80V FFIE - Ketel Ariston Thermo - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 80V FFIE Ariston Thermo in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 80V FFIE - Ariston Thermo en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 80V FFIE van het merk Ariston Thermo.
GEBRUIKSAANWIJZING 80V FFIE Ariston Thermo
Deze gebruikshandleiding maakt integraal en es- sentieel deel uit van het product. Ze moet door de gebruiker bewaard worden en de boiler altijd vergezellen ook in geval van overdracht aan een andere eigenaar of gebruiker en/of in geval van verplaatsing naar een andere plaats. De instructies en waarschuwingen bevat in deze gebruikshandleiding aandachtig lezen want ze geven belangrijke aanwijzingen m.b.t. de veilig- heid van de installatie, het gebruik en het onder- houd.
1.1 ALGEMENE WAARSCHUWINGEN
instructies aangegeven in deze handleiding. De technicus installateur moet gekwalifi - ceerd zijn voor de installatie van verwar- mingstoestellen en op het einde van het werk moet hij aan de opdrachtgever een CONFORMITEITSVERKLARING geven. De installatie, het onderhoud en alle andere ingrepen moeten uitgevoerd worden overeen- komstig de normen in voege en de aanwijzingen gegeven door de fabrikant. Een foutieve installatie kan schade aan perso- nen, dieren en dingen berokkenen waarvoor het constructiebedrijf niet verantwoordelijk is.
1.2 GIDS BIJ DE RAADPLEGING
Letten op dit symbool; dit wijst op heel gevaarljke operaties of situaties. Dit symbool signaleert een opmerking of een uiterst belangrijke aanbeveling. Bijzonder letten op in vet gedrukte en onderlijnde teksten of met een groter lettertype, want deze verwijzen alleszins naar operatiesof informaties van bijzonder belang. Alle aangeduide veiligheidsnormen zijn belang- rijk en moeten als dusdanig strikt in acht worden genomen. De technische schema’s in bijlage zijn uitsluitend voor het gebruik vanwege technisch gespeciali- seerd personeel dat door de fabrikant geautori- seerd is om buitengewone onderhoudsingrepen en controles uit te voeren. Het is strikt verboden hiervan gebruik te ma- ken om wijzigingen aan te brengen aan de boiler.
De identifi catieplaatjes van de boiler met alle nodige gegevens bevinden zich aan de onderste zijkant rechts. Zie fi g. 1. In het bijzonder op het plaatje met de karakteristieken staan de waarden van de voeding van het elektrisch en gasnet, die op het ogenblik van de keuring of de herinstallatie geverifi eerd moeten worden: het is verboden de boiler te voeden aan waarden die niet op de plaatjes staan. Dit toestel dient voor de productie van warm wa- ter voor huishoudelijk gebruik aan een tempera- tuur onder het kookpunt. Het toestel moet aangesloten zijn op een sani- taire leiding van warm water, compatibel met de prestaties en het vermogen van het toestel zelf. Het is verboden het toestel te gebruiken voor andere dan de gespecifi ceerde doeleinden. De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele, rechtstreekse of onrechtstreekse, schade te wijten aan een onjuist, foutief gebruik of aan een gebruik dat niet conform is de goede techniek of aan een niet in acht nemen van de23
Ref. NORM RISICO Het toestel installeren op een stevige wand die niet onderhevig is aan trillingen.Lawaai tijdens de werking. De elektrische verbindingen uitvoeren met geleiders met een adequate doorsnede.Brand wegens oververhitting van de kabels. Buizen en verbindingskabels beschermen zodanig dat men voorkomt ze te beschadigen. Blikseminslag wegens contact met geleiders onder spanning. Ontploffi ngen, branden of intoxicaties wegens gaslekken uit de beschadigde buizen. Overstromingen wegen waterlekken uit de beschadigde buizen.
