NUOS PRIMO HC 200 - Ketel Ariston Thermo - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis NUOS PRIMO HC 200 Ariston Thermo in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over NUOS PRIMO HC 200 Ariston Thermo
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding NUOS PRIMO HC 200 - Ariston Thermo en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. NUOS PRIMO HC 200 van het merk Ariston Thermo.
GEBRUIKSAANWIJZING NUOS PRIMO HC 200 Ariston Thermo
wij danken u voor de aanschaf van onze warmtepompboiler. Wij hopen dat dit apparaat aan uw verwachtingen voldoet, u een maximale energiebesparing zal verschaffen en wensen dat u er voor vele jaren plezier aan zult beleven.
Ons bedrijf wijdt veel tijd, energie en financiële middelen aan het realiseren van innovatieve oplossingen die de energiebesparing van de producten kan bevorderen.
Uw keuze zal ertoe bijdragen dat er minder energie zal worden verbruikt, hetgeen op zijn beurt weer zal bijdragen tot een vermindering van algemene milieuproblemen. Onze voortdurende inzet om moderne en efficiënte producten te produceren en uw verantwoordelijke gedrag in het rationele gebruik van de energie kunnen dus actief bijdragen aan het behoud van het milieu en de natuurlijke energiebronnen.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Hij is ontwikkeld om u te informeren, m.b.v. waarschuwingen en raadgevingen, betreffende het juiste gebruik van het apparaat zodat u al zijn kwaliteiten zult kunnen waarderen. Onze technische dienst in uw woongebied staat altijd voor u klaar.
INLEIDING
Deze handleiding is gericht tot de installateur en de eindgebruiker, die respectievelijk de warmtepompboiler moeten installeren en gebruiken. Het niet opvolgen van de aanwijzingen in deze handleiding heeft het vervallen van de garantie als gevolg.
Dit boekje is een integraal en essentieel deel van het product zelf. Het moet met zorg door de gebruiker worden bewaard en altijd bij het apparaat blijven, ook als dit aan een nieuwe eigenaar wordt gegeven of verkocht en/of op een andere installatie wordt gemonteerd.
Teneinde een correct en veilig gebruik van het apparaat te kunnen waarborgen moeten de installateur en de gebruiker, m.b.t. hun respectievelijke bevoegdheden, de instructies en de aanwijzingen in deze handleiding aandachtig doorlezen aangezien zij belangrijke gegevens bevatten betreffende de veiligheid van de installatie, het gebruik en het onderhoud.
Deze handleiding is in vier verschillende secties verdeeld:
- ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Deze sectie bevat alle veiligheidsinformatie die u in acht moet nemen.
- ALGEMENE INFORMATIE
Deze sectie bevat nuttige algemene informatie zoals de beschrijving van de boiler en zijn technische eigenschappen en informatie betreffende de symbolen, de meeteenheden en de technische terminologie. In deze sectie vindt u technische gegevens terug en de afmetingen van de boiler.
Deze sectie is gericht tot de installateur. Het is een verzameling van aanwijzingen en voorschriften die het gekwalificeerde professionele personeel moet navolgen voor een optimale verwezenlijking van de installatie.
- GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER
Deze sectie is gericht tot de eindgebruiker en bevat alle nodige informatie voor de juiste werking van het apparaat, de periodieke controles en het onderhoud dat door de gebruiker zelf kan worden uitgevoerd.
Teneinde de kwaliteit van zijn producten te verbeteren behoudt het bedrijf zich het recht voor de gegevens en de inhoud van deze handleiding zonder voorafgaande waarschuwing te wijzigen.
Teneinde de inhoud beter te kunnen begrijpen, en aangezien deze handleiding in meerdere talen, en voor verschillende landen is samengesteld heeft men besloten alle afbeeldingen aan het einde van de gebruiksaanwijzing samen te vatten, aangezien deze hetzelfde zijn voor alle talen.
INHOUDSOPGAVE
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
ALGEMENE INFORMATIE
1. ALGEMENE INFORMATIE
1.1 Betekenis van de gebruikte symbolen
1.2 Toepassing
1.5 Verpakking en bijgeleverde accessoires
1.6 Transport en verplaatsing
1.7 Identificatie van het apparaat
2.2 Bouwkundige eigenschappen
2.3 Afmetingen en plaatsruimte
3.1 Kwalificatie van de installateur
3.2 Gebruik van de instructies
3.3 Veiligheidsnormen
- INSTALLATIE
4.1 Plaatsing apparaat
4.2 Plaatsing op de grond
4.3 Aansluiting lucht
4.4 Hydraulische aansluiting
4.5 Elektrische aansluiting
- EERSTE INBEDRIJFSTELLING
GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER
6. VOORSCHRIFTEN
6.1 Eerste inbedrijfstelling
6.2 Advies
6.3 Veiligheidsnormen
6.4 Aanbevelingen om de ontwikkeling van de Legionella-bacterie tegen te gaan
- INSTRμCTIES VOOR HET GEBRμIK
7.1 Beschrijving van het bedieningspaneel
7.2 Het in- en uitschakelen van de boiler
7.3 Instellen van de temperatuur
7.4 Bedrijfsmodus
7.5 Instellen van de tijd
7.6 Informatiemenu
7.7 Installatiemenu
7.8 Anti legionella bescherming
7.9 Fotovoltaïsche modus
7.10 Fabrieksinstellingen
7.11 Werking met twee verschillende tijdstarieven
7.12 Antivriesfunctie
7.13 Storingen
- ONDERHOμD
8.1 Legen van het apparaat
8.2 Normaal onderhoud
8.3 Probleemoplossing
8.4 Normaal onderhoud t.b.v. de gebruiker
8.5 Verwijdering van de boiler
ILLUSTRATIES
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
AANDACHT!
-
Deze handleiding maakt integraal en wezenlijk deel uit van het product. Bewaar de handeling met zorg en laat die altijd bij het toestel, ook wanneer het toestel aan een andere eigenaar of gebruiker wordt doorgegeven en/of naar een andere installatie wordt overgebracht.
-
Lees de instructies en waarschuwingen in deze handleiding aandachtig: zij geven u belangrijke aanwijzingen voor een veilige installatie en een veilig gebruik en onderhoud.
-
Het installeren en de eerste indienststelling van het toestel moeten door professioneel gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, in overeenstemming met de nationale installationenormen die van kracht zijn en conform met eventuele voorschriften van plaatselijke overheden en instanties die instaan voor de openbare gezondheid. Alle voedingscircuits moeten in ieder geval worden losgekoppeld vooraleer naar de klemmen te gaan.
-
Het is verboden om dit toestel voor andere doeleinden te gebruiken dan de gespecificeerde doeleinden. De constructeur wordt niet verantwoordelijk geacht voor eventuele schade voortvloeiend uit oneigenlijk, verkeerd en onredelijk gebruik of ten gevolge van het niet naleven van de instructies in deze handleiding.
-
Een foutieve installatie kan lichamelijke letsels voor mens en dier en materiële schade veroorzaken, waarvoor de constructeur niet verantwoordelijk is.
-
Verpakkingsmateriaal (nietjes, plastic zakjes, piepschuim, enz.) mag niet binnen bereik van kinderen worden gelaten omdat die een bron van gevaar kunnen betekenen.
-
Het toestel mag door kinderen vanaf 8 jaar en door mensen met beperkte lichamelijk en zintuiglijke of geestelijke capaciteiten, of zonder ervaring of de nodige kennis, worden gebruikt, mits zij onder toezicht staan, of nadat zij instructies hebben gekregen betreffende een veilig gebruik van het toestel en de gevaren inherent aan dit gebruik ten volle hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. De reiniging en het onderhoud, bedoeld om door de gebruiker te worden uitgevoerd, mag niet door kinderen worden uitgevoerd als zij niet onder toezicht staan.
-
Het is verboden om het toestel op blote voeten of met natte lichaamsdelen aan te raken.
-
Eventuele reparaties, onderhoud, hydraulische en elektrische aansluitingen mogen alleen door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, dat hiervoor
uitsluitend oorspronkelijke reserveonderdelen dient te gebruiken. Wanneer bovenstaande voorschriften niet worden nageleefd, kan dit de veiligheid in gevaar brengen en vervalt alle verantwoordelijkheid van de constructeur.
- De temperatuur van het warme water wordt door een thermostaat geregeld, die dient als veiligheidsvoorziening die gereset kan worden, om gevaarlijke temperatuurstijgingen te vermijden.
- De elektrische aansluiting moet uitgevoerd worden zoals in de betreffende paragraaf is aangegeven.
- Wanneer het toestel met een voedingskabel is uitgerust, dient u zich tot een erkend assistentiecentrum of tot professioneel gekwalificeerd personeel te wenden indien deze kabel moet worden vervangen.
- Het is verplicht een overdrukbeveiliging op de waterinlaatleiding van het apparaat vast te schroeven. Deze mag niet onklaar gemaakt worden en moet regelmatig in werking moet worden gesteld om na te gaan of hij niet geblokkeerd is, en om eventuele kalkafzettingen te verwijderen. Voor landen die de norm EN 1487 hebben overgenomen, is het verplicht op de waterinlaatleiding een veiligheidsgroep conform deze norm te schroeven; de groep moet een maximumdruk hebben van 0,7 MPa en moet minstens een afsluitkraan, een terugslagklep, een veiligheidsklep en een onderbrekingsmechanisme van de hydraulische belasting bevatten.
- Een licht druppelen uit de overdrukbeveiliging of uit de veiligheidsgroep volgens EN 1487 is normaal in de verwarmingsfase. Daarom raden wij u aan de afvoer aan te sluiten (deze moet altijd in verbinding staan met de atmosfeer) op een afvoerbuis die in een doorlopende helling naar beneden is geïnstalleerd, in een omgeving zonder ijs. Op dezelfde buis is het bovendien noodzakelijk een condensafvoer aan te sluiten d.m.v. de speciale koppeling.
15.μ dient het apparaat te legen indien het ongebruikt in een vertrek wordt geplaatst waar het mogelijk kan vriezen en/of als de boiler lang niet gebruikt wordt. Maak het leeg zoals in het desbetreffende hoofdstuk is beschreven. - Warm water dat met een temperatuur van meer dan 50° C uit de kranen stroomt, kan onmiddellijk ernstige brandwonden veroorzaken. Kinderen, mensen met een handicap en bejaarden zijn meer aan dit risico blootgesteld. Het is daarom aanbevolen om een thermostatische mengkraan te gebruiken, die u moet aanschroeven op de leiding waar het water uit het toestel komt.
- Er mogen geen ontvlambare voorwerpen in contact met het toestel en/of in de buurt ervan aanwezig zijn.
- Het apparaat is niet voorzien van batterijen. Adviseerde gebruik de batterijen uit de catalogus die worden geleverd door de fabrikant van het product.
Neem bij de plaatsing zorgvuldig de polariteiten in acht. Bij de afvoer als afval van de batterijen aan het einde van de bedrijfsduur moeten de geldende normen in acht worden genomen en moeten de speciale verzamelbakken worden gebruikt. Voordat de batterijen geplaatst of verwijderd worden, moet het apparaat worden afgekoppeld van het elektriciteitsnet.
ALGEMENE INFORMATIE
1.1 Betekenis van de gebruikte symbolen
Voor wat betreft de veiligheidsaspecten van installatie en gebruik, en teneinde de aanwijzingen betreffende de risico's te benadrukken, worden een aantal symbolen gebruikt wiens betekenis in de hier volgende tabel wordt uitgelegd.
| Symbool | Betekenis |
![]() | Het niet opvolgen van deze aanwijzing leidt tot risico van verwondingen van personen, die in bepaalde omstandigheden zelfs dodelijk kunnen zijn. |
![]() | Het niet opvolgen van deze aanwijzingen leidt tot risico van beschadiging van voorwerpen, planten of dieren, die in bepaalde omstandigheden zelfs ernstig kunnen zijn. |
![]() | Verplichting om zich aan de algemene veiligheidsvoorschriften en productspecificaties te houden. |
1.2 Toepassing
Dit apparaat dient voor het verwarmen van tapwater, dus tot een temperatuur die lager is dan het kookpunt, in een huiselijke of soortgelijke omgeving. Het apparaat moet een hydraulische aansluiting hebben op een tapwaternet en een elektrische voeding. Het kan toevoer- en afvoerleidingen hebben voor de in- en uitgang van de gebruikte lucht. Het is verboden om het apparaat voor andere doeleinden te gebruiken dan hetgeen wordt beschreven in deze handleiding. Elk ander oneigenlijk gebruik is niet toegestaan. Het is in het bijzonder verboden het apparaat te gebruiken in industriële installaties en/of het apparaat te installeren in een corrosieve of explosieve omgeving. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die voortkomt uit een foute installatie, oneigenlijk gebruik, irrationeel gedrag en van een niet complete of onnauwkeurige toepassing van de aanwijzingen in deze handleiding.
![]() | Dit apparaat is niet geschikt voor het gebruik door personen (inclusief kinderen) met een beperkt lichamelijk of sensorieel vermogen of door personen zonder de nodige ervaring of kennis, tenzij zijn worden gecontroleerd of onderwezen betreffende het gebruik van het apparaat door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Kinderen moeten worden gecontroleerd door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid en die zich ervan verzekeren dat zij niet met apparaat spelen. |
De installatie is voor rekening van de koper en moet worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel, overeenkomstig de geldende nationale installatienormen en eventuele voorschriften van de locale autoriteiten en van instellingen voor de volksgezondheid, volgens de specifieke aanwijzingen die de fabrikant in de huidige handleiding beschrijft. De fabrikant is verantwoordelijk voor de conformiteit van het product aan de richtlijnen, wetten en constructienormen die het product aangaan en die gelden op het moment dat het product voor de eerste keer op de markt wordt gebracht. De kennis en het naleven van de wetsbepalingen en de technische normen betreffende het ontwerp van de installaties, de plaatsing, de werking en het onderhoud zijn een exclusieve taak van de ontwerper, de installateur en de gebruiker, ieder voor hun specifieke taken. De verwijzingen naar wetten, normen of technische regels worden in de huidige handleiding puur ter informatie geciteerd. Het in werking treden van nieuwe bepalingen of wijzigingen op de geldende normen verplicht de fabrikant op geen enkele wijze t.o.v. derden. μ dient zich ervan te verzekeren dat het elektriciteitsnet waarop het apparaat wordt aangesloten conform is aan de norm EN 50160 (indien dit niet het geval is, vervalt de garantie). Voor Frankrijk: controleer of de installatie conform is aan de norm NFC 15-100. Bij het aanbrengen van onprofessionele wijzigingen aan de producten en/of aanhorige onderdelen vervalt de garantie.
1.4 Productcertificeringen
De CE marking op het apparaat garandeert de conformiteit aan de volgende Eμ Richtlijnen, aan wiens fundamentele vereisten het voldoet:
- 2006/95/EG inzake de elektrische veiligheid LVD (EN/IEC 60335-1; EN/IEC 60335-2-21; EN/IEC 60335-2-40);
- 2004/108/EG inzake de elektromagnetische compatibiliteit EMC (EN 55014-1; EN 55014-2; EN 61000-3-2; EN 61000-3-3);
- RoHS2 2011/65/Eμ betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (EN 50581).
- Verordening (Eμ) nr 814/2013 inzake het ecologisch ontwerp (nr. 2014/C 207/03 - transitional methods of measurement and calculation)
De controle van de prestaties wordt uitgevoerd in navolging van de volgende technische normen:
1.5 Verpakking en bijgeleverde accessoires
Het apparaat is bevestigd op een houten pallet en wordt beschermd door hoekvormige piepschuim beschermelementen, karton en doorzichtig plastic folie aan de buitenkant. Alle materialen kunnen worden gerecycled en zijn milieuvriendelijk.
De inbegrepen accessoires zijn:
- Riem voor het bewegen van de boiler (moet worden verwijderd na de installatie van het apparaat);
- Verbindingsbuis condenswater;
- Handleiding en garanties;
- 2 Diëlektrisch verbindingsstuk van 34 " en pakkingen.
- Energie-etiket en productinformatieblad.
- 2 verbindingen voor lucht
1.6 Transport en behandeling
Controleer bij het afleveren van het apparaat of het tijdens het transport geen zichtbare schade heeft ondervonden, zowel op de verpakking als op het product zelf. In het geval u schade waarneemt dient u direct een klacht in te dienen bij het transportbedrijf.
OPGELET! Het is van fundamenteel belang dat u het apparaat in verticale positie verplaatst en opbergt. Een horizontaal transport is alleen toegestaan voor zeer korte trajecten en alleen als het apparaat op de achterzijde ligt, zoals aangegeven. In dit geval dient u minstens 3 uur te wachten voor u het apparaat inschakelt, mits het opnieuw verticaal staat en/of is geïnstalleerd. Dit is nodig om ervoor te zorgen dat de smeerolie in het koelcircuit goed wordt verdeeld en om te vermijden dat de compressor schade lijdt.
Het ingepakte apparaat kan met de hand worden verplaatst of met een vorkheftruck. Zorg ervoor bovenstaande aanwijzingen op te volgen. We raden u aan het apparaat in zijn originele verpakking te laten totdat het op de gewenste plek wordt geïnstalleerd, in het bijzonder wanneer het een bouwterrein betreft.
Nadat u de verpakking heeft verwijderd moet u controleren of het apparaat in orde is en of alle onderdelen die erbij horen aanwezig zijn. Als het apparaat niet in orde is dient u contact op te nemen met de verkoper. Zorg ervoor dat deze signalering plaatsvindt binnen de door de wet vastgestelde termijnen.
OPGELET! De verschillende delen van de verpakking mogen niet in het bereik van kinderen worden gelaten, aangezien ze een bron van gevaar zijn.
Voor het eventuele bewegen of vervoeren van het apparaat na de eerste installatie, dient u dezelfde raadgevingen op te volgen betreffende de toegestane helling. μ dient zich er bovendien van te verzekeren dat het water in het reservoir volledig is verwijderd. Bij afwezigheid van de originele verpakking dient u voor een evenwaardige bescherming van het apparaat te zorgen om schade te vermijden waarvoor de fabrikant niet verantwoordelijk is.
| Toegestane standen | Niet toegestane standen | |
![]() | ![]() | ![]() |
![]() | ||
1.7 Identificatie van het apparaat
De voornaamste informatie voor de identificatie van het apparaat staat op het typeplaatje dat op de mantel van de boiler is bevestigd.

