C 31 - Verwarming Jøtul - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis C 31 Jøtul in PDF-formaat.

📄 60 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Jøtul C 31 - page 46

Gebruikersvragen over C 31 Jøtul

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding C 31 - Jøtul en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. C 31 van het merk Jøtul.

GEBRUIKSAANWIJZING C 31 Jøtul

1.0 Wettelijke voorschriften ............................. 46

8.0 Oorzaken van gebruiksproblemen ........... 52

1.0 Wettelijke voorschriften

Een haard moet in overeenstemming met de wetten en voorschriften van uw land worden geïnstalleerd. Alle lokale bepalingen, inclusief de bepalingen die betrekking hebben op nationale en Europese normen, zullen worden nageleefd bij het installeren van het product. Instructies voor montage, plaatsing en gebruik worden met het product meegeleverd. Voordat u dit product in gebruik neemt, moet de installatie worden goedgekeurd door een gekwalificeerde technicus. Op het hitteschild bevindt zich een typeplaatje dat is gemaakt van hittebestendig materiaal. Op het typeplaatje staan typegegevens van het product en verwijzingen naar documentatie.

2.0 Technische gegevens

Materiaal: Gietijzer Afwerking: Verf Brandstof: Hout Max. lengte van blokken: 55 cm Schoorsteenaansluiting: Bovenkant Afmeting rookkanaal: Ø150 mm, 177 cm

doorsnede Warme luchtuitlaat: Ø150 Gewicht (ongeveer): 143kg Optionele accessoires: Speciale adapter voor de kachelpijp, Kolenbak Afmetingen van het product, afstanden: Zie afb. 1 Technische gegevens volgens EN 13229 Nominaal vermogen: 8,0 kW Gasstroom van kachelpijp: 6,4 g/sec Aanbevolen luchtstroom van schoorsteen: 12 Pa Efficiëntie: 73%@7,1kW Koolmonoxide-uitstoot (13% O

): 0,20% Temperatuur van schoorsteengas: 339

3.1 Maatregelen voor brandpreventie.

Elk gebruik van de haard kan een bepaald risico met zich meebrengen. Neem daarom de volgende instructies nauwkeurig in acht:

  • Zorg dat meubels of andere brandbare materialen niet te dicht bij de haard staan.
  • Laat het vuur vanzelf uitgaan. Blus het vuur nooit met water.
  • De haard wordt tijdens gebruik warm en kan bij aanraking brandwonden veroorzaken.
  • De as moet naar buiten worden afgevoerd of worden weggegooid op een plek waar geen brandgevaar bestaat.

Waarschuwing!Zorg voor voldoende luchttoevoer van buiten naar de ruimte waar de haard wordt geplaatst. Bij onvoldoende luchttoevoer kan rookgas in de kamer terechtkomen. Dit is zeer gevaarlijk. Als u rook ruikt of als u zich slaperig, misselijk of ziek voelt, kan dit er op duiden dat er rookgas in de kamer is terechtgekomen. Zorg dat de ventilatieopeningen in de ruimte waar de haard zich bevindt, niet zijn geblokkeerd. Gebruik geen mechanische ventilatoren in een ruimte met een haard. Deze kunnen negatieve druk veroorzaken waardoor giftige gassen in de ruimte kunnen komen.

Jøtul C 31/C 33 zijn cassettes die zijn ontwikkeld voor plaatsing in bestaande haarden. De producten kunnen ook goed in nieuwe haarden worden geplaatst. De Jøtul C 31/Jøtul C 33 vereist een opening aan de voorzijde van575x740x400 mm (hxbxd) Als de producten in nieuwe haarden zouden moeten worden geplaatst:

Vloer Controleer of de vloer sterk genoeg is voor de haard. Zie «2.0 Technische gegevens» voor informatie over de gewichten. Bescherming van houten vloer De vloer moet uit minimum 100 mm beton bestaan. Brandbare vloeren voor de haard moeten voldoen aan het volgende: De vloerplaat moet in overeenstemming zijn met de nationale wetten en voorschriften. (Zie bouwreglementen.) Neem contact op met de afdeling Bouwtoezicht van uw gemeente voor informatie over beperkingen en installatieeisen.

