Nuos 200 Split - Ketel Ariston Thermo - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Nuos 200 Split Ariston Thermo in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Nuos 200 Split - Ariston Thermo en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Nuos 200 Split van het merk Ariston Thermo.
GEBRUIKSAANWIJZING Nuos 200 Split Ariston Thermo
Geachte klant, wij danken u voor de aanschaf van onze warmtepompboiler. Wij hopen dat dit apparaat aan uw verwachtingen voldoet, u een maximale energiebesparing zal verschaffen en wensen dat u er voor vele jaren plezier aan zult beleven. Ons bedrijf wijdt veel tijd, energie en financiële middelen aan het realiseren van innovatieve oplossingen die de energiebesparing van de producten kan bevorderen. Uw keuze zal ertoe bijdragen dat er minder energie zal worden verbruikt, hetgeen op zijn beurt weer zal bijdragen tot een vermindering van algemene milieuproblemen. Onze voortdurende inzet om moderne en efficiënte producten te produceren en uw verantwoordelijke gedrag in het rationele gebruik van de energie kunnen dus actief bijdragen aan het behoud van het milieu en de natuurlijke energiebronnen. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Hij is ontwikkeld om u te informeren, m.b.v. waarschuwingen en raadgevingen, betreffende het juiste gebruik van het apparaat zodat u al zijn kwaliteiten zult kunnen waarderen. Onze technische dienst in uw woongebied staat altijd voor u klaar.
INLEIDING Deze handleiding is gericht tot de installateur en de eindgebruiker, die respectievelijk de warmtepompboiler moeten installeren en gebruiken. Het niet opvolgen van de aanwijzingen in deze handleiding heeft het vervallen van de garantie als gevolg. Dit boekje is een integraal en essentieel deel van het product zelf. Het moet met zorg door de gebruiker worden bewaard en altijd bij het apparaat blijven, ook als dit aan een nieuwe eigenaar wordt gegeven of verkocht en/of op een andere installatie wordt gemonteerd. Teneinde een correct en veilig gebruik van het apparaat te kunnen waarborgen moeten de installateur en de gebruiker, m.b.t. hun respectievelijke bevoegdheden, de instructies en de aanwijzingen in deze handleiding aandachtig doorlezen aangezien zij belangrijke gegevens bevatten betreffende de veiligheid van de installatie, het gebruik en het onderhoud. Deze handleiding is in drie verschillende secties verdeeld: - ALGEMENE INFORMATIE Deze sectie bevat nuttige algemene informatie zoals de beschrijving van de boiler en zijn technische eigenschappen en informatie betreffende de symbolen, de meeteenheden en de technische terminologie. In deze sectie vindt u technische gegevens terug en de afmetingen van de boiler. - INSTALLATIE Deze sectie is gericht tot de installateur. Het is een verzameling van aanwijzingen en voorschriften die het gekwalificeerde professionele personeel moet navolgen voor een optimale verwezenlijking van de installatie.
- GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD
Deze sectie is gericht tot de eindgebruiker en bevat alle nodige informatie voor de juiste werking van het apparaat, de periodieke controles en het onderhoud dat door de gebruiker zelf kan worden uitgevoerd. Teneinde de kwaliteit van zijn producten te verbeteren behoudt het bedrijf zich het recht voor de gegevens en de inhoud van deze handleiding zonder voorafgaande waarschuwing te wijzigen. Teneinde de inhoud beter te kunnen begrijpen, en aangezien deze handleiding in meerdere talen, en voor verschillende landen is samengesteld heeft men besloten alle afbeeldingen aan het einde van de gebruiksaanwijzing samen te vatten, aangezien deze hetzelfde zijn voor alle talen.74 INHOUDSOPGAVE ALGEMENE INFORMATIE
1.1 Betekenis van de gebruikte symbolen
1.5 Verpakking en bijgeleverde accessoires
1.6 Transport en verplaatsing
1.7 Identificatie van het apparaat
2.2 Constructiekenmerken en afmetingen van de interne eenheid
2.3 Constructiekenmerken en afmetingen van de externe eenheid
3.1 Kwalificatie van de installateur
3.2 Gebruik van de instructies
3.3 Veiligheidsnormen
4.1 Plaatsing apparaat
4.2 Plaatsing externe eenheid
4.3 Afvoer van het condenswater van de externe eenheid
4.4 Instrumenten voor het aansluiten van de koelleidingen
4.5 Voorbereiding van de koelleidingen
4.6 Aansluitingen op de interne eenheid
4.7 Aansluitingen op de externe eenheid
4.8 Vacuüm zuigen, de aansluiting tot stand brengen en de controleren of er geen lekken zijn
4.9 Vulling met koelgas
4.10 Hydraulische aansluiting
4.11 Elektrische aansluiting
5. EERSTE INBEDRIJFSTELLING
GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD
6.1 Eerste inbedrijfstelling
6.3 Veiligheidsnormen
7. INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK
7.1 Beschrijving van het bedieningspaneel
7.2 Het in- en uitschakelen van de boiler
7.3 Instellen van de temperatuur
7.5 Instellen van de tijd
7.8 Controleprocedure elektrische aansluitingen “Check”
7.11 Werking met twee verschillende tijdstarieven
7.12 Antivriesfunctie
8.1 Legen van het apparaat
8.2 Normaal onderhoud
8.3 Probleemoplossing
8.4 Normaal onderhoud t.b.v. de gebruiker
8.5 Verwijdering van de boiler
1.1 Betekenis van de gebruikte symbolen
Voor wat betreft de veiligheidsaspecten van installatie en gebruik, en teneinde de aanwijzingen betreffende de risico's te benadrukken, worden een aantal symbolen gebruikt wiens betekenis in de hier volgende tabel wordt uitgelegd. Symboo
Het niet opvolgen van deze aanwijzing leidt tot risico van verwondingen van personen , die in bepaalde omstandigheden zelfs dodelijk kunnen zijn.
Het niet opvolgen van d eze aanwijzingen leidt tot risico van beschadiging van voorwerpen, planten of dieren, die in bepaalde omstandigheden zelfs ernstig kunnen zijn.
Verplichting om zich aan de algemene veiligheidsvoorschriften en productspecificaties te houden.
Dit apparaat dient voor het verwarmen van tapwater, dus tot een temperatuur die lager is dan het kookpunt, in een huiselijke of soortgelijke omgeving. Het apparaat moet een hydraulische aansluiting hebben op een tapwaternet en een elektrische voeding. Het kan toevoer- en afvoerleidingen hebben voor de in- en uitgang van de gebruikte lucht. Het is verboden om het apparaat voor andere doeleinden te gebruiken dan hetgeen wordt beschreven in deze handleiding. Elk ander oneigenlijk gebruik is niet toegestaan. Het is in het bijzonder verboden het apparaat te gebruiken in industriële installaties en/of het apparaat te installeren in een corrosieve of explosieve omgeving. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die voortkomt uit een foute installatie, oneigenlijk gebruik, irrationeel gedrag en van een niet complete of onnauwkeurige toepassing van de aanwijzingen in deze handleiding.
Dit apparaat is niet geschikt voor het gebruik door personen (inclusief kinderen) met een bep erkt lichamelijk of sensorieel vermogen of door personen zonder de nodige ervaring of kennis, tenzij zij worden gecontroleerd of onderwezen betreffende het gebruik van het apparaat door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Kinderen moeten worden gecontroleerd door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid en die zich ervan verzekeren dat zij niet met apparaat spelen.
De installatie is voor rekening van de koper en moet worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel, overeenkomstig de geldende nationale installatienormen en eventuele voorschriften van de locale autoriteiten en van instellingen voor de volksgezondheid, volgens de specifieke aanwijzingen die de fabrikant in de huidige handleiding beschrijft. De fabrikant is verantwoordelijk voor de conformiteit van het product aan de richtlijnen, wetten en constructienormen die het product aangaan en die gelden op het moment dat het product voor de eerste keer op de markt wordt gebracht. De kennis en het naleven van de wetsbepalingen en de technische normen betreffende het ontwerp van de installaties, de plaatsing, de werking en het onderhoud zijn een exclusieve taak van de ontwerper, de installateur en de gebruiker, ieder voor hun specifieke taken. De verwijzingen naar wetten, normen of technische regels worden in de huidige handleiding puur ter informatie geciteerd. Het in werking treden van nieuwe bepalingen of wijzigingen op de geldende normen verplicht de fabrikant op geen enkele wijze t.o.v. derden. U dient zich ervan te verzekeren dat het elektriciteitsnet waarop het apparaat wordt aangesloten conform is aan de norm EN 50160 (indien dit niet het geval is, vervalt de garantie). Voor Frankrijk: controleer of de installatie conform is aan de norm NFC 15-
Bij het aanbrengen van onprofessionele wijzigingen aan de producten en/of aanhorige onderdelen vervalt de garantie.
1.4 Certificaties - CE Markering
De plaatsing van de CE markering op het apparaat garandeert de conformiteit aan de volgende EU Richtlijnen, aan wiens fundamentele rekwisieten het voldoet: - 2006/95/EC betreffende de elektrische veiligheid - 2004/108/EC betreffende de elektromagnetische compatibiliteitwarmtepompboiler – ALGEMENE INFORMATIE
De controle wordt uitgevoerd in navolging van de volgende technische normen: EN 255-3; EN 60335-1; EN/IEC 60335-2-21; EN 60335-2-40; EN 55014-1; EN 61000-3-2; EN 61000-3-3; EN 50366.
