SKE 4005 Solar - Ketel Junkers - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SKE 4005 Solar Junkers in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SKE 4005 Solar Junkers
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SKE 4005 Solar - Junkers en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SKE 4005 Solar van het merk Junkers.
GEBRUIKSAANWIJZING SKE 4005 Solar Junkers
1 Toelichting van de symbolen 35
1.1 Toelichting van de symbolen ..... 35
1.2 Algemene veiligheidsinstructies ..... 35
2 Gegevens betreffende het product ..... 35
2.1 Gebruik 35
2.2 Typeplaat 36
2.3 Leveringsomvang 36
2.4 Technische gegevens 36
2.5 Productbeschrijving 37
3 Voorschriften 37
4 Transport 37
5 Montage 37
5.1 Opstelling 37
5.1.1 Eisen aan de opstellingsplaats ..... 37
5.1.2 Tapwaterboiler opstellen 38
5.2 Hydraulische aansluiting ..... 38
5.2.1 Boiler hydraulisch aansluiten ..... 38
5.2.2 Veiligheidsklep inbouwen (bouwzijdig) .. 38
5.3 Warmwatertemperatuurvoeler monteren 38
5.4 Elektrisch verwarmingselement (toebehoren) 38
6 In bedrijf nemen 39
6.1 Boiler in bedrijf stellen 39
6.2 Eigenaar adviseren 39
7 Buitenbedrijfstelling 39
8 Milieubescherming 39
9 Onderhoud 40
9.1 Onderhoudsintervallen 40
9.2 Onderhoudswerkzaamheden ..... 40
9.2.1 Veiligheidsklep controleren ..... 40
9.2.2 Boiler ontkalken/reinigen 40
9.2.3 Magnesiumanode controlleren ..... 40
1 Toelichting van de symbolen
1.1 Toelichting van de symbolen
Waarschuwing

Waarschuwingsaanwijzingen in de tekst worden aangegeven met een gevarendriehoek met grijze achtergrond en een kader.

Bij gevaren door stroom wordt het uitroepteken in de gevarendriehoek vervangen door een bliksemsymbool.
Signaalwoorden voor een waarschuwingsaanwijzing ge-ven de soort en de ernst van de gevolgen aan, wanneer de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet ge-respecteerd worden.
- OPMERKING betekent dat materiële schade kan ontstaan.
- VOORZICHTIG betekent dat licht tot middelzwaar persoonlijk letsel kan ontstaan.
- WAARSCHUWING betekent dat zwaar lichamelijk letsel kan ontstaan.
- GEVAAR betekent dat er levensgevaarlijk lichamelijk letsel kan ontstaan.
Belangrijke informatie