Afstand tot muren van brandbaar materiaal met isolatie - zie afb. 1 De isolatie moet voldoen aan: 100 mm steenwol 120 kg/m

met eenzijdige folie. De afstand van het hitteschild van de inzethaard tot de isolatie aan achter muur: 0 mm. De ombouw moet voldoen aan: Binnen de ombouw mag zich geen brandbaar materiaal bevinden. Als de verwarmingskamer een stukje doorloopt boven de inzethaard (afb. 2A) en als de ombouw tot het plafond is gemaakt, moet de bovenkant van de verwarmingskamer worden afgeschermd met een extra paneel. Dit luchtdichte paneel moet bestaan uit een isolerende plaat van onbrandbaar materiaal. Voorbeelden van materiaal dat u kunt gebruiken: Steenwol 100 mm dik op een stalen plaat min. 0,9 mm. Zorg voor een ventilatieopening boven aan de ombouw - bijvoorbeeld een spleet tussen de ombouw en het plafond of een opening van ongeveer 5 cm

4.3 Luchtcirculatie - Zie afb. 2.

De lucht tussen de cassette en het metselwerk moet kunnen circuleren. De convectiekamer om de cassette zorgt ervoor dat er een minimale luchtcirculatie rond de cassette is. Het is beter meerdere kleppen in het metselwerk te hebben, zodat er meer warmte de ruimte instroomt. Sluit de flexibele kanalen direct op de adapters voor warmte lucht aan de bovenzijde van de convectie kamer en direct naar de schoorsteen opening. Dit is een veiligheidszekerheid om te voorkomen dat de warmte zich in de schouw opbouwd en er ook van zeker te zijn dat er voldoende warmte lucht in de kamer stroomt. Flexibele warmte luchtkanalen in de haard moeten van niet brandbaar mareriaal zijn. De kanalen kunnen extreem heet worden en het is van groot belang dat deze niet in contact komen met brandbare materialen. De ruimte waarin de haard wordt gebruikt, moet voldoende toevoer van frisse lucht krijgen. Als het huis tochtvrij is, moet via ventilatieopeningen of via een apart kanaal die rechtstreeks naar de haard voert, extra frisse lucht naar de ruimte worden toegevoerd. De rechtstreekse kanalen voor frisse lucht naar de haard moeten zo recht mogelijk zijn. De kanalen voor frisse lucht in de haard moeten van vuurvast materiaal zijn. Om condensatie te voorkomen in het luchtkanaal dat door verwarmde ruimtes wordt gevoerd moet het luchtkanaal geisoleerd worden met 30 mm minerale wol, afgedekt met een vochtwerende afsluiting. Het is belangerijk om de afsluiting rondom de pijp te maken wanneer deze vloeren of wanden passeert. Gebruikt een gezamelijke verbinding.

Afstand van bovenkant de luchtroosters aan plafond van brandbaar materiaal: Min. 500 mm.

