V300 XL - Rolstoel Vermeiren - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis V300 XL Vermeiren in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - V300 XL Vermeiren
Gebruikersvragen over V300 XL Vermeiren
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Rolstoel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding V300 XL - Vermeiren en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. V300 XL van het merk Vermeiren.
GEBRUIKSAANWIJZING V300 XL Vermeiren
2.1. Beoogd gebruik en indicaties 61
2.2. Veiligheidsinstructies en relevante risico's 62
2.3. Symbolen op de rolstoel 63
2.4. Transport 64
2.5. Opvouwen/Ontvouwen 64
2.6. Opslag 66
3. Uw rolstoel gebruiken 66
3.1. De remmen bedienen 66
3.2. Transfer in/uit de rolstoel 67
3.3. Comfortaanpassingen 68
3.4. Rijden met de rolstoel 71
4. Onderhoud
4.1. Tijdstippen voor onderhoud 77
4.2. Onderhoudsinstructies 79
4.3. Probleemoplossing 80
4.4. Verwachte levensduur 80
4.5. Hergebruik 81
4.6. Beëindiging van gebruik 81
4.7. Garantie 81
5. Technische specificaties
82
Voorwoord
Proficiat! U bent eigenaar van een Vermeiren-rolstoel!
Deze rolstoel werd vervaardigd door gekwalificeerd en toegewijd personeel. Hij werd ontworpen en geproduceerd volgens hoge kwaliteitsnormen, bewaakt door Vermeiren.
Bedankt voor uw vertrouwen in de producten van Vermeiren.
Om u te ondersteunen bij het gebruik van deze rolstoel en zijn
bedieningsmogelijkheden, bieden we u deze handleiding aan. Lees deze informatie zorgvuldig door: het zal u helpen om vertrouwd te raken met de besturing, mogelijkheden en beperkingen van uw rolstoel.
Indien u na het lezen van deze handleiding nog vragen heeft, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw vakhandelaar. Hij/Zij zal u met plezier verder helpen.
Belangrijke opmerking
Om uw veiligheid te garanderen, en om de levensduur van uw product te verlengen, raden we u aan om er goed zorg voor te dragen en om regelmatig nazicht en onderhoud te laten uitvoeren.
Deze handleiding houdt rekening met de recentste productontwikkelingen. De Firma Vermeiren behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan dit type product door te voeren zonder verplicht te zijn om voordien geleverde producten aan te passen of te vervangen.
Afbeeldingen van het product worden gebruikt om de instructies in deze handleiding te verduidelijken. Details van het afgebeelde product kunnen afwijken van uw aangekochte product.
Beschikbare informatie
NL
Op onze website http://www.vermeiren.com/ kan u steeds de meest recente versie terugvinden van de informatie in deze handleiding. Contacteer deze website regelmatig voor mogelijke updates.
Personen met een visuele beperking kunnen de elektronische versie van de handleiding downloaden en met behulp van een tekst-naar-spraak softwareapplicatie laten voorlezen.
![]() | GebruiksaanwijzingVoor gebruiker en vakhandelaar |
![]() | InstallatiehandleidingVoor de vakhandelaar |
![]() | Servicehandleiding voor rolstoelenVoor de vakhandelaar |
![]() | EC-conformiteitsverklaring |
1. Uw product

- Handgrepen
- Duwstang
- Rug
- Armleggers
- Armsteunen
- Zit
- Voetsteunen
- Voetplaten
- Voorwielen
- Remmen
- Achterwielen
- Aandrijfhoepels
- Tiphulp
- Kruis
- Identificatieplaat
1.1. Opties
Neem contact op met uw vakhandelaar voor opties. Hij adviseert u graag.
2. Voor gebruik
2.1. Beoogd gebruik en indicaties
- Dit product is een medisch hulpmiddel.
