SHGG 11568 E - Fornuis AMICA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SHGG 11568 E AMICA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SHGG 11568 E - AMICA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SHGG 11568 E van het merk AMICA.
GEBRUIKSAANWIJZING SHGG 11568 E AMICA
not work REASON ame openings soiled break in power supply break in gas supply soiled (greasy) gas ignitor knob not pressed in long enough knob released too quickly break in power supply the bulb is loose or dama- ged ACTION close the gas by cutting o valve, close burner knobs, air the room, take out and clean the burner, blow on ame openings check the household fuse box; if there is a blown fuse, replace it with a new one open the gas supply valve clean the gas ignitor hold the knob pressed in until a full ame appears around the burner crown hold the knob down longer at the “large ame” position check the household fuse box, if there is a blown fuse replace it with a new one tighten up or replace the blown bulb (see Chapter Cleaning and Maintenance)99 Voltage rating 230V~50 Hz Power rating max. 2,0 kW Appliance category DE II2ELL3B/P, NL II2L3B/P, AT II2H3B/P BE II2E+3+, SI II2H3+ CZ,SK,BG, HR, RO II2H3B/P Cooker dimensions H/W/D 85/50/60 cm Complies with EU regulations EN-30-1-1, EN 60335-1, EN 60335-2-6 standards TECHNICAL DATA Certicate of compliance CE The Manufacturer hereby declares that this product complies with the general requirements pursuant to the following European Directives: The Low Voltage Directive 2014/35/EC, Electromagnetic Compatibility Directive 2014/30/EC, Directive on “Appliances Burning Gaseous Fuels” 2009/142/EC, (to 20.04.2018) Regulation (EU) 2016/426 of the European Parliament and of the Council (from 21.04.2018) Directive on ErP 2009/125/EC, and therefore the product has been marked with the symbol and the Declaration of Conformity has been issued to the manufacturer and is available to the competent authorities regulating the market.100 GEACHTE KLANT, De fornuizen combineren uitzonderlijk gebruiksgemak en optimale doeltreendheid. Na het lezen van deze gebruikershandleiding zult u zonder problemen dit fornuis kunnen bedienen. Voor het ingepakt werd en de fabriek verliet, werd dit fornuis bij de controleposten grondig gecontroleerd op het gebied van veiligheid en functionaliteit. Voordat u het toestel aanschakelt, dient u deze gebruikershandleiding grondig door te lezen. De instructies uit deze handleiding helpen u om verkeerd gebruik van het toestel te voorkomen. Bewaar deze gebruikershandleiding goed en zorg dat ze altijd binnen bereik is. Om ongelukken te vermijden moeten de instructies uit deze handleiding precies nageleefd worden. Opgelet! Het fornuis mag pas gebruikt worden nadat u deze gebruikershandleiding grondig doorgelezen heeft. Het toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijke kookdoeleinden. De producent behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen die geen invloed hebben op de werking van het toestel. NL101 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Attentie. Dit apparaat en de bereikbare onderdelen ervan worden tijdens het gebruik heet. Wees bijzonder voorzich- tig bij het aanraken van de verwarmingselementen. Zorg dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat kunnen komen, tenzij ze onder permanent toezicht staan. Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met lichamelijke of geestelijke beperkingen of personen zonder ervaring met of kennis van het apparaat, als dit gebruik plaatsvindt onder toezicht of in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing van het apparaat, door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat kunnen spelen. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht schoonmaken of onderhoudswerkzaamheden ver- richten. Attentie. Het koken van vetten of olie op de kookplaat zonder toezicht kan erg gevaarlijk zijn en leiden tot brand. Probeer het vuur NOOIT met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met een deksel of een niet-brandbare deken. Attentie. Brandgevaar: geen voorwerpen verzamelen op de kookoppervlakte. Tijdens het gebruik wordt het toestel heet. Wees voorzichtig en raak de hete onderdelen in de oven niet aan. Als dit apparaat gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onder- delen heet worden. Laat geen kinderen bij de oven komen.102 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Attentie. Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen of scherpe metalen voorwerpen voor het schoonmaken van het glas van de deur, omdat deze krassen kunnen veroorzaken op het oppervlak. Dit kan leiden tot barsten van het glas. Attentie. Om elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt. Het is aan te raden het deksel te reinigen vooraleer u het opent. U laat het oppervlak van de kookplaat best eerst af- koelen voordat u het deksel sluit. Gebruik geen stoomreinigers voor het schoonmaken van het fornuis. Gevaar voor verbranding! Bij het openen van de ovendeur kan hete stoom ontsnappen. Wees voorzichtig met het ope- nen van de deur tijdens of na aoop van het koken. Buig u bij het openen niet over de deur. Vergeet niet dat stoom bij bepaalde temperaturen onzichtbaar kan zijn. Attentie. Het kookproces moet onder toezicht plaatsvinden. Kortdurend koken moet onder continu toezicht plaatsvinden. Attentie. Gebruik uitsluitend schermen voor de kookplaat die zijn ontworpen door de producent van het apparaat of die door de producent in de gebruiksaanwijzing worden aanbevolen. Het toepassen van