80V FFIE - Ketel Ariston Thermo - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 80V FFIE Ariston Thermo in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 80V FFIE Ariston Thermo
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 80V FFIE - Ariston Thermo en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 80V FFIE van het merk Ariston Thermo.
GEBRUIKSAANWIJZING 80V FFIE Ariston Thermo
8.1 AANSCHAKELING 32
8.2 NORMALE FUNCTIE 32
8.3 NORMALE UITSCHAKELING 32
8.4 VERLENGDE UITSCHAKELING 32
8.5 SPECIALE FUNCTIONS 32
8.5.1. Speciale functies van veiligheid 32
8.5.2 Speciale functies van werking 33
- INSTRUCTIES VOOR DE AANPASSING AAN DE WERKING MET EEN GAS VERSCHILLEND VAN DAT VAN DE IJKING (AANPASSING NIET TOEGELATEN VOOR BE) 33
Deze gebruikshandleiding maakt integraal en essentieel deel uit van het product. Ze要去 door de gebruiker bewaard worden en de boiler.altijd vergezellen ook in geval van overdracht aan een andere eigenaar of gebruiker en/of in geval van verplaatsing aan een andere plaats.
De instructies en waarschuwingen bevat in deze gebruikshandleiding aandachtig lezen want ze Geven belangrijke aanwijzingen m.b.t. de veiligheid van de installment, het gebruik en het onderhoud.
Dit toestel dient voor de productie van warm water voor huishoudelijk gebruik aan een temperatuur onder het kookpunt.
Het toestel moet aangesloten zijn op een sanitaire leiding van warm water, compatibel met de prestaties en het vermogen van het toestel zich.
Het is verboden het toestel te gebruiken voor andere dan de gespecifi ceerde doeleinden. De fabrikant kan Niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele,rechtstreekse of onrechtstreekse, schade te wijten aan een onjuist, fouitief gebruik of aan een gebruik dat Niet conform is de goede techniek of aan een Niet in acht nemen van de
instructies aangegeven in deze handleiding.
De technicus installateur要去 gekwalificerd zichen voor de installmentie van verwarmingstoestellen en op het einde van hetwerk要去 hij aan de opdrachtgever een CONFORMITEITSVERKLARING gezven.
De installmentie, het onderhoud en alle andere ingrepen要去en uitgevoerd worden overeenkomstig de normen in voege en de aanwijzingengegeven door de fabrikant.
Een foutieve installmentie kan schade aan personen, dieren en dingen berokkenen waarvoor het constructiebedrijf Niet verantwoordelijk is.
1.2 GIDS BIJ DE RAADPLEGING
Letten op dit symbool; dit wijst op heel gevaarlijke operations of situations. Dit symbool signaleert een opmerking of een uiterst belangrijke aanbeveling.
Bijzonder letten op in vet gedrukte en onderlijnde teksten of met een groter lettertype, want deze verwijzen alleszinsaar operatiesof informaties van bijzonder belang.
Alle aangeduide veiligheidsnormen zijn belangrijk en要去en als dusdanig strikt in acheit wordengenomen.
De technische schema's in bijlage zijn uitsluitend
voort het gebruik vanwege technisch gespecialiseerd personeel dat door de fabrikant geautoiseerd is om buitengewone onderhoudsingrepen en controles uit te voeren.
Het is strikt verboden hiervan gebruik te maken om wijzigingen aan te brengen aan de boiler.
1.3 OPMERKINGEN
De identifi catieplaatjes van de boiler met alle nodsige gegevens bevinden zich aan de ondersterijkant rechts. Zie fi g. 1.
In het bijzonder op hetplaatje met de karakteristieken staan de waarden van de voeding van het elektrisch en gasnet, die op het ogenblik van de keuring of de herinstallatie geverifi eerd要去en worden: het is verboden de boiler te voeden aan waarden die nicht op de plaatjes staan.
2. NORMEN TEGEN ARBEIDSONGEVALLEN
Bij de installmentie moeten deplaatselijkke normen in acht worden genommen m.b.t.:
Brandweer • Elektriciteitsmaatschappij
- Gasmaatschappij - Afdeling Hygiene en Gezondheid
Het gebruik van de boiler is voorbehonden aan de gebruiker die de inhoud van deze handleiding gelezen en geassimileerd要去 hebben.
Voordat men de boiler op werkung brengt要去 men de integritie en de perfecte werkung van de veiligheidsinrichtingen van de installmenten het toestel controeren, waarom is het verboden de boiler te gebruiken wonneer de veiligheidsinrichtingen defecte of buiten dienst zich.
De boiler Niet onderwerpen aan grotere prestaties dan diegene die voorgeschreveen zich voor een normala huishoudelijk gebruik.
Geen enkele ingreep van schoonmaak of onder
houd uitvoeren zonder dat de boiler werk uittgeschakeld, de elektrische voeding werk onderbroken en het gaskraantje werk gesloten.
Het is strikt verboden de boiler te latent werken wanneer de beschermingen van de elektrische gedeelten gedemonteerd zijn of met de veiligheidsinrichtingen uitgesloten.
Het is strikt verboden de veiligheidsinrichtingen te verwijderen of te forceren.
De operaties van regeling met "beperkte veiligheid" of gedeeltelijk "uitgesloten" veilighheid, moeten uitgevoerd worden door gekwalifi ceerd en geauthoriseero personneel. Nadat deze werden uitgevoerd要去 de staat van de boiler met alle beschermingen actief zo vlug möglichk hersteld worden.
Het nauwkeurig in acht nemen van de periodieke
onderhoudsingrepen aangeduid in deze handleiding is noodzakelijk zowel om in alle veiligheid te kuren werken als om de boiler altijd efficicnt te honden.
In geval van een defect en/of een slechte werkking moet men het toestel uitschakelen, het gaskraantje sluiten en Niet proberen het defect te herstellen maar zich wenden tot gekwalifi ceerd personeel.
Eventuele herstellingen mogen alleen uitgevoerd worden door gekwalifi ceerd technici en uitsluitend gebruik makend van originele reserve onderdelen. Het Niet in acht nemen van de voornoemde punten. kan de veiligheid van het toestel compromitteren en heeft het verval van alle verantwoordelijkheid van de fabrikant voorrechtstreekse of onrechtstreekse schade tot gevolg.
In geval van werkzaamheden of onderhoudsingrepen op structuren geplaatst in de nabijheid van leidingen of afvoerpijpen van rook en bijhorende accessoires, moet men het toestel afzetten en op het einde van de werken de effi cientre van de leidingen of van de inrichtingen doen nakijken door gekwalifi ceerd technisch personeel.
Voor de schoonmaak van de buitenste gedeelten moet men het toestel afzetten en de elektrische voeding onderbreken.
De schoonmaak uitvoeren met een vochtige doek doordrongen met zeepwater. Geen agressieve detergenten, insecticiden of toxische producten gebruiken.
Men要去 aan denken dat de voorzichtigheid van de gebruiker die de regels van de "goede techniek" toepast de Beste verilgheid is gegen alle ongevallen.
Teneinde de efficientie en correcte werkung van het toestel te konnen garanderen,要去 men verplichtend het Jaarliks onderhoud en de analyse van de verbranding latentuitvoeren binnen de tijden voorzien door de normen in voegt op het grondgebied. Het technisch personeel要去 gekwalifi ceerd+zijn en要去 zorgen voor het invullen van het boekje,zoals voorzien door de wet.
2.1.NOODGEVALLEN
