Mecablitz 52 AF1 Sony digital - Flits METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Mecablitz 52 AF1 Sony digital METZ in PDF-formaat.
| Technische specificaties | Gidsnummer: 52, Zoom bereik: 24-105 mm, Oplaadtijd: 0,1 tot 5 s, Aantal ontladingen: 100-200 per lading, Voeding: 4 AA-batterijen |
|---|---|
| Gebruik | Compatibel met Sony camera's, Flitsmodi: automatisch, handmatig, stroboscopisch, Ideaal voor portret- en landschapsfotografie |
| Onderhoud en reparatie | Regelmatig schoonmaken met een zachte doek, Controleer de batterijen om lekkage te voorkomen, Vervang batterijen door aanbevolen modellen |
| Veiligheid | Niet blootstellen aan vocht, Vermijd extreme temperaturen, Demonteer het apparaat niet |
| Algemene informatie | Gewicht: 400 g, Afmetingen: 10 x 7 x 15 cm, Garantie: 2 jaar, Inclusief accessoires: diffuser, draagtas |
Veelgestelde vragen - Mecablitz 52 AF1 Sony digital METZ
Gebruikersvragen over Mecablitz 52 AF1 Sony digital METZ
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Flits in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Mecablitz 52 AF1 Sony digital - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Mecablitz 52 AF1 Sony digital van het merk METZ.
GEBRUIKSAANWIJZING Mecablitz 52 AF1 Sony digital METZ
Bedienungsanleitung, Mode d'emploi, Gebruiksaanwijzing,
Operating instruction, Manuale istruzioni, Manual de instrucciones


D
Vorwort 3
Voorwoord 95
1 Veiligheidsinstructies 96
2 Dedicated flitsfuncties 97
3 Flitser gereedmaken 98
3.1 Het aanbrengen van de flitser 98
3.2 Voeding 99
3.3 In- en uitschakelen van de flitser 100
3.4 Het keuzemenu 100
3.5 INFO 101
3.6 Automatische uitschakeling / Auto - OFF 101
4 LED-aanduidingen op de flitser 103
4.1 Flitsparaatheids aanduiding 103
4.2 Belichtingscontrole 103
5 Aanduidingen in het display 103
5.1 Aanduiding van de flitsfunctie 104
5.2 Aanduiding van de reikwijdte 104
6 Aanduidingen in de zoeker van de camerar 105
7 Flitsfuncties 106
7.1 TTL-flitsfungtie 106
7.2 TTL met flits vooraf en ADI-meting 107
7.3 Manual flitsfungtie 107
7.4 Automatische synchronisatie bijkorte belichtingstijden (HSS) 109
8 Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting . . .109
9 Bijzondere functies 111
9.1 Motorische zoominstelling van de reflector (,Zoom^ ) 111
10 Flitsen met bediening op afstand 114
10.1 Remote master-functie 115
10.1.1 Remote-masterfunctie instellen 115
10.1.2 Flitsfungtie op de masterflitser instellen 116
10.1.2.1 Deelvermogen in de M-functie op de masterflitser instellen 116
10.1.2.2 Verlichtingsverhouding (RATIO) voor de flitsergroepen op de masterflitser definiieren 117
10.1.3 Remote-kanaal instellen 117
10.2 Remote-slaafflitsfunctie 118
10.2.1 Slaafkanaal instellen 118
10.2.2 Slaafgroep instellen 119
10.2.3 Slaafkanaal instellen 119
10.2.4 Slaaffunctie instellen 120
10.2.5 Slaaf-deelvermogen / belichtingscorrectie instellen ..120
10.3 He testen van de remote flitsfunctie 120
10.4 SERVO-functie 121
10.4.1 SERVO-flitsfunctie instellen 121
10.4.2 Onderdrukking van de flits vooraf, c.q. het instellen van de synchronisatie 121
10.4.3 Deelvermogen in de SERVO-functie 122
10.4.4 Leerfunctie 122
10.4.5 Het uitschakelen van de SERVO-flitsfunctie 123
11 OPTION-Menu. 124
11.1 Instellicht 124
11.2 Zoom functie 124
11.2.1 Extended-zoomfunctie 124
11.2.2 SPOT-zoomfunctie 125
11.2.3 Standard-zoomfunctie 126
11.2.4 Aanpassing aan het opname-formaat (Zoom-Size) 126
11.3 AF-BEAM (AF-hulplicht) 127
11.4 Vergrendeling / ontgrendeling 128
11.5 Reikwijdte aanduidden in m of ft 128
12 Flitstechnieken 128
12.1 Indirect flitsen 128
12.2 Indirect flitsen met een reflectiekaart 129
12.3 Geheugen van de meetwaarde FE 129
13 Flitssynchronisatie 130
13.1 Automatische sturing waar de flitssynchronisatieijd ....130
13.2 Normale synchronisatie 130
13.3 Synchronisatie bij lange belichtingstijden (SLOW) 130
13.4 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR) ...131
14 Touch-display installingen 132
14.1 Contrasten 132
14.2 Brightness (Helderheid) 132
14.3 Rotation (Rotatie) 133
15 Onderhoud en verzorging 134
15.1 Update van de firmware 134
15.2 Het formeren van de flitscondensator 134
15.3 Reset 134
16 Troubleshooting 135
17 Technische gegevens 137
18 Bijzondere toebehoren 138
Voorwoord
Wij bedanken u voor uw beslissing een Metz-product aan te schaffen.
Wij verheugen ons u als klant te kuren begroeten.
Natuurlijk sunt u nauwelijks wachten, uw flitser in gebruik te nemen.
Het is城县 ond om de gebruiksaanwijzing te lezen want alleen dan kunt u leren, zonder problemen met het apparaat om te gaan.
Deze flitser is geschikt voor:
- Digitale Sony spiegelreflexcamera's met TTL-, TTL-flits vooraf en ADI-meting.
Voor camera's van andere fabrikanten isDEXE flitser nicht geschikt!
Sla s.v.p. ook de flap aan het einde van de gebruiksaanwijzing open.
Toelichting
Vingerwijzing, aanwijzing
Opgelet - extreme belangrijke veiligheidsaanwijzing!
1 Veiligheidsinstructies
In de omgeving van ontvlambare gassen of vloei stoffen (benzine, oplosmiddelen enz.) mag de flitser in geen geval worden ontstoken. GEVAAR VOOR EXPLOSIE!
Flits nooit vanaf korte afstand rechts-treeks in de ogen! Rechtsstreeks in de ogen van personen of dieren flitsen kan leiden tot beschadiging aan het netvlies en daardoor ernstige zichtsoringenveroorzaken - tot blindheid toe!
Fotografeer nooit berijders van auto, bus of mo torfiets, fietsers of treinbestuurdersijdens de rit met een flitser. Door de verblinding kan de berijder een ongeluk krijgen dan welveroorzaken!
Indien het huis zo zeer beschadigd is, dat het interieur open ligt, mag de flitser nicht meer worden gebruikt. Neem dan de batterijen er uit! Raak de binnenliggende onderden het aan. HOOGSPANNING!
Raak na meervoudig flitsen de voorzetschijf Niet aan. Gevaar voor brandwonden!
Demonteer de flitser nicht!
HOOGSPANNING!
Reparaties können uitsluitend door een geauthoriseerde service worden uitgevoerd!
- De flitser is alleen bedoeld en toegelaten voor gebruik in de fotografie!
- Gebruik uitsluitend de in de handleiding aangegeven en toegelaten stroombronnen!
- Batterijen Niet openen of kortsluiten!
- Stel de batterijen nooit bloot aan hoge temperaturen zoals intensieve zonnestraling, vuur of dergelijkie!
- Verbruike batterijen / accu's Niet in open vuur gooien!
- Gebruik geen beschadigde batterijen of accu's!
Haal lege batterijen onmiddelijk uit het apparaat! Uit verbuikte batterijen kannen chemicalienlekken (het zogenaamde uitlopen) die tot beschadiging van het apparaat leiden! - Batterijen mogen nicht worden opgeladen!
- Stel het apparaat Niet bloot aan drup-of spatwater!
- Bescherm uw flitser gegen große hitte en hoge luchtvochtigheid! Bewaar hem bijvoorbeeld nicht in het handschoenenvakje van uw auto!
Bij snelle wisseling van temperaturen kan vocht op het apparaat neerslaan. Laat de flitser voor gebruik acclimatiseren!
Bij het ontsteken van een flits mag er zich geen materiaal dat geenlicht doorlaat direct op of vlak voor het venster van de reflector bevinden. Het venster van de reflector mag Niet vuiil+zijn. Als u hierop nicht let zou, door de hoge energie van de het flitslicht, dat materiaal of het venster van de reflector kannen verbranden!
Bij flitsseries met vol vermogen en korte flitsvolgtijden moet u er op letten, dat u na telkens 20 flitsopnamen een pauze van minstens 3 minutes inlast!
Bij seriesflitsopnamen met vol vermogen en korte flitsvolgtijden wordt de groothoekdif-fusor bij zoomstanden van 35mm en minder, flink heet!
- De flitser mag alleen samen met de in de camera ingebouwde flitser worden gebruikt als deze volledig uitgeklapt kan worden!
2 Dedicated flitsfuncties
Dedicated flitsfungties zich spezial op het camerasysteme ingestelde flitsfungties. Afhankelijk van het type camera worden maar bij verschillende flitsfungties ondersteund.
Aanduiding van flitsparaatheid in de zoeker/monitor van de camera
- Automatische sturing van de flits-synchronisatietijd
- Automatische invulflitssturing
-TTL-flitsfunctie
- ADI-meting en TTL met flits Vooraf
- Met de hand in te stellen correctie op deflitsbelichting bij TTL
- Synchronisatie bij het open- of zichgaan va de sluiter (REAR). (camera-instelling)
- Automatische FP-synchronisatie bij M.
- Automatische sturing van de motorische zoomreflector
- Extended-zoomfunctie
- Sturing van de AF-meetflits
- Automatische aanduiding van de flitsreikwijdtde
- Automatisch geprogrammeerd flitsen
- Draadloze afstandssturing voor flitsen
Servo-flitsfunctie

- Spot zoomfunctie
- Wake-Up-functie voor de flitser
- Het updaten van de firmware
In het kader van deze gebruiksaanwijzing is het Niet möglichk, alle cameramodellen met hun individuèle flitsfuncties gedetailleerd te beschrijven.
Zie waarvoordaanwijzingeninde gebruik-saanwijzing van uw camera met betrekking tot de mogelijkke flitsfuncties,welke flits-functies door uw camera worden ondersteund,c.q.op de camerazfel moeten worden ingesteld!
Bij het gebruik van objectieven zonder CPU (bijv. objectieven zonder autofocus) treden ten dele beperkingen op!

