USB 7014 - DJ-apparatuur US Blaster - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis USB 7014 US Blaster in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over USB 7014 US Blaster
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw DJ-apparatuur in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding USB 7014 - US Blaster en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. USB 7014 van het merk US Blaster.
GEBRUIKSAANWIJZING USB 7014 US Blaster
- Lees altijd eerst de gebruiksaanwijzing voordat u een apparaat gaat gebruiken.
-Bewaar de handleiding zodate elkge gebruiker hem eerst kan doorlezen. - Apparaat binnenshuis en Niet in vochtige ruimtes gebruiken.
- Verwijder of plaats een stekker nooit met natte handen resp. uit en in de wandkontakt doos.
- Indien zowel stekker en/of netsnoer als snoeringang-in-het-apparaat beschadigd zijn dient dit door een vakman hersteld te worden.
- Bij onweer algtd de stekker uit het stopcontact halen, zo ook wonneer het apparaat een poos Niet gebruikt worden.
- Bij het verwijderen van een stekker uit het stopcontact nooit aan het netsnoer trekkken.
- Apparaat zodanig installeren dat er voldoende koeling möglichk is.
- Toestel nicht in de buurt van warmtebronnen en/of in direct zonlicht gebruiken.
- Zorg ervoor dat er geenkleine objecten of vloeistoffen in het toestel kunnen binnendringen.
- Toestel alleen reinigen met een Licht vochtige stofvrijde doek, geen reinigingsmiddelen of oplosmiddelen gebruiken!
- Het toestel bevat buiten de in de gebruiksaanwijzing genoemde onderdelen geen onderdelen die door de gebruiker verrangen of gerepareerd konnen worden.
- Indien het toestel defect is, moet dit hersteld worden door een door US Blaster voorgeschreven reparatiebedrijf.
- Het apparaat buiten bereik van kinderen houden.
Voer zich geen reparaties uit aan het apparaat; in elk geval vervalt de totale garantie. Ook mag het apparaat Niet eigenmachtig worden gemodificeerd, ook in dit geval vervalt de totale garantie. Tevens vervalt de garantie bij ongevallen en beschadigingen inélke vom t.g.v. onoordeelkundig gebruik en/of het Niet in acht nemen van de waarschuwingen in het algemeen en gestelde in deze gebruiksanaanjwijing. US Blaster Europe aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid in geval van persoonlijke ongelukken als gevolg van het Niet naleven van veiligheidsinstrumentes en waarschuwingen.Dit geldt ook voor gevolgschade in wélke vom dan ook.
Bewaar de verpakking zodate, indien het apparaat defect is, u dit in de originele verpakking kunt opsturen om beschadigingen te voorkomen.

USB 7013 - 7014 Console mixers
MONOINGANGSKANALEN
1.INGANG VAN DE MICROFOON (MIC)
Aan de MIC ingang kan de connector van het XLR-type (zgn. canon) aangesloten worden. Deze ingang is voor het aansluiten van een breed德拉 van bronnen van GEBALANCEERDE OF NIET GEBALANCEERDE signalen aangepast en is met een voeding van 48 V Phantom power uitgerust waardoor ook microfoons met hoog vermogen aangesloten+kunnen worden.
Deze ingang is met een aansluiting voor een driepolige jack van 6,3 mm (zgn.ognee) uitgerust. De ingang kan als ingang met hoge impedantie voor het aansluiten van een andere signaalbron dan een microfoon, bijvoorbeeld van keyboards, automatische drummer, synth, bandrecorder of gitaar gebruikt worden. De ingang is GEBALANCEERD voor de aansluiting van een professionele uitrusting maar u kunt ook de bron van een ONGEBALANCEERD signal gebruiken, bij aansluiting van de jacks volgens het schema. Let er op dat de aangesloten kabel zo kort可想而知. Indien u deze stekkerbus wilt gebruiken, koppel dan alles - wat met MIC ingang is aangesloten - af. Het niveau van het ingangssignal worden door de SENS knop ingesteld.
3. STEKKERBUS INSERT
De ongebalanceerde pre-egalisatie insert point maakt een omleiding möglichk van het ingangssignaal waar een limiter, een compressor, een speciale equalizer of eventueel waar andere bronnen die voor de verwerking van het signaal dieren. Het.gaat om een 6,3 mm stekkerbus van de jack; de stekkerbus is onder normale omstandigheden overbrugd. Indien u een van de aanvullende bronnen aansluit, worden de stroom van het signaal omgeleid en wel al voordat het met de equalizer worden verwerkt. Het omgeleide signaal kan afgeluisterd worden als een alternatif pre-fader signaal waar bij het signaalspoor nicht worden onderbroken omdat het omleiden van het signaal over een gesloten circuit worden gerealiseerd.