In geval van een brand moeten blusapparaten met poeder gebruikt worden. Geen waterstralen rechtstreeks gegen de boiler richten want dit zou een kortsluiting können veroorzaken.
2.2. VEILIGHEIDSNORMEN VOOR DE INSTALLATIE
| Ref. | NORM RISICO | |
| 1 | Het toestel installeren op een stevige wand die nicht onderhevig is aan trillingen. | Lawaaiijdens de werkung. |
| 2 | De elektrische verbindungen uitvoeren met geleiders met een adequate doorsnede. | Brandwegens oververhitting van de kabels. |
| 3 | Buizen en verbindingskabels beschemmen zodanig dat men voorkomt ze te beschadenigden. | Blikseminslag wegens contact met geleiders onder spanning. |
| Ontploffi ngen,branden of intoxicaties wegens gaslekkenuit de beschadigde buizen. | ||
| Overstromingen wegen waterlekkenuit de beschadigde buizen. |
NL
| Ref. | NORMA RIESGO | |
| 4 | Controleren of de plaats van installmenten en de installations waarop het toestel要去 aangeslooten worden conform zijn de nationale en plaatselijke normen in vooge. | Blikseminslag wetgens contact met geleideren onder spanning. |
| Ontploffi gingen, branden of intoxicaties wetgensgebrek aan ventilatie voor de afvoer van de rook. | ||
| 5 | Verfiëren of de plaats van installmenten en de installations waarop het toestel要去 aangesloten worden conform zijn de normen in vooge. | Beschadigingen van het toestel wetgens onjuistegebruiksomstandigheden. |
| 6 | Manuele en/of elektrische werktuigen en/of gereed-schap gebruiken die geschikt zich voor het speci ekgebruik, die zich in een goede staat bevinden en opcorrecte wijze要去 hebuikt worden. | Beschadiging van het toestel of van de omringendevoorwerpen. |
| Persoonlijk letsel wetgenswegschemieten van splinters, inademen van stof, stoten, steken, schaufwonden. | ||
| 7 | Verfiëren of de draagladders en/of kasteellad-ders stabil steunen, of ze geschikt zich voor het speci ekgebruik en of de treden integer zich en Niet glieden, of ze Niet verplaatst worden wan-neer er iemand op staat, en controleren of een persoon toezicht houdt. | Persoonlijk letsel wetgens vallen uit de hoogteen/of schaarwerking bij dubbele ladders. |
| 8 | Voor werken van installmenten en onderhoud inde hoogte (gewoonlijk met een niveuverschilboven de twee meter), controleren of er een mobiele bouwstelling conform de normen gebruiktis en of de onderstaande ruimte vrij isijdens de eventuele val van werktuigen of andere dingen. | |
| 9 | Controleren of bij de installmenten het onderhoudde workplaats adequate sanitaire en hygiënischecondities heeft voor wat betreft de verlichting, deverluchting en de soliditeit. | Persoonlijk letsel wetgens stoten, hinderissen,enz. |
| 10 | Het toestel bewegen met de gpaste bescher-mingen en voorzichtigheid. | Beschadiging van het toestel. |
| 11 | Tijdens de operaties van installmenten en onderhoudde adequate beschemende individuelle kledijen uitrustingen dragen. | Persoonlijk letsel |
| 12 | Alle functies van de veiligheid en de controletbetrokken bij een ingrep op het toestel resetten en de functionaliteit ervan verifiën voor de inbedrijfstelling. | Ontploffi gingen, branden of intoxicaties wetgensgaslekken of een Niet correcte afvoer van de rook. |
| Beschadiging of blokkering van het toestel wetgens een werking buiten controle. | ||
| 13 | Geen enkele operatie uitvoeren zonder dat menvooraf de afwezigheid van gaslekken�astvast-gesteld middels een speciaal daartoe bestemdetector. | Ontploffi gingen, branden, intoxicaties, persoonlijkletsel. |
| 14 | Controleren of de passages van afvoer van derook en de ventilatie Niet verstop+zijn. | |
| 15 | Controleren of de afvoerleidingen van de rookgeen lekken hebben. | |
| 16 | De componenten leegmaken die warm waterzouden kunnen bevatten, en hierbij eventueleafvoeren activeren voordat men ze manipuleert. | Persoonlijk letsel. |
| 17 | Indien men chemische productenwent tegebruiken voor het ontkalken van de boiler, moetmen zich houden aan hetgeen gespecifi ceerdwordt op de veilighiefsche van het gebruikproduct in kwestie; bovendien moet men hetmilieu verluchten, een adequate beschemendekledij dragen en mengsels met verschillendeproducten vermijden, en hierbij het toestel en deomringende voorwerpen beschemeren. | Beschadiging van het toestel en de omringendevoorwerpen. |
| 18 | Controleren of de spreier van de brandergeschikt is voor het voedingsgas. | Beschadiging van het toestel voor een onjuisteverbranding. |
| Rif. NORMA RISCHIO | |
| 19 | De gebruikte openingen hermetisch aflsuiten om het afl ezen van de druk van het gas of de gasre-gelingen uit te voeren (vb. contacten van druk). |
| 20 | De operaties aan de binnenkant van het toestel要去en uitgevoerd worden met de nodige voorzorgen teneinde bruske contacten met puntige gedeelten te voorkomen. |
| 21 | Geen enkele operatie uittvoeren zonder dat men vooraf de afwezigheid van vrij vlammen of ontstekingsbronnen heeft vastgesteld. |
| 22 | In geval men een brandreuk gewaar wordt of men ziet dat er rook uit het toestelkomt, of men worden een sterke gasreuk gewaar, moet men de elektrische stroom onderbren, het gaskraantje sluiten, de ven-sters openen en de technicus waarschuwen. |
Het toestel bestaat UIT:
- een reservoir dat volledig beschermd is door een laag verglaasde glazuur,
- een anodisch beschermingssysteme,
- een buitenbekleding in met poeder gelakte ijzeren platen,
- een isolering in schuim polyurethaan met een hoge densiteit (zonder CFC) die de thermische verliezen wegens verspreding in het milieu beperkt,
- een veiligheidsinrichting (drukmeter) gegen eventuale verstoppenen van de aanzuig-/afvoerleidingen,
-
een ventilator voor de afvoer van de rook,
-
een contrôle elektronische vlam.
- een gasklep met elektrische werkung die de gastoevoer onderbreekt volgens de procedure controlevlam,
- een cirkelvormige brander in roestvrij staal, geschikt voor alle typen van gas (natuurlijk en vloeibaar) specifi ek bestudeerd om een hoge effiCNTie en een stille werkig te kunnen garanderen, hetgeen het resultaat is van lange testperiodes,
- een bekledingssystem dat alle "vitale" elementen voor de werkig bevat en ze beschermt gegen eventuele beschadigingen van buitenaf.
| TECHNISCHE GEGEVENS | ||||
| Model Fysische karakteristieken | Meeteenheid | 80V FFI-E | 100V FFI-E | 120V FFI-E |
| Capaciteit Litres 77 100 120 | ||||
| Max. waterdruk (p) | Mpa 0,7 (FR) | 0,6 (BE) | ||
| bar 7 (FR) | 6 (BE) | |||
| Nominaal thermisch vermogen (Qn) kW 6,4 | ||||
| Nuttig vermogen (P) kW 5,4 | 5,5 5,6 | |||
| Tijd van verwarming | Δt 45°C min. | 46 | 59 | 70 |
| Warnteverspreiding | x 60°C Watt | 90 100 | 110 | |
| Vermogen warm water | x 45°C l/h | 155 158 | 161 | |
| x 60°C l/h | 103 105 | 107 | ||
| Druk aansluiting gas | x G20 mbar | 20 | ||
| x G25 mbar | 25 | |||
| x G30 mbar | 28 - 30 | |||
| x G31 mbar | 37 | |||
| Gasverbruik | x G20 m³/h | 0,677 | ||
| x G20 m³/h | 0,720 | |||
| x G30 Kg/h | 0,504 | |||
| x G31 Kg/h | 0,497 | |||
| Geabsorbeerd elektrisch vermogen | W | 40 | ||
| Elektrische spanning / freiestie | V / Hz | 230 ~/ 50 | ||
| Beschermingsgraad | IP45 | |||

