COMPEX Fit 5.0 - Fitnessapparatuur

Fit 5.0 - Fitnessapparatuur COMPEX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Fit 5.0 COMPEX in PDF-formaat.

📄 362 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice COMPEX Fit 5.0 - page 203
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : COMPEX

Model : Fit 5.0

Categorie : Fitnessapparatuur

Download de handleiding voor uw Fitnessapparatuur in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Fit 5.0 - COMPEX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Fit 5.0 van het merk COMPEX.

GEBRUIKSAANWIJZING Fit 5.0 COMPEX

INHOUDSOPGAVE Het wordt ten zeerste aanbevolen deze instructies en de contra-indicaties en veiligheidsmaatregelen zorgvuldig door te lezen voordat u de stimulator gebruikt.

1. Verklaring van de symbolen 202

2. Hoe werkt elektrostimulatie? 203

Inhoud van de set en accessoires 207 Beschrijving van het apparaat 208 Ingebruikname 210 Apparaatfunctie 211 Opladen 225

5. Probleemoplossing 229

6. Onderhoud van het apparaat 233

Garantie 233 Onderhoud 233 Opslag, transport en gebruik 233 Afvoeren 233

7. Technische specificaties 234

Algemene informatie 234 Neurostimulatie 234 RF-gegevens 235 Normen 235 Informatie over elektromagnetische compatibiliteit (EMC) 235

Medisch apparaat De stimulator is een apparaat van klasse II met ingebouwde voeding en onderdelen van type BF.

Serienummer Naam en adres van de fabrikant en fabricagedatum UDI Unieke apparaatidenticatie Naam en adres van de geautoriseerde vertegenwoordiger in de Europese Gemeenschap Bij voorkeur te gebruiken vóór Dit apparaat moet gescheiden van huishoudelijk afval worden afgevoerd en naar speciale recyclinginstallaties worden gebracht Herkomst en productiedatum De stand-byknop is multifunctioneel Relatieve luchtvochtigheid Beschermen tegen zonlicht Temperatuur Op een droge plaats bewaren Atmosferische druk IP22 on the unit IP 22 op de eenheid betekent dat de bescherming eectief is tegen het binnendringen van vreemde vaste voorwerpen (diameter groter dan 12,5 mm) en tegen het binnendringen van druppelend water (wanneer de eenheid tot 15° is geka CE-markering met nummer van de meldingsinstantie LATEX Bevat geen latex Referentienummer Batchnummer203

Bij elektrostimulatie worden zenuwvezels gestimuleerd door elektrische impulsen die via elektroden worden afgegeven. De elektrische impulsen van Compex-stimulatoren zijn van hoge kwaliteit, veilig, comfortabel en effectief, en stimuleren diverse soorten zenuwvezels:

1. Motorische zenuwen, voor het stimuleren van een spiercontractie, elektromusculaire stimulatie (EMS)

2. Bepaalde soorten sensorische zenuwvezels, om analgetische effecten en pijnverlichting te verkrijgen.

1. STIMULATIE VAN MOTORISCHE ZENUWEN (EMS)

Bij willekeurige activiteit sturen de hersenen een signaal voor samentrekking van een spier, dat vervolgens aan zenuwvezels wordt overgedragen in de vorm van een elektrisch signaal. Dit signaal wordt naar de spiervezels gestuurd, die daardoor samentrekken. Het principe van elektrostimulatie bootst op de juiste wijze het proces na dat bij een willekeurige contractie plaatsvindt. De stimulator stuurt een exciterende elektrische impuls naar de zenuwvezels. Deze excitatie wordt overgedragen aan de spiervezels en leidt tot een mechanische respons (= een spiersamentrekking). Dit is de basisvoorwaarde voor spiercontractie. De spierrespons is in alle opzichten identiek aan spierarbeid die door de hersenen wordt aangestuurd. Met andere woorden, de spier maakt geen onderscheid tussen een door de hersenen of door de stimulator gestuurd signaal. Programma-instellingen (aantal impulsen per seconde, duur van de contractie, rustduur, totale programmaduur) bepalen de verschillende oefeningen voor de spier, afhankelijk van de spiervezel. Diverse soorten spiervezels kunnen worden onderscheiden, afhankelijk van hun respectievelijke contractiesnelheid: langzame, intermediaire en snelle vezels. Een sprinter heeft duidelijk meer snelle spiervezels en een marathonloper heeft meer langzame vezels. Met een goede kennis van de menselijke fysiologie en perfecte controle over de stimulatie-instellingen van de diverse programma’s kunnen spieroefeningen zeer nauwkeurig worden afgestemd op het bereiken van het gewenste doel (spierversterking, verhoogde bloedcirculatie, versteviging, enz.).204

2. STIMULATIE VAN SENSORISCHE ZENUWEN

Elektrische impulsen kunnen ook sensorische zenuwen exciteren om een analgetische werking of pijnverlichting te bereiken. Stimulatie van tactiele sensorische zenuwvezels blokkeert de pijn die aan het zenuwstelsel wordt doorgegeven. Stimulatie van een ander type zenuwvezel verhoogt de productie van endorfines en reduceert de pijn op die manier. Met pijnverlichtingsprogramma’s kan elektrostimulatie worden gebruikt om acute of chronische gelokaliseerde pijn en spierpijn te behandelen. Opmerking: Gebruik pijnverlichtingsprogramma’s niet gedurende langere tijd zonder medisch advies.

