AEG WSP 4010 - Klimaatregeling

WSP 4010 - Klimaatregeling AEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis WSP 4010 AEG in PDF-formaat.

📄 62 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice AEG WSP 4010 - page 47
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : AEG

Model : WSP 4010

Categorie : Klimaatregeling

SKIP

Veelgestelde vragen - WSP 4010 AEG

Download de handleiding voor uw Klimaatregeling in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WSP 4010 - AEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WSP 4010 van het merk AEG.

GEBRUIKSAANWIJZING WSP 4010 AEG

1. Gebruiksaanwijzing

1.1 Beschrijving van het apparaat _______ 49

1.4 Verzorging en onderhoud __________ 50

1.5 Belangrijke aanwijzing _____________ 51

Wat te doen wanneer . . . ? _________ 51

2.2 Beschrijving van het apparaat _______ 53

2.6 Eerste inbedrijfstelling _____________ 59

2.7 Reparatie, ombouwen van het apparaat 59

Deutsch English Français Nederlands

1. Gebruiksaanwijzing

1.1 Omschrijving van het apparaat

Met warmteaccumulatoren wordt tijdens de laag tarief periode (afhankelijk van het nutsbedrijf, meestal nachtstroom) elektrisch opgewekte warmte opgeslagen. Deze wordt overeenkomstig de temperatuur in de ruimte via een ventilator als warme lucht, en voor een gering deel ook als uitstralingswarmte van het oppervlak van het apparaat, weer afgegeven.

De bediening van het apparaat gebeurt op het bedieningspaneel (1) op de rechter zijwand (afb. 1).

1.2.1 Warmteaccumulatie

Met de keuzeschakelaar (afb. 17) wordt accumulatiegraad (opladen) bepaald. Hierbij moet een onderscheid worden gemaakt tussen de werking van de warmteaccumulator met of zonder centrale, weersafhankelijke oplaadbesturing (zit in de onderverdeling). Wanneer geen centrale, weersafhankelijke oplaadbesturing beschikbaar is (handmatige werking, afb. 18), dan moet de keuzeschakelaar als volgt worden ingesteld:

  • = Er wordt niet opgeladen 1 = Overgangstijd (voorjaar/herfst) – komt overeen met ca. 1/3 van de volledige lading 2 = Milde winterdagen – komt overeen met ca. 2/3 van de volledige lading 3 = Komt overeen met de volledige lading Na een korte gewenningsperiode zult u de nodige ervaring hebben opgedaan om de op dat moment juiste instelling te vinden. Wanneer een centrale, weersafhankelijke oplaadbesturing beschikbaar (automatische werking), moet de keuzeschakelaar op stand 3 staan. Het weersafhankelijke opladen zorgt er dan voor dat de warmteaccumulator op de juiste wijze wordt opgeladen. Ook bij een beschikbare oplaadbesturing kan de op te laden hoeveelheid van de afzonderlijke warmteaccumulatoren handmatig met de keuzeschakelaar worden aangepast.

De warmteafgifte (ontladen) wordt met een aan de wand gemonteerde of in het apparaat integreerbare AEG-thermostaat (speciale accessoires) geregeld. De gewenste temperatuur in de ruimte kan daarbij op de thermostaat worden ingesteld, die dan automatisch de warmteafgifte via de ventilator regeld, zo dat de ruimte op een constante temperatuur kan worden gehouden. Op zeer koude dagen wordt het aanbevolen de thermostaat bij afwezigheid meerdere dagen ingeschakeld te laten, om de temperatuur in de ruimte op bijv. ca. 10 °C te houden, zodat het gebouw c.q. de ruimte niet afkoelt (bescherming tegen bevriezing). Voor de gebruiker50 Voor de gebruiker

1.3 Veiligheidsvoorschriften

Het apparaat mag niet – in ruimten worden gebruikt die brand- of explosiegevaarlijk zijn door de aanwezigheid van chemicaliën, stof, gassen of dampen; – in de onmiddellijke nabijheid van leidingen of reservoirs worden gebruikt, die brandbare of explosieve stoffen bevatten; – worden gebruikt wanneer de minimale afstand tot aangrenzende objecten niet in acht wordt genomen.