3 Flitser gereedmaken
3.1 Het aanbrengen van de flitser
Flitser op de camera monteren
Camera en flitser voor het aanbrengen of afnemen uitschakelen.
- De gekartelde moer 12 tot de aanslag gegen de flitser draaien. De borgpen in de voet is nu geheel in het huis van de flitser verzonken.
- Flitser met de aansluitvoet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera schuiven.
- De gekartelde moer (②) tot de aanslag gegen het camerhuis draaien en de flitser vast-klemmen.
Bij een camerahuis dat geen borggat bezit, blijft de geveerde borgpen in de flitser zitten, zDat het oppervlak van de camera Niet worden beschadigd.
Flitser van de camera afnemen
Camera en flitser voor het aanbrengen of afnemen uitschakelen.
- De gekartelde moer (2) tot de aanslag gegen het huis van de flitser draaien.
- Flitser uit de accessoireschoen schuiven.
3.2 Voeding
De flitser kan maar keuze worden gevoed UIT:
- 4 Nikkel-metaal-hydride accu's 1,2 V, type IEC HR6 (AA / Penlight)\
deze hebden een duidelijk hogere capaciteit dan de NiCd-accu en zichen minder bezwaarlijk voor het milieu omdat ze geen cadmium bevatten.
4 super-alkalimangaanbatterijen 1,5 V, type IEC LR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voeding voor gematigde eisen aan de prestatie.
4 Lithiumbatterijen 1,5V,type IEC FR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrijveoeding met hoge capaciteit en geringe zelfont-lading.
Gebruik alleen de hierboven aangegeven stroombronnen. Bij het gebruik van andere stroombronnen ontstaat het gevaar dat de flitser beschadigd raakt.
Als u denkt, de flitser gedurende een langere...,\ tijd Niet te gebruiken, haal de batterijen er\ dan s.v.p.uit.


Het verwangen van de batterijen
De accu's batterijen zijn leeg, c.q. verbruikt, als de flitsvolgtijd (=ijd tussen het ontsteken van een flits met volle energie, bijv. bij M, tot het hornieuwd oplichten van de paraatheidsaanduiding) langer duurt dan 60 seconden. Bovendien verschijnt in het aanraakschem de aanuiding 'LOW'.
- Schakel de flitseruit,druk waaroor zolang op de toets tot alle aanuidingen verdwenen zich.
- Neem de flitser van de camera en schuif het deksel van het batterijvak 電 maar beneden.
Leg de batterijen in en schuif het deksel van het batterijvak 10 weer terug maar boven.
Let bij het inzetten van de batterijen, c.q. accu's op de juiste polariteit, overeenkomstig de symbolen in het batterijvak. Verkeerd ingezette batterijen hunnen het apparaat vernielen! Vervang alkild alle batterijen tegelijk en door bezelfde batterijen van een type fabrikant, met gelijke capacititeit!
Verbruike batterijen horen nicht in het huisvuil! Lever uw bijdrage aan beschemming van het milieu en lever ze in bij de waarvoordbestemde verzamelplaatsen!




3.3 In- enuitschakelen van de flitser
- Schakel de flitser via de starttoets ② in. Het opstartscherm verschijnt. De flitser schakelt daarna algid in met de het LASTe gebruekte functie (bijv. flitsen met handinstelling M).
In de standby-functie knippert de toets rood. Om dit uit te schakelen moet u zo lang op de toets ② drukken tot alle aanduidingen zich verdwenen.
Als u denkt, dat u de flitser gedurende langere tjid Niet gaat gebruiken, bevelen wij aan om de flitser met de toets ① auit te schakelen en de stroombronnen eruit te nemen.
3.4 Het keuzemenu
Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
Het keuzemenu is in 4 sensortoetsen onderverdeeld:
Na drukken op de toets mode de volgende functies worden ingesteld.
TTL, zie 7.1
TTLHSS*,zie7.2
M, zie 7.3
MHSS,zie7.4
MASTER, zie 10.1
SLAVE,zie 10.2
SERVO, zie 10.4
*) alleen na uitwisseling van gegevens met een camera.
Na drukken op de toets PARA n de flitsparameters worden ingesteld..
EV (correctie op de flitsbelichting),
zie 10.1.2.1, 10.1.3.1
Zoom(reflectorstand),zie 9.1
F (diafragma)
ISO (lichtgevoeligkeit),
P (deelenergie),
zie 7.3 en 10.1.2.1
RATIO2) (ichtverholding), zie 10.1.2.2
CHANNEL3) (Kanaal), zie 10.1.3
GROUP3 (slaafgroep), zie 10.2.3
2) alleen in de functie als master.
3) alleen in de functie als slaaf.
Na drukken op de toets SERVICEt aan- raakschem worden geconfigureerd, of kan de flitser in zichtoestand als bij de aflevering worden teruggezet (gereset).
CONTRAST (contrast), zie 14.1
BRIGHTNESS (helderheid), zie 14.2
ROTATION (beeldschermweergave zwenken),
zie 14.3
RESET, zie 15.3
Nadat u op de toets OPTIONedrukt\ kunnen de opties worden ingesteld.
ZOOM SIZE (aanpassing aan het opname-formaat), zie 11.2.4
ZOOM MODE (verlichtingshoek),
zie 11.2
STANDBY (aut. uitschakeling van het apparaat), zie 3.6
MOD.LIGHT (instellicht), zie 11.1 AF BEAM (AF-hulplicht), zie 11.3
m / ft (meter / voet),zie 11.5
In het aangegeven menu op de flitser zijn alle in een zwart vlakje staande velden als sensortoetsen uitgevoerd, waarop要去en worden gedrukt voor het instellen van de beschreiben functie.
In de afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing zijn steeds de sensortoetsen, waarop moeten worden gedrukt voor het instellen van de beschreiben functie, met zicht gemarkeerd.

0,3-3,9 m
ZOOM35 F8,0




3.5 INFO
De actuele instellingen van de flitser+kunnen tijdens het gebruik aangegeven worden.
Druk op het aanraakschem op de sensortoets Info, De infotabel 1 verschijnt.
- Spot-zoomfunctie (SP) is ingesteld (zie 11.2.2).
- AF-BEAM (AF hulplicht) is uitgeschakeld (zie 11.3).
- instellicht (MOD. LIGHT) is ingesteld (zie 11.1).
- de automatische uitschakeling van het apparatus is ingesteld op 10 minutes, (zie 3.6).
- de aanduiding van de temperatuur stijgt bij intensief gebruik van het aapparaat.
- druk, terwijl de infotabel 1 worden aangegeven, nogmaals op het aanraakschem.
Infotabel 2 worden dan aangegeven.
3.6 Automatische uitschakeling / Auto - OFF
In de fabriek worden de flitser zo ingesteld, dat hij ong. 10 minutes -
- na het inschakelen,
- na het ontsteken van een flits,
- na het aantippen van de ontspanknop op de camera,

- na het uitschakelen van het belichtings-meetsysteme van de camera...
...in de standby-functie schakelt (AUTO OP in om energie te besparen en de stroombronnen gegen onbedoeld ontladen te beschermen. De geactiveerde automatisch uitschakeling worden in het INFO-display a gegeven. De flitsparaatheidsaanduiding @ en de aanduidingen op het LC-display dov In de standby-functie knipper de toets rood.
De het LAST ingestelde flitsfungt blijft na het automatisch uitschakelen behouden en staat na het inschakelen onmiddelijk wee ter beschikking.
De flitser wordt door te drukken op de toets 日 c.q. door het aantippen van de ontspanknop op de camera (= W a k e - u p f u n c t i e) wee ingeschakeld.
In de Slaaf-/SERVO functie is de automatische uitschakeling van de flitser Niet actief.
Als u de flitser langere tijd Niet gaat gebruiken, schakel hem dan in principe altijd via+zijn hoofdschakelaar 出 uit!
Indienoodzakelijkkan de automatische uitschakeling reeds na 1 minut plaatsvinden ofworden gedexeveerd.
De flitser schakelt zich ong. 1 uur na het的那一alste gebruik geheeluit.








Het instellen van de automatische uitschakeling
- Schakel de flitser via de toets ② in. Het opstartschem verschijnt. De flitser schakelt daarna algid in met de het LAST gebruike flitsfungtie (bijv. flitsen met handinstelling M).
Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt. - Druk in het aanraakschem op de sensortoets [OPTION].
Druk in het aanraakschem op de toetsen en kies 'STANDBY 'uit. - Druk in het aanraakschem op de sensortoets STANUBY.
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets voor de gewensteijd. De instelling treedt onmiddelijk in werk. Na ont. 10 seconden worden waar de bedrijsfunctie omgeschakeld, of druk zo vaak op de toets ⑦ , dat de bedrijsfunctie verschijnt.
In de Standby-functie knippert de toets rood.

