RT242202 - Koelkast GAGGENAU - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RT242202 GAGGENAU in PDF-formaat.
| Merk | Gaggenau |
| Model | RT242202 |
| Producttype | Koelkast met vriesvak |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T |
| Toegestane omgevingstemperatuur | +10 °C tot +43 °C afhankelijk van klasse |
| Voeding | 220-240 V / 50 Hz, wisselstroom |
| Zekeringbeveiliging | 10 A tot 16 A |
| Koelmiddel | R600a (ontvlambaar) |
| Nuttige inhoud | Aangegeven op het typeplaatje |
| Maximale vriescapaciteit | Aangegeven op het typeplaatje |
| Temperatuurinstelling koelkast | +3 °C tot +8 °C |
| Koelzone | Temperatuur nabij 0 °C |
| Snelvriezen | Ja, handmatige activering, schakelt na 24 uur automatisch uit |
| Ontdooien | Automatisch voor koelkast en koelzone; handmatig voor vriezer |
| Binnenverlichting | Lamp E14, 220-240 V, vermogen zie lamp |
| Deursluitindicator | Afhankelijk van model: rood (open) / wit (gesloten) |
| Speciale uitrusting | Serveerschaal, flessenrek, vleeswaren/kaasbak, ijsblokjesbak |
| Onderhoud en reiniging | Lauwwarm water en neutraal afwasmiddel; geen stoomreiniger gebruiken |
| Veiligheid | Kinderslot (afhankelijk van model), instructies voor ontvlambaar koelmiddel |
| Bestemmingsland | Europa |
Veelgestelde vragen - RT242202 GAGGENAU
Gebruikersvragen over RT242202 GAGGENAU
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RT242202 - GAGGENAU en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RT242202 van het merk GAGGENAU.
GEBRUIKSAANWIJZING RT242202 GAGGENAU
nl Gebruiksaanwijzing
RT 242
Inbouwapparaat
Inbouwapparaat
Inbouwapparaat
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 71
Voordat u het apparaat in gebruik neemt 71
Kinderen in het huishouden 72
Algemene bepalingen 72
Aanwijzingen over de afvoer 72
Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat 72
Afvoeren van uw oude apparaat 72
Omvang van de levering 72
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting 73
Omgevingstemperatuur 73
Beluchting 73
De juiste plaats 73
Apparaat aansluiten 73
Elektrische aansluiting 73
Kennismaking met het apparaat 74
Bedieningselementen 75
Inschakelen van het apparaat 75
Aanwijzingen bij het gebruik 75
Instellen van de temperatuur 75
Het vriesvak 75
Koelruimte 75
Verskoelruimte 75
Netto-inhoud 76
De koelruimte 76
Attentie bij het inruimen 76
De verskoelruimte 76
Vochtlade 76
Geschikt om vers te koelen: 76
Niet geschikt voor „verskoelen": 76
Attentie bij het inkopen van levensmiddelen: 76
Bewaartijden (bij 0°C ) 76
Het vriesvak 77
Gebruik van het vriesvak 77
Afsluitindicatie 77
Maximale invriescapaciteit 77
Invriezen en opslaan 77
Inkopen van diepvriesproducten 77
Verse levensmiddelen invriezen 77
Diepvrieswaren verpakken 77
Houdbaarheid van de diepvrieswaren 78
Snelvriezen 78
In- en uitschakelen 78
Ontdooien van diepvrieswaren 78
Uitvoering 79
Speciale uitvoering 79
79
Wijn- en champagnerek 79
Voorraadbox voor worst en kaas 80
IJsbakje 80
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen 80
Uitschakelen van het apparaat 80
Buiten werking stellen van het apparaat 80
Ontdooien 81
De koel- en verskoelruimte 81
Het vriesvak 81
Schoonmaken van het apparaat 81
Uitvoering 82
Energie besparen 83
Bedrijfsgeluiden 83
Heel normale geluiden 83
Voorkomen van geluiden 83
Kleine storingen zelf verhelpen 84
Servicedienst 86
Verzoek om reparatie en advies bij storingen 86
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
Bij beschadiging
- Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; de ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;
- Apparaat uitschakelen en de stekker UIT het stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Bij het gebruik
Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmakers enz.). Gevaar voor explosie! - Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Kans op een elektrische schok! - Gebruik geen scherpe of puntige voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. Hierdoor kunt u de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden. - Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Gevaar voor explosie! - Plint, uittrekbare manden of laden, deuren enz. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. - Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. - Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. - Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. - De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. - Personen (inclusief kinderen) met fysieke, sensorische of psychische beperkingen of gebrekkige kennis mogen dit apparaat uitsluitend gebruiken indien ze onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of door deze persoon zijn ingelicht over de wijze waarop het apparaat dient te worden gebruikt. - Flessen en blikjes met vloeistoffen - vooral koolzuurhoudende dranken - niet in de vriesruimte opslaan. De flessen en blikjes kunnen springen! Diepvrieswaren nadat u ze uit de vriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden! Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz.
Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
- Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!
- Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
- voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,
- voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU-richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). Deze richtlijn geeft het kader aan voor een in de EU geldende terugname en verwerking van oude apparaten.
Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer moeten de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Inbouwapparaat, uitrusting (modelafhankelijk) - Gebruiksaanwijzing, montagevoorschrift, klantenserviceboekje - Garantiebijlage - Informatie over energieverbruik en geluiden, zakje met montagemateriaal.
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting.
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
| Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuur |
| SN +10 °C tot 32 °C |
| N +16 °C tot 32 °C |
| ST +16 °C tot 38 °C |
| T +16 °C tot 43 °C |
De klimaatklasse staat op het typeplaatje.

Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5°C.
Beluchting
De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren, waardoor het energieverbruik toeneemt. De be- en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
De juiste plaats
Geschikt voor het opstellen in droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht:
Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm. Naast een CV-installatie 30 cm.
Apparaat aansluiten
Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.
Voor het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk "Schoonmaken van het apparaat").
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet beveiligd zijn met een zekering van 10 A tot 16 A.
Bij apparaten die in niet-Europese landen worden gebruikt, op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje.
Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers. Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
Kennismaking met het apparaat
Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan een type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variëren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.

1-6 Bedieningselementen 7 Lichtschakelaar 8 Verlichting 9 Glasplateau in de koelruimte 10 Verskoellade 11 Vochtfilter 12 Vochtlade 13 Eierrekje 14 Voorraadvak voor tubes en blikjes 15 Vak voor grote flessen
A Het vriesvak B Koelruimte C Verskoelruim
Bedieningselementen

1 Toets Aan/Uit
Om het hele apparaat in en uit te schakelen.
2 Toets Snel
Om het snelvriessysteem in en uit te schakelen.
3 Temperatuurinsteltoets
Met deze toets wordt de gewenste temperatuur ingesteld.
4 Indicatie snelvriezen
Brandt alleen als het snelvriessysteem is ingeschakeld.
5 Indicatie cold, fresh en freezer
De indicaties branden wanneer het apparaat in bedrijf is.
6 Temperatuurindicatie koelruimte
Geeft de ingestelde temperatuur van de koelruimte aan. Geeft "SU" aan als het supervriessysteem is ingeschakeld.
Inschakelen van het apparaat
Het apparaat met de toets Aan/Uit 1 inschakelen (zie Apparaatoverzicht).
De temperatuurindicatie 6 toont de ingestelde temperatuur. De indicaties 5 "cold ^+ fresh" en "freeze" branden.
Het apparaat begint te koelen, de verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.
Wij raden een instelling van +4 °C aan.
Gevoelige levensmiddelen niet warmer dan bij +4 °C bewaren.
Aanwijzingen bij het gebruik
- Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.
- De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in de koelruimte. Warmere temperaturen in de koelruimte veroorzaken ook warmere temperaturen in het vriesvak.
- Terwijl de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. U hoeft de dooiwaterdruppels niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via de dooiwatergootjes en het afvoergaatje naar het verdampingsgedeelte van het apparaat.
- De scheidingsplaat in de onderste verskoellade is nodig voor een goede werking en mag niet worden verwijderd. De temperatuur achter de scheidingsplaat is lager dan in het voorste gedeelte van de lade.
Instellen van de temperatuur
Het vriesvak
De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in de koelruimte.
Koelruimte
De temperatuur is instelbaar van +3 °C tot +8 °C.
Temperatuur-insteltoets 3 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld. De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen.
De ingestelde temperatuur wordt op indicatie 6 aangegeven.
Verskoelruimte
De temperatuur in de verskoelruimte is in de fabriek op ca. 0°C ingesteld. Deze instelling liefst niet veranderen.
Als zich op de koelwaren rijp of ijs vormen, dan kan de temperatuur warmer worden ingesteld (zie hoofdstuk „Kleine storingen zelf verhelpen").
