EcoTEC plus VC 466 - Cv-ketel VAILLANT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EcoTEC plus VC 466 VAILLANT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over EcoTEC plus VC 466 VAILLANT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Cv-ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EcoTEC plus VC 466 - VAILLANT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EcoTEC plus VC 466 van het merk VAILLANT.
GEBRUIKSAANWIJZING EcoTEC plus VC 466 VAILLANT
Toesteleigenschappen
Aanbevolen toebehoren
Inhoudsopgave
Toesteleigenschappen 2
Aanbevolen toebehoren.... 2
1 Aanwijzingen bij de documentatie .... 3
1.1 Documenten bewaren 4.12
1.2 Gebruikte symbolen 3
1.3 Geldigheid van de gebruiksaanwijzing 3
1.4 CE-markering 3
1.5 Typeplaatje 3
2 Veiligheid.... 3
3 Aanwijzingen voor het gebruik 5
3.1 Fabrieksgarantie 5
3.2 Gebruik volgens de voorschriften.... 6
3.3 Eisen aan de standplaats 6
3.4 Onderhoud 6
3.5 Recycling en afvoer 6
3.5.1 Toestel ....
3.5.2 Verpakking.... 6
3.6 Tips voor energiebesparing.... 6
4 Bediening......
4.1 Overzicht van de bedieningselementen bij ecoTEC plus.... 8
4.2 Overzicht van de bedieningselementen bij ecoTEC pro 10
4.3 Maatregelen voor inbedrijfstelling 11
4.3.1 Afsluitvoorzieningen openen 11
4.3.2 Systeemdruk controleren 11
4.4 Inbedrijfstelling.... 12
4.5 Warmwaterbereiding met VCW-toestellen...... 13
4.5.1 Instelling van de warmwatertemperatuur...... 13
4.5.2 Warmstartfunctie in- en uitschakelen 13
4.5.3 Warm water aftappen.... 14
4.6 Warmwaterbereiding met VC-toestellen..... 14
4.6.1 Instelling van de warmwatertemperatuur...... 14
4.6.2 Boilerfunctie uitschakelen (alleen VC-toestellen met externe warmwaterboiler)... 15
4.6.3 Warm water tappen.... 15
4.7 Instellingen voor de CV-functie.... 15
4.7.1 Aanvoertemperatuur instellen (geen thermostaat aangesloten) 15
4.7.2 Aanvoertemperatuur instellen (bij gebruik van een thermostaat).... 16
4.7.3 CV-functie uitschakelen (zomermodus).... 16
4.7.4 Kamerthermostaat of weersafhankelijke thermostaat instellen 16
4.8 Statusaanduidingen (voor onderhouds- en servicewerkzaamheden door de installateur) ... 16
4.9 Verhelpen van storingen.... 17
4.9.2 Storingen bij het ontsteken.... 17
4.9.3 Storingen in het verbrandingslucht-/rookgastraject....18
4.9.4 Toestel/CV-installatie vullen.... 18
4.10 Buitenbedrijfstelling 19
4.11 Vorstbeveiliging.... 19
4.11.1 Vorstbeveiligingsfunctie.... 19
4.11.2 Vorstbeveiliging door leegmaken 19
4.12 Ondeßhoud en Serviceteam.... 20
Toesteleigenschappen
De Vaillant ecoTEC-toestellen zijn compacte HR-gas-wandketels. De VCW-toestellen zijn bovendien uitgerust met een geïntegreerde warmwaterbereiding.
6
Aanbevolen toebehoren
Baillant biedt voor het regelen van de ecoTEC verschillende systeemcomponenten die kunnen worden aangesloten op de schakellijst of ingestoken op het bedieningspaneel.
- auroMATIC 560
- auroMATIC 620/2
- calorMATIC 230
- calorMATIC 240
- calorMATIC 240f
- calorMATIC 330
- calorMATIC 340f
- calorMATIC 360
- calorMATIC 360f
- calorMATIC 392
- calorMATIC 392f
- calorMATIC 400
- calorMATIC 430
- calorMATIC 430f
- calorMATIC 630/2
- VR 61 mengmodule
- VR 68 zonnemodule
- VR 81 afstandsbediening
- VR 90/2 afstandsbediening
- vrnetDIALOG 830
- vrnetDIALOG 840/2
- VRT 15
- VRT 30
- VRT 40
- VRT 50
Uw installateur adviseert u bij de keuze van de geschikte systeemcomponenten.
1 Aanwijzingen bij de documentatie
De volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de volledige documentatie.
In combinatie met deze gebruiksaanwijzing zijn nog andere documenten van toepassing.
Voor schade die ontstaat door het niet naleven van deze gebruiksaanwijzingen, kan Vaillant niet aansprakelijk gesteld worden.
Aanvullend geldende documenten
Voor de gebruiker:
Korte gebruiksaanwijzing nr. 0020040000
Garantiekaart nr.
Voor de installateur:
Installatie- en onderhoudshandleiding nr. 0020010964
of
nr.
of
nr.
Eventueel zijn ook de andere gebruiksaanwijzingen van alle gebruikte toebehoren en regeltoestellen van toepassing.
1.1 Documenten bewaren
U dient deze gebruiksaanwijzing en alle andere van toe-passing zijnde documenten zodanig te bewaren dat ze direct ter beschikking staan.
Overhandig de documenten bij verhuizing of verkoop aan de volgende eigenaar.
1.2 Gebruikte symbolen
Neem bij de bediening van het toestel de veiligheidsaanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing in acht!

Gevaar! Onmiddellijk gevaar voor lijf en leven!

Gevaar! Levensgevaar door elektrische schok!

Gevaar! Gevaar voor verbranding of brandwonden!

Attentie! Mogelijk gevaarlijke situatie voor product en/of milieu!

Aanwijzing! Nuttige informatie en aanwijzingen.
- Symbool voor een vereiste handeling
1.3 Geldigheid van de gebruiksaanwijzing
Deze gebruiksaanwijzing geldt uitsluitend voor toestellen met de volgende artikelnummers:
- 0010002509
- 0010002510
- 0010002511
- 0010002512
- 0010002513
- 0010002514
- 0010003811
- 0010003812
- 0010004348
- 0010004146
- 0018045467
Het artikelnummer van uw toestel kunt u vinden op het typeplaatje.
1.4 CE-markering020029156
Met de CE-markering wordt aangegeven dat de toestellen volgens het typepplaat 2029157 en aan de fundamente-le vereisten van de geldende richtlijnen.
1.5 Typeplaatje
Het typeplaatje van de Vaillant ecoTEC is in de fabriek aan de onderkant van het toestel aangebracht.
2 Veiligheid
Wat te doen in geval van nood

Gevaar!
Gaslucht! Vergiftigings- en explosiegevaar door defecten!
Gedrag bij gaslucht in gebouwen
- Zet ramen en deuren helemaal open, zorg voor ventilatie, mijd vertrekken met gaslucht!
- Vermijd open vuur, rook niet, gebruik geen aansteker!
- Gebruik geen elektrische schakelaars, geen stekkers, geen deurbellen, geen telefoons en andere communicatiesystemen in huis!
- Sluit gasteller-afsluitvoorziening of hoofdkraan!
- Sluit de gaskraan (1, afb. 2.1, 2.2) op het toestel!
- Waarschuw andere huisbewoners, gebruik hierbij niet de deurbel!
- Verlaat het gebouw!
- Licht de storingsdienst van het energiebedrijf in vanaf een telefoonaansluiting buiten het huis!
- Verlaat bij hoorbaar uitstromen onmiddellijk het gebouw, versper derden de toegang tot het gebouw, waarschuw politie en brandweer van buiten het gebouw!

