AMICA SHPIX 918 101 E - Fornuis

SHPIX 918 101 E - Fornuis AMICA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SHPIX 918 101 E AMICA in PDF-formaat.

📄 176 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice AMICA SHPIX 918 101 E - page 130
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : AMICA

Model : SHPIX 918 101 E

Categorie : Fornuis

Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SHPIX 918 101 E - AMICA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SHPIX 918 101 E van het merk AMICA.

GEBRUIKSAANWIJZING SHPIX 918 101 E AMICA

cracked. Danger! Immediately unplug the appliance or switch o󰀨 the main circuit breaker. Refer the repair to the nearest service centre.129 Voltage rating 400V 3N~50Hz / 400V 2N~50Hz Power rating max. 11,0 kW Cooker dimensions H/W/D 85 / 60 / 60 cm TECHNICAL DATA Certicate of compliance CE The Manufacturer hereby declares that this product complies with the general requirements pursuant to the following European Directives: The Low Voltage Directive 2014/35/EC, Electromagnetic Compatibility Directive 2014/30/EC, ErP Directive 2009/125/EC, and therefore the product has been marked with the symbol and the Declaration of Conformity has been issued to the manufacturer and is available to the competent authorities regulating the market. The product meets the requirements of European standards EN 60335- 1; EN60335-2-6. The data on the energy labels of electric ovens is given according to standard EN 60350-1 / IEC 60350-1. These values are dened with a standard workload a with the functions active: bottom and top heaters (conventional heating) and fan assisted heating (forced air heating), if these functions are available. The energy e󰀩ciency class was assigned depending on the function available in the product in accordance with the priority below: During energy consumption test, remove the telescopic runners (if the product is tted with any). Forced air circulation ECO (ring heater + fan) Forced air circulation ECO (bottom heater + top + roaster + fan) Conventional mode ECO (bottom heater + top)130 GEACHTE KLANT, De fornuizen combineren uitzonderlijk gebruiksgemak en optimale doeltreendheid. Na het lezen van deze gebruikershandleiding zult u zonder problemen dit fornuis kunnen bedienen. Voor het ingepakt werd en de fabriek verliet, werd dit fornuis bij de controleposten grondig gecontroleerd op het gebied van veiligheid en functionaliteit. Voordat u het toestel aanschakelt, dient u deze gebruikershandleiding grondig door te lezen. De instructies uit deze handleiding helpen u om verkeerd gebruik van het toestel te voorkomen. Bewaar deze gebruikershandleiding goed en zorg dat ze altijd binnen bereik is. Om ongelukken te vermijden moeten de instructies uit deze handleiding precies nageleefd worden. Opgelet! Het fornuis mag pas gebruikt worden nadat u deze gebruikershandleiding grondig doorgelezen heeft. Het toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijke kookdoeleinden. De producent behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen die geen invloed hebben op de werking van het toestel. NL131 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Attentie. Dit apparaat en de bereikbare onderdelen ervan worden tijdens het gebruik heet. Wees bijzonder voorzich- tig bij het aanraken van de verwarmingselementen. Zorg dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat kunnen komen, tenzij ze onder permanent toezicht staan. Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met lichamelijke of geestelijke beperkingen of personen zonder ervaring met of kennis van het apparaat, als dit gebruik plaatsvindt onder toezicht of in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing van het apparaat, door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat kunnen spelen. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht schoonmaken of onderhoudswerkzaamheden ver- richten. Attentie. Het koken van vetten of olie op de kookplaat zonder toezicht kan erg gevaarlijk zijn en leiden tot brand. Probeer het vuur NOOIT met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met een deksel of een niet-brandbare deken. Attentie. Brandgevaar: geen voorwerpen verzamelen op de kookoppervlakte. Attentie. Schakel de stroom uit als de oppervlakte is gebar- sten, om elektrische schokken te voorkomen. Leg geen metalen voorwerpen als messen, vorken, lepels, deksels en aluminiumfolie op de oppervlakte van de kook- plaat, zij kunnen heet worden.132 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Schakel de kookplaat na aoop van het gebruik uit met de regelaar, vertrouw niet op de pandetectie. Tijdens het gebruik wordt het toestel heet. Wees voorzichtig en raak de hete onderdelen in de oven niet aan. Als dit apparaat gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onder- delen heet worden. Laat geen kinderen bij de oven komen. Attentie. Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen of scherpe metalen voorwerpen voor het schoonmaken van het glas van de deur, omdat deze krassen kunnen veroorzaken op het oppervlak. Dit kan leiden tot barsten van het glas. Attentie. Om elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt. Gebruik geen stoomreinigers voor het schoonmaken van het apparaat. Tijdens het pyrolytische reinigingsproces kan het fornuis bijzonder heet worden. Het buitenoppervlak van het fornuis kan daardoor heter worden dan normaal. Zorg er daarom voor dat er zich geen kinderen in de buurt van het fornuis bevinden. Gevaar voor verbranding! Bij het openen van de ovendeur kan hete stoom ontsnappen. Wees voorzichtig met het ope- nen van de deur tijdens of na aoop van het koken. Buig u bij het openen niet over de deur. Vergeet niet dat stoom bij bepaalde temperaturen onzichtbaar kan zijn.133 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Wees bijzonder voorzichtig als er kinderen in de buurt van het fornuis zijn, want ze kennen de bedieningsprincipes van het fornuis niet. De hete branders van de gaskookplaat, de ovenkamer, het rooster, de ruit van de deur, en potten en pannen met hete vloeisto󰀨en kunnen brandwonden veroorzaken! Zorg ervoor dat er geen kleine keukentoestellen of hun kabels in direct contact komen met de hete oven of de kookplaat, want de isolatie van deze toestellen is niet bestand tegen hoge temperaturen. Laat het fornuis niet achter zonder toezicht terwijl u kookt. Oliën en vetten kunnen ont- vlammen als gevolg van oververhitting of overkoken. Zorg ervoor dat de kookplaat niet vuil wordt of onderloopt door overlopende spijzen. Eventueel vuil moet onmiddellijk verwijderd worden. Plaats geen potten of pannen met een natte bodem op de hete kookvelden, want dit kan onomkeerbare wijzigingen aan de plaat veroorzaken (onverwijderbare vlekken). Gebruik enkel potten en pannen die volgens de aanwijzingen van de producent geschikt zijn om te koken op een keramische plaat. Als het oppervlak van de kookplaat gebarsten is, moet het toestel van het stroomnet ontkoppeld worden om elektrocutie te vermijden. Schakel de kookplaat niet aan zonder er eerst een pot of pan op te plaatsen. Het is verboden om potten of pannen met scherpe randen te gebruiken, want die kunnen de keramische plaat beschadigen Kijk niet naar de halogene kookvelden terwijl ze opwarmen (als ze niet afgedekt zijn met een pot of pan). Plaats geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 15 kg op de open deur van de oven, en geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 25 kg op de kookplaat. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of scherpe metalen voorwerpen om de glazen deur te reinigen. Hierdoor kan het oppervlak gekrast raken, wat kan leiden tot barsten in het glas. Het is aan te raden het deksel te reinigen vooraleer u het opent. U laat het oppervlak van de kookplaat best eerst afkoelen voordat u het deksel sluit. Het is verboden om een fornuis met technische defecten te gebruiken. Defecten mogen enkel hersteld worden door een erkend technicus met gepaste kwalicaties. Bij problemen veroorzaakt door technische defecten, moet het fornuis van het stroomnet ontkoppeld worden en moet het defect gemeld worden voor herstelling. Er mogen geen toestellen voor reiniging met stoom gebruikt worden om het fornuis te reinigen. Personen met ingeplante toestellen die lichaamsfuncties ondersteunen (bv. een pacemaker, een insulinepomp of een hoorapparaat) moeten er zich van vergewis- sen, dat de werking van deze toestellen niet verstoord wordt door de inductieplaat (de inductieplaat werkt binnen het frequentiebereik 20-50 kHz). Het toestel is uitsluitend ontworpen voor kookdoeleinden. Elke andere toepassing (bv. voor het verwarmen van ruimtes) stemt niet overeen met de bestemming van het toestel en kan gevaar veroorzaken.134 ENERGIEBESPARING Door op verantwoorde wijze energie te gebruiken be- spaart u niet alleen op de kosten van het huishouden, maar werkt u ook bewust mee aan de bescherming van het milieu. Laten we daarom ons steentje bijdragen aan energie- besparing! Dat kan op de volgende manier: Gebruik goede potten en pannen om te koken. Kookpotten en pannen mogen niet kleiner zijn dan de kroon van de vlam van de brander. Dek de potten en pannen steeds af met een deksel. Zorg ervoor dat de branders, het rooster en de gaskookplaat rein zijn. Vuil verstoort de warmteoverdracht – sterk aangebrand vuil kan soms enkel verwijderd worden met gebruik van reinigingsmiddelen die niet milieuvriendelijk zijn. Let er bijzonder op dat de vlamopeningen in de ring onder de branderdop en de openingen van de branderkoppen rein zijn. Vermijd onnodig ophe󰀨en van deksels om het kookproces te controleren. Open ook niet onnodig vaak de deur van de oven. Gebruik de oven enkel voor grotere hoeveelheden. Porties vlees tot 1 kg kunnen spaarzamer bereid worden in een pot op een brander van het fornuis. Gebruik de restwarmte in de oven. Schakel bij baktijden van meer dan 40 minu- ten de oven 10 minuten voor het einde van de bakbeurt uit. Sluit de deur van de oven zorgvuldig. Otherwise energy consumption increases unnecessarily. Bouw het fornuis niet in in de onmid- dellijke nabijheid van koelkasten of diep- vriezers. Het energiegebruik van deze toestellen stijgt hierdoor onnodig. Opgelet! Hou rekening met de kortere bak- tijd bij het instellen van de programmator.135 Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen beschadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken van het toestel dient u de verpakkingselementen te recycleren op milieuvriendelijke wijze. Alle materialen die gebruikt worden voor de verpakking zijn onschadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% geschikt voor recyclage en zijn aangeduid met het gepaste symbool. Opgelet! De verpakkingsmaterialen (zakjes uit polyethyleen, stukken piepschuim, enz.) moeten tijdens het uitpakken buiten het be- reik van kinderen gehouden worden. UITPAKKEN Op het einde van de gebruiks- periode mag dit product niet bij het gewone huisvuil geplaatst worden, maar moet afgegeven worden bij een verzamelpunt voor recyclage van elektrische en elektronische toestellen. Dit wordt aangegeven door het gepaste symbool op het product, in de gebruikershandleiding of op de verpakking. De materialen die gebruikt zijn bij de pro- ductie van het toestel, zijn geschikt voor hergebruik volgens hun aanduiding. Dankzij dit hergebruik, de verwerking van materia- len of andere vormen van hergebruik van afgedankte toestellen draagt u bij tot de bescherming van het milieu. Informatie over het verzamelpunt voor gebruikte toestellen kunt u krijgen bij de gemeentediensten.