4.5 Schoorstenen en kachelpijpen

  • De haard kan worden aangesloten op een schoorsteen en kachelpijp die zijn goedgekeurd voor brandstofgestookte haarden met rookgastemperaturen die zijn opgegeven in «2.0 Technische gegevens».
  • De doorsnede van de schoorsteen moet ten minste even groot zijn als de doorsnede van de kachelpijp. Zie «2.0 Technische gegevens» voor informatie voor het berekenen van de doorsnede van de schoorsteen.
  • Er kunnen meerdere brandstofgestookte haarden worden aangesloten op dezelfde schoorsteen als de doorsnede van de schoorsteen groot genoeg is.
  • De schoorsteen moet worden aangesloten in overeenstemming met de installatievoorschriften van de schoorsteenleverancier.
  • Voordat u een opening in de schoorsteen maakt, moet de haard als proef worden geplaatst om te zorgen voor de juiste positie ten opzichte van de schoorsteen. Zie afb. 1 voor de minimale afmetingen.
  • Zorg dat de kachelpijp omhoog wijst in de richting van de schoorsteen.
  • Gebruik een kachelpijpbocht met een veegluik, zodat de pijp kan worden geveegd. Houd er rekening mee dat de aansluitingen enigszins flexibel moeten zijn om te voorkomen dat kleine verplaatsingen tijdens de installatie schade veroorzaken. Opmerking! Een juiste en luchtdichte aansluiting is van groot belang voor het goed functioneren van de haard. Opmerking! Er mag geen gewicht worden overgedragen van de haard naar de schoorsteen. De haard mag niet verhinderen dat de schoorsteen kan bewegen. De haard mag niet op de schoorsteen worden vastgezet. Aanbevolen luchtstroom van schoorsteen, «2.0 Technische gegevens». Als de luchtstroom te sterk is, kunt u een luchtklep installeren en gebruiken om de luchtstroom te regelen. Bij brand in de schoorsteen
  • Sluit alle luiken en ventilatieopeningen.
  • Houd de deur van de vlamkast gesloten.
  • Voordat u de haard opnieuw in gebruik neemt na een brand, moet een deskundige de haard controleren om na te gaan of deze goed werkt.

Controleer of de inzethaard geen transportschade heeft opgelopen voordat u de haard installeert. NB! Dit onderdeel is zwaar. Daarom hebt u bij het monteren en bij het plaatsen van de haard hulp nodig. Jøtul C 31/C 33 wordt in één pakket geleverd en bevat een los handvat, een aslade, een zak benodigdheden en adapters voor de kachelpijp en voor de warme luchtdistributie van de convectiekamer (Afb. 2 en 3).

  • Nadat u de cassette hebt uitgepakt, verwijdert u de doos met inhoud en eventuele keerplaat en branderplaten om het product lichter te maken. U kunt ook het voorste frame verwijderen. Zie het gedeelte: «7.0 Groot onderhoud».

De cassette moet eerst een proefmontage ondergaan voordat u deze op de kachelpijp aansluit. De kachelpijp moet worden geïnstalleerd in overeenstemming met de vereisten per afzonderlijk geval, afhankelijk van de grootte van de haard. Neem voor advies en instructies contact op met uw Jøtul-leverancier/- installateur.

  • Zorg dat de bodem van de haard vlak is.
  • Giet cement rondom de randen van de kachelpijp. (Afb. 4A).
  • Plaats de haard. Het product is zwaar. Zorg voor hulp bij het neerzetten en plaatsen van de haard.
  • Controleer of het midden van de kachelpijp is uitgelijnd op de vooraf geïnstalleerde kachelpijp of de adapter van de kachelpijp. Controleer ook of de voorkant of de voorpanelen zijn uitgelijnd met de voorkant van het frame. Als u vanwege de beperkte werkruimte de rookafvoer en de kachelpijp moeilijk kunt aansluiten, kan Jøtul een speciale adapter (optionele accessoires) leveren. Met deze adapter kunt u de kachelpijp van tevoren in de haard installeren, waarna u de cassette kunt plaatsen. Nadat de cassette is geplaatst, kan de adapter via de kachelpijp in de juiste positie worden geplaatst. NEDERLANDS49
  • Zorg dat u 2-3 mm ruimte laat tussen de panelen en het frame, zodat de haard door de warmte kan uitzetten. Monteer alle onderdelen weer die u had verwijderd om de haard hanteerbaarder te maken. Voorste frame bijstellen (afb. 8) vóór installatie Open het inspectieluik links van de cassette (afb. 8). Draai de twee grote schroeven van 8 mm (A) los en stel de drie schroeven van 6 mm (B) bij om het frame in de juiste positie te plaatsen. Draai de schroeven vervolgens stevig vast. na installatie Als u het voorste frame wilt bijstellen, moet deze eerst worden geopend. Draai de twee grote schroeven van 8 mm los en stel de drie schroeven van 6 mm bij. Draai de schroeven vervolgens stevig vast.