1.5 Verpakking en bijgeleverde accessoires
Het apparaat bestaat uit een externe eenheid (warmtepomp) en een interne eenheid (boiler); laatstgenoemde kan worden bevestigd op een houten pallet (alleen mod. 300 L). Beide eenheden worden beschermd door buffers van piepschuim en een kartonnen doos aan de buitenkant; alle materialen zijn recyclebaar en milieuvriendelijk. De inbegrepen accessoires zijn: - Afgeschermde kabel voor verbinding van de sondes tussen de interne en de externe eenheid; - Connector afvoerbuis voor condenswater voor de externe eenheid; - Connector afvoerbuis voor condenswater voor de interne eenheid; - Gatenbedekking voor de doorgang van de buis; - Handleiding en garanties; - 1 Diëlektrisch verbindingsstuk van 3/4'; - Rubbertjes en draadleiders met schroeven.
1.6 Transport en behandeling
Controleer bij het afleveren van het apparaat of het tijdens het transport geen zichtbare schade heeft ondervonden, zowel op de verpakking als op het product zelf. In het geval u schade waarneemt dient u direct een klacht in te dienen bij het transportbedrijf. OPGELET! De externe eenheid moet verplicht in verticale stand verplaatst en opgeslagen worden, dit teneinde een goede verdeling van de olie in de binnenkant van het koelcircuit te garanderen en schade aan de compressor te voorkomen. De interne eenheid mag zowel in verticale als in horizontale stand verplaatst worden. Het ingepakte apparaat kan met de hand worden verplaatst of met een vorkheftruck. Zorg ervoor bovenstaande aanwijzingen op te volgen. We raden u aan het apparaat in zijn originele verpakking te laten totdat het op de gewenste plek wordt geïnstalleerd, in het bijzonder wanneer het een bouwterrein betreft. Nadat u de verpakking heeft verwijderd moet u controleren of het apparaat in orde is en of alle onderdelen die erbij horen aanwezig zijn. Als het apparaat niet in orde is dient u contact op te nemen met de verkoper. Zorg ervoor dat deze signalering plaatsvindt binnen de door de wet vastgestelde termijnen. OPGELET! De verschillende delen van de verpakking mogen niet in het bereik van kinderen worden gelaten, aangezien ze een bron van gevaar zijn. Voor het eventuele bewegen of vervoeren van het apparaat na de eerste installatie, dient u dezelfde raadgevingen op te volgen betreffende de toegestane helling. U dient zich er bovendien van te verzekeren dat het water in het reservoir volledig is verwijderd. Bij afwezigheid van de originele verpakking dient u voor een evenwaardige bescherming van het apparaat te zorgen om schade te vermijden waarvoor de fabrikant niet verantwoordelijk is.
1.7 Identificatie van het apparaat
De voornaamste informatie voor de identificatie van het apparaat staat op het typeplaatje dat op de mantel van de boiler is bevestigd. Interne eenheid
inhoud in liters van het reservoir
voedingsspanning , frequentie, maximum opgenomen vermogen
maximale/m inimale druk van het koelcircuit
opgenomen vermogen in weerstand modus
frequentie van de netvoeding
thermisch vermogen van de warmtepomp
gemiddeld geabsorbeerd vermogen van de warmtepomp
gemiddeld geabsorbeerde stroom van de warmtepomp
maximaal geabsorbeerd vermogen van de warmtepomp
maximaal geabsorbeerde stroom van de warmtepomp
gewicht van de externe eenheid
type/hoeveelheid koelgas
maximale/minimale druk van het koelcircuit registratienummer
De warmtepompboiler gebruikt geen elektrische energie om het water direct te verwarmen maar maakt er een rationeler gebruik van. Hetzelfde resultaat wordt zo op een efficiëntere manier bereikt, d.w.z. door 2/3 energie minder te gebruiken. De efficiëntie van een cyclus met een warmtepompboiler wordt gemeten met behulp van een performance coëfficiënt COP, die het verband uitdrukt tussen de energie die door het apparaat wordt geleverd (in dit geval de warmte die wordt afgegeven aan het water dat moet worden verwarmd) en de verbruikte elektrische energie (van de compressor en van de hulpapparaten van het product). De COP varieert naar gelang het type warmtepomp en de omstandigheden waar de werking betrekking op heeft. Bv., een COP waarde van 3 geeft aan dat voor iedere 1 kWh verbruikte elektrische energie de warmtepomp 3 kWh warmte af zal geven aan het te verwarmen element, waarvan 2 kWh worden onttrokken aan de gratis bron.warmtepompboiler – ALGEMENE INFORMATIE
Constructiekenmerken en afmetingen van de interne eenheid afb. 1-2.
Behuizing elektrische aansluitingen en elektrische weerstand
T In de hoogte afstelbare voetjes
Behuizing elektrische aansluitingen
Constructiekenmerken en afmetingen van de externe eenheid afb. 3.
Behuizing elektrische aansluitingen
Gat voor condensafvoer
Elektrische voeding, kabel niet bij het product geleverd
Titanium anode met stroomopdruksysteem
Kaart seriële aansluiting
Printplaat (mainboard)
Veiligheidspressostaat
bel voor aansluiting sonde, kabel bij het product geleverd
HCHP Signaal (EDF) kabel niet bij het product geleverdwarmtepompboiler – ALGEMENE INFORMATIE
titanium anode met stroompodruksysteem + magnesiumanode
Maximale bedrijfsdruk
0,6 Diameter wateraansluitingen
Diameter aansluitingen koelgas
1/4 & 3/8 met verwijding
12 (met ontharder, min 15 °F)
Min. temperatuur vertrek waar installatie wordt uitgevoerd
Gemiddeld opgenomen elektrisch vermogen (
Maximum opgenomen elektrisch vermogen (
Diameter aansluitingen koelgas
1/4 & 3/8 met verwijding
Standaard luchtverplaatsing
Niveau geluidsdruk op 5 m afstand
Max. druk koelcircuit (lagedrukzijde)
Max. druk koelcircuit (hogedrukzijde)
Minimale luchttemperatuur (
Maximale luchttemperatuur (
°C 42 Maximale afstand aansluitingen koelvloeistof
m 8 Maximaal niveauverschil aansluitingen koelvloeistof
Hoeveelheid koelvloeistof R134a
2,0 2,58 4,28 Max hoeveelheid warm water in een enkele afname V40 (
Max. watertemperatuur met warmtepomp
62 (55 vanuit fabriek)
62 (55 vanuit fabriek) 62 (55 vanuit fabriek) Max. watertemperatuur met elektrische weerstand
75 (65 vanuit fabriek)
75 (65 vanuit fabriek) 75 (65 vanuit fabriek) QPr (per 24hr) KWh 0,49 0,52 0,63 Elektrische voeding
Spanning / Maximaal geabsorbeerd vermogen (
V / W 220-240 eenfase / 2500 Frequentie
Maximum opgenomen stroom
) waarden verkregen bij luchttemperatuur van 7 °C en relatieve vochtigheid van 87%, temperatuur van het water bij ingang 15 °C (volgens hetgeen wordt voorgeschreven door de NF Cahier de Charge). lengte koelmiddelleiding 6 m.
) Performance gemeten voor een verwarming van het water van 15 °C tot 51 °C, met een temperatuur van de inlaat van 15 °C RV 70%, volgens cahier des charges merk NF Electricité performance N°LCIE 103-15 van autonome thermodynamische boilers met reservoir.
)Buiten het interval van de bedrijfstemperaturen van de warmtepomp wordt de verwarming van het water gegarandeerd door de elektrische weerstand.
) Getest in dode kamer op een standaard van de meting ISO 3744/94 en ISO 3745/03. Gemiddelde waarde verkregen op een groot aantal producten.warmtepompboiler – INSTALLATIE
3.1 Kwalificatie van de installateur
OPGELET! De installatie en de eerste inbedrijfstelling van de ketel moeten door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, in overeenkomst met de geldige nationale normen voor installatie en eventuele voorschriften van de locale autoriteiten en van overheidsinstellingen voor de volksgezondheid. De boiler wordt geleverd met een hoeveelheid koelvloeistof R134a die voldoende is voor de werking ervan. Deze koelvloeistof beschadigt de ozonlaag in de atmosfeer niet, hij is niet ontvlambaar en kan geen explosies veroorzaken. Het onderhoud en de ingrepen op het koelcircuit moeten echter uitsluitend worden uitgevoerd door gespecialiseerde vaklui die voorzien zijn van de juiste uitrusting.
3.2 Gebruik van de instructies
OPGELET! Een verkeerde installatie kan schade veroorzaken aan personen, dieren of dingen, waarvoor de fabrikant niet verantwoordelijk kan worden gesteld. De installateur moet de instructies in deze handleiding nauwkeurig in acht nemen. De installateur moet aan het einde van de werkzaamheden de gebruiker nauwkeurige instructies geven betreffende het gebruik van de boiler en betreffende de correcte uitvoering van de voornaamste handelingen.
3.3 Veiligheidsnormen
Voor de betekenis van de symbolen die in de volgende tabel worden gebruikt dient u paragraaf 1.1 na te slaan, onder het hoofdstuk ALGEMENE INFORMATIE. Ref.
Bescherm leidingen en verbindingskabels om ze voor beschadiging te behoeden. Elektrocutie door het aanraken van geleiders die onder spanning staan.
Overstroming door waterlek uit
beschadigde leidingen.
Controleer of het vertrek waar men de installatie uitvoert en het net waar men het apparaat op aansluit aan alle voorschriften voldoen. Elektrische schokken door aanraken van niet goed geïnstalleerde geleiders, die onder spanning staan.
Beschadiging van het apparaat door verkeerde bedrijfsomstandigheden.
Gebruik geschikt gereedschap en werktuig. Controleer in het bijzonder of het gereedschap niet beschadigd of versleten is en dat het handvat in orde is en er stevig opzit. Verder moet u het gereedschap op de juiste manier gebruiken, voorkomen dat het valt en het na gebruik weer opbergen. Persoonlijk letsel door rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken of schaven.
schadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden.
