MB 750 KS - Grasmaaier VIKING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MB 750 KS VIKING in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MB 750 KS VIKING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MB 750 KS - VIKING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MB 750 KS van het merk VIKING.
GEBRUIKSAANWIJZING MB 750 KS VIKING
NL Gebruiksaanwijzing
Grasfangkorb entleeren:

Verletzungsgefahr!
Hartelijk dank voor uw aankoop van een kwaliteitsproduct van de firma VIKING.
Dit product werd volgens de meest moderne procedures en met veel zorg voor kwaliteit gefabriceerd, want wij hebben ons doel pas bereikt als u tevreden bent over uw apparaat.
Neem contact op met uw dealer of met onze verkoopafdeling als u vragen over uw apparaat heeft.
Veel plezier met uw VIKING apparaat.

Dr. Peter Pretzsch
Directeur
1. Inhoudsopgave
Over deze gebruiksaanwijzing 74
Algemeen 74
Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzing 74
Grasmaaiers met
messenremkoppeling, BBC 74
Beschrijving van het apparaat 75
Voor uw veiligheid 75
Algemeen 75
Tanken – omgaan met benzine 76
Kleding en uitrusting 77
Transport van het apparaat 77
Vóór het werken 77
Tijdens het werken 78
Onderhoud en reparaties 79
Opslag bij langdurige
bedrijfsonderbrekingen 80
Afvoer 81
Toelichting van de symbolen 81
Leveringsomvang 82
Apparaat klaarmaken voor gebruik 82
Duwstang monteren 82
Grasopvangbox in elkaar zetten 82
Startkabel inhaken 83
Zijwaartse verstelling van de duwstang 83
Hoogteverstelling duwstang 83
Centrale snijhoogteverstelling 83
Grasopvangbox monteren- en demonteren 83
Brandstof en motorolie 83
Messen-rem-koppeling (BBC) 84
Aanwijzingen voor werken 84
Apparaat in gebruik nemen 84
Messen-rem-koppeling controleren 84
Verbrandingsmotor starten 84
Maairnes aankoppelen 85
Maaiimes loskoppelen 85
Verbrandingsmotor uitschakelen 85
Wielaandrijving inschakelen 85
Wielaandrijving uitschakelen 85
Grasopvangbox met textielen stofbescherming 85
Onderhoud 86
Verbrandingsmotor 86
Wielen en transmissie 86
Apparaat reinigen 86
Messenremkoppeling (BBC) onderhouden 86
Maaiimes onderhouden 87
Maaimessen demonteren 87
Maaimes monteren 87
Maaiimes slijpen 87
Afstelling van de kabels van de versnelling 87
Trekkabel van de wielaandrijving afstellen 88
Opslag en stilleggen (winterpauze) 88
Milieubescherming 88
Transport 89
Apparaat vastsjorren 89
Apparaat optillen of dragen: 89
Slijtage minimaliseren en schade voorkomen 89
Standaard reserveonderdelen 90
CE-conformiteitsverklaring van de fabrikant 90
2. Over deze gebruiksaanwijzing
2.1 Algemeen
Deze gebruiksaanwijzing is een originele gebruiksaanwijzing van de fabrikant in de zin van de EG-richtlijn 2006/42/EC.
VIKING werkt voortdurend aan de ontwikkeling van zijn producten; wijzigingen in de levering qua vorm, techniek en uitvoering zijn daarom voorbehouden.
Op basis van gegevens of afbeeldingen uit dit boekje kunnen bijgevolg geen aanspraken worden gemaakt.
2.2 Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzing
Afbeeldingen en teksten beschrijven bepaalde bedieningsstappen.
Alle pictogrammen die op het apparaat zijn aangebracht, worden in deze gebruiksaanwijzing toegelicht.
Kijkrichting:
kijkrichting bij gebruik 'links' en 'rechts' in de gebruiksaanwijzing: De gebruiker staat achter het apparaat en kijkt in de rijrichting naar voren.
Hoofdstukverwijzing:
naar de desbetreffende hoofdstukken en paragrafen met nadere uitleg wordt met een pijltje verwezen. Het volgende voorbeeld bevat een verwijzing naar een hoofdstuk: (⇔ 2.1)
Markeringen van tekstpassages:
De beschreven aanwijzingen kunnen zoals in de volgende voorbeelden gemarkeerd zijn.
Handelingen waarbij ingrijpen van de gebruiker vereist is:
- Bout (1) met een schroevendraaier losdraaien, hendel (2) activeren ...
Algemene opsommingen:
- productgebruik bij sport- of wedstrijdevenementen
Teksten met aanvullende betekenis:
Tekstpassages met aanvullende betekenis zijn met één van de onderstaand beschreven symbolen gemarkeerd om deze in de gebruiksaanwijzing extra te accentueren.

Gevaar!
Gevaar voor ongevallen en ernstig letsel. Bepaalde handelingen zijn noodzakelijk of verboden.

Waarschuwing!
Kans op letsel. Bepaalde handelingen voorkomen mogelijk of waarschijnlijk letsel.

Voorzichtig!
Minder ernstig letsel of materiële schade dat/die door bepaalde handelingen kan worden voorkomen.

Aanwijzing
Informatie voor een beter apparaatgebruik en om een mogelijk oneigenlijk gebruik te vermijden.
Teksten met afbeeldingverwijzing:
Afbeeldingen die het gebruik van het apparaat toelichten, vindt u geheel aan het begin van de gebruiksaanwijzing.
Het camerasymbool koppelt de afbeeldingen op de pagina's met afbeeldingen met het desbetreffende tekstgedeelte in de gebruiksaanwijzing.

3. Grasmaaiers met messenremkoppeling, BBC
De grasmaaier is van een messen-rem-koppeling (BBC) voorzien.
Zoals bij elke moderne grasmaaier wordt tijdens de werkzaamheden het mes na het loslaten van de duwstang binnen de kortste tijd afgeremd totdat het stilstaat. Dankzij het BBC-systeem wordt de verbrandingsmotor hierbij echter niet gelijktijdig uitgeschakeld. Door deze functie kan de gebruiker na een messenstop de wielaandrijving van de maaier toch gebruiken. Bovendien kan bijv. het ledigen van de grasopvangbox of de mulchwig geplaatst worden, zonder de verbrandingsmotor te moeten herstarten.

Kans op letsel!
Kom bij een draaiende verbrandingsmotor nooit binnen het werkbereik van het mes.
Voordat u de messen aanraakt dient u de verbrandingsmotor uit te schakelen, het mes volledig tot stilstand te laten komen en de bougiestekker uit te trekken.

Om letsel of schade aan het apparaat te vermijden dient u zich voor de eerste ingebruikname vertrouwd te maken met het BBC-systeem. Let daarom bijzonder op het hoofdstuk "messen-rem-koppeling (BBC)". (⇒ 9.)
4. Beschrijving van het apparaat

1 Duwstang
2 Hendel messenstop
3 Hendel wielaandrijving
4 Hendel versnelling
5 Hendel gasregeling
6 Hendel messenkoppeling
7 Spanhefboom zijwaartse verstelling duwstang
8 Startkabel
9 Verbrandingsmotor
10 Stootbeveiliging
11 Stootstrip
12 Aanduiding snijhoogte
13 Centrale snijhoogteverstelling
14 Draaiknop hoogteverstelling duwstang
15 Grasopvangbox
16 Uitwerpklep
17 Bougiestekker
18 Typeplaatje
5. Voor uw veiligheid
5.1 Algemeen

Tijdens de werkzaamheden met het apparaat moeten de voorschriften ter preventie van ongevallen beslist in acht
worden genomen.