4 LED-aanduidingen op de flitser
4.1 Flitsparatheids aanduiding
Zodra de flitscondensator is opgeladen Licht op de flitser de toets ⑥ coop op en geeft daarmee aan dat de flitser gereed is om te flitsen (flitsparaatheid).
Dat betekent dat voor de eerstvolgende opname flitslicht kan worden gebruikt. De flitsparaatheid worden ook maar de camera overgebracht en zorgt in de Zoeker waarvan voor de betreffende aanduiding.
Als u een opname maakt voordat in de zoeker van de camera de signaal dat de flitser is opgeladen, ontsteekt de flitser geen flits. De opname kan dan möglichk foulief worden belicht wonneer de camera alaar de flits-synchronisatietijd is omgeschakeld (zie 13.1).
4.2 Belichtingscontrole
Bij een correcte belichting Licht de toets ⑦ gedurende ong.3 seconden rood op als de opname in de flitsfuncties TTL ADI-meting en TTL met flits vooraf (zie 7.1 of 7.2) correct verwel belicht!
Volgt deze aanduiding van de belichtings-controle na de opname Niet, dan werk de opname onderbelicht. U moet dan:
-
het eerstvolgend lagere diafragmagetal instellen (bijv. inplaats van diafragma 11, diafragma 8) of
-
de afstand tot het onderwerp, c.q. het reflecterend vlak (bijv. bij indirect flitsen) verkleinen of
- de camera een hogere ISO-waarde instellen.
Let in het display van het flitsapparaat op de aanuiding van de reikwijdte van de flits (zie 5.2).
5 Aanduidingen in het display
De Sony camera's goven de waarden van ISO, brandpuntsafstand van het objectief (mm) en diafragma door maar de flitser. Deze past zich vereiste instellungen automatisch daaraan aan. Hij berekent uit die waarden en zich richtgetal de maximale reikwijdtde van het flitslicht.
Flitsfungtie, reikwijdte, werkdiafragma en de zoomstand van de reflector worden in het display van de flitser aangegeven.
Als de flitser worden gebruikt zonder dat hij gevevens van de camera heeft ontvangen, worden de op de flitser ingestelde waarden aangegeven.
Displayverlichting
Nadat u op de flitser op de toets hebt gedrukt of na het aantippen op het aanraakschem wordt voor ong. 10 sec. de verlichting van het display geactiveerd.
TTL
0,7-7,9 m
ZOOM35 mF4.0
INFO


5.1 Aanduiding van de flitsfunctie
In het display worden ingestelde flitsfungtie aangegeven. Daar bijল, afhankelijk van het type camera verschillende voor de telkens ondersteunde TTL-flitsfungtie (z.B. TLI
5.2 Aanduiding van de reikwijdte
Als de camera is voorzien van een objctief met CPU,verschijnt in het display een aanduiding van de reikwijdtte. Hiervoor要去en uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats hebben gezvonden, bijvoorbeeld door het aantippen van de ontspanknop op de camera. De reikwijdtke kan zowel in meters (m) of in feet (ft) worden aangegeven (zie 11.5).
Erverschijntgeenaanduidingvan dereikwijdte...
- als er geen gevevens door de camera werden overgebracht.
- als de kop van de reflector uit+zijn normale positie (aar boven of zichwaarts) is gezwenkt.
- als de flitser in de SLAVE- of de SERVO flits-functie werkt.
TTL
0,7-7,9 m
OOM 35 F4.0
INFO

Aanduidingen van de reikwijdte in de TTL flitsfuncties
In de TTL-flitsfuncties (zieSS)
wordt in het display de waarde voor de minimale en de maximale reikwijdte van het flitslicht aangegeven.
De aangegeven waarde geldt voor een reflectiegraad van het onderwerp van 25% ,wat voor de meeste opnamesituaties een correcte waarde is.
Grote afwijkingen van deze reflectiegraad, bij verz sterk of juist zeer zwak reflecterende onderwerpen+kunnen de reikwijdtve van het flitslicht beinvloeden.
Het onderwerp要去 zich in een bereik van ongeveer 40% tot 70% van de aangegeven waarde bevinden. De elektronica heeft dan voldoende spelruimte voor een goede belichting.
Om overbelichting te vermijden moet u minstens de afstand die in het display als minimum staat aangegeven, aanhonden.
Het aanpassen aan de betreffende opname-situatie kan bijv. door het veranderen van de diafragmaopening van het objectief worden bereikt.

Aanduiding van de reikwijdte in de functie van met de hand in te stellen flitser M
In de functie van de met de hand in te stellen (manual) flitser M wordt in het display de afstandswaarde aangegeven die voor het correct belachten van het onderwerp aangehouden moet worden. Het aanpassen aan de heersende opnameomstandigheden kan bijv. door het veranderen van de diafragmawaarde op het objectief of door het kiezen van een met de hand in te stellen deelvermogen (zie 7.3) worden bereikt.
Overschrijding van het bereik van de aanduidingen
In het display kuren reikwijdten tot maximaal 99m c.q. 99 ft worden aangegeven. Bij hoge ISO-waarden en grote diafragmaopeningen kan het bereik van de aanduidingen worden overschreden.
Dit worden door een pijl, c.q. drihoekje awhile de afstandswaarde aangegeven.
6 Aanduidingen in de zoeker van de camerar
Voorbeelden van aanuidingen in de zoeker van de camera:
Lees in de gebruiksaanwijzing van uw camera na welke aanwijzingen voor uw type camera geldend+zijn!
Basiscorrectie bij een foute belichting:
Bij teruime belichting: Niet flitsen!
Bij te krappe belichting: schakel de flitser in of gebruik een statief en een langere belichtingstijd.
In de verschillende belichtings- en automatische programma's kuren er verschillende redenen voor het optreden van een foute belichting.
Zoek voor de aanduidingen in de zoeker van uw camera in de gebruiksaanwijzing van de camera wat voor uw camera geldt!
7 Flitsfuncties
Afhankelijk van het type camera staan er verschillende flitsfuncties, bijv. TTL TTL HSS (TTLHSS) nctie van met de hand uit te voeren instellenen op de flitser
M en SMASTemote-master, de
remote-slaaffunctie SLAVE ie de ser
vofunctie SERVO ter beschikking.
Het instellen van de flitsfuncties vindt plaats via het aanraakschem.
Voor het instellen van de flitsfuncties TLIHSS en MHS moet er eerst een uitwisseling van geveens+tussen camera en flitser hebben plaatsgevonden, bijv. door het aantippen van de ontspanknop van de camera.
7.1 TTL-flitsfungtie (TL)
De meeste camera's ondersteunen de TTL-flitsfungtie.
Bij de opname worden, voorafgaand aan de eigenlijke belichting enkele, nauwelijks zichtbare meetflitsen door de flitser ont-stoken.
Het gereflecteerde Licht van die meetflitsen wordt door de camera gevalueerd. Overeenkomstig deze evaluatie worden de dan volgende flitsbelichting door de camera afgestem op de opnamesituatie (zie voor nadere details de gebruiksaanwijzing van uw camera).






Het instellen van de flitsfunctie
- Schakel de flitser met de toets in.
Het opstartschem verschijnt.
De flitser schakelt alkijd in met de het staat gebruekte flitsfungtie (bijv. M-flitsfungtie). - Druk in het aanraakschem zo vaak op de aangegeven flitsfunctie, tot de aanduiding voor het kiezen verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen 品 e gewenste functie.
- Druk op de in een zwart vlakje staande functie. De instelling treedt onmiddelijk in werkking.
- Stel op de camera een overeenkomende functie in, bijv. P, S, A enz.
Tip de ontspanknp op de camera even aan, zodate er een uitwisseling van gevevensCUSSEN camera en flitserplaats kan vinden.
7.2 TTL met flits vooraf en ADI-meting
De TTL met flits vooraf en de ADI-meting zich digitale TTL-flitsfuncties en neue ontwikkelingen van de TTL-flitsfuncties van analoge camera's. Bij de opname worden dan, voor de eigenlijke belichting, een nagenoegonzichtbare meetflits door de flitser afgeveen. Het door het onderwerp gereflecteerde Licht worden door de camera gevalueerd.
Overeenkomstig deze evaluatie worden de eerstvolgende flitsbelichting door de camera aan de opnamesituatie aangepast (zie voor details de gebruiksaanwijzing van uw camera). Bij de ADI-meting worden bovendien gegevens betreffende de afstandsvinstilling van het objektief bij het flitsen meegerekend. De keuze, c.q. instelling van de flitsfuncties TTL met flits vooraf of ADI-meting moet op de camerazfelfplaatsvinden (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
Op de flitser moet de flitsfunctie den ingesteld (zie 7.1).
7.3 Manual flitsfunctie
In de manual flitsfungtie M worden door de flitser alkijd het volle vermogen afgeveen, als er geen deelvermogen is ingesteld. Het aanpassen aan de opnamesituatie kan bijv. door de instelling van het diafragma op de camera of door het kiezen van een geschikt, met de hand in te stellen deelvermogen plaatsvinden.
Het instelbereik strekt zich uit van P 1/1 tot P 1/128 in de M tie, P 1/1 tot P1/32
in de MHSS e. In het display wordt de afstand aangegeven waar bij het onderwerp correct worden belicht (zie 5.2).

Het instellen van de flitsfunctie
- Schakel de flitser met de toets in.
Het opstartscherm verschijnt.
De flitser schakelt algid in met de het LAST gezbruike flitsfungtie. -
Druk in het aanraakschem zo vaak op de sensortoetsen van de aangegeven flits-functie, tot de aanduiding voor het kiezen van de functie verschijnt.
-
Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen en kies
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets.
- Stel op de camera een overeenkomende functie in, bijv. Mz.
Tip de ontspanknop op de camera even aan, zodate er een uitwisseling van gevevensussen camera en flitser ontstaat.
Sommige camera's ondersteunen de handinstelling van de flitser alleen in de camera-functie M (manuel). In andere camera's verschijt er een foultmelding in het display en wordt het ontspannen geblokkeerd.