Gebruik geschikte elektrische apparatuur op de juiste wijze. Belemmer de doorgang niet met de voedingskabel. Zorg dat de apparatuur niet naar beneden kan vallen. Haal de voedingskabel aan het einde uit de contactdoos en berg alle apparatuur weer op. Persoonlijk letsel door rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken of schaven.
Beschadiging van h et apparaat zelf of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden.
Ontkalk onderdelen waar kalk op is afgezet volgens de specificaties in de veiligheidskaart van het gebruikte product. Het vertrek moet geventileerd zijn, u moet beschermende kleding dragen, geen verschillende Persoonlijk letsel door contact van huid of ogen met zuurhoudende substanties, inademen of inslikken van schadelijke chemische stoffen.warmtepompboiler – INSTALLATIE
producten mengen en het apparaat en omliggende voorwerpen beschermen. Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen vanwege corrosie door zuurhoudende stoffen.
Controleer dat verplaatsbare trappen op de juiste manier neer worden gezet, dat ze van degelijke kwaliteit zijn, dat de treden heel zijn en niet glad, dat niemand er tegenaan kan lopen of rijden terwijl er iemand op staat. Laat eventueel iemand dit controleren.
Persoonlijk letsel door vallen of door beklemming (bij een vouwtrap).
Zorg ervoor dat de werkplaats gezonde condities biedt voor wat betreft verlichting, ventilatie en stevigheid.
Persoonlijk letsel door stoten, struikelen, enz.
Trek, voordat u aan het werk gaat, beschermkleding aan en gebruik de speciale individuele veiligheidsvoorzieningen. Persoonlijk letsel door schokken, rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken, schaven, lawaai of vibraties.
De werkzaamheden aan de binnenkant van het apparaat moeten zeer voorzichtig worden uitgevoerd om niet plotseling tegen scherpe of snijdende delen aan te stoten.
Persoonlijk letsel door snijden, prikken, schaven.
Leeg de onderdelen die warm tapwater kunnen bevatten door eventuele ontluchtingsgaten te activeren voordat u ze aanraakt.
Persoonlijk letsel door brandwonden.
Voer de elektrische aansluitingen uit met behulp van geleiders die een juiste diameter hebben. Brand door oververhitting als gevolg van het passeren van elektrische stroom in te smalle kabels.
Gebruik geschikt materiaal voor de bescherming van het apparaat en de omgeving rond de werkplek. Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden.
Behandel het apparaat met de juiste beschermingsmaatregelen en voorzichtigheid. Bij het ophijsen van voorwerpen met hijskranen of dergelijke moet men controleren dat deze stabiel staan opgesteld en in een goede toestand verkeren, gezien het te verplaatsen gewicht en de noodzakelijke bewegingen. Tuig de lading op de juiste manier in de banden, bevestig extra koorden om slingerbewegingen te kunnen dempen, zorg dat men een goed uitzicht heeft over het gehele gebied van de beweging en verbied dat iemand onder de lading loopt of staat.
Beschadiging van het apparaat zelf of nabije voorwerpen door stoten, klemmen en snijden.
Organiseer de verplaatsingen van materiaal en gereedschappen zodanig dat dit op een veilige manier kan gebeuren. Voorkom dat materiaal wordt opgestapeld en kan vallen of schuiven.
Beschadiging van het apparaat zelf of nabije voorwerpen door stoten, klemmen en snijden.
Heractiveer alle veiligheidsvoorzieningen en controles die u gedurende een ingreep op het apparaat heeft moeten uitschakelen en controleer, voordat u het apparaat weer inschakelt, dat deze voorzieningen weer werken.
Beschadiging of blokkering van het apparaat door ongecontroleerde werking.warmtepompboiler – INSTALLATIE
WAARSCHUWING! Let op de algemene waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften die in de vorige leden en zich strikt aan de aanwijzingen daarin.
4.1 Plaatsing apparaat
OPGELET! Voor u overgaat tot de installatie moet u controleren of, op de plaats waar u de boiler wenst te installeren, de volgende voorwaarden worden voldaan: a) De minimale installatieafmetingen die in afbeelding 5 aangegeven zijn in acht nemen, b) Vermijd het apparaat te gebruiken in vertrekken waar ijsvorming kan plaatsvinden. Het product is ontworpen installatie binnen: de prestaties en veiligheid van het product kunnen worden niet gegarandeerd als het product buiten geïnstalleerd wordt; c) controleer of het vertrek waar men de installatie uitvoert en het elektrische net en het waternet waar men het apparaat op aansluit aan alle geldende voorschriften voldoen. d) er moet op de gekozen installatieplek een elektrische voedingsbron aanwezig zijn, eenfase 220-240 Volt ~ 50 Hz. Als die bron niet aanwezig is moet hij kunnen worden aangemaakt. e) het vlak moet perfect horizontaal zijn en moet bestand zijn tegen het gewicht van een boiler vol water; f) de gekozen installatieplek moet conform zijn aan de IP graad (bescherming tegen het binnendringen van vloeistoffen) van het apparaat, volgens de geldende normen. g) het apparaat mag niet rechtstreeks worden blootgesteld aan zonnestralen, ook niet bij aanwezigheid van ramen. h) het apparaat mag niet blootgesteld worden aan agressieve stoffen zoals zure damp, stoffen of verzadigd gas.
i) het apparaat mag niet direct op elektrische leidingen worden geïnstalleerd die niet zijn beschermd tegen
spanningsschommelingen. j) het apparaat moet zo dicht mogelijk bij de gebruikspunten worden geïnstalleerd om zo warmtedispersie via de buizen tegen te gaan. Plaatsing model 300 liter op de grond a) Zodra u de geschikte plek voor de installatie heeft gevonden verwijdert u de verpakkingsmaterialen en verwijdert u de zichtbare bevestigingen van de pallet waarop het apparaat rust. (zie afb. 6) b) Bevestig de voetjes (d.m.v. de speciale gaten) aan de grond m.b.v. de geschikte schroeven en pluggen. Plaatsing model 150-200 liter op de muur a) Het product op een dragende muur bevestigen m.b.v. de beugels, met gebruik van het installatiepatroon dat afgedrukt is op de verpakkingsdoos. Voor elke beugel gebruiken: 2 pluggen, 2 verchroomde schroeven type Fischer M10, M12 of M14; 2 moeren M10, M12 of M14, 2 sluitringen M10, M12 of M14. Controleren of de schroeven en schroefbouten goed aangedraaid zijn. (zie afb. 7) b) Dit model kan geïnstalleerd worden op een driepootsteun; uitsluitend het hiervoor bedoelde model gebruiken dat door de producent van de boiler geleverd wordt. In dit geval is het verplicht om het product m.b.v. de bovenste beugel of beide beugels op een dragende muur te bevestigen.
4.2 Plaatsing externe eenheid
OPGELET! Voor u overgaat tot de installatie moet u controleren of, op de plaats waar u de externe warmtepomp wenst te installeren, de volgende voorwaarden worden voldaan: a) Bij het kiezen van een geschikte positie op de muur moet men tenslotte ook denken aan de ruimte die nodig is om gemakkelijk eventuele onderhoudsingrepen uit te kunnen voeren (zie afb. 3); b) Installeer de externe eenheid op een zeer degelijke wijze aan een stevige muur. Kies een positie waar het geproduceerde geluid en de uitkomende lucht geen hinder kunnen veroorzaken. De uitgekozen plaats moet ook voldoende ruimte overlaten voor langskomende personen en het geproduceerde condenswater moet gemakkelijk kunnen worden afgevoerd. c) Het werkvlak moet perfect horizontaal zijn: controleer dit met een waterpas (zie afb. 3). d) Men moet zich aan de beschreven procedure houden en daarna pas de elektrische en andere leidingen aansluiten. e) maak de beugels vast aan de muur, gebruik hierbij pluggen die geschikt zijn voor het betreffende type muur (voorzichtig met elektrische en andere leidingen die door de muur heen lopen); gebruik pluggen met grotere afmetingen dan voor dat gewicht noodzakelijk is: tijdens de werking zal het apparaat gaan trillen. Het product moet jaren geïnstalleerd blijven zonder dat de schroeven losraken.warmtepompboiler – INSTALLATIE
4.3 Afvoer van het condenswater van de externe eenheid
Het condens of het water dat zich tijdens het verwarmingsbedrijf in de externe eenheid vorm, moet vrij of via het via het verbindingsstuk voor afvoer worden afgevoerd. Het verbindingsstuk voor afvoer bevestigen in het gat aan de onderkant van de eenheid en de plastic buis aansluiten op het verbindingsstuk. Dit zo doen dat het water in een geschikte afvoerplaats loopt en controleren of de afvoer zonder belemmeringen plaatsvindt.
4.4 Instrumenten voor het aansluiten van de koelleidingen
a) Manometer-unit geschikt voor het gebruik met R134A, met leidingen voor vullen en vacuüm zuigen; b) Vacuümpomp; c) Momentsleutels voor nominale ø van 1/4” en 3/8” , verschillende afmetingen aan beide zijden teneinde te voldoen aan de verschillende afmetingen van de uiteinden. d) De tangvormige handschroef voor nominale ø van 1/4 ” e 3/8” is voorzien van een klem die een aanpak- opening heeft zodat de projectie van de kopenen buis kan worden geregeld op 0-0,5 mm bij de bewerking van de buisaansluiting; e) Buissnijder; f) Buisafbramer; g) Lekzoeker voor de R134a, er wordt een speciale lekzoeker voor HFC koelgassen gebruikt. Deze moet een hoge detectie-sensibiliteit hebben, minimaal 5g/jaar.