Belangrijke informatie, zonder gevaar voor mens of materialen, wordt met het nevenstaande symbool gemarkeerd. Dit wordt gescheiden van de tekst door een lijn onder en boven de tekst.
Aanvullende symbolen
Symbool Betekenis
| ▶Handelingsstap | |
| → | Kruisverwijzing naar andere plaatsen in het document of naar andere documenten |
| • | Opsomming/lijstpositie |
| - Opsomming/lijstpositie (2e niveau) | |
Tabel 29
1.2 Algemene veiligheidsinstructies
Algemeen
Deze onderhoudshandleiding is bedoeld voor de installateur.
Niet respecteren van de veiligheidsinstructies kan ernstig persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
- Lees de veiligheidsinstructies en volg de instructies daarin op.
▶Onderhoudshandleiding respecteren, zodat de optimale werking wordt gewaarborgd.
▶Warmteproducent en toebehoren overeenkomstig de bijbehorende installatiehandleiding monteren en in bedrijf stellen.
▶Er mogen geen open expansievaten worden gebruikt.
▶De veiligheidsklep nooit sluiten!
2 Gegevens betreffende het product
2.1 Gebruik
De tapwaterboiler is bedoeld voor het opwarmen en opslaan van drinkwater. De voor drinkwater geldende nationale voorschriften, richtlijnen en normen respecteren.
De tapwaterboiler via het zonnecircuit alleen met zonne-vloeistof verwarmen.
De tapwaterboiler alleen in gesloten systemen gebruiken.
Een andere toepassing is niet voorgeschreven. Schade die ontstaat door verkeerd gebruik is uitgesloten van de aansprakelijkheid.
| Eisen aan hetdrinkwater Eenheid | ||
| Waterhardheid, min. ppm | 36 | |
| grain/US gallon | 2,1 | |
| °dH | 2 | |
| pH-waarde, min. - max. 6,5 - 9,5 | ||
| Geleidbaarheid, min. - max. | μS/cm 130 - 1500 | |
Tabel 30 Eisen aan het drinkwater
2.2 Typeplaat
De typeplaat bevindt zich bovenaan de achterzijde van de boiler en bevat de volgende informatie:
Pos. Beschrijving
| 1 Typecodering |
| 2 Serienummer |
| 3 Werkelijke inhoud |
| 4 Stilstandsverliezen |
| 5 Volume verwarmd via elektrische verwarming |
| 6 Fabricagejaar |
| 7 Corrosiebeveiliging |
| 8 Max. tapwatertemperatuur boiler |
| 9 Max. aanvoertemperatuur warmtebron |
| 10 Max. zonne-aanvoertemperatuur |
| 11 Elektrisch aansluitvermogen |
| 12 CV-water ingangsvermogen |
Tabel 31 Typeplaat
Pos. Beschrijving
| 13 CV-water debiet voor cv-water ingangsvermogen |
| 14 Met 40 °C tapbaar volume van de elektrische verwarming |
| 15 Max. bedrijfsdruk drinkwaterzijde |
| 16 Hoogste ontwerpdruk |
| 17 Max. bedrijfsdruk verwarmingsbronzijde |
| 18 Max. bedrijfsdruk zonnezijde |
| 19 Max. bedrijfsdruk drinkwaterzijde CH |
| 20 Max. testdruk drinkwaterzijde CH |
| 21 Max. tapwatertemperatuur bij elektrische verwarming |
Tabel 31 Typeplaat
2.3 Leveringsomvang
- Boiler
• Installatie- en onderhoudshandleiding - Sensorset
| Eenheid | SKE 290-5 solar | SK 300-5 solar | SKE 400-5 solar | |
| Algemeen | ||||
| Maten | → afb. 1, pagina 66 | |||
| Kantelmaat mm 1945 1655 1965 | ||||
| Minimale kamerhoogte voor vervangen van de anode. mm 2000 1850 2100 | ||||
| Aansluitingen | → tab. 33, pagina 37 | |||
| Aansluitmaat tapwater | DN | R1" | R1" | R1" |
| Aansluitmaat koud water | DN | R1" | R1" | R1" |
| Aansluitmaat circulatie | DN | R ^3/4 " | R ^3/4 " | R ^3/4 " |
| Binnendiameter dompelhuls zonnetemperatuursensor | mm | 19 | 19 | 19 |
| Binnendiameter dompelhuls boilertemperatuursensor | mm | 19 | 19 | 19 |
| Leeg gewicht (zonder verpakking) | kg | 115 | 118 | 135 |
| Totaal gewicht incl. vulling | kg | 405 | 408 | 515 |
| Boilerinhoud | ||||
| Effectieve inhoud (totaal) | I | 290 | 290 | 380 |
| Effectieve inhoud (zonder zonneverwarming) | I | 120 | 125 | 155 |
| Effectieve tapwaterhoeveelheid ^1) bij tapwateruitlaattemperatuur ^2) : | ||||
| 45 °C | I | 171 | 179 | 221 |
| 40 °C | I | 200 | 208 | 258 |
| Standby-warmtevoorziening | kWh/24h | 2,1 | 2 | 2,2 |
| Maximaal debiet koudwaterinlaat | l/min | 29 | 29 | 38 |
| Maximale temperatuur tapwater | °C | 95 | 95 | 95 |
| Maximale bedrijfsdruk drinkwater | bar | 10 | 10 | 10 |
| Hoogste ontwerpdruk (koud water) | bar | 7,8 | 7,8 | 7,8 |
| Maximale testdruk tapwater | bar | 10 | 10 | 10 |
| Bovenste warmtewisselaar | ||||
| Inhoud | I | 8,6 | 6,2 | 7,0 |
| Oppervlak | m ^2 | 0,9 | 0,9 | 1 |
| Vermogensfactor NL conform NBN D 20-001 ^3) | NL | 1,8 | 2 | 3 |
| Permanent vermogen (bij 80 °C aanvoertemperatuur, 45 °C tapwateruitlaat-temperatuur en 10 °C koudwatertemperatuur) | kW | 31,5 | 28,5 | 36 |
| l/min | 12,9 | 11,7 | 14,7 | |
| Opwarmtijd bij nominaal vermogen | min | 11 | 10 | 12 |
| Maximaal verwarmingsvermogen ^4) | kW | 31,5 | 28,5 | 36 |
Tabel 32 Afmetingen en technische gegevens ( → afb.1, pagina 66 en afb. 3, pagina 67)
| Eenheid | SKE 290-5 solar | SK 300-5 solar | SKE 400-5 solar | |
| Maximale temperatuur cv-water °C 160 160 160 | ||||
| Maximale bedrijfsdruk cv-water bar 16 16 16 | ||||
| Aansluitmaat cv-water | DN | R1" | R1" | R1" |
| Drukverliesdiagram | → afb. 2, pagina 67 | |||
| Onderste warmtewisselaar | ||||
| Inhoud | I | 5,8 | 8,8 | 12,1 |
| Oppervlak | m^2 | 1,3 | 1,3 | 1,8 |
| Maximale temperatuur cv-water °C 160 160 160 | ||||
| Maximale bedrijfsdruk cv-water bar 16 16 16 | ||||
| Zonne-aansluitmaat | DN | R1" | R1" | R1" |
| Drukverliesdiagram | → afb. 3, pagina 67 | |||
Tabel 32 Afmetingen en technische gegevens ( → afb.1, pagina 66 en afb. 3, pagina 67)
1) Zonder zonneopwarming of naladen; ingestelde boilertemperatuur 60 °C
2) Gemengd water op tappunt (bij 10 °C koudwatertemperatuur)
3) De vermogensfactor N_L = 1 conform NBN D 20-001 voor 3,5 personen, normaal bad en gootsteen. Temperaturen: boiler 60 °C, uitlaat 45 °C en koud water 10 °C. Meting met max. verwarmingsvermogen. Bij verlaging van het verwarmingsvermogen wordt N_L kleiner.
4) Bij warmteproducenten met hoger verwarmingsvermogen op de gegeven waarde begrenzen.
2.5 Productbeschrijving
| Pos. | Beschrijving |
| 1 | Tapwateruitgang |
| 2 | Aanvoer boiler |
| 3 | Dompelhuls voor temperatuursensor warmtebron |
| 4 | Circulatie-aansluiting |
| 5 | Retourleiding boiler |
| 6 | Zonneaanvoer |
| 7 | Dompelhuls voor zonnetemperatuursensor |
| 8 | Zonneretour |
| 9 | Ingang koud water |
| 10 | Onderste warmtewisselaar voor zonneverwarming, geëmailleerde gladde buis |
| 11 | Testopening voor onderhoud en reiniging aan de voorzijde. |
| 12 | Model SKE 290-5 solar en SKE 400-5 solar met mof (Rp 1 1⁄2") voor montage van een elektrisch verwarmingselement |
| 13 | Bovenste warmtewisselaar voor naverwarming door cv-ketel, geëmailleerde gladde buis |
| 14 | Boilervat, geëmailleerd staal |
| 15 | Elektrisch geïsoleerde, ingebouwde magnesiumanode |
| 16 | PS-manteldeksel |
| 17 | Mantel, gelakt staal met polyurethaan hard-schuim warmte-isolatie 50 mm |
Tabel 33 Productbeschrijving ( → afb. 4, pagina 68 en afb. 12, pagina 70)
3 Voorschriften
Installeer de boiler conform de nationale normen en richtlijnen.
Deze bufferboiler dient door een bevoegd installateur te worden geplaatst. Hij dient zich te houden aan de geldende nationale en plaatselijke voorschriften. In geval van twijfel dient hij zich te informeren bij de officiële instanties of bij de nv Bosch Thermotechnology.
4 Transport
▶Tapwaterboiler tijdens het transport beveiligen tegen vallen.
▶Verpakte boiler met steekkar en spanband transporteren (→ afb. 5, pagina 68).
-of-
- Onverpakte boiler met transportnet transporteren, daarbij de aansluitingen tegen beschadiging beschermen.
5 M o n t a g e
De boiler wordt compleet gemonteerd geleverd.
▶Boiler op schade en volledigheid controleren.
5.1 Opstelling
5.1.1 Eisen aan de opstellingsplaats