2. NORMEN TEGEN ARBEIDSONGEVALLEN
Bij de installatie moeten de plaatselijke normen in acht worden genomen m.b.t.:
- Brandweer • Elektriciteitsmaatschappij
- Gasmaatschappij • Afdeling Hygiëne en Gezondheid Het gebruik van de boiler is voorbehouden aan de gebruiker die de inhoud van deze handlei- ding gelezen en geassimileerd moet hebben. Voordat men de boiler op werking brengt moet men de integriteit en de perfecte werking van de veilig- heidsinrichtingen van de installatie en het toestel controleren, daarom is het verboden de boiler te gebruiken wanneer de veiligheidsinrichtingen defect of buiten dienst zijn. De boiler niet onderwerpen aan grotere pres- taties dan diegene die voorgeschreven zijn voor een normaal huishoudelijk gebruik. Geen enkele ingreep van schoonmaak of onder- houd uitvoeren zonder dat de boiler werd uit- geschakeld, de elektrische voeding werd on- derbroken en het gaskraantje werd gesloten. Het is strikt verboden de boiler te laten werken wanneer de beschermingen van de elektrische gedeelten gedemonteerd zijn of met de veiligheids- inrichtingen uitgesloten. Het is strikt verboden de veiligheidsinrichtingen te verwijderen of te forceren. De operaties van regeling met “beperkte veiligheid” of gedeeltelijk “uitgesloten” veiligheid, moeten uitge- voerd worden door gekwalifi ceerd en geautoriseerd personeel. Nadat deze werden uitgevoerd moet de staat van de boiler met alle beschermingen actief zo vlug mogelijk hersteld worden. Het nauwkeurig in acht nemen van de periodieke onderhoudsingrepen aangeduid in deze handlei- ding is noodzakelijk zowel om in alle veiligheid te kunnen werken als om de boiler altijd effi ciënt te houden. In geval van een defect en/of een slechte werking moet men het toestel uitschakelen, het gaskraan- tje sluiten en niet proberen het defect te herstellen maar zich wenden tot gekwalifi ceerd personeel. Eventuele herstellingen mogen alleen uitgevoerd worden door gekwalifi ceerd technici en uitsluitend gebruik makend van originele reserve onderdelen. Het niet in acht nemen van de voornoemde punten. kan de veiligheid van het toestel compromitteren en heeft het verval van alle verantwoordelijkheid van de fabrikant voor rechtstreekse of onrechtstreekse schade tot gevolg. In geval van werkzaamheden of onderhoudsingre- pen op structuren geplaatst in de nabijheid van lei- dingen of afvoerpijpen van rook en bijhorende ac- cessoires, moet men het toestel afzetten en op het einde van de werken de effi ciëntie van de leidingen of van de inrichtingen doen nakijken door gekwalifi - ceerd technisch personeel. Voor de schoonmaak van de buitenste gedeelten moet men het toestel afzetten en de elektrische voeding onderbreken. De schoonmaak uitvoeren met een vochtige doek doordrongen met zeepwater. Geen agressieve detergenten, insecticiden of toxische producten gebruiken. Men moet eraan denken dat de voorzichtigheid van de gebruiker die de regels van de “goede techniek” toepast de beste veiligheid is tegen alle ongevallen. Teneinde de effi ciëntie en correcte werking van het toestel te kunnen garanderen, moet men verplichtend het jaarlijks onderhoud en de analyse van de verbranding laten uitvoeren binnen de tijden voorzien door de normen in voege op het grondgebied. Het technisch personeel moet gekwalifi ceerd zijn en moet zorgen voor het invullen van het boekje, zoals voorzien door de wet. 2.1. NOODGEVALLEN In geval van een brand moeten blusapparaten met poeder gebruikt worden. Geen waterstralen recht- streeks tegen de boiler richten want dit zou een kortsluiting kunnen veroorzaken.
Controleren of de plaats van installatie en de installaties waarop het toestel moet aangesloten worden conform zijn de nationale en plaatselijke normen in voege. Blikseminslag wegens contact met geleiders onder spanning. Ontploffi ngen, branden of intoxicaties wegens gebrek aan ventilatie voor de afvoer van de rook.
Verifi ëren of de plaats van installatie en de installaties waarop het toestel moet aangesloten worden conform zijn de normen in voege. Beschadigingen van het toestel wegens onjuiste gebruiksomstandigheden.
Manuele en/of elektrische werktuigen en/of gereed- schap gebruiken die geschikt zijn voor het specifi ek gebruik, die zich in een goede staat bevinden en op correcte wijze moeten gebruikt worden. Beschadiging van het toestel of van de omringende voorwerpen. Persoonlijk letsel wegens wegschieten van splinters, inademen van stof, stoten, steken, schaafwonden.
Verifi ëren of de draagladders en/of kasteellad- ders stabiel steunen, of ze geschikt zijn voor het specifi ek gebruik en of de treden integer zijn en niet glijden, of ze niet verplaatst worden wan- neer er iemand op staat, en controleren of er een persoon toezicht houdt. Persoonlijk letsel wegens vallen uit de hoogte en/of schaarwerking bij dubbele ladders.
Voor werken van installatie en onderhoud in de hoogte (gewoonlijk met een niveauverschil boven de twee meter), controleren of er een mo- biele bouwstelling conform de normen gebruikt is en of de onderstaande ruimte vrij is tijdens de eventuele val van werktuigen of andere dingen.
Controleren of bij de installatie en het onderhoud de werkplaats adequate sanitaire en hygiënische condities heeft voor wat betreft de verlichting, de verluchting en de soliditeit. Persoonlijk letsel wegens stoten, hindernissen, enz.
Het toestel bewegen met de gepaste bescher- mingen en voorzichtigheid. Beschadiging van het toestel.
Tijdens de operaties van installatie en onderhoud de adequate beschermende individuele kledij en uitrustingen dragen. Persoonlijk letsel
Alle functies van de veiligheid en de controle betrokken bij een ingreep op het toestel resetten en de functionaliteit ervan verifi ëren vóór de in bedrijfstelling. Ontploffi ngen, branden of intoxicaties wegens gaslekken of een niet correcte afvoer van de rook. Beschadiging of blokkering van het toestel wegens een werking buiten controle.
Geen enkele operatie uitvoeren zonder dat men vooraf de afwezigheid van gaslekken heeft vast- gesteld middels een speciaal daartoe bestemde detector. Ontploffi ngen, branden, intoxicaties, persoonlijk letsel.
Controleren of de passages van afvoer van de rook en de ventilatie niet verstopt zijn.
Controleren of de afvoerleidingen van de rook geen lekken hebben.
De componenten leegmaken die warm water zouden kunnen bevatten, en hierbij eventuele afvoeren activeren voordat men ze manipuleert. Persoonlijk letsel.