| A | model |
| B | inhoud in liters van het reservoir |
| C | registratienummer |
| D | voedingsspanning, frequentie, maximum opgenomen vermogen |
| E | maximale/minimale druk van het koelcircuit |
| F | bescherming reservoir |
| G | opgenomen vermogen in weerstand modus |
| H | merken en symbolen |
| I | gemiddeld/maximaal vermogen in pompmodus |
| L | type koelmiddel en vulling |
| M | maximum druk reservoir |
| N | het aardopwarmingsvermogen GWP / Gefluoreerde broeikasgassen |
te gebruiken. De efficiëntie van een cyclus met een warmtepompboiler wordt gemeten met behulp van een performance coëfficiënt COP, die het verband uitdrukt tussen de energie die door het apparaat wordt geleverd (in dit geval de warmte die wordt afgegeven aan het water dat moet worden verwarmd) en de verbruikte elektrische energie (van de compressor en van de hulpapparaten van het product). De COP varieert naar gelang het type warmtepomp en de omstandigheden waar de werking betrekking op heeft.
Bv., een COP waarde van 3 geeft aan dat voor iedere 1 kWh verbruikte elektrische energie de warmtepomp 3 kWh warmte af zal geven aan het te verwarmen element, waarvan 2 kWh worden onttrokken aan de gratis bron.
2.2 Bouwkundige eigenschappen
Verwijzing afb. 1.
| 1 | Ventilator |
| 2 | 4 -weg klep voor het ontdooien |
| 3 | Veiligheidspressostaal |
| 4 | Roterende hermetische compressor |
| 5 | Elektronisch bedieningspanee |
| 6 | Stelbare regelvoetjes (in de hoogte) |
| 7 | Elektrische weerstanc |
| 8 | Titanium anode met stroomopdruksysteerr |
| 9 | Functionele en veiligheids- NTC sonde |
| 10 | Condensator |
| 11 | NTC sonde watertemperatuur in uitgang |
| 12 | Opofferingsanode van magnesium |
| 13 | Elektrolytische condensator voor de compressor |
| 14 | Afvoerbuis voor condens |
| 15 | Thermostatische expansieklep |
| 16 | Verdamper |
2.3 Afmetingen en plaatsruimte
Verwijzing afb. 2.
| A | Ingangsleiding 34 " koud tapwater |
| B | μitgangsleiding 34 "warm tapwater |
| C | Aansluiting condensafvoer |
| D | Ingangsleiding 34 " hulp-circuit (alleen SYS versie) |
| E | μitgangsleiding 34 " hulp -circuit (alleen SYS versie) |
| F | Huls voor bovenste sonde (S3) (alleen SYS versie) |
| G | Huls voor onderste sonde (S2)(alleen SYS versie) |
| H | 34 " buis voor hercirculatie circuit (alleen SYS versie) |
| A | Voeding (220-230V 50Hz) |
| B | Batterijen (3x1,2V AA herlaadbaar) |
| C | Interface kaart |
| D | Elektrische weerstand |
| E | NTC sonde weerstand zone |
| F | Titanium anode met stroomopdruksysteem |
| G | Aarde reservoir |
| H | Kaart seriële aansluiting |
| I | Elektronische kaart (mainboard) |
| L | Continucondensator (15μF 450V) |
| M | Compressor |
| N | Ventilator |
| O | 4 -weg klep |
| P | Veiligheidspressostaat |
| Q | NTC sonde zone warmwaterleiding |
| R | NTC sonde verdamper en luchtingang |
| EDF/PV | HCHP-signaal (EDF) of PV -omvormersignaal, kabel niet meegeleverd met product. |
2.5 Tabel technische eigenschappen
| Beschrijving | Eenheid | 200 | 240 240 SYS | |
| Nominale capaciteit reservoir I 202 244 239 | ||||
| Dikte isolering mm ≈ 35 | ||||
| Type interne bescherming glazuursel | ||||
| Type corrosiebescherming | titanium anode met stroompodruksysteem + magnesiumanode | |||
| Maximale bedrijfsdruk MPa 0,6 | ||||
| Diameter wateraansluitingen | II G 3/4 | M | ||
| Diameter koppeling condensafvoer mm | 14 | |||
| Diameter buizen afvoer/toevoer lucht | mm | 150-160-200 | ||
| Minimum waterhardheid | °F | 12 | ||
| Minimale geleidbaarheid van het water | μS/cm 150 | |||
| Ledig gewicht | kg 87 | 92 | 107 | |
| Warmteoverdrachtsoppervlak serpentijn | m2 | - | - | 0,65 |
| Temperatura max acqua da fonte esterna | °C | - | - | 75 |
| Warmtepomp | ||||
| Gemiddeld opgenomen elektrisch vermogen | W | 500 | ||
| Maximum opgenomen elektrisch vermogen | W | 750 | ||
| Hoeveelheid koelvloeistof R134a | Kg | 0,9 | ||
| Gefluoreerde broeikasgassen | ton CO2-equivalent | 1,287 | ||
| Het aardopwarmingsvermogen GWP 1430 | ||||
| Max. druk koelcircuit (lagedrukzijde) | MPa | 1 | ||
| Max. druk koelcircuit (hogedrukzijde) | MPa 2,7 | |||
| Max. watertemperatuur met warmtepomp | °C | 55 | ||
| EN 16147 (A) | ||||
| COP (A) | 2.8 3.03 | 2.97 | ||
| Verwarmingstijd (A) | h:min | 5:50 | 7:53 | 7:35 |
| Opgenomen verwarmingsenergie (A) | kWh | 2,57 | 3,50 | 3,36 |
| Max hoeveelheid warm water in een enkele afname Vmax(A) Afgeleverd op 49°C | I 220 300 265 | |||
| Pes (A) | W 24 | 25 | 26 | |
| Tapping (A) | L | XL | XL | |
| 812/2013 – 814/2013 (B) | ||||
| Qelec (B) | kWh | 4.163 | 6.294 | 6.421 |
| ηwh(B) | % | 115 123 123 | ||
| Gemengd water op 40°C V40 (B) | I 220 300 265 | |||
| Temperatuurinstellingen (B) | °C | 49 | 49 | 49 |
| Jaarlijks energieverbruik (gemiddelde klimaatomstandigheden) (B) | kWh/jaar | 890 | 1362 | 1362 |
| Laadprofiel (B) L XL XL | ||||
| Intern geluidsvermogen (C) dB(A) 53 53 53 | ||||
| Verwarmingselement | ||||
| Vermogen weerstand W 2000 | ||||
| Max. watertemperatuur met elektrische weerstand °C 75 (65 vanuit fabriek) | ||||
| Maximum opgenomen stroom A 8,7 | ||||
| Elektrische voeding | ||||
| Spanning / Maximum opgenomen vermogen V / W | 220-230 eenfase / 2750 | |||
| Frequentie | Hz | 50 | ||
| Beschermingsgraad | IPX4 | |||
| Luchtzijde | ||||
| Standaard luchtaanvoer (modulerende automatische regeling) | m^3/h | 400 | ||
| Beschikbare statische druk | Pa | 55 | ||
| Minimum inhoud van het vertrek waar de installatie wordt uitgevoerd (D) | m^3 | 20 | ||
| Minimum hoogte plafond van het vertrek waar de installatie wordt uitgevoerd (D) | m | 2,06 | 2,28 | 2,28 |
| Min. temperatuur vertrek waar installatie wordt uitgevoerd | °C | 1 | ||
| Max. temperatuur vertrek waar installatie wordt uitgevoerd | °C | 42 | ||
| Minimum temperatuur lucht (NB bij 90% RV) (E) °C -5 | ||||
| Maximum temperatuur lucht (NB bij 90% RV) (F) | °C | 42 | ||
(A) Waarden verkregen bij een externe luchttemperatuur van 7°C en een relatieve vochtigheidsgraad van 87%. Temperatuur van water bij ingang 10°C en ingestelde temperatuur van 49°C (volgens hetgeen wordt voorgeschreven door EN 16147). Gekanaliseerd product ∅200 onbuigzaam.
(B) Waarden verkregen bij een externe luchttemperatuur van 7°C en een relatieve vochtigheidsgraad van 87%. Temperatuur van water bij ingang 10°C en ingestelde temperatuur van 49°C (volgens hetgeen wordt voorgeschreven door 2014/C 207/03 - overgangsmeet- en -berekeningsmethoden). Gekanaliseerd product ∅200 onbuigzaam.
(C) Waarden verkregen door het gemiddelde van de resultaten van drie proeven uitgevoerd bij een externe luchttemperatuur van 7°C en een relatieve vochtigheidsgraad van 87%. Temperatuur van water bij ingang 10°C en ingestelde temperatuur volgens hetgeen wordt voorgeschreven door 2014/C 207/03 - overgangsmeet- en -berekeningsmethoden en EN 12102. Gekanaliseerd product ∅200 onbuigzaam.
(D) Deze waarde garandeert de juiste werking en het eenvoudige onderhoud, in het geval het product niet is gekanaliseerd is.
(E) Buiten het interval van de bedrijfstemperaturen van de warmtepomp wordt de verwarming van het water gegarandeerd door de integratie.
Gemiddelde waarde verkregen op een groot aantal producten.
Verdere energiegegevens staan vermeld in het productinformatieblad (Bijlage A) dat onlosmakelijk bij dit boekje hoort.
Producten zonder etiket en bijhorende fiche voor waterverwarmergroepen en systemen met zonnepanelen, voorzien door de verordening 812/2013, zijn niet bestemd voor de uitvoering van dergelijke installaties.TECHNISCHE GEGEVENS VOOR DE INSTALLATEUR
3. VOORSCHRIFTEN
3.1 Kwalificatie van de installateur
OPGELET! De installatie en de eerste inbedrijfstelling van de ketel moeten door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, in overeenkomst met de geldige nationale normen voor installatie en eventuele voorschriften van de locale autoriteiten en van overheidsinstellingen voor de volksgezondheid.
De boiler wordt geleverd met een hoeveelheid koelvloeistof R134a die voldoende is voor de werking ervan. Deze koelvloeistof beschadigt de ozonlaag in de atmosfeer niet, hij is niet ontvlambaar en kan geen explosies veroorzaken. Het onderhoud en de ingrepen op het koelcircuit moeten echter uitsluitend worden uitgevoerd door gespecialiseerde vaklui die voorzien zijn van de juiste uitrusting.
3.2 Gebruik van de instructies
OPGELET! Een verkeerde installatie kan schade veroorzaken aan personen, dieren of dingen, waarvoor de fabrikant niet verantwoordelijk kan worden gesteld.
De installateur moet de instructies in deze handleiding nauwkeurig in acht nemen.
De installateur moet aan het einde van de werkzaamheden de gebruiker nauwkeurige instructies geven betreffende het gebruik van de boiler en betreffende de correcte uitvoering van de voornaamste handelingen.
3.3 Veiligheidsnormen
Voor de betekenis van de symbolen die in de volgende tabel worden gebruikt dient u paragraaf 1.1 na te slaan, onder het hoofdstuk ALGEMENE INFORMATIE.
| Ref. | Waarschuwing | Risico | Symbool |
| 1 | Bescherm leidingen en verbindingskabels om ze voor beschadiging te behoeden. | Elektrocutie door het aanraken van geleiders die onder spanning staan. | ![]() |
| Overstroming door waterlek uit beschadigde leidingen. | ![]() | ||
| 2 | Controleer of het vertrek waar men de installatie uitvoert en het net waar men het apparaat op aansluit aan alle voorschriften voldoen. | Elektrische schokken door aanraken van niet goed geïnstalleerde geleiders, die onder spanning staan. | ![]() |
| Beschadiging van het apparaat door verkeerde bedrijfsomstandigheden. | ![]() | ||
| 3 | Gebruik geschikt gereedschap en werktuig. Controleer in het bijzonder of het gereedschap niet beschadigd of versleten is en dat het handvat in orde is en er stevig opzit. Verder moet u het gereedschap op de juiste manier gebruiken, voorkomen dat het valt en het na gebruik weer opbergen. | Persoonlijk letsel door rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken of schaven. | ![]() |
| Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden. | ![]() | ||
| 4 | Gebruik geschikte elektrische apparatuur op de juiste wijze. Belemmer de doorgang niet met de voedingskabel. Zorg dat de apparatuur niet naar beneden kan vallen. Haal de voedingskabel aan het einde uit de contactdoos en berg alle apparatuu weer op. | Persoonlijk letsel door rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken of schaven. | ![]() |
| Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden. | ![]() | ||
| 5 | Ontkalk onderdelen waar kalk op is afgezet volgens de specificaties in de veiligheidskaart van het gebruikte product. Het vertrek moet geventileerd zijn, u moet beschermende kleding dragen, geen verschillende producten mengen en het apparaat en omliggende voorwerpen beschermen. | Persoonlijk letsel door contact van huid of ogen met zuurhoudende substanties, inademen of inslikken van schadelijke chemische stoffen. | ![]() |
| Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen vanwege corrosie door zuurhoudende stoffen. | ![]() | ||
| 6 | Controleer dat verplaatsbare trappen op de juiste manier neer worden gezet, dat ze van degelijke kwaliteit zijn, dat de treden heel zijn en niet glad, da niemand er tegenaan kan lopen of rijden terwijl er iemand op staat. Laat eventueel iemand dit controleren. | Persoonlijk letsel door vallen of door beklemming (bij een vouwtrap). | |
| 7 | Zorg ervoor dat de werkplaats gezonde condities biedt voor wat betreft verlichting, ventilatie en stevigheid. | Persoonlijk letsel door stoten, struikelen, enz. | |
| 8 | Trek, voordat u aan het werk gaat, beschermkleding aan en gebruik de speciale individuele veiligheidsvoorzieningen. | Persoonlijk letsel door schokken, rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken, schaven, lawaai of vibraties. | |
| 9 | De werkzaamheden aan de binnenkant van het apparaat moeten zeer voorzichtig worden uitgevoerd om niet plotseling tegen scherpe of snijdende delen aan te stoten. | Persoonlijk letsel door snijden, prikken, schaven. | |
| 10 | Leeg de onderdelen die warm tapwater kunnen bevatten door eventuele ontluchtingsgaten te activeren voordat u ze aanraakt. | Persoonlijk letsel door brandwonden. | |
| 11 | Voer de elektrische aansluitingen uit met behulp van geleiders die een juiste diameter hebben. | Brand door oververhitting als gevolg van het passeren van elektrische stroom in te smalle kabels. | |
| 12 | Gebruik geschikt materiaal voor de bescherming van het apparaat en de omgeving rond de werkplek. | Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden. | |
| 13 | Behandel het apparaat met de juiste beschermingsmaatregelen en voorzichtigheid. Gebruik de speciale riem voor de verplaatsing van het apparaat. | Beschadiging van het apparaat zelf of nabije voorwerpen door stoten, klemmen en snijden. | |
| 14 | Organiseer de verplaatsingen van materiaal en gereedschappen zodanig dat dit op een veilige manier kan gebeuren. Voorkom dat materiaal wordt opgestapeld en kan vallen of schuiven. | Beschadiging van het apparaat zelf of nabije voorwerpen door stoten, klemmen en snijden. | |
| 15 | Heractiveer alle veiligheidsvoorzieningen en controles die u gedurende een ingreep op het apparaat heeft moeten uitschakelen en controleer, voordat u het apparaat weer inschakelt, dat dez voorzieningen weer werken. | Beschadiging of blokkering van het apparaat door ongecontroleerde werking. |

