HDM 90 X - Afzuigkap HOOVER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HDM 90 X HOOVER in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Afzuigkap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HDM 90 X - HOOVER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HDM 90 X van het merk HOOVER.
GEBRUIKSAANWIJZING HDM 90 X HOOVER
AANWIJZING VOOR GEBRUIK EN INSTALLATIEENGLISH
ALARME DOS FILTROS: Ao fim de 30h de funcionamento, o Led L2 passa a VERMELHO. indica que os filtros anti-gordura devem ser limpos. Ao fim de 120h de funcionamento o Led L2 passa a VERMELHO intermitente; indica que os filtros anti-gordura devem ser limpos e os filtros de carvão devem ser substituídos. Terminada a limpeza dos filtros anti-gordura (e/ou substituídos os filtros de carvão), para reiniciar a contagem das horas (RESET) premir a tecla P5 durante a visualização do alarme dos filtros. Filtros anti-gordura : para remover os filtros anti-gordura, na correspondência da pega, empurrar o bloqueador para o interior e puxar o filtro para baixo (Fig. 4). Lavar os filtros com detergente neutro. Se o modelo por si adquirido tiver os comandos representados na Figura 16, limpar os filtros anti-gordura em média cada 2 meses, de acordo com a utilização. Se o modelo por si adquirido tiver os comandos representados na Figura 17, 18 e na Figura 19, limpar os filtros anti-gordura quando aparecer o alarme dos filtros (ver parágrafo “Comandos”). Substituição do filtro de carvão: no caso do aparelho ser usado na versão filtrante, é necessário substituir o filtro de carvão. Antes de mais, começar por desmontar os filtros metálicos anti-gordura. Empurrar o dispositivo de fixação do filtro para dentro (Fig. 15) e retirar o filtro de carvão das respectivas sedes de encaixe. Colocar o filtro de carvão novo, que deve ser do mesmo tipo, invertendo a ordem de sucessão das operações descritas. Se o modelo por si adquirido tiver os comandos representados na Figura 16, substituir os filtros de carvão em média cada 6 meses, de acordo com a utilização. Se o modelo por si adquirido tiver os comandos representados na Figura 17, 18 e na Figura 19, substituir os filtros de carvão quando aparecer o alarme dos filtros (ver parágrafo “Comandos”). Iluminação: Considerar a Fig. 20, Fig. 21 ou 22, consoante o modelo adquirido. Fig. 20: para cambiar las lámparas halógenas, desenroscar o casquilho no sentido contrário ao dos ponteiros do relógio. Substituir por lámparas do mesmo tipo. Fig. 21: para cambiar las lámparas halógenas, abrir a tampa fazendo alavanca nas fendas apropriadas. Substituir por lámparas do mesmo tipo. Fig. 22: Se o seu aparelho tiver a iluminação do tipo indicado na Figura 22, para substituir as lâmpadas incandescentes desmontar os filtros anti-gordura e extraia-as; substitua-as por lâmpadas do mesmo tipo. NEDERLANDS BESCHRIJVING Het apparaat kan in de filterversie, de afzuigversie en in de versie met een externe motor gebruikt worden. In de filterversie (Afb. 1) worden de door het apparaat geleide lucht en dampen gezuiverd door koolstoffilters en via de luchtroosters aan de zijkant van de schoorsteen weer in het vertrek geleid. LET OP: Bij het gebruik in de filterversie dienen er koolstoffilters en een luchtgeleideplaat gebruikt te worden, die in het bovenste gedeelte van de pijp geplaatst moet worden, zodat de lucht weer in het vertrek kan stromen (Afb. 1A). In de afzuigversie (Afb. 2) worden de kookluchtjes en –dampen via een afvoerleiding door de muur/het plafond rechtstreeks naar buiten geleid. Het gebruik van koolstoffilters is in dat geval dus niet meer nodig. In de versie met een externe motor (Afb. 3) dient er een afzonderlijk werkende afzuigregeleenheid op het apparaat aangesloten te worden, waarbij het apparaat als verbindingsbasis van de af te voeren lucht gebruikt wordt. Gebruik uitsluitend de regeleenheden die in de originele catalogus staan vermeld. INSTALLATIE Alvorens het apparaat te monteren moet u het (de) antivetfilter(s) verwijderen zodat u het apparaat makkelijker kunt hanteren: duw ter hoogte van de handgreep de pal naar binnen en trek het filter naar beneden (Afb. 4). Bevestiging aan de muur (Afb. 5): Maak gebruik van de speciale boormal en boor de gaten die op de boormal aangegeven zijn in de muur. Zoals reeds vermeld in het hoofdstuk “Gebruiksaanwijzing” moet u er rekening mee houden dat de afstand tussen de onderste rand van de afzuigkap en de kookplaat minimaal 650 mm moet bedragen. Maak de metalen beugel (B) met de schroeven en de pluggen aan de muur vast (de beugel, de schroeven en de pluggen worden bij het apparaat geleverd). Gebruik de beide driehoekjes die uitgesneden zijn in de beugel om de beugel exact langs de verticale aslijn van de afzuigkap te plaatsen. Haak de afzuigkap daarna aan de beugel. Stel de horizontale positie af door de afzuigkap naar rechts of naar links te verplaatsen zodat de afzuigkap precies op één lijn met de keukenkasten komt te zitten. Mocht het noodzakelijk zijn om de afzuigkap ook in de hoogte af te stellen moet u aan de speciale stelschroeven (V) draaien (meegeleverd). Nadat u de afzuigkap afgesteld heeft moet u de afzuigkap definitief met 4 andere schroeven (M) bevestigen: teken de 4 gaten die geboord moeten worden af, haak de afzuigkap los en boor de afgetekende gaten (diameter 8 mm) in de muur; maak vervolgens gebruik van de meegeleverde pluggen en schroeven om de afzuigkap definitief te bevestigen. Bevestiging met een achterplaat (Afb. 6): De achterplaat moet aan de bovenkant van de kookplaat aan de muur bevestigdworden. Houd de onderste rand van de plaat aan de achterkant van de kookplaat tegen de muur aan en maak de bovenste rand aan de muur vast door middel van de beide gaten die speciaal daarvoor in de plaat aangebracht zijn en doe de meegeleverde schroeven en pluggen (A) erin. De bevestiging van het apparaat aan de achterplaat vindt op dezelfde manier plaats als de bevestiging aan de muur, door gebruik te maken van de meegeleverde metalen beugel (B) en de schroeven en de pluggen die bij de plaat geleverd worden. Monteer de plaat van de elektrische installatie door hem vast te zetten met 3 schroeven en 2 metalen schijfjes (Afb.7). Bevestiging van de telescopische pijpen: Essentiële eisen voor de montage: – Breng de elektrische aansluiting zodanig tot stand dat e.e.a. binnen de decorpijp weggewerkt wordt; – Als uw apparaat in de afzuigversie of in de versie met een externe motor geïnstalleerd moet worden dan moet er een luchtafvoergat gemaakt worden. Om zowel in de afzuigversie als in de versie met een externe motor optimale omstandigheden te creëren, dient er een luchtafvoerpijp gebruikt te worden die de volgende eigenschappen heeft: minimum benodigde lengte, zo min mogelijk bochten (maximaal toegestane hoek van de bochten: 90°), het materiaal moet goedgekeurd zijn volgens de voorschriften (afhankelijk van het land), zo glad mogelijke binnenzijde. Er wordt bovendien geadviseerd om drastische veranderingen van de doorsnede van de pijp (diameter: 150 mm) te vermijden. Stel de lengte van de steunbeugel (W) van de telescopische pijp door middel van de op fig. 8 afgebeelde schroeven A af. Maak de beugel vervolgens met de meegeleverde pluggen en schroeven aan het plafond vast en zorg er daarbij voor dat de beugel op één lijn met de aslijn van uw afzuigkap komt te zitten. Bij de filterversie moeten de luchtafvoerroosters aan de bovenkant komen te zitten (Afb. 9). Bij de afzuigversie moet de bovenste pijp ondersteboven geplaatst worden zodat de luchtafvoerroosters aan de onderkant komen te zitten (Afb. 10). Afzuigversie en versie met een externe motor: Sluit de flens van de afzuigkap door middel van een flexibele pijp aan op het afvoergat in de muur/het plafond. Alleen bij de versie met een externe motor (Afb. 11): breng de elektrische aansluiting van de afzuigkap op de externe regeleenheid tot stand en maak daarbij gebruik van de speciale klemmenblokken: verwijder kabelklem A en kap B van de aansluitkast; sluit de verbindingskabel van de regeleenheid aan op het klemmenblok C; breng kabelklem A en kap B van de aansluitkast weer aan; het andere uiteinde van de kabel moet op het klemmenblok van de externe regeleenheid aangesloten worden. Breng de elektrische aansluiting