Indien men chemische producten wenst te gebruiken voor het ontkalken van de boiler, moet men zich houden aan hetgeen gespecifi ceerd wordt op de veiligheidsfi che van het gebruikt product in kwestie; bovendien moet men het milieu verluchten, een adequate beschermende kledij dragen en mengsels met verschillende producten vermijden, en hierbij het toestel en de omringende voorwerpen beschermen. Beschadiging van het toestel en de omringende voorwerpen.
Controleren of de sproeier van de brander geschikt is voor het voedingsgas. Beschadiging van het toestel voor een onjuiste verbranding.25
De gebruikte openingen hermetisch afsluiten om het afl ezen van de druk van het gas of de gasre- gelingen uit te voeren (vb. contacten van druk). Ontploffi ngen, branden of intoxicaties voor gas- uitstroming uit de open gelaten openingen.
De operaties aan de binnenkant van het toestel moeten uitgevoerd worden met de nodige voorzorgen teneinde bruuske contacten met puntige gedeelten te voorkomen. Persoonlijk letsel wegens sneden, steken, schaafwonden.
Geen enkele operatie uitvoeren zonder dat men vooraf de afwezigheid van vrije vlammen of ontstekingsbronnen heeft vastgesteld. Ontploffi ngen of branden wegens gaslekken uit beschadigde/losgekoppelde leidingen of defecte/ losgekoppelde componenten.
In geval men een brandreuk gewaar wordt of men ziet dat er rook uit het toestel komt, of men wordt een sterke gasreuk gewaar, moet men de elektrische stroom onderbreken, het gaskraantje sluiten, de ven- sters openen en de technicus waarschuwen. Persoonlijk letsel wegens brandwonden, inade- men van rook, intoxicaties. TECHNISCHE GEGEVENS Model Fysische karakteristieken Meeteenheid 80V FFI-E 100V FFI-E 120V FFI-E Capaciteit Litres 77 100 120 Max. waterdruk ( p ) Mpa 0,7 (FR) 0,6 (BE) bar 7 (FR) 6 (BE) Nominaal thermisch vermogen ( Qn ) kW 6,4 Nuttig vermogen (P) kW 5,4 5,5 5,6 Tijd van verwarming ∆t 45°C min.
/ 50 Beschermingsgraad IP45 Het toestel bestaat uit:
- een reservoir dat volledig beschermd is door een laag verglaasde glazuur,
- een anodisch beschermingssysteem,
- een buitenbekleding in met poeder gelakte ijzeren platen,
- een isolering in schuim polyurethaan met een hoge densiteit (zonder CFC) die de thermische verliezen wegens verspreiding in het milieu beperkt,
- een veiligheidsinrichting (drukmeter) tegen even- tuele verstoppingen van de aanzuig-/afvoerleidin- gen,
- een ventilator voor de afvoer van de rook,
3. TECHNISCHE KARAKTERISTIEKEN
- een controle elektronische vlam,
- een gasklep met elektrische werking die de gas- toevoer onderbreekt volgens de procedure controle vlam,
- een cirkelvormige brander in roestvrij staal, ge- schikt voor alle typen van gas (natuurlijk en vloei- baar) specifi ek bestudeerd om een hoge effi ciëntie en een stille werking te kunnen garanderen, het- geen het resultaat is van lange testperiodes,
- een bekledingssysteem dat alle “vitale” elemen- ten voor de werking bevat en ze beschermt tegen eventuele beschadigingen van buitenaf.26
G 3/4 uitgang water cG 1/2 gasvoeding
BELANGRIJK: De bovenste kap kan aan het toestel in vier verschillende standen worden bevestigd, in functie van de verschillende vereisten van afvoer rook en/of aanzuiging lucht in het geval van ontdubbelde systemen (Fig. 5)
De veiligheidsnormen in acht nemen voor de installatie die voorgeschreven worden in de paragraaf 2.2 (Ref. 1-4-5) Het toestel moet geïnstalleerd worden conform de nationale normen m.b.t. de aansluiting van gas- en sanitaire warm watertoestellen, alsook op basis van de plaatselijke richtlijnen in voege. 4.2. PLAATSING Het wandtoestel dichtbij een buitenmuur of een rookpijp plaatsen (zie fi g. 10 paragraaf 6) waarop de inrichting van afvoer rook/contact verbrandingslucht geïnstalleerd kan worden. Voor de keuze van de stand van de terminal op de buitenwand zich houden aan de normen in voege. De buizen ingang/uitgang parallel met de wand van installatie plaatsen. Ingeval de boiler geïnstalleerd moet worden in een hoek tussen twee wanden, moet men tussen de wand en het toestel een voldoende afstand houden voor de installatie en de demontage van de componenten. 