ongeschikte schermen kan ongevallen veroorzaken.103 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Attentie: Het kook- en braadtoestel genereert warmte, vocht en verbrandingsproducten in de ruimte waarin het geïnstalleerd is. Zorg ervoor dat de keuken goed geventileerd is, vooral wanneer het toestel wordt gebruikt. Langdurig intensief gebruik kan extra ventilatie vereisen, zoals het verhogen van de capaciteit van de mechanische ventilatie, indien toegepast, of extra ventilatie om de verbrandingsproducten veilig naar buiten af te voeren zodat de luchtuitwisseling in de ruimte gewaarborgd blijft. Raadpleeg een specialist alvorens extra ventilatie te installeren. Attentie: Het toestel mag alleen gebruikt worden om te koken en te bakken/braden. Het mag niet gebruikt worden voor andere doeleinden, zoals ruimteverwarming. Het toestel is bedoeld voor typische functies in een huishoudelijke omgeving (bv. koken) door niet-deskundige gebruikers. Voorbeelden van huishoudelijke omgevingen - huizen en ats, - winkels, kantoren en andere soortgelijke werkplekken, - boerderijen/landbouwbedrijven, - hotels, motels en andere woonomgevingen waar het toestel wordt gebruikt door niet-deskundige gebruikers.104 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Wees bijzonder voorzichtig als er kinderen in de buurt van het fornuis zijn, want ze kennen de bedieningsprincipes van het fornuis niet. De hete branders van de gaskookplaat, de ovenkamer, het rooster, de ruit van de deur, en potten en pannen met hete vloeistoen kunnen brandwonden veroorzaken! Zorg ervoor, dat de elektrische kabels van gemechaniseerde keukentoestellen, bv. mixers, de hete onderdelen van het fornuis niet raken. Plaats geen lichtontvlambare materialen in de schuif, want deze kunnen ontvlammen terwijl de oven werkt. Laat het fornuis niet achter zonder toezicht terwijl u kookt. Oliën en vetten kunnen ont- vlammen als gevolg van oververhitting. Let op het kookpunt, zodat de branders niet onderlopen. Als het fornuis beschadigd is, mag u het pas opnieuw gebruiken na herstelling door een vakman. Open de kraan op de gasaansluiting of het ventiel op de gases niet voordat u gecontro- leerd hebt of alle kranen gesloten zijn. Zorg ervoor dat de branders niet onderlopen of vuil worden. Reinig en droog vuile branders onmiddellijk nadat ze afgekoeld zijn. Plaats geen potten of pannen rechtstreeks op de branders. Plaats geen potten of pannen van meer dan 10 kg op het rooster boven een brander, en geen potten en pannen met een gezamenlijk gewicht van meer dan 40 kg op het volledige rooster. Sla niet op de draaiknoppen of branders. Plaats geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 15 kg op de open deur van de oven Het is verboden om aanpassingen of herstellingen aan het fornuis te laten uitvoeren door ongeschoolde personen. Het is verboden om de kranen van het fornuis open te draaien zonder dat u een aange- stoken lucifer of een aansteker bij de hand hebt. Het is verboden om de vlam van de brander te doven door erop te blazen Het is aan te raden het deksel te reinigen vooraleer u het opent. U laat het oppervlak van de kookplaat best eerst afkoelen voordat u het deksel sluit. Het glazen deksel kan barsten als het opgewarmd wordt. Doof eerst alle branders voordat u het deksel sluit. (Fornuizen met een glazen deksel – zie “Kenmerken van het toestel”).105 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Het is verboden om zelfstandig het fornuis aan te passen aan een ander soort gas, het fornuis naar een ander plaats te verplaatsen of aanpassingen door te voeren aan de voeding. Deze handelingen moeten uitgevoerd worden door een erkend installateur. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of scherpe metalen voorwerpen om de glazen deur te reinigen. Hierdoor kan het oppervlak gekrast raken, wat kan leiden tot barsten in het glas. Laat geen kinderen of personen die de gebruikershandleiding niet kennen, toe tot het fornuis. NDIEN U VERMOEDT DAT ER GAS VRIJKOMT, IS HET VERBODEN OM: ucifers aan te steken, sigaretten te roken, elektrische ontvangers aan- en uit te schakelen (bel of lichtknop) en andere elektrische en mechanische toestellen te gebruiken die elek- trische of contactvonken kunnen doen ontstaan. In zulke gevallen moet u onmiddellijk het ventiel van de gases of de kraan van de gasinstallatie afsluiten en de ruimte verluchten, en daarna een gekwaliceerde persoon roepen om de oorzaak van de gaslek te verhelpen. In geval van technische defecten moet u onmiddellijk de elektrische voeding van het fornuis uitschakelen (en daarbij bovenstaande regel toepassen) en een herstelling aanvragen. Er mogen geen antennekabels bv. voor radio-ontvangers, aangesloten worden op de gasinstallatie. In geval van ontbranding van gas dat ontsnapt uit een lekkende gasinstallatie, moet u onmiddellijk de gastoevoer afsluiten met het afsluitventiel. In geval van ontbranding van gas dat ontsnapt uit een lekkend ventiel van de gases, moet u een natte deken op de es gooien en het ventiel van de es afsluiten om de es te laten afkoelen. Draag de es naar een open ruimte als ze afgekoeld is. Het is verboden om een beschadigde gases opnieuw te gebruiken. Als u het fornuis gedurende enkele dagen niet gebruikt, sluit dan de hoofdkraan van de gasinstallatie af. Als u gebruik maakt van een gases, sluit dan het ventiel af na elk gebruik.106 ENERGIEBESPARING Door op verantwoorde wijze energie te gebruiken be- spaart u niet alleen op de kosten van het huishouden, maar werkt u ook bewust mee aan de bescherming van het