van de afzuigkap door middel van de voedingskabel tot stand. Doe de telescopische pijpen erin en laat ze op de afzuigkap steunen; doe de bovenste pijp tot aan het plafond omhoog en maak hem met de beide schroeven (G) – Afb. 12 vast. Filterversie: Maak de geleideplaat met de 4 speciale schroeven (meegeleverd) aan de bovenste pijp vast – Afb. 13; sluit een flexibele pijp met een diameter van 125 mm op de geleideplaat aan. Monteer het verloopstuk (meegeleverd) ter hoogte van het luchtuitlaatpunt op de afzuigkap (Afb. 14). Neem de beide telescopische pijpen die in elkaar gezet zijn en laat ze op de afzuigkap steunen; doe de bovenste pijp tot aan het plafond omhoog en maak hem met de beide schroeven (G) – Afb. 12 vast. Doe de onderste pijp omhoog en houd hem met tape op zijn plaats en sluit de flexibele pijp aan op het verloopstuk vna de afzuigkap. Breng de elektrische aansluiting van de afzuigkap door middel van de voedingskabel tot stand. Laat de onderste pijp zakken zodat hij op de afzuigkap steunt. Installeer de koolstoffilters en doe daarbij de beide lipjes van het filter op de daarvoor bestemde plaats (Afb. 15) en draai het filter naar boven. WERKING Afhankelijk van de versies is het apparaat uitgerust met de volgende bedieningselementen: Bedieningselementen van Afb.16: A = aan/uit schakelaar lampje. B = aan/uit schakelaar motor op snelheid I. C = schakelaar snelheid II. D = schakelaar snelheid III. E = controlelampje motor in werking. Bedieningselementen van Afb.17: Toets A = lampjes aan/uit. Toets B = TIMER inschakelen/uitschakelen: door 1 keer op deze toets te drukken wordt de timer ingeschakeld, zodat na 5 minuten de motor stopt (tegelijkertijd zal op het display het nummer van de gekozen snelheid knipperen); de timer blijft werken als de snelheid van de motor veranderd word. Display C = - laat de gekozen motorsnelheid zien (van 1 tot 4); - laat als het nummer knippert zien dat de timer ingeschakeld is; - geeft als het middelste gedeelte brandt of knippert aan dat de filters in alarm zijn. Toets D = schakelt de motor in ( in de laatst gebruikte snelheid). Door de toets nogmaals in te drukken, worden de motor- snelheden gekozen van 1 tot en met 4 in opeenvolgende orde. Houdt u de toets circa 2 seconden dan zal de motor stoppen. Toets R = reset van de vetfilters en koolstoffilters. Als het filteralarm verschijnt (d.w.z. als het middelste gedeelte van het display gaat branden) dan moeten de vetfilters gereinigd worden (er zijn 30 werkingsuren verstreken). Als het middelste gedeelte daarentegen knippert dan moeten de vetfilters gereinigd worden en de koolstoffilters vervangen worden (er zijn 120 werkingsuren verstreken). Is uw afzuigkap niet in de filterversie en zijn de koolstoffilters niet aanwezig dan hoeft u uiteraard alleen de antivetfilters te reinigen, dit geldt zowel als het middelste gedeelte brandt danwel als het middelste gedeelte knippert. Het filteralarm verschijnt wanneer de motor uitgeschakeld is en is ongeveer 30 seconden zichtbaar. Om opnieuw te beginnen moet u de toets 2 seconden gedurende het zichtbaar zijn van het alarm. Bedieningselementen van Afb.18: Toets A: schakelt de verlichting in/uit; Filteralarm: om de 30 bedrijfsuren gaat het corresponderende lampje (S) brandenom aan te geven dat de vetfilters moeten worden schoongemaakt; om de 120 bedrijfsuren gaat het corresponderende lampje (S) branden om aan te geven dat de vetfilters moeten worden schoongemaakt en het koolstoffilter moet worden vervangen. Om de telling van de uren weer te laten starten (RESET), moet de toets A ongeveer 1” ingedrukt gehouden worden (terwijl het lampje S in werking is). Toets B: schakelt de motor in op de 1
snelheid (het corresponderende lampje gaat branden); door nogmaals op de toets te drukken (terwijl het lampje brandt) wordt de TIMER geactiveerd, zodat de motor na 5’ stopt (het corresponderende lampje knippert); als hij ongeveer 1” ingedrukt gehouden wordt, gaat de motor uit. Toets C: schakelt de motor in op de 2
snelheid (het corresponderende lampje gaat branden); door nogmaals op de toets te drukken (terwijl het lampje brandt) wordt de TIMER geactiveerd, zodat de motor na 5’ stopt (het corresponderende lampje knippert). Toets D: schakelt de motor in op de 3
