4640 - Open haard Hwam - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 4640 Hwam in PDF-formaat.

📄 28 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice Hwam 4640 - page 8
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL
SKIP

Veelgestelde vragen - 4640 Hwam

Gebruikersvragen over 4640 Hwam

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Open haard in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 4640 - Hwam en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 4640 van het merk Hwam.

GEBRUIKSAANWIJZING 4640 Hwam

Opstellings-, montage- en gebruikshandleiding 8

Handleiding stoken - hout.... 11

Algemeen.... 14

Onderhoud 15

Bedrijfstoringen 16

Prestatieverklaring.... 17

Wettelijke voorschriften

Bij de installatie van uw HWAM-kachel moeten steeds zowel alle wettelijke voorschriften als de plaatselijk geldende bouwvoorschriften worden gerespecteerd. Laat u voor de montage van de kachel adviseren door uw HWAM verkoper.

Ruimtelijke verreisten

In de ruimte waar de houtkachel zal worden opgesteld moet een toevoer van verse verbrandingslucht gewaarborgd zijn. Een opklapbaar venster of een regelbare luchtklep volstaan, maar ideaal is toch de aansluiting op een HWAM-verseluchtsysteem. Breng de luchtklep of het luchtrooster zo aan dat de toevoer niet kan worden geblokkeerd.

Dragende ondergrond

Vergewis er u voor de montage van de kachel van dat de ondergrond het gewicht van de kachel en de schoorsteen kan dragen. Het gewicht van de schoorsteen kunt u berekenen uit de omvang en de hoogte.

Model Gewicht Hoogte Breedte Diepte
HWAM 4620c/4620m 119/117 kg 84,8 cm63,0 cm 40,6 cm
HWAM 4620c/4620m met speksteen 164/162 kg 84,8 cm63,0 cm 40,6 cm
HWAM 4620c/4620m met zandsteen 153/151 kg 84,8 cm63,0 cm 40,6 cm
HWAM 4640c/4640m 133/131 kg 114,3 cm63,0 cm 40,6 cm
HWAM 4640c/4640m met speksteen 197/195 kg 114,3 cm63,0 cm 40,6 cm
HWAM 4640c/4640m met zandsteen 182/180 kg 114,3 cm63,0 cm 40,6 cm
HWAM 4660c/4660m 153/151 kg 138,8 cm63,0 cm 40,6 cm
HWAM 4660c/4660m met speksteen 224/222 kg 138,8 cm63,0 cm 40,6 cm
HWAM 4660c/4660m met zandsteen 209/207 kg 138,8 cm63,0 cm 40,6 cm
HWAM 4680c/4680m 172/170 kg 168,3 cm63,0 cm 40,6 cm
HWAM 4680c/4680m met speksteen 258/256 kg 168,3 cm63,0 cm 40,6 cm
HWAM 4680c/4680m met zandsteen 237/235 kg 168,3 cm63,0 cm 40,6 cm
Warmtevasthoudende stenen, HWAM 4660Circa 45 kg
Warmtevasthoudende stenen, HWAM 4680Circa 111 kg
Testresultaten van nominale test EN 13240
Nominale warmteopbrengst 7 kW
Meetpunt rookgastemperatuur, EN 13240 267°C
Rooktemperatuur320°C
Stroming rookgasmassa5,9 g/s
Rendement80%
Test resultaat NS 3058
Deeltjesemissie1,74 g/kg

Afstand tot brandbaar materiaal

Plaats uw HWAM-kachel op een niet-brandbare ondergrond. Staat de kachel op een houten vloer of een gelijkaardig materiaal, dan moet de bodem met een niet-brandbaar materiaal worden afgedekt.