- Indicaties en contra-indicaties: De gebruiker kan de rolstoel zelf voortbewegen of laten duwen door een begeleider. De rolstoel is bedoeld voor ouderen of mensen die moeilijk of niet kunnen lopen, en die nood hebben aan een zitbreedte groter dan 50cm en/of een hoger gebruikersgewicht. Gebruik deze rolstoel NIET indien u lijdt aan psychische of mentale beperkingen waardoor u uzelf of andere mensen in gevaar kan brengen bij het rijden. Consulteer daarom eerst uw huisarts, en informeer uw vakhandelaar over zijn/haar advies.
- Deze rolstoel is geschikt voor gebruik binnen en buiten.
- Deze rolstoel is uitsluitend ontworpen voor het vervoer/transfer van één (1) persoon met een maximumgewicht van 170 kg. Het is niet bedoeld om goederen of objecten te vervoeren, noch voor enig ander gebruik dan hiervoor beschreven.
- Gebruik enkel accessoires en reserveonderdelen die werden goedgekeurd door Vermeiren.
- Lees eerst alle technische details en limieten van uw rolstoel in hoofdstuk 5..
- De garantie op dit product is gebaseerd op normaal gebruik en onderhoud zoals beschreven in deze handleiding. De garantie vervalt bij schade die werd veroorzaakt door verkeerd gebruik of gebrek aan onderhoud.
2.2. Veiligheidsinstructies en relevante risico's
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel en/of beschadiging
- Lees de instructies in deze handleiding en volg ze nauwkeurig op. Zo niet, kan dit leiden tot lichamelijk letsel of beschadiging aan uw rolstoel.
Houd rekening met de volgende algemene waarschuwingen tijdens het gebruik:
- Gebruik de rolstoel niet indien u onder invloed bent van alcohol, medicijnen of andere substanties die uw rijvermogen verminderen.
- Houd er rekening mee dat sommige onderdelen van uw rolstoel zeer warm of koud kunnen worden door omgevingstemperatuur, de zon of verwarmingstoestellen. Wees daarom voorzichtig bij het aanraken. Draag beschermende kleding bij koud weer. Bij buitengebruik kunnen rijhandschoenen de grip op de aandrijfhoepels verbeteren.
- Wijzig uw product op geen enkele manier.
- Indien de verpakking van uw product bij levering beschadigd, (onbedoeld) geopend, of aangetast is door omgevingsfactoren (vocht, hitte, ...), controleer dan de productintegriteit. Contracteer bij twijfel uw vakhandelaar.
Houd er rekening mee dat uw rolstoel, afhankelijk van de gebruikte instelling, bij sommige diefstalsystemen interferentie kan geven. Hierdoor kan het winkelalarm in werking gesteld worden.
Ieder ernstig incident [MDR (EU) 2017/745 §2 (65)] dat zich heeft voorgedaan met trekking tot het product dient gerapporteerd te worden aan de producent en de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarin de gebruiker en/of patiënt gevestigd is.
2.3. Symbolen op de rolstoel
![]() | Type aanduiding | |
![]() | Catalogusnummer | |
![]() | Serienummer | |
![]() | Medisch hulpmiddel | |
![]() | Producent | |
![]() | Fabricagedatum | |
![]() | EC-conformiteitsverklaring | |
![]() | Let op: belangrijke informatie | |
![]() | Het is aangeraden om de handleiding te lezen | |
![]() | Risico voor knellen | |
![]() | Maximum gewicht van de gebruiker in kg | |
![]() | Gecrashtest product ; kan gebruikt worden als zitplaats in een voertuig | |
![]() | Niet bedoeld om te gebruiken als een zitplaats in een voertuig | |
![]() | Kan gebruikt worden als zitplaats in een voertuig; duidt de bevestigingspunten aan |
2.4. Transport
2.4.1. Transport per voertuig, als bagage
AVAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
- Gebruik uw rolstoel NIET als zit in een voertuig, zie het volgende symbool.

- Zorg ervoor dat de rolstoel voldoende vastgemaakt is, om verwonding van de inzittenden tijdens aanrijding of plots remmen te voorkomen.
