Amphion - Elektrische fiets Sparta - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Amphion Sparta in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - Amphion Sparta
Gebruikersvragen over Amphion Sparta
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische fiets in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Amphion - Sparta en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Amphion van het merk Sparta.
GEBRUIKSAANWIJZING Amphion Sparta
1.1 Over dit boekje 3
2 Garantie 4
2.1 Voorwaarden 4
2.2 Garantieperiode 4
2.3 Geen garantie 4
2.4 Onderwerp van garantie 4
3 Veiligheid 5
3.1 Tips voor veilig fietsen 5
3.2 Ongeval of valpartij 5
3.3 Vervoer van kinderen 5
3.4 Parkeren fiets.. 6
3.4.1 Sloten 6
3.4.2 Framenummer 6
3.4.3 Stuurvergrendeling 6
4 Installingen 7
4.1 Aanhaalmomenten 7
4.2 Zadel 7
4.2.1 Vertical 8
4.2.2 Horizontal 9
4.2.3 Richting 9
4.3 Verende zadelpen 9
4.4 Stuur 10
4.4.1 Vaste stuurpen 11
4.4.2 Verstelbare stuurpen 12
4.4.3 Quick Release stuur 13
4.5 Handvatten 14
5 Gebruik 15
5.1 Versnellingen 15
5.1.1 Verzet. 15
5.1.2 Derailleur versnellingen 16
5.1.3 Naafversnellingen 17
5.2 Remmen 17
5.2.1 Terugtraprem 17
5.2.2 Trommelremmen 17
5.2.3 Rollerbrake 17
5.2.4 Cantilever-V-rem 18
5.2.5 Hydraulische rem 18
5.3 Verlichting 18
5.3.1 Koplamp 18
5.3.2 Automatisch hinterlicht 20
5.3.3 Batterijen 21
5.3.4 Dynamoin- en uitschakelen 22
5.3.5 Dynamofstellen 22
5.3.6 Naafdynamo 23
5.3.7 Koplamp afstellen 23
6 Onderhoud 24
6.1 Frequentie 24
6.1.1 Maandelijks 24
6.1.2 Halfjaarlijks 24
6.1.3 Jaarlijks 24
6.2 Bandenspanning 25
6.3 Ketting smeren 25
6.4 Schoonmaken 25
1 Voorwoord
1.1 Over dit boekje
Dit boekje maakt u vertrouwd met de belangrijkste onderdelen van de fiets. Bovendien bevat het instructies voor het uitvoeren van eenvoudig onderhoud. Daar waar vakmanschap verreist is worden u verwezen maar de Sparta dealer.

Speciale aandachtspunten zich gemarkeerd met dit pictogram.
Voer de handelingen uit zoals beschreiben. U voorkomt daarmee lichamelijk letsel of schade aan de fiets.
2 Garantie
De onderstaande garantiebepalingenvormen een aanvulling op de wettelijkerechten.
2.1 Voorwaarden
Sparta geeft een garantie op eventuele materiaal- of constructiefouten aan de fiets op de volgende voorwaarden:
- U kunt alleen aanspraak make np garantie als u een duidelijk ingevuld en afgetekend garantiebewijs of de aankoopbon kunt overleggen.
- Alleen de eerste eigenaar heeftrecht op garantie; de garantie isniet overdraagbaar.
2.2 Garantiepiode
Sparta geeft een garantie van 10aar op het frame ^+ vaste voorvork en 3aar op een verende voorvork. Voor overige onderdelen voor zover deze Niet aan normale slijtage overhevig zich geldt een garantie van 1aar.
2.3 Geen garantie
In onderstaande gevalen worden geen garantie verleend:
- De fiets is oneigenlijk of onzorgvuldig gebruikt.
- De fiets is beschadigd door een verkeersongeval of valpartij.
- De schade is het gevolg van normale slijtage (onderdelen zoals banden, ketting, kabels en remblokjes).
- De fiets is nicht onderhonden zoals aangegeven in dit boekje (waardoor bijvoorbeeld roestvorming kan zich ontstaan).
-
Reparaties zich oneskundig of Niet door een Sparta-dealeruitgevoerd.
-
Voor reparations zich nicht-originele onderdelen gebruikt.
- Onderdelenন onjuist gemonteerd.
- De constructie is gewijzigd.
- De fiets is voor verhuur gebruikt.
2.4 Onderwerp van garantie
- Alleen defecte onderdelen die via de Sparta-dealeraar Sparta B.V. ter beordeling worden opgestuurd.
- Vergoening van lichamelijk letsel of schade aan andere goederen dan (originele onderdelen van) de Sparta-fiets is, voor zover wettelijk toegestaan,uitgesloten.
- Het arbeidsloan voor demontage en montage van de fiets behoort Niet tot de garantie en is voor rekening van de eigenaar.
- Kosten van transport van de fiets en/of onderdelen van enaar Sparta B.V. zijn voor rekening van de eigenaar.
3 Veiligung
3.1 Tips voor veilig fietsen
Op de openerbare weg
Respecteer de verkeersregels.
Zorg ervoor dat de uitrusting van uw fiets voldoet aan de wettelijk minimumvereisten.
In de bergen
Schakelijdig terug maar eenlichtere versnelling voordat u aan een helling begint.
Heeft de fiets trommelremmen, rem dan in een afdaling afwisseled op het voor- enchterwiel. Dit voorkomt oververhitting van de remmen.
Bij slecht wee
- Houd er rekening mee dat de remafstand tot 40% langer is op een nat wegdek.
Verlichting
- Controller de werkung van de verlichting regelmatig.
3.2 Ongeval of valpartij
Laat na een ongeval of valpartij de fiets controeren, ook als er geen zichtbare schade is.
3.3 Vervoer van kinderen
Monteer kinderzijes nooit op een bagagedrager met een maximaal toegestane belasting van 10kg en op een bagagedrager of stuur van aluminium.