Min. afstanden - geïsoleerd rookkanaal (tekening A):HWAM 4600 met stalen bekledningHWAM 4600 met steen bekledning
1. Tot gemetselde wand, achter, cm10 10
2. Tot gemetselde wand, zijkant, cm10 10
1. Tot brandbare wand, achter, cm20 20
2. Tot brandbare wand, zijkant, cm35 45
1. Tot brandbare wand, opstelling in hoek, cm12 15
3. Inrichtingsafstand, vooraan, cm130 140
Min. afstanden - ongeïsoleerd rookkanaal (tekening A):HWAM 4600 met stalen bekledningHWAM 4600 met steen bekledning
1. Tot gemetselde wand, achter, cm7* 7*
2. Tot gemetselde wand, zijkant, cm7* 7*
1. Tot brandbare wand, achter, cm7* 7*
2. Tot brandbare wand, zijkant, cm40 45
1. Tot brandbare wand, opstelling in hoek, cm12 15
3. Inrichtingsafstand, vooraan, cm130 140

* Wij raden echter een afstand van 10 cm aan in verband met het onderhoud van de HWAM Autopilot.

Er moet op worden gelet dat glas niet beslist hittebestendig moet zijn. Omdat een glaswand eventueel tot de categorie 'brandbare wand' moet worden gerekend moet de fabrikant dan wel de dienst Bouw- en woningtoezicht of de brandweer om raad worden gevraagd.

Houd rekening met de geldende regels voor de afstand tussen muur en rookkanaal.

De afstand tot gemetselde muren is vastgelegd in verband met het onderhoud van de automaat.

Vereisten voor de schoorsteen

De schoorsteen moet zo hoog zijn dat een goede trek gewaarborgd wordt en de rook geen belasting vormt. Nominale trek: 12 Pa.

De schoorsteen moet een dagmaat van min. 150mm in diameter hebben. Als bijkomende minimale vereiste geldt echter dat de opening in grootte steeds overeen moet stemmen met het afvoeraansluitstuk van de kachel. De schoorsteen moet bovendien voorzien zijn van een makkelijk toegankelijke reinigingsdeur.

Wijzigen van rookafvoer van bovenafvoer naar achterafvoer (tekening H).

De punten 1 en 12 worden alleen uitgevoerd bij de modellen HWAM 4660 en HWAM 4680.

  1. De frontplaat van de warmteopslag (1) wordt verwijderd door de frontplaat omhoog te tillen en vervolgens de houtkachel weg te trekken.
  2. Til de bovenplaat (2) van de houtkachel op.
  3. Verwijder de achterplaat (3) door de twee schroeven (4) los te draaien. De achterplaat heeft een uitsparing voor het rookkanaal. Knip de plaat (5) uit binnen deze uitsparing.
  4. Het warmteschild heeft een uitsparing voor het rookkanaal. Knip de plaat (6) uit binnen deze uitsparing.
  5. Verwijder de afdekplaat (7) aan de achterkant van de houtkachel (achter de afgeknipte plaat op het warmteschild) door de 3 schroeven (8) los te schroeven.
  6. Verwijder de rookring (9) boven op de verbrandingskamer door de 3 schroeven (10) los te schroeven.
  7. Plaats de rookring (9) vóór het rookafvoergat aan de achterkant van de houtkachel en maak deze vast met de 3 schroeven (10).
  8. De afdekplaat (7) moet zo worden aangebracht, dat deze de rookafvoer boven op het verbrandingskamer afsluit (op de plaats waar de rookring net werd verwijderd) en met de 3 schroeven (8) wordt vastgemaakt.
  9. Maak de achterplaat (3) op de geleidepennen (11) aan de achterkant van de bodemplaat van de houtkachel vast, schroef vervolgens de achterplaat met de twee schroeven (4) bovenaan vast.

  10. Plaats de bovenplaat (2) op de houtkachel.
    II. Leg het bovendeksel van gietijzer of steen (12) in het gat van de bovenplaat.

  11. Monteer de frontplaat (I) terug op de warmteopslag.

Het monteren van afzonderlijke delen

Controleer voor het opstellen van de kachel of alle afzonderlijke delen correct gemonteerd zijn.