Netto-inhoud
De gegevens bij de nuttige inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst").
De koelruimte
De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor klaargemaakte gerechten, brood en banket, conserven, gecondenseerde melk, harde kaas, koudegevoelig fruit en groente en voor zuidvruchten.
Attentie bij het inruimen
- De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden. Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddelen maar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren.
- Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.
Aanwijzing
Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd. Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.
De verskoelruimte
De temperatuur in de verskoelruimte (zie Apparaatoverzicht) wordt rond de 0°C gehouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid maken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levensmiddelen.
In de verskoelruimte kunnen levensmiddelen tot drie keer langer vers worden gehouden dan in de normale koelzone - voor nog langere versheid en behoud van voedingsstoffen en smaak.
Vochtlade
De vochtlade 12 wordt afgedekt door een speciaal filter dat de luchtvochtigheid in de lade optimaal houdt. Daardoor heerst er in de vochtlade, afhankelijk van de vulling, een luchtvochtigheid tot 95%. Dit bewaarklimaat is ideaal voor vers fruit, sla, groente, kruiden en champignons.
Geschikt om vers te koelen:
In de verskoellade 10:
Vis, zeevruchten, vlees, worstwaren, melkproducten, kant-en-klaarmaaltijden
In de vochtlade 12:
Groente (bijv. worteltjes, asperges, selderij, look, rode bieten, champignons, koolsoorten zoals broccoli, bloemkool, spruitjes, koolrabi) - Sla (bijv. veldsla, ijsbergsla, witlof, kropsla) - Kruiden (bijv. dille, peterselie, bieslook, basilicum) - Fruit (niet-koudegevoelige soorten, zoals appels, perziken, bessen, druiven)
Niet geschikt voor "verskoelen":
Koudegevoelig fruit en groente (bijv. zuidvruchten zoals ananas, bananen, papaja's, citrusvruchten en meloenen, evenals tomaten, aubergines, courgettes, paprika's, komkommers, aardappels).
De ideale plaats voor het bewaren van deze levensmiddelen is de koelruimte.
Attentie bij het inkopen van levensmiddelen:
Van belang voor de houdbaarheidsduur is de "versheid op moment van inkoop".
In principe geldt: hoe verser de levensmiddelen in de verskoelruimte worden ingeladen, des te langer blijven ze vers.
Let dan ook bij het inkopen altijd op de versheid van de levensmiddelen.
Neem bij kant-en-klaarproducten en voorverpakte levensmiddelen de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum in acht.
Bewaartijden (bij 0°C)
| Afhankelijk van de kwaliteit op het moment van inkoop |
| Verse vis, zeevruchten max. 3ragen |
| Gevogelte, vlees (gekookt/gebraden) max. 5ragen |
| Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, max. 7ragen worstwaren (broodbeleg) |
| Geroekte vis, broccoli max. 14ragen |
| Sla, venkel, abrikozen, pruimen max. 21ragen |
| Zachté kaas, yoghurt, kwark, max. 30ragen karnemelk, bloemkool |
Gebruik van het vriesvak
- voor het opslaan van diepvriesproducten,
- om ijsblokjes te maken,
- voor het invriezen van kleine hoeveelheden levensmiddelen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van het vriesvak goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In het vriesvak vormt zich een dikke laag ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik! De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik.
Afsluitindicatie
(niet bij alle modellen)
De afsluitindicatie geeft aan of de deur van het vriesvak goed gesloten is:
rode indicatie: de deur van het vriesvak is open. - witte indicatie: de deur van het vriesvak is gesloten.

Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst").
Inkopen van diepvriesproducten
- De verpakking mag niet beschadigd zijn.
- Neem de houdbaarheidsdatum in acht.
- De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn.
- Diepvriesproducten het liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.
Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes. - Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polytheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen.
Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
Deze hangt af van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
- Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden. Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden. Groente, fruit: tot 12 maanden.
Snelvriezen
De levensmiddelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.
Om te voorkomen dat bij het inladen van verse levensmiddelen de temperatuur ongewenst stijgt: een paar uur voor het inladen van verse levensmiddelen het snelvriessysteem inschakelen.
Als u het maximale vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 6 uur voor het inladen van de verse waar het snelvriezen in te schakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen kunnen zonder snelvriezen worden ingevroren.
Aanwijzing
Als het snelvriessysteem is ingeschakeld, kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
In- en uitschakelen
Toets Snel 2 indrukken.
Wanneer het snelvriezen is ingeschakeld, geeft de temperatuurindicatie 6 "SU" aan en brandt de indicatie 4 "super".
Het snelvriessysteem wordt na 24 uur automatisch uitgeschakeld.
Aanwijzing
Tijdens het snelvriezen worden de koelruimte iets sterker gekoeld.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
- bij omgevingstemperatuur, in de koelkast, in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator, in de magnetron
Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.
Uitvoering
U kunt de legplateaus en de deurvakken naar wens verplaatsen:
- Legplateau naar voren trekken, iets laten zakken en aan de zijkant uitzwenken.

Vakken in de deur iets optillen en eruit halen.

Speciale uitvoering
(niet bij alle modellen)
Serveerschaal

Wijn- en champagnerek

In het wijn- en champagnerek kunnen flessen veilig worden bewaard. Als u plaats nodig hebt voor andere levensmiddelen, dan kunnen de metalen beugels naar boven geklapt worden.
Voorraadbox voor worst en kaas

Het deksel op de worst- en kaasbox kan omgedraaid worden; hierdoor kunnen de levensmiddelen gesloten of met beluchting bewaard worden.
IJsbakje

Het ijsbakje voor 3/4 met water vullen en in de diepvriesruimte zetten.
Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).
Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
Apparaat uitschakelen en buiten gebruik stellen
Uitschakelen van het apparaat
Toets Aan/Uit 1 indrukken.
De temperatuurindicatie gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.

Buiten gebruik stellen van het apparaat
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- Uitschakelen van het apparaat.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- Schoonmaken van het apparaat.
- Deur van het apparaat open laten.
Ontdooien
De koel- en vriesruimte
Het apparaat wordt automatisch ontdooid.
Als de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. Dit is normaal. U hoeft de waterdruppels niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje. Het dooiwater loopt van het dooiwatergootje naar de koelmachine waar het verdampt.

Aanwijzing
Dooiwatergootje en afvoergaatje regelmatig schoonmaken, zodat het dooiwater kan weglopen.
Het vriesvak
Het vriesvak wordt niet automatisch ontdooid. Een te dikke laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Het vriesvak regelmatig ontdooien.
Attentie
Een laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
U gaat als volgt te werk:
Aanwijzing
Ca. 4 uur vóór het ontdooien het supervriessysteem inschakelen, zodat levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en hierdoor langer bij kamertemperatuur bewaard kunnen worden.
- Diepvrieswaren eruit halen en op een koele plek bewaren.
- Schakel het apparaat uit.
- Trek de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering uit of draai deze los.
- Om het ontdooiproces te versnellen een pan met heet water op een onderzetter in het apparaat zetten.
- Dooiwater met een spons of doekje afwissen.
- Wrijf het vriesvak droog.
- Schakel het apparaat weer in.
- Diepvrieswaren weer in het apparaat plaatsen
Schoonmaken van het apparaat
Attentie
- Gebruik geen schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schuursponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
- De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!
U gaat als volgt te werk:
- Voor het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen!
- De diepvrieswaren eruit halen en op een koele plaats bewaren.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH-neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Het sop mag niet via het afvoergaatje in het verdampingsgedeelte terechtkomen.
- Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.
- Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen.
Aanwijzingen
De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodat het dooiwater goed kan weglopen. - Het stopje in het afvoergaatje van de koelruimte moet er om technische redenen na het schoonmaken weer ingedrukt worden.