OPMERKING: Schade aan de installatie door onvoldoende draagkracht van het opstellingsoppervlak of door een niet geschikte ondergrond.
▶ Waarborg, dat het opstellingsoppervlak vlak is en voldoende draagkracht heeft.
▶Boiler op de sokkel plaatsen wanneer het gevaar bestaat, dat op de opstellingsplaats water op de vloer kan blijven staan.
▶Boiler droog en in vorstvrije binnenruimten opstellen.
- Minimale hoogte van de ruimte (→ tab. 32, pagina 36) en minimale afstanden tot de wand in de opstellingsruimte respecteren (→ afb. 7, pagina 69).
5.1.2 Tapwaterboiler opstellen
▶ Boiler opstellen en uitlijnen (→ afb. 7 tot afb. 9, pagina 69).
▶ Beschermkappen verwijderen (→ afb. 10, pagina 69).
▶Teflonband of teflonkoord aanbrengen (→ afb. 11, pagina 70).
5.2 Hydraulische aansluiting

WAARSCHUWING: Brandgevaar door sol- deer- en laswerkzaamheden!
▶Neem bij soldeer- en laswerkzaamheden geschikte veiligheidsmaatregelen, omdat de warmte-isolatie brandbaar is. Bijv. warmte-isolatie afdekken.
▶Boilermantel na de werkzaamheden op schade controleren.

WAARSCHUWING: Gevaar voor de gezondheid door vervuild water!
Onzorgvuldig uitgevoerde montagewerkzaamheden vervuilen het drinkwater.
- Installeer de boiler hygiënisch conform de landspecifieke normen en richtlijnen.
5.2.1 Boiler hydraulisch aansluiten
Installatievoorbeeld met alle aanbevolen ventielen en kranen (→ afb. 12, pagina 70).
▶Installatiemateriaal gebruiken dat tot 160 °C hittebestendig is.
▶Er mogen geen open expansievaten worden gebruikt.
▶Bij drinkwater-verwarmingsinstallaties met kunststof leidingen metalen koppelingen gebruiken.
▶Aftapleiding conform de aansluiting dimensioneren.
▶Bouw geen bochten in de aftapleiding in, anders kan de installatie niet goed gespuid worden.
▶Leidingen boilerverwarming zo kort mogelijk uitvoeren en isoleren.
▶Bij gebruik van een terugslagklep in de aanvoerleiding naar de koudwaterinlaat: veiligheidsklep tussen terugslagklep en koudwaterinlaat inbouwen.
▶Wanneer de rustdruk van de installatie hoger is dan 5 bar, een drukverminderaar inbouwen.
▶Alle niet gebruikte aansluitingen afsluiten.
5.2.2 Veiligheidsklep inbouwen (bouwzijdig)
▶Bouwzijdig een typebeproefd, voor drinkwater toegelaten, veiligheidsklep (≥ DN 20) in de koudwaterleiding inbouwen (→ afb. 12, pagina 70).
▶Installatiehandleiding van de veiligheidsklep respecteren.
▶De uitblaasleiding van de veiligheidsklep moet in het tegen bevriezing beschermde gebied via een ontwateringsplaats uitmonden, waarbij de plaats vrij moet kunnen worden geobserveerd.
- De uitblaasleiding moet minimaal overeenkomen met de uitlaatdiameter van de veiligheidklep.
- De uitblaasleiding moet minimaal het debiet kunnen afblazen, die in de koudwaterinlaat mogelijk is (→ tab. 32, pagina 36).
▶Instructiebord met de volgende tekst op de veiligheidsklep aanbrengen "Uitblaasleiding niet afsluiten. Tijdens het verwarmen kan bedrijfsmatig water ontsnappen."
Wanneer de rustdruk van de installatie hoger wordt dan 80 % van de aanspreekdruk van de veiligheidsklep:
▶ Drukverminderaar monteren (→ afb. 12, pagina 70).
| Netdruk (rustdruk) | Aanspreekdruk veiligheidsventiel | Drukverminderaar in de EU |
| < 4,8 bar | ≥6 bar | niet nodig |
| 5 b a r 6 b a r max. 4,8 bar | ||
| 5 b a r ≥8 b a r niet nodig | ||
| 6 b a r ≥8 b a r max. 5,0 bar | ||
| 7,8 bar | 10 bar | max. 5,0 bar |
Tabel 34 Keuze van een geschikte drukverminderaar
5.3 Warmwatertemperatuurvoeler monteren
Voor de meting en bewaking van de tapwatertemperatuur op de boiler een tapwatertemperatuursensor in dompelhuls [7] (voor het zonnesysteem) en [3] (voor de warmtebron) monteren (→ afb. 4, pagina 68).
- Tapwatertemperatuursensor monteren (→ afb. 13, pagina 71). Let erop, dat het voelervlak over de gehele lengte contact heeft met het dompelhulsvlak.
5.4 Elektrisch verwarmingselement (toebehoren)
▶Elektrisch verwarmingselement conform de afzonderlijke installatiehandleiding inbouwen.
▶Na afronden van de complete boilerinstallatie een randaardecontrole uitvoeren (ook metalen koppelingen daarin betrekken).
6 In bedrijf nemen

OPMERKING: Schade aan de installatie door overdruk!
Door overdruk kunnen spanningsscheuren in de emailering ontstaan.
▶Uitblaasleiding van de veiligheidsklep niet afsluiten.
▶Alle modules en toebehoren conform de instructies van de leverancier in de technische documenten in bedrijf stellen.
6.1 Boiler in bedrijf stellen

Lekdichtheidstest van de boiler uitsluitend met water uitvoeren.
De testdruk mag aan de tapwaterzijde maximaal 10 bar (150 psi) overdruk zijn.
▶Leidingen en boiler voor de inbedrijfstelling grondig doorspoelen (→ afb. 15, pagina 71).
6.2 Eigenaar adviseren