Verticale doorsnede van de kachels (tekening B):

I. Onderste rookplaat. Moet rusten op de stalen rails achter in het verbrandingskamer.
2. Bovenste rookplaat. Moet rusten op de onderste rookplaat.
3. De stalen rookgeleideplaat is tweedelig. Elke helft is verankerd hangt in een haak onder de bovenplaat en is voorzien van een transportring bestaande uit 2 splitters (7). Deze 2 splitters moeten worden verwijderd vóór de kachel in gebruik wordt genomen.
4. Rookafvoer naar achteren. In de fabriek afgesloten met een opgeschroefde plaat. Hierdoor is de rookafvoer achter de achterplaat verborgen.
5. Losse achterplaat, die de automatiek afdekt. Dient altijd gemonteerd te zijn als de kachel tegen een brandbare wand staat.
6. Los warmteschild onder de asla.

Stelvoeten (tekening D)

Bij de haard zijn 4 stelvoeten meegeleverd. Indien u deze nodig heeft, monteert u ze conform de tekening. Stel de stelschroeven op de gewenste hoogte af, 2 aan elke kant. Let op dat de haard niet verplaatst mag worden als u stelvoeten gebruikt, omdat ze de onderkant kunnen beschadigen. Als de haard verplaatst moet worden, raden we aan om de stelvoeten weer op de oorspronkelijke stand in te stellen.

Aansluiting op de schoorsteen

Alle kachels hebben een achter- en een bovenaansluiting voor de rookafvoer. De kachel kan op een goedgekeurde stalen schoorsteen met bovenaansluiting of rechtstreeks op de achteraansluiting van een schoorsteen worden aangesloten.

Wees heel grondig bij het controleren of de schoorsteen dicht is en of er geen valse trek is bij de afdekplaat bij de afgedichte rookafvoer, de schoonmaakklep of bij de buisverbindingen. Merk op dat het effect van de schoorsteentrek sterk wordt verminderd bij een barst in het schoorsteenkanaal of in de horizontale rookkanalen.

Verticale doorsnede van de rookafvoer (Tekening C)

Cl: Rookafvoer langs boven

C2: Rookafvoer langs achter

I. Stalen schoorsteen.
2. De bocht past inwendig op het aansluitstuk van de kachel.
3. Gemetselde schoorsteenwand.
4. Ingemetselde mof. Past op de rookpijp.

  1. Muurrosace. Verbergt reparatie rond de gemetselde mof.

  2. Pakking. Wordt gedicht met dichtingsstrip.

  3. Rookkanalen van de HWAM kachel.

  4. Dekplaat in buitenste achterplaat: afbreken als de achteruitgang wordt gebruikt.

  5. Opgeschroefd deksel: op de topplaat schroeven als de achteruitgang wordt gebruikt.

  6. Rookbus: op de achterzijde schroeven als de achteruitgang wordt gebruikt.

II. Regelklep in rookbuis.

  1. Reinigingsluik.

  2. Rookbuis voor achteruitgang.

  3. Los deksel van gietijzer: moet in de toplaat worden gelegd als de achteruitgang wordt gebruikt.

De schoorsteen

De schoorsteen is de motor van de kachel en allesbepalend voor de werking van de kachel. De schoorsteentrek geeft een onderdruk in de kachel. Deze onderdruk verwijdert de rook uit de kachel, zuigt lucht door de klep naar de zgn. smoorklep, die de ruit vrij van roet houdt, en zuigt lucht aan door de primaire en secundaire kleppen voor de verbranding.

De schoorsteentrek ontstaat door het temperatuursverschil tussen binnen en buiten de schoorsteen. Hoe hoger de temperatuur in de schoorsteen, hoe beter de schoorsteentrek. Het is daarom belangrijk dat de schoorsteen goed is opgewarmd voordat u de schuiven sluit en de verbranding in de kachel vermindert (een stenen schoorsteen is niet zo snel warm als een stalen schoorsteen). Als de trek in de schoorsteen door weers- en windomstandigheden slecht is, is het extra belangrijk dat de schoorsteen zo snel mogelijk wordt verwarmd. Er moet dan snel voor vlammen worden gezorgd. Maak de stukken hout extra klein, gebruik een extra aanmaakblokje, of dergelijke.