Met de hand in te stellen deelvermogens
In de met de hand uit te voeren instelling van de flitsfunctie M een deel van het flitsvermogen worden ingesteld.
Het instellen
- Druk in het aanraakschem zo vaak op de sensortoets voor het deelvermogen, dat het keuzemenu voor het deelvermogen verschijnt.
Stel in het aanraakschem met de sensortoetsen nste deelvermogen 1/1, 1/2, 1/8, c.q. 1/128 in. - Druk in het aanraakschem op de sensor-toets voor het uitgekozen deelvermogen.
Deinstallingtreedtonmiddellijinkwerking enwordtautomatischopgeslagen.
De aanduiding van de afstand van de reikwijdte worden automatisch aan het deelvermogen (zie 5.2) aangepast.
7.4 Automatische synchronisatie bij korte belichtingstijden (HSS)
Verschillende camera's ondersteunen de automatische synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Met deze flitsfungtie is het möglichk, ook bij kortere tijden dan de flits-synchronisatietijd een flitser te gebruiken.
Deze functie is interessant bij bijv. portretten in een heldere omgeving, als door een ver geopend diafragma (biv.F 2,0) de scherptediepte begrensd moet worden! De flitser ondersteunt de synchronisatie bij korte belichtingstijden in de functies TIL.
Natuurkundig bepaald wordt door deze synchronisatie bij korte belichtingstijden het richtgetal en daarmee tevens de reikwijdte van de flitser behoorlijk ingeperkt!
Letkaarom op de aanduiding van de reikwijdtte in het display van de flitser! De synchronisatie bij korte belichtingsstijden worden automatisch uitgevoerd als op de camera met de hand, of automatisch door het belichtingsprogramma, een kortere belichtingsstijd dan de flitssynchronisatietijd is ingesteld.
Let er op, dat het richtgetal van de flitser bij de synchronisatie bij korte belichtingstijden mede afhangt van de gekozen belichtingstijd:
hoe korter de belichtingstijd, des te lager hetRCTigtetal!
De synchronisatie bij korte belichtingstijden wordt automatisch uitgevoerd als op de camera met de hand, of automatisch door het belichtingsprogramma, een kortere belichtingstijd dan de flitssynchronisatiejtd is ingesteld.
8 Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting
De automatiek van de flitsbelichting is in de meeste camera's gebaseerd op een reflectiegraad van 25% (gemiddelde reflectiegraad van flitsonderwerpen).
Een donkere ache tergrond die veel Licht absorb-. beert of een lichte ache tergrond die sterk
reflecteert (bijv. gegenlichtopnamen), können leiden tot te ruim, c.q. te krap beliche onderwerpen.
Om het bovengenoemde effect te compenseren kan de flitsbelichting via een met de hand in te stellen correctiewaarde worden aangepast aan de opnamesituatie. De hoogte van die correctiewaarde hangt af van het contrastussen onderwerp en achechtergrund!
Op de flitser+kunnen in de TTL-flitsfuncties met de hand correctiewaarden voor de flitsbelichting van-3 tot +3 stops (EV) in stappen van 1/3 stop worden ingesteld.
#
TTL
0,7-7,9m
ZOOM 35 F4.0
INFO
-1 1/3
-1
-2/3

TTL
0,7-7,9 m
OOM 35 m F4.0
INFO

Donker onderwerp gegen een lichte ache tergrond: positieve correctiewaarde.
Licht onderwerp gegen donkere achtergrond: negatieve correctiewaarde.
Een belichtingscorrectie door veranderen van de diafragmaopening van het objectief is nicht möglich,ocht dat de belichtingsautomatiek van de camera het veranderde diafragma weeer als werkdiafragma ziet. Bij het instellen van een correctiewaarde kan de aanduiding van de reikwijdt in het display veranderen en aan de correctiewaarde worden aangepast (hangt af van het type camera)!
Het instellen
Druk zo vaak op de sensortoets at het keuzemenu voor een correctiewaar deverschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen n correctie-waarde in.
- Druk in het aanraakschem op de uitgekozen correctiewaarde, bijv 1
Deinstalling treedt onmiddelijk in werkig.
Een met de hand in te stellen correctie-waarde voor de flitsbelichting in de TTL-flits-functies kan alleen dan worden uitgevoerd
#
als de camera de instelling van een correctiewaarde op de flitser ondersteunt (zie degebruksaanwijzing van uw camera)!
Wanner de camera deze functie Niet ondersteunt werkt de op de flitser ingestelde correctie Niet.
Bij sommige cameramodellen moet de correctiewaarde op de flitsbelichting op de camera zich worden ingesteld, In het display van de flitser worden dan geen correctiewaarde aangegeven.
Vergeetietmedethand ingestelde correctie op de flitsbelichting na de opname op de camera uit te schakelen!
Opgelet: Sterk reflecterende onderwerpen in het onderwerp kannen de belichtingsautomatiek van de camera storen. De opname worden dan onderbelicht. Verwijder sterk reflecterende objecten uit het onderwerp of stel een positieve correctiewaarde in.
9 Bijzondere functies
Afhankelijk van het type camera c.q. groep camera's staan verschillende, bijzondere functies ter beschikking.
Voor het oproepen en instellen van de bijzondere functies moet er waarom eerst een uitwisseling van gegevens+tussen camera en flitser planta hebben gezonden, bijv. door het aantippen van de ontspanknop op de camera.
Het instellen要去onmiddelijk na het oproepen van de bijzondere functie plaatsvinden, waar de flitser anders na enige seconden automatisch weer maar de normale flitsfunctie omschakelt!
9.1 Motorische zoominstelling van de reflector (,Zoom")
De motorische zoom van de reflector van de flitser kan de beeldhoek van objctieven met een brandpuntsafstanden vanaf 24 mm (kleinbeeldformaat) uitlichen. Door het gebruik van de ingebouwde groothoekdiffusor ⑨ vergroot de verlichtingshoek zich tot die van een 12 mm objectief.
Autozoom
Als de flitser gebruikt worden op een camera die de gegevens van de brandpuntsafstand van het objctief doorgeeft past de zoomstand van de reflector zich automatisch daaraan aan. Na het inschakelen van de flitser


wordt in het display 'Zoom' en de actuèle zoomstand van de reflector aangegeven. De automatische aanpassing geschiedt voor objectieven met een brandpuntsafstand van 24mm ofeer.
De automatische aanpassing vindt nicht plaats als de reflector gezwenkt is, als de groothoekdiffusor ⑨ auitgetrokken of een Mecabounce (accessaire) aangebracht is.
Naar wens kan de stand van de reflector met de hand worden versteld om bepaalde verlichtingseffecten te bereiken (bijv. een spotlight-effect enz.).
Manual zoomfunctie
Bij camera's die geen gevevens van de brandpuntsafstand van het objectiefdooregeven moet de zoomstand van de reflectormet de hand aan de brandpuntsafstand van het objectief worden aangepast.
Na het inschakelen van de flitser worden in het display 'Zoom' en de actuèle stand van de reflector aangegeven.
Het instellen
Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets PARA
EV
ZOOM


50
70
85


- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen Zoom'uit.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen Zoom
Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen k e gewenste
zoomwaardeuit.
Na ong. 10 sec. wordenaar de functieaandui-ding omgeschakeld of druk zo vaak op de toeets 已 tot de functieaandui-ding verschijnt. De volgende zoomstanden voor de reflector zichen maybe: 24 - 28 - 35 - 50 - 70 - 85 - 105 mm (kleinbeeldformaat).
Tip:
Als u Niet altijd de volle energia en reikwijdtde van de flitser nodig heeft, kunt u de reflector ook latent staan in de in de stand van de aanvangsbrandpuntsafstand.
Daardoor is gegarandeerd dat het gehele onderwerp in het beeld algijd volledig uitgelicht worden. U bespaart zich dan het steeds要去en aanpassen aan de brandpuntsafstand van het objctief.
Voorbeeld:
U gezruikt een zoomobjectief met een bereik aan brandpuntsafstanden van 35 tot 105 mm. In dit voorbeeld stelt u de stand van de zoomreflector van de flitser in op 35mm





EV
ZOOM


A.Zoom
24

Terugzettenaarautozoom
- Tip de ontspanknp op de camera even aan, zodate er een uitwisseling van gevevensCUSSEN camera en flitserplaats kan vinden.
Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
Druk in het aanraakschem op de sensortoets PARA
Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen Koom'uit.
Druk in het aanraakschem op de sensortoets Zoom - Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen h. kies de gewenste zoomwaarde A.Zoomuit.
Na ong. 10 sec. worden waar de functieaanduiding omgeschakeld of druk zo vaak op de toets 已 tot de functieaanduiding versusijnt.

Groothoekdiffusor
Met de ingebouwde groothoekdiffusor ⑨ kan de verlichtingshoek aan objctieven met een brandpuntsafstand vanaf 12 mm worden aangepast (kleinbeeldformaat).
Trek de groothoekdiffusor ⑨ uit de reflector tot de aanslag maar voren en laat hem los.
De groothoekdiffusor ⑨ klapt dan vanzelfaar beneden. De reflector wordt zodanigautomatisch in de vereiste stand gezet.
In het display worden de afstandsaandui-dingen en de zoomwaarde maar 12 mm gecorrigeerd.
De gemotoriseerde reflector worden bij het gebruik van de groothoekdiffusor ⑨ Niet automatisch aangepast.
Voor het terugzetten de groothoekdiffusor 90^ naar boven klappen en hem geheel inschuiven.

mecabounce Diffuser MBM-02
Als op de reflector van de flitser een Mecabounce (accessoire; zie 18) is gemonteerd, worden de reflector automatisch maar de vereiste stand gestuurd. De aanduidingen van de afstand en de zoomstand worden op 16mm gecorrigeerd.
De gemotoriseerde reflector worden bij het gebruik van een Mecabounce Niet automatisch aangepast.
Het tegelijkkertijd gebruiken van de groothoekdiffusor en een Mecabounce is Niet mogelijk.
10 Flitsen met bediening op afstand
De flitser ondersteunt het draadloos Sony-Remote-Systeme in de functies,CTRL' und,CTRL+, afhankelijk van het ingezette camera-systeme. De functies,CTRL' en,CTRL+' worden automatisch herkend.
Dit remote-system bestaat uitemasterflitser op de camera en een ofmeer slaafflitsers.De slaafflitser,c.q slaafflitsers worden door een lichtimpulsuit de reflector van de master-flitser draadloos op afstand bediend en gestuurd.
De slaaffliser wordt aan een van twee mogelijke groepen (RMT of RMT2) toegewezen. Daar bij kan elke groep ook weer uit een ofeer slaafflitsers bestaan.
De master-flitser kan al deze slaafgroepen tegelijkkertijd sturen en de waar bij de individuèle instellingen voor elke slaafgroep inRCTn.
Het hele remote-systeem kan met de functie TtL, automatische synchronisatie bij korte belichtingstijdenworden uitgevoerd.
Een verandering van de flitsfunctie要去 op de master-flitser worden uitgevoerd.
Opdat meerdere remote-systemen in eenzelfde ruimte elkaar Niet storen, staan u vier onafhankelijkke remote-kanalen ter beschikking. Master-en slaafflitsers die tot hetzelfde remote-systeme behoren moeten op hetzelfde remote-kanaal worden ingesteld.
De slaafflitsers die tot hetzelfde remotesystem behoren, moeten met de geinteggreerde sensor voor de remote-functie hetlicht van de master-flitser kannen ontvangen.
De remote-flitsfungtie ondersteunt ook de synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter. In de remote-flitsfungtie vindt er geen aanduiding van de reikwijdte van de flits in het display van de flitser plaats.