  • Montage (elektrische installatie) alsmede de eerste inbedrijfstelling en het onderhoud van dit apparaat mogen alleen door een daartoe bevoegde vakman en overeenkomstig deze aanwijzingen worden uitgevoerd.
  • In geen geval mag het apparaat worden gebruikt wanneer in de opstellingsruimte werkzaamheden zoals verleggen, slijpen, verzegelen, reinigen met benzine en onderhoud (spray, vloerwas) van vloeren en dergelijke worden uitgevoerd. Bovendien moet de ruimte voor het opladen in voldoende mate worden geventileerd.
  • Het oppervlak van de behuizing van het apparaat en het luchtafvoerrooster kunnen tot een temperatuur van meer dan 80 °C worden verwarmd. Daarom mogen op het apparaat of in de onmiddellijke nabijheid daarvan geen brandbare, ontvlambare of warmte-isolerende stoffen, als wasgoed, dekens, tijdschriften, reservoirs met boenwas of benzine, spuitdozen en dergelijke wor- den geplaatst. Ook mag geen wasgoed over het apparaat worden gehangen om dit te drogen. Gevaar voor brand!
  • Voor alle soorten voorwerpen, zoals bijv. meubels, gordijnen, vitrage en textiel of andere brandbaar of niet brandbaar materiaal, moet de volgende minimale tussenruimte, in het bijzonder ten opzichte van luchtafvoerroosters, ten opzicht van het apparaat worden aangehouden (afb. 2): t.o.v. luchtafvoerrooster ⇒ 500 mm t.o.v. de rechter zijwand (voor montageruimte) ⇒ 100 mm t.o.v. linker zijwand ⇒ 70 mm t.o.v. linker zijwand bij 2 warmteaccumulatoren naast elkaar ⇒ 100 mm t.o.v. deksel (bijv. vensterbank) ⇒ 40 mm t.o.v. deksel (vitrage, gordijnen, brandbaar materiaal) ⇒ 100 mm De warme lucht moet ongehinderd uit het apparaat kunnen stromen (afb. 19)!
  • De bij deze gebruiks- en montagehandleiding meegeleverde verwijzingsstickers „Geen voorwer- pen op of tegen het apparaat zetten“ moeten in zakelijk gebruikte ruimten, zoals bijv. in hotels vakantiehuisjes, scholen enz., goed zichtbaar op het deksel van het apparaat worden geplakt.

1.4 Verzorging en onderhoud

Wanneer op de behuizing van het apparaat lichte bruine verkleuringen optreden, moeten deze waar mogelijk onmiddellijk met een vochtige doek worden verwijderd. Het apparaat moet in koude toestand met de gebruikelijke onderhoudsmiddelen worden schoongemaakt. Het gebruik van schurende en bijtende onderhoudsmiddelen moet worden vermeden. Geen reinigingsspray in de ventilatiegleuvel spuiten. het ventilatiekanaal achter het luchtafvoerrooster (5) moet iedere twee jaar door een vakman worden gecontroleerd. Hier kan in lichte mate vuilafzettingen voorkomen. Geadviseerd wordt om tijdens regelmatig onderhoud ook de controle- en regelorganen te laten controleren. Op z’n laatst 10 jaar na de eerste ingebruikstelling moeten veiligheids-, controle- en regelorganen alsmede het gehele op- en ontlaadsysteem door een vakman worden gecontroleerd.