Als de kachel enige tijd niet meer is gebruikt, moet worden gecontroleerd of de schoorsteenpijp niet verstopt is. Er kunnen verschillende installaties op één schoorsteen worden aangesloten. Wel moet dan eerst worden nagegaan welke voorschriften hierop van toepassing zijn.

Zelfs een goede schoorsteen kan slecht functioneren indien hij verkeerd wordt gebruikt. Daarentegen kan zelfs een slechte schoorsteen bij goed gebruik functioneren.

Reiniging van de schoorsteen

De schoorsteen moet jaarlijks worden geveegd om te voorkomen dat er brand in ontstaat. De rookaf voerbuis en de rookkamer boven de stalen rookgeleidingsplaat moeten samen met de schoorsteen worden gereinigd. Als reiniging van de schoorsteen van bovenaf onmogelijk is vanwege de hoogte van de schoorsteen, moet er een reinigingsluikje worden aangebracht.

Als er in de schoorsteen brand ontstaat, moeten alle kleppen worden gesloten en moet de brandweer worden gewaarschuwd. De schoorsteen mag pas weer in gebruik worden genomen, wanneer deze door een schoorsteenveger is geïnspecteerd.

HANDLEIDING STOKEN - HOUT

De lak wordt afgehard wanneer de kachel voor het eerst brandt en het deurtje en de aslade moeten zeer voorzichtig worden geopend, omdat anders het risico bestaat dat de pakkingen in de lak blijven vastplakken. Bovendien kan de lak een onaangename geur produceren, dus zorg voor goede ventilatie. De bedieningshendels bevinden zich achter de schuif onder het deurtje.

Belangrijke brandstofinformatie:

Toegestane typen brandstof

Uw houtkachel is uitsluitend EN-goedgekeurd voor hout. U kunt het beste droog, gekloven hout gebruiken met een vochtgehalte van maximaal 18%. Als u met vochtig hout stookt, ontstaat er roet. Bovendien is dit slecht voor het milieu en is het stookrendement laag. Koop een vochtigheidsmeter om het vochtpercent age van het hout voor gebruik voortdurend te controleren.

Aanbevolen houtsoorten

Alle soorten hout, bijvoorbeeld berken, beuken, eiken, iepen, essen, naaldhout en vruchtenhout, zijn geschikte brandstoffen voor uw kachel. Het grote verschil tussen de verschillende houtsoorten is niet de brandwaarde, maar het gewicht per kubieke meter. Aangezien beukenhout per kubieke meter meer weegt dan bijvoorbeeld sparrenhout, is er meer sparrenhout dan beukenhout nodig om dezelfde hoeveelheid warmte te krijgen.

Niet toegestane typen brandstof

Er mag niet met de volgende materialen worden gestookt: bedrukt materiaal • spaanplaat • plastic • rubber • vloeibare brandstoffen • afval zoals melkpakken • gelakt, beschilderd of geïmpregneerd hout. Er mag met bovenstaande materialen niet worden gestookt omdat ze bij verbranding stoffen afgeven die schadelijk zijn voor de gezondheid en het milieu. Bovendien kunnen deze stoffen uw kachel en uw schoorsteen beschadigen. De garantie komt daarbij te vervallen.

Opslag van hout

Een vochtgehalte van maximaal 18% komt tot stand als u het hout minimaal één jaar, maar liefst twee jaar buiten onder een afdak bewaart. Hout dat binnen wordt bewaard, wordt al gauw te droog en brandt daardoor te snel. Het is echter wel zinvol aanmaakhout een paar dagen vóór gebruik binnen te leggen.

