TS 75 EBQPlus - Zaag FESTOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TS 75 EBQPlus FESTOOL in PDF-formaat.
| Merk | Festool |
| Model | TS 75 EBQPlus |
| Producttype | Invalzaag |
| Gewicht | 6,2 kg (zonder netsnoer) |
| Vermogen | 1600 W |
| Toerental (onbelast) | 1350 - 4400 tpm |
| Snijdiepte bij 0° | 0 - 75 mm |
| Snijdiepte bij 45° | 0 - 56 mm |
| Kantelpositie | 0 - 47° |
| Zaagblad diameter | 210 mm |
| Asgat | 30 mm |
| Snijbreedte | 2,4 mm tot 2,6 mm |
| Voeding | Net, 110-230 V, 50/60 Hz |
| Belangrijkste functies | Elektrodynamische rem, instelbaar constant toerental, zachte start, stroombegrenzing, thermische zekering |
| Onderhoud en reiniging | Reinig regelmatig de ventilatieopeningen, zuig stof op, gebruik droge perslucht voor de openingen |
| Veiligheid | Beschermkap, zaaggeleider, veiligheidsknop tegen onbedoeld inschakelen, noodstop |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Festool after-sales service, originele onderdelen beschikbaar op www.festool.nl/services |
| Conformiteit | CE, Beschermingsklasse II |
| Geluidsdrukniveau | L_PA = 88 dB(A) |
| Geluidsvermogensniveau | L_WA = 99 dB(A) |
| Trillingsemissiewaarde (hout) | a_h = 3,5 m/s², K = 2 m/s² |
Veelgestelde vragen - TS 75 EBQPlus FESTOOL
Gebruikersvragen over TS 75 EBQPlus FESTOOL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TS 75 EBQPlus - FESTOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TS 75 EBQPlus van het merk FESTOOL.
GEBRUIKSAANWIJZING TS 75 EBQPlus FESTOOL
nl Originele gebruiksaanwijzing - Inval-cirkelzaagmachine 56
sv Originele gebruiksaanwijzing - Inval-cirkelzaagmachine 66
1 Symbolen....56
2 Veiligheidsvoorschriften.... 56
3 Gebruik volgens de voorschriften......60
4 Technische gegevens....60
5 Ingebruikneming....60
6 Instellingen....61
7 Werken met het elektrische gereedschap.... 63
8 Onderhoud en verzorging....64
9 Accessoires.... 64
10 Milieu....65
1 Symbolen

Waarschuwing voor algemeen gevaar

Waarschuwing voor elektrische schok

Lees de gebruiksaanwijzing en veiligheidsvoorschriften!

Draag een zuurstofmasker!

Veiligheidshandschoenen bij gereedschapswisseling en omgang met ruwe materialen dragen!

Draag gehoorbescherming!

Draag een veiligheidsbril!

Niet met het huisvuil meegeven.

