35020070 - Slim huis Niko - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 35020070 Niko in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - 35020070 Niko
Gebruikersvragen over 35020070 Niko
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Slim huis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 35020070 - Niko en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 35020070 van het merk Niko.
GEBRUIKSAANWIJZING 35020070 Niko
Lees de volledige handleiding vóór installatie en ingebruikneming. Bewaar deze handleiding zorgvuldig voor later gebruik.
1. BESCHRIJVING
De aanwezigheids- of afwezigheidsmelder 360° (master) voor inbouw bestaat uit een integrale unit met aan-uitsturing van één kanaal, een bewegingssensor (PIR of passief infraroodtechnologie), een lichtsensor en een geïntegreerde IR-ontvanger. Alle externe units zoals drukknoppen en verlichtingsarmaturen zijn rechtstreeks aangesloten op de melder die in het plafond ingebouwd wordt.
Je kunt deze melder standalone gebruiken of als master gecombineerd met een of meerdere slaves (350-20071).
Je kunt de melder installeren en bedienen op basis van de fabrieksinstellingen. Voor een optimale lichtsturing wordt het aanbevolen de fabrieksinstellingen aan te passen aan de omgevingsomstandigheden en specifieke verlichtingsvereisten. De instellingen kun je naar keuze aanpassen op het toestel via de geïntegreerde potentiometers en dipswitches of met behulp van de IR-afstandsbediening (niet bilgeleverd) (350-20089).
2. INSTALLATIE
2.1. Aansluiting
Gevaar: Installeer de melder niet onder spanning. Sluit het toestel pas na volledige installatie aan op de netspanning.
A. Standalone
Raadpleeg het aansluitschema (fig. 1A).
B. In combinatie met een of meerdere slaves
Raadpleeg het aansluitschema (fig. 1B).
2.2. Montage
Tip: Installeer de melder niet te dicht bij warmtebronnen zoals fornuizen of elektrische vuurtjes, luchtstromen (ventilatiesystemen) of bewegende objecten (fig. 2). Dit kan het toestel ongewenst activeren omdat het reageert op beweging en warmte in zijn omgeving.
Tip: De aanbevolen montagehoogte is 2 tot 3,4 m. Op een hoogte van 3 m heeft de melder een optimale werking: op deze hoogte heeft de melder een bereik met een diameter van 24 m op de grond en 17,5 m op 80 cm hoogte (tafelhoogte) (fig. 3).
De melder is geschikt voor inbouw in een standaard inbouwdoos (fig. 4). Je kunt ook een inbouwdoos met verklommen (350-20057) gebruiken.
Met de bijgeleverde pakkingring kun je de melder spatwaterdicht (IP54) maken (fig. 4).
3. INSTELLINGEN
3.1. Fabrieksinstellingen
De parameters van de melder zijn bij levering als volgt ingesteld:
| Parameter Fabrieksinstelling | |
| toepassing - dipswitch 1: automatisch aan/uit | - dipswitch 3: met een korte druk op de drukknop kun je:het licht inschakelen, enhet licht uitschakelen zonder hoeven te wachten op de uitschakelvertraging (= eco uit).- dipswitch 4: kort drukken is daglichtafhankelijk |
| gevoeligheid van de bewegingssensor hoog | |
| lichtgevoeligheid 200 lux | |
| uitschakelvertraging 10 min |
3.2. Dipswitches
Figuur 5 toont hoe je de dipswitches moet instellen afhankelijk van de toepassing en de gewenste gevoeligheid van de bewegingssensor.