Zorg voor de aanwezigheid van jasbeschemmers (A).

- Dek de veer van het zadel af (A).
3.4 Parkeren fiets
- Gebruik een of meer goede sloten op de aanbevolen manier.
- Sluit een fietsverzekering af.
Laat uw fiets registrieren. Eenduidelijk zichtbare registratie opuw fiets heeft vaak al eenpreventieve werking.
3.4.1 Sloten
Een slot kan als volgt in combinatie met een extra kabel worden gebruikt:

Vastmaken
- Zet eerst de fiets op slot en neem de sleutel (A) uit het slot.
- Sla de kabel (B) om een boom, hek, anderszins.
- Klik de kabel vast in het slot

Verbind de kabel bij voorkeur aan het frame en aan de wielen, zeker als de fiets metuitvalnaven is uitgerust.
Losmaken
- Open het slot
- Verdraai de sleutel (A) een beetje en haal de kabel (B)uit het slot.
3.4.2 Framenummer
Het framenummer staat op de onderzijde van de onderbuis (A). Noteer dit nummer op de garantiekaart.

3.4.3 Stuurvergrendeling
Sommige fietsen zich voorzien van een Shimano stuurvergrendeling waarkee het stubur in een vaste parkeerstand gezet kan worden.

4 Installingen
Het rijcomfort wordt hoofdzakelijk bepaald door de positie van het zadel en het stuur.
4.1 Aanhaalmomenten
Hanteer de onderstaande aanhaalmomenten bij het vastzetten van onderdelen:
| Onderdeel Moment [Nm] | |
| Expanderbout 12 | - 15 |
| Moer voor zadelpenbout | |
| Balhoofdmoer 15 | - 20 |
| Dynamo 8 - 12 | |
| Naafasmoeren voorwielen | |
| Naafasmoeren achterwieten | |
| Stuur | |
| Handvat 20 - 27 | |
4.2 Zadel
Een richtlij voor een goede houding is de volgende: zittend op het zadel kan
- de hak op het pedaal in de laagste stand rusten;
- de punt van de schoen de grond raken.

4.2.1 Vertical



De zadelpen moet zover in het frame steken dat de veiligheids-markering Niet zichtaar is.
- Draai de inbusbout (A) los of ontgrendel de snelspanner (B).
- Zet het zadel op de gewenste hoogte.
- Draai de inbusbout vast of vergrendel de snelspanner.
4.2.2 Horizontaal


- Draai de bout (A) of de borgmoer (B) los.
- Zet het zadel in de gewenste stand (aar voren, maar afterwards, kantelen).
- Draai de bout of de borgmoer vast.
4.2.3 Richting

- Draai de inbusbout (A) los.
- Draai het zadel (haar links, rechts).
- Draai de inbusbout vast.
4.3 Verende zadelpen

- Haal de zadelpen volledig uit de buis.
-
Verstel de zadelpen (A) met behulp van een inbussleutel:
-
met de klok mee om de spanning te verhogen;
-
gegen de klok in om de spanning te verlagen.
-
Plaats de zadelpen terug in de buis.
4.4 Stuur


De stuurpen moet zover in het frame steken dat de veiligheids-markering Niet zichtaar is.