-
Gebruik voor het vastmaken van de rolstoel en de passagiers NOOIT dezelfde gordel.
-
Verwijder de voetsteunen, armsteunen en accessoires.
- Berg de voetsteunen, armsteunen en accessoires veilig op.
- Indien mogelijk, vouw de rolstoel op en verwijder de achterwielen.
- Plaats de rolstoel in de bagageruimte.
- Indien de rolstoel en de passagiersruimte NIET gescheiden zijn, sjor het frame van de rolstoel goed vast aan het voertuig. U kunt hiervoor gebruik maken van de veiligheidsgordels die in het voertuig voorhanden zijn.
2.5. Opvouwen/Ontvouwen
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel
- Houd uw vingers weg van de bewegende onderdelen van de rolstoel.
2.5.1. De rolstoel ontvouwen
- Ga aan de achterzijde van de rolstoel staan.
- Gebruik de handgrepen om de rolstoel zo ver mogelijk te openen.
-
Ga aan de voorzijde van de rolstoel staan.
-
Duw beide buizen waaraan de zit bevestigd is verder naar beneden.
- Monteer de duwstang (zie §3.3.4.).
2.5.2. De rolstoel opvouwen
- Klap de voetplaten omhoog, of verwijder de voetsteunen (zie § 3.3.1.).
- Verwijder de duwstang (zie §3.3.4.).
- Neem de zit aan de voor- en achterzijde vast en trek deze naar boven.
2.5.3. De achterwielen monteren
- Neem het achterwiel en druk naafknop (1) in.
- Houd de naafknop ingedrukt en plaats het achterwiel in de asbus tot deze niet meer verder kan.
- Laat de naafknop los.
- Kijk na of het wiel goed vastzit.
2.5.4. De achterwielen demonteren
- Zorg ervoor dat de remmen afstaan.
- Neem de rolstoel vast aan het frame aan de zijde waar u het wiel wil afnemen.
- Druk op de knop in het midden van de naaf van het wiel.
- Trek het wiel van het frame weg.

Gevaar voor beschadiging
- Zorg ervoor dat uw rolstoel droog wordt bewaard om schimmel of schade aan de bekleding te voorkomen, zie hoofdstuk 5..
3. Uw rolstoel gebruiken
AVAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
- Lees eerst de voorgaande hoofdstukken en informeer uzelf over het beoogde gebruik. Gebruik uw rolstoel NIET voordat u alle instructies gelezen en begrepen heeft.
- Als u nog vragen heeft of als u ergens aan twijfelt, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw lokale vakhandelaar, zorgverlener, of technisch adviseur om u te helpen.
3.1. De remmen bedienen
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel
- De remmen dienen niet om af te remmen tijdens het rijden. Gebruik de rem enkel om te vermijden dat de rolstoel in stilstaande positie wegrolt.
- De werking van de handremmen worden beïnvloed door slijtage en vervuiling van de banden (water, olie, slijk, ...). Controleer voor elk gebruik de staat van de banden.
- De remmen zijn instelbaar en kunnen verouderen. Controleer voor elk gebruik de goede werking van de remmen.
- Zorg ervoor dat alvorens de remmen los te zetten, de rolstoel vlak staat. Los nooit beide remmen tegelijk.
3.1.1. Om de remmen in te schakelen:
- Trek de remhendels naar voren tot u een duidelijke klik voelt.
3.1.2. Om de remmen los te zetten:
- Zet eerst één rem los door de hendel naar achteren te trekken.
- Houd het ongeremde wiel, met uw hand, vast aan de grijphoepel.
- Herhaal dit voor het tweede wiel met parkeerrem.
3.2. Transfer in/uit de rolstoel
VOORZICHTIG
Kans op letsel of schade
- Indien u de transfer niet veilig op eigen kracht kan uitvoeren, vraag dan hulp.
- Niet op de voetplaten gaan staan.
3.2.1. Transfer
- Plaats de rolstoel zo dicht mogelijk bij de stoel, zetel of bed van/naar waar u zich wilt verplaatsen.