4. INSTALLATIE
WAARSCHUWING! Let op de algemene waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften die in de vorige leden en zich strikt aan de aanwijzingen daarin.
4.1 Plaatsing apparaat
OPGELET! Voor u overgaat tot de installatie moet u controleren of, op de plaats waar u de boiler wenst te installeren, de volgende voorwaarden worden voldaan:
a) het vertrek waar men de boiler zonder luchtafvoerbuis wenst te gaan gebruiken moet een volume van niet minder dan 20 m ^3 hebben, met voldoende luchtverversing. Vermijd het apparaat te gebruiken in vertrekken waar ijsvorming kan plaatsvinden. Installeer het apparaat niet in een vertrek waar een ander apparaat staat dat lucht
verbruikt tijdens de werking (bv. gasketel met open systeem, gasboiler met open systeem, enz...). De fabrikant garandeert de prestaties en de veiligheid van het product niet wanneer het buitenshuis wordt geïnstalleerd.
b) Het is noodzakelijk vanaf het punt van plaatsing de buitenkant van het gebouw te kunnen bereiken met een luchttoevoer- of luchtafvoerkanaal, mits het gebruik hiervan is voorzien. De plaatsing van de koppelingen voor de toe- en afvoerkanalen zijn aan de bovenzijde van het apparaat geplaatst.
c) Controleer of het vertrek waar men de installatie uitvoert en het elektrische net en het waternet waar men het apparaat op aansluit aan alle geldende voorschriften voldoen.
d) Er moet op de gekozen installatieplek een elektrische voedingsbron aanwezig zijn, eenfase 220-230 Volt \~ 50 Hz. Als die bron niet aanwezig is moet hij kunnen worden aangemaakt.
e) Het moet mogelijk zijn om op het gekozen punt vanaf de speciale aansluiting aan de zijkant van het apparaat met een geschikte sifon een condensafvoer te creëren.;
f) het moet mogelijk zijn in de gekozen plek de voorziene afstanden te respecteren van wanden en plafond, voor een correcte werking en een toegankelijker onderhoud.
g) de ondergrond moet zodanig plat zijn dat de het apparaat volledig horizontaal is (verwijzing afb. 2).
h) de gekozen installatieplek moet conform zijn aan de IP graad (bescherming tegen het binnendringen van vloeistoffen) van het apparaat, volgens de geldende normen.
i) het apparaat mag niet rechtstreeks worden blootgesteld aan zonnestralen, ook niet bij aanwezigheid van ramen.
j) het apparaat mag niet blootgesteld worden aan agressieve stoffen zoals zure damp, stoffen of verzadigd gas.
k) het apparaat mag niet direct op elektrische leidingen worden geïnstalleerd die niet zijn beschermd tegen spanningsschommelingen.
I) het apparaat moet zo dicht mogelijk bij de gebruikspunten worden geïnstalleerd om zo warmtedispersie via de buizen tegen te gaan.
m) de lucht die door het apparaat wordt aangezogen moet vrij zijn van stof, zuurdampen en oplosmiddelen.
In het geval van een niet gekanaliseerde installatie dient u de afstanden van de wanden respecteren, zoals aangegeven in afbeelding 4.
4.2 Plaatsing op de grond
1) Zodra u de geschikte plek voor de installatie heeft gevonden verwijdert u de verpakkingsmaterialen en schroef het product van de pallet.
2) M.b.v. de speciale riem schuift u het apparaat van de pallet.
3) Bevestig de voetjes (d.m.v. de speciale gaten) aan de grond m.b.v. geschikte schroeven en pluggen. Zodra het apparaat geplaatst is verwijdert u de stoffen riem door de bouten los te schroeven.
4.3 Aansluiting lucht
Houd er rekening mee dat het gebruik van lucht uit verwarmde vertrekken de verwarmingsprestaties van het gebouw zouden kunnen benadelen.
Het apparaat heeft aan de bovenzijde een luchttoevoeropening en twee openingen voor de afvoer van de lucht. Het is belangrijk de twee roosters niet te verwijderen of te bewegen.
De temperatuur van de uitgaande lucht van het product kan temperaturen bereiken van 5-10°C minder dan de binnenkomende lucht. Als deze niet gekanaliseerd wordt kan de temperatuur van het vertrek aanzienlijk dalen. Als de lucht die door de warmtepomp wordt bewerkt naar buiten toe wordt afgevoerd of vanuit buiten naar binnen wordt aangezogen (of vanuit een ander vertrek) kunnen er geschikte buizen worden gebruikt voor de luchtdoorvoer.
Controleer of de buizen goed zijn aangesloten en bevestigd op het apparaat om te voorkomen dat ze plotseling per ongeluk losschieten (gebruik bijvoorbeeld geschikte silicone).
Zelfs in het geval van een product zonder leiding is het raadzaam om een bocht in de aanzuiging te installeren om bypass tussen de aanzuiging en afvoer van lucht te voorkomen (fig. 4).
In het geval van een product dat geleid wordt met onbuigzame leidingen, tijdens de installatie alle nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat onderhoudswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd (fig. 4).
OPGELET: Gebruik geen buiten roosters met grote druk verliezen, bv anti insecten gaas. De roosters moeten een grote luchtdoorlaat hebben, en de afstand tussen de twee verschillende roosters moet minimaal 26cm bedragen.
Bescherm de leidingen tegen de buitenwind. Lucht uit de schouw gebruiken is toegelaten wanneer de toevoer van deze schouw voldoende is, en periodiek onderhoud van de schouw en de bijbehorende toebehoren wordt uitgevoerd.
De totale drukverliezen is de som van alle drukverliezen van alle componenten van aan en afvoer van de lucht, en moet kleiner zijn dan de maximale statische druk van de ventilator (55 Pa).
Zie schema op de laatste pagina.