Toepassing instellen
| Dipswitch | Toepassing |
| 1 Je kunt demelder instellen: | - ON: als aanwezigheidsmelder (automatisch aan/uit)De melder schakelt de verlichting automatisch in, afhankelijk van de ingestelde luxwaarde en als hij beweging detecteert.- OFF: als afwezigheidsmelder (manueal aan/automatisch uit)De melder schakelt de verlichting enkel in als je op de drukknop drukt, afhankelijk van de ingestelde luxwaarde.Nadat de laatste beweging gedetecteerd is, blijft de verlichting ingeschakeld gedurende de ingestelde uitschakelvertraging. Zodra de uitschakelvertraging verlopen is, schakelt de verlichting uit. |
| 2 | Niet van toepassing. |
| 3 | Je kunt voor de aangesloten drukknop ook verschillende functies selecteren:- ON: Je kunt alleen de verlichting inschakelen met een korte druk. De functies 'eco uit' en 'lang drukken' zijn gedaactiveerd.- OFF: Met een korte druk kun je zowel de verlichting inschakelen als de verlichting onmiddellijk uitschakelen zonder hoeven te wachten op de uitschakelvertraging (= eco uit'). Bij uitschakeling via de drukknop wordt de melder gedurende tien seconden geblokkeerd om te voorkomen dat de verlichting onmiddellijk opnieuw ingeschakeld wordt.Druk je langer dan één seconde op de drukknop, dan knippert de rode indicatieled (0,25 s aan en 5 s uit) en worden de verlichting en de ingestelde uitschakelvertraging gedurende twee uur in- of uitgeschakeld. |
| 4 | - ON: Kort drukken is daglichtonafhankelijk.- OFF: Kort drukken is daglichtafhankelijk.Lang drukken is altijd daglichtonafhankelijk. |
^1 De functie 'eco uit' is de meest energiezuinige manier om de verlichting in te schakelen. Je schakelt zelf de verlichting uit zodat je niet hoeft te wachten op de uitschakelvertraging. Vergeet je toch de verlichting uit te schakelen, dan gebeurt dit automatisch zodra de uitschakelvertraging verlopen is.
Gevoeligheid instellen
Met de twee dipswitches uiterst rechts stel je de gevoeligheid van de bewegingssensor in. Je hebt de keuze uit: minimaal, laag, hoog of maximaal. Raadpleeg figuur 5 voor de stand van de dipswitches afhankelijk van de gewenste gevoeligheid.
3.3. Potentiometers
Onder de behuizing van de melder vind je twee potentiometers waarmee je de lichtgevoeligheid en de uitschakelvertraging naar wens kunt instellen (fig. 6).
| Potentiometer Functie | ||
![]() | Je stelt het lichtniveau (lichtgevoeligheid) in waarop de verlichting moet worden ingeschakeld.De potentiometer heeft tien vaste lichtniveaus: 20, 50, 100, 200, 300, 400, 500, 700 en 1000 lux en∞ (daglichtonafhankelijk). | |
![]() | Je stelt de uitschakelvertraging in.Er zijn acht vooraf ingestelde waarden:- wandeltest (zie rubriek 4.1.)- puls: niet van toepassing- 2 minuten- 5 minuten- 10 minuten- 15 minuten- 30 minuten- 60 minuten | |
Om het ingestelde lichtniveau of de ingestelde uitschakelvertraging te bevestigen, knippert de groene indicatieled eenmaal en de rode indicatieled een aantal keer afhankelijk van de geselecteerde instelling. In onderstaande tabellen vind je het aantal keer dat de rode indicatieled zal knipperen voor de verschillende instellingen:
| Lichtniveau 20 50 100 200 300 400 500 700 1000 ∞ | ||||||||||
| Aantal keer dat de rode indicatieled knippert | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 |
Voorbeeld: De potentiometer is ingesteld op 300 lux. Je wilt de luxwaarde verhogen tot 400 lux. Draai de potentiometer voorzichtig tot de hogere luxwaarde. De groene indicatieled knippert eenmaal en de rode indicatieled knippert zesmaal (= 400 lux) ter bevestiging.
| Uitschakelvertraging | puls | 2 min | 5 min | 10 min | 15 min | 30 min | 60 min |
| Aantal keer dat de rode indicatieled knippert | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 |
Voorbeeld: De potentiometer is ingesteld op 10 minuten. Je wilt de uitschakelvertraging verhogen tot 15 minuten. Draai de potentiometer voorzichtig tot de hogere waarde. De groene indicatieled knippert eenmaal en de rode indicatieled knippert vijfmaal (= 15 minuten) ter bevestiging.