4.5 Voorbereiding van de koelleidingen
OPGELET! Voordat u begint met de installatiewerkzaamheden, controleren of aan de volgende voorwaarden voldaan wordt: a) Uitsluitend koperen buizen voor airconditioners van het type ACR gebruiken (koperen buizen bestemd voor koeling en airconditioning) of koperen buizen met voldoende isolatie (minstens 6 mm dikte) die geschikt zijn voor gebruik met R134a-gas; b) Gebruik nooit buizen van een dikte die minder is dan 0,8mm; c) Zorg ervoor dat het traject van de buizen zo kort en eenvoudig mogelijk is (maximale lengte 8m met 3m niveauverschil). Ervoor zorgen dat het traject de toegang tot de kap en het demonteren van de flens niet belemmert. Zie afbeelding 9. d) Bescherm buizen en verbindingskabels om schade te voorkomen;
De koelleidingen en de verbindingsstukken moeten thermisch geïsoleerd zijn om gevaarlijke verbrandingen, prestatieverlies en slechte werking van het product te voorkomen. De isolatiekous van de buizen vastzetten door middel van klemschroeven om te voorkomen dat deze van zijn plaats kan raken.
Verwijder de afsluiters van de leidingen pas op het laatste moment, wanneer men de aansluiting legt: men moet absoluut voorkomen dat er vochtigheid of vuil kan binnendringen. Als een leiding te vaak wordt gebogen, dan wordt deze hard: buig deze niet meer dan 2 keer op dezelfde plek. Rol de leiding af zonder te trekken (zie afb. 8).
4.6 Aansluitingen op de interne eenheid
a) Leid de elektrische en andere leidingen goed langs alle bochten heen; b) De messing afsluitingen van de interne eenheid afnemen en deze bewaren (controleren of er aan de binnenkant geen vuil is achtergebleven); c) De buizen op de vooraf bepaalde lengte afsnijden met de buissnijder en ervoor zorgen dat er geen vervormingen ontstaan; d) De bramen met de buisafbramer verwijderen en ervoor zorgen dat er geen vuil naar binnen gaat (de buis naar beneden gericht houden). e) De getapte messing mondstukken in de juiste richting op de buizen aanbrengen; f) Het uiteinde van de buis in de handschroef doen en de flens aanbrengen op het uiteinde van de aansluitbuis: hierbij de aanwijzingen uit de tabel volgen (zie afb. 10); ø NOMINAAL ø EXTERN DIKTE mm HOOGTE “A” mm HANDSCHROEF
HOOGTE “L” mm VERWIJDING
g) Na gecontroleerd te hebben dat de handschroef niet beschadigd of gevouwen is, de buizen met gebruik van de twee sleutels verbinden, en er hierbij op letten de buizen niet te beschadigen. Als u niet hard genoeg aandraait, dan zullen lekkages heel waarschijnlijk het gevolg zijn. Ook als de kracht te groot is kunnen er lekkageswarmtepompboiler – INSTALLATIE
optreden, omdat de flens gemakkelijk beschadigd kan worden. De veiligste manier om ze aan te draaien is om aan een kant een gewone steeksleutel te gebruiken en aan de andere kant een momentsleutel: in dat geval moet men de tabel raadplegen: ø Buis
Overeenkomende kracht (indien men een sleutel van 20 cm gebruikt)
i) Aangeraden wordt om enkele centimeters koperen buis over te laten, voor eventuele toekomstige ingrepen bij
4.7 Aansluitingen op de externe eenheid
Verwijder de plastic deksel van de behuizing voor de gasaansluitingen, de mondstukken aan de aansluitingen van de externe eenheid vastdraaien met hetzelfde aandraaimoment als voor de interne eenheid aangegeven is.
4.8 Vacuüm zuigen, de aansluiting tot stand brengen en de controleren of er geen lekken zijn (zie afb. 11).
De lucht wordt uit het circuit verwijderd met behulp van een vacuüm pomp en de manometer-unit die geschikt zijn voor R134A. Zorg ervoor dat de vacuumpomp met olie is gevuld tot aan het niveau dat is aangegeven door de olieniveau-controle. a) schroef de doppen van op de kranen van de twee- of driewegkleppen (E) en van de serviceklep (C) los en controleer of de twee kranen op de externe eenheid gesloten zijn (D); b) sluit de vacuümpomp (B) met de aansluiting voor lage druk van de manometer (A) op de serviceklep (C) aan. c) nadat u de betreffende kleppen van de vacuümpomp (B) heeft geopend moet u deze starten en een tijdje laten lopen. Vacuüm zuigen gedurende ongeveer 20/25 minuten; d) controleren of de manometer voor lage druk (A) een druk aangeeft van 1bar (o -76 cm Hg);sluit de kranen van de pomp en schakel hem uit (B). Controleer of de wijzer van de manometer voor ongeveer 5 minuten niet beweegt. Als de wijzer van waarde verandert betekent het dat er ergens lucht naar binnen komt, men moet dan alle aansluitingen en de uitvoering van de verwijdingen controleren,daarna weer opnieuw beginnen vanaf punt
f) de vacuümpomp loskoppelen; (voor het toevoegen van koelgas, zie de volgende paragraaf); g) draai de kranen van de twee- en driewegkleppen wijd open (D); h) de dop op de service-toegang (C) en de kranen (E) stevig vast;
i) nadat u alle doppen heeft aangeschroefd, met de lekzoeker controleren of er geen gaslekken zijn.OPGELET:
Bescherm altijd de verbindingskabels en leidingen, omdat beschadigingen een oorzaak kunnen zijn van gaslekken (persoonlijk letsel door brandwonden door koudvuur).
4.9 Vulling met koelgas (afb. 11)
De koelmiddel verbindingsleiding tussen binnen- en buitenunit mag tot 8m oplopen, bij overschrijding vervalt de garantie. De aangegeven prestaties zijn op basis van koelmiddel verbindingsleidingen van 6m; installatie- verschillen kunnen leiden tot verschillende prestatiewaarden. In het geval dat men R134a-gas in het circuit wil toevoegen, is naast de reeds vermelde materialen het volgende nodig: - Fles met koelgas R134a. in dit geval is het noodzakelijk een aansluitstuk van de toevoer van 1/2 UNF 20 schroefdraden/inch en corresponderende pakking te gebruiken; - Elektronische weegschaal voor het vullen met koelgas met een gevoeligheid van 10g. Tijdens de installatie
Reeds geïnstalleerd apparaat
Via het installatiemenu de functie C2 (Charge) activeren: er is dan 30 minuten tijd voor het vullen met het circuit op lage druk
De procedure uitvoeren van paragraaf 4.8 “vacuum zuigen en de gasdichtheid controleren” TOT AAN STAP “f”
Sluit op de lage drukkant van de manometer de serviceklep (C) aan, en de fles met koelgas aansluiten op de middelste aansluiting van de manometer. Open de fles met koelgas en vervolgens de dop op de middelste klep van de manometer, de naaldklep losdraaien totdat men het koelgas naar buiten hoort komen, daarna de naald loslaten en de dop weer aandraaien;
Sluit op de lage drukkant van de manometer de serviceklep (C) aan, en de fles met koelgas aansluiten op de middelste aansluiting van de manometer. Open de fles met koelgas en vervolgens de dop op de middelste klep van de manometer, de naaldklep losdraaien totdat men het koelgas naar buiten hoort komen, daarna de naald loslaten en de dop weer aandraaien;
Het gewicht van de fles met koelgas door middel van de elektronische weegschaal onder controle houden;
De kraan van de buis openen en het koelgas geleidelijk naar binnen laten stromen;warmtepompboiler – INSTALLATIE
Het gewicht van de fles met koelgas door middel van de elektronische weegschaal onder controle houden;
De kraan van de buis openen en het koelgas geleidelijk naar binnen laten stromen;
Nadat de fles met de juiste hoeveelheid gas gevuld is, de kraan weer dichtdraaien;
De manometer en de vulbus van de klep (C) losmaken;
De kranen van de twee- en driewegskleppen (D) volledig openen, het product in de warmtepomp- modus aanzetten en met de lekzoeker controleren of er geen lekken van koelgas zijn;
Maak de fles met koelgas los van de manometer en sluit alle doppen weer (E).
Nadat de fles met de juiste hoeveelheid gas gevuld is, de kraan weer dichtdraaien;
De manometer en de vulbus van de klep (C) losmaken;
met de lekzoeker controleren of er geen lekken van koelgas zijn.
De fles met koelgas van de manometer loskoppelen;
Nadat de beschikbare tijd voor de “Charge” functie verlopen is, controleren of het apparaat goed werkt.