OPGELET! Wanneer gebruikte toebehoren voor de lucht aan en afvoer kunnen de performantie van het toestel veranderen en de opwarmtijd verlengen!
VOORBEELDEN
| Afbeelding 5 | Inkomende lucht: niet gekanaliseerd / Uitgaande lucht: aan de buitenkant gekanaliseerd |
| Afbeelding 6 | Inkomende lucht: aan de binnenkant gekanaliseerd / Uitgaande lucht: aan de buitenkant gekanaliseerd |
| Afbeelding 7 | Inkomende lucht: aan de buitenkant gekanaliseerd / Uitgaande lucht: aan de buitenkant gekanaliseerd |
| Afbeelding 8 | Installatie zonder kanalisering |
4.4 Hydraulische aansluiting
Vooraleer het toestel te gebruiken, moet u de tank van het toestel met water vullen en daarna volledig leeg laten lopen zodat eventueel achtergebleven onzuiverheden wegspoelen.
Sluit zowel de in- als de uitgang van de boiler aan d.m.v. buizen of verbindingsstukken die zowel bestand zijn tegen de bedrijfsdruk als tegen de temperatuur van het warme water dat de 75°C / 7 bar kan bereiken. We raden u daarom aan materialen te gebruiken die tegen die temperaturen bestand zijn. Voor u de aansluiting uitvoert, moet u het diëlektrische verbindungselement (bij het product geleverd) aan de warmwater toevoerbuis bevestigen. Het is vereist op de buis voor de watertoevoer van het apparaat een veiligheidsklep aan te sluiten.
Op de waterinlaatleiding van het toestel, gemarkeerd met een blauwe kraag, sluit u een T-koppeling aan. Op deze koppeling schroeft u aan de ene kant een kraan om de waterverwarmer leeg te laten lopen, die enkel kan worden bediend met behulp van een gereedschap, en aan de andere kant een beveiliging tegen overdruk.

Voor landen waar de Europese norm EN 1487 van toepassing is, is de beveiliging tegen overdruk die eventueel bij het product is meegeleverd niet in overeenstemming met deze norm. De beveiliging in overeenstemming met deze norm moet een maximale druk van 0,7 MPa (7 bar) hebben en minstens volgende elementen bevatten: een afsluitkraan, een terugslagklep, een voorziening voor controle van de terugslagklep, een veiligheidsklep en een voorziening voor onderbreking van de hydraulische belasting.