1 Draaiknop voor de keuze van de functie van de oven 2 Draaiknop van de temperatuurregelaar 3, 4, 5, 6 Draaiknoppen voor de bediening van de kookplaten 7 Greep van de deur van de oven 8 Schuif 9 Keramische plaat 10 Elektronische programmator

Uitrusting van het fornuis – overzicht: *Bepaalde modellen Bakplaat voor gebak* Grillrooster (droogrekje) Bakplaat voor gebraad Laddertjes138 INSTALLATIE Opstelling van het fornuis De keukenruimte moet droog en goed verlucht zijn en een goed werkende ven- tilatie bezitten in overeenstemming met de geldende technische voorschriften. De ruimte moet voorzien zijn van een ventilatiesysteem dat verbrandingsgas- sen die tijdens het verbrandingsproces ontstaan, naar buiten afvoert. Deze installatie moet bestaan uit een ventila- tierooster of een afzuigkap. Afzuigkappen moeten gemonteerd worden volgens de bijgevoegde gebruikershandleidingen. De opstelling van het fornuis moet een vrije toegang tot alle bedieningselementen garanderen. De bekleding en de lijmen van de in- bouwmeubelen moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 100ºC. Als deze voorwaarde niet vervuld is, kan het oppervlak vervormd raken of kan de bekleding losraken. Als u niet zeker bent of de meubelen tegen zulke temperaturen bestand zijn, moet u bij het inbouwen een tussenruimte van ong. 2 cm vrijlaten tussen de meubelen en het fornuis. De muur die zich achter het fornuis bevindt, moet bestand zijn tegen hoge temperaturen. Tijdens het ge- bruik van het fornuis kan de achterwand opwarmen tot ongeveer 50ºC boven de omgevingstemperatuur. Het fornuis moet opgesteld worden op een harde, e󰀨en ondergrond (niet op een onderstel zetten). Voordat u het fornuis in gebruik neemt, moet u het waterpas zetten. Dit is vooral belangrijk voor het gelijkmatige versprei- den van vet in de pan. Hiervoor dienen de regelpootjes die bereikbaar zijn als u de schuif wegneemt. Regelbereik +/- 5mm. Montage van de beveiliging tegen het omvallen van het fornuis. De beveiliging wordt gemonteerd om te vo- orkomen dat het fornuis omvalt. Dankzij de blokkade tegen het omvallen van het fornuis voorkomt u dat een kind dat op de openstaan- de ovendeur klimt het fornuis laat omvallen. Fornuis, hoogte 850 mm A=60 mm B=103 mm Fornuis, hoogte 900 mm A=104 mm B=147 mm

B139 INSTALLATIE Aansluiting van het fornuis op de elektrische installatie Opgelet! De plaat mag enkel op de elektrische instal- latie aangesloten worden door een erkend installateur met de gepaste kwalificaties. Het is verboden om zelfstandig wijzigingen of aanpassingen aan te brengen aan de elektrische installatie. De aansluitleiding moet gemonteerd worden op de steun voor de aansluiting van het for- nuis.Opgelet! Vergeet niet het aardingscircuit aan te sluiten op de klem van de contactstrip, die aangege- ven is met het teken . De elektrische instal- latie die het fornuis van stroom voorziet, moet beveiligd zijn met een gepaste zekering die de stroom afsluit in noodgevallen. De afstand tussen de werkcontacten van de zekering moet min. 3 mm bedragen. Voordat u het fornuis op de elektrische installatie aansluit, moet u de informatie op het typeplaatje en het aansluitschema lezen. Instructies voor de installateur Het fornuis is in de fabriek aangepast aan voeding met driefasige wisselstroom (400V 3N~50Hz). De nominale spanning van de verwarmingselementen van het fornuis bedraagt 230V. De keuken kan aan een tweefasige voeding (400V 2N~50Hz) worden aangepast door de klemmen op de aansluit- strip overeenkomstig het aansluitschema te overbruggen. Er is ook een aansluitschema bij de aansluiting van het fornuis geplaatst. De contactstrip is bereikbaar nadat u het deksel van de aansluiting wegneemt door de klemmen te deblokkeren met een platte sleutel. Vergeet niet een gepaste leiding te kiezen volgens het soort aansluiting en het nominale vermogen van het fornuis.

INSTALLATIE Schema met mogelijke aansluitingen Opgelet! Spanning van de verwarmingselementen 230V Opgelet! Bij elke aansluitingsvariant moet de aardingsleiding aangesloten zijn op de klem PE Aanbevolen soort aansluitleiding

Voor het 400V 2N~50Hz lichtnet een tweefasige aansluiting met nulleiding, de geleidingsbruggen verbinden de klemmen 2-3 en 4-5, de faseleidingen aan 1, 2 en 3, nulleiding aan 4, de aardleiding aan . 2N~

Voor het 400V 3N~50Hz lichtnet een driefasige aansluiting met nul- leiding, de geleidingsbrug verbindt de klemmen 4-5, de faseleidingen aan 1, 2 en 3, nulleiding aan 4, de aardleiding aan . 3N~

L1, L2, L3 - faseleidingen; N - nulleiding; PE - aardleiding De pijlen in bovenstaande diagrammen geven aan waar de draden zijn aangesloten.141 BEDIENING Voor u de oven voor de eerste maal aanschakelt verwijder de verpakkingselementen en de onderhoudsmiddelen die in de fabriek aangebracht werden, uit de binnenkant van de oven, neem de uitrusting uit de oven en was ze met warm water met afwasmiddel, schakel de ventilatie in de ruimte aan of open het raam, druk de draaiknop zachtjes in en draai hem naar rechts in de stand of (zie hoofdstuk: Werking van de timer en besturing van de oven), verwarm de oven (tot een temp. van 250°C, ong. 30 min.), verwijder alle vuil en was de oven grondig uit. De draaiknoppen zijn “verborgen” in het bedieningspaneel, om een functie te kiezen gaat u als volgt tewerk: 1.druk zachtjes de draaiknop in en laat hem weer los,

2. stel de gewenste functie in. De aanduiding

rond de draaiknop komt overeen met de opeenvolgende functies die door de oven uitgevoerd kunnen worden.

Belangrijk! Was de binnenkant van de oven en- kel met warm water met een kleine hoeveelheid afwasmiddel. Attentie! In ovens die zijn uitgerust met de elektronische programmeerfunctie, verschijnt na aansluiting op het lichtnet op het display de pulserende tijdsaanduiding „0:00”. Stel de actuele tijd van de program- meerfunctie in. (Zie bediening van de programmeerfunctie) De oven werkt niet als u de actuele tijd niet instelt. Belangrijk! De elektronische programmeerfunctie is uitgerust met sensors die worden geactiveerd door met de vinger een gemerkt oppervlak aan te raken (tip- toetsen). Elke aanraking van een sensor gaat gepaard met een geluidssignaal. Houd de oppervlakte van de sensors schoon.142 Eco Functiedraaiknop oven De oven kan worden verwarmd met behulp van het verwarmingselement onder, het verwarmingselement boven, het hetelucht- verwarmingselement of het verwarmings- element van de grill. U kiest de gewenste functie met behulp van de functiedraaiknop. Onderstaande afbeelding toont de functies (in de betre󰀨ende volgorde) die op de draai- knop staan: Draaiknop instellingen +/- De draaiknop instellingen draait u niet, maar kantelt u naar beide kanten. Hij dient voor het instellen van de werkparameters zoals temperatuur en tijd. Een slag van de draaiknop naar rechts verhoogt de waarde van de parameter. Een slag naar de andere kant verlaagt de waarde van de parameter. De parameters die u met deze knop kunt wijzigen zijn temperatuur, tijd en instelling van de actuele tijd op de display. Als u de draaiknop in gekantelde positie vasthoudt, gaat de snelheid waarmee de waarde wijzigt omhoog. BEDIENING De programmafunctie is uitgerust met een led-display en 3 knoppen (tiptoetsen). Knop (Tiptoets) Beschrijving Instelling temperatuur Instelling klok Kookwekker Opgelet: Elk gebruik van een knop (tiptoets) gaat gepaard met een geluidssignaal. Het is niet mogelijk om de geluidsignalen uit te schakelen. Betekenis van de symbolen op de display. Symbool Beschrijving Thermostaat Kookwekker Werkingsduur Eindtijd werking Pyrolyse Kinderslot Elektronisch bedieningspaneel Uitschakelpositie