milieu. Laten we daarom ons steentje bijdragen aan energie- besparing! Dat kan op de volgende manier: Gebruik goede potten en pannen om te koken. Kookpotten en pannen mogen niet kleiner zijn dan de kroon van de vlam van de bran- der. Dek de potten en pannen steeds af met een deksel. Zorg ervoor dat de branders, het rooster en de gaskookplaat rein zijn. Vuil verstoort de warmteoverdracht – sterk aangebrand vuil kan soms enkel verwijderd worden met gebruik van reinigingsmiddelen die niet milieuvriendelijk zijn. Let er bijzonder op dat de vlamopeningen in de ring onder de branderdop en de openingen van de branderkoppen rein zijn. Vermijd onnodig opheen van deksels om het kookproces te controleren. Open ook niet onnodig vaak de deur van de oven. Gebruik de oven enkel voor grotere hoeveelheden. Porties vlees tot 1 kg kunnen spaarzamer bereid worden in een pot op een brander van het fornuis. Gebruik de restwarmte in de oven. Schakel bij baktijden van meer dan 40 minu- ten de oven 10 minuten voor het einde van de bakbeurt uit. Sluit de deur van de oven zorgvuldig. Otherwise energy consumption increases unnecessarily. Bouw het fornuis niet in in de onmid- dellijke nabijheid van koelkasten of diep- vriezers. Het energiegebruik van deze toestellen stijgt hierdoor onnodig.107 Op het einde van de gebruiks- periode mag dit product niet bij het gewone huisvuil geplaatst worden, maar moet afgegeven worden bij een verzamelpunt voor recyclage van elektrische en elektronische toestellen. Dit wordt aangegeven door het gepaste symbool op het product, in de gebruikershandleiding of op de verpakking. De materialen die gebruikt zijn bij de pro- ductie van het toestel, zijn geschikt voor hergebruik volgens hun aanduiding. Dankzij dit hergebruik, de verwerking van materia- len of andere vormen van hergebruik van afgedankte toestellen draagt u bij tot de bescherming van het milieu. Informatie over het verzamelpunt voor gebruikte toestellen kunt u krijgen bij de gemeentediensten. Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen beschadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken van het toestel dient u de verpakkingselementen te recycleren op milieuvriende- lijke wijze. Alle materialen die gebruikt worden voor de verpakking zijn onschadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% geschikt voor recyclage en zijn aangeduid met het gepaste symbool. Opgelet! De verpakkingsmaterialen (zakjes uit polyethyleen, stukken piepschuim, enz.) moeten tijdens het uitpakken buiten het be- reik van kinderen gehouden worden. UITPAKKEN
Vonkont- steker* Gaslekbeveiliging* Greep van de deur van de oven Rooster Grote brander Gemiddelde brander Gemiddelde brander Hulpbrander Draaiknop van de temperatuurregelaar Draaiknoppen voor de bediening van de gasbranders Draaiknoppen voor de bediening van de gasbranders *Bepaalde modellen Deksel109
KENMERKEN VAN HET TOESTEL
Bakplaat voor gebak* Grillrooster (droogrekje)* Bakplaat voor gebraad* *Bepaalde modellen Uitrusting van het fornuis – overzicht: Laddertjes110 INSTALLATIE Onderstaande instructies zijn bestemd voor gekwaliceerde installateurs die het toestel installeren. Met behulp van deze instructies kan het toestel op een zo professioneel mo- gelijke manier geïnstalleerd en onderhouden worden. Opstelling van het fornuis De keukenruimte moet droog en goed verlucht zijn en een goed werkende ventilatie bezitten in overeenstemming met de geldende technische voorschriften. De geschiktheid van de ruimte voor het opstellen van een gasfornuis wordt geëvalueerd op basis van volgende rechtsvoorschriften. De ruimte moet voorzien zijn van een ventilatiesysteem dat verbrandingsgassen die tijdens het verbrandingsproces ontstaan, naar buiten afvoert. Deze installatie moet bestaan uit een ventilatierooster of een afzuigkap. Afzuigkappen moeten gemonteerd worden volgens de bijgevoegde gebruikershandleidingen. De opstelling van het fornuis moet een vrije toegang tot alle bedieningselementen garanderen. De ruimte moet ook de toevoer van lucht toelaten, die onontbeerlijk is voor een Als het fornuis intensief en lang gebruikt wordt, kan het noodzakelijk zijn om een venster te openen om de ventilatie te verbeteren. Vloeibaar gas is zwaarder dan lucht en heeft daarom de neiging om zich in de onderste niveaus te verzamelen. Ruimtes waarin essen met vloeibaar gas geïnstalleerd zijn moeten uitgerust zijn met ventilatiekanalen die vanuit de ruimte naar buiten leiden en zo het gas kunnen afvoeren in geval van lekken. Om dezelfde reden mogen gasessen, zowel lege als gedeeltelijk gevulde, niet geïn- stalleerd of bewaard worden in ruimtes die zich onder de grond bevinden (bv. in kelders). De essen mogen zich niet dicht bij een warmtebron bevinden (kachel, schouw, oven, enz.), die de temperatuur in de es kan verhogen tot meer dan 50ºC. OKAP Min. 600 mm Min. 420 mmMin. 420 mmMin. 420 mmMin. 