WAARSCHUWING: Verbrandingsgevaar aan de tappunten van het tapwater!
Tijdens de thermische desinfectie en wanneer de tapwatertemperatuur is ingesteld boven 60 °C, bestaat verbrandingsgevaar aan de tapwaterpunten.
▶Wijs de eigenaar erop, dat hij alleen gemengd water gebruikt.
▶Werking en gebruik van de cv-installatie en de boiler uitleggen en op veiligheidstechnische aspecten wijzen.
▶Werking en controle van de veiligheidklep uitleggen.
▶Overhandig alle bijbehorende documenten aan de gebruiker.
▶Aanbeveling voor de eigenaar: inspectie- en onderhoudscontract met een erkend installateur afsluiten. De boiler conform de gegeven onderhoudsintervallen (→ tab. 35, pagina 40) onderhouden en jaarlijks inspecteren.
▶Wijs de eigenaar op de volgende punten:
- Bij opwarmen kan water uit de veiligheidsklep ont-snappen.
- De uitblaasleiding van de veiligheidsklep moet altijd open worden gehouden.
- Onderhoudsintervallen moeten worden aangehouden (→ tab. 35, pagina 40).
- Aanbeveling bij vorstgevaar en kortstondige afwezigheid van de eigenaar: boiler in bedrijf laten en de laagste watertemperatuur instellen.
7 Buitenbedrijfstelling
▶Bij geïnstalleerd elektrisch verwarmingselement (toebehoren) de boiler spanningsloos schakelen (→ afb. 17, pagina 72).
▶Temperatuurregelaar op regeltoestel uitschakelen.

▶Boiler voldoende laten afkoelen.
▶ Boiler aftappen (→ afb. 17 en 18, pagina 72).
▶Alle modules en toebehoren van de cv-installatie conform de instructies van de leverancier in de technische documenten buiten bedrijf stellen.
▶ Afsluiters sluiten (→ afb. 19, pagina 72).
▶Bovenste en onderste warmtewisselaar drukloos maken.
▶Bovenste en onderste warmtewisselaar aftappen en leegblazen (→ afb. 20, pagina 72).
▶Om te zorgen dat er geen corrosie ontstaat, de binnenruimte goed drogen en de deksel van de inspectie-opening geopend laten.
8 Milieubescherming
Milieubescherming is een ondernemingsprincipe van de Bosch en van Junkers.
Kwaliteit van de objecten, rendement en milieubescherming zijn voor ons gelijkwaardige doelen. Wetgeving en voorschriften voor milieubescherming worden strikt nageleefd.
Verpakking
Voor wat de verpakking betreft, nemen wij deel aan de nationale verwerkingssystemen, die een optimale recyclage waarborgen. Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
Oude ketel
Oude ketels bevatten materialen, die hergebruikt kunnen worden.
De modules kunnen gemakkelijk worden gescheiden en de kunststoffen zijn gemarkeerd. Daardoor kunnen de verschillende componenten worden gesorteerd en voor recyclage worden aangeboden.
9 Onderhoud
▶Voor alle onderhoudswerkzaamheden de boiler laten afkoelen.
▶Reiniging en onderhoud in de opgegeven intervallen uitvoeren.
▶Gebreken onmiddellijk herstellen.
▶Gebruik alleen originele reserveonderdelen!
9.1 Onderhoudsintervallen
Het onderhoud moet afhankelijk van debiet, bedrijfstemperatuur en waterhardheid worden uitgevoerd (→ tab. 35, pagina 40).
Het gebruik van gechloreerd drinkwater of onthardingsinstallaties verkort de onderhoudsintervallen.
| Waterhardheid in °dH | 3 - 8,4 | 8,5 - 14 | >14 |
| Calciumcarbonaat-concentratie in mol/ m3 | 0,6 - 1,5 | 1,6 - 2,5 >2,5 | |
| Temperaturen Maanden | |||
| Bij normaal debiet (< boilerinhoud/24 h) | |||
| < 60 °C | 24 | 21 | 15 |
| 60 - 70 °C | 21 | 18 | 12 |
| >70 °C | 15 | 12 | 6 |
| Bij verhoogd debiet (> boilerinhoud/24 h) | |||
| < 60 °C | 21 | 18 | 12 |
| 60 - 70 °C | 18 | 15 | 9 |
| >70 °C | 12 | 9 | 6 |
Tabel 35 Onderhoudsintervallen in maanden
De lokale waterkwaliteit kan bij het lokale waterbedrijf worden opgevraagd.
Afhankelijk van de watersamenstelling zijn afwijkingen van de genoemde waarden zinvol.
9.2 Onderhoudswerkzaamheden
9.2.1 Veiligheidsklep controleren
▶Veiligheidsklep jaarlijks controleren.
9.2.2 Boiler ontkalken/reinigen

Om de reinigende werking te verbeteren, de warmtewisselaar voor het uitspuiten opwarmen. Door het thermoschokeffect komen ook korstvormingen (bijv. kalkafzettingen) beter los.
▶Boiler aan de drinkwaterzijde van het net losmaken.
▶ Afsluiters sluiten en bij gebruik van een elektrisch verwarmingselement deze van het stroomnet losmaken (→ afb. 19, pagina 72).
▶ Boiler aftappen (→ afb. 18, pagina 72).
▶Binnenruimte van de boiler onderzoeken op verontreinigingen (kalkafzettingen, sedimenten).
vat regelmatig controleren en van sedimenten ont-
doen.
-of-
▶Bij kalkhoudend water resp. sterke verontreiniging: boiler afhankelijk van de optredende kalkhoeveelheid regelmatig via een chemische reiniging ontkalken (bijv. met een geschikt kalkoplossend middel op citroenzuurbasis).
▶ Boiler uitspuiten (→ afb. 22, pagina 73).
▶Resten met een natte/droge stofzuiger met kunststofbuis verwijderen.
▶Inspectie-opening met nieuwe dichting sluiten (→ afb. 23, pagina 73).
▶Boiler weer in bedrijf nemen
(→ hoofdstuk 6, pagina 39).
▶Bij kalkarm water:
9.2.3 Magnesiumanode controleren

Wanneer de magnesiumanode niet correct wordt onderhouden, vervalt de waarborg op de boiler.
De magnesiumanode is een verbruiksanode, die tijdens gebruik van de boiler wordt verbruikt.
Wij adviseren jaarlijks de stroom met de anodetester te meten, bij geïsoleerd ingebouwde magnesiumanode. (→ afb. 25, pagina 74). De anodetester is als toebehoren leverbaar.