4.10 Hydraulische aansluiting
Sluit zowel de in- als de uitgang van de boiler aan d.m.v. buizen of verbindingsstukken die zowel bestand zijn tegen de bedrijfsdruk als tegen de temperatuur van het warme water dat de 75°C / 7 bar kan bereiken. We raden u daarom aan materialen te gebruiken die tegen die temperaturen bestand zijn. Voor u de aansluiting uitvoert, moet u het diëlektrische verbindingselement (bij het product geleverd) aan de warmwater toevoerbuis bevestigen. Schroef op de toevoerbuis van het apparaat, waar een blauw bandje om zit, een “T” verbindingsstuk aan. Het is vereist op de buis voor de watertoevoer van het apparaat een veiligheidsklep aan te sluiten. Het apparaat moet de norm EN 1487:2000 respecteren, d.w.z. een maximale druk hebben van 0,7 Mpa (7 bar) en minstens beschikken over: een afsluitkraan, een terugslagklep, een regelmechanisme van de terugslagklep, een veiligheidsklep en een mechanisme voor de onderbreking van de hydraulische belasting. De afvoer van het systeem moet verbonden worden aan een afvoerbuis met een diameter die niet minder is dan die van de aansluiting aan het apparaat (3/4”), door middel van een sifon die een beluchtingsopening van minstens 20 mm mogelijk maakt en die een visuele controle toestaat, om te vermijden dat in het geval van het in werking treden van het systeem zelf, schade wordt veroorzaakt aan personen, dieren of voorwerpen, waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld. Sluit de ingang van het mechanisme ter voorkoming van de overdruk m.b.v. een flexibele buis aan op de koudwaterkraan. Indien noodzakelijk kunt u een afsluitkraan gebruiken. Indien de leegloopkraan wordt opengedraaid dient u bovendien te zorgen voor een afvoerbuis die aan de uitgang wordt verbonden. Als u het mechanisme tegen de overdruk vastschroeft moet u deze op het einde niet forceren en er niet aan sleutelen. Een licht druppelen van het mechanisme tegen de overdruk is normaal in de verwarmingsfase, daarom raden wij u aan de afvoer aan te sluiten (deze moet altijd in verbinding staan met de atmosfeer) op een draineerbuis die in een doorlopende helling naar beneden is geïnstalleerd, in een omgeving vrij van ijs. Op dezelfde buis is het bovendien noodzakelijk een condensdrainage aan te sluiten d.m.v. de speciale koppeling aan de onderzijde van de boiler. Het apparaat mag niet werken met water waarvan de hardheid lager is dan 12°F. Aan de andere kant wordt bij extreem hard water het gebruik van een ontharder aangeraden die correct is afgesteld en gecontroleerd; (meer dan 25°F); In dit geval mag de resterende hardheid niet onder de 15°F raken. Mocht de waterdruk dichtbij de ijkingwaarden van de klep liggen, dan moet een drukverlager worden aangebracht, zo ver mogelijk van het apparaat. AFB 12. A:Warm water / B:Koud water / C:Veiligheidsgroep / D:Afsluitkraan / E:Dielektrische verbindingselementen OPGELET! Spoel de leidingen van de installatie grondig door, zodat eventuele resten van gesneden schroefdraden, soldeerwerk of ander vuil, die de normale werking van het apparaat kunnen verhinderen, verwijderd worden.warmtepompboiler – INSTALLATIE
4.11 Elektrische aansluiting
kabel wordt niet bij het apparaat geleverd
kabel wordt niet bij het
kabel wordt niet bij het apparaat geleverd
Aansluitkabel sondes interne eenheid-externe eenheid
kabel wordt bij het apparaat geleverd
WAARSCHUWING: Voordat u toegang tot terminals, moeten alle voedingsstroomkringen worden losgekoppeld. De corrosiebescherming van het apparaat wordt door batterijen gegarandeerd wanneer dit niet wordt gevoed. Het apparaat wordt geleverd met een voedingskabel (wanneer deze vervangen moet worden, dient men een originele vervangingskabel te gebruiken die door de fabrikant wordt geleverd). Het is noodzakelijk een controle uit te voeren van de elektrische installatie en de conformiteit te toetsen aan de geldende normen. Controleer of de installatie geschikt is voor het maximaal opgenomen vermogen van de boiler (kijk op het typeplaatje), zowel voor wat betreft de doorsnede van de kabels als voor wat betreft hun conformiteit aan de geldende normen. Meervoudige stekkers, verlengsnoeren of adapters zijn verboden. Het is verboden om de leidingen van het hydraulische systeem, het verwarmingssysteem en het gas te gebruiken voor de aardaansluiting van het apparaat. Vóór de inbedrijfstelling moet u controleren of de netspanning overeenkomt met de waarde op het typeplaatje van de apparaten. De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele schade veroorzaakt door afwezigheid van een aardaansluiting of vanwege problemen in de elektriciteitstoevoer. Voor het van het net uitschakelen van het apparaat gebruikt u een tweepolige schakelaar die voldoet aan de geldende normen IEC-EN (min. afstand tussen de contactpunten 3 mm, beter indien voorzien van zekeringen). Het apparaat moet voldoen aan de Europese en nationale normen, en moet worden beschermd door een 30mA aardlekschakelaar. LET OP de verbindingskabels tussen de twee eenheden mogen niet in de buurt van aftakdozen, draadloze systemen voor gegevensuitwisseling (wi-fi routers) of in de buurt van andere kabels lopen. PERMANENTE
Afb. 11 Als u niet beschikt over een elektrisch tarief met dal
en piekuren gebruikt u deze configuratie.
De boiler zal altijd op het elektrische net zijn aangesloten, waardoor het 24 hr per dag zal werken.
Afb. 12 Als u beschikt over een elektrisch tarief met dal
en piekuren en over een geschikte elektriciteitsmeter kunt u beslissen het apparaat alleen op te laden tijdens de daluren. Tijdens de uren waarin het apparaat niet wordt gevoed zal de corrosiebescherming met titanium anode met stroompodruksysteem worden gegarandeerd door oplaadbare batterijen.
Afb. 13 Dit heeft dezelfde economisch e voordelen als de configuratie met dal
en piekuren. Het is bovendien mogelijk een directe verwarming te hebben m.b.v. de BOOST modus die de verwarming ook activeert tijdens het HP tarief.
1) Sluit een tweepolige kabel aan op de speciale signaalcontacten op de meter.
2) Sluit de tweepolige kabel van het signaal aan op het betreffende klemmetje dat zich aan de binnenkant
van het apparaat bevindt, naast het klemmetje van de voeding. OPGELET: De signaalkabel moet in de opening worden gestoken onder de voedingskabel. Hij moet worden bevestigd m.b.v. speciale draadleiders in het product en het traject van de voedingskabel volgen. Hij moet bovendien worden vastgemaakt in de kabelwartels vlakbij de speciale klem. Maak een opening in de rubbertjes om een geschikte diameter voor de doorvoering te verkrijgen.
3) Activeer de HC-HP functie d.m.v. het installatiemenu. (Zie paragraaf 7.6).
Zodra u de hydraulische en elektrische aansluitingen heeft uitgevoerd vult u de boiler met water uit het waternet. Voor het vullen opent u de hoofdkraan van de waterleiding en die van het dichtstbijzijnde warme water en controleert u of alle lucht uit het reservoir is gelopen. Voer een visuele inspectie uit op eventuele waterlekken vanuit de flens en de verbindingsstukken, en draai eventueel voorzichtig vaster aan. Verwijder het afdekplaatje van de batterijen, het batterijenvakje bevindt zich onder de lijst, rechts van de interface. Zie afbeelding 1-2.warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD
GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD
6.1 Eerste inbedrijfstelling
OPGELET! De installatie en de eerste inbedrijfstelling van de ketel moeten door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, in overeenkomst met de geldige nationale normen voor installatie en eventuele voorschriften van de locale autoriteiten en van overheidsinstellingen voor de volksgezondheid. Als de installatie van de boiler niet een eenvoudige vervanging van de huidige boiler betreft, maar deel uitmaakt van een vernieuwing van de bestaande waterinstallatie of van de realisering van een nieuwe waterinstallatie dan moet het installatiebedrijf, aan het einde van de werkzaamheden, aan de eindgebruiker een conformiteitsverklaring overhandigen volgens de geldende normen en voorschriften. In beide gevallen zal het installatiebedrijf de controle van de algemene veiligheid en de functionaliteit van de installatie uitvoeren. Voor u de boiler in werking stelt moet u controleren of de installateur alle handelingen heeft uitgevoerd die tot zijn bevoegdheid behoren. Verzeker u ervan alle uitleg van de installateur te hebben begrepen betreffende de werking van de boiler en de correcte uitvoering van de belangrijkste handelingen van het apparaat. De wachttijd bij de eerste ontsteking van de warmtepomp is 5 minuten.
In het geval van een storing en/of een verkeerde werking van het apparaat moet u het uitschakelen en er niet zelf aan sleutelen, maar u tot een erkende installateur wenden. Eventuele reparaties moeten altijd met originele onderdelen en door erkende vaklui worden uitgevoerd. . Het veronachtzamen van het bovenstaande kan de veiligheid van het apparaat in gevaar brengen en sluit iedere aansprakelijkheid van de fabrikant uit. Als de boiler lang niet gebruikt wordt raden we u aan: - de elektrische voeding los te koppelen of, indien er een speciale schakelaar vóór het apparaat is, deze schakelaar op de stand “OFF” te zetten. - de kranen van het tapwatercircuit dicht te draaien. OPGELET! U dient het apparaat te legen indien het ongebruikt in een vertrek staat waar het mogelijk kan vriezen. Deze handeling mag echter uitsluitend door professionele installateurs worden uitgevoerd. OPGELET! Het warme water dat met een temperatuur van meer dan 50°C uit de kranen komt kan ernstige verbrandingen veroorzaken. Kinderen, gehandicapten en ouderen lopen de meeste risico's. We raden u daarom aan een thermostatische mengkraan te monteren op de wateruitgang van het apparaat, d.w.z. de buis waar een rood bandje omheen zit.
6.3 Veiligheidsnormen
Voor de betekenis van de symbolen die in de volgende tabel worden gebruikt dient u paragraaf 1.1 na te slaan. Ref.
Voer geen handelingen uit waarbij u het apparaat van zijn plaats moet halen. Elektrische schokken door elementen die onder spanning staan.
Lekkage als gevolg van water dat uit losgeraakte leidingen stroomt.
2 Laat geen voorwerpen op het apparaat staan. Persoonlijk letsel door voorwerpen die vallen doordat ze op een trillend voorwerp liggen.
Beschadiging van het apparaat of onderliggende voorwerpen door het vallen van het apparaat als gevolg van trillingen.
3 Niet op het apparaat klimmen. Persoonlijk letsel door het vallen van apparaat.
Beschadiging van het apparaat of onderliggende voorwerpen doordat het apparaat van de muur losraakt.warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD
Voer geen handelingen uit waarbij u het apparaat moet openen. Elektrische schokken door elementen die onder spanning staan. Persoonlijk letsel door verbranden met hete onderdelen of wonden door aanwezigheid van scherpe randen of uitstekende delen.