700 mm kap Verzeker u ervan dat de plaatselijke distributievoorwaarden (het soort gas en de gasdruk) en de instelling van het apparaat geschikt zijn, voordat u begint met de installatie. De instellingsgegevens staan vermeld op de verpakking en op het typeplaatje. Dit apparaat is niet aangesloten op kana- len voor de afvoer van verbrandingsgas- sen. Het moet worden geïnstalleerd en aangesloten volgens de geldende instal- latievoorschriften. U dient in het bijzonder rekening te houden met de vereisten voor ventilatie. correcte verbranding van het gas. De luchttoevoer mag niet minder zijn dan 2m3/h voor 1 kW vermogen van de branders. De lucht moet direct van buiten aangevoerd worden door een kanaal met een doorsnede van min. 100 cm2, of direct uit aanpalende ruimtes die uitgerust zijn met ventilatiekanalen die uitgeven naar buiten.111 INSTALLATIE Aansluiting van het fornuis op de gasinstallatie Opgelet! Het fornuis moet op een gasinstal- latie aangesloten met het soort gas waaraan het fornuis in de fabriek werd aangepast. Informatie over het soort gas waaraan het fornuis aangepast is, vindt u op het typeplaatje. Het for- nuis mag enkel aangesloten worden door een erkend installateur met de gepaste kwalicaties en enkel een installateur mag het fornuis aanpas- sen aan een ander soort gas. Instructies voor de installateur De installateur moet: gekwaliceerd zijn voor het aansluiten van gasinstallaties, de informatie op het typeplaatje van het fornuis inzake het soort gas waaraan het fornuis aangepast is doorlezen en de informatie vergelijken met de gasleve- ringsvoorwaarden op de installatieplaats, controleren of: - de ventilatie, d.w.z. de luchtcirculatie in de ruimtes, goed werkt, - de gasaansluitingen lekvrij zijn, - alle werkende onderdelen van het fornuis goed functioneren, - de elektrische installatie kan samenwer- ken met een aardingsleiding (nulleiding). de instellingen van de draaiknoppen voor de gasbranders met behulp van de bijgevoegde regelplaatjes regelen om een goede werking van de vonkontsteking en de gaslekbeveiliging te garanderen, Opgelet! Het fornuis mag enkel door een er- kend installateur op een gases met vloeibaar gas of een vaste gasinstal- latie aangesloten worden. Hierbij moeten de geldende veiligheidsvoor- schriften in acht genomen worden Fornuis, hoogte 850 mm A=60 mm B=103 mm
Montage van de beveiliging tegen het omvallen van het fornuis.* De beveiliging wordt gemonteerd om te vo- orkomen dat het fornuis omvalt. Dankzij de blokkade tegen het omvallen van het fornuis voorkomt u dat een kind dat op de openstaan- de ovendeur klimt het fornuis laat omvallen. Het fornuis moet opgesteld worden op een harde, een ondergrond (niet op een onderstel zetten). Voordat u het fornuis in gebruik neemt, moet u het waterpas zetten. Dit is vooral belangrijk voor het gelijkmatige versprei- den van vet in de pan. Hiervoor dienen de regelpootjes die bereikbaar zijn als u de schuif wegneemt. Regelbereik +/- 5mm. *Bepaalde modellen112 INSTALLATIE Aansluiting op een elastische stalen leiding. Als het fornuis in overeenstemming met de principes voor klasse 2, subklasse I, geïn- stalleerd wordt, dan raden we aan om bij de aansluiting van het fornuis op de gasinstal- latie uitsluitend een elastische metalen leiding te gebruiken, die aan de geldende nationale voorschriften voldoet. De verbinding die het gas naar het fornuis aanvoert, heeft een G1/2” schroefdraad. Voor de aansluiting mogen enkel buizen en pakkingen gebruikt worden, die aan de gel- dende normen voldoen. De maximale lengte van de elastische leiding mag niet meer dan 2000 mm bedragen. Zorg ervoor, dat de aansluiting niet in contact komt met andere beweeglijke delen, die de aansluiting zouden kunnen beschadigen. Aansluiting op een onbuigbare instal- latiebuis. Het fornuis heeft een verbindingsstuk met een G1/2” schroefdraad. Het toestel moet zo op de gasinstallatie aan- gesloten worden, dat er op geen enkel punt van de installatie en op geen enkel element van het toestel spanning ontstaat. Als er een overdreven draaimoment toege- past wordt bij het aandraaien (meer dan 20 Nm), dan kan dit de aansluiting beschadigen of lekken doen ontstaan. De gasleiding mag de metalen elementen van de ombouw aan de achterkant van het fornuis niet raken. Opgelet! Na de installatie van het fornuis moet de afdichting van alle aansluitingen gecontroleerd worden met bv. water met zeep. Er mag geen vuur gebruikt worden om de afdichting te controleren. Attentie! Steeds nadat u de drukregelaar heeft vervangen, moet u het apparaat een technische keuring laten ondergaan die de gaskranen en de uitstroombe- veiliging omvat. Aansluiting van het fornuis op de elektrische installatie Het fornuis is in de fabriek aangepast aan voeding met eenfasige wisselstroom (230V 1N~50Hz en uitgerust met een aansluitleiding van 3 x 1,5 mm2 met een stekker met aarding. Het stopcontact voor aansluiting op de elektrische installatie moet voorzien zijn van een aardingspin en mag zich niet bo- ven het fornuis bevinden. Het stopcontact voor aansluiting op de elektrische instal- latie moet ook na het opstellen van de oven bereikbaar zijn voor de gebruiker. Voordat u het fornuis aansluit, moet u controleren of: - de zekering en de elektrische installatie bestand zijn tegen de belasting van de oven, - de elektrische installatie uitgerust is met een doeltreend aardingssysteem dat voldoet aan de geldende normen en voorschriften. - het stopcontact goed bereikbaar is.113 INSTALLATIE Aanpassing van het fornuis aan een ander soort gas Om het fornuis aan te passen aan de verbranding van een ander soort gas, moet u: de branderkoppen vervangen (zie tabel hieronder), de “spaarvlam” instellen. Opgelet! De fornuizen worden door de producent uitgerust met branders die in de fabriek aan- gepast zijn aan het verbranden van het gas dat opgegeven is op het typeplaatje en op de garantiekaart. Deze handeling mag enkel uitgevoerd wor- den door een erkend installateur met de gepaste kwalicaties. Als het gas waarmee het fornuis gevoed moet worden, verschilt van het gas dat voor het fornuis voorzien is in de fabrieksversie, d.w.z. G20 2E 20 mbar, G25 2L 25 mbar dan moeten de branderkoppen vervangen worden en moet de vlam opnieuw ingesteld worden.