Oppervlak van de magnesiumanode niet met olie of vet in contact laten komen. ▶Let op eventuele vervuiling.
▶Koudwaterinlaat afsluiten.
▶ Boiler drukloos maken (→ afb. 18, pagina 72).
▶Magnesiumanode demonteren en controleren (→ afb. 26 tot afb. 29, pagina 74).
▶Magnesiumanode vervangen, wanneer de diameter minder is dan 15 mm.
▶Overgangsweerstand tussen de randaarde-aansluiting en de magnesiumanode controleren.
Inhoudsopgave
1 Toelichting van de symbolen 42
1.1 Uitleg van de symbolen 42
1.2 Algemene veiligheidsinstructies ..... 42
2 Gegevens betreffende het product ..... 42
2.1 Gebruik volgens de voorschriften ..... 42
2.2 Typeplaatje 43
2.3 Leveringsomvang 43
2.4 Technische gegevens 43
2.5 Productbeschrijving 44
3 Voorschriften 44
4 Transport 44
5 Montage 45
5.1 Opstelling 45
5.1.1 Eisen aan de opstellingsplaats ..... 45
5.1.2 Tapwaterboiler opstellen 45
5.2 Hydraulische aansluiting ..... 45
5.2.1 Boiler hydraulisch aansluiten 45
5.2.2 Veiligheidsklep inbouwen (bouwzijdig) . 45
5.3 Warmwatertemperatuurvoeler monteren 46
5.4 Elektrisch verwarmingselement (toebehoren) 46
6 Inbedrijfname 46
6.1 Boiler in bedrijf stellen 46
6.2 Eigenaar instrueren 46
7 Buitenbedrijfstelling 46
8 Milieubescherming/afvoeren 47
9 Onderhoud 47
9.1 Onderhoudsintervallen ..... 47
9.2 Onderhoudswerkzaamheden 47
9.2.1 Veiligheidsklep controleren ..... 47
9.2.2 Boiler ontkalken/reinigen 47
9.2.3 Magnesiumanode controleren ..... 47
1 Toelichting van de symbolen
1.1 Uitleg van de symbolen
Waarschuwingssymbolen

Veiligheidsinstructies worden omkaderd en aangegeven met een uitroepteken in een gevarendriehoek met grijze achtergrond.

Bij gevaar door elektriciteit wordt het uitroepteken in de gevarendriehoek vervangen door een bliksemsymbool.
Signaalwoorden geven de soort en de mate van de gevolgen aan indien de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet worden nageleefd.
- OPMERKING betekent dat materiële schade kan ont-staan.
- VOORZICHTIG betekent dat licht tot middelzwaar li-chamelijk letsel kan ontstaan.
- WAARSCHUWING betekent dat zwaar lichamelijk letsel kan ontstaan.
- GEVAAR betekent dat levensgevaar kan ontstaan.
Informatiesymbool

