MT 6127 ZL - Grasmaaier VIKING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MT 6127 ZL VIKING in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MT 6127 ZL - VIKING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MT 6127 ZL van het merk VIKING.
GEBRUIKSAANWIJZING MT 6127 ZL VIKING
13.9 Grasfangkorb entleeren
DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL Geachte klant, Hartelijk dank voor uw aankoop van een kwaliteitsproduct van de firma VIKING. Dit product werd volgens de meest moderne procedures en met veel zorg voor kwaliteit gefabriceerd, want wij hebben ons doel pas bereikt als u tevreden bent over uw apparaat. Neem contact op met uw dealer of met onze verkoopafdeling als u vragen over uw apparaat heeft. Veel plezier met uw VIKING apparaat. Directeur Gedrukt op chloorvrij, gebleekt papier. Papier is recycleerbaar. Flap is vrij van halogeen.
Over deze gebruiksaanwijzing 144 Algemeen 144 Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzing 144 Beschrijving van het apparaat 146 Zitmaaiers 146 Dashboard 148 Voor uw veiligheid 149 Algemeen 149 Training – Gebruik van de machine 150 Transport van de zitmaaier 150 Tanken – omgaan met benzine 150 Kleding en uitrusting 151 Vóór het werken 151 Tijdens het werken 152 Onderhoud en reparaties 155 Opslag bij langdurige bedrijfsonderbrekingen 157 Afvoer 157 Toelichting van de symbolen 157 Leveringsomvang 159 Werkzaamheden vóór de eerste ingebruikname 160 Bedieningselementen 160 Contactslot met lichtschakelaar 160 Gashendel met choke-functie (MT 5097, MT 5097 C, MT 6112 C) 160 Gashendel (MT 5097 Z, MT 5112 Z, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL) 161 Choke-knop (MT 5097 Z, MT 5112 Z, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL) 161 Schakelaar maaiwerk (MT 5097, MT 5097 C, MT 5097 Z, MT 5112 Z) 162 Toets maaiwerk (MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL) 162 Toets Cruise control (MT 6112 ZL, MT 6127 ZL) 163 Veiligheidsschakelaar achteruit maaien 163 Keuzehendel rijrichting 164 Stuurwiel 164 Verstellen bestuurdersstoel 164 Aandrijfpedaal 164 Rempedaal 165 Handrem 165 Hendel snijhoogteverstelling 166 Hendel voor het ledigen van de grasopvangbox 166 Ontgrendelhendel grasopvangbox 167 Hendel voor vrijloop transmissie 167 Sensor inhoudsindicator (grasopvangbox) 168 Elektronica 168 Zelfdiagnose bij het starten 169 Defect aan de zitmaaier tijdens bedrijf 169 Storing in de elektronica 169 Display MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL 170 Segmentdisplay met 5 posities 170 Toets Set 170 Toets Mode 170 Melding van storingen 170 Weergave van bedrijfsinformatie 171 Melding van actieve functies 172 Aanwijzingen voor werken 172 Veiligheidsvoorzieningen 173 Apparaat in gebruik nemen 1740478 192 9907 A - NL
Deze gebruiksaanwijzing is een originele gebruiksaanwijzing van de fabrikant in de zin van de EG-richtlijn 2006/42/EC. VIKING werkt voortdurend aan de ontwikkeling van zijn producten; wijzigingen in het product qua vorm, techniek en uitvoering blijven daarom voorbehouden. Op basis van gegevens of afbeeldingen uit dit boekje kunnen bijgevolg geen aanspraken worden gemaakt. Deze gebruiksaanwijzing wordt beschermd door het auteursrecht. Alle rechten blijven voorbehouden, met name het recht van verveelvoudiging, vertaling en de verwerking met elektronische systemen.
2.2 Instructie voor het lezen van de
gebruiksaanwijzing Afbeeldingen en teksten beschrijven bepaalde bedieningsstappen. Alle pictogrammen die op het apparaat zijn aangebracht, worden in deze gebruiksaanwijzing toegelicht. Kijkrichting: kijkrichting bij gebruik ´links´ en ´rechts´ in de gebruiksaanwijzing: De gebruiker staat achter het apparaat en kijkt in de rijrichting naar voren. Brandstof bijtanken 174 Verbrandingsmotor starten 175 Verbrandingsmotor uitschakelen 175 Rijden 175 Remmen 176 Snijhoogte instellen 176 Maaien 176 Programmeren van het automatisch ontkoppelen van het maaiwerk 177 Grasopvangbox ledigen 178 Grasopvangbox wegnemen en vasthaken 178 Trekken van lasten 179 Gebruik op hellingen 180 Maaiwerk 180 Maaiwerk demonteren 180 Maaiwerk monteren 182 Onderhoud 184 Onderhoudsschema 185 Apparaat reinigen 186 Open de motorkap 186 Motorkap sluiten 187 Uitwerpkanaal demonteren 187 Uitwerpkanaal monteren 187 Brandstofkraan 188 Inhoud van de motorolie controleren 188 Motorolie verversen 188 Motorolie bijvullen 189 Veiligheidsvoorzieningen controleren 189 Inhoudsindicator (grasopvangbox) reinigen 190 Maaimessen onderhouden 190 Inbouwpositie van het maaiwerk controleren 193 Wielen vervangen 194 Bandenspanning 195 Accuvak openen en sluiten 195 Accu verwijderen en plaatsen 196 Zekeringen 197 Opladen van de accu via de oplaadstekker 198 Koplampen vervangen 198 Verbrandingsmotor 199 Transmissie 199 Opslag 199 Stilleggen bij langere onderbrekingen (bijvoorbeeld winterpauze) 199 Na langere bedrijfspauzes (b. v. winterpauze) 200 Transport 200 Standaard reserveonderdelen 200 Accessoires 200 Milieubescherming 201 Slijtage minimaliseren en schade voorkomen 201 CE-conformiteitsverklaring van de fabrikant 202 Technische gegevens 202 Afmetingen 206 Defectopsporing 207 Onderhoudsschema 210 Leveringbevestiging 210 Servicebevestiging 210
gebruiksaanwijzing145 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL Hoofdstukverwijzing: naar de desbetreffende hoofdstukken en paragrafen met nadere uitleg wordt met een pijltje verwezen. Het volgende voorbeeld bevat een verwijzing naar een hoofdstuk: (Ö 2.1) Markeringen van tekstpassages: De beschreven aanwijzingen kunnen zoals in de volgende voorbeelden gemarkeerd zijn. Handelingen waarbij ingrijpen van de gebruiker vereist is: ● Bout (1) met een schroevendraaier losdraaien, hendel (2) activeren ... Algemene opsommingen: – productgebruik bij sport- of wedstrijdevenementen Teksten met aanvullende betekenis: Tekstpassages met aanvullende betekenis zijn met één van de onderstaand beschreven symbolen gemarkeerd om deze in de gebruiksaanwijzing extra te accentueren. Afbeeldingen met tekstpassages: Bedieningsstappen met directe verwijzing naar de afbeelding vindt u onmiddellijk na de afbeelding met bijbehorende positienummers. Voorbeeld: Contactsleutel (1) in contactslot (2) plaatsen. Teksten met afbeeldingverwijzing: Afbeeldingen die het gebruik van het apparaat toelichten, vindt u geheel aan het begin van de gebruiksaanwijzing. Het camerasymbool koppelt de afbeeldingen op de pagina's met afbeeldingen met het desbetreffende tekstgedeelte in de gebruiksaanwijzing. Gevaar! Gevaar voor ongevallen en ernstig letsel. Bepaalde handelingen zijn noodzakelijk of verboden. Waarschuwing! Kans op letsel. Bepaalde handelingen voorkomen mogelijk of waarschijnlijk letsel. Voorzichtig! Minder ernstig letsel of materiële schade dat/die door bepaalde handelingen kan worden voorkomen. Aanwijzing Informatie voor een beter apparaatgebruik en om een mogelijk oneigenlijk gebruik te vermijden. 10478 192 9907 A - NL
3. Beschrijving van het
apparaat147 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL 1 Bumper 2 Koplampen 3 Motorkap 4 Tankdop 5 Stuurwiel 6 Bestuurdersstoel 7 Handgreep grasopvangbox met ont- grendelhendel grasopvangbox 8 Hendel voor het ledigen van de grasopvangbox 9 Grasopvangbox 10 Hendel voor vrijloop transmissie 11 Hendel snijhoogteverstelling 12 Achterwiel 13 Rempedaal 14 Aandrijfpedaal (rijsnelheid) 15 Maaiwerk 16 Drukwielen 17 Voorwiel 18 Trekhaak 19 Inhoudindicator (grasopvangbox) 20 Uitwerpkanaal 21 Verstelhendel bestuurdersstoel 22 Accuvak 23 Drankvak 24 Veiligheidsschakelaar achteruit maaien0478 192 9907 A - NL
Tijdens de werkzaamheden met het apparaat moeten de voorschriften ter preventie van ongevallen beslist in acht worden genomen. Vóór de eerste inbedrijfstelling moet u de hele gebruiksaanwijzing goed doorlezen. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik zorgvuldig op een veilige plaats. Volg de gebruiks- en onderhoudsinstructies in de afzonderlijke gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor. Deze veiligheidsmaatregelen zijn onontbeerlijk voor uw veiligheid, maar deze opsomming is niet uitputtend. Gebruik het apparaat altijd verstandig en met verantwoordelijkheidsgevoel, en denk erom dat de gebruiker aansprakelijk wordt gesteld voor ongevallen met andere personen of voor schade aan hun eigendommen. Leen het apparaat inclusief accessoires alleen uit aan personen die met dit model en de bediening ervan vertrouwd zijn. De gebruiksaanwijzing is onderdeel van het apparaat en moet altijd worden meegegeven. Laat het apparaat in geen geval gebruiken door kinderen, personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of onvoldoende ervaring en kennis of personen die niet met de instructies vertrouwd zijn. Kinderen of jongeren onder 16 jaar mogen het apparaat niet gebruiken.De minimumleeftijd van de gebruiker kan vastgelegd zijn in plaatselijke bepalingen. Gebruik het apparaat alleen als u uitgerust bent en een goede lichamelijke en geestelijke conditie hebt. Als u een verminderde gezondheid heeft, dient u uw arts te vragen of u met het apparaat kunt werken. Na het gebruik van alcohol, drugs of medicijnen die de reactiesnelheid nadelig beïnvloeden, mag niet met het apparaat worden gewerkt. Let op – Gevaar voor ongevallen! De zitmaaier is alleen voor het maaien van gras bestemd. Een andere toepassing is niet toegestaan. De machine kan met originele accessoires van VIKING worden uitgerust. Hierdoor kan de machine ook voor andere toepassingen worden gebruikt. Voor nadere informatie verwijzen wij u naar uw VIKING vakhandelaar. Om persoonlijk letsel van de gebruiker of andere personen te vermijden, mag de machine bijvoorbeeld niet worden gebruikt voor (onvolledige opsomming): – het snoeien van rankgewas, – het hakselen en verkleinen van boom- en struikafval, – het schoonmaken van voetpaden (opzuigen, wegblazen), – sneeuwruimen met behulp van het maaiwerk, – gazononderhoud op dakbeplantingen, – het egaliseren van bodemoneffenheden, zoals molshopen, – het transporteren van maaigoed, buiten de in de daarvoor bedoelde grasopvangbox. U mag met de machine niet aan het verkeer deelnemen. Het vervoer van personen (met name van kinderen) en dieren is niet toegestaan. Nooit op het maaiwerk staan, zeker niet op de tastwielen. Voorwerpen mogen niet op de machine maar uitsluitend met behulp van een door VIKING goedgekeurde aanhanger (accessoire) worden vervoerd. De laadgrenzen moeten worden aangehouden. (Ö 13.11) Bij het gebruik op openbare terreinen, parken, sportvelden, langs wegen en op land- en bosbouwbedrijven moet u bijzonder behoedzaam te werk gaan. De machine mag niet worden gebruikt bij sport- en wedstrijdevenementen. Om veiligheidsredenen is het verboden wijzigingen aan het apparaat aan te brengen, behalve vakkundige montage van accessoires en combi-apparaten die door VIKING zijn goedgekeurd. Bovendien heeft dit tot gevolg, dat uw garantie vervalt. Neem voor informatie over goedgekeurde accessoires en combi-apparaten contact op met uw VIKING vakhandelaar. Vooral elke wijziging aan het apparaat waardoor het vermogen, het toerental van de verbrandingsmotor of de rijsnelheid wordt veranderd, is verboden.
4. Voor uw veiligheid
Levensgevaar door verstikking! Verstikkingsgevaar voor kinderen bij het spelen met verpakkingsmateriaal. Houd verpakkingsmateriaal altijd buiten het bereik van kinderen.0478 192 9907 A - NL
Het apparaat is uitgevoerd met elektronica die niet mag worden gewijzigd of verwijderd. De apparaatsoftware mag om veiligheidsredenen nooit worden gewijzigd of gemanipuleerd. Opgelet! Gevaar voor de gezondheid door trillingen! Een overmatige belasting door trillingen kan schade aan de bloedsomloop en het zenuwstelsel veroorzaken, vooral bij personen met circulatiestoornissen. Raadpleeg een arts wanneer er symptomen optreden die door de trillingen zouden kunnen zijn veroorzaakt. Deze symptomen treden voornamelijk op bij de vingers, handen of polsen en zijn bijvoorbeeld (onvolledige opsomming): – gevoelloosheid, –pijn, – slappe spieren, – huidverkleuringen, – onaangenaam kriebelen.
4.2 Training – Gebruik van de machine
Maak uzelf vertrouwd met de bedieningselementen en stelelementen en met het gebruik van het apparaat. De gebruiker moet weten hoe het gereedschap en de verbrandingsmotor van het apparaat snel kunnen worden gestopt. De machine mag alleen worden gebruikt door personen die de gebruiksaanwijzing hebben gelezen en die met de bediening ervan vertrouwd zijn. Elke gebruiker moet vóór de eerste ingebruikname vragen om een deskundige en praktische instructie. De verkoper of een andere deskundige moet aan de gebruiker uitleggen, hoe hij veilig met de machine kan werken. Bij deze instructie moet de gebruiker er vooral op worden gewezen, – dat hij tijdens het werken met de machine uiterst zorgvuldig en geconcentreerd te werk gaat. – dat het gebruik van de rem niet helpt om een zitmaaier die van een helling afglijdt, onder controle te krijgen. De oorzaken voor het verlies van controle over de zitmaaier kunnen onder andere zijn: – onvoldoende grip van de wielen, – te snel rijden, – onjuist remmen, – ondeskundig gebruik (o.a. sportevenementen), – ontoereikende kennis van eventuele gevolgen die met de bodemgesteldheid samenhangen, met name op een helling (zie onder hoofdstuk "Voor uw veiligheid", kopje "Werken op hellingen"), – onjuist vasthaken van lasten en slechte verdeling van de last.
4.3 Transport van de zitmaaier
De zitmaaier kan door het eigen gewicht zware kneuswonden veroorzaken. Ga bij het laden en lossen van de zitmaaier tijdens het transport in een voertuig of aanhangwagen met grote voorzichtigheid te werk. Deze zitmaaier mag niet worden gesleept. Gebruik voor het transport op de openbare weg een geschikt voertuig of een geschikte aanhanger. De zitmaaier bij het transport op een laadvlak bevestigen zoals in deze gebruiksaanwijzing beschreven staat. Steeds handrem aantrekken. (Ö 16.) Voor het transport moet de aandrijving van het maaimes resp. de combi-machines worden losgekoppeld. Houd u bij het transport van het apparaat aan de plaatselijke voorschriften, met name wat betreft de laadveiligheid en het transport van voorwerpen op laadoppervlakken. Het apparaat, vooral de verbrandingsmotor en geluiddemper, na het laden en voor verder transport volledig laten afkoelen. Het laadvlak en de omgeving van de geluiddemper en verbrandingsmotor dienen tijdens het transport vrij te worden gehouden van brandbare materialen zoals stro, bladeren of gedroogde grasresten.
4.4 Tanken – omgaan met benzine
Bewaar de brandstof uitsluitend in geschikte en goedgekeurde reservoirs (jerrycans). Schroef de tankdoppen van de jerrycans altijd goed erop en draai de doppen stevig vast. Om veiligheidsredenen moeten defecte afsluitingen worden vervangen. Levensgevaarlijk! Benzine is giftig en in hoge mate ontvlambaar.151 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL Houd benzine uit de buurt van vuur, permanent vuur, warmtebronnen en andere ontstekingsbronnen. Niet roken! Tank alleen in de buitenlucht en rook niet tijdens het tanken. Schakel de verbrandingsmotor voor het bijtanken uit en laat deze afkoelen. De benzine moet vóór het starten van de verbrandingsmotor worden bijgevuld. Bij een draaiende verbrandingsmotor of hete machine mag de tankdop niet worden geopend en mag er geen benzine worden bijgevuld. Tankdop voorzichtig en langzaam openen. Wacht de drukcompensatie af en verwijder pas daarna de tankdop helemaal. Gebruik voor het bijtanken een geschikte trechter of een vulpijp, zodat er geen brandstof op de verbrandingsmotor en de behuizing of het gazon kan uitstromen. Vul de brandstoftank niet geheel, maar slechts tot ca. 4 cm onder de rand van de vulpijp, zodat de brandstof ruimte heeft om uit te zetten. Als er benzine is overgelopen, mag u de verbrandingsmotor pas starten nadat u het met benzine verontreinigde oppervlak hebt gereinigd. Start de verbrandingsmotor niet voordat de benzinedampen zijn verdampt (droog vegen). Gemorste brandstof moet meteen worden afgeveegd. Verwissel van kleding als er benzine op is gemorst. De tankdop moet elke keer na het tanken goed worden geplaatst en vastgeschroefd. De machine mag niet zonder vastgeschroefde originele tankdop worden gebruikt. Om veiligheidsredenen moet u de brandstofleiding, brandstoftank, tankdop en aansluitingen regelmatig op beschadigingen, veroudering (scheuren), een stevige bevestiging en lekkages controleren en zo nodig vervangen (neem contact op met een vakhandelaar, VIKING raadt de VIKING vakhandelaar aan). Als de tank moet worden geleegd, moet dit in de buitenlucht worden uitgevoerd. Gebruik geen drankflessen of soortgelijke zaken om brandstoffen en smeermiddelen af te voeren of op te slaan, zoals bijv. benzine. Personen, met name kinderen, zouden in de verleiding kunnen komen om eruit te drinken. Sla het apparaat nooit op in een gebouw met benzine in de tank. Ontstane benzinedampen kunnen met open vuur of vonken in aanraking komen en ontbranden. Zet de machine en de brandstoftank niet in de buurt van verwarmingen, warmtestralers, lasapparaten en andere warmtebronnen. Explosiegevaar!
4.5 Kleding en uitrusting
Draag tijdens werkzaamheden altijd stevige schoenen met grip. Werk nooit op blote voeten of bijvoorbeeld op sandalen. De machine mag alleen met een lange broek en nauwe kleding aan in gebruik worden genomen. Draag nooit losse kledingstukken die aan draaiende onderdelen (bedieningshendel) kunnen blijven hangen – ook geen sieraden, geen stropdassen en geen sjaals. Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden en tijdens het vervoer van de machine ook telkens stevige handschoenen dragen en lang haar samenbinden en bedekken (hoofddoek, muts enz.). Bij het slijpen van het maaimes moet altijd een geschikte veiligheidsbril worden gedragen.
Het moet duidelijk zijn, dat er alleen personen met het apparaat werken die de gebruiksaanwijzing kennen. Controleer het brandstofsysteem vóór ingebruikname van het apparaat op lekkage, met name de zichtbare onderdelen, zoals bijv. tank, tankdop, slangverbindingen. Verbrandingsmotor bij lekkage of schade niet starten – Brandgevaar! Apparaat vóór ingebruikname door vakhandelaar laten repareren. Neem de gemeentelijk voorgeschreven tijden voor het gebruik van tuinapparatuur met verbrandingsmotor of elektromotor in acht. Controleer het complete terrein waarop de machine wordt gebruikt en verwijder alle stenen, stokken, kabels, botten en andere voorwerpen die door de machine omhoog kunnen worden geslingerd. Hindernissen0478 192 9907 A - NL
(b.v. boomstronken, wortels) kunnen in het hoge gras eenvoudig over het hoofd worden gezien. Markeer daarom vóór het maaien alle in het gazon verborgen vreemde voorwerpen (hindernissen) die niet verwijderd kunnen worden. Vervang voordat u het apparaat gebruikt defecte en alle andere versleten en beschadigde delen. Onleesbare of beschadigde waarschuwingsaanwijzingen op het apparaat moeten worden vervangen. Stickers en alle verdere vervangingsonderdelen zijn verkrijgbaar bij uw VIKING vakhandelaar. Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheidsvoorzieningen. Controleer de werking van de rem voor elke inbedrijfstelling. (Ö 13.5) Controleer vóór elk gebruik: – of het snijgereedschap en de complete snijeenheid (maaimes, messenkoppeling, messenrem, bevestigingsbout, maaiwerkbehuizing) in onberispelijke staat zijn. Er moet vooral worden gecontroleerd op veilige montage, schade en slijtage. – of de tankdop stevig vastgeschroefd is. – of de tank en de brandstofvervoerende delen en de tankdop in onberispelijke staat zijn. – of de veiligheidsvoorzieningen in onberispelijke staat zijn en goed werken. – of de banden (luchtdruk, beschadigingen, slijtage) en het frame in onberispelijke staat zijn. De schroefverbindingen moeten op correcte montage worden gecontroleerd. Alle onderhoudswerkzaamheden die in het onderhoudsschema worden vermeld onder de rubriek "Vóór het in bedrijf nemen" moeten in elk geval worden uitgevoerd. (Ö 15.1) Neem eventueel contact op met een vakhandelaar. VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan.