Netkabel loskoppelen

Netkabel aansluiten

Draairichting van de zaag en het zaagblad

Zaagbladafmeting a ... diameter

Elektrodynamisch uitloopremsysteem

Elektronica met regelbaar, constant toerental en temperatuurbewaking

Beveiligingsklasse II
CE-markering: Bevestigt de conformiteit van het elektrische gereedschap met de richtlijnen van de Europese Unie.
i Tip, aanwijzing
▶ Handelingsinstructie
De vermelde afbeeldingen staan in het begin van de gebruiksaanwijzing.
2 Veiligheidsvoorschriften
2.1 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen
WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen. Worden
de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht genomen, dan kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen om ze later te kunnen raadplegen.
Het begrip "elektrisch gereedschap" dat in de veiligheidsinstructies gebruikt wordt, heeft betrekking op elektrisch gereedschap met netvoeding (met netsnoer) of elektrisch gereedschap met accuvoeding (zonder netsnoer).
2.2 Machinespecifieke veiligheidsvoorschriften voor handcirkelzaagmachines
Zaagmethode
- Gevaar! Kom met uw handen niet in het zaagbereik en raak het zaagblad niet aan. Houd met uw tweede hand de extra greep of de motorbehuizing vast. Wanneer u de cirkelzaag vasthoudt met beide handen, kunnen ze niet gewond raken door het zaagblad.
- Kom niet met uw handen onder het werkstuk. De beschermkap kan u onder het werkstuk niet beschermen tegen het zaagblad.
- Pas de zaagdiepte aan de dikte van het werkstuk aan. Er moet minder dan een volledige tandhoogte zichtbaar zijn onder het werkstuk.
- Houd het werkstuk dat gezaagd moet worden nooit in de hand of boven uw been vast. Zet het werkstuk vast op een stabiele opname. Het is belangrijk het werkstuk goed te bevestigen, om het gevaar van li-
chaamscontact, beklemming van het zaagblad of controleverlies tot een minimum terug te brengen.
- Houd het elektrische gereedschap aan de geïsoleerde greepvlakken vast als u werkzaamheden uitvoert waarbij het inzetgereedschap verborgen stroomleidingen of de eigen aansluitkabel kan raken. Contact met een spanningvoerende leiding zet ook de metalen onderdelen van het elektrisch gereedschap onder spanning en veroorzaakt een elektrische schok.
- Gebruik bij het in de lengte zagen altijd een aanslag of een geleiding langs een rechte kant. Hierdoor wordt de zaagnauwkeurigheid verbeterd en de kans op beklemming van het zaagblad verminderd.
- Gebruik altijd zaagbladen die de juiste grootte en een geschikt opnamegat (bijv. ruitvormig of rond) hebben .Zaagbladen die niet bij de montagedelen van de zaag passen, lopen onregelmatig en leiden tot controleverlies.
- Gebruik nooit beschadigde of verkeerde zaagblad-spanflenzen of -schroeven. De zaagblad-spanflenzen en -schroeven zijn speciaal voor uw zaag ontworpen, voor optimale prestaties en gebruiksveiligheid.
Terugslag – oorzaken en bijbehorende veiligheidsinstructies
- Een terugslag is de plotselinge reactie van een hakend, klemmend of verkeerd uitgericht zaagblad, die tot gevolg heeft dat de zaag zich ongecontroleerd van het werkstuk af en in de richting van de gebruiker beweegt
- wanneer het zaagblad zich in de sluitende zaagspleet vasthaakt of klem komt te zitten, raakt het geblokkeerd en wordt het apparaat door de kracht van de motor in de richting van de gebruiker teruggeslagen;
- wordt het zaagblad in de zaagsnede verdraaid of verkeerd uitgericht, dan kunnen de tanden van het achterste zaagbladgebied zich vasthaken in het oppervlak van het werkstuk, waardoor het zaagblad uit de zaagspleet en de zaag in de richting van de gebruiker terugspringt.
Een terugslag is het gevolg van een onjuist of verkeerd gebruik van de zaag. Door passende voorzorgsmaatregelen die hierna worden beschreven, kan dit echter worden voorkomen.
- Houd de zaag met beide handen vast en breng uw armen in zo'n positie dat u de te-
rugslagkrachten kunt opvangen. Blijf altijd aan de zijkant van het zaagblad en breng het zaagblad nooit in één lijn met uw lichaam. Bij een terugslag kan de cirkelzaag naar achteren springen, maar wanneer de juiste maatregelen zijn getroffen kan de gebruiker de terugslagkrachten beheersen.
- Indien het zaagblad klem komt te zitten of u het werk onderbreekt, laat dan de aan-/uit-schakelaar los en houd de zaag in het materiaal rustig tot het zaagblad geheel tot stilstand is gekomen. Probeer zolang het zaagblad zich beweegt nooit om de zaag uit het werkstuk te halen of naar achteren te trekken, anders kan er een terugslag plaatsvinden. Bepaal de oorzaak voor het afklemmen van het zaagblad en los deze op.
- Wanneer u een zaag die in het werkstuk steekt weer wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaagspleet en controleert u of de zaagtanden niet in het werkstuk zijn blijven haken. Is het zaagblad beklemd geraakt, dan kan het zich bij het opnieuw starten van de zaag uit het werkstuk bewegen of een terugslag veroorzaken.
- Ondersteun grote platen om het risico van een terugslag door een klemmend zaagblad te verminderen. Grote platen kunnen onder het eigen gewicht doorbuigen. Platen dienen aan beide kanten, zowel bij de zaagspleet als bij de rand, te worden gestut.