I143 BEDIENING De voeding inschakelen Na aansluiting op de stroomvoorziening (of terugkeer van de stroomvoorziening na een eerdere stroomonderbreking) komt de oven in de modus 'instellen actuele tijd' en knippert 0:00 op de display. Druk op de knop (tiptoets) . Met de draaiknop instellingen +/- veran- dert u de tijd. U kunt het apparaat niet ge- bruiken zonder instelling van de actuele tijd. Om de instelling van de tijd te bevestigen moet de functiedraaiknop op de positie 0 staan. Als de functiedraaiknop op een an- dere positie staat knippert het symbool en wacht de programmafunctie totdat de functiedraaiknop op de positie 0 wordt gezet. Een druk op de knop (tiptoets) bevestigt de tijd en de programmafunctie schakelt over naar de stand-bymodus. Opgelet: Bij een stroomonderbreking worden alle ingevoerde parameters als werkingsduur, temperatuur en functie gewist. Om door te gaan moet u de instellingen opnieuw in- voeren. Indien het onderbroken programma pyrolytische reiniging was (of wanneer de deur om een andere reden is vergrendeld - het symbool brandt), dan wordt voor het instellen van de klok eerst de oven afgekoeld en de deur geopend. Als in de oven een temperatuur wordt gedetecteerd van meer dan 80°C schakelt de koeling van de oven in. Dit heeft geen invloed op het verloop van de instelling van de klok. De koeling schakelt uit zodra de temperatuur daalt onder 75°C. Stand-bystand Bij overgaan naar de stand-bymodus wor- den alle instellingen van tijden, tempera- turen en kookwekker gewist. De verwar- mingselementen worden uitgeschakeld. De display toont de actuele tijd en is minder helder. Actief zijn de knoppen (tiptoets) , waarmee u overgaat op het instellen van de tijd, geluidssignaal en helderheid, en de knop (tiptoets) waarmee u de kookwek- ker in kunt stellen. Als de temperatuur in de ovenruimte hoger is dan 80°C, dan wordt in plaats van de tijd de temperatuur van de ovenruimte getoond (als aanduiding van de restwarmte) en is de koelventilator ingeschakeld. Zodra de tem- peratuur daalt beneden 75°C schakelt de ventilator uit en de temperatuuraanduiding van de ovenruimte verandert in de actuele tijd. Overgang naar de stand-bymodus: - op ieder moment door de functieknop op positie 0 te zetten; als u op deze manier overgaat naar de standby-modus hoort u een geluidssignaal; - na onderbreking van de stroomvoorziening en instelling van de actuele tijd; - na aoop van tijdgestuurde programma's (automatisch en halfautomatisch, kookwek- ker); - na activering van de bescherming tegen doorlopende verwarming; - bij een lopende pyrolysecyclus gaat de oven na het plaatsen van de knop op de positie 0 pas over naar de stand-bymodus als de oven is afgekoeld en de deur is ont- grendeld. Verlaten van de stand-bymodus: Als u de functiedraaiknop van de positie 0 op een andere positie zet, schakelt de oven van de stand-bymodus naar de actieve mo- dus. Opmerking - als de programmafunctie au to- matisch naar de stand-bymodus is gegaan, moet u eerst de draaiknop op de positie 0 zetten. Pas daarna kan de oven de stand- bymodus verlaten. Als de functiedraaiknop in de stand-bymo- dus op een andere positie dan 0 staat, knip- pert het symbool .144 BEDIENING Diepe stand-by: Als de oven 10 minuten in de stand-by- modus heeft gestaan, schakelt hij naar de diepe stand-bymodus - de tiptoetsen en de +/- instelknop werken niet. U kunt de oven alleen activeren door de functieknop uit de positie “0” in een andere positie te zetten. Instelling van de actuele tijd Instelling van de actuele tijd is alleen moge- lijk in de stand-bymodus. Het indrukken van de knop (tiptoets) in deze modus toont de actuele tijd bij normale helderheid. Met de draaiknop instellingen +/- kunt u de ac- tuele tijd corrigeren. Als u langer dan 10 se- conden niets doet wordt de actuele instelling opgeslagen en keert de oven terug naar de stand-bymodus. Met de knop (tiptoets) kunt u de frequentie van het geluidssignaal instellen. De klok werkt alleen in 24-uursmo- dus. Nachtmodus Als het apparaat zich in de stand-bymodus bevindt, dan wordt de lichtintensiteit van de display tussen 22:00 – 6:00 uur verlaagd tot de waarde die geschikt is voor de nachtmo- dus – 2 niveaus lager dan het ingestelde niveau. Wijziging van de frequentie van het ge- luidssignaal De functie is altijd beschikbaar in de stand- bymodus, zonder tijdslimiet. Door het op- nieuw indrukken van de knop (tiptoets) tijdens het instellen van de uren verschijnt ton1, waarvan 1 de aanduiding is van het huidige geluidssignaal in de opties van 1 tot

3. Door aan de draaiknop instellingen +/- te

draaien, verandert het huidige geluidssig- naal. 5 seconden inactiviteit bevestigt het actueel geselecteerde geluid en zorgt voor overschakeling naar de stand-bymodus. Wijzigen van de helderheid van de dis- play De functie is altijd beschikbaar in de stand- bymodus, zonder tijdslimiet. Door het op- nieuw indrukken van de knop (tiptoets) tijdens het instellen van de frequentie van het signaal verschijnt bri4, waarvan 4 de aanduiding is van het huidige helderheid op een schaal van 1 tot 9. Door aan de draai- knop instellingen +/- te draaien, verandert de helderheid. 5 seconden inactiviteit be- vestigt de actueel geselecteerde helderheid en zorgt voor overschakeling naar de stand- bymodus. Actieve modus Dit is de modus waarin de oven de bakfunc- tie (reinigingsfunctie) uitvoert volgens de waarde die op de functiedraaiknop is inge- steld. Auto-o󰀨: Bij beëindiging van de geprogram- meerde acties (automatische werking, half- automatische werking, reiniging, kookwek- ker) schakelt de programmafunctie naar de stand-bymodus, zelfs wanneer de functie- draaiknop niet op 0 staat. Verlichting De ovenverlichting bestuurt u zonder ge- bruik te maken van de programmafunctie. Hij is standaard ingeschakeld. Het licht is uitgeschakeld: - in de posities: 0, Pyrolyse, ECO; - als de temperatuur in de ovenruimte hoger is dan 300°C; - tijdens de pyrolyse en het afkoelen; - voordat de opwarming in het automatische programma start en nadat de automatische145 BEDIENING en halfautomatische programma's zijn be- eindigd; - in de stand-bymodus als de draaiknop op een andere positie dan 0 staat. Koelventilator Inschakeling en uitschakeling van de koel- ventilator werkt onafhankelijk van de inge- stelde functies en status van de program- mafunctie. De koelventilator schakelt in als de temperatuur in de ovenruimte hoger is dan 80°C en schakelt uit zodra de tempera- tuur lager is dan 75°C. Thermostaatsymbool Het thermostaatsymbool geeft de wer- king van de verwarmingselementen aan. Zodra een van de verwarmingselementen aanstaat, brandt het symbool. Het symbool dooft als geen van de verwarmingselemen- ten aanstaat (bv. wanneer de oven de inge- stelde temperatuur heeft bereikt en de ver- warmingselementen worden uitgeschakeld totdat de temperatuur is gedaald). Kookwekker De kookwekker is beschikbaar na een druk op de knop (tiptoets) in de stand-bymo- dus of in de actieve modus. Door het indruk- ken van gaat het symbool knipperen en de actuele stand van de afgetelde tijd wordt getoond of 0.00 als de kookwekker niet ac- tief is. Stel vervolgens met de draaiknop instellen +/- de waarde van de af te tellen tijd in. Be- vestig de ingestelde tijd met de knop (tip- toets) of door 5 seconden niets te doen. Als de kookwekker actief is (aftellen van de ingestelde tijd) toont de display het symbool

Na het aftellen naar nul klinkt het alarm van de kookwekker dat u met een willekeurige knop (tiptoets) kunt uitzetten. Zolang de kookwekker de tijd aftelt is de automatische overgang van actieve modus naar stand-bymodus geblokkeerd - het pa- neel gaat alleen automatisch naar de stand- bymodus nadat het kookwekkeralarm is uit- gezet. Ovendeur Tijdens de werking moet de ovendeur geslo- ten zijn. Als u de deur opent tijdens de werking van de oven schakelen de verwarmingsele- menten van de oven uit. Als deze toestand langer dan 60 seconden duurt, hoort u een signaal [alarm geopende deur]. U kunt het alarm uitschakelen door een willekeurige knop (tiptoets) in te drukken of de deur te sluiten. Het openen van de deur heeft geen invloed op de ingestelde temperatuur en tijd, maar als de deur langer dan 10 minuten open blijft staan, dan wist de programmaf- unctie alle instellingen en keert terug naar de stand-bymodus. Beperking van de werkingsduur Uit veiligheidsoverwegingen beschikt de oven over een beperking van de werkingsduur. Als de ingestelde temperatuur tot 100°C bedraagt, schakelt de oven na 10 uur over in de stand-bymodus. Als de ingestelde temperatuur 200°C of meer bedraagt, is de maximale werkingsduur beperkt tot 3 uur. Binnen het bereik van 101°C-199°C veran- dert de werkingsduur lineair, nl. hoe hoger de temperatuur, hoe korter de werkingsduur (tussen 3h en 10h). Inschakelen verwarmingsfunctie U schakelt de verwarmingsfunctie in door de functiedraaiknop vanaf de positie 0 op146 BEDIENING de gewenste positie te zetten. Na plaatsing van de draaiknop op de verwarmingsfunctie verschijnt op de display in plaats van de ac- tuele tijd de standaardtemperatuur die apart is gedenieerd voor elke positie in de vorm 170C. De temperatuurwaarde knippert (de helder- heid neemt af) en het symbool C brandt continu. De waarde verandert als u aan de functiedraaiknop draait. Na het aanraken van de tiptoets schakelt de oven automatisch over naar de actieve modus. Als er gedurende 10 minuten geen handeling wordt uitgevoerd, schakelt de oven over op de stand-bymodus. Door het indrukken van de knop (tiptoets) stelt u de automatische modus in. Instelling temperatuur Tijdens het kiezen van de verwarmingsfunc- tie dient de draaiknop instellingen +/- voor het wijzigen van de ingestelde temperatuur. De temperatuur verandert in stappen van 5°C binnen het vastgestelde bereik van ie- der programma. Als u de draaiknopinstellin- gen +/- langer dan 1s ingedrukt houdt, ver- andert de temperatuur in stappen van 10°C. De temperatuur wordt opgeslagen na in- drukken van de knop (tiptoets) of na 5 se- conden niets doen. De klok toont hierna de actuele tijd. Als u aan de draaiknop instellingen +/- draait, worden gedurende 2 seconden ge- toond: - naar links [-] – ingestelde temperatuur; - naar rechts [+] – temperatuur in de oven- ruimte. De temperatuur wordt zonder knipperen weergegeven, de instellingen wijzigen niet. Wijzigen temperatuurinstellingen Met een druk op de knop (tiptoets) tijdens de werking van de oven gaat u naar de modus instellingen wijzigen. Op de display knippert de temperatuurwaarde (de helder- heid neemt af) en het symbool C brandt con- tinu. Met de draaiknop instellingen +/- wijzigt u de instelling. De temperatuur wordt opge- slagen na een druk op de knop (tiptoets) . Vervolgens toont de klok de actuele tijd – als u niets doet keert de programmafunctie na 5 seconden terug naar de actieve modus. Wijziging van de parameters tijdens de werking Tijdens de werking is het mogelijk om de uitgevoerde functie te wijzigen. Als de ge- bruiker aan de functieknop draait tijdens het wijzigen van de temperatuur wordt de standaardtemperatuur voor het nieuwe pro- gramma getoond en het aftellen van de 5 seconden inactiviteit opnieuw gestart. Wan- neer de gebruiker aan de functieknop draait als de temperatuur is ingesteld, gaat het programma verder met de ingestelde tem- peratuur, behalve wanneer de nieuwe func- tie een kleiner temperatuurbereik heeft - in dat geval wordt de dichtstbijzijnde mogelijke temperatuur ingesteld.147 BEDIENING Tabel verwarmingsfuncties Functieomschrijving Uitvoering Temperatuur [