Vóór de eerste inbedrijfstelling moet u de hele gebruiksaanwijzing goed doorlezen. Bewaar de
gebruiksaanwijzing voor later gebruik zorgvuldig op een veilige plaats.
Volg de gebruiks- en onderhoudsinstructies in de afzonderlijke gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor.
Deze veiligheidsmaatregelen zijn onontbeerlijk voor uw veiligheid, maar deze opsomming is niet uitputtend. Gebruik het apparaat altijd verstandig en met verantwoordelijkheidsgevoel, en denk erom dat de gebruiker aansprakelijk wordt gesteld voor ongevallen met andere personen of voor schade aan hun eigendommen.
Maak u vertrouwd met de bedieningsonderdelen en het gebruik van het apparaat.
Het apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die de gebruiksaanwijzing hebben gelezen en die met de bediening ervan vertrouwd zijn. Elke gebruiker moet vóór de eerste ingebruikname vragen om een deskundige en praktische instructie. De verkoper of een andere deskundige moet aan de gebruiker uitleggen, hoe hij veilig met het apparaat kan werken.
Bij deze instructie moet de gebruiker er vooral bewust van worden gemaakt dat voor het werken met dit apparaat uiterste zorgvuldigheid en concentratie vereist zijn.
Leen het apparaat inclusief accessoires alleen uit aan personen die met dit model en de bediening ervan vertrouwd zijn. De gebruiksaanwijzing is onderdeel van het apparaat en moet altijd worden meegegeven.
Gebruik het apparaat alleen als u uitgerust bent en een goede lichamelijke en geestelijke conditie hebt. Als u een verminderde gezondheid heeft, dient u uw arts te vragen of u met het apparaat kunt werken. Na het gebruik van alcohol, drugs of medicijnen die de reactiesnelheid nadelig beïnvloeden, mag niet met het apparaat worden gewerkt.
Kinderen of jongeren onder 16 jaar mogen de machine niet gebruiken. De minimumleeftijd van de gebruiker kan vastgelegd zijn in plaatselijke bepalingen.
Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen (met name kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of door personen zonder ervaring en/of zonder kennis, tenzij deze personen onder toezicht staan van iemand die voor hun veiligheid verantwoordelijk is of van wie men instructies m.b.t. het gebruik heeft ontvangen. Houd kinderen onder toezicht om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen.
Let op – Gevaar voor ongevallen!
De grasmaaier is alleen bedoeld voor het maaien van gras. Een andere toepassing is niet toegestaan en kan gevaarlijk zijn of schade aan het apparaat tot gevolg hebben.
Om persoonlijk letsel van de gebruiker te vermijden, mag de grasmaaier bijvoorbeeld niet worden ingezet voor volgende taken (onvolledige opsomming):
- het trimmen van bosjes, heggen en struiken,
– het snoeien van rankgewas,
– gazononderhoud op dakbeplantingen en in bloembakken, - het hakselen en klein hakken van boom- en heggensnoeisel,
- het schoonmaken van voetpaden (opzuigen, wegblazen),
- het egaliseren van oneffenheden in de bodem, zoals bijv. molshopen.
- het transporteren van maaigoed, buiten de in de daarvoor bedoelde grasopvangbox.
Om veiligheidsredenen is het verboden wijzigingen aan het apparaat aan te brengen, behalve vakkundige montage van toebehoren die door VIKING zijn goedgekeurd. Bovendien heeft dit tot gevolg dat uw garantie vervalt. Neem voor informatie over goedgekeurde toebehoren contact op met uw VIKING vakhandelaar.
Vooral elke wijziging aan het apparaat waardoor het vermogen of het toerental van de verbrandingsmotor of de elektromotor wordt veranderd, is verboden.
Vervoer geen voorwerpen, dieren of personen, met name kinderen, met het apparaat.
Bij het gebruik op openbare terreinen, parken, sportvelden, langs wegen en op land- en bosbouwbedrijven moet u bijzonder behoedzaam te werk gaan.

Opgelet! Gevaar voor de gezondheid door trillingen! Een overmatige belasting door trillingen kan schade aan de
bloedsomloop en het zenuwstelsel veroorzaken, vooral bij personen met circulatiestoornissen. Raadpleeg een arts wanneer er symptomen optreden die door de trillingen zouden kunnen zijn veroorzaakt.
Deze symptomen treden voornamelijk op bij de vingers, handen of polsen en zijn bijvoorbeeld (onvolledige opsomming):
- gevoelloosheid,
- pijn,
– slappe spieren, - huidverkleuringen,
- onaangenaam kriebelen.
5.2 Tanken – omgaan met benzine

Levensgevaarlijk!
Benzine is giftig en in hoge mate ontvlambaar.
Bewaar de brandstof uitsluitend in geschikte en goedgekeurde reservoirs (jerrycans). Schroef de tankdoppen van de jerrycans altijd goed erop en draai de doppen stevig vast. Om veiligheidsredenen moeten defecte afsluitingen worden vervangen.
Gebruik geen drankflessen of soortgelijke zaken om brandstoffen en smeermiddelen af te voeren of op te slaan, zoals bijv. benzine. Personen, met name kinderen, zouden in de verleiding kunnen komen om eruit te drinken.

Houd benzine uit de buurt van vuur, permanent vuur, warmtebronnen en andere ontstekingsbronnen. Niet roken!
Tank alleen in de buitenlucht en rook niet tijdens het tanken.
Schakel de verbrandingsmotor voor het bijtanken uit en laat deze afkoelen.
De benzine moet vóór het starten van de verbrandingsmotor worden bijgevuld. Bij een draaiende verbrandingsmotor of hete machine mag de tankdop niet worden geopend en mag er geen benzine worden bijgevuld.
Vul de brandstoftank niet geheel, maar slechts tot ca. 4 cm onder de rand van de vulpijp, zodat de brandstof ruimte heeft om uit te zetten.
Als er benzine is overgelopen, mag u de verbrandingsmotor pas starten nadat u het met benzine verontreinigde oppervlak hebt gereinigd. Start de verbrandingsmotor niet voordat de benzinedampen zijn verdampt (droog vegen).
Gemorste brandstof moet meteen worden afgeveegd.
Verwissel van kleding als er benzine op is gemorst.
Sla het apparaat nooit op in een gebouw met benzine in de tank. Ontstane benzinedampen kunnen met open vuur of vonken in aanraking komen en ontbranden.
Als de tank moet worden geleegd, moet dit in de buitenlucht worden uitgevoerd.
5.3 Kleding en uitrusting

Draag tijdens werkzaamheden altijd stevige schoenen met grip. Werk nooit op blote voeten of eld op sandalen.
bijvoorbeeld op sandalen.

Tijdens het gebruik van het apparaat dient men altijd gehoorbescherming te dragen.

Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden en tijdens het vervoer van de machine ook telkens stevige
handschoenen dragen en lang haar samenbinden en bedekken (hoofddoek, muts enz.).

Bij het slijpen van het maaimes moet altijd een geschikte veiligheidsbril worden gedragen.
De machine mag alleen met een lange broek en nauwe kleding aan in gebruik worden genomen.
Draag nooit losse kledingstukken die aan draaiende onderdelen (bedieningshendel) kunnen blijven hangen – ook geen sieraden, geen stropdassen en geen sjaals.
5.4 Transport van het apparaat
Werk uitsluitend met handschoenen aan om letsel door scherpe randen en hete onderdelen van het apparaat te voorkomen.
Het apparaat niet met draaiende verbrandingsmotor verplaatsen. Schakel voor het transport de verbrandingsmotor uit, laat de messen uitlopen en trek de bougiestekker los.
Transporteer het apparaat alleen met een afgekoelde verbrandingsmotor en zonder brandstof.
Gebruik voor het laden geschikte hulpmiddelen (takel of laadhelling).
Maak het apparaat en de erbij getransporteerde apparatuur (bijv. grasopvangbox) met geschikte bevestigingsmaterialen (gordels, kabels, enz.) vast aan het laadoppervlak.
Maaimes bij het optillen en dragen niet aanraken.
Raadpleeg de informatie in het hoofdstuk "Transport". Daar wordt beschreven hoe het apparaat op te tillen of vast te sjorren is. (⇒ 14.)
Houd u bij het transport van het apparaat aan de plaatselijke voorschriften, met name wat betreft de laadveiligheid en het transport van voorwerpen op laadoppervlakken.
5.5 Vóór het werken
Het moet duidelijk zijn, dat er alleen personen met het apparaat werken die de gebruiksaanwijzing kennen.
Controleer het brandstofsysteem vóór ingebruikname van het apparaat op lekkage, met name de zichtbare onderdelen, zoals bijv. tank, tankdop, slangverbindingen. Verbrandingsmotor bij lekkage of schade niet starten –
Brandgevaar!
Apparaat vóór ingebruikname door vakhandelaar laten repareren.
Neem de gemeentelijk voorgeschreven tijden voor het gebruik van tuinapparatuur met verbrandingsmotor of elektromotor in acht.
Controleer het complete terrein waarop de machine wordt gebruikt en verwijder alle stenen, stokken, kabels, botten en andere voorwerpen die door de machine omhoog kunnen worden geslingerd. Hindernissen (b.v. boomstronken, wortels) kunnen in het hoge gras eenvoudig over het hoofd worden gezien.
Markeer daarom vóór het maaien alle in het gazon verborgen vreemde voorwerpen (hindernissen) die niet verwijderd kunnen worden.
Vervang voordat u de machine gebruikt defecte geluiddempers en alle andere versleten en beschadigde delen.
Onleesbare of beschadigde waarschuwingsaanwijzingen op de machine moeten worden vervangen.
Stickers en alle verdere vervangingsonderdelen zijn verkrijgbaar bij uw VIKING vakhandelaar.
Het apparaat mag alleen worden gebruikt als het in goede staat verkeert. Controleer vóór elk gebruik:
- of het apparaat volgens de voorschriften is gemonteerd.
- of het snijgereedschap en de complete snijeenheid (maaimes, bevestigingselementen, maaiwerkbehuizing) in onberispelijke staat zijn. Er moet vooral worden gecontroleerd op veilige montage, beschadigingen (kerven of scheuren) alsook slijtage. (⇒ 12.5)
- of de tankdop goed vastgeschroefd is.
-
of de tank en de brandstofvervoerende delen en de tankdop in onberispelijke staat zijn.
-
of de veiligheidsvoorzieningen (bijv. messenremkoppeling, uitwerpklep, behuizing, duwstang, beschermrooster) in perfecte toestand zijn en naar behoren functioneren.
- of de grasopvangbox onbeschadigd en volledig gemonteerd is; een beschadigde grasopvangbox mag niet gebruikt worden.
- of de olietankdop goed vastgeschroefd is.
Indien nodig de noodzakelijke werkzaamheden uitvoeren of toevertrouwen aan de vakhandelaar. VIKING beveelt de VIKING vakhandelaar aan.
5.6 Tijdens het werken