2

3

4
BELANGRIJK:
De bovenste kap kan aan het toestel in vier verschillende standen worden bevestigd, in functie van de verschillende vereisten van afvoer rook en/of aanzuiging lucht in het geval van ontdbubelde systemen (Fig. 5)

5
AFMETINGEN VAN PLAATSINNAME en AANSLUITINGEN
| MODEL 80 V FFI-E 100V FFI-E 120V FFI-E | ||||
| A | Ø | - mm 495 | ||
| B | m | m 500 645 805 | ||
| C | mm | 1 0 0 | ||
| D | mm | 1 1 5 | ||
| Emin -Emax | mm | 440 | ||
| F | mm | 2 5 5 | ||
| G max | mm | 520 | ||
| H | Ø - mm 100 | |||
| I | Ø - mm | 60 | ||
| L max | mm | 355 365 345 | ||
| M | mm | 490 635 795 | ||
| N | mm | 1 0 3 | ||
| O max | 895 | 1050 | 1190 | |
| P | 247 257 237 | |||
| b1 | G 3/4 | ingang water | ||
| b2 | G 3/4 | uitgang water | ||
| c | G 1/2 | gasvoeding | ||
4.1. NORMEN VAN TOEPASSING VOOR DE INSTALLATIE

De veiligheidsnormen in acht nemen voor de installmentie die voorgeschreven worden in de paragraaf 2.2 (Ref. 1-4-5)
Het toestel moet geinstalleerd worden conform de nationale normen m.b.t. de aansluiting van gas- en sanitaire warm watertoestellen, alsook op basis van deplaatselijke richtlijnen in voege.
4.2. PLAATSING
Het wandtoestel dicht bij een buitenmuur of een rookpijp plaatsen (zie fi g. 10 paragraaf 6) waarop de inrichting van afvoer rook/contact verbrandingslucht geinstalleerd kan worden.
Voor de keuze van de stand van de terminal op de buitenwand zich houden aan de normen in voege.
De buizen ingang/uitgang parallel met de wand van installmentieplaatsen.
Ingeval de boiler geinstalleerd moet worden in een hoek tussen twee wanden, moet men tussende wand en het toestel een voldoende afstand houden voor de installmente en de demontage van de componenten.
4.3. HYDRAULISCHE AANSLUITING