De oven is uitgeschakeld - - - *Draaispit (indien aanwezig)148 Halfautomatische werking Halfautomatische werking berust op het instellen van de tijd waarop het apparaat zichzelf uitschakelt. Het is mogelijk een tijd in te stellen van 1 minuut tot 23 uur en 59 minuten. Om de werkingstijd in te stellen, drukt u op de knop (tiptoets) in de actieve modus of nadat u de functiedraaiknop op de gewens- te positie heeft gezet. Op de display van de tijdschakelaar knippert het symbool en verschijnt gedurende 1s het opschrift dur en vervolgens de aanduiding 0.00 (of de aanduiding van de tijd tot het uitschakelen van de oven als deze functie al eerder actief was). Met de draaiknop instellingen +/- wij- zigt u de waarde van de instelling, met 5 se- conden nietsdoen verlaat u het programma zonder de actuele instellingen te wijzigen, en met de knop (tiptoets) bevestigt u de actuele instelling van de tijd tot het au- tomatisch uitschakelen van de oven. Als u na het indrukken van de toets (tiptoets) gedurende 5 seconden niets doet, schakelt de klok naar het tonen van de actuele tijd. Tijdens de halfautomatische werking brandt het symbool continu. Tijdens de halfautomatische werking kunt u de verwarmings- en temperatuurfunctie naar wens wijzigen. U kunt de halfautomatische werking deac- tiveren door de werkingstijd in te stellen op

0.00 – na het indrukken van de knop (tip-

toets) of 5s nietsdoen, schakelt de oven dan over op werking voor onbepaalde tijd. Nadat de ingestelde tijd is afgeteld, hoort u een geluid [alarm beëindiging werking]. Alle verwarmingselementen worden uitge- schakeld. U kunt het alarm op 3 manieren uitschakelen: a) Door één van de volgende handelingen BEDIENING uit te voeren: - indrukken van een willekeurige knop (tip- toets), uitgezonderd ; - veranderen van de positie van de functie- draaiknop; - aanraken van de draaiknop instellingen

- openen van de deur. Hierdoor worden alle functie- en tempe- ratuurinstellingen gewist. Ondanks de in- stelling van de draaiknop op de verwar- mingsfunctie schakelt de oven naar de stand-bymodus. b) Door de functiedraaiknop op 0 te zetten – de oven schakelt naar de stand-bymodus. c) Door op de knop (tiptoets) te drukken. Hierdoor komt u bij de instelling van de wer- kingstijd en kunt u het kookproces voortzet- ten volgens de ingevoerde parameters voor de verwarmingsfunctie en temperatuur door de tijd opnieuw in te stellen. Opmerking – in dit geval (verlenging van de eerder ingestel- de tijd tijdens het alarm aan het einde van de halfautomatisch werking) veroorzaakt de ingestelde tijd 0.00 het uitschakelen van de oven en niet werking voor onbepaalde tijd. Automatische werking Automatische werking berust op een zoda- nige programmering van de programmaf- unctie dat de oven later inschakelt en het kookproces op een ingesteld tijdstip beëin- digt. Om automatische werking in te stellen, moet u eerst de gewenste werkingstijd in- stellen (zoals bij halfautomatische werking). Na bevestiging van de werkingstijd met de knop (tiptoets) knippert het symbool , op de display verschijnt gedurende 1s de mededeling end en vervolgens verschijnt de werkingstijd (berekend als actuele tijd + ingestelde werkingsduur +1 minuut). Met de draaiknop instellingen +/- kunt u de149 BEDIENING eindtijd wijzigen. Door 5 seconden niets te doen keert u terug zonder de instellingen te veranderen. Met de knop (tiptoets) be- vestigt u de eindtijd. Na bevestiging van de eindtijd branden de symbolen en con- tinu en op de klok wordt opnieuw de actuele tijd getoond. Tijdens het aftellen tot de start van het kook- proces zijn de symbolen en verlicht. Op het moment dat het kookproces begint, werkt het symbool in overeenstemming met de staat van de verwarmingselemen- ten (volledig helder of uitgeschakeld), en de oven gedraagt zich verder als bij halfauto- matische werking. Met kunt u de ingestelde tijden bekijken en veranderen. Als u de knop (tiptoets) één- maal indrukt gaat u naar de instelling van de werkingstijd, tweemaal – naar de instelling van de eindtijd, driemaal – naar het tonen van de actuele tijd. Wijziging van de wer- kingstijd naar 0:00 veroorzaakt het wissen van de werkingstijd en de eindtijd – over- gang naar onbepaalde werkingstijd. U kunt de eindtijd veranderen binnen het bereik van (actuele tijd + werkingstijd + 1 minuut) tot (actuele tijd + werkingstijd + 10 uur). De werkingstijd (bij een ingestelde eindtijd) kunt u veranderen van 0 tot (eind- tijd – actuele tijd – 1 minuut). Zet de functiedraaiknop aan het einde van de werking op de positie 0. Kerntemperatuurmeter* U kunt de temperatuurvoeler op een wille- keurig moment in het contact steken In de stand-bymodus heeft dit geen invloed op de werking van de oven. In de bedrijfsmodus (met ingestelde functie en temperatuur) veroorzaakt het inbrengen van de kerntemperatuurmeter het knipperen (afnemende helderheid) van twee tempera- turen: de actuele temperatuur van de kern- temperatuurmeter is zichtbaar op de cijfers 1-2, de ingestelde temperatuur op de cijfers 3-4 (standaard 80). Direct na het inbrengen van de kerntempe- ratuurmeter kunt u met de draaiknop instel- lingen +/- de ingestelde temperatuur van de kerntemperatuurmeter direct veranderen. Met de knop (tiptoets) of 5 seconden niets doen wordt de actuele instelling opgesla- gen. De opgeslagen waarde van de inge- stelde temperatuur wordt zonder knipperen weergegeven. De werking van de oven verandert op de volgende wijze: Als de temperatuur van de kerntempera- tuurmeter lager is dan de ingestelde tempe- ratuur van de kerntemperatuurmeter houdt de thermostaat de eerder ingestelde oven- temperatuur in de ovenruimte in stand. Als de temperatuur van de kerntempera- tuurmeter de ingestelde waarde bereikt: - schakelen de verwarmingselementen uit;