Werk nooit als er zich dieren of personen, in het bijzonder kinderen, binnen het gevaarlijke gebied bevinden.
De op het apparaat geïnstalleerde schakel- en veiligheidsinrichtingen mogen niet worden verwijderd of overbrugd. In het bijzonder de messonstopbeugel nooit aan de duwstang vastzetten (bijv. door afbinden).

Opgelet - kans op letsel!
Houd handen of voeten nooit tegen of onder draaiende onderdelen. Raak het
ronddraaiende mes nooit aan. Blijf altijd uit de buurt van de uitwerpopening.
Neem steeds de door de duwstang bepaalde veiligheidsafstand in acht. De duwstang moet steeds goed gemonteerd zijn en mag niet veranderd worden. Gebruik het apparaat nooit met neergeklapte duwstang.
Bevestig nooit voorwerpen aan de duwstang (bijv. werkkleding).
Werk alleen bij daglicht of bij goede kunstverlichting.
Werk niet met het apparaat bij regen, onweer en met name niet bij blikseminslaggevaar.
Bij een vochtige ondergrond is er meer gevaar voor letsel, omdat de gebruiker minder stabiel staat.
Om uitglijden te voorkomen moet er bijzonder voorzichtig worden gewerkt. Indien mogelijk het apparaat niet op een vochtige ondergrond gebruiken.
Uitlaatgassen:

Levensgevaar door vergiftiging!
Stop onmiddellijk met werken bij misselijkheid, hoofdpijn, zichtstoornissen (b v. blikvernauwing), slecht horen, duizeligheid of een verminderd concentratievermogen. Deze symptomen kunnen onder andere door een te hoge concentratie uitlaatgassen worden veroorzaakt.

Het apparaat genereert giftige uitlaatgassen zodra de verbrandingsmotor is ingeschakeld. Deze gassen
bevatten giftig koolmonoxide, een kleuren reukloos gas, en andere schadelijke stoffen. De verbrandingsmotor mag nooit in afgesloten of slecht geventileerde ruimtes in werking worden gezet.
Starten:
start het apparaat voorzichtig, volgens de aanwijzingen in het hoofdstuk "Apparaat in gebruik nemen". (⇒ 11.)
Voordat u begint te werken in het bijzonder de functie messen-rem-koppeling testen. (⇒ 11.1)
Bij het starten mag het apparaat niet worden gekanteld.
Voor het starten het maaiimes uitschakelen. Activeer tijdens het starten geen hendels van de wielaandrijving.
Start de verbrandingsmotor niet wanneer het uitwerpkanaal niet door de uitwerpklep of de grasopvangbox is afgedekt.
Werken op hellingen:
Hellingen altijd in de dwarsrichting, nooit in de lengterichting bewerken.
Als de gebruiker bij het maaien in langsrichting de controle verliest over de grasmaaier kan hij overreden worden door het maaiende apparaat.
Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van richting verandert.
Let steeds op een goede stand bij hellingen en vermijd om met het apparaat te werken op zeer sterke hellingen.
Om veiligheidsredenen mag het apparaat niet op hellingen steiler dan 25° (46,6 %) worden gebruikt. Kans op letsel! Een stijging van de helling van 25° betekent een verticale stijging van 46,6 cm bij een horizontale lengte van 100 cm.

text_image
max. 25° 100 46,6Voor gegarandeerd voldoende smering van de verbrandingsmotor moeten bij het gebruik van het apparaat op hellingen ook de instructies in de meegeleverde gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor in acht worden genomen.
Werken:

Gevaar voor letsel!
Houd handen of voeten nooit boven, onder of tegen draaiende onderdelen.

Probeer niet om het mes te inspecteren zolang de grasmaaier werkt. Zolang het
maaimes loopt, mag de uitwerpklep niet worden geopend en/of mag de grasopvangbox niet worden weggenomen. Het ronddraaiende mes kan letsel veroorzaken.
Werk altijd stapvoets en ga bij het werken met het apparaat vooral niet rennen. Door snel te lopen met het apparaat is er meer kans op letsel door struikelen, uitglijden enz.
Wees bijzonder voorzichtig als u het apparaat omdraait of naar u toe trekt.
Struikelgevaar!
Gebruik het apparaat uiterst behoedzaam wanneer u in de buurt van vuilnishopen, sloten en dijken werkt. Houd met name voldoende afstand tot dergelijke gevarenzones.
U moet om in het gras verborgen voorwerpen heenrijden (beregeningsinstallaties, palen, waterkranen, fundamenten, stroomkabels etc.). Rijd nooit expres over dergelijke voorwerpen heen.

Houd rekening met de uitloop van het snijgereedschap. Het duurt enkele seconden voordat het snijgereedschap helemaal tot stilstand is gekomen.
Schakel de verbrandingsmotor uit, laat het werkgereedschap tot stilstand komen en trek de bougiestekker eruit,
- wanneer u het apparaat verlaat of als het apparaat zonder toezicht is,
- voordat u bijtankt. Tank alleen wanneer de verbrandingsmotor volledig is afgekoeld.
Brandgevaar!
- voordat u blokkades opheft of verstoppingen in het uitwerpkanaal verwijdert,
- voordat u het apparaat optilt en draagt,
- voordat u het apparaat transporteert,
- voordat er werkzaamheden aan het maaimes worden verricht,
- voordat het apparaat getest of gereinigd wordt of voordat sommige werkzaamheden uitgevoerd worden (bijv. omklappen van de duwstang),
- wanneer een vreemd voorwerp geraakt werd of als de grasmaaier abnormaal hard begint te trillen. Controleer in deze gevallen het apparaat, in het bijzonder de snijeenheid (messen, messenas, mesbevestiging), op beschadigingen en voer de noodzakelijke herstellingen uit voordat u het apparaat opnieuw start en ermee aan de slag gaat.

Kans op letsel!
Hard trillen wijst meestal op een storing.
De grasmaaier mag met name niet worden gebruikt als de krukas beschadigd of verbogen is of als het maalimes beschadigd of verbogen is.
Laat de noodzakelijke herstellingen door een vakman – VIKING beveelt de VIKING vakhandelaar aan – uitvoeren, indien u niet over de nodige kennis beschikt.
Ontkoppel het maaiimes,
- wanneer u het apparaat van en naar het te bewerken gazon rijdt, of als je het voor dat doel duwt,
- voor dat het apparaat op een niet met gras begroeide ondergrond geschoven wordt of voor ermee over een dergelijke ondergrond gereden wordt.
- als het apparaat bij het schuiven of rijden over andere ondergronden dan gras moet worden opgetild,
- voor u de snijhoogte aanpast,
- voor u de uitwerpklep opent of de grasopvangbox wegneemt,
5.7 Onderhoud en reparaties

Plaats het apparaat voorafgaand aan reinigings-, instel-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden op
een stevige, vlakke ondergrond, schakel de verbrandingsmotor uit en laat deze afkoelen en trek de bougiestekker eruit.