4.3. HYDRAULISCHE AANSLUITING De veiligheidsnormen voor de ins- tallatie in acht nemen die voorges- chreven worden in paragraaf 2.2 (Rif. 3-16) De aansluiting op de waterleiding moet uitge- voerd worden met een buis van 3/4” G. De ingang van het koud water ligt rechts, terwijl de uitgang van het warm water links ligt als men naar het toestel kijkt. Men moet controleren of de druk van de instal- latie van de verdeling van het water de 8 bar niet overschrijdt. In geval van een hogere druk is het gebruik van een drukreductor van topkwaliteit verplicht. Het toestel moet uitgerust zijn met een geho- mologeerde hydraulische veiligheidsinrichting met een klep geijkt op 8 bar, een smoorklep, en een rationele inrichting voor het leegmaken die gemonteerd moet worden op de toevoerleidingen van het koud water. De ijking van de klep, beperkt tot 8 bar, mag geenszins gewijzigd worden, op straffe van het annuleren van de garantie die de boiler verge- zelt. Tijdens de fase van opwarming moet de hy- draulische klep noodzakelijkerwijze druppelen. Dit druppelen is normaal en moet ophouden wanneer het toestel de ingestelde temperatuur bereikt heeft. Men moet zorgen voor een trechter verbonden met de afvoer zoals hierna geïllustreerd wordt (fi g. 6). Terwijl men het water gedurende een bepaalde tijd doet lopen, moet men controleren of er zich in de toevoerleiding: geen vreemde lichamen zoals me- taalkrullen, zand, hennep, enz. bevinden. Indien deze lichamen in de hydraulische smoorklep van de veiligheid zouden komen, zouden ze de goede werking ervan compromitteren en soms de breuk ervan veroorzaken. Indien het toestel gedurende een bepaalde tijd niet gebruikt wordt in niet verwarmde lokalen met temperaturen onder nul, is het strikt noodzakelijk dat de boiler wordt leeggemaakt. Om de boiler leeg te maken moet men:
- het kraantje stroomopwaarts het toestel sluiten
- de interceptiekraantjes stroomafwaarts de boiler openen
- de boiler leegmaken - middels de aansluiting van watertoevoer (nadat de veiligheids- en smoorklep is weggenomen), - middels de speciaal daartoe bestemde opening van de veiligheids- en smoorklep.28
De veiligheidsnormen in acht nemen die voorgeschreven worden in de paragraaf 2.2 (Ref. 3-12-13) a) De aansluiting van de gasleiding op de klep moet gebeuren met een buis van 1/2”G. b) Men raadt aan een stopkraantje voor de gasunit te plaatsen. Opmerking: voor de installatie moet men zich houden aan de reglementen in voege (Norm UNICIG).
4.5 ELEKTRISCHE AANSLUITING
De veiligheidsnormen in acht nemen voor de installatie die voorgeschreven worden in de paragraaf 2.2 (Ref. 2-3-4) Voor een grotere veiligheid moet men door gekwalifi ceerd personeel een zorgvuldige controle van de elektrische installatie doen uitvoeren omdat de fabrikant niet verantwoordelijk is voor eventuele schade te wijten aan het ontbreken van een adequate aardeaansluiting van de installatie of aan anomalieën van verdeling. Verifi ëren of de installatie geschikt is voor het maximum door de boiler geabsorbeerd vermogen, aangeduid op het plaatje, en controleren of de doorsnede van de kabels geschikt is voor het geabsorbeerd vermogen (men raadt een kabel aan H05 VV-F 3x0,75). De aansluitingen op de elektrische voeding moeten uitgevoerd worden met een permanente aansluiting (niet met een bewegelijke stekker) en moeten uitgerust zijn met een tweepolen schakelaar met een openingsafstand van de contacten van minstens 3 mm. De boiler werkt met wisselstroom zoals aangeduid staat in de tabel van de Technische gegevens (ref. paragraaf 3) waarin ook de maximum absorptie wordt aangegeven. BELANGRIJK !! Indien er zich een probleem voordoet bij de aanschakeling van de boiler, kan een mogelijke oorzaak de niet correcte polariteit zijn. In dit geval moet men de verbindingen van de voedingskabel naar de tweepolen schakelaar omkeren. Vervanging elektrische voedingskabel In geval van een vervanging van de elektrische voedingskabel moet men uitsluitend kabels met dezelfde karakteristieken gebruiken. De verbindingen van het klemmenbord dat zich aan de binnenkant van de onderste beschermende kap bevindt op de volgende wijze uitvoeren:
- Geel/groene kabel naar de klem aangeduid met het symbool van aarde
- Blauwe kabel naar de klem aangeduid met de letter “N”.
- Bruine kabel naar de klem aangeduid met de letter “L” .
5. MONTAGE SYSTEEM LUCHTAANZUIGING EN
ROOKEVACUATIE De veiligheidsnormen voor de installatie in acht nemen die aangeduid staan in de paragraaf 2.2 (Ref. 12-14)29
COMPONENTEN Het systeem van luchtaanzuiging en rookevacu- atie bestaat uit (fi g. 7):
- De pakking 1 op de afvoerbuis van de rook plaatsen (fi g. 8)
- De vrouwelijke connector met twee wegen van de bekabeling ventilator 7 invoeren in de man- nelijke connector met twee wegen (fi g. 9)
- De vrouwelijke connector met vier wegen van de bekabeling drukmeter 7 invoeren in de mannelijke connector met vier wegen (fi g. 9)
- De geassembleerde unit van de bescher- mende kap op de boiler plaatsen en er hierbij voor zorgen dat de kabels van de bekabeling (ventilator en drukmeter) de twee luchtbuizen niet verstoppen (fi g. 10) Belangrijk: verifi ëren of de support ventilatorunit 2 perfect ingevoerd is in de afvoerbuis van de rook.