4. IR-AFSTANDSBEDIENING
Naast een manuele instelling aan de hand van de potentiometers en dipswitches op het toestel kun je ook de IR afstandsbediening (fig. 7) gebruiken om een andere toepassing te selecteren, een test uit te voeren of andere parameters in te geven.
4.1. Functietoetsen
| Toets Functie | |
| Je schakelt het licht permanent in of uit, ongeacht de gedetecteerde beweging en het lichtniveau.Druk kort op [IMAGE] of volg onderstaande stappen om deze functie te activeren:1. Druk op [IMAGE] om de verlichting in of uit te schakelen.Als de functie geactiveerd is, knippert de rode indicatieled (1 s aan, 10 s uit).2. Druk op [IMAGE] om de verlichting opnieuw in of uit te schakelen.3. Druk nogmaal's op [IMAGE].De melder werkt opnieuw volgens de geselecteerde instellingen. De rode indicatieled knippert eenmaal ter bevestiging. | |
| Je schakelt de Indicatieled in of uit.De indicatieled knippert als [IMAGE] of [IMAGE] geactiveerd is. | |
| Als je op deze toets drukt, geeft het toestel via de indicatieleds aan wat de huidige instellingen van kanaal 1 zijn.Eerst knippert de groene indicatieled eenmaal, waarna de rode indicatieled de status aangeeft. De eerste keer dat de rode indicatieled knippert, geeft hij het ingestelde lichtniveau weer; de tweede keer verwijst deze led naar de uitschakelvertraging (zie ook tabellen in rubriek 3.3.).Voorbeeld: Kanaal 1 is ingesteld op 300 lux en 10 minuten. Druk op [IMAGE] : de groene indicatieled knippert eenmaal en de rode indicatieled vijfmaal (= 300 lux), waarna de groene indicatieled opnieuw eenmaal en de rode indicatieled viermaal (= 10 min) knippert. | |
| Het detectiegebied wordt getest door de geïntegreerde bewegingssensor te activeren voor de wandeltest:- De blauwe indicatieled brandt als je de testmode activeert.- Gedurende vijf seconden wordt de verlichting ingeschakeld en brandt de rode indicatieled telkens wanneer de sensor activiteit detectaert.- Als er geen activiteit gedetecteerd wordt en de sensor nog in testmode staat, brandt de blauwe indicatieled.- Als je de testmode vergeet af te sluiten, werkt de melder na vijf minuten opnieuw volgens de geselecteerde instellingen.Tijdens de wandeltest werkt de lichtsensor niet.Je kunt de wandeltest ook activeren via de potentiometer voor de uitschakelvertraging. |
4.2. Insteltoetsen
Om de instellingen van de melder te wijzigen:
- Druk binnen de vijf seconden driemaal op Loe^2 om het toestel te deblokkeren.
De groene indicatieled knippert tweemaal ter bevestiging. Het toestel staat nu in de instelmode.
-
Wijzig het lichtniveau of de uitschakelvertraging via onderstaande toetsen.
-
Druk eenmaal op Lock/inkom het toestel opnieuw te blokkeren.
De groene indicatieled knippert tweemaal ter bevestiging. De gewijzigde instelling is geactiveerd en het toestel werkt opnieuw volgens de geselecteerde instellingen.
Opmerking: Als je het toestel niet blokkeert, gebeurt dit automatisch na twee minuten. Alle wijzigingen worden dan automatisch opgeslagen.