Kans op letsel door het maaiimes!
Door aan de startkabel te trekken krijgt het werkgereedschap bij ingekoppeld maaiimes een draaibeweging. Houd altijd voldoende afstand tot het maaiimes, in het bijzonder de handen en de voeten, wanneer u aan de startkabel trekt.
Vooral voor werkzaamheden rondom de verbrandingsmotor, het uitlaatspruitstuk en de geluiddemper, het apparaat eerst laten afkoelen. De temperaturen kunnen tot 80°C en meer oplopen. Kans op brandwonden!
Direct contact met motorolie kan gevaarlijk zijn, ook mag motorolie niet worden gemorst.
VIKING adviseert het bijvullen resp. verversen van motorolie door een VIKING vakhandelaar te laten uitvoeren.
Reiniging:
na gebruik moet het gehele apparaat zorgvuldig worden gereinigd. (⇒ 12.3)
Ledig vóór het plaatsen in reinigingspositie de brandstoftank (bijv. door leegrijden).
Maak de aangekoekte resten gras in de behuizing met een houten staaf los. Reinig de onderkant van de grasmaaier met een borstel en water.
Gebruik nooit hogedrukreinigers en reinig het apparaat niet onder stromend water (bijv. met een tuinslang).
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen. Dergelijke reinigingsmiddelen kunnen kunststoffen en metalen zodanig beschadigen dat de veiligheid van uw VIKING apparaat wellicht in het geding komt.
Om brandgevaar te voorkomen, moet u de gebieden rond de koelluchtopeningen, koelvinnen en rondom de uitlaat vrij houden van bijv. gras, stro, mos, bladeren of uitstromend vet.
Onderhoudswerkzaamheden:
Er mogen alleen
onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze gebruiksaanwijzing worden vermeld. Alle andere werkzaamheden dient u door uw vakhandelaar te laten uitvoeren.
Neem altijd contact op met uw vakhandelaar als u niet over de vereiste kennis en gereedschappen beschikt. VIKING raadt aan
onderhoudswerkzaamheden en reparaties uitsluitend door de VIKING vakhandelaar te laten uitvoeren.
VIKING vakhandelaars volgen regelmatig cursussen en krijgen voortdurend technische informatie ter beschikking gesteld.
Gebruik uitsluitend gereedschappen, accessoires of combi-apparaten die voor dit apparaat door VIKING zijn toegelaten of technisch gelijkwaardige delen, anders is er kans op ongevallen met letsel of schade aan het apparaat. Neem bij vragen contact op met een vakhandelaar.
Originele VIKING gereedschappen, accessoires en vervangingsonderdelen zijn wat betreft hun eigenschappen optimaal op het apparaat en de behoeften van de gebruiker afgestemd. Originele VIKING vervangingsonderdelen zijn herkenbaar aan het VIKING onderdeelnummer, het VIKING logo en eventueel het VIKING symbool op de onderdelen. Op kleine onderdelen kan ook alleen het teken staan.
Om veiligheidsredenen moeten brandstofvervoerende onderdelen (brandstofleiding, brandstofkraan, brandstoftank, tankdop, aansluitingen enz.) regelmatig op beschadigingen en lekkages worden geïnspecteerd en indien nodig door een erkende monteur worden vervangen (VIKING raadt de VIKING vakhandelaar aan).
Houd waarschuwings- en instructiestickers altijd leesbaar en schoon. Beschadigde of verloren gegane stickers moeten via uw VIKING vakhandelaar door nieuwe originele stickers worden vervangen. Let er bij het vervangen van een onderdeel door een nieuw onderdeel op dat het nieuwe onderdeel van dezelfde stickers is voorzien.
Werk aan de snijeenheid uitsluitend met dikke werkhandschoenen en met de uiterste voorzichtigheid.
Zorg voor een veilig gebruik van het apparaat en zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven, en zeker de mesbout goed zijn vastgedraaid.
Inspecteer het gehele apparaat en de grasopvangbox op gezette tijden, in het bijzonder voor de opslag van het apparaat (bijv. voor de winterpauze), op slijtage en beschadigingen. Versleten of beschadigde onderdelen moeten om veiligheidsredenen direct worden vervangen, om ervoor te zorgen dat de machine altijd in veilige staat is.
Wijzig de instellingen van de verbrandingsmotor nooit en jaag deze niet over zijn toeren.
Als onderdelen of
veiligheidsvoorzieningen voor onderhoudswerkzaamheden zijn verwijderd, moeten deze weer meteen en correct worden aangebracht.
5.8 Opslag bij langdurige bedrijfsonderbrekingen
Laat de verbrandingsmotor afkoelen voordat u het apparaat in een afgesloten ruimte plaatst.
Bewaar het apparaat met een lege tank en de brandstofvoorraad in een afsluitbare en goed geventileerde ruimte.
Controleer of het apparaat tegen gebruik door onbevoegden (bijv. kinderen) is beveiligd.
Sla het apparaat nooit op in een gebouw met benzine in de tank. Ontstane benzinedampen kunnen met open vuur of vonken in aanraking komen en ontbranden.
Als de tank moet worden geledigd zoals voor het stilleggen voor de winterpauze, mag de brandstoftank uitsluitend in de open lucht worden geledigd (bijv. leegrijden door de motor te laten draaien).
Reinig het apparaat voor het opslaan (bijv. winterpauze) grondig.
Apparaat alleen met uitgetrokken bougiestekker bewaren.
Sla het apparaat in een veilige staat op.
5.9 Afvoer
Afvalproducten zoals verbruikte olie of brandstof, verbruikte smeermiddelen, filters, accu's en soortgelijke slijtageonderdelen zijn slecht voor mensen en dieren en kunnen het milieu beschadigen en moeten derhalve deskundig worden afgevoerd.
Neem contact op met het Recycling Center of uw vakhandelaar voor nadere informatie over het deskundig afvoeren van afvalproducten. VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan.
Voer een apparaat aan het eind van de levensduur ervan op de daarvoor bestemde wijze af. Maak het apparaat onbruikbaar voordat het als afval wordt verwerkt. Verwijder om ongevallen te voorkomen vooral de bougiekabel, maak de tank leeg en tap de motorolie af.
Kans op letsel door het maaiimes!
Laat ook een grasmaaier aan het eind van de levensduur ervan nooit zonder toezicht staan. Bewaar het apparaat en in het bijzonder het maairnes altijd buiten het bereik van kinderen.
6. Toelichting van de symbolen

Let op!
Lees vóór inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing.

Gevaar voor letsel!
Houd andere personen uit de gevarenzone.

Kans op letsel!
Vóór werkzaamheden aan het snijgereedschap en onderhoud- en reinigingswerkzaamheden de bougiestekker eruit trekken.

Kans op letsel!
De snijvoorziening loopt na het uitschakelen nog een aantal seconden na (rem van de verbrandingsmotor/messenrem).

Opgelet - kans op letsel!
Kom bij een draaiende verbrandingsmotor nooit binnen het werkbereik van het mes.

Draag tijdens het werk gehoorbescherming.

Wielaandrijving inschakelen.

De maaier mag alleen in snijstand 7 omhoog worden geklapt.

text_image
I - 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0Gasregeling:

Chokestand

Startstand

Hoog toerental van de verbrandingsmotor

Laag toerental van de verbrandingsmotor

Stopstand
7. Leveringsomvang

Pos. Omschrijving Stk.
A Basisapparaat 1
B Frame grasopvangbox 1
C Weefsel grasopvangbox 1
D Klep grasopvangbox 1
E Bout met vlakke kop 2
F Ring 2
G Dopmoer 2
• Gebruiksaanwijzing 1
• Gebruiksaanwijzing 1
verbrandingsmotor
8. Apparaat klaarmaken voor gebruik

Gevaar voor letsel!
Neem de veiligheidsaanwijzingen in het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" (⇒ 5.)in acht.
- Zet het apparaat voor alle beschreven werkzaamheden op een vlakke en stevige ondergrond.
8.1 Duwstang monteren


Gevaar voor knellen!
Tijdens de montage van de duwstang het bovenstuk van de duwstang (1) met één hand op het hoogste punt vasthouden.
- Bovenstuk duwstang (1) op het onderstuk duwstang (2) steken en vasthouden.
- Alle trekkabels en kabels in de kabelbreukbescherming (3) leggen. Platkopbout (E) van binnen naar buiten door de boringen steken, Kabelbreukbescherming (3) alleen zoals afgebeeld monteren. De kabels moeten onder de duwstang geleid worden.
- Ringen (F) op bouten schuiven en kopmoeren (G) erop schroeven (22 - 28 Nm).
Klittenbandjes controleren:
- de kabels moeten aan het bovenstuk van de duwstang, rechts en links, met klittenbandjes (4) bevestigd worden. Indien nodig de positie van de klittenbandjes aanpassen.
Bovenstuk duwstang omklappen:
voor ruimtebesparend transporteren en opslaan kan het bovenstuk duwstang (1) omgeklapt worden.