VOORDELEN VAN ELEKTROSTIMULATIE

Elektrostimulatie is een zeer werkzame methode om spierarbeid te bewerkstelligen:

  • met een aanzienlijke verbetering van diverse spiereigenschappen
  • zonder cardiovasculaire of mentale vermoeidheid
  • met geringe belasting van gewrichten en pezen. Elektrostimulatie maakt het daardoor mogelijk meer spieroefeningen te verrichten dan bij vrijwillige activiteit. Compex adviseert uw elektrostimulatie voor optimale resultaten aan te vullen met onder meer:
  • regelmatige lichaamsbeweging
  • een evenwichtig en gezond dieet
  • een evenwichtige levensstijl205

INTELLIGENTIE)? N.B.: het activeren/deactiveren van MI-functies wordt uitgevoerd via het menu Instellingen MI-SCAN Vlak voor het begin van een oefensessie test de MI-scan de geselecteerde spiergroep en stelt de stimulator automatisch in op de exciteerbaarheid van dat deel van het lichaam, afhankelijk van uw fysiologie. Bij aanvang van het programma worden tijdens een korte serie tests enkele metingen uitgevoerd. Aan het einde van de test moeten de intensiteiten worden verhoogd om het programma te starten. MI-TENS De MI-tensfunctie beperkt ongewilde spiercontracties op pijnlijke plekken. Bij iedere verhoging van de intensiteit vindt een testfase plaats, en als een spiercontractie wordt gedetecteerd, reduceert het apparaat automatisch de intensiteit van de stimulatie. Deze functie is alleen beschikbaar bij TENS-, epicondylitis- en tendinitisprogramma’s. MI-RANGE Met de functie MI-range kan de ideale stimulatie-intensiteit worden geselecteerd voor programma’s voor herstel, massage, capillarisatie en zelfs spierpijn. Bij aanvang van het programma wordt de gebruiker gevraagd de stimulatie-intensiteit te verhogen. Tijdens deze verhoging wordt de respons van elke gestimuleerde spier geanalyseerd en wordt het optimale niveau ervan bepaald. Zodra een spier het maximale niveau bereikt, wordt de selectie van het desbetreffende kanaal automatisch ongedaan gemaakt, waarna de stimulatie-intensiteit niet meer kan worden verhoogd. Om de bediening weer in gang te zetten, selecteert u opnieuw het betreffende kanaal en verhoogt of verlaagt u de stimulatie-intensiteit. MI-AUTORANGE De functie MI-autorange heeft hetzelfde doel als MI-range, behalve dat met deze functie alles automatisch wordt uitgevoerd. Bij aanvang van het programma worden door middel van één druk op de toets Omhoog op het multifunctionele toetsenblok de stimulatie-intensiteiten verhoogd totdat het ideale intensiteitsniveau wordt gedetecteerd. Door op de toets Omlaag te drukken, wordt de functie MI-autorange geannuleerd. Het apparaat gaat over in de handmatige modus, zodat de intensiteiten door de gebruiker kunnen worden geregeld.206 MI-ACTION Met de functie MI-action kunt u een elektronisch geïnduceerde contractie starten door middel van een vrijwillige handeling. De elektronisch geïnduceerde contractie wordt perfect geregeld; de oefening wordt comfortabeler, intenser en vollediger. Aan het eind van elke fase van actieve rust laat de afstandsbediening een pieptoon horen. Hierna kan vrijwillige contractie worden gestart. Als er gedurende bepaalde tijd geen vrijwillige contractie heeft plaatsgevonden, wordt het apparaat automatisch onderbroken. Deze werkmodus is alleen beschikbaar voor programma’s voor het induceren van krachtige spiercontracties. N.B.: Voor een juiste werking van de functie MI-action zijn er goede spiertrekkingen nodig tijdens de fase van actieve rust. Als deze niet voldoende zijn, laat het apparaat een pieptoon horen en verschijnt er een +-teken op de kanalen. Om deze spiertrekkingen mogelijk te maken, moeten de spieren tijdens de rustfase goed zijn uitgerust. Aan het eind van elke contractiefase dient u ervoor te zorgen dat u een positie inneemt waarbij uw spieren het beste kunnen ontspannen. De onderstaande tabel geeft weer over welke functies elk apparaat beschikt.

Gebruik dit apparaat alleen met de door Compex aanbevolen kabels, batterij, voedingsadapter en accessoires.

AFSTANDSBEDIENING A - Aan-/Uitknop (kort indrukken om in te schakelen; langer dan 2 sec. indrukken om uit te schakelen) B - 4 knoppen voor om het stimulatiekanaal te selecteren/de selectie ongedaan te maken C - Multifunctioneel blok (omhoog, omlaag, links, rechts) om door de interface te navigeren en het niveau van de stimulatie-intensiteit van de geselecteerde kanalen te regelen D - Bevestigingsknop E - Contact voor de USB-kabel of de connector van het docking-station MODULE A - Aan-/Uitknop (kort indrukken om in te schakelen; ingedrukt houden om uit te schakelen) Knipperend groen ledlampje Gereed Knipperend geel ledlampje Stimulatie B - Groef om kabel op te winden

A - Connector voor opladen van afstandsbediening B - Uitsparing om het deksel van het docking- station te openen C - Locatie voor opnieuw op te laden modules D - Oplaadcontact FIT 5.0-DOCKING-STATION A - Connector voor opladen van afstandsbediening B - Locatie voor het plaatsen van de modules C - Locatie voor opnieuw op te laden modules D - Oplaadcontact

C210 INGEBRUIKNAME Als u het apparaat de eerste keer gebruikt, moeten de volgende stappen in acht worden genomen:

1. Selecteer de taal

2. Schakel alle modules in om ze met de afstandsbediening te koppelen.

Zodra een module is ingeschakeld en door de afstandsbediening is herkend, verschijnt een vinkje op de module. Als alle modules zijn gekoppeld, verschijnen alle vinkjes. N.B.: De koppelingsprocedure hoeft slechts eenmaal te worden uitgevoerd.211

A Het gewenste favoriete programma selecteren B De selectie bevestigen C Naar de vorige stap terugkeren

TOEGANG TOT FAVORIETEN

In het menu Favorieten worden de laatst uitgevoerde programma’s weergegeven. Er hoeft slechts één programma in het menu Favorieten aanwezig te zijn om beschikbaar te zijn na het inschakelen van het apparaat. De uitgevoerde programma’s worden automatisch in het menu Favorieten geplaatst. Het menu Favorieten kan maximaal 10 programma’s bevatten. Als er nieuwe programma’s worden uitgevoerd, worden de oude automatisch uit de lijst met favorieten verwijderd.

APPARAATFUNCTIE N.B.: De volgende schermen zijn algemene voorbeelden, maar ze werken op dezelfde manier, ongeacht welk apparaat u hebt. A Het menu Favorieten selecteren B De selectie bevestigen A De gewenste elektrodenplaatsing selecteren B De selectie bevestigen C Naar de vorige stap terugkeren212 De plaatsing van de tijdens het programma geselecteerde elektroden verschijnt. U kunt door andere elektrodenplaatsingen schuiven.

3. DE ELEKTRODEN AANSLUITEN OP DE MODULES

Plak de elektroden op uw huid. De elektrode is op de zijkant van de module bevestigd. Schuif de module op de klikbevestiging van de elektrode tot deze vastklikt.

4. DE MODULES INSCHAKELEN

Lees het onderdeel ‘Een stimulatieprogramma starten’ om het programma te starten.

A Naar de vorige stap terugkeren B De selectie bevestigen213

Ga naar www.compex.info voor meer informatie over programma’s. In het menu Programma’s worden de programmacategorieën weergegeven.

A Het menu Programma’s selecteren B De selectie bevestigen A De gewenste programmacategorie selecteren B De selectie bevestigen C Naar de vorige stap terugkeren A Het gewenste programma selecteren B De selectie bevestigen C Naar de vorige stap terugkeren214

Plak de elektroden op uw huid. De elektrode is op de zijkant van de module bevestigd. Schuif de module op de klikbevestiging van de elektrode tot deze vastklikt.

5. DE MODULES INSCHAKELEN

Lees het onderdeel ‘Een stimulatieprogramma starten’ om het programma te starten.

A De gewenste elektrodenplaatsing selecteren B De selectie bevestigen C Naar de vorige stap terugkeren A Naar de vorige stap terugkeren B De selectie bevestigen215

In het menu Doelen worden de doelen weergegeven die u vanuit uw persoonlijke account hebt gedownload (zie het onderdeel ‘Uw persoonlijke account aanmaken’). N.B.: Het menu Doelen is alleen beschikbaar op een SP 8.0-apparaat. De voortgangsbalk onder de doelen toont de voortgang van het doel en wat er nog moet worden gedaan. Het belletje geeft aan dat er vandaag nog een element van het doel moet worden uitgevoerd.

A Het menu Doelen selecteren B De selectie bevestigen A Geeft een element van het doel aan dat vandaag moet worden uitgevoerd B Wat er nog moet worden gedaan C Wat er al is voltooid: - Wat er al is voltooid wordt in groen aangegeven - Wat er nog niet is voltooid wordt in rood aangegeven A Het gewenste doel selecteren B De selectie bevestigen C Naar de vorige stap terugkeren216

2. EEN UIT TE VOEREN ELEMENT SELECTEREN

Het uit te voeren element kan een programma of een taak zijn. Het uit te voeren element wordt standaard geselecteerd, maar u kunt ook een ander selecteren. Een naast een programma of een taak betekent dat het is uitgevoerd.

3. PLAATSING VAN DE ELEKTRODEN SELECTEREN

N.B.: In de meeste gevallen kan geen andere elektrodenplaatsing worden geselecteerd, omdat dit rechtstreeks is gekoppeld aan het doel.

4. DE ELEKTRODEN AANSLUITEN OP DE MODULES

Plak de elektroden op uw huid. De elektrode is op de zijkant van de module bevestigd. Schuif de module op de klikbevestiging van de elektrode tot deze vastklikt.

A Het gewenste element selecteren B De selectie bevestigen C Naar de vorige stap terugkeren A De gewenste elektrodenplaatsing selecteren B De selectie bevestigen C Naar de vorige stap terugkeren217

Lees het onderdeel ‘Een stimulatieprogramma starten’ om het programma te starten.

A Naar de vorige stap terugkeren B De selectie bevestigen218

TOEGANG TOT INSTELLINGEN

In het menu Instellingen kunnen bepaalde elementen worden geconfigureerd, zoals de verlichting, het volume, de taal enz. Sommige instellingen zijn niet op alle apparaten beschikbaar.

1. EEN INSTELLING SELECTEREN

Taal: Hiermee stelt u de taal van het apparaat in MI-autorange: Schakelt de functie MI-autorange in (ON) of uit (OFF) MI-range: Schakelt de functie MI-range in (ON) of uit (OFF) MI-scan: Schakelt de functie MI-scan in (ON) of uit (OFF) MI-tens: Schakelt de functie MI-tens in (ON) of uit (OFF) MI-action: Schakelt de functie MI-action in (ON) of uit (OFF) N.B.: Zie voor een verklaring van de MI-functies het onderdeel ‘3. Hoe werkt MI-technologie ?’.

