WS6620 - Weerstation Techno Line - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis WS6620 Techno Line in PDF-formaat.

📄 71 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice Techno Line WS6620 - page 46
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Techno Line

Model : WS6620

Categorie : Weerstation

SKIP

Veelgestelde vragen - WS6620 Techno Line

Download de handleiding voor uw Weerstation in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WS6620 - Techno Line en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WS6620 van het merk Techno Line.

GEBRUIKSAANWIJZING WS6620 Techno Line

  • Recicle de ser posible. Especificaciones Rango de temperatura interior: 0°C hasta 50°C (32°F hasta 122°F) Rango de temperatura exterior: -20°C hasta 50°C (-4°F hasta 122°F) Rango de humedad relativa: 20%-95% Rango de presión barométrica: 930mb hasta 1050mb Alimentación (Estacion meteorológica): 4 baterías tamaño AAA de 1,5V Alimentación (Sensor de temperatura): 2 baterías tamaño AAA de 1,5VWS6620 Desktop Weerstation Gebruiksaanwijzing Inleiding Dit bureau weerstation is voorzien van een scherm dat barometrische weersverwachting, klok, kalender, binnen- en buitentemperatuur en vochtigheid weergeeft. De stroomvoorziening wordt verzorgd door batterijen met een lichtnetadapter. Het wordt aanbevolen om de lichtnetadapter altijd te gebruiken.

Afb.1 Vooraanzicht Afb.2 Achteraanzicht

Algemene opmerkingen:

1. Het is raadzaam de externe temperatuursensor in te stellen voordat u het

weerstation/de klok instelt. Zie “Externe temperatuursensor(en) Configureren” voor meer informatie. De batterijen en de lichtnetadapter dienen samen te worden gebruikt.

2. Vergeet a.u.b. niet dat alle klok/weerstationinstellingen stoppen te werken zodra

de klok op RCC synchronisatiemodus wordt ingesteld. Zie “RCC Synchronisatie” voor meer informatie.3. Tijdens de aanvankelijke installatie kan het een uur of langer duren voordat de temperatuur- en vochtigheidssensor zich aangepast hebben aan de huidige omstandigheden. Van start gaan: A/C adapter installeren

1. Steek de A/C D/C adapter in de D/C ingang (10) (zie figuur 2). Gebruik alleen

goedgekeurde adapters. Plaatsen van de batterijen

1. Open de batterijhouder (11) op de achterzijde van het apparaat.

2. Installeer/vervang 4x type “AAA” batterijen in de houder. Het wordt aanbevolen

om uitsluitend alkaline batterijen te gebruiken.

3. Sluit het batterijvak (11) aan de achterkant van het toestel.

4. Er klinkt een korte pieptoon om de juiste plaatsing van de batterijen te

5. Na ongeveer 3 seconden licht het scherm op.

Veiligheidswaarschuwingen batterijen:

1. Lees alle aanwijzingen voor het gebruik zorgvuldig door.

2. Neem bij het plaatsen van de batterijen de juiste polariteit in acht (+/-).

3. Vervang altijd alle batterijen tegelijk.

4. Gebruik nooit nieuwe en gebruikte batterijen door elkaar.

5. Verwijder lege batterijen onmiddellijk.

6. Verwijder de batterijen als het toestel niet wordt gebruikt.

7. Herlaad de batterijen niet en gooi ze niet in vuur, omdat de batterijen zouden

8. Zorg ervoor dat de batterijen uit de buurt van metalen voorwerpen worden

bewaard, omdat hierdoor kortsluiting kan ontstaan.

9. Voorkom dat batterijen worden blootgesteld aan extreme temperatuur of

vochtigheid of direct zonlicht.

10. Houd alle batterijen buiten bereik van kinderen. Er bestaat gevaar van

11. Bewaar de verpakking om hem later te kunnen gebruiken.

Installatie van het weerstation: Het weerstation laat een enkele pieptoon horen zodra de batterijen zijn geplaatst of de lichtnetadapter is aangesloten.