10.1 Remote master-functie
De slaafgroepen RMT en RMT2 zijn vanaf de fabriek geactiveerd.
De masterflitser (CTRL) en de slaafgroepen RMT en RMT2 hunnen geactiveerd of gedactiveerd worden!
Bij een uitgeschakelde master-flitser (CTRL)
heeft de flits van de master-flitser alleen nog slechts een sturende functie en draagt hij Niet bij aan de belichting van de opname!
10.1.1 Remote-masterfunctie instellen
- Schakel de flitser in met de toets (1) Het startmenu verschijnt.
-
Druk in het aanraakschem zo vaak op de sensortoetsen van de aangegeven flits-functie, dat de aanduiding voor het keuzemenu voor de functies verschijnt.
-
Druk in het aanraakschem op de sensor-toetsen en MASTERS
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets MASTER
In de afbeelding is de remote masterfunctie CTRL+ aangegeven. De master (CTRL) draagt in gelijke mate bij aan de belichting als de slaafgroep (RMT).



uit.

Aan de master (CTRL) en de slaafflitsgroep RMT, c.q. RMT2 konnen de verlichtingsverhoudingen worden toegekend (zie 10.1.2).
Omschaken van CTRLaar CTRL+
Druk zo vaak op de toetsen dat het keuzemenu verschijnt.
Druk in het aanraakschem op de sensortoets PARA
Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen TCTRLuit.
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets [CRL].
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets voor de gewenste functie CTRLCTRL+
Deinstallingtreedtonmiddelijk inwerking.
Een sturing van een verlichtingsverhouding (Ratio) is alleen möglich in de functie CTRL+.

10.1.2 Flitsfungtie op de masterflitser instellen
- Druk in het aanraakschem zo vaak op de sensortoets voor de functie, dat het keuzemenu van de functies verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets voor de gewenste functie TIL M.
De ingestelde functie treedt onmiddelijk in werk.

10.1.2.1 Deelvermogen in de M-functie op de masterflitser instellen
Stel de flitsfunctie in op als onder 10.1.2 beschreiben.
- Druk in het aanraakschem zo vaak op de sensortoets M at het master keuzemenu verschijnt.
Druk in het aanraakschem op de sensortoets voor het deelvermogen V - Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen enewenste deelvermogen in te stellen.
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets van het uitgekozen deelvermogen 1/16.
De instelling treedt onmiddelijk in werkig.
#



10.1.2.2 Verlichtingsverhouding (RATIO) voor de fluitsergroepen op de masterflitser definiën
Een verlichtingsverhouding (Ratio) is alleen in de functie van CTRL+ mogelijk. De slaafltsers要去 in de flitsfunctie TTL werken.
De verlichtingsverhoudingen van het remotesystem kunnen worden ingesteld om bepaalde lichteffecten te bereiken. De verlichtingsverhoudingen worden voor de master (CTRL) en de groepen (RMT en RMT2) wordenuitsluitend door de masterflitser gestuurd.
Druk in het aanraakschem op de sensortoets RATIO
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets waarvoor een verlichtingsverhouding moet worden ingesteld, in het voorbeeld RMT2.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen wennenverlichtingsverhouding in te stellen of de verlich-tingsbijdrage uit te schakelen (-).
Druk in het aanraakschem op de sensortoets voor de gewenste correctiewaarde.
Deinstallingtreedtonmiddelijkwerking.





10.1.3 Remote-kanaal instellen
Opdat meerdere remote-systemen indezelfde ruimte elkaar Niet storen,staan uvier onafhankelijkere remote-kanalen terbeschikking. Master-en slaafflitsers die bijeenzelfde remote-systemen horen moeten ophetzelfde remote-kanaal worden ingesteld.
Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets PARA
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen CHANNEL".
- Druk in het aanraakschem op de toets CHANNEL
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen et kanaaluit.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets van het gewenste kanaal.
Deinstalling treedt onmiddelijk in werkinq. Deinstalling van een kanaal kan door op de sensortoets INFO kken, worden gecontroleerd.
10.2 Remote-slaaflitsfunctie
De flitser ondersteunt het draadloze Remotesysteme in de slaaflitsfunctie en is compat-tibel met het Sony-system.
Hierbij hunen een of meertere slaafflitsers door een master op de camera
(bijv. de mecablitz 52 AF-1S digital) draadloos op afstand worden aangestuurd.
Een slaaflitser kan aan een van twee mogelijke slaafgroepen (RMT, RMT2) worden toegewezen. De masterflitser kan al deze slaafgroepen tegelijkkertijd sturen en.daar bij de individuele instellenen van elk der slaafgroepen acheft nemen.
Opdat Meerdere remote-systemen in bezelfde ruimte elkaar Niet storen, staan u vier onafhankelijke remote-kanalen (CH1, 2, 3 of 4) ter beschikking.
Masterflitsers die tot eenzelfde remote-sytem behoren,要去en alle op hetzelfde kanaal ingesteld worden.
De slaafflitsers moeten met de ingebouwdesensor voor de remote-functie het Licht vande masterflitser+kunnen ontvangen.
Afhankelijk van het type camera kan ook een in de camera ingebouwde flitser als masterflitser werken.
TTL
0,7-7,9 m
ZOOM 35 m F4.0
INFO
MASTER
SLAVE
SERVO


REMOTE SLAVE

ZOOM 35 mm
INFO
1/1
10.2.1 Slaafkanaal instellen
- Schakel de flitser in met de toets Het opstartschem verschijnt. De flitser schakelt dan.altijd in met de het的那一st gebruikte functie (bijv.M-functie).
- Druk in het aanraakschem zo vaak op de aangegeven flitsfunctie, dat de keuze van de functies verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen SLAVE".
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets SLAVE. De remote slaaffunctie worden ingesteld.
Bovendien wordt de gekozen slaafgroep (bijv. A) en het remote-kanaal (bijv. RMT) aangegeven.

RMTCH 1
ZOOM 35 mm
INFO
1/1
CH
一
1
GROUP
RMT
1
1 + u1 - 1 = ( 1 + u) u1 < 1 = u
2
CH
3





ZOOM 35 mm
INFO
1/1
10.2.2 Slaafgroep instellen
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets voor de kanaalgroep (bijv RMT ICH De keuze voor kanaal en groep worden ingevoegd.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoeiten voor het kanaal 'CH'.
- Druk in het aanraakschem op e sensortoetsen et gewenste kanaaluit.
- Druk in het aanraakschem op het gekozen kanaal.
Deinstallingtreedtonmiddelijkinkwerking.

RMTCH 1
ZOOM 35 mm

1/1
CH
2
GROUP
RMT
GROUP
RMT
RMT2

RMTTCH 2 2
ZOOM 35 mm
INFO
1/1
10.2.3 Slaafkanaal instellen
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets boor de kanaalgroep ( bijv) RMT CH1 De keuze voor kanaal en groep verschijnt.
- Druk in het aanraakscherp op de sensortoets voor de groep 'GROUP'.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen voor de gewenste groep 'RMT' of 'RMT2'.
Deinstalling treedt onmiddelijk in werk.
10.2.4 Slaaffunctie instellen
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets voor de verlichtingsverhouding / belichtingscorrectie (bijv. 1/4 Het keuzenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets voor de gewenste functie T1L.
Deinstalling treedt onmiddelijk in werking.
10.2.5 Slaaf-deelvermogen / belichtings-correctie instellen
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets voor het deelvermogen / de belich-tingscorrectie (bijv. Het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets voor de gewenste functie 1/1.
- Auf dem Touch-Display die Sensortasten en stel daarmee de gewenste belichtingscorrectie (bijv. +1) in.
Druk op de sensorteets voor de gewenste belichtingscorrectie.
Deinstallingwordtautomatischovergenomen.
10.3 He testen van de remote flits-functie
- Zet de slaaflitsers net zo neer als u ze voor de latere opname wilt gebruiken. Gebruik voor het opstellen van de slaaflitsers een flitservoetje S60.
Wacht de flitsparaatheid van alle deelnemende flitsers af. Zijn de slaafflitser paraat, dan knippert de AF-meetflits 13. - Drujk bij de master-flitser op de ontspan-knop voor handbediening en ontsteek daardoor een testflits. De slaafflitser reageren per slaafgroep na elkaar iets vertraagd met een testflits. Als een slaaflitser geen testflits afgeft, contrôleer dan deinstelling van remotekanaal en slaafgroep. Corrigeer de stand van de slaafflitser zodat deze het Licht ④ van de master-flitser kan ontvangen.
De soort flitsfungtie worden automatisch door de master-flitser doorgegeven.
Wenn das Blitzgerät als Master im drahtlosten Remote-System arbeitet, wird mit dem Als de flitser als master in het draadloos remotesystem erwerkt, worden tegelijk met het ontsteken van zich instelltucht dat van de slaafflitser(s) ontstoken.