- hoort u het alarm van de kerntemperatuur- meter. U kunt het alarm van de kerntemperatuur meter uitschakelen op dezelfde manier als het alarm van het halfautomatische pro- gramma: - door de draaiknop instellingen +/- naar + te draaien wordt het alarm gewist en de nieu- we temperatuurwaarde van de kerntempe- ratuurmeter ingesteld; - elke andere actie annuleert het alarm en zorgt voor overschakeling naar de stand- bymodus. Het gebruik van de kerntemperatuurmeter blokkeert automatische en halfautomati- sche werking. Het inbrengen van de kern- temperatuurmeter wist eerder ingestelde werkingstijden. Het gebruik van de kerntem- peratuurmeter heeft geen invloed op de *Bepaalde modellen150 BEDIENING gebruikte functie en de temperatuur van de ovenruimte. Als de kerntemperatuurmeter al in de stand- bymodus of de actieve modus in het contact is gestoken, verloopt de bediening van de oven ongewijzigd, totdat de functie en oven- temperatuur zijn bevestigd. Zodra de tem- peratuur is bevestigd, begint de oven met verwarmen, maar in plaats van het weerge- ven van de actuele tijd gaat hij direct naar het weergeven en bevestigen van de instel- lingen van de kerntemperatuurmeter. Wanneer u de kerntemperatuurmeter ver- wijdert voordat de ingestelde temperatuur is bereikt, blijft de oven continu werken. Bij een geplaatste kerntemperatuurmeter ziet het bekijken en wijzigen van de tempe- ratuur er als volgt uit: - de draaiknop instellingen +/-veroorzaakt kortstondige weergave van de temperatuur in de ovenruimte, daarna keert hij terug naar het tonen van de temperatuur van de kern- temperatuurmeter. - door éénmaal indrukken van de knop (tip- toets) gaat u naar wijziging van de instel- ling van de oventemperatuur; - door het indrukken van tijdens het wijzi- gen van de instellingen van de oventempe- ratuur, worden deze opgeslagen en gaat u door naar de instellingen van de tempera- tuur van de kerntemperatuur. Vleessoort Temperatuur [°C] Varkensvlees 85 - 90 Rundvlees 80 - 85 Kalfsvlees 75 - 80 Lamsvlees 80 - 85 Wild 80 - 85 Temperatuur voor de kerntemperatuurmeter Opgelet: Gebruik uitsluitend de kerntempe- ratuurmeter die is meegeleverd met de oven. Pyrolyse Tijdens de pyrolysefunctie wordt de knippe- rende waarde P2.00 getoond en brandt het symbool . Met de draaiknopinstellingen +/-kunt u de waarde veranderen binnen het bereik 2.00 - 2.30 - 3.00. Het pyrolysepro- gramma start door aan te raken of gedu- rende 20 seconden niets te doen. Het pyrolyseprogramma is een speciaal pro- gramma met extra vereisten. In de eerste stap wordt de status van de deur gecontroleerd: Als de deur openstaat, knippert het symbool en wacht de oven max. 10 minuten op het sluiten van de deur. Als dit niet gebeurt, wordt het programma geannuleerd. Als de deur is gesloten gaat het symbool branden en wordt de deur vergrendeld. Na vergrendeling van de deur brandt het sym- bool en start het automatische program- ma met een duur van 2.00 – 2.30 – 3.00, af- hankelijk van uw keuze tijdens de instelling. In plaats van de actuele tijd wordt de tijd tot het einde van het programma getoond.151 BEDIENING Een uur voor het verstrijken van de inge- stelde tijd worden de verwarmingselemen- ten uitgeschakeld, de temperatuurinstelling verandert in ---C en de oven start de koel- cyclus. Als de oven is afgekoeld tot 150°C begint het ontgrendelen van de deur. Ontgrende- ling van de deur wordt gesignaleerd doordat het symbool dooft. Na ontgrendeling van de deur eindigt het programma op dezelfde wijze als het halfautomatische programma, zonder de mogelijkheid van "afbakken". Bij pyrolyse is het niet mogelijk om tijdens het programma de instellingen te wijzigen, noch om het programma voort te zetten met dezelfde instellingen. U kunt echter wel de instellingen en de actuele temperatuur bekij- ken. Na het uitzetten van het alarm gaat de programmafunctie altijd over naar de stand- bymodus. ATTENTIE: De ovendeur is uitgerust met een vergrende- ling die het openen van de deur tijdens het proces onmogelijk maakt. Maak de deur niet open om te voorkomen dat het reinigingspro- ces wordt onderbroken. Als de pyrolyse wordt onderbroken door een stroomstoring, gaat de programmafunctie over op de koelmodus en opent vervolgens de deur – net als tijdens de laatste 60 minu- ten van het normale programma. Als de pyrolyse wordt onderbroken doordat de draaiknop op een andere positie wordt gezet (inclusief 0), dan schakelt de oven niet uit en voert ook de nieuwe instellingen niet uit, maar gaat over op de koelmodus en het openen van de deur zoals hierboven beschreven. Na het ontgrendelen van de deur schakelt de oven over naar de stand- bymodus. Als u tijdens het starten van de pyrolyse de deur opent voor dat hij vergrendeld wordt, dan reageert de programmafunctie met het signaal [alarm geopende deur], wist het py- rolyseprogramma en ontgrendelt de deur (als boven). Lees voordat u de pyrolytische reiniging inschakelt het hoofdstuk "Reiniging en on- derhoud". Foutcodes Wanneer er fouten zijn gedetecteerd, wordt het programma onderbroken en verschijnt een foutcode op de display: E1 - temperatuursensor ontbreekt, u kunt de oven niet gebruiken. E2 - kortsluiting of beschadiging van de tem- peratuursensor, u kunt de oven niet gebrui- ken. E3 - programmafunctie oververhit, u kunt de oven niet gebruiken totdat hij is afgekoeld. E4 - fout kerntemperatuurmeter – de fout verdwijnt als de kerntemperatuurmeter is verwijderd. U kunt de oven gebruiken met programma's zonder kerntemperatuurme- ter. E5 - verkeerd geplaatste temperatuurvoeler of kortsluiting in het circuit van de tempera- tuurvoeler. E6 - temperatuur in de ovenruimte is hoger dan 320°C bij andere functies dan pyrolyse of beschadiging van de temperatuursensor, u kunt de oven niet gebruiken. Prob - de kerntemperatuurmeter is inge- bracht tijdens pyrolyse.152 BEDIENING Principes van de werking van een inductieveld De elektrische generator voedt de spoel die in het apparaat is geplaatst. Deze spoel genereert een magnetisch veld dat wordt door- gegeven aan het kookgerei. Het magnetische veld veroorzaakt dat het kookgerei opwarmt. Dit systeem vereist het gebruik van kookgerei dat gevoelig is voor de werking van een mag- netisch veld. De inductietechnologie heeft twee grote voordelen: ● de warmte wordt uitsluitend door het kookgerei overgedragen, het is mogelijk de warmte maximaal aan te wenden; ● het warmtetraagheidsverschijnsel treedt niet op, omdat het kookproces automatisch begint op het moment dat het kookgerei op de kookplaat wordt gezet en eindigt, zodra hij weer van de kookplaat wordt afgehaald. Bij normaal gebruik van de inductiekookplaat kunt u verschillende geluiden horen die geen invloed hebben op de werking van de kookplaat. ● Fluittoon met een lage frequentie. Dit geluid hoort u wanneer het kookgerei leeg is. Zodra u het gerei vult met water of een gerecht stopt het. ● Fluittoon met een hoge frequentie. Dit geluid ontstaat bij maximaal vermogen in kookgerei dat is opgebouwd uit meerdere lagen van verschillende materialen. Dit geluid is ook hoorbaar wanneer u tegelijkertijd twee of meer kookzones op maximaal vermogen gebruikt. Het geluid verdwijnt of wordt minder intensief zodra u het vermogen verlaagt. ● Krakend geluid. Dit geluid ontstaat in kookgerei dat is opgebouwd uit meerdere lagen van verschillende materialen. De intensiteit van het geluid hangt af van de kookwijze. ● Zoemend geluid. Dit geluid ontstaat tijdens de werking van de koelventilator voor de elektronische componenten. De geluiden die hoorbaar kunnen zijn bij juiste exploitatie worden veroorzaakt door de wer- king van de koelventilator, de afmetingen van het kookgerei en het materiaal waarvan het is gemaakt, de bereidingswijze van het gerecht en het toegepaste vermogen. Deze geluiden zijn een normaal verschijnsel en betekenen niet dat de kookplaat defect is.153 BEDIENING De display toont het symbool als er geen pan of een ongeschikte pan op de ko- okzone staat. De kookzone schakelt niet in. Indien binnen 1 minuten geen pan wordt gevonden, dan wordt het inschakelproces van de kookplaat beëindigd. U schakelt de kookzone uit met behulp van de tiptoets en niet door alleen de pan te verwijderen. Pandetectie in de inductiekookzone Pandetectie is geïnstalleerd in kookplaten met inductiekookzones. Tijdens de werking van de kookplaat schakelt de pandetectie de warmteafgifte in de kookzone automatisch in of uit op het moment dat er een pan op wordt geplaatst, respectievelijk weggenomen. Dit zorgt dus voor energiebesparing.