- Middels de schroeven in dotatie 10 de geas- sembleerde unit van de beschermende kap bevestigen op de boiler (fi g. 11)
B22 Afvoer langs de wand of langs het dak met aanzuiging uit de op adequate wijze geventi-leerde installatieruimte B32 Afvoer in rookpijp met aanzuiging uit de op adequate wijze geventileerde installatieruimteC12 Concentrische afvoer aan de wand. De buizen kunnen onafhankelijk vertrekken van de ketel, maar de uitgangen moeten concentrisch zijn of voldoende dicht bij elkaar staan om aan gelijkaardige windcondities onderworpen te zijn (binnen de 50 cm).C22 Concentrische afvoer in gemeenschappe-lijke rookpijp (aanzuiging en afvoer in dezelfde pijp)C32 Concentrische afvoer op dak. Uitgangen zoals C12C42 Gescheiden afvoer en aanzuiging aan de wand of op dak en alleszins in zones met ver-schillende drukken. De afvoer en de aanzuiging mogen niet op tegenovergestelde wanden ge-plaatst worden. C62 Afvoer en aanzuiging gerealiseerd met gecommercialiseerde en afzonderlijk gecertifi -ceerde buizen (1856/1)C82 Afvoer in enkele of gemeenschappelijke rookpijp en aanzuiging aan de wand.
De veiligheidsnormen voor de instal-latie in acht nemen die beschreven worden in de paragraaf 2.2 (Ref. 4-5) De installatie en de eerste aanschakeling van het toestel moeten uitgevoerd worden door gekwali-fi ceerd personeel conform de volgende referen-tienormen • Wet 6 December 1971 N. 1083;• “UNI-CIG”7129/7131;Bij de installatie moeten de normen van de Brandweer van de plaatselijke Gasmaatschappij en van de Afdeling Hygiëne van de Gemeente in acht worden genomen. BELANGRIJK !!Meerdere toestellen in hetzelfde lokaal voor een totaal thermisch vermogen groter dan 35 kW, vor-men een thermische centrale en zijn onderwor-pen aan de beschikkingen van het rondschrijven n°68 van de Brandweer.31
GING IN MILIEU (TYPE B22) Fig.12 Voor dit soort installatie moet men een opening voorzien van 6 cm2 voor iedere geïnstalleerde kW, en alleszins nooit kleiner dan 100 cm2, rechtstreeks aangebracht op de muur naar de buitenkant; de opening moet zich zo veel mogelijk ter hoogte van de vloer bevinden, ze mag niet verstopt kunnen worden en moet beschermd zijn door een rooster die de nuttige doorsnede van de luchtdoorgang niet verkleint. Voor dit soort installatie bedraagt de maximum toegestane lengte, inbegrepen de afvoerterminal, 5 meters
7.3 INSTALLATIE MET AFVOER IN ROOKPIJP EN AANZUIGING IN MILIEU (TYPE
B32) Fig.12 Voor dit soort installatie moet men een opening voorzien van 6 cm2 voor iedere geïnstalleerde kW, en alleszins nooit kleiner dan 100 cm2, rechtstreeks aangebracht op de muur naar de buitenkant; de opening moet zich zo veel mogelijk ter hoogte van de vloer bevinden, ze mag niet verstopt kunnen worden en moet beschermd zijn door een rooster die de nuttige doorsnede van de luchtdoorgang niet verkleint. Voor dit soort installatie bedraagt de maximum toegestane lengte, inbegrepen de afvoerterminal, 5 meters
7.4 INSTALLATIE MET AFVOER MET COAXIALE BUIZEN LANGS DE WAND (TYPE
C12) Fig.12 Voor dit soort installatie bedraagt de maximum toegestane lengte, inbegrepen de afvoerterminal, 5 meters
7.5 INSTALLATIE MET AFVOER MET COAXIALE BUIZEN IN ROOKPIJP
(TYPE C22) Fig. 12 Voor dit soort installatie is de maximum toegestane lengte, de afvoerterminal inbegrepen, 5 meters.
Voor dit soort installatie is de maximum toegestane lengte, de afvoerterminal inbegrepen, 4 meters.
OP DAK GEPLAATST IN ZONES MET VERSCHILLENDE DRUKKEN (TYPE C52) Fig. 12 Voor dit soort installatie is de maximum toegestane lengte 20 meters in aanzuiging en 20 meters in afvoer.
7.9 INSTALLATIE MET AFVOER IN ROOKPIJP EN AANZUIGING AAN DE WAND
(TYPE C82) Fig. 12 Voor dit soort installatie is de maximum toegestane lengte 20 meters in aanzuiging en 20 meters in afvoer. BELANGRIJK!!! De cataloog MTS ”FUMISTERIA” raadplegen voor de verschillende kits van installatie. In het specifi ek geval van een ontdubbelde installatie de specifi eke ontdubbelingskit gebruiken (Fig. 13)32
1. Thermostaat van regeling2. Groene seinlamp van werking3. Rode seinlamp van blokkering4. Hoofdschakelaar5. Stelschroeven
8. INSTRUCTIES VOOR DE AANSCHAKELING EN
UITSCHAKELING De veiligheidsnormen voor de ins-tallatie in acht nemen die voorges-chreven worden in de paragraaf 2.2 (Ref. 5-13) De operaties van aan- en uitschakeling worden uitgevoerd middels bedieningssequensen ge-bruik makend van de organen van werking die op het bedieningspaneel staan, geplaatst vooraan op de kap. Op het ogenblik van de eerste installatie moet men controleren of de boiler: • correct is aangesloten op de waterleiding (van voeding, gebruik en afvoer), en hier-bij de in acht name van de “TECHNISCHE GEGEVENS” van paragraaf 3 verifi ëren,• volledig gevuld is met water,• aangesloten is op de elektrische stroom van 230 V,• aangesloten is op het evacuatiesysteem voor de rook zoals voorzien in de paragrafen 4.5 en
- de verbinding met de “BESCHERMER ROOK”, correct werd uitgevoerd zoals geïllu-streerd wordt in paragraaf 5,• de verluchting van de lokalen waar het toestel geïnstalleerd is geverifi eerd werd, ook met in acht name van de beschikkingen van de natio-nale en plaatselijke normen in voege.Dit nazicht moet regelmatig worden uitge-voerd.