De veiligheidsnormen voor de installmentie in acht nemen die voorgeschreven worden in paragraaf 2.2 (Rif. 3-16)
De aansluiting op de waterleiding moet uitgevoerd worden met een buis van 3/4 G.
De ingang van het koud water ligt rechts, verwijl de uitgang van het warm water links ligt als men aan het toestel kijk.
Men moet controleren of de druk van de installatione van de verdeling van het water de 8 bar nicht overschrijdt. In geval van een hogere druk is het gebruik van een drukreductor van topkwaliteit verplicht.
Het toestel moet uitgerust zijn met een gehomologeerde hydraulische veiligheidsinrichting met een klep geijkt op 8 bar, een smoorklep, een rationele inrichting voor het leegmaken die gemonteerd moet worden op de toevoerleidingen van het koud water.
De ijking van de klep, beperkt tot 8 bar, mag geenszins gewijzigd worden, op straffe van het annuleren van de garantie die de boiler vergezelt.
Tijdens de fase van opwarming moet de hydraulische klepoodzakelijkwerijze druppelen. Dit druppelen is normal en moet ophouden wanner het toestel de ingestelde temperatuur bereikt heeft.
Men moet zorgen voor een trechter verbonden met de afvoer zoals hierna geillustreerd worden (fi g. 6).
Terwijl men het water gedurende een bepaalde
tijd doet lopen, moet men controleren of er zich in de
toevoerleiding: geen vreme de lichamen zoals metaalkrullen, zand, hennep, enz. bevinden. Indien deze lichamen in de hydraulische smoorklep van de veiligheid zouden komen, zouden ze de goede werkig ervan compromitteren en soms de breuk ervan veroorzaken.
Indien het toestel gedurende een bepaaldearendiet Niet gebruikt worden in Niet verwarmde lokalen met temperaturen onder nul, is het striktoodzakelijk dat de boiler wordt leeggemaakt.
Om de boiler leeg te makeen moet men:
- het kraantje stroomopwaarts het toestel sluiten
- de interceptiekraantjes stroomafwaarts de boiler openen
-
de boiler leegmaken
-
middels de aansluiting van watertoevoer (nadat de veiligheids- en smoorklep is weggenomen),
- middels de special daartoe bestemde opening van de veiligheids- en smoorklep.

6
NL
4.4 GASAANSLUITING

De veiligheidsnormen in acht nemen die voorgeschreven worden in de paragraaf 2.2 (Ref. 3-12-13)
Opmerking: voor de installmentie要去 men zich houden aan de reglementen in voegt (Norm UNICIG).
a) De aansluiting van de gasleiding op de klep moet gebeuren met een buis van 1 / 2^
b) Men raadt aan een stopkraantje voor de gasuniteplaatsen.
4.5 ELEKTRISCHE AANSLUITING

De veiligheidsnormen in acht nemen voor de installmentie die voorgeschreven worden in de paragraaf 2.2 (Ref. 2-3-4)
Voor een grotere veiligheid moet men door gekwalifi ceerd personeel een zorgvuldige controle van de elektrische installmentie doen uitvoeren waar dat fabrikant Niet verantwoordelijk is voor eventuele schade te wijten aan het ontbreken van een adequate aardeaansluiting van de installmentie of aan anomalieën van verdeling.
Verfiiren of de installment geschikt is voor het maximum door de boiler geabsorbeerd vermogen, aangeduid op hetplaatje, en controleren of de doorsnede van de kabels geschikt is voor het geabsorbeerd vermogen (men raadt een kabel aan H05 VV-F 3x0,75).
De aansluitingen op de elektrische voeding要去en uitgevoerd worden met een permanente aansluiting (niet met een bewegelijkstekker) en要去en uitgerust zichn met een tweepolenschakelaar met een openingsafstand van de contacten van minstens 3mm
De boiler werkkt met wisselstroom zoals aangeduid staat in de tabel van de Technische gegevens (ref. paragraaf 3) waarin ook de maximum absorptie worden aangegeven.
BELANGRIJK !!
Indien er zich een probleem voordoet bij de aanschakeling van de boiler, kan een möglichke oorzaak de Niet correcte polariteit zijn. In dit geval要去 men de verbindingen van de voedingskabel maar de tweepolen schakelaar omkeren.
Vervanging elektrische voedingskabel
In geval van een verranging van de elektrische voedingskabel要去 men uitsluitend kabels metdezelfde karakteristieken gebruiken.
De verbindingen van het klemmenbord dat zich aan de binnenkant van de onderste beschermende kap bevindt op de volgende wijzeuitvoeren:
- Geel/groene kabel maar de klem aangeduid met het symbol van aarde
- Blauwe kabel maar de klem aangeduid met de letter "N".
- Bruine kabel maar de klem aangeduid met de letter "L".
5. MONTAGE SYSTEEM LUCHTAANZUIGING ROOKEVACUATIE

De veiligheidsnormen voor de installmentie in acht nemen die aangeduid staan in de paragraaf 2.2 (Ref. 12-14)
5.1 BESCHRIJVING COMPONENTEN
Het system van luchtaanzuiig en rookevacuatie bestaat uit (fi g. 7):
- pakking buis rook-1
- support ventilatorunit-2
ventilatorunit-3
bocht 60 mm-4
drukmeter-5
buizen in silicone 7 mm-6
bekabelingventilator/drukmeter-7 - beschemende kap ventilatorunit - 8
- beschemend deksel drukmeter - 9
- schroeven vasthechtig beschermende kap ventilatorunit - 10