1.4.1 Reiniging van het pluizenfilter (afb. 3)

Het in het luchttoevoerrooster (6) aangebrachte pluizenfilter (7) moet regelmatig worden schoongemaakt, zodat het storingsvrije ontladen van de warmteaccumulator is gewaarborgd. Bij een dichtgeslibd pluizenfilter worden de ventilatoren uitgeschakeld. Het pluizenfilter als volgt schoonmaken: – Het luchttoevoerrooster (6) aan beide kanten lichtjes naar beneden drukken, aan de bovenkant naar voren Tuimelen en verwijderen; – Het pluizenfilter met bijv. een schroevendraaier uit het rooster drukken en met borstel, stofzuiger of vergelijkbare hulpmiddelen schoonmaken; Het pluizenfilter weer in het rooster plaatsen en over de noppen vast laten klikken; – Het luchttoevoerrooster aan de onderkant schuin op de noppen op de bodem van het apparaat zetten en met lichte druk onder het luchtafvoerrooster vastklikken (afb. 16).51 Nederlands Voor de gebruiker en de installateur

1.5 Belangrijke aanwijzing

Deze aanwijzing zorgvuldig bewaren, bij eventuele verkoop van het apparaat aan de nieuwe eigenaar overhandigen. Tijdens eventuele reparatiewerkzaamheden ter inzage aan de vakman geven. Wat te doen wanneer . . . ? Voor de gebruiker controleer of . . . . . . de keuzeschakelaar op stand 3 staat. . . . in uw zekeringenkast de bijbehorende zekeringen defect zijn of de aardlek- schakelaar is geactiveerd. Oorzaak verhelpen! Wanneer de warmteaccumulator op de daaropvolgende dag nog niet is opgewarmd moet u contact opnemen met een vakman. Voor de vakman controleer of . . . . . . de aansturing van de verwarmingselementbeveiliging in orde is. . . . spanning op de klemmen L1/L2/L3 staat. . . . of de veiligheidstemperatuur- begrenzer (F1) is geactiveerd.

  • de warmte- accumulator niet warm wordt
  • de warmte- accumulator ook bij milde weersom- standigheden een buitengewoon hoge behuizingstemperatuur laat zien. CLICK

L-SH controleer of . . . . . . de ventilator met de thermostaat kan worden ingeschakeld. Wanneer dit niet het geval contact opnemen met de vakman. . . . het pluizenfilter in het lucht- toevoerrooster verstopt is. De oorzaak overeenkomst punt 1.4.1 verhelpen! controleer of . . . . . . de thermostaat is ingeschakeld en er spanning op de klem LE staat. . . . of de ventilatoren draaien. . . . de veiligheidstemperatuur- regelaar (N5, zie pagina 3, afb. 1) in de luchtafvoer is uitgeschakeld. . . . het besturingssignaal Z1 van de oplaadbesturing op klem A1/Z1 in de warmteaccumulator is ingeschakeld. "CLIC"52

Het plaatsen en de elektrische aansluiting moeten, met in acht neming van de montage- handleiding, door een vakman worden uitgevoerd. Breedte „B"mm Gewicht (met stenen) kg Afstand „X"mm Aansluiting Vermogen kW Berekend opladen kWh max. opladen P

kWh Accumulatiestenen Aantal pakken (stenen) st. Gewicht kg Stuurweerstand kΩ Aanvullende verwarming (speciale accessoires) Vermogen kW 3/N/PE ~ 50 Hz 400 V

3,4 0,35 / 0.5 Voor de installateur53 Nederlands

2.2 Beschrijving van het apparaat (pagina 3, afb. 1)

1 Bedieningspaneel 2 Deksel 3 Zijwand rechts 4 Voorwand 5 Luchtafvoerrooster 6 Luchttoevoerrooster 7 Pluizenfilter 8 Binnenste voorwand 9 Accumulatorentenen 10 Afdekplaat 11 Warmte-isolatie 12 Vloerwarmte-isolatie 13 Mengluchtklep 14 Luchtkanaal 15 Kabeldoorvoer 16 Luchtgeleidingscomponent 17 Verwarmingselement 18 Ventilator 19 Veiligheidstemperatuurregelaar voor ontladen (N5) 20 Veiligheidstemperatuurregelaar voor opladen (N4) 21 Veiligheidstemperatuurbegrenzer (F1)