Aanbevolen afmetingen

Hoe goed de verbranding is, is sterk afhankelijk van de afmetingen van het hout. De volgende afmetingen worden aanbevolen:

Type hout Lengte in cmDiameter in cm
Aanmaakhout (kleine stukken) 30-45 2-5
Gekloven brandhout 30-45 7-9

Speciale aansteekprocedure voor houkachels met speksteen- of zandsteenbekleding

Speksteen en zandsteen zijn natuurproducten die onderhevig zijn aan temperatuurschommelingen. We raden aan om de procedure hieronder te volgen:

I. Eerste keer opstoken

Draai de regelknop (afbeelding E, I) met de klok mee naar het maximum. Leg twee stukken hout (met een diameter van 5-8 cm) horizontaal op de bodem van de verbrandingskamer (1-1,5 kg). Leg daar kriskras 6-10 aanmaakhoutjes bovenop. Leg 4 aanmaakblokken tussen de bovenste laag aanmaakhoutjes. Steek de aanmaakblokken aan en sluit de deur. Als u problemen heeft met condens op het glas, kunt u de deur evt. een poosje op een kier zetten alvorens deze te sluiten. Open de deur wanneer het vuur is gedoofd en laat deze open terwijl de kachel tot kamertemperatuur afkoelt.

2. Tweede keer opstoken

Draai de regelknop (afbeelding E, I) met de klok mee naar het maximum. Leg twee stukken hout (met een diameter van 5-8 cm) horizontaal op de bodem van de verbrandingskamer (1-1,5 kg). Leg daar kriskras 6-10 aanmaakhoutjes bovenop. Leg 4 aanmaakblokken tussen de bovenste laag aan - maakhoutjes. Steek de aanmaakblokken aan en sluit de deur. Als u problemen heeft met condens op het glas, kunt u de deur evt. een poosje op een kier zetten alvorens deze te sluiten.

Wanneer er geen gele vlammen meer zichtbaar zijn en er een goede laag sintels is ontstaan kan de kachel weer worden opgestookt. Voorzie een correcte gloeilaag. Hiervoor moet de bodem van het verbrandingskamer volledig zijn bedekt met sintels, die goed gloeien. Leg 2 nieuwe houtblokken (max. 1,2 kg per stuk) met een diameter van ongeveer 7-9 cm in de houtkachel. Wanneer al het hout in brand staat draait u de regelknop (I) naar de middelste positie. Laat het vuur opbranden en laat de kachel tot kamertemperatuur afkoelen alvorens u deze weer opstookt.

3. Derde keer opstoken

Herhaal de procedure voor de tweede keer opstoken, maar gebruik dit keer meer hout. Laat het vuur opbranden en laat de kachel tot kamertemperatuur afkoelen nadat het vuur is gedoofd.

De daaropvolgende stookbeurt

Volg de algemene handleiding, zie de paragrafen "Aanmaken" en "Opstoken".

De kachel aanmaken (afbeelding E)

Voor een goede verbranding is het heel belangrijk dat de kachel op de juiste manier wordt aangemaakt. Een koude houtkachel en een koude schoorsteen bemoeilijken de verbranding. Het is belangrijk om zo snel mogelijk een hoge rookgastemperatuur te bereiken.

Draai de regelknop (1) met de klok mee naar het maximum. Leg twee stukken hout (met een diameter van 5-8 cm) horizontaal op de bodem van de verbrandingskamer (1-1,5 kg). Leg daar kriskras 6-10 aanmaakhoutjes bovenop. Leg 4 aanmaakblokken tussen de bovenste laag aanmaakhoutjes. Steek de aanmaakblokken aan en sluit de deur. Als u problemen heeft met condens op het glas, kunt u de deur evt. een poosje op een kier zetten alvorens deze te sluiten.

Wanneer het aanmaakhout goed brandt draait u de regelknop (1) naar de middelste positie.

Als het vuur dooft wanneer aan de regelknop wordt gedraaid, zet deze dan weer op de maximumpositie tot de vlammen weer oplaaien. Draai dan weer naar de middelste positie. Laat het aanmaakhout volledig opbranden tot er geen zichtbare vlammen meer zijn. Hierna kan de kachel weer worden opgestookt.

Belangrijk! De asla mag tijdens het ontsteken niet worden geopend en moet altijd gesloten blijven wanneer de kachel aan is, anders werkt de automatische luchtregeling niet. Open de deur alleen bij het aanmaken, bijvullen en schoonmaken van de kachel.