Afb. 2.1 Gaskraan sluiten (behalve VC 466 en VC 656)

Afb. 2.2 Gaskraan sluiten (bij VC 466 en VC 656)
Veiligheidsaanwijzingen
Neem altijd goed nota van de volgende veiligheidsaanwijzingen en voorschriften.

Gevaar!
Ontploffingsgevaar door ontvlambare gas-lucht- mengsels!
Zorg ervoor dat explosieve of licht ontvlambare stoffen (b.v. benzine, verf, enz.) niet in de plaatsingsruimte van het toestel worden gebruikt of opgeslagen.
Gevaar!
Vergiftigings- en explosiegevaar door defecten! Stel geen beveiligingen buiten werking. Er mogen ook geen handelingen op deze inrichtin- gen uitgevoerd worden waardoor de goede wer- king ervan in gevaar kan komen.
U dient daarom geen veranderingen uit te voeren:
- aan het toestel
- in de omgeving van het toestel
- aan de toevoerleidingen voor gas, verbrandingslucht, water en stroom
- en aan de afvoerleidingen voor rookgas
Het verbod op veranderingen geldt ook voor bouwconstructies in de omgeving van het toestel, voor zover deze van invloed kunnen zijn op de gebruiksveiligheid van het toestel. Voorbeelden hiervoor zijn:
- Een kastachtige mantel van het toestel moet voldoen aan de betreffende uitvoeringsvoorschriften. Vraag uw installateur om informatie, als u een dergelijke mantel wenst.
Voor veranderingen aan het toestel of in de omgeving ervan moet u in ieder geval contact opnemen met een erkend installateur, aangezien deze hiertoe bevoegd is.

Attentie!
Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen!
Voer nooit zelf ingrepen of wijzigingen aan de gaswandketel of aan andere onderdelen van de installatie uit.
Probeer nooit onderhoud of reparaties aan het toestel zelf uit te voeren.
- Vernietig of verwijder geen verzegelingen van onderdelen. Enkel erkende installateurs en de servicedienst van de fabriek zijn bevoegd om verzegelde onderdelen te veranderen.

Gevaar!
Verbrandingsgevaar!
Uit de warmwaterkraan stromend water kan heet zijn.

Attentie!
Gevaar voor beschadiging!
Gebruik geen sprays, oplosmiddelen, chloorhoudende reinigingsmiddelen, verf, lijm enz. in de omgeving van het toestel. Deze stoffen kunnen onder ongunstige omstandigheden tot corrosie - ook in het rookgasafvoersysteem - leiden.
Plaatsing en instelling
Het toestel mag alleen door een erkend installateur worden geïnstalleerd. Deze is ook verantwoordelijk voor een correcte installatie en inbedrijfstelling alsmede voor het naleven van de bestaande voorschriften, regels en richtlijnen.
Ook is hij bevoegd om inspectie-/onderhoudswerkzaamheden en reparaties aan het toestel uit te voeren en het ingestelde gasvolume te wijzigen.

Attentie!
Het toestel mag uitsluitend met een naar behoren gesloten toestelmantel permanent worden gebruikt! Anders kan - onder ongunstige gebruiksomstandigheden - materiële schade of zelfs gevaar voor lijf en leven ontstaan.
Waterdruk van de CV-installatie
Controleer regelmatig de waterdruk van de CV-installatie (zie hoofdstuk 4.3.2).
Noodstroomaggregaat
Uw installateur heeft de gaswandketel bij installatie aangesloten op het elektriciteitsnet.
Als u het toestel bij elektriciteitsuitval met een noodstroomaggregaat in gebruik wilt houden, moet deze voor wat betreft de technische waarden (frequentie, spanning, aarding) met die van het elektriciteitsnet overeenkomen en ten minste geschikt zijn voor het opgenomen vermogen van uw toestel. Laat u hierover adviseren door een erkend installateur.
Lekkages (behalve VC 466 en 656)

Afb. 2.3 Koudwaterstopkraan van de inlaatcombinatie sluiten (behalve VC 466 en 656)
Sluit bij lekkages in de warmwaterleidingen tussen toestel en tappunten meteen de koudwaterstopkraan van de inlaatcombinatie (1). Laat de lekkage door een erkend installateur verhelpen.

Aanwijzing!
Bij ecoTEC-toestellen is de koudwaterstopkraan niet bij de levering van het toestel inbegrepen. Vraag uw installateur, waar hij deze stopkraan heeft gemonteerd.
Vorstbeveiliging
Verzeker u ervan dat, als u tijdens een vorstperiode afwezig bent, de CV-installatie in werking blijft en de kamers voldoende op temperatuur worden gehouden.

Attentie!
Gevaar voor beschadiging!
Bij uitval van de stroomvoorziening of bij een te lage instelling van de kamertemperatuur in afzonderlijke vertrekken kan niet worden uitgesloten dat gedeelten van de CV-installatie door vorst beschadigd worden.
Houd u beslist aan de aanwijzingen voor vorstbeveiliging in hoofdstuk 4.11.
3 Aanwijzingen voor het gebruik
3.1 Fabrieksgarantie
De producten van de NV Vaillant zijn gewaarborgd tegen alle materiaal- en constructiefouten voor een periode van twee jaar vanaf de datum vermeld op de aankoopfactuur die heel nauwkeurig dient bij te houden. De waarborg geldt alleen onder de volgende voorwaarden :
- Het toestel moet door een erkend gekwalificeerd vakman geplaatst worden, onder zijn volledige verantwoordelijkheid, en deze dient er op te letten dat de normen en installatievoorschriften nageleefd worden.
- Het is enkel aan de technici van de Vaillant-fabriek toegelaten om herstellingen of wijzigingen aan het toestel onder garantie uit te voeren, opdat de waarborg van toepassing zou blijven. De originele onderdelen moeten in het Vaillant-toestel gemonteerd zijn, zo niet wordt de waarborg geannuleerd.
- Teneinde de waarborg te laten gelden, moet u ons de garantiekaart volledig ingevuld, ondertekend en gefrankeerd terugzenden binnen de veertien dagen na de installatie!
De waarborg wordt niet toegekend indien de slechte werking van het toestel het gevolg is van een slechte regeling, door het gebruik van een niet overeenkomstige energie, een verkeerde of gebrekkige installatie, de niet-naleving van de gebruiksaanwijzing die bij het toestel gevoegd is, door het niet opvolgen van de normen betreffende de installatievoorschriften, het type van lokaal of verluchting, verwaarlozing, overbelasting, bevriezing, elke normale slijtage of elke handeling van overmacht. In dit geval zullen onze prestaties en de geleverde onderdelen aangerekend worden. Bij facturatie, opgesteld volgens de algemene voorwaarden van de na-verkoop-dienst, wordt deze steeds opgemaakt op de naam van de persoon die de oproep heeft verricht en/of de naam van de persoon bij wie het werk is uitgevoerd, behoudens voorafgaand schriftelijk akkoord van een derde persoon (bv. huurder, eigenaar, syndic, enz.) die deze factuur uitdrukkelijk ten zijne laste neemt. Het factuur-bedrag zal contant betaald moeten worden aan de fa-
briekstechnicus die het werk heeft uitgevoerd. Het herstellen of vervangen van onderdelen tijdens de garantieperiode heeft geen verlenging van de waarborg tot gevolg. De toekenning van garantie sluit elke betaling van schadevergoeding uit en dit tot voor om het even welke reden ze ook gevraagd wordt. Voor elk verschil, zijn enkel de Tribunalen van het district waar de hoofdzetel van de vennootschap gevestigd is, bevoegd. Om alle functies van het Vaillant toestel op termijn vast te stellen en om de toegelaten toestand niet te veranderen, mogen bij onderhoud en herstellingen enkel nog originele Vaillant onderdelen gebruikt worden.
3.2 Gebruik volgens de voorschriften
De Vaillant gaswandketel ecoTEC is gebouwd volgens de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheids-technische regels. Toch kan er bij ondeskundig of oneigenlijk gebruik gevaar ontstaan voor lijf en leven van de gebruiker of derden resp. schade aan het toestel en andere voorwerpen.
Dit toestel is er niet voor bestemd te worden gebruikt door personen (waaronder kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of zonder ervaring en/of zonder kennis, tenzij deze onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of van deze instructies kregen hoe het toestel moet worden gebruikt. Kinderen moeten onder toezicht staan, om ervoor te zorgen dat zij niet met het toestel spelen.
De toestellen zijn ontworpen als warmteopwekker voor gesloten warmwater-CV-installaties en voor de centrale warmwaterbereiding. Een ander of daarvan afwijkend gebruik geldt als niet volgens de voorschriften. Voor schade die hieruit voortvloeit, kan de fabrikant/leverancier niet aansprakelijk worden gesteld. Uitsluitend de gebruiker is hiervoor verantwoordelijk.
Tot het gebruik volgens de voorschriften horen ook het in acht nemen van de gebruiksaanwijzing, de installatiehandleiding en alle andere geldende documenten, alsmede het naleven van de inspectie- en onderhoudsvoorschriften.