De accumulatiestenen worden middels de tussen de rijen accumulatiestenen liggende verwarmingselementen verwarmd. Met de oplaadregelaar (keuzeschakelaar afb. 17) wordt het opladen traploos ingesteld. Begin en duur van het opladen worden bepaald door de verantwoordelijke energieleverancier (nutsbedrijf). Twee ingebouwde veiligheidsthermostaten (19, 20) alsmede een veiligheidstemperatuurbegrenzer (21) voorkomen dat het apparaat oververhit raakt. Terwijl de veiligheidsthermostaten automatisch opnieuw inschakelen, moet de veiligheidstemperatuurbegrenzer door de vakman, door het indrukken van de in het midden van de begrenzer aangebrachte knop, na het verhelpen van de storing opnieuw worden ingeschakeld. De op deze manier opgeslagen warmte wordt dan met behulp van een ventilator, deels ook via het oppervlak van het apparaat, afgegeven. Hierbij wordt de lucht in de ruimte door de ventilator (18) door het luchttoevoerrooster (6) aangezogen en door de luchtkanalen van de accumulatiestenen (9) geblazen, waarbij de lucht wordt verwarmd. Voordat de aldus verwarmde lucht via het luchtafvoerrooster (5) de ruimte instroomt, wordt zy via twee mengluchtkleppen met koude lucht uit de ruimte gemengd, zodat de lucht die de ruimte instroomt de toelaatbare maximum temperatuur niet overschrijdt. De stand van de menglucht- kleppen en zodoende de mengverhouding van de lucht, wordt met een bimetaalregelaar geregeld. Voor de installateur54

2.2.2 Aansluitvermogen reduceren

Door het omleggen c.q. verwijderen van bruggen op de aansluitklemmen kan het aansluitvermogen, dat af fabriek op 100 % is ingesteld, in combinatie met een oplaadgraadreductie op de oplaadregelaar 3 vermogenstrappen (zie pagina 12) worden gereduceerd. De afmetingen van de leidingdiameters en de beveiliging moeten overeenkomstig het maximaal mogelijke vermogen van het apparaat worden uitgevoerd.

  • Let op de bijverpakte onderdelen in de verpakking van het apparaat!
  • De bouwvoorschriften van het desbetreffende land moeten in acht worden genomen.
  • De plaats waar het apparaat wordt geplaatst moet voldoende draagkracht hebben. In geval van twijfel moet een bouwdeskundige om advies worden gevraagd (Zie de „Technische gegevens„ voor het gewicht van de accumulatoren).
  • De minimale afstand tot aangrenzende objecten moet worden aangehouden (afb. 2 en 2a).
  • Alle elektrische aansluit- en installatiewerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd conform de VDE-bepalingen 0100, de voorschriften van de verantwoordelijke elektriciteitsbedrijven en de betreffende nationale en regionale voorschriften.
  • Het apparaat moet met een aanvullende voorziening met een scheidingstraject van minimaal 3 mm over alle polen van het net kunnen worden gescheiden. Hiervoor kunnen beveiligingen, zekeringen en dergelijke worden geïnstalleerd.
  • Een latere verhoging van het aansluitvermogen moet door de verantwoordelijke energieleverancier worden goedgekeurd. Wanneer de latere verhoging van het vermogen niet aan de energieleverancier wordt gemeld, betekent het dat u contractbreuk pleegt.
  • De bedrijfsmiddelen moeten geconstrueerd zijn voor het nominale verbruik van het apparaat.
  • De gegevens op het typeplaatje van het apparaat moeten in acht worden genomen! De aangegeven spanning moet overeenstemmen met de netspanning.
  • Om de standveiligheid overeenkomstig VDE te kunnen garanderen moet de warmteaccumulator worden bevestigd. 75 % P nom. 100 % P nom. (standaard bedrading) 91,6 % P nom. 83,3 % P nom. 100 % P nom. Voor de installateur55 Nederlands