- Activeer beide parkeerremmen, zie §3.1..
- Klap de voetplaten omhoog, of verwijder de voetsteunen (zie § 3.3.1.).
- Indien u zich langs de zijkant in of uit de rolstoel wilt verplaatsen, verwijder dan de armsteun aan die zijde (zie § 3.3.2.).
- Beweeg naar/uit uw rolstoel door kracht te zetten op uw armen, of met behulp van een begeleider of liftmaterieel.
3.2.2. Zitten in de rolstoel
Enkele aanbevelingen om comfortabel van uw rolstoel gebruik te maken:
- Ga zitten op de zit met uw onderrug tegen de rugsteun.
- Zorg dat uw bovenbenen horizontaal zijn. Stel eventueel de lengte van de voetsteunen bij (zie installatiehandleiding).
3.3. Comfortaanpassingen
VOORZICHTIG
Kans op letsel of schade
- De volgende aanpassingen voor comfort kunnen gedaan worden door de begeleider. Alle andere instellingen worden gedaan door de vakhandelaar volgens de installatiehandleiding, zie voorwoord.
- Houd steeds rekening met de draaicirkel van de voetplaat om te voorkomen dat voorbijgangers verwond raken, of dat objecten beschadigd raken.
- Zorg ervoor dat uw vingers, kledij, gespen niet geklemd raken bij het verstellen.
3.3.1. Voetsteunen plaatsen of verwijderen

3.3.1.1. De voetsteunen monteren
- Houd de voetsteun zijdelings aan de buitenkant van het frame van de rolstoel en monteer de voetsteun met de dop (1) in het frame.
- Zwenk de voetsteun naar binnen tot deze vastklikt.
- Vouw de voetplaat naar beneden.
3.3.1.2. De voetsteunen verwijderen
- Trek aan de hendel (2).
- Draai de voetsteun naar buiten tot deze uit de geleiding komt.
- Trek de voetsteun omhoog uit dop (1).
3.3.2. De armsteunen plaatsen of verwijderen
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel
- Houd vingers, gespen en kledingstukken weg van de onderkant van de armsteun.
3.3.2.1. De armsteunen monteren
- Plaats de achterzijde van de armsteun in de houder (1). (Fig A)
- Zorg ervoor dat de armsteun vastklikt in het systeem.
- Klap de armsteun naar voren.
- Plaats de voorzijde van de armsteun (4) in de houder (3) tot deze vastklikt. (Afb. B)

text_image
A 1 B 3 43.3.2.2. De armsteunen openen en verwijderen
- Druk op de hendel (2) en trek de voorzijde van de armsteun omhoog. (Fig C)
- Klap de armsteun naar achteren.
- U verwijdert de armsteun door op de knop (5) te drukken en de achterzijde van de armsteun uit de houder (1) te trekken. (Fig C & D)

text_image
C 2 5 1 D3.3.3. De anti-tipping verstellen (indien van toepassing)
Verstel de hoogte van de anti-tipping in 7 posities als volgt (bereik 120 mm: stappen van 20 mm):
- Zet de sterknop (1) los.
- Beweeg de buis van de anti-tipping in de gewenste hoogte.
- Draai de sterknop handvast aan.
- Controleer dat de anti-tipping goed is vastgemaakt.
3.3.4. De duwstang monteren of verwijderen
AVAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
• Zorg ervoor dat de knoppen (A) terug goed zijn vastgemaakt.
- Als de rolstoel over een duwstang beschikt, dient deze altijd gemonteerd te zijn ter verhoging van de stabiliteit.
3.3.4.1. Om de duwstang te monteren
- Monteer de duwstang (B) in de linkse handgreep met behulp van de sterknop (A).
- Draai de duwstang (B) naar de rechterkant.
- Monteer de haak (C) over de rechte handgreep (D) zoals aangegeven in de figuur. Gebruik de boringen (1) of (2) om de spanning van de rug in te stellen.