4.7 Tijdens het werken
Werk nooit als er personen (in het bijzonder kinderen) of dieren in de buurt zijn. Let erop, dat gras nooit in de richting van derden wordt uitgeworpen. Werk niet met het apparaat bij regen, onweer en met name niet bij blikseminslaggevaar. Uitlaatgassen: Het apparaat genereert giftige uitlaatgassen zodra de verbrandingsmotor is ingeschakeld. Deze gassen bevatten giftig koolmonoxide, een kleur- en reukloos gas, en andere schadelijke stoffen. De verbrandingsmotor mag nooit in afgesloten of slecht geventileerde ruimtes in werking worden gezet. Starten: De machine mag alleen vanuit de bestuurdersstoel worden gestart. Start de machine op een vlakke ondergrond, niet op een helling. De verbrandingsmotor mag alleen in een goed geventileerde werkruimte worden gestart, vooral in garages moet op voldoende beluchting worden gelet. Voordat u de verbrandingsmotor start, koppelt u het snijgereedschap, de combi- apparaten en de aandrijving los en trapt u het rempedaal krachtig in. Houd bij het starten altijd voldoende afstand tussen uw voeten en het snijgereedschap. Start de verbrandingsmotor nooit door kortsluiten van de klem van de startmotor. Bij het overbruggen van het normale schakelcircuit van de startmotor kan de zitmaaier plotseling in beweging komen. Start de verbrandingsmotor nooit wanneer u benzinelucht ruikt – explosiegevaar! Werken: Werk alleen bij daglicht of bij goede kunstverlichting. Levensgevaar door vergiftiging! Stop onmiddellijk met werken bij misselijkheid, hoofdpijn, zichtstoornissen (b v. blikvernauwing), slecht horen, duizeligheid of een verminderd concentratievermogen. Deze symptomen kunnen onder andere door een te hoge concentratie uitlaatgassen worden veroorzaakt. Let op – Kans op letsel! Let op het werkbereik van het maaimes. Houd handen of voeten nooit tegen of onder draaiende onderdelen. Raak het ronddraaiende maaimes nooit aan. Blijf altijd uit de buurt van de uitwerpopening. Houd altijd voldoende veiligheidsafstand in acht.153 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL Bij het rijden buiten het gazon of wanneer er niet wordt gemaaid, moeten de maaimessen worden losgekoppeld en moet het maaiwerk in de hoogste snijstand worden gezet. U moet om in het gras verborgen voorwerpen heenrijden (beregeningsinstallaties, palen, waterkranen, fundamenten, stroomkabels enz.). Rijd nooit over dergelijke voorwerpen heen. Houd het stuurwiel tijdens het rijden altijd met beide handen vast. Voorzichtigheid is met name bij het rijden op gazons en andere oneffen terreinen geboden, omdat het stuurwiel bij het rijden in putten, over heuvels en bij schokken enz. vanzelf kan verdraaien. Gevaar voor letsel aan handen en vingers! Wanneer er tijdens het werken een defect aan de tank, de tankdop of aan brandstofvervoerende onderdelen (brandstofleidingen) wordt vastgesteld, moet de verbrandingsmotor meteen worden uitgeschakeld. Neem vervolgens contact op met een vakhandelaar. VIKING beveelt de VIKING vakhandelaar aan. Let op kuilen (gaten) in het terrein en andere onzichtbare gevaarlijke plekken. Hindernissen kunnen in het hoge gras eenvoudig over het hoofd worden gezien. Rijd steeds met een gepaste snelheid. Gebruik het apparaat uiterst behoedzaam wanneer u in de buurt van hellingen, terreinkanten, sloten en dijken werkt. Houd met name voldoende afstand tot dergelijke gevarenzones. Ga met name voorzichtig te werk op onoverzichtelijke plekken, bosjes, bomen en andere hindernissen waarachter zich personen, met name kinderen, of dieren kunnen bevinden. Stop de zitmaaier meteen en schakel de maaimessen uit wanneer er iemand binnen het maaibereik komt. Houd de zone vóór het voertuig voortdurend in de gaten. Let op hindernissen om deze tijdig te kunnen ontwijken. Controleer voordat u achteruit rijdt altijd de zone achter de zitmaaier en koppel indien aanwezig het combi-apparaat los. Maai nooit achteruit als dit niet beslist noodzakelijk is. Wees bij het achteruit rijden bijzonder voorzichtig en controleer voorafgaand aan het maaien het gehele gebied achter de zitmaaier grondig. Laat als u met een groep aan het werk bent, de anderen steeds tijdig weten wat u van plan bent. Neem de veiligheidsafstand in acht! Verlaag steeds de rijsnelheid voordat u van richting verandert, zodat u altijd de machine onder controle houdt en de zitmaaier ook niet kan kantelen. Let bij het werken in de buurt van wegen en bij het oversteken van verkeerswegen op andere verkeersdeelnemers. Wees bijzonder voorzichtig bij het maaien in de buurt van wegen, fietspaden en wandelpaden. Weggeslingerde onderdelen kunnen ernstig letsel en zware schade tot gevolg hebben. Ledig de grasopvangbox uitsluitend vanaf de bestuurdersstoel. Schakel vóór het ledigen van de grasopvangbox de maaimessen altijd uit en wacht totdat ze stil staan. Wanneer de zitmaaier met combi- apparaten wordt gebruikt, moeten steeds de meegeleverde aanwijzingen en veiligheidsvoorschriften worden gevolgd. Schakel de aandrijving uit, schakel de verbrandingsmotor uit en wacht tot de maaimessen volledig stilstaan, trek de handrem aan en verwijder de contactsleutel: – bij het achterlaten of het transport van het apparaat. – voordat u blokkades opheft of verstoppingen in het uitwerpkanaal verwijdert. – voordat u de zitmaaier gaat controleren, reinigen of eraan gaat werken. – als de maaimessen een vreemd voorwerp hebben geraakt. Zoek naar beschadigingen aan de machine en aan het snijgereedschap en laat de vereiste reparaties uitvoeren voordat u de machine opnieuw start. Controleer bij de modellen MT 5112 Z, MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL bijkomend de installatiepositie van de maaimessen – het maaiwerk mag niet ingekoppeld worden wanneer de snijvlakken onder een andere hoek tegenover elkaar staan dan in het hoofdstuk "Maaimessen onderhouden" vermeld staat. (Ö 15.13) – als het apparaat abnormaal hard begint te trillen. Een onmiddellijke controle is noodzakelijk. Schakel de verbrandingsmotor uit en wacht totdat de maaimessen geheel stil staan: – vóór het bijvullen van brandstof, – vóór het afhaken van de grasopvangbox,0478 192 9907 A - NL
– vóór het openen van de motorkap. Rijden met de cruise control: Bij het rijden met de cruise control over een natte of slechte bodem alsook bij het trekken van ladingen is de kans op ongevallen groter. Bij het uitschakelen van de cruise control komt de zitmaaier abrupt tot stilstand. De cruise control is slechts een hulpmiddel dat u bij het rijden ondersteunt. De gebruiker blijft onverkort verantwoordelijk voor de aangehouden snelheid en het tijdig remmen. De cruise control reageert niet op obstakels of een andere bodemgesteldheid. Kan een obstakel met de ingestelde rijsnelheid niet worden omzeild, dan moet de cruise control worden uitgeschakeld. Op basis van een verhoogd risico op ongevallen mag de cruise control niet gebruikt worden: – in situaties waarin het rijden met een constante snelheid onmogelijk is (b.v. een slechte bodemgesteldheid bij nat weer of op hellingen). – op een gladde ondergrond. De wielen kunnen de grip verliezen en het voertuig kan gaan slippen. – bij een slecht zicht (b.v. door mist, hevige regenval of ‘s nachts). Werken op hellingen: Op hellingen gebeuren vaak ongevallen doordat men de controle over de machine verliest of doordat deze omvalt. Dit kan leiden tot ernstig of zelfs dodelijk letsel. Er bestaat geen "veilige" helling. Bij het rijden op met gras begroeide hellingen is bijzondere opmerkzaamheid vereist. Om veiligheidsredenen mag het apparaat niet op hellingen steiler dan 10° (17,6 %) worden gebruikt. Kans op letsel! Een stijging van de helling van 10° betekent een verticale stijging van 17,6 cm bij een horizontale lengte van 100 cm. Voor gegarandeerd voldoende smering van de verbrandingsmotor moeten bij het gebruik van het apparaat op hellingen ook de instructies in de meegeleverde gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor in acht worden genomen. Wanneer u de helling niet achterwaarts omhoog kunt rijden of als u niet zeker bent, is het aan te raden om de helling niet op te rijden. Start of stop bij voorkeur niet op hellingen. Gebruik de machine niet op plekken zoals hellingen of sloten waar deze kan kantelen of wegglijden. De kans op kantelen of wegglijden wordt groter naarmate de ondergrond losser of vochtiger is. Rijd op hellingen altijd in de lengterichting. Bij het dwars rijden is er meer kans op kantelen. Wijzig bij ritten op hellingen niet abrupt de snelheid of de richting. Voor het maaien onder zulke omstandigheden dient de zitmaaier voorzichtig, rustig en gelijkmatig te worden bediend. Verander op hellingen niet van richting. Keer op hellingen alleen wanneer dit onvermijdelijk is; rijd indien mogelijk langzaam en in brede bogen bergafwaarts. Maai geen nat gras, vooral niet op hellingen, omdat de wielen op nat gras minder grip hebben. De zitmaaier kan dan wegglijden en is niet meer onder controle te houden. Bij het rijden op hellingen mag de transmissie niet via de vrijloop van de transmissie worden ontgrendeld. Wees bij het bedienen van combi- machines uiterst voorzichtig (andere gewichtsverdeling op de machine). Wanneer de wielen doorschieten of wanneer het voertuig bij het rijden op een helling bergopwaarts blijft steken, moet de maaimessen of het combi-apparaat worden uitgeschakeld. Verlaat vervolgens de helling door langzaam recht bergafwaarts naar beneden te rijden. Probeer de zitmaaier nooit te stabiliseren door een voet op de grond te zetten. Het gewicht van de grasopvangbox verhoogt de kans op kantelen, vooral als de box vol is. De grasopvangbox nooit op een schuine ondergrond ledigen of optillen. Trekken van lasten: Wees bij het trekken van lasten bijzonder voorzichtig om het gevaar van ernstig of zelfs dodelijk letsel door het kantelen van de zitmaaier te voorkomen. Gebruik voor het transporteren van voorwerpen uitsluitend door VIKING goedgekeurde accessoires. Het transport op de zitmaaier, in of op de grasopvangbox is niet toegestaan.155 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL Gebruik voor het trekken van lasten uitsluitend de trekhaak. Lasten mogen nooit op de asbehuizing of op een andere plek boven de trekhaak worden bevestigd. Zie voor gegevens over de treklast en het draagvermogen het hoofdstuk "Trekken van lasten". (Ö 13.11) Overschrijden van de aangegeven last is gevaarlijk en kan schade aan het apparaat (verbrandingsmotor, transmissie enz.) tot gevolg hebben. De lasten moeten bij het transporteren op hellingen zodanig worden aangepast dat een veilige bediening van de zitmaaier (bijv. remmen, van richting veranderen, wegrijden) nog altijd gegarandeerd is. Controleer of de lasten deskundig en stevig zijn bevestigd. Voor het bevestigen van lasten moeten transportbanden worden gebruikt. Verdeel de last gelijkmatig. De overeenkomstige extra gewichten (accessoire) gebruiken wanneer het in de gebruiksaanwijzing van het toestel wordt beschreven. Neem geen korte bochten. Wees uitermate voorzichtig bij het achteruitrijden. Wijzig de snelheid of de richting niet abrupt. Stoppen en uitschakelen: De zitmaaier mag uitsluitend op een vlakke ondergrond worden uitgeschakeld. Controleer of de zitmaaier volledig stil staat voordat u van de zitmaaier af stapt. Houd rekening met de uitloop van het snijgereedschap. Het duurt enkele seconden voordat het snijgereedschap helemaal tot stilstand is gekomen. Vóór het verlaten van de bestuurdersstoel de maaimessen of de aandrijving naar de combi-apparaten uitschakelen, het maaiwerk en alle combi-apparaten laten zakken, alle stuurhendels in de neutrale standen zetten, de handrem aantrekken, de verbrandingsmotor uitschakelen en de contactsleutel eruit trekken. Bewaar de contactsleutel zodanig dat uitsluitend bevoegde personen er toegang toe hebben.
4.8 Onderhoud en reparaties
Zet het apparaat voorafgaand aan reinigings-, instel-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden op een stevige, vlakke ondergrond, trek de handrem aan, schakel de verbrandingsmotor uit en laat deze afkoelen en trek de contactsleutel eruit. Voor werkzaamheden rondom de verbrandingsmotor, het uitlaatspruitstuk en de geluiddemper eerst het apparaat laten afkoelen – ook bij alle onderhoudswerkzaamheden aan het maaiwerk. De temperaturen kunnen tot 80° C en meer oplopen. Kans op brandwonden! Direct contact met motorolie kan gevaarlijk zijn, ook mag motorolie niet worden gemorst. VIKING adviseert het bijvullen resp. verversen van motorolie door een VIKING vakhandelaar te laten uitvoeren. Reiniging: Na het gebruik moeten de complete zitmaaier en de combi-apparaten worden gereinigd. Verwijder in elk geval alle grasresten omdat het vocht in het gras na verloop van tijd beschadigingen veroorzaakt. VIKING raadt het gebruik van een hogedrukreiniger af. (Ö 15.2) Maaiwerk demonteren bij reinigingswerkzaamheden. Maaiwerk nooit met waterstralen (b. v. tuinslang) of door aankoppelen in waterplassen reinigen. Rijd voor het reinigen (bijv. van het frame van de zitmaaier) nooit dicht langs een rand of een sloot. Om brandgevaar te voorkomen, moet u de verbrandingsmotor, de koelvinnen, het accuvak, het gedeelte rondom de tank en de uitlaat vrij houden van gras, bladeren of uitstromende olie (vet). Reinig steeds de grasopvangbox. Onderhoudswerkzaamheden: Er mogen alleen onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze gebruiksaanwijzing worden vermeld. Alle andere werkzaamheden dient u door uw vakhandelaar te laten uitvoeren. Neem altijd contact op met uw vakhandelaar als u niet over de vereiste kennis en gereedschappen beschikt. VIKING raadt aan onderhoudswerkzaamheden en reparaties uitsluitend door de VIKING vakhandelaar te laten uitvoeren. VIKING vakhandelaars volgen regelmatig cursussen en krijgen voortdurend technische informatie ter beschikking gesteld.0478 192 9907 A - NL
Gebruik uitsluitend gereedschappen, accessoires of combi-apparaten die voor dit apparaat door VIKING zijn toegelaten of technisch gelijkwaardige delen, anders is er kans op ongevallen met letsel of schade aan het apparaat. Neem bij vragen contact op met een vakhandelaar. Originele VIKING gereedschappen, accessoires en vervangingsonderdelen zijn wat betreft hun eigenschappen optimaal op het apparaat en de behoeften van de gebruiker afgestemd. Originele VIKING vervangingsonderdelen zijn herkenbaar aan het VIKING onderdeelnummer, het VIKING logo en eventueel het VIKING symbool op de onderdelen. Op kleine onderdelen kan ook alleen het teken staan. De zitmaaier en alle combi-machines moeten een keer per jaar door een vakhandelaar worden geïnspecteerd. (Ö 15.1) Houd waarschuwings- en instructiestickers altijd leesbaar en schoon. Beschadigde of verloren gegane stickers moeten via uw VIKING vakhandelaar door nieuwe originele stickers worden vervangen. Let er bij het vervangen van een onderdeel door een nieuw onderdeel op dat het nieuwe onderdeel van dezelfde stickers is voorzien. Om veiligheidsredenen moeten brandstofvervoerende onderdelen (brandstofleiding, brandstofkraan, brandstoftank, tankdop, aansluitingen enz.) regelmatig op beschadigingen en lekkages worden geïnspecteerd en indien nodig door een erkende monteur worden vervangen (VIKING raadt de VIKING vakhandelaar aan). Voorafgaand aan werkzaamheden aan of in de buurt van elektrische componenten moet de minkabel (–) op de accu worden losgekoppeld. De machine is met talloze veiligheidsvoorzieningen uitgevoerd. Deze voorzieningen mogen niet worden verwijderd of gemodificeerd (bijv. overbrugd) en moeten regelmatig worden geïnspecteerd. Werkzaamheden aan de veiligheidsvoorzieningen mogen uitsluitend door een erkende monteur worden uitgevoerd. VIKING beveelt u hiervoor de VIKING vakhandelaar aan. Bedenk dat het bewegen van snijgereedschap het draaien van de andere snijgereedschap tot gevolg heeft. Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven, met name de mesbevestigingsbouten, goed zijn vastgedraaid zodat het apparaat veilig functioneert. Om veiligheidsredenen moeten versleten of beschadigde onderdelen meteen worden vervangen. Controleer regelmatig of de grasopvangvoorziening (bijv. grasopvangbox, uitwerpkanaal) versleten of beschadigd is of niet goed meer werkt. Vanwege het gewicht van de zitmaaier is bij werkzaamheden onder de machine grote voorzichtigheid geboden. Neem daarom contact op met uw vakhandelaar, VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan. Deze beschikt over een werkput of een hydraulische werkbrug. Controleer of de voor- en achterwielen goed vastzitten. Houd de zitmaaiers en de combi- apparaten voortdurend in onberispelijke staat, alle veiligheidsvoorzieningen moeten aanwezig en in onberispelijke staat zijn. Controleer of de banden voldoende spanning hebben. De in de gebruiksaanwijzing vermelde bandenspanning mag niet worden overschreden. Werk aan de maaimessen uitsluitend met dikke werkhandschoenen en met de uiterste voorzichtigheid. Controleer de werking van de rem met regelmatige korte tussenpozen en laat eventueel de vereiste instellingen of onderhoudswerkzaamheden door een erkende vakhandelaar uitvoeren. VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan. Elektrisch systeem en accu: Ter voorkoming van vonkvorming als gevolg van kortsluiting moet steeds eerst de minkabel (–) op de accu worden losgekoppeld en als laatste weer erop worden aangesloten. Rook bij ongeacht welke werkzaamheden aan de accu nooit. Houd vonken, open vuur en andere warmtebronnen ver van de accu. Bij het gebruik van startkabels is bijzondere voorzichtigheid geboden. Neem de desbetreffende instructies in acht ter voorkoming van schade aan de zitmaaier (in elk geval de starter maximaal 10 seconden ingedrukt houden). (Ö 13.2) Voor het opladen van de accu met behulp van een ander laadsysteem moeten de aanwijzingen in het hoofdstuk "Accu laden" worden opgevolgd. (Ö 15.20)157 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL Open nooit de accu en laat deze niet vallen. Laad de accu altijd op in een gesloten, goed geventileerde, droge en tegen weersinvloeden beschermde ruimte. Sluit de aansluitingen van de accu niet kort. Vervormde of defecte (lekkende) accu's mogen niet meer worden gebruikt en moeten worden vervangen en milieuvriendelijk worden afgevoerd. Neem de nationale voorschriften in acht. Bij defecte accu's kan vloeistof uitlekken. Voorkom aanrakingen met de huid! Bij onbedoeld contact met water afspoelen. Indien de vloeistof in aanraking komt met de ogen, spoelt u deze eerst met water en consulteert u een arts. Uitstromende accuvloeistof kan huidirritatie, brandwonden en bijtende plekken veroorzaken. Inspecteer de aansluitkabels op de accu regelmatig visueel op beschadigingen. Laat beschadigde kabels vervangen door een erkende monteur. De zekeringen mogen nooit worden overbrugd. Plaats nooit een zekering met een andere dan de voorgeschreven capaciteit (ampère).