Het apparaat mag niet – in ruimten worden gebruikt die brand- of explosiegevaarlijk zijn door de aanwezigheid van chemicaliën, stof, gassen of dampen; – in de onmiddellijke nabijheid van leidingen of reservoirs worden gebruikt, die brandbare of explosieve stoffen bevatten; – worden gebruikt wanneer de minimale afstand tot aangrenzende objecten niet in acht wordt genomen. In ruimten waarin uitlaatgassen, olie- en benzine, vluchtige stoffen enz. te ruiken zyn, kan langdurige stank en eventueel verontreinigingen ontstaan. PlaatsingswandPlaatsingswand PlaatsingswandPlaatsingswand Plaatsingswand Er moet worden gecontroleerd of een voldoende sterke wand voor de bevestiging van het apparaat beschikbaar is. Wanneer geen geschikte bevestigingswand beschikbaar is, moet het apparaat op de vloer worden bevestigd (rechtstreeks op de vloer of met een vloerbeugel [speciaal accessoire]). VloerVloer VloerVloer Vloer De vloer waarop het apparaat wordt geplaatst moet vlak zijn en voldoende draagkracht hebben, zodat de behuizing niet krom trekt. De temperatuurbestendigheid van de bevestigingswand moet minimaal 85 °C bedragen, die van de vloer minimaal 80 °C. De warmteaccumulatoren kunnen op iedere gewone vloer worden neergezet, maar bij de onderstukken kunnen bij PVC- en parketvloeren en ook bij tapijten met lange haren door de druk en de inwerking van de warmte veranderingen optreden. In deze gevallen moeten warmtebestendige onderplaten worden gebruikt (ter plaatse aan te schaffen).

2.5 Montage van het apparaat (afb. 3-14)

Om de standveiligheid overeenkomstig VDE te kunnen garanderen moet de warmteaccumulator met een wand- of vloerbevestiging (afb. 8) worden beveiligd. De noodzakelijke schroeven en pluggen voor de bevestiging van het apparaat worden niet meegeleverd. Deze moeten, afhankelijk van het materiaal waaruit de desbetreffende wand is samengesteld, door de vakman worden gekozen en geleverd. Wandbevestiging In de achterwand van het apparaat is in de buurt van de schakelruimte een gat aangebracht, waardoor het apparaat met een geschikte schroef aan een voldoende sterke wand kan worden bevestigd (afb. 8) Voordat het apparaat wordt bevestigd moet erop worden gelet dat de toegestane minimale afstand tot aangrenzende objecten wordt aangehouden. Vloerbevestiging De vloerbevestiging gebeurt door de bodem van het apparaat aan de vloer vast te schroeven middels de vier gaten met een diameter van 9 mm (zie voor de afmetingen „Technische gegevens“, pagina 9). Deze bevestiging kan alleen bij gedemonteerde luchtafvoer- en luchttoevoerroosters alsmede verwijderde ventilatorenchuiflade worden uitgevoerd. Voor de installateur56

2.5.1 Plaatsing van het apparaat (afb. 3-6)

  • Het luchttoevoerrooster (6) aan beide kanten lichtjes naar beneden drukken, aan de bovenkant naar voren tuimelen en verwijderen; Op het luchtafvoerrooster (5) beide schroeven aan de bovenkant losdraaien en het rooster verwijderen (afb. 3).
  • De voorwand (4) met 2 schroeven aan de onderkant losdraaien (inwendige schroefdraadgaten), de voorwand aan de onderkant lichtjes optillen en verwijderen (afb. 4). De binnenste voorwand met 2 schroeven aan de onderkant losdraaien, lichtjes optillen en verwijderen (afb. 5).
  • Demontage van de rechter zijwand (3): De draaiknop (a) verwijderen, schroef (b) aan de zijwand (3) losdraaien, de zijwand aan de achterkant een beetje aan de kant trekken (c), naar voren drukken (d), optillen en verwijderen (afb. 6).
  • Netaansluitleidingen alsmede aansluitleidingen voor op- en ontlaadregelaar door de opening in de achterwand van het apparaat (15) in het apparaat steken en, met inachtneming van punt

