WM 1042 CB1 - Wasmachine TECHWOOD - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WM 1042 CB1 TECHWOOD in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over WM 1042 CB1 TECHWOOD
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Wasmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WM 1042 CB1 - TECHWOOD en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WM 1042 CB1 van het merk TECHWOOD.
GEBRUIKSAANWIJZING WM 1042 CB1 TECHWOOD
GEBRUIKSAANWIJZING VAN UW ELECTRONISCHE WASAUTOMAAT
• Veiligheidsvoorschriften
• Aanbevelingen
HOOFDSTUK 2 : INSTALLATIE
• Demonteren van de bevestigingsmiddelen
• Afstellen van de poten
• Elektrische aansluiting
• Aansluiting watertoevoerslang
• Aansluiting afvoerslang
HOOFDSTUK 3 : TECHNISCHE SPECIFICATIES
HOOFDSTUK 4 : BEDIENINGSPANEEEL
• Toets Aan / Uit
• Controlelampjes werking
• Functietoetsen
• Temperatuuranpassingsknop
• Programmaselectieknop
HOOFDSTUK 5 : WASSEN
• Voorbereiding van het wasgoed
• Werking van de automaat
• Tabel van de programma's
HOOFDSTUK 6 : ONDERHOUD EN SCHOONMAKEN
• Filters aansluitstukken watertoevoer
- Elles algoomama
HOOFDSTUK 1 : ALVORENS DE AUTOMAAT IN GEBRUIK TE NEMEN VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
- Gebruik geen meervoudige contactdoos of veriengsnoer.
- Nooit een stekker gebruiken waarvan het snoer is beschadigd of scheurtjes vertoont.
- Als het elektrische snoer beschadigd is, moet het vervangen worden door een erkende vakman om ieder gevaar voor elektrocutie te voorkomen.
- Nooit de stekker uit de contactdoos halen door aan het snoer te trekken. De stekker met de hand beetpakken om hem uit de contactdoos te halen.
- Niet de stekker op de contactdoos aansluiten met natte of vochtige handen.
- Nooit de automaat aanraken met natte of vochtige handen of voeten.
- Het wasmiddelbakje niet openen als de automaat draait.
- Het laadvenster niet forceren als de automaat draait.
- De automaat kan hoge temperaturen bereiken : niet aan het laadvenster komen (tijdens een wascyclus), noch aan de afvoerslang als de automaat leegloopt of centrifugeert.
- In geval van storing, eerst de stekker uit de contactdoos halen en de kraan dicht doen. Niet proberen zelf de automaat te repareren. Contact opnemen met de dichtst bijzijnde servicedienst.
- Denk eraan dat de verpakking van de automaat gevaar kan opleveren voor kinderen.
- Kinderen niet met de automaat laten spelen.
- Zorg ervoor dat uw huisdieren niet in de buurt van de automaat kunnen komen.
-
De automaat mag alleen door volwassenen bediend worden overeenkomstig de instructies vermeld in deze handleiding.
-
Als u de automaat langere tijd niet gebruikt, moet u de stekker uit de contactdoos halen, de kraan dicht doen en het laadvenster open zetten om de automaat van binnen te laten drogen en nare luchtjes te voorkomen.
- Tijdens de kwaliteitscontroleproeven is het gebleken dat er een bepaalde hoeveelheid water in de automaat kan blijven staan, dit heeft geen enkele invloed op de goede werking.
HOOF DSTUK 2 : INSTALLATIE
Alvorens uw automaat in gebruik te nemen, moet u de volgende punten controleren.
DEMONTEREN VAN DE BEVESTIGINGSSTUKKEN
- De bevestigingsschroeven voor het vervoer die aan de achterkant van de automaat zijn aangebracht, moeten verwijderd worden voordat u de automaat in gebruikt neemt.
- De schroeven tegen de klok in losdraaien met een adequate sleutel (figuur 1).
• De schroeven verwijderen (figuur 2). - In de openingen waarin de bevestigingsschroeven waren geschroefd, moet u de plastic sluitschroeven aanbrengen die zijn meegeleverd met de toebehoren (figuur 3).
- Bewaar de bevestigingsstukken van de automaat. U zult ze nodig hebben als u de automaat later weer moet vervoeren.



- De automaat waterpas zetten met behulp van de poten.
• De plastic stelmoer losdraaien (figuur 4). - De poten afstellen door ze naar boven of naar beneden te draaien (figuur 5).
- Als de automaat goed in balans is, de plastic steimoer weer vastschroeven door hem naar boven toe te draaien.
- Zet nooit karton, houten stutten of gelijksoortige voorwerpen onder de automaat om het niveauverschil te compenseren.