  • De display toont het warmteniveau als de kookzone wordt gebruikt in combinatie met een geschikte pan.
  • Inductiekoken vereist het gebruik van aangepaste pannen met een bodem van magnetisch materiaal (zie de tabel). De pandetectie werkt niet als in-/uitschakelaar van de kookplaat. Zorg ervoor dat u bij het in- en uitschakelen en bij het instellen van het vermogensni- veau altijd maar één tiptoets tegelijk aanraakt. Als u meerdere tiptoetsen tegelijkertijd aanraakt (uitgezonderd de klok en de sleutel), negeert het systeem de ingevoerde besturingssignalen. Bij langdurig aanraken klinkt het foutsignaal. Schakel de kookzones na aoop van het gebruik uit met de regelaar, vertrouw niet op de pandetectie. De inductiekookplaat is uitgerust met sensors die worden geactiveerd door met de vinger een gemerkt oppervlak aan te raken (tiptoetsen). Elke aanraking van een tiptoets gaat gepaard met een geluidssignaal. Veiligheidsinrichting: Bij juiste installatie en correct gebruik van de kookplaat is slechts zelden een veiligheidsin- richting noodzakelijk. Ventilator: dient voor bescherming en koeling van de besturings- aan aandrijvingsonderdelen. Hij werkt automatisch met twee verschillende snelheden. De ventilator gaat werken zodra u de kookzones uitschakelt en werkt bij een uitgeschakelde kookplaat totdat het elektrische systeem voldoende is afgekoeld. Transistor: De temperatuur van de elektronische onderdelen wordt doorlopend gemeten met een sensor. Als de temperatuur op gevaarlijke wijze stijgt, verlaagt dit onderdeel auto- matisch het vermogen van de kookzone of schakelt de kookzones uit die zich het dichtst bij de oververhitte elektronische onderdelen bevinden. Detectie: pandetectie maakt de werking van de kookplaat en daarmee de verwarming mo- gelijk. Kleine voorwerpen die op de kookzone worden gelegd (bv. een lepeltje, mes, ring ...) worden niet herkend als pan en de kookplaat schakelt niet in.154 BEDIENING Basisvoorwaarde voor de goede werking en e󰀩ciëntie van de kookplaat is het gebruik van de juiste kwaliteit pannen. Kenmerken van het kookgerei. ● Gebruik altijd kookgerei van hoge kwaliteit met een perfect vlakke bodem. Zo voorkomt u het ontstaan van punten met een te hoge temperatuur waar voedingsmiddelen tijdens het koken aan vast kunnen kleven.Pannen en koekenpannen met dikke, metalen wanden zorgen voor uitstekende verspreiding van de warmte. ● Zorg ervoor dat de bodem van het kookgerei droog is. Controleer na het vullen, of wanneer u een pan gebruikt die in de koelkast heeft gestaan, of de oppervlakte volledig droog is voordat u het kookgerei op de kookplaat zet. Hierdoor voorkomt u verontreiniging van de oppervlakte van de kookplaat. ● Het deksel verhindert dat de warmte ontsnapt, waardoor de kooktijd korter wordt en u minder energie verbruikt. ● Om vast te stellen of het kookgerei geschikt is, moet u controleren of de bodem een magneet aantrekt. ● Voor een optimale temperatuurcontrole door de inductiemodule moet de bodem van het kookgerei vlak zijn. ● Een holle bodem of een diep ingeslagen logo van de producent hebben een negatieve invloed op de temperatuurcontrole door de inductiemodule en kunnen oververhit- ting van het kookgerei veroorzaken. ● Gebruik geen beschadigd kookgerei bv. met een bodem die door te hoge temperaturen is gedeformeerd. ● Bij toepassing van groot kookgerei met een ferromagnetische bodem waarvan de diameter kleiner is dan de totale diameter van het kookgerei, wordt uitsluitend het ferromagnetische deel van het kookgerei verhit. Hierdoor ontstaat de situatie dat de warmte zich ongelijkmatig door het kookgerei verspreidt. Het ferromagnetische oppervlak wordt in de bodem van het kook- gerei verminderd vanwege de aluminium elementen die erin zijn geplaatst, daardoor kan de geleverde hoeveelheid warmte lager zijn. Er kunnen ook problemen optreden met het detecteren van het kookgerei, of het gerei wordt helemaal niet gedetecteerd. De diameter van het ferromagnetische deel van het kookgerei moet passen bij de doorsnede van de kookzone om de beste kookresultaten te bereiken. Wan- neer het kookgerei niet wordt ontdekt op de door u gekozen kookzone, probeer dan een kookzone met een kleinere diameter. Keuze van het kookgerei voor het koken op een inductiekookzone155 BEDIENING Markering van keuken- gerei Controleer of zich op het etiket een symbool bevindt, dat aangeeft dat de pan geschikt is voor inductiekookplaten Gebruik magnetische pannen (van geëmailleerd staal, ferritisch roestvast staal, gietijzer), u kunt dit controleren door een magneet tegen de onderkant van de pan te houden (die moet vastkleven). RVS Aanwezigheid pan niet ontdekt Uitgezonderd pannen van ferromagnetisch staal Aluminium Aanwezigheid pan niet ontdekt Gietijzer Bijzonder geschikt Opgelet: de pannen kunnen krassen op de kookplaat veroorzaken Geëmailleerd staal Bijzonder geschikt Aanbevolen worden pannen met een dikke, vlakke en gladde bodem Glas Aanwezigheid pan niet ontdekt Porselein Aanwezigheid pan niet ontdekt Pannen met een kope- ren bodem Aanwezigheid pan niet ontdekt Gebruik voor inductiekoken uitsluitend ferromagnetisch kookgerei van materialen als: ● geëmailleerd staal ● gietijzer ● kookgerei van roestvrij staal dat geschikt is voor inductiekoken. De grootte van het kleinste bruikbare kookgerei voor een kookzone is: De minimumdiameters voor kookgerei gemaakt van andere materialen dan geëmailleerd staal kunnen variëren. De diameter van de kook- zone De minimale diameter van de panbodem in geëmaille- erd staal (mm) (mm)

BEDIENING [3] Kookzone linksvoor Ø 210 mm 2,0 kW / 3,0 kW [4] Kookzone linksachter Ø 160 mm 1,2 kW / 1,4 kW [5] Kookzone rechtsachter Ø 210 mm 2,0 kW / 3,0 kW [6] Kookzone rechtsvoor Ø 160 mm 1,2 kW / 1,4 kW De kookzones hebben een variërend verwar- mingsvermogen. Het verwarmingsvermogen kan stapsgewijs worden gereguleerd door de draaiknop naar links of naar rechts te draaien. Als de kookplaat is uitgeschakeld dan zijn alle kookzones uitgeschakeld en de displays zijn donker. Verwar- mingsvermo- gen Gebruik 0 Uitgeschakeld. Gebruikmaken van de restwarmte 1-2 Opwarmen van warme gerechten. Langzaam koken van kleinere porties 3 Langzaam koken bij laag vermogen 4-5 Langdurige bereiding van grotere porties en het bakken van grotere porties 6 Bakken, braden 7-8 Bakken 9 Start van de bereiding van gerechten, bakken A Automatische startinstelling P Boosterfunctie (versneld koken) Inschakelen van de kookplaat

  • Schakel de kookzone in met behulp van de draaiknop op het bedieningspaneel.
  • De symbolen bij de draaiknoppen geven aan welke kookzone door de knop wordt aangestuurd.
  • U kunt meteen het gewenste verwarmings- vermogen instellen (1-9).
  • Het ingestelde verwarmingsvermogen wordt ook getoond op de display van de kookplaat. De displays doven 10 seconden nadat alle kookzones zijn uitgeschakeld.

BEDIENING Restwarmteindicator De kookplaat is ook uitgerust met een rest- warmteindicator “H”. Zelfs als de kookzone niet direct wordt verwarmd, neemt hij warmte op van de bodem van de pan. Zolang het symbool “H” zichtbaar is op de display, kunt u de restwarmte gebruiken voor het verwar- men van pannen of het smelten van vet. Als de indicator is gedoofd, kunt u de kookzone aanraken. Besef wel dat hij dan nog niet is afgekoeld tot omgevingstemperatuur. Attentie! Bij het ontbreken van spanning brandt de restwarmteindicator niet. Automatische vermindering van het ver- mogen Alle vier de kookzones zijn uitgerust met een speciaal mechanisme dat het mogelijk maakt om de werking van elk van de kookzones te starten bij maximaal verwarmingsvermogen, onafhankelijk van het ingestelde vermogen. Na zekere tijd keert het verwarmingsver- mogen terug naar het ingestelde vermogen (van 1 tot 8). Om gebruik te maken van deze functie is het voldoende om het vermogen te kiezen waarmee het gerecht moet worden klaargemaakt of waarnaar de kookzone moet terugkeren. Automatische vermindering van het vermo- gen is nuttig wanneer ...

  • de gerechten aan het begin van hun bereiding koud zijn en ze sterk verhit moeten worden, om vervolgens bij laag verwarmingsvermogen verder verwarmd te worden, waarbij het niet noodzakelijk is om ze steeds te controleren (bv. rundvle- esragout). Blokkade Door het activeren van de kinderbeveiliging kunt u elk gebruik van de kookzones onmoge- lijk maken. Op die manier zorgt de beveiliging voor bescherming van uw kinderen. Activering kinderbeveiliging ● U kunt het kinderslot activeren als alle draaiknoppen op de positie "0" staan. ● Draai de knoppen [3] en [6] tegelijkertijd naar links en houd ze gedurende 3 secon- den vast. Op alle displays verschijnt het symbool "L". Het kinderslot is ingescha- keld. ● Het draaien aan een willekeurige draai- knop van de kookplaat veroorzaakt dat het symbool “L” op alle displays ver- schijnt. Uitschakelen kinderbeveiliging ● Draai de knoppen [3] en [6] tegelijkertijd naar rechts tot de positie "P" en houd beide knoppen gedurende 1 seconde in deze stand. Draai beide knoppen vervolgens terug naar de positie "0". Het kinderslot- symbool "L" verdwijnt van het display en het kinderslot is uitgeschakeld. Attentie! Na afsluiting van het lichtnet is de blokkade actief158 Aanwijzingen:
  • Indien de draaiknop zich direct na de keuze van automatische vermindering van het vermogen in de positie “0” bevindt (dat wil zeggen dat er geen verwarmingsver- mogen is gekozen), schakelt de automa- tische vermindering van het vermogen na 3 seconden uit.
  • Als u de pan van de kookzone neemt en hem binnen 10 minuten opnieuw op dezelfde kookzone plaatst, wordt het ingestelde automatisch verminderen van het vermogen niet geannuleerd. De tijd dat de kookzone op maximaal vermo- gen werkt, hangt af van het gekozen vermo- gensniveau. Na verloop van die tijd schakelt hij terug naar dat niveau. Niveau verwarmingsver- mogen Tijdsduur van de automatische ver- mindering van het vermogen (sec)

Automatische vermindering van het vermo- gen is niet nuttig wanneer ...