2.5.2 aansluiten (aansluitleiding ca. 260 mm invoeren en naar behoefte inkorten, zodat deze niet

in de buurt van de ventilatiegleuvel in de zijwand kan komen te liggen);

  • Het apparaat op de gewenste plaats neer zetten en aan de bevestigingswand (bij noodzakelijke vloerbevestiging op de vloer) vastzetten.
  • Afdekplaat (10), karton en bedieningsknop uit het interieur verwijderen (afb. 9). Het interieur moet volledig ontdaan zijn van vreemde voorwerpen zoals verpakkingsresten e.d. Warmte-isolatie op transportbeschadigingen controleren, eventueel vervangen. Accumulatiestenen plaatsen (afb. 10 en 11) De accumulatiestenen worden afzonderlijk verpakt geleverd. Accumulatiestenen met lichte transportbeschadigingen mogen worden gebruikt. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. Voor de bevestiging van de accumulatiestenen (9) moeten de verwarmingselementen (17) een klein stukje worden opgetild (afb. 10). De eerste accumulatorentenen met de kom voor het verwarmingselement naar boven toe op enige afstand tot de rechter warmte-isolatie onder het verwarmingselement plaatsen en tegen zowel de rechter als de achterste warmte-isolatie schuiven. De slobgaten vormen de verwarmingskanalen. Er tijdens het optillen van de verwarmingselementen op letten dat de doorlopende gaten in de warmte-isolatie aan de zijkant niet groter worden. Als afsluiting de uit het interieur verwijderde afdekplaat (10) over de bovenste accumulatiestenen schuiven (afb. 12).

2.5.2 Elektrische aansluiting

De verwarmingselementen worden met 3/N/PE ~ 50 Hz 400 V of 3/N/A ~ 50 Hz 400 V met 1/N/A ~ 50 Hz 230 V aangesloten, 3 x 230 V + A, 3 x 230 + T of 2 x 230 + T. Een rechtstreekse aansluiting met NYM is ook mogelijk. Het aantal voedingsleidingen en leidingaders alsmede de leidingdiameter zijn afhankelijk van de aansluitwaarde van het apparaat en de wijze waarop het apparaat op het net is aangesloten, alsmede van de bijzondere voorschriften van de energieleverancier. Hierbij de bijbehorende schakelschema's in acht nemen. Bij het aansluiten van het apparaat op een automatische oplaadbesturing kan er ook spanning op de klemmen A1/Z1 - A2/Z1 staan wanneer de zekeringen zijn verwijderd! Aansluiting Bij de elektrische aansluitleidingen eventueel zorgen voor een trekontlasting en overeenkomstig het schakelschema in het apparaat (op de binnenkant van de rechter zijwand) of het aansluitschema aansluiten. Wanneer de in de schakelruimte geplaatste beugel voor het bevestigen van de netaansluitklemmen slecht toegankelijk is doordat aan de zijkant te weinig ruimte is overgelaten, dan kan, de beugel – nadat de schroef in de achterwand is losgedraaid (niet helemaal uitdraaien), de beugel tijdens de aansluitwerkzaamheden naar voren worden gezwenkt. Voor de installateur57 Nederlands

3/N/PE ~ 50 Hz 400 V L2L3123 83,3 % P NennL2L3N 8 h 9 h 10 h Voor de werking met "enkeldraadsbesturing" ** moet een brug tussen "N" en "A2/Z2" worden gemaakt. Aanpassing van het vermogen overeenkomstig de nominale oplaadduur Door het omleggen c.q. verwijderen van bruggen op de aansluitklemmen kan het aansluitvermogen op de door de nutsbedrijf bepaalde nominale oplaadduur worden aangepast. Typeplaatje van het apparaat De markering op het typeplaatje en het schakelschema in acht nemen! Na de elektrische aansluiting moet het bij het aansluitvermogen en de nominale oplaadduur van het apparaat horende vierkantje met een wisbestendige ballpoint worden gemarkeerd.