1. Druk op de “-/RCC” toets (6) of “+/C/F” toets (5) om de huidige

weersomstandigheden op uw locatie te veranderen. Zie figuur 3 hieronder voor het weerpatroon dat het beste overeenkomt met uw directe omgeving. Zonnig Licht bewolkt Bewolkt Regenachtig Figuur 32. Druk op de “HISTORY” toets (4) ter bevestiging van het geselecteerde weerpatroon. Betekenis van de symbolen voor de weersverwachting Het weerstation heeft tenminste 24 nodig om zich aan te passen aan de lokale weersomstandigheden. Het weerstation verwerkt en analyseert de weerpatronen van de afgelopen 24 uur om het weer in de toekomst vast te stellen. Totdat deze periode is verstreken kan het zijn dat de weersverwachting niet de feitelijke weersverwachting in uw omgeving weerspiegelt. Er zullen symbooltjes op het weerstation verschijnen (zie figuur 3) om de weersverwachting aan te geven voor de volgende 12 tot 24 uur, voor een gebied binnen een radius van ca. 30-50 km. Opmerking:

1. Onder extreme weersomstandigheden kan de nauwkeurigheid lager zijn. De

weersverwachting is slechts een indicatie en is uitsluitend bedoelt voor huishoudelijk gebruik. Vertrouw NIET op het weerstation voor weersverwachting als deze noodzakelijk zijn voor ernstige zaken, waaronder, maar niet beperkt tot: persoonlijke gezondheid, een kwestie van leven en dood, of voor zakelijke of financiële beslissingen en/of agrarische planning.

2. De weersverwachting duidt niet het huidige weer aan. Hij geeft het toekomstige

weer aan. Opgelichte Weericoontjes De opgelichte kristallen weericoontjes kunnen in of uit worden geschakeld door op de “LIGHT’ toets (7) te drukken. Aanpassen van het weerstation:

1. Druk 3 seconden op de “HISTORY” toets (4) totdat er een pieptoon klinkt.

2. Druk op de “-/RCC’ toets (6) of “+/C/F’ toets (5) om de atmosferische

drukeenheden te wisselen tussen Pascal (hPamb) en inch kwik (inHg)

3. Druk ter bevestiging op de “HISTORY” toets (4).

4. Druk op de “-/RCC’ toets (6) of “+/C/F” toets (5) om het zeeniveau te veranderen

in wat het beste overeenkomt met uw locatie. De eenheid voor het aanduiden van het zeeniveau is in meters (1 meter is ongeveer gelijk aan 3,28 voet). Neem voor meer informatie contact op met uw lokale meteorologisch instituut of overheid.

5. Druk op de “HISTORY” toets (4) om het zeeniveau te bevestigen.

6. Druk op de “-/RCC” toets (6) of “+/C/F” toets (5) om de huidige

weersomstandigheden op uw locatie te veranderen. Zie figuur 3 hierboven voor het weerpatroon dat overeenkomt met uw directe omgeving.

7. Druk ter bevestiging op de “HISTORY” toets (4).

Aflezen van de druktendens:

1. De in het geheugen opgeslagen veranderingen in de barometrische druk worden

weergegeven met 3 pijlen die de tendens in de druk aangeven. Oplopend Stabiel AflopendOpmerking: Het is alleen mogelijk om de tendens voor de barometrische druk goed te meten als het toestel op dezelfde hoogte blijft. Als het toestel er in korte tijd wordt verplaatst over verschillende hoogtes, verandert de luchtdruk en de barometrische druk. De druktendens zal alleen correct en regelmatig zijn. Het apparaat is 24 uur of langer op een constante hoogteligging gebleven. Oproepen van vastgelegde aflezing voor de druk historie De aflezing van de barometrische druk wordt ieder uur vastgelegd en kan tot 12 uur eerder worden opgeroepen en weergegeven. Druk meerdere keren op de “HISTORY” toets (4) om de drukregistratie van de afgelopen uren te bekijken. “-1 HR” toont de druk van het afgelopen uur. De aflezing van de druk historie verschijnt gedurende 20 seconden, daarna wordt de huidige druk weer weergegeven. RCC synchronisatie: Indien beschikbaar, kan deze klok op de volgende tijden automatisch synchroniseren met radiobakens: 2:05, 3:05, 4:05, 5:05. De gebruiker kan de klok ook handmatig synchroniseren door onderstaande aanwijzingen te volgen. Houd de “-/RCC” toets (6) ca. 3 seconden ingedrukt totdat begint te knipperen. Wanneer dit teken knippert, probeert de klok om met te synchroniseren met het radiobaken. knippert als er een sterk signaal wordt ontvangen; de klok synchroniseert met het radiobaken. Dit proces kan tot 7 minuten duren. stopt met knipperen, maar wordt weer weergegeven zodra het signaal wordt ontvangen en tijdens het synchroniseren. wordt niet weergegeven als de klok niet in staat is om binnen deze tijdsperiode te synchroniseren. U kunt de klok later weer handmatig synchroniseren of u kunt wachten totdat de klok automatisch probeert te synchroniseren op de bovengenoemde tijd. Wanneer de klok probeert te synchroniseren, kunt u op de “-/RCC” toets (6) drukken om de RCC synchronisatie te annuleren. Vergeet a.u.b. niet dat alle klok/weerstationinstellingen stoppen te werken zodra de klok op RCC synchronisatiemodus wordt ingesteld. Wacht totdat de klok niet langer probeert om te synchroniseren of hij gesynchroniseerd is om ander functies van de klok en het weerstation in te stellen. Als het alarm afgaat tijdens het synchroniseren, stopt de RCC synchronisatie onmiddellijk. Volg bovenstaande aanwijzingen nogmaals om de synchronisatie in te stellen.RCC Zone Instellen Deze klok is voorzien van radiobestuurde tijdsinstelling. De gebruiker dient vast te stellen van welke tijdzone het signaal op de huidige lokatie wordt ontvangen en op basis hiervan (indien nodig) de vereiste aanpassingen doen. Met deze functie kunnen ook aanpassingen voor zomertijd worden gedaan. Neem voor meer informatie contact op met uw lokale meteorologisch instituut of overheid. Druk eenmaal op de “-/RCC” (6) voor +1 tijdzone. Druk nogmaals op de “-/RCC” (6) voor +2 tijdzone. Druk nogmaals op de “-/RCC” (6) voor -1 tijdzone. Druk nogmaals op de “-/RCC” (6) voor dezelfde tijdzone. Handmatig instellen van de tijd: Druk op de “MODE” toets (2) om te wisselen tussen huidige tijd en alarmtijd. Wanneer de huidige tijd wordt weergegeven, kunt u de “SET/AL” toets (3) ca. 3 seconden ingedrukt houden totdat de display begint te knipperen. Druk nogmaals op de “SET/AL” toets (3). Druk op de “-/RCC” toets (6) of “+/C/F” toets (5) om de uurinstelling te wijzigen. Druk nogmaals op de “SET/AL” toets (3). Druk op de “+/°C/°F” toets (5) of “-/RCC” toets (6) om de minuutinstelling te wijzigen. Druk nogmaals op de “SET/AL” toets (3). Druk op de “+/°C/°F” toets (5) of “-/RCC” toets (6) om de jaarinstelling te wijzigen. Druk nogmaals op de “SET/AL” toets (3). Druk op de “+/°C/°F” toets (5) of “-/RCC” toets (6) om de maand/datum- en datum/maandinstelling te wijzigen. Druk nogmaals op de “SET/AL” toets (3). Druk op de “+/°C/°F” toets (5) of “-/RCC” toets (6) om de maandinstelling te wijzigen. Druk nogmaals op de “SET/AL” toets (3). Druk op de “+/°C/°F” toets (5) of “-/RCC” toets (6) om de datuminstelling te wijzigen. Druk nogmaals op de “SET/AL” toets (3). Druk op de “-/RCC” toets (6) of “+/C/F” toets (5) om te wisselen tussen AM/PM en 24-uur klok. Druk nogmaals op de “SET/AL” toets (3). Druk op de “+/°C/°F” toets (5) of “-/RCC” toets (6) om de taalinstelling van de weekdagen te wijzigen. ENG voor Engels; GE voor Duits; IT voor Italiaans; FR voor Frans; NE voor Nederlands; ES voor Spaans; DA voor Deens; Druk nogmaals op de “SET/AL” toets (3) om uw instellingen te bevestigen. Het scherm knippert niet langer. Om de alarmtijd te zien: Druk op de “MODE” toets (2) om te wisselen tussen huidige tijd en alarmtijd. De alarmtijd wordt getoond zoals aangegeven door “AL”. Het instellen van de alarmtijd: Druk eenmaal op de “SET/AL” toets (3) en de alarmtijd wordt getoond zoals aangegeven door “AL”. Houd de “MODE” toets (2) ca. 3 seconden ingedrukt totdat de cijfers beginnen te knipperen. Druk op de “-/RCC” toets (6) of “+/C/F” toets (5) om de uurinstelling te wijzigen. Druk nogmaals op de “MODE” toets (1). Druk op de “-/RCC” toets (6) of “+/C/F” toets (5) om de minuutinstelling te wijzigen. Druk nogmaals op de “MODE” toets (1). Wanneer de alarmtijd wordt weergegeven, kunt u op de “-/RCC” toets (6) of “+/C/F” toets(5) drukken om het alarm in en uit te schakelen. wordt weergegeven als het alarm aan is. Het alarm klinkt gedurende 120 seconden wanneer de vooraf ingestelde alarmtijd wordt bereikt. Druk op een willekeurige toets op de achterkant van de klok om het alarm te deactiveren. De klok gaat automatisch in de sluimerstand als het alarm niet wordt uitgeschakeld. Druk op de “SNOOZE/LIGHT” toets (1) wanneer het alarm klinkt om de sluimermodus te activeren. knippert wanneer de klok in de sluimerstand staat. Na 5 minuten gaat het alarm opnieuw af. Druk op een willekeurige toets op de achterkant van de klok om het alarm te deactiveren. Merk op dat het instellen van de alarmtijd niet meer werkt als de klok in de stand RCC synchronisatie staat. Wacht totdat de synchronisatie is beëindigd voordat de alarmtijd wordt ingesteld. De Thermometer Configureren Dit weerstation is voorzien van synchronisatie voor maximaal 3 externe temperatuursensors. Er is één externe temperatuursensor inbegrepen. Aanvullende externe temperatuursensors kunnen apart worden aangeschaft. Neem voor de aankoop contact op met uw lokale dealer. Externe temperatuursensors (RTS)