5.2 VOOR DE MONTAGE ALS VOLGT TEWERK GAAN:
- De pakking 1 op de afvoerbuis van de rookplaatsen (fi q.8)
- De rouwelijkke connector met twee wegen van de bekabeling ventilator 7 invoeren in de mannellijke connector met twee wegen (fig. 9)
- De rouwelijkke connector met vier wegen van de bekabeling drukmeter 7 invoeren in de mannellijke connector met vier wegen (fi q. 9)
- De geassembleerde unit van de beschermende kap op de boilerplaatsen en er hierbij
voor zorgen dat de kabels van de bekabeling (ventilator en drukmeter) de twee luchtbuizen Niet verstoppen (fi g. 10)
Belangrijk: verifieiren of de support ventilatorunit 2 perfect ingevoerd is in de afvoerbuis van de rook.
- Middels de schroeven in dotatie 10 de geassembleerde unit van de beschemende kap bevestigen op de boiler (fi g. 11)




MOGELIJKE CONFIGURATIES VAN AFVOER

12
B22 Afvoer lungs de wand of lungs het dak met aanzuiging uit de op adequate wijze geventi-leerde installmentuimte
B32 Afvoer in rookpijp met aanzuiging uit de op adequate wijze geventileerde installmentuiimte
C12 Concentrische afvoer aan de wand. De buizen kuren onafhankelijk vertrekken van de ketel, maar de uitgangen要去en concentrisch zich of voldoende zich bij elkaar staan om aan gelijkaardige windconditions onderworpen te zich (binnen de 50~cm
C22 Concentrische afvoer in gemeinschappelijke rookpijp (aanzuiging en afvoer indezelfde pijp)
C32 Concentrische afvoer op dak. Uitgangen zoals C12
C42 Gescheiden afvoer en aanzuiging aan de wand of op dak en aleszins in zones met verschillende drukken. De afvoer en de aanzuiging mooten Niet op gegenovergestelde wanden geplaatst worden.
C62 Afvoer en aanzuiging gerealiseerd met gecommercialeerde en afzonderlijk gecertifi -ceerde buizen (1856/1)
C82 Afvoer in enkele of gemeenschappelijk rookpijp en aanzuiging aan de wand.
7. TECHNISCHE INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIE
7.1 REFERENTIENORMEN

De veiligheidsnormen voor de instal-. latie in acht nemen die beschreven worden in de paragraaf 2.2 (Ref.4-5)
De installmente en de eerste aanschakeling van het toestel要去en uitgevoerd worden door gekwalifieerd personeel conform de volgende referen-tienormen
Bij de installmentie moeten de normen van de Brandweer van deplaatselijke Gasmaatschappij en van de Afdeling Hygiene van de Gemeente inRCTt worden genomen.
BELANGRIJK !!
Meerdere toestellen in hetzelfde lokaal voor een totaal thermisch vermogen groter dan 35kW vormen een thermische centrale en zich onderworpen aan de beschikkingen van het rondschrijven n^68 van de Brandweer.
7.2 INSTALLATIE MET AFVOER LANS DE WAND OF LANS HET DAK EN AANZUI-GING IN MILIEU (TYPE B22) Fig.12
Voor dit soort installmentie moet men een opening voorzien van 6 cm2 voorijdere geinstalleerde kW, en alleszins nooitkleiner dan 100 cm2,rechtstreeks aangebracht op de muur waar de buitenkant; de opening moet zich zo heel möglich ter hoogte van de vloer bevinden, ze mag Niet verstoapt worden en moet beschermd zijn door een rooster die de nuttige doorsnede van de luchtdoorgang nicht verkleint. Voor dit soort installmentie bedraagt de maximum toegestane lenghte, inbegrepen de afvoerterminal, 5 meters
7.3 INSTALLATIE MET AFVOER IN ROOKPIJP EN AANZUIGING IN MILIEU (TYPE B32) Fig.12
Voor dit soort installmentie moet men een opening voorzien van 6 cm2 voorijdere geinstalleerde kW, en alleszins nooitkleiner dan 100 cm2,rechtstreeks aangebracht op de muur waar de buitenkant; de opening moet zich zo heel möglichk ter hoogte van de vloer bevinden, ze mag Niet verstopt+kunnen worden en moet beschermd zijn door een rooster die de nuttige doorsnede van de luchtdoorgang nicht verkleint. Voor dit soort installmentie bedraagt de maximum toegestane lenghte, inbegrepen de afvoerterminal, 5 meters
Voor dit soort installmentie bedraagt de maximum toegestane lenghte, inbegrepen de afvoerterminal, 5 meters
7.5 INSTALLATIE MET AFVOER MET COAXIALE BUIZEN IN ROOKPIJP (TYPE C22) Fig. 12
Voor dit soort installmentie is de maximum toegestane lenghte, de afvoerterminal inbegrepen, 5 meters.
7.6 INSTALLATIE MET AFVOER MET COAXIALE BUIZEN OP DAK(TYPE C32) Fig. 12
Voor dit soort installment is de maximum toegestane lenghte, de afvoerterminal inbegrepen, 4 meters.
7.7 INSTALLATIE MET AFVOER EN AANZUIGING MET GESCHEIDEN BUIZEN, BE-STAANDE UIT EEN LEIDING VOOR DE VOEDING VAN DE OXYDATIELUCHT EN UIT EEN LEIDING VOOR DE AFVOER VAN DE ROOK, ONDERWORPEN AAN SOORTGELIJKE WINDCONDITIONS (TYPE C42) Fig. 12
Voor dit soort installment is de maximum toegestane lenghte 20 meters in aanzuiging en 20 meters in afvoer.
7.8 INSTALLATIE MET GESCHEIDEN AFVOER EN AANZUIGING AAN DE WAND OF OP DAK GEPLAATST IN ZONES MET VERSCHILLLENDE DRUKKEN (TYPE C52) Fig. 12
Voor dit soort installmentie is de maximum toegestane lenghte 20 meters in aanzuiging en 20 meters in afvoer.
7.9 INSTALLATIE MET AFVOER IN ROOKPIJP EN AANZUIGING AAN DE WAND (TYPE C82) Fig. 12
Voor dit soort installment is de maximum toegestane lenghte 20 meters in aanzuiging en 20 meters in afvoer.
BELANGRIJK!!!
De cataloog MTS "FUMISTERIA" raadplegen voor de verschillende kits van installmentie.
In het specifi ek geval van een ontdubbelse installment de specifi eke ontdubbelingskit gebruiken (Fig. 13)
13