2.5.3 Apparaat bedrijfsklaar

Het apparaat schoonmaken (afb. 13 en 14) Het open apparaat moet na het opstellen en de bevestiging van de accumulatiestenen worden schoongemaakt. Hiervoor moeten de ventilatoren en het luchtgeleidingscomponent worden gedemonteerd. Het luchtgeleidingscomponent (16) losschroeven en naar buiten trekken.

  • De ventilator (18) na het losdraaien (niet volledig uitdraaien) van de voor aan de bevestigingsbeugels zittende schroeven opttillen en uittrekken (let op de kabels!). bij enkele apparaten moet hiervoor de temperatuurregelaar – ontlading (19) iclusief de bevestigingsplaat worden losgeschroefd. Bij het neerleggen van de gedemonteerde onderdelen moet erop worden gelet dat de draden niet beschadigd worden .
  • Bodemplaat en ventilator schoonmaken (de lamellen niet beschadigen!). Daarna de ventilator, eventueel de temperatuurbegrenzer alsmede het luchtgeleidingscomponent weer monteren (let er op dat de kabels verlegd worden!). Het apparaat sluiten (afb. 15 en 16)
  • De binnenste voorwand met warmte-isolatie iets schuin naar voren gedraaid aan de bovenkant inhangen en met 2 schroeven aan de onderkant vastschroeven;
  • De rechter zijwand aan de onderkant inhangen en naar boven Tuimelen, aan de bovenkant inhangen en met een schroef bevestigen; (zie voor omgekeerde volgorde 2.5.1 – Demontage rechter zijwand afb. 6)
  • De voorwand aan de bovenkant inhangen, onder tegen het apparaat zwenken en met 12 schroeven bevestigen (hierbij steeds de inwendige schroefdraadgaten gebruiken) (afb. 15);
  • Het luchtafvoerrooster bevestigen, daarbij de schroeven handvast vastdraaien en weer ca. 1 omwenteling terugdraaien (afb. 16);
  • Het luchttoevoerrooster aan de onderkant schuin op de noppen op de bodem van het apparaat zetten, aan de bovenkant omzwenken en achter het luchtafvoerrooster vastklikken (afb. 16). Uitvoering van de warmteaccumulator Nominale oplaadduur Aansluitvarianten (kW) Model WSP 2010 WSP 3010 WSP 4010 WSP 5010 WSP 6010 WSP 7010

Voor de installateur . . . bij geïntegreerde thermostaten RTi 100 M/RTi 101 EP . . . bij wandgemonteerde thermostaten . . . bij enkelfasige aansluiting (max. 2 kW) . . . bij warmteaccumulator-vervanging Aansluitschema . . .

Bruggen (L) - (L-SH) en (N) - (N) bij aansturing zonder verwarmings- beveiliging verwijderen

Bruggen (L) - (L-SH) en (N) - (N) bij aansturing zonder verwarmings- beveiliging verwijderen

„Enkeldraadsbesturing“59 Nederlands

2.6 Eerste inbedrijfstelling

2.6.1 Werkingscontrole

De werking van de ventilator voor het accumulatordeel door het inschakelen van de thermostaat controleren.

De apparaten kunnen na een succesvolle werkingscontrole zonder eerste opwarming in gebruik worden genomen. Het opladen gebeurt hetzij met de hand met de instelling van de elektronische oplaadregelaar of automatisch met de beschikbare Elfamatic-oplaadbesturing. Tijdens het voor de eerste keer opladen moet het opladen in kWh worden vastgesteld en met de in de "Technische gegevens" aangegeven maximaal toelaatbare waarde in koude toestand worden vergeleken. Deze vastgestelde waarde mag de maximaal toelaatbare waarden van het opladen in koude toestand niet overschrijden. Tijdens de eerste keer opladen kan een vreemde geur optreden. Op grond daarvan moet de ruimte in voldoende mate worden geventileerd (1,5-voudige luchtverversing, bijv. met gekantelde ramen). Het voor de eerste keer opladen mag in een slaapkamer niet ‚s nachts worden uitgevoerd.