3.3.4.2. Om de duwstang te verwijderen
- Maak de sterknop (A) aan de rechtse handgreep los.
- Verwijder de haak (C) van de rechtse handgreep (D).

text_image
A B C D 1 23.4. Rijden met de rolstoel
i Afhankelijk van uw medische toestand en het type rolstoel, kan u de rolstoel zelf rijden, of deze laten duwen door een begeleider.
VOORZICHTIG
Risico voor knellen
- Vermijd dat uw vingers gekneld raken tussen de wielspaken.
- Vermijd dat uw handen gekneld raken tussen de aandrijfhoepels wanneer u door smalle doorgangen rijdt.
- Wanneer u met een begeleider rijdt, houd dan uw armen uit de buurt van de wielen, en uw voeten op de voetplaten.
VOORZICHTIG
Kans op letsel of schade
- Rijd NIET op hellingen, hindernissen, treden of stoepranden die groter zijn dan beschreven in hoofdstuk 5..
- Begeef uzelf niet in het verkeer met uw rolstoel. Blijf altijd op het voetpad.
- Bedien de aandrijfhoepels niet met natte handen.
-
Pas op als de weg gaten of spleten heeft waardoor de wielen kunnen vastlopen.
-
Vermijd stenen en andere objecten die de wielen kunnen blokkeren.
-
Houd steeds rekening met de draaicirkel van de voetplaat om te voorkomen dat voorbijgangers verwond raken, of dat objecten beschadigd raken.
-
Voor gebruik, zorg ervoor dat:
- alle aanpassingen stevig vastzitten, zie §3.3..
– de parkeerremmen goed werken.
– de banden in goede staat zijn, zie §4.2.1..
3.4.1. Rijden met een begeleider
- Zet de remmen los, of laat ze loszetten door uw begeleider, terwijl hij/zij de rolstoel vasthoudt om beweging te voorkomen, zie §3.1..
- De begeleider houdt de handgrepen of duwstang vast en duwt de rolstoel in de gewenste richting.
- Wanneer u gestopt bent, zet u de remmen weer vast terwijl de rolstoel op zijn plaats gehouden wordt, zie §3.1..
3.4.2. Zelf rijden
- Zet de parkeerremmen één voor één los, zie §3.1..
- Neem de aandrijfhoepels aan de bovenzijde vast.
- Leun voorwaarts en duw de hoepels naar voor tot uw armen gestrekt zijn.
- Breng uw handen terug naar de bovenzijde van de hoepels en herhaal de beweging.
- Om te stoppen: wacht tot de rolstoel stopt en beweeg voorwaarts/achterwaarts door de aandrijfhoepels te gebruiken. Zet de parkeerremmen één voor één aan, zie §3.1..
3.4.3. Rijden op hellingen
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel
- Als uw begeleider te weinig kracht heeft om de rolstoel te controleren, stop dan met rijden en zet onmiddellijk de remmen vast.
- Wanneer u stopt op een (kleine) helling, gebruik dan de remmen.

- Bevestig de veiligheidsgordel.
- Vraag een begeleider of omstaander om u te helpen.
- Rijd traag en in een rechte lijn. Bij het oprijden van de helling, leun lichtjes naar voor (A/B). Bij het afrijden van de helling, leun achterwaarts tegen de rug.
- Rijd nooit achterwaarts op een helling.
3.4.4. Rampen gebruiken
VOORZICHTIG
Kans op kantelen en vallen
- Gebruik enkel rampen die goedgekeurd werden door Vermeiren en overschrijd hun maximaal toegestane belasting niet.
- Zorg ervoor dat de rolstoel de grond of ramp niet raakt door de kanteling.
-
Gebruik enkel rampen met hulp van een of twee begeleiders.
-
Pas de positie van de rugsteun, zit en voetsteun aan om het ingenomen volume van de rolstoel te beperken, en om de stabiliteit tijdens inclinatie te vergroten.