Attentie!
Elk oneigenlijk gebruik is verboden.
3.3 Eisen aan de standplaats
De Vaillant gaswandketel ecoTEC moet zodanig aan de wand hangend worden geïnstalleerd, dat de afvoer van het condenswater en de verbrandingsluchttoevoer/rookgasafvoer mogelijk zijn.
Ze kunnen b.v. worden geïnstalleerd in kelderruimtes, bergruimtes of ruimtes bestemd voor meerdere doeleinden. Vraag uw installateur welke geldende nationale voorschriften in acht genomen moeten worden.

Aanwijzing!
Een afstand van het toestel tot componenten uit brandbaar materiaal resp. tot brandbare bestanddelen is niet vereist, omdat bij het nominale warmtevermogen van het toestel aan het behuizingsoppervlak een lagere temperatuur voorhanden is dan de max. toegestane temperatuur van 85 °C.
3.4 Onderhoud
Reinig de mantel van uw toestel met een vochtige doek en een beetje zeep.

Aanwijzing!
Gevaar voor beschadiging!
Gebruik geen schuur- of reinigingsmiddelen die de mantel of de koppelstukken van kunststof zouden kunnen beschadigen. Gebruik geen sprays, oplosmiddelen of chloorhoudende reinigingsmiddelen.
3.5 Recycling en afvoer
De Vaillant gaswandketel ecoTEC en de bijbehorende transportverpakking bestaan voor het grootste deel uit recyclebaar materiaal.
3.5.1 Toestel
De Vaillant gaswandketel ecoTEC en de toebehoren behoren niet tot het huishoudelijk afval. Zorg ervoor dat het oude toestel en eventuele toebehoren op een verantwoorde manier afgevoerd worden.
3.5.2 Verpakking
Het afvoeren van de transportverpakking kunt u het best overlaten aan de installateur die het toestel geïnstalleerd heeft.