4.8 Bediening van de functies (afb. 5)

Test altijd eerst de bedieningsfuncties als de inzethaard is geïnstalleerd. Deze moeten gemakkelijk bewegen en naar behoren functioneren. Bovenste ventilatieopening (B) - Wind onder ketelvuur (C) Volledig ingeduwd = gesloten Uitgetrokken = volledig geopend Hendel voor het voorste frame Jøtul C 31 (A) Open het voorste frame door de knop recht uit te trekken Jøtul C 33 Open het voorste frame door de frame recht uit te trekken Deurhendel (5D) Als u de deur wilt openen, moet u de losse hendel gebruiken om de deurhendel los te maken.

Gebruik altijd goed brandhout. Dat geeft de beste resultaten en is niet schadelijk voor de haard.

5.2 Jøtuls definitie van goed brandhout

Met goed brandhout bedoelen we de bekende houtsoorten, zoals berken-, beuken- en dennenhout. Goed brandhout moet droog zijn, dat wil zeggen dat het hout maximaal 20% water mag bevatten. Hiervoor moet het hout uiterlijk aan het einde van de winter of vroeg in het voorjaar worden gekapt. Het hout moet zodanig worden gekapt en gestapeld dat er een goede luchtcirculatie om het hout is. De stapels moeten worden afgedekt aan de bovenkant om overmatige opname van regenwater te voorkomen. Haal de blokken hout in de herfst naar binnen voor gebruik tijdens het stookseizoen. De hoeveelheid energie die 1 kg brandhout kan leveren, varieert niet veel. Het gewicht van dezelfde hoeveelheid droog hout verschilt daarentegen aanzienlijk van soort tot soort. Zo levert een bepaalde hoeveelheid berkenhout minder energie (kWh) op dan dezelfde hoeveelheid eikenhout, dat een hoger soortelijk gewicht heeft. De hoeveelheid energie van 1 kg goed brandhout bedraagt ongeveer 3,8 kWh. 1 kg volledig droog brandhout (0% vocht) levert ongeveer 5 kWh op, terwijl brandhout met 60% vocht slechts 1,5 kWh per kg oplevert. Het gebruik van vochtig hout kan de volgende gevolgen hebben:

  • Vorming van roet/teer op het glas, in de haard en in de schoorsteen.
  • De haard geeft minder warmte.
  • Brandgevaar als gevolg van de opeenhoping van roet in de haard, kachelpijp en schoorsteen.
  • Het vuur kan doven. Zorg vooral dat u de haard nooit stookt met de volgende materialen:
  • Huishoudelijk afval, plastic tassen, enzovoort.
  • Geverfd of geïmpregneerd hout (zeer giftig)
  • Spaanplaat of laminaat
  • Drijfhout Verbranding van deze stoffen kan schadelijk zijn voor de haard en het milieu. Opmerking! Gebruik nooit benzine, petroleum, brandspiritus of soortgelijke brandbare vloeistoffen om het vuur aan te maken. Hierdoor kunt u letsel oplopen of kan de haard worden beschadigd.