2.7 Reparatie, ombouwen van het apparaat

Wanneer een apparaat na tijdens een reparatie gedemonteerd te zijn geweest, of wanneer deze reeds op een andere plaats in gebruik is geweest, moet net als bij de eerste inbedrijfstelling en overeenkomstig deze montagehandleiding tewerk worden gegaan. In deze gevallen moet in het bijzonder worden gelet op het onderstaande: Delen van de warmte- isolatie, waaraan schade of wijzigingen zijn te herkennen, die van invloed zijn op de veiligheid, moeten door nieuwe worden vervangen. Voor de inbedrijfstelling moet de isolatiecontrole en het meten van het nominale verbruik worden gemeten.

2.1.1 Ombouwen van het apparaat

voor ombouw-, aanbouw- en inbouwwerkzaamheden is de met het desbetreffende component meegeleverde handleiding maatgevend.

Leg de gebruiker de functies van het apparaat uit. Maak hem of haar in het bijzonder attent op de veiligheidsvoorschriften. Geef de gebruiker de gebruiks- en montagehandleiding. Symbolen op het typeplaatje (voorbeeld WSP 7010) Totaal gewicht Opladen Ontladen Aanvullende verwarming Ventilator Voor de installateur Made in Germany E-Nr. F-Nr. WSP 7010

Voorbeeld 1,760 Serieschakeling 3/N/PE ~ 50 Hz 400 VL2L3123 3/N/PE ~ 50 Hz 400 VL2L3123 L13/N/PE ~ 50 Hz 400 VL2L3123 L13/PE ~ 50 Hz 400 VL2L3123 1/N/PE ~ 50 Hz 230 VL2L3123 Schakelschema WSP 2010 - 7010 E1 - E6: Verwarmingselement (accumulator) E7: Verwarmingsweerstand F1: Veiligheidstemperatuurbegrenzer M1 - M3: Ventilator N1: Temperatuurbegrenzer - opladen N5: Temperatuurbegrenzer - ventilatorenchuiflade N4: Temperatuurbegrenzer - opladen X1: Netaansluitklemmen X2: Aansluitklemmen Geïntegr. thermostaat E9: Verwarmingsweerstand N6: Temperatuurregelaar - ontladen S2: Tuimelschakelaar - ontladen Z1: Ontstoringscondensator Aanvullende verwarming E8: Aanvullende verwarming N2: Temperatuurregelaar – aanvullende verwarming N3: Temperatuurregelaar – aanvullende verwarming S1: Tuimelschakelaar – aanvullende verwarming 75 % P nom. 100 % P nom. 91,6 % P nom. 83,3 % P nom. 100 % P nom.

AC-signaal 230 VBesturingssignaal opladen3/N/PE ~ 50 Hz 400 VBesturingscircuit1/N/PE ~ 50 Hz 230 V* bij aansluiting van een externe RT N L3 L2 L1 N L3 L2 L1 N L3 L2 L1 L3 L2 L1 N L1 Voor de installateur61 Nederlands Attentie! Bij 3/PE AC 50 Hz 230 V netvoeding Het is noodzakelijk dat de originele bedrading van de accumulator wordt omgezet! Elektrisch schema voor 3/PE AC 50 Hz 230 V Het is noodzakelijk dat de originele bedrading wordt omgezet!E1 - E6:VerwarmingselementF1: VeiligheidstemperatuurbegrenzerN1: Temperatuurbegrenzer - verwarmingX1: Aansluitklem netvoedingN4: Temperatuurbegrenzer - verwarmingBruggen moeten ter plaatse worden gemaaktxxx Draad vi van E2 lostrekken en op E6 aansluitenxx Draad br van E6 lostrekken en op E4 aansluitenx Draad ws van E4 lostrekken en op E2 aansluiten Voor de installateur62 Milieu en recycling