Aanwijzing!
U dient de van toepassing zijnde nationale wettelijke voorschriften in acht te nemen.
3.6 Tips voor energiebesparing
Inbouw van een weersafhankelijke CV-regeling Weersafhankelijke CV-regelingen regelen de CV-aan- voertemperatuur afhankelijk van de buitentemperatuur. Er wordt niet meer warmte opgewekt dan nodig. Hier- voor moet op de weersafhankelijke thermostaat de CV- aanvoertemperatuur worden ingesteld die bij een be- paalde buitentemperatuur gewenst is. Deze instelling mag niet hoger zijn dan noodzakelijk is voor de configu- ratie van de CV-installatie. Normaal voert uw installateur de juiste instellingen uit. Door geïntegreerde tijdprogramma's worden de gewens- te verwarmings- en afkoelingsfases (bijv. 's nachts) au- tomatisch in- en uitgeschakeld. Weersafhankelijke CV-regelingen vormen in combinatie met (thermostatische) radiatorkranen de meest comfort- tabele vorm van CV-regeling.
Afkoeling van de CV-installatie
Verlaag de kamertemperatuur tijdens de nachtrust en als u niet thuis bent. Dit kunt u gemakkelijk en betrouwbaar realiseren met behulp van kamerthermostaten met instelbare tijdprogramma's.
Stel de kamertemperatuur tijdens de minimale-temperatuurtijden ca. 5 °C lager in dan tijdens de maximale temperatuurtijden. Met een afkoeling van meer dan 5 °C bespaart u niet meer energie, aangezien dan voor de volgende maximale temperatuurperiode een hogere verwarmingscapaciteit nodig is. Alleen bij langere afwezigheid, zoals b.v. vakantie, loont het zich de temperaturen verder te verlagen. Let er echter wel op, dat er in de winter voldoende vorstbeveiliging is gegarandeerd.
Kamertemperatuur
Stel de kamertemperatuur niet hoger in dan net voldoende is om u comfortabel te voelen. Iedere graad daarboven betekent een hoger energieverbruik van ongeveer 6 %.
Houd bij het instellen van de kamertemperatuur ook rekening met het gebruik van de kamer. Zo is het bijvoorbeeld in het normale geval niet nodig slaapkamers of weinig gebruikte kamers op 20 °C te verwarmen.
Instellen van de bedrijfsfunctie
In het warme jaargetijde, als de woning niet hoeft te worden verwarmd, adviseren wij de verwarming op zomermodus te zetten. De CV-functie is dan uitgeschakeld, maar het toestel of de installatie blijft voor de warmwaterfunctie in bedrijf.
Gelijkmatig verwarmen
Vaak wordt in een woning met centrale verwarming slechts één kamer verwarmd. Via de oppervlaktes die deze kamer omgeven, zoals wanden, deuren, ramen, plafond en vloer worden onverwarmde aangrenzende kamers ongecontroleerd meeverwarmd en gaat er onbedoeld warmte-energie verloren. Het vermogen van de radiator in deze ene verwarmde kamer is voor een dergelijk gebruik natuurlijk niet meer voldoende. Het gevolg is dat de kamer niet meer voldoende wordt verwarmd en deze onbehaaglijk koud aanvoelt (overigens ontstaat hetzelfde effect, als er deuren openstaan tussen de verwarmde kamer en niet of beperkt verwarmde kamers).
Dit is verkeerde zuinigheid: de verwarming staat aan en toch is het in de kamer niet behaaglijk warm. Een groten verwarmingscomfort en een meer efficiënt gebruik wordt bereikt als alle kamers in een woning gelijkmatig en in overeenstemming met het gebruik worden verwarmd.
Overigens kan ook het bouwmateriaal nadelig worden beïnvloed als delen van het pand niet of onvoldoende worden verwarmd.
Thermostaatkranen en kamerthermostaten
Het zou vandaag de dag vanzelfsprekend moeten zijn om op alle radiatoren (thermostatische) radiatorkranen te plaatsen. Ze zorgen ervoor dat de eenmaal ingestelde kamertemperatuur exact wordt aangehouden. Met behulp van (thermostatische) radiatorkranen in combinatie met een kamerthermostaat (of weersafhankelijke thermostaat) kunt u de kamertemperatuur aanpassen aan uw individuele behoeftes en bent u zeker van een efficiënt gebruik van uw CV-installatie.
Laat in de kamer waarin zich de kamerthermostaat bevindt, steeds alle radiatorkranen volledig geopend, aangezien de beide regelingen elkaar anders over en weer beïnvloeden en de regelkwaliteit kan worden beperkt.
Vaak kan het volgende gebruikersgedrag worden geconstateerd: als het in de kamer te warm wordt, worden de (thermostatische) radiatorkranen dichtgedraaid (of de kamerthermostaat op een lagere temperatuur gezet).
Als het na een poosje dan weer te koud wordt, dan wordt de (thermostatische) radiatorkraan weer opengedraaid. Dit is niet nodig, aangezien de temperatuurregeling door de (thermostatische) radiatorkraan zelf wordt uitgevoerd: Als de kamertemperatuur boven de op de sensorkop ingestelde waarde stijgt, sluit de (thermostatische) radiatorkraan automatisch en bij het dalen onder de ingestelde waarde opent deze weer.
Regelapparatuur niet afdekken
Zorg ervoor dat uw regelapparatuur niet wordt afgedekt door meubels, gordijnen of andere voorwerpen. De circulerende kamerlucht moet ongehinderd kunnen worden gedetecteerd. Afgedekte (thermostatische) radiatorkranen kunnen met afstandssensoren worden uitgerust en blijven daardoor werken.
Gepaste warmwatertemperatuur
Het warme water dient slechts zover opgewarmd te worden als het voor het gebruik nodig is. Elke verdere opwarming leidt tot onnodig energieverbruik; warmwatertemperaturen van meer dan 60 °C veroorzaken bovendien in versterkte mate kalkaanslag.
Instelling van de warmstartfunctie (enkel VCW)
De warmstartfunctie levert direct warm water met de gewenste temperatuur zonder opwarmtijden te hoeven afwachten. Hiervoor wordt de secundaire-warmtewisse-laar op een vooraf ingesteld temperatuurpeil gehouden. Zet de temperatuurkeuzeknop niet hoger dan de benodigde temperatuur om energieverlies te voorkomen. Als u langere tijd geen warm water nodig hebt, adviseren wij voor verdere energiebesparing de warmstartfunctie uit te schakelen.
Bewust omgaan met water
Door bewust om te gaan met water kunnen de verbruikskosten duidelijk dalen.
Bijvoorbeeld douchen in de plaats van een bad te nemen: terwijl voor een bad ca. 150 liter water nodig is, heeft een met moderne, waterbesparende mengkraan
3 Aanwijzingen voor het gebruik
4 Bediening
uitgeruste douche slechts ca. een derde van deze hoeveelheid nodig.
Overigens: een druppelende waterkraan verspilt tot 2000 liter water, een lekkende toiletspoeling tot 4000 liter water per jaar. Daarentegen kost een nieuwe pakking slechts een paar eurocent.
Circulatiepompen alleen indien nodig laten draaien (alleen VC 466 en 656)
Circulatiepompen zorgen voor een voortdurende circu- latie van warmwater in het leidingsysteem, zodat ook bij veraf gelegen tappunten meteen warm water ter be- schikking staat. Deze verhogen ongetwijfeld het comfort bij de warmwaterbereiding. Maar ze verbruiken ook stroom. En circulerend warmwater dat niet wordt ge- bruikt, koelt op zijn weg door de pijpleidingen af en moet dan weer bijverwarmd worden. Circulatiepompen moeten daarom alleen dan gebruikt worden, wanneer daadwerkelijk warmwater algemeen in het huishouden nodig is. Met behulp van schakelklokken waarmee de meeste circulatiepompen uitgerust resp. uitgebreid kun- nen worden, kunnen individuele tijdprogramma's inge- steld worden. Vaak bieden ook weersafhankelijke ther- mostaten via extra functies de mogelijkheid circulatie- pompen tijdafhankelijk te regelen. Vraag uw installateur. Een andere mogelijkheid is om via een toets of schake- laar in de buurt van een vaak gebruikt tappunt de circu- latie alleen bij concrete behoefte gedurende een bepaal- de tijd in te schakelen. Op de Vaillant ecoTEC kan een dergelijke toets worden aangesloten op de toestelelek- tronica.
Ventileren van de woning
Open tijdens het verwarmen de ramen alleen om te ventileren en niet om de temperatuur te regelen. Het raam gedurende korte tijd helemaal openzetten is effectiever en bespaart meer energie dan een langdurig op een kier openstaand raam. Daarom adviseren wij de ramen gedurende korte tijd volledig te openen. Sluit tijdens het ventileren alle (thermostatische) radiatorkranen die zich in de kamer bevinden en/of zet, als deze aanwezig is, de kamerthermostaat op de minimale temperatuur. Door deze maatregelen is voldoende ventilatie gegarandeerd, zonder onnodige afkoeling en energieverlies (b.v. door onbedoeld inschakelen van de verwarming tijdens het ventileren).
4 Bediening
4.1 Overzicht van de bedieningselementen bij ecoTEC plus

text_image
10 8.88 Vaillant 1 2 9 8 7 6 3 4 5Afb. 4.1 Bedieningselementen ecoTEC plus
Trek de frontklep aan de greep naar beneden om deze te openen. De nu zichtbare bedieningselementen hebben de volgende functies (zie afb. 4.1):
1 Display voor weergave van de waterdruk van de CV-installatie, de actuele CV-aanvoertemperatuur, de bedrijfsfunctie of bepaalde extra informatie
2 Toets "i" voor oproepen van informatie
3 Inbouwthermostaat (toebehoren)
4 Manometer voor weergave van vul- of werkdruk in de CV-installatie
5 Aan/uit-schakelaar voor in- en uitschakelen van toestel
6 Toets "+" voor verder bladeren in de displayweergave (voor de installateur bij instelwerkzaamheden en opsporen van storingen) of weergave van de boilertemperatuur (VC met boilervoeler) resp. temperatuur van de warmwater-warmtewisselaar (VCW)
7 Toets "-" voor terugbladeren in de displayweergave (voor de installateur bij instelwerkzaamheden en opsporen van storingen) en voor weergave van de waterdruk van de CV-installatie op het display
8 Toets "Reset" voor terugzetten van bepaalde storingen
9 Draaiknop voor instellen van de CV-aanvoertemperatuur
10 Draaiknop voor instellen van de uitstroomtemperatuur van warm water (VCW-toestellen) of de boilertemperatuur (VC-toestellen met aangesloten warmwaterboiler VIH)
Digitaal informatie- en analysesysteem

text_image
1 45° Vaillant I F P 0 1Afb. 4.2 Display ecoTEC plus
De ecoTEC plus toestellen zijn uitgerust met een digitaal informatie- en analysesysteem. Dit systeem geeft informatie over de bedrijfstoestand van het toestel en helpt u bij het verhelpen van storingen.
Bij normaal bedrijf van het toestel wordt in het display (1) van het DIA-systeem de actuele CV-aanvoertemperatuur aangeduid (in het voorbeeld 45 °C). In het geval van een storing wordt de weergave van de temperatuur vervangen door de betreffende storingscode.
Bovendien geven de weergegeven symbolen de volgende informatie:
1 Weergave van de waterdruk van de CV-installatie, van de actuele CV-aanvoertemperatuur of weergave van een status- of storingscode