-
Verwijder de voetsteunen, zie §3.3.1..
-
Volg de instructies in §3.4.3..
Kans op kantelen en vallen
- Trappen mogen enkel genomen worden met behulp van twee begeleiders.
- Neem geen trappen die ongepast zijn voor rolstoelen.

- Verwijder de voetsteunen, zie §3.3.1..
- Laat één begeleider de rolstoel lichtjes naar achteren kantelen.
- De tweede begeleider neemt het frame van de rolstoel aan bij de kanten aan de voorzijde vast.
- Blijf rustig zitten, vermijd plotse bewegingen en houd uw armen binnen de rolstoel.
- Beide begeleiders tillen en duwen de rolstoel van trede naar trede op de achterwielen.
- Na het nemen van de trap, monteert u de voetsteunen weer op hun plaats, zie §3.3.1..
3.4.6. Omgaan met hindernissen
VOORZICHTIG
Kans op kantelen en vallen
- Indien u uw rolstoel onvoldoende beheerst, vraag hulp van een begeleider.
- Zorg ervoor dat de voetplaten de grond niet raken bij het nemen van een obstakel.
- Gebruik uw rolstoel niet op roltrappen.
- Indien beschikbaar, bevestig uw veiligheidsgordel.
3.4.6.1. Kleine stoepranden (op of af)
Deze kunnen voorwaarts genomen worden (E / F) met behulp van een begeleider, of door ervaren rolstoelgebruikers alleen.

-
De begeleider beweegt de rolstoel voorwaarts naar de stoeprand. Zorg ervoor dat de voetplaten de stoeprand niet zullen raken.
-
Leun achterwaarts om de druk op de voorwielen te verminderen.
-
De begeleider houdt de handgrepen stevig vast. Indien nodig kan hij de trapdop gebruiken om de voorwielen omhoog te houden totdat ze de stoeprand voorbij zijn.
-
De begeleider vermindert de druk op de handgrepen en trapdop om de voorwielen van de rolstoel zachtjes op de grond te plaatsen.
-
Vervolgens houdt hij de handgrepen stevig vast terwijl hij de rolstoel op de achterwielen op/af de stoeprand rijdt.
Een geoefende gebruiker kan zelf kleine stoepranden voorwaarts nemen:

-
Breng de balans op de achterwielen om de druk op de voorwielen te verminderen.
-
Neem de hindernis.

-
Rijd tot aan het trottoir.
-
Leun achterover zodat u op de achterwielen balanceert.
-
Rol al balancerend de voorwielen over het trottoir.
-
Leun voorover om meer stabiliteit te hebben.
-
Rol de achterwielen over het trottoir.

Deze moeten achterwaarts genomen worden met een begeleider:

- De begeleider draait de rolstoel om zodat de achterwielen de stoeprand eerst bereiken (G/H).
- Afrijden: Leun voorwaarts (G) om uw zwaartepunt naar voor te verplaatsen. Oprijden: Leun achterwaarts (H) om uw zwaartepunt naar achter te verplaatsen.
- De begeleider trekt de rolstoel zachtjes op/af de stoeprand.
3.4.6.3. Hoge stoepranden
Hoge stoepranden, maar onder de maximaal toegestane hoogte (zie §5.), moeten genomen worden met behulp van twee begeleiders.
Afrijden:
- Verwijder de voetsteunen.
- De begeleider beweegt de rolstoel voorwaarts naar de stoeprand.
- Leun achterwaarts om de druk op de voorwielen te verminderen.
- De begeleider houdt de handgrepen stevig vast en gebruikt indien nodig de trapdop om de voorwielen omhoog te houden totdat ze de stoeprand voorbij zijn.
- De tweede begeleider neemt het frame van de rolstoel aan de voorzijde vast en trekt de achterwielen over de stoeprand.
- De eerste begeleider vermindert de druk op de handgrepen en trapdop om de voorwielen op de grond te plaatsen.
Oprijden
- Verwijder de voetsteunen.