4.9 Opslag bij langdurige
bedrijfsonderbrekingen Laat de verbrandingsmotor afkoelen voordat u het apparaat in een afgesloten ruimte plaatst. Bewaar de zitmaaier met een lege tank en de brandstofvoorraad in een afsluitbare en goed geventileerde ruimte. Bewaar de machine nooit met benzine in de tank in binnenruimtes waar eventuele benzinedampen met open vuur of vonken in aanraking kunnen komen. Als de tank moet worden afgetapt (b v. stilleggen voor de winterpauze), mag de brandstoftank uitsluitend in de open lucht worden geledigd (tank b v. in de open lucht leegrijden door de verbrandingsmotor te laten draaien). Sla het apparaat in een veilige staat op. De contactsleutel moet er altijd worden uitgehaald en op een veilige plek worden bewaard om het onbevoegd of ondeskundig gebruik door kinderen en andere personen te voorkomen. Reinig de zitmaaier voor het opslaan (bijv. winterpauze) grondig. Droge grasresten en bladeren in de buurt van de geluiddemper kunnen ontbranden. Gevaar voor ontbranding! Laat het apparaat volledig afkoelen voor dat u het bedekt. Verricht voor het opslaan alle noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden. (Ö 15.1) Wanneer de zitmaaier gedurende langere tijd buiten werking wordt gesteld, moeten de accukabels worden losgekoppeld. VIKING raadt aan de accu te demonteren en deze volledig opgeladen in een droge en afgesloten ruimte op te slaan. (Ö 15.18) Beveilig accu´s tegen gebruik door onbevoegden (bijv. kinderen).
Afvalproducten zoals verbruikte olie of brandstof, verbruikte smeermiddelen, filters, accu's en soortgelijke slijtageonderdelen zijn slecht voor mensen en dieren en kunnen het milieu beschadigen en moeten derhalve deskundig worden afgevoerd. Neem contact op met het Recycling Center of uw vakhandelaar voor nadere informatie over het deskundig afvoeren van afvalproducten. VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan. Voer een apparaat aan het eind van de levensduur ervan op de daarvoor bestemde wijze af. Maak het apparaat onbruikbaar voordat het als afval wordt verwerkt. Verwijder ter voorkoming van ongevallen in het bijzonder de contactsleutel, de accu en de bougiekabel aan de verbrandingsmotor. Kans op letsel door het maaimes! Laat ook een oude zitmaaier aan het eind van de levensduur nooit zonder toezicht staan. Bewaar de machine en in het bijzonder de maaimessen altijd buiten het bereik van kinderen. De accu moet gescheiden van de machine worden afgevoerd. Zorg dat accu’s veilig en milieuvriendelijk worden afgevoerd.
5. Toelichting van de
Opgelet! Lees vóór ingebruikname de gebruiksaanwijzing en de veiligheidsinstructies en volg deze op. Gevaar voor letsel! Vóór alle werkzaamheden aan het snijgereedschap en onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de contactsleutel eruit trekken. Opgelet! Afstand houden. Opgelet! Houd bij een draaiende verbrandingsmotor rekening met wegslingerende onderdelen – werk met een grasopvangbox of een deflector (accessoire). Gevaar voor letsel! Rijd of maai niet op hellingen van meer dan 10° (17%). Kans op kantelen! Gevaar voor letsel! Houd andere personen uit de gevarenzone. Opgelet! Kom bij een draaiende verbrandingsmotor nooit binnen het werkbereik van de maaimessen. Kans op letsel! Maaiwerk niet betreden. Kans op brandwonden! Hete oppervlakken niet aanraken. Onderdelen van verbrandingsmotoren, met name geluiddempers, worden extreem heet.159 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL
Pos. Omschrijving Stk. A Basisapparaat 1 B Grasopvangbox 1 C Contactsleutel 2 − Gebruiksaanwijzing 1 − Gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor
8.1 Contactslot met lichtschakelaar
Het contactslot dient voor het starten en stilleggen van de verbrandingsmotor en voor het aan- en uitschakelen van de koplampen. Contactsleutel (1) in het contactslot (2) steken. Door te draaien aan de contactsleutel kunnen de volgende vier posities worden gekozen: Verbrandingsmotor uit: De verbrandingsmotor is uitgeschakeld of wordt stilgelegd. Het licht is uitgeschakeld, de contactsleutel kan worden verwijderd. Licht aan (bedrijf met licht): Draaiende verbrandingsmotor: Het licht wordt ingeschakeld, de verbrandingsmotor loopt verder. Uitgeschakelde verbrandingsmotor: Het licht wordt ingeschakeld. Ontsteking aan en verbrandingsmotor loopt: De ontsteking wordt ingeschakeld, het licht is uitgeschakeld. Na het starten springt de contactsleutel automatisch terug in deze positie en draait de verbrandingsmotor. Verbrandingsmotor starten: Wanneer aan alle veiligheidstechnische aspecten voor het starten is voldaan en de contactsleutel in deze positie wordt gedraaid, start de verbrandingsmotor. Bij het loslaten van de contactsleutel springt deze weer terug in de positie "Verbrandingsmotor draait".
8.2 Gashendel met choke-functie
(MT 5097, MT 5097 C, MT 6112 C) Voor het starten van een koude verbrandingsmotor, gashendel bij de modellen MT 5097, MT 5097 C en MT 6112 C in choke-stand plaatsen.
7. Werkzaamheden vóór de
eerste ingebruikname Waarschuwing! Lees voorafgaand aan alle werken aan de zitmaaier het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" zorgvuldig door en volg de instructies op! (Ö 4.)
8. Bedieningselementen
Voorkom schade aan het apparaat! De contactsleutel kan alleen worden ingestoken en uitgetrokken in de stand "verbrandingsmotor uit". Het contactslot mag alleen met de passende contactsleutel worden bediend – nooit een schroevendraaier of dergelijke gebruiken. Aanwijzing Bij uitgeschakelde verbrandingsmotor wordt in de posities "Licht aan" en "Contact aan" na 20 seconden een signaaltoon geactiveerd. Het geluidssignaal geeft aan dat de accu wordt ontladen. Contactsleutel voor deactiveren van de signaaltoon in positie "Verbrandingsmotor uit" draaien of verbrandingsmotor starten. Warme verbrandingsmotor zonder choke starten (gashendel in MAX- stand). Zodra de verbrandingsmotor draait, de choke uitschakelen. Gashendel bij draaiende verbrandingsmotor nooit in choke-stand zetten.161 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL Chokestand: Gashendel (1) geheel naar voor in de chokestand schuiven (op klikstand letten). Toerental van de verbrandingsmotor instellen: Wanneer de gashendel (1) naar onder of naar boven wordt geschoven, verandert het verbrandingsmotortoerental en bij een ingeschakeld maaiwerk het toerental van de maaimessen. Positie MAX: Wanneer de gashendel (1) naar voor in de richting van de MAX-markering wordt gezet, wordt het verbrandingsmotortoerental verhoogd. Positie MIN: Wanneer de gashendel (1) naar achter in de richting van de MIN-markering wordt gezet, wordt het verbrandingsmotortoerental verlaagd.
8.3 Gashendel (MT 5097 Z, MT 5112 Z,
MT 6112 ZL, MT 6127 ZL) Toerental van de verbrandingsmotor instellen: Wanneer de gashendel (1) naar onder of naar boven wordt geschoven, dan verandert het verbrandingsmotortoerental en bij een ingeschakeld maaiwerk het toerental van de maaimessen. Positie MAX: Wanneer de gashendel (1) naar voor in de richting van de MAXmarkering wordt gezet, wordt het verbrandingsmotortoerental verhoogd. Positie MIN: Wanneer de gashendel (1) naar achter in de richting van de MINmarkering wordt gezet, wordt het verbrandingsmotortoerental verlaagd.
8.4 Choke-knop (MT 5097 Z, MT 5112 Z,
MT 6112 ZL, MT 6127 ZL) Voor het starten van een koude verbrandingsmotor zijn de modellen MT 5097 Z, MT 5112 Z, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL met een choke-knop uitgerust. Bij het maaien en voor het starten van de verbrandingsmotor de gashendel in MAX-positie zetten. Bij het maaien en voor het starten van de verbrandingsmotor de gashendel in MAX-positie zetten. Voor het starten van een koude verbrandingsmotor bovendien de choke-knop bedienen. Warme verbrandingsmotor zonder choke starten. Zodra de verbrandingsmotor loopt, choke-knop weer terug in de uitgangspositie drukken. Choke bij draaiende verbrandingsmotor nooit activeren.0478 192 9907 A - NL
Choke activeren: Vóór het starten de choke-knop (1) tot aan de aanslag uittrekken. Choke deactiveren: ● Choke-knop tot aan de aanslag indrukken.
8.5 Schakelaar maaiwerk (MT 5097,
MT 5097 C, MT 5097 Z, MT 5112 Z) Met de schakelaar maaiwerk kan het maaiwerk bij een draaiende verbrandingsmotor en met inachtname van alle veiligheidvoorzieningen (Ö 12.) worden ingeschakeld. Maaiwerk inschakelen: Druk de schakelaar maaiwerk (1) aan de bovenzijde tot aan de aanslag in. Maaiwerk uitschakelen: Druk de schakelaar maaiwerk (1) aan de onderzijde tot aan de aanslag in.
8.6 Toets maaiwerk (MT 6112 C,
MT 6112 ZL, MT 6127 ZL) Met de toets maaiwerk kan het maaiwerk bij een draaiende verbrandingsmotor en met inachtname van alle veiligheidvoorzieningen (Ö 12.) worden ingeschakeld. Maaiwerk inschakelen: Druk de toets Maaiwerk (1) ten minste 1 seconde in. Het maaiwerk is ingeschakeld zodra op het display het symbool "Maaiwerk actief" (2) verschijnt. Maaiwerk uitschakelen: ● Drukknop maaiwerk indrukken. Het maaiwerk is uitgeschakeld zodra op het display het symbool "Maaiwerk actief" verdwijnt. Voorkom schade aan het apparaat! Schakel de maaimessen niet in hoog gras of in de laagste snijstand. Activeer het maaiwerk uitsluitend bij het maximale motortoerental (gashendel in positie MAX). Indien nodig kan de elektronica zodanig worden geprogrammeerd dat het maaiwerk bij een volle grasopvangbox automatisch wordt uitgeschakeld. (Ö 13.8) Voorkom schade aan het apparaat! Schakel de maaimessen niet in in hoog gras of in de laagste snijstand. Activeer het maaiwerk uitsluitend bij het maximale motortoerental (gashendel in positie MAX).163 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL
8.7 Toets Cruise control (MT 6112 ZL,
MT 6127 ZL) Met de toets Cruise control wordt tijdens het rijden de rijsnelheid van dat moment aangehouden. Cruise control activeren: Selecteer de gewenste rijsnelheid en druk de toets Cruise control (1) ten minste 1 seconde in. De cruise control is geactiveerd zodra op het display het symbool "Cruise control actief" (2) verschijnt. Het aandrijfpedaal is vastgezet en de rijsnelheid van dat moment wordt aangehouden. De voet kan van het aandrijfpedaal worden gehaald. Cruise control deactiveren: ● Toets Cruise control indrukken, bestuurdersstoel verlaten of rempedaal indrukken. De cruise control is gedeactiveerd zodra op het display het symbool "Cruise control actief" verdwijnt.
8.8 Veiligheidsschakelaar achteruit
maaien Met de veiligheidsschakelaar achteruit maaien wordt het maaiwerk vrijgegeven voor het maaien in de rijrichting achteruit. Indien geen vrijgave volgt, wordt het maaiwerk uit veiligheidsoverwegingen automatisch ontkoppeld. Voor het achteruit maaien de veiligheidsschakelaar achteruit maaien (1) binnen een vastgelegd tijdsvenster met de linker voet een keer kort indrukken. 1 Vrijgave bij ontkoppeld maaiwerk: ● Zitmaaier stoppen en de rijrichting achteruit kiezen. (Ö 8.9) ● Veiligheidsschakelaar achteruit maaien met de linker voet een keer kort indrukken. ● Maaiwerk inkoppelen en achteruit maaien binnen de 5 seconden starten. (Ö 8.5), (Ö 8.6) Een vrijgave is ook tot 1 seconde na het starten mogelijk. 2 Vrijgave bij ingekoppeld maaiwerk: ● Veiligheidsschakelaar achteruit maaien bij lopend maaiwerk met de linker voet een keer indrukken. ● Binnen de 5 seconden in de rijrichting achteruit omschakelen en verder maaien. (Ö 8.9) Een vrijgave is ook tot 1 seconde na het wisselen van rijrichting mogelijk. Indien nodig kan de elektronica zodanig worden geprogrammeerd dat het maaiwerk bij een volle grasopvangbox automatisch wordt uitgeschakeld. (Ö 13.8) Bij het achteruitrijden verschijnt na het indrukken van de toets Cruise control wel het symbool „Cruise control actief“op het display, maar uit veiligheidsoverwegingen blijft de cruise control echter niet actief. De toets Cruise control heeft bij het model MT 6112 C geen functie. Kans op letsel! Plaats vóór het deactiveren van de cruise control de voet op het aandrijfpedaal om te voorkomen dat deze terugspringt en de zitmaaier daardoor abrupt afremt. Als de veiligheidschakelaar achteruit maaien permanent wordt ingedrukt, dan moet de schakelaar binnen een tijdsvenster losgelaten worden en opnieuw bediend worden. Bij de modellen MT 6112 C, MT 6112 ZL en MT 6127 ZL licht, tot de vrijgave, het symbool "Achteruit maaien" op in het display. (Ö 10.5)0478 192 9907 A - NL
8.9 Keuzehendel rijrichting
Met behulp van keuzehendel rijrichting wordt de rijrichting gekozen. Na bedienen van het aandrijfpedaal rijdt de zitmaaier in de gekozen richting – door alleen maar de keuzehendel rijrichting te bedienen zet het apparaat zich niet in beweging. Rijrichting kiezen: Rijrichting vooruit: Zet de keuzehendel rijrichting (1) in de voorste positie. Rijrichting achteruit: Zet de keuzehendel rijrichting (1) in de achterste positie.
Door het stuurwiel (1) naar links L of naar rechts R te draaien, verandert u de rijrichting van de zitmaaier. Hoe verder het stuurwiel (1) wordt gedraaid, des te kleiner wordt de draaicirkel.
8.11 Verstellen bestuurdersstoel
De bestuurdersstoel kan in zeven standen worden versteld. ● Verbrandingsmotor uitschakelen. (Ö 13.3) ● Op de bestuurdersstoel plaats nemen en een hand op het stuurwiel plaatsen. Til met de andere hand de verstelhendel bestuurdersstoel (1) omhoog en houd deze vast. Bestuurdersstoel (2) in de gewenste positie plaatsen en laat vervolgens de verstelhendel bestuurdersstoel (1) weer los. Controleer hierbij of de verstelhendel bestuurdersstoel bij het loslaten in de geselecteerde ruststand volledig vastklikt.
Bij een ingedrukt aandrijfpedaal is de keuzehendel rijrichting om veiligheidsredenen geblokkeerd. Voordat u de keuzehendel rijrichting activeert moet u daarom eerst het aandrijfpedaal loslaten. Waarschuwing! Houd het stuurwiel tijdens het rijden altijd met beide handen vast. Aanwijzing Controleer vóór het induwen van het aandrijfpedaal of de juiste rijrichting op de keuzehendel rijrichting is geselecteerd. Na het aantrekken van de handrem of het induwen van het rempedaal kan het aandrijfpedaal niet worden ingeduwd.165 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL Met behulp van het aandrijfpedaal wordt de rijsnelheid traploos geregeld. Stoppen: Haal uw voet van het aandrijfpedaal (wielaandrijving) (1). Rijsnelheid verlagen: Laat het aandrijfpedaal (1) iets opkomen. Rijsnelheid verhogen: Duw het aandrijfpedaal (1) in.
Met behulp van het rempedaal kan de machine tijdens het rijden worden afgeremd of in stilstand worden geblokkeerd. Rempedaal (1) indrukken. Hoe krachtiger het rempedaal (1) wordt ingeduwd, hoe meer de achterwielen worden afgeremd.
Door de aangetrokken handrem worden de achterwielen van de machine geblokkeerd. Daardoor wordt voorkomen dat de zitmaaier zichzelf in beweging kan zetten (b.v. op hellingen enz.). Handrem aantrekken: Duw het rempedaal (1) met uw voet tot aan de aanslag naar beneden in en houd vast. Trek de handremhendel (2) naar boven. ● Laat het rempedaal weer los. De handrem is geactiveerd wanneer het rempedaal ingetrapt blijft. Bij de modellen MT 6112 C, MT 6112 ZL en MT 6127 ZL verschijnt bij aangetrokken handrem het symbool "handrem aangetrokken" op het display. (Ö 10.5) ● Laat de handremhendel los. Deze klapt naar onderen. De achterwielen zijn geblokkeerd. Waarschuwing! Gebruik de machine nooit als de rem defect is. Laat een defecte rem altijd door een vakhandelaar repareren of afstellen. VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan. Probeer nooit zelf de rem te onderhouden. Aanwijzing Controleer vóór het aantrekken van de handrem elke keer de werking van de rem.0478 192 9907 A - NL
Handrem loszetten: Duw met uw voet het rempedaal (1) korte tijd in. ● Het rempedaal keert terug naar de oorspronkelijke uitgangspositie (de niet-ingetrapte toestand). De handrem is gedeactiveerd en de achterwielen zijn niet meer geblokkeerd.
8.15 Hendel snijhoogteverstelling
Met de hendel snijhoogteverstelling kunnen 8 snijstanden worden ingesteld. Maaiwerk verhogen en verlagen: Hendel snijhoogteverstelling ontgrendelen: Met gemonteerd maaiwerk hendel snijhoogteverstelling (1) naar binnen (naar bestuurdersstoel) trekken en vasthouden. Met gedemonteerd maaiwerk hendel snijhoogteverstelling (1) licht naar onder drukken en dan naar binnen (naar bestuurdersstoel) trekken en vasthouden. De ontgrendelde hendel snijhoogteverstelling (1) naar boven of onder leiden en de gewenste snijhoogte instellen. Hendel snijhoogteverstelling vergrendelen: Hendel snijhoogteverstelling (1) naar buiten leiden tot deze in de gewenste positie vastklikt.
8.16 Hendel voor het ledigen van de
grasopvangbox Met behulp van de hendel voor het ledigen van de grasopvangbox kan de grasopvangbox worden geledigd zonder dat de gebruiker de bestuurdersstoel hoeft te verlaten. ● Maaiwerk uitschakelen. (Ö 8.5), (Ö 8.6) ● Rem het apparaat af totdat het stil staat. ● Het rempedaal ingedrukt houden of de handrem aantrekken. Kans op letsel! De hendel voor snijhoogteverstelling tijdens de aanpassing altijd vast houden. De snijhoogte enkel aanpassen als de zitmaaier stilstaat. Het ontgrendelen van de hendel voor snijhoogteverstelling is afhankelijk van het feit of het maaiwerk gemonteerd of gedemonteerd is.167 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL Trek de hendel voor het ledigen van de grasopvangbox (1) naar boven uit. Hendel voor het ledigen van de grasopvangbox (1) naar voren drukken. De grasopvangbox (2) zwenkt naar boven en het maaigoed valt eruit. Bij de modellen MT 6112 C, MT 6112 ZL en MT 6127 ZL verschijn bij omhoog gekantelde grasopvangbox het symbool "geopende of ontbrekende grasopvangbox" op het display. (Ö 10.5) ● De hendel voor het ledigen van de grasopvangbox langzaam naar achter laten komen en de grasopvangbox weer op de achterkant vastklikken. ● Druk de hendel voor het ledigen van de grasopvangbox omlaag en zet deze in de ingetrokken uitgangsstand.
8.17 Ontgrendelhendel grasopvangbox
De ontgrendelhendel van de grasopvangbox bevindt zich onder de handgreep van de grasopvangbox. Voor het vasthaken of loshaken van de grasopvangbox moet de ontgrendelhendel van de grasopvangbox omhoog worden getrokken en worden vastgehouden. Grasopvangbox ontgrendelen: Trek de ontgrendelhendel van de grasopvangbox (1) helemaal naar boven en houd deze vast. ● De grasopvangbox is ontgrendeld en kan worden verwijderd. Grasopvangbox vergrendelen: Laat na het vasthaken van de grasopvangbox de uitgetrokken ontgrendelhendel van de grasopvangbox (1) los. Let er hierbij op dat de vergrendeling weer volledig vastklikt. – Na het vergrendelen is de grasopvangbox weer aan de machine bevestigd.
8.18 Hendel voor vrijloop transmissie
De transmissie kan met de hendel voor vrijloop transmissie worden losgekoppeld (b.v. voor het duwen van het apparaat) of worden vastgekoppeld (voor de wielaandrijving). Waarschuwing! Let op dat u bij het bedienen van de ontgrendelhendel grasopvangbox geen vingers beknelt.0478 192 9907 A - NL
Transmissie ontkoppelen: De hendel voor vrijloop transmissie (1) tot de aanslag naar buiten trekken en naar boven heffen. Transmissie inschakelen: Druk de hendel voor vrijloop transmissie (1) omlaag en naar binnen tot de aanslag.