Afb.4 Achteraanzicht Afb.5 Achteraanzicht-open RTS1. Ophangoog RTS2. Schroeven voor batterijvak RTS3. “TX” toets RTS4. “RESET” toets RTS5. “Channel 1 2 3” schakelaar

Plaatsen van de batterijen

1. Open het batterijvak op de achterkant van het toestel door de twee

kleine schroeven (RTS 2) te verwijderen met een Philipskruiskopschroevendraaier. (zie figuur 4)

2. Installeer/vervang 2x type “AAA” baterijen in de houder. Het wordt

aanbevolen om uitsluitend alkaline batterijen te gebruiken. Gebruik geen oplaadbare batterijen.

3. Het weerstation in staat om maximaal 3 verschillende kanalen te

ontvangen. Selecteer het kanaalnummer (1, 2 of 3) door de “Channel 1 2 3” schakelaar (RTS 5) te schuiven. Als u slechts 1 externe temperatuursensor hebt, selecteer dan 1.

4. Druk eenmaal op de “reset” toets (RTS 4) en het rode lampje zal

5. Sluit het batterijvak aan de achterkant van het toestel door de twee

schroeven (RTS 2) vast te draaien.

1. Plaats de externe temperatuursensor op de gewenste plaats door

hem met het ophangoog (RTS 1) aan een schroef te hangen (schroef niet inbegrepen). Het toestel kan ook op een vlakke, horizontale ondergrond worden gezet.

2. Het toestel kan zowel binnenshuis als buitenshuis worden geplaatst. Het

toestel is weerbestendig. Dompel het toestel niet onder in water. Stel het toestel niet gedurende langere perioden bloot aan water. Vermijd ophoping van sneeuw of water op het toestel. Vermijd de blootstelling van het toestel aan direct zonlicht. Haal het toestel naar binnen als er zich buiten extreme of zeer slechte weersomstandigheden voordoen, zoals, maar niet beperkt tot, tijdens het orkaan, tyfoon- en cycloonseizoen. Zet het toestel niet op een plaats met zware wind.