  • u gerechten braadt of stooft die gekeerd of geroerd moeten worden, of waaraan water moet worden toegevoegd;
  • u noedels of pasta kookt in een grote hoeveelheid water;
  • u gerechten klaarmaakt die lang gekookt moeten worden in de snelkookpan. Inschakelen van de automatische verminde- ring van het vermogen:
  • Zet de draaiknop in de positie “A” en draai hem vervolgens terug naar het gewenste vermogensniveau. De display toont afwis- selend het symbool “A” en het gekozen vermogensniveau. Nadat de verwarmings- tijd met verhoogd vermogen (bv. 5) is verstreken, keert de kookzone terug naar het gekozen verwarmingsvermogen dat nu continu door de display getoond wordt. Op het display Op het display BEDIENING159 BEDIENING Beperking van de werkingsduur Om de feilloze werking van de kookplaat te vergroten, is hij uitgerust met een beperking van de werkingsduur voor elk van de kook- zones. De maximale werkingsduur wordt vastgesteld op grond van het laatst gekozen vermogensniveau. Als u het vermogensniveau gedurende langere tijd (zie tabel) niet verandert, wordt de bijbehorende kookzone automatisch uitgeschakeld en de restwarmteindicator ingeschakeld. U kunt echter op ieder moment de respectievelijke kookzones inschakelen en bedienen volgens de gebruiksaanwijzing. Boosterfunctie “P” De boosterfunctie is gebaseerd op het ver- hogen van het vermogen van de zone ø 210 - van 2000W tot 3000W zone ø 160 - van 1200W tot 1400W. U schakelt de boosterfunctie in door de draaiknop in de positie “P” te plaatsen en gedurende 3 sec. vast te houden. Op de indicator van de kookzone verschijnt de letter “P” als teken dat de functie is ingeschakeld. U schakelt de boosterfunctie uit door de draaiknop in een andere positie te zetten bij een actieve inductiekookzone of nadat u de pan van de inductiekookzone heeft gehaald. Voor de kookzone Ø 210 is de werkings- duur van de boosterfunctie beperkt tot 5 minuten. Na de automatische uitschake- ling van de boosterfunctie verwarmt de kookzone verder volgens het normale vermogen. De boosterfunctie kan opnieuw worden ingeschakeld, onder voorwaarde dat de temperatuurvoelers in de elektronische systemen en de spoelen dit toelaten. Als u de pan verwijdert van de kookzone als de boosterfunctie is ingeschakeld, dan blijft deze functie actief en wordt het aftellen van de tijd voortgezet. Indien tijdens de werking van de booster- functie de temperatuur (van het elektro- nische systeem of de spoel) wordt over- schreden, dan wordt de boosterfunctie automatisch uitgeschakeld. De kookzone keert terug naar het normale vermogen. Twee verticaal geplaatste kookzones vor- men een paar. Bij ingeschakelde boosterfunctie is het totale vermogen te groot. Het vermogen van de tweede zone uit het paar wordt automatisch gereduceerd. Niveau verwar- mingsvermogen Maximale wer- kingsduur (min)

P 5 Om energie te besparen een wordt het vermogensniveau "9" na 30 minuten auto- matisch verlaagd naar vermogensniveau "8". De kooktijd verandert niet.160 Om de grill aan te schakelen moet u: de draaiknop van de oven op de stand de oven ongeveer 5 minuten verwarmen (met gesloten deur) de bakplaat met het gerecht op het ge- paste niveau plaatsen, en als u gebruikt maakt van het spit een bakplaat voor het druipende vet vlak onder het spit plaats- en. de deur van de oven sluiten. BEDIENING Gebruik van de grill Tijdens het grillproces ondergaan de gerech- ten de inwerking van infrarood dat uitgezon- den wordt door het verhitte verwarmingsele- ment van de grill. Opgelet! Tijdens het grillen moet de deur van de oven gesloten zijn. Als de grill gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden. Laat geen kinderen bij de oven komen. Voor de grillfunctie en supergrill moet de temperatuur ingesteld worden op 220ºC, en voor de functie grill met ventila- tor op maximum 190ºC.161

BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPS

Gebak het is aan te raden om gebak te bereiden op de bakplaten die deel uitmaken van de uitrusting van het fornuis, gebak kan bereid worden in bakvormen of bakplaten die op het droogrekje geplaatst moeten worden. Voor gebak worden best zwarte bakvormen gebruikt omdat deze beter de warmte geleiden en de baktijd verkorten. we raden af om bakvormen en bakplaten met een helder en blinkend oppervlak te gebruiken wanneer u gebruik maakt van de conventionele verwarmfunctie (verwar- mingselementen bovenaan + onderaan). Bij dit soort bakvormen wordt de onderkant van het gebak niet goed doorbakken. als u gebruik maakt van de functie voor heteluchtcirculatie moet u de oven niet voor- verwarmen. Voor de andere verwarmingsfuncties moet de ovenkamer voorverwarmd worden voordat u het gebak erin plaatst, voordat u het gebak uit de oven neemt, kunt u de kwaliteit ervan controleren met een houten stokje (als het gebak gelukt is, blijft het stokje droog en zuiver wanneer u het erin steekt), het is aangeraden om het gebak nog ong. 5 min. in de oven te laten nadat u de oven uitgeschakeld heeft. de baktemperaturen bij gebruik van de functie voor heteluchtcirculatie zijn normaal gezien ong. 20-30 graden lager dan bij conventioneel bakken (met gebruik van de verwarmingselementen bovenaan en onderaan), de parameters voor gebak in tabel geven enkel aanwijzingen en kunnen gecorrigeerd worden volgens uw eigen ervaring en culinaire smaak, indien de informatie in kookboeken duidelijk afwijkt van de waarden in de handleiding van het fornuis, laat u zich best leiden door de richtlijnen in de handleiding. Vlees braden in de oven kunnen porties vlees van meer dan 1 kg bereid worden. Kleinere stukken worden beter op de gasbranders van het fornuis bereid. bij het braden worden best vuurvaste schotels gebruikt. Ook de handgrepen van deze schotels moeten bestand zijn tegen hoge temperaturen. bij braden op het droogrekje of op het rooster wordt er best een braadplaat met een kleine hoeveelheid water op het laagste niveau geplaatst. het vlees wordt best minstens éénmaal halverwege de braadtijd omgedraaid op zijn andere zijde. Tijdens het bakken moet het vlees ook af en toe overgoten worden met de saus die ontstaat bij het braden of met heet, zout water. Het vlees mag niet met koud water overgoten worden.162

BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPS

Verwarmingsfunctie ECO-hetelucht bij gebruik van de functie ECO-hetelucht start een optimale verwarmingswijze die bedoeld is om energie te besparen tijdens het bereiden van gerechten; het is niet mogelijk om de kooktijd te verkorten door hogere temperaturen in te stellen; wij raden ook af om de oven voor te verwarmen; tijdens het koken mag u de temperatuurinstellingen niet wijzigen en de deur niet openen. Aanbevolen parameters bij gebruik van de functie ECO-hetelucht Soort gebak gerecht Functies van de oven Temperatuur (

BAKKEN IN DE OVEN - PRAKTISCHE TIPS Indien niet anders vermeld gelden deze tijden voor een onverwarmde ovenruimte. Voor een voorver- warmde oven moet u deze tijden met 5-10 minuten verkorten.

Verwarm de lege oven voor

De opgegeven tijden gelden voor gerechten in kleine vormen Attentie: De parameters uit de tabel zijn ter oriëntatie en u kunt ze aanpassen aan de hand van uw eigen ervaringen en culinaire preferenties. Oven met gedwongen luchtcirculatie (verwarmingselement hetelucht + ventilator) Bereidingswijze gerecht Functie van de oven Temperatuur (

Baktijd (min.) Kleine taart Bakblik 3 155

Bakblik Bakplaat 2 + 4

Bakblik Bakplaat 2 + 4

Vetvrij biscuit- deeg Rooster + springvorm met zwarte coating Ø 26 cm 2 170 - 180

Appeltaart Rooster + twee springvormen met zwarte coating Ø 20 cm

de vormen als volgt op het rooster plaatsen: rechtsachter en linksvoor

Verwarm de lege oven voor, de functie snel voorverwarmen niet gebruiken met 5 minuten.165 TESTGERECHTEN. In overeenstemming met de norm EN 60350-1. Soort gerecht Accessoires Niveau Verwar- mingsfunc- tie Temperatuur

Tijd (min.) Toast van witbrood Rooster 4 220

Rundvleesbur- gers Rooster + bakplaat (voor het opvangen van lekkende vleessappen)

Verwarm de lege oven voor door hem 8 minuten aan te zetten, de functie snel voorverwarmen niet gebruiken. Soort gerecht Accessoires Niveau Verwar- mingsfunc- tie Temperatuur

Tijd (min.) Hele kip Rooster + bakplaat (voor het opvangen van lekkende vleessappen)

Rooster + bakplaat (voor het opvangen van lekkende vleessappen)

Bakken Indien niet anders vermeld gelden deze tijden voor een onverwarmde ovenruimte. Voor een voorver- warmde oven moet u deze tijden met 5-10 minuten verkorten.166

REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUIS

De zorg waarmee de gebruiker het fornuis reinigt en onderhoudt, heeft een belangrijke invloed op zijn levensduur en probleemloze werking. Voor de reiniging moet de oven uitge- schakeld worden. Let er hierbij op dat alle draaiknopen in de stand “”/“0” staan. De oven mag pas gereinigd worden als hij afgekoeld is. Reiniging na elk gebruik

  • Licht, niet aangebrand vuil moet ver- wijderd worden met een vochtige doek zonder reinigingsmiddel. Bij gebruik van een afwasmiddel kan er een blauwach- tige verkleuring ontstaan. Hardnekkige vlekken laten zich niet altijd verwijderen bij de eerste reiniging, zelfs bij gebruik van een speciaal reinigingsmiddel.
  • Sterk aangekoekt vuil moet verwij- derd worden met een schraper. Daar- na moet het oppervlak gereinigd wor- den met een vochtige doek. Schraper om de kookplaat te reinigen Oven ● De oven moet na elk gebruik gereinigd worden. Bij de reiniging moet de verlichting aangeschakeld worden, zodat u beter de werkruimte ziet. ● De kamer van de oven mag enkel met warm water met een beetje afwasmiddel gereinigd worden. ● Stoomreiniging – Steam Clean: - giet 0,25l water (1 glas) in een komme- tje dat u op het eerste niveau van onder in de oven plaatst, - sluit de deur van de oven, - stel de temperatuurknop in op stand 50ºC, en de functieknop op de functie verwarmingselement onderaan , - warm de ovenkamer ongeveer 30 mi- nuten op, - open de deur van de oven, reinig de binnenkant van de oven met een doek of sponsje en was de oven daarna uit met warm water met afwasmiddel. ● Wrijf na het wassen de ovenkamer droog. Opgelet! Gebruik geen schurende reinigings- middelen voor het reinigen en onder- houden van de glazen voorzijde.167

REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUIS

Vervanging van de halogeenlamp van de ovenverlichting Zorg ervoor dat het apparaat is losge- koppeld van het lichtnet voordat u de halogeenlamp gaat vervangen. hiermee voorkomt u elektrische schokken.