De gassoort betreft Nederland.
De beschikbaarheid van de sproeiers is afhankelijk van het apparaatmodel. Om de instellingen te regelen moeten de draaiknoppen van de kranen weggenomen worden. Brander van het type Somipress (volgens de aanduiding „SOMIpress” op de behuizing van de brander) Gassoort G20 2E - 20mbar G25 2L - 25mbar
G30 3B/P - 30mbar 1)2) G30 3B/P - 50mbar G25.3 2K - 25 mbar Hulpbrander Diameter spuitmond mm 0,72 0,52 0,45 0,71 Warmtebelasting kW 1,00 1,00 1,00 1,00 Gasverbruik g/h - 73 - - Gemiddeld Diameter spuitmond mm 0,98 0,67 0,58 0,98 Warmtebelasting kW 1,80 1,80 1,80 1,80 Gasverbruik g/h - 131 - - Groot Diameter spuitmond mm 1,17 0,83 0,75 1,17 Warmtebelasting kW 2,80 2,80 2,80 2,80 Gasverbruik g/h - 204 - - Oven Diameter spuitmond mm 1,30 0,84 0,75 1,30 Warmtebelasting kW 2,80 2,80 2,80 2,80 Gasverbruik g/h - 204 - -114 INSTALLATIE Handelswijze bij omschakeling naar een ander soort gas Vlam Omschakeling van vloeibaar gas naar aardgas Omschakeling van aardgas naar vloeibaar gas volledig 1.Gaskop van de brander vervangen door een gepaste kop volgens de tabel met gaskoppen. 1.Gaskop van de brander vervangen door een gepaste kop volgens de tabel met gaskoppen. 2.Regelschroef licht indra- aien en grootte van de vlam controleren 2.Regelschroef licht indra- aien en grootte van de vlam controleren Brander spaarzaam bovenbrander van de oven volledig 1.Gaskop van de brander vervangen door een gepaste kop volgens de tabel met gaskoppen. 2.Regelschroef licht indra- aien en grootte van de vlam instellen. Temperatuur van de oven moet 150
C be- dragen. 1.Gaskop van de brander vervangen door een gepaste kop volgens de tabel met gaskoppen. 2.Regelschroef licht in- draaien en grootte van de vlam instellen. Temperatu- ur van de oven moet
C bedragen. spaarzaam115 De toegepaste branders van de gaskookplaat vereisen geen instelling van de basislucht- stroom. Een correcte vlam heeft binnenin duidelijk blauwgroene kegeltjes. Een korte, ruisende vlam of een lange, gele, rokende vlam zonder duidelijk afgetekende kegeltjes wijst op een slechte kwaliteit van het gas in de huisinstallatie of een beschadigde of vervuilde brander. Om de vlam te controleren moet u de brander ongeveer 10 minuten laten branden met volle vlam en daarna de draai- knop van het ventiel op spaarvlam plaatsen. De vlam mag niet uitgaan of overspringen naar de branderkoppen. INSTALLATIE Bij fornuizen met beveiliging is een kraan met een gaslekbeveiliging toegepast volgens g. De kranen moeten ingesteld worden terwijl de brander aangeschakeld is op spaarvlam, dit met behulp van een regelschroevendraaier van 2,5 mm. Opgelet! Kleef na de instelling een etiketje met een beschrijving van het soort gas waaraan het fornuis aangepast is, op het fornuis. De spaarvlam moet ter plaatse bij de gebrui- ker door de installateur worden ingesteld. Dit hangt af van het soort gebruikte gas en gasdruk. Vervanging van een bran- derkop – draai de kop los met behulp van een speciale dopsleutel 7 en vervang de kop door een nieuwe die aangepast is aan het soort gas (zie tabel hierboven) De vlaminstelling van de brander van de oven betreft alleen gascategorie 2K en een gasdruk van 25 mbar. Hij berust op instelling van de luchtspleet in de injector van de brander door juiste plaatsing van het regulatiescherm. Door vergroting van de spleet neemt de luchttoevoer toe, verkleining van de spleet door plaatsing van het scherm in de richting van de sproeier vermindert de luchttoevoer. Een goed ingestelde brander brandt met een minder scherpe vlam dan de oppervlaktebranders. Na instelling van de vlam maakt u het scherm vast met de schroeven. De instelling van de luchttoevoer en de waakvlam is een taak van de installateur en moet bij de gebruiker ter plekke worden uitgevoerd. Dit hangt af van de gassoort en gasdruk. Montage scherm, spleet 15 mm Regelgeving kraan116 Voordat u het fornuis voor de eerste maal aanschakelt verwijder alle verpakkingsonderdelen, verwijder voorzichtig (langzaam) de eti- ketten van de deur van de oven om de kleefband niet te breken. Als er resten lijm op de ruit achterblijven, kunt u gewone kleefband op de restjes plakken en die er daarna aftrekken. Als er een zichtbaar spoor