Storing in het verbrandingslucht-/rookgastraject

Storing in het verbrandingslucht-/rookgastraject
Alleen in combinatie met vrnetDIALOG: Zolang het symbool op het display verschijnt, wordt door het toebehoren vrnetDIALOG de CV-aanvoertemperatuur en warmwater-uit-stroomtemperatuur ingesteld, dat betekent dat het toestel werkt met andere temperaturen dan die met de draaiknoppen (9) en (10) zijn ingesteld. Deze bedrijfsfunctie kan alleen beëindigd worden:
- door vrnetDIALOG of
- door veranderen van de temperatuurinstelling met de draaiknoppen (9) of (10) met meer dan ±5K.
Deze bedrijfsfunctie kan niet beëindigd worden:
- door op de toets (8) " Reset " te drukken of
- door uit- of inschakelen van het toestel.
CV-functie actief permanent aan bedrijfsmodus CV-functie knippert: branderwachttijd actief
Warmwaterbereiding actief (alleen bij VCW)
permanent aan: warm water wordt getapt
(alleen bij VC)
permanent aan: bedrijfsfunctie boilerlading (VC-toestel) is operationeel
knippert: warmwaterboiler wordt verwarmd, brander aan
C Warmstartfunctie actief (alleen bij VCW)
permanent aan: warmstartfunctie is operationeel knippert: warmstartfunctie is in bedrijf, brander aan
Intern gasventiel wordt aangestuurd
Vlam met kruis: Storing tijdens de branderfunctie; toestel is uitgeschakeld
Vlam zonder kruis: Correcte branderfunctie
4.2 Overzicht van de bedieningselementen bij ecoTEC pro

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 B/VallantAfb. 4.3 Bedieningselementen ecoTEC pro
Trek de frontklep aan de greep naar beneden om deze te openen. De nu zichtbare bedieningselementen hebben de volgende functies (zie afb. 4.3):
1 Display voor weergave van de actuele waterdruk van de CV-installatie, de CV-aanvoertemperatuur of bepaalde extra informatie.
2 Signaallampen voor bedrijfsfuncties
3 Toets "i" voor oproepen van informatie
4 Inbouwthermostaat (toebehoren)
5 Manometer voor weergave van vul- of bedrijfs-druk in de CV-installatie
6 Aan/uit-schakelaar voor in- en uitschakelen van toestel
7 Toets "+" voor verder bladeren in het display (voor de installateur bij instelwerkzaamheden en opsporen van storingen) of weergave van de boilertemperatuur (VC met boilervoeler) resp. temperatuur van de warmwater-warmtewisselaar (VCW)
8 Toets "-" voor terugbladeren in het display (voor de installateur bij instelwerkzaamheden en opsporen van storingen) en voor weergave van de waterdruk van de CV-installatie op het display
9 Toets "Reset" voor terugzetten van bepaalde storingen
10 Draaiknop voor instellen van de CV-aanvoertemperatuur
11 Draaiknop voor instellen van de uitstroomtemperatuur van warm water (VCW) resp. boilertemperatuur (VC met boilervoeler)
Multifunctionele weergave
De ecoTEC pro toestellen zijn uitgerust met een multi-functionele weergave. Wanneer de aan/uit-schakelaar ingeschakeld is en het toestel normaal functioneert, geeft de weergave de actuele CV-aanvoertemperatuur aan (in het voorbeeld 45 °C).

text_image
SIVaillant 1 45 °C 2 3 4Afb. 4.4 Signaallampen ecoTEC pro
1 Weergave van de waterdruk van de CV-installatie, van de actuele CV-aanvoertemperatuur of weergave van een status- of storingscode
2 Groene signaallamp warmstartfunctie/warmwater permanent aan: warmstartfunctie is ingeschakeld uit: warmstartfunctie is uitgeschakeld en er wordt geen warm water getapt
knippert: warm water wordt getapt of de warmstartfunctie verwarmt het water bij
3 Gele signaallamp permanent aan: brander aan
4 Rode signaallamp permanent aan: storing in toestel, een storingscode wordt weergegeven

Alleen in combinatie met vrnetDIALOG:
Zolang het symbool op het display verschijnt, wordt door het toebehoren vrnetDIALOG de CV-aanvoertemperatuur en warmwater-uitstroom-temperatuur ingesteld, dat betekent dat het toestel werkt met andere temperaturen dan die met de draaiknoppen (10) en (11) zijn ingesteld. Deze bedrijfsfunctie kan alleen beëindigd worden:
- door vrnetDIALOG of
- door veranderen van de temperatuurinstelling met de draaiknoppen (10) of (11) met meer dan ±5 K.
Deze bedrijfsfunctie kan niet beëindigd worden:
- door op de toets (9) "Reset" te drukken of
- door uit- of inschakelen van het toestel.
4.3 Maatregelen voor inbedrijfstelling
4.3.1 Afsluitvoorzieningen openen

Aanwijzing!
De afsluitvoorzieningen worden niet meegeleverd met uw toestel. Ze worden apart door de installateur geïnstalleerd. Vraag hem om informatie over positie en bediening van deze onderdelen.

text_image
3 1 2 4 Onderhoudskranen 3 en 4 gesloten Onderhoudskranen 3 en 4 geopendAfb. 4.5 Afsluitvoorzieningen openen bij de VC 376, VCW 296, VCW 346, VCW 376

Afb. 4.6 Afsluitvoorzieningen openen bij de VC 466 en VC 656 (onderhoudskranen bij wilje van voorbeeld)
- Open de gaskraan (1) tot de vaste aanslag.
- Controleer of de onderhoudskranen in de aanvoer (3) en retour (4) van de CV-installatie zijn geopend.
- Open de koudwaterstopkraan van de inlaatcombinatie (2).
Ter controle kunt u bij een warmwaterkraan bij een tappunt proberen of daar water uitkomt.
4.3.2 Systeemdruk controleren

Aanwijzing!
Om het gebruik van de installatie met een te kleine hoeveelheid water te vermijden en om te voorkomen dat daardoor schade ontstaat, beschikt uw toestel over een druksensor. Deze signaleert bij onderschrijding van 0,6 bar het druktekort als op de display de drukwaarde knipperend wordt weergegeven.
Bij onderschrijding van een druk van 0,3 bar wordt uw toestel uitgeschakeld. Op het display verschijnt de storingsmelding F.22. Om het toestel weer in bedrijf te nemen, moet de installatie eerst met water worden gevuld.

text_image
plus pro Vaillant bar 1 2 1.2 1.2 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.2Afb. 4.7 Waterdruk van de CV-installatie controleren
- Controleer bij de inbedrijfstelling de waterdruk van de installatie op de manometer (1). Voor een correct bedrijf van de CV-installatie moet bij koude installatie de wijzer op de manometer in het donkergrijze gebied staan. Dit komt overeen met een waterdruk tussen 1,0 en 2,0 bar. Staat de wijzer in het lichtgrijze bereik (< 0,8 bar), dan moet vóór de inbedrijfstelling water bijgevuld worden (zie hoofdstuk 4.9.4).