A Het menu Instellingen selecteren B De selectie bevestigen A De gewenste instelling selecteren B De selectie bevestigen C Naar de vorige stap terugkeren219

Cycli: Schakelt de functie Cycli in (ON) of uit (OFF) De functie Cycli is bedoeld voor mensen die al ervaring hebben met elektrostimulatie en verschillende trainingscycli willen uitvoeren. Als de functie Cycli is ingeschakeld (ON), verschijnt een extra scherm voor bepaald programma’s (programma’s voor het opwekken van krachtige spiercontracties) waarin de trainingscyclus kan worden geselecteerd. De logica van de cyclus verwijst naar het werk dat door de elektrostimulatie wordt uitgevoerd. Net als bij een normale oefening, begint u met een bepaalde hoeveelheid inspanning die in de loop van de volgende cycli wordt verhoogd. Het wordt dus aanbevolen met de eerste cyclus te beginnen en naar het volgende niveau te gaan wanneer de cyclus is afgesloten, normaliter na vier à zes weken bij drie sessies per week. Het is ook van belang dat tijdens de sessies aanzienlijke stimulatie-intensiteiten zijn bereikt voordat u verdergaat met een andere cyclus. Eco-modus: Schakelt de functie Eco-modus in (ON) of uit (OFF) Verlaagt de intensiteit en de verlichtingsduur. Geluid: Schakelt de functie Geluid in (ON) of uit (OFF) Syso: Schakelt het waarschuwingsgeluid bij het ontstaan van een contractie in (ON) of uit (OFF) Tijd: Hiermee stelt u de tijd op het apparaat in. Datum: Hiermee stelt u de datum op het apparaat in. Een nieuwe module koppelen: Hiermee kan een nieuwe module aan de afstandsbediening worden gekoppeld. Het apparaat resetten: Hiermee kan het apparaat worden gereset en op de basisinstellingen worden ingesteld (Favorieten worden verwijderd, Doelen gewist, standaardinstellingen) Systeeminfo: Hiermee kan informatie over het apparaat worden weergegeven.220

EEN SIMULATIEPROGRAMMA STARTEN

Voordat u een stimulatieprogramma start, moet u de modules inschakelen. Druk op de Aan-/Uitknop van de desbetreffende module om deze in te schakelen. Zodra de module is ingeschakeld, wordt het batterijniveau op het scherm weergegeven. Schakel het gewenste aantal modules in volgens de geselecteerde elektrodenplaatsing. Zodra een voldoende aantal modules is ingeschakeld, verschijnt een kleine pijl aan de rechterkant van het scherm. Als de functie MI-scan is geactiveerd, start het programma met een serie korte tests waarin metingen worden uitgevoerd. Tijdens deze metingen is het van belang dat u stil staat en volkomen relaxed bent. Zodra de tests zijn voltooid, kan het programma worden gestart. A B

A Naar de vorige stap terugkeren B Uw selectie bevestigen en het programma starten A Contractiefase B Opwarmfase C Fase van actieve rust D Ontspanningsfase E Aantal uitgevoerde contracties/Totaal aantal contracties F Indicatie van de actieve MI-functie G Pop-up met informatie of acties die moeten worden uitgevoerd221

Verhoog de stimulatie-intensiteiten op de geselecteerde kanalen. Alle kanalen zijn aan het begin van een sessie standaard actief. Als u de selectie van een kanaal ongedaan wilt maken, drukt u op de desbetreffende knop. In dit geval is alleen kanaal 1 actief. Een wijziging van de intensiteit wordt alleen uitgevoerd op kanaal 1.

A De kanalen selecteren waarop u moet reageren. Als een kanaal actief is, brandt de ledknop met een sterk blauw licht. B Pauze C De stimulatie-intensiteiten op de geselecteerde kanalen verhogen of verlagen222 Afhankelijk van het programma kan het diagram in het midden van het scherm worden gewijzigd.

PROGRAMMA VOOR CONTRACTIE/ACTIEVE RUST

Deze programma’s beginnen altijd met een opwarmfase. Na de opwarmfase wordt een fase met contractiecycli uitgevoerd, gevolgd door actieve rust (het aantal cycli hangt af van het programma). Als alle cycli zijn voltooid, wordt het programma beëindigd met een ontspanningsfase. PROGRAMMA’S VAN HET TYPE MASSAGE OF HERSTEL Deze programma’s bestaan uit één fase en kennen geen contractiecyclus/cyclus van actieve rust. Dit zijn programma’s van het type herstel, massage, capillarisatie en ook pijn. Tijdens dit type programma´s kunnen frequentievariaties optreden. A Werkfase

A Opwarmfase B Fase van actieve rust C Ontspanningsfase D Contractiefase E Werkfase bestaande uit een contractiecyclus/cyclus van actieve rust223

Door tijdens de stimulatie op de knop in het midden van de afstandsbediening of op de Aan-/Uitknop van een van de modules te drukken, wordt het apparaat onderbroken. Het is dan niet mogelijk de huidige fase over te slaan of het programma af te sluiten. Afhankelijk van het programma kunnen statistieken over de maximale en gemiddelde intensiteiten verschijnen. N.B.: de sessie wordt opnieuw gestart met intensiteiten met een waarde van 80% van die van vóór de onderbreking. CBA A Gemiddelde stimulatie-intensiteit B Maximale stimulatie-intensiteit