4. GAIN KNOP
Deze knop begaalt wat voor volume van het bronsignaal voor verwerking waar het mengpaneel worden verstuurd. Indien het volume te groot is, vindt overbelasting en cervolgens signaalvervorming plaats. Indien het volume te Klein is, worden willekeurige acheftergrundgeluiden hoorbaar en is het möglichk dat het gewenste signaal niveau aan de uitgang uit het mengpaneel Niet bereikt worden. Indien de knop op de positie "U" worden geplaatst, worden een harmonische instelling voor line-ingang (LINE) bereikt. U Aunt waarnemen dat sommige geluidsapparaten, met name apparaten voor thuisgebruik, functioneren op een lager signaal niveau (-10 dB) dan de professionele utrusting en voor het bereiken van een overeenkomstig niveau van het uitgangssignaal hebben deze een hogere gain instelling nodig. Lees het hoofdstuk "Instellenen en oplossingen van problemen" om te weten te komen hoe de SENS juist ingesteld moet worden.
5. CORRECTIE VAN HOGE FREQUENTIES (HI)
Hiermee worden frequencies hoger dan 12kHz ingesteld. Een versterking of verzwakking kan in het bereik van ± 15 dB ingesteld worden.
6. INSTELLING VAN FREQ
Instellen van de frequencies die tussen 140Hz en 3 KHz ingesteld können worden.
7. CORRECTIE VAN MIDDEN FREQUENCIES (MID)
Hiermee worden midden frequencies in het bereik van ± 15 dB versterkt of verzwakt.
8. CORRECTIE VAN LAGE FREQUENTIES (LOW)
Hiermee worden frequencies lager dan 80Hz ingesteld; het maakt versterking of verzwakking in het bereik van ± 15 dB möglichk.

USB 7013 - 7014
Console mixers
MONOINGANGSKANALEN
9. AUX
Voor monitoring van het retoursignaal uit de ruimte of uit het apparaat voor weergave.
10.EFFECT
Maakt het overdragen van een signaal voor de verwerking door interne of externe effectoren möglichk.
11.FX
Maakt het overdragen van het signaal voor de verwerking door interne of externe effectoren möglichk. Het kan ook voor de monitoring van het retoursignaal uit de ruimte of uit de bandrecorder gebruikt worden.
12. SOLO
Deze fader maakt het uitbalanceren van verschillende bronsignalen mogelijk die door middel van de hoofdsectie (MASTER) van het mengpaneel worden gemengd. Indien de gevoeligheid van ingangen juist is uitgebalancaerd, bereikt u de Beste resultaten; voor de meest geschikte instelling van het signaal niveau met behulp van de fader lees het hoofdstuk "Instelleningen en oplossingen van problemen".
13. MUTE
Indien de schakelaar MUTE is uitgeschakeld, zich alle uitgangen van kanalen, met uitzondering van INSERTS actief; indien u de schakelaar inschakelt, worden alle uitgangen gedempt hetgeen möglichk maakt, de afzonderlijke niveaus voorlopig in te stellen voordat het signaal worden opgeëist.
14. PEAK
Indien het GAIN niveau worden ingesteld, geeft het contrôlelampje LED het niveau van het signaal van het apparatus aan (ongeacht de uitgang).
15. FADER
Deze fader maakt het uitbalanceren van verschillende bronsignalen die door middel van de hoofdsectie (MASTER) van het mengpaneel worden gemengd. Indien de gevoeligheid van ingangen juist is uitgebalanceerd, bereikt u de Beste resultaten; voor de meest geschikte instelling van het signaalniveau met behulp van de fader lees het hoofdstuk "Instellenen en oplossingen van problemen".

STEREOINGANGSKANALEN
1. MONITOR OUT
Deze stekkerbus dient voor aansluiting van de connector van de versterker voor uitluisteren, onder voorwaarde dat deze voor een separate versterker voor uitluisteren gezruikt worden.
2/3.AUX1
Elke van de ces stekkerbussen van AUX uitgangen is met een hoofdbedienning voor het uitgangsniveau uitgerust.