Aanwijzing!
Het ecoTEC toestel beschikt over een manometer en over een digitale drukaanduiding.
De manometer stelt u in staat om ook bij uitgeschakeld toestel snel te zien of de waterdruk zich in het gewenste bereik bevindt of niet. Wanneer het toestel in bedrijf is, kunt u de nauwkeurige drukwaarde op het display laten zien. Activeer de drukaanduiding door het indrukken van de toets "-" (2). Na 5 sec. wordt op het display weer de CV-aanvoertemperatuur weergegeven.
Aanwijzing!
U kunt ook permanent omschakelen tussen temperatuur- of drukaanduiding in het display door de "-" -toets ca. 5 seconden ingedrukt te houden.
Als de CV-installatie zich over meerdere etages uitstrekt, kan een hogere waterdruk van de installatie nodig zijn. Vraag hiervoor uw installateur.
4.4 Inbedrijfstelling

text_image
2 4,5° Vaillant 1 P P 0 - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - +/-Afb. 4.8 Toestel inschakelen (voorbeeld: ecoTEC plus)
- Met de aan/uit-schakelaar (1) kunt u het toestel in- en uitschakelen.
I: "AAN"
o: "UIT"
Als u het toestel inschakelt, verschijnt op het display (2) de actuele CV-aanvoertemperatuur.
Voor het instellen van het toestel volgens uw wensen leest u hoofdstuk 4.5 en 4.7, waarin de instelmogelijkheden voor de warmwaterbereiding en de CV-functie zijn beschreven.

Attentie!
Gevaar voor beschadiging!
Vorstbeveiligings- en controlevoorzieningen zijn alleen actief als de aan/uit-schakelaar van het toestel op stand "I" staat en het toestel niet van het elektriciteitsnet is gescheiden.
Om ervoor te zorgen dat de beveiligingen actief blijven, moet u uw gaswandketel via de thermostaat in- en uit-schakelen (informatie daarover vindt u in de betreffende gebruiksaanwijzing).
Hoe u uw gaswandketel helemaal buiten bedrijf kunt stellen, leest u in hoofdstuk 4.10.
4.5 Warmwaterbereiding met VCW-toestellen 4.5.2 Warmstartfunctie in- en uitschakelen
4.5.1 Instelling van de warmwatertemperatuur

text_image
plus 45°C pro 2 3 ©VaillantAfb. 4.9 Instelling van de warmwatertemperatuur
- Schakel het toestel in volgens de beschrijving in hoofdstuk 4.4.
- Stel de draaiknop (3) voor het instellen van de warmwater-uitstroomtemperatuur in op de gewenste temperatuur. Daarbij betekent:
- linker aanslag ca. 35 °C
- rechter aanslag max. 65 °C
Bij het instellen van de gewenste temperatuur wordt de daarbij behorende gewenste waarde weergegeven op het display (2).
Na ca. drie seconden verdwijnt deze weergave en verschijnt op het display weer de standaardweergave (actuele CV-aanvoertemperatuur).

Attentie!
Verkalkingsgevaar!
Bij een waterhardheid van meer dan
3,57 mol/m³ (20 °dH) moet u de draaiknop (3) maximaal op de middenstand instellen.

Gevaar!
Gezondheidsrisico door legionellavorming!
Als het toestel wordt gebruikt voor naverwarming in een solair ondersteunde drinkwaterverwarmingsinstallatie, moet de warmwateruitstroomtemperatuur bij draaiknop (3) op minstens 60 °C worden ingesteld.
De warmstartfunctie levert direct warm water met de gewenste temperatuur zonder een opwarmtijd te hoeven afwachten. Hiervoor wordt de warmwater-warmte-wisselaar van de ecoTEC op een vooraf ingesteld temperatuurpeil gehouden.
ecoTEC plus:

text_image
1 b a 45 °C ℃×C⊗X 1 b c 45 °C ℃×⊗XAfb. 4.10 Warmstartfunctie in- en uitschakelen bij ecoTEC plus
- De warmstartfunctie wordt geactiveerd als u de draai-knop (1) kort tot aan de aanslag (instelling a) naar rechts draait.
Vervolgens kiest u de gewenste warmwateruitstroom-temperatuur, b.v. instelling b (zie hoofdstuk 4.5.1).
Het toestel past de warmstarttemperatuur automatisch aan de ingestelde warmwatertemperatuur aan. Het ge- tempereerde water is bij aftapping direct beschikbaar; op het display knippert het symbool C.
- De warmstartfunctie wordt uitgeschakeld als u draai-knop (1) kortstondig tot aan de aanslag naar links draait (instelling c). Het symbool C verdwijnt. Vervolgens kiest u weer de gewenste warmwateruitstroom-temperatuur, b.v. instelling b.
ecoTEC pro:

text_image
1 b a 45 °C 2 b c 1 45 °C 2Afb. 4.11 Warmstartfunctie in- en uitschakelen bij ecoTEC pro
- De warmstartfunctie wordt geactiveerd als u de draai-knop (1) kort tot aan de aanslag (instelling a) naar rechts draait. De groene signaallamp (2) gaat branden.
Vervolgens kiest u de gewenste warmwateruitstroom-temperatuur, b.v. instelling b (zie hoofdstuk 4.5.1).
Het water wordt nu constant op 55 °C gehouden en staat bij tappen direct ter beschikking.
- De warmstartfunctie wordt uitgeschakeld als u draai-knop (1) kortstondig tot aan de aanslag naar links draait (instelling c). De signaallamp (2) dooft.Vervolgens kiest u weer de gewenste warmwateruitstroomtemperatuur, b.v. instelling b.
Bij het openen van een warmwaterkraan (1) bij een tappunt (wasbak, douche, badkuip, etc.) gaat het toestel zelfstandig in bedrijf en levert het u warm water. Het toestel schakelt de warmwaterbereiding bij het sluiten van de waterkraan automatisch uit. De pomp loopt nog een korte tijd na.
4.6 Warmwaterbereiding met VC-toestellen
Voor de warmwaterbereiding met de toesteluitvoering VC moet een warmwaterboiler van het type VIH op het CV-toestel zijn aangesloten.
4.6.1 Instelling van de warmwatertemperatuur

text_image
plus pro 2 3 45° 45° VaillantAfb. 4.13 Instelling van de warmwatertemperatuur
- Schakel het toestel in volgens de beschrijving in hoofdstuk 4.4.
- Stel de draaiknop (3) voor het instellen van de boiler-temperatuur in op de gewenste temperatuur. Daarbij betekent:
- linker aanslag vorstbeveiliging ca. 15 °C
- rechter aanslag max. 70 °C
Bij het instellen van de gewenste temperatuur wordt de daarbij behorende gewenste waarde weergegeven op het display (2).
Na ca. drie seconden verdwijnt deze weergave en in het display verschijnt weer de standaardweergave (actuele CV-aanvoertemperatuur of optioneel waterdruk in de installatie).
Attentie!
Verkalkingsgevaar!
Bij een waterhardheid van meer dan
3,57 mol/m³ (20 °dH) moet u de draaiknop (3) maximaal op de middenstand instellen.

Gevaar!
Gezondheidsrisico door legionellavorming! Als het toestel wordt gebruikt voor naverwarming in een solair ondersteunde drinkwaterverwarmingsinstallatie, moet de warmwateruitstroomtemperatuur met de draaiknop (3) op minstens 60 °C worden ingesteld.