Zorg er voor dat u de elektrische voedingskabel niet beschadigt.
Elektrische schokken door ongeïsoleerde kabels die onder spanning staan.
Klim niet op instabiele stoelen, krukken, trappen of andere voorwerpen om het apparaat schoon te maken. Persoonlijk letse l door vallen of door beklemming (bij een vouwtrap).
Reinig het apparaat nooit voor u het eerst heeft uitgeschakeld, de stekker eruit heeft gehaald of de externe schakelaar op de stand OFF heeft gezet. Elektrische schokken door elementen die onder spanning staan.
Gebruik het apparaat niet voor andere doeleinden dan voor een normaal huishoudelijk gebruik. Beschadiging van het apparaat door overbelasting. Beschadiging van verkeerd gebruikte onderdelen.
Laat het apparaat niet gebruiken door kinderen of onkundige personen. Beschadiging van het apparaat door onjuist gebruik.
Gebruik geen insectenverdelgers, oplosmiddelen of agressieve schoonmaakmiddelen om het apparaat te reinigen. Beschadiging van de plastic onderdelen of de gelakte onderdelen.
Plaats nooit andere voorwerpen en/of apparaten onder de boiler Beschadiging door eventuele waterlekkage.
12 Drink het condenswater niet Persoonlijk letsel door vergiftiging
7.1 Beschrijving van het bedieningspaneel
Referentie afbeelding 16. Het eenvoudige en rationele bedieningspaneel bestaat uit twee toetsen en een centrale knop. In het bovenste deel toont een DISPLAY de ingestelde temperatuur (set) of de waargenomen temperatuur. Bovendien verschijnt er specifieke informatie zoals de werkingswijze, de storingscodes, de instellingen en de informatie over de staat van het apparaat. Onder de bedieningen en signaleringen vindt u de SMILE LED, die de werkingsmodus van de verwarming van het water in de warmtepomp of van de elektrische weerstand signaleert.
7.2 Het in-en uitschakelen van de boiler
Ontsteking: doe de boiler aan door op de ON/OFF toets te drukken. Het DISPLAY toont de ingestelde temperatuur “set”, de werkingsmodus en het HP symbool en/of het symbool van de weerstand. Deze geven de betreffende werking van de warmtepomp en/of de weerstand weer.
Uitschakelen: schakel de boiler uit door op de ON/OFF toets te drukken. De “SMILE LED” gaat uit, zoals ook het licht van het DISPLAY en de andere signaleringen die daarvoor actief waren. Alleen de tekst “OFF” blijft op het display staan. De corrosiebescherming blijft gegarandeerd en het apparaat zal er automatisch voor zorgen dat de temperatuur van het water in het reservoir nooit onder de 5°C zal dalen.
7.3 Instellen van de temperatuur
Het instellen van de gewenste temperatuur van het warme water doet u door de knop met de klok mee te draaien of tegen de klok in (de tekst zal tijdelijk knipperen). Om de huidige temperatuur van het water in het reservoir te tonen drukt u de knop in en laat u hem gelijk los. De waarde verschijnt 8 seconden lang, waarna de ingestelde temperatuur weer zal verschijnen. De temperaturen die kunnen worden bereikt in de modus warmtepomp variëren in de fabrieksinstellingen van 50°C tot 55°C. M.b.v. het installatiemenu (dat zal worden beschreven in paragraaf 7.6) kunt u het interval uitbreidenwarmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD
van 40°C tot 62°C. (Opgelet! temperaturen van meer dan 55°C met de warmtepomp kunnen een vermeerderde slijtage van de compressor veroorzaken). De maximum temperatuur die u kunt bereiken m.b.v. de elektrische weerstand, is 65°C in de fabriekswaarde, en 75°C als u de instelling in het installatiemenu varieert.
Bij een normale werking kunt u d.m.v. de “mode” toets de werkingsmodus wij zigen waarmee de boiler de ingestelde temperatuur bereikt. De geselecteerde modus verschijnt in de regel onder de temperatuur. Als de warmtepomp actief is verschijnt het symbool:
Als de elektrische weerstand actief is verschijnt het symbool:
- AUTO: de boiler beslist vanzelf hoe hij de gewenste temperatuur in een zo kort mogelijk tijdsbestek kan bereiken. De warmtepomp wordt op een rationele manier gebruikt en de weerstand wordt alleen indien noodzakelijk ingezet. Het maximaal aantal uur dat hieraan kan worden besteed hangt af van de parameter P9 - TIME_W (Zie paragraaf 7.7), die normaalsgewijs op 8 uur staat ingesteld. (aanbevolen voor de winter).
- BOOST: wanneer u deze modus activeert gebruikt de boiler tegelijkertijd de warmtepomp en de weerstand om de gewenste temperatuur binnen zo kort mogelijke tijd te bereiken. Zodra de temperatuur bereikt is zal de boiler weer overschakelen op de AUTO modus.
- BOOST 2 (kan worden geactiveerd m.b.v. het installatiemenu): T.o.v. Boost, zal de modus Boost2 ook actief blijven nadat de set-temperatuur is bereikt.
- GREEN: de boiler gebruik altijd de warmtepomp waardoor een optimale energiezuinigheid gegarandeerd wordt! De maximaal bereikbare temperatuur hangt af van de waarde van de parameter P3 (51-62°C), zie paragraaf 7,7. De elektrische weerstand zal alleen ontsteken in het geval dat er werkingsproblemen van de warmtepomp optreden (fouten, luchttemperatuur buiten het werkingsbereik, ontdooien aan de gang, anti-legionella). Deze functie wordt aanbevolen voor luchttemperaturen van boven de 0°C tijdens de verwarmingsuren.
- PROGRAM (kan worden geactiveerd m.b.v. het installatiemenu): er zijn twee programma’s, P1 en P2, beschikbaar die tijdens een dag zowel afzonderlijk als gezamenlijk kunnen werken (P1+P2). Het apparaat zal in staat zijn om de verwarmingsfase te activeren zodat de gekozen temperatuur op het vooraf ingestelde tijdstipt bereikt is, waarbij verwarming door middel van de warmtepomp de voorkeur heeft en alleen indien noodzakelijk de elektrische weerstanden gebruikt worden. Een aantal keren op de “mode” toets drukken totdat het gewenste Program geselecteerd kan worden, de knop draaien om de gewenste temperatuur in te stellen, op de knop drukken om te bevestigen, de knop draaien om het gewenste tijdstip in te stellen en op de knop drukken om te bevestigen; in P1+P2 modus de gegevens voor beide programma’s instellen. In het geval van een elektriciteitsvoorziening met dubbel tarief met HC/HP-signaal, is het toch mogelijk om de verwarming van het water op elk moment van de dag in te schakelen. Voor deze functie moet de huidige tijd worden ingesteld, zie volgende paragraaf. Waarschuwing: ter garantie van uw comfort kan in het geval van werking in P1+P2 modus met zeer dicht bij elkaar liggende tijden gebeuren dat de temperatuur van het water hoger is dan de ingestelde temperatuur: in dit geval kan het golvensymbool verschijnen.
- VOYAGE (kan worden geactiveerd m.b.v. het installatiemenu): Deze modus is ontwikkeld voor periodes waarin de boiler voor langere tijd niet wordt gebruikt. U stelt de dagen in waarop u afwezig bent en waarop de boiler uitgeschakeld moet blijven. De boiler zal alleen worden geactiveerd om ervoor te zorgen dat er bij uw terugkomst warm water is. De corrosiebescherming blijft gegarandeerd en het apparaat zal er automatisch voor zorgen dat de temperatuur van het water in het reservoir nooit onder de 5°C zal dalen. Druk op de “mode” toets totdat u de VOYAGE modus heeft geselecteerd. Draai aan de knop om het juiste aantal dagen (“days”) in te stellen. Druk op de knop om te bevestigen. Op het display verschijnt alleen het overgebleven aantal dagen voordat het apparaat opnieuw wordt ingeschakeld. Bij een elektrische aansluiting met contactor G/N of met HC-HP signaal dient u het aantal nachten dat u aanwezig bent specificeren. Houd er rekening mee dat het product alleen ’s nachts functioneert. Als u bv. zaterdagochtend uw huis verlaat en van plan bent de zondag van de daaropvolgende week terug te keren dient u, zaterdagochtend, 7 nachten afwezigheid in te stellen, teneinde een beschikbaarheid van warm water te garanderen wanneer u zondag overdag terugkeert.warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD
7.5 Instellen van de tijd
Het instellen van de tijd is vereist wanneer:
- De Program-modus is geactiveerd via het installatiemenu (parameter P11 ingesteld op ON, zie paragraaf 7.7);
- De Program-functie geactiveerd is en tegelijkertijd de stroomvoorziening van het elektriciteitsnet onderbroken wordt of de batterijen leeg of afgekoppeld zijn (het product zal weer opgestart worden in de Auto-modus). Daarnaast kan de tijd middels parameter L0 worden ingesteld (paragraaf 7.6). De display zal knipperen en de cijfers van de uren en minuten tonen. De knop draaien totdat de huidige uurtijd bereikt is en bevestigen door op de knop te drukken. De procedure herhalen om de minuten in te stellen.
M.b.v. het informatiemenu kunt u de gegevens aflezen waarmee u het apparaat controleert. Om het menu te zien drukt u 5 seconden lang op de knop. Draai aan de knop om de parameters L1, L2, L3 …L14 te selecteren. In de onderstaande regel vindt u de beschrijving van de parameter. Zodra u de gewenste parameter heeft gevonden drukt u op de parameter om de waarde te bekijken. Om terug te keren naar de selectie van de parameters drukt u nogmaals op de knop of op de “MODE” toets.
Om het informatiemenu te verlaten drukt u op de “mode” toets. (Het apparaat verlaat het menu automatisch nadat het 10 minuten niet gebruikt is).