- Gebruik geen stompe of beschadigde zaagbladen. Zaagbladen met stompe of verkeerd uitgerichte tanden leiden door de te nauwe zaagspleet tot een grotere wrijving, beklemming van het zaagblad en terugslag.
- Draai voor het zagen de zaagdiepte- en zaaghoekinstellingen vast. Wanneer de instellingen tijdens het zagen gewijzigd worden, kan het zaagblad beklemd raken en een terugslag optreden.
- U dient bijzonder voorzichtig te zijn bij „invalzaagsneden“ in bestaande wanden of andere plaatsen waar geen waarneming mogelijk is. Het invallende zaagblad kan bij het zagen in verborgen objecten geblokkeerd raken en een terugslag veroorzaken.
Functies van de beschermkap
- Controleer voor gebruik altijd of de beschermkap goed sluit. Gebruik de zaag
niet wanneer de beschermkap niet vrij bewogen kan worden en niet direct sluit. Klem of bind de beschermkap nooit vast; daardoor zou het zaagblad onbeschermd zijn. Mocht de zaag per ongeluk op de grond vallen, dan kan de beschermkap worden verbogen. Zorg ervoor dat de beschermkap vrij beweegt en bij alle zaaghoeken en -dieptes noch het zaagblad noch andere delen raakt.
- Controleer de toestand en werking van de veer voor de beschermkap. Werken de be- schermkap en de veer niet foutloos, wacht dan met het gebruik van het apparaat. Be- schadigde delen, plakkerige afzettingen of ophopingen van spaanders zorgen ervoor dat er bij de werking van de beschermkap vertraging optreedt.
- Beveilig bij de „invalzaagsnede“ die niet in een rechte hoek uitgevoerd wordt, de grondplaat van de zaag tegen het zijdelings verschuiven. Verschuiven in zijwaartse richting kan ertoe leiden dat het zaagblad beklemd raakt en een terugslag veroorzaakt.
- Leg de zaag niet op de werkbank of op de grond zonder dat de beschermkap het zaagblad afdekt. Een onbeschermd, nalo-pend zaagblad beweegt de zaag tegen de zaagrichting in en zaagt wat het op zijn weg tegenkomt. Houd hierbij rekening met de nalooptijd van de zaag.
Functie van de spouwmes
- Gebruik het voor het spouwmes passende zaagblad. Opdat het spouwmes werkt, moet het stamblad van het zaagblad dunner zijn dan het spouwmes en de tandbreedte meer dan de dikte van het spouwmes bedragen.
- Stel het spouwmes af volgens de beschrijving in deze gebruiksaanwijzing. Onjuiste afstanden, een onjuiste positie en een onjuiste uitlijning kunnen ertoe leiden dat het spouwmes een terugslag niet effectief voorkomt.
- Het spouwmes kan alleen werken als het zich in de zaagspleet bevindt. Bij korte sneden kan het spouwmes een terugslag niet effectief verhinderen.
- Gebruik de zaag niet met een verbogen spouwmes. Door een kleine storing kan vertraging optreden bij het sluiten van de beschermkap.
2.3 Veiligheidsinstructies voor het voorgemonteerde zaagblad
Toepassing
- Het op het zaagblad aangegeven maxi- mumtoerental mag niet worden overschre- den of het toerentalbereik moet in acht worden genomen.
- Het voorgemonteerde zaagblad is uitsluitend voor het gebruik in cirkelzagen bedoeld.
- Bij het uit- en inpakken van het gereedschap alsook bij het hanteren (bijv. inbouw in de machine) uiterst voorzichtig te werk gaan. Verwondingsgevaar door de heel scherpe snijkanten!
- Bij het hanteren van het gereedschap wordt de greepveiligheid van het gereedschap door het dragen van veiligheidshandschoenen verbeterd en de kans op letsel verder verminderd.
- Cirkelzaagbladen die gescheurd zijn, moeten vervangen worden. Reparatie is niet toegestaan.
- Cirkelzaagbladen in composietuitvoering (gesoldeerde zaagtanden), waarvan de zaagtanddikte kleiner is dan 1 mm, mogen niet meer worden gebruikt.
- Gereedschap met zichtbare scheuren, met stompe of beschadigde snijkanten mogen niet gebruikt worden.
Montage en bevestiging
- Gereedschappen moeten zo zijn opgespannen dat ze bij het gebruik niet loslaten.
- Bij de montage van de gereedschappen moet ervoor worden gezorgd dat het opspannen op de gereedschapsnaaf of op het spanvlak van het gereedschap plaatsvindt en dat de snijvlakken niet met andere onderdelen in aanraking komen.
- Het verlengen van de sleutel of het aan-draaien met behulp van hamerslagen is niet toegestaan.
- De spanvlakken moeten worden gereinigd van verontreinigingen, vet, olie en water.
- Spanschroeven moeten volgens de aanwijzingen van de fabrikant worden aangedraaid.
- Voor de instelling van de boorgatdiameter van cirkelzaagbladen in overeenstemming met de asdiameter van de machine mogen alleen vast ingebrachte ringen, bijv.: ingeperste ringen of ringen die op hun plaats worden gehouden door een lijmverbinding,
worden gebruikt. Het gebruik van losse ringen is niet toegestaan.
Onderhoud en verzorging
- Reparaties en slijpwerkzaamheden mogen alleen door Festool-servicewerkplaatsen of door experts worden uitgevoerd.
- De constructie van het gereedschap mag niet veranderd worden.
- Gereedschap regelmatig ontharsen en reinigen (reinigingsmiddel met pH-waarde tussen 4,5 en 8).
- Stompe snijkanten kunnen bij het spaan- vlak tot een minimale snijdikte van 1 mm worden nageslepen.
- Transport van het gereedschap alleen in een geschikte verpakking - verwondingsgevaar!
2.4 Overige veiligheidsvoorschriften