2
| Toets Functie | |
| Druk op deze toets om de luxwaarde en/ofuitschakelvertraging voor kanaal 1 in te stellen.Een rode indicatieled geeft aan dat je de instellingkunt wijzigen. |
| - Met deze rode toetsen stel je het gewenstelichtniveau(luxwaarde) in.- Er zijn tien vaste luxwaarden: 20, 50, 100, 200,300, 400, 500, 700 en 1000 lux enNo lux(daglichtonafhankelijk). | |
| - Met deze toets stel je huidige lichtniveauinde ruimte in als het gewenste niveau waarop deverlichting moet worden ingeschakeld.- Als je op deze toets drukt, knippert de rodeindicatieled eenmaal om aan te geven dat hethuidige lichtniveau opgeladen wordt. Als ditlichtniveau niet tussen 20 en 1000 lux ligt, wordthet minimumniveau (20 lux) of maximumniveau(1000 lux) opgeladen.Gebruik deze instelling als het gewenste minimalelichtniveau in de ruimte bereikt is. Dit is het tijdstipwaarop de verlichting moet worden ingeschakeldomdat het daglichtniveau niet meer voldoende is. | |
| - Met deze blauwe toetsen stel je de gewensteuitschakelvertragingin.- Er zijn zes vaste waarden: 2, 5, 10, 15, 30 en60 minuten. | |
| Niet van toepassing. | |
| Druk op deze toets:- De verlichting wordt gedurendeacht uurpermanent ingeschakeld.- De blauwe indicatieled knippert (0,25 s aan en 2 suit).Druk nogmaals op deze toets om de functie uit teschakelen. De blauwe indicatieled knippert nietmeer. Je kunt deze functie niet uitschakelen via eendrukknop. | |
| Het toestelkeert terug naar defabrieksinstellingen. |
5.1. Ingebruikneming
Je mag de melder pas onder spanning zetten als alle kabels aangesloten zijn. Nadat je de spanning ingeschakeld hebt, is de melder na ongeveer 120 seconden (opwarmtijd) gebruiksklaar.
De rode indicatieled knippert tijdens het opwarmen. Als de opwarmtijd verstreken is, knippert de groene indicatieled twee keer kort na elkaar.
5.2. Algemene werking
De geïntegreerde lichtsensor meet voortdurend het daglichtniveau in het detectiegebied en vergelijkt dit niveau met de ingestelde luxwaarde. Dankzij de lichtsensor springt het licht enkel automatisch aan als de melder beweging detecteert binnen het detectiebereik én als er onvoldoende daglicht aanwezig is:
- De verlichting blijft ingeschakeld zolang er beweging gedetecteerd wordt en onvoldoende daglicht in de ruimte aanwezig is.
- Nadat de laatste beweging gedetecteerd is, blijft de verlichting ingeschakeld gedurende de ingestelde uitschakelvertraging (1 tot 60 minuten). Zodra de uitschakelvertraging verlopen is, schakelt de verlichting uit.
- De verlichting schakelt ook automatisch uit zodra het daglichtniveau voldoende hoog is, zelfs als er op dat moment nog beweging in de ruimte is.
5.3. Detectiebereik
Je kunt het detectiegebied uitbreiden met een extra melder (slave) (350-20071). Je mag maximaal tien slaves op één master (350-20070) aansluiten. De verlichting wordt geregeld afhankelijk van de instellingen op de master. Zowel de master als de slave hebben hetzelfde detectiebereik (cirkel met een diameter van 24 m). Om een volledig oppervlak te beslaan met meerdere melders, wordt het aanbevolen rekening te houden met een overlap van ongeveer 30% (fig. 8).
Als je in een deel van het detectiegebied geen bewegingsdetectie wilt of als het detectiegebied te groot is, dek je de lens van de sensor af met het bijgeleverde afschermmasker. Zo kun je de maximale reikwijdte van 24 m verkleinen. De detectiehoek van 360° kun je verminderen in stappen van 30°.
5.4. Voorbeelden van toepassingen
Voorbeeld 1: klaslokaal
| dipswitch 1 | dipswitch 3 | dipswitch 4 | |
| ON x x | |||
| OFF x |
Werking van de aanwezigheidsmelder:
- De verlichting wordt automatisch ingeschakeld als de melder beweging detecteert in het detectiegebied en het lichtniveau onder de ingestelde luxwaarde ligt.
- De verlichting wordt na een vooraf ingestelde tijd (uitschakelvertraging) opnieuw automatisch uitgeschakeld, als de melder geen beweging meer detecteert in het detectiegebied of het lichtniveau de ingestelde luxwaarde gedurende vijf minuten overschreden heeft.
- Je kunt de verlichting altijd manueel inschakelen door kort te drukken op de drukknop. Je hebt ook de mogelijkheid om de verlichting manueel uit te schakelen (= eco uit).