Uitvoering
Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.
Glasplateaus eruit halen
De glasplateaus optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijwaarts verwijderen.

Legplateaus uit de deur nemen. Legplateaus optillen en verwijderen.

Reservoir verwijderen
De lade geheel uittrekken en door optillen losmaken van de bevestiging.
Aanbrengen door de lade op de rails te plaatsen en in te schuiven. De lade klikt vast door hem omlaag te drukken.

Vochtfilter eruit halen
Het vochtfilter boven de vochtlade kan worden verwijderd om hem te reinigen. Daartoe eerst de vochtlade verwijderen en het vochtfilter eruit trekken. De filterafdekking eraf halen en het filter eruit halen. Reinigen in lauw water, laten opdrogen en weer samenbouwen.

Rails monteren
- Ter demontage de rail vooraan iets in de pijlrichting buigen.
- De rail optillen en uit de bevestiging losmaken.
- Ter montage de rail in de achterste opening steken.
- De rail in de voorste opening steken en naar beneden vastdrukken.

Energie besparen
- Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat.
- Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen! De diepvrieswaren om te ontdooien in de koelruimte leggen. Hierdoor benut u de koude van de diepvrieswaren voor het koelen van de levensmiddelen.
- Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen!
- Een laag rijp of ijs in de vriesruimte regelmatig laten ontdooien. Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Let erop dat de deur van het vriesvak goed gesloten is. De achterkant van het apparaat af en toe met een stofzuiger of borstel reinigen om toename van het energieverbruik te voorkomen.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Leg er zo nodig iets onder.
Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat
Het apparaat van het meubel of apparaat er vandaan schuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing Eventueleoorzaak Oplossing | ||
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | ||
| De verlichting functioneertiet. | Het lampje B is kapot. Lampje verrangen. | |
| 1. Apparaat uitschaken.2. Stekkeruit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschaken.3. Afdekking maar voren eraf trekken.4. Lampje verrangen.(Reservelamp: 220-240 V wisselstroom, fitting E14, voor wattage zich het kapotte lampje.) | ||
| De lichtschakelaar A klemt. Controller of er beweging in zit. | ||
| Diepvrieswaren zijn vastgevroyen. | ||
| Het vriesvak heeft een dikke laag rijp. | ||
| De bodem van de koelruimte is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. | |
| In de koelruimte is het te koud. | Deur van het vriesvak is geopend. | |
| Deur van het vriesvak sluiten. De deur van het vriesvak sluit met een hoortbare klik. | ||
| Temperatuur warmer instellen. | ||
| Het snelvriezen is ingeschakeld. Snelvriezen uitschaken. | ||
| De koelmachine worden steeds vaker en langer ingeschakeld. | De deur van het apparaat of van het vriesvak worden vaak geopend. | |
| De be- en ontluchtingsopeningen+zijn afgedekt. | ||
| Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. | ||
| Storing Eventuele oorzaak Oplossing | ||
| Het apparaat koelt nicht. | Het apparaat is uitgeschakeld. Toets Aan/Uit indrukken. | |
| De verlichting functioneert nicht. | Stroomuitval. Controleren of er stroom is. | |
| De zekering is uitgeschakeld. Zekering controleren. | ||
| Deindicatie brandt nicht | De stekker zit nicht goed in het stopcontact. | Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit. |
| De temperatuur in de verskoelruimte is te koud of te warm. | De vaste instelling is te warm of te koud ingesteld (bijv. bij vorst in de verskoelruimte). | De temperatuur in de verskoelruimte kan warmer of kouder worden ingesteld. |
| Temperatuur instellen: | ||
| 1. Apparaat uitschaken met de Aan/Uit-knop 1.2. De Aan/Uit-knop 1 en de temperatuurinsteltoets 3 tegelijkkertijd 1-2 seconden ingedrukt honden totdat op de temperatuurindicatie 6 „88" knippert.3. De temperatuurinsteltoets 3 meermaals indrukken tot de gewenste temperatuur worden weergegeven. Na een minuut worden de ingestelde temperatuur opgeslagen. | ||
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD-Nr.) van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje.

Door deze nummers aan de Servicedienst door te geven voorkomt u onnodig heen en weer rijden van de monteur en de hieraan verbonden kosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