Beschrijving parameter
L0 TIME Visualisatie en instelling van de huidige tijd (verwisselbare parameter, alleen beschikbaar als "Program"-modus is geactiveerd).
/uitschakeling werkingsstatus met dal
Maximum aantal uren geaccepteerde voeding
/uitschakeling antilegionella functie ( on/off)
Maximum ingestelde temperatuur pompgroep
Afgelezen temperatuur sonde 1 weerstandgroep
Afgelezen temperatuur sonde 2 weerstandgroep
Afgelezen temperatuur sonde warmwaterleiding
Afgelezen temperatuur sonde
Afgelezen temperatuur sonde verdamper
/uitschakeling ontdooifunctie (on/off)
HET WIJZIGEN VAN DE VOLGENDE PARAMETERS MOET DOOR DESKUNDIG PERSONEEL WORDEN UITGEVOERD. D.m.v. het installatiemenu kunt u enkele instellingen van het apparaat wijzigen.
Links versch ijnt het symbool voor het onderhoud. Om het menu te openen drukt u 5 seconden op de knop, loopt u langs de parameters van het menu “L - INFO” totdat u op de tekst “P0 - CODE” komt.
Zodra u de code heeft ingevoerd (zoals aangegeven in de volgende tabel), draait u aan de knop om de parameters P1, P2, P3… C2 te selecteren. Zodra u de parameter heeft gevonden die u wenst te wijzigen drukt u op de knop om de waarde ervan te bekijken. Draai daarna aan de knop om de gewenste waarde te selecteren. Om op de selectie van de parameters terug te keren drukt u op de knop om de ingestelde waarde op te slaan. Druk op “mode” (of wacht 10 seconden) als u de afregegelingsmodus wilt verlaten zonder de ingevoerde waarde op te slaan.
Om het installatiemenu te verlaten drukt u op de “mode” toets.
(Het apparaat verlaat het menu automatisch nadat het 10 minuten niet gebruikt is). Parameter
Beschrijving parameter
P0 CODE Invoeren code voor de toegang tot het installatiemenu.
Op het display verschijnt het nummer 222
Draai de knop tot aan het nummer 234, druk nogmaals op de knop. Nu heeft u toegang tot het installatiemenu.
T Max Regeling van de maximum bereikbare temperatuur (van 65°C tot 75°C).
Een hogere temperatuurwaarde zorgt ervoor dat u over een grotere hoeveelheid warm water kunt beschikken.
P2 T Min Regeling van de minimum bereikbare temperatuur (van 50°C tot 40°C).
Een lager ingestelde temperatuur zorgt voor een grotere energiebesparing wanneer u een beperkt warmwatergebruik heeft.
P3 T HP Regeling va n de maximum bereikbare temperatuur met de warmtepompgroep (van 50°C tot 62°C). Opgelet! Temperaturen van meer dan 55°C met de warmtepomp kunnen een vermeerderde slijtage van de compressor veroorzaken.
Als deze functie wordt geactiveerd zal de warmtepomp ook functioneren met een toegangslucht met temperaturen tot -5°C.
P8 HC-HP Weergave en instelling van de huidige tijd (parameter die gewijzigd kan worden, alleen beschikbaar als de Program-modus geactiveerd is) (Let op: alleen activeren als de signaalkabel HC-HP aangesloten is) (on/off).
Maximum waarde verwarming per dag (van 5hr tot 24hr).
Reset van alle fabriekswaarden.
Inschakeling/uitschakeling van de Program
C1 CHECK Inschakeling van de controleprocedure van de elektrische aansluitingen (alleen gebruiken met een gevoed product en een luchttemperatuur van minder dan 30°C) C2 CHARGE Act iveert de omkering van de cyclus om vullen met gas mogelijk te maken (paragraaf 4.9) (alleen gebruiken bij een gevoed product).warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD
7.8 Controleprocedure elektrische aansluitingen “Check” (Functie die geactiveerd kan worden middels het
installatiemenu). Door middel van deze functie kan een controle worden uitgevoerd van de elektrische aansluitingen die tijdens de installatie tot stand gebracht zijn. De procedure van het installatiemenu kan opgestart worden, door parameer C1 op ON te zetten en te bevestigen door op de knop te drukken. De procedure duurt ongeveer 8 minuten: gedurende deze tijd knipperen op de display de symbolen van de voortgang van de procedure. Om deze functie te onderbreken, op de “mode” toets drukken.Als aan het einde van de procedure het antwoord “OK” is, zijn de elektrische aansluitingen correct uitgevoerd. Als het antwoord “KO” is, de elektrische aansluitingen tussen de interne en externe eenheden opnieuw controleren en letten op de op de op de klemmen aangegeven nummering. De aansluiting van de kabel van de sonde controleren.
7.9 Anti-legionella bescherming (Functie activeerbaar d.m.v. het installatiemenu)
Als deze functie geactiveerd is kunt u, op geheel automatische wijze, de functie anti
legionella bescherming uitvoeren. Een keer per maand wordt het water op een temperatuur van 65°C gebracht voor een maximum tijd van 15 minuten. Dit is voldoende om de vorming van bacteriën in het reservoir en de buizen tegen te gaan (dit indien in deze periode het water niet minstens eenmaal op T>57°C voor minstens 15 minuten is gebracht). De eerste verwarmingscyclus vindt 3 dagen vanaf de activering van de functie plaats. Het water op deze temperatuur kan verbrandingen veroorzaken, daarom raden wij u aan een thermostatische mengkraan te gebruiken.Het bereiken van een hogere dan de ingestelde temperatuur wordt aangegeven door het golvensymbool. Tijdens de anti-legionella cyclus zal op de display in de plaats van de werkingsmodus de tekst ANTI_B verschijnen; nadat de anti-legionella cyclus beëindigd is blijft de ingestelde temperatuur de oorspronkelijke temperatuur. In het geval dat het dubbele tarief met HC-HP signaal geldt, zal de functie worden uitgevoerd tijdens de uren van het goedkope tarief. Om de functie te onderbreken op de “on/off” toets drukken.
Het apparaat krijgt in de fabriek een bepaalde configuratie toegewezen waardoor enkele bedrijfsmodussen, functies of waarden reeds zijn ingesteld, volgens hetgeen wordt aangegeven in de volgende tabel.
DEFROST (activering ontdooien actief)
TIME_W (aantal uren geaccepteerde voeding)
7.11 Werking met twee verschillende tijdstarieven
Om te kunnen werken in installaties die beschikken over twee verschillende tijdstarieven zal de controlelogica het gemiddelde aantal uren per dag berekenen waarin de elektrische stroom beschikbaar is tegen het goedkopere tarief (HC). Een automatische waarneemfunctie zorgt ervoor dat het product de ingestelde temperatuur bereikt in het (beperkte) tijdsbestek waarin het goedkope tarief geldt. Het maximale aantal uren wordt aangegeven door de parameter P9 TIME_W. Bij de eerste ontsteking (of na een uitschakeling van de hardware) is de defaultwaarde 8 uur.
7.12 Antivriesfunctie
In ieder geval zal, wanneer het apparaat onder spanning staat, en de temperatuur van het water in het reservoir onder de 5°C daalt, automatisch de weerstand worden geactiveerd (1000W) om het water tot op 16°C te verwarmen. Als de GREEN modus is ingesteld zal het apparaat deze handeling uitvoeren m.b.v. de warmtepomp.warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD
Op het moment dat zich een defect voordoet schakelt het apparaat over naar een storingsstatus. Het display begint te knipperen en toont een storingscode. De boiler zal warm water blijven produceren mits de storing slechts één van de twee verwarmingsgroepen betreft, en zal de warmtepomp of de weerstand laten werken. Als de storing de warmtepomp betreft verschijnt op het scherm het knipperende symbool “HP”. Als de storing de weerstand betreft zal het symbool van de weerstand gaan knipperen. Als de storing beide betreft zullen ze beide gaan knipperen. Storings code Oorzaak
Verwarming zonder water in het reservoir OFF OFF Het product uitschakelen
Controleer de oorzaken van de afwezigheid van het water (lekkages, hydraulische aansluitingen, enz.)
Te hoge temperatuur van het water in het reservoir OFF OFF Het product uitschakelen, wachten tot de temperatuur van het water in het reservoir onder het veiligheidsniveau daalt; als de fout blijft de technische dienst bellen
Waarneming van een te groot temperatuursverschil tussen de sondes weerstand zone
OFF OFF Schakel het apparaat uit en daarna weer in. De sondes controleren of eventueel laten vervangen
Lage druk circuit warmtepomp of ventilatorfout ON OFF Het product uitschakelen
Controleren of de verdamper perfect schoon is. De werking van de hot-gas klep laten controleren en eventueel vervangen. Controleren of de ventilator goed werkt. Controleer probe van 'verdamper
Fout compressor of gaslek o Storing luchtsonde ON OFF Het product uitschakelen
Controleren of de verdamper perfect schoon is. De werking van de compressor en/of laten controleren en/of laten controleren of er geen lekkages van het koelgas zijn. de plaatsing van de sonde laten controleren en eventueel de sonde laten vervangen
ON ON Het product uitschakelen
Controleren of de verdamper en de roosters van de externe eenheid perfect schoon zijn.