Stel de hoogte van de stuurpen NOOIT in door aan de moer van het balhoofd te draaien.
- Sommige modellen zijn uitgerust met een stuurpen waarmee de stand van het stuur kan worden ingesteld. De stand worden meestal met een graadaanduiding op de voorbouw aangegeven.
- De stuurbocht van het stuur is bij vrijwel alle modellen instelbaar. De handvatten worden hierdoor meer maar beneden of� boven gericht.
- Sommige modellen zijn uitgerust met een multiposition-stuur. Dit type stuur stelt u in staatijdens de rit een andere zithouding aan te nemen.

Houd er rekening mee dat verschillende functies zoals remgrepen en versnelling nicht in iedere houting optimaal bediend können worden.
4.4.1 Vaste stuurpen Stuurhoogte

1. Draai de expanderbout (A) boven op het stuur circa vier omwentelingen los.


Soms zit de expanderbout (A) onder een kunststof afdekkapje (B). Verwijder dit kapje met een schroevendraier.

2. Tik expanderbout (A) met een kunststof of houten hamer voorzichtig aan beneden totdat de bout los is komen te zitten.

3. Zet het stuur met een worden en waar draaiende beweging in de gewenste stand.
4. Draai de expanderbout (A) vast en plaats het afdekkapje terug.
Controller of het stuur Ioodrecht ten opzichte van het voorwiel staat.
Sturbocht

- Draai bout (A) in de voorbouw van het stuur los. Haal zonodig eerst het afdekkapje (B) weg.
- Kantel de stuurbocht in degewenste hoek.
- Draai bout (A) vast en plaats het afdekkapje (B) terug.
4.4.2 Verstelbare stuurpen Stuurhoogte

- Draai inbusbout (A) boven op het stuur los.
- Zet het stuur met een—heen en waar draaiende beweging in de gewenste stand.
- Draai inbusbout (A) vast.

Zorg ervoor dat de stuurpen voldoende diep in de framebuis steegt.

Controller of het stuur Ioodrecht ten opzichte van het voorwiel staat.
Voorbouw

- Draai de bout (A) los.
- Kantel de voorbouw in de gewenste hoek.
- Draai de bout (A) vast.
Sturbocht

- Draai de bouten (A) los. Haal
zonodig eerst het afdekkapje weg. - Kantel de stuurbocht in de gewenste hoek.
- Draai bout (A) vast en plaats het afdekkapje terug.
4.4.3 Quick Release stuur Stuurhoogte


- Trek de klem (A) maarachten.
- Draai de inbusbout (B) los.
- Zet het stuur met een—heen en waar draaiende beweging in de gewenste stand.
- Draai de inbusbout (B) yast.
- Duw de klem (A) terug in positie.

Zorg ervoor dat de stuurpen voldoende diep in de framebuis steekt.
Voorbouw

- Trek de klem (A) maarachten.
- Kantel de voorbouw in de gewenste stand
- Door het dichtklappen van de klemzet de voorbouw zichsself weer yast
Sturbocht

- Trek de klem (A) maarachten.
- Kantel de stuurbocht in de gewenste stand.
- Door het dichtklappen van de klemzet de stuurbocht zichsclf weer vast.
4.5 Handvatten

- Schuif het handvat (A) over de stuurbuis en draai het in de gewenste hoek.
- Draai de inbusbout (B) aan om het handvat vast tezetten.

Draai de inbusbout (B) nooit uithet handvat.
5 Gebruik
5.1 Versnellingen
De fiets kan worden uitgerust met een van onderstaande typen versnellingen:
- Derailleurversnelling.
- Naafversnelling.
Bediening:
Klikschakelaar (A & B).
Draagreepschakelaar (C).



5.1.1 Verzet
- Het (laagste) cijfer 1 komt overeen met hetkleinste verzet.
- Het hoogste cijfer (3, 7 of 8) kommt overeen met het hoogste verzet.
Schakelen met derailleurversnelling gaat als volgt:
- Blijf met een lichte druk op de pedalen doortrappen.
- Kies met de klikschakelaar(s) een andere versnelling.


Deoodzaak van lichte druk impliceert dat bergop schakelen moeilijk is.


De linker stuurschakelaar bedient de Voorderailleur; de rechter stuurschakelaar de hinterderailleur.