Draag geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen: Gehoorbescherming, veiligheidsbril, stofmasker bij stofproducerende werkzaamheden, veiligheidshandschoenen bij het bewerken van ruwe materialen en bij de vervanging van het gereedschap.
- Tijdens het werken kunnen schadelijke/giftige stoffen ontstaan (bijv. bij loodhou-dende verf, enkele houtsoorten of meta-len). Voor de gebruiker van de machine of voor personen die zich in de buurt van de machine bevinden, kan het aanraken of in-ademen van deze stoffen gevaarlijk zijn. Neem de veiligheidsvoorschriften in acht die in uw land van toepassing zijn.

- Draagter bescherming van uw gezondheid een P2-stofmasker. Zorg in gesloten ruimtes voor voldoende ventilatie en sluit een mobiele stofzuiger aan.
- Controleer of behuizingsdelen beschadigingen zoals scheurtjes of breuken vertonen. Laat beschadigde onderdelen vóór het gebruik van het elektrische gereedschap repareren.
- Gebruik geschikte zoekapparaten om verborgen toevoerleidingen op te sporen of raadpleeg het plaatselijke nutsbedrijf.
Aontact van inzetgereedschap met een spanningvoerende leiding kan brand veroorzaken of tot een elektrische schok leiden. Beschadiging van een gasleiding kan
een explosie veroorzaken. Het penetreren van een waterleiding veroorzaakt materiële schade.
2.5 Aluminiumbewerking

Bij de bewerking van aluminium dient zich uit veiligheidsoverwegingen te houden le volgende maatregelen:
- Machine aansluiten op een geschikt afzuigapparaat.
- Machine regelmatig ontdoen van stofafzettingen in het motorhuis.
- Gebruik een aluminium zaagblad.
- Sluit het kijkvenster/ de bescherming tegen stof en spanen.

Draag een veiligheidsbril!
- Bij het zagen van platen dienen de zaagbladen met petroleum te worden ingesmeerd, dunwandige profielen (tot 3 mm) kunnen zonder smeren worden bewerkt.
2.6 Emissiewaarden
De volgens EN 62841 bepaalde waarden bedragen gewoonlijk:
Geluidsdrukniveau L _PA = 88 dB(A)
Geluidsvermogensniveau L _WA = 99 dB(A)
Onzekerheid K = 3 dB


VOORZICHTIG
Geluid dat bij het werk optreedt
Beschadiging van het gehoor
▶ Gehoorbescherming gebruiken.
Trillingsemissiewaarde a_h (vectorsom van drie richtingen) en onzekerheid K bepaald volgens EN 62841:
Zagen van hout a_h 3,5 m/s ^2
$$ K = 2 \mathrm{m} / \mathrm{s} ^ {2} $$
Zagen van metaal a_h 3,5 m/s ^2
$$ K = 2 \mathrm{m} / \mathrm{s} ^ {2} $$
De aangegeven emissiewaarden (trilling, geluid)
- zijn geschikt om machines te vergelijken,
- om tijdens het gebruik een voorlopige in- schatting van de trillings- en geluidsbelas- ting te maken
- en gelden voor de belangrijkste toepassingen van het elektrische gereedschap.

VOORZICHTIG
Emissiewaarden kunnen van de aangegeven waarden afwijken. Dit hangt af van het gebruik van het gereedschap en de soort van het bewerkte werkstuk.
- De werkelijke belasting tijdens de gehele bedrijfscyclus moet beoordeeld worden.
- Afhankelijk van de werkelijke belasting moeten passende veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bediener worden vastgelegd.
3 Gebruik volgens de voorschriften
Conform de bepalingen zijn de invalcirkelzaag machines bestemd voor het zagen van hout, op hout gelijkende materialen, gips- en cementgebonden vezelstoffen en kunststoffen. Met de door Festool aangeboden speciale zaagbladen voor aluminium kunnen de machines ook voor het zagen van aluminium worden gebruikt.
Er mag geen asbesthoudend materiaal worden bewerkt.
Geen slijp- en schuurschijven gebruiken.
Dit elektrische gereedschap mag uitsluitend door vakmannen of goed opgeleide personen worden gebruikt.
Elektrisch gereedschap van Festool mag alleen worden ingebouwd in werktafels die hiervoor door Festool bedoeld zijn. Door inbouw in andere of zelfgemaakte werktafels kan het elektrisch gereedschap onveilig worden, met mogelijk ernstige ongevallen als gevolg.