- Daamaast kun je ook lang drukken op de drukknop, wat geschikt is voor situaties waarbij de verlichting gedurende langere tijd ingeschakeld (bv. examen) of uitgeschakeld (bv. filmvoorstelling) moet zijn:
- Als je lang drukt op de drukknop terwijl de verlichting ingeschakeld is, wordt de verlichting uitgeschakeld. De melder wordt geblokkeerd zolang er activiteit gedetecteerd wordt en de ingestelde uitschakelvertraging + 2 uur nog niet verstreken is. Daarna werkt de melder opnieuw volgens de geselecteerde instellingen en wordt de verlichting ingeschakeld.
- Als je lang drukt op de drukknop terwijl de verlichting uitgeschakeld is, wordt de verlichting ingeschakeld (onafhankelijk van het daglichtniveau). De verlichting blijft ingeschakeld zolang de melder activiteit detecteert en de ingestelde uitschakelvertraging + 2 uur nog niet verstreken is. Daarna wordt de verlichting uitgeschakeld, werkt de melder opnieuw volgens de geselecteerde instellingen en wordt de verlichting ingeschakeld.
De rode indicatieled op de melder knippert (0,25 s aan en 5 s uit) om aan te geven dat je lang gedrukt hebt op de drukknop. Je kunt de functie 'lang drukken' op elk moment onderbreken met een korte druk op de drukknop, waarna de verlichting ingeschakeld wordt en de melder opnieuw werkt volgens de geselecteerde instellingen.
Voorbeeld 2: kantoor
| dipswitch 1 | dipswitch 3 | dipswitch 4 | |
| ON x x | |||
| OFF x |
Werking van de afwezigheidsmelder:
- Je moet de verlichting inschakelen door kort te drukken op de drukknop (daglichtonafhankelijk).
- De functies 'eco uit' en 'lang drukken' zijn gedeactiveerd.
- De verlichting wordt na een vooraf ingestelde tijd (uitschakelvertraging) opnieuw automatisch uitgeschakeld, als de melder geen beweging meer detecteert in het detectiegebied of het lichtniveau de ingestelde luxwaarde gedurende vijf minuten overschreden heeft.
Voorbeeld 3: traphal
| dipswitch 1 | dipswitch 3 | dipswitch 4 | |
| ON x x x | |||
| OFF |
Werking van de aanwezigheidsmelder:
- De verlichting wordt automatisch ingeschakeld als de melder beweging detecteert in het detectiegebied en het lichtniveau onder de ingestelde luxwaarde liegt.
- De verlichting wordt na een vooraf ingestelde tijd (uitschakelvertraging) opnieuw automatisch uitgeschakeld, als de melder geen beweging meer detecteert in het detectiegebied of het lichtniveau de ingestelde luxwaarde gedurende vijf minuten overschreden heeft.
- Je kunt de verlichting altijd manueel inschakelen via de drukknop, onafhankelijk van het daglichtniveau.
6. ONDERHOUD
Vuil kan de werking van de melder beïnvloeden. Houd daarom de lens altijd schoon en droog. Gebruik een vochtige doek en water met weinig detergent om de lens te reinigen. Oefen nooit druk uit op de lens tijdens het reinigen. Als de lens of andere onderdelen van de melder defect zijn, neem je contact op met een erkend installateur.