Opstoken (afbeelding E)

Wanneer er geen gele vlammen meer zichtbaar zijn en er een goede laag sintels is ontstaan kan de kachel weer worden opgestookt. Voorzie een correcte gloeilaag. Hiervoor moet de bodem van het verbrandingskamer volledig zijn bedekt met sintels, die goed gloeien. Plaats minstens twee stukken hout van maximaal 1,2 kg per stuk in de kachel. U hoeft de regelknop niet meer te gebruiken aangezien deze door het automatische systeem wordt bediend, maar de temperatuur kan met de regelknop (I) worden aangepast. Wanneer deze naar het minimum wordt gedraaid (tegen de klok in) vermindert dit de verbrandingssnelheid en brandt de kachel langzamer. Naar het maximum draaien (met de klok mee) versnelt de verbrandingssnelheid en zorgt ervoor dat de kachel harder brandt. Wacht tot de laag sintels voldoende is afgenomen alvorens opnieuw op te stoken.

Als de kachel brandt, worden de buitenvlakken van de kachel warm. Wees dus voorzichtig.

Stoken met kolen, briketten en cokes

De haard is niet goedgekeurd voor het stoken met kolen en cokes. U kunt echter briketten gebruiken, die op de as van het hout worden gelegd. Draai de regelknop naar het maximum (met de klok mee), tot de briketten goed gloeien.

Vergeet niet dat de regelknop daarna weer naar links moet worden gedraaid.

Wees opmerkzaam op het feit dat stoken met andere brandstoffen dan hout, roet op de ruit als gevolg kan hebben.

Bediening van de klep in het warmtemagazijn

Aan de achterzijde van de kachel, tussen de topplaat van de kachel en het warmtemagazijn, bevindt zich een klep waarmee de convectielucht in het warmtemagazijn kan worden geregeld. De aanvoer van convectielucht vindt plaats door de klep naar links te verplaatsen en de convectielucht wordt afgesloten als de klep naar rechts staat. Om de kachel zo snel mogelijk klaar te maken voor de opslag van warmte in de warmtevasthoudende stenen moet de convectieklep tijdens het opstoken van de kachel gesloten blijven.

Met gesloten convectieklep houdt de warmteopslag de opgeslagen warmte het langst mogelijk vast in de warmtevasthoudende stenen. Wanneer de klep wordt geopend, wordt de warmte van de warmtevasthoudende stenen in het warmteopslag daarentegen zo snel mogelijk afgegeven aan de ruimte.

Snelle of krachtige warmte kan worden bereikt door veel, maar vooral kleine stukken te verbranden.

Maximale verbranding

De volgende hoeveelheden brandstof mogen maximaal per uur worden verstookt:

Hout: 3 kg

Wordt deze grens overschreden, dan valt de kachel niet langer onder de fabrieksgarantie, daar deze dan door overhitting beschadigd kan worden. De houtkachel is goedgekeurd voor periodiek gebruik.

Gebruikelijke bijvulinterval

Gebruikelijke bijvulinterval bij nominale capaciteit

Hout: 45 min (1,8 kg hout)

Lange brandtijd

De langzaamste verbranding ontstaat door de regelknop tegen de klok in (naar links) te draaien. Als u de regelknop helemaal naar links draait, krijgt de houtkachel geen primaire lucht (lucht door het rooster). De houtkachel kan na het bijvullen niet branden zonder dat de regelknop naar rechts wordt gedraaid, zodat de houtkachel primaire lucht krijgt.

Controleer na het opstoken altijd of er vlammen uit het hout blijven komen. Als dit niet het geval is, dan is de luchttoevoer te laag ingesteld. Dit moet worden aangepast door de regelknop naar rechts te draaien (in wijzerzin).

Te koud stoken

Als de vuurvaste materialen zwart zien na het stoken, dan is er sprake van verontreiniging, en functioneert de automaat niet optimaal. Daarom moet meer luchttoevoer mogelijk worden gemaakt door de regelknop met de klok mee te draaien (naar rechts). Wellicht is het nodig een grotere hoeveelheid hout te verbranden.

Zo ontstaat een optimale verbranding

- Gebruik schoon en droog hout.