Storing ventilator ON OFF Het product uitschakelen
Cont roleren of er geen fysieke belemmeringen voor de beweging van de ventilatorbladen zijn, de aansluitkabels met de printplaten laten controleren. Controleer probe van 'verdamper
Storing luchtsonde ON OFF Controleren of de verbinding van de sondekabels t ussen de interne en de externe eenheden correct is, de plaatsing van de sonde laten controleren en eventueel de sonde laten vervangen
Storing sonde verdamper ON OFF Controleren of de verbinding van de sondekabels tussen de interne en de externe eenheden correct is, de plaatsing van de sonde laten controleren en eventueel de sonde laten vervangen
Storing warmwatersonde ON OFF De correcte aansluiting en plaatsing van de sonde controleren en de sonde eventueel laten vervangen
gas klep laten controleren en eventueel vervangen. Controleren of de ventilator niet kapot is (in dit geval vervangen) Het product uitschakelen Controleren of de verdamper en de roosters van de externe eenheid perfect schoon zijn
Storing elektronische kaart OFF OFF Probeer het apparaat eerst uit en daarna weer in te schakelen. Eventueel de werking van de kaarten laten controleren
Te hoog aantal ON/OFF (Deblokkering)
OFF OFF Schakel tijdelijk het product en de batterijen uit.
Geen communicatie tussen elektronische kaart en interface OFF OFF Probeer het apparaat eerst uit en daarna weer in te schakelen. Eventueel de werking van de kaarten laten controleren of deze vervangen
Reservoir leeg (EMPTY) circuit anode met stroompodruksysteem open OFF OFF Controleer de aanwezigheid van water in het reservoir, de anode met stroomopdruksysteem laten controleren of eventueel laten vervangen
stroomopdruksysteem in kortsluiting ON ON Controleer of vervang eventueel de anode met stroomopdruksysteemwarmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD
8. ONDERHOUD voor geautoriseerd personeel
WAARSCHUWING! Let op de algemene waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften die in de vorige leden en zich strikt aan de aanwijzingen daarin. Alle ingrepen en onderhoudsactiviteiten moeten door erkende installateurs worden uitgevoerd (installateurs die in het bezit zijn van de rekwisieten die door de geldende normen worden vastgesteld).
8.1 Legen van het apparaat
U dient het apparaat te legen indien het ongebruikt in een vertrek wordt geplaatst waar het mogelijk kan vriezen. Als dit nodig is kunt u het apparaat zoals volgt legen: - schakel het apparaat los van het elektriciteitsnet - sluit de stopkraan af indien deze is gemonteerd. Als dit niet het geval is sluit u de hoofdwaterkraan af. - open de warmwaterkraan (wastafel of badkuip) - open de kraan op de veiligheidsklep.
8.2 Normaal onderhoud
We raden u aan de verdamper jaarlijks te reinigen om stof en brokstukken te verwijderen. Voor toegang tot de verdamper, die zich op de externe eenheid bevindt, moeten de bevestigingsschroeven van het beschermingsrooster verwijderd worden. Reinigen met een flexibile borstel en uitkijken dat u de ventilator niet beschadigt. In het geval dat u gebogen lamellen tegenkomt, deze door middel van een speciale kam (tussenruimte 1,6mm) weer rechttrekken. Controleer of de buis voor de condensafvoer (op de externe eenheid) niet verstopt is. Alleen originele reserveonderdelen gebruiken.
Het uitgaande water is koud of niet warm genoeg Lage temperatuur ingesteld.
De temperatuur voor het uitgaande water verhogen
Op de display controleren of er fouten zijn en handelen op de in de “Error”-tabel aangegeven wijze
Geen elektrische aansluiting, afgekoppelde of beschadigde kabels
De spanning op de voedingsklemmen controleren, controleren of de kabels in orde en aangesloten zijn
Geen HC/HP-signaal (als het product geïnstalleerd is me de EDF-signaalkabel) Om de werking van het product te controleren, de “Boost”
modus inschakelen: als de uitslag positief is controleren of het HC/HP-signaal van de gasmeter aanwezig is, controleren of de EDF-kabels in orde zijn
Storing van de timer voor he t dubbele tarief (als het product met deze configuratie geïnstalleerd is)
De werking van de gasmeter overdag/’s nachts controleren en controleren of de ingestelde tijd voldoende is voor de verwarming van het water
“Voyage”-functie ingeschakeld
controler en dat het apparaat zich niet in de “Voyage” programmeringsfase bevindt: in dit geval de functie uitschakelen
De elektriciteitstoevoer controleren, het product inschakelen
Gebruik van een grote hoeveelheid warm water wanneer het product zic h in de verwarmingsfase bevindt
Controleren of fout E5, ook onregelmatig, aanwezig is
Het water is zeer heet (met mogelijk damp uit de kranen) Hoog niveau van kalkaanslag van de ketel en zijn onderdelen De elektrische voeding uitschakelen, h et apparaat legen, de kous van de weerstand demonteren en de kalkaanslag aan de binnenkant van de ketel verwijderen: let erop om het glazuur van de ketel en de kous van de weerstand niet te beschadigen. Het product weer volgens de oorspronkelijke configuratie in elkaar zetten: het wordt aangeraden om de pakking van de flens te vervangen.
Controleren of fout E5, ook onregelmatig, aanwezig is
Verminderde werking van de warmtepomp, bijna permanente werking van de elektrische weerstand Luchttemper atuur buiten het bereik
Element dat afhankelijk is van de weersomstandigheden
Een lagere temperatuurparameter of een hogere parameter dan “Time W” instellen
Installatie uitgevoerd met niet
Het product voeden met een correcte elektrische spanning
De staat van reiniging van de verdamper controleren
Problemen met het circuit van de warmtepomp
Controleren of er geen foutmeldingen op de display weergegeven worden Het is minder dan 8 dagen geleden dat:
- Eerste ontsteking. -Wijziging van de parameter Time W. -Gebrek aan voeding bij afwezigheid van batterijen of met lege batterijen.warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD
Parameter P7 ingesteld op OFF en externe luchttemperatuur lager dan 10°C.
Lekken of verstopping van het watercircuit Controleren of zich geen lekken in het circuit bevinden, controleren
of de deflector van de ingangsleiding van koud tapwater en de toevoerleiding van warm water in orde zijn
Waterlekkage uit het overdrukmecha nisme Het druppelen van water uit het systeem moet als normaal worden beschouwd gedurende de verwarmingsfase. Als u het druppelen wilt vermijden moet u een expansievat installeren op de afvoerinstallatie. Als druppelen tijdens de niet-verwarmende periode door blijft gaan, de kalibratie van het instrument en de druk van de waterleiding controleren. Let op: Verstop nooit de afvoeropening van het systeem!
Toename van het lawaai van de externe eenheid (warmtepomp)
Aanwezigheid van verstoppende elementen aan de binnenkant De bewegende onderdelen van de externe eenheid controleren, de ventilator en de andere onderdelen reinigen die lawaai zouden kunnen maken
Trillen van enkele onderdelen De middels mobiele v ergrendelingen aangesloten onderdelen controleren en kijken of de schroeven stevig zijn aangedraaid
Problemen met de weergave of uitgaan van de display Beschadiging of afkoppeling van de verbindingskabels tussen de printplaat en de interfacekaart
Controleren of de verbinding in orde is, de werking van de printplaten controleren Gebrek aan voeding bij afwezigheid van batterijen of met lege batterijen. De elektrische voeding en de staat van de batterijen controleren, en laatstgenoemden indien nodig vervangen Vieze geur afkomstig van het product
Afwezigheid van een sifon of lege sifon Zorgen voor een sifon. Controleren of het apparaat voldoende water bevat Abnormaal of overmatig gebruik in vergelijking met
verwachtingen Lekken of gedeeltelijke verstopping van het koelgascircuit Op zicht controleren dat de verbindingsleidingen of de kranen niet beschadigd zijn. Het product opstarten in de warmtepomp-modus, een lekzoeker voor R134a gebruiken om te controleren of er geen lekken zijn.
Ongunstige omgevings
installatieomstandigheden
Verdamper gedeeltelijk verstopt
Contact opnemen met de technische dienst
8.4 Normaal onderhoud t.b.v. de gebruiker
De batterijen dienen elke 2 jaar te worden vervangen of in geval van verlies. Controleer dat de oude batterijen correct worden weggegooid en dat ze alleen worden vervangen door 3 oplaadbare AA batterijen van minimum 2100 mAh. Controleer dat de polen worden gerespecteerd zoals aangegeven in het batterijenvakje. Het batterijenvakje bevindt zich onder de lijst, rechts van de interface. Zie afbeelding 16. Het apparaat moet worden getrokken wanneer u de batterijen te verwijderen.
8.5 Verwijdering van de boiler
Het apparaat bevat koelgas van het type R134a, wat niet in de atmosfeer mag geraken. Een definitieve uitschakeling van de boiler moet daarom door een bevoegde installateur worden uitgevoerd. Dit product is conform aan de EU Richtlijn 2002/96/EC. Het symbool van de "afvalemmer met een kruis" op het typeplaatje van het apparaat betekent dat het product aan het einde van zijn levenscyclus niet met het gewone huisvuil mag worden meegegeven. Het moet gescheiden worden ingezameld in een speciale vuilstortplaats voor elektrische en elektronische apparatuur of worden ingeruild bij de verkoper tijdens de aanschaf van een nieuw, soortgelijk apparaat. De gebruiker is verwantwoordelijk voor het apart laten inzamelen van het apparaat aan het einde van zijn levensduur. De juiste inzameling van het apparaat dat niet meer wordt gebruikt, teneinde het te recyclen, te behandelen en het op een milieuvriendelijke wijze te vernietigen zorgt er mede voor dat er geen mogelijk negatieve effecten worden geproduceerd op het milieu en de volksgezondheid en helpt de materialen waaruit het product is vervaardigd te hergebruiken. Voor meer informatie betreffende de beschikbare verzamelmogelijkheden dient u zich te wenden tot de gemeentelijke reinigingsdienst of tot de verkoper van het product. Het apparaat beschikt over oplaadbare batterijen. Deze moeten worden verwijderd vóór u het apparaat wegdoet en in de speciale houders worden geplaatst. De batterijen bevinden zich onder de lijst van de interface.97
Notice-Facile