achterblijft op de ruit, kunt u de ovenkamer opwarmen (zie hieronder), de opgewarmde ruit besproeien met een spray om ruiten te reinigen en dan afdro- gen met een zachte doek, maak de schuif leeg, verwijder de onder- houdsmiddelen die in de fabriek aange- bracht zijn, uit de kamer van de oven, neem de uitrusting uit de oven en reinig die in warm water met afwasmiddel, schakel de ventilatie in de ruimte aan of open een raam, warm de oven op (op een temp. van 250ºC, ong. 30 min.), verwijder vuil en reinig hem grondig. De kamer van de oven mag enkel met warm water met een beetje afwasmiddel gereinigd worden. bedien de oven en leef hierbij de veilig- heidsinstructies na. BEDIENING117 BEDIENING Bediening van de branders van de gaskookplaat Keuze van de potten en pannen Zorg ervoor dat de diameter van de bodem van de potten en pannen steeds groter is dan de kroon van de vlam en dat de potten en pannen afgedekt zijn met een deksel. Het is aangeraden om een pot te kiezen met een diameter van on- geveer 2,5-3 keer groter dan de diameter van de brander, d.w.z. : voor de hulpbrander – een diameter van 90 tot 150 mm, voor de gemiddelde brander – een dia- meter van 160 tot 220 mm, voor de grote brander – een diameter van 200 tot 240 mm, en de hoogte van de pot mag niet groter zijn dan zijn diameter. Aansteken van de branders zonder ont- steker steek een lucifer aan, druk de draaiknop in totdat hij niet meer verder kan en draai hem naar links in de stand “grote vlam” steek het gas aan met de lucifer, stel de gewenste grootte van de vlam in (bv. “spaarzaam” ), schakel na het koken de brander uit door de draaiknop naar rechts te draaien (stand uit ). Draaiknop voor de bediening van de branders SLECHT GOED Stand brander uit Stand grote vlam Stand spaar- vlam118 BEDIENING Keuze van de vlam van de brander Correct ingestelde branders hebben een helderblauwe vlam met een duidelijk afge- tekende kegel binnenin. De keuze van de grootte van de vlam hangt af van de instelling van de draaiknop van de brander: grote vlam kleine vlam (zgn. “spaarvlam”) uitgedoofde brander (de gastoevoer is afge- sloten) Afhankelijk van de behoefte kan de grootte van de vlam geleidelijk ingesteld worden. Opgelet! Bij fornuismodellen met een gaslek- beveiliging voor de branders van de kookplaat moet u tijdens het aanste- ken ongeveer 10 sec. de draaiknop stevig ingedrukt houden in de stand “grote vlam” voordat de beveiliging gaat werken. Opgelet! Het is verboden om de vlam in te stellen tussen de stand ‘uitgedoofde brander’ en de stand ‘grote vlam’ Werking van de gaslekbeveiliging Bepaalde modellen (zie tabel p. 10) zijn uit- gerust met een automatisch systeem dat de gastoevoer naar de brander afsluit wanneer de vlam verdwijnt. Dit systeem beveiligt tegen het ontsnappen van gas wanneer de vlam op de brander uitgaat, bv. als gevolg van het onderstromen van de brander. De gebruiker moet tussenkomen om de brander terug aan te steken. GOED SLECHT119 Opgelet! Alle ovens zijn uitgerust met gaskranen met een temperatuurregelaar en lekbeveiliging. Bij het aanschakelen van de oven, zoals hieronder beschreven, dient u de draaiknop ongeveer 3 sec. ingedrukt te houden. Dit is noodzakelijk om de sensor te laten opwar- men en de beveiliging in werking te stellen. Als de vlam dooft, moet deze handeling herhaald worden na 3 sec. Als de vlam niet aangaat binnen 10 sec., moet het ontste- ken herhaald worden na ong. 1 minuut, d.w.z. nadat de oven verlucht is. BEDIENING Functies en bediening van de oven De oven kan opgewarmd worden met behulp van de gasbrander van de oven of met het elektrische grillelement*. De oven wordt bediend met behulp van één draaiknop die een cijferschaal heeft die overeenkomt met de instellingen van de temperatuurregelaar*. Om de oven aan te schakelen moet u: een lucifer aansteken, de draaiknop diep indrukken en naar links draaien tot op de gewenste temperatuur, de lucifer in de ontstekingsopening steken (zie g. hieronder) en de draaiknop ong. 3 sec. ingedrukt houden totdat het gas ont- vlamt. Als de vlam uitdooft, herhaal dan de handeling na 3 sec. controleer de vlam (wanneer de vlam duidelijk kleiner wordt, betekent dit dat de oven de gewenste temperatuur bereikt heeft).