Gevaar voor knellen!
Door het losdraaien van de beide kopmoeren (G) kan het bovenstuk van de duwstang (1) onafhankelijk van elkaar omklappen. Daarom het bovenstuk duwstang (1) voor het losmaken van de beide kopmoeren in het hoogste punt vasthouden.
- Kopmoeren (G) aan beide zijden losschroeven en samen met de schijven (F) wegnemen.
- Bovenstuk duwstang (1) naar voor klappen en laat dit op de afdekking van de verbrandingsmotor rusten.
8.2 Grasopvangbox in elkaar zetten

- Weefsel van grasopvangbox (C) over het frame van de grasopvangbox (B) trekken. De stutten (1) en de hangreep (2)moeten zich aan de buitenzijde van het weefsel bevinden.
- De geïntegreerde kuststof profielen (3) over het frame van de grasopvangbox schuiven en vastdrukken. Begin onder de tong van het frame van de grasopvangbox met vastdrukken.
- Klep (D) eerst links en vervolgens rechts op het frame van de grasopvangbox vasthaken en vervolgens door krachtig te drukken aan beide kanten vergrendelen in de juiste positie.
8.3 Startkabel inhaken

- Bougiestekker uit de verbrandingsmotor trekken.
- Startkabel (1) langzaam uittrekken en in de kabelhouder (2) inhaken.
8.4 Zijwaartse verstelling van de duwstang

Voor het comfortabel maaien op hellingen of langs hekken heggen of muren kan de duwstang zijwaarts worden versteld.
- Duwstangbevestiging door openen van de spanhendel (1) lossen.
- Duwstang (2) bij de grepen vastpakken en iets optillen. Draai de duwstang vervolgens naar links of rechts in de gewenste positie. De duwstang klikt in de linkse en rechtse stand, alsook in de middelste stand, voelbaar vast.
- Om de duwstang vast te zetten, de spanbeugel (1) weer sluiten.
8.5 Hoogteverstelling duwstang

De werkhoogte van de duwstang kan in drie standen worden ingesteld:
I laag
II gemiddeld
III hoog
- Draaiknop (1) lossen (ca. 5 draaien linksom).
- Duwstang (2) met beide handen aan de greep vastpakken en in de gewenste positie zetten – let op gelijke stand aan de linker en rechter zijde.
• Draaiknop (1) weer vastdraaien.
8.6 Centrale
snijhoogteverstelling

Er kunnen zeven verschillende snijhoogtes tussen 30 mm en 85 mm worden ingesteld.
Stand 1 = laagste snijhoogte
Stand 7 = hoogste snijhoogte
Snijhoogte instellen:
- Het apparaat aan greep (1) vastnemen, de verstelhendel (2) naar boven trekken en houd deze vast.
- Stel de gewenste snijhoogte in door het apparaat omhoog of omlaag te bewegen. De huidige snijhoogte kan aan de aanduiding van de snijhoogte (3) worden afgelezen.
- Verstelhendel (2) loslaten en laten vastklikken.
8.7 Grasopvangbox monteren- en demonteren

Monteren:
- Uitwerpklep (1) openen en vasthouden.
-
Grasopvangbox (2) aan de zwenkbare beugelgreep (3) of aan de handgreep (4) vasthouden.
-
Grasopvangbox (2) met de nokken (5) in de opnamebouten (6) hangen.
- Uitwerpklep (1) sluiten.
- Uitwerpklep (1) openen en vasthouden.
- Grasopvangbox (2) optillen en naar achter wegnemen.
- Uitwerpklep (1) sluiten.
Demonteren:
8.8 Brandstof en motorolie


Voorkom schade aan het apparaat!
Vul voor de eerste start motorolie bij. Voor het vullen met motorolie en tanken een aangepast vulhulpstuk (bijv. trechter) gebruiken.
Motorolie:

Gegevens over de te gebruiken motorolie en de vulhoeveelheid olie vindt u in de gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor.
Controleer de inhoud regelmatig (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor). Zorg ervoor dat de olie niet onder of boven het juiste peil komt te staan.
Olietankdop voor het in gebruik nemen van de verbrandingsmotor goed vastschroeven.
Brandstof:
Advies:
Verse merkbrandstoffen, Loodvrije benzine.
Gegevens over de brandstofkwaliteit (octaangetal) vindt u in de gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor;

9. Messen-rem-koppeling (BBC)


Kans op letsel!
Controleer de werking van de messen-rem-koppeling voor elke inbedrijfstelling. (⇒ 11.1)
Om veiligheidsredenen nooit de beugel overbruggen door bijvoorbeeld aan de duwstang vast te binden.
Bediening-met twee handen:
het maairmes kan bij draaiende verbrandingsmotor enkel als volgt gemonteerd worden: Een van beide messenstopbeugels (2) met één hand bedienen en ingedrukt houden en de messenkoppelinghendel (6) met de andere hand naar boven trekken en laten vastklikken. (⇒ 11.3)
Geïntegreerde messen-uitlooprem:
Na het loslaten van de duwstang wordt het maaiimes afgekoppeld en binnen maximaal drie seconden tot stilstand gebracht, terwijl de verbrandingsmotor verder blijft lopen. (⇒ 11.4)
10. Aanwijzingen voor werken
Een fraai en vol gazon ontstaat,
- wanneer met lage snelheid gemaaid wordt.
-
wanneer het gazon vaak gemaaid en kort gehouden wordt.
-
wanneer bij warm en droog weer het gazon niet te kort gemaid wordt, omdat het anders verbrandt door de zon en lelijk wordt.
- wanneer met scherpe maaimessen gewerkt wordt - daarom de maaimessen regelmatig laten slijpen (dealer).
- wanneer de snijrichting regelmatig wordt gewisseld.
11. Apparaat in gebruik nemen

Gevaar voor letsel!
Lees vóór het in bedrijf stellen het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" zorgvuldig door en volg de instructies op. (⇒ 5.)
11.1 Messen-rem-koppeling controleren
Voordat u begint te werken moet de functie messen-rem-koppeling driemaal worden getest:
- Maaimessen bij draaiende verbrandingsmotor inkoppelen. (⇒ 11.3)
Het draaiend maairnes herkent u aan duidelijk hoorbaar windgeruis. - Het maaiimes uitschakelen (handgreep lossen). (⇒ 11.4)
De messen-rem-koppeling ontkoppelt het mes van de aandrijving van de verbrandingsmotor en remt het mes af. Het windgeruis valt eveneens weg en duurt maximaal 3 seconden. Bij een stilstaand mes mag er geen windgeruis meer hoorbaar zijn.

Kans op letsel!
Werkt de messen-rem-koppeling niet zoals beschreven (bijv. langere remtijd dan 3 seconden, of hoort u verder het windgeruis bij afgekoppeld mes) dan mag het apparaat niet in werking worden gesteld.
In dit geval de verbrandingsmotor afzetten, de bougiestekker uittrekken en de noodzakelijke reparaties door een vakman laten uitvoeren. VIKING beveelt de VIKING vakhandelaar aan.
11.2 Verbrandingsmotor starten
- Olie- en brandstofpeil controleren. (⇒ 8.8)
- Zet bij een koude verbrandingsmotor de gasregeling (1) op chokestand. Zet bij een warme verbrandingsmotor of bij w weer de gasregeling (1) in Start-start.
- Trek de startkabel (2) langzaam tot de compressorweerstand uit, en trek de kabel vervolgens krachtig tot armlengte verder uit. Haal de kabel langzaam terug, zodat deze correct door de startmotor wordt opgerold. Herhaal het starten totdat de verbrandingsmotor aanslaat.
- Hendel gasregeling (1) in Startstand zetten




11.3 Maaimes aankoppelen

Maaimes niet in hoog gras en enkel bij maximaal toerental van de verbrandingsmotor aankoppelen.
Altijd snel aankoppelen om onnodig slijten van de messenkoppeling te voorkomen.
- Linkse of rechtse messenstopbeugel (1) naar de duwstang drukken en houd deze vast. Hierdoor wordt de hefboom van de messenkoppeling (2) ontgrendeld.
- Voor het aankoppelen van de maaimessen de hefboom van de messenkoppeling (2) snel tot aan de aanslag naar achteren trekken. Hij klikt bij de aanslag in de aangekoppelde stand vast en kan worden losgelaten.
- Tijdens het werken beide messenstopbeugels (1) ingedrukt houden. Om het werk te vergemakkelijken kan telkens één van beide hendels losgelaten worden.
11.4 Maaiimes loskoppelen

- Om het maairnes los te koppen, beide messenstopbeugels (1) loslaten.
De beugel messenkoppeling (2) wordt losgekoppeld en gaat naar de uitgangsstand terug. Het maaiimes wordt losgekoppeld en afgeremd, de verbrandingsmotor blijft lopen.
11.5 Verbrandingsmotor uitschakelen
- Om de verbrandingsmotor uit te schakelen de hendel van de gasregeling (1) op Stop-positie zetten.