Figuur 4

Figuur 5
- De wasautomaat werkt met een spanning van 220 - 240 V / 50 Hz
- De voedingskabel van de automaat is voorzien van een geaarde stekker. Deze stekker moet absoluut worden aangesloten op een contactdoos 10 ampère met aardaansluiting. De zekeringen van de elektrische voedingslijn moeten ook 10 ampère zijn. Indien uw installatie niet voldoet aan de verplichte normen, moet u hem laten wijzigen door een erkende elektricien.
-
Onze masterchannii wilst iedere aansprakellikheid van de hand in
-
Een waterdruk van 0,1-1 uit uw kraan laat uw machine efficienter werken. (Een druk van 0,1 MPa betekent een waterstroming van meer dan 8 liter in 1 minuut uit een volledig geopende kraan)
- Als u klaar bent met de aansluitingen, moet u de aansluitstukken op lekkage controleren door de kraan helemaal open te zetten.
- Controleer of de watertoevoerslang niet geknikt, gescheurd of geplet is.
• Schroef de watertoevoerslang op een kraan met schroefdraad 3"/4.

- Controleer of de afvoerslang niet is geknikt, gedraaid, geplet of te ver uitgetrokken.
- Installeer de afvoerslang op een hoogte van tenminste 60 cm en ten hoogste 100 cm van de vloer.
- Het uiteinde van de afvoerslang (krom) kan rechtsteeks bevestigd worden op de waterafvoerleiding (de leiding moet terminste 4 cm bedragen om overhevelen te voorkomen) of op een speciale inrichting geinstalleerd op de afvoerleiding van een wastafel (moet naar behoren worden bevestigd) (figuur 8).
HOOFDSTUK 3 : TECHNISCHE SPECIFICATIES
| Maximale capaciteit (droog wasgoed) (kg) 5 | |
| Toegelaten waterdruk voor de installatie 1-10 bar | |
| Hoogte (cm) 85 | |
| Lengte (cm) 59,6 | |
| Diepte (cm) 51 | |

text_image
1 2 3 4 5 6 7- Bovenblad
- Wasmiddelbakje
- Bedieningspaneel
- Laadvenster
- Handvat openen laadvenster
- Afvoerfilter
- Plint
HOOFDSTUK 4 : BEDIENINGSPANEEEL
B1

text_image
1 2 3 5 6 7 8 91- Wasmiddelbakje 6- Programmaselectietoets
2- Controlelampje aan / uit 7- Toets aan / uit
3- Controlelampjes functies 8- Functietoetsen
5- Controlelampje aanvang programma 9- Controlelampje einde programma

TOETS AAN / UIT
Om de automaat aan en uit te zetten en het geselecteerde programma op te starten.
LET OP!
Altijd de automaat stilzetten alvorens een programma te selecteren of een programma dat aan de gang is te wijzigen.

CONTROLELAMPJES FUNCTIES
Zodra u op de toets aan / uit of een functietoets drukt, gaat het overeenkomstige controlelampje branden. Als u opnieuw drukt op de toets aan / uit of een functietoets, of als de cyclus van de geselecteerde functie is beëindigd, gaat het lampje uit. De controlelampjes van de functies dienen eveneens voor het opsporingssysteem van storingen vermeld in hoofdstuk 9.
FUNCTIETOETSEN

Geen slingeren
Dit programma wordt geadviseerd om voor uw gevoelige kleren worden gebruikt waarop geen het slingeren zou moeten worden gedaan. Deur deze functieknoop te drukken, u kunt het het slingeren proces annuleren dat in het programma inbegrepen is. Dit programma wordt geadviseerd om voor uw gevoelige kleren worden gebruikt waarop geen het slingeren zou moeten worden gedaan. Deur deze functieknoop te drukken, u kunt het het slingeren proces annuleren dat in het programma inbegrepen is.

Koud water
De functies variëren naar gelang het door u gekozen model. Indien u hebt vergeten extra functies te selecteren nadat de wascyclus van start is gegaan, moet u op de functietoets drukken. Als het controlelampje gaat branden, is de extra functie geselecteerd. Als het lampje niet gaat branden, wordt de extra functie niet geactiveerd.
PROGRAMMASELECTIEKNOP
De programmaselectieknop maakt het u mogelijk het wasprogramma te selecteren. Kies het door u gewenste programma door de selectieknop in beide richtingen te draaien. Zorg ervoor dat het merkteken precies staat tegenover het door u gekozen programma. Als u de programmaselectieknop op O zet (uit) tijdens de werking van de automaat, wordt het programma gestopt.