5.3 De lengte en hoeveelheid van de

houtblokken De maximale lengte van de houtblokken die u kunt gebruiken is 55 cm. De nominale capaciteit van de Jøtul 31/33 bedraagt 8,0 kWh. Voor de nominale warmteafgifte is 2,3 kg goed brandhout per uur nodig. NEDERLANDS50 Een belangrijke factor voor het brandstofverbruik is dat het brandhout het juiste formaat heeft. Het brandhout moet het volgende formaat hebben: Aanmaakhout: Lengte: 40 - 50 cm Diameter: 2 - 5 cm Hoeveelheid per vuur: 8 - 10 stukken Brandhout (gehakte blokken): Lengte aangetekend: 50 cm Diameter: ongeveer 8 - 12 cm Intervallen voor het aanvullen van het hout: Ongeveer iedere 50 minuten Grootte van het vuur: 1,8 kg Hoeveelheid per lading: 2 stukken

5.4 Eerste keer stoken

  • Maak het vuur aan zoals wordt beschreven onder «5.5 Dagelijks gebruik».
  • Laat het vuur enkele uren branden en ventileer de ruimte om alle rook en geuren te verwijderen die afkomstig zijn van het product.
  • Herhaal dit een aantal keren. Opmerking! Er komen geuren vrij wanneer u de haard de eerste keer gebruikt. Geverfde haarden:wanneer u de haard voor het eerst gebruikt, kan irriterend gas vrijkomen, dat onaangenaam kan ruiken. Het gas is niet giftig, maar toch is het beter om de ruimte goed te ventileren. Stook het vuur flink op totdat alle sporen van het gas zijn verdwenen en er geen rook of geuren meer zijn waar te nemen. Geëmailleerde haarden: de eerste paar keren dat de haard wordt gebruikt, kan condensatievorming op de haard plaatsvinden. Veeg dit weg om vlekken op de haard te voorkomen als het oppervlak warm wordt.

5.5 Dagelijks gebruik

Het product is bedoeld voor cyclische verbranding. Onder cyclische verbranding wordt normaal gebruik van een haard verstaan. Dit houdt in dat elk stuk hout moet worden opgebrand tot er alleen nog gloeiende as over is voor er een nieuw stuk in de haard wordt gelegd.

  • Maak de ventilatieopeningen open (afb. 5A-B). (Gebruik een handschoen wanneer de hendel bijvoorbeeld warm is.)
  • Leg twee middelgrote blokken hout aan weerszijden van de grondplaat.
  • Schuif enkele proppen krantenpapier (of berkenschors) tussen de blokken, leg er enkele aanmaakhoutjes kriskras bovenop en steek het papier aan. Maak de blokken stapsgewijs groter.
  • Laat de deur op een kier staan, totdat het hout brandt. Sluit de deur en de stookopening als u ziet dat het hout goed brandt.
  • Stel vervolgens de verbranding in op het gewenste warmteniveau door de ventilatieopening aan te passen (afb. 5B). De nominale warmteafgifte wordt bereikt wanneer de ventilatieopening ongeveer 70% is geopend.

5.6 Brandhout toevoegen

1. Wacht tot het vuur smeult voordat u meer brandhout

toevoegt. Zet de deur op een kier, zodat de negatieve druk kan stabiliseren voordat u de deur volledig opent.

2. Voeg hout toe en laat de ventilatieopeningen enige minuten

volledig openstaan totdat het hout vlam heeft gevat.

3. De ventilatieopening (afb. 5B) hoeft niet meer volledig open

te staan wanneer het hout goed brandt. Opmerking! Waarschuwing voor oververhitting: voorkom te allen tijde dat de haard oververhit raakt. Oververhitting treedt op als de haard te veel brandhout bevat en/of de ventilatieopening volledig open is. Als de haard ergens rood gloeit, betekent dit dat deze oververhit is. Als dit gebeurt, dient u de ventilatieopening onmiddellijk te sluiten. Neem contact op met een deskundige als u vermoedt dat de luchttoevoer via de schoorsteen overmatig of onvoldoende is. Zie ook «2.0 Technische gegevens» en «4.5 Schoorsteen en kachelpijp» voor informatie.