A Het programma afsluiten en teruggaan naar de vorige stap B De stimulatiesessie hervatten C De huidige fase overslaan of het programma afsluiten224

EEN SIMULATIEPROGRAMMA BEËINDIGEN

Aan het eind van de sessie verschijnt een scherm met een vinkje. Door op een willekeurige knop te drukken, keert u terug naar het menu Favorieten. U schakelt het apparaat uit door de Aan-/Uitknop op de afstandsbediening gedurende 2 seconden in te drukken. Hierdoor worden tevens alle modules uitgeschakeld. Afhankelijk van het programma kunnen statistieken over de maximale en gemiddelde intensiteiten verschijnen.225

Het ladingsniveau van de batterij van de module wordt vlak voor het starten van de stimulatiesessie weergegeven. Het ladingsniveau van de batterij van de afstandsbediening is altijd zichtbaar in de rechterbovenhoek.

HET DOCKING-STATION AANSLUITEN

Sluit de wisselstroomadapter die met het apparaat is meegeleverd, aan op het docking-station en steek de adapter in het stopcontact. U wordt sterk aangeraden de batterijen van de afstandsbediening en de modules helemaal op te laden. Dit bevordert de prestaties en de levensduur.

A Ladingsniveau van de batterij van de module B Ladingsniveau van de batterij van de afstandsbediening226

DE AFSTANDSBEDIENING EN DE MODULES OPLADEN

Aan het eind van de stimulatiesessie wordt u sterk aangeraden de afstandsbediening en de modules in het docking-station te plaatsen om de elementen op te laden. SP 6.0 en 8.0 FIT 5.0 Plaats hiertoe de afstandsbediening op de bijbehorende connector. Plaats vervolgens de modules in de hiervoor bedoelde sleuven. Plaats hiertoe de modulehelft zonder de Aan-/Uitknop (de groene, zie afbeelding) in de locatie die met groen is aangegeven. Plaats de andere helft in de met blauw aangegeven locatie. Doe hetzelfde voor de andere modules.227

De modulehelft zonder de Aan-/Uitknop moet op de kleine connector passen. De module wordt op zijn plaats geholpen door middel van een magneet en een kleine, verticale markering op de buitenzijde van de modulehelften. Als u een klik hoort, zit de module goed op zijn plaats. N.B.: Als het apparaat gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, wordt u aangeraden de batterijen om de drie maanden tot 50% van hun maximale capaciteit op te laden. A Opladen van de batterij van de afstandsbediening B Opladen van de module C Module is opgeladen D Geen module aanwezig

SP 6.0 en 8.0 FIT 5.0 Als een module op het docking-station is geplaatst, wordt dit op het scherm van de afstandsbediening weergegeven. Zodra de afstandsbediening en de modules volledig zijn opgeladen, gaan ze over in de stand-bymodus. Als een module op het docking-station is geplaatst, wordt de status van de module aangegeven door een groen ledlampje. Zodra de afstandsbediening en de modules volledig zijn opgeladen, gaan ze over in de stand-bymodus. A Opladen van de batterij van de afstandsbediening Led knippert: Opladen van de module Led brandt continu: Module is opgeladen228

UW PERSOONLIJKE ACCOUNT AANMAKEN

Als u zo goed mogelijk gebruik wilt maken van de mogelijkheden van uw apparaat, moet u eerst een account aanmaken op www.compexwireless.com en volgt u de aanwijzingen op de website. Functies van de SP 8.0

  • Een trainingsschema openen
  • Vooraf ingestelde doelen rechtstreeks naar het apparaat downloaden
  • Uw eigen doelen maken en deze rechtstreeks naar het apparaat downloaden
  • De apparaathistorie (uitgevoerde stimulatieprogramma’s) naar de website uploaden Zodra een doel naar de afstandsbediening is gedownload, wordt op het eerste scherm dat na inschakelen van het apparaat verschijnt, de dagelijks uit te voeren taken weergegeven. Functies van de SP 6.0 en de FIT 5.0
  • Een trainingsschema openen
  • De apparaathistorie (uitgevoerde stimulatieprogramma’s) naar de website uploaden229

ELEKTRODESTORING Op de afstandsbediening wordt het symbool van een elektrode en een losgekoppelde module weergegeven. Tegelijkertijd knippert er een pijl boven het desbetreffende kanaal (in dit geval kanaal 1).

  • Controleer of de elektroden op de juiste manier op de module zijn aangesloten.
  • Controleer of de elektroden oud of versleten zijn, of dat het contact slecht is. Probeer het met nieuwe elektroden.

MODULE BUITEN BEREIK

Op de afstandsbediening wordt het symbool voor ‘buiten bereik’ weergegeven en er knippert een pijl boven het kanaal waar het probleem is gedetecteerd (in dit geval kanaal 1).

  • Controleer of de module en de afstandsbediening op minder dan 2 meter van elkaar verwijderd zijn.
  • Zorg dat u zich niet in een geïsoleerde ruimte bevindt waar obstakels het signaal van de afstandsbediening kunnen reflecteren.
  • Zorg dat u zich in een ruimte bevindt waardoor het signaal van de afstandsbediening goed kan worden opgevangen.230

PROBLEEM MET DE SYNCHRONISATIE

Als het synchronisatieproces is onderbroken of om een of andere reden niet kan worden uitgevoerd (verbinding met afstandsbediening is verbroken, stroomuitval, enz.) kan in sommige gevallen op de afstandsbediening dit scherm worden weergegeven.