Opgelet! Bij fornuismodellen die geen grillfunc- tie hebben, heeft de draaiknop geen stand Opgelet! De temperatuur kan enkel bijgesteld worden als de deur van de oven gesloten is. Uitschakelen – draai de draaiknop volledig naar rechts120 BEDIENING Om de grill aan te schakelen moet u: de draaiknop van de oven op de stand de oven ongeveer 5 minuten verwarmen (met gesloten deur) de bakplaat met het gerecht op het ge- paste niveau plaatsen, en als u gebruikt maakt van het spit een bakplaat voor het druipende vet vlak onder het spit plaat- sen. de deur van de oven sluiten. Gebruik van de grill Tijdens het grillproces ondergaan de gerech- ten de inwerking van infrarood dat uitgezon- den wordt door het verhitte verwarmingsele- ment van de grill. Opgelet! Tijdens het grillen moet de deur van de oven gesloten zijn. Als de grill gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden. Laat geen kinderen bij de oven komen.121
BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPS
Gebak Taart (Vruchtentaart) Viervierdencake Biscuit Buns Cake van gistdeeg Cake brokkelbodem Bladerdeeggebak
SOORT GEBAK TEMPERATUUR [ºC] BAKTIJD[MIN.]NIVEAUVAN ONDERAFTEMPERATUUR[ºC]oven eerst voor-verwarmen Gebak kan bereid worden in bakvormen of bakplaten die op het droogrekje ge- plaatst moeten worden. Voor gebak worden aluminium bakvormen aangeraden of bakvormen met een zilveren deklaag, die op het rekje (rooster) van de oven passen. Bakplaten voor koekjes of vormpjes moeten dwars in de ovenkamer geplaatst worden, Voordat u het gebak uit de oven neemt, kunt u de kwaliteit ervan controleren met een houten stokje (als het gebak gelukt is, blijft het stokje droog en zuiver wanneer u het erin steekt), Het is aangeraden om het gebak nog ong. 5 min. in de oven te laten nadat u de oven uitgeschakeld heeft. De parameters voor gebak in tabel 1 geven enkel aanwijzingen en kunnen ge- corrigeerd worden volgens uw eigen ervaring en culinaire smaak, indien de informatie in kookboeken duidelijk afwijkt van de waarden in de handlei- ding van het fornuis, laat u zich best leiden door de richtlijnen in de handleiding.122
BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPS
Vlees braden in de oven kunnen porties vlees van meer dan 1 kg bereid worden. Kleinere stukken worden beter op de gasbranders van het fornuis bereid. bij het braden worden best vuurvaste schotels gebruikt. Ook de handgrepen van deze schotels moeten bestand zijn tegen hoge temperaturen. bij braden op het droogrekje of op het rooster wordt er best een braadplaat met een kleine hoeveelheid water op het laagste niveau geplaatst. het vlees wordt best minstens éénmaal halverwege de braadtijd omgedraaid op zijn andere zijde. Tijdens het bakken moet het vlees ook af en toe overgoten worden met de saus die ontstaat bij het braden of met heet, zout water. Het vlees mag niet met koud water overgoten worden. *de gegevens in de tabel gelden voor 1 kg vlees. Voor grotere porties moet u voor elke volgende kilo 30-40 minuten bijrekenen. RUNDSVLEES Rosbief of rode filet (“english”) voorverwarmde oven half doorbakken (“medium”) voorverwarmde oven goed doorbakken (“well done”) voorverwarmde oven Gebraad VARKENSVLEES Gebraad Hesp Filet KALFSVLEES LAMSVLEES WILD GEVOGELTE Kip Gans (ca. 2 kg) VIS
8-10 10-12 7-8 8-10 12-15 8-10 6-8 8-10 10-12 25-30 6-7 5-8 2-3 6-8 6-8 6-7 8-10 10-12 6-8 5-6 6-8 8-10 20-25 5-6 5-7 2-3 ZIJDE 1ZIJDE 2 SOORT GERECHT124 Branders, rooster van de gaskook- plaat, ombouw van het fornuis Als de branders en het rooster vuil zijn, moet u deze onderdelen wegnemen en wassen in warm water met een reini- gingsmiddel dat vet en vuil verwijdert. Wrijf de onderdelen daarna droog. Rei- nig grondig de gaskookplaat nadat u het rooster weggenomen heeft en wrijf ze droog met een zachte doek. Zorg er vooral voor dat de vlamopeningen van de ring rond de branderdop rein blijven – zie guur hieronder. Reinig de openingen van de branderkoppen met behulp van een dunne koperdraad. Gebruik geen staaldraad om de openingen te reinigen, boor ze niet open.
REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUIS
De zorg waarmee de gebruiker het fornuis reinigt en onderhoudt, heeft een belangrijke invloed op zijn levensduur en probleemloze werking. Voor de reiniging moet de oven uitge- schakeld worden. Let er hierbij op dat alle draaiknopen in de stand “”/“0” staan. De oven mag pas gereinigd worden als hij afgekoeld is. Gebruik voor het reinigen van de ge- emailleerde oppervlakken zachte reini- gingsmiddelen. Gebruik geen sterk schu- rende middelen, zoals bv. schuurpoeders, schuurpasta’s, schuurstenen, puimsteen, ijzersponsjes enz. Bij fornuizen van roestvrij staal moet de gaskookplaat eerst grondig gewassen worden voordat u ze gebruikt. Hierbij moet u in het bijzonder letten op restjes lijm van de folie die u wegnam bij de montage en kleefband die aangebracht werd bij het inpakken van het fornuis. De plaat moet regelmatig gereinigd worden na elk gebruik. Laat geen vuil aankoeken op de kookplaat, en laat zeker geen over- gelopen gerechten aanbranden. Opgelet! De onderdelen van de branders moeten steeds droog zijn. Waterres- ten kunnen de gasstroom blokke- ren, waardoor de brander slecht zal branden. Controleer of de elementen van de brander na het reinigen op de juiste manier zijn teruggeplaatst. Wanneer het dekplaatje niet centra- al op de brander is geplaatst, kan de brander permanent beschadigd raken.125
REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUIS
Oven De oven moet na elk gebruik gereinigd worden. Bij de reiniging moet de verlich- ting aangeschakeld worden, zodat u beter de werkruimte ziet. De kamer van de oven mag enkel met warm water met een beetje afwasmiddel gereinigd worden. Opgelet! Gebruik geen schurende reinigings- middelen voor het reinigen en onder- houden van de glazen voorzijde. Uitnemen van de zijwandgeleiders Plaatsen van de zijwandgeleiders
Fornuizen die zijn aangeduid met de letter D zijn uitgerust met eenvoudig te verwijderen zijwandgeleiders voor de ovenroosters. Trek aan de klem aan de voorkant, kantel vervolgens de geleider en verwijder hem uit de klemmen aan de achterkant. U kunt hem nu reinigen.126
REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUIS
Vervanging van de halogeenlamp van de ovenverlichting Zorg ervoor dat het apparaat is losge- koppeld van het lichtnet voordat u de halogeenlamp gaat vervangen. Hiermee voorkomt u elektrische schokken. Ovenverlichting Stel alle draaiknoppen in op stand “”/“0” en schakel de voeding uit, Draai het lampenkapje los en veeg hem heel goed droog. Verwijder het halogeenlampje. Gebruik hiervoor een doekje of papier. Vervang het halogeenlampje indien nodig door een nieuwe G9 - spanning 230V - vermogen 25W Plaats het halogeenlampje voorzichtig in de tting. Draai het lampenkapje vast.127
REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUIS
Wegnemen van de deur Om gemakkelijker toegang te hebben tot de ovenkamer en die te reinigen, kunt u de deur wegnemen. Hiervoor moet u de deur openen en de beveiliging op het scharnier naar boven klappen (g. A). Doe de deur lichtjes toe, hef ze op en neem ze naar voor toe uit. Om de deur opnieuw te monteren gaat u omgekeerd te werk. Bij het monteren moet u erop letten dat de uitsparing op het scharnier correct op de uitstulping van de scharnierhouder geplaatst is. Plaats altijd de beveiliging terug nadat u de deur terug gemonteerd hebt en druk ze goed aan. Als u de beveiliging niet correct terugplaatst, kan het scharnier beschadigd raken wanneer u de deur probeert te sluiten. Wegnemen van de deur Verwijderen van de binnenruit
1. Duw met behulp van een platte schroe-
vendraaier de bovenrand van de deur los, terwijl u hem aan de zijkanten voor- zichtig oplicht (g. B).