8. INSTRUCTIES VOOR DE AANSCHAKELING EN UITSCHAKELING

De veiligheidsnormen voor de installmentie in acht nemen die voorgeschreven worden in de paragraaf 2.2 (Ref. 5-13)
De operaties van aan- en uitschakeling wordenuitgevoerd middels bedieningssequensen gebruik makend van de organen van werkig die op het bedieningspaneel staan, geplaatst vooraan op de kap.
Op het ogenblick van de eerste installmentie moet men controeren of de boiler:
- correct is aangesloten op de waterleiding (van voeding, gebruik en afvoer), en hier bij de in acht name van de "TECHNISCHE GEGEVENS" van paragraaf 3 verifi eren,
- volledig gemuld is met water,
aangesloten is op de elektrische stroom van 230 V, - aangesloten is op het evacuatiesystem voor de rook zoals voorzien in de paragrafen 4.5 en 5.
- de verbinding met de "BESCHERMER ROOK", correct werk uitgevoerd zoals geillustreerd worden in paragraaf 5,
- de verluchting van de lokalen waar het toestel geinstalleerd is geverifi eerd ward, ook met in acht name van de beschikkingen van de nationale enplaatselijke normen in voege.
Dit nazicht要去 regelmatig worden uitgevoerd.
8.1 AANSCHAKELING
De operations要去en zijn:
- de schakelaar indrukken ④ (van fig. 14) en de ingebouwde seinlamp za aangaan,
- de knop van dethermostat (van fi g. 14) op de gekozen temperatuurplaatsen (stand) tussen een minimum van 40^ en een maximum van 72^ ,
- de (automatische) aanschakeling verifiën middels het aangaan van de groene seinlamp ② (van fig. 14).
Indien het toestel nicht worden aangeschakeld, en automatisch blokkeert, worden dit gesignaleerd

door het aangaan van de rode seinlamp ③ (van fig. 14).
Het is best de operatie minstens twee keer te herhalen en nadien vraagt men best de ingreep van een gespecialiseerd technicus.
BELANGRIJK: Bij de eerste aanschakeling kan er zich, omwille van de möglichke aanwezigheid van lucht in de buizen, gemakkelijk een NIET-AANSCHAKELING voordoen; in dit geval is het, zoals gezegd, best de operatie van aanschakelingmeerder keren te herhalen.
8.2 NORMALE FUNCTIE
Bij de functie van opwarming moet men, zoals in het specifi ek geval, de knop van de thermostat regelen ① (van fi g. 17) op de gekozen gewenste temperatuur tussen een minimum van 40^ en een maximum van 72^ , men raadt aan de knop op de tussenstanden 2 of 3 teplaatsen (maximum 60^ ) zodanig dat een eventuele kalkafzet in de boiler zich tot een minimum worden beperkt.
8.3 NORMALE UITSCHAKELING
Met een druk op de schakelaar ④ van fig. 17) onderbreekt het toestel onmiddelijk de activering van effectieve, of potentièle, opwarming, hetgeen bovendien worden aangeduid door het uitgaan van de ingebouwde seinlamp.
8.4 VERLENGDE UITSCHAKELING
Ingeval het toestel langeijd inactief blijft, in een lokaal onderhevig aan vries, is het:
- moodzakelijk dat de boiler aan blijft staan in de stand van "stand-by" symbolism "艹" ofwel moet men als volgt tewerk gaan:
- leegmaken van het reservoir,
sluiting van het kraantje van de gasvoeding, - onderbreking van de elektrische stroom waar de boiler.
8.5 SPECIALE FUNCTIONS
De elektronische component van het toestel staat talrijke speciale functies toe die aanwezig zich tijdens de werkfasen, die{kunnen onderverdeeld worden in
- speciale functies van veiligheid,
- speciale functies van werkinq.
8.5.1 Speciale functies van veiligheid
Dit zich alsigtijd actieve functies wanner het toestel aangesloten is op de elektrische stroom en betreffen alle controles die tot doel hebben aan het toestel beschermingen van actieve verilgheid te leveren, dit zich:
a. "Boventemperatuur". Indien weg abnormale oorzaken de temperatuur van het water bevat in de boiler de +99^ overschrijdt, grijpt er een thermostaat van de veiligheid in die, met het onderbreken van het elektrisch circuit van de gasklep, het toestel blokkeert en de situatie signaleert met het aangaan van de rode seinlamp in de nabijheid van het teken "R". Voordat men de boiler terug aanschakelt (hierbij tewerk gaande zoals worden aangeduid in punt 8.1) MOET men de oorzaak van de anomalie die de blokkering veroorzaakt heeft geelimineerd hebben.
8.5.2 Speciale functies van werking
Deze zich actief wonneer het toestel is aange-
sloten op de elektrische stroom (n.d.r. 230 V) en verwijzen maar de functies van help voor de gebruiker; dit zich:
a) "Antigel". Indien de temperatuur van het water bevat in de boiler onder de +10^ daalt, gaat gedurende korteijd de brander aan die door het opwarmen de vorming van ijs en bijhorende schade aan het reservoir voorkomt.
b) "Uurprogrammering". Gebruik makend van de "KIT-KLOK" (aan te vragen als "optional") kan men, dagelijks en/of wekelijks, het aan- en uitschakelen van het toestel besturen.
Het toestel heeft reeds het klemmenbord voortingesteld; bijkomende eneer gedetailleerde instructies m.b.t.de installmente en de werkung worden gegeven samen met de kit
VOORBEHOUDEN AAN DE INSTALLATEUR
9. INSTRUCTIES VOOR DE AANPASSING AAN DB
De toestellen van de categorie II _2H3+ zijn gewoonlijk geijkt voor de werking met aardgas G20 en kuren aangepast worden aan de werking met vloeibaar gas G30 en G31.
ACCESSIONS GASUNIT
1 elektrische gasklep,
2 beschemende dop van de schroef voor de regeling van de druk,
3 stelschroef van de druk
4 aansluiting gastroevoer, G1 / 2
5 stelschroeven gasunit,
6 aansluiting klep-brander,
7 thermostaat controle temperatuur,
8 thermostaat van de veiligheid,
9 verbindingskabel ventilator,
10 terminal elektrische verbinding,
11 gasbrander,
12 ontstekingsbougie,
13 sproeier,
14 bougie detectie vlam,
15 veer sondeblokkering,
16 drukknop van reset,
17 elektronische centrale.