8.19 Sensor inhoudsindicator
(grasopvangbox) Als de grasopvangbox is gevuld wordt een continue toon geactiveerd. Hierdoor wordt gemeld dat de grasopvangbox te ledigen is. Door het veranderen van de lengte van de inhoudsindicator (grasopvangbox) wordt het tijdstip van het signaal voor de gevulde grasopvangbox beïnvloed. Hiermee kunt u het vullen van de grasopvangbox afstemmen op de kwaliteit van het maaigoed. Meestal regelt een kortere sensor dat het signaal later wordt geactiveerd (de grasopvangbox wordt voller gemaakt, ideaal bij zeer droog maaigoed). De inhoudsindicator kan in 6 ruststanden worden versteld. Bij de aflevering is de peilindicator (grasopvangbox) geheel uitgetrokken. Sensor inhoudsindicator verstellen: ● Verbrandingsmotor uitschakelen. (Ö 13.3) ● Handrem aantrekken. (Ö 8.14) ● Grasopvangbox wegnemen. (Ö 13.10) De schuif (1) van de inhoudsindicator (grasopvangbox) door te verschuiven in pijlrichting langer of korter maken. ● Grasopvangbox vasthaken. (Ö 13.10) De zitmaaier is uitgevoerd met elektronica die elke keer vóór het starten en tijdens het bedrijf alle veiligheidsvoorzieningen controleert en zo een veilig gebruik waarborgt. Waarschuwing! Kans op kneuzingen! De hendel voor vrijloop transmissie uitsluitend op een vlakke ondergrond uittrekken, omdat het apparaat zichzelf in beweging kan zetten. Bij het parkeren van het apparaat met een losgekoppelde transmissie moet de handrem worden aangetrokken. De continue toon wordt door het ontkoppelen van het maaiwerk gedeactiveerd.
9.1 Zelfdiagnose bij het starten
Voorafgaand aan het starten van de verbrandingsmotor voert de elektronica een zelfdiagnose uit. Hierbij worden schakelaars, kabels enz. gecontroleerd op hun goede werking. Activeren van de zelfdiagnose: ● Ga op de bestuurdersstoel zitten. ● Handrem loszetten. (Ö 8.14) ● Contactsleutel in de positie "Contact aan" draaien (Ö 8.1) – hierbij geen toets, geen schakelaar en geen pedaal bedienen. Zelfdiagnose zonder storing: Een korte pieptoon wordt geactiveerd – de elektronica is geactiveerd en de zitmaaier is startklaar. MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL: Op het display worden alle symbolen gedurende 2 seconden opgelicht. De gebruikstijd kan gedurende 5 seconden afgelezen worden. ● Verbrandingsmotor starten. (Ö 13.2) Zelfdiagnose met storing: Een ononderbroken pieptoon of drie opeenvolgende pieptonen worden geactiveerd. Een ononderbroken pieptoon duidt op een storing in de elektronica of een verkeerd aangesloten accu. ● Contactsleutel in de positie "verbrandingsmotor uit" draaien. (Ö 8.1) ● Polariteit van de accuaansluitingen controleren en de kabel eventueel juist aansluiten. (Ö 15.18) ● Zelfdiagnose herhalen. Als de ononderbroken pieptoon ook na de correcte aansluiting van de accu actief blijft, dan is er een elektronicadefect. Neem contact op met uw vakhandelaar, VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan. Drie opeenvolgende pieptonen wijzen op een elektrisch defect (kortsluiting) of defect aan de zitcontactschakelaar. De verbrandingsmotor kan niet worden gestart. MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL: Op het display lichten de overeenstemmende symbolen op en verschijnt de tekst ERROR. ● Contactsleutel in de positie "verbrandingsmotor uit" draaien. (Ö 8.1) ● De vakhandelaar een gedetailleerde diagnose laten uitvoeren. VIKING beveelt de VIKING vakhandelaar aan.
9.2 Defect aan de zitmaaier tijdens
bedrijf De elektronica houdt toezicht op een veilige toestand tijdens het werken. Bij een elektrisch defect (kortsluiting, losse stekker, kabelbreuk) worden drie opeenvolgende pieptonen geactiveerd. De verbrandingsmotor valt stil – bij de modellen MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL licht het overeenstemmende symbool op, en verschijnt de tekst "ERROR" op het display. Werkwijze: ● Contactsleutel in de positie "verbrandingsmotor uit" draaien. (Ö 8.1) ● Zelfdiagnose activeren. (Ö 9.1)
9.3 Storing in de elektronica
In zeldzame gevallen kan er tijdens het gebruik een storing in de elektronica zelf optreden. Een ononderbroken pieptoon wordt geactiveerd en de verbrandingsmotor valt stil. Werkwijze: ● Contactsleutel in de positie "verbrandingsmotor uit" draaien. (Ö 8.1) ● Zelfdiagnose activeren. (Ö 9.1) ● Verbrandingsmotor opnieuw starten. (Ö 13.2) De elektronica van de modellen MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL stuurt ook het display. Bij deze modellen worden dus ook op het display bijkomende informatie getoond. Als het defect niet kan worden verholpen, is een gedetailleerde diagnose vereist. Neem contact op met uw vakhandelaar, VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan. Als het defect niet kan worden verholpen, is een gedetailleerde diagnose vereist. Neem contact op met uw vakhandelaar, VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan.0478 192 9907 A - NL
Op het display verschijnen storingsmeldingen, bedrijfsgegevens en actieve functies.
10.1 Segmentdisplay met 5 posities
Het segmentdisplay met 5 posities geeft informatie over het aantal uren gebruikstijd en de accuspanning. Het signaleert storingen, aangevuld met de melding ERROR. Tijdens het bedrijf kunnen het aantal bedrijfsuren en de accuspanning afgelezen worden door de toets "Mode" in te drukken. (Ö 10.3) Gebruikstijd: Aanduiding van het aantal uren gebruikstijd van de verbrandingsmotor in volle uren (b. v. 281 u). De bedrijfsurenteller kan niet worden teruggezet. Op basis van de teller wordt het juiste tijdstip vastgesteld voor onderhoud- en servicewerkzaamheden zoals deze in het onderhoudschema zijn gespecificeerd. (Ö 15.1) Accuspanning: Weergave van de huidige spanning van de accu in volt (b.v. 12,0 V).
Het indrukken van de toets Set gedurende de weergave van de gebruikstijd of accuspanning zorgt voor een permanente weergave ervan. Door de contactsleutel in de positie "verbrandingsmotor uit" te draaien schakelt u het display terug op de voorinstelling (melding van gebruikstijd of accuspanning verschijnt gedurende 5 seconden).
Door het indrukken van de toets Mode schakelt het display tussen volgende meldingen: 1 Gebruikstijd [u] 2 Accuspanning [V] 3 Geen melding Gebruikstijd en accuspanning worden elk gedurende 5 seconden opgelicht. Voor een permanente aanduiding de toets Set bedienen. (Ö 10.2)
10.4 Melding van storingen
Symbool Motoroliedruk te laag: De voor een correcte werking van de verbrandingsmotor nodige oliedruk is te laag. De verbrandingsmotor komt binnen de 3 seconden tot stilstand.
10. Display MT 6112 C,
MT 6112 ZL, MT 6127 ZL De constructie van het display is bestand tegen beschadigingen (b.v. door water). Het kan bij temperatuurschommelingen en bij een hoge luchtvochtigheid beslaan. Binnengedrongen vocht verdwijnt na de inbedrijfstelling van de zitmaaier als gevolg van de warmte van de verbrandingsmotor binnen enkele minuten. 1 Segmentdisplay met 5 posities (Ö 10.1) 2 Drukknop Set (Ö 10.2) 3 Drukknop Mode (Ö 10.3) Storingen (Ö 10.4) 4 Motoroliedruk te laag (MT 6127 ZL) 5 Accustoring Bedrijfsinformatie (Ö 10.5) 6 Achteruit maaien 7 Bestuurdersstoel niet bezet 8 Geopende of ontbrekende grasopvangbox 9 Brandstofreserve 10 Grasopvangbox vol 11 Handrem aangetrokken. 12 Uitwerpkanaal uitgebreid Actieve functies (Ö 10.6) 13 Cruise control actief 14 Maaiwerk actief171 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL ● Motor niet nogmaals proberen te starten. ● Visuele inspectie op lekken van olie uit de verbrandingsmotor. ● Oliepijl controlerenen en motorolie bijvullen indien nodig. Symbool Accustoring: Er is een te lage accuspanning. De accu is defect of wordt opgeladen. Op het display verschijnt bijkomend de huidige spanning in volt (b.v. 10,5 V). De verbrandingsmotor kan niet worden stilgelegd of kan niet gestart worden. ● Motor niet nogmaals proberen te starten. ● Controleer de accuspanning op het display. ● Zekeringen controleren en eventueel vervangen. (Ö 15.19) ● Visuele inspectie op uitstromende vloeistoffen bij de accu. ● Controleren of de accuaansluitingen niet gecorrodeerd zijn en goed vastzitten. ● Accu laden. (Ö 15.20) ● Defecte accu vervangen. (Ö 15.18)
10.5 Weergave van bedrijfsinformatie
Symbol Achteruit maaien: Het symbool wordt permanent opgelicht wanneer achteruit maaien vrijgegeven is. Het symbool knippert wanneer de veiligheidsschakelaar achteruit maaien bediend wordt of wanneer een vrijgave voor het achteruit maaien nodig is. (Ö 8.8) De melding verdwijnt: – wanneer achteruit maaien beëindigd wordt. Omschakelen van knipperen of permanent: – wanneer achteruit maaien vrijgegeven is. – wanneer het maaiwerk binnen het tijdsvenster manueel ontkoppeld wordt. – wanneer het maaiwerk bij een ontbrekende vrijgave voor het achteruit maaien automatisch wordt ontkoppeld. Symbool Bestuurdersstoel niet bezet: De bestuurdersstoel is niet bezet. De stoelcontactschakelaar is een van de veiligheidsvoorzieningen (Ö 12.) van de zitmaaier. Verschijnt het symbool"Bestuurdersstoel niet bezet" op het display, dan kan de verbrandingsmotor zonder aangetrokken handrem niet worden gestart en het maaiwerk niet ingeschakeld worden. De melding verdwijnt: – wanneer de gebruiker op de bestuurdersstoel zit. Symbool Geopende of ontbrekende grasopvangbox: De grasopvangbox is geopend of de grasopvangbox of deflector (accessoire) zijn niet gemonteerd of niet correct vastgeklikt. Bij het ledigen van de grasopvangbox wordt het symbool eveneens weergegeven. (Ö 13.9) Als de grasopvangbox bij ingeschakeld maaiwerk wordt omhoog geklapt (b. v. om te ledigen), valt de berbrandingsmotor om veiligheidsredenen stil. De melding verdwijnt, – wanneer de grasopvangbox gesloten wordt. (Ö 13.9) – wanneer de grasopvangbox of deflector (accessoire) correct zijn gemonteerd. (Ö 13.10) Symbool Brandstofreserve: De brandstof is tot op de reserve opgebruikt, er is nog ongeveer ca. 2 liter brandstof in de tank. (Ö 13.1) De melding verdwijnt, – wanneer brandstof wordt bijgetankt. Symbool Grasopvangbox vol: Voorkom schade aan het apparaat! De oliedrukwaarschuwing is geen informatie over het oliepeil. Controleer daarom het oliepeil daarom regelmatig. Als symbolen niet weergegeven worden zoals verwacht, of verdwijnen ze niet zoals is beschreven, dan is de mogelijke oorzaak een defect aan de schakelaar, de aansluitcontacten of aan de kabels. Neem contact op met uw vakhandelaar. VIKING beveelt de VIKING vakhandelaar aan.0478 192 9907 A - NL
De grasopvangbox is gevuld, een continue toon wordt geactiveerd. (Ö 8.19) De continue toon wordt na het ontkoppelen van het maaiwerk gedeactiveerd. (Ö 13.8) De melding verdwijnt: – wanneer de grasopvangbox geledigd wordt. Symbool Handrem aangetrokken: De handrem is aangetrokken. (Ö 8.14) De melding verdwijnt, – wanneer de handrem gelost wordt. Symbool Uitwerpkanaal verwijderd: Het uitwerpkanaal werd gedemonteerd. (Ö 15.5) De verbrandingsmotor kan uit veiligheidsoverwegingen niet worden gestart. De melding verdwijnt: – wanneer het uitwerpkanaal correct gemonteerd is. (Ö 15.6)
10.6 Melding van actieve functies
Symbool Cruise control actief: De cruise control is geactiveerd. (Ö 8.7) De melding verdwijnt wanneer de cruise control wordt uitgeschakeld. Symbool Maaiwerk actief: Het maaiwerk is ingeschakeld. (Ö 8.6) De melding verdwijnt, wanneer het maaiwerk wordt ontkoppeld. Een fraai en vol gazon ontstaat – door te maaien met een hoog toerental (gashendel in de positie MAX) en een lage rijsnelheid. – door het gazon vaak te maaien en kort te houden. – wanneer bij warm en droog weer het gazon niet te kort gemaaid wordt, omdat het anders verbrandt door de zon en lelijk wordt. – met scherpe maaimessen. Daarom de maaimessen regelmatig slijpen of vervangen. – door in tegengestelde richtingen te maaien. Maaien van lang gras Bij zeer lang gras is het beter om het gazon twee keer te maaien: – de eerste keer maaien met een hoge snijstand, maximale motortoerental en een lage rijsnelheid; – de tweede keer de gewenste snijstand kiezen en het maximale motortoerental instellen. Pas de rijsnelheid aan de staat van het gazon aan. Als symbolen niet weergegeven worden zoals verwacht, of verdwijnen ze niet zoals is beschreven, dan is de mogelijke oorzaak een defect aan de schakelaar, de aansluitcontacten of aan de kabels. Neem contact op met uw vakhandelaar. VIKING beveelt de VIKING vakhandelaar aan.
11. Aanwijzingen voor
werken Waarschuwing! Kans op letsel! Neem vóór elke ingebruikname alle informatie door voor het veilig werken met de machine. Werk op hellingen altijd bijzonder opmerkzaam en voorzichtig. Aanwijzing Controleer voor het maaien of het maaiwerk goed is ingebouwd. Kies bij de eerste ingebruikname van uw apparaat een vlakke, effen ondergrond en maai als proef rechte en iets overlappende stroken. Gras moet altijd in droge staat worden gemaaid.173 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL Voorkomen van verstoppingen in het uitwerpkanaal Als het uitwerpkanaal met gras verstopt raakt, verlaagt u de rijsnelheid. Deze kan te hoog zijn voor de kwaliteit van het gazon. Bovendien de schuif van de inhoudindicator helemaal uittrekken. (Ö 8.19) Als het probleem aanhoudt, zijn beschadigde of versleten vleugels van de maaimessen waarschijnlijk de oorzaak. Maaimes vervangen. (Ö 15.13) Maaiwerk, uitwerpkanaal en maaimes na elk gebruik reinigen, zodat er geen grasresten aankoeken. (Ö 15.2) Bemesten Bij het maaien worden er permanent voedingsstoffen aan de bodem onttrokken. Deze kunnen door middel van een hoogwaardige gazonmest weer worden aangevuld. In de regel volstaan drie bemestingssessies per maaiseizoen. Hierbij moet het gazon droog zijn om te voorkomen dat de mest aan de grassprieten blijft kleven, waardoor deze verbranden. Besproei het gazon achteraf met water om de mest in elk geval van de sprieten te spoelen. (Volg de verwerkingsinstructies van de fabrikant op.) Het gazon kan bij het maaien op een natuurlijke wijze worden bemest. Dit wordt mogelijk met behulp van een mulchkit. De mulchkit is als speciale accessoire verkrijgbaar en wordt niet standaard meegeleverd. (Voor nadere informatie verwijzen wij u naar uw VIKING vakhandelaar.) Bodemontziend werken De belangrijkste factoren voor bodemontziend werken zijn de gehanteerde techniek en de vochtigheid van de bodem. Voor een goed maairesultaat moet de rijsnelheid worden aangepast aan de staat van het te maaien gras (lengte en volheid) en de vochtigheidsgraad van het gazon. Bij te kort genomen bochten neemt de belasting op de grasnerf toe. Dit levert met name bij een nat gazon slechte maairesultaten op, omdat de wielen in het zachte gazon wegzakken. Voor een veilige bediening en ter voorkoming van ondeskundig gebruik is de machine met meerdere veiligheidsvoorzieningen uitgevoerd. Voor het starten van de verbrandingsmotor moet in elk geval: – het uitwerpkanaal correct gemonteerd zijn, – het rempedaal ingeduwd of de handrem aangetrokken zijn. De verbrandingsmotor zal worden uitgeschakeld als de gebruiker: – de bestuurdersstoel verlaat terwijl het maaiwerk is ingeschakeld, – bij ingekoppeld maaiwerk de grasopvangbox kantelt of optilt of de deflector (speciale accessoire) weghaalt, – bij uitgekoppeld maaiwerk het uitwerpkanaal demonteert, – de bestuurdersstoel verlaat terwijl de handrem niet is aangetrokken. Geïntegreerde messen-uitlooprem: MT 5097, MT 5097 C, MT 5097 Z, MT 5112 Z, MT 6112 C, MT 6112 ZL: Na het uitschakelen komen de maaimessen pas na 5 seconden tot stilstand. MT 6127 ZL: Na het uitschakelen komen de maaimessen pas na 7 seconden tot stilstand. Waarschuwing – Brandgevaar! Overbelasting van aandrijving maaiwerk vermijden. Door overbelasting kan de V-riem voortdurend gaan slippen waardoor uiteindelijk brandgevaar als gevolg van oververhitting ontstaat. Vreemde geluiden, bijv. een knarsende V-riem (schurend geluid), zijn tekenen van overbelasting. Daarom in hoog gras nooit met een verstopt uitwerpkanaal of een gevulde grasopvangbox maaien; indien nodig een mulchkit (speciale accessoire) gebruiken. Het maaiwerk moet vooral bij de V- riem steeds worden ontdaan van ontvlambaar materiaal (gras, bladeren, enz.) en regelmatig worden schoongemaakt, om brandgevaar te voorkomen.
12. Veiligheidsvoorzieningen
Gevaar voor letsel! Bij een eventueel defect aan een van de veiligheidsvoorzieningen mag de machine niet in bedrijf worden genomen. Neem contact op met een vakhandelaar, VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan.0478 192 9907 A - NL
● Maak uzelf voor ingebruiksname vertrouwd met de bedieningselementen van het apparaat. (Ö 8.) ● Neem vóór de ingebruikname het onderhoudsschema door en voer al de noodzakelijk onderhoudswerkzaamheden uit. (Ö 15.1) ● Controleer vóór elk gebruik de veiligheidsvoorzieningen. (Ö 12.) De zitmaaier mag niet in bedrijf worden genomen als er veiligheidsinrichtingen ontbreken, beschadigd, overbrugd of gewijzigd zijn.
13.1 Brandstof bijtanken
Maximale tankinhoud: 9liter Advies: Verse merkbrandstoffen, gegevens over de brandstofkwaliteit (octaangetal) vindt u in de gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor. – Loodvrije benzine. Vulprocedure: ● Schakel de verbrandingsmotor voor het bijtanken uit en laat deze afkoelen (handwarm). (Ö 13.3) ● Handrem aantrekken. (Ö 8.14) Brandstof langzaam en voorzichtig vullen. Om overlopen te vermijden zal het vullen in meerdere stappen opgedeeld worden. Tussen de verschillende stappen de vultrechter wegnemen en visueel de inhoud van de tank controleren. Hoe meer brandstof reeds werd gevuld, des te kleiner moeten de hoeveelheden per stap worden. Tankdop: Tankdop (1) losdraaien (let op de pijlrichting) en wegnemen. ● De brandstof met behulp van een gepaste vultrechter (niet meegeleverd) bijvullen (zie vulprocedure). Tankdop (1) bevestigen en indraaien (let op de pijlrichting). Vervolgens de tankdop (1) handvast vastdraaien. ● Veeg gemorste brandstof droog en laat deze even verdampen, voordat de verbrandingsmotor wordt gestart. Na het inschakelen van het maaiwerk draaien de maaimessen en is er een windgeruis te horen. De uitlooptijd duurt even lang als het windgeruis na het uitschakelen. Dit kan met een stopwatch worden gemeten.
13. Apparaat in gebruik
nemen Kans op letsel! Lees vóór het in bedrijf stellen het volledige hoofdstuk ¨Voor uw veiligheid¨ zorgvuldig door en volg de instructies op. (Ö 4.) Om veiligheidsredenen mag het apparaat niet op hellingen steiler dan 10° (17,6 %) worden gebruikt. 17,6 % helling betekent een verticale stijging van 17,6 cm bij 100 cm horizontale lengte. - Vul de brandstoftank niet helemaal, maar slechts tot ca. 4 cm onder de rand van de vulplug, zodat de brandstof ruimte heeft om uit te zetten. Om morsen van brandstof te voorkomen, gebruik voor het vullen van de brandstof een geschikte trechter (wordt niet meegeleverd) gebruiken.175 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL
13.2 Verbrandingsmotor starten
Vóór het starten: ● Motoroliepeil controleren. (Ö 15.8) ● Grasresten uit het maaiwerk en de motorruimte verwijderen. ● Controleer brandstof en tank indien nodig bij. (Ö 13.1) ● Controleer vóór elke ingebruikname of de rem goed werkt. (Ö 13.5) ● Alle persoonlijke instellingen (verstelling bestuurdersstoel) op het apparaat doorvoeren – niet bij draaiende verbrandingsmotor! ● Start het apparaat niet als er personen, in het bijzonder kinderen, of dieren in de buurt zijn. Startvolgorde: ● Brandstofkraan openen. (Ö 15.7) ● Ga op de bestuurdersstoel zitten. ● Het rempedaal vóór het starten tot aan de aanslag intrappen en vasthouden of de handrem aantrekken. (Ö 8.13), (Ö 8.14) ● Contactsleutel in het contactslot steken en in de positie "Contact aan" draaien. (Ö 8.1) ● Koude verbrandingsmotor: MT 5097, MT 5097 C, MT 6112 C: Gashendel in choke-positie zetten. (Ö 8.2) MT 5097 Z, MT 5112 Z, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL: Gashendel in de MAX-positie zetten en aan de choke-knop trekken. (Ö 8.3), (Ö 8.4) Warme verbrandingsmotor: Gashendel in de MAX-positie zetten. (Ö 8.2), (Ö 8.3) ● Contactsleutel in de positie "Verbrandingsmotor starten" draaien. De verbrandingsmotor start. Zodra de verbrandingsmotor draait, contactsleutel loslaten. Deze springt vanzelf terug in de positie "verbrandingsmotor draait". ● MT 5097, MT 5097 C, MT 6112 C: Gashendel bij draaiende verbrandingsmotor in MAX-positie terugzetten. Op klikstand letten! (Ö 8.2) MT 5097 Z, MT 5112 Z, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL: Chokeknop indrukken. (Ö 8.4) ● Bij draaiende verbrandingsmotor kan de voet van het rempedaal worden genomen of de parkeerrem gelost worden.