- De eerste begeleider draait de rolstoel om zodat de achterwielen de stoeprand eerst bereiken.
- Leun achterwaarts om uw zwaartepunt naar achter te verplaatsen.
- De tweede begeleider neemt het frame van de rolstoel aan de voorzijde vast en trekt/duwt de achterwielen over de stoeprand. De eerste begeleider houdt de handgrepen stevig vast en tilt ze op om te voorkomen dat de rolstoel omkantelt.
4. Onderhoud
Regelmatig onderhoud zorgt ervoor dat uw rolstoel in een perfect werkende staat blijft. Voor de onderhoudshandleiding kan u de website van Vermeiren raadplegen: www.vermeiren.com.
4.1. Tijdstippen voor onderhoud
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel of beschadiging
- Reparaties en vervangingen mogen enkel uitgevoerd worden door opgeleid personeel, en enkel originele onderdelen van Vermeiren mogen hierbij gebruikt worden.
De laatste pagina van deze handleiding bevat een registratieformulier voor de vakhandelaar om elke service te registreren.
De onderhoudsfrequentie hangt af van de frequentie en intensiteit van gebruik. Neem contact op met uw vakhandelaar om een tijdschema vast te leggen voor nazicht/onderhoud/reparatie.
4.1.1. Voor ieder gebruik
Kijk de volgende punten na:
- Alle onderdelen: aanwezig en niet beschadigd of versleten.
• Alle onderdelen: schoon, zie § 4.2.2.. - Wielen, rugsteun, zit, kuitsteunen, armsteunen, voetplaten: stevig bevestigd.
• Staat van de wielen, zie § 4.2.1.. - Staat van de frameonderdelen: geen vervorming, instabiliteit, zwakte of losse verbindingen.
- Zit, rugsteun, armleggers, kuitsteunen en hoofdsteun (indien van toepassing): geen overmatige slijtage (bijv. gedeukte plekken, schade of scheuren).
- Remmen: onbeschadigd en werkend
Contacteer uw vakhandelaar voor eventuele reparaties of vervanging van onderdelen.
4.1.2. Jaarlijks of vaker
Laat uw rolstoel nakijken en onderhouden door uw vakhandelaar, ten minste één keer per jaar of vaker. De minimale onderhoudsfrequentie is afhankelijk van het gebruik en moet daarom besproken worden met uw vakhandelaar.
4.1.3. Bij opslag
Zorg ervoor dat uw rolstoel droog wordt bewaard om schimmel of schade aan de bekleding te voorkomen, zie hoofdstuk 5..
4.2. Onderhoudsinstructies
NL
4.2.1. Wielen en banden
De goede werking van de remmen hangt af van de staat van de banden, die onderhevig zijn aan slijtage en verontreiniging (water, olie, modder,...).
Houd de wielen vrij van draden, haar, zand en vezels.
Kijk het profiel van de banden na. Als de profieldiepte minder dan 1 mm bedraagt, moeten de banden vervangen worden. Contacteer hiervoor uw vakhandelaar.
Pomp de banden op volgens de correcte spanning (zie drukindicatie op de banden).
Instructies voor het vervangen van de banden kan u terugvinden in de installatiehandleiding.
4.2.2. Schoonmaak
VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging door vocht
- Gebruik nooit een tuinslang of hogedrukreiniger om de rolstoel schoon te maken.
Veeg alle harde onderdelen schoon met een vochtig doek (niet doorweekt). Indien nodig, gebruik een milde zeep die geschikt is voor vernis en synthetische materialen.
De bekleding kan schoon worden gemaakt met lauw water en een milde zeep. Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen.
4.2.3. Ontsmetting
VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging
- Ontsmetting mag enkel worden uitgevoerd door getraind personeel. Neem contact op met uw vakhandelaar.
4.3. Probleemoplossing
Ook wanneer u de rolstoel correct gebruikt, is het toch mogelijk dat er een technisch probleem optreedt. Neem in dat geval contact op met uw vakhandelaar.