4. CONNECTOR L/R
Deze connector dient voor de aansluiting van een uitrusting die de lijnuitgang (line) gezruikt (bijv. bandrecorder e.d.).
5. GAIN
De GAIN bediening stelt het ingangsniveau van kanalen in en maakt daardoor een vergelijkking van een breed德拉an bronnen met lijnuitgang (line) möglichk.
6. HF EQ (Bediening van hoge frequencies)
Draai de knop in de richting van de klokwijzers in voor versterking van de hoge frequencies (treble); hierdoor wordt de "brosheid" aan de percussie van de automatische drummer, synth's en overige elektronische instrumenten toegevoegd. Draai de knop gegen de richting van de klokwijzers in waardoor deze frequenties zwakker worden en ontgewenste achtergrundgeluiden of te grote holderheid worden gereduceerd. Indien u deze instelling Niet wilt gebruiken, LAST DE KNOP DAN IN DE Middenpositie staan. Deze bediening is met een vergelijkende respons uitgerust die versterking of verwakking in het bereik van ± 15 dB, op het freiquentieniveau van 12kHz of hoger, maybe even a bit more than the standard frequency.
Draai met de knop in de richting van de klokwijzers in voor versterking van de lage frequencies (bass); hierdoor kan de "kracht" van de synth's, gitaaren of drumstel geaccentueerd worden. Draai de knop gegen de richting van de klokwijzers in waardoor het brommen en te basachtige geluiden gereduceerd worden of een "mompelend" geluid verbetert. Indien u deze instelling Niet wilt gebruiken, LAST dan de knop in de middenpositie. Deze bedieren is met een vergelijkende responsuitgerust die versterking of verwakking in het bereik van ± 15 dB, op het freiuentieniveau van 60kHz of laser, möglichk maakt.
7.AUX
Deze stekkerbus zendt het signalaui de externe (AUX) verzamellijn.
8.EFFECT
Door het gebruik van deze knop kan het signalaal voor verwerking door de interne of externe effectoren verzonden worden.

STEREOINGANGSKANALEN
9. BAL
Met deze bediening worden het volume van een signalauit het betreffende kanaal ingesteld dat maar de rechtter of linker bus van het mengpaneel worden doorgegeven; hierdoor worden een geleidelijke beweging van de signaalbron in het kader van stereofonisch spectrum möglichk. Indien de knop in de positie helemaal links of helemaal rechts is gedraaid, kan het signaalniveau afzonderlijk gezhoord worden en weluit de rechtter of de linker uitgang.
10. SOLO
Indien u het geluid van de echo of geluiden vanuit een externe effector wilt volgen, kurz u deze bediening middels uw koptelefoon instellen.
11. MUTE
Indien de omschakelaar MUTE is uitgeschakeld, zich alle uitgangen van kanalen, met uitzondering van INSERTRS, actief; indien u de schakelaar inschakelt, worden alle uitgangen gedempt hetgeen het möglichk maakt, de afzonderlijke niveaus voorlopig in te stellen voordat het signal waort opgevraagd.
12. PEAK
Indien het GAINiveau worden ingesteld, geeft het controleampje hetiveau van het ingangssignaal van het apparaat aan (ondeacht de uitgang).
13. FADER
Deze fader maakt het uitbalanceren van verschillende bronsignalen, die door middel van de hoofdsectie (MASTER) van het mengpaneel worden gemengd, möglichk. Indien de gevoeligheid van ingangen juist is uitgebalanceerd, bereikt u de Beste resultaten; voor de meest geschikte instelling van het signaalniveau met behulp van de fader lees het hoofdstuk "Instellenen en oplossingen van problemen".

UITGANGSKANALEN
1. GEBALANCEERDE UITGANG (MAIN L/R)
Met behulp van deze stekkerbussen worden uitgangslijnsignalen overgedragen vanuit hetCCCCCC aan een extern apparaat (bijvoorbeeld een equalizer of eindversterker).
2. MIX INSERT (6,3 mm jack)
Maakt een ingreep in het spoor van het signal pre-fader, voor het omleiden maar een dynamische processor of een anderMASTERing apparaat, mogelijk. Het signal waerdt door middel vaneen jack van deze stekker overgedragen waar bij het retourspoor van het signal op hetzelfde circuit van de stekker worden overgedragen.
Hier kunt u een cinch kabel aansluiten voor de weergave van het signal vanuit een apparaat voor geluidsopname.
4. UITGANG VOOR OPNAME
Hier kunt u een ingangskabel van het opnameapparaat aanslui- ten.