11.6 Wielaandrijving inschakelen
De grasmaaier is voorzien van een drieversnellingstransmissie. De drie vooruitversnellingen kunnen bij ingeschakelde wielaandrijving naar willekeur worden gewisseld.

Aandrijfsnelheid:
- Versnelling: 2,4 km/uur
- Versnelling: 3,5 km/uur
-
Versnelling: 4,6 km/uur
-
vóór het inschakelen van de wielaandrijving de verbrandingsmotor starten en de gewenste versnelling met de schakelhendel (1) instellen. VIKING raadt aan om te gaan rijden altijd de eerste versnelling in te stellen.
- Linkse of rechtse wielaandrijving (2) naar boven tot de duwstang trekken en houden. De wielaandrijving schakelt in en de grasmaaier zet zich vooruit in beweging.
11.7 Wielaandrijving uitschakelen
- Om de wielaandrijving uit te schakelen, beide hendels van de wielaandrijving (1) loslaten.

11.8 Grasopvangbox met textielen stofbescherming

Aan de bovenzijde van grasopvangbox met stofbescherming (1) dat voorkomt dat het apparaat fijn stof in de richting van de gebruiker blaast.
Vullen:
Door de luchtstroom die door het draaien van het maairnes wordt veroorzaakt en waardoor de grasopvangbox wordt gevuld, wordt de stofbescherming filter in het midden iets opgetild (opgebold). Bij een volle grasopvangbox neemt deze luchtstroom af en zakt de stofbescherming filter terug op de grasopvangbox.
Grasopvangbox ledigen:

Kans op letsel!
Voor het ledigen steeds de maaimessen uitschakelen. (⇒ 5.6)
Let op het gewicht!
Een volle grasopvangbox kan wel tot 22 kg zwaar zijn.

De grasopvangbox steeds op tijd ledigen om een verstopping van het uitwerpkanaal te vermijden. Verstoppingen kunnen het maairnes blokkeren en onnodige slijtage van de messenremkoppeling-veroorzaken.
• Maaimes loskoppelen. (⇒ 11.4)
• Grasopvangbox losshaken. ( 8.7)
- De grasopvangbox is dankzij de zeer grote opening, de zwenkbare beugelhendel (2), de handgreep (3) en de opgenaaide nylonband (4) vlot te ledigen.
- Na het ledigen van de grasopvangbox weer inhaken (⇒ 8.7) en werk verderzetten.
12. Onderhoud

Gevaar voor letsel!
Voordat u aan onderhouds-- of reinigingswerkzaamheden aan de machine begint, dient u het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" (⇒ 5.), in het bijzonder de paragraaf "Onderhoud en reparaties" (⇒ 5.7), zorgvuldig te lezen en alle veiligheidsinstructies op te volgen.

Trek voor alle onderhouds-- en reinigingswerkzaamhede n de bougiestekker eruit!
12.1 Verbrandingsmotor
Onderhoudsinterval: zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor.
Voor een lange gebruiksduur is het van belang de olie op peil te houden, regelmatig de olie te verversen en het luchtfilter te vervangen alsook het naleven van de aanbevolen oliewissel-intervallen.
Voor informatie over motorolie en vulhoeveelheid olie verwijzen wij u eveneens naar de gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor.
De koelvinnen moeten altijd schoon worden gehouden om een goede koeling van de verbrandingsmotor te garanderen.
12.2 Wielen en transmissie
De lagers van de wielen zijn onderhoudsvrij.
De transmissie is onderhoudsvrij.
12.3 Apparaat reinigen
Onderhoudsinterval: na elk gebruik
Door het apparaat zorgzaam te behandelen, beschermt u het tegen beschadigingen en verlengt u de levensduur.
Richt waterstralen (hoogdrukreiniger) nooit op onderdelen van de verbrandingsmotor, pakkingen, lagers en elektrische onderdelen. Dit kan leiden tot beschadigingen of dure reparaties.
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen. Dergelijke reinigingsmiddelen kunnen kunststoffen en metalen zodanig beschadigen dat de veiligheid van uw VIKING apparaat wellicht in het geding komt.
Als u vuil niet met water, een borstel of een doek kunt verwijderen, raadt VIKING aan een speciaal reinigingsmiddel te gebruiken (bijv. STIHL speciale reiniger).
Maak eerst de aangekoekte grasresten in de behuizing en in het uitwerpkanaal met een houten staaf los.
Reinig zeker ook het maaiimes.

Reinigingspositie:
- Ledig de brandstoftank (bijv. door leeg te rijden).
- Plaats het apparaat op een vlakke en stevige ondergrond.
- Hoogste snijstand kiezen (stand 7). (⇒ 8.6)
- Bovenstuk duwstang omklappen. (⇒ 8.1)
- Grasopvangbox verwijderen. (⇒ 8.7)
- Uitwerpklep met één hand optillen. Gelijktijdig met de andere hand het apparaat bij de stootbeveiliging vasthouden en in reinigingspositie brengen.
- De duwstang zoals afgebeeld op de bodem leggen.
12.4 Messenremkoppeling (BBC) onderhouden
Onderhoudsinterval:
Professioneel gebruik ^1 :
elk half jaar
Privégebruik jaarlijks
^1 industrieel gebruik van de grasmaaier
De messenremkoppeling is aan een natuurlijke slijtage onderhevig.
Deze mag enkel door getraind personeel onderhouden worden. VIKING beveelt de VIKING vakhandelaar aan.
12.5 Maaimes onderhouden
Onderhoudsinterval: voor elk gebruik

- Klap de grasmaaier omhoog in de reinigingspositie (⇒ 12.3).
- Reinig het maairnes (1) en controleer het op beschadigingen (inkepingen of scheuren) en slijtage. Vervang het maairnes indien nodig.
- Dikte van het mes op minstens 5 punten met schuifmaat (2) meten. Met name ook bij de mesvleugels is de minimale dikte essentieel.
- Leg een liniaal (3) tegen de voorste mesrand en meet de slijtage.

Kans op letsel!
Een versleten of beschadigd maaimes kan afbreken en ernstig letsel veroorzaken. Neem daarom altijd de onderhoudsinstructies voor het mes in acht.
Afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur zijn de messen in meer of mindere mate aan slijtage onderhevig. Als u het apparaat op een zanderige ondergrond in droge omstandigheden gebruikt, slijt het mes door een sterkere belasting sneller dan gemiddeld.
Slijtagegrenzen:
De dikte van het mes moet overal minstens 2,5 mm zijn.
De lemmeten mogen maximaal 5 m m worden afgeslepen.
Als niet het meegeleverde mes bij de grasmaaier, maar bijv. het als accessoire verkrijgbare multimes op de grasmaaier gemonteerd is, gelden overeenkomstige andere slijtagegrenzen.
12.6 Maaimessen demonteren
- Zet het apparaat in de reinigingsstand. (⇒ 12.3)
- Mesbouten (1) met moersleutel SW 17 losschroeven.
- Beschermplaat (2), maairnes (3) en borgring (4) wegnemen.
12.7 Maaimes monteren

Kans op letsel!
Het voorgeschreven aandraaimoment van de mesbouten (4) van 45 - 55 Nm moet precies worden aangehouden, omdat een veilige bevestiging van het snijgereedschap daarvan afhankelijk is.
Een nieuw maairnes (2) alleen samen met nieuwe mesbouten (4) en een nieuwe beschermplaat (3) gebruiken.
- Borgschijf (1) en maairnes (2) met de omhooggebogen randen/ windvleugels naar boven monteren.
- Beschermplaat (3) op het maairnes plaatsen en mesbouten (4) met 45 - 55 Nm vastdraaien.