9.2 VERVANGING SPROEIER

De veiligheidsnormen in acht nemen
die voorgeschreiben worden in de
Om de boiler aan te passen aan een verschillend gas dan datgene van de ijking, moet men de sproeier van de brander verrangen.
samen met het toestel geleverd worden, moet hij aangevraagd worden als een origineel accessoire van de fabrikant; hij mag om geen enkele reden een andere oorsprong hebben.
De operatie kan uitgevoerd worden zonder dat men de gasunit demonteert, maar het is voldoende (fi g. 18):
NL
- de onderste kap weg te nemen, de periferische schroeven die deutsche aan de bodem van het toestel vasthechten te verwijderen,
- de sproeier van de brander losdraaien (13)
- de spreier in kwestie verrangen met diegene van het verschillend gas dan datgene dat in de fabriek geijkt werden.
Aanpassing met VLOEIBAAR GAS; de regeling van de voedingsdruk moet uitgevoerd worden door in te grijpen op de drukreductor geplaatst op het voedingscircuit (of op de gasf es). In dit geval, MOET men nadat men de sproeier verrangen heeft (fi g. 19):
-
de drukreductor aanwezig op de klep uitsluten (1). Voor de uitvoering van deze operatie要去 men
-
de dop (2), die de stelschroef beschermt wegnemen,
- de stelschroef vastdraaien in de richting van de wijzers van de klok (3),
- de dop (2) terug monteren

- het neueplaatje met de identifi catie van het gas van ijking aanbrengen
Regeling inrichting van trage aanschakeling
De regeling van de inrichting van "trage aanschakeling" aanwezig op de gasklep moet als volgt worden uitgevoerd:
NATUURLIJK GAS (aardgas): de inrichting worden in de fabriek geplaatst met een rotatiehoek gelijk aan +0^
VLOEIBAAR GAS:
gebruik makend van een sleufschroevendraaier de inrichting in de richting van de wijzers van de klok draaien tot een rotatiehoek bereikt worden gelijk aan +90^


OPGELET; verifi eren of:
- de neue sproeier overeenstem met de afmetingen aangeduid in de tabel A (NB diameter van het doorgangsgat van het gas aangegeven in honderdsten van een millimeter)
- de sondes volledig ingevoerd zich in de huls.
- de elektrische verbindingen correct bij uitgevoerd of aangesloten.
- alle klemmen/verbindingen correct bijaangesloten op de desbeteffende connectors.
- de, eventuele, neue经营活动 of druk van de gasklep (n.d.r. diegene m.b.t. de G20 werd reeds in de fabriek uitgevoerd).
Tabel A
| AFMETINGEN VAN DE GATEN VAN DE SPROEIER GASBRANDER | ||||
| TYPE VAN GAS | MODELLEN | 80 V FFI-E 100 V | FFI-E 120 V FFI-E | |
| AARDGAS G20 / G25 190 | ||||
| VLOEIBAAR GAS | Butaan G30 | 125 | ||
| Propaan G31 | 125 | |||
OPMERKING: Op de spreieers staan de waarden van de diameters, aangegeven in de tabel, in honderdsten van een millimeter.
De veiligheidsnormen in acht nemen die voorgeschreven worden in de paragraaf 2.2 (Ref. 6-18)
De druk van de gastoevoer, gemeten aan het contact van de druk in ingang en uitgang van het gas en specifi ek aangeduid op de klep, middels een manometer, moet waarden hebben die overeenstemmen met diegene die aangegeven worden in de tabel B
Tabel "B"
| Type van gas | Druk van gastroevoer | Druk maar de brander | |||
| 80 V FFI-E 100 V FFI-E 120 V FFI-E | |||||
| Meeteenheid = mbar | |||||
| AARDGAS | G20 20 | 18,8 | |||
| G25 25 | 23,5 | ||||
| VLOEIBAAR GAS | Butaan G30 28 - 30 | 27,9 | |||
| Propaan G31 37 | 35,9 | ||||
10. BEWEGINGSSYSTEM - TRANSPORT - VERPAKKING

De veiligheidsnormen in acht nemen die voorgeschreiben worden in de paragraaf 2.2 (Ref. 10)
Deze operatie要去uitgevoerd worden door professioneel voorbereid personeel.
Controleren of het hijsmiddel en de verankeringskabels geschikt voor de op te hijsen massa die indicatief worden aangegeven in de tabel hiernaast.
| Model 80 V FFI-E 100 V FFI-E 120 V FFI-E | |
| Gewicht 37 kg maximum 41 kg maximum 51 kg maximum |
10.1 AFBRAAK EN LOZING

De veiligheidsnormen in acht nemen die voorgeschreiben worden in de paragraaf 2.2 (Ref. 10)
Het toestel worden verpakt met karton en schuimpolystyreen (zie fig. 17), om de verpakking te verwijderen, de blokkeringen en cervolgens
het bovenste gedeelte van het polystyreen wegemen, tenslotte het beschemend karton wegemen en het toestel Lichtjes opheffen om het onderste gedeelte van het polystyreen te verwijdenen (zie fig. 18).
De verpakking moet geloosd worden overeenkomstig de wetten van het land waar het toestel gebruikt worden.