10.4 SERVO-functie
De SERVO-functie is een eenvoudige slaaf-functie zonder, c.q. met onderdrukking van een flits vooraf, waar bij de slaafflitser algijde en flits ontsteekt zodra deze eenlichtimpuls van de flitser op de camera ontvangt. In de SERVO-functie is in het algemeen allelen flitsen met handinstelling maybelck. Deze flitsfunctie, waar bij de instellenen met de hand要去en worden gedaan, wordt na het instellenen van de SERVO-functie automatisch ingesteld.
10.4.1 SERVO-flitsfunctie instellen
- Stel op de camera een E TTL functie in.
- Druk in het aanraakschem zo vaak op de sensortoets voor de aangegeven functie, dat de aanduiding van het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen v k e functie „SERVO".
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets SERVO
De functie worden uitgevoerd.
Indien gewenst, kurz u een deelvermogen instellen, zie 10.4.3.
M-SEV0
ZOOM 24 mm
INFO

SYNC
10.4.2 Onderdrukking van de flits vooraf, c.q. het instellen van de synchronisatie
- Stel op de camera een TTL functie in.
- Druk in het aanraakschem zo vaak op de sensortoets SYNc het keuzemenu voor de synchronisatie verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets:
synchronisatie zonder flits vooraf, synchronisatie met flits vooraf.
Deinstallingwordutitgevoerd.
Als de zo ingestelde synchronisatie nicht correct werkt, ga dan te werk als onder 10.4.4 worden beschreiben.
10.4.3 Deelvermogen in de SERVO-functie
- Druk in het aanraakschem zo vaak op de sensortoets P or het deelvermogen, dat het keuzemenu voor deelvermogens verschijnt.
Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen 19ewenste deelvermogen 1 / 1,1 / 2,1 / 8,c.q.1 / 128 in te stellen. - Druk in het aanraakschem op de sensor-toets van het uitgekozen deelvermogen 1/16 (bijv. 1/16).
Het deelvermogen worden overgenomen.
Als bij de slaafflitser(s) de flitsparaatheid is bereikt, knippert het/hun AF-hulplicht.
Slaafgroepen en remote-kanalen können in de SERVO-functie Niet worden ingesteld.
De flitser op de camera mag Niet in de remote-functie werken.

10.4.4 Leerfunctie
De „leerfunctie“ maakt het möglichk, de individuele, automatische aanpassing van de slaafflitser op de flitstechniek van de cameraflitser aan te passen.
Hierbij hunen een ofeer meetflitsen, bijv. die voor vermindering van het ,rode ogen-effect" van de cameraflitser in acht worden genomen.Het ontsteken van de slaafflittser vindt dan plaat op het moment van de hoofdflits die de opname belicht.
Als de cameraflitser voor het automatisch scherpstellen AF-meetflitsen ontsteekt, maar het systeme de leerfunctie Niet toe.
Gebruik dan, indien möglichk, een andere camerafunctie of schakel om maar met de hand scherpstellen.
M-SERVO
ZOOM 24 mm
INFOI
SYNC

Learning Mode

Take Picture
Het instellen van de leerfunctie
De AF-meetflits vooraf van de camera要去 worden uitgeschakeld.
- Druk in het aanraakschem zo vaak op de sensortoets SYNC et keuzemenu versuschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets Learn.
- De 'Learning modus' (leerfunctie) is nu gereed om te leren.
- Druk op de camera op de ontspanknop zodate zichen eigent flitser een flits ontsteekt. Als de SERVO-flitser een Lichtimpuls heeft ontvangen verschijnt in het display 'LEARN OK' als bevestiging.
De mecablitz 52 AF-1 digital heeft het flitslicht van de cameraflitser geleerd.
M-SErVO
ZOOM 24 mm
INFO116
SLAVE
SERVO


TTL
M


10.4.5 Het uitschakelen van de SERVO-flitsfunctie
- Druk in het aanraakschem zo vaak op de aangegeven functie, dat het keuzemenu voor de flitsfuncties verschijnt.
Druk In het aanraakschem op de sensortoetsen e gewenste flits-functie, bijv. - Druk in het aanraakschem op de sensor-toets voor de flitsfunctie, bijv.
De uitgekozen functie worden onmiddelijk overgenomen.

11 OPTION-Menu
11.1 Instellicht
Bij het instellicht (ML = Modelling Light) gaat het om stroboscopisch flitslicht met een hoge freientre. Bij een duur van ont. 3 Seconden ontstaat de indruk van een quasi continulicht. Met het instellicht konnen de lichtverding en schaduwvorming reeds voor de opname worden beoordeeld.
Het instellicht worden met de ontspanknop voor handbediening 6 ontstoken.
Het instellen
Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets [OPTION].
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toetsen MOD. LIGHT"uit.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets Mod. Light
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets ONO en huisstellicht schakelt in, c.q.uit. Deinstelling treedt onmiddelijk in werkung.
Na activeren van het instellicht worden in het INFO-menu MOD. LIGHT' aangegeven.

11.2 Zoom functie
11.2.1 Extended-zoomfunctie
Bij de extended-zoomfunctie worden de zoomstand van de reflector een stap lager ingesteld dan de brandpuntsaftstand van het objectief. De waaruit resulterende, verbrede, grotere verlichtingshoek zorgt in ruimten voor extra strooilicht (reflecties) en daardoor voor een zachter flitslicht.
Voorbeeld:
De brandpuntsafstand van het objectief op de camera bedraagt 50~mm In de extendedzoomfunctie stuart de flitser de reflector aan de zoomstand van 35~mm In het display wordt verder wel 50~mm aangegeven.
Het instellen
- Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets [OPTON].
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen ZOOM MODE"uit.
Druk in het aanraakschem op de sensortoets 2001.


Druk in het aanraakschem op de sensortoets EXTENDED
Deinstalling wordt onmiddelijk overgenomen.
Na activering van de extended-zoomfunctie worden in het INFO-menu 'EXT' aangegeven. Bepaald door het system wordt de extended-zoomfunctie voor objctieven met een brandpuntsafstand vanaf 28 mm (kleinbeeld formaat) ondersteund. De camera moet met een CPU-objectief zich uitergerust en de gevevens van het objectief doorgevenaar de flitser.
11.2.2 SPOT-zoomfunctie
Bij de spot-zoomfunctie worden de zoomstand van de reflector ten opzichte van de brandpuntsafstand van het op de camera gebruekte objectief een stap verlngd. De daardoor ontstane smallere lichtbundel zorgt voor een het midden van het beeld benadrukkende verlichting, c.q. een vignetterende randverlichting.
Voorbeeld :
De brandpuntsafstand van het objectief op de camera is 50~mm . In de spot-zoomfunctiekomt de flitser de reflector in de 70~mm stand. In het display blijftelijk wel 50~mm aangegeven staan.

ZOOM SIZE
ZOOM MODE
STANDBY




Het instellen
Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets OPTION.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen ZOOM MODE"uit.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets ZOOM MODE.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets SPOT. Deinstalling worden onmiddelijk overgenomen.
Na het activeren van de spot-zoomfunctie worden in het INFO-menu 'SP' aangegeven. Bepaald door het systeme worden de extended-zoomfunctie voor objctieven met een brandpuntsafstand vanaf 28mm (kleinbeeldformaat) ondersteund. De camera要去en een CPU-objectief zich uitgerust en de gevevens van het objectief doorgenveen maar de flitser.


ZOOM SIZE
ZOOM MODE
STANDBY


ZOOM MODE
EXTENDED
STANDARD
SPOT
11.2.3 Standaard-zoomfunctie
In de standard-zoomfunctie worden de zoomstand van de reflector aangepast aan de brandpuntsafstand van het objectief op de camera.
Het instellen
- Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets OPTION
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen ZOOM MODE"uit.
Druk in het aanraakschem op de sensortoets. - Druk in het aanraakschem op de sensortoets STANDARD.
Deinstalling wordt onmiddelijk overgenomen.


ZOOM SIZE
ZOOM MODE


ZOOM SIZE
Off

12/12


11.2.4 Aanpassing aan het opname-formaat (Zoom-Size)
Bij sommige typen digitale camera's kan de aanuiding voor de stand van de reflector worden aangepast aan het formaat van de opnamechip (de afmetingen van het opname-element) met de functie zoommaat.
Het instellen
Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets OPTION.
Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen ZOOM SIZE".
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets ZOOM SIZE.
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets ON nstelling treedt onmiddelijk in werkig.
Na het activeren van de zoom size-functie wordt in het INFO-menu 'ZOOM SIZE' aangegeven.
Bij camera's die de aanpassing aan het opnameformaat Niet ondersteunen kan de functie van instelling van de zoommaat Niet worden ingesteld!
11.3 AF-BEAM (AF-hulplicht)
Wanner het AF-meetsystem van een digitaie AF-spiegelreflexcamera vanwege te lage omgevingshelderheid Niet kan scherpstellen, wordt door de camera het in de flitser ingebouwde AF-hulplicht geactiveerd.
Dit projecteert een streeppatroon op het onderwerp, waarop de camera dan kan scherpstellen.
Met de functie 'AF-BEAM' kan het AF-hulplicht in- ofuitgeschakeld worden.
De reikwijdte bedraagt ong. 6 m ...9m (bij standaardobjectief F/1,7, f=50mm).
Vanwege de parallax:tussen objectief en AF-hulplicht in de flits,ligt de dichttbijgrens met AF-hulplicht op ong.0,7 tot 1 m.
Om het AF-hulplicht ⑬ op de camera te activeen, moet op de camera AF-functie op 'ONE SHOT' staan ingesteld en op de flitser moet de flitsparaatheid zijn aangegeven.
Sommige cameramodellen ondersteunen alleen het in de camera ingebouwde AF-hulplicht. Het AF-hulplicht van de flitser worden dan Niet geactiveerd (bijv. bij compactcamera;zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)!
Lichtzwakke zoomobjectieven beperken de reikwijdtde van het AF-hulplicht soms behoorlijk!
Sommige cameramodellen ondersteunen alleen met de centrale AF-sensor van de


camera het AF-hulplicht ③ in de flitser.
Wordt een decentrale AF-sensor uitgekozen, dan wordt het AF-hulplicht ③ in de flitser nicht geactiveerd!
Het instellen
Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets OPTION.
Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen AF BEAM".
Druk in het aanraakschem op de sensortoets AF BEAM
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets on c.q. De instelling treedt ommiddelijk in werkig.