12.8 Maaimes slijpen
Als het maairesultaat na verloop van tijd verslechtert, is het maairmes waarschijnlijk bot geworden.
Neem bij het slijpen de volgende punten in acht:
• Maaiimes demonteren. (⇒ 12.6)
- Koel het maairnes tijdens het slijpen, bijv. met water. Het mes mag niet blauw worden, omdat anders de snijresultaten minder worden.
- Slijp het maairnes gelijkmatig om vibraties door onbalans te voorkomen.
- Houd de slijphoek van 30^ aan.
- Houd tijdens het slijpen rekening met de slijtagegrenzen.
- Eventueel ontstane bramen verwijderen.
12.9 Afstelling van de kabels van de versnelling

Onderhoudsinterval: Indien nodig
De spanning van de trekkabel is af fabriek goed afgesteld. Als bepaalde versnellingen niet meer goed werken na langere gebruiksduur, moet de kabel opnieuw worden afgesteld.
- Contramoeren (1) aan de onderkant van de duwstang lossen en de trekkabel met moer (2) instellen. Als alle drie versnellingen werken, is de versnellingskabel goed afgesteld.
- Contramoeren (1) vastdraaien.
12.10 Trekkabel van de wielaandrijving afstellen

Onderhoudsinterval: Indien nodig
De spanning van de trekkabel is af fabriek goed afgesteld.
Het afstellen van de versnellingskabel is nodig:
- wanneer na langer gebruik de wielaandrijving bij aangetrokken hendel van de wielaandrijving zich niet inschakelt.
- wanneer de wielaandrijving permanent ingeschakeld is. - Dit betekent dat de grasmaaier zich ongewild in beweging zet bij het uittrekken van de startkabel alhoewel de hendel van de wielaandrijving niet geactiveerd is.

Kans op letsel!
De trekkabel van de wielaandrijving moet goed ingesteld zijn wanneer met het apparaat gewerkt wordt.
De spanning van de trekkabel controleren:
-
- Versnelling inschakelen en aan startkabel trekken: De grasmaaier wordt niet aangedreven.
- De hendel van de wielaandrijving (1) bedienen en houden, aan de startkabel trekken: De grasmaaier wordt aangedreven.
Kabel afstellen:
- Moer (1, met linkse schroefdraad) en moer (2) lossen.
- Schroefelement (3) zo ver verdraaien dat de wielaandrijving ongeveer bij de helft van het traject van de hendel van de rijaandrijving wordt ingeschakeld.
• Moeren (1, 2) vastschroeven.
12.11 Opslag en stilleggen (winterpauze)
Apparaat in een droge, afgesloten, stofvrije ruimte opslaan. Bewaar het apparaat altijd buiten het bereik van kinderen.
Eventuele storingen voor het opslagen corrigeren. Het apparaat moet steeds gebruikklaar zijn.
Brandstof uit de brandstoftank aftappen en carburateur ledigen voor de opslag (bijv. door leegrijden).
Neem bij een langere stilstand van het apparaat (winterpauze) bijkomend de volgende punten in acht:
- Maak alle onderdelen aan de buitenkant van het apparaat zorgvuldig schoon.
- Smeer alle bewegende delen goed in met olie of vet.
- Schroef de bougie eruit (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor) en giet ca. 3 cm³ motorolie in de bougieboring in de verbrandingsmotor. Laat de verbrandingsmotor een paar keer zonder bougie doordraaien (aan de startkabel trekken).

Brandgevaar!
Houd de bougiestekker wegens ontstekingsgevaar uit de buurt van het bougiegat.
- Bougie terug inschroeven (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor).
- Ververs de olie (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor).
- Dek de verbrandingsmotor goed af en bewaar het apparaat in normale stand.
Grasresten horen niet in de vuilnisbak, maar moeten worden gecomposteerd.
De verpakkingen, het apparaat en de accessoires zijn met
recycleerbaar materiaal gefabriceerd en moeten overeenkomstig worden verwerkt.
Door materiaalresten afzonderlijk en milieubewust te verwerken, ondersteunt u de recyclage van waardevolle stoffen. Daarom moet het apparaat na afloop van de gebruikelijke levensduur als bijzonder afval worden verwerkt. Raadpleeg bij het afvoeren de informatie in het hoofdstuk 'Afvoeren' (⇔ 5.)
Neem contact op met het Recycling Center of uw vakhandelaar voor nadere informatie over het deskundig afvoeren van afvalproducten.
14. Transport

Kans op letsel!
Lees voor het transport het hoofdstuk "Voor uw veiligheid", in het bijzonder het hoofdstuk "Transport van het apparaat" zorgvuldig door en volg de instructies op. (⇒ 5.4)
14.1 Apparaat vastsjorren
- Maak de touwen resp. gordels aan de stootrand (1) of aan de behuizing (2) vast.

Bij neergeklapte duwstang kan ook dit bevestigingspunt voor de touwen resp. gordels gebruikt worden.
14.2 Apparaat optillen of dragen:
- Grasmaaier steeds met z'n tweeën optillen of dragen.

- U mag de grasmaaier alleen aan de stootrand (1) en aan de duwstang (2) optillen of aan de onderstukken van de duwstang (3) wanneer het bovenstuk is neergeklapt.
15. Slijtage minimaliseren en schade voorkomen
Belangrijke aanwijzingen voor het onderhoud van de productgroep
Grasmaaiers met benzinemotor
De firma VIKING aanvaardt in geen geval aansprakelijkheid voor materiële schade en persoonlijk letsel die veroorzaakt zijn als gevolg van het niet in acht nemen van de instructies in de gebruiksaanwijzing,
met name betreffende veiligheid, bediening en onderhoud, of die door gebruik van niet toegestane montage- of reserveonderdelen optreden.
Neem de volgende belangrijke aanwijzingen in acht om schade of overmatige slijtage aan uw VIKING apparaat te vermijden:
1. Slijtageonderdelen
Sommige onderdelen van het VIKING apparaat zijn ook bij reglementair gebruik aan normale slijtage onderhevig en moeten afhankelijk van de gebruikswijze en gebruiksduur tijdig worden vervangen.
Dit omvat o. a.:
- mes
- grasopvangbox
- V-riem
- stootstrippen
- stootbeveiliging
- B a n d
- remband
2. Inachtneming van de voorschriften in deze gebruiksaanwijzing
Het VIKING apparaat moet zo zorgvuldig mogelijk worden gebruikt, onderhouden en opgeslagen, zoals omschreven in deze gebruiksaanwijzing. Voor alle beschadigingen die door het niet in acht nemen van veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen worden veroorzaakt, is de gebruiker zelf verantwoordelijk.
Dit geldt met name voor:
- niet door VIKING toegelaten productwijzigingen.
- het gebruik van brandstoffen niet door VIKING toegelaten (smeermiddelen, benzine en motorolie, zie gegevens van de fabrikant).
- Het gebruik van gereedschappen of toebehoren die niet voor het apparaat zijn goedgekeurd, niet geschikt zijn of van een minder goede kwaliteit zijn.
- niet reglementair gebruik van het product.
- gebruik van het product bij sport- of wedstrijdevenementen.
- gevolgschade door een product met defecte onderdelen verder te gebruiken.
3. Onderhoudswerkzaamheden
Alle in het hoofdstuk "Onderhoud" vermelde werkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd.
Voor zover deze onderhoudswerkzaamheden niet door de gebruiker zelf kunnen worden uitgevoerd, moeten deze aan een vakhandelaar worden overgedragen.
VIKING raadt aan onderhoudswerkzaamheden en reparaties uitsluitend bij de VIKING vakhandelaar te laten uitvoeren.
VIKING vakhandelaars volgen regelmatig cursussen en krijgen voortdurend technische informatie ter beschikking gesteld.
Worden deze werkzaamheden niet uitgevoerd, dan kan er schade ontstaan waarvoor de gebruiker verantwoordelijk is.
Hiertoe behoren onder andere:
- corrosie en andere gevolgschade door ondeskundige opslag.
- beschadigingen aan het apparaat door het gebruik van kwalitatief minderwaardige reserveonderdelen.
- beschadigingen door niet tijdig of ondeskundig uitgevoerd onderhoud resp. beschadigingen door onderhouds- of reparatiewerkzaamheden die niet in werkplaatsen van vakhandelaars zijn uitgevoerd.
16. Standaard reserveonderdelen
Maaiimes met beschermplaat:
MB 750 KS: 6360 760 9992
MB 755 KS: 6375 760 9991
Mesbouten:
17. CE- conformiteitsverklaring van de fabrikant
Wij,
VIKING GmbH
Grasmaaier, handgeduwd met
verbrandingsmotor (MB)
Merk: VIKING
Productiecode: 6360
Type: MB 750.2 KS
Productiecode: 6375
Merk: VIKING
Type: MB 755.2 KS
die voldoet aan de volgende EG richtlijnen: 97/68/EC, 2000/14/EC, 2004/108/EC, 2006/42/EC
Dit product is ontwikkeld in overeenstemming met de volgende normen:
EN ISO 5395-1, EN ISO 5395-2
Toegepaste
conformiteitsbeoordelingsprocedure: appendix VIII (2000/14/EC)
Naam en adres van de bevoegde instantie:
Samenstelling en klassement van de Technische Documentatie: Johann Weiglhofer
VIKING GmbH
Het bouwjaar en het serienummer staan vermeld op het typeplaatje van het apparaat.
Gemeten geluidsdrukniveau:
MB 750.2 KS 95,4 dB(A)
MB 755.2 KS 97,5 dB(A)
Gegarandeerd geluidsdrukniveau:
MB 750.2 KS 96 dB(A)
MB 755.2 KS 98 dB(A)
Langkampfen,
2014-01-02 (JJJJ-MM-DD)
VIKING GmbH