text_image
DRAIN SPIN RINSE 12 11 10 9 8 7 6 5 4 3 2 149
| Programma | Vakje | Max. horvaretheid droog wasgoed (kg) | Type wasgoed | Opfenvkungen |
| 1 Katsen 90° | 2 | 5 | Katsen en kryan, mildemaltig uit bestand terpenhoge premelastien | |
| 2 Katsen 60' (Met voraassen) | 1+2 | 5 | Zoer uit teit en geklaurde was van katsen en gemengte vozels | |
| **3 Katsen 60' | 2 | 5 | Moldemaltig uit teit en geklaurde was van katsen en gemengte vozels | Ondergoed, taken, teitaatens, teits, handlooten |
| 4 Katsen 40' | 2 | 5 | Ile uit teit en geklaurde was van katsen en gemengte vozels | |
| 5 ECO 40' | 2 | 5 | Moldemaltig uit teit en geklaurde was van katsen en gemengte vozels | |
| 6 Quick was | 2 | 2.5 | Ile uit teit en geklaurde was van katsen en gemengte vozels | |
| 7 Katsen koud water | 2 | 5 | Ile uit teit en geklaurde was van katsen en gemengte vozels, waszen met knoll water | |
| 8 Synthetsch 60' | 2 | 3 | Synthetsche beteldeszen of gemengte synthetsche vozels, mildemaltig uit | Sokken, Broujes van mylan |
| 9 Synthetsch 40' | 2 | 3 | Synthetsche beteldeszen of gemengte synthetsche vozels, teit uit | Sokken, Broujes van mylan |
| 10 Synthetsch koud water | 2 | 3 | Pinestedeleszen van synthetsche of gemengte vozels, teit uit, waszen met knoll water | Sokken, Broujes van mylan |
| 11-Fijne was 30' | 2 | 2 | Pinestedeleszen van gekeurd katsen, synthetsche of gemengte vozels, teit uit | Teediemen van gemengte vozels en zijde, overhombes, broujes van polygder, phytoimite |
| 12 Wal 30' | 2 | 2 | Wol mildemaltig uit Handwaas en waszen met deautomaat | Wol |
TABEL-1
| Programma Vakje | Max. hoeveelheid droog wasgoed (kg) | Type wasgoed Opmerkingen | ||
| 13-RINSING | Met dit programma kunt u een extra spoelcyclus voor uw wasgoed instellen na de wascyclus. U kunt dit programma voor alle soorten textilewaren gebruiken (aangeraden van wasgoed van katoen). | |||
| 14-SPINNING | Met dit programma kunt u een extra centrifugeercyclus instellen na de wascyclus. Is geschikt voor alle soorten wasgoed. Dit programma is aangeraden voor wasgoed van katoen. | |||
| 15-DRAINING | Met dit programma kunt u het vuile water uit de automaat laten stromen na een wascyclus. Indien u het water wenst de legen uit de automaat voor het eind van het in gang zijnde programma, moet u dit programma opstarten. | |||
TABEL 1 VERVOLG
(*) U kunt aan alle programma's een wasverzachter toevoegen (met uitzondering van de centrifugeer- en leegprogramma's). Doseer de hoeveelheid wasverzachter aan de hand van de aanbevelingen van de fabrikant. Giet de wasverzachter in het vakje "wasverzachter" van het wasmiddelbakje. ** De gegevens van het energielabel zijn gebaseerd op het programma getest conform EN60456.
HOOFDSTUK 5 : WASSEN
• De automaat aansluiten.
• De kraan open zetten.
VOORBEREIDING
Sorteren van het wasgoed
- Sorteer het wasgoed naar gelang de stof (katoen, synthetische vezels, fijne was, wol enz..), de wastemperaturen en de vuilheidsgraad van het wasgoed.
- Was altijd de witte en de gekleurde was gescheiden.
- Nieuwe stukken gekleurd wasgoed altijd apart wassen want zijn kunnen afgeven tijdens de eerste wascyclus.
- Controleer of er niets meer zit in de zakken van kleren, met name metalen voorwerpen.
• Doe de ritsen dicht en de knopen van de kleren dicht. - Haal de haakjes uit gordijnen (metaal of plastic) of doe ze in een gesloten wasnet.
- Keer kleren zoals broeken, truien, t-shirts enz., binnenste buiten.
• Doe kleine stukken zoals sokken en zakdoeken in een wasnet.