- TECHNISCHE GEGEVENS
| afmetingen | 46,4 x 100 mm (HxB)73,4 x 100 mm (HxB) (incl. niet-zichtbaar deel) |
| voedingsspanning 230 Vac ± 10%, 50 Hz | |
| stroomverbruik 0,2 W | |
| relaiscontact | NO (max. 10 A), potentiaalvrij,licht- en bewegingsgevoelig |
| maximale belasting | gloeilampen (2300 W) |
| 230V-halogeenlampen (2300 W) | |
| alle laagspanningshalogeenlampen (500 VA) | |
| fluorescentielampen (niet-gecompenseerd) (1200 VA) | |
| spaarlampen (CFLI) (1200 VA) | |
| maximaal schakelvermogen 140 μF | |
| maximale inschakelstroom 165 A/20 ms | |
| lichtgevoeligheid 20 – 1000 lux | |
| hysteresis op lichtgevoeligheid + 10% | |
| uitschakelvertraging | 2 – 60 min |
| montagehoogte (fig. 3) | 2 – 3,4 m |
| detectiehoek (fig. 3) 360° | |
| detectiebereik (fig. 3) | cirkelvormig, 3 – 24 m |
| draadingang | 3 x 2,5 mm2 |
| beschermingsgraad | IP54 |
| beschermklasse | klasse I-toestellen |
| omgevingstemperatuur | -5 – +50°C |
| keurmerk | CE-gemarkeerd conform EN 60669-2-1 |
| accessoires | IR-afstandsbediening (350-20089) |
| aanwezigheids- of afwezigheidsmelder 360° (slave) (350-20071) | |
| inbouwdoos met veerklemmen (350-20057) |
- De installatie moet worden uitgevoerd door een erkend installateur en volgens de geldende voorschriften.
- Deze handleiding moet aan de gebruiker worden overhandigd. Het moet bij het dossier van de elektrische installatie worden gevoegd en worden overgedragen aan eventuele nieuwe eigenaars. Bijkomende exemplaren zijn verkrijgbaar via de website of supportdienst van Niko. Op de Niko website is altijd de meest recente handleiding van het product terug te vinden.
- Tijdens de installatie moet rekening gehouden worden met (niet-limitatieve lijst):
- de geldende wetten, normen en reglementen.
- de stand van de techniek op het moment van de installatie.
- deze handleiding die alleen algemene bepalingen vermeldt en moet worden gelezen in het kader van elke specifieke installatie.
- de regels van goed vakmanschap.
CE
Dit product voldoet aan alle toepasselijke Europese richtlijnen en verordeningen. Indien van toepassing, vind je de EG-verklaring van overeenstemming met betrekking tot dit product op www.niko.eu.
9. NIKO SUPPORT
Heb je twijfel? Of wil je het product omruilen in geval van een eventueel defect? Neem dan contact op met je groothandel of de Niko supportdienst:
België: +32 3 778 90 80
Nederland: +31 183 64 06 60
Contactgegevens en meer informatie vind je op www.niko.eu onder de rubriek "Hulp en advies".
10. GARANTIEBEPALINGEN
- De garantietermijn bedraagt vier jaar vanaf leveringsdatum. Als leveringsdatum geldt de factuurdatum van aankoop van het product door de consument. Als er geen factuur voorhanden is, geldt de productiedatum.
- De consument is verplicht Niko schriftelijk te informeren over het gebrek aan overeenstemming, en dit uiterlijk binnen de twee maanden na vaststelling.
- In geval van een gebrek aan overeenstemming heeft de consument enkel recht op een kosteloze herstelling of vervanging van het product, wat door Niko bepaald wordt.
- Niko is niet verantwoordelijk voor een defect of schade als gevolg van een foutieve installatie, oneigenlijk of onachtzaam gebruik, een verkeerde bediening, transformatie van het product, onderhoud in strijd met de onderhoudsvoorschriften of een externe oorzaak zoals vochtschade of schade door overspanning.
- De dwingende bepalingen in de nationale wetgeving over de verkoop van consumptiegoederen en de bescherming van consumenten in landen waar Niko rechtstreeks of via zuster- of dochtervennootschappen, filialen, distributeurs, agenten of vaste vertegenwoordigers verkoopt, hebben voorrang op bovenstaande bepalingen.

Dit product mag u niet bij het ongesorteerd afval gooien. Brong uw afgedankt product naar een containerpark of een erkend verzamelpunt. Net als producenten en importeurs speelt ook u een belangrijke rol in de bevordering van sortering, recycling en hergebruik van afgedankte elektrische elektronische apparatuur. Om de ophalling en verwerking te kunnen financieren, heeft de overheid in bepaalde gevallen een recyclingbijdrage finbegrepen in de aankoopprijs van dit product).
SimpelGids