Vochtig hout heeft een slechte verbranding en veel rook en roet tot gevolg. Bovendien wordt de warmte gebruikt om het hout te drogen en niet om de ruimte te verwarmen.

- Verstook niet te veel hout tegelijk.

Als er vaak en met niet al te veel hout wordt gestookt, is de verbranding optimaal. Als u te veel brandhout in de kachel legt, duurt het te lang voordat de temperatuur hoog genoeg wordt voor een goede verbranding.

- Zorg voor voldoende luchttoevoer.

Zorg voor voldoende lucht, vooral wanneer u begint te stoken, zodat de temperatuur in de kachel snel genoeg oploopt. Alleen dan verbranden namelijk de gassen en deeltjes die vrijkomen tijdens het verbrandingsproces. Deze hechten zich anders in de vorm van roet aan de schoorsteenwand (waar door een schoorsteenbrand kan ontstaan) of ze komen onverbrand in het milieu terecht. Een onjuiste luchttoevoer brengt een slechte verbranding en onvoldoende rendement met zich mee.

- Laat het vuur 's nachts niet laag branden

We raden u af om 's avonds hout in de kachel te leggen en de luchttoevoer laag te draaien in een poging om het vuur tot de ochtend smeulend te houden. Als u dat doet stoot de houtoven grote hoeveelheden schadelijke rook uit en wordt uw schoorsteen aan onnodig veel roet blootgesteld, wat risico op een schoorsteenbrand oplevert.

Het reinigen van het glas

Wij adviseren u de ruit te reinigen na het stoken. Dit kan het beste gebeuren met een stuk keukenrolpapier.

Brandstoftypen

Bij hoge temperaturen kan de kachel schade oplopen. Het glas kan bijvoorbeeld wit worden. Dit kan ver meden worden door nooit met de deur open te stoken en zeer voorzichtig te zijn als men met brandstof stookt die erg veel warmte kan ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld briketten.

Wij adviseren het gebruik van in stukken gehakt berke- of beukehout dat reeds min. I jaar buiten onder een afdak heeft gelegen. Hout dat binnen wordt bewaard, wordt vaak te droog en verbrandt derhalve te snel.

Briketten geven veel warmte af. Sommige typen dijen snel uit, met als gevolg een niet te controleren verbranding.

De kachel voldoen uitsluitend aan de EN 13240-goedkeuring als ze worden gestookt met hout. Het is verboden te stoken met spaanplaat, gelakt, geverfd of geïmpregneerd hout, plastic of rubber.

ONDERHOUD

Reinigen

Het onderhoud van de kachel dient alleen te geschieden als deze koud is. Het dagelijks onderhoud is minimaal. Het eenvoudigste is de kachel uitwendig te stofzuigen met een klein mondstuk met een zachte borstel. U kunt de kachel ook met een droge, zachte doek of een zachte stoffer afstoffen. Maar denk eraan: alleen als de kachel koud is. Gebruik geen water, alcohol of reinigingsmiddel, dit kan de lak beschadigen. Eén keer per jaar is het tijd voor de grote schoonmaak. As en roet worden uit de brandkamer verwijderd. Smeer de scharnieren en sluithaak met vloeibaar kopervet in sprayvorm (hittebestendig tot 1100 graden Celsius), zie tekening I. Til de deur ca. 12 cm op en spuit kopervet op de scharnierpen.

Servicebeurt

De kachel dient tenminste één keer in de twee jaar een grondige, preventieve servicebeurt te krijgen. Deze servicebeurt moet o.a het volgende omvatten:

  • Grondige schoonmaak van de kachel.
  • Controle en eventuele vervanging van de veren in de automatiek.
  • Controle van de pakkingen. De pakkingen moeten worden vervangen als ze niet meer gaaf en soepel zijn.
  • Controle en eventuele vervanging van het warmte-isolerende materiaal.
  • Controle van de boden van de brandkamer.
  • Scharnieren en sluithaakjes moeten met kopervet worden ingesmeerd (zie afbeelding I).

De inspectie moet door een bevoegd monteur worden uitgevoerd. Gebruik uitsluitend originele reserved veonderdelen.