  • Wanneer de schoorsteen vlam vat of wanneer dat dreigt te gebeuren, moeten de openingen en de keerklep van de haard worden gesloten.
  • Bel zo nodig de brandweer om het vuur te blussen.
  • Na brand in de schoorsteen moet de schoorsteen altijd worden gecontroleerd door een schoorsteenveger.

5.7 De haard tijdens de overgang van

winter naar lente gebruiken Tijdens een overgangsperiode met plotselinge temperatuursschommelingen kan er sprake zijn van negatieve druk bij rookafvoer of ventilatie onder moeilijke windomstandigheden, waardoor storingen in de trek in de schoorsteen kunnen optreden die ervoor zorgen dat de rookgassen niet naar buiten worden afgevoerd. Gebruik dan minder brandhout of zet de luchtroosters verder open zodat het hout schoner en sneller opbrandt. Op deze manier blijft de trek in de schoorsteen gehandhaafd. Om ophoping van as te voorkomen, moet de as vaker dan normaal worden verwijderd. Zie «6.2 De as verwijderen». NEDERLANDS51

6.1 Het glas reinigen

De Jøtul C 31/33 heeft een luchttoevoervoorziening bovenin (stromende lucht). Lucht wordt aangezogen door de luchttoevoer boven de haard en stroomt langs de binnenkant van het glas naar beneden. Voordeel van dit systeem is, dat de verbranding wordt verbeterd en dat de roetaanslag op het glas wordt beperkt. Toch zal zich altijd wel roet op het glas ophopen. De hoeveelheid is afhankelijk van de luchtstroom ter plaatse en de stand van de vulklep. De roetlaag wordt gewoonlijk grotendeels weggebrand wanneer de vulklep helemaal open staat en de haard flink brandt. Goed advies! Maak voor een gewone schoonmaakbeurt een papieren handdoek nat met warm water en voeg er wat as uit de stookplaats aan toe. Wrijf met het papier over het glas en neem het glas daarna af met schoon water. Laat het glas goed drogen. Wanneer het glas grondig moet worden gereinigd, adviseren wij om glasreiniger te gebruiken (volg de gebruiksaanwijzing op het flesje).

6.2 De as verwijderen

  • Gebruik een schep om de as door de deur te verwijderen.
  • Laat altijd een laagje as als beschermlaag op de bodem van de haard liggen.
  • Asresten moeten in een metalen houder met een luchtdicht deksel worden geplaatst. Zie voor informatie over het omgaan met as ook de beschrijving onder: «3.0 Veiligheidsmaatregelen».

6.3 Reinigen en roet verwijderen

Tijdens gebruik kan zich roet afzetten op de binnenwanden van de haard. Roet werkt isolerend en kan daardoor de warmteafgifte van de haard verminderen. Als het roet zich te ver ophoopt, kunt u dit met de roetverwijderaar eenvoudig verwijderen. Een jaarlijkse schoonmaakbeurt is nodig voor een optimale warmteafgifte van het product. U kunt dit bijvoorbeeld doen als de schoorsteen en de kachelpijp worden geveegd.

6.4 De kachelpijp tot aan de

schoorsteen reinigen Reinig de kachelpijp door de deur van de haard. Daartoe moet u eerst de keerplaat verwijderen. Zie ook het gedeelte «7.0 Groot onderhoud».

6.5 De haard inspecteren

Jøtul raadt u aan om na het reinigen/vegen zelf een grondige inspectie van de haard uit te voeren. Controleer alle zichtbare oppervlakken op scheuren. Controleer ook of de deur- en glasafdichtingen luchtdicht afsluiten en of de pakkingen nog op hun plaats zitten. Pakkingen die sporen van slijtage of vervorming vertonen, moeten worden vervangen. Maak de pakkingsgroeven grondig schoon, breng keramische lijm aan (te verkrijgen bij uw Jøtul-dealer) en druk de pakking goed in de groef. De lijm heeft een korte droogtijd.