Weiglhofer
Hoofd Onderzoek en Productontwikkeling
| Serie-identificatie | 6360 / 6375 |
| Verbrandingsmotor,type | 4-takt-verbrandingsmo-tor |
| Fabrikant | Kawasaki |
| Type | FJ 180 V |
| Cilinderinhoud | 179 ccm |
| Nominaal vermogen | 2,9 - 2800 |
| bij nominaal toerental | kW - omw/min |
| Brandstoftank | 2 l |
| Startinrichting | Trekstarter |
| Snijvoorziening | Mesbalk |
| Snijbreedte | 48 cm / 53 cm |
| Toerental mesbalk | 2800 omw/min |
| Aandrijving mesbalk | BBC |
| Aandraaimomentmesbout | 45 - 55 Nm |
| Wielaandrijvingachterwiel | 3-versnelling |
| Wiel-∅ voor | 210 mm |
| Wiel-∅ achter | 230 mm |
| Capaciteitgrasopvangbox | 80 l |
| Snijhoogte | 30 - 85 mm |
| Opgegeven trillingskarakteristiek conformEN 12096: | |
| Gemeten waardea a_hw | 2,50 m/sec ^2 |
| Onzekerheid K_hw | 1,25 m/sec ^2 |
| Meting conform EN 20643 | |
MB 750.2 KS:
| Volgens richtlijn | |
| 2000/14/EC: | |
| Gegarandeerd | |
| geluidsniveau L_WAd | 96 dB(A) |
| Volgens richtlijn | |
| 2006/42/EC: | |
| geluidsdrukniveau op | |
| werkplek L_pA | 86 dB(A) |
| Onzekerheid K_pA | 1 dB(A) |
| L/B/H 173/53/106 cm | |
| Gewicht | 62 kg |
MB 755.2 KS:
| Volgens richtlijn2000/14/EC: | |
| Gegarandeerdgeluidsniveau L_WAd | 98 dB(A) |
| Volgens richtlijn2006/42/EC: | |
| geluidsdrukniveau opwerkplek L_pA | 89 dB(A) |
| Onzekerheid K_pA | 1 dB(A) |
| L/B/H 173/57/106 cm | |
| Gewicht | 62 kg |
19. Defectopsporing
✗ Neem eventueel contact op met een vakhandelaar, VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan.
zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor.
Storing:
De verbrandingsmotor start niet
Mogelijke oorzaak:
– Gashendel staat in stand Stop
- Choke is niet geactiveerd
- Geen brandstof in de tank
– Slechte, vervuilde of oude brandstof in de tank
– Er wordt te weinig brandstof aangevoerd
– Bougie vol roet of beschadigd - Verkeerde afstand elektroden
- Bougiestekker is van de bougie losgetrokken.
- Verbrandingsmotor is na meermaals opstarten "verzopen"
- Luchtfilter is vuil
- Kabel van de gasregeling defect (bijv. geknikt)
– Gashendel helemaal naar voren in de chokestand of in de stand Start zetten (⇒ 11.2)
– Gashendel in chokestand zetten (⇒ 11.2) - Brandstof bijvullen (⇒ 8.8)
- Brandstofsysteem en carburator reinigen; altijd verse merkenbrandstof gebruiken 📄, ✗, (⇒ 8.8)
- Brandstofleiding testen 📄, ✗
– Bougie reinigen of vervangen - Afstand elektroden instellen ✗
- Bougiestekker aansluiten; verbinding tussen bougiekabel en stekker controleren. ✗
- Draai de bougie los en droog deze; zet de gashendel in de stand STOP en start meermaals zonder bougie; schroef de bougie er weer in en steek de bougiestekker vast.
– Luchtfilter reinigen/vervangen - Kabel gasregeling herstellen ✗
Oplossing:
Storing:
Slecht starten of verminderen van het vermogen van de verbrandingsmotor
Mogelijke oorzaak:
- U maait met een te lage snijstand of met een te hoge snelheid
– Er zit water in de brandstoftank en carburator; de carburator is verstopt - Brandstoftank vervuild
- Luchtfilter vuil
- Bougie vol roet
Oplossing:
- Snijhoogte aanpassen of de maaisnelheid verkleinen
- Brandstoftank leegmaken, brandstofleiding en carburator reinigen ✗
- Brandstoftank reinigen ✗
- Luchtfilter reinigen/vervangen 📄, ✕
- Bougie reinigen ✗
Storing:
Geen aandrijving bij het indrukken van de hendel van de wielaandrijving
Mogelijke oorzaak:
– Kabel wielaandrijving verkeerd
afgesteld
- Kabel van de wielaandrijving defect (bijv. geknikt)
– V-riem versleten
Oplossing:
- Instelling controlleren (⇒ 12.10)
- Kabel vervangen ✗
- V-riem vervangen ✗
Storing:
Verbrandingsmotor wordt zeer heet
Mogelijke oorzaak:
– Te laag oliepeil in de verbrandingsmotor
- Koelvinnen zijn vuil
Oplossing:
- Motorolie bijvullen of indien nodig
verversen 📄
– Koelvinnen reinigen (⇔ 12.1)
Storing:
Onzuivere snede, gras wordt geel
Mogelijke oorzaak:
– Maaimes is bot of versleten
- De snelheid vooruit is in verhouding tot de snijhoogte te hoog
- Toerental van de verbrandingsmotor is te laag
Oplossing:
– Maaimes slijpen of vervangen ( 12.5)
– Snelheid vooruit verminderen en/of juiste snijhoogte kiezen (⇒ 10.), (⇒ 8.6)
– Hendel gasregeling in Start-Positie schuiven ( 11.2)
Storing:
Uitwerpkanaal verstopt
Mogelijke oorzaak:
– Maaimes is versleten
– Maaien van te hoog of te vochtig gras
- Toerental van de verbrandingsmotor is te laag
Oplossing:
– Maaiimes vervangen ( 12.5)
– Snijhoogte en maaisnelheid aan de te maaien oppervlakte aanpassen (⇒ 10.), (⇒ 8.6)
– Hendel gasregeling in Start-Positie schuiven ( 11.2)
Storing:
Sterke vibraties tijdens gebruik
Mogelijke oorzaak:
– Snijeenheid defect
– Maaimes in onbalans
- Bevestiging van de verbrandingsmotor is los
Oplossing:
– Maaiimes, messenas en mesbouten
controlleren, mesbouten vastschroeven
(⇒ 12.5)
– Maaimes slijpen/vervangen (⇒ 12.8)
- Bevestigingsbouten van de verbrandingsmotor aandraaien ✗
20. Onderhoudsschema
20.1 Leveringbevestiging
Model: ____
Serienummer:

Datum: ____ ____ ____ ____ ____

Volgende onderhoudsbeurt
Datum: ____ ____ ____ ____ ____
20.2 Servicebevestiging
Geef deze gebruiksaanwijzing aan uw VIKING vakhandelaar in geval van onderhoudswerkzaamheden. Hij bevestigt op de voorgedrukte velden de servicewerkzaamheden die werden uitgevoerd.

Service uitgevoerd op

Datum volgende servicebeurt