Belangrijke informatie zonder gevaar voor personen en materialen, wordt tussen twee lijnen geplaatst en aangegeven met een i-symbol in een vierkant.
Aanvullende symbolen
| Symbool Betekenis |
| ►Handeling |
| → Verwijzing naar andere plaatsen in het document of naar andere documenten |
| • Opsomming |
| - Opsomming (subniveau) |
Tabel 36
1.2 Algemene veiligheidsinstructies
Algemeen
Deze onderhoudshandleiding is bedoeld voor de installateur.
Niet respecteren van de veiligheidsinstructies kan ernstig persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
▶Lees de veiligheidsinstructies en volg de instructies daarin op.
▶Onderhoudshandleiding respecteren, zodat de optimale werking wordt gewaarborgd.
▶Warmteproducent en accessoire overeenkomstig de bijbehorende installatiehandleiding monteren en in bedrijf stellen.
▶Er mogen geen open expansievaten worden gebruikt.
▶Sluit de veiligheidsklep nooit!
2 Gegevens betreffende het product
2.1 Gebruik volgens de voorschriften
De tapwaterboiler is bedoeld voor het opwarmen en opslaan van drinkwater. De voor drinkwater geldende nationale voorschriften, richtlijnen en normen respecteren.
De tapwaterboiler via het zonnecircuit alleen met zonnevloeistof verwarmen.
De tapwaterboiler alleen in gesloten systemen gebruiken.
Een andere toepassing is niet voorgeschreven. Schade die ontstaat door verkeerd gebruik is uitgesloten van de aansprakelijkheid.
| Eisen aan hetdrinkwater Eenheid | ||
| Waterhardheid, min. ppm | 36 | |
| grain/US gallon | 2,1 | |
| °dH | 2 | |
| pH-waarde, min. - max. 6,5 - 9,5 | ||
| Geleidbaarheid, min. - max. | μS/cm 130 - 1500 | |
Tabel 37 Eisen aan het drinkwater
2.2 Typeplaatje
De typeplaat bevindt zich boven aan de achterzijde van de boiler en bevat de volgende informatie:
Pos. Beschrijving
| 1 Typecodering |
| 2 Serienummer |
| 3 Werkelijke inhoud |
| 4 Stilstandsverliezen |
| 5 Volume via elektrische verwarming verwarmd |
| 6 Fabricagejaar |
| 7 Corrosiebeveiliging |
| 8 Max. tapwatertemperatuur boiler |
| 9 Max. aanvoertemperatuur warmtebron |
| 10 Max. aanvoertemperatuur zonne |
| 11 Elektrisch aansluitvermogen |
| 12 CV-water ingangsvermogen |
Tabel 38 Typeplaatje
Pos. Beschrijving
| 13 CV-water debiet voor CV-water ingangsvermo-gen |
| 14 Met 40 °C tapbaar volume van de elektrische verwarming |
| 15 Max. bedrijfsdruk drinkwaterzijde |
| 16 Hoogste ontwerpdruk |
| 17 Max. bedrijfsdruk verwarmingsbronzijde |
| 18 Max. bedrijfsdruk zonnezijde |
| 19 Max. bedrijfsdruk drinkwaterzijde CH |
| 20 Max. testdruk drinkwaterzijde CH |
| 21 Max. tapwatertemperatuur bij elektrische verwarming |
Tabel 38 Typeplaatje
2.3 Leveringsomvang
- Boiler
• Installatie- en onderhoudshandleiding - Sensorset
| Eenheid | SKE 290-5 solar | SK 300-5 solar | SKE 400-5 solar | |
| Algemeen | ||||
| Maten | → afb. 1, pagina 66 | |||
| Kantelmaat mm 1945 1655 1965 | ||||
| Minimale kamerhoogte voor vervangen van de anode. mm 2000 1850 2100 | ||||
| Aansluitingen | → tab. 40, pagina 44 | |||
| Aansluitmaat tapwater | DN | R1" | R1" | R1" |
| Aansluitmaat koud water | DN | R1" | R1" | R1" |
| Aansluitmaat circulatie | DN | R ^3/4 " | R ^3/4 " | R ^3/4 " |
| Binnendiameter meetpunt zonnetemperatuursensor | mm | 19 | 19 | 19 |
| Binnendiameter meetpunt boilertemperatuursensor | mm | 19 | 19 | 19 |
| Leeg gewicht (zonder verpakking) | kg | 115 | 118 | 135 |
| Totaal gewicht incl. vulling | kg | 405 | 408 | 515 |
| Vatinhoud | ||||
| Effectieve inhoud (totaal) | I | 290 | 290 | 380 |
| Effectieve inhoud (zonder zonneverwarming) | I | 120 | 125 | 155 |
| Effectieve tapwaterhoeveelheid ^1) bij tapwateruitlaattemperatuur ^2) : | ||||
| 45 °C | I | 171 | 179 | 221 |
| 40 °C | I | 200 | 208 | 258 |
| Standby-warmtevoorziening conform DIN 4753 deel 8^3) | kWh/24h | 2,1 | 2 | 2,2 |
| Maximaal debiet koudwaterinlaat | l/min | 29 | 29 | 38 |
| Maximale temperatuur tapwater | °C | 95 | 95 | 95 |
| Maximale bedrijfsdruk drinkwater | bar | 10 | 10 | 10 |
| Hoogste ontwerpdruk (koud water) | bar | 7,8 | 7,8 | 7,8 |
| Maximale testdruk tapwater | bar | 10 | 10 | 10 |
| Bovenste warmtewisselaar | ||||
| Inhoud | I | 8,6 | 6,2 | 7,0 |
| Oppervlakken | m ^2 | 0,9 | 0,9 | 1 |
| Vermogensfactor NL conform DIN 4708 ^4) | NL | 1,8 | 2 | 3 |
| Permanent vermogen (bij 80 °C aanvoertemperatuur, 45 °C tapwateruitlaat-temperatuur en 10 °C koudwatertemperatuur) | kW | 31,5 | 28,5 | 36 |
| l/min | 12,9 | 11,7 | 14,7 | |
Tabel 39 Afmetingen en technische gegevens ( afb.1, pagina 66 en afb. 3, pagina 67)
| Eenheid | SKE 290-5 solar | SK 300-5 solar | SKE 400-5 solar | |
| Opwarmtijd bij nominaal vermogen min 11 10 12 | ||||
| Maximaal verwarmingsvermogen 5) | kW 31,5 28,5 36 | |||
| Maximale temperatuur cv-water °C 160 160 160 | ||||
| Maximale bedrijfsdruk cv-water | baro | 16 | 16 | 16 |
| Aansluitmaat cv-water | DN | R1" | R1" | R1" |
| Drukverliesdiagram | → afb. 2, pagina 67 | |||
| Onderste warmtewisselaar | ||||
| Inhoud | I | 5,8 | 8,8 | 12,1 |
| Oppervlakken | m^2 | 1,3 | 1,3 | 1,8 |
| Maximale temperatuur cv-water °C 160 160 160 | ||||
| Maximale bedrijfsdruk cv-water | baro | 16 | 16 | 16 |
| Aansluitmaat zonnesysteem | DN | R1" | R1" | R1" |
| Drukverliesdiagram | → afb. 3, pagina 67 | |||
Tabel 39 Afmetingen en technische gegevens ( → afb.1, pagina 66 en afb. 3, pagina 67)
1) Zonder zonneopwarming of naladen; ingestelde boilertemperatuur 60 °C
2) Gemengd water op tappunt (bij 10 °C koudwatertemperatuur)
3) Met verdeelverliezen buiten de boiler is geen rekening gehouden.
4) De vermogensfactor N_L = 1 conform DIN 4708 voor 3,5 personen, normaal bad en gootsteen. Temperaturen: boiler 60 °C, uitlaat 45 °C en koud water 10 °C. Meting met max. verwarmingsvermogen. Bij verlaging van het verwarmingsvermogen wordt N_L kleiner.
5) Bij warmteproducenten met hoger verwarmingsvermogen op de gegeven waarde begrenzen.
2.5 Productbeschrijving
| Pos. | Beschrijving |
| 1 | Warmwateruitgang |
| 2 | Aanvoer boiler |
| 3 | Dompelhuls voor temperatuursensor warmtebron |
| 4 | Circulatie-aansluiting |
| 5 | Retourleiding boiler |
| 6 | Zonneaanvoer |
| 7 | Dompelhuls voor temperatuursensor zonne |
| 8 | Zonneretour |
| 9 | Ingang koud tapwater |
| 10 | Onderste warmtewisselaar voor zonneverwarming, geëmailleerde gladde buis |
| 11 | Testopening voor onderhoud en reiniging aan de voorzijde. |
| 12 | Model SKE 290-5 solar en SKE 400-5 solar met mof (Rp 1 1⁄2") voor montage van een elektrisch verwarmingselement |
| 13 | Bovenste warmtewisselaar voor naverwarming door cv-toestel, geëmailleerde gladde buis |
| 14 | Boilervat, geëmailleerd staal |
| 15 | Elektrisch geïsoleerde, ingebouwde magnesiumanode |
| 16 | PS-manteldeksel |
| 17 | Mantel, gelakt staal met polyurethaan hard-schuim warmte-isolatie 50 mm |
Tabel 40 Productbeschrijving ( → afb. 4, pagina 68 en afb. 12, pagina 70)
3 Voorschriften
Respecteer de volgende richtlijnen en normen:
- Deze installatie-instructie en overige van toepassing zijnde documentatie van de fabrikant.
- NEN 1006 Algemene voorschriften voor drinkwaterinstallaties AVWI.
- NEN 1010 Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties.
- NEN 3028 Veiligheidseisen voor centrale verwarmingsinstallaties.
- NEN 3215 Binnenriolering in woningen en woongebouwen.
- Bouwbesluit
4 T r a n s p o r
▶Tapwaterboiler tijdens het transport beveiligen tegen vallen.
▶Verpakte boiler met steekkar en spanband transporteren (→ afb. 5, pagina 68).
-of-
▶Onverpakte boiler met transportnet transporteren, daarbij de aansluitingen tegen beschadiging beschermen.
5 Montage
De boiler wordt compleet gemonteerd geleverd.
▶Boiler op schade en volledigheid controleren.
5.1 Opstelling
5.1.1 Eisen aan de opstellingsplaats