Schoonmaken

Voor het vegen moet de regelknop naar het minimum worden gedraaid om te vermijden dat er roet en as in de automaat komt.

De bovenste rookplaat en de tweedelige stalen rookgeleideplaat moeten voor de schoonmaak uit de houtkachel worden verwijderd (Tekening F).

  • Rookplaat (I) wordt uit het verbrandingskamer verwijderd.
  • Beide helften van de rookgeleideplaat (2) worden losgehaakt van de haken (3) onder de bovenplaat.

As

Het is het eenvoudigst om de asla te legen door een afvalzak over de la te trekken, de la ondersteboven te houden en deze vervolgens voorzichtig weer uit de zak te trekken. De as kunt u bij het dagelijks huisvuil storten.

Denk er aan dat er zelfs 24 uur nadat het vuur in de kachel gedoofd is, gloeiende deeltjes in de as kunnen zitten!

Isolatie

Het effectieve maar poreuze isolatiemateriaal van de brandkamer kan mettertijd slijten of beschadigd raken. Het barsten van het isolatiemateriaal heeft geen gevolgen voor de werking van de kachel. Het materiaal dient echter vervangen te worden zodra de slijtage de helft van de oospronkelijke dikte overschrijdt.

Mechanisme (Tekening G)

Neem de bovenplaat van de houtkachel. Verwijder het achterdeel door de twee schroeven los te schro even. Controleer de uitgangspositie van de voelarm. Het uitgangspunt bij een koude kachel is ongeveer 10° boven de horizontale lijn (bij de lasermarkering).

De voelarm moet gemakkelijk meegeven als u er tegen duwt, zowel bij een koude als warme kachel. Bij een stijgende of dalende temperatuur, mag de voelarm niet haperen. De platen met luchtkleppen moeten droog en schoon zijn en zonder moeite in elkaar schuiven. De regelstangen en schuifplaat moeten eventueel met WD40 (nooit met olie) worden gesmeerd.

Deuren/glas

Wanneer de glazen deur beroet is kan deze gemakkelijk worden gereinigd met een vochtig stuk in as gedoopte keukenrol. Maak het glad met verticale bewegingen schoon (van boven naar beneden). Droog na met een droog stuk keukenrol. Controleer regelmatig of de pakkingen in deuren volledig en zacht zijn. Is dit niet het geval, dan dienen zij vervangen te worden. Gebruik uitsluitend originele pakkingen.

Oppervlak

Gewoonlijk is het niet noodzakelijk het oppervlak een nabehandeling te geven. Eventuele verfschade kan behandeld worden met Senothermspray.

Garantie

Bij gebrekkig onderhoud vervalt de garantie!

BEDRIJFSTORINGEN

Beroet glas

  • Het hout is te vochtig. Stook alleen met brandstof die minimaal 12 maanden onder een afdak heeft gelegen en een vochtgehalte heeft van ca. 18%.
  • Het is mogelijk dat de deur niet meer dicht afsluit.

Rook in de kamer bij openen van de deur

  • De by-pass schuif of de schuif in de schoorsteen kunnen gesloten zijn. Open de schuif.
  • Onvoldoende schoorsteentrek. Laat de schoorsteenveger komen.
  • Het reinigingsluik sluit slecht of is er uit gevallen. Vervangen of opnieuw monteren.
  • Open nooit de deur zolang er vlammen zichtbaar zijn.
  • De pakking in de deur sluit niet goed af. Monteer een nieuwe pakking.
  • Indien er een krachtige trek in de schoorsteen zit, kan het noodzakelijk zijn de regelstang te sluiten. Indien de kachel niet in gebruik is, sluit u alle schuiven.

Indien de staalplaten in de brandkamer gloeien of vervormen, wordt er verkeerd gestookt. Stel het gebruik bij en neem contact op met uw leverancier.

De prestatieverklaring kan van onze website worden gedownload via de volgende links: www.hwam.com/dop/4600

Inhoudsopgave Cliquez un titre pour y accéder
Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Hwam

Model : 4640

Categorie : Open haard