13.3 Verbrandingsmotor uitschakelen
Vóór het rijden: ● Hendel van de transmissievrijloop inschakelen. (Ö 8.18) ● MT 5112 C, MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL: Bij gedemonteerd maaiwerk hendel V- riemspanner naar voor drukken en vastzetten. (Ö 14.1) ● Verbrandingsmotor starten. (Ö 13.2) Vooruit rijden: ● Rijrichting vooruit kiezen: (Ö 8.9) Voorkom schade aan het apparaat! Start de verbrandingsmotor niet onmiddellijk, maak dan een pauze tussen de startpogingen. Contactsleutel nooit langer dan 10 seconden in de positie "Verbrandingsmotor starten" zetten. De verbrandingsmotor start alleen maar wanneer het uitwerpkanaal correct gemonteerd is. (Ö 15.6) Waarschuwing! Kies op ongebaande paden altijd een lagere rijsnelheid. Elke keer dat u van rijrichting verandert, met name op hellingen, moet de rijsnelheid overeenkomstig verlaagd worden. Voorkom schade aan het apparaat! Altijd met het maximale toerental van de verbrandingsmotor rijden om een ideale koppeling van de transmissie te garanderen. De rijsnelheid dus alleen met het aandrijfpedaal en niet met de gashendel regelen.0478 192 9907 A - NL
● Handrem loszetten, indien aangetrokken. (Ö 8.14) ● Aandrijfpedaal bedienen, het apparaat zet zich vooruit in beweging. (Ö 8.12) Achteruit rijden: ● Rijrichting achteruit kiezen: (Ö 8.9) ● Handrem loszetten, indien aangetrokken. (Ö 8.14) ● Aandrijfpedaal bedienen, het apparaat zet zich achteruit in beweging. (Ö 8.12) Vooruit rijden met cruise control (MT 6112 ZL, MT 6127 ZL): ● Bij gedemonteerd maaiwerk hendel V- riemspanner naar voor drukken en vastzetten. (Ö 14.1) ● Verbrandingsmotor starten. (Ö 13.2) ● Gashendel in de MAX-positie zetten. (Ö 8.3) ● Keuzehendel rijrichting in de voorste positie (rijrichting vooruit) zetten. (Ö 8.9) ● Handrem loszetten, indien aangetrokken. (Ö 8.14) ● Door het induwen van het aandrijfpedaal wordt de rijsnelheid geregeld en zet het apparaat zich vooruit in beweging. ● Cruise control activeren: de gewenste rijsnelheid houden en druk de toets Cruise control 1 seconde in. (Ö 8.7) De cruise control is geactiveerd als op het display het symbool "Cruise control actief" verschijnt en het aandrijfpedaal vastgezet is. Na het activeren van de cruise control kan de ingestelde rijsnelheid worden verhoogd door het aandrijfpedaal in te trappen. ● De voet kan van het aandrijfpedaal worden gehaald. ● Cruise control deactiveren: rempedaal bedienen of toets Cruise control indrukken. (Ö 8.7) De cruise control is gedeactiveerd wanneer op het display het symbool "Cruise control actief" verdwijnt.
● Rijsnelheid door lossen van het aandrijfpedaal verminderen, abrupt remmen bij volle rijsnelheid vermijden. (Ö 8.12) ● Rempedaal gelijkmatig induwen totdat het apparaat tot stilstand komt. (Ö 8.13)
13.6 Snijhoogte instellen
Voor het maaien: ● Hoofdstuk "Opmerkingen bij het werken" lezen en opvolgen. (Ö 11.) ● Tijdens het maaien altijd het maximale motortoerental instellen. Het maaimes is voor dit toerental geoptimaliseerd, hierdoor krijgt men het beste maairesultaat en de beste aanzuigende werking voor het verzamelen van het maaigoed. Het maaiwerk in de volgende volgorde koppelen: ● Verbrandingsmotor starten. (Ö 13.2) ● Gashendel in de MAX-positie zetten. (Ö 8.2), (Ö 8.3) Kans op letsel! De snijhoogte enkel instellen als de zitmaaier stilstaat. Stand 1 laagste snijhoogte Stand 8 hoogste snijhoogte MT 5112 Z, MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL: VIKING beveelt aan om de beide drukwielen op de laagste stand te plaatsen. Door de lagere positie vergroten de drukwielen de afstand tussen het maaiwerk en de bodem en zorgen deze zo voor een optimale luchttoevoer. Het resultaat is een mooier maairesultaat en een betere opvangcapaciteit. Wordt het maaiwerk tijdens het rijden ingeschakeld, dan wordt het toerental van de verbrandingsmotor door de extra belasting (aanloop maaimessen) bij het starten van de maaimessen gedurende korte tijd lager.177 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL ● Zitmaaier op het te maaien gazon rijden. Schakel het maaiwerk niet in hoog gras of in de laagste snijstand in. Maaiwerk allen koppelen wanneer het apparaat al op het te bewerken gazon staat. ● Vooruit maaien: Rijrichting vooruit (Ö 8.9) kiezen, aansluitend het maaiwerk door drukken van de schakelaar maaiwerk of de toets maaiwerk koppelen. (Ö 8.5), (Ö 8.6) Achteruit maaien: Rijrichting achteruit (Ö 8.9) kiezen, en veiligheidsschakelaar achteruit maaien (Ö 8.8) aansluitend het maaiwerk door drukken van de schakelaar maaiwerk of de toets maaiwerk binnen de 6 seconden koppelen. (Ö 8.5), (Ö 8.6) Tijdens het maaien: ● Gashendel in de MAX-positie zetten. (Ö 8.2), (Ö 8.3) ● De rijsnelheid altijd aan de grashoogte of de snijstand aanpassen. Kies bij hoog gras of de laagste snijstand een lage rijsnelheid. Rijrichting wisselen bij gekoppeld maaiwerk: ● Voor het achteruit maaien de veilgheidsschakelaar achteruit maaien binnen een vastgelegd tijdsvenster (5 seconden voor of 1 seconde na het omschakelen) een keer indrukken. (Ö 8.8) ● Apparaat op het gazonvlak tot stilstand brengen en de gewenste rijrichting met de hendel keuze rijrichting instellen. (Ö 8.9) ● maaien verderzetten. Het maaiwerk in de volgende volgorde uitschakelen: ● Rijd naar een reeds gemaaid gazon of selecteer hoogste snijstand van het maaiwerk. (Ö 8.15) ● Door op de maaiwerkschakelaar te drukken of de toets maaiwerk, het maaiwerk uitschakelen. (Ö 8.5), (Ö 8.6)
13.8 Programmeren van het
automatisch ontkoppelen van het maaiwerk De elektromagnetische messenkoppeling kan zodanig worden geprogrammeerd dat het maaiwerk bij een volle grasopvangbox automatisch wordt ontkoppeld. Dit verhoogt het gebruiksgemak, aangezien het verstoppen van het uitwerpkanaal kan worden voorkomen. ● Verbrandingsmotor uitschakelen. (Ö 13.3) ● Contactsleutel in de positie "Contact aan" draaien. (Ö 8.1) ● Zelfdiagnose van de elektronica afwachten – geen toetsen indrukken. Automatisch ontkoppelen activeren: ● Veiligheidsschakelaar achteruit maaien en aandrijfpedaal tegelijkertijd gedurende 5 seconden indrukken. Een korte pieptoon wijst erop dat de automaat ingeschakeld is. ● De huidige instelling wordt permanent opgeslagen. Automatisch ontkoppelen deactiveren: ● Veiligheidsschakelaar achteruit maaien en aandrijfpedaal tegelijkertijd gedurende 5 seconden indrukken. 3 korte opeenvolgende pieptonen wijzen erop dat de automaat uitgeschakeld is. ● De huidige instelling wordt permanent opgeslagen. Automatische ontkoppelen met de Mode-toets programmeren (alleen bij MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL): ● Toets Maaiwerk ingedrukt houden en tegelijkertijd de toets Mode indrukken – het automatisch ontkoppelen wordt met de toets Mode in- of uitgeschakeld (displaymelding ON of OFF). ● De huidige instelling wordt permanent opgeslagen. Programmeren testen (alleen bij MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL): ● Druk toets Maaiwerk in en houd deze ingedrukt. In het display verschijnt het symbool Maaiwerk actief en de tekst ON of OFF. ON – bij een volle grasopvangbox wordt het maaiwerk automatisch ontkoppeld. OFF – bij een volle grasopvangbox wordt het maaiwerk niet automatisch ontkoppeld. Een continue toon wijst op een gevulde grasopvangbox. (Ö 13.9) Kans op letsel! Houd na het uitschakelen van het maaiwerk rekening met de uitloop. Het duurt even (tot. 7 seconden) voordat het maaimes tot stilstand komt. (Ö 12.)0478 192 9907 A - NL
Als de grasopvangbox niet helemaal volloopt, let dan op volgende punten: ● Inhoudsindicator (grasopvangbox) juist instellen. (Ö 8.19) ● Bij het ledigen van de grasopvangbox het uitwerpkanaal op verstoppingen controleren en indien nodig reinigen. ● Vleugels van de maaimessen op beschadiging of slijtage controleren en indien nodig vervangen. (Ö 15.13) Grasopvangbox ledigen: ● Maaiwerk uitschakelen. (Ö 8.5), (Ö 8.6) De ononderbroken toon klinkt niet meer. ● Hoogste snijstand kiezen. (Ö 8.15) ● Het apparaat verplaatsen naar de plek waar het maaigoed wordt geledigd. ● Hendel voor het ledigen van de grasopvangbox uittrekken en naar voren drukken. (Ö 8.16) De grasopvangbox zwenkt naar boven en het maaigoed valt uit de grasopvangbox. ● Indien nodig bij naar boven gekantelde grasopvangbox iets naar voor rijden. ● De grasopvangbox kort omhoog en omlaag zwenken, opdat het maaigoed volledig uit de grasopvangbox valt. ● De hendel voor het ledigen van de grasopvangbox langzaam naar achter laten komen en de grasopvangbox weer op de achterkant vastklikken. ● De hendel voor het ledigen van de grasopvangbox weer loslaten en omlaag drukken tot deze weer in de ingetrokken uitgangsstand is.
13.10 Grasopvangbox wegnemen en
vasthaken Neem vóór het wegnemen de volgende punten in acht: ● Maaiwerk uitschakelen. (Ö 8.5), (Ö 8.6) ● Grasopvangbox ledigen. (Ö 13.9) ● Handrem aantrekken. (Ö 8.14) ● Verbrandingsmotor uitschakelen. (Ö 13.3) Grasopvangbox wegnemen: Trek de beugel ontgrendeling grasopvangbox (1) naar boven en houd deze vast. Grasopvangbox (1) wegnemen. Kans op letsel! De grasopvangbox mag uitsluitend op vlakke ondergronden worden geledigd, omdat het zwaartepunt door het omhoog zwenken van de grasopvangbox verandert en zo de kans op kantelen toeneemt. Wanneer er tijdens het maaien een ononderbroken toon klinkt, is de grasopvangbox vol en moet deze worden geledigd. Na het uitschakelen van het maaiwerk gaat deze toon uit. Bij de modellen MT 6112 C, MT 6112 ZL en MT 6127 ZL verschijnt bij volle grasopvangbox het symbool "grasopvangbox vol" op het display. (Ö 10.5) Bij het wegnemen en vasthaken van de grasopvangbox moet de beugel voor het ontgrendelen van de grasopvangbox altijd in de ontgrendelde stand worden gehouden totdat de grasopvangbox volledig is verwijderd of vastgehaakt.179 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL Grasopvangbox vasthaken: Grasopvangbox (1) aan beide haken (2) aan de achterwand bevestigen. ● Ontgrendelhendel grasopvangbox indrukken en vasthouden. (Ö 8.17) Grasopvangbox (1) tot aan de aanslag naar boven klappen. ● Ontgrendelhendel grasopvangbox loslaten en erop letten of de grasopvangbox vastklikt. (Ö 8.17)
13.11 Trekken van lasten
● Controleer vóór het vasthaken van lasten of de rem goed functioneert. (Ö 13.5) Maximaal gewicht aanhanger op vlakke ondergrond = 250 kg Maximaal gewicht aanhanger bij een maximale stijging van 10° = 100 kg Maximale kogeldruk = 40 kg Maximale treklast = 40 kg Als het apparaat zonder grasopvangbox of deflector (accessoire) wordt gebruikt, kan het maaiwerk niet worden ingeschakeld. In dat geval wordt de verbrandingsmotor automatisch uitgeschakeld. Kans op letsel! Bij het transport van lasten wijzigen de rijeigenschappen van het apparaat (b. v. langere remweg). Hoe zwaarder de last, hoe sterker de rijeigenschappen veranderen! Kies bij trekken van lasten altijd een lage rijsnelheid. Voorkom schade aan het apparaat! Op hellingen wordt de maximale treklast minder.0478 192 9907 A - NL
13.12 Gebruik op hellingen
● Controleer vóór elk gebruik op een helling of de rem goed werkt. (Ö 13.5) ● Op hellingen altijd in de lengterichting rijden. Bij het dwars rijden is er meer kans op kantelen – let op de maximum helling. (Ö 4.7) ● Op hellingen vermijden om van richting te veranderen, als dat toch noodzakelijk blijkt te zijn moet u hierbij uiterst voorzichtig te werk gaan.
14.1 Maaiwerk demonteren
● Plaats het apparaat op een vlakke en stevige ondergrond. ● Wielen voor tot aan de aanslag naar links of rechts draaien. ● Verbrandingsmotor uitschakelen. (Ö 13.3) ● Contactsleutel eruit trekken. ● Handrem aantrekken. (Ö 8.14) ● Laagste snijstand kiezen. (Ö 13.6) ● Grasopvangbox wegnemen. (Ö 13.10) ● Uitwerpkanaal demonteren. (Ö 15.5) Verwijder de afdekking V-riem: Schroef (1) achter het rechter voorwiel zover losdraaien dat deze vrij draait. Montageplaat (1) naar voor drukken en vasthouden. Afdekking voor V-riem (2) naar omlaag klappen. V-riem ontspannen (MT 5097, MT 5097 C, MT 5097 Z): Spanveer (1) naar voor trekken, afhaken en afleggen. Een treklast van 40 kg aan de trekhaak wordt op een vlakke ondergrond bereikt bij het trekken van een aanhanger met een gewicht van 250 kg.
Kans op letsel! Lees voorafgaand aan alle werkzaamheden aan het maaiwerk het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" zorgvuldig door en volg de instructies op. (Ö 4.) Bij het demonteren ontstaat door het eigen gewicht van het maaiwerk gevaar op klemmen. Let er daarom op dat er zich geen lichaamsdelen (hand, vingers, voet, enz.) direct onder het maaiwerk bevinden.181 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL V-riem ontspannen (MT 5112 Z, MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL): Steun (1) uit de hendel van de V- riemspanner nemen. Hendel V-riemspanner (1) naar voor drukken en houden. Houder (2) zoals afgebeeld aan het frame vasthaken. Er op letten dat de hendel van de V-riemspanner in de voorste positie wordt vastgezet. Maaiwerk achter loshaken: Veiligheidssplint (1) naar boven eruit trekken. Maaiwerk iets omhoog tillen en vasthouden. Ophanging (2) naar buiten drukken en bevestigingsbouten (3) uit de ophanging voeren. ● Herhaal de procedure aan de andere zijde. ● Het maaiwerk langzaam en voorzichtig neerleggen. V-riem loshaken: Montageplaat (1) naar voor drukken en vasthouden. V-riem (2) naar voor trekken en weghalen. Maaiwerk voor wegnemen (MT 5097, MT 5097 C, MT 5097 Z): Veiligheidssplint (1) uittrekken. Maaiwerk iets optillen en van de maaiwerkophanging voor (2) losmaken. Het maaiwerk voorzichtig loslaten. ● Herhaal de procedure aan andere zijde. ● Het maaiwerk langzaam en voorzichtig neerleggen. Gevaar op letsels! De hendel snijhoogteverstelling bevindt zich na het loshaken van het maaiwerk aan de achterzijde onder spanning. Daarom onmiddellijk na het losmaken de hendel voorzichtig in de hoogste snijstand zetten.0478 192 9907 A - NL
Maaiwerk voor wegnemen (MT 5112 Z, MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL): Maaiwerk (1) parallel naar voren schuiven en aan de voorste maaiwerkophanging vooraan (2) loshaken. De ophanging klapt vanzelf naar boven. ● Het maaiwerk langzaam en voorzichtig neerleggen. Maaiwerk verwijderen: ● Hoogste snijstand instellen. Maaiwerk (1) facultatief naar links of rechts onder de zitmaaier uit trekken.
14.2 Maaiwerk monteren
● Plaats het apparaat op een vlakke en stevige ondergrond. ● Wielen voor tot aan de aanslag naar links of rechts draaien. ● Verbrandingsmotor uitschakelen. (Ö 13.3) ● Contactsleutel eruit trekken. ● Handrem aantrekken. (Ö 8.14) ● Hoogste snijstand kiezen. (Ö 13.6) ● Grasopvangbox wegnemen. (Ö 13.10) ● Uitwerpkanaal demonteren. (Ö 15.5) Maaiwerk inschuiven: ● De V-riem in de opening van de V- riemafdekking zo plaatsen dat hij toegankelijk is en kan worden ingehangen. Het maaiwerk (1) facultatief van links of rechts onder de zitmaaier schuiven. ● Laagste snijstand kiezen. Maaiwerk voor inhangen (MT 5097, MT 5097 C, MT 5097 Z): Kans op letsel! Lees voorafgaand aan alle werkzaamheden aan het maaiwerk het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" zorgvuldig door en volg de instructies op. (Ö 4.) Bij het monteren ontstaat door het eigen gewicht van het maaiwerk gevaar op klemmen. Let er daarom op dat er zich geen lichaamsdelen (hand, vingers, voet, enz.) direct onder het maaiwerk bevinden. Kans op letsel! In de laagste snijstand staat de hendel voor snijhoogteverstelling onder spanning. Tijdens de montage van het maaiwerk de hendel voor snijhoogteverstelling niet aanraken.183 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL Maaiwerkophanging voor (1) naar beneden trekken en houden. Maaiwerk met een hand licht optillen en daarbij de ophangbouten aan het maaiwerk in de boring van de maaiwerkophanging voor (1) insteken. Veiligheidssplint (2) door de boring van de ophangingsbouten steken. ● Herhaal de procedure aan andere zijde. Maaiwerk voor inhangen (MT 5112 Z, MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL): Voorste maaiwerkophanging (1) naar beneden klappen en zoals afgebeeld aan het maaiwerk (2) vasthaken. Maaiwerk (2) naar achter schuiven en hiermee de voorste maaiwerkophanging (1) aan het maaiwerk bevestigen. MT 5097, MT 5097 C, MT 5097 Z, MT 5112 Z, MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL: Montageplaat (1) naar voor drukken en vasthouden. V-riem (2) naar voor trekken en met de V-riemafdekking opheffen. V-riem (2) in de juiste volgorde (zonder verdraaien) in de V-riempoelie inhangen. Maaiwerk achter vasthaken: ● Maaiwerk met één hand optillen en vasthouden. De boringen van de ophanging en de bevestigingsbouten aan het maaiwerk moeten samenvallen. Bevestigingsbouten (1) in de boring van de ophanging (2) voeren. Veiligheidssplint (3) van boven in de boringen van de bevestigingsbouten steken en laten inklikken. ● Herhaal de procedure aan de andere zijde. V-riem spannen (MT 5097, MT 5097 C, MT 5097 Z): Spanveer (1) naar voor trekken en zoals afgebeeld aan het maaiwerk ophangen. Vóór het vasthaken controleren of het maaiwerk correct is vastgehaakt aan de voorste maaiwerkophanging.0478 192 9907 A - NL
V-riem spannen (MT 5112 Z, MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL): Hendel V-riemspanner (1) naar voor drukken en houden. Beugel (2) loshaken. V-riem door het ontlasten van de hendel V- riemspanner (1) spannen. Beugel (2) zoals afgebeeld aan de hendel van de V- riemspanner (1) inhaken. Afdekking V-riem monteren: Montageplaat (1) naar voor drukken en vasthouden. Afdekking voor V-riem (2) naar omhoog klappen. Montageplaat (1) naar achter brengen en aan beide lippen (3) van afdekking van de V- riemafdekking inhaken. Montageplaat met schroef (1) vastschroeven. ● Uitwerpkanaal monteren. (Ö 15.6) Algemene onderhoudsaanwijzingen: ● Houd het onderhoudsschema en de onderhoudsintervallen nauwkeurig aan. ● Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden van de verbrandingsmotor in de gebruiksaanwijzing opvolgen. Voor onderhouds-, reparatie- en reinigingswerkzaamheden: ● Plaats het apparaat op een vlakke en stevige ondergrond.