OPMERKING: Schade aan de installatie door onvoldoende draagkracht van het opstellingsoppervlak of door een niet geschikte ondergrond.
▶ Waarborg, dat het opstellingsoppervlak vlak is en voldoende draagkracht heeft.
▶Boiler op de sokkel plaatsen wanneer het gevaar bestaat, dat op de opstellingsplaats water op de vloer kan verzamelen.
▶Boiler droog en in vorstvrije binnenruimten opstellen.
- Minimale hoogte van de ruimte (→ tab. 39, pagina 43) en minimale afstanden tot de wand in de opstellingsruimte respecteren (→ afb. 7, pagina 69).
5.1.2 Tapwaterboiler opstellen
▶ Boiler opstellen en uitlijnen (→ afb. 7 tot afb. 9, pagina 69).
▶ Beschermkappen verwijderen ( afb. 10, pagina 69).
▶Teflonband of teflonkoord aanbrengen (→ afb. 11, pagina 70).
5.2 Hydraulische aansluiting

WAARSCHUWING: Brandgevaar door sol- deer- en laswerkzaamheden!
▶Neem bij soldeer- en laswerkzaamheden geschikte veiligheidsmaatregelen, omdat de warmte-isolatie brandbaar is. Bijv. warmte-isolatie afdekken.
▶Boilermantel na de werkzaamheden op schade controleren.

WAARSCHUWING: Gevaar voor de gezondheid door vervuild water!
Onzorgvuldig uitgevoerde montagewerkzaamheden vervuilen het drinkwater.
▶Installeer de boiler hygiënisch conform de landspecifieke normen en richtlijnen.
5.2.1 Boiler hydraulisch aansluiten
Installatievoorbeeld met alle aanbevolen ventielen en kranen (→ afb. 12, pagina 70).
▶Installatiemateriaal gebruiken dat tot 160 °C (320 °F) hittebestendig is.
▶Er mogen geen open expansievaten worden gebruikt.
▶Bij drinkwater-verwarmingsinstallaties met kunststof leidingen metalen koppelingen gebruiken.
▶Aftapleiding conform de aansluiting dimensioneren.
▶Bouw geen bochten in de aftapleiding in, anders kan de installatie niet goed gespuid worden.
▶Oplaadleidingen zo kort mogelijk uitvoeren en isoleren.
▶Bij gebruik van een terugslagklep in de aanvoerleiding naar de koudwaterinlaat: veiligheidsklep tussen terugslagklep en koudwaterinlaat inbouwen.
▶Wanneer de rustdruk van de installatie hoger is dan 5 bar, een drukreduceer inbouwen.
▶Alle niet gebruikte aansluitingen afsluiten.
5.2.2 Veiligheidsklep inbouwen (bouwzijdig)
▶Bouwzijdig een typebeproefd, voor drinkwater toegelaten, veiligheidsklep (≥ DN 20) in de koudwaterleiding inbouwen (→ afb. 12, pagina 70).
- Installatiehandleiding van de veiligheidsklep respecteren.
▶De uitblaasleiding van de veiligheidsklep moet in het tegen bevriezing beschermde gebied via een ontwateringsplaats uitmonden, waarbij de plaats vrij moet kunnen worden geobserveerd.
- De uitblaasleiding moet minimaal overeenkomen met de uitlaatdiameter van de veiligheidklep.
- De uitblaasleiding moet minimaal het debiet kunnen afblazen, die in de koudwaterinlaat mogelijk is (→ tab. 39, pagina 43).
▶Instructiebord met de volgende tekst op de veiligheidsklep aanbrengen "Uitblaasleiding niet afsluiten. Tijdens het verwarmen kan bedrijfsmatig water ontsnappen."
Wanneer de rustdruk van de installatie hoger wordt dan 80 % van de aanspreekdruk van de veiligheidsklep:
▶ Drukreduceer voorschakelen (→afb. 12, pagina 70).
| Netdruk(rustdruk) | Aanspreek-druk veilig-heidsventiel | drukverminderaarin de EU buiten de EU | |
| < 4,8 bar | ≥6 bar | Niet nodig | |
| 5 b a r | 6 b a r max. 4,8 bar | ||
| 5 b a r | ≥8 b a r Niet nodig | ||
| 6 bar | ≥8 bar | max. 5,0 bar | niet nodig |
| 7,8 bar | 10 bar | max. 5,0 bar | niet nodig |
Tabel 41 Keuze van een geschikte drukreduceer
5.3 Warmwatertemperatuurvoeler monteren
Voor de meting en bewaking van de tapwatertemperatuur op de boiler een tapwatertemperatuursensor op meetpunt [7] (voor het zonnesysteem) en [3] (voor de warmtebron) monteren (→ afb. 4, pagina 68).
- Tapwatertemperatuursensor monteren (→ afb. 13, pagina 71). Let erop, dat het voelervlak over de gehele lengte contact heeft met het dompelhulsvlak.
5.4 Elektrisch verwarmingselement (toebehoren)
▶Elektrisch verwarmingselement conform de separate installatiehandleiding inbouwen.
- Na afronden van de complete boilerinstallatie een randaardecontrole uitvoeren (ook metalen koppelingen daarin betrekken).
6 Inbedrijfname

OPMERKING: Schade aan de installatie door overdruk
Door overdruk kunnen spanningsscheuren in de emailering ontstaan.
▶Uitblaasleiding van de veiligheidsklep niet afsluiten.
▶Alle modules en toebehoren conform de instructies van de leverancier in de technische documenten in bedrijf stellen.
6.1 Boiler in bedrijf stellen

Lekdichtheidstest van de boiler uitsluitend met water uitvoeren.
De testdruk mag aan de tapwaterzijde maximaal 10 bar (150 psi) overdruk zijn.
▶ Leidingen en boiler voor de inbedrijfstelling grondig doorspoelen (→ afb. 15, pagina 71).
6.2 Eigenaar instrueren

WAARSCHUWING: Verbrandingsgevaar aan de tappunten van het tapwater!
Tijdens de thermische desinfectie en wanneer de tapwatertemperatuur is ingesteld boven 60 °C, bestaat verbrandingsgevaar aan de tapwaterpunten.
▶Wijs de eigenaar erop, dat hij alleen gemengd water gebruikt.
▶Werking en gebruik van de cv-installatie en de boiler uitleggen en op veiligheidstechnische aspecten wijzen.
▶Werking en controle van de veiligheidklep uitleggen.
▶Overhandig alle bijbehorende documenten aan de gebruiker.
▶Aanbeveling voor de eigenaar: inspectie- en onderhoudscontract met een erkend installateur afsluiten. De boiler conform de gegeven onderhoudsintervallen (→ tab. 42, pagina 47) onderhouden en jaarlijks inspecteren.
▶Wijs de eigenaar op de volgende punten:
- Bij opwarmen kan water uit de veiligheidsklep ont-snappen.
- De uitblaasleiding van de veiligheidsklep moet altijd open worden gehouden.
- Onderhoudsintervallen moeten worden aangehouden (→ 42, pagina 47).
- Aanbeveling bij vorstgevaar en kortstondige afwezigheid van de eigenaar: boiler in bedrijf laten en de laagste watertemperatuur instellen.
7 Buitenbedrijfstelling
▶ Bij geïnstalleerd elektrisch verwarmingselement (toebehoren) de boiler spanningsloos schakelen (→afb. 17, pagina 72).
▶Temperatuurregelaar op regeltoestel uitschakelen.