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel of beschadiging
- Probeer NOOIT zelf uw rolstoel te repareren.
De volgende tekenen kunnen wijzen op een ernstig probleem. Neem daarom steeds contact op met uw vakhandelaar als u een van de volgende afwijkingen opmerkt:
• Vreemde geluiden;
- Oneven bandenslijtage op een van de banden;
- Schokkerige bewegingen;
- De rolstoel buigt af naar één kant;
- Beschadigde of kapotte wielmontages.
4.4. Verwachte levensduur
De rolstoel is ontworpen voor een gemiddelde levensduur van 5 jaar. De levensduur zal toenemen of afnemen afhankelijk van de gebruiksfrequentie, rijomstandigheden en onderhoud.
4.5. Hergebruik
Voor ieder hergebruik moet de rolstoel ontsmet, geïnspecteerd en onderhouden worden volgens de instructies in § 4.1. en § 4.2..
4.6. Beëindiging van gebruik
Op het einde van de levensduur moet u de rolstoel vernietigen volgens de lokale milieuwetgeving. De beste manier om dit te doen, is de rolstoel te demonteren om het vervoer van de recycleerbare onderdelen te vergemakkelijken.
4.7. Garantie
De garantie op dit product is onderhevig aan de algemene voorwaarden van ieder land.
5. Technische specificaties
Onderstaande technische gegevens zijn enkel geldig voor deze rolstoel, bij standaardinstellingen en optimale omgevingsfactoren. Houd bij gebruik rekening met deze details. Deze waarden zijn niet meer van toepassing als uw stoel werd gewijzigd, of wanneer het beschadigd of ernstig versleten is.
| Merk Vermeiren | |
| Productgroep Manuele rolstoel | |
| Type V300 XL | |
| Beschrijving Afmetingen | |
| Max. gebruikersgewicht 170 kg | |
| Totale lengte 1085 mm | |
| Totale breedte 740 mm | 770 mm810 mm |
| Totale hoogte 840 mm - 930 mm | |
| Totaal gewicht 21 kg | |
| Gewicht zwaarste onderdeel 13,35 kg | |
| Massa van afneembare onderdelenVoetsteunenArmsteunenAchterwielen | 1,75 kg1,8 kg4,05 kg |
| Statische stabiliteit bergaf 6,5° | |
| Statische stabiliteit bergop 6,5° | |
| Statische stabiliteit zijwaarts | 18° |
| Zithoek | 0° - 10° |
| Effectieve zitdiepte | 490 mm510 mm530 mm550 mm |
| Effectieve zitbreedte | 530 mm560 mm600 mm |
| Zithoogte aan voorzijde | 440 mm - 530 mm |
| Rughoek | 5° |
| We behouden ons het recht voor om technische wijzigingen te introduceren.Meettolerantie +- 15 mm / 1,5 kg / 1,5° | |
| Rughoogte 400 mm | |
| Afstand tussen voetplaat en zit | 400 mm - 500 mm |
| Hoek been tot zit 105° | |
| Hoek van de voetplaat 80° | |
| Afstand tussen armlegger en zit | 220 mm - 240 mm |
| Afstand voorzijde armlegger 410 mm | |
| Horizontale afstand van de as (uitwijking) | 1,27 mm - 61,04 mm |
| Minimale draaicirkel 1500 mm | |
| Diameter achterwielen 22" | 24" |
| Bandendruk achterwielen Max. | 3,5 bar |
| Diameter voorwielen 200 mm | |
| Bandendruk voorwielen Max. 2,5 bar | |
| Gebruikstemperatuur +5°C - +41°C | |
| Opslag en gebruiksluchtvochtigheid | 30% - 70% |
| We behouden ons het recht voor om technische wijzigingen te introduceren.Meettolerantie +- 15 mm / 1,5 kg / 1,5° | |
NL
Inhalt
Vorwort
1. Ihr Produkt 87
1.1. Optionen 88

