2. Verwijder de bovenrand van de deur.
Verwijderen van de binnenruit. 3 binnenruit.
3. Trek de binnenruit uit de houder (in het
onderste deel van de deur). Fig. D, D1.
4. Was de ruit met warm water en een klein
beetje reinigingsmiddel. Ga omgekeerd te werk om de ruit op- nieuw te monteren. Het gladde deel van de ruit moet zich bovenaan bevinden. Attentie! Druk de bovenlijst van de deur niet gelijktijdig op beide kanten van de deur. Voor een juiste montage van de bovenlijst van de deur drukt u eerst het linker uiteinde tegen de deur en drukt u vervolgens op het rechter uiteinde tot u een duidelijke “klik” hoort. Hierna drukt u op het linker uiteinde tot u een duidelijke “klik” hoort.
Verwijderen van de binnenruit. 2 binnenruit.
Periodieke controle Naast het lopende onderhoud en reiniging van het fornuis moet u ook: regelmatig de werking van de bedienings- elementen en de werkende onderdelen van het fornuis controleren. Na het ver- strijken van de garantieperiode moet u ten minste één maal per twee jaar een technische controle van het fornuis laten uitvoeren door een onderhoudsdienst, de vastgestelde gebreken verhelpen, een regelmatig onderhoud van de wer- kende onderdelen van het fornuis uitvoe- ren. Opgelet! Alle herstellingen en instellingen moeten uitgevoerd worden bij een erkende onderhoudsdienst of door een erkend installateur met gepaste kwalicaties.
Bij probleemsituaties moet u: de werkende onderdelen van het fornuis uitschakelen de elektrische voeding ontkoppelen een herstelling aanvragen sommige kleine problemen kan de gebruiker zelf oplossen met behulp van de aanwijzingen in de tabel hieronder. Controleer opeenvolgend alle punten in de tabel voordat u de onderhouds- of klantendienst contacteert. PROBLEEM
1. De brander gaat niet aan
2.De vonkontsteker steekt het gas niet aan
3. De vlam gaat uit bij het
aansteken van de brander
4. de elektrische uitrusting
5. de verlichting van de
oven werkt niet OORZAAK Vervuilde vlamopeningen Stroompanne Onderbreking in de gas- toevoer Vervuilde (vette) vonkont- steker De draaiknop van de kraan is niet voldoende ingedrukt De draaiknop van de kraan werd te vlug gelost Stroompanne losgekomen of beschadigd lampje HANDELSWIJZE Sluit de gastoevoer af, sluit de kranen van de branders af, verlucht de ruimte, neem de brander weg, reinig de vlamopeningen en blaas ze uit Controleer de zekering van de huisinstallatie, vervang de doorgebrande zekering Open het ventiel van de gastoevoer Reinig de vonkontsteker Hou de draaiknop ingedrukt totdat er een volle vlam rond de kroon van de brander ontstaat Hou de draaiknop langer ingedrukt in de stand “grote vlam” Controleer de zekering van de huisinstallatie, vervang de doorgebrande zekering draai het lampje aan of vervang het doorgebrande lampje (zie hoofdstuk Reini- ging en onderhoud)131 Nominale spanning 230V~50 Hz Nominaal vermogen max. 2,0 kW Categorie van het toestel DE II2ELL3B/P, NL II2L3B/P, AT II2H3B/P BE II2E+3+, SI II2H3+ CZ,SK,BG, HR, RO II2H3B/P Afmetingen van het fornuis 85/50/60 cm Voldoet aan de vereisten van de Europese voorschriften normen EN 30-1-1, EN 60335-1, EN 60335-2-6 TECHNISCHE GEGEVENS Verklaring van de producent De producent verklaart hierbij, dat dit product voldoet aan de basisvereisten van de hieronder vernoemde Europese richtlijnen: Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EC, Richtlijn voor elektromagnetische compatibiliteit 2014/30/EC, Richtlijn gastoestellen 2009/142/EC, (tot 20.04.2018) Verordening (EU) 2016/426 van het Europees Parlement en de Raad (van 21.04.2018) Richtlijn ErP 2009/125/EC, en dat het product daarom gemerkt is met en dat er een conformiteitsverklaring voor afgeleverd werd, die ter beschikking gesteld wordt aan de organen die toezicht houden over de markt.Amica S.A. ul.Mickiewicza 52, 64-510 Wronki, Poland tel. +48 67 25 46 100, fax +48 67 25 40 320 www.amica.pl
Notice-Facile