11.4 Vergrendeling / ontgrendeling
Deinstallingenopde flitserkunnen gegen onbedoeldverstellenworden vergrendeld. Drukvoir het vergrendelen,c.q.het ontgrendelen3 secondenglang op de toets
11.5 Reikwijdte aanduidden in m of ft
De aanduiding van de reikwijdtvean het flitslicht in het display kan in meter (M) of in voet (ft) worden aangegeven.
Het instellen
Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets OPTION.
Druk in het aanraakschem op de sensortoets m/ft'uit.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets m/ft
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets m. it
Deinstallingtreedtonmiddellijinkwerkingn.
12 Flitstechnieken
Door indirect te flitsen wordt het onderwerp zachter verlicht en een anders nadrukkelijke schaduw gemilderd. Bovendien worden naturukundig bepaalde lichtafval van voor-haarachtergrund verminderd.
Om indirect te konnen flitsen kan de reflector van de flitser horizontaal en verticaal worden gezwenkt.
Ter voorkoming van kleurzwemen in de opnamen要去 het reflecterende vlak neutraal vankleur,c.q.wit zich.
Let er bij het zwenken van de reflector op dat hij voldoende veruijtgezwenkt worden zodate er geen rechtstreeks flitslicht uit de reflectormeer op het onderwerp kan vallen. Zwenkhaarom minstens tot de 60^ klikstand.
Bij gezwenkte kop van de reflector worden\ deze in de zoomstand van 70 mm gestuurd,\ opdat er geen rechtstreeks strooolicht op het\ onderwerp kan vallen.
Daarbij vindt er ook geen aanduiding van de flitsreikwijdte en de zoomstand van de reflector plaats.
12.2 Indirect flitsen met een reflectie-kaart
Door indirect te flitsen met de ingebouwdereflectiekaart ⑧ hunnen bij personen spitslichtjes in de ogen worden verkreten:
Zwenk de reflectorkop 90^ maar boven.
Trek de reflectiekaart 8 samen met de groothoekdiffusor 9 boven uit de reflectorkop maar voren.
Houd de reflectiekaart 8 vast en schuif de groothoekdiffusor 9 terug in de reflectorkop.
12.3 Geheugen van de meetwaarde FE
Sommige camera's beschikken over een geheugen vooreen flitsbelichtingsmeting (FE=Flash exposure). Dit worden door de flitser in de flitsfunctie TTL ondersteund.
Hiermee kan, voorafgaand aan de eigenslijke belichting, reeds de dosering voor de navologende opname worden vastgelegd. Dit is bijvoorbeeld vooral zinvol als de flitsbelichting afgestemd moet worden op de reflectie van een bepaalde uitsnede van het onderwerp die Niet absolutiert identiek hoeft te zijn aan het gehele onderwerp.
Het activeren van deze functie moet op de camera geleuren. Richt het meetveld van de AF-sensor op het onderwerpsdetail waarop de flitsbelichting moet worden afgestemd en stel scherp. Door te drukken op de FE-toets
op de camera (de aanduiding varieert van type camera tot type camera; zie de gebruik-saanwijzing van de camera) zendt de flitser een FE-proefflitsuit.
In de Zoeker van de camera ziet u dan een aanuiding voor de opgeslagen meetwaarde, bijv. 'EL'. Met behulp van het gereflecteerde Licht van de testflits legt de camera de het vermogen vast waarmee de dan volgende flitsbelichting plaats moet vinden. Op het eigenlijke hoofdonderwerp kan dan met het AF-sensormeetveld van de camera worden scherpgesteld. Nadat u op de ontspankopnop van de camera hebt gedrukt worden de opname met de erder bepaalde hoeveelheid flitslicht gemaakt!
In het groene, volautomatische programme en in de vari-, c.q. onderwerpsprogramma's wordt het geheugen voor de flitsbelichting Niet ondersteund! Zie voor nadere aanwijzingen betreffende het instellen en het hareten de gebruiksaanwijzing van uw camera!
13 Flitssynchronisatie
13.1 Automatische sturing waar de flitssynchronisatietijd
Afhankelijk van de camera en de waarop ingestelde camerafunctie worden, zoda de flitser opgeladen is de belichtingstijd omgeschakeld aan de flitssynchronisatietijd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Kortere tijden dan de flitssynchronisatietijd kannen Niet worden ingesteld, c.q. worden aan de flitssynchronisatietijd omgeschakeld. Sommige camera's hebben een synchronisatiebereik van bijv. 1/60 tot 1/250 s. (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Welke synchronisatiejtijd de camera dan instelt hangt af van de er op ingestelde functie, van de helderheid van de omgeving en van de brandpuntsfstand van het gebruekte objectief.
Langere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd können, afhankelijk van de camerafunctie en gekozen flitssynchronisatie wel worden gezruikt.
Bij camera's met een centraalsluiter is er geen flitsssynchronisatietijd en bij de synchronisatie op korte belichtingstijden (zie 7.4) worden nicht automatisch maar de flits-synchronisatietijd omgeschakeld. In die gevallen kan met alle belichtingstijden worden geflibst. Als u de volle energie van de flitser nodig heeft=kunt u beter geen kortere tijd dan 1 / 125s. kiezen.
13.2 Normale synchronisatie
Bij de normale synchronisatie wordt de flits aan het begin van de belichtingstijd ontstoken (=) synchronisatie bij het opengaan van de sluiter).Deze normale synchronisatie is de standardarfunctie en wordt door alle camera's uitgevoerd. Hij is geschikt voor de meeste flitsopnamen. De camera wordt, afhankelijk van de er op ingestelde camerafunctie de ingestelde belichtingstijd waar de flits-synchronisatietijd omgeschakeld.
Gebruikelijk zijn tijden:tussen 1/30 sek. en 1/125 sek.(zie de gebruiksaanwijzing van de camera).Op de flitser verschijnt er voor deze functie geen aanduiding.
13.3 Synchronisatie bij lange belichtingstijden (SLOW)
Bij de synchronisatie bij lange belichtingstijden SLOWkomt de beeldachtergrond bij een lage omgevingshelderheid betteruit. Dit worden bereikt door belichtingstijden die aan de omgevingshelderheid zijn aangepast. Daar bij worden door de camera automatisch belichtingstijden ingesteld die langer dan de flitssynchronisatietijd zijn (bijv.belichtingstijden tot aan 30 seconden).Bij enkele cameramodellen worden de synchronisatie bij mange belichtingstijden in bepaalde onderwerpsprogramma's (bijv.het nachtopname-programma enz.)automatisch geactiveerd, c.q. kan op de camera worden ingesteld
(zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Op de flitser hoeft niets te worden ingesteld en er verschijnt ook gaan aanduiding voor deze functie.
Het instellen voor de synchronisatie bij lange belichtingstijden SLOW moet op de camera plaatsvinden (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)! Gebruik bij lance belichtingstijden een statief om onscherpte door bewegen van de camera te voorkomen!
13.4 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR)
Sommige camera's bieden de mogelijkheid tot synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR).
Daarbij worden de flits aan het einde van de belichtingstijd ontstoken.
Dit is vooral geschikt bij belichtingen met een langere belichtingstijden (× 1 / 30s.) en bewegende onderwerpen die een eigen luchtbron voeren, waar dat die bewegende onderwerpen dan een luchtstaart achefter zich trekken inplaats van -zoals bij synchronisatie bij het opengaan van de sluiter - voor zich opbouwen. Zo worden bij bewegende luchtbronnen een natureurlijkter weergave van de opnamesituatie verkregen!
Afhankelijk van de er op ingestelde functie stelt de camera langere belichtingstijden in dan de flitssynchronisatietijd.
Bij sommige camera's is in bepaalde functies (bijv. bepaalde vari-, c.q. onderwerpsprogramma's of bij een functie met flits vooraf gegen het 'rode ogen-effect' de REAR-functioniet Niet möglichk. De REAR-functie kan dan nicht worden gekozen, c.q. worden automatischuitgeschakeld of Niet uitgevoerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
De REAR-functie moet op de camera worden ingesteld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
Op de flitser worden de REAR-functie Niet aangegeven.

14 Touch-display installingen
14.1 Contrasten
Het contrast in het aanraakschem kan in drie stappen worden ingesteld.
Het instellen
Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets SERVICE
-
Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen i contrAST"uit.
Druk in het aanraakschem op de sensortoets CONTRAST -
Druk in het aanraakschem op de sensor-toets
High voor hoog contrast.
Middle voor gemiddeld contrast of op.
Low voor laag contrast.
Deinstalling treedt onmiddelijk in werking.

Dehelderheid van het aanraakschem kan in drie stappen worden ingesteld.
Het instellen
Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensor-toets SERVICE
- Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen BRIGHTNESS"uit.
- Druk in het aanraakschem op de toets BRIGHNESS.
Druk in het aanraakschem op de sensortoets
High voor maximale helderheid.
Middle voor gemiddelde helderheid of op.
LOW voor lage helderheid.
De instelling treedt onmiddelijk in werkig.