Trap nicht weiteruit tijdens het schakelen.
De ketting kan op een nicht gewenst tandwiel komen en de versnelling blokkeren.

Sommige schakelcombinations
zijn af te raden i.v.m.
vroegtijdige slijtage; probeer de
ketting zoveel möglichk
evenwijdig aan de fiets te
honden.
5.1.3 Naafversnellingen
Met een naafversnelling is het möglichk omijdens het trappen te schakelen maar ook in vrijloop of stilstand.
Als de versnelling Niet meteen pakt is het raadzaam het trappen kort te onderbreken.
5.2 Remmen
5.2.1 Terugtraprem

De werking van de terugtraprem is eenvoudig: door,achteruit te trappen wordt het awhile afgeremd.
Rem in een afdaling afwisseled op het voor- en blijwl. Het voorkomt oververhitting. Rem op het voorwiel minder hard.
5.2.2 Trommelremmen

Stel de rem af met nippel (A). Indraaien leidt tot een strakkere rem.
5.2.3 Rollerbrake

De rollerbrake is uitgerust met een remkrachtbegrenzing voor extra verilgheid.
Stel de begrenzer af met de stelnippel(A) bij de kabel of de stelnippel bij de remhendel.
5.2.4 Cantilever-V-rem
De remhoeven zijn op voor- en/of achtervork bevestigd. Rem op het voorwiel minder hard.

Spartafietsen met hydraulische remmen zich voorzien van een remspanner. Hierdoor is het möglichk om snelenen wie te wisselen.

5.3 Verlichting
- Koplamp (gloeilamp, halogeen of LED).
- Achterlicht (gloeilamp, halogeen of LED).
5.3.1 Koplamp
Type 1

Draai schakelaar (A) in de gewenste stand:
- B: aan
- C: automatisch.
- D:uit

Type 2
Schuif schakelaar (A) in de gewenste stand:
- B: automatisch.
-C:uit. - D: aan.

Type 3
Druk op knop (A) om de lamp in- of uitte schakelen.

Type 4
Schuif de schakelaar in de gewenste stand:
-A:uit
- B: automatisch.
C:aan

Type 5
Druk op knop (A) om de lamp in- of uitte schakelen.
Sommige Sparta-fietsen zijn uitgerust met een weiterlicht dat automatisch gaat branden als geleiktijdig aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
- Hetlicht isingschakeld.
- Het is donker.
- De fiets beweet.
Uitschakelen is alleen in uitzonderlijke situatuies nodig, bijvoorbeeld als de fiets in het donker anschter op de auto worden vervoerd.
De batterijen gaan circa 40 uren mee. Als ze bijna leeg zichen gaat boven op de lamp een rood Lichtje knipperen. Vervang de lege batterijen zo snel möglichk door neue alkaline batterijen (1,5 V - 1500 mA).

Type 1
Schuifknop (A) om de lamp in- of uit- te schakelen.

Type 2
Druk op knop (A) om de lamp in- of uitte schakelen.
5.3.3 Batterijen
- Vervang de batterijen als de verlichting onvoldoende worden.
- Verwijder de batterijen als de lamp een tijdlang nicht gebrukt worden.



- Draai schroef (A)uit het kapje van de lamp.
- Neem het kapie van de houder af.
- Verwijder de batterijen.

Batterijen zijn milieuuvervuilend. Volg bij verwijdering de lokale voorschriften.



- Plaats neue batterijen zoals aangegeven op de houder.
- Bevestig het kapje op de houder.
- Draai schroef in het kapje van lamp.
5.3.4 Dynamoin- en uitschakelen
- Inschakelen: druk op de knop.
- Uitschakelen: trek de dynamo van de band tot hij vastklikt.
5.3.5 Dynamo afstellen
De dynamo is correct op de band afgesteld als aan onderstaande voorwaarden is voldaan:
- De hartlijn van de dynamo loopt door de as van het viel.
- Het aandrijfwiel van de dynamo drukt op het ribbenprofiel van de band.
- Het aandrijfwiel staat vlak op de band.
- De afstand:tussen het aandrijfwiel en de band bedraagt circa 1 cm. als de dynamo 'uit' staat.

- Draai bout (A) los.
- Zet de dynamo in de correcte stand.
- Draai bout (A) vast.
5.3.6 Naafdynamo
Sommige Sparta-fietsen zijn uitgerust met een nafdynamo in het voorwiel.