Tot aan 90°C

Tot aan 60°C

Tot aan 30°C

Niet wasbaar in de
Wasmiddelen
De hoeveelheid wasmiddel hangt af van de volgende criteria :
- De benodigde hoeveelheid wasmiddel hangt af van de graad van vervuiling van het wasgoed. Als het wasgoed niet erg vuil is, hoeft u geen voorwascyclus in te stellen en moet u slechts een kleine hoeveelheid wasmiddel in vakje nr 2 van het wasmiddelbakje gieten.
- Voor zeer vuil wasgoed, kunt u een programma met voorwassen selecteren, giet 1/4 van de dosis wasmiddel in het vakje nr 1 van het wasmiddelbakje en de overige hoeveelheid in vakje nr 2.
- Gebruik wasmiddelen die geschikt zijn voor automatische wasautomaats. De benodigde hoeveelheden wasmiddel staan vermeld op de vermakking van het wasmiddel.
- De hoeveelheid wasmiddel die wordt gebruikt hangt ook af van de hardheidsgraad van het water.
- De hoeveelheid wasmiddel hangt ook af van de hoeveelheid wasgoed.
- Giet de wasverzachter in het hiervoor voorziene vakje. Niet boven het MAX. peil gaan, zoniet zal de wasverzachter in het waswater terecht komen via de silon.
- Hoog geconcentreerde wasverzachters moeten aangelengd worden met een beetje water voordat u ze in het wasmiddelbakje giet. Een hoog geconcentreerde wasverzachter zal de sifon verstoppen, het product kan dan niet meer wegstromen.
- U kunt vloeibaar wasmiddel gebruiken voor alle programma's zonder voorwassen. Zet de niveauanwijzer voor vloeibaar wasmiddel in het tweede vakje van het wasmiddelbakje en doseer de hoeveelheid vloeibaar wasmiddel aan de hand van de niveaus van deze aanwijzer.
WERKING VAN DE AUTOMAAT
Selecteren van een programma en de functies
Selecteer het programma en de functies die overeenkomen met uw wasgoed, zie hiervoor de tabel 1 op bladzijde 64 en 65.
Aan / Uit
Met deze toets kunt u het programma dat u hebt geselecteerd opstarten of een programma dat aan de gang is stoppen. Als u dan weer drukt op deze toets, gaat het programma door met de cyclus daar waar het was opgehouden.
Opstarten van het programma
- Zet de programmaselectieknop op het door u gewenste programma
- Het controlelampje aanvang programma gaat branden
- Indien gewenst, kunt u ook één of meerdere extra functies selecteren.
- Start het geselecteerde programma op door te drukken op de toets aan/uit. Het controlelampje aanvang programma gaat uit en het controlelampje aan/uit gaat branden.
Wijzigen van programma
Als u niet het juiste programma hebt geselecteerd :
- Moet u drukken op de toets aan / uit om het programma te stoppen. Het controlelampje aanvang programma gaat branden en het controlelampje aan / uit gaat uit.
- Zet dan de programmaselectieknop op O (uit). Alle controlelampjes gaan uit.
- Zet de programmaselectieknop op het gewenste programma (u kunt het door u gewenste programma selecteren, zie hiervoor tabel 1 bladzijde 64 of 65).
- Het controlelampje aanvang programma gaat branden.
- Start het door u geselecteerde programma op door te drukken op de toets aan / uit. Het controlelampje aanvang programma gaat uit en het controlelampje aan / uit gaat branden.
Annuleren van een programma
Als u een programma dat aan de gang is wenst te stoppen voor het einde van de oclus.
Einde programma
- De automaat stop automatisch als het door u geselecteerde programma is af gelopen.
• En het controlelampje aan / uit gaat uit. - Zet de automaat buiten spanning door te drukien op de toets aan /uit.
• Doe de kraan dicht. - Het laadvenster ontgrendelt automatisch ongeveer twee minuten na afloop van het programma. Doe het laadvenster open door aan het handvat te trekken en haal u wasgoed uit de automaat.
- Na het wasgoed uit de automaat gehaald te hebben, moet u het laadvenster open laten staan zodat de binnenkant van de automaat kan drogen.
• Haal de stekker van de automaat uit de contactdoos.
LET OP
Indien er zich een stroomonderbreking voordoet tijdens een wasprogramma, zal de automaat het programma voortzetten daar waar de cyclus is onderbroken. Een stroomonderbreking zal uw automaat niet beschadigen.
Kinderbeveiliging
Het kinderslot wordt gebruikt om de wascyclus te beschermen tegen de effecten van ongewenste toetsactiveringen tijdens de cyclus. Het kinderslot wordt geactiveerd door langer dan 3 sec. op de eerste en derde toets van het bedieningspaneel te drukken. Wanneer het kinderslot geactiveerd is, zullen de LED op de functietoetsen knipperen, om aan te geven dat het kinderslot geactiveerd is. Om het kinderslot te inactiveren, moeten dezelfde toetsen (1 ^25 en 3 ^48 ) nogmaals, langer dan 3 sec., ingedrukt worden. Inactivering van het kinderslot wordt weergegeven door het knipperen van de LED's op de Start/Pauze toets.
• Demonteer de watertoevoerslang.
- Haal de filter uit het aansluitstuk van de watertoevoer op de automaat (met behulp van een tang) (figuur 10) en maak hem zorgvuldig schoon met een borstel.
- Maak de filter van de watertoevoerslang op de kraan schoon door hem er met de hand met zijn afdichting uit te halen (figuur 11).
- Na de filters schoongemaakt te hebben, ze op dezelfde manier weer op hun plaats brengen.