BRIGHTNESS
ROTATION
RESET


ROTATION
Off


14.3 Rotation (Rotatie)
Bij het zwenken van de flitskop in horizontalerichting kan de beeldschermweergave eveneens gezwenkt worden.
Het instellen
- Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets SERVICE.
Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen ROTATION"uit. - Druk in het aanraakschem op de toets ROTATION.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets ON Deinstalling treedt onmiddelijk in werkig.

15 Onderhoud en verzorging
Verwijder vuil en stof met een zachte, droge of met siliconen behandelde doeck.
Gebruik geen schoonmaakmiddel - de kunststofonderdelen zouden beschadigd hun den worden.
15.1 Update van de firmware
De firmwareversie (in het voorbeeld V1.0) van de flitser worden na het inschakelen in het startschem getoond.
USB-aansluiting ⑪ worden geactualiseerd en binnen het technische kader aan de functies van toekomstige camera"s worden aange-past.
Nadere informaties vindt u in het internet op de Metz-homepage www.metz.de
15.2 Het formeren van de flitscondensator
De in de flitser ingebouwde flitscondensator is onderhevig aan een naturukundige verandering, als het apparaat gedurende een langere vrij nicht worden ingeschakeld. Het is waaromoodzakelijk, het apparaat eens per kwartaal gedurende ong. 10 minuten in te schakelen. De voeding moet.daar bij zoveel energie leveren, dat de flitser zeker bennen 1 minuut na het inschakelen paraat is.

15.3 Reset
De flitser kan maar de fabrieksinstellungen worden teruggezet.
Het instellen
Druk zo vaak op de toets, dat het keuzemenu verschijnt.
Druk in het aanraakschem op de sensortoets SERVICE
Druk in het aanraakschem op de sensortoetsen RESET"uit.
- Druk in het aanraakschem op de toets Reset.
- Druk in het aanraakschem op de sensortoets ON. Deinstalling treedt onmiddelijk in werkinge en de flitser worden terugpezet in de stand als bij aflevering.
Firmware-updates van de flitser gelden hier bij Niet!
16 Troubleshooting
Zou het ooit voorkomen, dat bijv. in het display van de flitseronzinnige aanduidingen verschijnen of dat de flitser Niet functioneert zoals hij opgrund van zich instellenen zou behorent te doen, schakel de flitser dan gedurende ont. 10 seconden met de hoofdschakelaar ② uit. Controller of hij correct in de accessoireschoen van de camera zit alsmede de camera-instellenen.
Vervang de batterijen, c.q. de accu's gegen neue, c.q. vers opgeladen accu's!
De flitser zou nu na het inschaken weer 'normaal' moeten functioneren. Als dit Niet het geval is, ga er dan mee maar uw fotohandelaar.
Hieronder zijn enkele problemen opgevoerd, die in de praktijk van het flitsen können optreden. Onder elk punt zijn möglichke oorzaken, c.q. remedies voor deze problemen aangegeven.
In het display verzischijdt de reikwijdte Niet
- Er heeft geen uitwisseling van gegevensCUSen camera en flitserplaatsgevonden. Tip de ontspankop op de camera even aan.
- De reflector staat nicht in de normale stand.
De AF-meetflits van de flitser wordt Niet geactiveerd
- De flitser is nicht paraat.
- De camera staat nicht in de functie „Single-AF (S-AF)”.
- De camera ondersteunt alleen de eigien, interne AF-meetflits.
- Sommige cameratypes ondersteunen alleen met de centrale AF-sensor van de camera de AF-meetflits in de flitser. Als een gedecentraliseerde AF-sensor worden gekozen, worden de AF-meetflits in de flitser Niet geactiveerd!
Activeer de centrale AF-sensor!
- De functie 'AF-BEAM' isuitgeschakeld.
Voor het instellen van AF-BEAM', zie 11.3.
De stand van de zoomreflector worden nicht automatisch aangepast aan de actuele zoomstand van het objctief
- De camera geeft geen gevevens door maar de flitser.
- Er vindt geen uitwisseling van gegevensCUSen camera en flitser plaats. Ontspankop op de camera aantippen!
- De camera is uitgerust met een objektief zonder CPU.
- De flitser werk in de manual zoominstelling 'MZoom'. Schakel om maar autozoom (zie 11.2.3).
- De reflector is uit zijn standardaard positie gezwenkt.
- De groothoekdiffusor is voor de reflector geklapt.
- Voor de reflector is een Mecabounce aangebracht.
De diafragma-installing op de flitser worden nicht automatisch aan die van het objectief aangepast
- De camera geeft geen gevevens door maar de flitser.
- Er vindt geen uitwisseling van gegevensCUSen camera en flitser plaats. Ontspankop op de camera aantippen!
- De camera is uitgerust met een objektief zonder CPU.
- Er heeft geen uitwisseling van gegevensCUSen camera en flitserplaatsgevonden. Tip de ontspankop op de camera aan.
- De camera ondersteunt de TTL flitsfungtie nicht.
Deinstalling voor met de hand in te stellen correcties op de TTLflitsbelichting werkt Niet
- De camera ondersteunt de met de hand in te stellen correctiesop de TTL-flitsbelichting op de flitser Niet.
De automatische omschakeling maar de flitssynchronisatietijd vindt Niet plaats
- De camera werkt met een centraalsluiter (de meeste compact-camera's). Er hoeft waar bij geen omschakeling maar een flitssynchronisatietijdplaats te vinden.
- De camera werkkt met synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS (cameraintelling). Er vindt geen omschakeling maar de flits-synchronisatietijdplaats.
- De camera werkkt met een langere belichtingstijd dan de flitssynchronisatietijd Afhankelijk van de camerafunctie worden waar bij Niet maar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld (zie de gebruik-saanwijzing van de camera).
De opname zich te donker
- Het onderwerpigt buiten het bereik van de flits.
Let op: bij indirect flitsen verminder de reikwijdte van de flits. - Het onderwerp bevat zeer lichte of reflecterende beelddetails. Daardoor wordt het meetsystem van de camera, c.q. van de flitser boinvloed. Stel met de hand een positieve correctie op de flitsbelichting van bijv. +1 EV in.
De opnamen zich te Licht
Bij opnamen in het dichtbijbereik moet u er op letten, dat een bepaalde minimumafstand moet worden aangehouden om overbelichting te vermijden.
De diafragmawaarde F zich op de flitser Niet te verstellen
- Tussen camera en flitser vindt een digitale uitwisseling van geveens laats. Het verstellen van diafragmawaarde is alleen nicht möglichk!
Richtgetallen bij ISO 100 / 21^ ,Zoom 105 mm:
in het metersystem: 52
in het feetsystem: 170
Flitsfuncties:
Standaard-TTL ontblood van meetflits vooraf, TTL met flits vooraf, ADI-meting, manual M, Synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS, Remote-slaaf, Remote-servo.
Met de hand instelbare deelvermogens:
P1/1... P1/ 128 in stappen van een derde
P1/1... P1/64 in synchronisatie bij korte belichtingstijden (HSS)
Flitsduur zie Tabel 2 (S. 279)
Kleurtemperatuur: ong. 5600 K
Lichtgevoeligkeit: ISO 6 tot ISO 51200
Synchronisatie:
Laagspannings-IGBT-ontsteking
Aantallen flitsen, zie Tabel 3 (S.280)
Flitsvolgtijd, zie Tabel 3 (S. 280)
Verlichtingshoek:
Reflector vanaf 24 mm (kleinbeeldformaat 24 x 36).
met groothoekdiffusor vanaf 12 mm
(kleinbeeldormaat 24× 36
Zwenkbereiken en klikstanden van de reflectoren:
Naar boven:
45^60^75^90^
Tegen de wijzers van de klok in:
60^90^120^150^180^
Richting wijzers van de klok:
60^ 90^ 120^
Flitser zonder stroombronnen:ong.346g
De levering omvat:
Flitser met ingebouwde groothoekdiffusor, gebruiksaanwijzing,
Voetie voor flitsers S60, Belt zakje T58.
18 Bijzondere toebehoren
Voor foute werkinq van en schades aan de mecablitz,veroorzaakt door het gebruik van accessoires van andere fabrikanten,zijn wij Niet aansprakelijk!
- mecabounce Diffuser MBM-02
(Bestelnr. 000001908)
Met deze diffusor verkrijgt u op de eenvoudigste manier een zachte verlichting.
De werkking is verbluffend, sondern de Foto's een zicht effect krijgen. De gelaatskleur van personen worden natururlijker weergegeven.
De flitsreikwijdtwe wordt ongeveer de helft korter.
- Reflexschirm 58-23
(Bestelnr. 000058235)
Verzacht door+zijn zacht,gerichte licht, harde slagschaduwen.
Voetie voor flitsers S60
(Bestelnr. 000000607)
voetje om flitsers als slaf in op te stellen.

Onder voorbehoudvan wijzigingen en vergissingen!
Afvoeren van de batterijen
Batterijen horen nicht bij het huisvuil.
S.v.p. de batterijen bij een waarvoor bestem in Zamelpunt afgeven.
S.v.p. alleen ontladen batterijen / accu's afgeven.
Batterijen / accu's zich in de regel ontladen
wanner het waarvoor gebruekte apparaat
- de batterijen na langer gebruik Niet meer goed functioneren.
Om kortsluiting te voorkomen, moeten de batterijpolen met plakband worden afgeplakt.
NL
Introduction 141
Tabel 1: Richtgetallen bij vol vermogen (P 1/1)
Tabel 2: Flitsduur en deelvermogensstappen
Uw Metz-product is ontworpen voor en gebouwd uit hoogwaardige materialen en componenten die gerecycledkunnen worden en dus geschikt+zijn voor hergebruik.
Dit symbolism beteket, dat elektrische en elektronische apparatuur aan het einde van zich levensduur geschaden van het huisvuil apart moet worden ingeleverd.
Breng dit apparaat maar een van de plaatselijke verzamelpunten of maar een kringloopwinkel.
Help s.v.p. mee, het milieuu waarin we leven te beschermen.