Aanwijzing!
Als uw thermostaat via een twee-aderige eBusleiding is aangesloten, zet u de draaiknop voor instellen van de warmwatertemperatuur op maximaal mogelijke temperatuur. De gewenste temperatuur voor uw boiler stelt u op uw thermostaat in.
4.6.2 Boilerfunctie uitschakelen (alleen VC-toestellen met externe warmwaterboiler)
Bij VC-toestellen met aangesloten warmwaterboiler kunt u de warmwaterbereiding of boilerlading uitschakelen, maar de CV-functie verder laten functioneren.
- Draai hiervoor de draaiknop voor het instellen van de warmwatertemperatuur tot aan de linker aanslag. Alleen een vorstbeveiligingsfunctie voor de boiler blijft actief.
4.6.3 Warm water tappen
Bij het openen van een warmwaterkraan (1) bij een tappunt (wasbak, douche, bad, enz.) wordt warm water uit de aangesloten boiler getapt.
Komt de boilertemperatuur beneden de ingestelde waarde, dan treedt het VC toestel automatisch in bedrijf en warmt de boiler bij. Bij bereiken van de gewenste boilertemperatuur schakelt het VC toestel automatisch uit. De pomp loopt nog een korte tijd na.

text_image
1 VaillantAfb. 4.14 Warm water tappen
4.7 Instellingen voor de CV-functie
4.7.1 Aanvoertemperatuur instellen (geen thermostaat aangesloten)

text_image
plus pro 45°C 45° Vaillant 1 2 0 - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - +/-Afb. 4.15 Aanvoertemperatuur instellen zonder thermostaat
Als geen externe thermostaat aanwezig is, dan stelt u de aanvoertemperatuur met de draaiknop (1) in overeenkomstig de buitentemperatuur. Daarbij adviseren wij de volgende instellingen:
- stand links (echter niet tot aan de aanslag) in de overgangstijd: buitentemperatuur ca. 10 tot 20 °C
- stand midden bij matige kou: buitentemperatuur ca. 0 tot 10 °C
- stand rechts bij sterke kou: buitentemperatuur ca. 0 tot -15 °C
Bij het instellen van de temperatuur wordt de ingestelde temperatuur weergegeven op het display (2). Na ca. drie seconden verdwijnt deze weergave en verschijnt op het display weer de standaardweergave (actuele CV-aanvoertemperatuur).
Normaal kan de draaiknop (1) traploos worden ingesteld tot een aanvoertemperatuur van 75 °C. Als u echter hogere waarden kunt instellen op uw toestel, dan heeft uw installateur een zodanige afstelling uitgevoerd, dat uw CV-installatie ook met hogere aanvoertemperaturen kan werken.
4.7.2 Aanvoertemperatuur instellen (bij gebruik van een thermostaat)

text_image
plus pro 45° 45° 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100Afb. 4.16 Aanvoertemperatuur instellen bij gebruik van een thermostaat
Als uw CV-toestel met een weersafhankelijke regeling of een kamerthermostaat is uitgerust, moet u het volgende instellen:
- Zet de draaiknop (1) voor het instellen van de CV-aanvoertemperatuur op de rechter aanslag.
De aanvoertemperatuur wordt automatisch ingesteld door de thermostaat (informatie daarover vindt u in de betreffende gebruiksaanwijzing).
4.7.3 CV-functie uitschakelen (zomermodus)

text_image
plus pro 15°C 15° Valiant 1Afb. 4.17 CV-functie uitschakelen (zomermodus)
In de zomer kunt u de CV-functie uitschakelen, maar de warmwaterbereiding verder in bedrijf laten.
- Draai hiervoor de draaiknop (1) voor het instellen van de CV-aanvoertemperatuur helemaal naar links.
4.7.4 Kamerthermostaat of weersafhankelijke thermostaat instellen

text_image
1 Vaillant ① F P ②Afb. 4.18 Kamerthermostaat/weersafhankelijke thermostaat instellen
- Stel de kamerthermostaat (1), de weersafhankelijke thermostaat en de (thermostatische) radiatorkranen (2) volgens de betreffende gebruiksaanwijzingen van deze toebehoren in.
4.8 Statusaanduidingen (voor onderhouds- en servicewerkzaamheden door de installateur)

text_image
plus pro 45°C 45° Vaillant 1 2 1Afb. 4.19 Statusweergaven
De statusweergaven geven informatie over de operationele toestand van het toestel.
- Activeer de statusweergaven door toets "i" (1) in te drukken.
Op de display (2) verschijnt nu een weergave van de betreffende statuscodes, b.v. "S. 4" voor branderfunctie. De betekenis van de belangrijkste statuscodes vindt u in de onderstaande tabel.
Tijdens omschakelfases, b.v. bij herstart door het uitblijven van de vlam, verschijnt kort de statusmelding "S.".
- Schakel het display door nogmaals indrukken van de toets "i" (1) weer in de normale modus terug.
| Weergave | Betekenis |
| Weergave tijdens CV-functie | |
| S. 0 Geen warmtevraag | |
| S. 1 CV ventilator voorloop | |
| S. 2 CV pomp voorloop | |
| S. 3 CV ontsteking | |
| S. 4 CV brander aan | |
| S. 6 CV ventilator naloop | |
| S. 7 CV pomp naloop | |
| S. 8 Wachttijd CV | |
| S.31 | Zomermodus actief of geen warmtevraag van eBus-regelaar |
| S.34 CV vorstbeveiliging | |
| Weergave tijdens warmwaterfunctie | |
| S.10 Warmwatervraag | |
| S.14 Warmwater brander aan | |
| Weergaven bij bollerlaadfunctie | |
| S.20 Boiler aadvraag | |
| S.22 Warmwaterfunctie pomp voorloop | |
| S.24 Boiler trading brander aan | |
| ServicemeldingDe servicemelding verschijnt indien nodig en verdringt de normale statustekst (alleen VC 466 en 656). | |
| S.85 Servicemelding hoeveelheid circulatiewater | |
Tabel 4.1 Statuscodes en hun betekenis (keuze)
4.9 Verhelpen van storingen
Als tijdens de werking van de gaswandketel problemen optreden kunt u de volgende punten zelf controleren.
Geen warm water, verwarming blijft koud; Toestel treedt niet in werking:
- Zijn de gaskraan van het gebouw in de aanvoerleiding en de gaskraan op het toestel geopend (zie deel 4.3.1)?
- Is de koudwatertoevoer gewaarborgd (alleen bij VCW toestellen, zie hoofdstuk 4.3.1)?
- Is de voedingsspanning van het gebouw ingeschakeld?
- Is de aan/uit-schakelaar op de gaswandketel ingeschakeld (zie hoofdstuk 4.4)?
- Is de draaiknop voor de aanvoertemperatuurinstelling op de gaswandketel niet helemaal naar links gedraaid, dus op vorstbeveiliging gezet (zie hoofdstuk 4.7)?
- Is de waterdruk van de CV-installatie voldoende (zie hoofdstuk 4.3.2)?
- Zit er lucht in de CV-installatie?
- Is er sprake van een storing bij het ontsteken (zie hoofdstuk 4.9.2)?
Warmwaterfunctie storingsvrij; CV gaat niet in werking:
- Is er eigenlijk sprake van een warmtevraag door de externe thermostaat (b.v. door thermostaat calorMA-TIC) (zie hoofdstuk 4.7.4)?

Attentie!
Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen! Als uw gaswandketel na de controle van bovengenoemde punten niet foutloos functioneert, moet u een erkend installateur voor de controle om advies vragen.
Het toestel schakelt op "Storing", wanneer de waterdruk in de CV-installatie te laag is. Deze storing wordt aangegeven door de foutcodes "F.22" (droogkoken) resp. "F.23" of "F.24" (watergebrek).
Het toestel kan pas weer in bedrijf worden genomen, als de CV-installatie voldoende met water is gevuld. Als de druk vaker daalt, moet de oorzaak voor het verlies van CV-water worden vastgesteld en verholpen. Contacteer hiervoor een erkende installateur.
4.9.2 Storingen bij het ontsteken

text_image
plus F.28 pro 1 2 3 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 VailantAfb. 4.20 Reset
Als na vijf ontstekingspogingen geen ontsteking van de brander volgt, schakelt het toestel niet in en schakelt naar "Storing". Dit wordt aangegeven door weergave van de storingscodes "F.28" of "F.29" op het display. Bovendien verschijnt bij ecoTEC plus-toestellen in het display het vlamsymbool met kruis (1), bij ecoTEC protoestellen gaat de rode signaallamp branden (2). Een nieuwe automatische ontsteking vindt pas na een handmatige reset plaats.
- Druk voor de reset op de resetknop (3) en houd deze ca. een seconde ingedrukt.