Zie afbeelding 9.
De codes voor deze accessoires zijn:
- Hydraulische veiligheidsgroep 3/4" voor horizontale installatie (voor producten met toevoerbuizen met een diameter van 3/4")
- Sifon 1"
Sommige landen vereisen het gebruik van alternatieve hydraulische beveiligingen, in overeenstemming met de vereisten van plaatselijke wetten. Het is de taak van de gekwalificeerde installateur, belast met het installeren van het product, om te beoordelen of de te gebruiken beveiliging geschikt is volgens de geldende voorschriften. Het is verboden om afsluiters (kleppen, kranen, enz.) tussen de beveiliging en de waterverwarmer te plaatsen.
De afvoer van het systeem moet verbonden worden aan een afvoerbuis met een diameter die niet minder is dan die van de aansluiting aan het apparaat (3/4"), door middel van een sifon die een beluchtingsopening van minstens 20 mm mogelijk maakt en die een visuele controle toestaat, om te vermijden dat in het geval van het in werking treden van het systeem zelf, schade wordt veroorzaakt aan personen, dieren of voorwerpen, waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld. Sluit de ingang van het mechanisme ter voorkoming van de overdruk m.b.v. een flexibele buis aan op de koudwaterkraan. Indien noodzakelijk kunt u een afsluitkraan gebruiken. Indien de leegloopkraan wordt opengedraaid dient u bovendien te zorgen voor een afvoerbuis die aan de uitgang wordt verbonden.
Als u het mechanisme tegen de overdruk vastschroeft moet u deze op het einde niet forceren en er niet aan sleutelen. Een licht druppelen van het mechanisme tegen de overdruk is normaal in de verwarmingsfase, daarom raden wij u aan de afvoer aan te sluiten (deze moet altijd in verbinding staan met de atmosfeer) op een draineerbuis die in een doorlopende helling naar beneden is geïnstalleerd, in een omgeving vrij van ijs. Op dezelfde buis is het bovendien noodzakelijk een condensdrainage aan te sluiten d.m.v. de speciale koppeling aan de achterkant van de boiler.
Het apparaat mag niet werken met water waarvan de hardheid lager is dan 12°F. Aan de andere kant wordt bij extreem hard water het gebruik van een (>25°F) ontharder aangeraden die correct is afgesteld en gecontroleerd. In dit geval mag de resterende hardheid niet onder de 15°F raken.
Mocht de waterdruk dichtbij de ijkingwaarden van de klep liggen, dan moet een drukverlager worden aangebracht, zo ver mogelijk van het apparaat.
In de versie SYS wordt een verbinding 3/4G voor de recirculatie (indien aanwezig in het sanitair).
OPGELET! Spoel de leidingen van de installatie grondig door, zodat eventuele resten van gesneden schroefdraden, soldeerwerk of ander vuil, die de normale werking van het apparaat kunnen verhinderen, verwijderd worden.
4.5 Elektrische aansluiting
| Kabel | Maximale stroom | |
| Permanente voeding (kabel wordt bij het apparaat geleverd) | 3G 1.5mm ^2 16A | |
| EDF signaal (kabel wordt niet bij het apparaat geleverd) | H05V2V2-F 2G min.0.75mm ^2 | 2A |
WAARSCHUWING:
Voordat u toegang tot terminals, moeten alle voedingsstroomkringen worden losgekoppeld. De corrosiebescherming van het apparaat wordt door batterijen gegarandeerd wanneer dit niet wordt gevoed.
OPGELET!:
Het is verboden voor niet gekwalificeerd personeel deksels te verwijderen of onderhoudsoperaties en/of elektrische aansluitingen uit te voeren.
Het apparaat wordt geleverd met een voedingskabel (wanneer deze vervangen moet worden, dient men een originele vervangingskabel te gebruiken die door de fabrikant wordt geleverd).
Het is noodzakelijk een controle uit te voeren van de elektrische installatie en de conformiteit te toetsen aan de geldende normen. Controleer of de installatie geschikt is voor het maximaal opgenomen vermogen van de boiler (kijk op het typeplaatje), zowel voor wat betreft de doorsnede van de kabels als voor wat betreft hun conformiteit aan de geldende normen. Meervoudige stekkers, verlengsnoeren of adapters zijn verboden. Het is verboden om de leidingen van het hydraulische systeem, het verwarmingssysteem en het gas te gebruiken voor de aardaansluiting van het apparaat. Vóór de inbedrijfstelling moet u controleren of de netspanning overeenkomt met de waarde op het typeplaatje van de apparaten. De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele schade veroorzaakt door afwezigheid van een aardaansluiting of vanwege problemen in de elektriciteitstoevoer. Voor het van het net uitschakelen van het apparaat gebruikt u een tweepolige schakelaar die voldoet aan de geldende normen CEI-EN (min. afstand tussen de contactpunten 3 mm, beter indien voorzien van zekeringen).
Het apparaat moet voldoen aan de Europese en nationale normen, en moet worden beschermd door een 30mA aardlekschakelaar.
| PERMANENTE ELEKTRISCHE AANSLμITING | |
| Afb. 10 | Als u niet beschikt over een elektrisch tarief met da- en piekuren gebruikt u deze configuratie.De bo7iler zal altijd op het elektrische net zijn aangesloten, waardoor het 24 hr per dag zal werken.Verwijder de 3 NI-MH batterijen als u niet beschikt over een tweeledig tarief met HC/HP-signaal (zie fig.13). |
| ELEKTRISCHE AANSLμITING MET DAL - EN PIEKTARIEF | |
| Afb. 11 | Als u beschikt over een elektrisch tarief met dal- en piekuren en over een geschikte elektriciteitsmeter kunt u beslissen het apparaat alleen op te laden tijdens de daluren.Tijdens de uren waarin het apparaat niet wordt gevoed zal de corrosiebescherming met titanium anode met stroompodruksysteem worden gegarandeerd door oplaadbare batterijen. |
| ELEKTRISCHE AANSLμITING MET DAL- EN PIEKTARIEF EN HC-HP SIGNAAL | |
| Afb. 12 | Dit heeft dezelfde economische voordelen als de configuratie met da- en piekuren. Het is bovendien mogelijk een directe verwarming te hebben m.b.v. de BOOST modus die de verwarming ook activeert tijdens het HP tarief.1) Sluit een tweepolige kabel aan op de speciale signaalcontacten op de meter.2) Sluit de tweepolige kabel van het signaal aan op het met "EDF" gemarkeerde klemmetje dat zich aan de binnenkant van de elektricteitskast rechts van het product bevindt.OPGELET: De signaalkabel moet in de opening worden gestoken onder de voedingskabel. Hij moet worden bevestigd m.b.v. speciale draadleiders in het product Hij moet bovendien worden vastgemaakt in de kabelwartels vlakbij de speciale klem. Maak een opening in de rubbertjes om een geschikte diameter voor de doorvoering te verkrijgen.3) Activeer de HC-HP functie d.m.v. het installatiemenu. (Zie paragraaf 7.7). |
| Afb. 14 | In het geval van een aansluiting van de versie 240SYS op de ketel/kachel, raden wij u aan de bovenste sondehouder te gebruiken (S3).In het geval van een aansluiting van de versie 240SYS op de zonnecentrale, kunt u ofwel alleen de onderste sondehouder gebruiken (S2) ofwel beide (S2) en (S3) |
| ELEKTRISCHE AANSLμITING MET FOTOVOLTAISCHE PANELEN | |
| Afb. 15 | Als een PV-systeem moet worden aangesloten, is het mogelijk een tweepolige kabel aan te sluiter tussen de omvormer en de schakelkast. Sluit de kabel aan op de PV-connector en activeer de Pvfunctie (P9) via het installatiemenu. Attentie: 230 V signaal. |
5. EERSTE INBEDRIJFSTELLING
Zodra u de hydraulische en elektrische aansluitingen heeft uitgevoerd vult u de boiler met water uit het waternet. Voor het vullen opent u de hoofdkraan van de waterleiding en die van het dichtstbijzijnde warme water en controleert u of alle lucht uit het reservoir is gelopen.
Voer een visuele inspectie uit op eventuele waterlekken vanuit de flens en de verbindingsstukken, en draai eventueel voorzichtig vaster aan.
Het product is niet voorzien van batterijen.
Gebruik in het geval van installatie met batterijen 3 oplaadbare batterijen van het type NiMh, AA, 1,2V, minimaal 2100 mAh, minimaal 1000 oplaadcycli, min. werktemperatuur 65°C (adviseerde gebruik de batterijen uit de catalogus die worden geleverd door de fabrikant van het product). Deze moeten, met nauwgezette inachtneming van de polariteit, in de betreffende behuizing worden geplaatst die achter de voorkap zit. Hiervoor hoeft alleen de buitenste lijst te worden verwijderd.
De batterijen waarborgen dat de zwerfstroomanode ook goed zal werken tijdens eventuele storingen in het elektriciteitsnet. Het product zorgt automatisch voor het opladen van de batterijen.
GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER
6. VOORSCHRIFTEN
6.1 Eerste inbedrijfstelling

OPGELET! Volg de algemene waarschuwingen en de veligheidsnormen die in de voorgaande paragrafen worden opgesomd nauwkeurig op. U dient zich te allen tijde houden aan hetgeen beschreven staat. In alle gevallen zal het bedrijf dat het werk verricht controles uit moeten voeren met betrekking tot de veiligheid en de goede werking van het gehele systeem.
Voor u de boiler in werking stelt moet u controleren of de installateur alle handelingen heeft uitgevoerd die tot zijn bevoegdheid behoren. Verzeker u ervan alle uitleg van de installateur te hebben begrepen betreffende de werking van de boiler en de correcte uitvoering van de belangrijkste handelingen van het apparaat.
De wachttijd bij de eerste ontsteking van de warmtepomp is 5 minuten.
6.2 Aanbevelingen
In het geval van een storing en/of een verkeerde werking van het apparaat moet u het uitschakelen en er niet zelf aan sleutelen, maar u tot een erkende installateur wenden. Eventuele reparaties moeten altijd met originele onderdelen en door erkende vaklui worden uitgevoerd.
Het veronachtzamen van het bovenstaande kan de veiligheid van het apparaat in gevaar brengen en sluit iedere aansprakelijkheid van de fabrikant uit. Als de boiler lang niet gebruikt wordt:
- de elektrische voeding los te koppelen of, indien er een speciale schakelaar vóór het apparaat is, deze schakelaar op de stand "OFF" te zetten.
- de kranen van het tapwatercircuit dicht te draaien.
- het product leegmaken zoals beschreven in paragraaf 8.1.
OPGELET! Het warme water dat met een temperatuur van meer dan 50°C uit de kranen komt kan ernstige verbrandingen veroorzaken. Kinderen, gehandicapten en ouderen lopen de meeste risico's. We raden u daarom aan een thermostatische mengkraan te monteren op de wateruitgang van het apparaat, d.w.z. de buis waar een rood bandje omheen zit.
Thermische mengkraan verplicht voor solar modellen.
OPGELET!( enkel SYS modellen)De gedetecteerde hulp-controller temperatuur (S2, S3), in de boiler, mag niet hoger zijn dan 75°C fig 14.
6.3 Veiligheidsnormen
Voor de betekenis van de symbolen die in de volgende tabel worden gebruikt dient u paragraaf 1.1 na te slaan.
| Ref. | Waarschuwing | Risico | Symbol |
| 1 | Voer geen handelingen uit waarbij u het apparaat van zijn plaats moet halen. | Elektrische schokken door elementen die onder spanning staan. | ![]() |
| Lekkage als gevolg van water dat uit losgeraakte leidingen stroomt. | ![]() | ||
| 2 | Laat geen voorwerpen op het apparaat staan. | Persoonlijk letsel door voorwerpen die vallen doordat ze op een trillend voorwerp liggen. | ![]() |
| Beschadiging van het apparaat of onderliggende voorwerpen door het vallen van het apparaat als gevolg van trillingen. | ![]() | ||
| 3 | Niet op het apparaat klimmen. | Persoonlijk letsel door het vallen van apparaat. | ![]() |
| Beschadiging van het apparaat of onderliggende voorwerpen doordat het apparaat van de muur losraakt. | ![]() | ||
| 4 | Voer geen handelingen uit waarbij u het apparaat moet openen. | Elektrische schokken door elementen die onder spanning staan.Persoonlijk letsel door verbranden met hete onderdelen of wonden door aanwezigheid van scherpe randen of uitstekende delen. | ![]() |
| 5 | Zorg ervoor dat u de elektrische voedingskabel niet beschadigt. | Elektrische schokken door ongeïsoleerde kabels die onder spanning staan. | ![]() |
| 6 | Klim niet op instabiele stoelen, krukken trappen of andere voorwerpen om het apparaat schoon te maken. | Persoonlijk letsel door vallen of door beklemming (bij een vouwtrap). | ![]() |
| 7 | Reinig het apparaat nooit voor u het eerst heeft uitgeschakeld, de stekker eruit heeft gehaald of de externe schakelaar op de stand OFF heeft gezet. | Elektrische schokken door elementen die onder spanning staan. | ![]() |
| 8 | Gebruik het apparaat niet voor andere doeleinden dan voor een normaal huishoudelijk gebruik. | Beschadiging van het apparaat door overbelasting Beschadiging van verkeerd gebruikte onderdelen. | ![]() |
| 9 | Laat het apparaat niet gebruiken door kinderen of onkundige personen. | Beschadiging van het apparaat door onjuist gebruik. | ![]() |
| 10 | Gebruik geen insectenverdelgers, oplosmiddelen of agressieve schoonmaakmiddelen om het apparaat te reinigen. | Beschadiging van de plastic onderdelen of de gelakte onderdelen. | ![]() |
| 11 | Plaats nooit andere voorwerpen en/of apparaten onder de boiler | Beschadiging door eventuele waterlekkage. | ![]() |
| 12 | Drink het condenswater niet | Persoonlijk letsel door vergiftiging. | ![]() |
6.4 Aanbevelingen om de ontwikkeling van de Legionella-bacterie tegen te gaan (gebaseerd op de Europese norm CEN/TR 16355)
Ter informatie
Legionella is een bacterie van kleine afmetingen, die een beetje op een staafje lijkt en van nature in zoet water voorkomt. De legionairsziekte is een ernstige longinfectie, veroorzaakt door het inademen van de Legionella pneumophilia bacterie of andere soorten Legionella. Deze bacterie komt vaak voor in waterinstallaties van woningen en hotels, en in het water dat gebruikt wordt voor airco's en systemen om de lucht te koelen. Om die reden is preventie de belangrijkste
interventie tegen deze ziekte. Deze preventie wordt tot stand gebracht door te controleren of de bacterie in de waterinstallaties aanwezig is.
De Europese norm CEN/TR 16355 verstrekt aanbevelingen voor de beste methode om de ontwikkeling van Legionella tegen te gaan in installaties met drinkbaar water, naast de van krecht zijnde voorschriften op nationaal niveau.
Algemene aanbevelingen
"Condities die de ontwikkeling van Legionella bevorderen". De volgende condities bevorderen de ontwikkeling van Legionella:
- Temperatuur van het water tussen 25 °C en 50 °C. Om de ontwikkeling van de Legionella-bacterie tegen te gaan, moet de temperatuur van het water binnen limieten blijven zodat hun ontwikkeling wordt verhinderd of om waar mogelijk een minimale ontwikkeling te bewerkstelligen. Als dit niet het geval is, is een sanering van het systeem voor drinkbaar water via thermische behandeling noodzakelijk;
- Stilstaand water. Om te vermijden dat het water lange tijd stil blijft staan, moet het water op ieder deel van het systeem voor drinkbaar water worden gebruikt of moet u het water minstens eenmaal per week overvloedig laten stromen;
- Voedingsstoffen, biofilm en bezinksel die in de installatie aanwezig zijn. Bezinksel kan de ontwikkeling van de Legionella-bacterie bevorderen en moet daarom regelmatig worden verwijderd uit opslagsystemen, waterverwarmers en expansievaten waar water in blijft staan (bijvoorbeeld eenmaal per jaar).
Wat dit type waterverwarmer met accumulatie betreft, als
1) het toestel gedurende een zekere periode [maanden] uit staat of
2) de temperatuur van het water constant tussen 25°C en 50°C wordt gehouden, dan kan de Legionella-bacterie zich in de tank ontwikkelen. Om de ontwikkeling van Legionella in deze gevallen te verminderen, dient u in deze gevallen de "thermische saneringscyclus" toe te passen.
De waterverwarmer met accumulatie van het elektromechanische type wordt verkocht met een thermostaat ingesteld op 60 °C, dit betekent dat het mogelijk is om een "thermische saneringscyclus" uit te voeren om de ontwikkeling van Legionella in de tank te verminderen.
Deze cyclus is geschikt om uitgevoerd te worden bij installaties die sanitair warm water produceren, en beantwoordt aan de aanbevelingen ter preventie van Legionella, vermeld in de volgende Tabel 2 van de norm CEN/TR 16355.
Tabel 2 - Types warmwaterinstallaties
| Koud water en warm water gescheiden Koud water en warm water gemengd | ||||||||||
| Geen opslag | Opslag | Geen opslag vóór de mengkleppen | Opslag vóór de mengkleppen | Geen opslag vóór de mengkleppen | ||||||
| Geencirculatievan warmwater | Metcirculatievan warmwater | Geencirculatie vangemengdwater | Metcirculatie vangemengdwater | Geencirculatie van gemengdwater | Met circulatie van gemengdwater | Geencirculatie van gemengdwater | Met circulatie van gemengdwater | Geencirculatie van gemengdwater | Met circulatie van gemengdwater | |
| Ref. in Bijlag C | C.1 C.2 | C.3 C.4 | C.5 C.6 C.7 | C.8 C.9 C.10 | ||||||
| Temperatuur - | ≥ 50^ | inwaterverwa rmer meta"opslag ^b | ≥ 50^^e | Thermische ontsmetting ^d | Thermische ontsmetting ^d | irwaterverwa rmer meta"opslag ^a | ≥ 50^^e Thermische ontsmetting ^d | Thermische ontsmetting ^d | Thermische ontsmetting ^d | |
| Stilstaand water - | ≤ 3 I^b | - | ≤ 3 I^b | - | ≤ 3 I^b | - | ≤ 3 I^b | - | ≤ 3 I^b | |
| Bezinksel - | - | verwijderenc | verwijderenc | - | - | verwijderenc | verwijderenc | - | - | |
| a. Temperatuur > 55°C gedurende de hele dag of minstens 1u per dag >60°C.b. Watervolume in de leidingen tussen het circulatiesysteem en de kraan met grotere afstand tot het systeem.c. Het bezinksel uit de opslagwaterverwarmer verwijderen in overeenstemming met de plaatselijke condities, maar minstens eenmaal per jaar.d. Thermische ontsmetting gedurende 20 minuten op een temperatuur van 60°, gedurende 10 minuten op 65°C of gedurende 5 minuten op 70 °C op alle afnamepunten minstens eenmaal per week.e. De temperatuur van het water in de circulatiekring mag niet minder dan 50°C bedragen.- Niet vereist | ||||||||||
Bij verkoop van de elektronische opslagboiler is de functie van de hittedesinfectiecyclus niet gactiveerd (standaardinstelling). Als er om welke reden dan ook sprake is van een van de bovengenoemde "gunstige omstandigheden voor de groei van legionella", wordt dringend geadviseerd om deze functie te activeren volgens de instructies in dit boekje [zie paragraaf 7.8].
De hittedesinfectiecyclus is echter niet in staat elke legionellabacterie in het opslagreservoir te vernietigen. Als de functie uitgeschakeld wordt, kan het dus zijn dat de legionellabacterie terugkeert.
Opmerking: wanneer de software de hittedesinfectiebehandeling uitvoert, is het waarschijnlijk dat het energieverbruik van de opslagboiler toeneemt.
Aandacht: de temperatuur van het water in de tank kan onmiddellijk ernstige brandwonden veroorzaken. Kinderen, mensen met een handicap en bejaarden zijn het meest aan dit risico voor brandwonden blootgesteld. Controleer de temperatuur van het water vooraleer een bad of een douche te nemen.
7. INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK
7.1 Beschrijving van het bedieningspaneel
Referentie afbeelding 13.
| A Knop | |
| Toetsen ON/OFF - MODE | |
Het eenvoudige en rationele bedieningspaneel bestaat uit twee toetsen en een centrale knop.
In het bovenste deel toont een DISPLAY de ingestelde temperatuur (set) of de waargenomen temperatuur. Bovendien verschijnt er specifieke informatie zoals de werkingswijze, de storingscodes, de instellingen en de informatie over de staat van het apparaat.
7.2 Het in- en uitschakelen van de boiler
Ontsteking: doe de boiler aan door op de ON/OFF toets te drukken.
Nu kunt u de huidige tijd instellen (zie paragraaf 7.5).
Het DISPLAY toont de ingestelde temperatuur "set", de werkingsmodus en het HP symbool en/of het symbool van de weerstand. Deze geven de betreffende werking van de warmtepomp en/of de weerstand weer.