Kans op letsel! Lees vóór alle onderhouds- en reparatiewerken eerst het hoofdstuk "Voor uw veiligheid", met name de paragraaf "Onderhoud en reparaties", zorgvuldig door en volg de instructies op. (Ö 4.) De contactsleutel uittrekken om een ongewild starten van de verbrandingsmotor te verhinderen. Uitsluitend met handschoenen werken. Raak het maaimes nooit aan zo lang het niet stilstaat. Om veiligheidsredenen zijn onderhoudswerkzaamheden aan de rem verboden. Laat afstel- en onderhoudswerkzaamheden door een vakhandelaar uitvoeren. VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan.185 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL ● Verbrandingsmotor uitschakelen. (Ö 13.3) ● Handrem aantrekken. (Ö 8.14) ● Verbrandingsmotor en geluiddemper volledig laten afkoelen. Voor de volgende onderhouds- en reparatiewerkzaamheden verwijzen wij u naar de gebruiksaanwijzing voor de verbrandingsmotor: – Luchtfilter vervangen. – Gegevens van de motorolie (type, vulhoeveelheid olie enz.). – Bougie controleren en vervangen. – Brandstoffilter vervangen. – Reinigen van de verbrandingsmotor.
15.1 Onderhoudsschema
Alle gegevens in het onderhoudsschema moeten nauwkeurig worden opgevolgd. Bij niet-inachtneming van het onderhoudsschema kan aanzienlijke schade aan de machine worden veroorzaakt. Weergave gebruikstijd (MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL): Om de verschillende onderhoudsintervallen nauwkeurig te kunnen opvolgen, zijn de zitmaaiers MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL uitgerust met een bedrijfsurenteller. De gebruikstijd wordt in volle uren weergegeven. ● Bij uitgeschakelde verbrandingsmotor contactsleutel in positie "Contact aan" draaien. (Ö 8.1) Op het display wordt de gebruikstijd gedurende 5 seconden opgelicht. (Ö 10.1) ● Bij draaiende verbrandingsmotor de toets Mode indrukken. (Ö 10.3) Op het display wordt de gebruikstijd gedurende 5 seconden opgelicht. Onderhoudswerkzaamheden vóór elk gebruik: Voor een krachtige en veilige werking en ter voorkoming van storingen is het van belang om van de staat van het apparaat op de hoogte te zijn. Daarvoor zijn de volgende inspecties vóór elke start nodig (visuele inspectie): – Bandenspanning. (Ö 15.16) – Slijtage van en schade aan banden. – Lekkage van de brandstofleidingen. – Motoroliepeil (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor). – Brandstofpeil. – Algemene visuele controle van het apparaat en het maaiwerk. Vooral de beschermkappen moeten op beschadigingen worden gecontroleerd. – Goede bevestiging van de schroefverbindingen. Onderhoudswerkzaamheden na elk gebruik: – Volledige apparaat (maaiwerk, uitwerpkanaal, grasopvangbox) en alle combi-apparaten reinigen. – Let op de gegevens voor het reinigen van de verbrandingsmotor (zie de gebruiksaanwijzing voor de verbrandingsmotor). – Reinig de transmissie door grasresten (afborstelen) of andere verontreinigingen van de transmissie te verwijderen. – Koelvinnen van de verbrandingsmotor en hydrostatische transmissie inspecteren en indien nodig reinigen. Onderhoudswerkzaamheden na de eerste 10 bedrijfsuren (eerste inbedrijfstelling): – Een inspectie door uw vakhandelaar wordt aanbevolen. VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan. Aanwijzing Bij een zware belasting, met name bij professioneel gebruik, kunnen kortere onderhoudsintervallen dan de hier vermelde noodzakelijk zijn. Tevens kunnen extreme omstandigheden zoals een zanderige of steenachtige bodem, stof enz. tot kortere onderhoudsintervallen leiden dan in de gebruiksaanwijzing worden aangegeven. Om de 100 bedrijfsuren of een keer per jaar moet er een inspectie door een dealer worden uitgevoerd. VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan.0478 192 9907 A - NL
Onderhoudswerkzaamheden na elke 25 uren gebruikstijd: – Controleer de messenbevestiging en slijtagegrens van de maaimessen. – Inbouwpositie van de maaimessen controleren (MT 5112 Z, MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL). Onderhoudswerkzaamheden na elke 50 uren gebruikstijd: – Inbouwpositie van het maaiwerk controleren. (Ö 15.14) Onderhoudswerkzaamheden na elke 100 uren gebruikstijd: – Vervangen van de maaimessen. – Onderhoud van V-riemen en tandriemen. – Een inspectie door een vakhandelaar. VIKING beveelt de VIKING vakhandelaar aan.
15.2 Apparaat reinigen
● Verbrandingsmotor uitschakelen. (Ö 13.3) ● Handrem aantrekken. (Ö 8.14) ● De contactsleutel eruit trekken en op een veilige plek bewaren. ● Maaiwerk demonteren. (Ö 14.1) ● Verwijder eerst de aangekoekte grasresten in de maaiwerkbehuizing met een houten staaf. ● Reinig de onderkant van het maaiwerk met een borstel en water. ● Bij het reinigen van de bovenzijde van het maaiwerk erop letten dat er geen water op V-riemen en tandriemen terechtkomt, nooit waterstralen richten op de openingen van de afdekkingen. ● Reinig het uitwerpkanaal in gedemonteerde toestand los van het apparaat met stromend water en een borstel. ● Grasresten uit het maaiwerk, de motorruimte en de transmissie verwijderen. Koelvinnen van de verbrandingsmotor en transmissie reinigen. ● De maaimessen met borstel en water reinigen, voor het lossen van vervuiling in geen geval op de maaimessen kloppen (b. v. met een hamer). ● De grasopvangbox wegnemen en deze apart reinigen van het apparaat met stromend water en een borstel. (Ö 13.10)
15.3 Open de motorkap
Bij de inspectie worden alle noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden aan het remsysteem en de transmissie uitgevoerd. Voorkom schade aan het apparaat! Richt waterstralen (hogedrukreinigers) nooit op motoronderdelen, pakkingen, elektrische onderdelen (accu, kabelboom enz.) en lagers. Dit kan leiden tot beschadigingen of dure reparaties. Geen agressieve reinigingsmiddelen gebruiken. Dergelijke reinigingsmiddelen kunnen kunststoffen en metalen zodanig beschadigen dat de veiligheid van uw VIKING apparaat wellicht in het geding komt. Als u vuil niet met water, met een borstel of met een doek kunt verwijderen, raadt VIKING aan een speciaal reinigingsmiddel te gebruiken (b. v. STIHL speciale reiniger). Demonteer het maaiwerk altijd voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden. Kans op brandwonden! Motorkap alleen openen als de verbrandingsmotor volledig is afgekoeld.187 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL Motorkap (1) met één hand in de handgreep (2) nemen en met een lichte ruk naar boven openen. Motorkap (1) tot aan de aanslag naar voor klappen.
15.4 Motorkap sluiten
Motorkap (1) voorzichtig en langzaam dichtklappen en laten vastklikken.
15.5 Uitwerpkanaal demonteren
Het uitwerpkanaal kan voor het reinigen zonder extra gereedschap worden gedemonteerd. Het starten van de verbrandingsmotor is niet mogelijk als het uitwerpkanaal verwijderd is. Neem vóór het demonteren de volgende punten in acht: ● Verbrandingsmotor uitschakelen. (Ö 13.3) ● De contactsleutel eruit trekken en op een veilige plek bewaren. ● Handrem aantrekken. (Ö 8.14) ● Grasopvangbox wegnemen. (Ö 13.10) Borgmoeren (1) uitdraaien, uitwerpkanaal (2) uittrekken.
15.6 Uitwerpkanaal monteren
Neem vóór het monteren de volgende punten in acht: ● Handrem aantrekken. (Ö 8.14) ● Grasopvangbox wegnemen. (Ö 13.10) ● Laagste snijstand kiezen. Uitwerpkanaal (1) tot aan de aanslag inschuiven. Bij het inschuiven erop letten dat het uitwerpkanaal aan alle kanten over de uitwerpopening van het maaiwerk wordt gestulpt. Borgmoeren (2) indraaien en aantrekken. Bij de modellen MT 6112 C, MT 6112 ZL und MT 6127 ZL verschijnt op het display het symbool "Uitwerpkanaal verwijderd", wanneer de contactsleutel in de positie "Licht aan" of "Contact aan" wordt gedraaid. (Ö 10.5) Bij elke reiniging of elke keer bij het monteren van het uitwerpkanaal ook de inhoudsindicator (grasopvangbox) inspecteren en indien nodig reinigen.0478 192 9907 A - NL
Door de brandstofkraan open en dicht te draaien, wordt de brandstofstroom in de brandstofleiding vrijgegeven of onderbroken. De brandstofkraan bevindt zich links onder de brandstoftank. ● Verbrandingsmotor uitschakelen. (Ö 13.3) ● Handrem aantrekken. (Ö 8.14) De brandstofkraan (1) wordt geopend of gesloten door aan de verstelventiel (2) te draaien.
15.8 Inhoud van de motorolie
controleren ● Plaats het apparaat op een vlakke ondergrond. ● Verbrandingsmotor uitschakelen. (Ö 13.3) ● Handrem aantrekken. (Ö 8.14) ● Verbrandingsmotor laten afkoelen. ● Open de motorkap. (Ö 15.3) ● Inhoud van de motorolie controleren volgens gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor – indien nodig motorolie bijvullen. (Ö 15.10)
15.9 Motorolie verversen
Voor informatie over voorgeschreven motorolie en vulhoeveelheid olie verwijzen wij u naar de gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor. Motorolie verversen als de verbrandingsmotor handwarm is. Geschikte olieopvangbak (hou rekening met vulhoeveelheid olie) onder de olieaftapleiding zetten. Voer gebruikte olie af conform de wettelijke bepalingen. Verversingsintervallen voor olie: De aanbevolen intervallen voor het verversen van motorolie vindt u in de gebruiksaanwijzing voor de verbrandingsmotor. Motorolie aftappen: ● Verbrandingsmotor uitschakelen. (Ö 13.3) ● Handrem aantrekken. (Ö 8.14) ● De contactsleutel eruit trekken en op een veilige plek bewaren. ● Verbrandingsmotor laten afkoelen (handwarm). ● Open de motorkap. (Ö 15.3) Opgelet! Het uitwerpkanaal behoort tot de beschermkappen. Zitmaaiers met een beschadigd uitwerpkanaal niet in gebruik nemen. Bij montage van het uitwerpkanaal erop letten dat de contactschakelaar (3) bediend wordt. Kans op letsel! Vóór het bijvullen of verversen van de motorolie de verbrandingsmotor volledig laten afkoelen. Gevaar voor verbranding door hete motorolie!189 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL ● Oliedop eraf schroeven (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor). De olieaftapslang (1) bevindt zich aan de rechter kant van de verbrandingsmotor vlakbij de beide pedalen. ● Geschikte opvangbak voor olie eronder zetten. Olieaflaatdoppen (1) met behulp van twee schroevendraaiers (SW19 / SW 15) volledig afschroeven en afnemen. Motorolie volledig aftappen. Dichtring (2) op de olieaflaatdop (1) steken. Olieaflaatdop (1) opschroeven en met
12 - 14 Nm vastdraaien.
15.10 Motorolie bijvullen
● Open de motorkap. (Ö 15.3) ● Inhoud van de motorolie controleren. (Ö 15.8) ● Motorolie volgens gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor vullen – een aangepaste trechter gebruiken. ● Motorkap sluiten. (Ö 15.4)
15.11 Veiligheidsvoorzieningen
controleren Remcontactschakelaar controleren: ● Ga op de bestuurdersstoel zitten. ● Schakel de verbrandingsmotor uit en laat deze tot stilstand komen. (Ö 13.3) ● Handrem lossen en rempedaal niet intrappen. ● Contactsleutel in de positie "Verbrandingsmotor starten" draaien. (Ö 8.1) De verbrandingsmotor kan niet worden gestart met een geactiveerde remcontactschakelaar. Stoelcontactschakelaar controleren: ● Ga op de bestuurdersstoel zitten. ● Verbrandingsmotor starten (Ö 13.2) en op maximaal toerental laten draaien. (Ö 8.2), (Ö 8.3) ● Maaiwerk inschakelen. (Ö 8.5), (Ö 8.6) ● Bestuurdersstoel ontlasten door langzaam en voorzichtig op te staan. Niet afstappen! Bij een geactiveerde stoelcontactschakelaar wordt de verbrandingsmotor uitgeschakeld. Contactschakelaar grasopvangbox controleren: ● Ga op de bestuurdersstoel zitten. ● Verbrandingsmotor starten (Ö 13.2) en op maximaal toerental laten draaien. (Ö 8.2), (Ö 8.3) ● Maaiwerk inschakelen. (Ö 8.5), (Ö 8.6) Voorkom schade aan het apparaat! Zorg ervoor dat de motorolie niet beneden of boven het juiste peil komt te staan. Gevaar voor letsel! De veiligheidsvoorzieningen mogen uitsluitend vanuit de bestuurdersstoel worden gecontroleerd. Hierbij mogen geen personen (in het bijzonder kinderen) of dieren in de buurt zijn. Controleer ten minste eenmaal per maand of alle veiligheidsvoorzieningen goed werken. Controleer na een langere bedrijfspauze, bij weinig gebruikte apparaten of na reparaties vóór het opnieuw in gebruik nemen alle veiligheidsvoorzieningen.0478 192 9907 A - NL
● Grasopvangbox vanuit de bestuurdersstoel omhoog klappen (ledigen) met behulp van de hendel voor het ledigen van de grasopvangbox. (Ö 8.16) Bij een geactiveerde contactschakelaar van de grasopvangbox worden de verbrandingsmotor en het maaiwerk uitgeschakeld! Contactschakelaar uitwerpkanaal controleren: ● Uitwerpkanaal demonteren (Ö 15.5) en daarna de grasopvangbox opnieuw inhaken. (Ö 13.10) ● Ga op de bestuurdersstoel zitten. ● Rempedaal tot aan de aanslag intrappen en vasthouden. (Ö 8.13) ● Contactsleutel in de positie "Verbrandingsmotor starten" draaien. (Ö 8.1) De verbrandingsmotor kan niet worden gestart met een geactiveerde contactschakelaar uitwerpkanaal. Veiligheidsschakelaar achteruit maaien controleren: ● Op de bestuurdersstoel plaats nemen – veiligheidsschakelaar achteruit maaien niet aanraken. ● Verbrandingsmotor starten (Ö 13.2) en op maximaal toerental laten draaien. (Ö 8.2), (Ö 8.3) ● Maaiwerk inschakelen. (Ö 8.5), (Ö 8.6) ● Rijrichting achteruit kiezen en vertrekken. (Ö 8.9) Bij een werkende veiligheidsschakelaar achteruit maaien wordt het maaiwerk na 1 seconde ontkoppeld.
15.12 Inhoudsindicator
(grasopvangbox) reinigen De inhoudsindicator (grasopvangbox) kan bij het maaien van nat of vochtig gras vuil worden. Daardoor werkt deze slechter. Uit voorzorg moet de peilindicator elke keer na het maaien of bij elke reiniging van het uitworpkanaal worden gereinigd. ● Verbrandingsmotor uitschakelen. (Ö 13.3) ● De contactsleutel eruit trekken en op een veilige plek bewaren. ● Handrem aantrekken. (Ö 8.14) ● Grasopvangbox wegnemen. (Ö 13.10) Met lichte druk de inhoudsindicator (grasopvangbox) (1) naar beneden drukken. Hierbij moet hij vlot kunnen worden bewogen en moet er een zacht "klikken" van de schakelaar hoorbaar zijn. Na het loslaten van de inhoudsindicator moet deze weer zelfstandig terug naar boven in de uitgangspositie springen. ● Als de inhoudsindicator niet soepel kan worden bewogen of bij vervuiling, moet deze met behulp van een borstel voorzichtig worden gereinigd – geen water gebruiken.
15.13 Maaimessen onderhouden
Onderhoudsinterval: Na elke 25 uren gebruikstijd Onderhoudswerkzaamheden: – Slijtagegrenzen van de maaimessen controleren. – MT 5112 Z, MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL: Positie van het maaimes controleren. Kans op letsel! Uitsluitend met handschoenen werken. Neem altijd contact op met een vakhandelaar als u niet over de vereiste kennis of gereedschappen beschikt (VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan). Raak het maaimes nooit aan zo lang het niet stilstaat. Het maaiwerk altijd op een slipvaste ondergrond plaatsen.191 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL – Indien nodig (slecht maairesultaat) maaimes slijpen of vervangen. Verloop van de V-riem en draairichting van de maaimessen bij de modellen MT 5097, MT 5097 C, MT 5097 Z: Verloop van de V-riem of tandriem en draairichting van de maaimessen bij de modellen MT 5112 Z, MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL: Slijtagegrenzen van het maaimes controleren: ● Maaiwerk demonteren. (Ö 14.1) Maaiwerk (1) omdraaien en met de messen naar boven op ca. 20 cm hoge en voldoend lange houtsteunen (2) op de bodem leggen. ● Maaiwerk en maaimessen zorgvuldig reinigen. (Ö 15.2) De V-riem wordt door de dubbele afbuiging op de positie A telkens 180° gedraaid. Alle onderhouds- en controlewerkzaamheden aan tandriemen zijn voorbehouden aan de VIKING vakhandelaar. Kans op letsel! Een versleten maaimes kan afbreken en ernstig letsel veroorzaken. Volg daarom de onderhoudsinstructies voor het mes. Maaimessen worden afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur in meer of mindere mate slijtagegevoelig. Als u het apparaat op een zandige ondergrond of in droge omstandigheden gebruikt, slijten de maaimessen door een sterkere belasting sneller dan gemiddeld. Opgelet! Bij het vervangen van het maaimes altijd ook de mesbout en de borgring vernieuwen. VIKING raadt in verband met het controleren van de slijtagegrenzen aan het maaiwerk te demonteren. Als u over een geschikte hefbrug beschikt, kunt u de slijtagegrenzen aan het maaimes ook controleren zonder dat u het maaiwerk hoeft te demonteren.0478 192 9907 A - NL
De maaimessen moeten tenminste 2,5 mm dik zijn en aan hun smalste zijde tenminste 56 mm breed zijn. De mesdikte van beide maaimessen met behulp van een schuifmaat (1) op meerdere plaatsen controleren. De mesbreedte op de afgebeelde plaats eveneens met behulp van een schuifmaat (1) controleren. Maaimessen vervangen wanneer de voorgeschreven waarde op een plaats niet meer voldoende is. Inbouwpositie van de maaimessen controleren (MT 5112 Z, MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL): ● Indien nodig het maaiwerk op twee aangepaste houten blokken op de bodem leggen. Maaimessen zoals afgebeeld verdraaien en de hoek A (ca 90°) van de snijkanten tegenover elkaar controleren. Maaimes demonteren: ● Maaiwerk demonteren. (Ö 14.1) ● Maaiwerk op aangepaste houten blokken op de bodem leggen. Mesbout (1) met behulp van een moersleutel SW17 (niet meegeleverd) losdraaien en eruit schroeven. Bij het lossen van de mesbout de maaimessen tegenhouden. Mesbout (1), met borgring (2) en maaimes (3) verwijderen. Maaimessen slijpen: ● Koel het maaimes tijdens het slijpen, b. b.met water. Het mes mag niet blauw worden, omdat anders de snijresultaten minder worden. ● Slijp het maaimes gelijkmatig om vibratie door onbalans te voorkomen. ● Met een snijhoek van 30° slijpen. ● Houd tijdens het slijpen rekening met de slijtagegrenzen. Balans van maaimes controleren: Schroevendraaier (1) door de middelste boring steken. Als het maaimes (2) uitgelijnd is, moet het in de afgebeelde stand staan. Kans op letsel! Opdat de maaimessen bij het maaien elkaar niet zouden raken moeten ze onder een hoek van 90° gedraaid gemonteerd worden. Het maaiwerk mag niet ingekoppeld worden als de snijkanten onder een andere hoek tegenover elkaar staan. Neem indien nodig contact met een vakhandelaar. VIKING beveelt de VIKING vakhandelaar aan. VIKING raadt aan het maaiwerk te demonteren wanneer de inbouwpositie wordt gecontroleerd. Als u over een geschikte hefbrug beschikt, kunt u de inbouwpositie van het maaimes ook controleren zonder dat u het maaiwerk hoeft te demonteren. Kans op letsel! Draag tijdens het slijpen altijd een veiligheidsbril en handschoenen.193 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL Maaimes monteren: ● Maaimes met de omhooggebogen randen/ windvleugels naar boven (richting maaiwerk) monteren. Maaimes (1) opzetten en mesbout (2 – Loctite 243 aanbrengen) met borgring (3 – op welving letten) indraaien en met een aandraaimoment van 65 - 70 Nm vastdraaien. Bij het vasttrekken van de mesbout de maaimessen tegenhouden. ● MT 5112 Z, MT 6112 C, MT 6112 ZL, MT 6127 ZL: Positie van het maaimes controleren.