6.6 De buitenkant onderhouden

Bij haarden met een laklaag kan na een paar jaar verkleuring optreden. Voordat u een nieuwe laklaag aanbrengt, moet u het oppervlak reinigen en alle losse deeltjes verwijderen. Geëmailleerde haarden moet u alleen met een schone, droge doek afnemen. Gebruik geen water en zeep. Eventuele vlekken kunt u met een vloeibaar reinigingsmiddel verwijderen (zoals een ovenreiniger). NEDERLANDS52

Waarschuwing! Het is niet toegestaan dit product zonder toestemming te wijzigen! Gebruik alleen originele reserveonderdelen!

7.1 De keerplaat vervangen (afb. 7)

De keerplaat verwijderen Til de keerplaat (A) een stukje omhoog, kantel deze en neem de plaat uit de haard via de deur. Denk eraan dat dit onderdeel zwaar is! De keerplaat plaatsen Til de keerplaat in de haard op en leg deze zodanig op de knoppen (7A) dat de plaat goed aansluit op de achterkant en de zijkanten.

7.2 De branderplaten vervangen (afb.7)

Verwijder de branderplaten (C) door deze iets op te tillen en uit de haard te nemen. Als ze vastzitten, kunt u een schroevendraaier gebruiken om ze op te wippen. Verwijder vervolgens de achterste branderplaat (D).

7.3 De deur verwijderen/plaatsen

  • Als u de deur wilt verwijderen, kunt u het beste eerst het voorste frame openen.
  • Jøtul C31: Dit kunt u doen door de knop rechts (afb. 5A) uit te trekken. Jøtul C 33: Open het voorste frame door de frame recht uit te trekken
  • Verwijder de scharnierpinnen en til de deur uit de pinnen. Waarschuwing! De deur is zwaar.

gebruiksproblemen Slechte luchttoevoer

  • Controleer de lengte van de schoorsteen en ga na of deze in overeenstemming is met nationale wetten en voorschriften. Controleer of de minimale doorsnede van de schoorsteen groot genoeg is. Zie ook «2.0 Technische gegevens» en «4.5 Schoorsteen en kachelpijp» voor informatie.
  • Controleer of er geen objecten de afvoer van gassen belemmeren: bijvoorbeeld takken of bomen, enzovoort. Het vuur gaat na enige tijd uit
  • Controleer of het brandhout droog genoeg is.
  • Controleer of er negatieve druk in de woning is, sluit mechanische ventilatiesystemen en open een raam dicht bij de haard.
  • Controleer of de ventilatieopening is geopend.
  • Controleer of de kachelpijp niet verstopt is met roet. Een ongebruikelijke hoeveelheid roet ophoopt op het glas Er zal zich altijd roet ophopen op het glas, maar de hoeveelheid is afhankelijk van:
  • De vochtigheid van het brandmateriaal
  • De luchtstroom ter plaatse
  • De instelling van de ventilatieopening De roetlaag wordt gewoonlijk grotendeels weggebrand wanneer de ventilatieopening helemaal openstaat en de haard goed brandt.«6.1 Het glas reinigen - goed advies» NEDERLANDS53

9.0 Optionele accessoires

Speciale adapter voor de kachelpijp – bestelnr. 340856 (afb. 6) Plaatsing

  • Sluit de kachelpijp op de speciale adapter aan.
  • Snijd een houten pin ter grootte van 145 mm en bevestig deze in de twee groeven in het onderste deel binnenin de adapter (afb. 6A).
  • Bepaal waar in de haard de kachelpijp en de adapter moeten worden geplaatst.
  • Maak de adapter ongeveer 5 tot 10 mm boven de haard vast. Opmerking: Zorg dat het midden is uitgelijnd met het midden van de kachelpijp.
  • Nadat u de cassette hebt geplaatst, moet u een hand door de kachelpijp steken en de adapter met de houten pin door de opening draaien en trekken.
Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Jøtul

Model : C 31

Categorie : Verwarming