  • Maak opnieuw verbinding tussen de afstandsbediening en de computer en start het synchronisatieproces opnieuw. GEDRAG VAN DE LEDLAMPJES OP DE MODULE Het ledlampje knippert afwisselend groen en rood: de module is buiten bereik of wordt niet door de afstandsbediening herkend.
  • Controleer of de afstandsbediening is ingeschakeld.
  • Controleer of de module en de afstandsbediening op minder dan 2 meter van elkaar verwijderd zijn. Het ledlampje is nog steeds rood.
  • Controleer of de module is opgeladen.
  • Probeer de afstandsbediening en de modules opnieuw te starten.
  • Als hierna het ledlampje nog steeds rood is, neemt u dan contact op met de door Compex aangegeven en goedgekeurde klantenservice. Het ledlampje wordt niet ingeschakeld.
  • Controleer of de module is opgeladen.
  • Als hierna het ledlampje nog steeds niet wordt ingeschakeld, neemt u dan contact op met de door Compex aangegeven en goedgekeurde klantenservice.231

Tijdens de stimulatie kan het voorkomen dat een module niet is opgeladen. In dat geval wordt het symbool voor een niet-opgeladen batterij weergegeven en er knippert een pijl boven het kanaal waar het probleem is gedetecteerd (in dit geval kanaal 1).

  • Stop de stimulatie en laad de niet-opgeladen module opnieuw op.
  • Negeer de niet-opgeladen module en ga zonder module door met de stimulatie. DE MODULE KOPPELT NIET MET DE AFSTANDSBEDIENING Tijdens het eerste gebruik kan er een foutmelding verschijnen als de afstandsbediening niet met alle modules kan koppelen.
  • Controleer of de module is opgeladen en herhaal de stap voor het koppelen.
  • Als hierna de melding opnieuw verschijnt, neemt u dan contact op met de door Compex aangegeven en goedgekeurde klantenservice.

STIMULATIE VEROORZAAKT NIET HET GEBRUIKELIJKE GEVOEL

  • Controleer of alle instellingen juist zijn en controleer of de elektroden juist geplaatst zijn.
  • Wijzig de positie van de elektroden enigszins.

STIMULATIE VEROORZAAKT EEN ONPRETTIG GEVOEL

  • De elektroden verliezen hun hechtkracht en maken niet meer voldoende contact met de huid.
  • De elektroden zijn versleten en moeten worden vervangen.
  • Wijzig de positie van de elektroden enigszins.232

HET APPARAAT WERKT NIET

  • Controleer of de afstandsbediening en de modules zijn opgeladen.
  • Probeer de afstandsbediening en de modules opnieuw te starten.
  • Als hierna het apparaat nog steeds niet werkt, neemt u dan contact op met de door Compex aangegeven en goedgekeurde klantenservice.233

GARANTIE Zie bijsluiter. ONDERHOUD Uw stimulator hoeft niet te worden gekalibreerd en heeft geen periodiek onderhoud nodig. Gebruik voor het schoonmaken een zachte doek en een schoonmaakmiddel op basis van alcohol en zonder oplosmiddelen. Gebruik bij het reinigen van het apparaat zo weinig mogelijk vloeistof. Haal de stimulator en de lader niet uit elkaar; ze bevatten hoogspanningscomponenten die elektrocutie kunnen veroorzaken. Het openen moet worden uitgevoerd door Compex erkende monteurs of reparatiediensten. Als uw stimulator onderdelen bevat die er versleten of defect uitzien, neem dan contact op met het dichtstbijzijnde klantenservicecentrum van Compex.

VOCHTIGHEID 75% 30% tot 75% ATMOSFERISCHE DRUK tussen 700 hPa en 1060 hPa tussen 700 hPa en 1060 hPa Niet gebruiken op plaatsen met explosiegevaar. AFVOEREN Batterijen moeten worden afgevoerd in overeenstemming met de geldende nationale regelgeving. Elk product met een WEEE-label (een afvalcontainer met een kruis erdoor) moet worden gescheiden van het huishoudelijk afval en naar een speciale recyclinginstallatie worden vervoerd.234

7. TECHNISCHE SPECIFICATIES

ALGEMENE INFORMATIE Batterij van de afstandsbediening: Oplaadbare 3.7 V/≥ 1,500 mAh lithium-ion-polymeer (LiPo)-batterij. Modulebatterij: Oplaadbare 3.7 V/≥ 450 mAh lithium-ion-polymeer (LiPo)-batterij. SP 6.0, 8.0, FIT 5.0 AC-voedingsadapter: Alleen 5 V/3,5 A wisselstroomvoedingsadapters met het referentienummer 64902X kunnen worden gebruikt om het apparaat op te laden. NEUROSTIMULATIE Alle opgegeven elektrische specificaties gelden voor een weerstand van 500 tot 1000 ohm per kanaal. Uitgang: vier onafhankelijke en individueel instelbare kanalen, elektrisch van elkaar geïsoleerd. Pulsvorm: constante, rechthoekige stroom met gecompenseerde impulsen om elk gelijkstroomelement van een continue stroom uit te sluiten om restpolarisatie van de huid te vermijden. Maximale pulsintensiteit: 120 mA. Verhoging van de pulsintensiteit: handmatige instelling van stimulatie-intensiteit tussen 0 en 999 (energie) in stappen van minimaal 0,25 mA. Pulsduur: tussen de 50 en 400 μs. Maximale hoeveelheid elektriciteit per puls: 96 microcoulomb (2 x 48 μC, gecompenseerd). Maximale stijgtijd van een impuls: 3 μs (20%-80% van de maximale stroom). Frequentie van de impulsen: 1 tot 150 Hz.235