De operaties moeten zijn:
- de schakelaar indrukken (van fi g. 14) en de ingebouwde seinlamp zal aangaan,• de knop van de thermostaat (van fi g. 14) op de gekozen temperatuur plaatsen (stand) tussen een minimum van 40°C en een maximum van 72°C,• de (automatische) aanschakeling verifi ëren middels het aangaan van de groene seinlamp (van fi g. 14).Indien het toestel niet wordt aangeschakeld, en automatisch blokkeert, wordt dit gesignaleerd door het aangaan van de rode seinlamp (van fi g . 14).Het is best de operatie minstens twee keer te herhalen en nadien vraagt men best de ingreep van een gespecialiseerd technicus.BELANGRIJK: Bij de eerste aanschakeling kan er zich , omwille van de mogelijke aanwezigheid van lucht in de buizen, gemakkelijk een NIET-AANSCHAKELING voordoen; in dit geval is het, zoals gezegd, best de operatie van aanschakeling meerder keren te herhalen.
Bij de functie van opwarming moet men, zoals in het specifi ek geval, de knop van de thermostaat regelen (van fi g. 17) op de gekozen gewenste temperatuur tussen een minimum van 40°C en een maximum van 72°C, men raadt aan de knop op de tussenstanden 2 of 3 te plaatsen (maximum 60°C) zodanig dat een eventuele kalkafzet in de boiler zelf tot een minimum wordt beperkt.
8.3 NORMALE UITSCHAKELING
Met een druk op de schakelaar (van fi g. 17) onderbreekt het toestel onmiddellijk de activering van effectieve, of potentiële, opwarming, hetgeen bovendien wordt aangeduid door het uitgaan van de ingebouwde seinlamp.
8.4 VERLENGDE UITSCHAKELING
Ingeval het toestel lange tijd inactief blijft, in een lokaal onderhevig aan vries, is het:• noodzakelijk dat de boiler aan blijft staan in de stand van “stand-by” symbool “"” ofwel moet men als volgt tewerk gaan:• leegmaken van het reservoir,• sluiting van het kraantje van de gasvoeding,• onderbreking van de elektrische stroom naar de boiler.
8.5 SPECIALE FUNCTIES
De elektronische component van het toestel staat talrijke speciale functies toe die aanwezig zijn tijdens de werkfasen, die kunnen onderverdeeld worden in • speciale functies van veiligheid,• speciale functies van werking.8.5.1 Speciale functies van veiligheidDit zijn altijd actieve functies wanneer het toestel aangesloten is op de elektrische stroom en betreffen alle controles die tot doel hebben aan het toestel beschermingen van actieve veiligheid te leveren, dit zijn:33
. Indien wegens abnor- male oorzaken de temperatuur van het water bevat in de boiler de +99°C overschrijdt, grijpt er een thermostaat van de veiligheid in die, met het onderbreken van het elektrisch circuit van de gasklep, het toestel blokkeert en de situatie signaleert met het aangaan van de rode seinlamp in de nabijheid van het teken “ ”. Voordat men de boiler terug aanschakelt (hierbij tewerk gaande zoals wordt aangeduid in punt 8.1) MOET men de oorzaak van de anomalie die de blokkering veroorzaakt heeft geëlimineerd hebben. 8.5.2 Speciale functies van werkingDeze zijn actief wanneer het toestel is aange-sloten op de elektrische stroom (n.d.r. 230 V) en verwijzen naar de functies van help voor de gebruiker; dit zijn:
. Indien de temperatuur van het wa- ter bevat in de boiler onder de +10°C daalt, gaat gedurende korte tijd de brander aan die door het opwarmen de vorming van ijs en bij- horende schade aan het reservoir voorkomt.
. Gebruik makend van de “KIT-KLOK” (aan te vragen als “optional”) kan men, dagelijks en/of wekelijks, het aan- en uitschakelen van het toestel besturen. Het toestel heeft reeds het klemmenbord voor-ingesteld; bijkomende en meer gedetailleerde instructies m.b.t. de installatie en de werking wor-den gegeven samen met de kit
De toestellen van de categorie II2H3+ zijn gewoonlijk geijkt voor de werking met aardgas G20 en kunnen aangepast worden aan de werking met vloeibaar gas G30 en G31.ACCESSOIRES GASUNIT1 elektrische gasklep,2 beschermende dop van de schroef voor de regeling van de druk,3 stelschroef van de druk4 aansluiting gastoevoer, G½,5 stelschroeven gasunit,6 aansluiting klep-brander,7 thermostaat controle temperatuur,8 thermostaat van de veiligheid,9 verbindingskabel ventilator,10 terminal elektrische verbinding,11 gasbrander,12 ontstekingsbougie,13 sproeier,14 bougie detectie vlam ,15 veer sondeblokkering,16 drukknop van reset,17 elektronische centrale.