Het pompfiltersysteem verlengt de levensduur van uw pomp, die wordt gebruikt om het vuile water af te voeren. Het voorkomt dat pluizen in de pomp geraken. Er wordt aanbevolen uw pompfilter elke 2-3 maanden te reinigen. Om uw pompfilter te reinigen:
- Open het deksel van de beschermplaat door aan de hendel te trekken.

LET OP!
Gevaar voor brandwonden!
Het water in de pomp laten afkoelen alvorens hem schoon te maken.

1-A

2-A

3-A

4-A
WASMIDDELBAKJE
Op de lange duur kunnen wasmiddelen aanslag vormen in het wasmiddelbakje en op de steun van het wasmiddelbakje. Om deze aanslag te verwijderen, moet u van tijd tot tijd het wasmiddelbakje uit de automaat halen en het schoonmaken met een oude tandenborstei en stromend water; Om het bakje uit de automaat te halen:
- het bakje helemaal naar buiten trekken (figuur 14)
- De voorkant van het bakje oplichten en weer trekken totdat het uit zijn vak schiet (figuur 15)
- Het schoonmaken met stromend water en een oude tandenborstel
- De achtergebleven resten van de producten ook verwijderen uit het vak van het wasmiddelbakje om te voorkomen dat zij in de automaat terecht kommen
- Na het bakje zorgvuldig te hebben gedroogd het weer op zijn plaats brengen door de hierboven gegeven instructies in omgekeerde volgorde uit te voeren.

SIFON WASVERZACHTER
Het wasmiddelbakje eruit halen. De dop van de silon af halen (figuur 15) en zorgvuldig de achtergebleven resten van de wasverzachter verwijderen. De silon schoonmaken en weer op zijn plaats brengen. Controleren of hij naar behoren op zijn plaats is aangebracht.
BEHUIZING
De stekker uit de contactdoos halen, de buitenkant van de behuizing schoonmaken met lauw water en een reinigingsmiddel (niet schurend). Dan afspoelen met schoon water en afdrogen met een zachte en droge doek.
LET OP
Als de automaat is geïnstalleerd in een vertrek waar de temperatuur onder nul kan komen, moet u als volgt te werk gaan als de automaat niet wordt gebruikt:
- De stekker van de automaat uit de contactdoos halen.
- De kraan dicht doen en de watertoevoerslang van de kraan afhalen.
- De uiteinden van de afvoer- en toevoerslang in een bak op de vloer doen (om het water eruit te laten stromen).
- De programmaselectieknop op "Legen" zetten.
- De stekker van de automaat weer in de contactdoos steken.
- Het controlelampje aanvang programma gaat branden.
- Het programma opstarten door te drukken op de toets aan /uit.
- Als het programma is afgelopen (controlelampje einde programma brandt), de stekker van de automaat weer uit de contactdoos halen.
Op deze manier zal al het water dat nog in de automaat stond geleegd worden en zal dus niet kunnen bevriezen in de automaat. Als u de automaat weer gaat gebruiken, moet u controleren of de temperatuur hoger dan 0°C is.
TROMMEL
Laat geen metalen voorwerpen zoals naalden, nietjes of geldmuntjes in de automaat terecht komen; Deze voorwerpen zullen roestvliekken maken in de trommel. Om deze roestvliekken te verwijderen, moet u een product zonder chloor gebruiken en de instructies van de fabrikant van het product opvolgen. Nooit roestvliekken verwijderen met schuursporsjes of gelijksoortige harde voorwerpen.
VERWIJDEREN VAN KALKAANSLAG
Alcoholische dranken : De vlek met koud water wassen, dan deppen met een mengsel van glycerine en water en spoelen met een mengsel van water en azijn.

Schoensmeer : De vlek afkrabben zonder de stof te beschadigen, inwrijven met een wasmiddel en spoelen. Als de vlek niet is verdwenen, inwrijven met een mengsel van 1 volume alcohol 96° op 2 volume water, dan wassen met lauw water.