De gebruiker is aansprakelijk bij gebruik dat niet volgens de voorschriften plaats-
vindt.
3.1 Zaagbladen
Er mogen alleen zaagbladen met de volgende gegevens worden gebruikt:
- Zaagbladen conform EN 847-1
- Diameter zaagblad 210 mm
- Zaagbreedte 2,4 mm tot 2,6 mm
- Opnamegat 30 mm
- Stambladdikte max. 1,8 mm
- Geschikt voor toerentallen tot 5000min ^-1
Festool-zaagbladen voldoen aan de norm EN 847-1.
Zaag alleen materialen die conform de bepalingen voor het betreffende zaagblad bestemd zijn.
Zaagdiepte bij 0° 0 - 75 mm
Zaagdiepte bij 45° 0 - 56 mm
Zaagbladafmeting 210x2,4x30 mm
Gewicht (zonder netka-bel) 6,2 kg
5 Ingebruikneming


WAARSCHUWING
Ontoelaatbare spanning of frequentie!
Risico van ongevallen
- De netspanning en de frequentie van de stroombron dienen met de gegevens op het typeplaatje overeen te stemmen.
In Noord-Amerika mogen alleen Festool-machines met een spanningsopgave van 120 V/60 Hz worden gebruikt.

VOORZICHTIG
Verhitting van de plug it-aansluiting bij on- volledig vergrendelde bajonetsluiting Verbrandingsgevaar
- Voor het inschakelen van het elektrisch gereedschap controleren of de bajonetsluiting van de aansluitkabel geheel is gesloten en vergrendeld.

De machine altijd uitschakelen alvorens de netkabel aan te sluiten of uit het stop-ct te trekken!
Aansluiten en losmaken van de netkabel -zie afbeelding[2].

Schuif de inschakelblokkering [1-8] naar boven en druk op de aan-/uit-schakelaar drukken = AAN / loslaten = UIT).
De activering van de inschakelblokkering ontgrendelt het invalzaagmechanisme. Het zaagaggregaat kan naar beneden worden bewogen. Hierbij komt het zaagblad uit de beschermkap.
Bij het optillen van de machine veert het zaagaggregaat weer in de oorspronkelijke stand terug.
6 Instellingen