snelheid (het corresponderende lampje gaat branden); door de toets nogmaals in te drukken (terwijl het lampje brandt) wordt de TIMER geactiveerd, zodat de motor na 5’ stopt (het corresponderende lampje knippert). Toets E: schakelt de motor in op de 4
snelheid (het corresponderende lampje gaat branden); door de toets nogmaals in te drukken (terwijl het lampje brandt) wordt de TIMER geactiveerd, zodat de motor na 5’ stopt (het corresponderende lampje knippert). Bedieningselementen van Afb. 19: P1 Schakelt de LICHTEN aan en uit P2 min en MAX intensiteit LICHTEN P3 Als hij wordt ingedrukt terwijl de motor UIT staat, gebeurt er niets Als hij wordt ingedrukt terwijl de motor DRAAIT neemt de snelheid af tot aan het stoppen van het apparaat. Als hij 2" ingedrukt wordt terwijl de motor WERKT gaat de motor uit, waarbij de snelheid in het geheugen wordt opgeslagen. P4 Als hij wordt ingedrukt terwijl de motor UIT is, gaat de motor aan op de snelheid die is opgeslagen in het geheugen bij de uitschakeling of op de eerste snelheid. Als hij wordt ingedrukt terwijl de motor WERKT Verhoogt de snelheid L1 geven de actuele snelheid aan (GROEN) P5 Zet de telling van Reset filters op nul wanneer de motor UIT is. N.B. De filtertimer blijft ook werken wanneer de voeding ontbreekt. Als de motor DRAAIT, activeert hij de TIMER 5' L2 geeft aan: 1) als de motor uit staat, RESET FILTERS MET ROOD LICHT, (30 uur Led brandt permanent, 120 uur Led knippert) 2) met GROEN KNIPPEREND LICHT de TIMER van 5' FILTERALARM: Na 30u werking, wordt de led L2 ROOD; betekent dat de vetfilters moeten worden gereinigd. Na 120u werking, wordt de led L2 ROOD en gaat hij knipperen; betekent dat de vetfilters moeten worden gereinigd en de koolstoffilters moeten worden vervangen. Wanneer de vetfilters gereinigd zijn (en/of de koolstoffilters vervangen zijn), wordt tijdens de weergave van het filteralarm gedrukt op de knop P5 om de UREN-telling opnieuw te starten (RESET). Vetfilters : om de vetfilters te verwijderen, ter hoogte van de handgreep de grendel naar binnen duwen en de filter naar beneden te trekken (Afb. 4). De filters wassen met een neutraal reinigingsproduct. Indien het door u aangekochte model beschikt over de bedieningen weergegeven in de Afb.16, dan worden de vetfilters gemiddeld elke 2 maanden gereinigd, in functie van het gebruik. Indien het door u aangekochte model beschikt over de bedieningen weergegeven in de Afb. 17, 18 en 19, dan worden de vetfilters gereinigd wanneer het filteralarm verschijnt (zie paragraaf “Bedieningselementen”). Vervanging koolstoffilter: als het apparaat in de filteruitvoering wordt gebruikt, moet de koolstoffilter worden vervangen. Neem ten eerste de metalen vetfilters weg. Duw de vergrendeling naar binnen (Afb. 15) en verwijder de koolstoffilter van zijn plaats. Plaats een nieuw koolstoffilter van hetzelfde type, door de handelingen in omgekeerde volgorde uit te voeren. Indien het door u aangekochte model beschikt over de bedieningen weergegeven in de Afb.16, dan wordt de koolstoffilter gemiddeld elke 6 maanden vervangen, in functie van het gebruik. Indien het door u aangekochte model beschikt over de bedieningen weergegeven in de Afb.17, 18 en 19, dan worden de koolstoffilters vervangen wanneer het filteralarm verschijnt (zie paragraaf “Bedieningselementen”). Verlichting: Afhankelijk van het door u aangeschafte model moet u zich aan Afb. 20, Afb. 21 of Afb. 22 houden. Afb. 20: om de halogeenlampjes te vervangen moet u de klemring tegen de wijzers van de klok in draaien (naar links). Vervangen met lampen van hetzelfde type. Afb. 21: voor vervanging van de halogeenlampjes de deksel openen door het op te lichten in de daarvoor bestemde opening. Vervangen met lampen van hetzelfde type. Afb. 22: Als uw apparaat verlichting heeft van het type dat te zien is op de afbeelding 22, moeten, om de gloeilampje te vervangen, de antivetfilters worden vervangen en de lampjes worden weggehaald; vervang het door lampjes van hetzelfde type.12
Notice-Facile