RF-GEGEVENS Frequentieband transmissie: 2,4 GHz ISM De eigenschappen van het type en de frequentie van de modulatie: GFSK, +/-320 kHz afwijking Effectief emissievermogen: 4.4 [dBm] NORMEN Om uw veiligheid te waarborgen, is de stimulator ontworpen, gefabriceerd en gedistribueerd in overeenstemming met de voorwaarden van de geamendeerde Europese Richtlijn 93/42/EEG betreffende medische hulpmiddelen. De stimulator voldoet tevens aan de normen IEC 60601-1 betreffende de algemene veiligheid van medisch- elektrische hulpmiddelen, IEC 60601-1-2 betreffende elektromagnetische compatibiliteit en IEC 60601-2-10 betreffende speciale veiligheidseisen voor zenuw- en spierstimulatoren In overeenstemming met de geldende internationale normen moet een waarschuwing worden gegeven over het aanbrengen van elektroden op de thorax (verhoogde kans op hartfibrillatie). De stimulator voldoet tevens aan Richtlijn 2002/96/EEG betreffende elektronische apparatuur en elektronisch afval (WEEE). INFORMATIE OVER ELEKTROMAGNETISCHE COMPATIBILITEIT (EMC) De Compex is ontworpen voor gebruik in normale woonomgevingen, goedgekeurd in overeenstemming met veiligheidsnorm EMC EN 60601-1-2. Dit apparaat zendt slechts zeer zwakke golven in het radiospectrum (RF) uit en de kans op storing van nabijgelegen elektronische apparatuur (radio’s computers, telefoons, enz.) is gering. De Compex is ontworpen om de gebruikelijke storingen te weerstaan van elektrostatische ontladingen, magnetische velden van de stroomvoorziening en apparaten die radiogolven uitzenden. Het kan echter niet worden gegarandeerd dat de stimulator geen invloed ondervindt van krachtige RF-velden (radiofrequentie) afkomstig van andere bronnen. Neem contact op met Compex voor meer informatie over elektromagnetische emissie en immuniteit.236

Voor de Compex Stimulator zijn speciale voorzorgsmaatregelen vereist wat betreft de EMC. De stimulator moet worden geïnstalleerd en in bedrijf worden gesteld volgens de informatie bij de EMC in deze handleiding. Alle draadloze apparaten met RF-transmissie kunnen de Compex Stimulator beïnvloeden. Het gebruik van toebehoren, sensoren en kabels anders dan door de fabrikant gespecificeerd, kan leiden tot meer straling of kan de weerstand van de Compex Stimulator verminderen. De Compex Stimulator mag niet worden gebruikt naast of boven op ander apparatuur. Indien gebruik naast of boven op andere apparatuur noodzakelijk is, moet de juiste werking van de Compex Stimulator binnen de context van de gebruikte opstelling worden gecontroleerd. AANBEVELINGEN EN VERKLARING VAN DE FABRIKANT BETREFFENDE ELEKTROMAGNETISCHE STRALING De Compex Stimulator is bedoeld voor gebruik in de hieronder beschreven elektromagnetische omgeving. De klant of gebruiker van de Compex Stimulator moet ervoor zorgen dat het apparaat in deze omgeving wordt gebruikt EMISSIETEST OVEREENSTEMMING ELEKTROMAGNETISCHE OMGEVING - HANDLEIDING RF-emissies CISPR 11 Groep 1 De Compex Stimulator gebruikt RF-energie alleen voor de interne functie. De RF-emissies zullen daarom wellicht geen storingen veroorzaken met eventuele aangrenzende elektrische apparaten (radio’s, computers, telefoons, enz.). RF-emissies CISPR 11 Klasse B Compex Stimulator is geschikt voor gebruik in elke andere vestiging dan een privéwoning of een plaats die direct is aangesloten op de laagspanningsstroom die residentiële gebouwen van stroom voorziet. Harmonische emissies

Niet van toepassing237

AANBEVELINGEN EN VERKLARING VAN DE FABRIKANT BETREFFENDE ELEKTROMAGNETISCHE IMMUNITEIT De Compex Stimulator is ontwikkeld voor gebruik in de hieronder beschreven elektromagnetische omgeving. De koper of gebruiker van de Compex Stimulator moet ervoor zorgen dat het apparaat wordt gebruikt in deze aanbevolen omgeving.

±6 kV bij het contact ±8 kV in lucht ±6 kV bij het contact ±8 kV in lucht De vloer moet van hout, beton of keramische tegels zijn. Als vloeren bedekt zijn met synthetisch materiaal moet de relatieve vochtigheid op minstens 30% blijven. Snelle elektrische transiënten/ bursts

±2 kV voor netstroom-kabels ± 1 kV voor ingangs/ uitgangs-kabels ±2 kV voor netstroom-kabels De kwaliteit van de netstroom moet voldoen aan de kwaliteitsvereisten voor een standaard commerciële of ziekenhuisomgeving. Schokgolven

±1 kV dierentiële modus N/A ±1 kV dierentiele modus Gedeelde modus ± 2 kV De kwaliteit van de netstroom moet voldoen aan de kwaliteitsvereisten voor een standaard commerciële of ziekenhuisomgeving. Spanningsdalingen, korte onderbrekingen en spannings- schommelingen op netstroomkabels