Thee en koffie : Het gevlekte deel boven een bak plaatsen en er water over gieten dat zo heet mogelijk is ten opzichte van de stof. Wassen met een wasmiddel als de stof dit verdraagt.

Chocolade en cacao : Het wasgoed weken in koud water, de vlek inwrijven met zeep of een reinigingsmiddel en wassen op de max. temperatuur die het wasgoed kan verdragen; Als de vette vlek niet is verdwenen, inwrijven met een waterstofsuperoxideoplossing (verhouding 3%).

Ketchup : De opgedroogde vlek afkrabben zonder de stof te beschadigen, ongeveer 30 minuten laten weken in koud water en wassen door over de vlek te wrijven met een reinigingsmiddel.

Vet, ei : De opgedroogde vlek afkrabben en deppen met een spons of een doek gedompeld in koud water. Inwrijven met een reinigingsmiddel, dan wassen met verdund wasmiddel.

Vet, olie : De vlek deppen met een stukje absorberend papier. De vlek inwrijven met een reinigingsmiddel en wassen met lauw zeepwater.

Mosterd : De vlek deppen met glycerine. Inwrijven met een reinigingsmiddel en wassen. Als de vlek niet is verdwenen, deppen met alcohol (gebruik voor synthetische vezels en gekleurde textielwaren een mengsel van 1 volume alcohol op 2 volume water).

Bloed : De vlek ongeveer 30 minuten laten weken in koud water. Als de vlek niet is verdwenen, 30 minuten laten weken in een mengsel van water en ammoniak (3 soeplepels ammoniak op 4 liter water).

Room, ijs en melk : De vlek laten weken in koud water en inwrijven met een reinigingsmiddel. Als de vlek niet is verdwenen, de stof deppen met de juiste hoeveelheid wasmiddel (gebruik geen wasmiddel voor gekleurd wasgoed).

Schimmel : Schimmelvlekken moet zo snel mogelijk verwijderd worden. De vlek wassen met een reinigingsmiddel. Als hij niet is verdwenen, de vlek deppen met een waterstofsuperoxideoplossing (verhouding 3%).

Inkt : Koud water laten stromen over de vlek heen totdal de inkt helemaal is verdund. Dan de vlek inwrijven met citroenwater en een reinigingsmiddel. 5 minuten wachten en dan wassen.

Fruit : De vlek over een bak heen plaatsen en er koud water overheen gieten. Geen warm water over de vlek heen gieten. Deppen met koud water en glycerine aanbrengen. 1 tot 2 uur wachten, de vlek deppen met erkele druppels witte azijn en uitspoelen.

Gras : De vlek inwrijven met een reinigingsmiddel. Wassen met een wasmiddel als de stof dit verdraagt. Wol inwrijven met alcohol (voor gekleurde wol, een mengsel van 1 volume alcohol op 2 volume water gebruiken).

Olieverf : Een oplosmiddel op de vlek aanbrengen voordat hij is opgedroogd. Inwrijven met een reinigingsmiddel en wassen.