5. VOEDING PHANTOM +48 V
Met behulp van deze schuifschakelaar schakelt u de voeding in de mode phantom power aan ofuit.
6. PHANTOM +48 V LED
Deze LED Licht op, indien u de toets van het lampje in de voedingmode phantom power indrukt.
7. KOPTELEFOON (PHONES)
In deze stekerbus kurz u de koptelefoon aansluiten.
8. AUXTAPE
Deze bediening stelt het niveau in van het signal verzonden als TAPE uitgang.

UITGANGSKANALEN
9. KOPTELEFOON (PHONES)
Bedient het niveau van het signal van overdracht waar de koptelefoon.
10. REPEAT
Dit worden voor het instellen van de_freqentie van het herhalen van echo. Te hoge freqentie van het herhalen van echo kan een ongewenst geruis veroorzaken. Stel een juiste freqentie in.
11. BEDINING VAN MONITOREN (MONITOR CONTROL)
Het dient voor het instellen van het signaalniveau overgedragen aan het monitoring system (uitluisteren).
12.EFFECT
Het dient voor het instellen van het volumeniveau van het retour geluidssignal in de situation dat de RETURN connector is aangeslo- ten.
13.EFFECT FADER
Het dient voor het instellen van het volumeniveau van het retour geluidssignaal in de situation dat de RETURN connector is aangeslo- ten.
14. DISPLAY
De display van hetCCCCCC is met zestien effectenmodes uitgerust.
15. UP
Deze toets dient voor de keuze van de gewenste mode.
16. DOWN
Deze toets dient voor de keuze van de gewenste mode.
17. BARGRAPH METERS
Driekleurige, pieken metende BARGRAPH METERS zijn voor de monitoring van vier ondergroepen van uitgangen en een gekozen uitgang van de monitorbron en de koptelefoo (2TK, Mono Mix of Groups); zo worden u steeds voor enorme pieken gewaarschuwd die een overbelasting van het signalak hunnen veroorzaken. Het doel is het signalaal zodenig te houden, dat dit in pieken het niveau van de gele wijzers bereikt; hierdoor bereikt u een optimale prestatie. Aan de andere kant, indien het niveau van het uitgangssignal te laag is en door de wijzers moeilijk registreerbaar, kan een ongewenst geruis van de achtergrond ook hoorbaar�. Stel voor het bereiken van een optimale prestatie voorzichtig het ingangsniveau in. Indien een van de schakelaars PFL of AFL is ingeschakeld, gaan de wijzers L/R automatisch het gekozen PFL/AFL signal op beiden wijzers in de mono mode tonen.
18. HOOFDFADERS
Deze faders bedieren het totale niveau van de bus van het mengpaneel.
SPECIFICATIE
Frequentieweergave
Ingang Mic/Line maar een willekeurige uitgang +/-1 dB: (20 Hz - 20 kHz)
Bij de gevoeligheid Mic +30 dB, en +20 dB aan alle uitgangen: . . . . . . . . <0,008% bij 1 KHz
Geruis
Ingang Mic (bij maximale gain, gemeten 22 Hz, ongebalanceerd geruis) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Uitgangen Aux en Mix (8 kanalen gevolgd, faders down, bij 22 Hz, ongebalanceerd geruis) <-84 dBu
Overspraak
Demping van kanaa .<90 dB bij 20 Hz-10 kHz, <80 dB bij 10 kHz-20 kHz
Fader Cut-Off (ref. Fader OdB) <90 dB bij 20 Hz-10 kHz, <80 dB bij 10 kHz-20 kHz
Isolation van signalomleiding .<90 dB bij 20 Hz-10 kHz, <80 dB bij 10 kHz-20 kHz
Impedantie van de ingang en de uitgang
Microfooningang 2
Kanaal van de mono lijningang . >40 K ohm
Stereo-ingang (in de stereo mode) .>30 K ohm
Stereo retoursignaal .>10 K ohm
Uitgang van de koptelefoon 40 ohm
Overige audio-uitgangen 75 ohm
Niveau van ingangen enuitgangen
Maximaal nivea van microfooningang 12 dBu
Maximaal nivea van de mono lijningang 38 dBu
Maximaal nivea van stereo-ingang . +21 dBu
Uitgang van koptelefoo (tot 200 ohm) .150 mV
Overige audio-uitgangen .+21 dBu tot 10 K ohm
Filter
HP 100 Hz, 18 dB/octaaf
EQ
SimpelGids