<5 % VT (dalingen >95 % de UT) voor 0,5 cyclus <40 % VT (dalingen >60 % de UT) voor 5 cycli <70 % VT (dalingen >30 % de UT) voor 25 cycli <5 % VT (dalingen >95 % de UT) gedurende 5 seconden <5 % VT (dalingen >95 % de UT) voor 0,5 cyclus <40 % VT (dalingen >60 % de UT) voor 5 cycli <70 % VT (dalingen >30 % de UT) voor 25 cycli <5 % VT (dalingen >95 % de UT) gedurende 5 seconden De kwaliteit van de netstroom moet voldoen aan de kwaliteitsvereisten voor een standaard commerciële of ziekenhuisomgeving. Als de Compex Stimulator-gebruiker een doorlopend gebruik vereist tijdens stroomstoringen, is het aanbevolen de Compex Stimulator van stroom te voorzien door een UPS of een batterij. Magnetisch veld op rasterfrequentie (50/60 Hz)

3 A/m 3 A/m Magnetische velden bij de hoofdfrequentie moet een niveau hebben dat kenmerkend is voor een standaardlocatie in een standaard commerciële of ziekenhuisomgeving. OPMERKING: VT is de netstroomspanning voordat het testniveau wordt toegepast.238

De Compex Stimulator is ontwikkeld voor gebruik in de hieronder beschreven elektromagnetische omgeving. De koper of gebruiker van de Compex Stimulator moet ervoor zorgen dat het apparaat wordt gebruikt in deze aanbevolen omgeving. IMMUNITEITSTEST IEC 60601- TESTNIVEAU WAARNEMINGSNIVEAU ELEKTROMAGNETISCHE OMGEVING - AANBEVELINGEN Geleide RF

3 Vrms 150 kHz tot 80 MHz 3 V/m 80 MHz tot 2,5 GHz 3 Vrms 3 V/m Draagbare en mobiele RF-communicatieapparaten mogen, met betrekking tot de Compex Stimulator en de bedrading, alleen worden gebruikt op een afstand die niet kleiner is dan de afstand die is aanbevolen en berekend met de geschikte vergelijking voor de frequentie van de zender.Aanbevolen afstandd = 1,2 √P d = 1,2 √P 80 MHz tot 800 MHz d = 2,3 √P 800 MHz tot 2,5 GHz waarbij P het maximale uitgangsvermogen van het zendapparaat is in watt (W) volgens de specicaties van de fabrikant en waarbij d de aanbevolen afstand in meter (m) is.De veldintensiteit van de vaste RF-zendapparaten, zoals vastgesteld door middel van een elektromagnetisch onderzoek a moet lager zijn dan het waarnemingsniveau in elk frequentiebereikb.Er kan storing optreden in de buurt van een apparaat dat door het volgende symbool is geïdenticeerd: OPMERKING 1 Bij 80 MHz en 800 MHz is de hoogste frequentieamplitude van toepassing. OPMERKING 2 Deze richtlijnen zijn wellicht niet in alle situaties van toepassing. Elektromagnetische golfvoortplanting wordt gewijzigd door absorptie en reectie door gebouwen, objecten en personen. a De veldintensiteit van vaste zendapparaten, zoals basisstations van mobiele telefoons (mobiel/draadloos) en mobiele radio’s, amateurradio’s, radio-uitzendingen via AM en FM en tv-uitzendingen kunnen niet nauwkeurig worden voorspeld. Het kan daarom nodig zijn een analyse te overwegen van de elektromagnetische omgeving van de locatie voor het berekenen van de elektromagnetische omgeving die komt van vaste RF-zenders. Als de veldintensiteit die is gemeten in de omgeving waar de Compex Stimulator zich bevindt, het geschikte RF-waarnemingsniveau, zoals hierboven vermeld, overschrijdt, moet de Compex Stimulator worden bewaakt om zeker te zijn dat het apparaat goed werkt. In het geval van een abnormale werking, kunnen nieuwe maatregelen worden opgelegd, zoals het opnieuw uitlijnen of verplaatsen van de Compex Stimulator. b Boven de frequentieamplitude van 150 kHz tot 80 MHz, moet de veldintensiteit < 3 V/m zijn. 20xx LATEX FREE REF239

AANBEVOLEN AFSTAND TUSSEN EEN DRAAGBAAR EN MOBIEL COMMUNICATIEAPPARAAT EN DE Compex Stimulator De Compex Stimulator is bedoeld voor gebruik in een elektromagnetische omgeving waarin uitgestraalde RF-golven worden bewaakt. De koper of gebruiker van de Compex Stimulator kan helpen elektromagnetische storing te voorkomen door een minimumafstand tussen de draagbare en mobiele RF-communicatieapparaten (zenders) en de Compex Stimulator te behouden in overeenstemming met de onderstaande tabel met aanbevelingen en conform het maximale uitgangsvermogen van het telecommunicatie-apparaat. MAXIMUM UITGANGSVERMOGEN

In het geval van zenders waarvan het maximale uitgangsvermogen niet in de bovenstaande tabel wordt weergegeven, kan de aanbevolen afstand van d in meter (m) worden berekend met de geschikte vergelijking voor de zenderfrequentie, waarbij P het maximale uitgangsvermogen van de zender is in watt (W), zoals bepaald door de zenderfabrikant OPMERKING 1 Bij 80 MHz en 800 MHz is de afstand voor de hoogste frequentieamplitude van toepassing. OPMERKING 2 Deze richtlijnen zijn wellicht niet in alle situaties van toepassing. Elektromagnetische golfvoortplanting wordt gewijzigd door absorptie en reectie door gebouwen, objecten en personen.240 INSTRUÇÕES241