text_image
AUTO BOOST GREEN P1 P2 AUTO BOOST GREEN P1 P2Uitschakelen: schakel de boiler uit door op de ON/OFF toets te drukken. Alleen de tekst "OFF" blijft op het display staan. De corrosiebescherming blijft gegarandeerd en het apparaat zal er automatisch voor zorgen dat de temperatuur van het water in het reservoir nooit onder de 5°C zal dalen.
7.3 Instellen van de temperatuur
Het instellen van de gewenste temperatuur van het warme water doet u door de knop met de klok mee te draaien of tegen de klok in (de tekst zal tijdelijk knipperen).
Om de huidige temperatuur van het water in het reservoir te tonen drukt u de knop in en laat u hem gelijk los. De waarde verschijnt 8 seconden lang, waarna de ingestelde temperatuur weer zal verschijnen.
De temperaturen die kunnen worden bereikt in de modus warmtepomp variëren in de fabrieksinstellingen van 45°C tot 55°C in de fabriekswaarde, en 40°C-55°C als u de instelling in het installatiemenu varieert.
De maximum temperatuur die u kunt bereiken m.b.v. de elektrische weerstand, is 65°C in de fabriekswaarde, en 75°C als u de instelling in het installatiemenu varieert.
7.4 Bedrijfsmodus
Bij een normale werking kunt u d.m.v. de "mode" toets de werkingsmodus wijzigen waarmee de boiler de ingestelde temperatuur bereikt. De geselecteerde modus. Verschijnt in de regel onder de temperatuur.
| Als de warmtepomp actief is verschijnt het symbool: | |
| Als de elektrische weerstand actief is verschijnt het symbool: |

text_image
AUTO BOOST GREEN 65°C P1 P2- Bedrijfsmodus AUTO: de warmwaterboiler gebruikt de warmtepomp in een modus die zorgt voor een groter reactievermogen van het product dan de GREEN modus. Bovendien wordt de elektrische verwarmer geactiveerd als de maximale temperatuur van de warmtepomp lager is dan de ingestelde temperatuur, of in geval van temperatuurgerelateerde behoeften.Bedrijfsmodus
- BOOST: modus wanneer u deze modus activeert gebruikt de boiler tegelijkertijd de warmtepomp en de weerstand om de gewenste temperatuur binnen zo kort mogelijke tijd te bereiken. Zodra de temperatuur bereikt is zal de boiler weer overschakelen op de AμTO modus.
- Bedrijfsmodus GREEN: modus (kan worden geactiveerd m.b.v. het installatiemenu): de boiler sluit de werking van de weerstand uit, gebruikt uitsluitend de warmtepomp en garandeert zo een maximale energiebesparing! De maximaal bereikbare temperatuur is 55 °C. De weerstand wordt bovendien actief in geval van storingen of anti-legionella. Deze functie wordt aanbevolen voor luchttemperaturen van boven de 0°C tijdens de verwarmingsuren.
- Bedrijfsmodus PROGRAM: er zijn twee programma's, P1 en P2, beschikbaar die tijdens een dag zowel afzonderlijk als gezamenlijk kunnen werken (P1+P2). Het apparaat zal in staat zijn om de verwarmingsfase te activeren zodat de gekozen temperatuur op het vooraf ingestelde tijdstipt bereikt is, waarbij verwarming door middel van de warmtepomp de voorkeur heeft en alleen indien noodzakelijk de elektrische weerstand gebruikt worden.
Een aantal keren op de "mode" toets drukken totdat het gewenste Program (P1/P2/P1+P2) geselecteerd kan worden, de knop draaien om de gewenste temperatuur in te stellen, op de knop drukken om te bevestigen, de knop draaien om het gewenste tijdstip in te stellen en op de knop drukken om te bevestigen; in P1+P2 modus de gegevens voor beide programma's instellen.
In het geval van een elektriciteitsvoorziening met dubbel tarief met HC/HP-signaal, is het toch mogelijk om de verwarming van het water op elk moment van de dag in te schakelen.
Voor deze functie moet de huidige tijd worden ingesteld, zie volgende paragraaf.
Waarschuwing: ter garantie van uw comfort kan in het geval van werking in P1+P2 modus met zeer dicht bij elkaar liggende tijden gebeuren dat de temperatuur van het water hoger is dan de ingestelde temperatuur.
Opmerking: bij kleine opnames start de compressor niet onmiddellijk opnieuw, ook niet als de temperatuur lager is dan de ingestelde temperatuur.
7.5 Instellen van de tijd
De tijd instelling is vereist:
- Bij de eerste keer aanzetten;
- Als tegelijkertijd de stroomvoorziening van het elektriciteitsnet onderbroken wordt en de batterijen leeg of afgekoppeld zijn (het product zal weer opgestart worden in de Green-modus).
Daarnaast kan de tijd middels parameter L0 worden ingesteld (paragraaf 7.7).
De display zal knipperen en de cijfers van de uren en minuten tonen. De knop draaien totdat de huidige uurtijd bereikt is en bevestigen door op de knop te drukken. De procedure herhalen om de minuten in te stellen.

text_image
AUTO BOOST GREEN P1 P2
text_image
AUTO BOOST GREEN 20:30 P1 P27.6 Informatiemenu
M.b.v. het informatiemenu kunt u de gegevens aflezen waarmee u het apparaat controleert.
Om het menu te zien drukt u 5 seconden lang op de knop.

Draai aan de knop om de parameters L1, L2, L3 ...L9 te selecteren.

Zodra u de gewenste parameter heeft gevonden drukt u op de parameter om de waarde te bekijken. Om terug te keren naar de selectie van de parameters drukt u nogmaals op de knop of op de "MODE" toets.