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel, elektrische schokken
- Trek vóór alle werkzaamheden aan de machine altijd de stekker uit het stopcontact!
6.1 Elektronica
De machine (TS 75 EBQ, TS 75 EQ) bezit een volledige-golfelektronica met de volgende eigenschappen:
Zachte aanloop
De elektronisch geregelde zachte aanloop zorgt ervoor dat het elektrische gereedschap stootvrij aanloopt.
Constant toerental
Het motortoerental wordt elektronisch constant gehouden. Hierdoor wordt ook bij belasting een gelijkblijvende zaagsnelheid bereikt.
Toerentalregeling
Het toerental kan met de stelknop [1-5] traploos in het toerentalbereik (zie technische gegevens) worden ingesteld. Daardoor kunt u de zaagsnelheid aan het betreffende oppervlak optimaal aanpassen.
Toerentalstand per materiaal
| Massief hout (hard, zacht) 6 | |
| Spaan- en hardvezelplaten 3 - 6 | |
| Gelaagd hout, meubelplaat, gefineerd en geplastificeerd plaatmateriaal | 6 |
| Laminaat/minerale grondstoffen 4 - 6 | |
| Gips- en cementgebonden spaan- en vezelplaten | 1 - 3 |
| Aluminiumplaten en -profielen tot 15 mm | 4 - 6 |
| Kunststof, vezelversterkte kunststof (GFK), papier en weefsel | 3 - 5 |
| Acrylglas 4 - 5 | |
Temperatuurbeveiliging
Bij een te hoge motortemperatuur worden stroomtoevoer en toerental gereduceerd. Het elektrische gereedschap draait alleen nog met verminderd vermogen om een snelle afkoeling door de motorventilatie mogelijk te maken. Na
afkoeling komt het elektrische gereedschap weer automatisch op gang.
Stroombegrenzing
De stroombegrenzing voorkomt bij extreme overbelasting een te hoge stroomopname. Dit kan leiden tot een lager motortoerental. Na ontlasting komt de motor direct weer op toeren.
Rem
De TS 75 EBQ bezit een elektronische rem. Na het uitschakelen wordt het zaagblad in ca. 2 sec. elektronisch tot stilstand afgeremd.
6.2 Zaagdiepte
De zaagdiepte kan van 0 - 75 mm worden ingesteld.
- de zaagdiepteaanslag [3-3] indrukken en tot de gewenste zaagdiepte verschuiven (de op de schaal [3-1] aangegeven waarden gelden voor 0°-zaagsneden zonder geleiderail,
▶ de zaagdiepteaanslag loslaten (de zaag-diepteaanslag klikt in stappen van 1 mm in).
Het zaagaggregaat kan nu tot de ingestelde zaagdiepte naar beneden worden gedrukt.
IIn de boring [3-2] van de zaagdiepteaanslag kan een draadpen (M4x8 tot M4x12) worden aangebracht. Door aan de draadpen te draaien kan de zaagdiepte nog exacter (± 0,1 mm) worden ingesteld.
6.3 Zaaghoek instellen
Het zaagaggregaat kan tussen de 0° en 47° worden gedraaid:
▶ Draaiknoppen [3-4, 3-6] openen.
▶ Zaagaggregaat in de gewenste zaaghoek [3-5] draaien,
▶ Draaiknoppen weer vastdraaien.
De beide eindstanden zijn af fabriek ingesteld op 0° en 45°. Door de beide schroefdraadpennen [3-7] tegen de klok in te draaien, kan de eindstand van 45° tot maximaal 47° worden vergroot.
6.4 Zaagblad selecteren
Festool-zaagbladen zijn met een gekleurde ring gemarkeerd. De kleur van de ring staat voor het materiaal waarvoor het zaagblad geschikt is. Neem de vereiste zaagbladgegevens in acht (zie hoofdstuk 3.1).
Gevaar voor letsel, elektrische schokken
- Trek vóór alle werkzaamheden aan de machine altijd de stekker uit het stopcontact!

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel door heet en scherp gereedschap
- Geen stomp en defect inzetgereedschap gebruiken.
▶ Veiligheidshandschoenen dragen bij het hanteren van inzetgereedschap.
Het zaagblad uitnemen
- Voordat u het zaagblad wisselt, dient u de machine in de 0°-stand te zetten en de maximale zaagdiepte in te stellen.
▶ Sla de hendel [4-2] tot aan de aanslag om.
▶ Schuif de inschakelblokkering [4-1] omh-oog en druk het zaagaggregaat naar beneden tot het inklikt.
▶ Open de schroef [4-4] met de inbussleutel [4-3].
▶ Verwijder het zaagblad.
Zaagblad plaatsen
WAARSCHUWING! Controleer schroeven en flens op verontreiniging en gebruik alleen scho- ne en onbeschadigde onderdelen!
▶ Nieuw zaagblad inbrengen.
WAARSCHUWING! De draairichting van zaagblad [4-9] en zaag [4-7] moeten overeenkomen! Wordt dit niet in acht genomen, dan kan dit tot ernstig letsel leiden.
▶ De buitenste flens [4-10] zo inbrengen dat de meeneempennen in de uitsparing van de binnenste flens grijpen.
▶ Schroef [4-4] stevig aandraaien.
▶ Hendel [4-2] terugslaan.
6.6 Splijtwig instellen
▶ Hendel [4-2] tot de aanslag omdraaien,
▶ inschakelblokkering [4-1] naar boven draaien en zaagaggregaat naar beneden drukken tot het inklikt,
▶ bout [4-6] met inbussleutel [4-3] losdraaien,
▶ splijtwig volgens afbeelding [4] instellen,
▶ bout [4-6] vast aandraaien,
▶ hendel [4-2] terugdraaien.
6.7 Afzuiging

WAARSCHUWING
Gevaar voor de gezondheid door stof
▶ Nooit zonder afzuiging werken.
▶ Nationale voorschriften in acht nemen.
Festool mobiele stofzuiger
Bij de afzuigaansluiting [6-1] kan een Festool mobiele stofzuiger met een afzuigslangdiameter van 27/32 mm of 36 mm (36 mm vanwege geringer verstoppingsgevaar aanbevolen) worden aangesloten.
Het aansluitstuk van een afzuigslang ∅ 27 wordt in het hoekstuk gestoken. Het aansluitstuk van een afzuigslang ∅ 36 wordt in het hoekstuk gestoken.
ATTENTIE! Als er geen antistatische afzuigslang wordt gebruikt, kan een statische oplading ontstaan. De gebruiker kan een elektrische schok krijgen, en de elektronica van het elektrische gereedschap kan beschadigd worden.
6.8 Splinterbescherming monteren
Bij 0°-zaagsneden verbetert de splinterbescherming (accessoires) duidelijk de kwaliteit van de snijrand van het afgezaagde werkstuk-deel aan de bovenliggende zijde.
- Splinterbescherming [5-1] op de beschermkap bevestigen,
▶ Machine op het werkstuk resp. de geleiderail plaatsen, - Splinterbescherming tot op het werkstuk naar beneden drukken en met de draaiknop [5-2] vastschroeven,
- Splinterbescherming inzagen (machine op maximale zaagdiepte en toerentalstand 6).
7 Werken met het elektrische gereedschap

