2) Plaats het servies zo dat het niet tegen elkaar staat en de waterstraal overal kan komen. Door de korven goed in te richten worden er betere resultaten behaald.
3) Verwijder alle grove elensresten (bonen, botten, groenteresten, fruitschillen of sigaretten) die verstoppingen kunnen veroorzaken. 4) Controleer na het laden van uw afwasautomaat of de sproeiarmen vrij kunnen draaien.
5) Laat aangekoekt servies of pannen eerst enige tijd in een sopje weken, eventueel met wasmiddel voor de afwasmachine.
6) Het afwassen van zilver:
a) spoel het zilver direct na gebruik af, vooral als het is gebruikt voor mayonaise, eieren etc. b) strool er geen afwasmldel overheen
c) houd het gescheiden van andere metalen voorwerpen.
Wat te doen als
1) U de afwasmachine wilt stopzetten om bijv. er nog lets in te zetten en het wasprogramma wilt onderbreken.
Open de deur na de O/I knop uit te drukken zodat het programma stopt. Wacht na het sluiten van de deur 3 minuten voordat u de afwasmachine weer aanzet.
Wat niet geschikt is voor de machine- afwas:
Niet al het servies is geschikt voor machine- afwas:
Het is af te raden bepaalde voorwerpen in de afwasmachine te wassen zoals: PVC voorwerpen, bestek met houten of plastic handgrepen, sausschaal met houten handgreep, voorwerpen van aluminium of kristalhoudend glas, tenzij anders aangegeven.
Bepaalde decoraties kunnen verbleken, daarom kunt u eerst beter een exemplaar enkele malen machinaal wassen om er zeker van te zijn dat de decoratie niet verbleekt.
Het is verstandig zilver en metalen bestek niet bij elkaar te zelten om eventuele chemische reacties te voorkomen.
BELANGRIJK:
Let bij de aankoop van servies of bestek of deze geschikt zijn voor machinaal afwassen.
Onderhoud
Behandel de buitenmantel af en toe met b.v. autowas en werk beschadigingen van de lak meteen bij.
Neem de rubberen deurafdichting af en toe af met een natte doek.
Mocht er naglansmiddel gemorst worden tijdens het vullen neem het dan met een doekje meteen op.
Kleine lichte kalkafzettingen kunnen verwijderd worden door regelmatig op de bodem van de machine 1 glas azijn te gieten en de machine het programma voor lijn serviesgoed af te laten werken.
Wanneer, ondanks regelmatig schoonmaak van de filters, de vaat niet goed schoon wordt, dient u de sproeikoppen op de roterende armen onder in de machine te controleren of deze schoon zijn (fig. A "5"). Wanneer deze geblokkeerd zijn maak deze dan schoon op de volgende manier:
Om de bovenste roterende arm te verwijderen, draal deze tot de gemarkeerde stop bij de pljj (fig. 1b). Druk de arm voorzichtig naar benoden en draal het met de klok mee. Om deze arm weer terug te plaatsen voor dezelfde handeling uit maar draal nu in tegengestelde richting. De onderste roterende arm kan verwijderd worden door het omhoog te trekken (fig. 2).

text_image
1 1b
- Spoel de roterende armen met water om blokkades in de sproelkoppen te verwijderen. - Wanneer de roterende armen zijn schoonge maakt ze deze dan weer in dezelfde positie terug in de machine. Vergeet niet de bovenste arm te draalen vanaf de plij tot de voormalige positie. Het verwarmingselement is vervaardigd van een speciaal soort roestvrijstaat dat met het gebruik zal verkleuren. Dit verschijnsel heeft geen consequenties voor de werking van het element. De binnendeur en kuip zijn ook van roestvrijstaal. Eventuele oxidatieverschijnselen kunnen afkomstig zijn een grote concentratie Ijzerzouten in het water. Roestende bestekheiten of bevestigingsschroeven in handvatten van pannen kunnen ook een lichte roestvorming veroorzaken. Deze vierkken kunnen met een licht schuurmidde verwijderd worden: maak nooit gebruik van chloornoudende middelen of ijzeren pannensponzen.
NA HET WASSEN
Indien de machine meerdere dagen niet gebruikt wordt, is het raadzaam de volgende punten in acht te nemen.
- Draai een programma af zonder afwas, maar met alwasmiddel om de machine te ontvetten.
-
Trek de stekker uit het stopcontact.
-
Draai de waterkraan dicht.
- Vul het glansmiddelreservoir.
- Zet de deur op een kier.
-
Houd de binnenkant van de afwasmachine schoon
-
Als de afwasmachine is opgesteld waar een omgevingstemperatuur beneden 0°C behaald kan worden, dan kan het achtergebleven water in de slangen bevriezen. Wacht dan met het aanzetten van de afwasmachine tot de temperatuur weer boven het vriespunt is en wacht dan nog een uur voordat u de afwasmachine weer aanzet.
Herkennen van kleine fouten
Raadpleeg bij storingen altijd eerst de fabrikant, zijn zijn immers de specialisten!
Controleer echter eerst onderstaande punten:
- Is de zekering van het stroomnet in orde?
• Is de deur goed gesloten? - Is de aan/vuit-toets wel Ingeschakeld?
• Zit de stekker in het stopcontact?
• Staat de waterkraan wel open?
• Zit er een knik in de afvoerslang?
• Is het filter wel schoon? - Draaien de sproei-armen vrij?
- Is het glansmiddelreservoir gevuld?
- De borden in de onderkorf zijn niet schoon
gemaakt. Druk de toets in voor halve lading - Elektrische apparaten zonder display: Ecoindicatie lampje nr.1 met geluidssignaal. Schakel de machine uit. Watertoevoer aan zetten. Reset het programma.
- Elektrische apparaten met display: "E1" is te zien in het scherm met geluidssignaal. Schakel de machine uit. Watertoevoer aan zetten. Reset het programma.
Wij stellen ons niet aansprakelijk voor eventuele drukfouten. Kleine veranderingen en technische ontuikklingen zijn voorbehouden.