Brandvlekken : Als de stof het verdraagt, wassen met een wasmiddel. Wat betreft wol, een doek gedompeld in waterstofsuperoxideoplossing op de vlek plaatsen en dan strijken door een droge doek te leggen tussen het strijkijzer en de natte doek. Zorgvuldig uitspoelen en wassen.
HOOFDSTUK 8 : STORINGEN
Alle reparaties moeten worden verricht door een door VESTEL BENELUX BV erkende servicedienst. Als de automaat gerepareerd moet worden of als u
| PROBLEEM | MOGELIJKE OORZAAK | OPLOSSING |
| De automaat wil niet starten | Is niet aangesloten De automaat aansluiten | |
| De zekeringen zijn defect | De zekeringen vervangen | |
| Stroomonderbreking | Controleren of er stroom is | |
| U hebt niet gedruk op de toets aan / uit | Druk op de toets aan / uit | |
| De programmaselectieknop staat op O (uit ) | Zet de programmaselectieknop op het door u gewenste programma | |
| Het laadvenster is niet naar behoren gesloten | Doe het laadvenster goed dicht. U moet een klikgeluid horen | |
| Er komt geen water in de automaat | De waterkraan staat niet open | Zet de waterkraan open |
| De watertoevoerslang is geknikt | Controleer de watertoevoerslang | |
| De watertoevoerslang is verstopt | Maak de filters van de watertoevoerslang schoon (*) | |
| De filters van de aansluitstukken van de watertoevoer zijn verstopt | Maak de filters van het aansluitstuk van de watertoevoer schoon (*) | |
| Het laadvenster is niet naar behoren gesloten | Doe het laadvenster goed dicht, u moet een klikgeluid horen | |
| De automaat loopt niet leeg | De afvoerslang is verstopt of geknikt | Controleer de afvoerslang |
| De filter van de pomp is verstopt | Maak de filter van de afvoerpomp schoon | |
| Het wasgoed is niet goed verdeeld in de trommel | Verdeel het wasgoed naar behoren in de trommel | |
| De automaat trilt | De poten van de automaat zijn niet goed afgesteld | Stel de poten af |
| De bevestigingsmiddelen (schroeven) zijn niet verwijderd. | Verwijder de bevestigingsmiddelen | |
(*) Zie hoofdstuk met betrekking tot het onderhoud en het schoonmaken van de automaat.
| PROBLEEM | MOGELIJKE OORZAAK | OPLOSSING |
| De automaat trilt | De automaat bevat een kleine hoeveelheid wasgoed | Dit is geen belemmering voor de automaat om toch goed te werken |
| U hebt een te grote hoeveelheid wasgoed in de automaat gedaan of het wasgoed is niet goed verdeeld | U moet de maximale capaciteit wasgoed niet overschrijden en het wasgoed goed verdelen in de automaat | |
| De automaat raakt een hard voorwerp aan | Zorg ervoor dat de automaat niet tegen een muur of meubels aan kan komen | |
| Overmatige schuimvorming in het wasmiddelbakje | U hebt teveel wasmiddel gebruikt | Druk op de toets aan / uit. Om schuimvorming te voorkomen, moet u een soeplepel wasverzachter verdunnen in 1⁄2 liter water en dit mengsel in het wasmiddelbakje gieten. 5 tot 10 minuten wachten en drukken op de toets aan / uit. Zorg er in de toekomst voor dat u de juiste hoeveelheid wasmiddel gebruikt. |
| U hebt niet een geschikt wasmiddel gebruikt | Gebruik alleen wasmiddelen bestemd voor volledig automatische automaats | |
| De wasresultaten zijn niet bevredigend | Het wasgoed is te vuil voor het programma dat u hebt geselecteerd | Selecteer het juiste programma (zie tabel 1) |
| De hoeveelheid wasmiddel die is gebruikt is niet toereikend | Voeg een grotere hoeveelheid wasmiddel toe naar gelang de aard van het wasgoed | |
| De wasresultaten zijn niet bevredigend | U hebt teveel wasgoed in de automaat gedaan (meer dan de maximale capaciteit) | Doe nooit meer dan de vermelde maximale hoeveelheid wasgoed in de automaat |
| Het water is misschien hard bij u | Gebruik de door de fabrikant vermelde hoeveelheid wasmiddel | |
| Het wasgoed is niet goed verdeeld in de trommel | Verdeel het wasgoed naar behoren in de trommel | |
| De automaat loopt leeg zodra zij vol water staat | Het uiteinde van de afvoerslang hangt te laag ten opzichte van de automaat | Hang de afvoerslang op de juiste hoogte |
| U ziet geen water in de trommel tijdens de wascyclus | Dit is geen storing. Het water bevindt zich in het onderste deel van de trommel | |
| Er zijn vlekken van reinigingsmiddelen op het wasgoed te zien | Residu's van bepaalde reinigingsmiddelen die niet in het water zijn opgelost kunnen blijven kleven aan het wasgoed en witachtige vlekken veroorzaken | Zet de programmaselectieknop op "Spoelen" en stel een extra spoelcyclus in of verwijder de vlekken als het wasgoed droog is met behulp van een borstel. Doe minder wasmiddel in de automaat bij de volgende was. |
| Er zijn grijze vlekken op het wasgoed te zien | Deze vlekken kunnen worden veroorzaakt door olie, room of zalf | Bij de volgende was, gebruik de maximale hoeveelheid wasmiddel vermeld door de fabrikant van het wasmiddel |
| Het centrifugeren start niet op of start te laat op | Dit is geen storing. Het controlesysteem van de verdeling van het wasgoed is misschien in werking getreden | Het controlesysteem van de verdeling van het wasgoed zal het wasgoed beter verdelen. Zodra dit is gebeurd zal de centrifugeercyclus opstarten. Zorg er bij de volgende was voor dat u het wasgoed goed verdeeld in de trommel. |
HOOFDSTUK 9 : AUTOMATISCH FOUTOPSPORINGSSYSTEEM
Uw automaat is voorzien van permanente controlesystemen van het wasproces, deze systemen zullen de nodige voorzorgsmaatregelen treffen en u waarschuwen in geval van problemen.
(*) Zie het hoofdstuk over onderhoud en reiniging van uw machine.
| CODESTORING | LAMPJESTORING | MOGELIJKESTORING | TEONDERNEMENSTAPPEN |
| Err 01 | Het lampje start/pauze knippert. | De deur is niet juist gesloten. | Sluit de deur correct zodat u een klik hoort.Als het probleem aanhoudt: de machineuitschakelen, stekker uittrekken en onmiddellijk contact opnemen met de dichtstbijzijnde geautoriseerde onderhoudsdien st. |
| Err 02 | Het lampjeprogrammagereed knippert. | Het waterniveauin uw machine islager dan hetverwarmingselement. De drukop dewaterleiding kante laag ofgeblokkeerd zijn. | Draai de kraanvolledig open.Water kanafgesloten zijn;controleer dit.Als het probleemblijft aanhouden,stopt uwmachineonmiddellijk.Trek de stekkeruit hetstopcontact,draai de kraanuit en neemcontact op metdedichtstbijzijndegeautoriseerdeonderhoudsservice. |
| Err 03 | Het lampjestart/pauzebrandt en hetlampjeprogrammagereed knippert. | Storing aan depomp ofverstopping vanpompfilter. | Maak hetpompfitterschoon. Als hetprobleemaanhoudt,contactopnemen met dedichtstbijzijndegeautoriseerdeonderhoudsdienst.(*) |
| Err 04 | Het lampjeprogramma-einde gereedknippert. | Communicatiefout | Machineuitschakelen enstekker uitstopcontactnemen. De kraanuitdraaien encontact opnemenmet dedichtstbijzijndegeautoriseerdeonderhoudsdienst. |
| CODESTORING | LAMPJESTORING | MOGELIJKESTORING | TEONDERNEMENSTAPPEN |
| Err 05 | Het lampje start/pauze brandt en het lampje programma-einde knippert. | Storing aan het verwarmingselement van uw machine of de thermische sensor. | Machineuitschakelen en stekker uit stopcontact nemen. De kraan uitdraaien en contact opnemen met de dichtstbijzijnde geautoriseerde onderhoudsdienst. |
| Err 06 | Het lampje programma gereed en programma-einde knipperen. | Storing aan de motor. | Machineuitschakelen en stekker uit stopcontact nemen. De kraan uitdraaien en contact opnemen met de dichtstbijzijnde geautoriseerde onderhoudsdienst. |
| Err 07 | Het lampje start/pauze brandt, het lampje gereed en het lampje programma-einde branden permanent. | Communicatiefout | Machineuitschakelen en stekker uit stopcontact nemen. De kraan uitdraaien en contact opnemen met de dichtstbijzijnde geautoriseerde onderhoudsdienst. |
| Err 08 | Het lampje start/pauze brandt, de lampjes programma gereed en programma-einde knipperen. | Storingsfout | Machineuitschakelen en stekker uit stopcontact nemen. De kraan uitdraaien en contact opnemen met de dichtstbijzijnde geautoriseerde onderhoudsdienst. |
| Err 09 | Het lampje programma gereed en programma-einde branden permanent. | De netwerkspanning is te hoog of te laag. | Als de netwerkspanning lager is dan 150V of hoger dan 260V, stopt uw machine automatisch. Als de netwerkspanning is hersteld, zet uw machine de werking voort. |
HOOFDSTUK 10 : INTERNATIONALE TEXTIELSYMBOLEN
![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
| Wastemperatuur | Wassen verboden(wasse n op de hand) | Strijken lage temperatuur | Strijken middelhoge temperatuur |