Denk bij het verrangen van het voorwiel aan het ontkoppelen van de stekker bij de naaf.
5.3.7 Koplamp afstellen
Stel de hoek van de koplamp zo in dat het centrum van de luchtbundel zich op circa 10 meter voor de fiets bevindt.

6 Onderhoud
6.1 Frequentie
De freiagentie van controle en onderhoud varieert per onderdeel. De aangegeven frequencies zijn gebaseerd op een regelmatig gebruik op normale wegen en fietspaden.
6.1.1 Maandelijks
Controles:
Zitten de snelsluiters van de uitvalnaven of de asmoeren van de wielen goed vast?
- Zijn de banden nog in goede staat en op spanning?
Is de reflecterende strip op de zichkant van de banden goed schoon?
- Werkend de voor- enachtenremmen optimaal?
- Werkt de verlichting?
- Zijn de reflectoren goed bevestigden schoon?
- Zitten zadel- en stuurpen goed vast in het frame en is de maximum marketing nicht zichtaar?
- Zitten de pedalen goed vast aan de cranks en de cranks goed vast aan de trapas?
Is er geen spel ing op het balhoofdstel?
Is de spaakspanning goed en slingeren de wielen nicht?
Schoonmaken:
- De naven en de trapas.
- De ketting, de tandwielen, de achechterderailleur en/of de vrijloopnaaf, en smeer ze in met olie.
6.1.2 Halfjaarlijks
Insmeren met vet:
- Pedaalias.
Balhoofdstel. - Bevestigingsbauten.
- Schroeven van het zadel en het stuur.
- Controller deassen van de wielen en smeer ze in met olie.
- Smeer de zadel- en stuurpen in met poetsolie.

Zorg dat er geen olie op de velg of op de banden spat. Olie op de velg beinvloed de remwerking uiterst nadelig; olie op de band verkort de levensduur.
6.1.3 Jaarlijks
Breng de fiets minstens één keer perJAar waar de Sparta-dealer voor een servicebeurt. De fiets worden met name gecontroleerd op:
- Remmen.
- Verlichting.
- Spaakspanning
Lagers.
Aandrijving.
Als de fiets het—heleণ in gebruik is, dan is het raadzaam twee servicebeurten te soften uitvoeren: een grote in het vooraar en eenkleine in het najaar.

Bij intensief gebruik (fietsendoormodderenwater bijv.),slijtenbehalve de remblokkenook de velgen. Onder extremeomstandigheden leidtdit totslijtage van de velgsystemen(V-brake en hydraulische rem)en mogelijk tot het plotselingwegbreken van de velgrand. Controllereregelmatig de diktevan de velg.Raadpleeg bijtwijfel de dealer.
6.2 Bandenspanning
Het is van belang dat de banden de juiste spanning hebben. Voordelen:
- Betere grip op het wegdek.
- Minder slijtage.
- Minder snel lekkage.
- Sneller en beter remmen.
- Velgen zijn beter gegen schokken beveiligcd.
- Fietsen dost minder energia.
Op de+zijkant van de band staat de minimale en maximale spanning, of een adviesspanning. De banden hebben de juiste spanning als indrukken met de duim nog net lukt.
Controller de spanning zonodig met een bandenspanningsmeter.
Als de bande de adviesspanning heeft, biedt hij de optimale rolweerstand en lekbestendigheid.
Wordt de bandeer dan normal belast,verhoogdan de spanning tot maximaal anderhalfkeer adviesspanning voor aluminium velgen.Voor stalen velgen is de maximale bandenspanning 5 bar.
6.3 Ketting smeren
- Maak de hetting grondig schoon met een harde kwast en een milieuvriendelijk ontvetter. Gebruik eventueel petroleum of dieselolie, maar nooit benzine.
- Smeer de ketting in met speciale kettingolie. Verwijder overtollige olie met een doeK.

Zorg dat er geen olie op de velg of op de banden spat. Olie op de velg beinvloed de remwerking uiterst nadelig; olie op de band verkort de levensduur.
6.4 Schoonmaken
Tips bij het schoonmaken:
- Gebruik vloeibare zeep in laww of warm water.
- Sproei de fiets met de tuinslang af en wrijf hem met een droge doek of zeemleder droog.

Gebruik nooit een hagedrukreiniger. De stoom- of waterstraal is te krachtig en kanoodzakelijk vet verwijderen.
Behandel het lakwerk na schoonmaken eventueel met vloeibare autowas.
- Werk beschadigingen in het lakwerk bij met een Sparta-lakstift.
- Smeer het chrommwerklicht in met poetsolie.
SimpelGids