3. Plaats de externe temperatuursensor niet meer dan 30 meter (98

voet) van het ontvangende weerstation. De externe temperatuursensor is het meest effectief als er zich geen belemmeringen en interferentie bevindt tussen de externe temperatuursensor en het weerstation. Het kan nodig zijn dat de externe temperatuursensor dichterbij moet zien dan 30 meter als het weerstation geen enkel signaal kan ontvangen. Dit komt door belemmeringen en interferentie. Het kan nodig zijn dat de gebruiker experimenteert met verschillende locaties om de beste ontvangst te krijgen.

Het Weerstation configureren om externe temperatuursignalen te ontvangen

1. Volg bovenstaande aanwijzingen om de externe temperatuursensor te

2. Houd de “IN/CH” toets (9) op het weerstation 3 seconden ingedrukt.

“CH” zal knipperen. Dit zal alle vastgelegde temperaturen herinstellen.

3. Het weerstation begint te zoeken naar een signaal voor kanaal

1. Zodra er een signaal voor kanaal 1 wordt ontvangen, wordt de

temperatuur weergegeven. Het weerstation zoekt automatisch voor de ander kanalen. Het scant ieder kanaal gedurende ongeveer 3 seconden voordat naar het volgende kanaal wordt gesprongen. 4. Zodra al uw kanalen worden ontvangen, kunt u eenmaal op de“IN/CH” toets (9) drukken om het kanaal te bevestigen. wordt niet langer weergegeven.

5. Het weerstation ontvangt automatisch iedere 30 seconden een nieuw

signaal om de externe temperatuur bij te werken.

6. Druk meerdere keren op de “IN/CH” toets (9) op het weerstation om te

wisselen tussen kanaal 1 “CH1”, kanaal 2 “CH2”, en kanaal 3 “CH3”.

7. wordt weergegeven als de batterij van één van de externe

temperatuursensors vervangen moet worden.

Temperatuur geheugen

1. Druk op de “Max/Min” toets (8) om de maximum geregistreerde

temperatuur, minimum geregistreerde temperatuur en huidige temperatuur weer te geven. “MAX” toont de maximum temperatuur. “MIN” toont de minimum temperatuur.

2. Houd de “Max/Min” toets (8) ca. 3 seconden ingedrukt om de

maximum en minimum temperatuurregistraties en vochtigheidregistraties terug te stellen.

1. De “IN” temperatuur toont de binnentemperatuur. Het is de

temperatuur van de plaats van het weerstation.

2. De “OUT” temperatuur toont de temperatuur van de externe

temperatuursensoren.

3. Druk meerdere keren op de “IN/CH” toets (9) op het weerstation om

de temperatuur weer te geven van kanaal 1, kanaal 2 en kanaal 3.

wordt weergegeven, zal het scherm automatisch afwisselend alle kanalen van de externe sensors tonen. Druk op de “IN/CH” toets (9) om te annuleren.

5. “LL” zal worden weergegeven wanneer de temperatuur en/of vochtigheid

lager is dan het identificeerbare bereik.

1. Druk op de “+/C/F” toets (5) om de weergegeven temperatuureenheid

geeft aan dat de de temperatuur een stijgende tendens vertoont.

geeft aan dat de de temperatuur een stabiele tendens vertoont.

geeft aan dat de de temperatuur een dalend tendens vertoont.Waarschuwingen

  • Stel het toestel niet bloot aan overmatige krachten, schokken, stof, temperatuur of vochtigheid.
  • Dompel het toestel niet onder in water.
  • Dank het complete toestel af wanneer de batterij niet langer kan worden opgeladen of wanneer het apparaat de temperatuur en/of vochtigheid niet meer weergeeft.
  • Verwijder geen schroeven.
  • Gooi het toestel niet in open vuur. HET KAN EXPLODEREN.
  • Houd het toestel uit de buurt van kleine kinderen. Het hele toestel of delen van het toestel kunnen verstikkingsgevaar opleveren.
  • Probeer nooit om de batterijen op een andere manier op te laden.
  • Gooi het toestel op legale wijze weg.