Bij het werken alle aan het begin vermelde veiligheidsvoorschriften en de volgende regels in acht nemen:
Vóór het begin
- Controleer voor elk gebruik of de aandrijfeenheid met het zaagblad probleemloos en volledig in de uitgangsstand naar boven in de beschermende behuizing terug zwenkt. Gebruik de zaag niet als de bovenste eindpositie niet veiliggesteld is. Klem of fixeer de zwenkbare aandrijfeenheid nooit op een bepaalde zaagdiepte vast. Daardoor zou het zaagblad onbeschermd zijn.
- Controleer voor gebruik altijd of de induik- voorziening functioneert en neem de machine alleen in gebruik wanneer deze functioneert volgens de voorschriften.
- Controleer of het zaagblad goed vastzit.
- Verzeker u er vóór aanvang van de werkzaamheden van dat de draaiknop [3-4, 3-6] stevig is aangedraaid.
- Zorg ervoor dat de afzuigslang en de netkabel over de gehele zaagsnede niet blijft haken, noch aan het werkstuk, noch aan de werkstuksteun of gevaarlijke plaatsen op de vloer.
- Bevestig het werkstuk altijd zo dat het tijdens de bewerking niet kan bewegen.
- Het werkstuk spanningsvrij en vlak opleggen.
Tijdens het werk
- Houd het elektrische gereedschap tijdens de werkzaamheden altijd met beide handen vast aan de handgrepen [1-1, 1-6]. Dit is de voorwaarde voor exact werken en absoluut noodzakelijk voor het induiken. Duik langzaam en gelijkmatig in het werkstuk in.
- Geleid de machine alleen in ingeschakelde toestand tegen een werkstuk.
- Beweeg de zaag altijd naar voren [1-2], en trek hem nooit achteruit naar u toe.
- Voorkom oververhitting van de snijkanten van het zaagblad door de snelheid aan te passen en zorg er bij het zagen van kunststof voor dat dit niet smelt. Hoe harder het te zagen materiaal, des te kleiner moet de voedingssnelheid zijn.
- Werk niet met de machine wanneer de elektronica defect is, omdat dit tot een te hoog toerental kan leiden. Defecte elektro-
nica herkent u aan een gebrekkige zachte aanloop, wanneer er geen toerentalregeling mogelijk is en bij rookontwikkeling of verbrandingsgeur uit de machine.
7.1 Zagen volgens aftekenlijn
De zaagindicatie [6-3] geeft bij 0°- en 45°-zaagsneden (zonder geleiderail) het zaagverloop aan.
7.2 Delen afzagen
De machine met het voorste deel van de zaagtafel op het werkstuk plaatsen, de machine inschakelen, tot de ingestelde zaagdiepte naar beneden drukken en in de zaagrichting naar vo- ren bewegen.
7.3 Delen uitzagen (invallend zagen)

Om een terugslag te voorkomen dienen bij invallend zagen de volgende aanwij- en beslist in acht te worden genomen:
- De machine dient altijd met de achterkant van de zaagtafel tegen een vaste aanslag te worden gezet. Bij werkzaamheden met de geleiderail moet de machine tegen de terugslagstop [7-1] worden gezet, die op de geleiderail wordt vastgeklemd (zie afbeelding [7]; wordt de geleiderail niet gebruikt, dan kan de terugslagstop op de geleideplaat [7-2] van de machine worden bewaard).
- De machine dient steeds met beide handen te worden vastgehouden en slechts langzaam in te vallen
Handelwijze
de machine op het werkstuk plaatsen en tegen de aanslag (terugslagstop) zetten, machine in-schakelen, langzaam tot de ingestelde zaag-diepte naar benenden drukken en in de zaagrichting bewegen.
De markeringen [6-2] geven bij maximale zaag-diepte en gebruik van de geleiderail het voorste en achterste zaagpunt van het zaagblad (∅ 210 mm) aan.
8 Onderhoud en verzorging

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel, elektrische schokken
- Vóór alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de stekker altijd uit het stopcontact trekken!
▶ Alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden waarvoor het vereist is om de behuizing te openen, mogen alleen in een geautoriseerde onderhoudswerkplaats worden uitgevoerd.