15.14 Inbouwpositie van het maaiwerk
controleren Onderhoudsinterval: Het maaiwerk moet worden geïnspecteerd na elke 50 uren gebruikstijd, of zo vaak als nodig (b.v. na krachtige schokken tegen het maaiwerk of bij onzuivere snede). Het maaiwerk is juist gemonteerd als het licht naar voor gebogen is, het staat aan de voorkant iets lager dan aan de achterkant. ● Apparaat op een vlakke ondergrond zetten. ● Verbrandingsmotor uitschakelen. (Ö 13.3) ● Handrem aantrekken. (Ö 8.14) ● De contactsleutel eruit trekken en op een veilige plek bewaren. ● Laagste snijstand kiezen. (Ö 13.6) Hoogteverschil A=10mm. Kans op letsel! Bij een eventuele onbalans van het maaimes moet het scherpen worden herhaald totdat het maaimes uitgebalanceerd is. Het maaimes mag enkel door het slijpen van de snijkanten worden gebalanceerd. Kans op letsel! Controleer het maaimes voorafgaand aan het inbouwen op beschadigingen (inkepingen of scheuren) en slijtage. Vervang versleten of beschadigde maaimessen. Vervang de borgring bij elke montage van de messen. Borg de mesbout extra met Loctite 243. Het voorgeschreven aandraaimoment van de mesbouten van 65 - 70 Nm moet precies worden aangehouden, omdat een veilige bevestiging van het snijgereedschap daarvan afhankelijk is. Een gelijkmatige bandenspanning is belangrijk voor het controleren van een correcte positie. Voorafgaand aan de controle van de juiste inbouwpositie moet de bandenspanning op alle banden worden gecontroleerd en eventueel worden gecorrigeerd. (Ö 15.16)0478 192 9907 A - NL
Bij beschadigingen (gaten, scheuren, snedes enz.) aan de randen het beschadigde wiel demonteren en hiermee naar uw vakhandelaar gaan. Apparaat optillen en ondersteunen: ● Apparaat op effen en vaste ondergrond zetten en beveiligen tegen wegrollen. ● Verbrandingsmotor uitschakelen. (Ö 13.3) ● Handrem aantrekken. (Ö 8.14) ● De contactsleutel eruit trekken en op een veilige plek bewaren. Voor het ontlasten van de voorwielen de zitmaaier aan de vooras ondersteunen: A=minstens 260 mm Voor het ontlasten van de achterwielen de zitmaaier aan de rugwand ondersteunen: B=minstens 120 mm Wiel demonteren: Afdekkap (1) lostrekken. Borgring (2) wegnemen met behulp van een schroevendraaier. Grote ring (3) en kleine ring (4 – alleen bij het achterwiel) samen met het wiel (5) van de wielas trekken. Wiel monteren: ● Vuil van de wielas halen. ● Wielas vóór de montage dun met smeervet insmeren. Kans op letsel! Let op het grote gewicht van het apparaat voor het optillen (zie hoofdstuk "Technische gegevens"). (Ö 22.) Breng het apparaat indien nodig met behulp van een tweede persoon of met een krik (niet meegeleverd) omhoog. Apparaat voor het optillen tegen wegrollen beveiligen. De rem werkt enkel op de achterwielen. Apparaat voor het optillen van de achteras tegen wegrollen beveiligen. Voorkom schade aan het apparaat Bij het ondersteunen erop letten, dat het apparaat met de as of met de aanhangkoppeling op de ondergrond ligt. Het apparaat alleen aan de hiervoor bedoelde onderdelen (bijv. frame, velgen, as) optillen. Het apparaat nooit aan de kunststof delen optillen of hierop laten rusten. Voorkom schade aan het apparaat! Controleer bij het demonteren van de achterwielen of de meenemers (pasveren) niet kwijtraken. Voorkom schade aan het apparaat! Let vóór het monteren van de achterwielen op de correcte positie van de meenemers (pasveren) in de groef van de wielas.195 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL De pasveer (6) in de achterste wielas plaatsen. Wiel (5 – ventiel naar buiten) met de kleine ring (4 – alleen bij achterwiel) en de grote ring (3) op de wielas schuiven. Borgring (2) in de inkeping van de wielas laten vallen. Afdekkap (1) op wielas steken.
15.16 Bandenspanning
Afdekkap van het ventiel (1) schroeven. Met behulp van een geschikte luchtpomp met manometer de volgende bandenspanningswaarden instellen: Banden voor: 0,8 – 1,0 bar Banden achter: 0,6 – 0,8 bar
15.17 Accuvak openen en sluiten
● Verbrandingsmotor uitschakelen. (Ö 13.3) ● Handrem aantrekken.(Ö 8.14) ● De contactsleutel eruit trekken en op een veilige plek bewaren. ● Grasopvangbox wegnemen. (Ö 13.10) Accuvak openen: Sluitmoer (1) uitdraaien en deksel van accuvak (2) naar voor wegnemen. Accuvak sluiten: Deksel van accuvak (1) zoals afgebeeld bevestigen en met sluitmoer (2) vastzetten. De juiste bandenspanning is belangrijk voor het verstellen van het maaiwerk en om dus een mooi maairesultaat te bereiken. Door een te hoge bandenspanning zou de grasnerf door de bandnoppen worden beschadigd.0478 192 9907 A - NL
15.18 Accu verwijderen en plaatsen
● Verbrandingsmotor uitschakelen. (Ö 13.3) ● Handrem aantrekken. (Ö 8.14) ● De contactsleutel eruit trekken en op een veilige plek bewaren. ● Accuvak openen. (Ö 15.17) Montagepositie: Accu (1) voor het vastklemmen of losklemmen voor de helft uit het accuvak trekken en op de zijde kantelen. Aansluitend terug naar onder leiden en terugzetten, veilige positie controleren. Accu loskoppelen: Zwarte kabel (1) van de min-pool (–) van de accu loskoppelen, hiervoor de moer (2) met behulp van twee moersleutels SW8 uitdraaien en met bout (3) en ring (4) wegnemen. Afdekkap (1) lostrekken. Rode kabel (2) van de pluspool (+) van de accu loskoppelen, hiervoor de moer (3) met behulp van twee moersleutels SW8 uitdraaien en met bout (4) en ring (5) wegnemen. ● Zo nodig de accu verwijderen. ● Bouten, ringen en moeren tot nader gebruik weer op de polen van de accu aanbrengen. ● Indien nodig de aansluitkabel in het accuvak steken en accuvak sluiten. (Ö 15.17) Accu aansluiten: ● Accu in de montagepositie plaatsen. ● Indien nodig bouten, ringen en moeren van de accu wegnemen. Kans op letsel! Bij het loskoppelen van de accu steeds eerst de zwarte minkabel (–) en pas dan de rode pluskabel (+) loskoppelen! Bij het aansluiten van de accu altijd eerst de rode pluskabel (+) aansluiten. De accu is onderhoudsvrij en moet alleen worden vervangen bij een beschadiging of worden gedemonteerd bij een langere stillegging (b.v. winterpauze) of bij de afvoer van het apparaat. Bied de accu niet via het huisvuil aan, maar lever deze bij de vakhandelaar of het afvalpunt voor gevaarlijke stoffen in. Controleer vóór het inbouwen de laadtoestand van de accu. Bij een spanning lager dan 11,5 V, de accu nog vóór het monteren met een geschikt accuoplaadapparaat opladen.197 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL Rode kabel (1) aan de pluspool (+) van de accu met bout (2), ring (3) en moer (4) bevestigen. De schroefverbinding met behulp van twee moersleutels SW8 met 4 - 5Nm vastdraaien. Afdekkap (5) volledig over de schroefverbinding heen stulpen. Zwarte kabel (1) aan de minuspool (–) van de accu met bout (2), ring (3) en moer (4) bevestigen. De schroefverbinding met behulp van twee moersleutels SW8 met 4 - 5Nm vastdraaien. Accu (1) opheffen en licht naar binnen kantelen. Accu voorzichtig plaatsen en erop letten dat de beide aansluitkabels correct in het accuvak zitten. ● Accuvak sluiten. (Ö 15.17)
Steekzekeringen controleren: De steekzekeringen bevinden zich in het accuvak. ● Verbrandingsmotor uitschakelen. (Ö 13.3) ● Handrem aantrekken. (Ö 8.14) ● De contactsleutel eruit trekken en op een veilige plek bewaren. ● Accuvak openen. (Ö 15.17) Steekzekeringen (1) verwijderen. Inspecteer visueel of de draad in het kunststof (2) beschadigd (doorgebrand) is. Beschadigde zekeringen vervangen. ● Accuvak sluiten. (Ö 15.17) Hoofdzekering controleren: De hoofdzekering (150 ampere) bevindt zich achter de accu. ● Accu uitbouwen. (Ö 15.18) Brandgevaar! De zekeringen mogen nooit met een draad of folie worden afgedekt. Plaats nooit een zekering met een andere dan de voorgeschreven capaciteit (ampère). Als er binnen korte tijd weer een zekering doorbrandt, is een defect (b.v. kortsluiting) de mogelijke oorzaak. Neem contact op met een vakhandelaar. VIKING beveelt u de VIKING dealer aan. Model Hefvoorzie- ning Elektrisch systeem MT 5097 10 A 10 A MT 5097 C 10 A 10 A MT 5097 Z 15 A 10 A MT 5112 Z 15 A 10 A MT 6112 C 10 A 10 A MT 6112 ZL 15 A 10 A MT 6127 ZL 15 A 10 A0478 192 9907 A - NL
Inspecteer visueel of de draad (1) beschadigd (doorgebrand) is. Bij een beschadigde draad moet de zekering (2) door een vakhandelaar worden vervangen. VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan. ● Accu's inbouwen. (Ö 15.18)
15.20 Opladen van de accu via de
oplaadstekker Met de oplaadstekker kunnen de VIKING druppeloplaadapparaat ACB 010 of het VIKING diagnose-oplaadapparaat ADL 012 (beide niet meegeleverd) verbonden worden. Met de VIKING druppellader ACB 010 is alleen een druppellading mogelijk. Met het diagnose-oplaadapparaat ADL 012 is een druppellading en een volledige lading (opladen van een lege accu) mogelijk. Voor het aansluiten: ● Opmerkingen in de gebruiksaanwijzing van de VIKING oplaadapparaten lezen en opvolgen. ● Opmerkingen in de bijlage van de accu lezen en opvolgen. Aansluiten: ● Verbrandingsmotor uitschakelen. (Ö 13.3) ● Handrem aantrekken. (Ö 8.14) ● Open de motorkap. (Ö 15.3) Met de laadstekker (1) de VIKING druppellader ACB 010 of het VIKING diagnose-oplaadapparaat ADL 012 verbinden.
15.21 Koplampen vervangen
Typeaanduiding lamp: 12V 6W BA9s ● Open de motorkap. (Ö 15.3). Voorkom schade aan het apparaat! Accu nooit bij draaiende verbrandingsmotor laden. Met de oplaadstekker kunnen enkel het VIKING druppeloplaadapparaat ACB 010 of het VIKING diagnose-oplaadapparaat ADL 012 verbonden worden. Andere oplaadapparatern, zeker deze met een hogere laadstroom, kunnen het apparaat schade berokkenen. Indien de accu met behulp van andere oplaadapparaten wordt opgeladen, moet de accu vooraf worden verwijderd. Gebruik voor het vervangen van defecte verlichting altijd lampen van 12V/6W vermogen.199 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL Fitting (1) ongeveer 90° draaien en eruit trekken. Lamp (2) in de richting van de fitting (1) drukken en vasthouden. Lamp (2) voorzichtig draaien en verwijderen. ● Plaats de nieuwe lamp door de bovenstaande handelingen in omgekeerde volgorde uit te voeren. Fitting (1) weer in de koplampbehuizing drukken. ● Motorkap sluiten. (Ö 15.4)
15.22 Verbrandingsmotor
Neem de gebruiks- en onderhoudsinstructies in de bijgevoegde gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor in acht. Voor een lange gebruiksduur is het van belang de olie op peil te houden, regelmatig de motorolie te verversen en het luchtfilter te vervangen.
De transmissie is voor de gebruiker onderhoudsvrij. Bij inspectie van de machine door de vakhandelaar worden noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden aan de transmissie uitgevoerd.
● Apparaat in een droge en stofarme ruimte opslaan, buiten het bereik van kinderen of onbevoegde personen. ● Eventuele storingen aan het apparaat moeten in de regel vóór het opbergen worden verholpen, zodat de machine altijd veilig kan worden gebruikt. ● Brandstofkraan sluiten. (Ö 15.7) ● Contactsleutel uittrekken en zorgvuldig bewaren zodat onbevoegde personen, met name kinderen, de sleutel niet kunnen bemachtigen.
15.25 Stilleggen bij langere
onderbrekingen (bijvoorbeeld winterpauze) ● Het volledige apparaat grondig reinigen. Vooral ook alle buitendelen van de verbrandingsmotor en de transmissie (vooral de koelvinnen) zorgvuldig zuiver maken. ● Smeer alle bewegende delen goed in met olie of vet. ● Brandstof uit de brandstoftank aftappen en carburator ledigen (bijvoorbeeld door leegrijden). ● Handrem aantrekken. (Ö 8.14) ● Volg de aanwijzingen voor het stilleggen in de gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor op. ● Ververs de motorolie (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor). (Ö 15.9) ● Accu uitbouwen. (Ö 15.18)0478 192 9907 A - NL
● Volledig geladen accu in een koele en droge ruimte, buiten het bereik van kinderen, veilig opslaan.
15.26 Na langere bedrijfspauzes (b. v.
winterpauze) ● Controleer vóór het monteren de accuspanning. Als de spanning van de accu lager is dan 11,5 V, de accu nog vóór het inbouwen met een accu oplaadapparaat volledig opladen. (Ö 15.20) ● Accu's inbouwen. (Ö 15.18) ● Controleer de bandenspanning op alle wielen. (Ö 15.16) ● Brandstofkraan openen. (Ö 15.7) ● Brandstof bijtanken. (Ö 13.1) ● Inhoud van de motorolie controleren. (Ö 15.8) ● Voor het laden hoogste snijstand kiezen. (Ö 13.6) ● Bij het gebruik van een aanhangwagen deze aan de voorzijde ondersteunen om te voorkomen dat deze onder het gewicht van het apparaat omhoog klapt. ● Gebruik voor het laden een geschikte hefvoorziening of aangepaste stabiele laadhellingen die voldoende breed zijn. ● Laadhellingen stevig plaatsen en bevestigen, wielstand en spoorbreedte van de zitmaaier in acht nemen. (Ö 22.1) ● Verdeel de last gelijkmatig over de aanhanger. ● Na het laden laagste snijstand kiezen. (Ö 13.6) ● Verbrandingsmotor uitschakelen. (Ö 13.3) ● Schuif het apparaat zover naar voor dat de bumper de voorwand van de aanhanger of voertuig raakt. ● Handrem aantrekken. (Ö 8.14) ● Brandstofkraan sluiten. (Ö 15.7) ● Zet het apparaat met behulp van geschikte bevestigingsmiddelen (gordels, kabels enz.) aan de voorste bumper tegen de voorste wand van de aanhanger of voertuig en borg deze. ● Plaats vervolgens wiggen (niet meegeleverd) onder de wielen, zodat onbedoeld wegrollen kan worden vermeden. Mesbout:
Voor de machine zijn nog meer accessoires verkrijgbaar. Voor nadere informatie verwijzen wij u naar uw VIKING vakhandelaar, het internet (www.viking-garden.com) of de VIKING catalogus.
Kans op letsel! Lees voor het transport het hoofdstuk "Voor uw veiligheid", in het bijzonder de paragraaf "Transport van de zitmaaier" zorgvuldig door en volg de instructies op. (Ö 4.), (Ö 4.3) Laadhellingen langzaam en zeer voorzichtig oprijden en erop letten u met de wielen niet over de zijkant van de laadhellingen geraakt – Gevaar op vallen! Wijzig de snelheid of de richting niet abrupt. Bij transport op de openbare weg mag het apparaat uitsluitend met behulp van een geschikt voertuig of een geschikte aanhanger worden getransporteerd! Niet wegslepen!
reserveonderdelen Borgring bij elke montage van het mes, mesbout bij elke mesvervanging vernieuwen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de VIKING vakhandelaar.
DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL Grasafval hoort niet in de vuilnisbak, maar moeten worden gecomposteerd. De verpakkingen, het apparaat en de accessoires zijn met recycleerbaar materiaal gefabriceerd en moeten overeenkomstig worden verwerkt. Door materiaalresten afzonderlijk en milieubewust te verwerken, ondersteunt u de recyclage van waardevolle stoffen. Daarom moet het apparaat na afloop van de gebruikelijke levensduur gerecycleerd worden om de waardevolle stoffen te verzamelen. Afvalproducten als afgewerkte olie (motorolie, transmissieolie), brandstof en accu’s altijd deskundig afvoeren. Neem de plaatselijke voorschriften in acht! Verwijder de accu voor het afvoeren uit de machine. Bied de accu niet via het huisvuil aan, maar lever deze bij de vakhandelaar of het afvalpunt voor gevaarlijke stoffen in. Neem contact op met het Recycling Center of uw vakhandelaar voor nadere informatie over het deskundig afvoeren van afvalproducten. VIKING beveelt u de VIKING dealer aan. Neem de volgende belangrijke aanwijzingen in acht om schade of overmatige slijtage aan uw VIKING apparaat te vermijden:
1. Slijtageonderdelen
Sommige onderdelen van het VIKING apparaat zijn ook bij reglementair gebruik aan normale slijtage onderhevig en moeten afhankelijk van de gebruikswijze en gebruiksduur tijdig worden vervangen. Dit omvat o. a.: – Maaimes – Grasopvangbox – V-riem – Tandriem – Steekzekeringen –Accu – Banden, rollen – Bougie
2. Inachtneming van de voorschriften in
deze gebruiksaanwijzing Het VIKING apparaat moet zo zorgvuldig mogelijk worden gebruikt, onderhouden en opgeslagen, zoals omschreven in deze gebruiksaanwijzing. Voor alle beschadigingen die door het niet in acht nemen van veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen worden veroorzaakt, is de gebruiker zelf verantwoordelijk. Dit geldt met name voor: – niet reglementair gebruik van het product. – het gebruik van niet door VIKING toegelaten brandstoffen (smeermiddelen, benzine en motorolie, zie gegevens van de motorfabrikant). – niet door VIKING toegelaten productwijzigingen. – het gebruik van gereedschappen of accessoires die niet voor het apparaat zijn goedgekeurd, niet geschikt zijn of van een minder goede kwaliteit zijn. – gebruik van het product bij sport- of wedstrijdevenementen. – gevolgschade door een product met defecte onderdelen verder te gebruiken.