Om het informatiemenu te verlaten drukt u op de "mode" toets. (Het apparaat verlaat het menu automatisch nadat het 10 minuten niet gebruikt is).
| Parameter | Naam | Beschrijving parameter |
| L1 T W1 | Afgelezen temperatuur sonde 1 weerstandgroep | |
| L2 T W2 | Afgelezen temperatuur sonde 2 weerstandgroep | |
| L3 TW3 | Afgelezen temperatuur sonde warmwaterleiding | |
| L4 T AIR | Afgelezen temperatuur sonde luchtingang | |
| L5 T EVAP | Afgelezen temperatuur sonde verdamper | |
| L6 HP h | Meter interne parameter 1 | |
| L7 HE h | Meter interne parameter 2 | |
| L8 SW MB | Software Versie Elektronische kaart “Mainboard” | |
| L9 | SW HMI | Software Versie Interface kaart |
7.7 Menu voor de installateur

OPGELET: HET WIJZIGEN VAN DE VOLGENDE PARAMETERS MOET DOOR DESKUNDIG PERSONEEL WORDEN UITGEVOERD.
D.m.v. het installatiemenu kunt u enkele instellingen van het apparaat wijzigen. Links verschijnt het symbool voor het onderhoud.
Om het menu te openen drukt u 5 seconden op de knop, loopt u langs de parameters van het menu "L - INFO" totdat u op de tekst "P" komt.
Draait u aan de knop om de parameters P1, P2, P3... P12 te selecteren.

Zodra u de parameter heeft gevonden die u wenst te wijzigen drukt u op de knop om de waarde ervan te bekijken. Draai daarna aan de knop om de gewenste waarde te selecteren. Om op de selectie van de parameters terug te keren drukt u op de knop om de ingestelde waarde op te slaan. Druk op "mode" (of wacht 10 seconden) als u de afregegelingsmodus wilt verlaten zonder de ingevoerde waarde op te slaan.
Om het installatiemenu te verlaten drukt u op de "mode" toets. (Het apparaat verlaat het menu automatisch nadat het 10 minuten niet gebruikt is).

| Parameter | Naam | Beschrijving parameter |
| P1 | TIME | Instellen van de huidige tijd |
| P2 T Max | Regeling van de maximum bereikbare temperatuur (van 65°C tot 75°C)Een hogere temperatuurwaarde zorgt ervoor dat u over een grotere hoeveelheid warm water kunt beschikken. | |
| P3 | ANTI_B | In-/uitschakeling van de Antilegionella functie (on/off). Zie paragraaf 7.8 |
| P4 | TIME_W | Maximum waarde verwarming per dag (van 5hr tot 24hr) |
| P5 | HC-HP | In-/uitschakeling werkingsstatus met dal-/piektarief. Zie paragraaf 7.11 |
| P6 | RESET | Reset van alle fabriekswaarden. |
| P7 T Min | Regeling van de minimum bereikbare temperatuur (var 50°C tot 40°C).Een lager ingestelde temperatuur zorgt voor een grotere energiebesparing wanneer u een beperkt warmwatergebruik heeft. | |
| P8 DEFROS | In-/uitschakeling ontdooi functie (on/off).Als deze functie wordt geactiveerd zal de warmtepomp ook functioneren met een toegangslucht met temperaturen tot -5°C. | |
| P9 PV MODE | Werking met PV:0. μIT (PV uitgeschakeld - standaard)1. PV actief, bedrijfsmodus geselecteerd (HP en HE indien nodig)2. PV actief, turbomodus (HP en HE) | |
| P10 | PV SET | Geeft de temperatuur weer die moet worden bereikt in de PV-modus |
| P11 Hyst HP | Hysteresiswaarde waarmee de warmtepomp opnieuw kan starten na het bereiken van de doeltemp (3-15°C) | |
| P12 Tank Vol | Deze parameter geeft de capaciteit van de tank aan; handig in hetgeval van aanpassing van reserveonderdelen. |
7.8 Anti-legionella bescherming (Functie activeerbaar d.m.v. het installatiemenu)
Als deze functie geactiveerd is kunt u, op geheel automatische wijze, de functie anti - legionella bescherming uitvoeren. Een keer per maand wordt het water op een temperatuur van 65°C gebracht voor een maximum tijd van 15 minuten. Dit is voldoende om de vorming van bacteriën in het reservoir en de buizen tegen te gaan (dit indien in deze periode het water niet minstens eenmaal op T>57°C voor minstens 15 minuten is gebracht). De eerste verwarmingscydus vindt 3 dagen vanaf de activering van de functie plaats. Het water op deze temperatuur kan verbrandingen veroorzaken, daarom raden wij u aan een thermostatische mengkraan te gebruiken.

text_image
AUTO BOOST GREEN ◄ Aneb °C P1 P2Tijdens de anti-legionella cyclus zal op de display in de plaats van de werkingsmodus de tekst ANTI_B verschijnen; nadat de anti-legionella cyclus beëindigd is blijft de ingestelde temperatuur de oorspronkelijke temperatuur. In het geval dat het dubbele tarief met HC-HP signaal geldt, zal de functie worden uitgevoerd tijdens de uren van het goedkope tarief. Om de functie te onderbreken op de "on/off" toets drukken.
7.9 Fotovoltaïsche modus
Indien u over een fotovoltaisch systeem beschikt, kunt u het product zo instellen dat het verbruik van de geproduceerde elektriciteit wordt geoptimaliseerd. Na het maken van de aansluitingen zoals beschreven in paragraaf 4.5 en het instellen van parameter P9 op een andere waarde dan "0". Het signaal moet minstens 5 minuten worden ontvangen om de fotovoltaische functie te activeren (zodra het product een cyclus start, werkt het gedurende ten minste 30 minuten).
Wanneer het signaal wordt gedetecteerd, is de bedrijfsmodus als volgt:
- OFF (waarde 0 – default)
PV-modus gedeactiveerd
• PV Geselecteerde werkingsmodus (waarde 1):
Wanneer het signaal van de omvormer aanwezig is. De ingestelde temperatuur (maximum tussen T_SET_POINT en PV_SET) wordt bereikt met de warmtepomp en het verwarmingselement (indien nodig), afhankelijk van de gekozen bedrijfsmodus en de ingestelde temperatuur. Het display toont de ingestelde temperatuur met de knipperende "°C".
• PV Boost-modus (waarde 2):
De gewenste temperatuur (maximum tussen T_SET_POINT en PV_SET) I wordt bereikt met de warmtepomp en het permanente verwarmingselement. Op het display verschijnt de ingestelde temperatuur en het symbool "°C" knippert.
7.10 Fabrieksinstellingen
Het apparaat krijgt in de fabriek een bepaalde configuratie toegewezen waardoor enkele bedrijfsmodussen, functies of waarden reeds zijn ingesteld, volgens hetgeen wordt aangegeven in de volgende tabel.
| Parameter Fabrieksinstelling | ||
| INGESTELDE TEMPERATμμR 49°C | ||
| P2 | MAX. IN TE STELLEN TEMPERATμμR MET WEERSTAND | 65°C |
| P3 | ANTILEGIONELLA μITGESCHAKELD | |
| P4 | TIME_W (aantal uren geaccepteerde voeding) 24h | |
| P5 | HC-HP (werking met dal-/piektarief) μITGESCHAKELD | |
| P7 | MINIMALE IN TE STELLEN TEMPERATμμR | 45°C |
| P8 | DEFROST (activering ontdooien actief) | INGESCHAKELD |
| P9 | PV MODE | μITGESCHAKELD |
| P10 | PV SET | 55°C |
| P11 | Hyst HP | 15°C |
| INGESTELDE TEMPERATμμR PROGRAM P1 | 55°C | |
| INGESTELDE TIJD PROGRAM P1 | 06:00 | |
| INGESTELDE TEMPERATμμR PROGRAM P2 | 55°C | |
| INGESTELDE TIJD PROGRAM P2 | 18:00 | |
7.11 Werking met twee verschillende tijdstarieven
Om te kunnen werken in installaties die beschikken over twee verschillende tijdstarieven zal de controlelogica het gemiddelde aantal uren per dag berekenen waarin de elektrische stroom beschikbaar is tegen het goedkopere tarief (HC).
Een automatische waarneemfunctie zorgt ervoor dat het product de ingestelde temperatuur bereikt in het (beperkte) tijdsbestek waarin het goedkope tarief geldt. Het maximale aantal uren wordt aangegeven door de parameter P4 TIME_W. Bij de eerste ontsteking (of na een uitschakeling van de hardware) is de defaultwaarde 24 uur. Om effectief gebruik van zelf leren maken is aan te bevelen om het product in AμTO modus. Voor een effectief gebruik van het zelflerend vermogen in installaties met HC-HP tarieven, is het aan te raden om het product in AμTO modus te zetten en de maximale urenlimiet in te stellen op 8u (parameter P4).
7.12 Antivriesfunctie
In ieder geval zal, wanneer het apparaat onder spanning staat, en de temperatuur van het water in het reservoir onder de 5°C daalt, automatisch de weerstand worden geactiveerd (2000W) om het water tot op 16°C te verwarmen.
7.13 Storingen
Op het moment dat zich een defect voordoet schakelt het apparaat over naar een storingsstatus. Het display begint te knipperen en toont een storingscode. De boiler zal warm water blijven produceren mits de storing slechts één van de twee verwarmingsgroepen betreft, en zal de warmtepomp of de weerstand laten werken.
Als de storing de warmtepomp betreft verschijnt op het scherm het knipperende symbool "HP". Als de storing de weerstand betreft zal het symbool van de weerstand gaan knipperen. Als de storing beide betreft zullen ze beide gaan knipperen.
| Storings code | Oorzaak | Werking weerstand | Werking warmtepomp | Wat te doen |
| E1 | Verwarming zonder water in het reservoir | OFF OFF | Controleer de oorzaken van de afwezigheid van het water (lekkages, hydraulische aansluitingen, enz.). | |
| E2 | Te hoge temperatuur van het water in het reservoir | OFF OFF | Schakel het apparaat eerst uit en dan weer aan. Als de storing blijft aanhouden schakelt u de servicedienst in. | |
| E4 | Storing sonde weerstand zone | OFF OFF | Controleer of vervang eventueel de sonde weerstand zone | |
| E5 | Waarneming van een te groot temperatuursverschil tussen de sondes weerstand zone | OFF OFF | Controleer of vervang eventueel de sondes. | |
| H1 | Overmatige druk in het koelcircuit, of storing aflezen pressostaat | ON OFF | Probeer het apparaat te herstarten. Als de storing blijft aanhouden schakelt u de servicedienst in. | |
| H2 | Lage druk circuit warmtepomp of ventilatorfout | ON OFF | Zet het product uit. Controleer de werking of vervang eventueel de heet gas klep. Controleer of de ventilator niet defct is. Controleer of de verdamper, de kanalen of de roosters proper zijn Controleer de verdamper sonde. | |
| H3 | Fout compressor of gaslek, fout verdampingssonde | ON OFF | Zet het product uit. Controleer de werking van de compressor en/of controleer of er geen lekkages van het koelgas zijn. Controleer de correcte aansluiting en plaatsing en vervang eventueel de verdamper sonde. | |
| H4 Verdamper verstopt ON ON | Controleer of de verdamper, de de kanalen of de rooster proper zijn. | |||
| H5 | Storing ventilator/ fout verdampingssonde | ON OFF | Het product uitschakelen Controleen of er geen fysieke belemmeringen voor de beweging van de ventilatorbladen zijn, de aansluitkabels met de printplaten laten controleren. Controleer probe van 'verdamper. | |
| H6 Storing luchtsonde ON OFF | Controleer de correcte aansluiting en plaatsing en vervang eventueel de sonde. | |||
| H7 Storing sonde verdamper ON OFF | Controleer de correcte aansluiting en plaatsing en vervang eventueel de sonde. | |||
| H8 | Storing sonde warmwaterleiding | ON OFF | Controleer de correcte aansluiting en plaatsing en vervang eventueel de sonde. | |
| H9 Storing ontdooien actief ON | OFF (T lucht <5°C) | Controleer de werking of vervang eventueel de gasklep met 4 aansluitingen klep. Controleer of de ventilator niet defct is. Controleer of de | ||
| verdamper, de kanalen of de roosters proper zijn | ||||
| F1 Storing elektronische kaart OFF | OFF | Probeer het apparaat eerst uit en daarna weer in te schakelen. Controleer eventueel de werking van de kaarten | ||
| F2 | Te hoog aantal ON/OFF (RESET) | OFF OFF Schakel tijdelijk het product en de batterijen uit | ||
| F3 | Geen communicatie tussen elektronische kaart en interface | OFF OFF | Probeer het apparaat eerst uit en daarna weer in te schakelen. Controleer eventueel de werking van de kaarten of vervang deze | |
| F4 | Reservoir leeg (EMPTY) circuit anode met stroompodruksysteem open | OFF OFF | Controleer de aanwezigheid van water in het reservoir, controleer of vervang eventueel de anode met stroomopdruksysteem | |
| F5 | Circuit anode met stroomopdruksysteem in kortsluiting | ON ON | Controleer of vervang eventueel de anode met stroomopdruksysteem | |
8. ONDERHOUD voor geautoriseerd personeel