17 18

11. AFBRAAK EN LOZING
Het toestel bevat geen bestanddelen of componenten die gevaarlijk zijn voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, gezien ze gerealiseerd zijn met volledig recycleerbare of normaal loosbare materialen.
Voor de operations van afbraak要去 men zich wenden tot gespecialiseerde bedrijven of beroep去做 special daartoe opgeleid personeel dat zich bewust is van de mogelijk risico's, de inhoud van deze handleiding kent en nauwkeurig toepast en dat perfect op de hoogte is van de werkwijze en de karakteristieken van het toestel zich.
12. RAADGEVINGEN VOOR HET GEBRUK EN HET ONDERHOUD

De veiligheidsnormen in acht nemen
(Ref. 16-17-18-19-20-21-22)
die voorgeschreve den worden in de paragraaf 2.2
12.1 VOOR DE INSTALLATEUR EN DE GEBRUKER
Om gas uit te sparen en een beter rendement van het toestel te verkrijgen, raadt men aan de temperatuur ingesteld te latent die overeenstemt met de stand "ECO" (besparing). Bovendien zal bij deze temperatuur en in aanwezigheid van bijzonder hard water (met een excessieve aanwezigheid van kalk), de bijhorende kalkafzet gevoelig verminderd worden
12.2 WAARSCHUWINGEN
- Erop letten dat de kraantjes van het warm water van de installmentie een perfecte dichting hebben,ondat elk druppelen vertaald kan worden in een gasverbruik en een verhoging van de temperatuur van het water met een bijhorende vorming van damp en gevaarlijke druk.
-
De boiler is voorzien van een magnesiumanode als anodische bescherming van het reservoir en is geplaatst in het laag gedeelte van het reservoir, onder de supportstructuur van de elektrische unit. De tijsduur van de anode is proportioneel met
-
de gemiddelde temperatuur in het reservoir,
- de scheikundige samenstelling van het water,
- de frequenties van de opnames.
De in de fabriek gemonteerde anode is voorzien voor een effi cientie van ongeveer vijf (5)aar, naturelijk in gemiddelde bedrijfsomstandigheden. Het is alleszins te verkiezen alle 18÷ 24 maanden een nazicht van de staat van de anode uit te voeren; deze要去en voldoende homogene oppervlak hebben. Indien de diameter kleiner is dan 10÷ 12 mm, raadt men aan deze te verrangen met een originele anode.
Deze operatie wordt best uitgevoerd door geauto- riseerd personeel.
Voor een correct onderhoud,uit te voeren minstens een keer per staat, raadt men aan:
- de dichting van het gasgedeelte te controleren, met de eventuele verranging van de afgesleten pakkingen,
- de algemene staat van het toestel en van de verbranding te controleren (gele punten of vlam gezheiden van het lichaam van de brander),
- de correcte voeding en het gasvermogen te verifierten,
- de correcte werkung van alle hydraulische veiligheidsorganen te verifieren,
- de correcte parameters van de elektrische voeding en de aardeaansluiting van het toestel te verifiën,
- de staat van bewaring van de rookdefl ector te verifiën,
- de karakteristieken van het evacuationsystem van de rook van de verbranding te verifieren,
- indien nodig de evacuatieleiding van de rook schoon te make, nadat men de elektrische stroom en de gastoevoer maar de boiler onderbroken heeft,
- Indien men bijzonder "hard" water heeft raadt men aan periodiek te werken met "ontkalkingen" met een oplossing met 10 ÷ 20% van zout-en fosforzuur.
Ook de specifi eke producten voor de "ontkalking" (gewoonlijk gebruikt voor de ketels voor de verwarming) hunnen gebruikt worden, hierbij raden we aan de instructies in bijlage in acht te nemen. Bij de operaties要去 men als volgt tewerk gaan:
- het toestel loskoppelen van de waterleiding en overgaan tot het leegmaken, (zie paragraaf 4.3.),
- het reservoir vullen met de oplossing van water en zour conform de gebruiksinstruc
ties van het product,
- de oplossing lately werken en indien mogelijk de operatie van "ontkalking" vergemakkelijken door met een pomp te werken zodenig dat er een hercirculatie ontstaat:tussen de buis van uitgang warm water en de afvoeraansluiting.
- Het reservoir leegmaken en het toestel aankoppelen op het net en een lange wasbeurt uitvoeren, hierbij het leidingwater gedurende een bepalde vrijVRTen lopen.
OPGELET: teneinde een maximum tijsdsduur van uw toestel te kunnen garanderen,要去en enkele regels gerespecteerd worden die rekening honden met de extreme typologieen van water zoals
kalkhoudend water - een efficiente ont-kalkingsinrichting voorzien op basis van polyfosfaatKristallen,
zoet water - moet een " th" hebben bevat tussen 12^÷ 15^ en een " ph" boven de 7.-
In geval van beschadigingen, een onregelmatige werkung of algemene controles op het toestel, moet men zich wenden tot een geauthoriseerd en gekwalificeerd CENTRUM VAN TECHNISCHE ASSISTENTIE van de zone. Ook eventuele verrangingen mogen alleen uitgevoerd worden door gekwalificeerd personeel en uitsluitend gebruik makend van originele reserve onderden.
A - Hoofdschakelaar
B - Thermostat van regeling temperatuur
C - Drukknop van Reset
D - Seinlamp van blokkering
E - Drukmeter
F - Ventilator
G-Thermostat van de veiligheid
H - Seinlamp van werking
I -Gasklep
L - Ontstekingsbougie
M - Brander
N - Bougie detectie vlam
O - Controle module vlam
P - Klemmenbord van aansluiting op het net
Q - Chronothermostat (optional)