Strijken hoge temperatuur
Strijken verboden
Drogen in trommel verboden
Ophangen om te drogen




Zonder strijken
Platleggen om te drogen
Bleekmiddel verboden
Bleekmiddel



Symbolen van chemisch reinigen. De letters geven het type te gebruiken oplosmiddel aan. Wasgoed met deze symbolen mogen niet in de automaat gewassen worden behoudens indien anders vermeld op het etiket.

Dit apparaat is voorzien van het merkteken volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake Afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA).
Door ervoor te zorgen dat dit product op de juiste manier als afval wordt verwerkt, helpt u mogelijk negatieve consequenties voor het milieu en de menselijke gezondheid te voorkomen die anders zouden kunnen worden veroorzaakt door onjuiste verwerking van dit product als afval.
Het symbool op het product of op de bijbehorende documentatie geeft aan dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld. In plaats daarvan moet het worden afgegeven bij een verzamelpunt voor recycling van elektrische en elektronische apparaten.
Afdanking moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de plaatselijke milieuvoorschriften voor afvalverwerking.
Voor nadere informatie over de behandeling, terugwinning en recycling van dit product wordt u verzocht contact op te nemen met het stadskantoor in uw woonplaats, uw afvalophaaldienst of de winkel waar u het product heeft aangeschaft.