Attentie!
Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen!
Als uw gaswandketel na de derde resetpoging nog altijd niet in bedrijf gaat, moet u een erkend installateur voor de controle om advies vragen.
4.9.3 Storingen in het verbrandingslucht-/rookgas-traject
De toestellen zijn uitgerust met een ventilator. Als de ventilator niet goed werkt schakelt het toestel de ventilator uit.
Op de display verschijnen dan de symbolen ♦ en ♂ alsmede de foutmelding "F.32".

Attentie!
Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen!
Bij deze foutmelding moet u een erkend installateur voor de controle om advies vragen.
4.9.4 Toestel/CV-installatie vullen
Voor een goede werking van de CV-installatie moet de waterdruk bij een koude installatie tussen 1,0 en 2,0 bar liggen (zie hoofdstuk 4.3.2). Als deze lager is dan 0,75 bar, moet u water bijvullen.
Als de CV-installatie zich over meerdere etages uitstrekt, kan een hogere waterdruk van de installatie nodig zijn. Vraag hiervoor uw installateur.

Attentie!
Beschadigingsgevaar voor de gaswandketel! Gebruik voor het vullen van de CV-installatie uitsluitend schoon leidingwater.
Toevoeging van chemische middelen als bijv. antivries- en roestmiddelen (inhibitoren) is niet toegestaan.
Daardoor kunnen beschadigingen aan afdichtingen en membranen, alsmede geluiden tijdens de CV-functie ontstaan.
Hiervoor en voor eventuele vervolgschade kan Vaillant niet aansprakelijk worden gesteld.
Voor het vullen en bijvullen van de CV-installatie kunt u normaal leidingwater gebruiken. In uitzonderingsgevalen bestaan er waterkwaliteiten, die onder omstandigheden niet geschikt zijn voor het vullen van de CV-installatie (water met veel ijzer of kalk). Neem in een dergelijk geval contact op met een erkend installateur.
Bij VCW-toestellen:
- Open alle (thermostatische) radiatorkranen van de installatie.

Afb. 4.21 Vul-/aftapkraan (alleen bij VCW-toestellen)
- Draai de vul-/aftapkraan (1) langzaam open en vul zo-lang water bij tot bij de manometer resp. op het display de vereiste systeemdruk is bereikt.
- Sluit de vul-/aftapkraan (1).
- Ontlucht alle radiatoren.
- Controleer vervolgens op de manometer of het display de systeemdruk en vul zo nodig nog een keer water bij.
Bij VC-toestellen:
- Open alle (thermostatische) radiatorkranen van de installatie.
- Verbind de vul-/aftapkraan van de installatie met behulp van een slang met een koudwaterkraan (uw installateur moet de vulkranen aan u hebben getoond en het bijvullen of leegmaken van de installatie hebben uitgelegd).
- Draai de vul-/aftapkraan langzaam open.
- Draai de waterkraan langzaam open en vul zolang water bij tot bij de manometer resp. op het display de vereiste systeemdruk is bereikt.
- Sluit de waterkraan.
- Ontlucht alle radiatoren.
- Controleer vervolgens op de manometer of het display de systeemdruk en vul zo nodig nog een keer water bij.
- Sluit de vul-/aftapkraan en verwijder de vulslang.
4.10 Buitenbedrijfstelling

text_image
8.8.8 Vallant 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90Afb. 4.22 Toestel uitschakelen (voorbeeld: ecoTEC plus)
- Om uw gaswandketel volledig buiten bedrijf te stellen, moet u de aan/uit-schakelaar (1) op stand "0" zetten.

Attentie!
Vorstbeveiligings- en controlevoorzieningen zijn alleen actief als de aan/uit-schakelaar van het toestel op stand "I" staat en het toestel niet van het elektriciteitsnet is gescheiden.
Om ervoor te zorgen dat de beveiligingen actief blijven, moet u uw gaswandketel tijdens normale werking met de thermostaat in- en uitschakelen (informatie daarover vindt u in de betreffende gebruiksaanwijzing).

Aanwijzing!
Bij langere buitenbedrijfstelling (bijv. vakantie) moet u bovendien de gaskraan en de koudwaterstopkraan sluiten.
Let in dit verband ook op de instructies voor vorstbeveiliging in deel 4.11.
Aanwijzing!
De afsluitvoorzieningen worden niet meegeleverd met uw toestel. Ze worden apart door de installateur geïnstalleerd. Vraag hem om informatie over positie en bediening van deze onderdelen.
4.11 Vorstbeveiliging
De CV-installatie en de waterleidingen zijn voldoende tegen vorst beschermd, als de CV-installatie tijdens een vorstperiode ook in bedrijf blijft als u afwezig bent en de kamers voldoende op temperatuur blijven.

Attentie!
Vorstbeveiligings- en controlevoorzieningen zijn alleen actief als de aan/uit-schakelaar van het toestel op stand "I" staat en het toestel niet van het elektriciteitsnet is gescheiden. Het CV-water mag niet worden verrijkt met antivries-middelen! Daardoor kunnen veranderingen aan afdichtingen en membranen, alsmede geluiden in CV-functie ontstaan. Hiervoor en voor eventuele vervolgschade kan Vaillant niet aansprakelijk worden gesteld.
4.11.1 Vorstbeveiligingsfunctie
De gaswandketel is uitgerust met een vorstbeveiligingsfunctie:
Als de CV-aanvoertemperatuur bij een ingeschakelde aan/uit-schakelaar onder 5 °C zakt, gaat het toestel in bedrijf en verwarmt het CV-circuit van het toestel tot ca. 30 °C.

Attentie!
Gevaar voor bevriezing van delen van de hele installatie!
De doorstroming van de hele CV-installatie kan met de vorstbeveiligingsfunctie niet worden gewaarborgd.
4.11.2 Vorstbeveiliging door leegmaken
Een andere mogelijkheid van vorstbeveiliging is de CV-installatie en het toestel leeg te maken. Daarbij moet u er zeker van zijn, dat de installatie en het toestel volledig zijn leeggemaakt.
Alle koud- en warmwaterleidingen in de woning en in het toestel moeten ook worden leeggemaakt.
Laat u hierover adviseren door een erkend installateur.
4.12 Onderhoud en Serviceteam
Inspectie/onderhoud
Voorwaarde voor de continue inzetbaarheid en gebruiksveiligheid, betrouwbaarheid en lange levensduur is een jaarlijkse inspectie/jaarlijks onderhoud van het toestel door een installateur.

Gevaar!
Gevaar voor materiële schade en persoonlijk letsel door ondeskundig onderhoud!
Probeer nooit zelf onderhoudswerkzaamheden of reparaties bij uw gaswandketel uit te voeren. Laat dit doen door een erkend installateur. We raden u aan om een onderhoudscontract af te sluiten.
Te weinig onderhoud kan de gebruiksveiligheid van het toestel nadelig beïnvloeden en materiële schade en lichamelijk letsel veroorzaken.
Regelmatig onderhoud zorgt voor een optimaal rendement en dus voor een efficiënte werking van uw gaswandketel.