3. Onderhoudswerkzaamheden
Alle in het hoofdstuk "Onderhoud" vermelde werkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd. Voor zover deze onderhoudswerkzaamheden niet door de gebruiker zelf kunnen worden uitgevoerd, moeten deze aan een vakhandelaar worden overgedragen. VIKING raadt aan onderhoudswerkzaamheden en reparaties uitsluitend bij de VIKING vakhandelaar te laten uitvoeren. VIKING vakhandelaars volgen regelmatig cursussen en krijgen voortdurend technische informatie ter beschikking gesteld. Worden deze werkzaamheden niet uitgevoerd, dan kan er schade ontstaan waarvoor de gebruiker verantwoordelijk is. Hiertoe behoren onder andere: – corrosie en andere gevolgschade door ondeskundige opslag. Om veiligheidsredenen mag u bij deze machine uitsluitend door VIKING goedgekeurde accessoires gebruiken.
schade voorkomen0478 192 9907 A - NL
– beschadigingen aan de machine door het gebruik van kwalitatief minderwaardige reserveonderdelen. – beschadigingen door niet tijdig of ondeskundig uitgevoerd onderhoud resp. beschadigingen door onderhouds- of reparatiewerkzaamheden die niet in werkplaatsen van vakhandelaars zijn uitgevoerd. Wij, VIKING GmbH Hans Peter Stihl-Straße 5 A 6336 Langkampfen/Kufstein verklaren, dat de Grasmaaier met bestuurdersstoel en verbrandingsmotor (MT), die voldoet aan de volgende EG richtlijnen: 97/68/EC, 2000/14/EC, 2004/108/EC, 2006/42/EC, 2006/66/EC Dit product is ontwikkeld in overeenstemming met de volgende normen:
EN ISO 5395-1, EN ISO 5395-3
Toegepaste conformiteitsbeoordelingsprocedure: appendix VIII (2000/14/EC) Naam en adres van de bevoegde instantie: TÜV Rheinland LGA Products GmbH Tillystraße 2 D-90431 Nürnberg Samenstelling en klassement van de Technische Documentatie: Sven Zimmermann VIKING GmbH Het bouwjaar en het serienummer staan vermeld op het typeplaatje van het apparaat. Langkampfen, 2015-01-02 (JJJJ-MM-DD) VIKING GmbH Afdelingshoofd Bouw
MT 5097.1, MT 5097.1 C, MT 5097.1 Z, MT 5112.1 Z, MT 6112.1 C, MT 6112.1 ZL, MT 6127.1 ZL: Motor, type Viertaktverbran- dingsmotor Brandstoftank 9 l Startinrichting Elektrostart met contactsleutel Type accu lood-gel – Nominale spanning 12 V – Capaciteit 17 Ah Snijvoorziening 2 mesbalk Aandraaimoment mesbouten 65 - 70 Nm Wielaandrijving achterwiel traploos vooruit / traploos achteruit MT 5097.1: Serie identificatie 6160 Motortype B&S 3130-series Cilinderinhoud 344 ccm203 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL Nominaal vermogen bij nominaal toerental 6,6 - 2750 kW - omw/min Aandrijftoerental 2750 omw/min Snijbreedte 95 cm Aandrijving mesbalk asynchroon Snijhoogte 8-voudig
Wielen voor, bandenspanning 15x6.00-6, 0,8 - 1,0 bar Wielen achter, bandenspanning 18x8.50-8, 0,6 - 0,8 bar Capaciteit grasopvangbox 250 l Gewicht met maai- werk en met lege grasopvangbox 228 kg Volgens richtlijn 2000/14/EC: Gegarandeerd geluidsniveau L WAd 100 dB(A) Volgens richtlijn 2006/42/EC: Geluidsdrukniveau op werkplek L
86 dB(A) Onzekerheid K
2 dB(A) Volgens EN ISO 5395-1/-3, EN 1032: Vibraties op de stoel (lichaamsversnel- ling) a
Volgens EN ISO 5395-1/-3, EN 20643: Vibraties op het stuurwiel a
Opgegeven trillingskarakteristiek conform EN 12096 MT 5097.1 C: Serie identificatie 6160 MT 5097.1: Motortype B&S Series 4155 Cilinderinhoud 500 ccm Nominaal vermogen bij nominaal toerental 9,3 - 2750 kW - omw/min Aandrijftoerental 2750 omw/min Snijbreedte 95 cm Aandrijving mesbalk asynchroon Snijhoogte 8-voudig
Wielen voor, bandenspanning 15x6.00-6, 0,8 - 1,0 bar Wielen achter, bandenspanning 18x8.50-8, 0,6 - 0,8 bar Capaciteit grasopvangbox 250 l Gewicht met maai- werk en met lege grasopvangbox 231 kg Volgens richtlijn 2000/14/EC: Gegarandeerd geluidsniveau L WAd 100 dB(A) Volgens richtlijn 2006/42/EC: Geluidsdrukniveau op werkplek L
86 dB(A) Onzekerheid K
2 dB(A) Volgens EN ISO 5395-1/-3, EN 1032: Vibraties op de stoel (lichaamsversnel- ling) a
Volgens EN ISO 5395-1/-3, EN 20643: Vibraties op het stuurwiel a
Opgegeven trillingskarakteristiek conform EN 12096 MT 5097.1 C: MT 5097.1 Z: Serie identificatie 6160 Motortype B&S Series 7160 Cilinderinhoud 656 ccm Nominaal vermogen bij nominaal toerental 11,5 - 2750 kW - omw/min Aandrijftoerental 2750 omw/min Snijbreedte 95 cm Aandrijving mesbalk asynchroon Snijhoogte 8-voudig
Wielen voor, bandenspanning 15x6.00-6, 0,8 - 1,0 bar Wielen achter, bandenspanning 18x8.50-8, 0,6 - 0,8 bar Capaciteit grasopvangbox 250 l Gewicht met maai- werk en met lege grasopvangbox 236 kg Volgens richtlijn 2000/14/EC: Gegarandeerd geluidsniveau L WAd 100 dB(A) Volgens richtlijn 2006/42/EC: geluidsdrukniveau op werkplek L
86 dB(A) Onzekerheid K
2dB(A) Volgens EN ISO 5395-1/-3, EN 1032: Vibraties op de stoel (lichaamsversnel- ling) a
Volgens EN ISO 5395-1/-3, EN 20643: Vibraties op het stuurwiel a
MT 5112.1 Z: Serie identificatie 6160 Motortype B&S Series 7160 Cilinderinhoud 656 ccm Nominaal vermogen bij nominaal toerental 11,4 - 2700 kW - omw/min Aandrijftoerental 2700 omw/min Snijbreedte 110 cm Aandrijving mesbalk synchroon Snijhoogte 8-voudig
Wielen voor, bandenspanning 15x6.00-6, 0,8 - 1,0 bar Wielen achter, bandenspanning 18x8.50-8, 0,6 - 0,8 bar Capaciteit grasopvangbox 350 l Gewicht met maai- werk en met lege grasopvangbox 246 kg Volgens richtlijn 2000/14/EC: Gegarandeerd geluidsniveau L WAd 100 dB(A) Volgens richtlijn 2006/42/EC: Geluidsdrukniveau op werkplek L
86 dB(A) Onzekerheid K
2 dB(A) Volgens EN ISO 5395-1/-3, EN 1032: Vibraties op de stoel (lichaamsversnel- ling) a
Volgens EN ISO 5395-1/-3, EN 20643: Vibraties op het stuurwiel a
Opgegeven trillingskarakteristiek conform EN 12096 MT 6112.1 C: Serie identificatie 6170 Motortype B&S Series 4175 Cilinderinhoud 500 ccm Nominaal vermogen bij nominaal toerental 8,9 - 2550 kW - omw/min Aandrijftoerental 2550 omw/min Snijbreedte 110 cm Aandrijving mesbalk synchroon Snijhoogte 8-voudig
Wielen voor, bandenspanning 15x6.00-6, 0,8 - 1,0 bar Wielen achter, bandenspanning 18x8.50-8, 0,6 - 0,8 bar Capaciteit grasopvangbox 350 l Gewicht met maai- werk en met lege grasopvangbox 241 kg Volgens richtlijn 2000/14/EC: Gegarandeerd geluidsniveau L WAd 100 dB(A) Volgens richtlijn 2006/42/EC: Geluidsdrukniveau op werkplek L
86 dB(A) Onzekerheid K
2 dB(A) Volgens EN ISO 5395-1/-3, EN 1032: Vibraties op de stoel (lichaamsversnel- ling) a
Volgens EN ISO 5395-1/-3, EN 20643: Vibraties op het stuurwiel a
Opgegeven trillingskarakteristiek conform EN 12096 MT 6112.1 ZL: Serie identificatie 6170 Motortype B&S Series 7160 Cilinderinhoud 656 ccm Nominaal vermogen bij nominaal toerental 11,4 - 2700 kW - omw/min Aandrijftoerental 2700 omw/min Snijbreedte 110 cm Aandrijving mesbalk synchroon Snijhoogte 8-voudig
Wielen voor, bandenspanning 16x7.50-8, 0,8 - 1,0 bar Wielen achter, bandenspanning 20x10.00-8, 0,6 - 0,8 bar Capaciteit grasopvangbox 350 l Gewicht met maai- werk en met lege grasopvangbox 263 kg Volgens richtlijn 2000/14/EC: Gegarandeerd geluidsniveau L WAd 100 dB(A) Volgens richtlijn 2006/42/EC: Geluidsdrukniveau op werkplek L
86 dB(A) Onzekerheid K
2dB(A) Volgens EN ISO 5395-1/-3, EN 1032: Vibraties op de stoel (lichaamsversnel- ling) a
Volgens EN ISO 5395-1/-3, EN 20643: Vibraties op het stuurwiel a
Opgegeven trillingskarakteristiek conform EN 12096205 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL MT 6127.1 ZL: Serie identificatie 6170 Motortype B&S Series 8230 Cilinderinhoud 725 ccm Nominaal vermogen bij nominaal toerental 14,2 - 3000 kW - omw/min Aandrijftoerental 3000 omw/min Snijbreedte 125 cm Aandrijving mesbalk synchroon Snijhoogte 8-voudig
Wielen voor, bandenspanning 16x7.50-8, 0,8 - 1,0 bar Wielen achter, bandenspanning 20x10.00-8, 0,6 - 0,8 bar Capaciteit grasopvangbox 350 l Gewicht met maai- werk en met lege grasopvangbox 268 kg Volgens richtlijn 2000/14/EC: Gegarandeerd geluidsniveau L WAd 105 dB(A) Volgens richtlijn 2006/42/EC: Geluidsdrukniveau op werkplek L
88 dB(A) Onzekerheid K
2 dB(A) Volgens EN ISO 5395-1/-3, EN 1032: Vibraties op de stoel (lichaamsversnel- ling) a
Volgens EN ISO 5395-1/-3, EN 20643: Vibraties op het stuurwiel a
MT 5097.1, MT 5097.1 C, MT 5097.1 Z, MT 5112.1 Z, MT 6112.1 C: A=96,8 cm MT 6112.1 ZL, MT 6127.1 ZL: A=98,7 cm MT 5097.0, MT 5097.1 C, MT 5097.1 Z: B=100,6 cm MT 5112.1 Z, MT 6112.1 C, MT 6112.1 ZL: B=116,9 cm MT 6127.1 ZL: B=131,8 cm C=125 cm D=206 cm MT 5097.1, MT 5097.1 C, MT 5097.1 Z: E=241,6 cm MT 5112.1 Z, MT 6112.1 C, MT 6112.1 ZL, MT 6127.1 ZL: E=260,3 cm MT 5097.1, MT 5097.1 C, MT 5097.1 Z, MT 5112.1 Z, MT 6112.1 C: F=111 cm MT 6112.1 ZL, MT 6127.1 ZL: F=113 cm MT 5097.1, MT 5097.1 C, MT 5097.1 Z, MT 5112.1 Z, MT 6112.1 C: G=116 cm MT 6112.1 ZL, MT 6127.1 ZL: G=118 cm207 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL Storing: Startmotor draait, verbrandingsmotor slaat niet aan. Mogelijke oorzaak: – Gashendel staat in stand MIN. – Choke-positie (gashendel) is niet gekozen of choke-knop niet ingedrukt – Geen brandstof in de tank. – Brandstofkraan dicht. – Er wordt te weinig brandstof aangevoerd. – Bougie vol roet of beschadigd. – Verkeerde afstand elektroden. – Bougiestekker is van de bougie losgetrokken. – Verbrandingsmotor is na meermaals opstarten ''verzopen''. – Luchtfilter is verstopt. – Accu bijna leeg. Oplossing: – Gashendel in positie MAX zetten. – Gashendel in de choke-positie zetten (Ö 8.2) of choke-knop indrukken. (Ö 8.4) – Brandstof bijvullen. – Brandstofkraan openen. (Ö 15.7) – Brandstoffilter controleren. (@) – Bougie reinigen of vervangen. (@) – Afstand elektroden instellen. (#) – Bougiestekker aansluiten; verbinding tussen bougiekabel en stekker controleren. (#) – Draai de bougie los en droog deze; zet de gashendel in de stand MIN en start meermaals zonder bougie; schroef de bougie er weer in en steek de bougiestekker vast. (@) – Luchtfilter reinigen. (@) – Laadniveau van de accu controleren en zo nodig de accu opladen. (Ö 15.20) Storing: Startmotor werkt niet. Mogelijke oorzaak: – Veiligheidsvoorzieningen blokkeren de startmotor. – Accu niet of fout aangesloten. – Accu volledig ontladen of onvoldoende geladen. – Hoofdzekering (150 A) defect. – Onjuiste massa-aansluiting op verbrandingsmotor of onderstel. – Startmotor defect. Oplossing: – Alle veiligheidsvoorzieningen in acht nemen. (Ö 12.) – Aansluitingen accu controleren. (Ö 15.18) – Accu laden. (Ö 15.20) – Hoofdzekering vervangen. (#) – Aansluitkabels op de accu en het onderstel controleren. (#) – Startmotor repareren. (#) Storing: Start slecht of het vermogen van de verbrandingsmotor wordt minder. Mogelijke oorzaak: – Water in de brandstoftank en de carburator; carburator is verstopt. – Brandstoftank is vuil. – Luchtfilter is vuil. – Bougie vol roet. – Maaien van te hoog of te vochtig gras. Oplossing: – Brandstoftank ledigen; brandstoftank, brandstofleiding en carburator reinigen.
– Brandstoftank reinigen. (#) – Luchtfilter reinigen/vervangen. (@) – Bougie reinigen. (@) – De snijstand en de rijsnelheid aanpassen aan de te maaien oppervlakte. Storing: Verbrandingsmotor wordt zeer heet. Mogelijke oorzaak: – Koelvinnen zijn vuil. – Te laag oliepeil in de motor. – V-riem versleten. Oplossing: – Koelvinnen reinigen. (@) – Controleer de inhoud van de motorolie en vul motorolie bij. (Ö 15.8) – V-riem vervangen. (#) Storing: Apparaat rijdt niet. Mogelijke oorzaak: – Transmissie losgekoppeld. – V-riem (transmissie) losgeraakt. – V-riem (transmissie) versleten of beschadigd. – Ontbrekende pasveer tussen de achteras en achterwielen. Oplossing: – Transmissie vastkoppelen (beugel vrijloop van de transmissie). (Ö 8.18) – V-riem (transmissie) vasthaken. (#) – V-riem (transmissie) vervangen. (#) – Pasveer monteren. (Ö 15.15)
# Neem eventueel contact op met een vakhandelaar, VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan. @ zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor.0478 192 9907 A - NL
Storing: Sterke vibraties tijdens gebruik. Mogelijke oorzaak: – De maaimessen zijn ongebalanceerd door verkeerd slijpen of beschadigingen. – De mesbouten zijn niet goed aangetrokken. – De bevestiging van de verbrandingsmotor is niet goed aangetrokken. – V-riem of tandriem beschadigd. Oplossing: – Maaimes opnieuw slijpen en balanceren of vervangen. (Ö 15.13) – Mesbout met het aangegeven aandraaimoment vastdraaien. (Ö 15.13) – Bevestiging van de verbrandingsmotor vastzetten. (#) – V-riem of tandriem vervangen. (#) Storing: Onzuivere snede, gras wordt na het maaien geel. Mogelijke oorzaak: – Maaimes bot of versleten. – Rijsnelheid is te hoog in verhouding tot de maaisituatie (snijhoogte, kwaliteit van het gazon). – Maximaal motortoerental niet ingesteld (gashendel niet in positie MAX). – Maaiwerkinstelling niet in orde. – Uitwerpkanaal verstopt. – Het maaiwerk is verontreinigd met grasresten (verklevingen aan de binnenkant van de maaiwerkbehuizing). Oplossing: – Maaimes slijpen of vervangen (op slijtagegrenzen letten). (Ö 15.13) – Rijsnelheid verlagen of hogere snijhoogte kiezen. – Gashendel in positie MAX zetten. (Ö 8.2), (Ö 8.3) – Maaiwerkinstelling controleren en indien nodig het maaiwerk juist afstellen. (Ö 15.14) – Grasopvangbox wegnemen en grasresten uit het uitwerpkanaal verwijderen. – De binnenkant van het maaiwerk reinigen. Storing: Uitwerpkanaal verstopt. Mogelijke oorzaak: – Maaimesvleugel versleten of beschadigd. – Maaien van te hoog of te vochtig gras. – De rijsnelheid is te hoog in verhouding tot de ingestelde snijhoogte. – Maximaal motortoerental niet ingesteld (gashendel niet in positie MAX). – Inhoudsindicator verkeerd afgesteld. Oplossing: – Maaimes vervangen. (Ö 15.13) – Gazon in twee maaibeurten maaien: 1. Maaibeurt met de hoogste snijstand,
2. Maaibeurt met de gewenste
snijhoogte. – Rijsnelheid verlagen of hogere snijhoogte kiezen. – Gashendel in positie MAX zetten. (Ö 8.2), (Ö 8.3) – Inhoudsindicator instellen (schuif helemaal eruit trekken). (Ö 8.19) Storing: Grasopvangbox wordt niet helemaal gevuld. Mogelijke oorzaak: – Sensor inhoudsindicator niet juist afgesteld. – Snijhoogte te laag ingesteld. – Gras te vochtig en daardoor te zwaar om door de luchtstroom door het uitwerpkanaal in de grasopvangbox te worden meegevoerd. – Maaimessen zijn bot of versleten. – Gras is te hoog. – Luchtgaten in de grasopvangbox verstopt (geen luchtdoorstroming in de grasopvangbox). – Uitwerpkanaal of maaiwerk (binnenkant) vuil door verkleefd gras (grasresten van de laatste keer maaien). Oplossing: – Sensor inhoudsindicator afstellen. (Ö 8.19) – Hogere snijhoogte kiezen. – Wachten totdat het grasoppervlak droog is. – Maaimes slijpen of vervangen. (Ö 15.13) – Gazon in twee maaibeurten maaien: 1. Maaibeurt met de hoogste snijstand,
2. Maaibeurt met de gewenste
snijhoogte. – Grasopvangbox reinigen (luchtdoorstroming vrijmaken). – Uitwerpkanaal of binnenkant van het maaiwerk schoonmaken.209 DEFRIT NL 0478 192 9907 A - NL Storing: Peilindicator (grasopvangbox) werkt niet juist. Mogelijke oorzaak: – Peilindicator (grasopvangbox) vuil door grasresten. – Peilindicator (grasopvangbox) niet juist afgesteld. – Rijsnelheid te hoog. Oplossing: – Peilindicator reinigen en controleren of deze soepel loopt. – Peilindicator (grasopvangbox) afstellen. (Ö 8.19) – Rijsnelheid aan de te maaien oppervlakte aanpassen (rijsnelheid verlagen). Storing: Maaimessen worden niet ingeschakeld of draaien niet. Mogelijke oorzaak: – De veiligheidsvoorzieningen voorkomen dat het maaimes wordt ingeschakeld. – V-riem (maaiwerk) versleten, losgekoppeld of beschadigd. Oplossing: – Controleren of alle veiligheidsvoorzieningen voor het inschakelen van de maaimessen werken. (Ö 12.) – V-riem (maaiwerk) controleren en zo nodig vervangen. (#) Storing: Verbrandingsmotor slaat af bij het inschakelen van het maaiwerk. Mogelijke oorzaak: – Gebruiker zit niet of niet goed op de bestuurdersstoel. – Schakelaar grasopvangbox of schakelaar uitwerpkanaal niet bediend of defect. – Stoelcontactschakelaar of de daarbij horende kabels zijn defect. Oplossing: – Op de bestuurdersstoel gaan zitten of anders gaan zitten. – Grasopvangbox of deflector (accessoire) monteren, correcte plaatsing van de uitwerpschacht controleren (Ö 15.6), schakelaar of kabel herstellen / vervangen (#) – Stoelcontactschakelaar of kabels repareren / vervangen. (#) Storing: Maaiwerk wordt bij het achteruit rijden ontkoppeld. Mogelijke oorzaak: – Veiligheidsschakelaar achteruit maaien niet bediend. Oplossing: – Maaimes binnen het tijdsvenster vrijgeven (5 seconden voor, tot 1 seconde na het koppelen of wijzigen van de rijrichting). (Ö 8.8) Storing: Verbrandingsmotor slaat af bij het verlaten van de bestuurdersstoel. Mogelijke oorzaak: – Handrem niet aangetrokken. – Maaiwerk ingeschakeld (veiligheidsvoorziening). Oplossing: – Handrem voor het verlaten van de bestuurdersstoel aantrekken. (Ö 8.14) – Maaiwerk voor het verlaten van de bestuurdersstoel uitschakelen. (Ö 8.5), (Ö 8.6) Storing: Op het display knippert de tekst ERROR, 3 kort op elkaar volgende akoestische signalen weerklinken. Mogelijke oorzaak: – Defect in de stoelcontactschakelaar of in het elektrisch circuit (kortsluiting). Oplossing: – Contactsleutel in de positie "Verbrandingsmotor uit" draaien, zelfdiagnose uitvoeren. (Ö 9.1) Storing: Permanente toon actief. Mogelijke oorzaak: – Grasopvangbox is vol. – Storing in de elektronica. – Accu met onjuiste polariteit aangesloten. Oplossing: – Maaiwerk ontkoppelen en grasopvangbox ledigen. (Ö 13.9) – Contactsleutel in de positie "Verbrandingsmotor uit" draaien, zelfdiagnose uitvoeren. (Ö 9.1) – Polariteit van de accuaansluitingen controleren, de kabel eventueel juist aansluiten. (Ö 15.18)0478 192 9907 A - NL
Geef deze gebruiksaanwijzing aan uw VIKING vakhandelaar in geval van onderhoudswerkzaamheden. Hij bevestigt op de voorgedrukte velden de servicewerkzaamheden die werden uitgevoerd.
24. Onderhoudsschema
Service uitgevoerd op Datum volgende servicebeurt
Notice-Facile