1. Koppel de stroomvoorziening van de

2. Verwijder de bakblikken en roosters uit de

3. Als de oven is uitgerust met telescoopge-

leiders moet u deze verwijderen.

4. Gebruik een platte schroevendraaier om

de klem van het kapje van de lamp los te maken, verwijder het kapje en maak het schoon. Droog het zorgvuldig af.

5. Verwijder het halogeenlampje door het

naar beneden te schuiven. Gebruik hiervoor een doekje of papier. Vervang het halogeen- lampje indien nodig door een nieuwe G9 - spanning 230V - vermogen 25W

6. Plaats het halogeenlampje voorzichtig in

7. Plaats het lampenkapje

Ovenverlichting Ovens die zijn aangeduid met de let- ter D zijn uitgerust met eenvoudig te verwijderen zijwandgeleiders voor de ovenroosters. Om deze te verwijderen zodat u ze kunt schoonmaken, moet u met een inbussleutel maat 4 de schroe- ven losdraaien van de houders die de zijwandgeleiders bevestigen. Monteer de geleiders in de ovenruimte nadat u ze heeft schoongemaakt. Voordat u ze vastschroeft, moet u controleren of de bevestigingshouders zich in de openingen in de zijwand van de oven bevinden. Verwijderen van de zijwandgeleiders168

REINIGING EN ONDERHOUD VAN DE OVEN

Attentie! Tijdens het pyrolytische reinigingsproces kan het fornuis bijzonder heet worden. Het buitenoppervlak van het fornuis kan daardoor heter worden dan normaal. Zorg er daarom voor dat er zich geen kinderen in de buurt van het fornuis bevinden. Zorg voor een goede ventilatie van de keuken vanwege de dampen die tijdens het proces ontstaan. Pyrolytische reiniging De oven warmt op tot een temperatuur van circa 480

Om veiligheidsredenen blijft de deur tij- dens het hele proces geblokkeerd. Indien de deur toch moet worden geopend, moet de noodprocedure worden toegepast. Vóór inschakeling van de pyrolytische reiniging. ● Verwijder sterke verontreinigingen uit de ovenruimte. ● Maak de binnenoppervlakte van de oven schoon met een vochtig doekje. ● Handel volgens de aanwijzingen. Tijdens het reinigingsproces. De grill- en bakresten worden omgezet in eenvoudig te verwijderen as die u na beëin- diging van het proces wegveegt of afneemt met een vochtig doekje. ● Laat geen doekjes in de buurt van de verwarmde oven liggen. ● Schakel de kookplaat niet in. ● Schakel de verlichting van de oven niet in. ● De ovendeur is uitgerust met een blok- kade die het openen van de deur tijdens het proces onmogelijk maakt. Maak de deur niet open om te voorkomen dat het reinigingsproces wordt onderbroken. Attentie! Verwijder alle accessoires uit de ovenruimte (bakplaten, droogrekjes, zijwandgeleiders, telescoopgeleiders). Accessoires die zich tijdens het pyrolyseproces in de ovenruimte bevinden, raken onherstelbaar beschadigd. Pyrolytisch reinigingsproces: ● Sluit de ovendeur. ● Handel volgens de aanwijzingen uit het hoofdstuk Pyrolytische reiniging. Attentie! Wanneer een hoge temperatuur heerst in de ovenruimte (hoger dan bij normaal gebruik) dan blijft de deur geblokkeerd. Na afkoeling kunt u de deur openen en de as verwijderen met een zacht, vochtig doekje. Monteer de zijwandgeleiders en de andere accessoires. De oven is klaar voor gebruik.169 Wegnemen van de deur Om gemakkelijker toegang te hebben tot de ovenkamer en die te reinigen, kunt u de deur wegnemen. Hiervoor moet u de deur openen en de beveiliging op het scharnier naar boven klappen (g. A). Doe de deur lichtjes toe, hef ze op en neem ze naar voor toe uit. Om de deur opnieuw te monteren gaat u omgekeerd te werk. Bij het monteren moet u erop letten dat de uitsparing op het scharnier correct op de uitstulping van de scharnierhouder geplaatst is. Plaats altijd de beveiliging terug nadat u de deur terug gemonteerd hebt en druk ze goed aan. Als u de beveiliging niet correct terugplaatst, kan het scharnier beschadigd raken wanneer u de deur probeert te sluiten. Wegnemen van de deur Verwijderen van de binnenruit

1. Maak de schroeven die zich in de boven-

rand van de deur bevinden los met een kruiskopschroevendraaier (afb. B).

2. Duw met behulp van een platte schroe-

vendraaier de bovenrand van de deur los, terwijl u hem aan de zijkanten voor- zichtig oplicht (afb. B, C).

3. Trek de binnenruit uit de houder (in het

onderste deel van de deur). Neem de middenruit weg. (Fig. D). Attentie! Gevaar voor beschadiging van de bevestiging van de ruit. De ruit eruit schuiven, niet optillen.

4. Was de ruit met warm water en een klein

beetje reinigingsmiddel. Ga omgekeerd te werk om de ruit op- nieuw te monteren. Het gladde deel van de ruit moet zich bovenaan bevinden. Verwijderen van de binnenruit

Periodieke controle Naast het lopende onderhoud en reiniging van het fornuis moet u ook: regelmatig de werking van de bedienings- elementen en de werkende onderdelen van het fornuis controleren. Na het ver- strijken van de garantieperiode moet u ten minste één maal per twee jaar een technische controle van het fornuis laten uitvoeren door een onderhoudsdienst, de vastgestelde gebreken verhelpen, een regelmatig onderhoud van de wer- kende onderdelen van het fornuis uitvoe- ren. Opgelet! Alle herstellingen en instellingen moeten uitgevoerd worden bij een erkende onderhoudsdienst of door een erkend installateur met gepaste kwalicaties.171

HANDELSWIJZE BIJ PROBLEEMSITUATIES

Bij probleemsituaties moet u: de werkende onderdelen van het fornuis uitschakelen de elektrische voeding ontkoppelen een herstelling aanvragen sommige kleine problemen kan de gebruiker zelf oplossen met behulp van de aanwijzin- gen in de tabel hieronder. Controleer opeenvolgend alle punten in de tabel voordat u de onderhouds- of klantendienst contacteert. PROBLEEM OORZAAK HANDELSWIJZE 1.De elektrische uitrusting werkt niet stroompanne controleer de zekering van de huisinstallatie, vervang de doorgebrande zekering

2. De display van de pro-

grammator geeft het uur “0.00” aan het toestel werd van het stroomnet ontkoppeld of er was een tijdelijke stroom- panne stel het uur in (zie Gebrui- kershandleiding van de programmator)

3. De verlichting van de

oven werkt niet losgekomen of beschadigd lampje draai het lampje aan of vervang het doorgebrande lampje (zie hoofdstuk Reini- ging en onderhoud) 4.Een kookzone schakelt uit en op de display verschijnt de letter „H” beperking van de werkings- duur schakel de kookzone opnieuw

niet op, terwijl de kookzones nog heet zijn onderbreking van de stroomtoevoer, verbinding van het apparaat met het lichtnet onderbroken restwarmteindicator gaat pas weer werken nadat het bedieningspaneel opnieuw is in- en uitgeschakeld.

6. De inductiekookplaat ma-

akt een schurend geluid. dat is een normaal verschijnsel. De koelventilator van de elek- tronische onderdelen werkt.

7. De inductiekookplaat ma-

akt een uitend geluid dat is een normaal verschijnsel. Conform de werkfrequentie van de spoelen tijdens het gebruiken van een aantal kookzones, maakt de kookplaat bij maximaal vermogen en een licht uitend geluid.

8. Plaat is gebarsten Gevaar! Stroomvoorziening van de kookplaat onmiddellijk

onderbreken (zekering). Neem contact op met de dichtst- bijzijnde klantenservice.172 Nominale spanning 400V 3N~50Hz / 400V 2N~50Hz Nominaal vermogen max. 11,0 kW Afmetingen van het fornuis 85/60/60,5 cm TECHNISCHE GEGEVENS Verklaring van de producent De producent verklaart hierbij, dat dit product voldoet aan de basisvereisten van de hieronder vernoemde Europese richtlijnen: Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EC, Richtlijn voor elektromagnetische compatibiliteit 2014/30/EC, Richtlijn voor ErP 2009/125/EC, en dat het product daarom gemerkt is met en dat er een conformiteitsverklaring voor afgeleverd werd, die ter beschikking gesteld wordt aan de organen die toezicht houden over de markt. Basisinformatie Het product voldoet aan de eisen van de normen EN 60335-1, EN 60335-2-6 die gelden in de Europese Unie. De gegevens op de energie-etiketten van elektrische ovens staan vermeld in overeenstemming met de norm EN 60350-1/IEC 60350-1. Deze waarden zijn bepaald bij een standaardbelasting met de actieve functies: onder- en bovenverwarming (conventioneel) en met ondersteuning door een ventilator (indien betre󰀨ende functies beschikbaar zijn). De energie-e󰀩ciëntieklasse is aangeduid afhankelijk van de functies die in het product be- schikbaar zijn, in overeenstemming met de volgende prioriteiten: Tijdens de aanduiding van het energieverbruik moet u de telescoopgeleiders demonteren (indien beschikbaar in het product). Gedwongen luchtcirculatie ECO (verwarmingselement hetelucht + ventilator) Gedwongen luchtcirculatie ECO (verwarmingselement onder + boven + gril + ventilator) Conventioneel ECO (verwarmingselement onder + boven)173174175