WAARSCHUWING! Let op de algemene waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften die in de vorige leden en zich strikt aan de aanwijzingen daarin.
Alle ingrepen en onderhoudsactiviteiten moeten door erkende installateurs worden uitgevoerd (installateurs die in het bezit zijn van de rekwisieten die door de geldende normen worden vastgesteld).
Na gewoon of buitengewoon onderhoud, is het raadzaam om het reservoir te reinigen om eventuele resterende verontreinigingen te verwijderen.
8.1 Legen van het apparaat
μ dient het apparaat te legen indien het lange tijd ongebruikt en/of in een vertrek wordt geplaatst waar het mogelijk kan vriezen en/of als de boiler lang niet gebruikt wordt.
Als dit nodig is kunt u het apparaat zoals volgt legen:
- schakel het apparaat los van het elektriciteitsnet
- sluit de stopkraan af indien deze is gemonteerd. Als dit niet het geval is sluit u de hoofdwaterkraan af.
- open de warmwaterkraan (wastafel of badkuip)
- open de kraan op de veiligheidsgroep (voor landen die EN 1487 hebben overgenomen) of de kraan op de "T"-verbinding, zoals beschreven in par. 4.4.
8.2 Normaal onderhoud
We raden u aan de verdamper jaarlijks te reinigen om stof en brokstukken te verwijderen.
Voor toegang tot de verdamper, die zich op de externe eenheid bevindt, moeten de bevestigingsschroeven van het beschermingsrooster verwijderd worden.
Reinigen met een flexibile borstel en uitkijken dat u de ventilator niet beschadigt. In het geval dat u gebogen lamellen tegenkomt, deze door middel van een speciale kam (tussenruimte 1,6mm) weer rechttrekken.
Controleer of de buis voor de condensafvoer niet verstopt is.
Controleer of de roosters en de kanalisering perfect schoon zijn.
Alleen originele reserveonderdelen gebruiken.
Het is aan te raden om na elke verwijdering de pakking van de flens te vervangen.
Na een interventie voor gewoon of buitengewoon onderhoud, is het aanbevolen om de tank van het toestel met water te vullen en daarna volledig leeg te laten lopen zodat eventueel achtergebleven onzuiverheden wegspoelen.
8.3 Probleemoplossing
| Probleem Mogelijke oorzaak Wat te doen | ||
| Het uitgaande water is koud of niet warm genoeg | Lage temperatuur ingesteld De temperatuur voor het uitgaande water verhogen. | |
| Storing van de machine | Op de display controleren of er fouten zijn en handelen op de in de “Error”-tabel aangegeven wijze. | |
| Geen elektrische aansluiting, afgekoppelde of beschadigde kabels | De spanning op de voedingsklemmen controleren, controleren of de kabels in orde en aangesloten zijn. | |
| Geen HC/HP- signaal (als het product geïnstalleerd is me de EDF-signaalkabel) | Om de werking van het product te controleren, de “Boost”modus inschakelen: als de uitslag positief is controleren of het HC/HP- signaal van de gasmeter aanwezig is, controleren of de EDF- kabels in orde zijn. | |
| Storing van de timer voor hê dubbele tarief (als het product met deze configuratie geïnstalleerd is) | De werking van de gasmeter overdag’/s nachts controleren en controleren of de ingestelde tijd voldoende is voor de verwarming van het water. | |
| Onvoldoende luchtstroom naar de verdamper | Reinig de roosters en de leidingen regelmatig. | |
| Product uit De elektriciteitstoevoer controleren | het product inschakelen. | |
| Gebruik van een grote hoeveelheid warm water | wanneer het product zich in de verwarmingsfase bevindt . | |
| Fout sonde Controleren of fout E5, ook onregel | Imatig, aanwezig is. | |
| Het water is zeerheet (met mogelijk damp uit de kranen) | Hoog niveau van kalkaanslag van de ketel en zijn onderdelen | De elektrische voeding uitschakelen, het apparaat legen, de kous van de weerstand demonteren en de kalkaanslag aan de binnenkant van de ketel verwijderen: let erop om het glazuur van de ketel en de kous van de weerstand niet te beschadigen. Het product weer volgens de oorspronkelijke configuratie in elkaar zetten: het wordt aangeraden om de pakking van de flens te vervangen. |
| Fout sonde | Controleren of fout E5, ook onregelmatig, aanwezig is . | |
| Verminderde werking van de warmtepomp, bijna permanente werking van de elektrische weerstand | Luchttemperatuur buiten het bereik Element dat afhankelijk is van de weersomstandigheden. | |
| Waarde “Time W” te laag | Een lagere temperatuurparameter of een hogere parameter dan “Time W” instellen. | |
| Installatie uitgevoerd met niet- conforme elektrische spanning (te laag) | Het product voeden met een correcte elektrische spanning. | |
| Verdamper verstopt of bevroren De staat van reiniging van de verdamper controleren. | ||
| Problemen met het circuit van de warmtepomp | Controleren of er geen foutmeldingen op de display weergegeven worden. | |
| Het is minder dan 8 dagen geleden dat:- Eerste ontsteking.-Wijziging van de parameter Time W.-Gebrek aan voeding bij afwezigheid van batterijen of met lege batterijen. | ||
| Onvoldoende warmwaterstroom | Lekken of verstopping van het watercircuit | Controleren of zich geen lekken in het circuit bevinden, controleren of de deflector van de ingangsleiding van koud tapwater en de toevoerleiding van warm water in orde zijn |
| Waterlekkage uit het overdrukmechanisme | Het druppelen van water uit het systeem moet als normaal worden beschouwd gedurende de verwarmingsfase. | Als u het druppelen wilt vermijden moet u een expansievat installeren op de afvoerinstallatie.Als druppelen tijdens de niet- verwarmende periode door blijft gaan, de kalibratie van het instrument en de druk van de waterleiding controleren. Let op: Verstop nooit de afvoeropening van het systeem! |
| Toename van het lawaai | Aanwezigheid van verstoppende elementen aan de binnenkant | De bewegende onderdelen van de externe eenheid controleren, de ventilator en de andere onderdelen reinig en die lawaai zouden kunnen maken. |
| Trillen van enkele onderdelen | De middels mobiele vergrendelingen aangesloten onderdelen controleren en kijken of de schroeven stevig zijn aangedraaid. | |
| Problemen met de weergave of uitgaan van de display | Beschadiging of afkoppeling van de verbindingskabels tussen de printplaat en de interfacekaart | Controleren of de verbinding in orde is, de werking van de printplaten controleren |
| Gebrek aan voeding bij afwezigheid van batterijen of met lege batterijen. | De elektrische voeding en de staat van de batterijen controleren, en laatstgenoemden indien nodig vervangen. | |
| Vieze geur afkomstig van het product | Afwezigheid van een sifon of lege sifon | Zorgen voor een sifon.Controleren of het apparaat voldoende water bevat. |
| Abnormaal of overmatig gebruik in vergelijking met de verwachtingen | Ongunstige omgevings- of installatieomstandigheden | |
| Verdamper gedeeltelijk verstopt | De staat van reiniging van de verdamper controleren, raster | |
| Niet-conforme installatie | ||
| Overig | Contact opnemen met de technische dienst. | |
8.4 Normaal onderhoud t.b.v. de gebruiker
We raden u aan het apparaat om te spoelen na elk normaal of bijzonder onderhoud.
Het overdrukmechanisme moet geregeld ingeschakeld worden om te controleren of het niet geblokkeerd is, en om eventuele kalkafzettingen te verwijderen.
Controleer of de buis voor de condensafvoer niet verstopt is.
Verifier de roosters en de luchtkanalen en reinig indien nodig.
Als er batterijen worden gebruikt, moeten deze elk jaar of in het geval dat ze lekken worden vervangen. Zorg dat ze correct worden afgevoerd als afval en uitsluitend worden vervangen door 3 oplaadbare batterijen van het type NiMh, AA, 1,2V, minimaal 2100 mAh, minimaal 1000 oplaadcycli, min. werktemperatuur 65°C (adviseerde gebruik de batterijen uit de catalogus die worden geleverd door de fabrikant van het product). Zorg dat de polariteiten in de batterijhouder in acht worden genomen zoals beschreven. Het apparaat moet worden getrokken wanneer u de batterijen te verwijderen.
8.5 Verwijdering van de boiler
Het apparaat bevat koelgas van het type R134a, wat niet in de atmosfeer mag geraken. Een definitieve uitschakeling van de boiler moet daarom door een bevoegde installateur worden uitgevoerd.

Dit product is conform aan de Richtlijn WEEE 2012/19/EU.
Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak op het apparaat of de verpakking ervan geeft aan dat het product aan het einde van de levensduur gescheiden van ander afval moet worden verzameld. De gebruiker moet de afgedankte apparatuur dus afgeven bij een geschikt gemeentelijk inzamelcentrum van elektrotechnisch en elektronische apparatuur. In plaats van het zelfstandige beheer is het ook mogelijk de af te danken apparatuur bij de dealer te brengen op het
moment van aanschaf van een ander, equivalent apparaat. Bij dealers van elektronische producten met een verkoopoppervlak van minstens 400 m² is het verder mogelijk om kosteloos, zonder enige verplichting tot aanschaf, afgedankte elektronische producten in te leveren met afmetingen van minder dan 25 cm. Een goede gescheiden afvalverwerking en daaropvolgend doorsturen van de afgedankte apparatuur voor milieuvriendelijke recycling, behandeling en verwerking dragen ertoe bij om mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid te voorkomen en bevorderen het hergebruik en/of de recycling van de materialen waaruit de apparatuur bestaat. Voor meer informatie over de beschikbare inzamelmogelijkheden dient u zich te wenden tot de gemeentelijke afvaldienst of tot de verkoper van het product.
Het apparaat beschikt over oplaadbare batterijen. Deze moeten worden verwijderd vóór u het apparaat wegdoet en in de speciale houders worden geplaatst. μ vindt het batterijvakje onder het deksel in de kap aan de onderkant.
