9.2 VERVANGING SPROEIER
De veiligheidsnormen in acht nemen die voorgeschreven worden in deparagraaf 2.2 (Ref. 6-10-12-13-18-19) Om de boiler aan te passen aan een verschillend gas dan datgene van de ijking, moet men de sproeier van de brander vervangen.OPGELET; indien de nieuwe sproeier niet samen met het toestel geleverd wordt, moet hij aangevraagd worden als een origineel accessoire van de fabrikant; hij mag om geen enkele reden een andere oorsprong hebben. De operatie kan uitgevoerd worden zonder dat men de gasunit demonteert, maar het is voldoende (fi g. 18):
- de onderste kap weg te nemen, de periferische schroeven die deze aan de bodem van het toestel vasthechten te verwijderen,
- de sproeier van de brander losdraaien (13)
- de sproeier in kwestie vervangen met diegene van het verschillend gas dan datgene dat in de fabriek geijkt werd. Aanpassing met VLOEIBAAR GAS; de regeling van de voedingsdruk moet uitgevoerd worden door in te grijpen op de drukreductor geplaatst op het voedingscircuit (of op de gasfl es). In dit geval, MOET men nadat men de sproeier vervangen heeft (fi g. 19):
- de drukreductor aanwezig op de klep uitsluiten (1). Voor de uitvoering van deze operatie moet men - de dop (2), die de stelschroef beschermt wegnemen, - de stelschroef vastdraaien in de richting van de wijzers van de klok (3), - de dop (2) terug monteren AFMETINGEN VAN DE GATEN VAN DE SPROEIER GASBRANDER MODELLENTYPE VAN GAS80 V FFI-E 100 V FFI-E 120 V FFI-E AARDGAS G20 / G25 190VLOEIBAAR GASButaan G30 Propaan G31 OPMERKING: Op de sproeiers staan de waarden van de diameters, aangegeven in de tabel, in honderdsten van een millimeter.
- het nieuwe plaatje met de identifi catie van het gas van ijking aanbrengen Regeling inrichting van trage aanscha- keling De regeling van de inrichting van “trage aanschakeling” aanwezig op de gasklep moet als volgt worden uitgevoerd: NATUURLIJK GAS (aardgas): de inrichting wordt in de fabriek geplaatst met een rotatiehoek gelijk aan +0° VLOEIBAAR GAS: gebruik makend van een sleufschroeven- draaier de inrichting in de richting van de wijzers van de klok draaien tot een rotatie- hoek bereikt wordt gelijk aan +90° OPGELET; verifi ëren of:
- de nieuwe sproeier overeenstemt met de afmetingen aangeduid in de tabel A (NB diameter van het doorgangsgat van het gas aangegeven in honderd- sten van een millimeter)
- de sondes volledig ingevoerd zijn in de huls.
- de elektrische verbindingen correct zijn uitgevoerd of aangesloten.
- alle klemmen/verbindingen correct zijn aangesloten op de desbetreffende connectors.
- de, eventuele, nieuwe ijking en/of druk van de gasklep (n.d.r. diegene m.b.t. de G20 werd reeds in de fabriek uit- gevoerd).
9.3 VOEDINGSDRUK (NATUURLIJK GAS EN VLOEIBAAR GAS)
De veiligheidsnormen in acht nemen die voorgeschreven worden in de paragraaf 2.2 De druk van de gastoevoer, gemeten aan het contact van de druk in ingang en uitgang van het gas en specifi ek aangeduid op de klep, middels een manometer, moet waarden hebben die overeenstemmen met diegene die aangegeven worden in de tabel B Tabel A 90°
De veiligheidsnormen in acht nemen die voorgeschreven worden in de paragraaf 2.2 (Ref. 10) Deze operatie moet uitgevoerd worden door professioneel voorbereid personeel. Controleren of het hijsmiddel en de verankeringskabels geschikt zijn voor de op te hijsen massa die indicatief wordt aangegeven in de tabel hiernaast.
10.1 AFBRAAK EN LOZING
De veiligheidsnormen in acht nemen die voorgeschreven worden in de paragraaf 2.2 (Ref. 10) Het toestel wordt verpakt met karton en schuimpolystyreen (zie fi g. 17), om de verpakking te verwijderen, de blokkeringen en vervolgens het bovenste gedeelte van het polystyreen wegnemen, tenslotte het beschermend karton wegnemen en het toestel lichtjes opheffen om het onderste gedeelte van het polystyreen te verwijderen (zie fi g. 18). De verpakking moet geloosd worden overeenkomstig de wetten van het land waar het toestel gebruikt wordt.36
Het toestel bevat geen bestanddelen of componenten die gevaarlijk zijn voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, gezien ze gerealiseerd zijn met volledig recycleerbare of normaal loosbare materialen. Voor de operaties van afbraak moet men zich wenden tot gespecialiseerde bedrijven of beroep doen op speciaal daartoe opgeleid personeel dat zich bewust is van de mogelijke risico’s, de inhoud van deze handleiding kent en nauwkeurig toepast en dat perfect op de hoogte is van de werkwijze en de karakteristieken van het toestel zelf.