▶Boiler voldoende laten afkoelen.
▶ Boiler aftappen (→ afb. 17 en 18, pagina 72).
▶Alle modules en toebehoren van de cv-installatie conform de instructies van de leverancier in de technische documenten buiten bedrijf stellen.
▶ Afsluiters sluiten (→ afb. 19, pagina 72).
▶Bovenste en onderste warmtewisselaar drukloos maken.
▶Bovenste en onderste warmtewisselaar aftappen en uitblazen (→ afb. 20, pagina 72).
▶Om te zorgen dat er geen corrosie ontstaat, de binnenruimte goed drogen en de deksel van de inspectie-opening geopend laten.
8 Milieubescherming/afvoeren
Milieubescherming is een ondernemingsprincipe van de Bosch groep.
Kwaliteit van de objecten, efficiency en milieubescherming zijn voor ons gelijkwaardige doelen. Wetgeving en voorschriften voor milieubescherming worden strikt nageleefd.
Verpakking
Voor wat de verpakking betreft, nemen wij deel aan de nationale verwerkingssystemen, die een optimale recycling waarborgen. Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
Oud apparaat
Oude apparaten bevatten materialen, die hergebruikt kunnen worden.
De modules kunnen gemakkelijk worden gescheiden en de kunststoffen zijn gemarkeerd. Daardoor kunnen de verschillende componenten worden gesorteerd en voor recycling of afvoeren worden aangeboden.
9 Onderhoud
▶Voor alle onderhoudswerkzaamheden de boiler laten afkoelen.
▶Reiniging en onderhoud in de opgegeven intervallen uitvoeren.
▶Gebreken onmiddellijk herstellen
▶Gebruik alleen originele reserveonderdelen!
9.1 Onderhoudsintervallen
Het onderhoud moet afhankelijk van debiet, bedrijfstemperatuur en waterhardheid worden uitgevoerd (→ tab. 42, pagina 47).
Het gebruik van gechloreerd drinkwater of onthardingsinstallaties verkort de onderhoudsintervallen.
| Waterhardheid in °dH | 3 - 8,4 | 8,5 - 14 | >14 |
| Calciumcarbonaat-concentratie in mol/ m3 | 0,6 - 1,5 | 1,6 - 2,5 >2,5 | |
| Temperaturen Maanden | |||
| Bij normaal debiet (< boilerinhoud/24 h) | |||
| < 60 °C | 24 | 21 | 15 |
| 60 - 70 °C | 21 | 18 | 12 |
| >70 °C | 15 | 12 | 6 |
| Bij verhoogd debiet (> boilerinhoud/24 h) | |||
| < 60 °C | 21 | 18 | 12 |
| 60 - 70 °C | 18 | 15 | 9 |
| >70 °C | 12 | 9 | 6 |
Tabel 42 Onderhoudsintervallen in maanden
De lokale waterkwaliteit kan bij het lokale waterbedrijf worden opgevraagd.
Afhankelijk van de watersamenstelling zijn afwijkingen van de genoemde waarden zinvol.
9.2 Onderhoudswerkzaamheden
9.2.1 Veiligheidsklep controleren
▶Veiligheidsklep jaarlijks controleren.
9.2.2 Boiler ontkalken/reinigen

Om de reinigende werking te verbeteren, de warmtewisselaar voor het uitspuiten opwarmen. Door het thermoschokeffect komen ook korstvormingen (bijv. kalkafzettingen) beter los.
▶Boiler aan de drinkwaterzijde van het net losmaken.
- Afsluiters sluiten en bij gebruik van een elektrisch verwarmingselement deze van het stroomnet losmaken (→ afb. 19, pagina 72).
▶ Boiler aftappen (→ afb. 18, pagina 72).
▶Binnenruimte van de boiler onderzoeken op verontreinigingen (kalkafzettingen, sedimenten).
▶Bij kalkarm water:
vat regelmatig controleren en van sedimenten ont- doen.
-of-
▶Bij kalkhoudend water resp. sterke verontreiniging: boiler afhankelijk van de optredende kalkhoeveelheid regelmatig via een chemische reiniging ontkalken (bijv. met een geschikt kalkoplossend middel op citroenzuurbasis).
▶ Boiler uitspuiten (→ afb. 22, pagina 73).
▶Resten met een natte/droge zuiger met kunststofbuis verwijderen.
▶Inspectie-opening met nieuwe dichting sluiten (→ afb. 23, pagina 73).
▶ Boiler weer in bedrijf nemen (→ hoofdstuk 6, pagina 46).
9.2.3 Magnesiumanode controleren

Wanneer de magnesiumanode niet correct wordt onderhouden, vervalt de garantie op de boiler.
De magnesiumanode is een verbruiksanode, die tijdens gebruik van de boiler wordt verbruikt.
Wij adviseren, jaarlijks bij geïsoleerd ingebouwde magnesiumanode bovendien de stroom met de anodetester
te meten (→ afb. 25, pagina 74). De anodetester is als toebehoren leverbaar.

Oppervlak van de magnesiumanode niet met olie of vet in contact laten komen.
▶Let op eventuele vervuiling.
▶Koudwaterinlaat afsluiten.
▶ Boiler drukloos maken (→ afb. 18, pagina 72).
▶Magnesiumanode demonteren en controleren (→ afb. 26 tot afb. 29, pagina 74).
▶Magnesiumanode vervangen, wanneer de diameter minder is dan 15 mm.
▶Overgangsweerstand tussen de randaarde-aansluiting en de magnesiumanode controleren.
SimpelGids