Klantenservice en reparatie alleen door fabrikant of door servicewerkplaatsen. Adres bij u in de buurt op: www.festool.nl/service

Alleen originele Festool-reserveonderdelen gebruiken! Bestelnr. op: www.festool.nl/service
De volgende aanwijzingen in acht nemen:
▶ Beschadigde beveiligingsinrichtingen en onderdelen, bijv. een defecte hendel voor de gereedschapswisseling [1-8], moeten op deskundige wijze in een erkende en gespecialiseerde werkplaats gerepareerd en vervangen worden, voor zover niets anders in de gebruiksaanwijzing aangegeven is.
- Controleer toestand en probleemloze werk-ing van de terughaalveer die de gehele aan-drijfeenheid in de bovenste beveiligde eind-positie drukt.
- Zorg ervoor dat de koelluchtopeningen in de motorbehuizing altijd vrij en schoon zijn om de luchtcirculatie te waarborgen.
- Om splinters en spanen uit het elektrische gereedschap te verwijderen, dienen alle openingen te worden schoongezogen. Open nooit de beschermende kap [4-7].
- Bij werkzaamheden met gips- en cementgebonden vezelplaten het apparaat bijzonder grondig reinigen. Reinig de ventilatieopeningen van het elektrische gereedschap en de aan-/uit-schakelaar met droge en olievrije perslucht. Anders kan zich gips-houdend stof in de behuizing van het elektrische gereedschap en op de aan-/uits-chakelaar afzetten en in verbinding met luchtvochtigheid uitharden. Dat kan tot nadelige beïnvloeding van het schakelmechanisme leiden.
9 Accessoires
De bestelnummers voor accessoires en gereedschap vindt u in uw Festool-catalogus of op het internet op www.festool.com.
9.1 Parallelaanslag, tafelverbreding
Voor het afzagen van delen met een maximale breedte van 180 mm kan een parallelaanslag worden ingezet. De parallelaanslag kan ook als tafelverbreding worden gebruikt.
9.2 Geleidesysteem
De geleiderail maakt precieze, zuivere zaagsneden mogelijk en beschermt tegelijkertijd het oppervlak van het werkstuk tegen beschadiging.
In combinatie met de omvangrijke accessoires kunnen met het geleidesysteem exacte hoekzaagsneden, verstekzaagsneden en inpaswerkzaamheden worden uitgevoerd. De bevestigingsmogelijkheid met behulp van lijmklemmen [6-4] zorgt voor een stevig houvast en voor veilig werken.
▶ Speling van de zaagtafel op de geleiderail met de beide instelgeleiders [1-3] instellen.
Zaag voor het eerste gebruik van de geleiderail de splinterbescherming [1-4] in:
- Zet het toerental van de machine op stand 6.
- Plaats de machine met de gehele geleideplaat aan het achtereinde van de geleiderail.
▶ Schakel de machine in. - Druk de machine langzaam tot de max. ingestelde zaagdiepte omlaag en zaag de splinterbescherming zonder onderbreking over de gehele lengte aan.
De rand van de splinterbescherming komt nu precies overeen met de snijrand.
Leg de geleiderail voor het inzagen van de splinterbescherming op een stuk afvalhout.
9.3 Multifunctionele tafel
Met de multifunctionele tafel MFT/3 kan het werkstuk eenvoudig worden opgespannen en kunnen grotere en kleinere werkstukken in combinatie met het geleidesysteem veilig en precies worden bewerkt. Door zijn talrijke gebruiksmogelijk-heden is het mogelijk economisch en ergonomisch te werken.
9.4 Zaagbladen, overige accessoires
Om uiteenlopend materiaal snel en zuiver te kunnen zagen biedt Festool voor alle werk-
zaamheden zaagbladen aan die speciaal op Festool zagen zijn afgestemd.
10 Milieu

Geef het apparaat niet met het huisvuil mee! Voer de apparaten, accessoires en verpakkingen op milieuvriendelijke wijze af. Neem de geldende nationale voorschriften in acht.
Alleen EU: Volgens de Europese richtlijn inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de omzetting hiervan in de nationale wetgeving dienen oude elektrische apparaten gescheiden te worden ingezameld en op milieu-vriendelijke wijze te worden afgevoerd.
Informatie voor REACH: www.festool.com/reach