12. RAADGEVINGEN VOOR HET GEBRUIK EN HET
ONDERHOUD De veiligheidsnormen in acht nemen die voorgeschreven worden in de paragraaf 2.2 (Ref. 16-17-18-19-20-21-22)
12.1 VOOR DE INSTALLATEUR EN
DE GEBRUIKER Om gas uit te sparen en een beter rendement van het toestel te verkrijgen, raadt men aan de temperatuur ingesteld te laten die overeenstemt met de stand “ECO” (besparing). Bovendien zal bij deze temperatuur en in aanwezigheid van bijzonder hard water (met een excessieve aan- wezigheid van kalk), de bijhorende kalkafzet ge- voelig verminderd worden
- Erop letten dat de kraantjes van het warm wa- ter van de installatie een perfecte dichting heb- ben omdat elk druppelen vertaald kan worden in een gasverbruik en een verhoging van de temperatuur van het water met een bijhorende vorming van damp en gevaarlijke druk.
- De boiler is voorzien van een magnesiuma- node als anodische bescherming van het re- servoir en is geplaatst in het laag gedeelte van het reservoir, onder de supportstructuur van de elektrische unit. De tijdsduur van de anode is proportioneel met - de gemiddelde temperatuur in het reser- voir, - de scheikundige samenstelling van het wa- ter, - de frequenties van de opnames. De in de fabriek gemonteerde anode is voorzien voor een effi ciëntie van ongeveer vijf (5) jaar, na- tuurlijk in gemiddelde bedrijfsomstandigheden. Het is alleszins te verkiezen alle 18÷24 maanden een nazicht van de staat van de anode uit te voeren; deze moet een voldoende homogeen op- pervlak hebben. Indien de diameter kleiner is dan 10÷12 mm, raadt men aan deze te vervangen met een originele anode. Deze operatie wordt best uitgevoerd door geauto- riseerd personeel.
- Voor een correct onderhoud, uit te voeren min- stens een keer per jaar, raadt men aan: - de dichting van het gasgedeelte te contro- leren, met de eventuele vervanging van de afgesleten pakkingen, - de algemene staat van het toestel en van de verbranding te controleren (gele punten of vlam gescheiden van het lichaam van de brander), - de correcte voeding en het gasvermogen te verifi ëren, - de correcte werking van alle hydraulische veiligheidsorganen te verifi ëren, - de correcte parameters van de elektrische voeding en de aardeaansluiting van het toestel te verifi ëren, - de staat van bewaring van de rookdefl ector te verifi ëren, - de karakteristieken van het evacuatiesy- steem van de rook van de verbranding te verifi ëren, - indien nodig de evacuatieleiding van de rook schoon te maken, nadat men de elek- trische stroom en de gastoevoer naar de boiler onderbroken heeft,
- Indien men bijzonder “hard” water heeft raadt men aan periodiek te werken met “ontkalkin- gen” met een oplossing met 10÷20 % van zout- en fosforzuur. Ook de specifi eke producten voor de “ontkalking” (gewoonlijk gebruikt voor de ketels voor de ver- warming) kunnen gebruikt worden, hierbij raden we aan de instructies in bijlage in acht te nemen. Bij de operaties moet men als volgt tewerk gaan: - het toestel loskoppelen van de waterleiding en overgaan tot het leegmaken, (zie para- graaf 4.3.), - het reservoir vullen met de oplossing van water en zuur conform de gebruiksinstruc-37
ties van het product, - de oplossing laten werken en indien mo- gelijk de operatie van “ontkalking” verge- makkelijken door met een pomp te werken zodanig dat er een hercirculatie ontstaat tussen de buis van uitgang warm water en de afvoeraansluiting. - Het reservoir leegmaken en het toestel aankoppelen op het net en een lange was- beurt uitvoeren, hierbij het leidingwater ge- durende een bepaalde tijd vrij laten lopen. A – Hoofdschakelaar B – Thermostaat van regeling temperatuur C – Drukknop van Reset D – Seinlamp van blokkering E – Drukmeter F – Ventilator G – Thermostaat van de veiligheid H – Seinlamp van werking I – Gasklep L – Ontstekingsbougie M – Brander N – Bougie detectie vlam O – Controle module vlam P – Klemmenbord van aansluiting op het net Q – Chronothermostaat (optional) OPGELET: teneinde een maximum tijdsduur van uw toestel te kunnen garanderen, moeten enkele regels gerespecteerd worden die reke- ning houden met de extreme typologieën van water zoals
kalkhoudend water - een effi ciënte ont- kalkingsinrichting voorzien op basis van polyfosfaatkristallen,
zoet water - moet een “ th” hebben bevat tussen 12° ÷ 15° en een “ ph” boven de 7.-
13. TECHNISCHE ASSISTENTIE
In geval van beschadigingen, een onregelmatige werking of algemene controles op het toestel, moet men zich wenden tot een geautoriseerd en gekwalifi ceerd CENTRUM VAN TECHNISCHE ASSISTENTIE van de zone. Ook eventuele vervangingen mogen alleen uitgevoerd worden door gekwalifi ceerd personeel en uitsluitend gebruik makend van originele reserve onderdelen.
Notice-Facile